Voor wie Aurelius Augustinus wil leren kennen, persoonlijk en qua gedachtegoed, is dit het juiste boek. De auteur is een paar jaar bisschop in Hippo Regius in Noord-Afrika als hij dit werk in dertien boeken (hoofdstukken voor ons) schrijft. Een belezen man, geschoold in de kunst van de retoriek. Maar, in tegenstelling tot de filosofen van zijn tijd, een man die eenvoudig vanuit het hart sprak en door iedereen begrepen kon worden. Een herder, die meeleefde met zijn mensen, weinig moest hebben van dikdoenerij maar daar doorheen prikte.
Belijdenissen, Confessiones (confessie in de dubbele betekenis van belijden en lofprijzen) is een egodocument van grote literaire waarde, alleen al vanwege de stijl. Waarschijnlijk de eerste autobiografie. Augustinus neemt de lezer bij de hand en vertelt hoe zijn leven is verlopen vanaf geboorte tot zijn bekering. Het is een openhartig verhaal, zonder theologische pretentie, waarin hij vertelt over zijn gelovige moeder, zijn streken: peren stelen, niet om de smaak maar puur om het stelen, en zijn ruime ervaring met meisjes en relaties. Zo was hij verloofd maar kon niet wachten op de bruiloft en leefde intussen met een andere vrouw.
Augustinus spreekt met en tot God, als in een gebed, zoals in de Psalmen, en dat maakt het intiem en warm. Hij geeft zichzelf bloot en biecht al zijn twijfels en verwarring op. Daarbij zijn er vele gedachten en daden waar hij niet trots op is. Zijn levenswijze, zijn belangstelling voor het Manicheïsme, zijn dwalingen. De eerste negen boeken zijn het meest interessant. De lezer herkent zichzelf hierin. Het is de geschiedenis van een zoektocht. In de laatste drie legt de schrijver de Schrift uit en gaat diep in op de scheppingsleer. Hier is dus wel sprake van theologie. En dan nog wel op een speelse, natuurlijke manier, niet zoals in de latere middeleeuwse scholastieke ontwikkeling.
Geloof wordt bij Augustinus nooit een systeem. Geloven is rust vinden in God, niet pas na de dood, maar nu in het leven van alledag. God is het begin en het doel van heel het leven. Dat is het ware geluk. Een onverstoord aanbidden, wat er ook gebeurt, in de zekerheid dat hij niet loslaat. Natuurlijk was Augustinus een kind van zijn tijd. In de retorische school leerde hij redeneren en filosoferen. Er zit dan ook wel steeds een scheut Plato in zijn manier van denken. Zo kan hij uitvoerig spreken over het wezen van de dingen en de substantie van God, waarbij hij ook het dwaze van de gedachteconstructies ontleedt. Daarbij komt Augustinus tenslotte steeds weer uit bij de goedheid en trouw van God.
Hoe lezen we het door de bril van deze eeuw? Een doorsnee protestantse theoloog zal zich verbazen over het gemak waarmee Augustinus schrijft over het ontmoeten van God in de natuur, de schepping. Van een kritische theologie waarin zelfs het bestaan van een schepper ontkend wordt of een god die machteloos blijkt, had Augustinus geen weet. Hij had het vooral druk met lieden die onder vrome voorwendselen een scheiding maakten tussen lichaam en geest. Ook in onze tijd nog wel herkenbaar. Vergeestelijken is vaak een vluchtroute naar een puur egoïstische levensstijl. Maar dat de goede God (de 'onze lieve Heer' van de RK kerk werd hier geboren) goed voor ons zorgt in zijn alwetendheid, is een ervaring die we kwijtgeraakt zijn. Is onze wereld te ingewikkeld geworden? Of kijken we niet goed?
Een mooi boek, dat heel veel andere boeken over God en geloof in de schaduw laat.
De Nederlandse vertaling van Wim Sleddens (1934-2020) verscheen in 2009. De vertaler had er vijftien jaar voor nodig om de juiste toon te vinden en de laatste drie hoofdstukken vertaalde hij drie keer voordat hij er tevreden over kon zijn. Het is dan ook een prachtige en toegankelijke tekst geworden. In de vertaling vallen sommige taalgrappen en snedigheden uit de oorspronkelijke latijnse tekst weg, dat geeft de vertaler ook toe, maar hij heeft geprobeerd niet alleen de tekst maar ook de sfeer en literaire kracht over te brengen. En daarvoor kreeg hij terecht veel lof. Dat er vraag was naar een zesde druk, bewijst wel dat het een klassieker is in de dubbele betekenis van het woord.