[go: up one dir, main page]

menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Wandelaar. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026

Machineman: De Tijden van Eise Eisinga - Sandra Langereis (2024) 4,0

afgelopen vrijdag om 18:46 uur

stem geplaatst

» details  

Kayak: 40 Jaar Symfonische Rock - Irene Linders (2012) 4,0

Alternatieve titel: Rockklassiekers #1, 12 januari, 10:00 uur

stem geplaatst

» details  

Hier Beneden Is Het Niet: Christelijke Toekomstverwachting - A. van de Beek (2005) 3,5

10 januari, 12:48 uur

stem geplaatst

» details  

In de Bovenkooi - J.M.A. Biesheuvel (1972) 4,5

10 januari, 12:46 uur

stem geplaatst

» details  

Angstkunstenaar, De - J.M.A. Biesheuvel (1987) 4,0

10 januari, 12:46 uur

stem geplaatst

» details  

Jesus - David Flusser (1968) 3,0

10 januari, 12:44 uur

stem geplaatst

» details  

Wer War Schuld an Jesu Tod? - Pinchas Lapide (1987) 3,5

Alternatieve titel: Wie Waren Er Schuldig aan de Dood van Jezus?, 10 januari, 12:42 uur

stem geplaatst

» details  

Paulus: Ontwerp van Zijn Theologie - Herman Ridderbos (1966) 5,0

8 januari, 18:00 uur

stem geplaatst

» details  

‘Je Mot naar ‘t Oostfront Gaan, dan Ken Je Dik op Je Donder Krijgen’: Over S. Carmiggelt ‘De Oorlog in Stukjes’ - Ellen Krol (2026)

Alternatieve titel: Fragment #55, 5 januari, 10:46 uur

Naar mijn mening wordt de bundel 'De oorlog in stukjes' door de critici, waaronder ook Ellen Krol, overvraagd. Zowel de besproken bundel als het essay heb ik gelezen.
De bundel, niet meer dan een bloemlezing, is niet bedoeld om een analyse van Carmiggelt's rol en houding in en ná de bezetting op scherp te stellen. Nog minder om een psychologisch portret van Kronkel te schetsen. Nu lijkt het alsof Carmiggelt en de samensteller van de bundel, zoon Frank, zaken uit het bezettingsverleden en de illegaliteit bewust hebben gebagatelliseerd. Carmiggelt vertelde niet alles en had daar zijn respectabele redenen voor. Over zichzelf en zijn diepste beweegredenen sprak hij niet graag. Die kunnen we dan ook beter niet voor hem invullen.

'De oorlog in stukjes' mist inderdaad een verantwoording voor de selectie, en heeft zelfs geen voor- of nawoord. Het gaat dan ook kennelijk niet om de duiding, maar om de stukjes zelf. Carmiggelt schreef nog veel meer over de bezettingstijd dan hier verzameld. En dan ook nog in meer indirecte bewoordingen. Een biografie over Carmiggelt zou dat gemis aan duiding kunnen verhelpen, maar meer dan de biografie van Henk van Gelder (1999) heb ik niet kunnen vinden. Ik denk zomaar dat Carmiggelt het niet zou waarderen als hij als verzetsheld geportretteerd en herinnerd zou worden. Als iemand de betrekkelijkheid van titels kon doorzien, dan was hij dat wel.

De Oorlog in Stukjes - Simon Carmiggelt (2025)

» details   » naar bericht  » reageer  

Marx en het Democratisch Socialisme - Willem Drees sr. (1979) 4,0

1 januari, 18:32 uur

Dr. Willem Drees sr. staat nu prachtig met foto op de auteurspagina, met dit (voorlopig) als eerste boek.
Het werkje, een paperback in proletarische omslag van pakpapier, bevat na de inleiding door Bart Tromp, de essays: 'Een historisch debat: meeregeren of niet? ', dat in 1954 in het Vrije Volk verscheen, het essay 'Lasalle en Marx. Het begin van de moderne socialistische beweging' uit 1967 en het hoofdartikel 'Marxisme, communisme en democratisch socialisme' dat voor het eerst in deze bundel verscheen.
Drees was een opmerkelijk staatsman met een enorme kennis van de politieke en parlementaire geschiedenis van Europa. In 1954 schreef hij:

"Vijftig jaar geleden zat ik op de galerij van het Concertgebouw te Amsterdam als toehoorder bij het Internationale Socialistische Congres, dat daar van 14 tot 20 augustus 1904 bijeen was.
Het was een van de belangrijkste en boeiendste congressen die de Internationale ooit heeft gehouden."


Drees heeft het allemaal van nabij meegemaakt. Zijn artikelen zijn boeiend en leerzaam van begin tot eind. Hij maakt duidelijk dat de ideeën van Marx maar al te vaak niet overeenkwamen met die van de socialistische revolutionaire woordvoerders. Marx wilde het kapitalisme niet vernietigen maar sublimeren. In feite plukken we daar nog steeds de vruchten van, o.a. in de vorm van algemeen kiesrecht en de achturige werkdag.

Drees senior was in de tweede helft van de jaren zestig verzeild geraakt in een conflict met Nieuw Links, de vernieuwingsbeweging binnen de PvdA, wat resulteerde in het met veel pijn opzeggen van zijn lidmaatschap van zijn sociaal-democratische partij na 67 jaar. Dat was in 1971. Met de 'rebellenclub' van André van der Louw had Drees het contact verloren. Interessant in dit verband is het artikel van Andere Tijden:
Drees en de PvdA.

Drees stierf, bijna doof en blind maar scherp van geest, in 1988, op 101-jarige leeftijd.

De lijnen heel voorzichtig doortrekkend, kunnen we nog wat leren van de oude Drees, een sociaaldemocraat in hart en nieren. De PvdA was vanouds een brede arbeiderspartij. De nieuwe koers, scherper op links, heeft de oude achterban van zich vervreemd. Dat zag hij destijds scherp genoeg om zich op hoge leeftijd nog over op te winden.

» details   » naar bericht  » reageer  

Dankbaar: Denken over Danken na de Dood van God - Paul van Tongeren (2015) 4,0

29 december 2025, 22:30 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren

» details  

Voorval - Harry Mulisch (1989) 3,5

Alternatieve titel: Voorval: Variatie op een Thema, 29 december 2025, 15:06 uur

stem geplaatst

» details  

Garantie voor de Toekomst: Gespreksboek over Hoop - Jan Hoek (2013) 4,0

29 december 2025, 15:05 uur

stem geplaatst

» details  

Elementen, De - Harry Mulisch (1988) 4,0

29 december 2025, 15:04 uur

stem geplaatst

» details  

Marcher: Une Philosophie - Frédéric Gros (2009) 4,0

Alternatieve titel: Wandelen: Een Filosofie, 29 december 2025, 09:25 uur

stem geplaatst

» details  

Knielen op een Bed Violen - Jan Siebelink (2005) 3,5

Alternatieve titel: In My Father's Garden, 29 december 2025, 09:25 uur

stem geplaatst

» details  

Kleine Geschiedenis van het Wonder, Een - Stephan de Jong (2020) 3,5

29 december 2025, 09:25 uur

De auteur, dominee en kunstenaar Stephan de Jong heeft vooral de filosofische en theologische geschiedenis van het wonder, in de zin van mirakel, belicht. Wat vonden de denkers er van. En daarmee blijft hij binnen de Westerse (rationele) traditie, wat natuurlijk een flinke beperking inhoudt. Het is een beknopt boek, met vaart geschreven en doorloopt de eeuwen vanaf de klassieke oudheid tot nu.

Opmerkelijk is dat de schrijver geen licht laat schijnen op de wonderverhalen van Jezus uit het Nieuwe Testament. Gezien de voorplaat van het boek, zou je zoiets wel verwachten. Niettemin een uniek werkje dat nog niet bestond, maar de uitwerking kon beter.

» details   » naar bericht  » reageer  

Kite Runner, The - Khaled Hosseini (2003) 4,0

Alternatieve titel: De Vliegeraar, 29 december 2025, 09:25 uur

stem geplaatst

» details  

How Do We Look / The Eye of Faith - Mary Beard (2018) 3,5

Alternatieve titel: Hoe Wij Kijken / Met Gelovige Ogen, 29 december 2025, 09:25 uur

stem geplaatst

» details  

Orthodoxy - G.K. Chesterton (1908) 5,0

Alternatieve titel: Orthodoxie, 27 december 2025, 09:58 uur

stem geplaatst

» details  

Laatste Knal & Andere Feestverhalen, De - Godfried Bomans (1988) 3,5

27 december 2025, 09:54 uur

stem geplaatst

» details  

Rebecca - Daphne du Maurier (1938) 4,5

24 december 2025, 16:21 uur

stem geplaatst

» details  

Menselijk Tekort, Het - Midas Dekkers (2025) 4,5

18 december 2025, 10:48 uur

André Malraux schreef zijn roman 'La condition humaine', vertaald door zijn Nederlandse vriend Edgar du Perron als 'Het menselijk tekort.' Een mooie inspirerende titel. Dit boek van Midas Dekkers, allereerst bioloog, dan filosoof, causeur en schrijver, is een uitnodiging tot beleven van het gewone, zo ongewone leven. Dekkers is een taalfijnproever die speelt met woorden en betekenissen en zijn zelfbedachte en zelf gevonden diepzinnigheden op het papier werpt, alsof het hem de minste moeite kost. Maar als ik de literatuurlijst achterin het boek zie, merk ik op hoe dit alles weer een stuk handwerk is waar heel wat transpiratie aan te pas is gekomen.

Dekkers, die zo luchtig schrijft, heeft iedere zin tegen het licht gehouden.
Een boek, dat zich kan meten met zijn grote werk 'De vergankelijkheid' uit 1997. Alleen de plaatjes ontbreken deze keer. Geen probleem. Die plaatjes vormen zich in je hoofd, waar het je na een paar hoofdstukken wel even gaat duizelen. De schrijver zet ook de lezer aan het werk, hoe onderhoudend zijn toon ook is. Badinerend vaak, vol zelfspot en humor schiet hij met scherp op overtuigingen die met de natuur van de mens in strijd zijn. Vooral de godsdienst komt aan bod. Opvallend vaak heeft Dekkers het over de Schepper, die een hoofdletter krijgt toebedeeld. De bijbel leest hij, zoals opvalt, in de oude vertaling. De zin van het leven? Die is er niet. Het leven zelf is al prachtig genoeg. En dat mensen volmaakt moeten zijn, is de grootste kwaal van alle tijden. Daar komt alleen ellende van.

"Wees blij met het menselijk tekort. Dankzij onze gebreken hoeven we ons nooit te vervelen. Het tekort is er niet om weg te werken, maar om te koesteren. Als schlemiel is de mens me het liefst."

Een prachtig boek. En laat ik het tegen het eind van het jaar maar zeggen: het mooiste boek van 2025.

PS. Vanwege het menselijk tekort kan ik hier natuurlijk geen 5 sterren aan geven.

» details   » naar bericht  » reageer  

Alles is Politiek, Maar Politiek Is Niet Alles: Een Theologisch Perspectief op Geloof en Politiek - H.M. Kuitert (1985) 3,5

18 december 2025, 10:40 uur

Dit boek kwam uit in een tijd dat het politieke debat in Nederland draaide om plaatsing van kernwapens, Latijns-Amerika en Zuid-Afrika. Ook in de kerken, met name de protestantse, was er een strijdbare protestgeneratie aan het wereld-verbeteren geslagen en die liet van zich horen. De achterblijvers, de behoudende christenen die daar niet direct warm voor liepen, moesten ‘bewerkt’ worden, het liefst vanaf de kansel. In het voetspoor van theologen als Barth, Moltmann en Sölle - ook Bonhoeffer werd daar graag bij gesleept - werd een messiaans visioen gepredikt van een rechtvaardige hervorming van de wereld, liefst naar marxistisch model. En de kerk moest daarin voorop lopen, wilde ze zich nog kerk durven noemen. Jezus was immers gekomen om hen te bevrijden en de maatschappij eens flink op z'n kop te zetten. Geloven werd actievoeren. Denk aan het IKV. Niet meedoen - bijvoorbeeld in de actie tegen plaatsing van de kruisraketten - was verraad aan het evangelie.

Nu was Harry Kuitert (1924-2017), hoogleraar ethiek en theoloog aan de VU, wel voor vernieuwing, maar het gelijkstellen van geloof aan politieke stellingname, welke dan ook, vond hij maar hoogst bedenkelijk. Die mening zette hij duidelijk uiteen in dit boek.
De kerk heeft meer te bieden dan wereld-verbeteren. Want uiteindelijk is er een dimensie die over de grenzen van het hier-en-nu heengaat. Niet alles hoeft hier, en zeker niet door de kerk, verwezenlijkt te worden. En bovendien: ieder zijn vak. De socioloog is geen theoloog en omgekeerd. De kerk heeft een eigen werkterrein.

Daarmee nam Kuitert een relatief gematigd standpunt in, in het oververhitte, gepolariseerde debat van die dagen. Een welkome bijstelling ook. Het werd al gauw een veelbesproken boek. De knuppel in het kerkelijke hoenderhok, vooral in de van activiteiten en commissies overlopende gereformeerde kerken, waar hij lid van was.

Kuitert poneert nogal sterk vanuit zichzelf en doceert op een toon die weinig tegenspraak kan hebben. Daarin is de auteur ouderwets gereformeerd. Hij weet het allemaal goed en formuleert scherp. In zijn latere boeken, vanaf de jaren ‘90, dreef Kuitert verder weg van zijn gereformeerde verleden en hield uiteindelijk geen houvast in het geloof meer over. Het was allemaal mensenwerk en niets van boven.

Die lijn zien we in dit werk uit 1985 nog niet. Het is m.i. zijn beste boek en het kwam op het juiste moment. De tijd heeft dit boek wel ingehaald. Van een levendig maatschappelijk en theologisch debat is in de kerken in ieder geval geen sprake meer.

Het is mensen eigen in de kudde mee te lopen achter de voorman aan. Voor een vorige generatie was Harry Kuitert zo’n voorman. Hij bracht nieuwe dingen, die als bevrijdend werden ervaren. Zulke opiniemakers zijn er tegenwoordig niet meer. En politiek is allang een bedrijf geworden voor pragmatici en populisten. Het idee van een maakbare, betere wereld staat, ook in de kerken, op een laag pitje. Het Koninkrijk Gods hoeft niet meer per se hier en nu gerealiseerd te worden. Er is ook nog een hemel.

Wat me al lezend wel opvalt is, behalve zijn zelfverzekerdheid, dat ook deze theoloog zich richt op de intellectuele lezer, de mede-theoloog, de bovenlaag. Voor gewone belijdende kerkleden was deze discussie nog nauwelijks te volgen. Kuitert gold als progressief maar was geen man van de dialoog. Hij kon flink schelden op zijn opponenten. De theoloog bepaalde in die jaren nog steeds het debat. Die pretentie heeft de theologie, inmiddels bijna 40 jaar later, noodgedwongen achter zich gelaten. En dat lijkt me winst. Een tweede Kuitert zal niet nodig zijn.

Een mooi citaat tenslotte:
“Als maatschappelijk heil alle heil is dat mensen verwachten mogen, is er maar één conclusie mogelijk: dan moet inderdaad alles hier gebeuren, alle geluk hier gesmaakt, alle genot hier genoten en al het verschuldigde hier voldaan. Want wat hier niet wordt ontvangen of afgemaakt, wordt het nergens.” (215).

» details   » naar bericht  » reageer  

Algemeen Betwijfeld Christelijk Geloof: Een Herziening, Het - H.M. Kuitert (1992) 3,0

18 december 2025, 10:40 uur

De veelbesproken gereformeerde theoloog Harry Kuitert legt in dit boek uit wat traditie is, waarom ook het christelijk geloof uit een traditie voortkomt en wat dit betekent voor de geloofswaarheden die in het christelijk geloof worden doorgegeven.

Dit boek, waaraan de Buitenveldertse auteur in december 1991 de laatste hand legde, sloeg in als een bom. Ik tel tenminste 17 herdrukken en zeker twee jaar lang stonden kerkbladen vol met discussie rond het boek.
Was het dan zo opzienbarend? Eigenlijk beweegt Kuitert zich nog redelijk langs de vertrouwde paden van de kerkelijke belijdenis. Alleen verschilt hij van mening over de bronnen van geloof. Die zijn puur menselijk en kunnen fouten bevatten. Zo is geloof een 'zoekontwerp', je kunt op zoek gaan naar God, maar of je hem gevonden hebt, en op de juiste manier, blijkt pas aan het einde.

De kritiek was duidelijk. Kuitert was niet te betrappen op een openlijke ketterij, maar zette het hele geloof op een wankele basis van 'op zoek gaan'. Aantrekkelijk, ruimdenkend misschien ook, maar heel wat anders dan wat voorheen geleerd werd in de synodaal gereformeerde kerken.

Zoals gezegd, het boek is best christelijk. God is schepper en onderhouder, Christus bracht verzoening en er is een leven na de dood. Op het eerste gezicht een traditioneel verhaal.

Maar ook Kuitert ging, volgens eigen recept, op zoektocht. In de boeken die hij hierna schreef, vielen één voor één de zekerheden. Tot hij zelfs geen God in de hemel meer overhield om in te geloven.

Wat ik sterk vind is zijn reactie op Karl Barth. Bij Barth draaide het alleen nog maar om Christus. En in dat spoor een wereldgerichte beweging. Kuitert begint bij God. Hij gaat weliswaar ruwer met mensen om dan ons lief is, maar we kunnen zeker zijn van de goede afloop. Onbegrijpelijk maar te vertrouwen.

Is dit geloof het resultaat van een 'zoekontwerp'? Daar geloof ik niks van. Hoe rationeel Kuitert het ook wil benaderen, hier spreekt toch zijn aloude band met de gereformeerde spiritualiteit: het godsvertrouwen. In Psalmboek en belijdenis.
Jammer is dat Kuitert hier later vanaf dreef en in ijlere, godsdienstfilosofische sferen eindigde. En dat ondanks zijn sterk ponerende formuleringen, waarbij het moeilijk was hem tegen te spreken. In dat opzicht een ouderwetse dominee, gewend aan het gezag van zijn kansel. Voor velen een baken in de storm, voor vele anderen een reden de kerk vaarwel te zeggen.

H.M. Kuitert, de theoloog die de geschiedenis ontdekte en zijn geloof verloor | Wim Berkelaar - wimberkelaar.com

PS. Voor wie zich ongerust maakt; dit was één van de laatste boeken over geloofszaken die ik hier besproken heb. De stapel wordt dunner.

» details   » naar bericht  » reageer  

Zeker Weten: Voor Wie Geen Grond Meer onder de Voeten Voelt - H.M. Kuitert (1994) 3,0

18 december 2025, 10:08 uur

Dit boekje vond ik gisteren in Friesland en omdat het vlot leest, hier mijn leesimpressie:

Harry Kuitert maakte veel los in de kerkelijke wereld door zijn boek 'Het Algemeen Betwijfeld Christelijk Geloof' in voorjaar 1992. Dat boek werd zoveel verkocht en besproken in gesprekskringen dat er zeventien drukken nodig waren om aan de vraag te voldoen.

De gereformeerde theoloog en emeritus hoogleraar ethiek schreef al zijn twijfel aan de de geloofsbelijdenis in dit 'ABC-geloof' van zich af. En dat niet zonder venijn. Met de bedoeling bij de kern uit te komen van het godsgeloof. Die kern vond hij niet in de term ‘openbaring’. De bijbel zag hij puur als een boek van mensen: wat mensen denken over God en het leven. Zijn bekende oneliner was dan ook: ‘Alle spreken over Boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van Boven te komen.’ Het idee van God en gebod komt niet van God.

En hiermee legde hij de meetlat langs de traditie van kerk en geloof. Zijn polemiek richtte zich op het ‘zeker weten’ van de traditionele geloofsbelijdenis.
In een tijd (de jaren negentig) waarin de ontkerkelijking in versneld tempo om zich heen greep, een standpunt waarmee Kuitert vooral bij kerkleden aan de rand, of reeds daarbuiten, aanhang verwierf. Een bekend gegeven voor velen. Los van de kerk, maar niet los van het denken over het geloof. Hier zit er nog zo eentje. Ik begrijp dat wel.

De titel ‘Zeker Weten’ verscheen in december 1994 als eerste druk en al snel werd ook dit een enorm verkoopsucces. In maart 1995 was de uitgever al door de vijfde druk heen. Ieder meelevend kerklid moest weten wat Kuitert nu weer te zeggen had. Kerkleden waren tegelijk mondiger en onzekerder geworden en de eigen predikant probeerde daarin het midden te houden, te redden wat er te redden viel. Vaak met tegengesteld resultaat.

De ondertitel van dit boek luidt: 'Voor wie geen grond meer onder de voeten voelt.'
En eigenlijk is de hele titel erg grappig. Eerst deed de schrijver in zijn ABC-geloof zijn best alle zekerheid en vaste grond bij zijn lezer weg te halen en nog geen twee jaar later reikt hij de inmiddels twijfelende kerkleden zijn eigen zekerheden aan.
Na een herhaling van zetten in het eerste gedeelte van zijn boek, komt hij in het laatste stuk vanaf bladzijde 153, hoofdstuk 13: ‘Het vinden’, tot een meer persoonlijk geloofsverhaal, dat ik wel serieus wil nemen. Hier is de schrijver eindelijk eens wat kwetsbaarder.
Bevinding is een oud-gereformeerde term voor ervaren geloof. En Kuitert ziet dat als de kern van alle geloofstradities: de roep naar God in nood en de ervaring van God in het dagelijks leven. Dat is een ingewikkelde, want hoe sympathiek ook, daarmee vorm je geen gemeenschap van gelovigen. Je kunt die ervaring immers zelf opdoen, daar heb je geen kerk voor nodig. En hier vinden we al een bouwsteen voor zijn latere visie op de kerk.
Geloof is verbeelding en in dit boek voegt hij daar twee elementen aan toe: verwondering en bevinding. Het vinden van God is vooral bévinden, ervaren van wat je overkomt met Hem. Verwonderen kunnen we ons in deze wereld iedere dag. Ook dat is geloof, in het leven met onze medemens.

Hij is vooral geraakt door een versregel van Matthias Claudius (1740-1815):
"Es ist mir Einer ewig, und an allen Enden, und wir in seinen Händen.”
Hierin ligt volgens de auteur de kern van zeker weten: in Gods handen te zijn, in goed én in kwaad. Hij zegt het heel mooi:
"Niet de bevinding van het verlicht worden door de Zon der gerechtigheid, niet Hem zich in mijn innerlijk tegenwoordig voelen, maar zich binnen de reikwijdte van God weten."

Harry Kuitert levert zich hier dus niet over aan het zeker weten van een heilsleer, en ook niet - en dat is opmerkelijk - aan de directe ervaring, het gevoel, maar aan de ‘wetenschap’ binnen Gods bereik te blijven. In Zijn handen geborgen. En meer dan hij het hier wil toegeven is dat een puur Bijbelse gedachte, aan de psalmen ontleend. Toch blijft hij liever bij de de mooie uitspraak van de dichter:
“Met de regel van Matthias Claudius kan een mens de dood onder ogen zien en zelfs (en dat is soms nog moeilijker) het leven.”

Kuitert zou hierna nog een stapel boeken schrijven waarin hij zelfs afscheid moest nemen van dat geloof in God en die eeuwig dragende handen. Zijn rationeel uitpellen van de traditie leidde hem daartoe. Er is niets anders om op terug te vallen dan de menselijke ervaring. Alles komt van hier beneden en daar blijft het ook bij. Kuitert was een radicalist wat dat betreft. En vanuit zijn gereformeerde traditie een scherpslijper. Een lastige debater.

Het mooie van dit boekje neem ik mee en constateer dat Kuitert na dertig jaar uit de tijd is. De vragen zijn veranderd. En vooral: de vragende kerkgangers van destijds, zoals mijn ouders, leven niet meer. Begrijpelijk dat je in iedere kringloopwinkel stapels 'Kuiterts' tegenkomt voor een habbekrats, naast die dikke verhaalboeken van Nico ter Linden. Een zekere tragiek zit hier wel in, voor wie is opgegroeid met een geloof dat vertrouwen betekende. Maar ook de twijfel blijkt aan slijtage onderhevig. Het lijkt alsof op den duur niets meer zeker is. 'Zeker weten' is onbedoeld een cynische titel geworden.

» details   » naar bericht  » reageer  

Godencirkel en Andere Verhalen - J.M.A. Biesheuvel (1986) 4,5

17 december 2025, 19:21 uur

Het woonhuis van de auteur 'Sunny Home' in Leiden, hier op de omslagfoto, is na het overlijden van de beroemde bewoners allang in andere handen overgaan en staat er weer fraai opgeknapt en geschilderd bij. Eva overleed in 2018, Maarten in 2020.
Deze bundel korte verhalen is één van de mooiste van de schrijver uit zijn latere periode. Biesheuvel heb ik vanaf mijn jeugd veel gelezen. Ik had meestal niet het geduld voor een roman en de korte verhalen van de verhalenverteller brachten me in korte tijd in een andere wereld, de kleine wereld ook wel van Maarten met zijn bijzondere opmerkingsgave voor zaken waaraan de meeste mensen voorbijgaan. Het kleine uitvergroot en de auteur bewandelde het smalle pad van de verwondering, tussen absurditeit en alledaagsheid.

Nu met de kerstdagen denk ik weer even met weemoed aan zijn moeizame levensdagen. En ik hoor de nasale opgewekte, wat ondeugend jongensachtige, stem van de schrijver als hij een kort verhaal voorlas voor de VPRO-radio, op de late vrijdagavond. Ook uit deze bundel.
Eén van de meest opmerkelijke Nederlandse auteurs. Niet de grootste, dat wist hij zelf ook wel. Bijna blind bewonderde hij Nabokov en zijn grote vriend Karel van het Reve. De vriendschap met Maarten 't Hart, die hij uit de Leidse schrijverskring kende, bekoelde. 't Hart kon de psychische grilligheid van zijn vriend niet langer meer verdragen, maar later hebben ze dit bijgelegd. Het valt op als je de korte verhalen van 't Hart en Biesheuvel uit de jaren zeventig naast elkaar legt, hoeveel overeenkomsten die twee hadden.

In dit boek een verzameling prachtige verhalen. Een kort verhaal schrijven is een kunst apart. Veel romanschrijvers verkijken zich daar op. In een paar regels een hele wereld neerzetten, dat vraagt talent en meesterschap en meer nog vertrouwen op de spontane invallen. En ik geloof ook dat het bij Biesheuvel niet altijd lukte. Na zijn dood schijnen er nog heel wat verhalen uit zijn prullenbak gevist te zijn. Of die publicatie verdienden is dan wel de vraag.
Tot slot een stukje uit het laatste, sterk autobiografische, verhaal van dit boek, 'Juist hij!', waarin we ook wel iets van zijn Russische voorliefde herkennen:
(reactie op ander bericht)


Veel leesplezier!

» details   » naar bericht  » reageer  

Weg naar het Licht en Andere Verhalen, De - J.M.A. Biesheuvel (1977) 4,5

17 december 2025, 19:20 uur

De vierentwintig verhalen in deze bundel behoren tot de beste van Biesheuvel. Zoals altijd hebben niet alle verhalen een sterk plot. Dat is dan weer het voordeel van het korte verhaal: je slaat om en begint aan het volgende. Wel zijn het stuk voor stuk verhalen in de prachtige naïeve stijl van de auteur. Grappig, vol onverwachte wendingen, ontroerend en goudeerlijk, ook als de schrijver alles heeft verzonnen, wat hij dan ook niet verborgen kan houden. Een prachtige bundel. De schrijver:
(reactie op ander bericht)

uit: Maarten Biesheuvel in gesprek met Boudewijn Büch, augustus 1984.

» details   » naar bericht  » reageer  

Herinneringen aan Godfried Bomans - Michel van der Plas e.a. (1972) 4,0

17 december 2025, 18:43 uur

De loftrompet die had moeten klinken op de zestigste verjaardag van Bomans, kreeg onverwacht een jaar eerder de weemoedige klank van een laatste eer voor de overledene. In zijn ‘biografische kalender’, zoals genoteerd door Michel van der Plas vinden we als in telegramstijl: “1971. 22 december. Godfried Bomans overlijdt, 58 jaar oud, plotseling, na een hartaanval en een korte maar moeilijke doodsstrijd, te 0.45 uur in zijn woning te Bloemendaal. Hij heeft 64 boektitels op zijn naam staan.”

Ongekend hoeveel publiciteit er was rondom dit overlijden van een auteur. Bomans was niet alleen een schrijver (hij schreef geen romans, wel verhalen en jeugdboeken, en vooral boeken met verzamelde 'stukjes’, zoals ook Simon Carmiggelt), maar ook een bekende persoonlijkheid van radio, TV en publieke optredens in het land. Godfried Bomans was overal voor in. Een nationale figuur. Ongekend veel belangstelling dus rondom zijn dood. De eerste druk van dit gedenkboek was van mei 1972 en een maand later was er al een tweede en derde druk.

Dat brengt ons op de vraag hoe hij door de literaire kritiek werd gewaardeerd. Bomans’ werk, hoe spitsvondig en geestig vaak ook, werd niet tot de literatuur gerekend. Het zal de schrijver, die beslist wel ijdel en zelfingenomen was, al was het vaak een pose, toch wel zeer gedaan hebben. De enorme rij aan grafredes die in dit boek voorbij komt, laat echter zien dat hij wel degelijk ook vele literaire vrienden had, in Nederland en België.

Maar toch, het was een stijl die we archaïsch kunnen noemen. Bomans speelde graag met verouderde woorden en zegswijzen. Hij vertegenwoordigde een conservatieve beoefening van de Nederlandse taal, op z’n Haarlems best. En zijn humor zat ‘m vooral in het doorbreken van de conventie door een geestig woord, een kwinkslag, een banale opmerking, liefst op een ongepast moment, zoals op het Grand Gala du Disque 1963. Op die momenten had hij de zaal plat, al overschreed hij de grenzen van de grap door zijn gespeelde klunzigheid. Iets dergelijks maken we vandaag de dag niet meer mee. De betekenis van een woord als ‘geestig’ is ons ontglipt. Daarmee merk je bij het lezen van dit boek dat er een kloof gaapt tussen de wereld van 1971 en die van nu.

Het hele maatschappelijk leven is veranderd, Haarlem is veranderd, de wereld van de academici is veranderd, men spreekt geen Latijn meer met elkander, het klassieke pak word niet meer gedragen, het Rijke Roomse Leven bestaat niet meer en de media zitten vandaag niet echt meer te wachten op de bespiegelingen van een in bruin pak gehesen, wat ouwelijk aandoende, pijprokende schrijver. Bomans was uniek, maar dan wel in zijn tijd.

Of dat jammer is en te betreuren, daar ga ik niet over. Ik ben geboren in 1962 en meen toch heel wat veranderingen te hebben meegemaakt. En herken de veranderde tijdgeest.
Van Bomans herinner ik me zijn serie programma’s met Jan van Hillo op TV: ‘Bomans in triplo’. We keken daar thuis wel naar destijds, al was ik jong. Later las ik zijn omnibussen met verhalen. Zijn stem heb ik nog op grammofoonplaat.

Ook ik ervaar de verhalen van Bomans vaak als stoffig en knus ouderwets, maar ik lees daar doorheen en ontmoet dan een onzekere, nieuwsgierige en toch wel erg aardige man die van het leven houdt en geen vlieg kwaad doet. Een man met een soort Brits optimisme dat net zo moedig als kwetsbaar is. Zelden stelt het lezen van zijn verhalen je teleur.

De laatste jaren van zijn leven werd hij serieuzer, ging hij dieper in op de grote vragen van het leven, hoefde ook minder te scoren als conferencier. Dat lees je ook terug in veel van de bijdragen in dit boek. Eigenlijk was Bomans al heel lang bezig met het thema dood. Het was voor hem dagelijkse realiteit. Het spookte rond in zijn geest. In het licht van die dood werd alles betrekkelijk. Heel mooi vind ik hier de bijdragen van stadgenoot Harry Mulisch en Simon Carmiggelt.

En dan mis je ook wel een paar namen, zoals die van W.F. Hermans. Maar ja, die was van de literatuur en dat was in die dagen toch nog een zaak van onderscheid. Bomans was meer een volksheld, zonder zijn stijl te verliezen. Een man die de deugd van het relativeren beheerste, je ook de andere kant van de werkelijkheid liet zien en niet oordeelde. Die de problemen niet uit de weg ging, zoals bleek in zijn belevenissen op Rottumerplaat, in 1971, waar hij er helemaal doorheen zat. Zelf niet vrij van ondeugden, zoals de recente biografie van Gé Vaartjes ons wil onthullen: Vleugelman: Godfried Bomans 1913-1971 - Gé Vaartjes (2025) Een auteur, bijna vergeten, misschien toch van wat groter formaat dan de literaire kritiek hem toestond.

» details   » naar bericht  » reageer  

Kind van de Rekening: Het Rechtsherstel van de Joodse Oorlogswezen 1944-2004 - Elma Verhey (2005) 4,0

17 december 2025, 18:38 uur

In 1991 verscheen het eerste boek van journaliste Elma Verhey over de joodse oorlogskinderen: Om het Joodse Kind - Elma Verhey (1991)
Daarin beschreef ze hoe kinderen uit joodse gezinnen in de periode 1942 tot 1944 werden ondergebracht bij pleegouders, van veelal christelijke (gereformeerde of katholieke) huize.

In 1944, al voor de bevrijding, werd door de regering in Londen de Commissie Oorlogspleegkinderen opgericht. Het naderende probleem werd wel gezien. Voorzitster was Gezina van der Molen, juriste en moedig verzetsstrijder, maar een vrouw met weinig pedagogisch inlevingsvermogen. Over haar heeft de auteur wel een en ander te melden. Want hoewel de commissie neutraal wilde zijn - het woord ‘joods’ werd zorgvuldig vermeden - werd het duidelijk dat na de bevrijding vele oorlogspleegkinderen niet terug gingen naar hun joodse familieleden, voor zover ze de concentratiekampen hadden overleefd.

Naar de toenmalige inzichten (van Anna Freud) werd dat niet gewenst geacht voor het kind. En zeker nu ze in christelijke gezinnen waren opgegroeid, en vaak als baby in het gezin opgenomen, zou dat maar verwarring geven. Ongeveer 4000 joodse kinderen overleefden de oorlog in Nederland. Waarschijnlijk meer, maar van velen zijn de sporen gewist. De kinderen kregen een andere naam, wisselden van pleegouders of werden door zionistische organisaties meegenomen naar kindertehuizen in Palestina.

Ook de geloofskwestie speelde een rol, vooral in katholieke gezinnen. Pastoors weigerden vaak medewerking om joodse kinderen, die inmiddels katholiek gedoopt waren, terug te laten keren naar hun joodse familie. Dat was geloofsafval. Bekend werd de ontvoering na de oorlog van Anneke Beekman, die naar een Belgisch klooster werd gesmokkeld om aan terugkeer naar haar joodse familie te ontkomen. De ontvoerders en onderduiktantes, de dames van Moorst, werden uiteindelijk na jaren getouwtrek berecht.

Wat dit voor de kinderen zelf moest betekenen, vooral als ze zich hiervan later bewust zouden worden, was weinig belangstelling. Er werd een strijd geleverd over de kinderen. Kinderloze echtparen die in de oorlog een joods kind hadden laten onderduiken, met alle risico’s van dien, wilden vaak dit kind na de bevrijding niet meer afstaan.

In dit tweede boek, dat in 2005 verscheen, gaat Elma Verhey verder met haar onderzoek. En nu vooral naar de financiële kant van de kwestie van de joodse pleegkinderen. Veel joodse kinderen waren als wees erfgenaam geworden van hun joodse ouders en familieleden. Waar bleef dit geld? Verhey komt tot schokkende conclusies. Ook toen in de jaren zeventig duidelijk werd dat veel geld was weggesluisd naar organisaties en stichtingen, werd, om de lieve vrede, geen verder onderzoek gedaan. Het was beter de zaak te laten rusten. Toen echter in 1999 de herstelbetalingen aan de joodse oorlogsslachtoffers op tafel kwam, was dit voor Verhey aanleiding haar dossieronderzoek te vervolgen.

Behalve de emotionele en psychische last die de overlevenden moesten dragen, het afnemen van hun joodse ouders, familie en identiteit, kwam daarbij de wetenschap dat ze ook hun familiebezit waren kwijtgeraakt aan ‘weldoeners’ die voor de rechten van het kind geen echte belangstelling hadden getoond. De bevrijding op 5 mei 1945 maakte voor deze kinderen geen einde aan de oorlog.

Een zakelijk maar indrukwekkend, ontnuchterend verslag.

» details   » naar bericht  » reageer  

Kijken in de Ziel: Psychiaters over Hun Vak en over Zichzelf - Coen Verbraak (2009) 4,0

17 december 2025, 18:38 uur

stem geplaatst

» details  

Joodsche Riten en Symbolen - S.Ph. de Vries Mzn. (1932) 5,0

Alternatieve titel: Joodse Riten en Symbolen, 17 december 2025, 18:38 uur

stem geplaatst

» details  

Joods Labyrint - Nol de Jong (2000) 3,5

17 december 2025, 18:38 uur

Dit schrijversdebuut van Nol de Jong (1947) verscheen vijfentwintig jaar geleden en zorgde voor nogal wat ophef in de pers destijds. De schrijver, zelf joods moet ik er meteen maar bij vertellen, schreef een thriller met als hoofdpersoon Otto Aaron Kant, directeur van de Eerste Joodse Verzekeringsbank. Alles, ook deze bank natuurlijk, is fictief.

Kant herinnert zich de merkwaardige sollicitatieprocedure. Hij was joods, dat was vereiste, maar niet religieus of zionistisch. Hij wilde gewoon zichzelf zijn. Behalve met het bestuur en de adjunct-directeuren had hij ook te maken met de orthodoxe rabbijn van de bank die over het halachische (Joodse traditie die gebaseerd is op de Thora) karakter moet waken. Kant, die een onberispelijke staat van dienst heeft, wordt in een persoonlijk gesprek doorgezaagd over zijn standpunten en krijgt de goedkeuring van de rabbijn. En al gauw blijkt dat het bij de bank gaat om andere zaken dan alleen financiële.

Op een nacht wordt er aangebeld en Otto wordt tot zijn verbijstering van zijn bed gelicht door een drietal rechercheurs. Hij denkt meteen aan een misverstand en heeft geen idee waarom hij wordt gearresteerd. Otto Kant wordt opgesloten in de G.P.I., wat staat voor Grote Penitentiaire Inrichting, ergens buiten de stad. Hij ontdekt dat hij daar als enige wordt vastgehouden. En vraagt zich terecht af of dit complex alleen voor hem werd neergezet. Van medegevangenen geen spoor. De nachtmerrie draait op volle toeren.

Nu wordt het bizar. Zonder duidelijke aanklacht moet de man verschijnen voor de Rechtscommissie voor Ideologische Misdrijven. Kant wordt verweten dat hij fraude heeft gepleegd met gelden van in de oorlog omgekomen klanten, joden die als het ware voortleven in het vermogen van de bank. Dat hij dit gebruikte om de bank voor de toekomst te moderniseren, wordt hem door de commissie zwaar aangerekend.

Een bizar verhaal, goed geschreven, maar na enkele hoofdstukken neemt de geloofwaardigheid af. Mede door de onrealistische rechtsgang. En dan blijkt uit de lange zelfreflecties van de hoofdpersoon - hij zit immers eenzaam en zonder schoenveters in zijn kale cel - dat hij zijn eigen joodse leven doorlicht, het hele oorlogsverhaal en dat van zijn familie. Kant is geboren in 1946, de schrijver in 1947 en hier voel ik wel de sterke overeenkomst tussen schrijver en Otto Kant.

Waar het boek dan ook werkelijk over gaat, is de verborgen psyche van de tweede generatie oorlogsslachtoffers. De kinderen die na de oorlog in een joods gehavend gezin werden geboren en de last dragen van hun familieverleden. En die last draait hier vooral om: paranoia. Het idee een vreemdeling te zijn, gevolgd en vervolgd te worden, opgepakt te kunnen worden, zoals in de nazi-tijd. Een achterdocht die ook herkenbaar is in de onderlinge verhoudingen tussen joden. Ben ik wel joods genoeg? Maar ook: kan ik me als naoorlogse jood losmaken van mijn achtergrond? Parallellen naar nu zijn herkenbaar, denk ik.

Niet voor niets is de schrijver in het dagelijks leven psycholoog. Dat aspect van zijn overigens niet echt spannende boek (het loopt 'goed' af) , wordt hier wel heel diepgaand uitgewerkt. Je moet dus wel even begrijpen wat je hier leest. Naar mijn idee het eerste boek dat zo openlijk over deze interne spanningen binnen de joodse gemeenschap schrijft. Indirect, in de vorm van een thriller. Maar daarom niet minder duidelijk. Ik ben benieuwd hoe de auteur daar nu in staat en wat het schrijven van dit boek hem heeft opgeleverd.

» details   » naar bericht  » reageer  

Jodendom: Een Heldere Inleiding - Lou Evers en Jansje Stodel (1999) 5,0

17 december 2025, 18:38 uur

Hét Jodendom bestaat niet, lezen we al direct in de inleiding. Wel zijn er leefregels en is er een duidelijke definitie wie Jood is: Jood of Jodin is iemand die uit een Joodse moeder is geboren of met rabbinale toestemming Jood is geworden. Daarmee is nog niet veel gezegd, want het beleven van die Joodse identiteit kan op heel verschillende manieren tot uiting komen. Er is het godsdienstige aspect, het behoren bij een volk, een lotsverbondenheid in verleden en heden, er zijn Joden die 'er wel wat aan doen' en niet minder die 'er niets meer aan doen'. En dan zijn er nog de verschillende stromingen binnen het Jodendom: het Chassidisme, het Zionisme, de Orthodoxie en het Liberale Jodendom.

Duidelijk is dat het in het Jodendom vooral gaat om het léven. Het Jodendom is geen filosofie, een overdenking, het is een leefwijze, een cultuur, een vieren van de traditie.
Wat in dit boek opvalt is vooral de plaats die de feesten innemen. Joods geloof is een vrolijk samen vieren in de gemeenschap van de synagoge.
In dit boekje, geschreven door Lou Evers (leraar Frans aan het Joods Lyceum Maimonides, overleden in 2016) en aangevuld en geactualiseerd door zijn vrouw Jansje Stodel wordt het allemaal uit de doeken gedaan. Een schat aan informatie voor iedere geïnteresseerde. Een hoofdstuk over 2000 jaar na-bijbelse geschiedenis in Europa ontbreekt niet in dit boek. Een verhaal van vreemdelingschap en vervolging tot de altijd weer diep schokkende cijfers:
'Van de 140.000 Joden die Nederland in 1940 telde, werden meer dan 100.000 in de vernietigingskampen omgebracht. Degenen die wel terugkeerden of uit hun schuilplaatsen tevoorschijn kwamen, troffen chaos en leegte aan. Het is aan hun onvoorstelbare kracht, hun inzet en doorzettingsvermogen te danken dat zij, alle verdriet en pijn ten spijt, erin geslaagd zijn na deze ramp nieuw Joods leven op te bouwen.'

Een helder geschreven en zeer verzorgd uitgegeven boek.

» details   » naar bericht  » reageer  

Jezus: Het Verhaal van een Levende - Edward Schillebeeckx (1974) 4,0

17 december 2025, 18:38 uur

Edward Schillebeeckx (1914-2009) was een in Antwerpen geboren theoloog, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen en adviseur van de Nederlandse bisschoppen bij het Tweede Vaticaanse Concilie.
Met dit boek, Jezus: het verhaal van een levende (zonder hoofdletter), leverde hij zijn grootste werk af. Een doorwrochte studie vanuit historisch kritisch perspectief, wat betekende dat hij de leerstellingen van de kerk niet meer als uitgangspunt nam en tot verrassende eigen conclusies kwam op grond van exegese van de synoptische evangeliën.

Het Vaticaan had de theoloog inmiddels in het vizier gekregen en deed in het geheim jarenlang onderzoek naar de man, wat volgens sommigen leek op een middeleeuwse ketterjacht. Uiteindelijk werd Schillebeeckx ter verantwoording ontboden in Rome maar werd er geen veroordeling uitgesproken, eenvoudig omdat er niets te bewijzen viel dat in strijd was met de leer van het Nieuwe Testament.

Dit werk is grondig en diepgaand en daardoor ook geen gemakkelijk leesvoer. De structuur van het boek, in vier delen, met daarin secties en hoofdstukken, is ingewikkeld. Je krijgt de indruk van een verzameling essays, door dwarsverbanden bij elkaar gebracht. Voordeel is dat je, zonder het betoog te missen, een los hoofdstuk kunt lezen. De theoloog is genuanceerd, wikt en weegt, raadpleegt zoveel bronnen als hij maar kan vinden en waagt zich niet aan onbewezen standpunten. Modieuze 'slogans' worden ontkracht. Het is daarom wetenschappelijk van hoog niveau. Maar duidelijk wordt wel dat na afschrapen van middeleeuwse theologische lagen er een frisse kennismaking ontstaat met de mens Jezus van Nazareth. Anders dan gebruikelijk in leer en praktijk van de R.K. kerk en dichterbij de mens van nu (anno 1973, het jaar van schrijven).

Een man van gezag, vaak geciteerd door andere onderzoekers (niet in de laatste plaats door cineast Paul Verhoeven) en dit boek vond ook zijn weg naar vele ‘leken’, alleen al in Nederlandse versie in 10 drukken en vele oplagen verschenen. Voor velen een man van hoop, die een weg baande vanuit starre orthodoxie naar een levend geloof. Naar begrippen van toen, links georiënteerd, een theologie van 'bevrijding'. Evenals het geloof van de vroegste gemeente: toekomstgericht en goed nieuws (evangelie) voor álle mensen maar vooral voor de gemarginaliseerden (de tollenaar, de kreupele, de lamme, de blinde) in de samenleving.

Opnieuw een boek uit nalatenschap naar me toe gerold wat ik met interesse heb gelezen (en soms doorgeworsteld). Daardoor ook geprikkeld, als niet-kerkelijk mens, me te verdiepen in wat de theologie en vooral het opmerkelijke verhaal van Jezus me te zeggen heeft. Een inhaalslag, zo voel ik dat en nodig om een eigen standpunt te vinden. Inmiddels kan ik een Top 5 van Jezusboeken maken, waarvan vier maar liefst door niet-theologen geschreven. In volgorde van belang:

1. Jezus: Het Verhaal van een Levende - Edward Schillebeeckx (1974) - BoekMeter.nl
2. Jesus: A Life - A.N. Wilson (1992) - BoekMeter.nl
3. Jezus & De Vijfde Evangelist - Fik Meijer (2015) - BoekMeter.nl
4. Jezus van Nazaret - Paul Verhoeven (2008) - BoekMeter.nl
5. Jezus. Een Biografie: Mythe en Werkelijkheid - Lambert J. Giebels (2004) - BoekMeter.nl

» details   » naar bericht  » reageer  

Jezus & De Vijfde Evangelist - Fik Meijer (2015) 4,0

17 december 2025, 18:38 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren

» details  

Jesus: A Short Life - John Dickson (2008) 3,5

Alternatieve titel: Jezus: Een Kort Leven, 17 december 2025, 18:38 uur

Mijn vrouw zegt weleens: ‘Zit je nu alweer in een jezuschristusboek te lezen?’ en ze kijkt er een beetje plagerig bij. Ja, een beetje vreemd is dat misschien wel. Maar dit is het laatste boek van de stapel over de Man van Nazareth en dan ben ik erdoorheen en er uit, als het goed is. Ongeveer anderhalf jaar geleden ontstond mijn interesse in het onderwerp ‘onderzoek naar de historische Jezus’. En mijn fascinatie had het doel waarheid van aankoeksel en verzinsel te onderscheiden. Niet direct geloven wat de kerkelijke traditie zegt, maar de wetenschap de ruimte geven voor een eventueel kritisch tegengeluid.

Nu dit laatste (denk ik) boekje over Jezus. John Dickson (1967, Sidney, Australië) is een in de Engelstalige wereld bekende schrijver van boeken over christelijk geloof en is zelf gelovige, maar kijkt niet zonder kritische blik naar de geschiedenis van deze, in Westerse vorm gegoten, religie uit het Midden-Oosten. De beeldvorming heeft wel wat gedaan door de eeuwen heen. In dit royaal met kunst, landkaarten en tabellen geïllustreerde werkje maakt de auteur duidelijk dat er naast de vele onbewijsbare ‘aanwijzingen’ ook voldoende bewijsmateriaal ligt om de woorden en daden van Jezus, zoals doorgegeven door de vier evangelisten, serieus te nemen.

Tja, als je gelooft, dan zie je ook bewijs. Geloof je niet, dan is ieder bewijs van twijfelachtige kwaliteit. Er kan immers mee geprutst zijn door de eeuwen heen. Maar dat vraagt dan om een regie die zeer onwaarschijnlijk is. Wetenschappers laten zien dat de teksten van de evangeliën voor 95 tot 99% betrouwbaar zijn overgeleverd. Er zijn overschrijffouten, maar heel dramatisch zijn die niet. Het gaat om geschriften en gedachten uit een antieke wereld. Dus over ervaringen die we zo niet meer kennen of anders benoemen. Je kunt in een wonder in Jezus’ tijd geloven, maar het niet meer in eigen tijd en leven zo kunnen meemaken. Ons wereldbeeld is veranderd en blijft nog steeds veranderen door de tijd. We moeten het doen met die oude verhalen en ze vertalen naar nu. Het Nieuwe Testament is klaar en ondanks wat sekten beweren, is er geen ‘update’ beschikbaar.

En zo komen we ook na lezing van dit boek uit op de regel, dat een Jezus-biografie vaak meer zegt over de mening van de auteur, dan over de onweerlegbare feiten. Discussie blijft mogelijk. Met een boekje vol bewijzen in de hand word je nog geen christen. Historiciteit is één ding, je geraakt weten door de woorden van Jezus is nog wat anders. Dat de auteur zijn eigen overtuiging laat meespelen is natuurlijk geen probleem. Hij zet de vragen nog eens op een rij en trekt zijn conclusies. Goed onderbouwd maar niet vanuit ijzeren zekerheden. Er blijft nog genoeg te vragen en te ontdekken. En misschien ook te twijfelen. Het blijft immers een sterk verhaal.

» details   » naar bericht  » reageer  

Jacobsladder, De - Maarten 't Hart (1986) 4,5

17 december 2025, 18:37 uur

stem geplaatst

» details  

Ja, Dat Geloof Ik (en Wel Hierom) - Eginhard Meijering (2015) 3,5

17 december 2025, 18:37 uur

In deze pocket legt emeritus lector theologiegeschiedenis Eginhard Meijering (1940) verantwoording af van zijn geloof. De theoloog is Remonstrants en van daaruit noemt hij zich vrijzinnig. Vrijzinnigheid is die stroming binnen het protestantisme die de bijbel en de belijdenisgeschriften wel als inspiratiebron ziet, maar er geen richtlijnen aan ontleent om te geloven. In de praktijk komt dat meestal neer op een algemeen godsgeloof zonder verheven christologie.

Sinds de Verlichting (vanaf eind zeventiende eeuw) is het kritisch bijbelonderzoek op gang gekomen en is aangetoond dat veel bewijs op grond van bijbelteksten geen stand houdt. Van letterlijk schriftgezag kan daarom geen sprake zijn. Vrijzinnigen zijn gelovigen die hun geloof vooral op eigen inzicht en ervaring inrichten en elkaar daarin vrij laten. In kerkelijk verband een uiterst kleine beweging in Nederland overigens. De reden om nog naar de kerk te gaan ontbreekt kennelijk.

Meijering noemt zich dus vrijzinnig, maar zegt er meteen bij dat je als vrijzinnige vrij bent om zo orthodox te zijn als je wilt. In zijn beknopte bespreking van de eeuwenoude Geloofsregel of Apostolische geloofsbelijdenis kan hij daarom voorbijgaan aan bepaalde bovennatuurlijke zaken waar de Bijbel over spreekt, maar tegelijk vasthouden aan het feit dat de komst van Jezus beslissend is geweest voor de heilsgeschiedenis van God met de mensen. Daarmee geeft hij een vrijzinnig orthodox antwoord. Een interessante positie in theologen-land, maar tegelijk ook enigszins eenzaam. Hij staat buiten het debat. Zowel door rechtzinnigen als vrijzinnigen gewantrouwd. Daarbij houdt hij vast aan zijn wetenschappelijke inzichten en is daarin origineel te noemen.

In dit boekje spreekt hij vooral persoonlijk als gelovige. Moeilijke termen worden vermeden en dat gaat de geleerde schrijver niet altijd goed af. Je merkt een worsteling om zijn gedachten eenvoudig te verwoorden. Daarbij heeft hij de neiging met lange bijzinnen te werken en moet ik nogal eens teruglezen om te begrijpen wat hij precies bedoelt. Duidelijk is dat de schrijver niet alleen af wil gaan op het geschreven woord, maar het geloof vooral tot leven ziet komen in het aangesproken worden, het uitgesproken belijden van dat geloof. Daarmee komen we op de onmisbaarheid van de traditie, de mondelinge overlevering als bron. Dat mensen een bijbel in huis hebben en kunnen lezen is immers een betrekkelijke nieuwigheid. De traditie, met daarin de geloofservaringen van vele generaties, was er eerder.

In de appendix heeft de schrijver de credo-tekst van de nationale synode van 2010 opgenomen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Institutio Christianæ Religionis - Johannes Calvijn (1536) 4,0

Alternatieve titel: De Institutie, 17 december 2025, 18:37 uur

Even over nagedacht hier wat bij te schrijven, maar toch gedaan ...

Calvijn en Calvinisme staan ongeveer in dezelfde verhouding als Karl Marx tot de Marxisten en Darwin tot de Darwinisten, Zodra er een ‘isme’ ontstaat moet je oppassen. Een ideologische rechtlijnigheid, voorgestaan door volgelingen, ligt op de loer.

Zoiets is er dus wel aan de hand met Calvijn. Jehan of Jean Cauvin groeide op in de Noord-Franse stad Noyon en studeerde rechten in Orléans en Bourges waarna hij in 1532 de doctorstitel behaalde. Geen theoloog dus, al had zijn vader hem liever een priesteropleiding laten volgen, maar een jurist. En daarom goed vertrouwd met de debatstijl van die dagen: de polemiek.
In 1533 raakte Calvijn bevriend met aanhangers van het humanisme die een reformatie voorstonden en sloot zich bij hen aan. In 1535 week hij uit naar Basel waar hij de reformatoren Bullinger en Farel ontmoette. Met Luther heeft Calvijn nooit gesproken.
Vermoedelijk ergens onderweg tussen Frankrijk en Zwitserland legde hij de basis voor zijn hoofdwerk: de Institutie, een werk dat hij in de loop der jaren steeds verder uitbreidde, tot in 1559 de vijfde en laatste versie verscheen. Calvijn stierf in 1564.

De eerste versie, gedrukt in 1536, gelezen in de vertaling door dr. W. van ‘t Spijker, uitgegeven in 1992, laat zien dat de typisch Calvijnse onderwerpen zoals ‘voorbeschikking en uitverkiezing’ nog helemaal geen rol spelen in de uitleg van de geloofsbelijdenis. Deze thema’s komen pas in de laatste editie van 1559 uitgebreid aan de orde en hebben, vooral in Nederland, voor een droefgeestige geloofshouding gezorgd. Ook de felle strijd tussen remonstranten en contra-remonstranten, vindt zijn wortel in de leer van Calvijn, zoals hij die in later jaren ontwikkelde. We hebben er een mooie Statenbijbel aan overgehouden maar ook heel veel ellende.

Calvijn draafde dus door, mogelijk door teleurstellingen gevoed en verloor zich in deterministische bespiegelingen. Zo kwam hij tot het angstwekkende ‘dubbelbesluit’: van eeuwigheid verkoren óf eeuwig verworpen. Van een ‘eeuwige verwerping’ vinden we in de eerste editie nog niets. Het behoud ligt vast in Gods besluit, waarvan hij zegt: “ook al zou het gehele wereldbestel wankelen, zij zal zelf niet te gronde gaan en ineenstorten”. In een tijd van grote kindersterfte en pest was de dood en de eeuwigheid altijd dichtbij. De eeuwige bestemming was dus echt wel een onderwerp. Werd je behouden?
“Wij dienen met betrekking tot de kerk zo te geloven dat wij, steunend op het vertrouwen in de goddelijke goedheid, het voor ontwijfelbaar zeker houden, dat wij ertoe behoren.” (91)
En met ‘kerk’ bedoelde hij niet de organisatie, en al zeker niet de paus, maar het volk dat bij God hoort en overal te vinden is.

Ontwijfelbaar zeker was dus de oorspronkelijke reformatorische opvatting.
Maar waarom dan toch die verdere ontwikkeling die Calvijn zo’n slechte naam bezorgde?
Hier sta ik voor een raadsel. En het vergt een jarenlange studie hierover iets zinnigs te zeggen.

Ook opmerkelijk is de bijna revolutionaire toon tegenover de machthebbers. In Frankrijk met name het bewind van koning Frans, waaraan Calvijn zijn boek opdraagt. De regeerders wil Calvijn in principe best eerbiedigen als heersers, maar …
“ Wanneer zij iets bevelen dat tegen Hem ingaat, dan hebben wij daaraan geen plaats te bieden. Het telt niet. En wij moeten ons hier niet bekommeren om heel die waardigheid, waarmee de overheden bekleed zijn. Aan haar geschied geen enkel onrecht, wanneer zij gedwongen wordt haar eigen plaats in te nemen vanwege die geheel enige en waarlijk hoogste macht van God.” (316)

Zo bevrijdend humanistisch dacht Calvijn dus in die tijd. Al dat machtsvertoon: het telt niet voor God en dus hoeft de gelovige zich niet te onderwerpen aan wie dan ook, behalve aan zijn God. Al moet ook gezegd worden dat het een kleine stap is naar de theocratie. Een systeem waarin de predikant of de ayatollah het laatste woord heeft.

Zoals ik al begon: Calvijn en calvinisme zijn twee zaken die niet synchroon lopen. Calvijn was een mens, die tijdens de reformatie een rol gespeeld heeft, maar ook zelf, eenmaal op zijn positie in Genève, zich van machtspolitiek bediende. Ik hoef slechts de naam van Michael Servet te noemen in dit verband. Een zwarte bladzijde. Die donkere kant heeft zich voortgezet in het gereformeerd calvinisme. Vooral het determinisme van het zoeken naar 'kenmerken van genade' door 'bevinding'. Het bevrijdende van de reformatie liep toch eerder langs de weg van doopsgezinden, humanisten en liberale gelovigen. Een vrij geloof, onafhankelijk van wat machthebbers en kerkvorsten daarvan vinden.

» details   » naar bericht  » reageer  

Inleiding tot de Verwondering - Cornelis Verhoeven (1967) 5,0

17 december 2025, 18:37 uur

stem geplaatst

» details  

In Europa: Reizen door de Twintigste Eeuw - Geert Mak (2004) 4,0

17 december 2025, 18:37 uur

stem geplaatst

» details  

Ik Die Verborgen Ben - F. Weinreb (1967) 4,0

17 december 2025, 18:37 uur

Het opmerkelijke van het boek Esther is dat het als enige boek van de Bijbel de naam van God niet noemt. God is verborgen in het verhaal. En dat is dan ook de betekenis van de naam Esther: ik die verborgen ben.

Friedrich Weinreb schreef dit tweede grote werk na zijn De Bijbel als Schepping (1963). Gaat hij in dat eerste boek vooral in op de getalswaarde van de hebreeuwse woorden en namen en verklaart hij de samenhang, in dit tweede boek gaat het meer over de onbekende weg van God door de geschiedenis. Dat God onzichtbaar is en geen plaats heeft in deze wereld heeft als diepe reden dat de mens ‘om niet’ zal kiezen voor het goede. Geen straf of beloning, maar een vrije keuze van de mens voor het echte ware leven. Vanuit dit perspectief zwijgt de Bijbel dan ook over een hiernamaals of hemel. God wacht op deze mens.

De schrijver vertelt:
“Ik moet aan een chassidisch verhaal denken. Het zoontje van een van de bekende chassidim-rebbe’s komt huilend bij zijn vader. Hij had met een vriendje verstoppertje gespeeld en was erin geslaagd een uitstekende plaats te vinden om zich te verbergen.
Daar zat hij dan en wachtte. Hij stelde zich voor hoe het vriendje overal zocht, gespannen om hem te vinden, en hij zat daar zelf in opwinding met de vraag hoe lang het wel zou duren voordat hij gevonden werd. Het duurde inderdaad lang. Vreemd lang. En wat hem nog vreemder voorkwam was dat hij al de tijd eigenlijk het vriendje niet gehoord had in zijn anders toch moeilijk onhoorbaar te maken zoek-activiteiten. Ten slotte verliet hij zijn verbergplaats om te zien wat er gaande was. En nu ontdekte hij dat het vriendje vrijwel onmiddellijk naar huis was gegaan om met andere kinderen andere spelletjes te doen en dat hij voor niets zulk een interessante verstopplaats had gevonden, en dat hij voor niets alle tijd had gewacht. Diep teleurgesteld, huilend, vertelde hij de hele historie aan zijn vader.
Deze luisterde stil. En toen stroomde ook de vader de tranen over de wangen. ‘Zo verbergt zich ook de shechinah (de aanwezigheid van God) voor ons, opdat wij haar zoeken. En wij, wij doen andere spelletjes en laten haar zitten. En zij wacht maar en wacht.’ “ (71).

"Het verbergen van God is inderdaad opdat wij hem zoeken. Het zoeken van God is immers leven, is de eigenlijke oorzaak van het leven." (72)

We zijn hier in de wereld van de Joodse mystiek, die met zweverigheid weinig van doen heeft, maar heel concreet gericht is op het leven.
Een niet minder dan fascinerend boek.

» details   » naar bericht  » reageer  

Iesu no Shōgai - Shūsaku Endō (1973) 4,0

Alternatieve titel: Jezus: Het Verhaal van een Leven, 17 december 2025, 18:37 uur

De bekende Japanse schrijver Shusaku Endo schreef in 1973 dit boek: 'Jezus: een verhaal van een leven'.
Het is zijn eigen lezing en daarmee beslist geen theologie of erger nog: een kloppende biografie. Want wat de auteur goed begreep is dat de subjectiviteit onlosmakelijk verbonden is met de beschrijving van Jezus’ leven en betekenis. Dat wil zeggen: zonder geloof krijg je Jezus niet te zien. Helaas heeft de vertaler van de Nederlandse editie gekozen voor de ondertitel: 'Het verhaal van een leven'. Dat is nu net een beetje te veel.

Kort na de Japanse editie verscheen er een Engelse en in 2018 tenslotte een Nederlandse vertaling, ingeleid door Willem Jan Otten.
Die Nederlandse vertaling is, volgens de uitgever op verzoek van de erven Shusaku Endo, uit het Engels vertaald. En het kan bijna niet anders dan dat er door deze dubbele vertaalslag iets van de verfijnde verteltrant van de auteur verloren is gegaan.

Jezus wordt in dit boek niet opgevoerd als de stichter van een religie of leer, al had hij wel een kring leerlingen om zich heen. Waar Endo de nadruk op legt, is dat Jezus, juist door zijn volgelingen, totaal verkeerd werd begrepen en hoe Jezus dit onbegrip draagt. Endo ziet een lijdende Jezus: zo verkeerd begrepen als God zelf. Een diepgaand hoofdstuk heet: 'De vruchteloze Jezus'. Jezus bracht geen revolutie, geen overwinning op de Romeinen, een held was hij allerminst, maar zijn kracht was geen andere dan barmhartigheid. En dat wordt pas na zijn dood, door zijn opstanding gezien. Want in die opwekking gelooft de auteur, met alle tegenstrijdigheden.

Een boeiend boek dat leest als een verslag. Ik heb wel recensies gelezen van theologen en die zijn zuinig met hun lof, ze weten het natuurlijk beter. Maar waar de theologen falen door hun kennis, weet Endo een levend mens neer te zetten, door eenvoudig de brokkelige verslagen uit de evangeliën in zich op te nemen en zich in te leven in wat daar tweeduizend jaar geleden is gebeurd en nog steeds naverteld moet worden.

Jezus als eenzaam en onbegrepen. Misschien gold dat voor de auteur, opgevoed als katholiek in Japan, ook wel. Er moet iets geklikt hebben.

De tweede druk van de Nederlandse editie verscheen onlangs als paperback.

» details   » naar bericht  » reageer  

Hollands Glorie - Jan de Hartog (1940) 4,0

17 december 2025, 18:37 uur

stem geplaatst

» details  

Hoe God Verdween uit Jorwerd - Geert Mak (1996) 4,5

17 december 2025, 18:37 uur

Dit boek is inmiddels 25 jaar oud en ook het dorp Jorwerd is een generatie verder inmiddels. Interessant te bedenken hoe Geert Mak dit boek uit 1996 nú zou schrijven. Het perspectief van dit boek is de grote ommezwaai van een plattelandsdorp, na eeuwen van betrekkelijke rust en tradities, naar de nieuwe tijd.

Televisie, projectontwikkelaars, de winkels in de grote stad, de landbouwmechanisatie, ze droegen er toe bij dat het dorp sluipenderwijs maar onverbiddelijk veranderde. Geert Mak beschrijft mooi hoe hij in de maanden van zijn verblijf in de dorpsgemeenschap nog stukjes terugvond van de mystiek, de stilte, de eeuwenoude verhoudingen in het Friese dorp. Mystiek is niet helemaal het woord, want alles draaide om overleven en de werkelijkheid daarvan was meestal weinig romantisch. De sociologische verandering wordt prachtig beschreven. Mak is vooral een meester in het uittekenen van de kleine geschiedenis: het verhaal van de boer en arbeider, de kleine man en vrouw en hun zorgen om het dagelijks bestaan.

Mak is er niet op uit een 'vroeger was alles beter' teneur aan te slaan. Niet alle vooruitgang is achteruitgang.
Het verlies zit vooral in de vergane schoonheid van het dorp en de verloren kennis van het boerenleven, het leven met elkaar en de dieren. Winst vinden we in de minder beklemmende sociale controle die het nieuwe leven bracht. Het dorp kon ook benauwend en bekrompen zijn.

Toch proef ik vooral sterk heimwee en woede bij de schrijver over wat stukging. En niet zelden op initiatief van de overheid die de kleine dorpen decennia liet verkommeren en de grotere plaatsen stelselmatig bevoordeelde. Falend beleid en domheid.

Ik weet niet hoe het er nu voorstaat met Jorwerd. Ik zal eens op onderzoek uitgaan. Ben zelf Fries van geboorte en herken veel van de dingen waar Geert Mak over schrijft. Vermoedelijk heeft Mak gelijk gehad en gekregen, maar er moet toch nog zoiets bestaan als een dorpsgemeenschap met toekomst.

» details   » naar bericht  » reageer  

Harm Watergeus - K. Norel (1971) 3,5

17 december 2025, 18:36 uur

Mijn opa had een kleine boekhandel en als ik jarig was kreeg ik steevast een boekje. Met Harm Watergeus werd ik op mijn tiende verjaardag blij gemaakt. Weer eens wat anders dan Arendsoog, maar ik twijfel of ik het boekje bomvol vaderlandse geschiedenis ooit helemaal heb uitgelezen. Zeker op die leeftijd wilde het lezen nog niet erg vlotten. Lego en aan fietsen en oude radio's sleutelen was een stuk interessanter.
Desondanks is het bij alle verhuizingen steeds meegegaan en is het nu eens tijd me van de inhoud op de hoogte te stellen.
Het gaat over de strijd op het water tegen de Spanjaarden en het vrijhouden van de havens aan de Noordzee en Zuiderzee, met als klapstuk: Den Briel, 1 april 1572.

"De watergeuzen waren doodgewone zeerovers. En om zeerover te worden was Harm geen watergeus geworden. Hij wilde vechten voor de prins en voor de vrijheid van zijn land."

Menig onschuldig koopvaardijschip werd door deze terroristen overvallen, beroofd en in de pan gehakt. Maar prins Willem nam deze bende toch graag in dienst, voor het 'hogere doel'.
Niet helemaal politiek correct, dit boekje en maar goed dat ik het halverwege heb weggelegd en verder gegaan ben met mijn Lego. En vandaar dat ik het na ruim 50 jaar een beetje vergeeld maar ongeschonden in mijn boekenkast heb staan.

» details   » naar bericht  » reageer  

Haperende Hersenen - Iris Sommer (2015) 3,5

17 december 2025, 18:36 uur

stem geplaatst

» details  

Hallo Hier Hilversum! Driekwart Eeuw Radio en Televisie - Huub Wijfjes (1985) 3,5

17 december 2025, 18:36 uur

Mediahistoricus Huub Wijfjes was nog geen 30 jaar toen hij dit boek schreef over de geschiedenis van de Nederlandse Omroep. En dat was in 1985 nog exclusief het terrein van de omroepverenigingen: Vara, Ncrv, Kro, Vpro, Avro, Tros en Veronica. Daarnaast was er het facilitaire bedrijf van de Nos, dat de journaals en sportverslaggeving verzorgde. De opkomst van satelliet en kabel was al wel merkbaar, maar Sky Channel, in 1982 gestart, kon nog nauwelijks een bedreiging heten.

Wijfjes begint bij de radio-pioniers, Idzerda en de NSF en HDO (voorloper van de Avro), die net zoveel belang hadden hadden bij de verkoop van ontvangtoestellen als bij de programmering van de zender. Nog steeds geldt de Ncrv als de oudste omroep (opgericht november 1924), de Vara, Avro en Kro volgden snel daarna. De omroepen stonden voor de zuilen in de maatschappij. Liberalen kozen voor de Avro, katholieken voor de Kro en sociaal-democraten hadden hun Vereeniging voor Arbeiders Radio Amateurs, de Vara.
Het omroepbladenbestel ontstond en de strijd om de leden. Voor de oorlog was de radio verdeeld over twee zenders. Direct na de oorlog veranderde er niet veel tot de voorzichtige komst van de televisie in 1951. De derde zender kwam in 1965 als concurrent voor Veronica: Hilversum 3.
Voor het verhaal van de oorlogsjaren in Hilversum, dat ook in dit boek aan bod komt, verwijs ik graag naar: Radio Hilversum 1940-1945 - Dick Verkijk (1974) - BoekMeter.nl.

Wijfjes schreef een prachtig boek met een journalistieke insteek dat inmiddels, 39 jaar later, druipt van de nostalgie.

» details   » naar bericht  » reageer  

Grote Verwachtingen: In Europa, 1999-2019 - Geert Mak (2019) 4,0

17 december 2025, 18:36 uur

stem geplaatst

» details  

Goede Tijden, Slechte Tijden in de Antieke Wereld - Fik Meijer (2023) 4,5

17 december 2025, 18:36 uur

"Dit boek is het resultaat van zestig jaar leven met de klassieke Oudheid" schrijft Fik Meijer in zijn voorwoord.
Ik wil niet suggereren dat de 81-jarige schrijver hiermee zijn laatste grote werk heeft geschreven, maar inderdaad vormt het wel een breed overzicht van de geschiedenis van Griekenland en Rome: politiek, macht, cultuur, religie, opkomst en ondergang. Onderwerpen die de auteur in voorgaande boeken als deelaspecten behandelde.

Een heftige, vaak gewelddadige geschiedenis, die we toch als de grondslag van onze Europese cultuur moeten erkennen. Een goed begrip van de klassieke Oudheid werpt licht op onze hedendaagse problemen en culturele vooronderstellingen. En in zekere zin ook geruststellend: er is niets nieuws onder de zon. Macht, bezit, triomf, verering, gewapende vrede, veldslagen, slavernij en onderdrukking. De Griekse en Romeinse 'beschaving' was er vol van. De auteur laat niet alleen zijn licht schijnen op de grote politieke verhoudingen, maar heeft vooral oog voor wat de burgers van deze rijken (voor zover ze geen slaven waren) hebben beleefd, hoe er ook goede rustige tijden waren en een vorm van vrede en voorspoed. Het verval van deze rijken door opstanden en invallen van barbaren leverde bepaald geen directe verbetering op van de levensomstandigheden voor de meesten. Geruststellend is vooral de wetenschap dat de 'happy few' , de kring rondom de keizer, geen onbezorgd leven kon leiden. De intriges rondom het hof eindigden meestal in brute moordpartijen. Niemand was zijn leven zeker.

Een mooi boek en een uitstekende kennismaking met de klassieke Oudheid, helder en toegankelijk geschreven. In een ander lettertype zijn stukjes met bijzondere feiten of mythes uitgelicht. Daarbij is het boek ook nog eens van prachtige illustraties voorzien. Snel gelezen en zeker waard meermalen te herlezen. Dankzij het register ook als naslagwerk geschikt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Kruis: Biografie van een Symbool, Het - Alfred C. Bronswijk (2024) 4,5

17 december 2025, 18:36 uur

‘Het kostte Jezus bijna duizend jaren voordat hij stierf. Afbeeldingen van zijn dode lichaam waren nergens in de kerken te vinden tot de negende eeuw. De religieuze kunst levert daarvoor het bewijs. Waarom niet? En wat dan wel? Het maakte mij nieuwsgierig en was de aanzet tot een lange zoektocht door het landschap van de christelijke kunst. Met deze biografie van het kruis als resultaat.’

Zo begint de schrijver Alfred Bronswijk (1942) zijn boek. Zijn speurtocht in de wereld van dit symbool begon verrassend genoeg niet bij het bekende christelijke kruisigingsverhaal.

Eeuwen vóór Christus was het kruis al bekend als symbool. In de oud-Egyptische beschaving was er al het + en x kruisteken en een exclusief religieus teken: het Ankh-kruis, of hengselkruis genoemd (crux ansata). Het is een mystiek combinatie-symbool van de letter T (tau) met daarboven een soort handvat. Het werd het onafscheidelijke teken voor de Egyptische hoofdgoden Ra, Amon-Ra en Amon. De betekenis is: sleutel van het leven: gezondheid, geluk en eeuwige waarheid. De onsterfelijkheid van deze goden werd daarmee aangeduid. De bekendste Egyptische vorst droeg dit ook in zijn naam: Tut-Ankh-Amon.
De levenssleutel als symbool tegen de dood.

Nog treffender was de verbijsterende ontdekking die de Spanjaarden deden die na 1492 in Amerika voet aan land zetten, en daar volkeren troffen die bloedige rituelen uitvoerden met een kruis als middelpunt. Een mysterie voor deze conquistadores. Was het kruis een universeel symbool?

In de christelijke uitbeelding van het geloof nam het kruis in de verkondiging van de boodschap een belangrijke plaats in, maar nog niet direct als symbool. ‘Het wezen van de christelijke kunst, is daarom niet historisch of esthetisch, maar theologisch.' zegt de schrijver.
Belangrijk moment was de overwinning van keizer Constantijn in de slag bij de Milvische brug in 312, waarbij hij een kruis in de lucht zag als teken van zijn overwinning. In hoeverre dit legendarisch is weten we niet, maar wetenschappers betwijfelen of Constantijn toen al christen was. Een markering toch in de kerkgeschiedenis, door sommigen de zondeval van het christendom genoemd: Kerk en staat, kruis en zwaard gingen samenvallen.

Of het Romeinse kruis waar Jezus aan gehangen werd er ook zo uitzag als we in kerken en christelijke symbolen zien, is nog maar de vraag. Ooggetuigen van deze wrede Romeinse marteldood beschrijven verschillende vormen van het kruis: als paal, als T-vorm of ook omgekeerd opgehangen aan het hout. Gaandeweg kreeg het Latijnse kruis de overhand in de voorstellingen en dus ook in de kunst.

Welk symbool overheerste dan in die eerste 900 jaar christendom? Verrassend genoeg ontdekt de schrijver in de oude middeleeuwse kunst een centraal thema: het paradijs. De aarde als een hof van Eden, de triomf van het leven, een bevrijde wereld. In de latere middeleeuwen sloeg die gerichtheid, onder invloed van de theologie, om naar de nadruk op zonde en de schuld-uitboeting door Christus. Sindsdien is de crucifix (de figuur Jezus aan het kruis) in opkomst geweest. De gelovige ervoer een verbondenheid met de lijdende Christus. In de meeste Rooms-Katholieke kerken heeft dit symbool nog steeds een centrale plaats.

Hoewel het vooral een rondgang is door de historie van het kruis als symbool in kunst en cultuur, als verschijnsel, kan theoloog Bronswijk het toch niet laten zijn theologische kennis met de lezer te delen. Dat geeft een extra dimensie aan het boek.
Tussen de regels door lees ik dat de auteur vindt dat de theologische rol van het kruis als symbool wat is overgewaardeerd. Hij schrijft in zijn slotwoord:

‘Als het christendom binnen de huidige cultuur iets creatiefs zou mogen zijn, schuilt naar mijn mening vandaag de kracht daarvoor minder in de gangbare en individueel georiënteerde verzoeningstheologie en meer in het realistisch herformuleren van het oudchristelijke visioen van het paradijs en een geheelde wereld.’

Een buitengewoon fraai boek, met passende illustraties, het gaat tenslotte om beeldtaal, en een brede blik op oorsprong, betekenis, traditie en legendes. Daarbij heeft de schrijver zeker ook oog voor de minder fraaie zaken die in naam van dit symbool tot stand zijn gebracht. Het kruis als strijdmiddel, waarbij het verdacht veel is gaan lijken op een zwaard. We denken daarbij aan de kruistochten en de grote moeite die joden en moslims daardoor met dit teken hebben. Symbolen kunnen hun waarde ook verliezen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Van Liefde Gesproken: Miniaturen bij Johannes - Sytze de Vries (2021) 4,0

17 december 2025, 18:35 uur

stem geplaatst

» details  

Uitvinding van de Rooms-katholieke Kerk, De - Peter Raedts (2013) 4,0

17 december 2025, 18:35 uur

stem geplaatst

» details  

Uit Sterrenstof Gemaakt: Moderne Kosmologie en het Religieuze Wereldbeeld - Wil van den Bercken (2020) 4,5

17 december 2025, 18:35 uur

stem geplaatst

» details  

Tramhalte Beethovenstraat - Grete Weil (1963) 4,5

17 december 2025, 18:35 uur

stem geplaatst

» details  

Thuis in de Kosmos: Het Epos van Evolutie en de Vraag naar de Zin van Ons Bestaan - Taede A. Smedes (2018) 3,5

17 december 2025, 18:35 uur

stem geplaatst

» details  

Thigmofiel: Het Verlangen naar Geborgenheid, De - Midas Dekkers (2015) 3,5

17 december 2025, 18:35 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

The Tyranny of Merit: What's Become of the Common Good? - Michael J. Sandel (2020) 4,0

Alternatieve titel: De Tirannie van Verdienste: Over de Toekomst van de Democratie, 17 december 2025, 18:35 uur

stem geplaatst

» details  

Geloven tegen Beter Weten In - Wil van den Bercken (2014) 4,0

17 december 2025, 18:34 uur

Een mooi compact boekje waarin de auteur: filosoof, universitair docent, slavist en bijzonder hoogleraar Russisch christendom, uiteen zet waar de spanning ligt tussen de verdedigers van het atheïsme, zoals Richard Dawkins en Herman Philipse en de belijders van het christelijk geloof. Daarin laat de schrijver zien hoe atheïsten vaak tot hun overtuiging komen door de uitwassen van een fundamentalistisch opgevat christendom. En waar de kritiek terecht is, verdienen ze bijval.

Minder vanzelfsprekend zijn de al te vlot geformuleerde wetenschappelijke bewijzen voor het niet bestaan van god en schepper. Hier laat van den Bercken de filosofische zwakte zien van dergelijke bewijsvoering. De wetenschap beschikt niet over instrumenten om het bestaan of niet-bestaan van God te verklaren. Geloof is niet te vangen en kan ook niet puur antropologisch verklaard worden. Wetenschap en geloof zijn twee verschillende dingen, die niet verward moeten worden. En er moet ruimte blijven voor de twijfel.

In bondige hoofdstukken laat de schrijver zien waar het vooral niet over gaat in het bijbelse geloof: het niet-intellectuele karakter van het evangelie van Jezus, het niet-rationele karakter van het bijbelse geloof, de sentimenten die meespelen in de christelijke cultuur en die niet samenvallen met de boodschap en tenslotte de vruchtbare confrontatie met de niet-gelovigen, het gesprek met de atheïsten. Veel valt het woordje 'niet'. Er kleeft zoveel aan het christendom dat er oorspronkelijk niet bij hoort, dat kritiek op de religieuze aspecten van dat geloof geen afwijzing van het geloof zelf hoeft in te houden.

Een fijnzinnig boekje, met open vizier geschreven en nog steeds in de 'ramsj' voordelig te koop.

» details   » naar bericht  » reageer  

Geest Bemint de Buitenkant: Jodendom in Fragmenten, De - René Süss (2010) 4,0

17 december 2025, 18:34 uur

stem geplaatst

» details  

Geen Makke Schapen: Een Persoonlijke Geschiedenis van Joods Verzet - Martijn Katan (2021) 4,0

17 december 2025, 18:34 uur

stem geplaatst

» details  

Drie Oorlogen: Een Kleine Geschiedenis van de 20e Eeuw - Maarten van Rossem (2007) 4,0

Alternatieve titel: Drie Oorlogen. Van de Eerste Wereldoorlog naar de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog, 17 december 2025, 18:34 uur

Dit is wat mij betreft het beste werk in één band bijeen gebracht van de historicus. De analyses van de eerste wereldoorlog, het portret van Hitler en het filmverslag van de tweede wereldoorlog zijn bijzonder knap en boeiend geschreven. Van Rossem beschikt over een brede feitenkennis, scherp politiek inzicht en kan overtuigend aantonen hoe de gebeurtenissen elkaar, als bijna noodzakelijk, hebben opgevolgd.

Opmerkelijk, omdat de door de auteur opgegeven literatuurlijst achterin het boek eigenlijk heel beknopt is. Voor de tweede wereldoorlog kan van Rossem het kennelijk doen met slechts 12 geraadpleegde studies.
Dat geeft ook aan dat hij al direct is gaan selecteren en vooral de hoofdlijnen in het oog wilde houden. Het blijven wel zijn keuzes natuurlijk. De historicus is ook een mens met een mening.

Het laatste deel, over de koude oorlog, beslaat meer dan de helft van het boek. Dat maakt de bundel een tikje onevenwichtig. Temeer, omdat de historische reflectie op de recente geschiedenis nog lastig is.
De auteur telt in zijn conclusie de zegeningen bij de val van het sovjet-imperium. De eeuw van oorlog, die uitbrak in juli 1914, kwam tot een einde in 1991. Op een vernietigingsoorlog hoeven we niet meer te rekenen, zo meent de schrijver. Met de kennis van nu, kunnen we dat toch slechts duiden als een pauze in het grote spel der machten. Zo lijkt het. Voor conclusies is het nu nog veel te vroeg.

Een prachtig boek, met vaart geschreven. Maarten had het in die tijd nog niet zo druk met televisie-optredens, denk ik en kon zich helemaal concentreren op zijn vak.

» details   » naar bericht  » reageer  

De Sinterklaas Razzia van 1944 - Dick Verkijk (2004) 4,5

17 december 2025, 18:34 uur

stem geplaatst

» details  

De Oorlog in Stukjes - Simon Carmiggelt (2025) 4,5

17 december 2025, 18:34 uur

Met de toevoeging van dit verwachtte boek ben ik in meer dan één opzicht blij.
Het is alweer even geleden dat er van de (ooit populaire) schrijver een bundel met onuitgebracht werk uitkwam. Carmiggelt is vooral een held voor de wat oudere generatie - nog ouder dan de mijne! - en dus inmiddels wat verstoft, zoals ook Godfried Bomans.

Maar, er is reden genoeg om deze schrijver de aandacht te geven die hij blijvend verdient.
Allereerst vanwege zijn scherpe observaties van menselijke situaties. Zoals een pentekenaar dagelijks een treffend accurate schets maakt voor de krant van een nieuwsbericht, zo schreef Simon Carmiggelt jaar in jaar uit zijn dagelijkse Kronkel in dagblad Parool voor Amsterdam en omstreken.
Carmiggelt, van oorsprong Hagenees, had zich in de oorlog bij het destijds illegale Parool genesteld en was er niet van los te denken.

En daarmee komen we op de 'oorlogs-Kronkels' die nu, tachtig jaar na de bevrijding, een goed moment, worden gepubliceerd.
Met de verdwijnende oorlogsgeneratie, verdween ook Carmiggelt als niet meer passend in deze tijd.
Een groot vakman, die met weinig woorden een wereld kon openen van menselijke gedachten en gedragingen. En dat in een klein stukje. Als observator en waarschijnlijk ook wel als eenzame buitenstaander.

Boekje nu alvast besteld.

» details   » naar bericht  » reageer  

De Ongemakkelijke Waarheid van het Christendom: De Echte Jezus Onthuld - Edward van der Kaaij (2014) 2,5

17 december 2025, 18:34 uur

Wat gebeurt er als je als dominee van Nijkerk een boek schrijft over Jezus, waarin je uitlegt hoe je ontdekt hebt dat er voor het historische bestaan van Jezus geen bewijzen voorhanden zijn? Tot zijn eigen schrik, want die ontdekking deed hij met tegenzin, nadat hij diverse boeken las en studies deed naar het ontstaan van het christendom.

Van der Kaaij was theoloog, predikant, maar werd als gevolg van deze publicatie van de kansel geweerd en verguisd in grote delen van de orthodoxe kerkgemeenschap. Dat wil zeggen: geen rechtsbuiten kerkgenootschap maar de grote Protestantse Kerk van Nederland. Maar ook van de zijde van nieuwtestamentici, wetenschappers (waarvan de meesten ook belijdend kerklid zijn) kwam forse kritiek op zijn boek.

Van der Kaaij werd een ‘affaire’, een kerkelijk schandaal. En kon zijn biezen pakken na vele jaren trouwe dienst in zijn gemeente. Wie dacht dat het in de politiek hard tegen hard kon gaan, moet zich maar eens verdiepen in de wereld van de kerkelijke theologen en schriftgeleerden. Krantenkoppen verschenen over de dominee die zei ‘dat Jezus niet bestaan heeft’.

Dat is nu niet precies wat van der Kaaij beweerde, het was voor hem een kwestie van ontbrekend bewijs, maar je moet toch een reden hebben om iemand uit de kerk te zetten. De Waarheid is dan ineens belangrijker dan de gewone waarheid.

Op dit boek is veel aan te merken. Het is matig geredigeerd, mist een heldere opbouw, factchecking, bevat taal- en vertaalfouten, heeft een beperkte literatuurlijst en is doorspekt met een soort humor die voor orthodoxe mensen waarschijnlijk als kwetsend wordt ervaren. Maar de schrijver scoort wel degelijk punten. Wat hij op tafel legt is niet mis. Al heb ik echte onthullingen gemist. De ronkende titel geeft me een 'Dan Brown-gevoel'. Een beetje effectbejag heeft de auteur wel gezocht, lijkt me.

Onbetwistbaar is dat er in de grote joodse gemeenschap in Alexandrië, al vóór onze christelijke jaartelling, ideeën ontstonden, die vermengd werden met Egyptische mythen, zoals de Osirismythe en dat die invloed hebben gehad op de manier waarop het Evangelie van Christus is ontstaan. Niet alleen lazen de joden in Alexandrië de Griekse bijbel, de Septuaginta, ze dachten ook Grieks. We denken dan met name aan Philo en de sekte van de Therapeuten, geroemd door kerkvader Eusebius. Niet de geschiedenis van het volk Israël, maar het Eeuwige Idee, de Logos, werd gezocht.

Dat de oudste geschriften in het Nieuwe Testament geschreven zijn door de apostel Paulus, ongeveer 20 jaar na Jezus, is een bewezen zaak. Dat diezelfde Paulus met geen woord schrijft over het leven van Jezus, zijn woorden, genezingen en parabels niet lijkt te kennen, geen weet heeft van Nazareth, moeder Maria, het verraad van Judas, het proces in Jeruzalem en Jezus alleen door ‘de geest’ heeft horen spreken is opmerkelijk. Waar haalden de evangelieschrijvers, die decennia later hun verhalen optekenden hun stof vandaan? En waarom die twee geboorteverhalen?

Daar valt heel wat over te zeggen, maar de meeste wetenschappers van kerkelijke huize branden hier hun theologische vingers niet aan. Wat mijzelf betreft: het gewicht van een ‘historische waarheid’ is van weinig belang. Het gaat om de woorden die inspireren. De literaire kracht, die het in zich heeft geloof op te wekken. Dat is ook wat grote denkers ons voorhouden. Ik heb nooit iets gelezen bij Augustinus, Calvijn of Pascal over een geloof in historische feiten en archeologische vondsten. Geen wonder, daar wisten ze nog niets van. De hele orthodoxie van vandaag is pas ontstaan in de negentiende eeuw. Het fundamentalisme is een product van de moderniteit.

Intussen, van der Kaaij mocht elders gaan preken en zich verder rustig houden en overleed in oktober 2023, 71 jaar oud. Een klein standbeeld heeft de man toch wel verdiend, dacht ik. Uit respect.

» details   » naar bericht  » reageer  

De Imitatione Christi - Thomas a Kempis (1424) 3,5

Alternatieve titel: Over de Navolging van Christus, 17 december 2025, 18:34 uur

Thomas van Kempen schreef de vier traktaten waar dit boek uit bestaat rond 1424, schaafde ze bij tot hij ze in 1441 goed genoeg vond om uit te geven in een bundel. Dat was toen nog handgeschreven, de uitvinding van de boekdrukkunst zou het mogelijk maken dit boek in 1471 in Augsburg uit te geven.
Ontelbare herdrukken volgden en ik denk dat het niets te veel gezegd is als we dit boek, na de bijbel, het meest gelezen boek noemen. Ook hier in de Lage Landen, Thomas was geliefder dan Calvijn.

De stijl is innig. En ook voor nu modern: je zou het mindfulness kunnen noemen. Inkeren tot je binnenste en daar jezelf tegenkomen. En aan jezelf werken! Met dit verschil dat zijn aandacht gericht bleef op God. Thomas hield van het klooster. Het liefst was hij alleen tussen de vier muren van zijn cel en beleefde daar de diepste momenten met God. Maar hij was ook priester en biechtvader en had een grote mensenkennis. Thomas was een man die je om raad kon vragen.

Het waren roerige tijden, ook toen, in die in onze ogen oneindig saaie middeleeuwen. De kerk was verdeeld door een felle machtsstrijd en er waren in Thomas' tijd zelfs twee Pausen: Urbanus in Rome en Clemens in Avignon. Paus en tegenpaus verscheurden het gezag van de kerk en vele gelovigen raakten verward. Tegelijk teisterde de zwarte dood, de pest, de Europese landen: zeker een kwart van de bevolking kwam om.

Daartussenin leefde Thomas zijn devote verinnerlijkte leven in het klooster van de St. Agnietenberg bij Zwolle. Was het daar altijd pais en vree? We weten dat Thomas het daar als sub-prior en hoofd van de kloosteropleiding niet altijd makkelijk had. Ook binnen de muren die de wereld buiten moesten houden kon het stormen. Wellicht door zijn gedisciplineerde leven en toewijding bereikte hij de (voor die tijd) zeer gezegende leeftijd van 91 jaar.

» details   » naar bericht  » reageer  

De Consolatione Philosophiae - Boethius (524) 4,5

Alternatieve titel: De Troost van de Filosofie, 17 december 2025, 18:34 uur

Boëthius werd omstreeks 480 geboren, als zoon van een Romeins senator, en daardoor in de wieg gelegd voor een leven als aristocraat. Hij moet rijk geweest zijn, had een huis in Rome maar ook verschillende landgoederen in het land. Ook in Ravenna, destijds West-Romeinse Rijk, het centrum van de bestuurlijke macht in Italië, had hij een residentie.

Naast zijn bestuurlijke taken en beheer van zijn huizen, hield Boëthius zich graag bezig met de filosofie. Hij was goed ingewijd in de neo-platoonse school en een geleerd man. Een project dat hij graag wilde uitvoeren was de vertaling in het Latijn van alle werken van Aristoteles en Plato. Een enorme klus uiteraard, waar hij door de tragiek van zijn leven maar heel gedeeltelijk aan toe kwam.

Want wat was het geval. Om niet helemaal opgehelderde reden, viel Boëthius, die in 510 tot consul werd benoemd en in 522 tot chef-staf van de koning, in ongenade. Mogelijk werd hij een gevaar voor corrupte ambtenaren. In 523 werd hij vervolgens aangeklaagd en veroordeeld wegens hoogverraad. Op de achtergrond speelde een religieus en etnisch geschil. Theodorik was een gotische koning die de ariaanse vorm van het christendom beleed. Boëthius was een Romein en bovendien orthodox.

Omdat het doodvonnis niet direct werd uitgevoerd kreeg Boëthius nog enkele jaren van leven en relatieve vrijheid van werken. In die tijd zette hij zich aan het schrijven van dit werk: De consolatione Philosophiae.

Dit boek bestaat uit vijf werken, boeken genoemd. Je moet je dat voorstellen als vijf rollen papyrus, waarop ongeveer dertig pagina’s tekst passen. Bij elkaar dus ongeveer gelijk aan 150 pagina’s, de omvang van het werk, zoals het de eeuwen door is overgeleverd en later, in Antwerpen, als gedrukt boek werd uitgegeven.

Het werk is één van de meest gelezen boeken in de Middeleeuwen. Pas in de tijd van de reformatie nam de belangstelling voor het platoons-filosofisch geschrift af. De denkwereld waarin Boëthius leefde, werd niet meer beleefd. Mogelijk waren de vele verwijzingen naar de Griekse godenwereld en mythologie de hervormers een doorn in het oog.

Het werk is waarschijnlijk daarom zo lang populair geweest omdat de filosofische verhandelingen voortdurend worden ‘verluchtigd’ door een lied, een gedicht, als illustratie van de betogen. Een mengvorm dus van proza en poëzie. Niet ongebruikelijk in de oudheid. En hier uiterst kundig gedaan.

Het betoog is een dialoog tussen de verteller, een gevangene (die niet helemaal samenvalt met de schrijver zelf) en een vrouwsverschijning, Filosofie genaamd, die met de gevangene in debat gaat. En daarbij zijn ze het vaak niet met elkaars filosofische argumentaties eens. Filosofie is bezig te onderrichten en te overtuigen en zet haar woorden kracht bij met liederen.

De gevangene beklaagt zich tegenover Filosofie over wat hem is aangedaan:

"Laat ik slechts dit zeggen; wanneer je het ongeluk hebt dat men een of andere aanklacht tegen je in elkaar flanst, zal men geloven dat je helemaal verdiend hebt wat er over je heen komt, en dat maakt de last van tegenslag helemaal ondraaglijk. Zo ben ik uit al mijn bezit verdreven en maatschappelijk volledig uitgekleed, is mijn reputatie bezoedeld en word ik om het goede dat ik heb gedaan ter dood gebracht. ik zie voor me hoe die misdadigers in hun criminele kantoren niet bijkomen van vreugde en plezier, hoe verdorven tuig al weer bezig is nieuwe aanklachten in elkaar te flansen terwijl de verschrikking van wat mij is overkomen de goeden gevloerd heeft, hoe alles wat laag is door straffeloosheid wordt aangevuurd tot het beramen van misdaden, door beloningen tot het uitvoeren ervan, terwijl onschuldigen niet alleen niet meer veilig zijn maar zelfs niet meer kunnen rekenen op de gelegenheid om zich te verweren. ik kan het wel uitschreeuwen. “ (59)

Filosofie reageert kalm en is niet onder de indruk. Ze verstaat de kunst van het relativeren en stelt hem een vraag:
“Denk jij dat deze kosmos de speelbal is van volstrekt willekeurig toeval, of geloof je dat er een vorm van rationeel bestuur aan ten grondslag ligt? “ (63)

In de boeken die volgen en met name in de spannende laatste boeken vier en vijf, wordt deze vraag ontrold en uitgediept. Het gaat daar over de reikwijdte van het godsbestuur en de vraag of de Voorzienigheid ruimte laat aan de vrijheid van de mens. De vraag naar het determinisme.

“En wat daaruit volgt is het schandaligste wat men kan bedenken, namelijk dat, aangezien de totale keten van wat gebeurt wordt afgeleid uit de voorzienigheid en de mens geen enkele ruimte heeft om zelf besluiten te nemen, ook onze ondeugden worden herleid tot degene die ten grondslag ligt van al het goede.
Het heeft dus geen enkele zin meer iets te hopen of om iets te bidden. Want wat valt er nog te hopen of te bidden wanneer alles wat men zou kunnen wensen verknoopt ligt in een aaneenschakeling waarvan niet afgeweken kan worden?” (162)

En dit zijn verrassend moderne vragen die ook even verrassend worden beantwoord. De auteur worstelt existentieel met deze vragen. Hij is immers een terdoodveroordeelde en heeft daarom geen ander motief dan de waarheid over het leven en het lot te ontdekken.
En daarin staat hij naast andere lijders, zoals ook Job.

Het woord ‘troost’ is maar heel betrekkelijk in het hele verhaal. In oude tijden had troost meer de betekenis van aansporing, dan het verzachten van de gemoedstoestand. Vrouwe Filosofie staat uiteindelijk ook met lege handen en de gevangene rest niets anders dan te bidden:

“ In God gevestigde hoop is niet vergeefs, en als een gebed juist is kan het zijn uitwerking niet missen.” (176)

De vertaling door Piet Gerbrandy van het sierlijke Latijn is prachtig. Een fraai uitgegeven boek, een terechte klassieker. (uitgave DAMON, Eindhoven, 2019)

» details   » naar bericht  » reageer  

De Brevitate Vitae - Lucius Annaeus Seneca (49) 4,0

Alternatieve titel: De Lengte van het Leven, 17 december 2025, 18:33 uur

Memento mori - gedenk te sterven, dat is het thema van deze brief aan zijn vriend Paulinus, verantwoordelijk voor de graanvooorziening in de stad. Een belangrijke functie, want zonder brood raakt het volk immers in opstand en vervalt alles tot chaos. Het is duidelijk dat Seneca de ijver en trouw van zijn vriend waardeert, maar hij maant hem, nu hij ouder is, het rustiger aan te doen en geen nutteloze baantjes te zoeken waarmee hij zijn tijd verdoet. Een hele reeks voorbeelden somt Seneca op van domheid en tijdverspilling. Maak wat van je leven en richt je op het beste, is zijn advies. Je leven is lang genoeg, maar alleen als je er goed gebruik van maakt. En zo geeft hij zijn oude vriend deze raad:

"Nu zorg jij ervoor dat de graanvoorziening niet te lijden heeft onder fraude of wanbeheer van schippers en dat alles wordt opgeslagen in de voorraadschuren. Dat er daar geen vocht bij komt waardoor alles gaat broeien en bederft. Dat het qua maat en gewicht allemaal klopt.
Maar je kunt je ook bezighouden met heilige, hoogverheven zaken, en dan kom je heel andere dingen te weten. Wat is het wezen van God? Hoe luidt zijn wil, wat is zijn toestand, hoe ziet hij eruit? Wat voor lot staat jouw ziel te wachten? Waar wijst de natuur ons een plaats toe wanneer we uit het lichaam zijn ontslagen? Waardoor precies blijven de zwaarste delen van het universum in het midden zitten en komt wat lichter is daarboven en het vuur bovenaan? Vanwaar die gestage veranderingen van de sterren en al die andere werkelijk wonderbaarlijke fenomenen?"


Het is een interessante tijd waarin Seneca leeft. Er klinkt kritiek op de decadente en brute levenswijze van de keizer en zijn hof, de luxe en het tijdverdrijf om niets. De wijsheid van de Stoa, die Seneca als geen ander bedrijft, is eigenlijk heel modern, gaat uit van de rede en doet een beroep op het gezond verstand, om orde te scheppen in je leven en niet alles te geloven en na te volgen wat een ander doet. De geboorte van het individu. Doe normaal man! is dan de oproep die Seneca hoofdschuddend doet als hij al die opgedirkte onzin om zich heen ziet. De Romeinen konden er wat van. Opvallend is ook dat hij spreekt over God als een opperwezen en daarbij de godenverhalen laat voor wat ze zijn. Het was een mengelmoes van gedachten en filosofieën in die eerste eeuw en Seneca staat daar middenin en zoekt daarin zijn weg. Dat we zijn uitspraken niet zelden als platitudes ervaren, komt ongetwijfeld door het feit dat onze cultuur nog zo volop onder invloed staat van Romeins denken en recht. Meer dan we beseffen hebben we een klassieke bodem onder onze voeten.

» details   » naar bericht  » reageer  

De Bijbel als Schepping - F. Weinreb (1963) 4,5

17 december 2025, 18:33 uur

Dit is een wonderlijk boek. Opzienbarend en onthullend. Maar het is geen esoterie, in de zin van kennis van zaken die alleen voor ingewijden, door ingevingen, toegankelijk is. Want waar het hier om gaat is het ontvouwen van de Bijbelse grondstructuur vanuit de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst. En in die tekst zelf blijkt het wonder zich te voltrekken, namelijk dat iedere letter een getalswaarde heeft en dat met die getalswaarde het verhaal van de tekst verklaard kan worden. Niets is toevallig, er is een totale samenhang.
Nu klinkt dat allemaal erg mysterieus, maar nogmaals, het lijkt meer op wiskunde dan op spirituele inzichten.
De schrijver heeft het over ‘het aloude weten’, een kennis die eeuwenlang, mondeling van leraar op leerling, in het Jodendom is overgedragen, o.a. in de kabbala. De eerste hoofdstukken zijn gewijd aan deze rekenkunde, de getallensymboliek in de oudste verhalen van de Bijbel. En zo vinden we de betekenissen van de scheppingsverhalen, de aartsvaders, Jozef, Mozes en koning David, de oerverhalen van de Thora.

Na het toch wel ingewikkelde verhaal over de getallen 1-2-3-4, het oer-patroon waaruit alle getallen en dus kernwoorden begrepen kunnen worden (tel ze op en je hebt 10, de tien plagen in Egypte en de tien geboden van Mozes) volgen de meer leesbare hoofdstukken met verklaring. Het gaat in de Bijbel niet om een verslag van de geschiedenis maar om het weergeven van het patroon van deze wereld. De wereld begon bij de eenheid van God, daarna deelde die eenheid in twee. Alles is nu twee: licht en donker, goed en kwaad, leven en dood, man en vrouw. Daaruit volgen de nakomelingen drie en vier, de mensenkinderen, de ongebreidelde drang van de mens naar uitbreiding, de honger naar meer, het verliezen in het materiële, om aan de dood te ontkomen. Uiteindelijk zal er een achtste dag zijn, zal het patroon doorbroken worden waarin alles weer terug gaat naar de eenheid van God, de harmonie.

Ik doe de auteur nu tekort door zo de korte weg te nemen door zijn verhaal. Het boek gaat uit van de Bijbel als Schepping, zoals de titel zegt. Dat betekent dat in die aloude tekst een wonder verborgen gaat van Goddelijke oorsprong. Dat de Hebreeuwse Bijbel een product is van mensen, een bijeengeraapte bundel verhalen, zoals moderne theologen willen doen geloven, gaat er bij de auteur dus niet in. En hoewel hij geen problemen ziet in vertalingen, merkt hij wel op dat alleen de Hebreeuwse tekst het ware licht laat schijnen over de verhalen. Zie je die niet, dan kun je het niet begrijpen.

Toch weer een beetje inzicht dus voor ingewijden. In ieder geval, een Joodse uitleg. En ik meen er ook wel wat filosofie in te herkennen.
Ik vind het een moeilijk boek, de schrijver kan soms langdradig uitwijden om in een volgend hoofdstuk ineens weer de vaart erin te zetten. Ook merk ik dat de auteur een beetje vervuld is van zijn kennis. Wat hij in dit boek schrijft is nog maar een fractie van wat hij wil zeggen, zoals hij beweert. Dat geeft wel een beetje de persoonlijkheid van de man weer. Op bescheidenheid valt hij niet te betrappen. Op het voorblad van het boek 'Prof. F. Weinreb' genoemd. Dat hij professor in de economie was en niet in oude talen of theologie vermeldt het boek niet. Maar dan moet ik ook erkennen, dat hij opzienbarende zaken aan het licht brengt. Verbanden ziet en bewijst (nogmaals: uit de tekst en niet uit de esoterie) die je verbazen. Een hoogst interessant boek. Daarvoor hoef je beslist geen gelovige of aanhanger te zijn, want het boek vraagt geen geloof maar toont aan.

Weinreb is een opmerkelijk mens geweest. Over de Weinreb-affaire, die ik voorafgaand aan het lezen van dit boek bestudeerd heb, ga ik het nu niet hebben.
Na jaren van verguizing, is het toch een goed initiatief geweest van uitgeverij Skandalon de belangrijkste werken van de schrijver opnieuw uit te geven. Zoals de auteur het zou zeggen: goed en kwaad zijn ons allen sinds de komst van de tweeheid in de wereld ingeschapen. Maar wij verwachten de verlossing uit deze toestand na dit alles, op de achtste dag.

» details   » naar bericht  » reageer  

Dat Moet Mij Weer Gebeuren ... - Willem van der Does (2005) 4,0

Alternatieve titel: Zwartkijkers, Zeurpieten en Pechvogels, 17 december 2025, 18:33 uur

stem geplaatst

» details  

Dagboek van een Psycholoog: Meeluisteren in de Spreekkamer - Jeffrey Wijnberg (2017) 3,5

17 december 2025, 18:33 uur

stem geplaatst

» details  

Courage to Be, The - Paul Tillich (1952) 4,0

Alternatieve titel: De Moed om te Zijn: Over de Menselijke Persoonlijkheid en de Zin van het Bestaan, 17 december 2025, 18:33 uur

De moed om te zijn

De bekende Duits-Amerikaanse theoloog Paul Tillich hield op uitnodiging van de Terry Foundation begin jaren ‘50 een reeks voordrachten over het thema ‘de religie in het licht van wetenschap en filosofie’ en koos als onderwerp het begrip ‘moed’. De toespraken werden verwerkt tot dit boekje dat in 1952 verscheen. De citaten zijn uit de Nederlandse vertaling uit 1955, verschenen bij Erven J. Bijleveld te Utrecht. In zijn inleidende woorden schreef Tillich:

“ Moed is een ethische realiteit, maar geworteld in de hele ruimte van het menselijk bestaan en tenslotte in de structuur van het zijn zelf. Het moet ontologisch beschouwd worden ten einde ethisch te worden verstaan.”

Geen eenvoudige definiëring van zijn voornemen dit onderwerp te behandelen. Hoewel het boek voor een breed publiek bestemd is en ook wel bereikt heeft, blijkt zijn betoog van een hoog abstract niveau.
Hij bespreekt het begrip moed vanuit de klassieke oudheid, bij Plato, Seneca, de middeleeuwen, Spinoza en Nietzsche.
Vervolgens ontwerpt de auteur een ontologie van de angst: wat is angst, wat is zijn en niet-zijn en onderscheidt angst van vrees.

“ De vrees voor de dood bepaalt het element van de angst in elke vrees. Als angst geen verandering ondergaat door de vrees voor een object, als het gaat om naakte angst, dan gaat het altijd om de angst voor het laatste niet-zijn.”
en:
“Angst streeft ernaar vrees te worden, omdat men door moed vrees het hoofd kan bieden. Het is voor een eindig wezen onmogelijk langer dan een kort moment de naakte angst te verdragen” .

Dat is allemaal heel herkenbaar en goed te volgen. Het boek vervolgt met omschrijvingen van typen en gedaanten van angst en komt op een interessante uiteenzetting over pathologische angst:

“De pathologische angst omtrent noodlot en dood drijft naar een veiligheid, die vergelijken is met de veiligheid van een gevangenis. Wie in deze gevangenis leeft is onmachtig deze veiligheid te verlaten, welke hem door zijn zichzelf opgelegde beperkingen is gegeven. Maar deze beperkingen berusten niet op een volledig werkelijkheidsbesef. Daarom is de veiligheid van de neurotische mens onwerkelijk. Hij vreest hetgeen niet gevreesd hoeft te worden en voelt zich veilig waar geen veiligheid is” .

Angst kan het irrationele bij mensen naar boven halen. Vrij abrupt gaat de auteur verder met het beschrijven van wat ‘moed’ dan wel is in essentie. De schrijver is ook hier weer uitputtend in zijn analyse. Moed komt voort uit de vitaliteit, de levensenergie en is een biologisch gegeven. Maar, als bewuste keuze, zoals we van denkende mensen mogen verwachten, gaat het om het aanvaarden van de levenstaak of positie in het leven.
Dat kan in collectieve levensvormen waarin angst wordt verdreven door onderdeel te zijn van iets groters: een maatschappijvorm, een cultuur, een kerk, een sociale groep - opvallend genoeg slaat Tillich de familierelatie, vader-moeder-kind over. Ook de groei naar volwassenheid, de kinderangst, de rol van de fantasie en de droom laat de auteur liggen.

Veel aandacht in het boek krijgt de individualisatie. Niet alleen de moed om te zijn, maar om zichzelf te zijn. Een proces dat volop in beweging was, we schrijven de jaren ‘50, en de schrijver komt op het existentialisme en ‘de moed der wanhoop in hedendaagse kunst en literatuur’. Daarbij noemt hij Sartre en T.S. Elliot en Auden’s ‘De Eeuw van de Angst’. Het is de cultuur die zich na de tweede wereldoorlog in het westen ontplooide.

In het laatste hoofdstuk, komt dan toch nog vrij onverwacht (hoewel, voor een theoloog?) de transcendentie ter sprake en het geloof in God.
Paul Tillich heeft begrip voor het existentialisme van Sartre en het atheïsme van Nietzsche omdat het een protest is tegen het vanzelfsprekende theïsme van de Kerk. De pretentie over zo’n God te beschikken wijst hij scherp af. Nu wordt de auteur, het is immers zijn werkelijke vakgebied, ineens een stuk concreter als het om de rol van de Kerk gaat:

“... een Kerk die zich in haar boodschap en haar verering verheft tot de God boven de God van het theïsme zonder haar concrete symbolen op te offeren kan bemiddelaarster zijn van een moed die twijfelt en zinloosheid in zichzelf opneemt. Het is de Kerk onder het kruis die dit alleen vermag, de Kerk welke de gekruisigde predikt die tot God riep, die zijn God bleef nadat de God van het vertrouwen hem in de nacht van twijfel en zinloosheid had achtergelaten. Deel van zulk een Kerk te zijn betekent het ontvangen van een moed om te zijn waarin men zichzelf niet kan verliezen en waarin men zijn wereld terugkrijgt.”.

Hij komt hier tot een concentratie op het kruis van Christus. Maar over welke kerk heeft hij het nu? Een echt bestaande of een gewenste? Dat laat de auteur toch een beetje in het midden en wordt een paar regels verder weer een stuk minder omlijnd als hij schrijft:

“ Daarom is dit absolute geloof (in een ander boek noemt hij dit ‘ultimate concern’) de moed der wanhoop en tevens de moed in en boven iedere moed. Het is geen plaats waar men wonen kan, het is zonder de veiligheid van woorden en begrippen, het is zonder een naam, een kerk, een cultus, een theologie. Maar het beweegt zich in de diepte van al deze verschijnselen.”

Tillich neemt de geseculariseerde mens serieus, maar de verbinding die hij probeert te leggen tussen de moderne mens en de stap naar geloof lijkt me net te groot. Het komt wat geforceerd over. Hoe kom je daar vanuit jezelf toe? Maar samenvattend blijft van het boek staan:
De moed om het erop te wagen, te leven met de angst die met het leven gegeven is en zichzelf aanvaard te weten.

Na ruim zeventig jaar een wel wat gedateerd geschrift, als ik het zo mag zeggen, misschien ook door de vertaling uit 1955, maar toch vol pareltjes van blijvende waarde. Een klassieker.

» details   » naar bericht  » reageer  

Confessiones - Aurelius Augustinus (398) 4,5

Alternatieve titel: Belijdenissen, 17 december 2025, 18:33 uur

Voor wie Aurelius Augustinus wil leren kennen, persoonlijk en qua gedachtegoed, is dit het juiste boek. De auteur is een paar jaar bisschop in Hippo Regius in Noord-Afrika als hij dit werk in dertien boeken (hoofdstukken voor ons) schrijft. Een belezen man, geschoold in de kunst van de retoriek. Maar, in tegenstelling tot de filosofen van zijn tijd, een man die eenvoudig vanuit het hart sprak en door iedereen begrepen kon worden. Een herder, die meeleefde met zijn mensen, weinig moest hebben van dikdoenerij maar daar doorheen prikte.

Belijdenissen, Confessiones (confessie in de dubbele betekenis van belijden en lofprijzen) is een egodocument van grote literaire waarde, alleen al vanwege de stijl. Waarschijnlijk de eerste autobiografie. Augustinus neemt de lezer bij de hand en vertelt hoe zijn leven is verlopen vanaf geboorte tot zijn bekering. Het is een openhartig verhaal, zonder theologische pretentie, waarin hij vertelt over zijn gelovige moeder, zijn streken: peren stelen, niet om de smaak maar puur om het stelen, en zijn ruime ervaring met meisjes en relaties. Zo was hij verloofd maar kon niet wachten op de bruiloft en leefde intussen met een andere vrouw.

Augustinus spreekt met en tot God, als in een gebed, zoals in de Psalmen, en dat maakt het intiem en warm. Hij geeft zichzelf bloot en biecht al zijn twijfels en verwarring op. Daarbij zijn er vele gedachten en daden waar hij niet trots op is. Zijn levenswijze, zijn belangstelling voor het Manicheïsme, zijn dwalingen. De eerste negen boeken zijn het meest interessant. De lezer herkent zichzelf hierin. Het is de geschiedenis van een zoektocht. In de laatste drie legt de schrijver de Schrift uit en gaat diep in op de scheppingsleer. Hier is dus wel sprake van theologie. En dan nog wel op een speelse, natuurlijke manier, niet zoals in de latere middeleeuwse scholastieke ontwikkeling.

Geloof wordt bij Augustinus nooit een systeem. Geloven is rust vinden in God, niet pas na de dood, maar nu in het leven van alledag. God is het begin en het doel van heel het leven. Dat is het ware geluk. Een onverstoord aanbidden, wat er ook gebeurt, in de zekerheid dat hij niet loslaat. Natuurlijk was Augustinus een kind van zijn tijd. In de retorische school leerde hij redeneren en filosoferen. Er zit dan ook wel steeds een scheut Plato in zijn manier van denken. Zo kan hij uitvoerig spreken over het wezen van de dingen en de substantie van God, waarbij hij ook het dwaze van de gedachteconstructies ontleedt. Daarbij komt Augustinus tenslotte steeds weer uit bij de goedheid en trouw van God.

Hoe lezen we het door de bril van deze eeuw? Een doorsnee protestantse theoloog zal zich verbazen over het gemak waarmee Augustinus schrijft over het ontmoeten van God in de natuur, de schepping. Van een kritische theologie waarin zelfs het bestaan van een schepper ontkend wordt of een god die machteloos blijkt, had Augustinus geen weet. Hij had het vooral druk met lieden die onder vrome voorwendselen een scheiding maakten tussen lichaam en geest. Ook in onze tijd nog wel herkenbaar. Vergeestelijken is vaak een vluchtroute naar een puur egoïstische levensstijl. Maar dat de goede God (de 'onze lieve Heer' van de RK kerk werd hier geboren) goed voor ons zorgt in zijn alwetendheid, is een ervaring die we kwijtgeraakt zijn. Is onze wereld te ingewikkeld geworden? Of kijken we niet goed?

Een mooi boek, dat heel veel andere boeken over God en geloof in de schaduw laat.

De Nederlandse vertaling van Wim Sleddens (1934-2020) verscheen in 2009. De vertaler had er vijftien jaar voor nodig om de juiste toon te vinden en de laatste drie hoofdstukken vertaalde hij drie keer voordat hij er tevreden over kon zijn. Het is dan ook een prachtige en toegankelijke tekst geworden. In de vertaling vallen sommige taalgrappen en snedigheden uit de oorspronkelijke latijnse tekst weg, dat geeft de vertaler ook toe, maar hij heeft geprobeerd niet alleen de tekst maar ook de sfeer en literaire kracht over te brengen. En daarvoor kreeg hij terecht veel lof. Dat er vraag was naar een zesde druk, bewijst wel dat het een klassieker is in de dubbele betekenis van het woord.

» details   » naar bericht  » reageer  

Bullies and Saints - John Dickson (2021) 3,5

Alternatieve titel: Schurken en Heiligen: Een Onverbloemde Kijk op Goed en Kwaad in de Geschiedenis van het Christendom, 17 december 2025, 18:33 uur

In maart j.l. verscheen dit boek van de Australische historicus Dickson (1967) ook in een Nederlandse vertaling (door Margriet Visser-Slofstra) bij KokBoekencentrum. Een mooi werk, in gebonden editie (daar hou ik wel van) en het past precies in het straatje waarin ik het afgelopen jaar heb rondgescharreld: de geschiedenis van het christendom vanaf het vroegste begin en de relevantie voor vandaag. Bij de flinke stapel boeken kon deze er ook nog wel bij.

Het mag duidelijk zijn - en de auteur doet erg zijn best het 'eerlijke verhaal' te vertellen - dat er de afgelopen 2000 jaar binnen de christelijke cultuurstroming wel een en ander volkomen mis gegaan is.
Ketterjachten, kruistochten naar het 'Heilige Land', gedwongen bekeringen, de oorlogen in de tijd van de reformatie en last but not least: het gruwelijke kindermisbruik, recent ontdekt, maar wie weet hoe lang al gaande.

De auteur is teveel historicus om een gehele religie daarop af te rekenen en kan zo ook een rijtje christelijke deugden opsommen, waaronder vooral de ziekenzorg en de afschaffing van de slavernij (!) genoemd mogen worden. Langs die weg komt de zelf gelovige onderzoeker tot een slotsom en meent dat het verhaal van onbaatzuchtige liefde uiteindelijk toch de eeuwen heeft getrotseerd. Afgezet tegen andere ideologieën overigens met verrassend minder slachtoffers dan algemeen wordt gedacht.

Het imagoprobleem van de kerk wordt, nu eindelijk eens, echt serieus genomen en wat krom is, niet recht gepraat. Daarin is dit boek best uniek te noemen. De auteur heeft een populaire stijl van schrijven, in de vertaling wordt de lezer getutoyeerd en het klinkt als een college voor een jongere doelgroep. Dat maakt het soms ook wel een klein beetje oppervlakkig. Het is een goed verteld, maar tikje gezwollen (Australisch/Amerikaans?) geschreven werk, dat misschien de wetenschappelijke toets niet helemaal haalt, maar een breed publiek zal informeren en aanspreken.

» details   » naar bericht  » reageer  

Borderline Times: Het Einde van de Normaliteit - Dirk De Wachter (2011) 3,5

17 december 2025, 18:33 uur

stem geplaatst

» details  

Bolland: Een Biografie - Willem Otterspeer (1996) 4,0

17 december 2025, 18:33 uur

Een boek dat op mijn pad kwam, zo zal ik het maar noemen, is deze dikke biografie over Bolland, van Willem Otterspeer, november 1995 voor het eerst in de boekhandel gebracht.

G.J.P.J. (Gerard) Bolland was op z’n minst een spraakmakende figuur. Geboren in 1854, in de stad Groningen en na een woest verlopen leven geëindigd als autodidactisch filosoof en taalkundige, professor (zonder titel) te Leiden.

Dat begin was erbarmelijk en zo kansarm als het maar kon zijn:

"Het kind aanschouwde het levenslicht in een aardedonkere kelderwoning, waar het vocht van de muren sijpelde en waar roest en schimmel elkaar tekenles gaven. Wellicht was het jongetje een bastaard. Hij zal er het fijne van nooit te weten komen, maar hij zal er ongetwijfeld over gehoord hebben. Na twee weken werd hij uit zijn bedje gehaald om in het geniep en tegen de afspraak van de ouders rooms gedoopt te worden. Ook dit zal hem zeker niet verborgen zijn gebleven. Men mag zelfs aannemen dat het jongetje er weet van gehad heeft dat zijn moeder aan de kost kwam als prostituée. Voorwaar, een bizarre jeugd.” (43)

Bolland trad in militaire dienst, waar hij wegens subordinatie werd geschorst en een gevangenisstraf opliep. Door de toegestoken hand van hoofdonderwijzer Haanstra kon hij zijn schoolexamens afmaken en als hulponderwijzer te Katwijk een nieuwe start maken. Snel ontwikkelde Bolland, die een verwoed lezer was, zich tot taalkundige, met een opmerkelijke voorliefde voor sanskriet, noors en litouws. Na een baan als HBS-leraar in Indië, waar hij last had van de tropenhitte en gebrek aan intellectuele uitdaging, werd hij in 1896 - ik ga nu maar even snel door zijn levensloop - aangesteld tot hoogleraar filosofie te Leiden. Een omstreden benoeming, waar de pers destijds schande van sprak, temeer daar hij ‘slechts’ autodidact was en geen doctorstitel had.
Maar er was meer op de man aan te merken. Hoewel welbespraakt, kon hij ongemeen fel uithalen naar zijn tegenstanders en dat waren er nogal wat. Bovendien week zijn godsdienstige overtuiging af van het gangbare. Bolland haatte de rooms katholieke kerk, hoewel hij daarin gedoopt was. Zijn stelsel was gnostisch en monistisch. Van een historisch geloof moest hij, als aanhanger van de 'Radikale kritiek', niets hebben. En daarbij was hij heftig Hegeliaan, dialectisch tot het uiterste, altijd in paradoxen denkend, these en antithese. Een scherp redenaar, die een trouwe groep volgelingen om zich heen verzamelde in de Leidse universiteit.

Geliefd en gehaat. Zo was Bollands reputatie. Niet in de laatste plaats omstreden door zijn openlijk racisme, afkeer van de democratie, vrouwenemancipatie en in zijn laatste bittere jaren, als zieke oude man, een fel antisemiet. zoals bleek in zijn rede bij de opening van het collegejaar 1921: ‘De Teekenen des tijds’. (Ongelukkigerwijs in augustus 1940 heruitgegeven, zie de website van DBNL)

“Nog steeds reageren geleerden, verbonden aan de Leidse universiteit, met een mengsel van afschuw en gêne als Bolland ter sprake komt. De universiteit, die door een gelukkig gesternte een handvol dappere mensen aan de Tweede Wereldoorlog een reputatie overhield die een mythe nabijkomt, herbergde tevens Nederlands meest uitgesproken antisemiet. Zoiets schuurt.” (562)

Zoiets schuurt, en daarmee schetst de biograaf een ongezouten of beter ongezoet beeld van de vreemde sprongen van Bolland. Maar toch, Bolland stierf in 1922 en kan dus niet verantwoordelijk gehouden worden voor het anti-joodse programma van de nationaalsocialisten vanaf 1933. Al zal het wel iets in de zwijgende publieke opinie gedaan hebben. Otterspeer schrijft:

“Misschien droeg die redevoering bij aan de onverschilligheid, waarmee Nederland zijn joodse bevolking liet afvoeren naar de vernietigingskampen."

Maar Bolland was de vleesgeworden paradox. Hij zou ongetwijfeld een felle opponent geweest zijn van het nazisme als systeem.
“Bolland heeft zichzelf niet gekend. Maar hij is zichzelf geweest.” (563)
Hij sprak vrijuit en onomwonden, daarbij niet altijd bewust van het effect van zijn woorden.

Otterspeer schreef een geweldig boek, dat de biografie overstijgt, en ‘en passant’ de hele tijdgeest van de ‘fin de siècle’ tot aan het 'interbellum' portretteert met zijn vele woordvoerders, filosofen, theosofen, profeten, marskramers en bizarre maatschappijhervormers.

Boeiend van begin tot eind.

» details   » naar bericht  » reageer  

Boek der Verandering: De Bijbel als Bron voor een Alternatief Christendom, Het - Cees den Heyer (2006) 3,5

17 december 2025, 18:33 uur

Laat ik eerst even iets over mezelf vertellen. Sinds de corona crisis, begin 2021, heb ik me intensief beziggehouden met de zaken van bijbel, geloof en theologie. Een tijd van bezinning: leeftijd en ervaringen uit het verleden speelden een rol. Ik beperkte me tot het jodendom en het christendom, omdat ik in de islam en de andere godsdiensten geheel niet thuis ben en me dan al gauw op glad ijs bevind.

Hoewel niet kerkelijk, heb ik wel een zekere ‘bagage’ meegenomen op die ontdekkingstocht. En die werd vooral gevormd door ‘mijn vaders boekenkast’. Ik las zeker honderdtwintig titels - voor een theoloog nog niet zoveel, maar bedenkelijk voor een gewone geïnteresseerde die nog net niet in een obsessie wil belanden - en aan die reis komt ergens ook weer een einde. Niet alles was het waard om in huis te houden. De boekenkast heb ik bijgevuld met boeken die mogen blijven. Voorlopig genoeg om me de komende jaren rustig mee bezig te houden en in te verdiepen. Gewoon voor mezelf. Ik geloof, maar de kerk heeft niks aan me.

En dan dit boek van Cees den Heyer uit Kampen; de in maart 2021 door een auto-ongeluk in zijn woonplaats zo onverwacht overleden hoogleraar en bijbelwetenschapper. Sinds 1997 plots een omstreden man in zijn Gereformeerde Kerk, toen hij een boek schreef over de verzoening en een alternatief presenteerde, op grond van zijn bijbelonderzoek, voor de orthodoxe visie op de kruisdood van Jezus. Anders gezegd: hij ontdekte dat het dogma niet klopte met de bijbel. Hij raakte verzeild in kerkelijke tuchtprocedures, beëindigde zijn hoogleraarschap in Kampen en ging vervroegd met pensioen. Een pijnlijk proces, waar hij nooit helemaal van herstelde. In 2000 schreef hij zijn zelfportret ‘Ruim Geloven’ waarin hij zijn verhaal en theologische weg in de gereformeerde wereld beschreef. Hij ging het lezingencircuit in en werd een gewaardeerd spreker, maar dan wel buiten zijn kerk.

Dit boek uit 2006 is een compacte theologie: een verwoording van zijn opvattingen als wetenschapper en gelovige. Het staat een beetje meer los van de dramatische kerkstrijd van een paar jaar eerder. Den Heyer gaat er eens goed voor zitten en zet zijn verhaal uiteen.

Kernpunt in zijn leerzame boek is dat je in de bijbel niet één verhaal, passend in een dogma, aantreft, maar een brede verscheidenheid aan gedachten, mythen en verhalen. En dat toont hij met vele voorbeelden in het oude en nieuwe testament aan. In de drie synoptische evangeliën, maar met name bij de oudste bron, het evangelie van Marcus, komt men Jezus op het spoor. De joodse Jezus, een Mensenzoon van vlees en bloed. Den Heyer is hier geheel overtuigd van de historische Jezus en vindt daarvoor voldoende bewijs in het evangelie.

Maar, dan wel een historische Jezus die getekend wordt in de beelden van die tijd. Dat wil zeggen: in mythische voorstellingen, met wondergenezingen en duiveluitdrijvingen. Die tijd is niet meer de onze en daarom kunnen we niet meer met dezelfde woorden zeggen dat Jezus is opgestaan uit de dood of aan het kruis onze zonden gedragen heeft. Dat zijn metaforen die in onze tijd niet meer opgaan. Mythische beelden, geplakt op een historische Jezus van Nazareth. Dat het misschien omgekeerd gegaan is; van mythe naar historie, van de hemel naar de aarde, past niet in de theologie van Den Heyer, die liefst de aarde onder zijn voeten blijft voelen.

En dan komt de schrijver-theoloog in zijn boek met een aantal voorstellen om de kerkelijke feestdagen een andere invulling te geven: een alternatief kerkelijk jaar. Die ideeën overtuigen me niet. De christelijke traditie is nu eenmaal niet iets waar je naar believen modules uit kunt losschroeven en vervangen door modernere - voor zolang die dan weer duren. Dan kun je beter de kerk opheffen of - wat dominees vaak niet durven - eerlijker en minder mistig gaan preken. Maar dat de bijbel veel breder en rijker is dan het ene christelijke verhaal van kruis en verlossing, en je steeds weer doet verbazen, is een gegeven dat ik graag van de professor in ruste overneem. Een goed geschreven boek, waarmee ik het niet altijd eens ben, maar dat hoeft ook niet!
De kruisen in een yin-yang symbool op de omslag begrijp ik niet. Het heeft m.i. met de inhoud nauwelijks iets te maken. Het leidt af.

Ik blijf lezen, maar achter de reeks besprekingen van boeken die gaan over theologische zaken zet ik nu een punt. Al zijn er nog duizenden boeken lezenswaardig. Het was een mooie reis. Maar om discussies over religie, historie of politiek op deze plaats te vermijden, laat ik het er bij. Er is immers nog zoveel meer!

» details   » naar bericht  » reageer  

Blijf bij Je Bevrijder: Theologisch Portret van Rochus Zuurmond - Herman Meijer (2022) 3,5

17 december 2025, 18:33 uur

stem geplaatst

» details  

Sluipwesp en de Leliën: Geloof en Ongeloof in de Klassieken, De - Diederik Burgersdijk (2018) 3,5

17 december 2025, 18:32 uur

Dit boekje bevat essays van dr. Diederik Burgersdijk, docent latijn en inmiddels gepromoveerd tot universitair docent, gespecialiseerd in klassieke retorica en historiografie in het laat-Romeinse Rijk, laten we zeggen: de eerste vier, vijf eeuwen van onze jaartelling.

De speelse boektitel verwijst naar de titel van een essay, een hoofdstukje in dit boek. Daarin beschrijft de auteur de klassieke bewondering voor de lelie, de stijlfiguur die staat voor schoonheid, onschuld en volmaaktheid van de schepping in klassieke en Bijbelse poëzie. Daartegenover positioneert de schrijver de sluipwesp, als voorbeeld van de gruwelijkheid van diezelfde schepping, aan de orde gesteld door bioloog Maarten ‘t Hart in zijn beroemde NRC-columns van rond de eeuwwisseling en citeert hier uit:

“...Wat is er ‘zeer goed’ aan een schepping waarin sluipwespen eieren leggen in klanders, die verlamd worden en die vervolgens langzaam door wat uit het ei komt opgepeuzeld worden?...
Wat is er ‘goed’ aan een schepping waarin een koekoeksjong jonge heggemusjes over de rand van het nest duwt? En wreed en langzaam sterven zij, de jonge musjes, van wie er niet één van het dak valt ‘zonder uw Vader’ zoals Jezus zegt?”
(67)

De auteur maakt duidelijk dat bijbelse en klassieke literatuur broer en zus van elkaar zijn. Veel klassieke werken, zo niet alle, zoals van Aristoteles en Plato zijn door ijverige christelijke monniken overgeschreven en bewaard voor het nageslacht. De oude kerk heeft altijd wel de waarde van de klassieke literatuur erkend. Burgersdijk maakt er geen geheim van vooral gecharmeerd te zijn van Seneca en zijn stoïcisme. Daar kan ik de auteur ook wel in vinden. Seneca is een filosoof die ook vandaag nog wat te zeggen heeft en gelezen kan worden.

Zo af en toe bezoek ik de boekwinkel van de Abdij in Egmond. Een Rooms bolwerkje in Noord-Holland. Wat hier opvalt, naast de uitgebreide kaarsenwinkel en het abdijbier bij de ingang, is dat klassieke filosofie en theologie gebroederlijk naast elkaar liggen. Plato, Seneca en Augustinus lijken het hier prima met elkaar te kunnen vinden. Protestantse nieuwlichters komen er niet aan te pas. Ik vermoed een eeuwenoude traditie in dit religieus systeem. Klassiek was de opleiding in het seminarie. De broeders wonen er nog.

in zijn hoofdstuk Kerk en de klassieken, trekt de auteur zijn lijnen door en probeert klassieke en Bijbelse literatuur met elkaar te verbinden. Zelf nadrukkelijk het geloof afgezworen, maakt de schrijver opmerkingen waarin hij toch raak het probleem van het moderne kerkelijke (in zijn geval protestantse) leven blootlegt:

“Ik bezocht nog weleens een kerk om het plaatselijke geloofsklimaat te testen, maar het was lauw. Er verschenen boeken van hoogleraren en dominees die het christelijk geloof uitkleedden en de waarheidsclaim lieten schieten (Kuitert), of de Bijbelverhalen zo metaforisch uitlegden dat er weinig waars van overbleef en Bijbeluitleg tot vrije associatie werd gereduceerd (Nico ter Linden).”
“Een belangrijke stroom van geloofsverkondigers wordt vandaag de dag gevormd door ongelovige dominees, of in ieder geval de predikanten die de waarheidsclaim loslaten. Zij beschouwen de Bijbel als een waardevolle tekst waaruit een boodschap voor het leven van vandaag gepuurd kan worden. De metafysische dimensie wordt weggemoffeld, en ook het geloof is niet meer van belang.” (169)

Bijzonder dat deze classicus, die zo duidelijk afscheid genomen heeft van het geloof, hier toch met zoveel hartstocht de vinger legt op de verwaterde moderne versie van dat geloof. Een soort felheid die je ook bij Maarten ‘t Hart aantreft. Na afschaffing van het geloof in God, maken ze zich hard tegen dominees die niet meer geloven in de waarheid van wat ze zeggen. Het de rug toekeren van de kerk gaat kennelijk gepaard met gemengde gevoelens. Een latente verontwaardiging achterlatend.

Een met veel stijl geschreven bundel. Burgersdijk is tenslotte een taalkundige. Fraai verwoordt de schrijver de positie en het bestaansrecht van de klassieke literatuur, als groot voorstander uiteraard van het lyceum, en maakt de controverse geloof-ongeloof (die pas in de achttiende eeuw is ontstaan) tot uitgangspunt van zijn betogen. Prikkelend, speels, maar niet altijd even verhelderend en al te vaak kort door de bocht. Een andere mening, en dan zo hartstochtelijk verwoord, kan ik echter wel waarderen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ruim Geloven: Een Theologisch Zelfportret - C.J. den Heyer (2000) 4,0

17 december 2025, 18:32 uur

Cees den Heyer, geboren in Scheveningen 1942, overleden in 2021, was een toonaangevende en veelbesproken hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Hogeschool te Kampen.
In dit bolwerk van (synodaal) gereformeerde theologie werd hij gevormd, volgde de vermaarde hoogleraar Herman Ridderbos op en stelde zich vol overtuiging in dienst van de kerkelijke opbouw.
Veelbesproken werd hij vooral toen hij in 1997 (tegen het einde van zijn carrière dus) een boekje over de verzoeningsleer publiceerde. Een storm van protest brak los en hij kwam in conflict met de kerkenraad van zijn woonplaats Kampen, die hem van de kansel wilde weren. Kern van de zaak was dat hij de oudkerkelijke en reformatorische belijdenis dat Jezus was gestorven als voldoening en offer voor de zonden op exegetische gronden niet langer kon onderschrijven. Anders gezegd: hij vond deze leer niet terug in het Nieuwe Testament. En wil je ruzie in de gereformeerde kerk, dan zaag je aan één van de pijlers van de belijdenis omtrent Jezus Christus, namelijk dat hij Zoon van God is (deel van God Zelf), dat zijn lijden en kruisdood verzoening gebracht heeft tussen een toornende God en de zondige mens en ten derde dat Jezus na zijn dood lichamelijk is opgestaan en eeuwig leeft. Torn je hardop - veel dominees dachten dat maar spraken het niet uit - aan deze drie fundamenten, dan kun je op problemen rekenen. En die problemen kreeg Den Heyer, ongewild, dan ook volop. De eindeloze tuchtonderzoeken, aangewakkerd door ronkende persberichten, deden hem besluiten de gereformeerde kerken, waarin hij van jongs af aan was opgegroeid, te verlaten.

Het is een boeiend geschreven werk, waarin Den Heyer, min of meer als verantwoording, zijn leven beschrijft, vanaf de oorlogsjaren in Scheveningen tot zijn vervroegde pensionering in 2000. Zijn persoonlijke levensverhaal is vervlochten met zijn theologische ontwikkeling. Nu is een autobiografie natuurlijk geschreven vanuit het gezichtspunt van de schrijver zelf. En op het moment van schrijven zat hij nog volop in het conflict. Die spanning is in zijn betoog wel voelbaar en ook het verdriet en de pijn. Het conflict, dat hij nooit bedoeld en gezocht had, raakte hem diep en hij voelde pijnlijk hoe hij vervreemdde van zijn eigen traditie.
Interessant zou zijn te lezen hoe anderen, vrienden, hem zagen in die jaren. Kritische zelfreflectie is er wel, maar het grote gelijk is nu wel duidelijk aan de kant van de auteur. Niet onterecht overigens, er werd hem veel leed aangedaan. Maar of hij als theoloog altijd de meest verstandige zetten heeft gedaan (Den Heyer was een verwoed schaker) moet nog nader belicht worden. Wie weet volgt er nog eens een gedegen biografie.

Over zijn keuze voor het Nieuwe Testament als hoofdvak schrijft hij op blz.185 het volgende:

“ Helemaal zeker weten doe ik het niet meer, maar misschien heb ik het in die tijd weleens betreurd dat mijn keuze al op het Nieuwe Testament als hoofdvak was gevallen. Natuurlijk, het Nieuwe Testament heeft voordelen: qua omvang is het aanzienlijk kleiner dan het Oude; het kan ook overzichtelijker genoemd worden, omdat het zich toespitst op de betekenis van Jezus Christus; en het heeft , meer dan het Oude Testament, de theologische bezinning in de loop der eeuwen diepgaand beïnvloed. Toch is er reden de bestudering van het Oude Testament als een aantrekkelijk alternatief te beschouwen. Het eerste deel van de christelijke bijbel kent veel afwisseling. Van eenzijdigheid of eentonigheid is geen sprake. De oudtestamentische geschriften bieden voor elk wat wils: spannende verhalen over patriarchen en koningen; geboden die het leven ordenen; diepzinnige spreuken van wijsheidsleraren; profetische geschriften die hun kritisch commentaar op het reilen en zeilen in de samenleving van die tijd vergezeld doen gaan van hoopvolle visioenen over de nabije toekomst; en tenslotte - last but not least! - een boek met honderdvijftig psalmen, liederen die gekenmerkt worden door een grote mate van verscheidenheid, terwijl de ene psalm in mineur eindigt - ‘U die vriend en buur van mij verwijdert; mijn enig gezelschap is de duisternis’ (Ps. 88:19) - begint de volgende met woorden die geen spoor van twijfel kennen ten aanzien van Gods trouw: ‘Wat de liefde van de Heer heeft gedaan, daarvan wil ik zingen steeds weer, van uw trouw getuigen voor alle generaties’ (Ps.89:2) "

Uit die laatste regels leefde Cees naar mijn idee. Daar kon en kan geen dogma tegenop.

» details   » naar bericht  » reageer  

Radio Hilversum 1940-1945 - Dick Verkijk (1974) 5,0

17 december 2025, 18:32 uur

Dit boek van journalist Dick Verkijk (1929) mag gerust een standaardwerk heten.
Met grote precisie heeft Verkijk de situatie in omroepland beschreven vanaf de maanden voor de Duitse inval tot de bevrijding. Al in 1969 ontstond het idee voor het boek, dat in 1974 uiteindelijk van de persen kwam. De auteur wilde geen (nog levende) omroep-mensen beschadigen en liet het oordeel aan de lezer. Vele interviews en speurwerk in de archieven vormden de basis voor zijn boek. Merkwaardig genoeg kreeg hij geen toestemming voor inzage in het Rijksarchief in Den Haag. Mogelijk zijn er daarom nog delen van dit dossier onopgehelderd gebleven.

Buitengewoon merkwaardig was dat Avro voorman Willem Vogt nog vóór de invasie op de hoogte bleek en voorbereidingen had getroffen. De Duitse groep onder leiding van Arthur Freudenberg, die de opdracht had gekregen de leiding in Hilversum over te nemen, werd op 15 mei, de dag van de capitulatie, warm onthaald in de Avro studio, dames overhandigden bloemen aan de bezetters en dezelfde avond nog was de Avro alweer in de lucht met de vertrouwde stem van omroeper Guus Weitzel.

Een fragment:
“Het eerste wat Freudenberg vroeg toen hij de studio binnenstapte was: ‘Wo ist Herr Vogt?’ Er waren onder de Duitsers namelijk geruchten gegaan, dat KLM-directeur Plesman en Avro-directeur Vogt door de Nederlandse autoriteiten zouden zijn doodgeschoten.
Dat men zulks van Plesman dacht, lag enigermate voor de hand. De KLM-directeur had immers voor de oorlog en zelfs nog in september 1939 allerlei plannetjes bedacht, die een erkenning van de hegemonie van het nationaal-socialistische Duitsland inhielden. In dat verband had hij ook contact gehad met nazi-leider Göring, die hij persoonlijk kende. Maar waarom dacht men het ook van Vogt?
Louis Fréquin herinnert zich dat, toen hij op 9 mei 1940 voor een uitzending in de Avro-studio moest zijn (hij schreef onder de naam Willem de Wael), Vogt zeer nerveus was. Omstreeks elf uur ‘s avonds zei hij tegen Fréquin: ‘Ga maar gauw naar huis, vannacht gaat het gebeuren.' Ook de per 1 mei 1940 tot studiochef benoemde H.M.J. Koopmans weet zich haarscherp Vogts opmerking te herinneren enige dagen voor de 10e mei ‘dat we misschien binnen een paar dagen in de oorlog zitten’. Hij weet het zich daarom zo goed te herinneren, omdat Vogt de duidelijke indruk wekte er meer van te weten en het niet zomaar een vrijblijvende opmerking was.”

Toch blijft een oordeel van Verkijk over de man uit. Willem Vogt bleek in de oorlog ook wapens voor het verzet in huis gehad te hebben en had hiermee zijn leven gewaagd voor de goede zaak. Een dubbele loyaliteit, zou je kunnen zeggen. Heel veel dapperheid sierde de overige omroepmedewerkers, waarvan nog geen 20 % openlijk pro-Duits was, niet. Nog voor de capitulatie vluchtte het Vara bestuur. Meest gewetensvol was dominee Spelberg, secretaris van de VPRO, die in zijn radiopraatjes en in het blad Vrije Geluiden, verholen maar toch duidelijk stelling nam tegen het antisemitisme.

Er waren veel Joodse medewerkers in dienst van de omroep. In het KRO-orkest alleen al 15 Joodse muzikanten. Die werden niet op Duits bevel ontslagen maar al in oktober 1939 door de omroep zelf!!
Bij de Avro kregen al op 21 mei, slechts zes dagen na de capitulatie, de Joodse medewerkers de bons, zonder schadeloosstelling.

“En daar gingen ze: Jacob Hamel, Han Hollander, Max Tak, Ida de Leeuw- van Rees, Jettie Cantor, Chita (Boris Lensky), Albert van Raalte en Antoinette van Dijk. Huilend verlieten de ontslagmensen de Avro-studio. Of mevrouw van Dijk ook Joods was, wist Vogt niet zeker, maar hij heeft toen maar het zekere voor het onzekere genomen en ook haar maar ontslagen.”

De nazificatie van de Hilversumse omroep verliep stapsgewijs en sluipend. Steeds meer werd de omroep een propaganda-instrument in de handen van de bezetter. Weinig heldhaftig werkten de meeste vaste omroepmedewerkers (die een gezin moesten onderhouden) gewillig mee. Slechts sporadisch werd een uitzending gesaboteerd door het instarten van een verkeerde band of andere ‘technische storing’.

In 1941 werden de eigen omroepverenigingen opgeheven en werd een nationaal programma (Nederlandsche Omroep) ingevoerd onder centrale leiding. De omroepverenigingen hadden nu alleen nog de programmabladen, die onder strenge censuur stonden.
Ook nu ging het omroep-leven verder alsof er niets aan de hand was. Ik kom namen tegen als Hetty Blok, Wim Ibo en Wim Sonneveld. Ze werkten mee aan het Nationaal Programma. Het volk wilde immers geamuseerd worden. Jacques van Tol had zijn zondagmiddag-cabaret onder de naam Paulus de Ruiter: een puur antisemitisch programma.

Ik kan uren doorgaan over dit boek, dat met 825 bladzijden geen moment verveelt. Een veelomvattend werk, dat goed laat zien hoe het in Nederland tijdens de bezetting toeging: velen collaboreerden om het eigen vege lijf te redden, zeer weinigen waren echt actief in het verzet en durfden het aan een vuist te maken. De meeste Nederlanders probeerden er maar wat van te maken en stelden al te gemakkelijk hun principes bij.

Dat confronteert je met de vraag: wat zou ík gedaan hebben?

» details   » naar bericht  » reageer  

Raadsel van de Drie Gestalten, Het - Havank (1935) 3,5

Alternatieve titel: Havank 2, 17 december 2025, 18:32 uur

Dit tweede boek van Havank, is al wat meer een echte detective. Het werd in 1959 opnieuw uitgebracht in de Zwarte Beertjesreeks als nummer 228 en mijn als nieuwe exemplaar uit 2008 is daarvan een ongewijzigde herdruk. Op de achterkant de tekst:

'In dit verhaal uit de tijd dat de Schaduw, alias Charles C.M. Carlier, nog de ondergeschikte van Hoofdinspecteur Silvère was, is onder meer sprake van een geheimzinnig drietal, dat zwart op wit waagt neer te schrijven dat het over meer hersenen beschikt dan Silvère en zijn collega's. Hoezeer deze stelling ook op verbeelding berust, bewijst wel de afloop van deze hoogst merkwaardige geschiedenis.'

Hoogst merkwaardig, dat is het zeker. Een Havank uit de tijd dat de schrijver nog serieus bezig was met een ingenieuze plot en de taalgrapjes en komische situaties nog niet de overhand kregen. Vooroorlogse kwaliteit dus, en hoewel hopeloos ouderwets, een bron van leesplezier.

» details   » naar bericht  » reageer  

Pupil, De - Harry Mulisch (1987) 4,0

17 december 2025, 18:32 uur

Mulisch schreef dit verhaal tussen 3 en 24 december 1986. Een tussendoortje. Net als Pecore schoot ook ik regelmatig in de lach om de zelfspot en de prachtige overdrijving van prestaties van de hoofdpersoon.
Het verhaal is op zichelf niet heel sterk maar de stijl maakt veel goed. Gaandeweg gaat het van onwaarschijnlijk fantastisch naar surrealistisch. Het ontspoort tot in het bizarre.

Bekende Mulisch-ingrediënten: autobiografisch, de naweeën van de tweede wereldoorlog, zijn beginnend schrijverschap (het lege papier), zelfspot en ijdeluiterij en natuurlijk zijn spel met het onmogelijke en metafysische. Leven en dood geven elkaar een hand.
Geen zwaargewicht in de bibliografie.
Mijn uitgave zit in de bundel Vijf Fabels (De Bexige Bij, 1995) En die past prima in de vakantiekoffer

» details   » naar bericht  » reageer  

Professor, Bestaat God? - Peter Barthel (2017) 2,0

17 december 2025, 18:32 uur

Een onvoldoende helaas voor dit boekje. Op de achterkant beveelt Maarten 't Hart, schrijver te Warmond, het boekje aan met de woorden:

'Dit verhaal van God is een buitengewoon redelijk en verstandig verhaal. Daar kan ik me wel een heel eind in vinden.'

Redelijk en verstandig, maar was dit het antwoord dat de sterrenkundige aan de zevenjarige Anco gaf? Dat hoop ik niet. Ik weet niet of de woorden van filosoof Ludwig Wittgenstein, door de schrijver instemmend geciteerd, het kind zoveel verder geholpen hebben.

Na uiteen gezet te hebben, wat God niet is, komt de auteur in het hoofdstukje 'Wat is God dus wel' op pagina 95 tot de slotsom:

"Samengevat: God is het goede en mooie van deze wereld dat we met elkaar in verwondering en in vertrouwen op de toekomst ontdekken, dat ons ter verantwoording roept en dat we met elkaar moeten delen - niets meer, maar ook niets minder."

Prima hoor, deze volstrekt politiek correcte formule van Peter Barthel. Het zal ongetwijfeld allemaal in de sterren te lezen zijn. Je bent nu eenmaal wetenschapper of niet. Maar heel veel schiet de vragensteller met dit boekje niet op, ben ik bang.

» details   » naar bericht  » reageer  

Procedure, De - Harry Mulisch (1998) 4,0

17 december 2025, 18:32 uur

Een knap staaltje puzzelwerk in dit boek, voornamelijk een roman, maar meer dan dat. De verhaallijnen hebben connectie met de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet, gebaseerd op het aloude, in de derde eeuw geschreven Boek van de Schepping. En in die letters zit, volgens de oude mystieke traditie, een kracht verborgen die leven kan maken. Leven in letters, in taal en in de schepping van de mens. Het is meer dan een roman, een netwerk van verhalen waarin de geschiedenis voorbij komt, vooral de Joodse geschiedenis. Zoals we van Mulisch kunnen verwachten is hij niet bescheiden in het etaleren van zijn kennis. Maar dankzij de ironie en verborgen zelfspot is dat niet storend. Een prachtig boek dat na meerdere keren lezen open gaat.

» details   » naar bericht  » reageer  

Poes: De Poezenverhalen - Midas Dekkers (2001) 4,0

Alternatieve titel: Poes: Verhalen over de Poes, 17 december 2025, 18:32 uur

stem geplaatst

» details  

Perennial Philosophy, The - Aldous Huxley (1945) 3,0

Alternatieve titel: De Eeuwige Wijsheid, 17 december 2025, 18:32 uur

Aldous Huxley, geboren Engelsman, maar sinds 1937 woonachtig in Hollywood, was een romanschrijver en dichter die in 1932 grote bekendheid kreeg met zijn visionaire toekomstroman Brave New World waarin hij een technocratische dictatuur voorzag.
In wetenschappelijke vooruitgang zag hij een element van ontmenselijking. Later, tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte hij gefascineerd door de werking van geestverruimende middelen en de mystiek van hindoeïsme en boeddhisme.

In april 1944 begon hij aan zijn boek The Perennial Philosophy, De Eeuwige Wijsheid. Het boek verscheen in april 1945. Achtergrond voor dit werk was zijn overtuiging dat alle vormen van mystiek en religie eenzelfde oorsprong hebben, namelijk: God is eeuwig, het menselijk bewustzijn is daar een afspiegeling van en de mens vindt het geluk door het realiseren daarvan. De verschillende mystieke wegen leiden naar hetzelfde doel: liefde en onthechting, opgaan in het goddelijke. In deze staat bestaat slechts het woordeloos aanschouwen, ervaren.

In het boek worden alle onderwerpen van de mystieke weg langsgelopen. Geboden zitten daar niet bij, maar voorschriften hoe het pad te bewandelen, des te meer. En ik moet bekennen dat het een hele kluif is aan lees- en denkwerk. Zo heel woordeloos schijnt deze onderneming dus toch niet te zijn. Huxley geeft een bloemlezing van voor hem centrale mystieke teksten uit de literatuur. En, misschien omdat hij daarin het meest thuis is, vinden we opvallend veel teksten van middeleeuwse mystici: Johannes van het Kruis, Meester Eckhart, William Law (18e eeuw), Hans Denk, maar ook Philo van Alexandrië en Augustinus. En uit het Oosten vooral: Lao Tzu, Chang Chih-chi, Rumi en de hindoe-geschriften, zoals de Bhagavad Gita. Opmerkelijk is dat Joodse mystieke literatuur ontbreekt.

Om een voorbeeld te geven van een commentaar uit het hoofdstuk Ascese, Onthechting, Manier van leven, een citaat van Johannes van het Kruis met daaronder het commentaar van Huxley:

‘Onrust is altijd ijdelheid, omdat het tot niets leidt. Zelfs als de hele wereld en alle dingen daarin in verwarring zouden raken, zou een gevoel van onrust daarover ijdelheid zijn.”

“Niet alleen elke dag maar ook elke plaats heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Wanneer we ons opwinden over gebeurtenissen die we niet kunnen beïnvloeden, hetzij omdat ze zich nog niet hebben voorgedaan, hetzij omdat ze zich afspelen op voor ons onbereikbare afstand, is het enige effect ervan dat het hier en nu wordt doordrenkt van het ver verwijderde en of voorziene kwaad waarover we ontdaan zijn. Als we vier of vijfmaal per dag luisteren naar de nieuwsdienst en de actualiteitenrubrieken en behalve de ochtendkrant nog een aantal week- en avondbladen lezen, wordt dat tegenwoordig ‘een intelligente betrokkenheid
bij de politiek’ genoemd. Jan van het Kruis zou hebben gezegd dat we ons overgeven aan ijdele nieuwsgierigheid en dat we onrust ter wille van de onrust in stand houden.”

Tot zover Huxley’s uitleg en commentaar op deze tekst, met de kanttekening dat in 1944 ongetwijfeld heel wat in de kranten gestaan zal hebben dat zelfs in Hollywood voor onrust gezorgd heeft.
Voor mij typerend hoe Huxley de principes van wijsheid vooral quietistisch beleefde, afgeschermd van de buitenwereld (die op dat moment in brand stond) en de stilte in zichzelf zocht. De ware wijsheid is niet buiten te vinden, maar alleen binnenin. De kern van de mystiek, lijkt me. Maar ook de armoede van deze beleving die weinig van buiten toelaat.
Dat hiermee het terrein van ‘de wereld’ buitengesloten wordt is toch wel een belangrijk bezwaar, mijns inziens. Juist dáár kom je de medemens tegen en doet het ertoe hoe je daar mee omgaat. De geschapen wereld, toch ook van deze God lijkt me, is vooral het leef- en werkterrein, niet de kloostercel. Maar dat is mijn mening en erg gevorderd op de mystieke weg ben ik niet.

Huxley maakte, als ik het goed zie, een ommezwaai mee van politiek engagement en satire naar verstilling en verinnerlijking. Niet dat hij veel onware dingen beweert. Er staat heel wat moois te lezen. De richting is echter veranderd. En het komt wat prekerig over hier en daar. In ieder geval biedt de bloemlezing een rijke schat aan citaten, keurig in register en literatuurlijst na te zoeken. En ik moet zeggen dat de Nederlandse uitgave bij Servire uit 2004, tiende druk, werkelijk prachtig is.

» details   » naar bericht  » reageer  

Pensées - Blaise Pascal (1670) 4,0

Alternatieve titel: Gedachten, 17 december 2025, 18:32 uur

stem geplaatst

» details  

Paulus: Een Leven tussen Jeruzalem en Rome - Fik Meijer (2012) 3,5

17 december 2025, 18:32 uur

De auteur schrijft in zijn inleiding:

"Dit boek is het resultaat van een lange omgang met Paulus. Als scholier was ik vooral gefascineerd door zijn volharding om onder moeilijke omstandigheden verafgelegen plaatsen te bereiken. Ik las over zijn reizen in Handelingen van de apostelen en verslond de verslagen van avonturiers die in zijn voetsporen de plaatsen hadden bezocht waar hij was geweest. De interesse voor Paulus en zijn reizen was mij ingegeven door mijn vader, geschiedenisleraar aan het Bonaventura College in Leiden. In zijn klaslokaal hing een kaart van de Middellandse Zee, waarop de reizen waren ingetekend. Hij kon er prachtig over vertellen. Nu hangt die kaart weer bij mij thuis. Geregeld werp ik er een blik op."

Ziedaar de bron van de interesse voor het onderwerp. Fik Meijer kan, net zoals zijn vader kennelijk, prachtig vertellen en heeft de gave de lezer bij de les te houden. De nautische belangstelling voor de zeereizen van de apostel (Meijer houdt van zeezeilen en is bekend met de Middellandse Zee) neemt een zekere plaats in, maar vooral is de aandacht gericht op de boodschap van Paulus, zijn overtuiging, zijn doelen en conflicten. Meijer kan het niet laten hier en daar door een klassieke bril te kijken en speculeert dat Paulus zich voor zijn tweede grote reis geroepen voelde door een visioen van een man uit Macedonië. Een goddelijk visioen schrijft Lucas in zijn Handelingen, maar die Macedoniër was misschien wel Alexander de Grote, die net als hij één grote droom had: de wereld onder zijn invloed te brengen. Was Alexander een voorbeeldfiguur voor de apostel? Het kan, we weten het niet. In ieder geval laat de auteur niet zonder spijt merken dat Lucas in zijn Handelingen de lezer maar heel beperkt informeert. En dan ga je op zoek naar oplossingen.

Een niet heel diepgaand maar onderhoudend en informatief boek. Dat Meijer een historicus is en geen theoloog of nieuwtestamenticus mag in deze biografie een voordeel genoemd worden.

» details   » naar bericht  » reageer  

Paul: A Biography - Tom Wright (2018) 3,5

Alternatieve titel: Paulus: Een Biografie, 17 december 2025, 18:32 uur

Historicus/nieuwtestamenticus Tom Wright (1948) schreef deze uitvoerige biografie van de apostel Paulus. Saulus (Joodse naam) of Paulus (Grieks) is altijd omstreden geweest. Dat was hij al in zijn eigen tijd, zeg maar tussen het jaar 35 en 65 van onze jaartelling, maar zeker ook nu. De afgelopen decennia werden de brieven van Paulus zelfs geschrapt van de liturgische jaarroosters. Weg met Paulus, was de teneur. In de middeleeuwen werd hij niet begrepen en ook in de reformatie niet, als we dit boek mogen geloven. In ieder geval werd zijn gedachtegoed versmald, aangepast aan de theologische mode van het moment. De auteur komt betrouwbaar over en zijn bekwaamheid om deze ingewikkelde materie uit de doeken te doen is overduidelijk. Wright heeft zich als het ware helemaal in de oude Griekse teksten en leefwereld ingegraven en bekijkt de zaken van binnenuit.

Bronnen zijn daarbij de vrij beknopte beschrijvingen in Handelingen van Lucas en daaraan knoopt hij de biografische gegevens uit de brieven van de apostel zelf. Zo ontstaat er een raamwerk, met vele passende aansluitingen en helaas ook vele losse eindjes. Maar de grote lijn is zichtbaar. Paulus wordt geschetst als een serieuze Jood, die de Bijbel kende en vol ijver en overgave geloofde in de Ene God. Dat bleef hij doen, ook toen Jezus hem op de weg naar Damascus in een visioen was verschenen. In de synagoge, waar hij kind aan huis was, werd zijn uitleg van de Messias niet vertrouwd en kon hij op felle weerstand rekenen. Ook de autoriteiten hadden bedenkingen bij zijn geloof in een Messias-verlosser, die Heer genoemd werd. Dat rook naar politiek verzet tegen de keizer. De apostel was een man van uitersten, een man die mensen bij elkaar kon brengen maar ook van zich vervreemden. Hij kon opgetogen zijn en blaken van hoop en energie maar ook terneergeslagen en wanhopen aan zichzelf en het nut van zijn onderneming. Zijn veelbewogen leven eindigde in Rome waar hij, zo zegt de traditie, onder keizer Nero werd onthoofd.

Waar de auteur op hamert is dat we niet met een middeleeuws idee van geloof als toegangskaartje voor de hemel naar Paulus moeten kijken. Paulus dacht heel anders. Hij geloofde dat hemel-en-aarde bij elkaar hoorden en het herstel van alle dingen dus hier op aarde gaat plaatsvinden. Of de auteur daarin gelijk heeft, weet ik niet. Volgens mij heeft de apostel Paulus toch ook wel dualistische uitspraken gedaan over het aardse achterlaten en naar de hemel gaan. Hij had m.i. een mystieke geest en werd niet rationeel bepaald door omlijnde theologische ideeën. Wie een systeem wil ontdekken bij Paulus, komt niet goed uit.

Dat brengt me bij de vraag wat ik eigenlijk nu zelf vind van deze Paulus. Lezend in zijn brieven struikel ik over de passie en de conflicten waarin hij verzeild raakt. Een strijder voor de waarheid en voor zijn heilsboodschap, waarvan hij ten volle overtuigd was. Hij zag zichzelf als enig juiste woordvoerder van dat evangelie. Zelf ben ik niet zo’n strijdbaar type en zeker niet als het om zaken van geloof gaat, waarin nu eenmaal weinig te bewijzen valt. Paulus weet het op basis van zijn Jezus-visioenen allemaal wel erg zeker en daarmee brengt hij een stuk fanatisme in, wat ik niet aantref bij de evangelieschrijver Johannes of Jacobus, de broer van Jezus. En in deze tijd heb ik het niet zo op fanatisme, zeker niet op religieus gebied. Dan lees ik liever de meer poëtische stukken. Waarheid hoeft niet altijd knetterhard te confronteren. We weten zo weinig eigenlijk, zo sta ik erin. Verwondering past meer bij me dan overtuiging.

Al met al toch een interessant en spannend geschreven boek, dat bijna wegleest als een historische roman vol onverwachte wendingen, hoogte- en dieptepunten. Een boek voor een breed publiek, denk ik, in ieder geval in de Angelsaksische wereld. Omdat de schrijver niet in discussie treedt met andere onderzoekers, treffen we geen literatuurlijst of noten aan, wel een register van Bijbel-aanhalingen, personen en plaatsen. Het is dus geen theologie, maar een biografie, gebouwd op eigen bevindingen van de schrijver. Een uitstekende Nederlandse vertaling verscheen bij uitgeverij Van Wijnen Franeker. Een fraai gebonden boek, dat lekker in de hand ligt. Ook niet onbelangrijk.

» details   » naar bericht  » reageer  

Paul Temple and the Margo Mystery - Francis Durbridge (1986) 3,5

Alternatieve titel: Het Margo-Mysterie, 17 december 2025, 18:31 uur

stem geplaatst

» details  

Op de Grens van Religie en Geloof: Over Ervaring en Openbaring in Deze Tijd - R. van den Berg (1997) 3,5

17 december 2025, 18:31 uur

stem geplaatst

» details  

Oorlog, De - Ad van Liempt (2009) 4,5

17 december 2025, 18:31 uur

stem geplaatst

» details  

Ontwakend Jodendom: Cultuurgeschiedenis van een Nieuwe Religie in de Oude Oriënt - Daniël De Waele (2024) 5,0

17 december 2025, 18:31 uur

Auteur Daniël De Waele (1957) schreef de afgelopen jaren een aantal vuistdikke boeken over de Joods-Christelijke geschiedenis; ontstaan, geschriften en leven van de gelovigen in hun dagelijks bestaan.

Ontwakend Jodendom behandelt eigenlijk het oudste ontstaan van de Bijbelse verhalen, dus voordat er nog maar sprake was van Bijbelse geschriften. Het laat zien hoe een verzameling stammen in de Levant (het kustgebied tussen Egypte en het huidige Turkije) een eigen identiteit ontwikkelde, te midden van grootmachten als Assyrië en Egypte. En dan hebben we het over de periode van overgang van bronstijd naar ijzertijd, ongeveer 1200-800 jaar voor de ons bekende jaartelling. Een tijd waarin het oorlogvoeren een vlucht nam met de sterkere ijzeren wapens en wereldrijken expansie zochten.

Ook de stammen Juda en Israël moesten eraan geloven en bekend is hoe een deel van het volk werd weggevoerd in ballingschap naar Babel (586 v.C.). De tempel van Salomo in Jeruzalem werd verwoest.

Nu komen we op een interessant gebied. De auteur kiest er bewust voor niet de Bijbelse geschiedschrijving als leidraad voor zijn verhaal te nemen, maar het wetenschappelijke model, gebaseerd op de talrijke archeologische vondsten en teksten op kleitabletten in Mesopotamië (het tweestromenland), Assyrië en Egypte. En wat je dan steeds ziet, is dat de bijbelschrijvers veel van hun verhalen, voorstellingen, geboden en gebruiken hebben ontleend aan de grote culturen waarin ze werden opgenomen. Met dit verschil dat Juda en Israël een ander idee hadden van de godsdienst. Er vond een ontwikkeling plaats van veelgodendom, met vele goden, ook huisgoden, die ieder een functie hadden, naar het idee dat er één God is en al die andere tot god verwekte beelden niets voorstelden.
Dat idee leidde ook tot humanisering van de godheid. Een God die geen concurrentie te duchten had en bevrijdend handelde voor zijn volk en met mensen begaan was. Maar verder was ook het Jodendom ingebed in de oosterse cultuur en deelde vele normen en waarden, zoals regels over eigendom en familie met de omringende volken.

Je kunt dus stellen dat De Waele de historisch-kritische benadering kiest, de bijbel hier niet als godsopenbaring leest, maar dat doet hij niet zonder ook de andere stemmen te laten horen. De uitgebreide literatuurlijst laat zien hoe breed hij zijn onderzoek deed. Bij het verhaal van de uittocht uit Egypte en de wetgeving op de Sinaï, het hart van de Joodse religie, laat de schrijver meerdere mogelijke scenario’s passeren. Wat voor gelovigen misschien lastig te verwerken is, is dat in ieder geval de bijbelschrijvers geen puur historische maar een theologische visie hebben gegeven, en daarbij latere gebeurtenissen hebben ingepast in hun verhaal. Zo kunnen we met heel weinig zekerheid weten of Abraham en Mozes historische personen geweest zijn of woordvoerders van het geloof uit latere tijd die terug geprojecteerd zijn in een oudere tijd. Profeten, zoals Amos, leefden vóór de tijd van de Babylonische ballingschap. Over Mozes en de geboden weet de profeet nog niets. De verhalen over schepping, aartsvaders, bevrijding uit de Egyptische slavernij, verovering van Kanaän komen in een heel ander daglicht te staan als we begrijpen dat deze van later datum zijn.

Het duizelt je vooral in het eerste historische hoofdstuk van de vele namen en gebeurtenissen. Er werd wat gestreden, gemoord en aan landjepik gedaan in de Oudheid. Dat is een beetje taai doorheen te komen. Het tweede hoofdstuk behandelt het dagelijks leven en dat is alweer een stuk leesbaarder. Heel mooi zijn de hoofdstukken over religieuze mythen, gebruiken, voorstellingen en teksten uit de oude Oriënt. De Bijbel is daartussen een geschrift dat vrij laat gedateerd moet worden. Veel Bijbelspreuken bestonden al eeuwen onder andere volken, meestal Mesopotamië en Egypte, en werden aangepast aan het geloof in de Ene God.

Hoofdstuk vijf behandelt de godsdienst van Perzië, dat een enorme invloed had op de hele cultuur in het Midden-Oosten; het Zoroastrisme. Vanuit deze religie kennen we het dualisme: de wereld van geesten en demonen en een oordeel en leven na dit leven. Duidelijk is hiervan de invloed geweest op het Nieuwe Testament.

Met deze paar pennenstreken kan ik geen recht doen aan dit enorme handboek van de begaafde docent godsdienstwetenschappen Daniël de Waele. Ik tel, meer dan wat de uitgever opgeeft, 560 pagina’s; een prachtig boek, met vele kaarten, illustraties en foto's verrijkt. Het is indrukwekkend. En hoewel in 2024 uitgegeven, is het boek de basis, chronologisch gezien, voor de boeken die De Waele al schreef, zoals Vergeten Rijkdom (2022), Ontluikend Christendom (2021) en Heilige Woorden (2024). Een enorme productie in enkele jaren tijd. Dat is het zeker, al moet daarbij gezegd worden dat De Waele zijn lesmateriaal dat hij de voorgaande decennia al had ontwikkeld hier tegen het licht houdt, actualiseert en uitwerkt tot deze dikke boeken. Het kwam dus niet uit het niets en De Waele bewaarde het beste voor het laatst.

En er is meer op komst. Tenminste twee boeken staan nog in de wachtrij.
Ik denk dat het eerstvolgende gaat heten: Hemelreizen en hellevaarten: Over dodenrijk, hemel en hel in de Oudheid. Mogelijk nog dit jaar.
Uitgever KokBoekencentrum mag met deze auteur, die voor een breed publiek toegankelijk schrijft, heel tevreden zijn.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ontsnapte Land, Het - Geert Mak (1998) 4,0

17 december 2025, 18:31 uur

stem geplaatst

» details  

Om het Joodse Kind - Elma Verhey (1991) 5,0

17 december 2025, 18:31 uur

stem geplaatst

» details  

NSB en de Kerken, De - Harmjan Dam (1986) 4,0

17 december 2025, 18:31 uur

Een boeiende reportage over de verhouding tussen de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) en de kerken in de jaren dertig tot aan de bezetting.

Het boek beschrijft goed de opkomst van de fascistische bewegingen, de teruglopende invloed van het liberalisme en de economische crisisjaren. Al ver voor het nazisme was er een voedingsbodem voor fascisme en antisemitisme in Nederland. Er was tussen de zuilen ruimte ontstaan voor radicale ideologieën. Het betrof kleine gezelschappen, met voormannen vooral uit adellijke kring, rechts-liberalen en Hegelianen/Bollandisten. De NSB was een legale politieke beweging met veel gematigder standpunten. Een beweging die algemeen welzijn voor het volk voorstond. Anton Mussert en Cornelis Geelkerken, de leiders van de beweging, hadden aanvankelijk vooral steun onder de middenklasse, kleine ondernemers in de grote steden en boeren in de Achterhoek en Drenthe die leden onder de economische malaise.

Het was een door en door verzuilde samenleving en wilde de NSB aansluiting zoeken bij de kerkelijk gezinde meerderheid van de bevolking, dan moest er ook een religieuze aansluiting gevonden worden. Die aansluiting mislukte. De ideologische onderbouwing, waaraan ook een paar hervormde theologen hadden meegewerkt, was te duidelijk een poging leden voor de partij te winnen. Vooral bij Rooms-Katholieken en gereformeerden waren er grote principiële bezwaren tot contacten met de beweging. En kerkleden werden vanwege lidmaatschap van de NSB uitgesloten van de sacramenten. Ze vielen onder de tucht. Onder hervormden, vooral de rechts-vrijzinnigen, waren aanzienlijk meer NSB-ers te vinden.

Een groep protestantse (hervormde en doopsgezinde) NSB-theologen verenigde zich in de werkgemeenschap 'De Orde van Getuigen van Christus.' Hierin probeerden ze fascisme en christelijk geloof met elkaar te verzoenen. Tevergeefs klopten ze bij de kerken aan voor erkenning, al zal er zeker aanhang onder het kerkvolk geweest zijn.

Na de nederlaag bij de verkiezingen van 1937, waarbij de aanhang halveerde, veranderde de toon van de NSB en werd de partij van Mussert (die eerder geen uitgesproken antisemiet was en puur nationaal dacht) radicaal anti-joods en pro-Duits. Het zoeken naar dialoog werd vervangen door propaganda.

"Op 10 mei 1940 veranderde de relatie tussen de NSB en de kerken echter volledig. Vanuit de NSB gezien werd Nederland opgenomen in één Germaans Rijk, geleid vanuit Berlijn. Het ledental van de NSB verdubbelde in een half jaar. In juni 1940 ontmoetten de NSB-ers elkaar in Lunteren tijdens de 'Hagespraak van de Bevrijding'. De kerken daarentegen werden niet langer geconfronteerd met een kleine schreeuwerige politieke partij met een nazistische ideologie, maar met een Duitse bezettende macht. De kerken moesten nu hun houding bepalen tegenover deze 'niet-gekozen' overheid."(170)

Het boek behandelt vooral de protestantse kerkelijke wereld. De Rooms-Katholieke visie, het felle verzet tegen de NSB in deze kring, blijft daardoor wat onderbelicht. Maar het is dan ook een boek van de gereformeerde uitgeverij Kok te Kampen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Notes on Nationalism - George Orwell (1945) 3,5

Alternatieve titel: Over Nationalisme, 17 december 2025, 18:31 uur

In dit essay, van vlak na de Tweede Wereldoorlog, poogt George Orwell (pseudoniem voor Eric Arthur Blair) tot definities te komen van ‘nationalisme’, het nastreven van idealen en belangen van uitsluitend de eigen groep. En daarom geeft de schrijver aan dat het woord niet helemaal de lading dekt.

"Met ‘nationalisme' bedoel ik ten eerste de gewoonte om aan te nemen dat mensen worden geclassificeerd alsof het insecten zijn en dat hele blokken van miljoenen of tientallen miljoenen mensen gerust ‘goed’ of ‘slecht’ genoemd kunnen worden. Maar ten tweede - en dit is veel belangrijker - bedoel ik de gewoonte om zichzelf te identificeren met één enkele natie of een andere groep voorbij goed en kwaad te plaatsen en geen andere plicht te kennen dan het behartigen van haar belangen.”

Om duidelijk te maken dat principes van menselijkheid vaak alleen worden toegepast op de eigen groep en tot blindheid en negeren kan leiden voor andere groepen, geeft Orwell dit voorbeeld:

“ Het liberale dagblad News Chronicle publiceerde, bij wijze van voorbeeld van schokkende wreedheid, foto’s van Russen die waren opgehangen door Duitsers, en een jaar of twee later publiceerde het vol goedkeuring bijna precies dezelfde foto’s maar dan van Duitsers die waren opgehangen door de Russen.”

Beschaving is dikwijls een flinterdun laagje, bestemd voor het beschermen van de eigen belangen. Nationalisme in de verschillende vormen leidt tot onverschilligheid voor de werkelijkheid. De ‘nationalist’ ziet de dingen niet omdat hij die niet wil zien.
En dan komt de essayist tot het opsommen van vormen van ‘overgedragen nationalisme’:

Communisme (wat de auteur niet verder uitwerkt)
Politiek katholicisme (met name G.K. Chesterton krijgt ervan langs)
Kleurgevoel (racisme)
Klassegevoel (standen)
Pacifisme (meestal uit obscuur religieus motief)

En het ‘negatief nationalisme’:
Anglofobie
Antisemitisme
Trotskisme (communisten tegen Stalin)

“Als je een afkeer en angst hebt voor Rusland, als je jaloers bent op de rijkdom en macht van Amerika, als je joden veracht, als je je minderwaardig voelt ten opzichte van de Britse heersende klasse, dan kom je niet zomaar van die gevoelens af door er alleen maar over na te denken. Maar je kunt ten minste erkennen dat je ze hebt, en voorkomen dat ze je denkvermogen verpesten.”

Dit laatste citaat is uiteraard nog steeds van betekenis. Toch valt het geschrift een beetje tegen. De inleiding van ‘duider’ Bas Heijne in de Nederlandse vertaling voegt wel een aantal bladzijden, maar inhoudelijk te weinig toe om het tot een krachtig signaal voor deze tijd te maken. En misschien moeten we het daarom ook beter plaatsen in de context van de verwarring van de jaren vlak na de oorlog. Het zoeken naar nieuwe ankerpunten van beschaving. Alles was in beweging. Orwell zag het belang van onpartijdige humaniteit voor de samenleving. En zag het begin van de naoorlogse 'ontzuiling', maar ook de conservatieve krachten die de vooroorlogse situatie wilden bestendigen. De betekenis van een 'glazen bol' voor onze tijd, maak ik echter niet helemaal mee. Een 'profeet' spreekt allereerst voor de eigen tijd en situatie.

» details   » naar bericht  » reageer  

Nooit op de Knieën. Marcus Bakker (1923-2009): Communist en Parlementariër - Leo Molenaar (2015) 4,0

17 december 2025, 18:31 uur

Markant, dat kun je zeker zeggen van de rechtdoorzee geaarde Bakker. Ik heb hem een keer ontmoet toen ik als scholier op weg was naar Amsterdam, ergens rond 1978, denk ik. Hij stapte in Zaandam in de trein en kwam een tijdje tegenover me te zitten. Op weg naar Den Haag, bruinleren aktetas op schoot, en een beetje sjofel, of beter: proletarisch, gekleed. We maakten een kort praatje over het weer, veel meer zal het niet geweest zijn. Een heel gewone aardige, beetje vaderlijke, man.

De biografie van kameraad Leo Molenaar beschrijft het leven van de beroemde Zaankanter in alle eerlijkheid. Zijn vasthoudendheid en moed, zijn keuze voor het verzet in de oorlog, maar ook de lastige trekken en ronduit foute keuzes van de man. Mooi beschreven is het heftige conflict dat in de partij, de CPN, losbrak naar aanleiding van de onthullingen over Stalin. De kamerfractie van de CPN splitste en een deel ging verder als de groep Wagenaar. Molenaar schets indringend hoe er een sfeer van wantrouwen heerste binnen de partij. Afwijken stond gelijk aan verraad. En dat tegenover een vijandige buitenwereld.
Marcus Bakker was vrij laat met de erkenning dat het in het communistische thuisland niet zo paradijselijk was als voorgesteld en volgde in de jaren '50 trouw de harde pro-Moskou-lijn van partijleider Paul de Groot.
Zijn eigen charisma ontwikkelde hij later en toonde zich steeds meer een rasechte democraat en een geliefd debater in de Tweede Kamer. Pas laat, na het verlaten van de politiek, betuigde Bakker spijt over zijn blinde liefde voor het communisme, vooral door de onthulling van de misdaden van het Stalin-regime, al heeft hij het principe ervan nooit verloochend.

Een heel interessant boek. Molenaar, historicus, en zelf lid van het partijbestuur van de CPN in de jaren 1980-1989, schetst een beeld van binnenuit. Voorheen een strikt gesloten partijkader.
Ik heb jarenlang in de Zaanstreek gewoond en buren lazen De Waarheid, destijds nog een dagblad. Het kantoor van de krant in Zaandam heb ik in de nadagen nog weleens bezocht. Een bijzonder wereldje, maar van vergane idealen. Ik was er op bezoek om foldermateriaal voor de kamerverkiezingen van 1986 te verzamelen voor een bijeenkomst. In dat jaar verloor de CPN zijn laatste zetel in de kamer. Bij de fusie met progressieve partijen tot GroenLinks in 1991, was het met de CPN gedaan. Ook de krant, De Waarheid, dat inmiddels een weekkrant geworden was, verdween. Marcus Bakker overleed in 2009.

» details   » naar bericht  » reageer  

Nieuwe Bijbelse Miniaturen - Carel ter Linden (2020) 3,5

17 december 2025, 18:31 uur

Bijbelse Miniaturen (2018) en Nieuwe Bijbelse Miniaturen (2020) beginnen allebei met een inleiding waarin de auteur uiteenzet hoe hij, door de jaren heen, is gaan denken en geloven.
Ter Linden schrijft:

“Wat de Bijbel ‘God’ noemt, is in mijn ogen een heilig krachtenveld van eeuwige beginselen: liefde, trouw en recht, bevrijding uit onrecht en onderdrukking, vergeving en verzoening. Eeuwige beginselen die het bijbelse Israël op een heel eigen manier en met vallen en opstaan aan het leven zelf heeft afgelezen en in allerlei verhalen gestalte gegeven.”

In het eerste deel worden 70 Bijbelverhalen in korte drie-minuten-teksten (oorspronkelijk bedoeld voor de radio) verteld en uitgelegd. In het tweede boek worden nog eens 56 teksten toegevoegd die wat langer zijn en een stukje dieper gaan. De stijl van Carel ter Linden is glashelder. Hij raakt de kern van de verhalen en doet dat zonder omhaal van woorden. Ieder woord is gewikt en gewogen. En ik heb het idee dat de schrijver zich vooral ook richt op mensen die niet wekelijks een kerk bezoeken.

Het zijn prachtige vertellingen van de Bijbelverhalen die het hart raken. Dat de dominee een theologische mening heeft is duidelijk, maar nergens dringt hij die op in zijn uitleg. Dat is respectvol en pastoraal wijs. De Bijbelverhalen zijn het waard om door te geven aan volgende generaties, ook als cultureel erfgoed. De theologie hobbelt daar achteraan en kan eigenlijk best gemist worden. Vertellen is de grote kracht van deze dominee. Zijn theologische concepten mogen interessant zijn, ze zijn naar mijn idee een korter leven beschoren. De verhalen nemen we mee.

» details   » naar bericht  » reageer  

Niemandsland: Biografie van een Ideaal - Marcel van Dam (2009) 4,0

17 december 2025, 18:31 uur

De auteur, voormalig staatssecretaris volkshuisvesting in het kabinet den Uyl, Vara-voorzitter en presentator is bij velen nog wel bekend en misschien ook wel berucht. Van Dam wond er in debat en optreden geen doekjes om. En kon dan ook tegengas verwachten. Als pleitbezorger van de sociaal-democratie, koos hij steevast de kant van de minder bedeelden. Toen de PvdA onder leiding van Wouter Bos de koers steeds meer richting de middengroepen verlegde, en de SP in dat gat sprong, zei van Dam zijn lidmaatschap van zijn zo geliefde partij op.

Het moet gezegd worden: een principieel strijder. In debatten althans. Kritiek was er vooral op zijn eigen leefwijze. Hij lustte graag een borreltje, had een meer dan riant salaris bij de arbeidersomroep en kocht een vorstelijk landgoed in Hulshorst. Het gezegde 'links lullen, rechts zakken vullen' kon eenvoudig op de man toegepast worden.

Dit boek bestaat uit 2 delen. In het eerste deel blikt van Dam met veel smeuiigheid terug op zijn politieke jaren, met name in het geruchtmakende kabinet den Uyl. Dit stuk leest als een spannende politieke thriller. Het tweede deel gaat over de toenemende kloof tussen de lager betaalden en de hogere inkomens in ons land. Het beleid van de nivellering is sinds het neoliberale klimaat van de kabinetten van Agt en Lubbers al snel weer omgebogen naar een steeds verder oplopende kloof tussen geslaagden en achterblijvers. De paarse kabinetten-Kok deden de rest. De privatisering werd met kracht ingezet.

Dit boek is nu 14 jaar oud, maar heeft helaas nog steeds aan actualiteit niets verloren. In vele grafieken laat van Dam zien hoe de 'gewone hardwerkende burger', vroeger 'arbeider' genoemd, steeds harder moest werken voor hetzelfde bedrag, terwijl de bovenmodale groepen grote sprongen konden maken op de welvaartsladder. De huidige situatie op de woningmarkt is tekenend voor de gevolgen van dit beleid. Met een modaal inkomen red je het niet meer om een gezin te onderhouden. Studeren wordt een voorrecht voor wie het betalen kan, een huis is een verre droom voor wie als starter zich meldt op de markt. De vermarkting van de samenleving en een overheid die naar de burger roept: zoek het maar uit. Die nijd vind je terug in dit boek. Overtuigend nog steeds. Een noodsignaal naar de politiek, met name de PvdA. Daar is weinig mee gedaan, vrees ik. Te velen leven in dit land in een Niemandsland. Het zijn de afhakers geworden.
Met die analyse kan ik helemaal instemmen. Van Dam, inmiddels 85, zal er niet meer de barricaden voor opgaan. Ook dat is jammer.

» details   » naar bericht  » reageer  

Nederland volgens Maarten van Rossem - Maarten van Rossem (2012) 3,5

17 december 2025, 18:31 uur

Maarten is het best op dreef in een kort artikel. Daarin kan hij ergens de vinger op leggen, zo nodig even zijn gram halen, en vervolgens zijn punt scoren. De breed bespraakte historicus is een meester in het relativeren. Is er iemand dolenthousiast, dan wijst hij die onzin achteloos van de hand. Wordt er ergens flink geklaagd, dan weet van Rossem te vertellen dat het allemaal best meevalt.
En dit boekje is een verzamelbundel artikelen over Nederland, recente geschiedenis en een paar meer persoonlijke verhalen. Mooi is zijn artikel Kleine geschiedenis. Een nostalgische terugblik op zijn jeugd in de jaren '50.

De eerste hoofdstukken vormen de reeks Nederland een openluchtmuseum. In de korte artikelen De gevaarlijke achtergronden van een overbodige canon en De canonziekte uit Maarten zijn ongenoegen over de door de regering vastgestelde canon in vijftig thema's, vensters genoemd, destijds een actueel onderwerp van gesprek. Inmiddels hoor ik hier niemand meer over. Een Nationaal Museum, zoals het kabinet voor ogen had, ging niet door, dankzij de crisismaatregelen in het begin van het vorig decennium. Maarten ziet er allemaal niks in:
'De geschiedenis is een proces, een verhaal, geen ketting van vensterkraaltjes.' (blz. 55)

Nog afgezien van het feit dat de geschiedenis door de Nederlandse bril gezien de rest van de wereld onbesproken laat. De canon als voorbeeld van klein denken over onze identiteit.

Maarten van Rossem is een duidelijk pleitbezorger van het voortgaande ontzuilingsproces. Hij ziet veel heil in de verworven vrijheden van het individu. Tegelijk ziet hij met ergernis dat een deel van het volk achter populisten aanloopt, partijen die veel teveel media-aandacht krijgen, maar stelt geruststellend vast dat deze onderstroom in onze samenleving nooit meer dan 17 zetels weet te halen. Daarbij kun je je afvragen of van Rossem hier niet een blinde vlek heeft. Dat hele groepen in onze samenleving, dankzij de bejubelde ontzuiling, in een soort niemandsland terecht zijn gekomen, en rare sprongen kunnen maken in het stemhokje, zou ook bij de historicus op wat meer belangstelling mogen rekenen. Maarten van Rossem laat hier punten liggen. En misschien zou hij nu andere accenten leggen. Er is wel wat veranderd sinds 2012.

» details   » naar bericht  » reageer  

Nationaalsocialisme als Rancuneleer, Het - Menno ter Braak (1937) 4,0

17 december 2025, 18:30 uur

In 1937 schreef Menno ter Braak deze brochure als uitgave van het genootschap ‘Comité van Waakzaamheid van anti-nationaalsocialistische intellectuelen’. Een vrij elitair gezelschap van vooral liberaal-socialistische huize. In 1938 werd de naam verkort tot ‘Comité tot Waakzaamheid van intellectuelen’. Men wilde breder zijn dan alleen anti-nationaalsocialistisch. Mogelijk wilde men liever niet te openlijk de strijd aangaan met de ‘bevriende’ buurnatie.
Enkele prominente leden van katholieke huize wilden ook waarschuwen voor de gevaren van het communisme. Communisten binnen het comité zagen echter geen heil in het bestrijden van het communistische gevaar. Het comité werd begin 1940 ontbonden en kreeg een nieuwe naam: ‘Comité van Intellectueelen tot verdediging van de Geestelijke Vrijheid.’ Na de interne strijd is dit comité nooit meer van de grond gekomen. Op 10 mei, de dag van de inval, verbrandde de secretaris alle stukken.

Ter Braak constateert dat het in de nationaalsocialistische geest, met name die hij aantreft bij Musserts NSB, draait om de rancune, het ressentiment, de woede van de raté (ter Braak gebruikt dit woord voor de onderlaag in de samenleving, letterlijk: de mislukkelingen, de ‘losers’ zouden we nu zeggen). Dat klinkt wat elitair en dat is het ook. Fel verwijt ter Braak de intellectuelen dat ze dit niet willen onderkennen. Hij ziet het ontstaan van de ratés als een gevolg van de optimistische visie op ontwikkeling in de negentiende eeuw door de eenzijdige gerichtheid op ‘algemene ontwikkeling’ vanuit een gelijkheidsideaal. Dit ideaal werd echter niet het bezit van de onderklasse. De ongelijkheid was groot.
“ De raté, de mens van het ressentiment, weet alleen dat hij het meerdere bezit van de ander niet verdragen kan, dat het hem hels maakt een ander bevoorrecht te zien; hij wrokt, omdat hij hij in de wrok tenminste de lust beleeft van de permanente ontevredenheid … ΅.
Maar niet het zoeken in de diepte naar achtergronden en ‘het wezen’ als platonische ‘hoofdzaak’ ziet Ter Braak als de juiste peiling, maar vooral wat zich aan de oppervlakte afspeelt.
“ Pas aan de oppervlakte leert men het nationaalsocialisme kennen als de leer van de ‘pure’ rancune; het zijn de formules van de haat, de stembuigingen van de nijd, de schelheid van de laster, waarop men de welwillenden steeds weer attent moet maken! Want trekt men deze ‘bijzaken’ van de hoofdzaak af, dan blijft er niets over dan de wrok van allen tegen allen; de rest is romantische fictie van het ressentiment dat immers zonder romantiek niet leven kan.”
Wie het ‘wezen’ van het nationaalsocialisme wil leren kennen, moet dus naar de oppervlakte kijken, hun leuzen zeggen wie ze zijn.
Anders gezegd, zoals ik het lees: het gaat niet om hun principes (die hebben ze niet) maar om hun gedrag, voortkomend uit pure wrok.

Het is diep treurig dat dit Comité van Waakzaamheid door intern geruzie al vóór de Duitse inval uiteen viel. Niet minder treurig is dat Menno ter Braak na een mislukte poging naar Engeland te vluchten, op dinsdagavond 14 mei zich, samen met zijn vrouw, van het leven beroofde.

Dit document laat zien hoe er in de vooroorlogse jaren gereageerd werd op de kleine maar lawaaimakende partij van Anton Mussert. Vooralsnog vooral een binnenlandse aangelegenheid. Ik denk dat zelfs dit werk, ondanks de felle en rake retoriek, de feitelijke toestand onderschatte. Ik merk vooral hoe de ontwikkeling in het kader wordt gezet van een klassenstrijd, een probleem van de haperende democratie en dat vooral filosofisch opgevat. Ook Ter Braak had nog maar weinig besef van de geraffineerde ideologie en ziet het antisemitisme meer als dom bijgeloof dan als kwaadaardige wortel in de nazi-ideologie. Iedereen, ook de 'waakzamen', hebben de toestand van hun dagen en het dreigende gevaar ernstig onderschat. Deels voorzien, maar te laat recht in de ogen gekeken. Ter Braak begreep dit tenslotte, vier dagen na de inval.

» details   » naar bericht  » reageer  

Nachtstemmer, De - Maarten 't Hart (2019) 3,5

17 december 2025, 18:30 uur

stem geplaatst

» details  

N.V. Mateor, De - Havank (1938) 4,0

Alternatieve titel: Havank 6, 17 december 2025, 18:30 uur

stem geplaatst

» details  

Mysterie van St. Eustache, Het - Havank (1935) 4,0

Alternatieve titel: Havank 1, 17 december 2025, 18:30 uur

Dit eerste boek van Havank is meteen raak. Een oud kasteel met een rijke historie, geheime gangen, een eeuwenoud mysterie, een spook, twee moorden en een uiterst spannende ontknoping.
De Schaduw, die in de latere boeken zo’n centrale rol ging spelen, is hier nog niet meer dan de hulp van Bruno Silvère, de ambitieuze inspecteur van de Sûreté Nationale in Parijs. Hij staat in de schaduw van zijn chef en volgt, schaduwt de verdachten.
Ondanks dat het boek uit 1935 stamt, is het zeer goed leesbaar. Het levert een fraai tijdsbeeld op. Om te telefoneren had je een telefoniste nodig en als dienstauto werd de luxe Minerva gebruikt, een beroemd Belgisch automerk in die jaren. De dialogen zijn kort en levendig en het verhaal wordt in volle vaart verteld. Een kenmerk van de meeste Havanks: het tempo ligt hoog en vraagt de aandacht van de lezer. Al is het maar om alle namen van de personages uit elkaar te houden.
“Merkwaardig, hoogst merkwaardig” horen we in deze roman voor het eerst uit de mond van Cartier, op bladzijde 98. Een gevleugelde uitspraak in de vervolgdelen.
Literatuur van de bovenste plank is het allemaal niet. Dat moet ik wel toegeven. Maar daar heb ik lang niet altijd behoefte aan. De personages worden wat karikaturaal en eenduidig neergezet. De goeden en de kwaden zijn helder onderscheiden en de inspecteur toont niet heel veel inlevingsvermogen. Maar dat was ook wel typerend voor die tijd. De aandacht voor het innerlijk en de menselijke emoties, die in de moderne literatuur zoveel ruimte krijgt, ontbreekt. En dat is ook wel weer eens fijn. Je wordt soms doodziek van al die veronderstelde diepere lagen. In dit boek gaat het om het avontuur en ontbreekt de knipoog niet. De auteur, Hans van der Kallen, schreef voor het publiek. En zijn publiek begreep dat en kocht zijn boeken. Dertig stuks. Een prestatie.

» details   » naar bericht  » reageer  

Reading Genesis - Marilynne Robinson (2024) 4,5

Alternatieve titel: Genesis, 17 december 2025, 18:30 uur

De Nederlandse uitgave van dit boek ligt nu ruim twee maanden in de winkel en ziet er een stukje aantrekkelijker uit dan het Amerikaanse origineel door de fraaie omslagtekening van Adam en Eva in de paradijstuin. Niet alleen dit oer-verhaal, maar ook dat van Kaïn en Abel, Noach, de aartsvaders Abraham, Isaäk en Jacob en uitgebreid de geschiedenis van Jozef in Egypte, vinden we in dit bijzondere werk van de Amerikaanse schrijfster Marilynne Robinson. Romanschrijfster, essayiste, gelauwerd met de Pulitzerprijs voor literatuur en een eredoctoraat van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze werd bekend met haar Gilead-reeks, in Nederland uitgegeven bij de Arbeiderspers.
Aan lof geen gebrek en op het voorblad nog maar eens een aanbeveling van Barack Obama, die schrijft:
'Haar werk geeft uitdrukking aan universele waarheden over wat het betekent mens te zijn'.
Een niet geringe kwalificatie.

In dit werk, dat zowel het essay als de roman te boven gaat, maar ook niet theologisch is, doorloopt ze de kern van dit eerste, moeilijke bijbelboek. Ze vertelt na, tekent aan waar het in de geschiedenissen van de hoofdpersonen eigenlijk om gaat en ontwart knopen die het begrijpen in de weg staan. Het is een door en door menselijk verhaal en ook God blijkt geen onbewogen macht, maar een persoon, die met zijn mensen meeleeft en barmhartig tegemoetkomt in uitzichtloze situaties.
"Met uitzondering van bepaalde toneelstukken van Shakespeare, ken ik geen andere literatuur waarin genade zo centraal staat als in Genesis" (247), schrijft de auteur. Het is voor haar een verrassende ontdekking. Het grondpatroon waaruit het vervolg van de bijbel begrepen moet worden.

De Amerikaanse versie van dit boek is wat dikker en bevat ook de volledige tekst van het boek Genesis zelf. Nu is dat handig om erbij te hebben, maar de Nederlandse uitgever heeft hier niet voor gekozen. Kennelijk is de gedachte dat wie dit boek koopt ook wel een exemplaar van de Bijbel in huis zal hebben.
Bijzonder is dat het boek geen inhoudsopgave en hoofdstukken kent en een doorgaand verhaal biedt waarin de lezer wordt meegenomen op ontdekkingsreis.

*****

» details   » naar bericht  » reageer  

Reis door Mijn Kamer - J.M.A. Biesheuvel (1984) 4,0

17 december 2025, 18:30 uur

De bundel verscheen in maart 2020 in zesde druk bij van Oorschot. Een geschikt moment, want door de pandemie ging het land op dat moment op slot. Reizen kon niet meer en het titelverhaal sprak daardoor extra tot de verbeelding.
Biesheuvel beschrijft de voorwerpen in zijn werkkamer: boeken, schrijfmachines (Remington en Olivetti), brieven, horloges en klokken, pianokruk en zo meer. Intussen wandelt de schrijver autobiografisch door zijn leven dat zich in deze kleine ruimte heeft samengepakt en blikt terug op de de jaren van zijn jeugd, zijn angsten en fascinaties. Uiteraard niet zonder zich uit te leven in zijn opmerkingsgave voor de kleinste details. Dat is altijd wel de kracht van Biesheuvel, dat hij grote verhalen weet terug te brengen tot het kleine, de onopgemerkte dingen, die hij tot in het absurde uitvergroot. De meester van het korte verhaal, groot in het kleine. De overige kortere verhalen in de bundel zijn zonder uitzondering wonderlijk maar niet alle even sterk. Veel boeken van de schrijver zijn uitverkocht, maar dit werk is nog nieuw verkrijgbaar.

» details   » naar bericht  » reageer  

Rinkeldekink - Martine Bijl (2018) 4,0

17 december 2025, 18:30 uur

Dit mooi gebonden boekje, met de perfecte omvang van 128 bladzijden, kreeg ik van mijn oudste zoon voor mijn verjaardag. Het was de achttiende druk van december 2019. Inmiddels was het boek alom gelauwerd en had het de NS-publieksprijs in de wacht gesleept. Grote stapels in de kiosken op de Top 10-tafel. Een postuum eerbetoon, want Martine overleed al na de negende druk van haar boek.

De keuze van mijn zoon voor dit boek lag wel voor de hand. Ik ben verpleegkundige en beroepsmatig veel in contact met mensen die met een hersenaandoening zijn opgenomen. Een interessegebied, voor mij, maar nu bekeken vanuit de beleving van de schrijfster. Haar soms bijtend nauwkeurige observaties van die vreemde ziekenhuiswereld om haar heen liegen er niet om. Niet de meest makkelijke patiënt, denk ik, ook niet de meest gelukkige. Ze houdt zichzelf staande midden in haar angst en verwarring, tegen de klippen op. En heeft niet alleen oog voor haar eigen ellende maar ook voor die van haar medepatiënten. In korte zinnen raakt ze de kern van haar observaties. Scherp waar het moet, met wrange humor, maar zonder cynisme.

Terecht een veelgeprezen boekje. Een bericht uit een andere wereld. Martine Bijl kende ik natuurlijk al bijna mijn leven lang. Vooral van haar liedjes en als panellid in Wie van de Drie, met Albert Mol, Lous Haasdijk (ja, met die bril) en Kees Brusse. Toch wel een uiterst correct Avro-familieprogramma, waar je voor op mocht blijven. Martine was altijd lief, blond en onschuldig. Zo zag ik haar. Het tegenovergestelde van bijvoorbeeld Adele Bloemendaal. Maar na lezen van dit boekje, zie ik wie ze was. Haar positivisme was geen houding maar een een taaie overtuiging. Haar humor ging niet ten onder bij alle ellende die ze meemaakte door haar hersenbloeding en gebroken heup. Ze bleef zichzelf, moedig, bij alles wat wegviel en voor de meeste mensen onverdraaglijk moet zijn. Een stoere schrijfster.

» details   » naar bericht  » reageer  

Scheel Engeltje - J. van der Hoeven (1953) 3,5

17 december 2025, 18:30 uur

De schrijver, Mr. J. van der Hoeven, was particulier secretaris van Koningin Juliana. Toen er, kort na de bevrijding in '45, een bijzonder kind werd geboren in het gezin van der Hoeven waren er grote zorgen over zijn gezondheid. Zou hij het redden? Aat had een erg zwakke gezondheid en had penicilline nodig. Een middel dat nog maar net bekend was. Hij redde het tenslotte. Aat was een 'mongooltje', zoals destijds genoemd: een geestelijk onvolwaardig kind. Een zorgenkind.

Ik weet het: zo noemen we het tegenwoordig niet meer. Downies bakken brownies en mogen tot in de Sterreclame helemaal meedoen en voetbalkampioen worden. De emancipatie. Toch ontbrak het ook in vroeger tijden niet aan liefdevolle aandacht. In dit hartbrekende boekje vertelt van der Hoeven met grote warmte over het geluk dat hij vond juist bij dit kind. Maar ook de pijn en het onbegrip. Ik kan het nog steeds niet lezen zonder een brok in de keel te krijgen. Het raakt me. Ik heb immers zelf een broertje als Aat en ben geheel vertrouwd met de zorgen en de vragen. Het soort geluk waarvan sprake is, is een geluk door tranen heen.

Maar misschien stoort het sentimentele verhaal nu wel de moderne lezer. Ook het religieuze aspect. Ieder kind is een gewenst kind en dít speciale kind moet wel met een bijzondere hemelse bedoeling gekomen zijn, als een engeltje, zo afhankelijk als hij is. Dat was de overtuiging van de schrijver-vader. Een metafoor die niet iedereen nog zal aanspreken. We zijn meer 'down to earth' om deze woordspeling er nog maar even in te gooien. En de prenatale screening is er ook nog. De fijngevoeligheid van auteur van der Hoeven wens ik echter ieder toe die met deze mensen om gaat.

» details   » naar bericht  » reageer  

Schrijven is Schrappen - Godfried Bomans (1988) 4,0

17 december 2025, 18:30 uur

stem geplaatst

» details  

Siegfried: Een Zwarte Idylle - Harry Mulisch (2001) 4,0

Alternatieve titel: Siegfried, 17 december 2025, 18:30 uur

De beroemde schrijver Rudolf Herter uit Amsterdam die in dit boek de hoofdrol speelt is zó overduidelijk het alter ego, of beter: de schrijver zelf onder andere naam, dat we hier te maken hebben met een werk waarin de auteur zijn eigen verhaal vertelt.
Dat wil zeggen, voor zover het de raamvertelling betreft. Het schrijverschap brengt de gevierde auteur in Wenen waar hij een lezing gaat houden. De auteur koketteert hier met de lichamelijke beperkingen waar de hoofdpersoon na ingrijpende ziekte en door gevorderde leeftijd mee te maken heeft. Herter sleept zich voort, noodgedwongen door het grote succes van zijn meesterwerk De Uitvinding van de Liefde, van TV interview naar signeersessie en wordt met alle egards als Herr Doktor Herter in de Nationalbibliothek aan de Josefsplatz uitgenodigd voor zijn rede. Duidelijk proef ik hier de ironie waarmee Mulisch zijn alter ego laat figureren en lof toezwaait. De grote schrijver op zijn best.
De gezondheidsproblemen van Herter, breed uitgemeten, zijn herkenbaar terug te voeren op de schrijver zelf. En de oplossing die hij in het slothoofdstuk van de raamvertelling aandraagt komt zodoende niet onverwacht. Het is alsof Mulisch zichzelf uit de tijd schrijft.

Maar dan de onverwachte wending als Rudolf Herter na afloop van zijn lezing een ouder echtpaar ontmoet, dat hem iets te vertellen heeft. De raamvertelling kantelt, de focus komt te liggen op het verhaal dat de twee aan hem vertellen, in het decor van hun eenvoudige en bedompte woning in Wenen. De geur van een verborgen verleden, een verpletterend geheim. Herter is verbijsterd en totaal gefascineerd.
Dan volgt de beschrijving van de beklemmende en bizarre sfeer in Berghof op de Obersalzberg, de thuisbasis van Adolf Hitler. Levensecht neergezet, met historische details die je doen voelen wat hier aan de hand was.
Het beste stuk van het boek is nu het filosofische deel waarin de auteur Wagner, Nietzsche en het bestaan van de ‘onpersoon’ de ondenkbare anti-mens Hitler aan elkaar knoopt. In dit stuk komt ook de levenslange worsteling van Mulisch met de oorlog tot een soort van oplossing, met mythologische proporties.
Merkwaardig, maar misschien wel nodig om het verhaal af te maken, zijn de gefingeerde dagboekfragmenten van Eva Braun die daarop volgen. Goed geschreven, maar het realisme van deze scènes heeft een wisselvallig karakter. Eva Braun weet te veel, zo lijkt het en haar geliefde ‘Dolfi’ is hier ineens een mens van vlees en bloed.

Mulisch was een zoon van een collaborerende Hongaars-Oostenrijkse vader en een Duits-Joodse moeder. ‘Need I say more’, zou ik willen zeggen. Het thema oorlog heeft hem altijd beziggehouden. En, misschien niet helemaal overtuigend, heeft hij het onderwerp in deze laatste roman ten grave willen dragen. Voer voor biografen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Sofies Verden - Jostein Gaarder (1991) 3,5

Alternatieve titel: De Wereld van Sofie, 17 december 2025, 18:30 uur

stem geplaatst

» details  

Source, The - James A. Michener (1965) 4,0

Alternatieve titel: De Bron, 17 december 2025, 18:29 uur

stem geplaatst

» details  

Spreken over Boven: Harry Kuitert, een Biografie - Gert J. Peelen (2016) 4,0

17 december 2025, 18:29 uur

Ik ga toch in op de vraag van psyche om dit boek te bespreken, nu het verhaal nog vers in mijn hoofd zit.

Harminus Martinus Kuitert werd als tweede kind van vader Wybe en moeder Hilje Kuitert geboren op 11 november 1924. Hoewel al vele generaties woonachtig in Friesland, is Kuitert geen Friese naam. De achternaam werd in de Franse tijd gekozen en is van onbekende herkomst. Mogelijk gaat het om een verbastering van ‘koitert’, dat is iemand die kookt. Andere mogelijkheid is de herkomst van het Zeeuws-Vlaamse plaatsje Kuitaart, bij Hulst en zou Zeeuwse wortels suggereren.

Hoe dan ook, Harry Kuitert groeide op in Drachten in een gereformeerd gezin. In de gereformeerde kerken bestonden twee ‘bloedgroepen’. De A-richting, door de afscheiding in 1834 ontstaan en de B-richting, van de ‘doleantie’ onder leiding van Abraham Kuyper.
Simpel gezegd: de A-richting vertegenwoordigde het arme, sociaal onderdrukte volk, zo kwalijk uit de kerk gezet onder Willem I, de ‘dolerenden’ hielden het wat langer uit in de Hervormde (staats)kerk, tot ze in 1892 fuseerden met de afgescheidenen. Samengevoegd, maar nog steeds wel te onderscheiden.

Dat spanningsveld is belangrijk geweest en vooral in Drachten. Tot de A-kerken behoorden de 'eenvoudigen', die vooral een emotioneel geloofsleven kenden, met enigszins zwaarmoedige ondertoon. De B-kerken vertegenwoordigden de wat beter opgeleide en meer rationeel ingestelde gereformeerden, met een sterk gevoel voor emancipatie van de eigen groep. Door Kuyper ‘souvereiniteit in eigen kring’ genoemd. De oprichting van een eigen Vrije Universiteit in Amsterdam kon daarbij als paradepaardje gelden van de neo-calvinistische beweging..

De gereformeerden deden ertoe. Die zelfbewuste houding en de meer gevoelige en volkse onderstroom van de A-richting botsten in Drachten. Het was de Noorderkerk versus de Zuiderkerk en de dominees konden elkaar slecht verdragen. De Kuiterts stonden dichter bij de beweging van de Kuyperianen van de Vrije Universiteit.
Opmerkelijk is dat Harry Kuitert zowel het emancipatorische als het rationalistische van zijn gereformeerde jeugd heeft behouden, ook toen hij later afscheid nam van de geloofsinhoud. Daar komen we straks nog op terug.

Mede door het kerkelijke geharrewar verhuisde het gezin in 1934 naar Den Haag. Als Harry in 1943 een oproep krijgt in Duitsland te werken, weigert hij en duikt hij tot het einde van de oorlog onder op een adres in Utrecht. Intussen heeft hij zijn studiekeuze gemaakt: theologie.
In 1945 begint Kuitert zijn studie aan de Vrije Universiteit.

In die tijd maakte de Zwitserse theoloog Karl Barth grote indruk. Zijn programma bestond uit het losmaken van het christelijk geloof uit de 'verpakking' (of vervalsing) van de religie. Het werd geloof versus religie. Daarbij was er in de wederopbouwjaren grote belangstelling voor de maatschappelijke rol van de kerken. De politiek kwam de kerk in en kreeg gaandeweg een meer activistisch gezicht.
Harry Kuitert werd predikant in Scharendijke op Schouwen-Duiveland en maakte daar in 1953 de watersnoodramp mee. Die ramp en het onvoorstelbare leed maakte diepe indruk op de jonge predikant. Hij begon te twijfelen aan het goede godsbestuur. God had, ondanks de vroomheid van de Zeeuwen, niet ingegrepen toen velen jammerlijk verdronken.

Was dit een omslagpunt? In 1955 werd hij studentenpredikant in Amsterdam en waarschijnlijk heeft juist die periode zijn gezichtsveld verbreed. Er begonnen meer vragen te leven bij de theoloog. Hij studeerde verder. In 1962 promoveerde hij aan de VU op zijn proefschrift ‘De mensvormigheid Gods’. Hier werd de toon gezet voor zijn verdere denken. Hij sloot zich aan bij een groep predikanten die samen spraken over hereniging van hervormden en gereformeerden, toen nog een heikel punt. De fusie die uit dit samen-op-weg proces voortkwam werd pas in 2004 een feit. In 1967 werd hij hoogleraar ethiek en later hoogleraar dogmatiek aan ‘zijn’ Vrije Universiteit.

Problemen krijgt hij in de jaren ‘60 als hij vrijmoedig het schriftgezag ter discussie stelt. Bovendien raakt hij verzeild in het ‘Ezelsproces’, een zaak rond uitspraken van Gerard van het Reve, die als godslasterlijk worden gezien, maar door Kuitert ‘geniaal’ worden genoemd.
Van het Reve moet voor de rechtbank verschijnen op 3 november 1966 en de zaak dient in hoger beroep. Op 31 oktober 1967 wordt schrijver Gerard van het Reve volledig vrijgesproken: "Uit niets is gebleken dat hij de bedoeling had God te honen of te beschimpen.” Er ontstaat een strijd en de orthodoxe G.A. Lindeboom schreef een pamflet tegen de te vrijzinnige hoogleraren van de VU. Er zijn ‘verontrusten’. Kuitert wordt ook een televisiepersoonlijkheid en doet mee aan het IKOR-programma Opspraak, dat op zondagavond wordt uitgezonden. Kuitert opereert behoedzaam en blijft binnen de lijnen van het gereformeerd belijden. Tegelijk is hij een man die van 'geloven op gezag' niets moet hebben. Hij wil de belijdenis niet afschaffen, maar wel de verplichting die te onderschrijven.

Als hoogleraar ethiek slaat hij echter nieuwe wegen in. "Zowel voor de moraal als voor de geloofsopvattingen geldt dat ze niet voor de eeuwigheid geformuleerd zijn. Ze moeten immers telkens opnieuw antwoord geven op maatschappelijke ontwikkelingen…. Hoe paradoxaal ook het ook klinkt, veranderlijkheid is de grote constante in Kuiterts theologie én in zijn ethiek.”

Inderdaad een heldere typering van de man: het voortdurend bijstellen van zijn posities. Op basis van rationele argumenten. Want geloof en moraal moeten verstandelijk na te trekken zijn. Hierin is Kuitert echt gereformeerd gebleven. Theologisch nam Kuitert in diezelfde periode afscheid van Karl Barth, de grote Zwitserse theoloog die het naoorlogse kerkelijk leven zo sterk beïnvloed had. En dat afscheid is vooral gebaseerd op de “muffe burgermansmoraal’ die Barth zou propageren. Dat deze moraal uit de openbaring van Jezus Christus zou voortkomen, ging er bij Kuitert niet in.

Die afstand tot Barth werd steeds groter. Gold voor Barth dat God zich helemaal had geopenbaard in Jezus Christus en dat alle religie ongeloof was, zo ging Kuitert de omgekeerde weg. ‘De mens is ongeneeslijk religieus', zou hij benadrukken en ‘alle spreken van Boven komt van beneden'. Het zijn ménsen die het zeggen. Theologie werd voor hem steeds meer antropologie. Niemand heeft daarom het laatste woord. Een veelgebruikte term bij Kuitert was: ‘zoekontwerp’. Religie is een zoekontwerp van wat mensen menen te weten over God. En omdat het om het zoeken gaat, staat niets vast. Het blijft in beweging. Een gedachte die Kuitert in zijn verdere leven radicaal bleef volgen, zo sterk als Barth het omgekeerde had beweerd.

De term 'zoekontwerp' liet hij vanaf het jaar 2000 weer los omdat hij opmerkte dat er niets gezocht kon worden. Hij geloofde niet langer in de realiteit van God. Hij brak met het 'G-woord' en schreef god voortaan met een kleine letter.
Voor de boeken van Kuitert, met name zijn belangrijkste, zie: Alles is Politiek, Maar Politiek Is Niet Alles: Een Theologisch Perspectief op Geloof en Politiek - H.M. Kuitert (1985) - BoekMeter.nl en:
Het Algemeen Betwijfeld Christelijk Geloof: Een Herziening - H.M. Kuitert (1992) - BoekMeter.nl.

Gert Peelen schreef een indrukwekkend boek en zette Harry Kuitert in het licht van zijn tijd: de omslagpunten in de naoorlogse jaren, de studentenrevolutie van ‘68 en de secularisatie waaraan ook zijn gereformeerde kerken, die hij als lid trouw bleef, ten prooi vielen. Voor het persoonlijke leven van Kuitert is ook aandacht voor zover hij een persoonlijk leven naast zijn leven als theoloog hád. Misschien het meest ingrijpend was het verlies van hun dochter Kaisa op jonge leeftijd.

Kuitert was een man die de dialoog of beter het debat zocht maar kon fel uithalen, ook als dat niet nodig was. Bij al zijn buigzaamheid bleef hij toch die wat strenge, steile gereformeerde theoloog, waarmee moeilijk een compromis te sluiten viel. Hij wist het allemaal wel erg zeker. De successen van zijn serie boeken vanaf 1992, maakten hem ongewild tot een baken in de storm voor kritische kerkleden en kerkverlaters. Ook ver na zijn emeritaat ging hij onvermoeibaar door op zijn door rationaliteit gevormde paden. Hij wilde vooral schrappen en afpellen, om uiteindelijk niets over te houden. En verloor daarbij - mijns inziens - de mystieke inhoud van de bijbelverhalen en geloofsinhoud. Het innerlijke contact met de Godheid, het aangesproken worden door de Geest. De mens was er eerder, aldus Kuitert. God is een uitvinding van mensen. Voor ervaringen die boven de gewone na te rekenen dagelijkse ervaring uitgaan, had Kuitert bepaald weinig oog. Laat staan voor de zekerheid van het geloof. Voor de kerk zag hij niet meer toekomst weggelegd dan een facilitair bedrijf te zijn voor geloofzoekers.

Harry Kuitert overleed op 8 september 2017. Zoals gezegd, zijn biograaf heeft die laatste jaren niet meer kunnen meemaken. Het onvoltooide werk werd door Petra Pronk afgemaakt tot dit boek.

» details   » naar bericht  » reageer  

St. Paul: The Apostle We Love to Hate - Karen Armstrong (2015) 3,0

Alternatieve titel: Paulus. Onze Liefste Vijand, 17 december 2025, 18:29 uur

Schrijven kan ze zeker, deze Britse, voormalig kloosterlinge, Karen Armstrong.
Toen ze in 1969 het klooster verliet, ging ze in Oxford letterkunde studeren en werd vanaf de jaren ‘80 een bekend auteur van boeken op het gebied van geloof en religie. Daarin nam ze veelal onorthodoxe standpunten in. Zo ziet ze openbaringen en visioenen als neurologische fenomenen en heeft vooral oog voor de maatschappelijke rol van religie, met daarin bijzondere aandacht voor de plaats van de vrouw. Je zou kunnen zeggen: meer sociologie dan theologie. In de Nederlandse context is ze dan ook te plaatsen als vrijzinnig auteur.

En zo kwam de schrijfster ertoe in 2015 een biografie te schrijven over de apostel Paulus, de invloedrijke stichter van christelijke gemeenten in het huidige Griekenland en Turkije. Niet bij iedereen is deze prediker erg geliefd. Vooral zijn uitspraken over de rol van de vrouw in de gemeente zijn berucht en reden dat vrouwen in orthodoxe kerken en in een politieke partij als de SGP, tot op de dag van vandaag, op ‘Bijbelse gronden’ niet op leidinggevende posities worden aanvaard. Dankjewel Paulus, zou je dus een beetje wrang kunnen zeggen.

Maar nu doet Armstrong een ontdekking, die haar idee over de omstreden man doet veranderen. De brieven waarin deze minder geëmancipeerde teksten staan, zijn in werkelijkheid niet door Paulus geschreven, maar later, mogelijk pas in de tweede eeuw, ontstaan en ten onrechte op naam van de apostel gezet. Van de veertien in het Nieuwe Testament opgenomen ‘brieven van Paulus’, zijn er volgens de door haar aangehaalde geleerden, slechts zeven ‘echt’.
In die échte brieven laat Paulus zich vooral van zijn egalitaire kant zien: gelijkheid van alle mensen, mannen en vrouwen, Joden en Grieken, slaven en vrije mensen. Daarin zou hij ook in verzet zijn gekomen tegen het Romeinse bewind. Paulus dus als de man die revolutie predikte en moderne verlichte ideeën verspreidde. Kennelijk een eyeopener voor Armstrong.

Wie er in dit boek minder goed vanaf komt is Paulus’ medewerker Lucas. Zijn evangelie en zijn boek Handelingen zou zijn toegeschreven naar harmonie met de Romeinse machthebbers. De rede van Paulus op de Areopagus, in debat met de filosofen, beschreven door deze Lucas, zou uit de duim gezogen zijn. Karen Armstrong schrapt zo wat in haar verhaal niet past. Het maakt duidelijk waar zij zelf staat: sceptisch tegenover teksten waar zij een andere mening over heeft.

Niet heel erg nieuw is haar ‘ontdekking’ over het auteurschap. Wetenschappers twijfelen nog over de herkomst van enkele geschriften, maar inderdaad is al heel lang zeker dat een aantal brieven op zijn naam van latere datum zijn en dus mogelijk verder afstaan van zijn oorspronkelijke boodschap. Of dit inzicht werkelijk een heel andere Paulus tevoorschijn brengt, is niet echt overtuigend aangetoond. Paulus is in zijn brieven een redenaar die zeker wel het debat aan kon gaan met de filosofen, met name de stoïcijnen van zijn tijd. Een intellectueel, bewust van zijn Romeins burgerschap. Maar, dat was niet zijn boodschap.
Wijsheid was voor hem dwaasheid als er geen opgestane Christus bestond, het perspectief van een eeuwig leven. Vrijheid is bij Paulus dan ook nooit vrijheid op zich, maar vrijheid in geloof aan deze gekruisigde Heer.

Voor die laatste dimensie, zeker niet het minst belangrijke punt in Paulus’ betogen, is in dit boek weinig ruimte gelaten. Karen Armstrong heeft gekozen voor een benadering ‘van onderop’. De religieuze uitspraken worden gezet in een maatschappij hervormend kader.
Ongetwijfeld heeft ze een punt. Slavernij en onderdrukking worden in de wortel aangetast als er geloof gehecht wordt aan de radicale boodschap van de apostel. Onrecht verliest ieder recht van bestaan. Zo bezien is het geloof van Paulus een revolutie, maar dan wel een revolutie in het hart van mensen. Het is de vraag of de auteur van dit boek daar wel zo’n bijzondere antenne voor heeft.

Zo is dit boek, met alle kwaliteiten die het heeft, voor mij teveel een werk waarin de mening van de auteur duidelijk moet klinken. Niet erg, maar daardoor ontneemt ze de lezer wel een diepere inkijk in het hart van deze beroemde figuur, die ook gewoon kind van zijn tijd was. Een bescheiden apostel, die niet erg groot van zichzelf dacht en veel minder pretenties had dan de theologen hem na zijn tijd hebben toegeschreven. Om met een bekend en passend citaat van de apostel te eindigen:

“Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.” (1 Korinte 13).

» details   » naar bericht  » reageer  

Staken op Leven en Dood. De Vergeten April-meistakingen van 1943 - Erik Dijkstra en Hans Morssinkhof (2023) 4,0

17 december 2025, 18:29 uur

stem geplaatst

» details  

Strepen aan de Hemel: Oorlogsherinneringen - G.L. Durlacher (1985) 5,0

17 december 2025, 18:29 uur

De laatste versie uit 2021 van dit werk bevat de volgende verhalen:

Peterchens Mondfahrt
Kaarsen en fakkels
Verjaardag
De drenkeling
Maria en Lena
Schooltijd
Landverhuizen
Niet verstaan
Gabel
Het begin van een reis
Strepen aan de hemel
Quarantaine
Verboden lessen
De illusionisten
Bevrijdingen
Na 1945
De zoektocht

Helaas is deze bundel in boekvorm alweer uitverkocht, als ebook nog wel te vinden.
Mijn exemplaar vorig jaar gekocht in de kleine maar fijne boekwinkel van het Joods Museum aan de Nieuwe Amstelstraat in Amsterdam. Dankzij onze museumjaarkaart lopen we daar geregeld even binnen. Een klein beetje thuis.

Durlacher schrijft met literaire zeggingskracht: met weinig woorden optimaal verbeelden en tot leven brengen. Zonder het meest gruwelijke te noemen. Dat stilisme is hem wel verweten. Maar een verhalenbundel uit het concentratiekamp op je nachtkastje, als lectuur voor het slapen gaan, het wringt. Dat zal het altijd doen. Dan maar beter goed geschreven. En dat deed Durlacher.

» details   » naar bericht  » reageer  

Tedere Majesteit: Omgang met God in Gereformeerde Spiritualiteit - Jan Hoek (2015) 4,5

17 december 2025, 18:29 uur

Als snellezer en kortslaper heb ik opnieuw een boek gelezen, in de kleine uurtjes, waar ik van onder de indruk ben.
Het is een boek van de theoloog Jan Hoek (1950), die in 2015 afscheid nam als hoogleraar en dit boek als samenvatting van zijn gelovig en theologisch denken naliet.
De auteur is een bevindelijk gereformeerd man. Bevindelijk, wil zoveel zeggen als: geloof niet alleen als voor waar (of onwaar) aannemen, maar dit in eigen leven ervaren. Geráákt worden. En daarmee komen we ook op het terrein van de spiritualiteit. Die spiritualiteit kent vandaag de dag vele gezichten. Kenmerk is in ieder geval dat er een beleving in het spel is.

Nu, en dat is voor velen denk ik een ingewikkelde materie, is er ook zoiets als een gereformeerde spiritualiteit. Een geloofsbeleving die ontsproten is aan de reformatie in de zestiende eeuw. En dan komen we al gauw te spreken over hét leerboek uit die jaren, dat in de traditionele gereformeerde kerken nog steeds een belangrijke rol speelt: de Heidelbergse Catechismus. Een leerboek dat ouderen zich nog kunnen herinneren en vragen en antwoorden mogelijk nog uit het hoofd kennen. Jan Hoek:

“Gereformeerde theologie en spiritualiteit kan naar mijn overtuiging raak worden getypeerd aan de hand van de zogenoemde vijf sola’s: sola gratia, sola fide, sola scriptura sola Christo, soli Deo gloria. Dat wil zeggen: door genade alleen, door geloof alleen, door de Schrift alleen, door Christus alleen, en aan God alleen de eer”.

De volgorde, de heilsorde, waarin we deze zaken ervaren of geloven, verschilt en is niet aan een systeem gebonden. Het doel blijft echter hetzelfde: de eer van God (Calvijn).
De mens staat nu eens even niet op de eerste plaats. Ere wie ere toekomt. Een onbegrijpelijke God, groot en ver weg en tegelijk zo vaderlijk dichtbij. De spanning tussen die twee, daarin leeft het geloof. Haal je die spanning weg, dan wordt God je persoonlijke vriendje (en dus dikwijls een afgod) of een god-ver weg, de eeuwige grond van je bestaan waar je niks mee hebt.

Traditioneel gereformeerd is eigenlijk een onjuiste uitdrukking. Echt gereformeerd is namelijk de houding je eigen geloof en leven steeds weer opnieuw te reformeren tegen het licht van de Bijbelse teksten. Een voortdurende hervorming. Een bereidheid om je eigen vertrouwde paden achter te laten en het spoor van de Schrift te volgen. In theorie is daarom in gereformeerde kring de Bijbel uitgangspunt en boven alles verheven.

Maar was het maar zo’n feest in de zich gereformeerd noemende wereld. De traditie, de oudvaders en de aloude belijdenisgeschriften maken hier de dienst uit en laten zo nodig de Bijbel buikspreken. Verstarring en systematisering van het heil. Alles bij het oude.

Dit is mijn eerste kanttekening bij de bespreking van dit boek. De auteur gaat bij een aantal bekende theologen langs vanaf de zestiende tot de twintigste eeuw en geeft een boeiende samenvatting van hun geloofsleven en denken. Boeiend is vooral de kennismaking met Voetius, Smytegelt, Kohlbrugge en Barth. De auteur schuwt niet kritisch te reageren maar blijft mild en houdt rekening met de tijd waarin zij leefden. Maar een beetje scherper had zijn mening wel mogen klinken. Vooral Smytegelt was een ware demagoog.

In een volgend hoofdstuk nodigt de schrijver een achttal theologen uit onze tijd uit een bijdrage te leveren. En ook hier voorziet de schrijver vrijmoedig de teksten van commentaar, zoals het een theologisch boek past. Er moet gediscussieerd worden. Theologen gaan met elkaar in gesprek. Kritisch bespreekt Hoek de bijdrage van Bram van de Beek, emeritus hoogleraar en verwijt hem God tot auteur van het kwaad te maken. Naar mijn mening een terechte kanttekening bij de supralapsaristische van de Beek (zoek dat maar even op in het woordenboek).

Is Jan Hoek een strenge ouderwets gereformeerde dominee? Nee, zo kom ik hem in dit boek helemaal niet tegen. Als ik lees hoe hij met zijn studenten in gesprek gaat en hen aan het woord laat, is dat helemaal van deze tijd en met open vizier. Maar het is wel een orthodox christen die zich door nieuwlichterij niet omver laat blazen. Toen in 1992 het veelbesproken boek 'Het Algemeen Betwijfeld Christelijk Geloof' van de theoloog H. Kuitert verscheen en de hele gereformeerde wereld op z’n kop zette, was Hoek de enige die het aandurfde een goed onderbouwd antwoord te schrijven vanuit een ander, minder door puur rationele argumenten bepaald perspectief.

Een warm geschreven boek, mooi geformuleerd en absoluut niet belerend. Als je God leert kennen als een tedere Majesteit dan is dat niets om je voor te schamen of bang voor te zijn.
'Een toegewijd leven onder de hoede van de hoop' omschrijft hij het. Mooi.

Ik schreef het al eerder: ik ben niet kerkelijk, maar als ik dit zo lees …

» details   » naar bericht  » reageer  

Tegendraads en bij de Tijd: Verder in het Spoor van Bonhoeffer - Wim Dekker (2015) 3,5

17 december 2025, 18:29 uur

Theoloog Wim Dekker (1950) probeert in dit boek de teksten van Bonhoeffer te begrijpen en tegen het licht te houden van deze tijd. Daarbij is er herkenning, maar heel voorzichtig, maakt de auteur ook kanttekeningen bij de woorden van de beroemde Duitse verzetsstrijder. Zoals hij de toekomst zag, vooral in zijn gevangenisbrieven, een optimisme over het na-oorlogse tijdperk waarin de macht van de religie gebroken zou zijn, zoveel is daarvan niet terecht gekomen. Secularisme heeft niet alleen maar bevrijding gebracht.

Dekker is een kerkelijk theoloog en predikant en zoekt vooral antwoorden op vragen die in de gemeente leven. De schrijver is doordrongen van het besef dat de kerk zich in een marginale positie bevindt en al lang geen volkskerk meer is. Tachtig jaar inmiddels na de dood van Dietrich Bonhoeffer, geëxecuteerd op 9 april 1945 in concentratiekamp Flossenbürg, blijven de thema's van Bonhoeffer actueel. Waar het boek over gaat is de vraag wat hij ons wilde zeggen: wat de onopgeefbare kern van zijn geloof was.

» details   » naar bericht  » reageer  

Tentation de Saint Antoine, La - Gustave Flaubert (1874) 3,5

Alternatieve titel: De Verzoeking van de Heilige Antonius, 17 december 2025, 18:29 uur

stem geplaatst

» details  

Mozes' Nalatenschap: Mensenrechten in Historisch Perspectief - Herman M. van Praag (2021) 5,0

17 december 2025, 18:29 uur

Herman M. van Praag (1929) is emeritus hoogleraar psychiatrie. Inmiddels de negentig gepasseerd schreef hij dit boek over de oorsprong van de mensenrechten. Van Praag is geen theoloog, filosoof of historicus en kijkt dus vanuit zijn persoonlijke visie naar zijn onderwerp. Het ontstaan van verklaringen over mensenrechten is een ontwikkeling die volgde op de Verlichting: het ontwaken van een algemeen menselijk bewustzijn van recht om te leven. Voor iedere burger. Ook al bleek de kloof tussen verklaring en praktijk ook na de revoluties schrikbarend groot. Om kort te gaan, ziet de schrijver die grondslagen niet voortgekomen uit de Franse Revolutie, de Amerikaanse vrijheidsstrijd en Declaration of Independence, maar uit oudere bronnen: namelijk de wetgeving door de bijbelse figuur Mozes, vastgelegd 500 jaar voor de gangbare jaartelling in de Thora.

Van Praag introduceert een voor hem belangrijk begrip: fatsoen. Mensenrechten hebben alles te maken met een fatsoenlijke samenleving. Niet minder dan fatsoenlijk is het dat er recht heerst en dat zwakkeren en hulpbehoevenden in de samenleving de mogelijkheden hebben volwaardig mee te doen. Een samenleving waar de sterkste een streepje voor heeft, is onrechtvaardig. ‘Fatsoen moet je doen’ was eens een leus van een CDA-voorman en daar werd alom om gegniffeld. Maar ten diepste is dat wel waar het om gaat: een fatsoenlijke samenleving heeft niet alleen een fatsoenlijke wetgeving nodig maar ook een overheid die het recht in de praktijk handhaaft.

Dit boek is niet religieus, al worden er wel Bijbelse principes, vanuit de joodse achtergrond van de schrijver, belicht. De auteur behandelt uitgebreid de Franse Revolutie en Amerikaanse vrijheidsstrijd en noemt ook een belangrijk document uit onze Nederlandse geschiedenis: het in 1581 door de meeste gewesten ondertekende Plakkaat van Verlatinghe. Daarin werd de onafhankelijkheidsverklaring die ook Thomas Jefferson geïnspireerd moet hebben, model voor een soevereine staat.

Dit is een boek waarin van Praag vrijuit en ongezouten zijn mening ventileert over maatschappij, mentaliteit en de grondslagen van de democratie. Hij schrijft heel persoonlijk en betrokken. Met overtuiging schetst de auteur de voorsprong van de Bijbelse boven de seculiere bronnen. Al is hij zo eerlijk te erkennen dat de verlichting die Mozes bracht eeuwenlang onder de korenmaat is gebleven. Bij Mozes was al sprake van scheiding van kerk en staat. De eredienst werd niet vermengd met de politiek. De godsdienst werd gereguleerd door het gebod slechts één God en Schepper te kennen. Van een godenstrijd kon geen sprake zijn. En zo waren ook de mensen aan elkaar gelijk en aan het recht gebonden. Het recht ging uit van de zwakste partij en beoogde mededogen. De praktijk was echter vaak anders.

Van Praag is trots op het bestaan van de staat Israël na de verschrikkingen van de holocaust. Hij is een bewonderaar van hun doorzettingsvermogen. Tegelijk is hij uiterst kritisch op de nationalistische ultra-orthodoxie. Hun eendimensionale denken en handelen zonder oog te hebben voor het belang van de naaste acht hij totaal in strijd met de geest van dat Jodendom. Een profeet als Jesaja wordt gemist vandaag de dag.

Van Praag pleit tenslotte voor een geloof met hart, gevoel en verstand. “Laat de liturgie dus geen gedachteloos, gevoelloos geprevel worden. Begrijp de tekst en beleef die.”

Op bladzijde 228 helder verwoord:
“Het hart is het zinnebeeld voor het gemoed, het gevoelsleven. Besnijd je hart: Haal het eelt weg dat de ratio eromheen heeft gevormd. Laat het gevoel toe. Laat je hart spreken. Leef je in in wat er in de ander omgaat. Voel met zijn noden mee. Leef je ook in jezelf in. Kijk naar binnen. Leef geen leven in een plat vlak. Geen leven dat zich uitsluitend op het heden richt. Onderzoek je verleden en verbeeld je hoe de toekomst er uit kan zien, zou moeten zien.”

Ik vind het een indrukwekkend boek van een man die heel wat te vertellen heeft vanuit een lange levenservaring. In mijn beknopte beschrijving kan ik slechts een paar punten benoemen. Juist nu een actueel boek. Er staat wat op het spel. En, als jood heeft hij het recht dit te zeggen, een moreel appel aan de joodse gemeenschap, en aan de wereld die oordeelt, als het om recht gaat niet met twee maten te meten.

» details   » naar bericht  » reageer  

Morgen Zien We Wel Weer - Simon Carmiggelt (1967) 4,5

17 december 2025, 18:29 uur

Onbekommerdheid is het thema van deze bundel. Nu was Carmiggelt, niet in de laatste plaats door zijn oorlogservaringen, niet echt een onbekommerd mens. Hij had een drankprobleem en nog wat problemen meer. Dat hij zes keer per week een 'Kronkel' wist te leveren voor zijn Parool, kan een teken zijn van schrijfdwang, maar net zo goed van bloed dat kruipt waar het niet gaan kan. Carmiggelt wist van doorzetten. De in deze bundel verzamelde columns geven een prachtig beeld van het veranderende Amsterdam, in de roes van de beatmuziek en de veranderende moraal in die jaren. Carmiggelt wandelt daar tussendoor, een café bezoekend en zijn dagelijkse rondje makend langs het Rijksmuseum. De conversaties die hij quasi toevallig opvangt zijn altijd weer heerlijke brandstof voor zijn schrijfsels waarin humor en melancholie de hoofdrol spelen.

Een bundel trouwens, die als vele andere, als Salamander-pocket succesvol werd herdrukt tot begin jaren negentig. Sindsdien wordt weinig werk van de grote schrijver nog opnieuw uitgegeven, zoals het ook Godfried Bomans verging.

» details   » naar bericht  » reageer  

Mirakel van Amsterdam: Biografie van een Betwiste Devotie, Het - Charles Caspers en Peter Jan Margry (2017) 3,5

17 december 2025, 18:29 uur

stem geplaatst

» details  

Met Mij Gaat Het Goed, Met Ons Gaat Het Slecht: Het Gevoel van Nederland - Paul Schnabel (2018) 3,5

17 december 2025, 18:29 uur

Een prachtig boekje over 'de stand van het land' anno 2018. De bankencrisis was inmiddels veilig achter de rug, de banktegoeden groeiden weer volop, bijna iedereen was blij en gelukkig op wat oer-Hollands gemopper na. Het aangeharkte Nederland stond er prachtig bij en was bijna klaar. De levensverwachting steeg maar door, criminaliteit was op z'n retour en iedereen kon leven zoals haar/zijn geaardheid dat ingaf. Aldus het beeld dat oud-directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau Paul Schnabel (D66) hier schetst. Het gaat goed met de Nederlanders, ook al vinden die Nederlanders van niet.

We zijn nu een paar jaar verder. Corona, oorlog in Europa, expansiedrift van de Chinezen, stikstofdossiers, torenhoge inflatie, boze boeren en onrust in politiek en bestuur. De kloof tussen bezitters van een eigen huis en starters/huurders is pijnlijker dan ooit en de staat kan blijkbaar de meest elementaire zaken niet meer regelen. Zo kan ik nog meer noemen, afhankelijk vanuit welk politiek perspectief je kijkt.

Schnabel had voor deze onplezierige zaken in dit boekje maar heel weinig oog. Hij zag het niet aankomen. Een prachtland, op weg naar een gouden toekomst kan de conclusie zijn als je dit boekje hebt weggelegd. Blinde vlekken? Zeker, en de wetenschap dat de toekomst niet zo makkelijk planbaar is als we wel hoopten. Een pijnlijke les. Optimisme is goed, realisme is beter.

» details   » naar bericht  » reageer  

Kom Verder! Memoires 1 - Freek de Jonge (2021) 4,0

17 december 2025, 18:28 uur

Een warm geschreven boek dat begint bij de grootvader en vervolgt met de vader van Freek als hoofdpersoon. Memoires kunnen we het niet echt noemen. Het boek leest als een roman. Het is geen aaneenschakeling van anekdotes en sterke verhalen maar een beschrijving van de hoofdpersoon tegen de achtergrond van de tijd. Ongetwijfeld zijn de biografische gegevens aangevuld door de fantasie van de schrijver. De beste manier om er een leesbaar verhaal van te maken. Freek is geboren in 1944 en het boek begint omstreeks 1900 en eindigt in 1951 als het gezin de Jonge op het punt staat naar Zaandam te verhuizen. De kleine Freek komt dus nog wel even aan het woord, maar de terugblik betreft vooral het leven van zijn vader, waarin zijn roeping tot predikant centraal staat. Heel mooi verwerkt de Jonge enkele grote gebeurtenissen uit die tijd. De schaakwedstrijd van Max Euwe tegen Aljechin in 1935 en de komst van de grote Zwitserse theoloog Karl Barth naar Groningen. Daardoorheen de worsteling van vader in de pubertijd om met zichzelf in het reine te komen en later om de zin van het predikantschap te verstaan. Daarin herkennen we ook Freek zelf. Een prachtig tijdsbeeld dat leest als een trein.

Het vervolg verscheen al jaren geleden onder de titel Zaansch Veem (1987) , het literaire debuut van de schrijver. Een boek dat nog eens werd uitgegeven in Reikhalzend Verlangen: Zaansch Veem 2.0 uit 2017 dat verder gaat in de jaren vijftig.

» details   » naar bericht  » reageer  

Land Waar Je de Weg Niet Kent: Omgaan met Rouwenden, Een - Carel ter Linden (1995) 4,5

17 december 2025, 18:28 uur

Een mooi en teer geschreven boekje over de omgang met mensen die een geliefde, vader, moeder, man, vrouw of kind verloren aan de dood.
Het ongemakkelijke woord ‘rouwproces’ doet geen recht aan de periode waar de rouwende doorheen gaat. Zo’n woord is een dooddoener en suggereert dat het een mechanisch proces is, waar je doorheen moet om er ‘beter’ uit te komen. In veel goedbedoelde troost zit een stuk ontkenning van wat de ander werkelijk meemaakt.

Ik citeer een stukje:
'Goed reageren op de situatie en de belevingswereld van de rouwende is niet eenvoudig. Men maakt bijna onvermijdelijk fouten. Dat is niet zo erg, als onze grondhouding maar de goede is. En dat is: de ander werkelijk laten uitpraten, niet voortijdig met oplossingen komen aandragen. Die moet de ander zelf vinden op zijn of haar eigen tijd. Je kunt misschien met je opmerking het grootste gelijk hebben, maar dan nog mag je het niet zeggen. Jij kunt het niet zeggen. Jij mag niet zeggen: gelukkig heb je je kinderen nog. Dat mag alleen de ander zeggen. Als een eigen, verlichtende ervaring. Op zijn/ haar moment.

‘Je moet maar denken; hij is nu uit zijn lijden verlost …’
‘Je moet maar denken aan de mooie tijd die je samen gehad hebt. En zo lang …’
‘Het was voor jou toch ook wel heel zwaar de laatste tijd …’
Wij denken iemand hiermee uit de put te helpen. Maar, met alle goede bedoelingen, het gesprek is hiermee ten einde.
Was dat, al zullen wij onszelf dat nauwelijks durven toegeven, misschien ook onbewust ons oogmerk? Wilden wij dat gesprek misschien ook liever niet? Hadden we daar misschien niet op gerekend, er geen zin in, of gewoon geen tijd voor?
‘Als iemand mij vroeg hoe het met mij ging’, zei iemand mij ooit, ‘dan zei ik weleens: “Dat hangt ervan af hoeveel tijd u hebt”. ‘

Iedereen maakt deze situaties een keer mee in zijn of haar leven. Dit bescheiden boekje zegt dingen waar je wat aan hebt, als je zelf troost zoekt of wilt geven, los van professionele pretenties.

» details   » naar bericht  » reageer  

Later Is te Laat - Simon Carmiggelt (1964) 4,5

17 december 2025, 18:28 uur

stem geplaatst

» details  

Lichamelijke Oefening - Midas Dekkers (2006) 5,0

17 december 2025, 18:28 uur

Meest vermakelijke boek dat ik ooit las over sportverdwazing. En voor bioloog Midas Dekkers is zo'n beetje iedere vorm van competitiesport onnodige uitsloverij. Terecht gooit hij simpelweg heel wat gezondheidsclaims in de prullenbak. Sport kan best leuk zijn om te doen, maar denk nou niet dat je heel goed bezig bent voor je gezondheid. De jaren die je ermee wint, heb je verdaan aan sport.

Grappig boek, dwars ingaand tegen allerlei modieuze trends. Scherp ook wel. Nordic Walking bijvoorbeeld heeft niets met iets Scandinavisch te maken maar met 'noords', een Germaans begrip waarvan de nazi's handig gebruik maakten. En talrijk zijn de verwijzingen in dit boek naar de duistere kanten van de lichaamsbeoefening in het Derde Rijk. De schrijver bevindt zich daarmee wel op glad ijs. De al te vlotte koppeling van sport aan fout gedachtengoed kan ingegeven zijn door zijn persoonlijke ervaringen.
Feiten en meningen zijn in dit werk dan ook maar al te vaak verweven. Selectief gebruik maken van bronnen, dat mag om een punt te maken. De voorstanders van sportbeoefening doen dat immers net zo goed.

Na jaren weer eens gelezen en met veel plezier. Zelf ben ik lang enthousiast loper geweest. Nu maak ik graag een wandelingetje. Voor de lol. Want daar is het bij sport om te doen, volgens de schrijver: je moet doen waar je lol in hebt.

De afgelopen jaren heb ik zelf studie gemaakt van diverse gezondheidsclaims. Hardlopen zou de mentale gezondheid bevorderen en mensen van een depressie genezen, is zo'n claim. Flinterdun is het bewijs dat ik vond.
Intensief sporten heeft zeker nadelen. Van vaak en langdurig hardlopen kan je hart achteruit gaan. Ik heb meerdere mensen gezien met ernstige vasculaire problemen tgv hun al te actieve sportleven. Om van de versleten gewrichten nog maar niet te spreken.

Een wandelingetje dus. Dat kan geen kwaad.

» details   » naar bericht  » reageer  

Man van Nazareth: Teksten bij de Evangeliën, De - Michel van der Plas (1992) 4,0

17 december 2025, 18:28 uur

Michel van der Plas schreef teksten voor o.a. Wim Sonneveld, Frans Halsema, Gerard Cox en Conny Stuart.
Daarnaast hield hij zich vooral bezig met biografieën en poëzie. Jarenlang was hij redacteur kunst voor Elseviers Weekblad. Zijn katholieke geloof, waar hij kritisch tegenover stond, bleef hem inspireren, zoals in deze gedichtenbundel. Fraai van stijl en inhoud.

» details   » naar bericht  » reageer  

Memoires of Gedenkschriften van Minister Pieter Bas, Oud-minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen - Godfried Bomans (1937) 4,0

Alternatieve titel: Pieter Bas, 17 december 2025, 18:28 uur

stem geplaatst

» details  

Met de Wetenschap van Nu: Graaiers, Draaiers en Spijtoptanten - Willem van der Does (2010) 4,0

17 december 2025, 18:27 uur

De columns (uitgesproken bij BNR en geschreven voor universiteitsblad Mare) waar dit boek op gebaseerd is, draaien voor een groot deel om de retoriek rondom de verkiezingen van 2010, het jaar dat dit boekje uitkwam. Psycholoog Willem van der Does laat zijn licht schijnen over: politieke persoonlijkheden, negatieve campagnes, frustratie-tolerantie, perverse prikkels, linkse journalistiek, de geruchtenmachine, exhibitionistische zelfverrijking en nog vele termen uit het politieke spectrum van die dagen. In mijn beleving nog niet zo lang geleden en de beschreven amusante situaties, het verwijt van gedraai van Wouter Bos bijvoorbeeld, slim in de media gebracht door CDA-spindoctors, de DSB-affaire, de kemphaantjes Pechtold en Wilders, ach je ziet ze meteen weer voor je. Breed uitgemeten in Netwerk en Nova. Toen politiek nog leuk was. Van der Does analyseert vanuit zijn eigen vakgebied, de psychologie, en doet dat vaak heel verrassend. Al is het natuurlijk wel gestempeld door de nieuwsfeiten van toen.
Minder vergankelijk in dit boekje zijn de rake tekeningen van Peter van Straaten, maar liefst 29 pagina's: illustratief voor de situaties die beter in beeld dan in woorden zijn uit te drukken.

» details   » naar bericht  » reageer  

Gods Woord en der Eeuwen Getuigenis: Het Oude Testament in het Licht der Oostersche Opgravingen - A. Noordtzij (1924) 4,5

17 december 2025, 18:27 uur

stem geplaatst

» details  

Goden Schaken, De - Angela Groen (2007) 4,0

17 december 2025, 18:27 uur

stem geplaatst

» details  

Gezochte Spiegel, De - Harry Mulisch (1983) 3,0

17 december 2025, 18:27 uur

stem geplaatst

» details  

Gereformeerden, De - Agnes Amelink (2001) 4,0

17 december 2025, 18:27 uur

Een fraai beschreven geschiedenis van de volgelingen van Abraham Kuyper (1837-1920) en hun Gereformeerde Kerken in Nederland. In 2004 gingen deze kerken op in het bredere kerkverband van de PKN, de Protestantse Kerk Nederland. Opvallend: van kerken (meervoud, plaatselijk zelfstandig) naar Kerk met nationale allures.
Ik kan wel verklappen dat er weinig gereformeerds meer aan is. Een klein aantal kerken heeft geweigerd mee te gaan in de megafusie en zo vinden we nog gereformeerde kerken van het oude stempel in o.a. Apeldoorn, Ede, Assen, Dalfsen, Harderwijk, Zuidoost Groningen en Zwijndrecht. Klein maar fijn. Gereformeerd willen ook graag genoemd worden de gemeenten van de gereformeerde bond, liever in de oude vaderlandsche hervormde kerk gebleven, maar nu ook in de PKN. Daarbuiten zijn er de nederlandse gereformeerden (let op de 'e' achter nederlands, want die hebben ze pas sinds 2023), de christelijk gereformeerden, de gereformeerde gemeenten, de oud-gereformeerden en nu vergeet ik er vast nog een paar.
Over die laatste groepen, die zich ook graag gereformeerd noemen, gaat dit boek dus niet.
De gereformeerden zijn hier de 'synodaal' gereformeerden, voortgekomen uit de beweging van Kuyper. Dat was een apart slag mensen. Principieel tot op het bot, maar ook in zekere zin modern, met een open oog voor de wereldse zaken en een ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid.

Schrijfster Agnes Amelink over het snelle verval van dit kerkverband:
" Ondanks alle alarmsignalen werden de gereformeerden overrompeld door de gebeurtenissen van de jaren zestig en zeventig. Als in een oogwenk werd het bolwerk ontmanteld. Sinds ik, door mijn werk voor de kerkredactie van Trouw, intensief in aanraking kwam met de restanten van het gereformeerde leven, heeft het mij verbaasd hoe dat toch mogelijk was. Als je ziet hoe diep de hartstocht voor de Waarheid zat, en hoe fanatiek en vol oprechte bedoelingen men zich inzette voor de kerk en de maatschappelijke organisaties, dan is het eigenlijk onvoorstelbaar dat de welvaart en de modernisering van de samenleving het gereformeerdendom zo snel de das hebben omgedaan." (233)

Nog juist op tijd heeft Amelink een groot aantal betrokkenen geïnterviewd voor haar boek. Het is een rijke cultuurschets geworden, waar we, inmiddels 23 jaar later, met verbazing naar kijken. Een verre van volledig boek, maar een prachtig verhaal heeft ze neergezet. Zo was het. Een zuil van jewelste.
Natuurlijk, alles gaat voorbij, maar zo snel? ...

» details   » naar bericht  » reageer  

Bijbelse Miniaturen - Carel ter Linden (2018) 4,0

17 december 2025, 18:27 uur

Bijbelse Miniaturen (2018) en Nieuwe Bijbelse Miniaturen (2020) beginnen allebei met een inleiding waarin de auteur uiteenzet hoe hij, door de jaren heen, is gaan denken en geloven.
Ter Linden schrijft:

“Wat de Bijbel ‘God’ noemt, is in mijn ogen een heilig krachtenveld van eeuwige beginselen: liefde, trouw en recht, bevrijding uit onrecht en onderdrukking, vergeving en verzoening. Eeuwige beginselen die het bijbelse Israël op een heel eigen manier en met vallen en opstaan aan het leven zelf heeft afgelezen en in allerlei verhalen gestalte gegeven.”

In het eerste deel worden 70 Bijbelverhalen in korte drie-minuten-teksten (oorspronkelijk bedoeld voor de radio) verteld en uitgelegd. In het tweede boek worden nog eens 56 teksten toegevoegd die wat langer zijn en een stukje dieper gaan. De stijl van Carel ter Linden is glashelder. Hij raakt de kern van de verhalen en doet dat zonder omhaal van woorden. Ieder woord is gewikt en gewogen. En ik heb het idee dat de schrijver zich vooral ook richt op mensen die niet wekelijks een kerk bezoeken.

Het zijn prachtige vertellingen van de Bijbelverhalen die het hart raken. Dat de dominee een theologische mening heeft is duidelijk, maar nergens dringt hij die op in zijn uitleg. Dat is respectvol en pastoraal wijs. De Bijbelverhalen zijn het waard om door te geven aan volgende generaties, ook als cultureel erfgoed. De theologie hobbelt daar achteraan en kan eigenlijk best gemist worden. Vertellen is de grote kracht van deze dominee. Zijn theologische concepten mogen interessant zijn, ze zijn naar mijn idee een korter leven beschoren. De verhalen nemen we mee.

» details   » naar bericht  » reageer  

Besora al-pi Yehuda, Ha- - Amos Oz (2014) 4,0

Alternatieve titel: Judas, 17 december 2025, 18:27 uur

Geen echt goede roman, zoals hierboven beschreven. Ik weet niet goed waaraan een goede roman zoal moet voldoen. Ik zou zeggen: waarachtige personages, waarin je je kunt verplaatsen; mensen van vlees en bloed. Een verhaal dat uitnodigt ook het volgende hoofdstuk tot je te nemen en een plot dat even geloofwaardig als verrassend is.

Misschien schort dat laatste er wel een beetje aan. Maar als roman, lovestory zelfs, zeker toch wel geslaagd te noemen. De beschrijving van Jeruzalem in winter 1959/1960, de sfeer, de politieke situatie, de discussie over Ben Gurion, de gespannen situatie in de Arabische wereld, het verlies van idealen, de studie naar Jezus en Judas, de verhouding jodendom-christendom. Misschien kun je zeggen, dat er zoveel 'boodschap' in het boek is verwerkt dat de hoofdpersonen in de roman tot aangever zijn gemaakt. De auteur wil veel zeggen.

Dat gebeurt regelmatig inderdaad. Je kunt zo'n hoofdstukje dan ook wel even doorbladeren, zonder de draad van het verhaal kwijt te raken overigens. Ik denk, als boodschap-aangever, dan vooral aan de invalide Gersjom Wald, die als een oude wijze maar excentrieke man orakelt tegen de jonge gesjeesde student Sjmoeël (Samuël) en verbluffende uitspraken doet. Het mysterieuze element in de ontmoetingen met Atalja, de veel oudere hospita van de hoofdpersoon, geeft ook de verscheurdheid aan in de pas opgerichte staat Israël. De offers, de pijn. Dingen waarover alleen maar gezwegen kan worden. Oz beeldt die stilte prachtig uit. De sneeuw in de straten, de geluiden van vogels, de pap met suiker en kaneel, de schoten in de verte van een ballorige Jordaanse soldaat.

Ik vind het mooi en authentiek en en ik weet waar Amos Oz voor staat. Vooral in deze roerige dagen (wanneer niet eigenlijk in Palestina/Israël?) zeer de moeite waard nogmaals te lezen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Beeld en de Klok, Het - Harry Mulisch (1989) 3,5

17 december 2025, 18:27 uur

stem geplaatst

» details  

Angst voor de Mythe - Arne Jonges (2018) 4,0

17 december 2025, 18:27 uur

Het woord ‘mythe’ doet denken aan een ‘verzonnen verhaal’, iets wat door helder en logisch denken ontkracht moet worden. Een rest uit een duister verleden waarin we nog in sprookjes geloofden.

Toch heeft mythe precies de betekenis van 'geloofsverhaal'. Het gaat daarin niet om de meetbare feiten. Er wordt niets geconstateerd, maar meegemaakt.

Arne Jonges houdt in dit essay een vurig pleidooi voor een geloof dat inspiratie vindt in de mythe. Daarmee komt hij frontaal in botsing met twee partijen: de orthodoxie van ‘waar gebeurd’ en het liberale idee dat we de mythe voorbij zijn en van een ‘historische Jezus’ moet uitgaan. Fel haalt de auteur uit naar beide kanten, maar het meest naar de rationalisten die de bijbel laten buikspreken, alsof er iets met zekerheid gezegd kan worden over wie Jezus precies was en hoe hij leefde.
Daarin volgt hij voor een groot deel de lijn van zijn grootvader dr. G.A. van den Bergh-Eysinga, die niet geloofde dat de historische Jezus iets toevoegde aan het geloof.
Geloof moet gericht zijn op de toekomst en niet op het verleden.

Arne Jonges is bekend in de Vrijzinnig Protestantse kring. Van de theologische wetenschap die geloof en echte wetenschap vermengt, heeft hij geen hoge pet op. Toch kun je zeker wel zeggen dat de auteur als gelovige spreekt in zijn kleine boek, meer een pamflet.

Het heeft me van m’n stuk gebracht en aan het denken gezet nadat ik de afgelopen twee jaar me verdiepte in de vele onderzoeken naar ‘de historische Jezus’. Ook de bijbelwetenschappers en nieuwtestamentici, weten eigenlijk vrijwel niets met zekerheid. Het zijn speculaties die met geloof zelf weinig te maken hebben. Een toontje lager past de theologen.

'Wie de verhalen reduceert tot ‘berichten’ over een onschuldig gekruisigde, charismatische, goede rabbi die een prediker was van het komende Godsrijk, doet onrecht aan de geschriften zelf en aan het geloof dat daaruit spreekt. Er zijn immers erg veel goede, onschuldige mensen op brute wijze vermoord, op de mestvaalt van de geschiedenis beland en vervolgens in vergetelheid geraakt.'
...
' Wie naar een ‘historische Jezus’ als een mens tussen de mensen zoekt, naar een man van vlees en bloed, heeft de wereld van de mythe en het godsdienstig geloof verlaten en construeert feitelijk niets anders dan een romanfiguur.' (41)

'Wie het mythische karakter van deze geschriften niet onderkent en erkent, blijft steken in een merkwaardige mengelmoes van negentiende-eeuws liberalisme en twintigste-eeuwse halfwassen orthodoxie. Angst voor de mythe beneemt menig theoloog het zicht op het karakter van de teksten die hij voor zich heeft en dat reduceert zijn hermeneutische taak tot vroom gebeuzel.' (64)

Een krachtig geformuleerd boekje met veel inhoud, waarmee de schrijver ongetwijfeld op vele zere tenen heeft gestaan.

Voor wie ook met de grootvader wil kennismaken, verwijs ik naar zijn boek, te vinden op:
DE OUDSTE CHRISTELIJKE GESCHRIFTEN : G. A. van den Bergh van Eysinga :Internet Archive

» details   » naar bericht  » reageer  

Altijd Dat Kruis - A. van de Beek (2018) 3,0

17 december 2025, 18:27 uur

Zoals gezegd kom ik hier graag nog eens op terug na herlezing. Een vlot geschreven, maar tegelijk moeilijk boek. En, als relatieve buitenstaander, ik ben geen lid van een kerk, vraagt het wat inspanning. En voorlopig is dit het laatste boek over geloof en theologie dat ik hier bespreek. Want de zon schijnt en om de één of andere reden ben ik in de wintermaanden hier meer voor in de stemming. Dan nu mijn recensie:

Theoloog A. van de Beek is niet uit het meest buigzame hout gesneden. Hij ziet zichzelf nogal eens als een roepende in de woestijn. En zoekt, net als de woestijnvaders in de oudste geschiedenis van het christendom, de eenzame positie.

In dit boekje draait het eigenlijk maar om één ding. Dat is de uitspraak van de apostel Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs. Met die tekst begint het boekje: “Ik heb mij voorgenomen niets te weten onder u dan Jezus Christus en Hem als Gekruisigde”. Het verdere betoog van de auteur is hier een uitwerking van. Wars van activisme, enthousiaste geestesuitingen, opgewekte bijeenkomsten is de harde, maar daarom ook troostrijke gedachte die hij hier centraal stelt. Het bevrijd worden van iedere vorm van 'heilig moeten'.

Sinds Auschwitz (en het lijkt me ruim daarvoor ook al) is er een theologie ontstaan die met een God met een baard, die boven de wolken ons leven bestuurt en ons beneden vriendelijk toeknikt, heeft afgerekend. Bram van de Beek stelt het radicaal: die God bestaat niet. God is in Jezus - opvallend is hoe vaak van de Beek hamert op het gelijk aan God zijn van Jezus - die ware God, is gestorven aan een kruis, als de lijdende. Alleen zó representeert God zich in deze wereld.
En alleen in het lijden in óns leven herkennen we God. Van de Beek zegt: 'als het verdriet in je leven gekomen is'. Door de dood van God is er uitzicht op het leven. Dat organiseren we niet zelf, maar wordt ons geschonken. De doop betekent: ingedoopt worden in de dood van de Zoon, die God zelf is. Niet meer ik, maar Hij leeft in mij.

Tegen de verdrukking in - want protesten komen van alle kanten - positioneert de geleerde theoloog zich op dit eenzijdige, christologisch hoge standpunt. Voor de historische Jezus heeft hij, evenals Paulus, maar heel weinig belangstelling. Het gaat alleen om het ergerniswekkende kruis.

Inderdaad wekt dat ergernis. Het kruis kun je naar mijn mening niet meer zomaar onbevangen neerzetten als symbool van geloof en verlossing. Tot aan de vijfde eeuw is er in de christelijke kunst nog geen kruis te vinden. De eerste christenen gingen daar zuinig mee om. En inmiddels, na vele eeuwen christendom, staat dat kruis niet alleen meer voor weerloze overgave, maar ook voor machtsmisbruik, kruistochten, godsdienstoorlogen, exorcisme en bijgeloof. Dus ja, de critici hebben gelijk: altijd dat kruis, daar moet je voorzichtig mee zijn als je niet goed uitlegt wat je daar precies mee bedoelt.

De auteur schrijft heel goed en boeiend en is een man van deze tijd. Er zijn nog weinigen met zoveel kennis van de oude christelijke bronnen als van de Beek te vinden in ons land. Dus is het goed luisteren naar de man altijd de moeite waard. Maar dit volledig scheeftrekken van de dogmatiek, de ene eenzijdigheid bestrijden met de andere, dat wringt toch wel. Hier en daar zo kort door de bocht dat het pijn doet.
Voor Paulus had het effect, als correctie van de op drift geraakte gemeente in Korinte. Dat zal nodig geweest zijn misschien. Voor ons zijn weer heel andere vragen aan de orde. We zijn tweeduizend jaar verder. De theologie doet er goed aan niet achteraan te lopen. Stel spannende vragen, blijf in gesprek.

» details   » naar bericht  » reageer  

De Tranquillitate Animi - Lucius Annaeus Seneca (60) 4,0

Alternatieve titel: Innerlijke Rust, 17 december 2025, 18:26 uur

Opnieuw een betoog van Seneca uit die boeiende eerste eeuw van onze jaartelling.

Het begint met een brief van zijn jongere vriend Serenus waarin hij zijn innerlijke onrust en psychische zwakheid beschrijft en vervolgens de hulp van Seneca inroept.

Seneca gaat er eens goed voor zitten. In 16 hoofdstukjes en enkele slotopmerkingen aan zijn vriend beschrijft hij het probleem en biedt raad.

Voortreffelijk en zeer toegankelijk is de vertaling van Vincent Hunink. De prachtige soepel lopende zinnen zijn een genot voor de lezer en geven de literaire glans goed weer.
Maar natuurlijk gaat het niet om de vorm alleen, vooral de inhoud van het geschrift is het lezen waard.
Seneca weet opnieuw een rake beschrijving te geven van wat hij om zich heen ziet. Mensen die opgaan in hun eigen succes, reislust, carrière, weelde en genotzucht en tenslotte door dit alles in de diepste verveling terechtkomen. Daarbij haalt hij de dichter Lucretius aan:

“Op die manier vlucht ieder voor zichzelf.”

Hij geeft de raad om goed gezelschap te kiezen:
“Niets geeft zoveel plezier als een trouwe, aangename vriendschap. Wat is het heerlijk als er mensen voor je klaarstaan aan wie je elk geheim gerust kunt toevertrouwen! Wat zij weten van jou hoef je minder te vrezen dan wat jij weet van jezelf. Praten met hen vermindert je zorgen, hun ideeën ondersteunen wat jij besluit. Hun vrolijkheid verdrijft jouw sombere buien, ja, hun aanblik alleen al doet je plezier!"

Niet dat je zo’n vriend gemakkelijk zult vinden: “Want ja, waar vind je die? We zoeken hem al eeuwen … Het beste is: een zo min mogelijk slecht mens."

“Er is in ieder geval één groep waarmee je alle contact moet vermijden. De negatievelingen. De eeuwige zwartkijkers. De lui die alles aangrijpen voor geklaag en gemopper. Natuurlijk, zulke mensen kunnen best loyaal zijn en jou alle goeds toewensen. Maar iemand in je buurt die altijd ergens mee zit, die over alles zucht en steunt? Dat is een vijand van jouw innerlijke rust! “

Zoals ons niet echt meer verrast, doet Seneca een beroep op doelgericht zijn, luxe en bezit zoveel mogelijk vermijden en je niet al te veel bemoeien met andermans zaken. Innerlijke rust is een goed geweten, onbelast door nutteloze dingen en verkeerde contacten. En dat zei een man die zelf flink wat tegenstand gekend heeft en uiteindelijk door de geesteszieke keizer Nero, bij wie hij in dienst was, tot zelfmoord werd gedreven.

Een mooi werkje dat de eeuwen goed doorstaan heeft.

PS. Voor het geval iemand zich afvraagt in welk oud stuk perkament ik heb zitten neuzen, hier de bron:
Seneca levenskunst; filosofische essays over leven en dood, vertaald en toegelicht door Vincent Hunink, Athenaeum, vijfde druk, Amsterdam 2022.

» details   » naar bericht  » reageer  

De Ufo's van Gorredijk - Taede A. Smedes (2024) 4,5

17 december 2025, 18:26 uur

Geen nuchterder slag mensen dan de Gorredijkers. De Gordyk of De Gerdyk is de Friese naam van Gorredijk. Het dorp maakt deel uit van de gemeente Opsterland, in de oostelijke helft van Friesland, en telt nu ongeveer 7500 inwoners.

In 1974 gebeurde er echter iets bijzonders in het rustige dorp. Iets waar niemand ook maar in de verste verte op gerekend had. Er verschenen vreemde lichtsignalen. Een golf van waarnemingen van vreemde objecten boven het dorp. Iedereen, jong en oud, kon erover meepraten en had het met eigen ogen gezien.

Taede Smedes (1973) is filosoof en theoloog (en dus meer thuis in ónzichtbare zaken) en komt uit Drachten, dat niet ver van Gorredijk ligt. Destijds te jong, maar later gefascineerd door dit verschijnsel, schreef hij dit boek. Hij moet dat met veel plezier gedaan hebben. Hij schrijft dan ook in zijn dankwoord:

“Het schrijven van dit boek is een van de leukste projecten geweest die ik ooit heb mogen ondernemen. Af en toe waande ik me een heuse detective die met een cold case bezig was.”

Het boek bestaat voor het grootste deel uit dagboekverslagen over de periode van vrijdag 11 januari tot donderdag 28 februari. Daarna was het fenomeen even onverklaarbaar als zijn komst weer verdwenen.
Het is een prachtig verslag geworden, een reportage van de impact die het verschijnsel had op het gewone dagelijks leven en de reacties daarop in de pers. Basis zijn de verhalen van ooggetuigen van toen die de auteur sprak. In het Fries uiteraard. Een kwestie van vertrouwen, want niet iedereen was bereidwillig zijn mond open te doen.
Nog steeds waart er een stilzwijgende geheimzinnigheid rond het onderwerp door het dorp.

Het boek ademt op geen enkele manier een sfeer van sensatie of samenzweringstheorieën en laat dan ook de uiteindelijke waarheid over de gebeurtenissen in het midden. Van bizarre verklaringen houdt de auteur zich verre, nuchter als ook hij is. Wel erkent de schrijver ten volle, dat er onverklaarbare dingen bestaan, ook al weten we er niet het fijne van. Een mysterie is het mooist als het ook een mysterie blijft.

Een heel mooi boekje, in pocketformaat, met in de twee bijlagen artikelen die G,P. Meijer en J.H. Andriessen schreven kort na de gebeurtenissen in 1974. Een kostbaar historisch document.

» details   » naar bericht  » reageer  

De Ware Judas: Nieuw Licht op een Duister Figuur - Bert Aalbers (2006) 4,5

17 december 2025, 18:26 uur

Bert Aalbers (1946) promoveerde in 2001 op het fenomeen van de beeldvorming van Judas. In dit boek is zijn wetenschappelijke studie verbreed en in gewone-mensentaal geschreven voor een wat groter publiek. Als bijlage is de vertaling van het Judasevangelie toegevoegd. In dit evangelie blijkt Jezus ineens een gnosticus die met een innerlijk oog voorspellingen doet en kosmologische geheimen onthult. Bijzonder is dat in dit evangelie (waaruit fragmenten verloren zijn gegaan) aan Judas de voorname rol van ingewijde wordt gegeven. Een merkwaardig geschrift, dat bij toeval rond 1978 werd ontdekt bij een illegale opgraving en pas tegen 2000, inmiddels helaas flink beschadigd, in de openbaarheid kwam. Het boek van Aalbers sluit aan bij de hype rondom deze tekst, die losbarstte na ontcijfering van de tekstfragmenten.

Een (voor mij) spannend boek dat de bestaande beelden van Judas tegen het licht houdt en nuanceert. Na lezing van dit boek ga je anders aankijken tegen de man die de eeuwen door als verrader werd bestempeld. Niemand immers noemt zijn kind Judas. Een positief beeld of rehabilitatie van Judas levert het boek echter niet. Eerder de erkenning dat de andere discipelen niet minder de rol van verrader speelden bij de overlevering van hun meester. En dat kon de nauwkeurige bijbellezer ook wel raden.

Ten koste van wat nachtrust heb ik dit boek in één keer uitgelezen en het was de moeite waard.
Wie interesse heeft, kan ik wijzen op het gelukkige feit dat het boek gewoon nieuw te koop is voor nog geen tientje in de ramsj.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deurwaarders Delirium - Havank (1950) 3,5

Alternatieve titel: Havank 20, 17 december 2025, 18:26 uur

Hans van der Kallen werd geboren in 1904 in mijn geboortestad Leeuwarden, waar hij ook overleed in 1964. Hij was onder de naam Havank een bekend detectiveschrijver. Meer dan 10 miljoen boeken van zijn hand in de Zwarte beertjes-reeks van uitgever Bruna (met boekomslagen van Dick Bruna) werden er verkocht. Hij woonde na de oorlog lange tijd in het Franse Cagnes-sur-mer en de hoofdpersoon in zijn meeste boeken is inspecteur Charles C.M. Carlier, alias de Schaduw. De boeken doen nu wat geforceerd aan door het weelderige met woordgrapjes doorspekte taalgebruik. De Schaduw is dan ook een excentrieke man die wel raad weet met een goed glas wijn en een sigaar en moeiteloos citeert uit de klassieke literatuur. Het zijn vooral de eigenaardigheden van de inspecteur die zijn boeken leuk maken. Hoewel de ontknoping vaak verrassend is, zijn het geen thrillers waarbij je nagelbijtend het plot tegemoet gaat.

Zo is het ook gesteld met dit werkje uit 1950. In 1974 verwerkt tot hoorspel door de NCRV-radio en in 2010 op CD uitgegeven door Rubinstein. Een vermakelijk verhaal, in een Frans decor, maar heel erg spannend is het allemaal niet. Havank bleef zijn lezers trouw. Zijn laatste boek verscheen in 1959. Pieter Terpstra vervolgde de reeks in dezelfde stijl.

Ik vraag me af wie van de lezers hier de hele reeks in de kast heeft staan. De Zwarte Beertjes zijn ware verzamelobjecten, als ik het goed heb. Tot mijn verrassing blijken veel deeltjes in herdruk nog nieuw verkrijgbaar.

» details   » naar bericht  » reageer  

Digitale Proletariaat, Het - Hans Schnitzler (2015) 3,5

17 december 2025, 18:26 uur

Filosoof/publicist Hans Schnitzler schreef dit donker getinte denkwerkje over de opkomst van de digitale tijd. Zoals er in de eerste industriële revolutie een onderklasse ontstond: het proletariaat, zo is nu, in de tijd van de digitale revolutie opnieuw een machtsvorming bezig te ontstaan en een nieuwe vorm van slavernij. Zo durft Schnitzler het aan de lijn te trekken van de klassenstrijd zoals door Marx beschreven naar een nieuwe klassenstrijd. In de digitale revolutie gaat het echter niet meer om de zeggenschap over de arbeid en dus het lichaam, maar om de industrialisering van de geest.
"De digitale proletariër is een mens van wie het hele bewustzijn - zijn aandacht, emoties en vriendschappen, zijn ideeën en fantasieën - tot koopwaar is gereduceerd."

Centrum van die macht is Silicon Valley, niet zonder venijn omgedoopt tot Silicon Reich.
De 'vier grote ruiters van het internet' (Google, Apple, Facebook en Amazon) smeden samen tegen de burger om niet alleen zijn koopgedrag en privacy te ontfutselen, maar door te dringen in de diepte van de geest. Zo moet er een nieuwe ééndimensionale mens ontstaan, een mens die geen geheimen meer kent en door algoritmen kan worden berekend en bestuurd. En die mens doet dat allemaal vrijwillig. Al facebookend en twitterend wordt hij een steeds oppervlakkiger mens die aan zijn echte mens-zijn, waarbij ambivalentie, verveling, mislukking een noodzakelijke rol spelen om volwassen te worden, niet meer toekomt. Infantiel gedrag en opgeklopte vind-ik-leuk-emoties nalatend.

Een redelijk schokkend boek, met vele voorbeelden die tot nadenken stemmen. Schokkend, ware het niet dat de filosoof te snel met conclusies komt en overdrijft en dik aanzet waar dat niet altijd nodig is. De verontwaardiging, die wel oprecht is, vervormt de inhoud hierdoor wel wat en neigt naar een lichte vorm van paranoia. De voordelen die internet te bieden heeft, worden zo wel erg erg snel terzijde geschoven en het gezond verstand van de meeste mensen onderschat, naar mijn idee.

Dat de schrijver het meent met zijn verwijzing naar Marx, bewijst wel de slotzin van zijn boek:
"Digitale proletariërs aller landen, verenigt u!"

Ook vandaag nog actueel, dacht ik zo.

» details   » naar bericht  » reageer  

Dit Is Niet het Leven Dat Ik Heb Besteld: Mentaal Sterk Worden in een Verwende Samenleving - Jeffrey Wijnberg (2018) 3,5

17 december 2025, 18:26 uur

Niet zeuren! Dat is de kern van dit boekje van psycholoog Wijnberg. Dat er zoveel mensen klagen in dit overgeorganiseerde en welvarende landje, is de schrijver een doorn in het oog. Incasseren en de schouders eronder, is zijn reactie. Daar ben ik het ook wel mee eens in principe. Gek genoeg kijk ik inmiddels sinds de corona-crisis en de oorlog in Europa een beetje anders naar dit boekje. Het is gemakkelijk praten. Inderdaad zijn er mensen die terecht te klagen hebben, ook in in dít land. Sommigen betalen de rekening. Het lijkt erop dat de auteur hier niet heel veel compassie voor op kan brengen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Dynamics of Faith - Paul Tillich (1958) 4,5

Alternatieve titel: De Dynamiek van het Geloof, 17 december 2025, 18:26 uur

Dit boek kan gezien worden als een vervolg op The Courage to Be (1952).
Het is wat meer theologie dan dat genoemde boek, dat vooral ontstond vanuit existentieel filosofisch standpunt: de angst om te zijn (wie je bent) en de angst om niet te zijn, het totale verlies aan zingeving. De moed om te zijn is de angst toe te laten om als aanvaard mens te leven.

Een bijbeltekst komen we in dit hele boek dat over het geloof gaat, en dan vooral het christelijke, niet tegen.
Tillich beschrijft op knappe wijze de vormen en misvormingen van het geloof. Hij analyseert de verschijnselen, maar laat de symbolen en mythen staan voor wat ze zijn. Die symbolen betekenen niet iets anders, ze hebben betekenis in zichzelf. Centraal is zijn stelling dat geloof niets anders is dan een uitdrukking van een oneindigheidsrelatie waarmee ieder mens te leven heeft.
"Het geloof is een wezenlijke mogelijkheid van de mens en daarom is zijn bestaan noodzakelijk en universeel." Een menselijk gegeven dat door geen moderne wetenschap, autoriteit of verbastering kan worden ondermijnd. Kortom: geloof is onuitroeibaar, het is met het menszijn gegeven.
Decennia later zouden moderne theologen (Kuitert o.a.) iets soortgelijks zeggen en het als nieuw presenteren. Tillich was origineler.

Veel boeiende gedachten komen we bij hem tegen. Zijn abstracte taal maakt het voor brede kring minder toegankelijk. Tillich zet je wel aan het werk, heeft over iedere zin grondig nagedacht. En regelmatig betrap ik mezelf erop dat ik zinnen twee of drie keer opnieuw moet lezen om ze door te laten dringen. Het abstract weergeven van zijn ideeën maakt het niet echt tot een warm betoog. Tillich wil vooral doordringen tot de universele gedachten over geloof en niet teveel in detail treden. De invulling is voor de lezer.

Ik denk niet dat dit boek nog heel goed in het Nederlands te krijgen is. Ik prijs me gelukkig met mijn boekje uit 1958, verschenen bij uitgever Erven J. Bijleveld in Utrecht. De Engels/Amerikaanse versie is nog wel te vinden.

Paul Tillich werd geboren in 1886 in Starzeddel, Brandenburg, Duitsland. Inmiddels ligt dit in Polen. Al in maart 1933 moest hij vanwege zijn felle kritiek op het nationaalsocialisme zijn docentschap aan de universiteit van Frankfurt opgeven. (Hij was één van de grondleggers van de zogenoemde ‘Frankfurter Schule’) en emigreerde naar Amerika waar hij het staatsburgerschap verwierf en hoogleraar werd aan de Harvard Universiteit. Hij overleed in 1965.

» details   » naar bericht  » reageer  

Droomkoningin, De - Maarten 't Hart (1980) 4,5

17 december 2025, 18:26 uur

Het zijn de grote liefde voor Bach, met name het tweede Brandenburgse Concert, en de verwarrende ontluikende liefde voor meisjes die de jonge Metten Anker, student musicologie en bakkersknecht in de zaak van zijn vader, beheersen. Alsof hij er zelf geen grip meer op heeft, wordt hij door deze drang geleid. De vertelling begint met een nachtelijke dwaaltocht, op zoek naar de weg naar huis, door een volkstuinencomplex vanwaaruit hij terugblikt op de geschiedenis van zijn liefdesleven. Voor de droomkoningin blijkt Anna Magdalena uit cantate 82 van Bach model te staan. ‘Schlummert ein, ihr matten Augen’. Een liefde tot in de dood.

In de jonge Metten menen we de contouren van de auteur te herkennen, deze keer in het decor van Leiden; de hoogspanningsmast nummer 82, die hem aan Bachs cantate 82 doet denken, staat daar inderdaad. Op zoek naar de uitgang van het complex, klimt de hoofdpersoon midden in de nacht hoog in die mast om de omgeving te verkennen en wordt vermanend naar beneden geroepen door een heer met hond, een jurist in ruste, gespecialiseerd in echtscheidingen. Door hem meegenomen naar zijn tuinhuisje op het volkstuinencomplex, een beetje gedwongen door zijn dreigende hond, komt Metten Anker ertoe over zijn huwelijk te vertellen.

De sfeer van het boek is licht en droomachtig. Het nachtelijk dwalen, de puberale gedachten en gevoelens, de onbeantwoorde liefdes; het had zwaar en diep kunnen worden, maar dat wordt het niet. Zijn grote liefde, de violiste Renske, waarvoor hij avondenlang in een koud portiek staat te verkleumen om een glimp van haar op te vangen, tot hij de moed vindt om met haar samen te musiceren, zal zijn grote liefde blijven. Maar niet de definitieve rust voor zijn onstuimige drang naar dat wonderlijke, dierlijke, dat hem aantrekt in de onbekende vrouw. De vrouw blijft voor Metten Anker een mysterie, met niets anders te vergelijken dan met het wonder van de muziek van Bach.

Een knappe raamvertelling in dit boek, en fraai van stijl en detail. Bijzonder humoristisch is de beschrijving van het eerste bezoek van Metten aan de ouders van Renske.

Ik denk dat we dit boek in de rij moeten plaatsen van zijn grote vroege romans. Dat zijn naar mijn idee: Een Vlucht Regenwulpen (1978); De Aansprekers (1979) en dit werk waarvan ik een door de schrijver gesigneerd exemplaar in huis heb met datum: 11-9-’80, de vijfde druk.

» details   » naar bericht  » reageer  

Eén Bijbel - Twee Testamenten - H. de Jong (2013) 4,0

17 december 2025, 18:25 uur

De kerk van Marcion van Sinope ontstond rond het jaar 150 en werd een zeer succesvolle afsplitsing van de jonge kerk. Marcion leerde een strenge ascese, afzien van het huwelijk en zag de geschapen materie als vijandig tegenover de geest. De God van het Oude Testament had niets te maken met de God van liefde uit het Nieuwe Testament. Daarom verwijderde hij alles uit de Bijbel wat daarnaar verwees en hield een klein bijbeltje over. Hij sprak steevast van 'Isu Chrestos', dat is Jezus de Goede, in plaats van de titel 'Christos', dat de Gezalfde betekent en verwijst naar de aangekondigde Messias van de profeten.

Ook na verdwijning van de marcionitische kerk in de zesde eeuw, heeft Marcion zijn invloed op de kerkgeschiedenis behouden. Het heeft lang geduurd voordat het Oude Testament in de kerk op waarde werd geschat. Vooral ná de tweede wereldoorlog heeft de theologie ontdekt wat dat eerste boek te bieden heeft. Een goede schepper, een God van liefde en trouw, die van vergeven weet, dat is zeker geen specialiteit van het evangelie alleen. Sporen van de marcionitische geest vinden we nog wel in enkele brieven van het Nieuwe Testament.

Een heel aardig boekje, dat misschien een beetje wijdlopig is en waarin de auteur graag verwijst naar andere boeken van zijn hand. Dat mag natuurlijk, maar een wat bredere bezinning op dit onderwerp, de mening van andere theologen, mis ik een beetje. Zo ook het ontbreken van een literatuurlijst.

Een boekje zonder kerkhistorische pretenties, maar vooral gericht op de praktijk van het geloofsleven.
Een boekje ook waarin de theoloog zijn visie uiteenzet op het veranderde lezen van profetieën. Heel nuchter constateert hij dat door de tijd we nu anders kunnen denken over geloofszaken en niet vastzitten aan iedere letterlijke tekst alsof die voor de eeuwigheid zou gelden.

Het lezen van losse 'bewijsteksten' raadt hij af en houdt een pleidooi voor een 'horizontale', voortgaande lezing van de bijbel. Een boek met een ontwikkeling. Mooi past hij dit toe op o.a. homosexualiteit, wat hij volledig accepteert en de landbelofte aan Israël. Die belofte gold wel in de bijbelse tijd in die bepaalde situatie van vervolging, maar nu niet meer. Een niet gering statement in deze tijd. Hij weigert mee te gaan in het wetticisme. En dat is een sterk punt van dit compacte werk.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ene Doel van God: Een Antwoord op de Leer van de Eeuwige Straf, Het - Jan Bonda (1993) 2,5

17 december 2025, 18:25 uur

Dit boek van de gereformeerde predikant Jan Bonda (1918-1997) zal ongetwijfeld veel mensen die geloofden in 'eeuwig verloren gaan' hebben gesterkt deze angstige gevoelens van zich af te zetten. Hij spit daarvoor flink door de Bijbel en haalt de zogenaamde 'universele uitspraken' aan als bewijs. Zie je wel, God meent het zo niet, het komt allemaal toch eens goed. Al kan ik de pastorale inzet van de auteur wel volgen, het bewijs vind ik mager. Allereerst gaat het in de Bijbel bij het begrip 'eeuwigheid' niet om een leerstuk over verloren gaan of behouden worden in de tijd, maar om een kwalitatief begrip. Als God zegt: ik heb je eeuwig lief, gaat het om een liefde die niet te bevatten is, oneindig lief dus. Zo ook als God via de profeten met eeuwige straf dreigt voor wie onrecht, dood en verderf aanricht, moeten we dit als Bijbelse taal opvatten, niet als begrip van tijd en voor altijd. De auteur gaat echter een andere weg en bewijst met zijn verzameling teksten dat God niet alleen het goede wil voor alle mensen maar het ook met alle mensen goed laat aflopen. Dus ook met Adolf Hitler, om maar een naam te noemen. Het Kwaad, in de reële gestalte van ideologie en gewetenloosheid wordt op die manier niet echt serieus genomen. De Bijbelse profeten konden flink schelden en dat was weleens nodig ook. Heilsautomatisme is geen heil zoals we dat in de Bijbel kennen. De mens wordt op zijn eigen verantwoordelijkheid aangesproken. En daarin kan de mens, niet altijd, maar wel in principe een keuze maken voor of tegen het leven. De vrije mens doet er toe.
Daarbij komt dat de auteur veel werk maakt van het bestrijden van de 'vervangingsleer', het idee dat de kerk het volk Israël heeft verdrongen. Dat kerk en Israël samen moeten optrekken in hun missie is nu juist een idee dat de eigenheid van het Jodendom ontkent. Weinig joden zitten op zo'n innige omhelzing van de kerk te wachten, kan ik verzekeren.
Dit boek wil teveel bewijzen voor wie bang is de hemel te missen. Een nobele missie, maar daar heeft de auteur dan wel een ingewikkeld verhaal voor nodig. En zo moeilijk hoeft het toch echt niet te zijn. Angst is niet de beste raadgever in dit soort zaken.

» details   » naar bericht  » reageer  

Engel van Amsterdam, De - Geert Mak (1992) 4,5

17 december 2025, 18:25 uur

Prachtig boek over de geschiedenis van Amsterdam, vanuit de ontmoeting met Amsterdammers geschreven. Vanaf de oudste historie tot het heden van het verschijningsjaar. De rijkdom, de armoede, het drama van de deelraden, de voor- en achterzijde van de stad, het staat er allemaal in. Geen romantiek, maar het echte leven. Zeker een aanrader, ook voor 'mensen van buiten de stad'. Ik heb het op mijn vakantieadres afgelopen zomer in één ruk uitgelezen en me niet verveeld.

» details   » naar bericht  » reageer  

Erasmus: Dwarsdenker - Sandra Langereis (2021) 3,5

17 december 2025, 18:25 uur

stem geplaatst

» details  

Evangelie van Judas: Verrader of Bevrijder?, Het - Jacques van der Vliet (2006) 4,5

17 december 2025, 18:25 uur

In maart 2006 verscheen een eerste ontcijfering van de tekst van het 'Evangelie van Judas' op de website van National Geographic. Deze versie is door de schrijver vertaald naar het Nederlands en in dit boek weergegeven. Een geschrift van dubieuze maar onmiskenbaar oude herkomst. Na illegale opgraving in de handel gebracht, zwaar beschadigd en tenslotte ontcijferd.

Duidelijk is dat het om een geschrift gaat uit de wereld van de gnostiek. In dit boek beslaat de tekst, in 13 korte hoofdstukken, amper 10 pagina's.
Dertien hoofdstukken, in verband met de legende dat Judas als één van de twaalf leerlingen van Jezus werd vervangen en daardoor dertiende werd. Interessant, maar niet heel indrukwekkend van inhoud is de evangeliebrief. De stijl is nogal gekunsteld verheven, de dialogen tussen Jezus en Judas zijn van matige kwaliteit en in onze beleving ongeloofwaardig.

Van der Vliet heeft echter een zeer interessant verhaal geschreven over de wereld van herkomst: de Egyptische, waarschijnlijk Alexandrijnse, bakermat van dit pseudo-christelijke evangelie. De wereld van de gnostiek is oud-oosters en sterk dualistisch. Het gaat daarin om tegenstellingen: licht en duisternis, schepping en verlossing, geest en materie, demonen en lichtengelen, met een sterke hang naar ascese en vermijden van 'vleselijke lusten'. Een beetje christendom herkennen we er dus wel degelijk in.

In het derde deel van het boek werkt de schrijver verder de rol van Judas in de gnostiek en geschiedenis uit. En dit levert een verrassend beeld op. Een prachtig boek waarmee je, zonder sensatie en speculaties, uit het droge zand van Egypte dingen te weten komt over het geestelijk leven in de eerste drie, vier eeuwen van onze jaartelling. De schrijver is een uitstekende gids.

Auteur prof. dr. Jacques van der Vliet is verbonden aan de Leidse Universiteit als bijzonder hoogleraar godsdiensten van het oude Egypte, gespecialiseerd in de Koptische taal en cultuur.

Uit hetzelfde jaar en net zo interessant: De Ware Judas: Nieuw Licht op een Duister Figuur - Bert Aalbers (2006) - BoekMeter.nl

» details   » naar bericht  » reageer  

For Those Who Can't Believe: Overcoming the Obstacles to Faith - Harold M. Schulweis (1994) 2,5

Alternatieve titel: Voor Wie Niet Kan Geloven, 17 december 2025, 18:25 uur

Harold M. Schulweis (1925-2014) was een bekende Amerikaanse rabbijn en auteur.
In dit boek zet hij uiteen hoe er in het jodendom gedacht wordt over vragen als geloof, gebed en hoe we God kunnen begrijpen. En dan vooral ook hoe we met de wonderverhalen in de bijbel moeten omgaan. Wat kan ik geloven als echt; hoe zit het met het waarheidsgehalte van verhalen als de ark van Noach in de zondvloed, de profeet Jona die door een walvis werd opgeslokt en uitgespuugd, en over welke waarheid gaat het dan wel?
Verder gaat het over stem van God en geweten, schuld en berouw, om dan tot de diepste kern van alle vragen door te dringen: de vraag van het kwaad in de wereld.

Waarom sterven mensen aan kanker, waarom worden er kinderen geboren die doof en blind zijn, waarom zijn er verwoestende aardbevingen en overstromingen, waarom deed God niets tegen de holocaust - ja, waarom?
De wereld is goed geschapen, dat willen we geloven, maar waarom loopt het toch steeds weer op een drama uit? Waar zit de fout?

Schulweis gaat niet oppervlakkig met deze vragen om. Hij neemt ook het niet kunnen geloven in een goede God serieus. Toch zet hij, naar mijn idee, te snel in met een antwoord. En dat onthult hij in hoofdstuk zeven van dit boek: 'De twee gezichten van God'.

“De conventionele apologeten van de godsdienst hebben de neiging in natuurlijke gebeurtenissen een waardeoordeel van God te zien. In hun ogen is lijden een vonnis van God. Een tragedie is het gevolg van een goddelijk besluit waarvan de geheime bedoeling alleen God bekend is. Zij beweren dat mensen lijden met een bepaalde bedoeling en dat die bedoeling ligt in het goddelijk plan….. Die rechtvaardiging van het lijden klinkt in de populaire cultuur nog steeds door. “ (117)

En dan komt Harold Schulweis met zijn antwoord: God bestaat uit twee componenten. De eerste is Elohim (uit het hebreeuws: God of letterlijk ‘de goden’, meervoud). Elohim is verantwoordelijk voor het bestaan van deze wereld. Hij schiep deze en ‘zag dat het goed was’. Maar deze Elohim is amoreel. Hij hecht geen waarde toe aan goed of kwaad, maar staat voor de natuur zoals die zich manifesteert, ook in de menselijke natuur.
Daarnaast (niet ertegenover!) zet de schrijver Adonai (hebreeuws voor 'Heer'), de naam waarmee mensen God gingen aanroepen. God de geroepene, de erbij geroepen God.
Die twee aspecten horen bij elkaar, want ook Schulweis is jood genoeg om zich te herinneren wat de grondbelijdenis is: ‘Luister, Israël! De HEER, onze God, de HEER is één! ‘(deuteronomium 6:4).
Maar toch maakt hij een tweedeling, een splitsing van taken, twee gezichten, een functioneel (niet ontologisch) tweegodendom:

“Houdt Elohim verband met het geheel van de amorele natuur, Adonai houdt verband met wat de menselijke natuur kan doen om de natuur te beheren en te vernieuwen. Elohim is de bron van de natuurkrachten, Adonai is de grond van het moreel goede.” (120)

In deze lijn geeft rabbi Schulweis antwoord op de vraag wanneer we iets moeten aanvaarden of naar verandering moeten streven; berusten of strijden.

“Aanvaarding en verandering zijn fundamentele antwoorden op het leven, die geworteld zijn in het dubbele karakter van God. Een van de zwaarste geloofstesten is te bepalen wanneer wij iets moeten aanvaarden en wanneer het daarvoor nog te vroeg is. Wanneer moeten wij ons tot Elohim wenden en wanneer moeten wij ons tot Adonai wenden? Om het leven aan te kunnen, moeten wij weten welke gebeurtenissen wij moeten aanvaarden en welke gebeurtenissen wij moeten transcenderen en veranderen.” (122)

Tja, is dat duidelijk? Allerminst, zou ik zeggen. Met welke God hebben we hier te maken, dat we ons wenden tot de natuurgod of de morele god? Ik schrijf hier ‘god’ nu toch maar met een kleine letter, omdat er ontegenzeggelijk twee goden in het spel zijn. Een ‘neutrale’, die leven maakt maar ook kanker en overstromingen geeft, en een 'morele', die mensen aanzet tot betere keuzes. Mijn Psalmboek kent die keuze gelukkig niet.

Daarom, hoewel ik de pastorale insteek ten volle begrijp en waardeer, kan ik met de gevonden ‘oplossing’ (in feite een theodicee voor de ‘goede God') niet veel beginnen.
Een rationalisatie van een probleem waar filosofen, theologen en andere gewone mensen na al die eeuwen nog niet uit zijn. Laten we beginnen met te erkennen dat leed bestaat en dat we dat niet wegstoppen. En dat we dat niet verklaren als straf of morele les. En aan de ene God het goede vragen om het te doorstaan.

» details   » naar bericht  » reageer  

Friezen van het Flevo-Meer - Evert Zandstra (1930) 4,0

17 december 2025, 18:25 uur

Evert Zandstra schreef mooie boeken met Friese historische achtergronden, bijna mythologisch, maar spannend. Zo ook dit avontuur dat speelt in het begin van de jaartelling. Daarbij moeten we goed weten dat de Friezen hier al lang waren rond het Flevomeer, eeuwen voordat er nog maar sprake kon zijn van Hollanders en ander gespuis. Tja, een beetje chauvinisme kun je ons Friezen toch niet kwalijk nemen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Geheim van de Schildpad: Wat Dieren Ons Leren over Lang Leven, Het - David van Bodegom (2019) 4,0

17 december 2025, 18:25 uur

David van Bodegom (1978) is arts en verouderingswetenschapper (ja, dat bestaat ook!) en schreef dit verrassend leuke en leerzame boekje over veroudering bij mens en dier. Veroudering zit als het ware in de evolutie ingebakken en heeft een functie. Met een schat aan voorbeelden uit de natuur, kom je van alles te weten. Over de Groenlandse walvis, waarom ons herstel niet perfect is, hoe kreeften ieder jaar jonger worden, hoe onze sterftekans iedere acht jaar verdubbelt, waarom vrouwen langer leven dan mannen, de schildpad natuurlijk, overleven in de urban jungle en nog veel meer.
Moeilijk weg te leggen als je er eenmaal in begonnen bent. Van Bodegem heeft een vlotte pen en kan het allemaal heel goed uitleggen voor een betrekkelijke leek als ik ben.
Aanrader voor in de trein bijvoorbeeld.

» details   » naar bericht  » reageer  

Geneva Mystery, The - Francis Durbridge (1971) 4,0

Alternatieve titel: Paul Vlaanderen en het Genève-mysterie, 17 december 2025, 18:24 uur

stem geplaatst

» details  

Gereformeerd of Knettergek - A.A. Spijkerboer (1987) 4,0

17 december 2025, 18:24 uur

stem geplaatst

» details  

ABCDylan - Bert van de Kamp (2011) 4,0

17 december 2025, 18:24 uur

stem geplaatst

» details  

Aanslag, De - Harry Mulisch (1982) 4,5

17 december 2025, 18:24 uur

stem geplaatst

» details  

A Short History of Myth - Karen Armstrong (2005) 3,5

Alternatieve titel: Mythen: Een Beknopte Geschiedenis, 17 december 2025, 18:24 uur

Voor de schrijfster, die nogal eens flink kan uitpakken in vuistdikke werken over deelaspecten van religie, inderdaad een Short History. En dat nog wel over de geschiedenis van de hele mensheid vanaf het Paleolithicum, de tijd van de mens als jager-verzamelaar, tot wat genoemd wordt: de grote westerse transformatie vanaf 1500 tot heden. Een knappe prestatie om dat op 121 pagina's tekst (Nederlandse editie) en een paar bladzijden met noten, gedrukt te krijgen.

Natuurlijk is het dan eenvoudig hier wat op af te dingen. Zo kun je je afvragen of we genoeg weten van de mythische beleving van de mens van pakweg 10.000 jaar geleden. Natuurlijk, er zijn opgravingen, grafheuvels en dergelijke. Maar de gevoelens die de mens daarbij had, zijn een stuk lastiger te achterhalen. Dat beseft de schrijfster ook en dus komen we vaak de woorden 'misschien'en 'wellicht' tegen. Deden álle jager-verzamelaars aan mythische voorstellingen van het bovennatuurlijke of waren dat, om zo te zeggen, alleen de 'wappies' onder hen? We weten dus heel veel niet.

Wat Armstrong echter duidelijk wil maken is dit: religie, in de zin van een betrokkenheid op het onzichtbare, was er altijd al en maakt een integraal onderdeel uit van het mens-zijn. Dat is haar visie en die klinkt, onverminderd, ook in dit bescheiden boekje door.

» details   » naar bericht  » reageer  

...Trotzdem Ja zum Leben Sagen. Ein Psychologe Erlebt das Konzentrationslager - Viktor E. Frankl (1947) 3,5

Alternatieve titel: De Zin van het Bestaan. Een Inleiding tot Logotherapie, 17 december 2025, 18:24 uur

stem geplaatst

» details  

Und Wurden Zerstreut unter Alle Völker - Werner Keller (1966) 5,0

Alternatieve titel: En Zij Werden Verstrooid onder Alle Volken, 17 december 2025, 18:24 uur

In dit werk gaat het over de geschiedenis van het joodse volk na het bijbelse tijdvak.
Werner Keller (1909-1980) was journalist en schrijver van non-fictie boeken. Hij studeerde techniek, geneeskunde en werd doctor in de jurisprudentie. Hij was een verzetsstrijder in Duitsland en werd wegens hoogverraad door het Nazi Volksgerichtshof veroordeeld tot de strop. Eind april ‘45 werd hij, vlak voor zijn executie, bevrijd door amerikaanse troepen.

Het boek stond bij ons thuis jarenlang in de kast en ik kende alleen de kaft met de indrukwekkende titel. Mijn vader kreeg dit in 1967 van de personeelsvereniging toen hij van Friesland, waar we woonden, vertrok naar Noord-Holland waar hij een nieuwe baan kreeg.
Ik verhuisde mee uiteraard, als kleuter, voorin de grote verhuisauto over de afsluitdijk. Pas na zijn overlijden in 2018 ben ik ertoe gekomen dit boek te gaan lezen waar mijn vader zoveel uren zich in had verdiept, samen met het werk van Jacques Presser: Ondergang (1965).

De periode van de Tweede Wereldoorlog, hoewel in 1966 nog vers in het geheugen, krijgt in dit boek een zeer bescheiden plaats. Het gaat vooral om de geschiedenis vanaf de Romeinse tijd, de onderdrukking in Palestina onder het wrede bewind van de Romeinen en de verspreiding van de joden over de omringende wereld na de grote ramp in het jaar 70: de verwoesting van Jeruzalem en het heiligdom: de Tempel.
Het joodse volk leefde in ‘de verstrooiing', als vreemdelingen en vluchtelingen, met hier en daar een periode van betrekkelijke rust en welvaart. Bijzonder daarbij is dat de meeste joden vrijwel niet assimileerden en hun eigen godsdienst en gebruiken bleven behouden. Dat bijzondere aspect zorgde er uiteraard ook voor dat ze opvielen als ‘anders’ en de vervolging vereenvoudigde. Ze konden door de eeuwen als groep worden weggezet. En in tijden van nood (de pest, hongersnood, oorlog) als zondebok fungeren.

De auteur gaat echter niet in op de oorzaken en de psychologie of sociologie van de jodenhaat. Hij verklaart niet, maar constateert in nuchtere opsomming wat er gebeurde.
Aan een betrekkelijk rustige periode in de vroege middeleeuwen, het gouden tijdperk in Spanje, de verdraagzame samenleving met de moslims (die o.a. in Marokko nog steeds bestaat) en de verdraagzaamheid in de tijd van Karel de Grote en de Saksische keizers, kwam in de elfde eeuw een eind met de verschrikkingen van de religieus geïnspireerde kruistochten.

Onderweg naar het ‘beloofde land’ werden joden in het Rijnland en later in Jeruzalem massaal afgeslacht door de kruisvaarders. Terecht is het langste hoofdstuk in dit boek getiteld ‘De hel der middeleeuwen’. Verdrijving, brandstapels, het bloedbad van Sevilla, er komt geen eind aan de misdaden. Turkije en Polen bieden gastvrijheid aan de verdrukte en opgejaagde minderheid. Ook in Italië was er lange tijd vrijheid voor de joden.

Dat veranderde toen de katholieke kerk in reactie op Luthers reformatie de inquisitie instelde en in 1534 de orde der Jezuïeten in het leven riep om de kerk te zuiveren van vreemde invloeden. De paus gelastte de verbranding van de joodse boeken en de joden werden verplaatst naar door muren omsloten wijken, de getto’s. In Portugal en Spanje werden de joden door de inquisitie verjaagd. Van Lutherse zijde was de houding tegenover de joden niet veel beter. In de Duitstalige vorstendommen werden joden verbannen en verjaagd, naar de grillen van de landsvorst.

In Amsterdam ontstond rond 1600 een grote joodse gemeenschap, vooral bestaand uit verjaagde immigranten uit Spanje en Portugal. Na 1635 kwamen hier ook de joodse asielzoekers uit Duitsland bij. In 1608 werd hier een synagoge gesticht, in 1618 een tweede. Amsterdam werd ook wel het ‘Hollandse Jeruzalem' genoemd. Hier kwam de wetenschap en letterkunde tot grote bloei, maar vooral ook de economie. Onze ‘Gouden Eeuw’ werd voornamelijk met joods geld gefinancierd.

Het hoofdstuk 'Gettoschemering' behandelt de achttiende en negentiende eeuw. Hoewel de Verlichting kansen bood, bleek het anti-joodse sentiment nog volop te bestaan.
Voltaire bijvoorbeeld schreef in zijn ‘Dictionnaire Philosophique’(1756): “De joden zijn niets dan een onwetend, barbaars volk dat sinds lang de vuilste hebzucht verbindt aan een afschuwelijk bijgeloof en een onverzoenlijke haat jegens alle volkeren die hen dulden en ten koste van wie zij zich nog verrijken.”

Een indrukwekkend boek. Het gaat over schendingen van mensenrechten en genocide, zoals we dat nu noemen. Dat doet een bel rinkelen, ongetwijfeld. Het is dan juist nu belangrijk het perspectief van de geschiedenis niet uit het oog te verliezen. Het anders-zijn van de joden als groep in de beleving van hun jodendom en nationale identiteit, midden in een samenleving die daar geen boodschap aan heeft, betekent niet een morele superioriteit. Dit van de joden te vragen, te eisen en hen hierop af te rekenen, is opnieuw een kenmerk van antisemitisme.
Waar ik in dit boek vooral van onder de indruk ben, is het feit dat de kerkelijke gezagsdragers door de eeuwen heen de anti-joodse sentimenten hebben gevoed en gebruikt, te beginnen bij de uitspraken in het Nieuwe Testament over de schuld der joden voor de dood van Jezus - de moord op de 'Godmens'.
Historisch onjuist, onvergefelijk en op geen enkele manier goed te praten of te verzachten.

» details   » naar bericht  » reageer  

Van Kant tot Kuitert: De Belangrijkste Theologen uit de 19e en 20e Eeuw - A. van de Beek (2006) 4,0

17 december 2025, 18:24 uur

stem geplaatst

» details  

Verbonden en Vervreemd: Over de God van Paulus op de Areopagus - Wim Dekker (2018) 4,0

17 december 2025, 18:24 uur

stem geplaatst

» details  

Vergankelijkheid, De - Midas Dekkers (1997) 5,0

17 december 2025, 18:23 uur

De tand des tijds, daarover gaat het hier. De schoonheid van het verval. De natuur is immers op z'n mooist in de herfst. En een door planten overwoekerde ruïne interessanter dan een nieuwe torenflat.
"Mensen die jong willen blijven, verlengen hun leven niet, ze verkorten het. Ze missen de tweede helft van hun levenstrap. Omdat het panorama naar boven toe zo mooi was, durven ze tijdens de afdaling van de berg niet naar beneden te kijken. Het is net alsof je na de pauze de zaal van het theater niet meer in durft uit angst dat het stuk afloopt. Maar het is nu juist de essentie van een toneelstuk, een film of een roman dat hij afloopt."
Bioloog-filosoof Midas Dekkers is in dit boek zeer goed op dreef. Eigenlijk vormt dit werk de basis voor een aantal volgende boeken waarin hij onderdelen verder uitwerkt. Toen hij het schreef was hij vijftig en volgens de theorie van de levenstrap op zijn hoogtepunt. Dat klopt ook wel. Veelschrijver Dekkers wist van produceren in boek, column, zaal- en TV-optredens. En is inmiddels in wat rustiger vaarwater terecht gekomen. Met dit boek op zijn naam maakte hij zich sowieso onsterfelijk. Ik zal het (met mijn zestig jaren) proberen in één keer goed te spellen: zijn magnum opus.

» details   » naar bericht  » reageer  

Vergeten Rijkdom: Joodse Wereldliteratuur uit de Klassieke Oudheid - Daniël De Waele (2022) 4,5

17 december 2025, 18:23 uur

Dit boek kreeg ik cadeau en ik ben er blij mee.
Fraai gebonden en gedrukt, met illustraties.
Daniël de Waele (1957) is of was docent aan het Hoger Instituut voor Protestantse Godsdienstwetenschappen in Brussel, zegt de achterflap, en inmiddels gepensioneerd, wat zijn recente grote productie van prachtige boeken verklaart. De man heeft er nu de tijd voor en gaat er eens goed voor zitten. Uitgever KokBoekencentrum heeft met deze auteur een grote vis binnengehaald. Want zijn boeken krijgen lof toegezwaaid in de pers en worden goed verkocht.
Het geheim is, denk ik, de toegankelijkheid. De Waele is een rasdocent, geen studeerkamergeleerde en weet hoe hij toch wel ingewikkelde zaken zo kan brengen dat iedereen hem nog volgen kan. Zonder zichzelf te verliezen in theologische debatten of discussies, al maakt hij natuurlijk wel zijn keuzes.
De insteek is vooral godsdiensthistorisch. De ontdekkingen van eeuwen Bijbelonderzoek, vooral op gang gekomen sinds de achttiende eeuw, neemt hij mee in de uitleg van zijn verhaal.

Nu een klein punt van kritiek. De achteloze koper van dit boek zal door de aangeleverde tekst van de uitgever denken dat het gaat om een boek met legenden en verhalen van buiten de Bijbel vanuit een aloude Joodse traditie. Dat is het voor een deel en dan alleen het vijfde hoofdstuk van ongeveer 60 bladzijden. Maar voordat je daar bent, heb je al vier hoofdstukken gehad met historische achtergronden, het ontstaan van de Hebreeuwse Bijbel vanaf de Babylonische ballingschap in de zesde eeuw v Chr., de Septuaginta, de Apocriefen en de Samaritaanse en Aramese vertalingen. Dat verhaal kan ook niet echt gemist worden, wil je het vervolg begrijpen. Het hoofdstuk over de Pseudepigrafen, de wondere vertellingen, staat daar dus ergens middenin.
Wie nu een beetje teleurgesteld is na aanschaf, kan ik wel begrijpen. Maar een boek is nu eenmaal ook een product wat aan de man/vrouw gebracht moet worden.

Dat kunnen we de auteur allerminst aanrekenen. Wat hij doet is een weergaloos helder overzicht geven van de ontstaansgeschiedenis van de Hebreeuwse Bijbel, onder christenen Oude Testament genoemd.

Het boek gaat na de wonderverhalen verder met hoofdstukken over De Dode Zeerollen (ontdekt in 1947 en volgende jaren), rabbijnse literatuur, Griekstalige werken, zoals van Philo van Alexandrië en een persoonlijk slotwoord waarin hij duidelijk maakt dat er nog heel wat misverstanden rondom de Bijbel bestaan, vooral in de populaire lectuur.
De Waele is dan weliswaar geen professor en ik denk dat een Hoger Instituut in België nog net geen universiteit mag heten, een kenner en wetenschapper van niveau is hij zeker wel.
Met zulke goed leesbare boeken is het zeker geen straf je in deze klassieke literatuurgeschiedenis te verdiepen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Vertroostingen - Dirk De Wachter (2022) 4,5

Alternatieve titel: Vertroostingen. Gewone Woorden van Dirk De Wachter, 17 december 2025, 18:23 uur

Ik kende van de Wachter alleen zijn spraakmakende Borderline Times (2011) en dat was eigenlijk een werk waarin de bekende psychiater de hele westerse (onze) samenleving op de snijtafel legde en fileerde. Overal zag hij ellende en ontsporing: de wegwerpcultuur, agressie en hooliganisme, de genotscultuur, de lichaams aanbidding en het einde van de Grote Verhalen. Als een oudtestamentische profeet ging de bevlogen Vlaming tekeer en vond ergens achterin zijn boek nog een plekje voor ‘de kleine goedheid van de Ander’ bij filosoof Levinas.

Nee nee, ik ga niet zeggen: waar een ziekteproces al niet goed voor kan zijn. Zeker niet. Maar het feit is er dat er hier een geheel ander boek ligt. Dirk de Wachter beschrijft met grote openheid zijn ziekteproces, uitgezaaide darmkanker, en hoe hij hier doorheen kwam.

Vertroostingen, ja het zijn inderdaad gewone woorden die de Wachter tot ons lezers richt. Troostwoorden. Hij vond die bij dichters, bij Cohen en Bach. Natuurlijk, toch nog even een waarschuwing ook voor goedkope troost, valse hoop en escapisme. Authentieke troost. Daar heeft een mens behoefte aan. Aan leugens heb je niets. Kort samengevat. Troost vind je bij de ander (met grote of kleine letter) en vooral in de kleine dingen. De gewone woorden, niet de diepzinnige betogen.

De Wachter zingt hier, wijzer geworden, een toontje lager en hij gaat diep.

Dit is een prachtig boek!

» details   » naar bericht  » reageer  

Vlieger, De - Maarten 't Hart (1998) 4,0

17 december 2025, 18:23 uur

Is er een roman van Maarten ‘t Hart denkbaar zonder autobiografische elementen?
In 'de Vlieger' wordt de lezer meegenomen in het verhaal van vader, grafdelver in Boonersluis en zijn zoon, de naamloze ik-figuur in het boek, waarin we de schrijver herkennen.
De hoofdstukken zijn kort, soms niet meer dan drie bladzijden, en kennen levendige dialogen tussen vader, zoon en de bezoekers aan zijn werkplaats, het graf. Vooral de snedige uitspraken van vader zijn geweldig. Een kerel met het hart op de juiste plaats en Maarten moet veel van hem gehouden hebben. Dat proef je wel. Lastig wordt het als de roomse pastoor vraagt alle graven, meer dan duizend, van de roomse begraafplaats te verplaatsen naar een ander terrein. Dat moet kunnen als hij drie jaar lang iedere avond een graf ruimt en overbrengt, meent de pastoor. ‘Geen sprake van’, zegt de grafdelver, ‘alleen met de dragline wil ik de klus doen.’ Het conflict loopt op en ook de gemeentelijke opzichter wordt erbij betrokken. De spanning stijgt.

Zoon verdiept zich het liefst in boeken en leest elke week een stapel weg. Vanwege zijn leeshonger wordt hij ook lid van de roomse (katholieke) bibliotheek in de Hoogstraat omdat daar De vrouw met de zes slapers van Antoon Coolen te vinden is. Prachtig beschrijft ‘t Hart de huiver waarmee de hoofdpersoon dit afgodische roomse huis binnensluipt om lid te worden. Vader ziet al dat lezen niet zo zitten en probeert zijn zoon wat in de buitenlucht te krijgen. Van pakpapier en twee essenhouten latten wordt in vaders lijkenhuisje een vlieger in elkaar gezet en op het braakliggende terrein van de Sluispolder beproefd.

De vlieger wordt door twee kwajongens losgesneden van de draad en komt in het tuintje terecht bij een zekere Gilkinus van Diepenburch, een man die dolgraag had willen doorleren, maar genoegen moest nemen met een baan in een teergieterij. Voor het raam van zijn afbraakwoning vindt onze hoofdpersoon zijn vlieger terug.
Ginus, zijn vrouw en raadselachtige dochter verhuizen naar een vrijgekomen woning naast de hoofdpersoon en vader en Ginus worden dikke maatjes omdat ze allebei van dammen houden.
Omdat vader wel een maatje kan gebruiken op ‘het graf’, wordt Ginus overgehaald bij de gemeentelijke begraafplaats in dienst te treden, waarvoor hij bijzonder geschikt blijkt te zijn.

Uiteraard is Ginus van dezelfde gereformeerde kerk. En op een kwade zondag wordt hij afgelezen van de kansel. Hij moet zich bekeren van zijn afwijkende uitleg van de verzoeningsleer op straffe van een ban. De niet-geleerde maar doordenkende Ginus sprak tijdens een huisbezoek van de dominee uit dat God ook wel zonder de kruisdood van Jezus vergeven kan en bewees dat met de regel uit het onzevader: 'Vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.’ Heel de Bijbel had hij doorgespit, wat een hele klus was, maar nergens gelezen dat Jezus aan het kruis moest sterven voor de zonden. In hoofdstuk 17 wordt deze opvatting, met tekstbewijzen, uitgebreid beschreven. Mogelijk is dit voor een argeloze, niet-kerkelijke lezer net iets teveel van het goede en haalt het de vaart uit het verhaal. Toch is dit wel de kern van het boek. ‘t Hart is hier bezig een centraal christelijk leerstuk, en niet alleen voor gereformeerden, te ondergraven bij monde van de eenvoudige Ginus.

Het boek kwam uit in 1998. In de jaren waarin het boek speelt, rond 1960, speelde deze kwestie in de kerken nog niet. Maar in 1997 verscheen van de Kamper gereformeerde professor Cees den Heyer een boek over Verzoening met ongeveer hetzelfde betoog als dat van Ginus: God vergeeft ook zonder bloed en kruis, vond den Heyer. Maarten ‘t Hart vlechtte op deze manier een actuele rel binnen de gereformeerde kerken in, in zijn roman. De verontwaardiging dat iemand de kerk uitgezet kon worden vanwege deze opvatting was groot bij de schrijver. Er was, zover de hoofdpersoon wist, eigenlijk maar één zonde waartegen opgetreden werd in de kerk: overspel. Wie daarop werd betrapt kon rekenen op uitsluiting van het Avondmaal.

Een theologisch boek dus? Nee, dat toch niet. Het leest verder als een trein en veel situaties zijn zeer komisch beschreven. Zonder teveel literaire pretenties en moeilijkdoenerij. ‘t Hart is hier goed op dreef.

» details   » naar bericht  » reageer  

Vlucht Regenwulpen, Een - Maarten 't Hart (1978) 4,0

17 december 2025, 18:23 uur

stem geplaatst

» details  

Voedingsmythes: Over Valse Hoop en Nodeloze Vrees - Martijn Katan (2016) 4,0

17 december 2025, 18:23 uur

Sprookjes wegnemen door de wetenschap ertegenover te stellen, is een moeizaam traject. Zo blijkt ook weer uit dit boek van hoogleraar Katan. De nodige fabeltjes komen voorbij over afvallen, boter, kaas en eieren, superfoods, suiker, gif, kanker en vitamines. Samenvattend: er is veel onnodige bangmakerij en: aan die angst wordt een goede boterham verdiend! Zaak dus kritisch te kijken naar wat zich als 'gezondheidsclaim' aan je voordoet.
Een voorbeeld over water drinken:
Een mythe zegt; "Je moet ten minste acht glazen water per dag drinken"
En ja hoor, daar zie je hele volksstammen in trein, kantine en collegezaal met een flesje water, dat trouw wordt leeggedronken en bijgevuld. Niet nodig, zegt Katan. Hij maakt een rekensommetje:
"je hebt bij elkaar minimaal anderhalve liter vocht per dag nodig om wat je verliest (huid, adem, plas en poep) weer aan te vullen. In je dagelijkse eten zit ongeveer 0,8 liter: een heel brood bevat bijvoorbeeld 0,3 liter en en appel 0,1 liter water. Verder komt bij het verbranden van het voedsel in je lichaam 0,3 liter water vrij; dat is samen met het vocht in je voedsel al 1,1 liter. Dan hoef je nog maar 0,4 liter te drinken om aan die anderhalve liter te komen die je per dag kwijtraakt. Dat is twee mokken koffie per dag".
Natuurlijk is dat het minimum en een beetje meer is wel handig, maar toch wat anders dan de hele dag water lurken uit een pet-flesje.

Leuk en heel praktisch naslagwerkje. Katan zal de eerste zijn te erkennen dat de wetenschap in beweging is en hij misschien hier en daar een eerdere mening moet herzien. Het is dus geen vaststaande rocket-science, maar kennis in ontwikkeling, die nu alvast de nodige verhelderende inzichten biedt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Voor een Nieuw Begin: De Agenda van Genesis - Maarten den Dulk (2017) 3,5

17 december 2025, 18:23 uur

Een aardig en bescheiden boekje van schrijver-theoloog Maarten den Dulk (1941).
In heldere stijl doorloopt den Dulk de eerste elf hoofdstukken van het boek Genesis - de verhalen van het begin. En die verhalen vormen de basis voor het begrijpen van het grote verhaal van het zwervende volkje Israël, dat moet leren leven van de belofte.

Zoals het in de Amsterdamse school gebruikelijk is, wordt niet stilgestaan bij het al dan niet historische karakter van de verhalenreeks, maar gaat het om de betekenis vanuit de tekst, die ons ook vandaag in beweging brengt.
Zo kunnen we het scheppingsverhaal lezen als een commentaar op het sabbatsgebod, de rustdag, die mens en aarde voor uitputting moet behoeden.
Er ontstaat een mensbeeld waarin de muziek klinkt van vrede en humaniteit.

“In het midden van de tumultueuze rampzalige geschiedenis van de mensheid wordt een helder, genezend woord gesproken. God sluit een verbond met de mensen tegen het kwaad dat ze zelf aanrichten. Dat maakt een wereld van verschil. Ieder die het hoort, kan eraan meedoen. Zo vormt zich een samenzwering tegen het kwaad en voor de menselijkheid.” (89)

Een opmerkelijk positief verhaal over de toekomst en over menselijke mogelijkheden. Is dat de realiteit die we om ons heen zien? Het antwoord is aan de lezer om er iets van waar te maken, gegrepen door het aloude woord. Maarten den Dulk zegt met dit compacte werkje: En nu aan de slag!

» details   » naar bericht  » reageer  

Vroeger Kon Je Lachen - Simon Carmiggelt (1977) 4,5

17 december 2025, 18:23 uur

Simon Carmiggelt staat me nog op het netvlies gebrand. Zijn wat scheve treurige gezicht, de man van de Kronkel en die kronkel stond ook op zijn voorhoofd gedrukt als een rimpel waaraan je zijn hele leven kon aflezen. De Vara had Carmiggelt, zoals ik me herinner uit de jaren zeventig, ingehuurd als dagsluiter met de voordracht van een Kronkel. Ingeleid door ‘In a Sentimental Mood’ van Duke Ellington, verscheen de sociaaldemocraat in een wat slobberig pak gekleed op het scherm en hield zijn voordracht. Eigenlijk de beste manier om zijn verhalen tot je te nemen, rechtstreeks uit zijn mond. Want, het waren plaatjes met woorden, deze Kronkels. En de personages die hij aan het woord liet, in hun alledaagse conversaties zonder omhaal van woorden, legde hij vaak een onvervalst Amsterdams accent in de mond. Maar dan toch weer zó, dat het nooit plat klonk, maar een extra lading kreeg, een nadruk op ieder woord.
Als het einde van zijn verhaaltje kwam, zoomde de camera in en kon je de laatste treffende regel van zijn lippen horen rollen, de huiskamer in, het gemoed in. Die dreunde dan veelbetekenend nog even na, terwijl zijn gezicht vervaagde. De TV kon uit.

Carmiggelt schreef eenvoudig, oppervlakkig gezien, maar ieder woord viel exact op de juiste plaats. De veelschrijver beoefende zijn vak met precisie. Carmiggelt moet een tobberaar geweest zijn. Zijn observaties waren droevig en komisch tegelijk. Een gelatenheid, wat we nu noemen: ‘het is wat het is’. Vanuit de werkelijkheid van het leven, dat zelden ideaal is.
Ik bewaar nog een paar Salamander-pockets met zijn Kronkels. Oneindig veel zijn er uitgegeven. Een volksschrijver was hij, zonder navolging. Het veel-schrijven was ook zijn beperking. Niet alles maakt nu nog indruk, heel eerlijk gezegd. Een beetje minder was beter geweest, misschien. Inmiddels, heb ik de indruk, is Carmiggelt in de vergetelheid geraakt.
Zelf neem ik zijn pockets mee op vakantie. Even een Kronkeltje lezen, dat past mooi tussen de bedrijven door. Het waren cursiefjes voor het Parool. Niet voor de eeuwigheid gemaakt. Snel geschreven, snel vergeten. Maar toch, echte pareltjes van vertelkunst zitten ertussen.

Carmiggelt: Na Jaren (1977)

» details   » naar bericht  » reageer  

Vrouw Bestaat Niet, De - Maarten 't Hart (1982) 4,5

17 december 2025, 18:23 uur

Een scherpzinnig commentaar op de 'tweede feministische golf' en de schrijfsels van de bevlogen maar dikwijls door naïviteit verblinde voorgangers van deze beweging in de jaren '70.
't Hart is geen reactionaire hater van de emancipatie, integendeel: hij valt met name over het gebrek aan echte vernieuwing in de verhouding tussen vrouw en man. Veel te veel nemen de geëmancipeerde dames genoegen met een eigen subcultuurtje. Met veel humor fileert de schrijver de leuzen en populaire feministische lectuur uit die dagen.
Een heerlijke bundel vol maatschappelijk debat, zoals dat in die jaren nog volop gevoerd kon worden. Vermakelijk vooral omdat 't Hart ook in dit werkje weer zo heel openhartig autobiografisch bezig is. Maassluis als toetssteen van de werkelijkheid. Tenslotte bekent de schrijver zelf liever als vrouw geboren geweest te zijn. Een gegeven waar hij jaren mee geworsteld heeft. Later zou hij die gevoelens ook publiek maken. Hij schreef als een kenner.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wat Doe Ik Hier in Godsnaam? Een Zoektocht - Carel ter Linden (2013) 2,5

17 december 2025, 18:23 uur

Carel ter Linden is de oudere broer van bijbel-naverteller Nico ter Linden (1936-2018) en vooral bekend geworden als predikant van de Kloosterkerk in Den Haag, waar hij bijzondere diensten leidde met de koninklijke familie.
Een deftige, ouderwetse dominee dus, die in dit boekje zich van zijn meest benaderbare kant laat zien.

Het is een boekje waarin hij zijn eigen vragen en twijfels over ‘het geloof’ (en daarmee wordt bedoeld de protestantse traditie waarin de schrijver opgroeide) tentoonspreid en bijna nederig zijn koerswijziging formuleert.

Wéér een dominee die zijn geloof verliest, zal de verzuchting bij sommigen geweest zijn. Maarten ‘t Hart heeft voor deze dominee niet veel goede woorden over. “Laat hij z’n ontslag nemen uit de kerk als hij er niet meer in gelooft”, was zijn commentaar in een boekbespreking.

Ik vind het een prachtig geschreven boekje. Het is, juist voor wie niet in de materie is ingewijd, zeer leesbaar. Ter Linden weet de juiste snaar te raken, denkt mee met de lezer en is absoluut niet prekerig. Ik hou van zulke boekjes. Ze zetten je aan het denken.

Daarmee is het nog geen sterke theologie. Carel ter Linden doet in Hoofdstuk 1 meteen al flink zijn best te laten zien dat hij niet meer in achterhaalde dingen gelooft. Hij laat een bioloog uitvoerig uitleggen hoe het zit met de evolutie. Hij maakt duidelijk dat we met een proces te maken hebben van binnenuit, waarbij een scheppende hand van buiten, zelfs van God moet worden uitgesloten.
Daarmee raakt ter Linden in de verleiding de discussie schepping contra evolutie tot een geloofskwestie te maken. In de oude kerk en de reformatie is altijd uitgegaan van ‘het raadsel der schepping’, niks geen zonneklaar geloof dat de goede God het allemaal gemaakt had en het van daaruit verklaard kon worden. Daarvoor was de mist in het menselijk denken te groot. Ter Linden verwart orthodoxie met fundamentalisme. Geloven is wat anders dan snappen.

Op dezelfde wijze wordt een hoofdstuk besteed aan Ziekte en dood in het licht van de wetenschap. Omstandig wordt de werking van DNA en de mutatieleer uitgelegd. Ik zou zeggen: dominee hou je bij je preekstoel. Alsof het daar in het geloof om gaat!

Geen grote verrassing is het als de dominee opbiecht niet meer in een leven na de dood te geloven. En de persoon van Jezus van Nazareth is dan wel bijzonder inspirerend, maar als Zoon van God die uit de dood opstond moeten we hem plaatsen in de traditie van hellenistische heldenverhalen over godenzonen en hun hemelvaart. De oude Grieken wisten er wel raad mee, wij niet meer.

Wat overblijft is de humaniteit. Nu is dat niet niks en ik vind veel van mijn gading in het boekje. Zoals gezegd, het geeft te denken. De ondertitel ‘een zoektocht’ vind ik echter niet van toepassing. De auteur is al lang klaar met zoeken en brengt niets anders dan een oude vrijzinnige godsopvatting. Negentiende eeuws en chique, maar een nieuw idee wordt hier niet geboren.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wat God Niet Verbonden Heeft: Scheiden en Gescheiden Worden - Jos Brink (1995) 4,0

17 december 2025, 18:22 uur

Jos Brink (1942-2007) is voor de meesten bekend van de TV, de musical en het theater, maar ook als schrijver en columnist. Wat minder bekend is dat hij predikant was en stervensbegeleider. Buiten de schijnwerpers een man met een luisterend oor en een open hart, een man dus die zijn show carrière volledig kon scheiden van die andere taak in zijn pastorale ambt.

In dit boekje richt dominee Brink zich tot de mensen die een echtscheiding meemaken. En daarbij gaat hij geen onderwerp uit de weg. Hij maakt de meest tere zaken bespreekbaar. Maar bovenal wil hij troost aanreiken.

“Kijk, elk levensverhaal heeft zijn geheimen, ook het mijne. Ik wil je zo graag helpen om in jouw levensverhaal het Geheim weer te ontdekken. Dat er, hoe gebroken je ook bent, toch heling is. Ik speel graag met woorden: heling komt van heil … Jij móet leren omgaan met je verdriet. Dat kun je. Dan kun je ook leren om er weer gelovig mee om te gaan.”

Een mooie maar niet overdreven stichtelijke manier van steunpunten aanreiken én oordelen (van mensen!) wegnemen. Jos Brink was misschien wel voorál een predikant. Een man van tegenstellingen, maar oprecht.

Mooi klein gebonden boekje, uitgegeven bij Kok Kampen in 1995 en alleen nog tweedehands verkrijgbaar.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wat Ik Nog Weet - Annie M.G. Schmidt (1992) 3,0

17 december 2025, 18:22 uur

Mooi werkje van Annie met jeugdherinneringen. De meeste stukjes gaan over het leven in en rond de pastorie in Kapelle waar ze opgroeide. Vooral haar vader, dominee maar ongelovig, speelt hierin een belangrijke rol, hoewel ze nauwelijks de kans kreeg hem te leren kennen. Dat kwam door haar moeder: "Als een dikke spinnende moederpoes bewaakte ze me dag en nacht".
En dan: "Heeft mijn vader me ooit op de knie genomen of een bordje pap gevoerd? 't Enige dat ik me herinner is zijn blik als hij naar me keek. Een verlegen en ietwat schuldige blik. Hij werd weggeblazen." (Het Dorp, 10)
In 1992 moet Annie ongeveer helemaal blind geweest zijn. Tine van Buul en Reinold Kuipers stelden met de schrijfster het boekje samen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wat Is Geluk? - Maarten van Rossem (2018) 3,0

17 december 2025, 18:22 uur

Een aardig boekje over geluksbeleving. Met name het geluk van de schrijver zelf. En dat bestaat dan vooral uit het lezen en herlezen van een boek als Melville's Moby Dick, het tevreden zijn met wat je hebt en het terzijde leggen van wat onhaalbaar is. Geluk is wat anders dan tevredenheid, zoals de schrijver terecht opmerkt.
Voor wie een zekere zelfgenoegzaamheid bespeurt bij de auteur, de man lijkt inderdaad best met zichzelf te kunnen opschieten, maar is daarin zo eerlijk dat het eerder ontwapenend is. Geluk is eenvoudig en klein. Een klein boekje misschien ook daarom. Meer hoef ik echt niet te weten over de zieleroerselen van Maarten. Een privéleven is hem van harte gegund.

» details   » naar bericht  » reageer  

We Leven Nog - Simon Carmiggelt (1963) 4,5

17 december 2025, 18:22 uur

Een prachtige bundel korte verhalen waaruit de sfeer en het tijdsbeeld van begin jaren '60 worden gepeild door de pen van Carmiggelt. Een tijd waarin de wereld veranderde, conventies werden losgelaten en autoriteiten wankelden. Tegelijk een tijd waarin de consumptiemaatschappij zich aandiende. De welvaart van na de oorlog werd bereikbaar voor de massa en iedereen had een een brommer of een televisietoestel. Simon Carmiggelt is niet een man voor een juichstemming. Het leven wordt niet beter door die vooruitgang. Het leven is vooral gewóón. En dat mag.

"De wereld verbraaft zienderogen. Dat is allemaal vooruitgang, vrienden. Als ik maar niet hoef. En ik hoef niet. Het aantrekkelijke van de democratie is niet dat we eens in de vier jaar een man mogen kiezen in het parlement, voor welks verheven gekissebis we vervolgens geen belangstelling kunnen opbrengen, maar dat we ons onvoltooide zelf mogen zijn, zonder te worden opgebracht. Het bestaan is niet zoet, niet zuur, niet zout. De ondefinieerbare smaak van olijven komt er dichterbij en die wil ik mogen proeven. Mijn duidelijke vrees voor ideologieën die een heilstaat te vergeven hebben, is dat ze me gelukkig willen maken. Daar krijg je vast eeuwige zweren of onverklaarbare migraine van."
(We leven nog, 108)

» details   » naar bericht  » reageer  

We Waren Er Bij: De Eeuw van Radio - Jan Westerhof (2018) 4,0

17 december 2025, 18:22 uur

Journalist Jan Westerhof (1954) stelde dit schitterend geïllustreerde boekwerk samen over honderd jaar radio in Nederland.

Vanaf het prille begin: de eerste proefuitzendingen vanuit Den Haag in 1919 door pionier Hanso Idzerda, wordt het verhaal gevolgd. De omroepverenigingen, de zwarte bladzijden van het Hilversumse verhaal in de Tweede Wereldoorlog, Radio Herrijzend Nederland, de Wereldomroep, de opkomst van de regionale omroep en de commerciëlen. Ook het verhaal van de ‘piraten’ ontbreekt niet.

De gouden jaren beleefde de Hilversumse radio, ondanks de komst van de televisie, in de jaren vijftig. In 99% van de huiskamers stond een radio. Het gezin schaarde zich rondom het toestel bij de hoorspelen, de orkesten, en het amusement van Negen Heit de Klok. Daarnaast bediende de omroep doelgroepen met programma’s als Moeders Wil is Wet en Kleutertje Luister. Naar die laatste twee programma’s luisterde ik als kleuter in de jaren zestig ook nog wel. De op rood vinyl geperste singletjes van kinderkoor Jacob Hamel, met liedjes van Herman Broekhuizen, lagen onder de radio op de pick-up. Immens populair.

Mooi beschreven hoofdstukken vinden we in dit boek over vernieuwingsdrang bij VPRO en VARA in de jaren zestig en zeventig, over nieuwsradio, de ontzuiling van de actualiteitenprogramma's en de strijd om de luistercijfers.
Het fotomateriaal in dit boek, ik zei het al, is buitengewoon fraai. Schitterend is vooral het reclamemateriaal van Philips, bijzonder zijn vooral de foto’s uit de bezettingsjaren. En op de cover, terecht natuurlijk, de altijd enthousiast brullende sportverslaggever Theo Koomen.

Een eeuw radio; eigenlijk een wonder dat het medium nog bestaat met zoveel digitale alternatieven. Mogelijk gaan we toe naar een soort podcastmodel, waarbij de radiozender alleen nog een soort frame aanbiedt. Bij BNR zijn ze hier al ver mee. Geen straf zou het zijn om van de kwakende sidekickpresentatoren in melige ochtendshows verlost te worden. Wil je muziek, dan toch liever non-stop, alleen onderbroken door nieuws en verkeersinformatie. Maar de anonimiteit van een dergelijke geformatteerde zender staat mijlenver af van de warme radiostemmen van omroepster en presentator in het verleden.

De radio staat wel aan, maar wordt er nog echt geluisterd? Een retorische vraag. Op de radio heeft meer snelheid en commercie niet gezorgd voor meer verdieping. Ik blijf de parels in het omroepbestel wel koesteren. En dan denk ik aan onderzoeksprogramma Argos op de zaterdagmiddag, Met het Oog op Morgen en de Taalstaat van Frits Spits. Radio 1 dus, als reservaat van wat ooit was.

Ik vond het boek in de winkel van het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn. Ook een bezoekje waard trouwens.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wegen en Voetsporen van het Oude Testament - M.A. Beek (1953) 5,0

17 december 2025, 18:22 uur

Begin jaren ‘50 hield de vrijzinnig-hervormde hoogleraar M.A. Beek voor de V.P.R.O.-radio (toen nog met ‘puntjes’) een serie toespraken voor een breed publiek over het Oude Testament. Dit boek vormt de uitwerking van deze radiopraatjes.

In 1946 had hij aan de UvA zijn voorganger opgevolgd, hoogleraar Joodse studies Juda Lion Palache, die in 1944 in Auschwitz was vermoord. Beek, die altijd al een voorliefde had voor de Hebreeuwse bijbel, kreeg als leeropdracht: Oud-Hebreeuwse letterkunde, de uitlegging van het Oude Testament en de geschiedenis van de godsdienst van Israël. Tot 1974 bleef hij doceren aan de universiteit.

Met al zijn deskundigheid was Martinus Beek een man die eenvoudig sprak en warm voorstander was van democratisering van kennis. Hij maakte deel uit van de vertaalcommissie van het Nederlands Bijbelgenootschap die in 1951 de nieuwe bijbelvertaling presenteerde. (de NBG-vertaling).

Beek wordt wel gezien als grondlegger van de ‘Amsterdamse School’, een omgaan met de bijbel die opgang maakte in de jaren ‘60 aan de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam.
Het ging er in deze richting om de bijbelse verhalen uit de historische context te halen en te lezen als verhaal met zeggingskracht. Beek was een gemoedelijk man, die scherpslijperij schuwde. De latere vertegenwoordigers van de Amsterdamse School waren nogal eens te betrappen op een activistische stijl, wilden 'heilige huisjes' omver trappen, naar de toenmalige mode marxistisch geïnspireerd. Beek zou zich in zo’n klimaat weinig thuis gevoeld hebben. Hij had eigenlijk drie zaken op het oog in de omgang met de bijbel: eerbied voor God en zijn Woord, respect voor de bijbelse verhalen, die een stuk oosterse cultuur met zich meedragen en vaak niet kloppen met onze perceptie (het literaire aspect) en de ruimte om daar zelf van te denken wat je wilt. Zoveel is immers nog niet duidelijk.

Met veel gevoel voor taal is dit boek geschreven. Door de jaren heen heeft de auteur de tekst waar nodig aangepast en bij de tijd gebracht. Zelf heb ik de zesde druk in huis, van 1969. Een prachtig boek.
In zijn woord vooraf zegt de schrijver:

“ Het was mijn taak de luisteraars in Nederland te bereiken, onafhankelijk van ieders confessie. Daarom streefde ik naar heldere informatie en trachtte ik de hoofdzaken van de bijzaken te onderscheiden. Omdat ik de hoorders en daarna de lezers niet wilde vermoeien met ‘de een zegt dit en de ander zegt dat’ heb ik vaak knopen doorgehakt. De ingewijde, die een nadere argumentatie vraagt kan die van me krijgen, maar voor ingewijden sprak ik niet in de eerste plaats.”

» details   » naar bericht  » reageer  

Who Is Man? - Abraham Joshua Heschel (1965) 4,5

Alternatieve titel: Wie Is de Mens, 17 december 2025, 18:22 uur

‘Wie is de mens’ is een filosofisch geschrift van rabbijn Heschel. In de jaren ‘50 en ‘60 was het existentialisme volop onder de aandacht van de filosofie en theologie. Daarbij denk ik o.a. aan Erich Fromm en Paul Tillich. De vragen: wie ben ik, wat is de zin van het leven, wat is vrijheid, wat is waarlijk mens zijn, werden in deze naoorlogse jaren met dringende urgentie opnieuw gesteld. Daarbij ook de tijd waarin de humanistische psychologie doorbrak.

Heschel is in zekere zin beïnvloed door Heidegger en Kierkegaard, maar volgt zijn eigen weg, die, zoals we van een rabbijn mogen verwachten, een bijbelse ondergrond heeft. De mens is niet zelf de bron van zingeving, die is gegeven door de schepper. Leven is een antwoord geven op de vraag die de schepper-God aan de mens stelt. Het abstracte spreken over ‘de mens’ is ook wel typerend voor de theologie, filosofie en psychologie van die dagen. Er werd vooral naar het gemeenschappelijke, het universele gezocht. Een sterke behoefte om tot een definitie te komen. Een positiebepaling in de nieuwe tijd. In een nieuwe wereld. Na een vreselijke oorlog en in een nieuw Amerika.

De opbouw van het boek, dat ontstaan is uit drie lezingen op de Stanford Universiteit, is op het eerste gezicht eenvoudig, maar bij nader inzien geen gemakkelijke kost. De zinnen zijn volgeladen met gedachten, vaak als aforismen, en vragen geregeld om herlezing. In relatief weinig bladzijden wordt veel gezegd.

Abraham Heschel was theoloog-filosoof, het een niet minder dan het ander. Pure theologie bestaat in het jodendom niet. Het gaat steeds om het verband tussen Schrift-uitleg en dagelijks handelen. Dogmatische studie hoort daar niet bij. De nadruk op handelen verklaart ook de grote maatschappelijke betrokkenheid van de auteur. In de jaren ‘60 was Heschel persoonlijk bevriend met Martin Luther King en betrokken bij zijn beweging voor burgerrechten. Hij kon bij deze maatschappelijke ontwikkeling in Amerika niet aan de kant blijven staan.

Een politiek manifest is dit boek overigens niet. Het is vooral een mystiek onderzoek naar de mens, de mens met alle gevoelens van verwondering over het leven, de raadsels en tegenstrijdigheden, de motivaties en de hindernissen.

“Het belangrijkste probleem van de mens is niet zijn, maar leven. Leven betekent op kruispunten staan. Er schuilen veel krachten en neigingen in het zelf. Welke richting moet ik kiezen? is een vraag waarvoor we ons keer op keer gesteld zien.”

Mystiek en handelen, daarom draait het in dit boek. De rabbijn ziet een groot verschil tussen rekenen mét een transcendentie, een bovengestelde God of leven zónder. Leven is leven vanuit een opdracht, een roep om deze opdracht waar te maken, en dat niet op eigen houtje.

“Het leven is een partnerschap tussen God en de mens; God staat niet los van onze vreugde en ons verdriet. Hij staat er niet onverschillig tegenover. Authentieke levensbehoeften van lichaam en de ziel van de mens zijn Gods zorg. Daarom is het menselijk leven heilig.”

Ondanks de soms wat te abstracte filosofische toon, een prachtig boek met veel zinnen om over na te denken. De schrijver wilde dit werkje met toespraken verder uitwerken tot een uitgebreidere studie, zoals hij in zijn voorwoord schrijft. Dat verder uitgewerkte boek is er echter nooit gekomen. Ik weet niet of dat jammer is. Het kernachtige spreekt me juist aan.

Rabbijn Heschel wist in 1939, net voor de Duitse inval, uit Warschau te ontkomen naar Engeland en van daaruit naar de Verenigde Staten, waar hij hoogleraar werd. Vele van zijn naaste familieleden werden vermoord door het nazi-regime. Het is onvoorstelbaar hoe hij toch zo’n in wezen positief mensbeeld wist te behouden. Hij had meer aandacht voor het geheim dan voor de verklaring van het leven. Van nihilisme is in zijn werk geen sprake. Hij leefde de droom van God. Een hoopvolle boodschap.

In een mooie Nederlandse vertaling is het boek in 2022 verschenen bij uitgeverij Skandalon in Middelburg.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wie Zijn Wij? - Maarten van Rossem (2011) 3,0

17 december 2025, 18:22 uur

Een aardig essay over de vraag: bestaat er zoiets als een Nederlandse identiteit?
En zo ja natuurlijk, hoe ziet die er dan wel uit. Van Rossem doet in dit essay (want het is echt niet meer dan een heel klein boekje) een rondje Nederland met cijfers en kenmerken van de diverse regio's. De Limburger blijkt dus wat anders in zijn Nederlandse vel te zitten dan de Fries. Dat wisten we natuurlijk al.

'Op één punt is Nederland volstrekt uniek: de Nederlanders bezitten samen 19 miljoen bruikbare fietsen, dat wil zeggen 1,1 fiets per inwoner.... reden voor deze uitzonderlijke fietslust is ongetwijfeld dat Nederland een vlak land is met kleine afstanden. Bovendien heeft de overheid gezorgd voor een netwerk van fietspaden dat 17.000 kilometer omvat. De gemiddelde Nederlander fietst zo'n 900 kilometer per jaar, dat betekent dat alle Nederlanders samen 15 miljard kilometer per jaar op de fiets afleggen...'

Over nationale identiteit gesproken. Dit boekje was natuurlijk al bij uitkomen verouderd en zeker 12 jaar na dato, maar een indruk geeft het wel. Intussen wordt je op dat fraaie fietspadennet van de sokken gereden door opgevoerde e-bikes en speed pedelecs. Ons nationale symbool zou een fietsbel moeten zijn, maar intussen is dat symbool voor hoffelijkheid (je gebruikte dat ding immers nooit) vervangen door een racementaliteit en word ik (zestig jaar jong, op een sportfiets met gemiddeld 19 km/u) links en rechts door pubers en bejaarden gepasseerd.
Tekenend voor de situatie van de natie nu. Ik moet erlangs! De vriendelijke golf van medeleven en behulpzaamheid die we even konden ervaren tijdens het begin van de corona-pandemie, lijkt in het tegendeel omgeslagen. De dreiging van een milieu-catastrofe die op ons af komt, doet de vaart niet minderen. Integendeel. We gaan voor onszelf, nu het nog kan, en voluit!

Een verouderd boekje dus, helaas. Want dat oude Nederland, van tevreden burgers, was zo gek nog niet.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wij Geloven. Rooms-Katholiek en Protestant: Eén Geloof - Bram van de Beek en Herwi Rikhof (2019) 2,5

17 december 2025, 18:22 uur

‘Twee geloven op een kussen, daar slaapt de duvel tussen!’

Enkele generaties geleden was dit een te verwachten commentaar bij een huwelijk tussen een katholiek en een protestant. Daar komt alleen maar trammelant van. En we weten dat ook uit het maatschappelijke veld. In het CDA loopt het nog steeds niet helemaal lekker tussen de ‘bloedgroepen’ en NCRV en KRO sloten een verstandshuwelijk om op de buis te kunnen blijven.

Nu willen de schrijvers van dit boek het doen voorkomen dat er achter de verdeelde christenheid een eenheid schuilgaat die teruggaat op de aloude concilies in de vierde eeuw: Nicea en Constantinopel. Daar waren de bisschoppen niet voor een theekransje bijeen, maar om vast te leggen wat ze samen tegen de ‘ketters’ moesten doen om de kerk in het gareel te houden. Eeuwenlange interne ruzies had die christenheid in de Romeinse wereld zo verdeeld dat Constantijn er genoeg van had en vond dat de bisschoppen maar eens en voor al de rechte leer moesten vastleggen. Het staatsbelang wilde gediend worden. Voor gewetensvrijheid was minder belangstelling.

Zo werden Marcionieten veroordeeld om hun ontkenning dat God de wereld had geschapen. Arius, de brave bisschop, die van geen tweede God wilde weten en daarom ook Christus als navolgenswaardig gewoon mens wilde zien, werd als aartsketter uit de kerk gezet. Daar doorheen speelde de wijsgerige discussie over het Logos-begrip, de Eeuwige Wijsheid of de heilige Geest. De late volgelingen van Jezus hadden zich met de wijsgerige definities flink in de nesten gewerkt. De discussie werd op abstract filosofisch niveau gevoerd. Van een levend geloof dat werkt door liefde was hier al geen sprake meer. Hun werkstuk, waaronder de bisschoppen verplicht hun handtekening moesten zetten, heette tenslotte de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel. En daarover gaat dan dit boek.

De twee auteurs kunnen het zo te zien goed met elkaar vinden. Door verschil in stijl merk je wie wat geschreven heeft. De katholiek Rikhof verraadt zijn afkomst regelmatig door te spreken over zaken als het doopsel en eucharistie en gaat uitvoerig in op Maria. Hij is inhoudelijk ook wat ruimer van opvatting. De orthodoxe protestant van de Beek zoekt het vooral in de felle polemiek. Hij ziet nog steeds overal volgelingen van de verderfelijke Marcion om zich heen.

De tragiek wil dat steeds weer op andere punten in de kerkgeschiedenis scheuringen, schisma’s ontstonden. Ik geloof niet dat deze belijdenis nu heel diep in het hart van de gelovigen is ingedaald en succes heeft gekend. Kerkbestuur was vooral een kwestie van politiek. Nu eens dit geschil, dan weer iets anders, uitvergroot, om de tegenstander de loef af te steken. Van eenheid is, behalve in de studeerkamers van de theologen, nooit sprake geweest. En zo was het al in de tijd van het Nieuwe Testament, de eerste twee eeuwen van onze jaartelling.

Paulus en Petrus konden al niet door één deur, Jacobus, de broer van Jezus en voorganger van de Jeruzalem-gemeente zette zich af tegen Paulus en dan had je nog de volgelingen van de zweverige Johannes die alleen van een God van liefde wilde weten. En zo werkten de verschillen eeuwen door. Alleen met keizerlijke druk van bovenaf (Constantijn was de christenen goed gezind, maar wilde geen gedoe in zijn rijk) kon er een eenheid ontstaan en moesten de anders gelovigen zich verder stil houden.

Het komt ons, 1700 jaar verder in de tijd, vreemd over. Van de historische Jezus, zijn leer en handelen, horen we niets meer. Dat zou toch juist het meest interessante moeten zijn voor de gelovigen, zou je denken. Maar in de leer concentreerde zich alles op zijn eeuwige goddelijkheid en heils-betekenis in sterven en opstanding.
Daarin volgde de belijdenis de leer van Paulus, die nog niet zo omlijnd over deze dingen schrijft, maar ook voor de aardse Jezus en zijn rondwandeling door Galilea en omstreken bijzonder weinig belangstelling lijkt te hebben. Het Christus-geloof is daarmee vooral een bron geworden van woordenstrijd over onbegrijpelijke zaken, losgekoppeld van het evangelie. Wat ooit begon met eenvoudige navolging op ‘de weg’ van Jezus, ontaardde in ruzie over abstracte begrippen over de hoofden van de ‘beminde gelovigen’ heen.

Dit is een boek voor doorzetters. Als je het ergens niet mee eens bent, moet je tenslotte ook weten op grond waarvan. Dit boek levert voldoende materiaal tot verbazing en beschouwing.
Voor het in de titel veronderstelde ene geloof van Rooms-Katholiek en Protestant is nog het nodige huiswerk te doen. We zijn er nog niet.

» details   » naar bericht  » reageer  

You Shall Be As Gods: A Radical Interpretation of the Old Testament and Its Tradition - Erich Fromm (1966) 4,0

Alternatieve titel: Gij Zult Zijn Als Goden: Een Humanistische Interpretatie van het Oude Testament, 17 december 2025, 18:22 uur

stem geplaatst

» details  

Zaansch Veem - Freek de Jonge (1987) 4,0

17 december 2025, 18:21 uur

Ruim 44 jaar heb ik in de Zaanstreek gewoond. En hoewel Freek zijn jeugd in de jaren '50 beschrijft, en dat is twee decennia voor mijn tijd, is het ook voor mij een boek vol herkenning. Zaandam, de namen van de winkeliers, de voetbalclubs, de Paaskerk, waar zijn vader dominee was, de mentaliteit van de Zaankanters. Het wordt allemaal als een spannend jongensboek opgediend. De Jonge beschrijft het vanuit de beleving van de kleine wereldontdekker die hij was. Het boekje staat dan ook vol met beschrijvingen van straten en buurten en de indruk die dat op de kleine man maakte.

Als je die plekken nu opzoekt, zie je ook wat er veranderd is. Dat oude Zaandam is er niet meer. En daarom is dit ook een prachtig historisch document. Freek was tien jaar jong, 15 oktober 1954, de dag dat het enorme pakhuis Zaansch Veem vlam vatte en in een paar dagen volledig afbrandde. Een enorme belevenis in die dagen. Ook weer niet heel bijzonder in de Zaanstreek. Brand was in die met houten huizen gebouwde stad een belangrijke vijand. Een fragment:

"Ik ga niet naar school, riep ik, even vastbesloten als heldhaftig.
Deze brand kon niet zonder mij. Het was alsof het vuur bezit van me genomen had en fel genoeg was om het gezag van welke onderwijzer dan ook te weerstaan, al was het de bovenmeester. Ik was hier getuige van een gebeurtenis waar geen vaderlandse geschiedenis, rekenen of taal tegenop kon. Vlijt en gedrag waren zinloze grootheden die onderwijzers weliswaar in cijfers konden uitdrukken, maar die in deze braandhaard verkoolden tot onblusbare stokken achter de deur. "


Typerend voor het recalcitrante karakter van de Jonge. Feitelijk altijd een jongen gebleven die het van de verwondering en de spontane invallen moet hebben. Leuk boekje, geschreven in opdracht van de gemeente Zaanstad ter promotie van het stadscentrum. Zaanstad, een onmogelijke gemeente van dorpen die tegen wil en dank bij elkaar en bij de stad gevoegd werden in 1974. En een nog steeds vrij treurig stadscentrum en een altijd lege gemeentekas. Een prachtig beeld dus uit de jaren dat er nog veel oorspronkelijk was.

» details   » naar bericht  » reageer  

Zaterdagvliegers, De - Maarten 't Hart (1981) 3,5

17 december 2025, 18:21 uur

Een vermakelijke bundel verhalen van de nog jonge 't Hart.
Op het voorblad de tekst:

Iedere gelijkenis van figuren en situaties in dit boek met bestaande personen en situaties berust op een gelukkig of ongelukkig toeval.

Een disclaimer noemen we dat tegenwoordig. En natuurlijk zal er van herkenning sprake geweest zijn. Want de personen en situaties cirkelen opnieuw rond het bekende erf: Maassluis en omstreken.
Deze bundel wordt in de kritieken niet zo hoog aangeslagen als Mammoet op Zondag (1977) dat als een bom insloeg waarmee de schrijver zijn reputatie als verhalenschrijver onuitwisbaar maakte.
Het enigszins archaïsche taalgebruik en het tragikomische opmerken van kleine dingen, wat vervreemdend werkt, doet denken aan werk van die andere Maarten: Maarten Biesheuvel. Ze waren destijds in Leiden goede vrienden.

De thematiek wordt niet van ver gehaald in deze bundel. Vader, dominee, jeugd en heel veel beestjes: de waterstaafwants, de schorpioen, de muskusrat, de duif. Maarten was in de eerste plaats bioloog, toen pas schrijver. De verhalen zijn hier en daar wat onrijp en naïef, wat zeker ook z'n charme heeft.

Het titelverhaal verscheen eerder in Maatstaf en is op de website van DBNL te lezen:
Maarten 't Hart De zaterdagvliegers, Maatstaf. Jaargang 29

» details   » naar bericht  » reageer  

Zelfportret in Stukjes - Simon Carmiggelt (1989) 4,0

17 december 2025, 18:21 uur

Twee jaar na het heengaan van de schrijver verscheen deze bundel 'stukjes', zoals Carmiggelt zelf zijn schrijfsels noemde. Een zelfportret is echter niet helemaal wat het is. Het zijn verhaaltjes over dingen die de schrijver meemaakte en waarbij hij zichzelf mee-portretteerde. Over zichzelf sprak de man niet veel. Ik denk dat hij beslist een onbekende kant had, die hij liever voor zichzelf hield. Een autobiografie zou nooit in zijn gedachten zijn opgekomen. Al was een klein beetje ijdelheid hem niet vreemd, zeker als hij op TV verscheen en mensen hem op straat herkenden. Maar een schets van zijn karakter krijg je zeker wel mee als je deze verzamelde verhaaltjes leest. Onbedoeld toch een zelfportret.
Gehaaide arrangementen Een bundeling van Carmiggelts stukjes over zichzelf, Vrij Nederland. Boekenbijlage 1989 - DBNL

» details   » naar bericht  » reageer  

Ziekte van Lodesteijn, De - Lévi Weemoedt (1986) 3,0

17 december 2025, 18:21 uur

Het eerste hoofdstuk van dit boek werd als kort verhaal al in 1983 uitgegeven. Komaan, moet de schrijver gedacht hebben, daar zit nog genoeg brandstof in voor een vervolg.
En zo ontstond dit tragi-komische romannetje over leraar Lodesteijn en zijn conflict met rector Persijn. De weerstand tegen de nieuwbouw van de school - veel liever zat hij in de door de ratten besnuffelde noodlokalen - is een rode draad in het verhaal. Uiteindelijk weet Lodesteijn zich onmogelijk te maken bij zo'n beetje iedereen. Als het dan tragisch mag heten, dan vooral zelf gezocht. Lodestijn kan het allemaal niet meer aan en wordt ziek verklaard. Dat brengt hem in het ziekenhuis waar hij door de medische molen gaat. Kerngezond blijkt de man. Het zieke is het schoolklimaat. En in die jaren kon een schoolleiding nog gemakkelijk 'afscheid nemen' via de arbeidsongeschiktheidswet. Lodesteijn is de naïve querulant en hypochonder. Dat één en ander grappig beschreven wordt en komische situaties oplevert, maakt dit tot een aardig verhaaltje. Weemoedt kan heel onderhoudend schrijven. Vermakelijk dus. Maar daar is dan ook wel het meeste mee gezegd.

» details   » naar bericht  » reageer  

Zijn Wie Je Bent: Leven zonder Pretenties - Jeffrey Wijnberg (2018) 3,5

17 december 2025, 18:21 uur

Over dit aardige boekje kan ik kort zijn. Jezelf zijn is iets waaraan in onze maatschappij veel waarde wordt gehecht. Je moet goed met jezelf voor de dag komen. Het gevolg is dat veel mensen zich in allerlei bochten wringen om te laten zien hoe ze erin geslaagd zijn iemand te zijn. Zichzelf? Dat is nog maar de vraag. Er zit veel kramp in dat 'jezelf moeten zijn'. Telegraaf-psycholoog Wijnberg doordenkt vanuit zijn ervaringen deze sociale trend en geeft zijn humoristische commentaar. Maskers af dus, het is niet erg als je onzeker bent, sociaal onhandig of bang. Dan ben je mens, jezelf. Een makkelijk leesbaar boekje.

» details   » naar bericht  » reageer  

Zo Ben Ik Nu Eenmaal! - Willem van der Does (2006) 4,0

17 december 2025, 18:21 uur

De tekeningen van Peter van Straaten in dit boek zijn meer dan meesterlijke illustraties van de situaties en personen die beschreven worden. Persoonlijkheid is iets wat je meekrijgt. Soms kan het zich ontwikkelen tot een persoonlijkheidsstoornis en dan bevinden we ons in de psychopathologie. Als je de diagnose Borderline persoonlijkheid meekrijgt als verklaring voor wat er allemaal misgaat in je leven, is dat geen kleinigheid. Maar het kan ook verhelderend zijn en je kunt er iets aan doen. Zo kan een persoonlijkheidsstoornis tot een persoonlijkheidsstijl worden. Je kunt er je voordeel mee doen!

Aan dit boekje heb ik veel gehad tijdens mijn opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige. Af en toe doe ik het nog wel cadeau bij de diplomering van een leerling die ik begeleid heb. Bijzonder geestig en goed geschreven. Je herkent anderen erin ... én jezelf.
Een bestseller overigens.

» details   » naar bericht  » reageer  

Zoeken naar het Goede Leven: De Toekomst van Theologie - Stefan Paas (2019) 2,0

17 december 2025, 18:21 uur

Theoloog Stefan Paas (1969) probeert in dit essay de rol van de theologische wetenschapsbeoefening anno nu te duiden. Natuurlijk is die rol nu heel bescheiden geworden en neemt het een plaatsje in als geesteswetenschap naast de andere disciplines. Meer moet het ook niet willen zijn. Theologie zou dan een bemiddelende rol kunnen spelen in de zoektocht naar 'het goede leven'. En dat vat de schrijver in zijn laatste zinnen als volgt samen:
"Daarmee roept zij ook de academie en de geloofsgemeenschap terug naar hun wortels, namelijk scholen te zijn waar het goede en zinvolle leven wordt beoefend."

Zijn dat de wortels van de theologie? Oefenplaatsen te zijn van het goede leven? En wat is dan wel goed en zinvol? Een grenzeloos vaag boekje waar je niets verder mee komt. En wat een aanmatigende pretentie, dat de theoloog onze cultuur zou moeten verrijken! Ik zou de beste theoloog - hoogleraar missiologie nog wel - willen toeroepen: kom niet aanzetten met wat je allemaal zo heilzaam vindt voor de samenleving, maar ga eens in dat oude boek duiken en ontdekken wat je zelfverzekerde posities aan het wankelen kan brengen. En kom dan terug, van je stuk gebracht en twijfelend, als gelovig mens, niet als 'geesteswetenschapper'.

» details   » naar bericht  » reageer  

Zwijgen bij Volle Maan: Veluwse Verkenning van Edda, Evangelie en Tora - Hendrik Vreekamp (2003) 4,0

17 december 2025, 18:21 uur

Diep in het Heidens gat
begraven ligt een schat.
Wie hem bij volle maan weet uit te spitten
en daarbij zwijgen kan, zal hem bezitten.

Dit boek is een reisverslag van wandelingen over de Veluwe over eeuwenoude paden en langs plaatsen met een rijke historie. Zo komen we langs het Uddelermeer en lezen we over de ogen van Odin, de Heliand en vinden we wandelend vanaf Harderwijk langs het Zuiderzeepad de joodse Thora in Elburg, Hattem en Apeldoorn. Een interessant maar ook wel wat verwarrend verslag. De auteur neemt ons mee langs de plaatsen die hij bezoekt en kan daarin flink uitweiden over de historie. Hij springt van heden naar verleden en ziet allerlei verbanden en geestelijke achtergronden. Dat maakt het er niet altijd duidelijker op. Maar het boek bevat een schat aan gegevens, die ik eigenlijk nooit eerder zo bij elkaar trof. De Veluwse wandeling wordt zo een ontmoeting tussen drie cultuurstromen. De IJslandse Edda staat dan voor de Germaanse mythen en godengestalten, de kerstening waarin de Heliand een Heiland werd en de Thora van joodse gemeenschappen die hier eeuwenlang bestonden.

We hebben een vakantiestekje aan het Veluwemeer bij Nunspeet en de omgeving is me zeer bekend geworden. In Elburg staat een prachtige synagoge, die sinds een aantal jaren als museum is ingericht. Een bezoek is zeker aan te raden. Het wierp een voor mij, tot voor kort onbekend licht op deze streek.
Interessant is het om langs deze oude paden te gaan en de geschiedenis te ontdekken. De bossen hebben hun geheimen. Talloze benamingen en gebruiken hebben in deze streek een oeroude herkomst. En ondanks de kerstening zijn die sinds de vroege middeleeuwen blijven voortleven. De Veluwenaar heeft een bijzondere belangstelling voor traditie, of beter: leeft daarin.

Veel aandacht is er in het boek voor wat het nazidom heeft aangericht onder de joodse bevolking. Van de bloeiende joodse gemeenschappen op de Veluwe is nauwelijks iets overgebleven. Waarschuwend maakt de schrijver duidelijk dat de heidense mythe opnieuw vernietigend kan toeslaan. Wat onder de oppervlakte leeft en is onderdrukt, kan terugslaan en wraak nemen. Een opmerkelijk boek.

» details   » naar bericht  » reageer