NL8302828A - Naaf voor een tweewielig voertuig. - Google Patents
Naaf voor een tweewielig voertuig. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8302828A NL8302828A NL8302828A NL8302828A NL8302828A NL 8302828 A NL8302828 A NL 8302828A NL 8302828 A NL8302828 A NL 8302828A NL 8302828 A NL8302828 A NL 8302828A NL 8302828 A NL8302828 A NL 8302828A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- hub
- sleeve
- axially
- bearing
- die
- Prior art date
Links
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16D—COUPLINGS FOR TRANSMITTING ROTATION; CLUTCHES; BRAKES
- F16D41/00—Freewheels or freewheel clutches
- F16D41/24—Freewheels or freewheel clutches specially adapted for cycles
- F16D41/30—Freewheels or freewheel clutches specially adapted for cycles with hinged pawl co-operating with teeth, cogs, or the like
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60B—VEHICLE WHEELS; CASTORS; AXLES FOR WHEELS OR CASTORS; INCREASING WHEEL ADHESION
- B60B27/00—Hubs
- B60B27/02—Hubs adapted to be rotatably arranged on axle
- B60B27/023—Hubs adapted to be rotatably arranged on axle specially adapted for bicycles
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T29/00—Metal working
- Y10T29/49—Method of mechanical manufacture
- Y10T29/49481—Wheel making
- Y10T29/49492—Land wheel
- Y10T29/49533—Hub making
- Y10T29/49535—Hub making with assembling
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Operated Clutches (AREA)
- Molds, Cores, And Manufacturing Methods Thereof (AREA)
- Braking Arrangements (AREA)
- Arrangement And Mounting Of Devices That Control Transmission Of Motive Force (AREA)
- Mounting Of Bearings Or Others (AREA)
Description
» «' NO 51999 χ
Naaf voor een tweewielig voertuig.
De uitvinding heeft betrekking op een naaf voor een tweewielig voertuig, in het bijzonder voor een fiets· ,
Bekende fietsnaven omvatten een naafas en een op de naafas draai" baar gelagerde naafhuls. De naafhuls draagt op axiale afstand van el-5 kaar twee concentrische spaakflensen. De naafhuls is meestal een gegoten vormdeel, waarop beide spaakflensen als één geheel zijn aangegoten. De vervaardiging van dergelijke gegoten vormdelen is betrekkelijk kostbaar. De naafhuizen bezitten een groot aantal achtersnijdingen, zodat op de gietvormen schuiven aanwezig moeten zijn, om de gegoten delen uit 10 de vorm te kunnen nemen. Bovendien moeten de gegoten delen spaanafne-mend nabewerkt worden.
Om de vervaardiging van dergelijke naafhuizen te vereenvoudigen is het uit het Amerikaanse octrooischrift 4.351.569 bekend de naafhulZen uit een aantal plaatmetalen dieptrekdelen te vervaardigen. Echter ook 15 dit type naafhuls moet naderhand spaanafnemend worden bewerkt*
Uit het Britse octrooischrift 594.169 is het bekend een naafhuls voor fietsen uit een aantal afzonderlijke delen samen te lassen. In het bijzonder werden bij deze bekende wielnaaf beide spaakflenzen afzonderlijk vervaardigd en naderhand op de meerdelige naafhuls vastgelast. Af-20 gezien van de betrekkelijk hoge vervaardigingskosten laten de bouwtole-ranties van deze fietsnaven te wensen over.
Tenslotte zijn uit het Duitse octrooischrift 1.277.051 en de Duitse ter inzage gelegde octrooiaanvrage 30.32.504 e fietsnaven bekend, op de gecompliceerd gevormde naafhuls waarvan afzonderlijk vervaardigde 25 spaakflenzen naderhand bevestigd zijn. In het bijzonder bij aandrijfna-ven van dit type bestaat het gevaar dat de spaakflenzen zich als gevolg van het daarop inwerkende aandrijf- of remmoment van de naafhuls los kunnen maken.
Een doel van de uitvinding is een naaf te verschaffen voor een 30 tweewielig voertuig, in het bijzonder voor een fiets, waarvan de naafhuls volledig spaanloos kan worden vervaardigd. De naafhuls samen met de daarop aangebrachte spaakflens moeten aan de hoogste eisen voldoen wat betreft de rondloop van cilindrische delen van de naafhuls. Tegelijkertijd moeten de spaakflenzen het tijdens bedrijf optredende draai-35 moment alsmede eventuele axiale wielkrachten met zekerheid kunnen opnemen.
In het kader van de uitvinding wordt dit doel bereikt doordat de naafhuls als metalen persgietvormdeel wordt gevormd, waarop één van beide spaakflenzen als één geheel is aangegoten. De andere spaakflens 8302828 ! k* % 2 is op een op het metalen persgietvormdeel aangevormd zitvlak bevestigd. Bij het gehele buitenmantelvlak resp. buitenomtreksvlak van het metalen persgietvormdeel is de radiale afstand van het buitenoppervlak vanaf de hulsdraaihartlijn zodanig, dat het uitgaande van een buitenomtrek met 5 maximale diameter, in het bijzonder van de buitenomtrek van de aangegoten spaakflens op axiaal beide zijden met toenemende axiale afstand vanaf de maximale buitenomtrek uitsluitend afneemt of tenminste gelijk blijft. Bij het totale binnenmantelvlak resp. binnenomtreksvlak van het metalen persgietvormdeel is er in voorzien, dat de radiale draaiasaf-10 stand van het binnenmantelvlak uitgaande van een binnenomtrek met minimaal diameter op axiaal beide zijden van deze minimale binnenomtrek met toenemende axiale afstand van de minimale binnenomtrek uitsluitend toeneemt of eveneens tenminste gelijk blijft. Een dergelijk persgietvormdeel kan in schuifloze gietvormen worden vervaardigd. De gietvorm kan 15 door uitsluitend axiale beweging van zijn beide vormhelften worden geopend en heeft geen radiaal beweegbare schuiver of dergelijk. Omdat het hierbij gaat om een persgietvormdeel kunnen de vervaardigingstoleran-tles zo klein worden gehouden, dat elke spaanafnemende nabewerking overbodig is. Omdat in tegenstelling tot de hierboven beschreven beken-20 de fietsnaven slechts één van de spaakflenzen naderhand is bevestigd, de andere spaakflens daarentegen als één geheel is aangegoten, kan de naaf relatief grote draaimomenten en axiale dwarskrachten met zekerheid opnemen. Eventueel kunnen op de naderhand aan te brengen spaakflens alsmede het voor de bevestiging van deze spaakflens op het persgiet-25 vormdeel aangevormde zitvlak complementaire koppelingsorganen aanwezig zijn die het tussen de spaakflens en de naafhuls overdraagbare draaimo-ment verhogen. Lagerschalen voor kogellagers, die de naafhuls op de naafas lageren kunnen op het persgietvormdeel als één geheel worden gevormd of aangegoten. Zij worden echter bij voorkeur naderhand 30 geplaatst. Hetzelfde geldt voor de meenemerschalen van een palgrendel met binnenvertanding voor zover het bij de naaf gaat om een aandrijf-naaf, in het bijzonder om een tandwielaandrijfnaaf. Het persgietvormdeel bestaat bij voorkeur uit aluminium of een aluminiumlegering. De lagerschalen of meeneemschalen zijn dan bij voorkeur vervaardigd uit 35 een harder materiaal.
Hierna worden aan de hand van een tekening uitvoerlngsvoorbeelden nader verklaard.
Fig. 1 toont een gedeeltelijke doorsnede van een driegangige vrij-loopaandrijfnaaf van een fiets.
40 Fig. 2 toont een gedeeltelijke doorsnede gedeeltelijk in uiteenge- 8302828 3
nomen toestand van een naafhulslichaam van de aandrijfnaaf volgens fig. I
Fig. 3 toont een deel van het naafhulslichaam gezien in de rich·* I
ting van de pijl III in fig. 1. I
5 Fig. 4 toont een gedeeltelijke doorsnede gedeeltelijk in uiteenge- I
nomen toestand van een andere uitvoeringsvorm van een bij de aandrijf- I
naaf volgens fig. 1 te gebruiken naafhulslichaam. I
Fig. 5 toont een deel van het naafhulslichaam gezien in de rich- I
ting van de pijl IV in fig. 4. I
10 Fig. 6 toont gedeeltelijk een doorsnede van een driegangs vrij- I
loopaandrijfnaaf van een fiets met geïntegreerde trommelrem. I
Fig. 7 toont een gedeeltelijke doorsnede van een bij de aandrijf- I
naaf volgens fig. 6 gebruikt naafhulslichaam. I
Fig. 1 toont een driegangige vrljlobpaandrijfnaaf van een fiets I
15 met een op de achterwielvork te bevestigen doorgaande naafas 1, waarop I
draaibaar echter axiaal vast een naafhulslichaam 3 draaibaar is gela- I
gerd. Het naafhulslichaam 3 is aan zijn andere einde vla een kogellager I
5 direct op de naafas 1 en aan zijn andere axiale einde via een kogel- I
lager 7 op een een kettingwiel 9 dragende aandrijver 11 gelagerd. Een I
20 aandrijver 11 is zijnerzijds via een kogellager 13 draaibaar op de I
naafas 1 gelagerd. I
Binnen het naafhulslichaam 3 is een planeetoverbrenging 15 met een I
tegen draaien geborgd op de naafas 1 geplaatst zonnewiel 17f een aantal I
draaibaar op een planeetwieldrager 19 gelagerde planeetwielen 21 en een I
25 hol wiel 23 ondergebracht. De aandrijver 11 is door middel van een I
draaibaar op de naafas 1 gelagerde koppelingsbus 25 afhankelijk van de I
axiale stand van een via een trekstangenstelsel 27 in de naafas 1 verschuifbaar schuifblok 29 naar keuze met de planeetwieldrager 19 of met het holle wiel 23 koppelbaar. De planeetwieldrager staat zijnerzijds 30 via een palmechanisme 31 in ingrijping met het naafhulslichaam 3. Eveneens staat het holle wiel 23 via een vrijloop-palmechanisme 33 in ingrijping met het naafhulslichaam 3.
In de in fig. 1 weergegeven stand van het schuifblok 29 wordt het toerental van het kettingtandwiel 9 in een groter toerental van het 35 naafhulslichaam 3 overgezet. De baan van het draaiooment verloopt bij I
het voorwaarts trappen als volgt: kettingwiel 9, aandrijver 11, koppelingsbus 25, planeetwieldrager 19, planeetwielen 21, holwLel 23, palmechanisme 33, naafhulslichaam 3. Omdat het holle wiel 23 met een groter toerental roteert dan de planeetwieldrager 19 worden de pallen van het 40 palmechanisme 31 door het naafhulslichaam 3 ingehaald.
8302828 4 % ' * h
Wordt het schuifblok 29 door het trekstangenstelsel 27 een stap naar rechts verschoven, dan wordt de koppelingsbus 25 van de planeet-wieldrager 19 afgekoppeld en met het holle wiel 23 gekoppeld· Men verkrijgt dan de volgende baan van de overdracht van het draaimoment: 5 kettingwiel 9, aandrijver 11, koppelingsbus 25, holwiel 23, palmechanisme 33, naafhulslichaam 3. Het holle wiel en daarmede het naafhulslichaam 3 roteert met hetzelfde toerental als de aandrijver 11. De pallen van het palmechanisme 31 worden hierbij ingehaald. De meergangsnaaf wordt in de "directe loop" bedreven.
10 De koppelingsbus 25 neemt bij een verdere verschuiving van het schuifblok 29 over êén trap naar rechts in fig. 1 het holle wiel 23 en daarmede het palmechanisme 23 in axiale richting mee. Een regelkegel 35 van het naafhulslichaam 3 zwenkt de pallen van het palmechanisme 33 uit de ingrijping met een binnenvertandig van het naafhulslichaam 3. Het 15 palmechanisme 33 kan daarmede geen draaimoment meer overdragen. De baan van het draaimoment verloopt dan als volgt: kettingwiel 9, aandrijver 11, koppelingsbus 25, holwiel 23, planeetwielen 21, palmechanisme 31, naafhulslichaam 3. Omdat de planeetwieldrager 19 langzamer roteert dan het met de aandrijver 11 verbonden holle wiel 23, wordt het toerental 20 van het kettingwiel 9 in een lagere versnelling omgezet.
Details van de boven beschreven driegangsvrijloopnaaf zijn beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 4.059.028, waarop in dit verband wordt gewezen.
Het naafhulslichaam 3 omvat een hulsdeel 37 met twee op axiale af-25 stand van elkaar aangebrachte co-axiale spaakflenzen 39, 41. De naast de aandrijver 11 liggende spaakflens 39 en het hulsdeel 37 zijn in één geheel als persgietvormdeel uit aluminium of een alumlniumlegering gegoten. De in hoofdzaak ringvormige, afzonderlijk vervaardigde spaak-flens 41 rust op een radiaal naar buiten stekend omtreksvlak 43, waar-30 bij het met zijn naar de spaakflens 39 toegekeerde zijvlak op een axiaal van de spaakflens 39 afgerichte ringschouder 45 van het hulsdeel 37 rust. De vlakken 43, 45 zijn op het hulsdeel 37 aangegoten. Zoals het duidelijkst blijkt uit de fig. 2 en 3 draagt de spaakflens 41 aan zijn voor het aanliggen van het vlak 45 bepaalde zijvlak axiaal af-35 staande tappen 47, die in uitsparingen 49 van het vlak 45 passend ingrijpen. De tappen 47 zorgen voor een draaivaste verbinding van de spaakflens 41 en het hulsdeel 37. De tappen 47 zijn aan hun, betrokken op de naafas, radiaal buitenste zijde van afvlakkingen 51 voorzien, zodat in de uitsparingen 49 holle ruimten 53 blijven voor het opnemen van 40 hechtmiddel, waarmede de spaakflens 41 op het huisdeel 37 is bevestigd.
8302828 * ' 5
Bovendien of in pleats van het hechten kan een ringvormig uitsteeksel 55 dichtgeklonken «orden om de spaakflens 41 axiaal op het hulsdeel 37 te fixeren*
De buitenomtrek van de spaakflens 39 vormt de grootste buitendia-5 meter van het uit het hulsdeel 37 en de spaakflenzen 39 bestaande pers-gietvormdeel. De radiale afstand van elk punt van het buitenmantelvlak van het persgietvormdeel vanaf de draaias van het naafhulslichaam 3 is zodanig dat het met toenemende axiale afstand vanaf de maximale buitendiameter van de spaakflens 39 uitsluitend afneemt of tenminste constant 10 blijft· De radiale draaiasafstand neemt hierbij naar beide richtingen uitgaand van de maxiamele spaakflensdiameter af. De minimale binnendia-meter van het binnenmantelvlak van het hulsdeel 37 bevindt zich in het gebied van het kogellager 5 aan het van de spaakflens 39 afgekeerde einde van het'hulsdeel 37. Uitgaande van deze minimale diameter neemt 15 de radiale afstand van elk punt van het binnenmantelvlak bij toenemende axiale afstand uitsluitend toe resp. blijft eveneens constant. Het persgietvormdeel kan daarmede in een uitsluitend axiaal uit de vorm neembaar persgietstuk worden gegoten. Br zijn geen radiaal beweegbare schuiven op de persgietvorm noodzakelijk, die het uit de vorm nemen van 20 de achtersnijdingen mogelijk moeten maken. Het bovenvlak van het op deze wijze vervaardigde persgietvormdeel vereist geen verdere nabewerking, afgezien van een eventuele ontbraming van de in het gebied van de buitenomtrek van de spaakflens 39 gelegen gietvormdeelranden.
In het hulsdeel 37 is een aantal afzonderlijk vervaardigde hulzen 25 geperst. In êêa axiaal tegenover de spaakflenzen 39 liggend aanzetstuk 57 van het hulsdeel 37 is de buitenste loopring van het kogellager 5 vormende huls op lagerschaal 59 ingeperst. De lagerschaal 59 grijpt met een radiaal naar buitenstaande flens 61 voor de axiale kopzijde van het aanzetstuk 57. Op het aanzetstuk 57 is verder een stofdeksel 63 ge-30 plaatst, die de radiaal buitenste rand van de flens 61 centreert en het kogellager 5 tegen vervuiling beschermd. De buitendiameter van de flens 61 is voor het beter centreren en bevestigen niet groter dan de buitendiameter van de naastliggende omtreksdelen van het aanzetstuk 57. Voor de axiaal tegenoverliggende zijde van het kogellager 5 is een huls 65 35 in het hulsdeel 37 geperst. Ben radiaal naar buiten staande ringflens 67 van de huls 65 ligt op het toegekeerde zijvlak van de spaakflens 39. Axiaal buiten het hulsdeel 37 is de huls 65 voorzien van een loopbaan 69 van het kogellager 7. De flenzen 61 en 67 van de lagerschalen 59 resp. de huls 65 centreren het naafhulslichaam 3 ten opzichte van de 40 naafas 1. Axiaal binnen het hulsdeel 37 is de huls 65 van een binnen- 8302828
' V
6 vertanding 71 van het palmechanisme 33 alsmede van de regelconus 65 voorzien. Axiaal tussen de lagerschaal 59 en de huls 65 is in het hulsdeel 37 een van een binnenvertanding 73 van het palmechanisme 31 voorziene meenemerschaal 75 geperst. Overeenkomstig de in axiale 5 richting toenemende binnendiameter van het hulsdeel 37 heeft de meenemerschaal 75 een grotere buitendiameter dan de lagerschaal 59. Dienovereenkomstig is de buitendiameter van de huls 65 zijnerzijds groter dan de buitendiamfeter van de meeneemschaal 75. De in het hulsdeel 37 geperste schalen resp. hulzen 59, 65, 75 kunnen op hun 10 buitenomtrek voorzien zijn van een de perszitting verbeterende karteling of dergelijke. Zij bestaan bij voorkeur uit een harder en daarmee slijtvaster materiaal dan het hulsdeel 57, bijvoorbeid uit staal.
De fig. 4 en 5 tonen een andere uitvoeringsvorm van een naafhuls-15 lichaam, dat zich van de naaf huls lichamen 3 volgens de fig. 1 tot 3 slechts onderscheidt door het type bevestiging van zijn afzonderlijk vervaardigde, met de spaakflens 41 overeenkomende spaakflens 141 op een met het hulsdeel 37 overeenkomstig hulsdeel 137. De ringvormige spaakflens 141 draagt aan zijn binnenomtrek een axiaal van ribben voorziene 20 binnenvertanding 143, die in een complementaire, eveneens axiaal van ribben voorziene buitenvertanding 145 grijpt. De buitenvertanding 145 is in êên deel op het hulsdeel 137 aangegoten. De vertandingen 143, 145 koppelen de spaakflens 11 tegen draaien geborgd met het hulsdeel 137. Eên axiaal naar de spaakflens 141 toegekeerde ringschouder 147 steunt 25 de spaakflens 141. Voor het axiaal fixeren kan de spaakflens 141 op het hulsdeel 137 zijn gehecht en/of door omklinken van een ringvormig aan-zetstuk 149 zijn bevestigd. Overigens komt de constructie en de werking van de aandrijfnaaf volledig overeen met de aandrijfnaaf volgens de fig. 1 tot 3, op de beschrijving waarvan hier wordt gewezen.
30 De fig. 6 en 7 tonen een andere uitvoeringsvorm van een driegangi- ge vrijloopaandrijfnaaf van een fiets, die zich in hoofdzaak van de aandrijfnaaf volgens de fig. 1 tot 3 onderscheidt door een extra trom-melrem 200 en een overeenkomstige de integratie van de trommelrem 200 mogelijk makende vorm van zijn naafhulslichaam. Voor het verklaren van 35 dezelfde of op dezelfde wijze werkende delen van de in de fig. 6 en 7 weergegeven aandrijfnaaf wordt gewezen op de beschrijving van de aandrijfnaaf van de fig. 1 tot 3, waarbij gelijke resp. gelijk werkende delen zijn aangegeven met met 200 verhoogde verwijzingscijfers. De aandrijfnaaf omvat hierbij in het bijzonder weer een naafas 201, een naaf-40 hulslichaam 303, een eerste het naafhulslichaam 203 op de naafas 201 8302828 7
r· I
«a* I
lagerend kogellager 205, een tweede kogellager 207, dat het naafhuls- I
lichaam 203 op een een kettingtandwiel 209 dragende aandrijver 211 is I
gelagerd en een derde kogellager 213 voor het lageren van de aandrijver I
211 op de naafas 201. De driegangsoverbrenging omvat een planeetwiel- I
5 overbrenging 215 met een zonnewiel 217, op een planeetwieldrager 291 I
gelagerde planeetwielen, alsmede een hol wiel 223* Een op de naafas 201 I
draaibaar gelagerde koppelingsbus 225 koppelt de aandrijver 211 afhan- 1
kelijk van de trekstand van een trekstangenstelsel 227 via een schuif- I
• I
klok 229 afwisselend met de planeetwieldrager 219 of het holle wiel I
10 223. In de aandrijfbaan van de planeetwieldrager is een vrijlooppalme- I
chanisme 231 aangebracht. In de aandrijfbaan van het holle wiel 223 be- I
vindt zich een vrijlooppalmechanisme 233, dat door middel van een re- I
gelconus 235 uitgeschakeld kan worden. Voor een verdere verklaring van I
. de werking van een driegangige aandrijving wordt gewezen op Amerikaans I
15 octrooischrift 4.059.028. I
Het naafhulslichaam 203 omvat weer een hulsdeel 237, dat samen met I
een spaakflens 239 in één geheel als licht metalen persgietvormdeel in I
een schuifloze persgietvorm is gegoten. Een tweede spaakflens 241 is I
als ringvormig bouwonderdeel afzonderlijk vervaardigd en later op axia- I
20 le afstand vanaf de spaakflens 239 tegen draaien geborgd op het huls- I
deel 237 bevestigd. De spaakflens 141 bezit hiertoe aan zijn binnenom- I
trek een binnenvertanding 243 overeenkomstig de binnenvertanding 143 I
van de in de fig. 4 en 5 weergegeven spaakflens 141. De binnenvertarr- I
ding 242 grijpt in een buitenvertanding van een radiaal naar buiten I
25 stekend zitvlak 243 in het gebied van de naar de aandrijver 211 axiaal
toegekeerde kopzijde van het hulsdeel 237. De spaakflens 241 is verder I
met zijn axiaal vanaf het kettingtandwiel 209 afgekeerde zijvlak op een I
axiale schouder 245 van het hulsdeel 237 ondersteunt. De spaakflens 241 I
kan op het hulsdeel 237 zijn gehecht of door omklinken axiaal zijn ge- I
30 fixeerd. I
Op het hulsdeel 237 is van de vanaf de aandrijver 211 axiaal afge- I
keerde zijde als één geheel een trommel 246 aangegoten. De trommel 246 draagt op zijn buitenomtrek de spaakflens 239. De buitenomtrek van de I
spaakflens 239 vormt de grootste buitendiameter van het ééndelige pers-35 gietvormdeel. Naar beide axiale zijden neemt uitgaande van deze grootste diameter de radiale afstand van elk punt van het buitenmantelvlak j van het hulsdeel 237 vanaf de naafdraaias uitsluitend af of blijft tenminste constant. De kleinste binnendiameter van het hulsdeel 237 ligt in het gebied van het einde van het hulsdeel aan de zijde van de aan- 8302828 8 1 ^ *r drijver. Uitgaande van de minimale diameter neemt de radiale afstand van het binnenmantelvlak van het hulsdeel 237 samen met de trommel 246 naar axiaal beide zijden met toenemende axiale afstand vanaf de minimale diameter uitsluitend toe resp. blijft constant. Het persgietvormdeel 5 heeft daarmede geen achtersnijdingen en kan in een persgietvorm zonder radiale schuiven worden gegoten.
Het kogellager 205 loopt in een lagerschaal 259, die met een cilindrisch aanzetstuk 260 in het hulsdeel 237 is geperst. Een aanslag-flens 261 van de lagerschaal 259 steunt op de diameter van de de trom-10 mei 246 radiaal verbredende trommelkopwand 262 op de axiaal tegenover het kogellager 207 liggende zijde. In de van de trommel 246 axiaal af-gekeerde kopzijde van het hulsdeel 237 is een lagerschaal 265 van het kogellager 207 geperst. De lagerschaal 265 bezit een radiaal naar buiten stekende ringvormige rand 267, die axiaal naar buiten op de kopzij-15 de van het hulsdeel 37 rust. De ringflens 261 en de ringvormige verdikking 267 maken een axiale instelling van het naafhulslichaam 203 ten opzichte van de naafas 201 mogelijk. De lagerschaal 265 is als één geheel voorzien van een binnenvertanding 271 van een vrijlooppalmechanis-me 233. Hij bezit verder regelkegel 235. De lagerschaal 259 is als ëên 20 geheel voorzien van een binnenvertanding 273 van het palmechanisme 231. Terwijl het hulsdeel 237 samen met de trommel 246 uit aluminium of een aluminiumlegering bestaat, zijn de lagerschalen 259, 265 vervaardigd uit een harder materiaal, in het bijzonder staal.
De trommelrem 200 is als gebruikelijk uitgevoerd en bezit de radi-25 aal zwenkbaar gelegerde rembekken 274. Om de slijtage van de trommel 246 te verminderen is de binnenzijde van de trommel 246 met een plaatstalen ring 276 bekleed. De plaatstalen ring 276 is, als in fig. 7 aangegeven op axiaal van de trommelkop van 262 afstaande tappen 278 vastgeklonken. De tappen 278 zijn als êén geheel op het persgietvormdeel 30 aangegoten.
De in de tekening steeds in de beide spaakflenzen 39, 41; 139, 141; 239, 241 zichtbare spaakgaten zijn samen met de aan beide zijden liggende verdiepingen gelijk met het persgieten gevormd, zodat ook hier geen nabewerking noodzakelijk is.
8302828
Claims (13)
1. Naaf voor een tweewielig voertuig omvattende a) een naafas, b) een de naafas omsluitende draaibaar hierop gelagerde naafhuls, 5 c) twee op axiale afstand van elkaar geplaatste vast met een naaf- huls verbonden en ten opzichte van de naafas concentrische spaakflenzen, met het kenmerk, dat de naafhuls (37; 137; 237) als metalen pers-gietvormdeel is uitgevoerd waarop één van beide spaakflenzen (39; 239) als één stuk is aangegoten, 10 dat op het buitenmantelvlak van het metalen persgietvormdeel een zit-tingvlak (43, 45; 147, 149; 243, 245) voor de andere van beide spaak-flenzen (41; 141; 241) is gevormd, waarop de andere spaakflens (41; 141; 241) star is bevestigd. dat bij het gezamenlijke buitenmantelvlak van het metalen persgietvorm-15 deel de radiale draaiasafstand van het buitenmantelvlak uitgaand van een buitenomtrek met maximale diameter op axiaal beide zijden van de maximale buitenomtrek met toenemende axiale afstand vanaf de maximale buitenomtrek uitsluitend afneemt of tenminste gelijk blijft en dat bij het totale binnenmantelvlak van het metalen persgietvorm-20 deel de radiale draaiasafstand van het binnenmantelvlak uitgaande van een binnenomtrek met minimale diameter op axiaal beide zijden van de minimale binnenomtrek met toenemende axiale afstand vanaf de binnenomtrek uitsluitend toeneemt of tenminste gelijk blijft.
2. Naaf volgens conclusie 1, waarbij de naafhuls via tenminste 25 twee op axiale afstand van elkaar aangebrachte kogellagers op de naafas is gelagerd, met het kenmerk, dat tenminste één van beide kogellagers (5, 7; 205, 207) een buitenring (59, 65; 259, 265) omvat, die op een op het metalen persgietvormdeel aangevormde cilindrische zittingvlak is bevestigd.
3. Naaf volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de buitenring als in een hol cilindrisch zittingvlak van de naafhuls (37; 137; 237) in de perszitting vastgehouden lagerhuis (59; 65; 259, 265) is uitgevoerd.
4. Naaf volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat op het metalen 35 persgietvormdeel een betrokken op de naafhuls (37; 137; 237) axiaal _ naar buiten wijzende schouder is aangevormd en dat de buitenring (59, 65; 259, 265) een axiaal tegengesteld gericht schoudervlak (61, 67; 261, 267) bezit, dat op het schoudervlak van het metalen persgietvormdeel rust.
5. Naaf volgens één van de conclusies 1 tot 4, waarbij de naaf als 8302828 ) aandrijfnaaf is uitgevoerd en de naafhuls via tenminste een vrijloop-palmechanisme, dat een op de naafhuls aangebrachte binnenvertanding alsmede tenminste één in de binnenvertanding ingrijpende pal omvat, met een aandrijver is gekoppeld, met het kenmerk, dat de binnenvertanding 5 op een meeneemhuls (65, 75; 259, 265) is aangebracht en dat de meeneem-huls (65, 75; 259, 265) op een zittingvlak van het binnenmantelvlak van het metalen persgietvormdeel is bevestigd.
6. Naaf volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de meeneemhuls (65, 75; 259, 265) als perszitting in het zittingvlak is vastgehouden.
7. Naaf volgens conclusie 5, waarbij de aandrijfnaaf als meer- gangsoverbrengnaaf is uitgevoerd, met het kenmerk, dat in het gebied van één van beide kopzijden van het metalen persgietvormdeel een buisvormig aanzetstuk (57) op dezelfde hartlijn als de naafhuls (37; 137) als één deel is aangegoten, waarvan de kleinste binnendiameter kleiner 15 is dan de binnendiameter van de andere kopzijde van het metalen persgietvormdeel en op het ene loopringvlak (59) van een de naafhuls (37; 137) op de naafas (1) gelagerde kogellager (5) aangevormd of bevestigd is en dat de buitendiameter van de axiaal naast elkaar geplaatste meeneem- 20 hulzen (65; 75) van meeneemhuls (65) tot meeneemhuls (75) tot het buisvormig aanzetstuk (57) kleiner zijn gedimensioneerd.
8. Naaf volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat op de van het buisvormige uitsteeksel (57) axiaal op afstand aangebrachte meeneemhuls (65) tegelijkertijd een loopringvlak van een verdere de naafhuls (37) 25 op de naafas (1) lagerend kogellager (7) is aangevomd.
9. Naaf volgens conclusie 5, waarbij de aandrijfnaaf als meer-gangige aandrijfnaaf is uitgevoerd, met het kenmerk, dat op één van beide kopzijden van de naafhuls (237) als één geheel een holle cilindrische trommel (246) van een trommelrem (200) is aangegoten, 30 dat axiaal tussen de trommel (246) van de trommelrem (200) en de andere kopzijde enerzijds en in het gebied van de andere kopzijde anderzijds axiaal van elkaar afstekende schouders op de naafhuls (237) zijn gevormd, waarop de holle cilindrische axiaal zich naar elkaar uitstrekkende zittingvlakken aansluiten en 35 dat in de zittingvlakken meeneemhulzen (259, 265) zijn bevestigd, die op de schouders rusten en tegelijkertijd loopringvlakken voor twee de naafhuls (237) lagerende kogellagers (205, 207) vormen.
10. Naaf volgens één van de conclusies 1 tot 9, met het kenmerk, dat het zittingvlak van het metalen persgietvormdeel waarop de andere 40 genoemde spaakflens (43, 45; 147, 149; 243, 245) is bevestigd en de op 8302828 *ΐ dit zittingvlak bevestigde spaakflens (4lj 141; 241) axiaal in elkaar steekbare met elkaar complementaire vormsluitende koppelingsorganen (47, 49; 143, 145; 242, 243) dragen, die de spaakflens (41; 141; 241) draaivast met het metalen persgietvormdeel koppelen.
11. Naaf volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het zitting vlak van het metalen persgietvormdeel een betrokken op de naafhuls (37) axiaal naar buiten gericht aanligvlak (45) omvat, dat de spaakflens (41) met een axiaal tegengesteld gericht aanligvlak op het schouder rust en 10 dat de koppelingsorganen door axiaal vanaf het ene aanligvlak afstaande tappen (47) alsmede door axiale uitsparingen (49) in het andere aanligvlak (45) waarin de tappen (47) grijpen, zijn gevormd.
12. Naaf volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het zittingvlak een axiaal verlopende buitenvertanding (145) en de spaakflens 15 (141; 241) een complementaire axiaal verlopende binnenvertanding (143, 242. bezit.
13. Naaf volgens ëên van de conclusies 1 tot 12, met het kenmerk, dat het metalen spuitgietvormdeel bestaat uit aluminium of een alumi- niumlegering. 20 —oooOooo— 8302828
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| DE19823230509 DE3230509A1 (de) | 1982-08-17 | 1982-08-17 | Nabenhuelse fuer fahrraeder oder dergleichen |
| DE3230509 | 1982-08-17 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8302828A true NL8302828A (nl) | 1984-03-16 |
Family
ID=6171020
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8302828A NL8302828A (nl) | 1982-08-17 | 1983-08-11 | Naaf voor een tweewielig voertuig. |
Country Status (8)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4615423A (nl) |
| JP (1) | JPS5957003A (nl) |
| DD (1) | DD212702A5 (nl) |
| DE (1) | DE3230509A1 (nl) |
| FR (1) | FR2531911B1 (nl) |
| GB (1) | GB2126961B (nl) |
| NL (1) | NL8302828A (nl) |
| SE (1) | SE458841B (nl) |
Families Citing this family (13)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPH01132490A (ja) * | 1987-11-17 | 1989-05-24 | Maeda Ind Ltd | 自転車用ハブ |
| DE4235152C2 (de) * | 1992-10-19 | 1994-12-08 | Inst Halbleiterphysik Gmbh | Verfahren zur Herstellung einer Halbleiterfeinstruktur und damit hergestellte Halbleiterbauelemente, beispielsweise Vertikaltransistoren |
| US5433306A (en) * | 1993-03-11 | 1995-07-18 | Yang; Shu-Chiung C. | Hub assembly for a bicycle |
| DE19531267A1 (de) * | 1995-08-24 | 1997-02-27 | Ifm Electronic Gmbh | Elektrisches oder elektronisches Gerät, insbesondere Näherungsschalter |
| JP3142247B2 (ja) * | 1997-05-08 | 2001-03-07 | 株式会社シマノ | 自転車用内装変速ハブ |
| US7175240B2 (en) * | 2004-09-09 | 2007-02-13 | Karl Anthony Fultz | Revolving ornamentation for wheel |
| US7226132B2 (en) * | 2004-09-09 | 2007-06-05 | Media Planett | Revolving ornamentation for wheel |
| JP4164083B2 (ja) * | 2005-07-29 | 2008-10-08 | 株式会社シマノ | 自転車用ハブの固定機構 |
| ITVI20100305A1 (it) * | 2010-11-16 | 2012-05-17 | Giampietro Pigatto | Mozzi per bicicletta componibili, con sistema antirotazione delle flange e centratura delle stesse. |
| US9102197B2 (en) * | 2013-02-11 | 2015-08-11 | ChristiansonSystems, Inc. | Freewheel hub |
| TWI557019B (zh) * | 2014-12-12 | 2016-11-11 | Univ Nat Yunlin Sci & Tech | Bicycle three speed inner speed change mechanism |
| US10495185B2 (en) * | 2017-03-06 | 2019-12-03 | Fairfield Manufacturing Company, Inc. | Planetary wheel drive using bushings |
| US12220943B2 (en) * | 2021-08-25 | 2025-02-11 | Teddy Formosa Co., Ltd. | Driving mechanism of bicycle free-coaster hub |
Family Cites Families (22)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE7415895U (nl) * | 1974-10-24 | Fichtel & Sachs Ag | ||
| GB594169A (en) * | 1945-06-08 | 1947-11-04 | J A Phillips And Company Ltd | Improvements relating to welded cycle and like hubs and the manufacture thereof |
| BE522516A (nl) * | ||||
| BE384772A (nl) * | 1931-11-07 | |||
| US2143798A (en) * | 1936-12-19 | 1939-01-10 | Albert Raimond | Change speed hub for bicycles and the like |
| GB487126A (en) * | 1937-11-10 | 1938-06-15 | Richard Gottschalk | Freewheel brake hub, especially for cycles |
| DE692133C (de) * | 1938-07-10 | 1940-06-13 | Fichtel & Sachs Akt Ges | Nabenhuelse, insbesondere fuer Fahrraeder |
| US2481327A (en) * | 1947-12-19 | 1949-09-06 | Millray Robert | Bicycle brake |
| US2988186A (en) * | 1958-06-06 | 1961-06-13 | Fichtel & Sachs Ag | Device for disengaging ratchet gears |
| US3170549A (en) * | 1961-06-23 | 1965-02-23 | Gregory Ind | Bicycle coaster brake |
| DE1257610B (de) * | 1964-03-04 | 1967-12-28 | Motobecane Ateliers | Im Druckgussverfahren hergestellte Nabe fuer Fahrrad- und Motorradraeder |
| DE1277051B (de) * | 1964-08-24 | 1968-09-05 | Shimano Industrial Co | Freilaufnabe fuer Fahrraeder mit ueber das Kettenrad durch Rueckwaertstreten schaltbarem Zweiganggetriebe |
| FR1418678A (fr) * | 1964-12-24 | 1965-11-19 | Perfectionnements aux roues à rayons | |
| FR1506766A (fr) * | 1966-12-22 | 1967-12-22 | Procédé de fabrication de moyeux pour cycles, motocycles et véhicules similaires, ainsi que les moyeux fabriqués suivant ce procédé | |
| US3892301A (en) * | 1971-03-29 | 1975-07-01 | Bendix Corp | Bicycle brake |
| US3865220A (en) * | 1972-05-30 | 1975-02-11 | Jr William A Thompson | Bicycle hub |
| DE2439332A1 (de) * | 1974-08-16 | 1976-02-26 | Fichtel & Sachs Ag | Mehrgang-uebersetzungsnabe fuer fahrraeder o. dgl. mit einteiliger nabenhuelse |
| DE2514418C2 (de) * | 1975-04-02 | 1986-11-06 | Fichtel & Sachs Ag, 8720 Schweinfurt | Mehrgangübersetzungsnabe für Fahrräder oder dergleichen |
| DE2906627A1 (de) * | 1979-02-21 | 1980-09-04 | Fichtel & Sachs Ag | Nabenhuelse aus blechtiefziehteilen |
| US4371064A (en) * | 1979-08-28 | 1983-02-01 | Shimano Industrial Company Limited | Drive and brake device for a bicycle |
| DE2940841A1 (de) * | 1979-10-09 | 1981-04-23 | Fichtel & Sachs Ag, 8720 Schweinfurt | Kombinierte mehrgang-schaltung fuer antriebsnabe fuer fahrraeder o.dgl. |
| US4355706A (en) * | 1980-10-20 | 1982-10-26 | Pan Sheang Y | Bicycle rear brake mounted with sprocket wheel |
-
1982
- 1982-08-17 DE DE19823230509 patent/DE3230509A1/de not_active Withdrawn
-
1983
- 1983-08-11 NL NL8302828A patent/NL8302828A/nl not_active Application Discontinuation
- 1983-08-11 GB GB08321613A patent/GB2126961B/en not_active Expired
- 1983-08-15 SE SE8304413A patent/SE458841B/sv not_active IP Right Cessation
- 1983-08-16 JP JP58148865A patent/JPS5957003A/ja active Pending
- 1983-08-16 US US06/523,740 patent/US4615423A/en not_active Expired - Lifetime
- 1983-08-16 DD DD83253993A patent/DD212702A5/de unknown
- 1983-08-17 FR FR8313572A patent/FR2531911B1/fr not_active Expired
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| GB2126961B (en) | 1986-02-19 |
| FR2531911A1 (fr) | 1984-02-24 |
| GB2126961A (en) | 1984-04-04 |
| GB8321613D0 (en) | 1983-09-14 |
| DD212702A5 (de) | 1984-08-22 |
| US4615423A (en) | 1986-10-07 |
| DE3230509A1 (de) | 1984-02-23 |
| SE458841B (sv) | 1989-05-16 |
| FR2531911B1 (fr) | 1988-06-10 |
| JPS5957003A (ja) | 1984-04-02 |
| SE8304413L (sv) | 1984-02-18 |
| SE8304413D0 (sv) | 1983-08-15 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US10507690B2 (en) | Bicycle hub assembly | |
| USRE39528E1 (en) | Bicycle hub with spacer and detachable freewheel | |
| US12286194B2 (en) | Sprocket support body | |
| US11180217B2 (en) | Multiple bicycle sprocket assembly | |
| EP1043221B1 (en) | Freewheel for a bicycle | |
| US10293639B2 (en) | Bicycle hub assembly | |
| EP1495879B1 (en) | Bicycle hub outer and bicycle hub | |
| US12286195B2 (en) | Bicycle rear sprocket assembly | |
| EP1213158B1 (en) | Bicycle hub | |
| US11279442B2 (en) | Sprocket support body and bicycle rear hub assembly | |
| EP1881221B1 (en) | Bicycle freewheel | |
| US7854673B2 (en) | Bicycle sprocket assembly having a reinforcement member coupled between sprockets | |
| NL8302828A (nl) | Naaf voor een tweewielig voertuig. | |
| US20150202919A1 (en) | Bicycle hub | |
| US20180022415A1 (en) | Bicycle sprocket supporting member and bicycle sprocket assembly | |
| US6736464B1 (en) | Hub for motorcycle or the like permitting rendering reversible the wheel in its support | |
| TWI814773B (zh) | 自行車鏈輪總成 | |
| NL8403774A (nl) | Aandrijfnaaf voor een rijwiel. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BV | The patent application has lapsed |