onze vorige tuin
Het hoofd is grote chaos.
Daarom even van me af schrijven.
Gisteren dacht ik om heel even de appeltaart met verse slagroom te brengen.
Ik sloot de deur niet af zo wist ik zeker dat ik niet bij BF bleef hangen.
Maar t ging weer niet goed met haar, dus ging ik thuis de boel afsluiten en weer terug.
Helemaal niet erg want alles wat ik wilde doen kon wachten.
Maar.....
daar denkt mijn hoofd anders over.
Want ik kreeg heel veel stress en onrust in de avond en heb het nu nog.
Dus tijd om lekker de zolder op te ruimen en de hokken van de beestjes te verschonen.
Ik kom dan tot rust.
Ook besefte ik dat hoewel ik echt naar ben van dood van loederkonijn het ook voor iets anders staat.
Opeens miste ik mijn moeder vreselijk en werd ik verdrietig om haar dood anderhalf jaar geleden.
Opeens wilde ik dat ik wat as van haar had om haar dichtbij me te hebben.
Ook werd ik heel bang om BF te verliezen.
Dat dat gaat gebeuren weet ik echt wel maar ik kan t naar de achtergrond schuiven want daar ben ik een kei in.
In niet voelen.
Al als heel klein meisje mocht ik niet huilen.
Wat ben jij lelijk, zei mijn vader dan.
Moeder kon t ook niet hebben dus als we "zomaar" huilden kregen we regelmatig een knal.
En ik wilde niet lelijk zijn en ik wilde geen knal dus ik stopte met huilen.
Als er iets op school gebeurde of ik had pijn, hield ik uren en uren mijn tranen in totdat ik thuis me kon verstoppen en dan kwamen ze, de tranen, de pijn, de angst.
Gevoelens als verdriet, boosheid, zelfs de slappe lach mochten niet.
Als ik dan thuiskwam en een keer vertelde dat ik liefdesverdriet had of ruzie met een vriendin dan werd ik belachelijk gemaakt en getreiterd.
Door pa en broer.
En moeder beschermde me niet.
Die liet het gaan.
Dus werd ik een stille.
Ik vertelde tegen niemand meer iets.
Iedereen zijn verhaal was belangrijk behalve de mijne.
Dus ik luisterde en hielp.
Zelf zag ik er altijd om door een ringetje te halen met mijn mooie kleding en hoge hakken.
En oh wat was ik toch grappig en stoer.
Op t werk, met vriendinnen, in relaties.
Ja die Hélène die moet je hebben want die is toch zo grappig.
Ondertussen werd ik gek van angst binnen in mij.
Ik werd hypochonder, durfde mijn eigen lichaam niet meer aan te raken want ik wist zeker dat ik dan gezwellen zou voelen.
En ik voelde dat mijn longen steeds kleiner werden, tenminste dat moest wel want ik kreeg steeds moeilijker lucht.
Ik kreeg bijna geen adem meer.
En toen zei alles in mij; KRAK.
en kon ik niets meer.
Ik vertelde al dat ik geen TV meer durfde te kijken, geen telefoon durfde op te nemen, de hond niet meer uit te laten, durfde niet eens meer in mijn eigen tuin en zeker niet meer met mensen om te gaan.
(ik woonde al jaren alleen)
En nog kon ik niet janken want alles was geblokkeerd.
ALLES.
Er kwam later een periode dat ik wel kon janken.
Jeeses wat heerlijk om bij een therapeut alles eruit te knallen.
De laatste jaren kan ik het niet meer.
De laatste keer was toen mijn Guusje (hond) in moest slapen.
Ik huilde om haar veel harder dan om mijn ouders.
Ik heb volgens mij niet eens gehuild toen mijn moeder overleed.
Terwijl er van binnen wel van alles gebeurde want t was vreselijk de manier waarop.
Om vader jankte ik wel omdat ik opeens besefte dat ik NOOIT, echt definitief een vader zou hebben die om mij gaf.
En dan sterft er een konijntje en komt er van alles boven.
Wat ongelofelijk raar allemaal.
maar wel begrijpelijk.
als je erover nadenkt.
Vandaag ga ik MIJN dingen doen.
De zolder opruimen en hokken schoonmaken.
Er moet voor weduwnaar Ludo een nieuw konijnenmeisje komen.
want Ludo mag niet te lang verdrietig zijn.
Want als hij stil in zijn hok ligt dan ben ik verdrietig.
Hij moet weer vrolijk zijn en kunnen knuffelen.
En nu ga ik lunchen met een groot stuk appeltaart met heel veel slagroom.
Ik zal ze leren, al die gemene mensen.
En ik heb weleens in de spiegel gekeken;
ik ben helemaal niet lelijk als ik huil.