[go: up one dir, main page]

NL8200411A - Eenheidsplatform-fundament-systeem voor schepen. - Google Patents

Eenheidsplatform-fundament-systeem voor schepen. Download PDF

Info

Publication number
NL8200411A
NL8200411A NL8200411A NL8200411A NL8200411A NL 8200411 A NL8200411 A NL 8200411A NL 8200411 A NL8200411 A NL 8200411A NL 8200411 A NL8200411 A NL 8200411A NL 8200411 A NL8200411 A NL 8200411A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
unit
foundation
platform
foundations
support
Prior art date
Application number
NL8200411A
Other languages
English (en)
Other versions
NL193657B (nl
NL193657C (nl
Original Assignee
Blohm Voss Ag
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Blohm Voss Ag filed Critical Blohm Voss Ag
Publication of NL8200411A publication Critical patent/NL8200411A/nl
Publication of NL193657B publication Critical patent/NL193657B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL193657C publication Critical patent/NL193657C/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B63SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
    • B63BSHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING 
    • B63B3/00Hulls characterised by their structure or component parts
    • B63B3/14Hull parts
    • B63B3/70Reinforcements for carrying localised loads, e.g. propulsion plant, guns
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B63SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
    • B63GOFFENSIVE OR DEFENSIVE ARRANGEMENTS ON VESSELS; MINE-LAYING; MINE-SWEEPING; SUBMARINES; AIRCRAFT CARRIERS
    • B63G1/00Arrangements of guns or missile launchers; Vessels characterised thereby

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Aviation & Aerospace Engineering (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Ocean & Marine Engineering (AREA)
  • Foundations (AREA)
  • Ship Loading And Unloading (AREA)
  • Buildings Adapted To Withstand Abnormal External Influences (AREA)
  • Underground Or Underwater Handling Of Building Materials (AREA)
  • Details Of Measuring And Other Instruments (AREA)
  • Vibration Prevention Devices (AREA)

Description

--------- ? * VO 2715
Betr.: Eenheidsplatform-fundament-systeem voor schepen.
De uitvinding heeft "betrekking op een eenheidsplatform-fundament-systeem voor schepen met tenminste twee een rechthoekige opening in het scheepsdek omsluitende, overeenkomstig rechthoekige eenheidsfundamenten en tenminste twee op deze eenheidsfundamenten passende eenheidsplatformen, 5 die een hoven en onder het scheepsdek uitstekende, met het platform een vooraf vervaardigde bouweenheid vormende installatie, zoals een bewapenings-, vuurleidings-, schijnwerper- en/of navigatie-installatie, dragen en door middel van enkelvoudig gevormde steungebieden via hoogteverstelmiddelen, bijvoorbeeld via een na uitrichten ten opzichte van het hoofdreferentie-10 vlak (Hauptmeszleistenebene) in een tussen het eenheidsfundament en het eenheitsplatform in vloeibare vorm ingebrachte' en vervolgens verharde kunststoflaag op de bijbehorende eenheidsfundamenten steunen.
Bij een bekend eenheidsplatform-fundament-systeem yan deze soort (Duits octrooischrift 20 56 069) is voorzien in êén enkel type van een 15 eenheidsfundament en éên eenheidsplatform voor het opnemen van verschillende installaties. Het is evenwel vaak: vereist of doelmatig in de scheepsromp openingen van verschillende grootten aan te brengen, daar op sommige plaatsen een grote opening vereist is voor het opnemen van een overeenkomstig volumineuze installatie, terwijl op andere plaatsen voor 20 zo'n grote opening geen plaats is. Bijvoorbeeld kunnen bij kleine schepen, bijvoorbeeld bij speedboten voor de eenheidsfundamenten uitsluitend kleinere openingen worden aangebracht dan bij grotere schepen (bijvoorbeeld ' destroyers). Ook moet in aanmerking worden genomen, dat op een en hetzelfde schip op verschillende plaatsen niet altijd even grote openingen 25 voor het opnemen van eenheidsfundamenten en eenheidsplatformen kunnen worden aangebracht. De doelstelling van de onderhavige uitvinding is nu het · verschaffen van een eenheidsplatform-fundament-systeem van de in de aan- : hef genoemde soort, waarbij de toepassing van openingen van verschillende groottaais toegestaan, terwijl toch nog een maximaal universele uitvissel-30 baarheid van de de installaties dragende eenheidsplatformen wordt mogelijk gemaakt.
Daartoe is de inrichting volgens de uitvinding gekenmerkt doordat het grootste van tenminste twee ongelijke, rechthoekige eenheidsfundamenten een breedte bezit, die gelijk is aan de lengte van het kleinste 35 eenheidsfundament.Tengevolge van deze vormgeving kan een de opening van 82 0 0 4 1 1 ------------------ i $ - 2 - een kleiner eenheidsfundament nauwkeurig opvuilend eenheidsplatform dwars in de opening van het opvolgend grotere eenheidsfundament worden ingebouwd. Het is bijgevolg bijvoorbeeld mogelijk een' voor een speedboot bestemd wapen met klein eenheidsplatform ook op een groter schip 5 te plaatsen, waarop eenheidsfundamenten met een overeenkomstig de uitvinding gekozen breedte aanwezig zijn. Het is aldus mogelijk via him lengte, respectievelijk breedte, met elkaar verbonden, naar oppervlak getrapte eenheidsfundamenttypen te verschaffen, waarbij telkens het platform van het kleinere eenheidsfundamenttype dwars in een naast gro-10 ter eenheidsfundamenttype past.
Bijzonder voordelig is het, als bij het systeem volgens de uitvinding drie ongelijke eenheidsfundamenten aanwezig zijn, waarbij telkens de breedte van het naast hogere eenheidsfundament gelijk is' aan de lengte van het naast kleinere. De uitvinding gaat daarbij uit van het 15 inzicht, dat bij de in de praktijk aanwezige scheepstypen een uitvoering van de eenheidsfundamentmaten in drie trappen voor alle praktische doeleinden toereikend is.
Op deze wijze kan met slechts drie ongelijke eenheidsfundamenten een relatief grote universaliteit bij de praktische toepassing worden 20 gegarandeerd, waarbij volgens de uitvinding ook tussen de verschillende eenheidsfundamenten uitwisseling van platformen binnen het kader van de uitvinding mogelijk is.
Bijzonder gunstige maataanduidingen voor de grootte, respectievelijk de verhoudingen van de zijden van de eenheidsfundamenten zijn in 25 de conclusies 3-6 aangegeven.
Bij toepassing op schepen van verschillende grootten behoren volgens de uitvinding bij kleinere schepen steeds kleinere rechthoekige een-x- heidsfundamenten dan bij grotere schepen. Het is evenwel ook mogelijk op een en hetzelfde schip tenminste twee volgens de uitvinding in grootte 30 getrapte rechthoekige eenheidsfundamenten te passen.
Met andere woorden kunnen kleinere schepen, bijvoorbeeld speedboten, een aantal kleinere rechthoekige openingen bezitten, die evenwel alle dezelfde afmetingen hebben. Een groter schip, bijvoorbeeld een des-stroyer, bezit wat grotere openingen, waarvan de breedte gelijk is aan 35 de lengte van de openingen van het kleinere schip. .'
Het komt evenwel ook voor, dat op een en hetzelfde schip ongelijke openingen dienen te worden aangehracht. Ook in dit geval kan het 8200411 -3-.
systeem volgens de uitvinding zonder meer worden-toegepast.
Hoewel in de grotere eenheidsfundamenten in eerste instantie even grote eenheidsplatformen ingezet zullen worden, is het evenwel mogelijk in tenminste een van de grotere eenheidsfundamenten een: voor het"' 5 naast kleinere eenheidsfundamenten bestemd eenheidsplatform dwars te monteren. Dit kan bijvoorbeeld gunstig zijn als het van een groot eenheidsplatform voorzien wapen nog niet gereed is en voor de overgangstijd een op een kleiner eenheidsplatform gemonteerd wapen kan worden toegepast.
Ook is het zonder meer mogelijk het. op het kleinere platform gemonteerde 10 wapen niet slechts provisorisch, doch definitief in te bouwen in het grotere eenheidsfundament.
Als een kleiner platform dwars in een groter eenheidsfundament wordt ingebouwd, dan ontbreekt aanvankelijk aan één kant de ondersteuning. De aldaar af te geven krachten worden bijgevolg op deze plaats niét door 15' het eenheidsfundament opgenomen, hetgeen in het bijzonder bij de plaatsing van belangrijke installaties op het platform moeilijkheden zou kunnen geven. In dit geval kan volgens de uitvinding ter ondersteuning van de vrije, lange zijde van het eenheidsplatform tussen de beide lange zijden van het eenheidsfundament een tussendrager ingezet zijn, waarvan de naar 20 het eenheidsplatform toegewende zijde overeenkomstig aan het eenheidsfundament is gevormd en waarvan de op het eenheidsfundament steunende randen overeenkomstig de steungebieden van het eenheidsplatform zijn ge-/ vormei,. Het eenheidsfundament wordt bijgevolg door de tussendrager aan de aanvankelijk vrije zijde van het eenheidsplatform aangevuld.
25 Bij toepassing van een klein eenheidsplatform in e’en groter een- • heidsfundament, wordt het naast het eenheidsplatform resterende opening . doelmatig door een rechthoekig deksel afgedekt, hetgeen tenminste ter . . .· verkrijging van een waterdichte afdichting van het scheepsdek rondom het ' eenheidsplatform van belang is.
30 Bijzonder voordelig is het evenwel het deksel in combinatie met de tussendrager toe te passen, doordat de steungebieden van het deksel overeenkomstig de steungebieden van het eenheidsplatform zijn gevormd en de naar het deksel toegewende zijde van de tussendrager overeenkomstig het eenheidsfundament is gevormd.
35 Verder is het van voordeel als de tussendrager een zodanige breed te bezit,, dat aan’de' bovenste'langsranden'ervan'de eènheidsfundamentvorm aanwezig is en daartussen de beide overeenkomstig het steungebied van het 82 0 0 4 1 1 '. ~ " - h - eenheidsplatform gevormde eindgebieden.
Hoewel het in principe voldoende is als het deksel slechts de waterdichtheid garandeert en een betreedbare bodem vormt, kan volgens een voordelige verdere uitvoeringsvorm ook het deksel een installatie 5 'dragen, bijvoorbeeld een bij het op het bijpassende platform geplaatste wapen behorende vuurleidings- of sehijnwerperinstallatie. De installatie kan zich zowel boven het deksel uit naar boven toe, alsook onder het deksel naar het inwendige van het schip toe uitstrekken. Aan het deksel ' kunnen ook andere aan het wapen of een andere installatie toegevoegde 10 apparaten worden aangebracht. Met andere woorden kan het deksel als zodanig eveneens een soort eenheidsplatform vormen.
Een voordelige praktische uitvoering van het onderwerp van de uitvinding is gekenmerkt doordat de tussendrager een bovenste gordingsplaat bezit en aan het eenheidsplatform, respectievelijk in de deksel rondom 15 bevestigingsflenzen aanwezig zijn, die tegenover de gordingsplaat, respectievelijk een rondom het eenheidsfundament aangebrachte tegenflens liggen, en wel zodanig, dat de bevestigingsflenzen door schroeven met de gordingsplaat, respectievelijk de tegenflens verbindbaar zijn.
Het is van voordeel de tussendrager hol uit te voeren en aan de 20 onderzijde te voorzien van montage-openingen, waardoorheen de schroeven, respectievelijk moeren met de hand of door middel van een werktuig kunnen worden gehanteerd..
Een bouwtechnisch bijzonder gunstige uitvoeringsvorm is gekenmerkt doordat de tussendrager uit twee holle balken bestaat, die met 25 een vlakke, vertikale zijwand tegen elkaar liggen en met betrekking tot hun aanrakingsvlak ten opzichte van elkaar spiegelbeeldige doorsneden bezitten. Deze uitvoeringsvorm is zeer economisch te vervaardigen en bezit een hoge stabiliteit.
Om een vlekkeloze verbinding tussen het eenheidsfundament en de 30 tussendrager mogelijk te maken bezit de laatste een hoogte, die in wezen overeenkomt met de hoogte van een aan het eenheidsfundament aanwezige vertikale wand, waarbij de tussendrager kopwanden bezit,, die door middel van schroeven met de vertikale wand verbindbaar zijn.. Op deze wijze wordt de tussendrager volledig in het eenheidsfundament geïntegreerd en 35 vormt praktisch een onderdeel daarvan.
Volgens de uitvinding bezit het eenheidsfundament een bijzonder voordelige uitvoering, die daarin bestaat, dat de eenheidsfundamenten, 8 2 0 0 4 1 1 .........~~ 1 - 5 - è * respectievelijk dat het eenheidsplatform, respectievelijk de tussendrager troggen bezitten, waarin de onder tussenvoeging van de kunststoflaag de complementair daaraan gevormde steungebieden van het eenheidsplatform, respectievelijk van het deksel van de tussendrager passen. Deze uitvoe-5 ringsvorm is ook onafhankelijk van de speciale dimensionering van de eenheids fundament en en van de plaatsing van de tussendrager van belang.
Door middel van de bevestigingsflenzen, de tegenflenzen en de bovenste gordingsplaat kan niet slechts een definitieve bevestiging van de platformen, respectievelijk van het deksel, worden verkregen, boven-10 dien kan ook de justering van het eenheidsplatform en eventueel van het deksel ten opzichte van het hoofdreferentievlak (Hauptmaszleistenebene) van het schip worden uitgevoerd door middel van aan deze bouwelementen aangebrachte stelschroeven, overeenkomstig het Duitse octrooischrift 20 5è 069.
15 Bij wijze van voorbeeld wordt de uitvinding thans nader beschre ven aan de hand van de tekening. Hierin toont : fig. 1 een schematisch hovenaanzicht van twee schepen van verschillende grootten, waarbij het eenheidsplatform-fundament-systeem volgens de uitvoering wordt toegepast met twee volgens de uitvinding 20 getrapte, verschillende eenheidsfundament-openingen; fig. 2 een schematisch bovenaanzicht van een middelgroot schip, waarbij twee volgens de uitvinding getrapte eenheidsfundamenttypen van verschillende grootten zijn toegepast; fig. 3 een bovenaanzicht van een voor een klein schip bestemd 25 eenheidsfundament zonder daarop gemonteerd platform; fig. ij- een schematisch hovenaanzicht van het op het eenheidsfundament volgens .fig. 3 plaatsbare platform zonder de daarop te monteren installatie; ; fig. 5 een bovenaanzicht van een voor een wat groter schip be-30 stemd eenheidsfundament met tussendrager en met het dwars erop geplaats-. . te platform volgens fig. U; fig. 6 een bovenaanzicht van een naar grootte met het eenheids-• . fundament volgens fig. 5 overeenkomend eenheidsplatform zonder de daarop te monteren installatie; 35 fig. 7 een bovenaanzicht van het in het trappensysteem volgens de uitvinding naast grotere eenheidsfundament met ingezette tussendrager; 82 0 0 4 1 1 "..............~ " ~ ’ ' - 6 - fig. 8 een bovenaanzicht van het naar grootte met het eenheids-fundament volgens fig. 7 overeenkomend eenheidsplatform zonder de daarop te plaatsen installatie; fig. 9 een bovenaanzicht overeenkomend met dat volgens fig. 7S 5 waarbij evenwel het eenheidsplatform volgens fig. 6 dwars op het eenheids-fundament en de tussendrager is geplaatst; fig. 10 een gedeeltelijke doorsnede van eea eenheidsfundament volgens de uitvinding met ingezette tussendrager en opgeplaatste eenheidsplatform, respectievelijk opgeplaatste deksel; 10 fig. 11 een bovenaanzicht van het onderwerp van fig. 10, even wel zonder het platform en de deksel; en fig. 12 een doorsnede volgens de lijn XII-XIÏ in fig. 11.
Volgens fig. 1 zijn in een kleiner schip 13, bijvoorbeeld een speedboot, achter elkaar drie eenheidsfundamenten 12 op de middellangs- 15 as geplaatst; deze zijn in fig. 3 op vergrote schaal weergegeven. Elk eenheidsfundament 12 omsluit een luikachtige opening 11.
Op elk van de drie eenheidsfundamenten 12 is een eenheidsplat-... form 16 van in wezen gelijke afmetingen geplaatst; dit is in fig. h op vergrote schaal weergegeven. Vervolgens fig. 1 draagt het voorste plat-20 form een slechts schematisch weergegeven stuk geschut 33; het middelste eenheidsplatform 16 draagt een schematisch aangeduid navigatie-apparaat 3h en het achterste eenheidsplatform 16 draagt eveneens een stuk geschut 33. Bij de schematische weergave volgens fig. k zijn de door het eenheidsplatform 16 g’edragen installaties en apparaten eenvoudigheidshalve 25 niet weergegeven. Terwijl het stuk geschut 33 respectievelijk het navigatie-apparaat 3^ zich boven het scheepsdek verheffen, kunnen aan de onderzijde van de eenheidsplatformen 16 aan de installaties 33, 3^ toegevoegde apparaten, bijvoorbeeld elektronische apparatuur e.d. zijn bevestigd. j Rechts in fig. 1 is een groter schip weergegeven, waarbij even- ' 30 eens op de middellangsas achter elkaar drie grotere eenheidsfundamenten .
12’ zijn aangebracht, zoalscafzonderlijk vergroot is weergegeven in fig.
.5.
Op het middelste eenheidsfundament 121 is een evengroot eenheidsplatform 16’ geplaatst, dat een groter stuk geschut 35 draagt. Het • 35 eenheidsplatform 161 is in fig. 6 ook vergroot weergegeven, evenwel zonder het erop geplaatste stuk geschut 35·
Zoals bijzonder duidelijk uit de fig. 3-6 volgt, zijn de een- 82 0 0 4 11 ---------------·-----—-! -=: » - τ - heidsfundamenten 12, 12’, respectievelijk de eenheidsplatformed 16\ Ί6' rechthoekig met breedten h, respectievelijk V en lengten 1, respectievelijk 1’. Volgens de uitvinding is nu de breedte b’ van het grootste van de eenheidsfundamenten 12', respectievelijk van het grootste eenheids-5 platform 161 gelijk aan de lengte 1 van het kleinste eenheidsfundament ' 12 respectievelijk van het kleinste eenheidsplatform 16.Bij het speciale uitvoeringsvoorbeeld bedraagt de breedte b 3m, de lengte 1 ^ m, de breedte b’ ^ m en de lengte 1’ 5 m. In totaal komt het slechts aan op de verhouding 3:^s respectievelijk U:5.
10 Tengevolge van deze dimensionering van de door de eenheidsfunda menten omsloten openingen 11, 11’ volgens de uitvinding is het mogelijk het kleinste eenheidsplatform 16 volgens fig. 5 dwars op het grootste eenheidsfundament 12’ te plaatsen, waarbij een’ tussen de beide lange zijden van het grootste eenheidsfundament 12’ geplaatste tussendrager 17 het , 1J platform 16 aan de vrije rand steunt.
Kaast het aan de smalle zijde van het eenheidsfundament 12’ grenzende eenheidsplatform 16 resteert een rechthoekige opening 19, die kan worden benut voor het monteren, respectievelijk demonteren van binnen in het schip· geplaatste apparaten en welke bij voorkeur door een 20 deksel 20 is afgesloten, dat in fig. 1' rechts schematisch is aangeduid.
, Volgens fig. 1 is in het voorste en achterste eenheidsfundament 12’ van het grootste schip ik een eenheidsplatform 16 dwars geplaatst, dat als zodanig voor de kleinere eenheidsfundamenten 12 van het kleinste . · '- schip 13 bestemd is. De naast de eenheidsplatformen 16 resterende vrije 25 ruimte (19 in. fig. 5) is, zoals gezegd, door de deksel 20 afgesloten.
Terwijl fig. 1 de toepassing van het systeem volgens de uitvinding op twee schepen 13, 14 van verschillende grootten laat zien, maakt fig. 2 duidelijk, dat het systeem ook bij een enkelesehip 15 met voordeel .
- - kan worden toegepast.
30 In het midden van het schip zijn op de middellangsas 2 grote eenheidsfundamenten 12' volgens fig. 5 aangebraeht. Bovendien bevinden zich in de boeg van het schip en aan de zijkanten tussen de beide grote eenheidsfundamenten 12’ nog tezamen vijf kleine eenheidsfundamenten 12.
Op de kleine eenheidsfundamenten 12 zijn weer eenheidsplatformen • 35 16 van overeenkomstige grootte geplaatst, die kleine stukken geschut 33, respectievelijk navigatie-installaties 3b dragen.
Het voorste vergrote eenheidsfundament 12’ draagt een eenheids-'~1 1 ’ "rr 3 2 0 0 4 1 1 ............" " ’ -8-.
platform 16' van overeenkomstige grootte, met een daarop geplaatst groot: stuk geschut 35·
Op het zich op de achtersteven van het schip bevindende grote eenheidsfundament 12’ is volgens de uitvinding echter een klein plat-5 form 16 met een daarop geplaatst klein stuk geschut 33 dwars geplaatst.
De resterende opening 19 (fig· 5) is wederom door een deksel 20 afgesloten.
De uitvinding maakt ook combinaties mogelijk tussen de platsing . van ongelijk grote eenheidsfundamenten op een enkel schip, respectievelijk 10 meerdere ongelijk grote schepen.
De fig. 7 en 8 tonen een ander nog wat groter type eenheidsfundament 12", respectievelijk een eenheidsplatform 16”. De door het eenheidsfundament 12" omsloten luikachtige opening 11" is eveneens rechthoekig en bezit overeenkomstig de uitvinding een breedte b", die gelijk is aan 15 de lengte 1' van het naast kleinere eenheidsfundament 12f. Op het grootste van de drie eenheidsfundamenten, n.1. 12" kan '(na wegneming van de tussendrager 17') het grote, in afmetingen daarop passende eenheidsplatform 16' worden geplaatst, dat wederom een overeenkomstige grote installatie kan dragen. De lengte 1" bedraagt 6 m, de breedte b” 5 m. Ook 20 hier is slechts de verhouding 6 : 5 van belang.
Het is echter ook mogelijk na het inbrengen van de wat langere t". 'tussendrager 17’ (fig. 7) het naast kleinere eenheidsplatform 16' dwars op het eenheidsfundament 12" te plaatsen (fig. 9)» en wel zodanig, dat •de ene’lange zijde van het eenheidsplatform 16* bp de ene smalle zijde 25 van het eenheidsfundament 12" rust, terwijl de andere lange zijde door de tussendrager 17' wordt ondersteund. De resterende opening 19' wordt door een overeenkomstig groter deksel 20’ afgesloten.
De fig. h - 9 tonen bijgevolg een eenheidsfundament-platform-systeem volgens de uitvinding in drie groóttetrappen, dat voor praktisch 30 alle voorkomende doeleinden toereikend is.
Bijzonder voordelige constructieve details van het systeem volgens de uitvinding worden getoond in fig. 10 en 11.
Volgens deze figuren zijn alle drie de eenheidsfundamenten 12' (respectievelijk 12, respectievelijk 12") tot op hun lengte-afmetingen 35 identiek opgebouwd. De eenheidsfundament en 12, 12’, 12" bezitten een doorsnede in de vorm van een trog 31, die een-vertikaal gedeelte, een daarop aansluitend afgerond gedeelte en een enigszins schuin naar binnen '8200411 - 9 - en naar beneden verlopend gedeelte bezit, waarop naar beneden een verti- · kale rand 28 aansluit. Ter plaatse van het boveneinde van de trog 31 is aan de buitenzijde rondom een tegenflens 23 bevestigd.
Volgens de uitvinding is slechts bij de beide grootste eenheids-5 fundamenten 12', respectievelijk 12" tussen de tegenover elkaar gelegen lange zijden (fig. 5S 7» 10 - 11) een tussendrager 17, respectievelijk 17' te plaatsen, waarvan de kopeinden ten opzichte van de trog 31 complementaire steungebieden 18b en een kopwand 29 bezitten, welke tegenover de vertikale wand 28 van het eenheidsfundament 12', 12" ligt.
10 Volgens figg 10, die de verhoudingen bij het eenheidsfundament 12' weergeeft, bestaat de tussendrager 17 uit twee vast met elkaar verbonden holte balken 17a, respectievelijk 17¾» die elk vertikaal staande zijwanden 26, 27 bezitten, waarmede zij direkt tegen elkaar liggen. Bij voorkeur is de tussendrager 17 echter als een enkel bouwelement uitge-15 voerd, waarbij dan in plaats van de wanden 26, 27 slechts een tussenwand aanwezig is, die is ingezet tussen de bodem en de gordingsplaat 21, en wel in het bijzonder ingelast.
Aan zijn bovenste zijkanten bezit de tussendrager 17 trappen 31a, die volgens 'fig. 10 bij ingebouwde tussendrager 17 hetzelfde ver-20 loop en dezelfde plaatsing bezitten als de troggen 31 van de eenheidsfun-^r' damenten 12', 12". Tussen de beide·spiegelbeeldig ten opzichte van elkaar geplaatste troggen 31a van de tussendrager 17 bevindt zich een bovenste, horizontale gordingsplaat 21. Onder aan de troggen 31a sluitèn::vertikale wanden 28a aan, die overeenkomen met de vertikale wanden 28 van het • 25 eenheidsfundament 12".
. De slechts in fig. 7 aangeduide tussendrager 17* is voor wat be treft de vorm en plaatsing van de steungebieden 18b en de troggen 31a gelijk " gevormd als de in fig. 10, 11 weergegeven tussendrager 17·
Tussen de kopwanden 29 en de steungebieden 18b van de tussendra- ; 30 - ger 17 (17') en de vertikale wanden 28, respectievelijk de troggen 31 van de eenheidsfundamenten 12' (12") is een ruimte aanwezig, die met aanvankelijk vloeibaar en vervolgens hardende kunststof 32 is opgevuld. Een vaste verbinding tussen de kopwanden 29 en de vertikale wanden 28 wordt bewerkstelligd door schroeven 30.
35 De troggen 31a en.de ongeveer op het laagste gedeelte onder aan de troggen aansluitende vertikale wand 28a vormen samen met de trog 31 en de vertikale wand 28 van het eenheidsfundament 12' verkleinde, recht- 8200411 ' ...........
- 10 - hoekige fundamenten.
Volgens fig. 10 is links ran de tussendrager 17 het platform 16 van het naast kleinere eenheids fundament 12 geplaatst. Het platform 16 is aan de omtrek voorzien van een steungehied 18, dat complementair aan 5 de trog 31 convex van vorm is. Het steungehied 18 past bijgevolg zowel in de trog 31 van het eenheidsfundament 12’ als in de trog 31a van de tussendrager 17» zoals in fig. 10 in detail is weergegeven.
Bovendien is in de tussen de tussendrager 17 en de ene rand van het eenheidsplatform 12' aanwezige opening 19 het deksel 20 geplaatst, 10 dat ter plaatse van de onderrand eveneens is voorzien van convexe steun-gebieden 18a, die complementair zijn ten opzichte van de troggen 31 respectievelijk 31a. De steungebieden 18, 18a en de troggen 31, 31a worden eveneens door aanvankelijk vloeibare en vervolgens uithardende kunststof 32 op afstand gehouden. Het uitvloeien van de kunststof tijdens het 15 inbrengen wordt door elastische afdichtingen 36 verhinderd, die de de kunststof opnemende ruimten naar onder toe afdichten.
Rondom het platform 16 en het deksel 20 zijn horizontale flenzen 22 aangebracht, die op een geringe afstand liggen van de tegenflenzen 23, respectievelijk de gordingplaat 21. Door in de flenzen, respectievelijk 20 de gordingsplaat 21 aangebrachte boringen 37, 38 , kunnen schroeven 2h worden gestoken, die-vran moeren 39 zijn voorzien en de vaste verbinding tussen het eenheidsfundament 12’, respectievelijk de tussendrager 17 en het platform 16, respectievelijk de deksel 20 tot stand brengen. De gor-dingsplaat 21 komt bij gevolg "qua vorm en plaatsing overeen met de te-25 genflens 23.
De holle balken 17a, 17b zijn aan hun bodem voorzien van montage-openingen 25, waardoorheen de schroef 2k, respectievelijk''de bijbehorende moeren 39 kunnen worden gehanteerd.
Tussen de bevestigingsflenzen 22 en de tegenflens 23,· respectie-30 velijk de gordingsplaat 21 kunnen ook de gestelmiddelen werkzaam zijn, die voor het inbrengen van de vloeibare kunststof 32 in de troggen 31 het uitrichten van het platform, respectievelijk eventueel het deksel 20 ten opzichte van het hoofdreferentievlak (Hauptmeszleistenebene) van het schip mogelijk maken, zoals in het Duitse octrooischrift 20 58 069 in - 35" detail is beschreven.
Terwijl door de tussen de steungebieden 18 en 18a en de troggen ' 31, respectievelijk 31a ingebrachte kunststof 32 (fig. 10) het uitrichten 8200411 - 11 - van het platform 16 en le deksel 20 ten opzichte van het hoofdreferentie-vlak van het schip kan -worden gefixeerd, dient de tussen het steungehied l8h van de tussendrager 17 en de trog 31, alsmede de kopwand 29 en de ver-tikale wand 28 ingebrachte kunststof 32 (fig. 12) ervoor eventuele tole-5 ranties te vereffenen. Altijd dient de tussendrager 17 zo te worden geplaatst, dat zijn trog 31a, zijn vertikale wand 28a en zijn gordings-plaat 21 praktisch een voortzetting van de troggen 31, de vertikale wanden 28, respectievelijk de tegenflenzen 23 van de eenheidsfundamenten 12’,-respectievelijk 12" vormen.
10 Het monteren van het eenheidsplatform 16', respectievelijk 16".
volgens de uitvinding onder gebruikmaking van een tussendrager 17, respectievelijk 17' geschiedt als volgt :
Eerst wordt de tussendrager 17 op de de juiste opening voor het ·_ eenheidsplatform 16 vormende plaatst (fig. 5) aangebracht. Zodra onder 15' toepassing van geschikte hulpmiddelen de tussendrager 17 een zodanige positie heeft, dat zijn trog 31a, zijn vertikale wand 28a en zijn gor-dingsplaat 21 praktisch een voortzetting vormen van de trog 31, de vertikale wand 28, respectievelijk de tegenflens 23 van het eenheids fundament 12’, wordt de tussenruimte tussen de vertikale wand en de kopwand 20 29 van onderderen en aan de zijkanten door een afdichting 36 afgedicht.
Aan de zijden strekt de afdichting zich ook naar boven toe uit tot door de tussenruimte tussen het steungebied 28b en de trog 31 (fig· 12). Vervolgens wordt de tussenruimte tussen de vertikale wand 28 en de trog 31 enerzijds en de kopwand 29 en het steungebied 28b'·anderzijds gevuld 25 met vloeibare kunststof. Zodra de kunststof verhard is wordt de thans volledig gejusteerde verbinding tussen het eenheids fundament 12* en de tussendrager 17 door de schroeven 30 gefixeerd.
Er zijn thans praktisch twee verkleinde eenheidsfundamenten aan- • y wezig, in het grootste waarvan het platform 16 dwars wordt geplaatst en 30 in het kleinste waarvan de deksel 20 wordt geplaatst. Ea uitrichting van het eenheidsplatform 16 en eventueel ook van de deksel 20 ten opzichte van het hoofdreferentievlak van het schip worden de afdichtingen 36 ingébracht en wordt de tussenruimte tussen de steungebieden 18, 18a en de troggen 31, 31a met kunststof volgegoten, waardoor na verharding van de 35 kunststof de gejusteerde positie van het platform 16 en het deksel 20 wordt gefixeerd. Door middel van schroeven 2k vindt dan de definitieve fixatie van het eenheidsplatform 16 en het deksel 20 aan het eenheids-. fundament 12', respectievelijk de tussendrager 17 plaats.
8 2 0 0 4 1 1 ‘ ................"

Claims (17)

1. Eenheidsplatform-fundament-systeem voor schepen met tenminste twee een rechthoekige opening in het scheepsdek omsluitende, overeenkomstig rechthoekige eenheidsfundamenten en tenminste twee op deze een-heidsfundamenten passende rechthoekige eenheidsplatformen,die een hoven 5 en onder het scheepsdek uitstekende, met het platform een vooraf vervaardigde houweenheid vormende installatie, zoals een hevapenings-, vuurleidings-, schijnwerper- en/of navigatie-installatie, dragen en door middel van enkelvoudig gevormde steungebieden via hoogtegestelmid-delen, bijvoorbeeld via een na uitrichten ten opzichte van het hoofdre-10 ferentievlak (Hauptmeszleistenebene) in een tussen het eenheidsfundament en het eenheidsplatform in vloeibare vorm ingebrachte en vervolgens verharde kunststoflaag op de bijbehorende eenheidsfundamenten steunen, met het kenmerk, dat het grootste van tenminste twee ongelijke, rechthoekige eenheidsfundamenten (12f, 12") een breedte (b’, b") .bezit, die gelijk 15 is aan de lengte (l, 1’) van het kleinste eenheidsfundament (12, 12’).
2. Systeem volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat drie eenheidsfundamenten van verschillende grootten (12, 12', 12") aanwezig zijn, waarbij de breedte (bf, b") van het naast grotere eenheidsfundament gelijk is aan de lengte (l, 1’) van het naast kleinere .
3. Systeem volgens conclusie 1 of 2 met het kenmerk, dat de lengte en de breedte van elk eenheidsfundament (12, 12’ ,12") ongeveer 1 m verschillen. 1;. Systeem volgens een van de voorgaande conclusies met het kenmerk, dat.het kleinste eenheidsfundament 12 een verhouding van lengte : breedte • 25 bezit van omstreeks : 3-
5. Systeem volgens een van de voorgaande conclusies met het kenmerk, dat het tweede eenheidsfundament (12J) een verhouding van lengte : breedte bezit van ongeveer 5 :
6. Systeem volgens een van de voorgaande conclusies met het kenmerk, 30 dat het tweede eenheidsfundament (12") een verhouding van lengte : breedte bezit van ongeveer 6:5·
7. Systeem volgens een van de voorgaande conclusies met het kenmerk, dat bij toepassing op schepen (13, 1*0 van verschillende grootten, het kleinste schip (13') steeds is voorzien van kleinere, rechthoekige een- . 35 heidsfundamenten (12) als het grootste schip (1*0. • 82 0 0 4 1 1-.............-................-.....—-----------------------------------------— - 13 -
8. Systeem volgens een van de conclusies 1 - 6 met het kenmerk, dat op een en hetzelfde schip (15) tenminste twee volgens de uitvinding naar grootte getrapte, rechthoekige eenheidsfundamenten (12) aanwezig zijn. 5 9· Systeem volgens een van de voorgaande conclusies met het kenmerk, dat in tenminste een van de grotere eenheidsfundamenten (12’, 12") een voor het naast kleinere èenheidsfundament (12, 12') hestemd eenheids-, platform (16, 16') dwars is geplaatst.
10. Systeem volgens conclusie 9 met het kenmerk, dat ter ondersteu-10 ning van de vrije, lange zijde van het eenheidsplatform (16, 16') tussen de "beide lange zijden van het eenheidsfundament (12’, 12”) een tussen-drager (17) is geplaatst, waarvan de naar het eenheidsplatform (16, 16’) toegekeerde zijde overeenkomstig aan het eenheidsfundament (12’, 12”) is gevormd en waarvan de op het eenheidsfundament (12*, 12") rustende 15 eindgehieden (18b) overeenkomend met de steungebieden (18) van het eenheidsplatform (16, 16') zijn gevormd.
11. Systeem volgens conclusie 9 of 10 met het kenmerk, dat de naast het eenheidsplatform (16, 16') resterende opening (19» 19') door een rechthoekig deksel (20,’20') is afgedekt.
12. Systeem volgens conclusie 10 en 11 met het kenmerk, dat het steungebied (18a) van het deksel (20, 20') overeenkomstig de. steungebieden (18) van het eenheidsplatform (16, 16') zijn gevormd en de naar het . deksel (20, 20') toegekeerde zijde van de tussendrager (17» 17’) over- . eenkomend met het eenheidselement (12’, 12").
13. Systeem volgens conclusie 12 met het kenmerk, dat de tussendra ger (17) een zodanige breedte bezit, dat zijn bovenste langszijden de vorm bezitten van het eenheidsfundament en. dat daartussen de beide met het steungebied (18) van het eenheidsplatform (-16, 16') overeenkomende eindgebieden (l8b) zijn geplaatst.
14. Systeem volgens conclusie 11-13 met het kenmerk, dat oók het deksel (20, 20') een installatie draagt.
15. Systeem volgens conclusie 10-14 met het kenmerk, dat de tussendrager 1'7 een bovenste gordingsplaat (21) bezit en dat aan het eenheidsplatform (16), respectievelijk in het deksel (20) rondom bevestigings-35 flenzen (22) aanwezig zijn, welke tegenover de gordingsplaat (21), respectievelijk een rondom het eenheidsfundament (121, 12”) aangebrachte o tegenflens (22) liggen, zodanig, dat de bevestigingsflenzen (22) door 82 0 0 4 1 1 - 1U - schroeven (2k) met de gordingsplaat, respectievelijk de tegenflens (22) verbindbaar zijn.
16. Systeem volgens conclusie 15 met het kenmerk, dat de uit een stuk "bestaande tussendrager (17) hol is uitgevoerd en aan de onderzijde is 5 voorzien van montage-openingen (25).
17· Systeem volgens conclusie 16 met het kenmerk, dat de uit een stuk "bestaande tussendrager (17) twee axiale, holle ruimten (17a, 17¾) bezit, waartussen vlakke, vertikale tussenwanden (26, 27) aanwezig zijn en die ten opzichte van de wanden (26, 27) ten opzichte van elkaar 10 spiegelbeeldvormige doorsneden bezitten.
18. Systeem volgens conclusie 10-17 met het kenmerk, dat de tussendrager (17) in wezen een hoogte bezit, die overeenkomt met de hoogte van een vertikale wand (28) aan het eenheidsfundament (12', 12") en kopwan-den (29) "bezit, die met de vertikale wand (28) door schroeven (30) ver-15 bindbaar zijn.
19· Systeem volgens een van dé voorgaande conclusies met het kenmerk, dat het eenheidsfundament (12, 12', 12”), respectievelijk de tussendrager (1T, 17*) troggen (31) bezitten, waarin de ten opzichte daarvan complementair gevormde, convex gekromde steungebieden (18, 18a, 18b) van 20 het eenheidsplatform (16, 16’), respectievelijk van het deksel (20, 20') respectievelijk van de tussendrager (17, 17’) onder tussenvoeging van een kunststoflaag (32) passen. t 8 2 0 0 4 1 1 ..... ............~—......
NL8200411A 1981-02-13 1982-02-03 Eenheidsplatform-fundament-systeem voor schepen. NL193657C (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
DE19813105349 DE3105349C2 (de) 1981-02-13 1981-02-13 Einheits-Plattform-Fundament-System bei Schiffen
DE3105349 1981-02-13

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8200411A true NL8200411A (nl) 1982-09-01
NL193657B NL193657B (nl) 2000-02-01
NL193657C NL193657C (nl) 2000-06-06

Family

ID=6124833

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8200411A NL193657C (nl) 1981-02-13 1982-02-03 Eenheidsplatform-fundament-systeem voor schepen.

Country Status (8)

Country Link
JP (1) JPS57151488A (nl)
AU (1) AU543611B2 (nl)
CA (1) CA1200721A (nl)
DE (1) DE3105349C2 (nl)
ES (1) ES8301802A1 (nl)
FR (1) FR2499930B1 (nl)
GB (1) GB2095373B (nl)
NL (1) NL193657C (nl)

Families Citing this family (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE3150895A1 (de) * 1981-12-22 1983-07-14 Blohm + Voss Ag, 2000 Hamburg Kampfschiff mit ueber elektronische steuergeraete verbundenen anlagen
DE3305322A1 (de) * 1983-02-16 1984-08-16 Blohm + Voss Ag, 2000 Hamburg Schiff mit mehreren decks und entlang den decks verlaufenden laengs- und quertragelementen
DE3414068C2 (de) * 1984-04-13 1986-12-18 Blohm + Voss Ag, 2000 Hamburg Funktions-Einheits-System auf Kampfschiffen
US6941888B2 (en) * 2003-12-16 2005-09-13 Roshdy George S. Barsoum Hybrid ship hull
DE102019200356A1 (de) * 2019-01-14 2020-07-16 Thyssenkrupp Ag Kriegsschiff mit Waffenmodul
CN114132431A (zh) * 2022-01-07 2022-03-04 江南造船(集团)有限责任公司 一种凸甲板结构及液化气船

Family Cites Families (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3363597A (en) * 1966-07-27 1968-01-16 Gen Dynamics Corp Ship and method of construction
DE2056069C3 (de) * 1970-11-14 1979-02-15 Blohm + Voss Ag, 2000 Hamburg Funktionseinheit auf Schiffen für Waffen-, Feuerleit- oder Ortungsanlagen

Also Published As

Publication number Publication date
JPH0253274B2 (nl) 1990-11-16
GB2095373B (en) 1985-05-15
CA1200721A (en) 1986-02-18
FR2499930A1 (fr) 1982-08-20
NL193657B (nl) 2000-02-01
NL193657C (nl) 2000-06-06
ES509328A0 (es) 1982-12-16
AU543611B2 (en) 1985-04-26
JPS57151488A (en) 1982-09-18
DE3105349C2 (de) 1983-02-10
ES8301802A1 (es) 1982-12-16
AU7993082A (en) 1982-08-19
GB2095373A (en) 1982-09-29
DE3105349A1 (de) 1982-09-23
FR2499930B1 (fr) 1985-09-06

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5390620A (en) Floatable dock
NL8400465A (nl) Schip met verscheidene dekken en langs de dekken lopende langs- en dwarsdragerelementen.
NL8200411A (nl) Eenheidsplatform-fundament-systeem voor schepen.
BR9600713A (pt) Sistema de construção para armações racks e invólucro sub- racks e cabines
SU1342407A3 (ru) Секци желоба цепного скребкового конвейера
PL297391A1 (en) Balcony
IE850200L (en) Fish breeding enclosure
US3797099A (en) Method for forming a ship hull section
US5899161A (en) Ship with plane area elements which extend horizontally and are located in the hull of the ship
ES8700620A1 (es) Perfeccionamientos en la construccion de buques
SU870239A1 (ru) Модульна судова надстройка
SE8000408L (sv) Moduluppbyggda burar
EP0611957B1 (en) Weighing device, particulary for mounting on a vehicle
EP0018187B1 (en) Head section for a formwork beam
DK154097B (da) Rammeelement til understoetning af daeksler eller riste samt daeksel til anvendelse i forbindelse med rammeelementet
ES2226278T3 (es) Procedimiento de construccion naval.
HUP9800388A2 (hu) Járható palló, különösen palló állvány építéséhez
SU745963A1 (ru) Кожух катодный алюминиевого электролизера
SU1579835A1 (ru) Рама транспортного средства
GB2103976A (en) Rolling mill housing
SU1070828A1 (ru) Узел соединени металлической башни с железобетонным понтоном плавучего композитного дока
SU1662901A1 (ru) Сборно-разборна тара
SU984923A1 (ru) Грузовой трюм судна дл перевозки лихтеров
SU1039783A1 (ru) Платформа транспортного средства
DE3474576D1 (en) Cross-member to support a connection by a two-piece connecting element

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
CNR Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection)

Free format text: BLOHM + VOSS GMBH

DNT Communications of changes of names of applicants whose applications have been laid open to public inspection

Free format text: BLOHM + VOSS HOLDING AG

V4 Lapsed because of reaching the maximum lifetime of a patent

Free format text: 20020203

Free format text: 20020203