[go: up one dir, main page]

NL8002730A - Werkwijze en inrichting voor het op een bord plaatsen van elementen. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het op een bord plaatsen van elementen. Download PDF

Info

Publication number
NL8002730A
NL8002730A NL8002730A NL8002730A NL8002730A NL 8002730 A NL8002730 A NL 8002730A NL 8002730 A NL8002730 A NL 8002730A NL 8002730 A NL8002730 A NL 8002730A NL 8002730 A NL8002730 A NL 8002730A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
circuit elements
shutter
chip
type
plate
Prior art date
Application number
NL8002730A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Sony Corp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Sony Corp filed Critical Sony Corp
Publication of NL8002730A publication Critical patent/NL8002730A/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H05ELECTRIC TECHNIQUES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • H05KPRINTED CIRCUITS; CASINGS OR CONSTRUCTIONAL DETAILS OF ELECTRIC APPARATUS; MANUFACTURE OF ASSEMBLAGES OF ELECTRICAL COMPONENTS
    • H05K13/00Apparatus or processes specially adapted for manufacturing or adjusting assemblages of electric components
    • H05K13/04Mounting of components, e.g. of leadless components
    • H05K13/0478Simultaneously mounting of different components
    • H05K13/0482Simultaneously mounting of different components using templates; using magazines, the configuration of which corresponds to the sites on the boards where the components have to be attached

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Manufacturing & Machinery (AREA)
  • Microelectronics & Electronic Packaging (AREA)
  • Supply And Installment Of Electrical Components (AREA)
  • Chutes (AREA)

Description

•V * T Tj/Se/1127 Sony
Werkwijze en inrichting voor het op een bord plaatsen van elementen.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze en een inrichting voor het op een bord plaatsen van schake-lingelementen van het chip-type, en meer in het bijzonder op een werkwijze en een inrichting voor het op een bord 5 plaatsen van een aantal schakelingelementen van het chip-type.
*
Schakelingelementen van het chip-type zoals weerstanden, condensatoren en dioden zijn algemeen bekend. Deze zijn vervaardigd van een stuk materiaal, dat voorzien is 10 van elektroden, en worden vaak gebruikt voor hybride-ge-integreerde schakelingen. Wanneer schakelingelementen van het chip-type op een bord met gedrukte bedrading gemonteerd moeten worden, worden deze schakelingelementen gewoonlijk door werkkrachten stuk voor stuk op het bord met 15 gedrukte bedrading gemonteerd.
Voor het stuk voor stuk door werkkrachten positioneren van de schakelingelementen is echter een enorme hoeveelheid tijd en omslachtig werk nodig, hetgeen resulteert in een verhoging van de fabricagekosten. Daarom is ge-20 tracht de schakelingelementen op bepaalde posities te arrangeren door deze door cilindrische pijpen te transporteren, waarbij gebruik gemaakt wordt van de zwaartekracht of van pneumatische druk. Wanneer cilindrische aansluitdraadloze schakelingelementen of schakelingelementen van het chip-25 type door cilindrische pijpen worden getransporteerd, houden deze echter een vertikaal gerichte stand. De schakelingelementen moeten daarom met bepaalde middelen gekanteld worden. Bovendien zullen de polaire elementen zoals dioden, tenzij deze in dezelfde richting gekanteld worden, niet 30 alle juist worden aangebracht. Bovendien zal niet een bevredigend rendement worden bereikt tenzij veel schakelingelementen met één bewerking worden gekanteld.
Een doel van de huidige uitvinding is een inrichting afin ? 7 τη -2- te verschaffen, die veel schakelingelementen van het chip-type in één handeling op een bord aan kan brengen.
Een ander doel van de huidige uitvinding is een inrichting te verschaffen, die schakelingelementen van het 5 chip-type op een bord aan kan brengen, terwijl deze elementen de juiste richting houden.
Weer een ander doel van de huidige uitvinding is een inrichting te verschaffen, die veel cilindrische schakelingelementen van het chip-type, die in vertikale stand worden . 10 toegevoerd met één enkele handeling van een eenvoudig geconstrueerde inrichting kan kantelen.
Weer een ander doel van de huidige uitvinding is een inrichting te verschaffen, die schakelingelementen van het chiptype met verschillende afmetingen op een*zodanige wijze 15 op een bord aan kan brengen, dat de bovenoppervlakken daarvan alle in hetzelfde vlak liggen.
Weer een ander doel van de huidige uitvinding is een inrichting te verschaffen, die de schakelingelementen van het chiptype, die aangebracht zijn op een bord, over kan 20 brengen op een bord met gedrukte bedrading, terwijl de elementen de juiste stand houden.
De constructie van de huidige uitvinding omvat een inrichting,voor het op een bord plaatsen van schakelingelementen van het chip-type, omvattende: 25 . toevoemagazijnen voor het opnemen van een aantal ci lindrische schakelingelementen van het chip-type; een aantal opneemmiddelen voor het tijdelijk opnemen van door de toevoermagazijnen afgegeven schakelingelemen-ten; 30 onder de opneemmiddelen geplaatste beweegbare slui- termiddelen voor het opnemen van de in elk van de opneemmiddelen opgenomen schakelingelementen; en een malplaat, die onder de sluitermiddelen wordt 35 geplaatst en een aantal opneemgedeelten heeft met een aantal , dat overeenkomt met het aantal van de opneemmiddelen; waarbij de schakelingelementen, wanneer de sluitermiddelen over een bepaalde afstand worden verschoven,in de 8002730 -3- * t opneemmiddelen worden gekanteld, en wanneer de sluitermid-delen van de opneemmiddelen worden verwijderd, de schake-lingmiddelen op de opneemgedeelten van de malplaat kunnen vallen.
5 Andere doeleinden, kenmerken en voordelen van de hui dige uitvinding zullen duidelijk worden uit de volgende gedetailleerde beschrijving van voorbeelden daarvan aan de hand van de bijgevoegde tekeningen.
Figuur 1 is een schematisch vooraanzicht, dat de 10 hele opzet van een produktiesysteem volgens een uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding toont, toegepast op een inrichting voor het in een systeem voor het vervaardigen van hybride-geintegreerde schakelingen plaatsen van schake-lingelementen van het chip-type? ·* 15 Figuur 2 is een dwarsdoorsnede dat op grotere schaal belangrijke gedeelten van de inrichting toont?
Figuur 3 is een perspektivisch aanzicht van een geleiding voor het kantelen van de schakelingelementen?
Figuur 4 is een dwarsdoorsnede van een positionerings-20 plaats, gezien in fig.2 uit de richting van de lijn IV-IV?
Figuur 5 is een met fig.2 overeenkomende dwarsdoorsnede, die de werking toont voor het kantelen van de schakelingelementen van het chip-type?
Figuur 6 is een vooraanzicht dat een onderste gedeel -25 te van het systeem voor het produceren van schakelingelementen toont?
Figuur 7 is een zijaanzicht daarvan?
Figuur 8 is een dwarsdoorsnede volgens de lijn VIII-VIII in fig.6? 30 Figuur 9 is een perspektivisch aanzicht dat de onder- steuningsconstructie voor een sluiter toont?
Figuur 10 is een dwarsdoorsnede van een malplaat?
Figuur 11 is een bovenaanzicht van een groot gedeelte daarvan ? 35 Figuur 12 is een dwarsdoorsnede van de malplaat waar op een bord met gedrukte bedrading is geplaatst?
Figuur 13 is een dwarsdoorsnede welke een gemodificeerde uitvoeringsvorm van de malplaat toont? en 8002730 -4-
Figuur 14 is een dwarsdoorsnede die een andere gemodificeerde uitvoeringsvorm van de malplaat toont.
De uitvinding wordt hierna beschreven onder verwijzing naar een uitvoeringsvorm daarvan. De uitvoeringsvorm 5 heeft betrekking op het geval, wanneer de huidige uitvinding toegepast wordt op een inrichting voor het aanbrengen van de schakelingelementen in een systeem voor het vervaardigen van hybride-geintegreerde schakelingen. In het systeem voor het vervaardigen van hybride-geintegreerde 10 schakelingen, worden kleine schakelingelementen van het chip-type toegevoerd uit een inrichting voor het toevoeren van schakelingelementen en na bepaalde posities op een malplaat geleid d.m.v. aanbrengmiddelen. Aan de andere kant wordt van tevoren op de bepaalde plaats van een bord met 15 gedrukte bedrading een kleefmiddel gedrukt. Het bord met gedrukte bedrading wordt dan op de malplaat met de schakelingelementen geplaatst, zodat de schakelingelementen van het chip-type naar de zijde van de bedrukte onderlaag worden overgebracht tengevolge van het kleefmiddel. Daarna laat 20 men het kleefmiddel uitharden onder invloed van lichtstraling of warmtestraling om de schakelingelementen tijdelijk vast te zetten. Kapvormige aansluitgedeelten of elektroden aan beide einden van. de schakelingelementen van het chip-type worden dan door soldeerdompelen elektrisch verbonden 25 met elektrisch geleidende patronen op de bedrukte onderlaag, zodat een bepaalde schakeling wordt gevormd.
Fig.l toont een inrichting waarin schakelingelementen die door uitneeminrichtingen E uit toevoermagazijnen H zijn genomen en die door pijpen 1 kunnen vallen, naar 30 opneemmiddelen 3 worden geleid, via een opneemmagazijn 2.
Alhoewel fig.l slechts één toevoermagazijn H toont, is elk van de pijpen 1 met een toevoermagazijn H verbonden. De schakelingelementen die naar de opneemmiddelen 3 zijn geleid worden zijdelings gekanteld door een sluiter, die la-35 ter genoemd zal worden, en worden opgenomen in elk van de schakelingelement opnemende uitsparingen van een malplaat 5, wanneer de sluiter wordt geopend. Een bord met gedrukte bedrading wordt dan op een malplaat 5 geplaatst, waarbij op het bord een kleefmiddel is aangebracht zoals boven om- 8002730 -5- schreven, waarna de elementen naar het bord met gedrukte bedrading worden overgebracht.
Het opneemmagazijn 2 bestaat uit een bovenste plaat 6, een onderste plaat 7, en leidingen 8, die de boven-5 plaat 6 met de onderplaat 7 verbinden.
Op de bovenplaat 6 van het magazijn 2 is een verbin-dingsplaat 9 aangebracht. Verder zijn gaten voor het doorlaten van schakdingelementen in de verbindingsplaat 9 aangebracht die in verbinding staan met de pijpen 1 welke 10 weer samenvallen met de gaten voor de schakelingelementen in de bovenste plaat 6f waardoor de door de pijpen 1 geleide schakelingelementen in de leidingen 8 van het magazijn worden gebracht, waarbij deze door de in de -verbindings-plaat 9 gevormde gaten en door de in de bovenplaat 6 van 15 het magazijn 2 gevormde gaten bewegen. De ondereinden van de leidingen 8 van het magazijn 2 zijn door middel van verbindingspijpen 10 met de onderplaat 7 verbonden, en de schakelingelementen van het chip-type die door de pijpen 8 vallen worden in de opneemmiddelen 3 naar binnen geleid 20 via de verbindingspijpen 10.
De opneemmiddelen 3 worden door een gestel 11 ondersteund, dat, gezien in fig.l naar rechts en links kan bewegen vanwege twee aan de achterzijde daarvan bevestigde stangen 12. De opneemmiddelen 3 en de onderplaat 7 bewegen dus 25 tezamen met het gestel 11 in fig.l gezien in de richting naar rechts en links.
Bovendien wordt het paar boven en onderplaten 6,7 dat het magazijn 2 vormt gekoppeld door montagegestellen 13, die in fig.l met streep-stippellijnen zijn aangegeven.
30 Door de bovenplaat 6 en de onderplaat 7 met de montagegestellen 13 te verbinden, kan het magazijn 2 als een eenheid worden geconstrueerd. Wanneer de bovenplaat 6 losgemaakt is van de verbindingsplaat 9, is de onderplaat 7 los van de opneemmiddelen 3 en verder, wanneer het maga-35 zijn 2 , in fig.l naar links bewogen is door een beweging van het gestel 11, kan het gehele magazijn 2 van het pro-duktiesysteem worden verwijderd. In de praktijk wordt een aantal magazijnen klaargemaakt afhankëijk van de te vervaar- fl η n 9 7 7 n -6- digen partijen schakelingborden en de magazijnen worden afhankelijk van de partij vervangen. Dienovereenkomstig hoeven de leidingen 8 niet opnieuw gekoppeld te worden wanneer de instelling gewijzigd wordt, waardoor het möge-5 lijk is om de tijd die nodig is voor het voorbereiden of wijzigen van de instelling te minimaliseren.
De onder de onderplaat 7 van het magazijn 2 aangebrachte opneemmiddelen 3 hebben een laarsvormige geleiding 15 om de schakelingelementen te doen kantelen, zoals 10 in fig.2 en 3 wordt getoond. Het bovenste gedeelte van de geleiding 15 is cilindrisch, zoals in fig.3 wordt getoond, en het ondereinde heeft de vorm van een laars.
Aan het ondereinde is een uitstekend gedeelte 14 gevormd, dat zich uitstrekt in een richting loodrecht,op de hart-15 lijn van het cilindrische gedeelte. In fig.2 is te zien, dat het uitstekende gedeelte van één geleiding 15 is weergegeven waar het uitstekende gedeelte van een andere geleiding niet wordt getoond, omdat dit in een richting verloopt loodrecht op het oppervlak van het papier. Dit is in te 20 zien aan de hand van fig.4. Het uitstekende gedeelte 14 van de geleiding 15 kan dus in een willekeurige richting verlopen, onafhankelijk van andere geleidingen 15. De boven en ondereinden van de geleiding 15 zijn open. Het boveneinde van de geleiding 15 wordt ondersteund door een 25 houderplaat 16, die de opneemmiddelen 3 vormt. De doorlaat-gaten 17 voor de schakelingelementen zijn namelijk in de houderplaat 16 gevormd zodanig, dat deze op de boveneinden van de geleidingen 15 passen, en op de doorlaatgaten 16 in de onderplaat 7. De verbindingsbuizen 10 zijn op de door-30 laatgaten 18 voor de schakelingelementen aangebracht.
Het ondereinde van de geleiding 15 wordt vastgehouden door een bevestigingsplaat 19. Zoals in fig.4 wordt getoond, zijn in de bevestigingsplaat 19 rechthoekige doorgaande gaten 20 gevormd met een vorm, die nagenoeg gelijk is aan 35 het ondereinde van de geleiding 15. Aan de voor- en achterranden van de doorgaande gaten 20 zijn stevige bevesti-gingsgedeelten 21 gevormd. De geleiding 15 is dankzij de bevestigingsgedeelten 21 demontabel aan de bevestigingsplaat 19 vastgemaakt. Het onderoppervlak van de bevesti- 8002730 r » -7- gingsplaat 19 is aangebracht op een bodemplaat 22 van de opneemmiddelen 3. Doorgaande gaten 23 met nagenoeg dezelfde afmeting als de bovengenoemde rechthoekige doorgaande gaten 20 zijn in de bodemplaat 22 aangebracht en vallen samen 5 met de doorgaande gaten 22. De in de bevestigingsplaat 19 en in de bodemplaat 22 gevormde doorgaande gaten 20,23 lopen ofwel in de lengterichting of in de breedterichting van de opneemmiddelen 3. Verder is een afstandsstuk 24 tussen de houderplaat 16 en de bevestigingsplaat 19 van de 10 opneemmiddelen 3 aangebracht.
In fig.6 t/m 9 is een sluiter 25 weergegeven, die beweegbaar onder de opneemmiddelen 3 is geplaatst. De sluiter 25 bestaat uit een roestvaststalen plaat met een dikte van 0,lmm tot 0,15 mm en deze wordt ondersteund door een 15 gestel 26. Het gestel 26 dat de sluiter 25 ondersteund is zo geconstrueerd, dat dit zowel in de langsrichting als in de breedte richting van de opneemmiddelen 3 kan bewegen.
Het gestel 26 wordt namelijk verschuifbaar ondersteund door een paar stangen 27, en kan , gezien in fig.6, naar rechts 20 en links bewegen. Beide einden van de stangen 27 zijn bevestigd aan een paar stangsteunorganen 28. Verder worden de stangsteunorganen 28 verschuifbaar ondersteund door stangen 29, die in fig.7 gezien naar rechts en links kunnen bewegen. Om kort te gaan, de sluiter 25 kan in de langs- en 25 in de breedterichting van het opneemorgaan 3 bewegen door de stangen 27 en 29, die loodrecht op elkaar staan.
De sluiter 25 wordt veerbelast door het gestel 26 ondersteund. In fig.8 en 9 is namelijk te zien, dat de beide randen van de sluiter 25 in de breedterichting daarvan door 30 klemhouders 30 zijn bevestigd die bestaan uit een paar bovenste en onderste platen 31,32. In het onderoppervlak van de bovenplaat 31 is een groef 33 met een dwarsdoorsnede in de vorm van een halve cirkel aangebracht, en op het boven-oppervlak van de onderplaat 32 is een rug 34 met een door-35 snede in de vorm van een halve cirkel gevormd. Het paar boven en onderplaten 31,32 wordt samengehouden door klembou-ten 35, waarbij een rand van de sluiter 25 tussen de groef 33 en de rug 34 ingeklemd wordt.
8002730 -8-
Bovendien is de klemhouder 30 welke de sluiter 25 vasthoudt, aan een spanhouder 37 bevestigd d.m.v. spanning-instelbouten 36. De spanningins telhout en 36 en de klem-bouten 35 zijn afwisselend aangebracht. De spanhouder 37 5 is bevestigd aan de buitenkant van tegenover liggende zijden van het gestel 26 met een —vorm, en een uitste kend stuk 38 vormt één geheel met de spanhouder 37 om deze in de langsrichting daarvan te spannen. Het bovenste gedeelte van het uitstekende stuk 38 heeft in dwarsdoorsnede ' 10 in hoofdzaak de vorm van een halve cirkel,zodat deze de van roestvaststaal vervaardigde sluiter 25 niet in zal kerven. Bovendien steekt het bovenste gedeelte van het uitstekende stuk 38 enigszins boven het bovenoppervlak van het ♦ t gestel 26 uit. Wanneer de klemhouder 30 dus op de spanhou-15 der 37 wordt bevestigd met de spanninginstelbouten 36, wordt op de sluiter 25 een toenemende trekkracht uitgeoefend waarbij deze sluiter in kontakt is met het uitstekende stuk 38 van de spanhouder 37; de sluiter 25 wordt met een grote trekkracht over het gestel 26 gespannen. Daardoor 20 wordt een voldoende vlakheid bereikt, zelfs wanneer de plaat welke de sluiter 25 vormt een kleine dikte heeft, en het doorhangen van de sluiter 25 wordt op doeltreffende verhinderd. Vanwege de hoge mate van vlakheid kan de sluiter verder tot zeer dicht bij de opneemmiddelen worden ge-25 bracht,waardoor de speling tussen de sluiter 25 en de mal-plaat 5 wordt verkleind.
De onder de sluiter 25 aangebrachte malplaat 5 wordt hieronder verder beschreven. Zoals in fig.10 wordt getoond, bestaat de malplaat 5 uit twee platen 41 en 42, die op 30 elkaar zijn aangebracht. In de malplaat 5 zijn uitsparingen 39 gevormd voor het opnemen van schakelingelementen 40 van het chip-type. Elk schakelingelement 40 heeft een paar elektroden 40a,40b, en heeft verder nagenoeg een cilindrische vorm. Fig.10 toont de malplaat 5 voor het opne-35 men van twee soorten schakelingelementen 40 van het chip -type met verschillende diameters; uitsparingen 39 voor het opnemen van schakelingelementen 40 met een kleine diameter bestaan alleen uit doorgaande gaten in de bovenplaat 8002730 * * -9- 41. Uitsparingen 39 voor het opnemen van schakelingelemen-ten 40 met een grote diameter bestaan uit doorgaande gaten in de bovenplaat 41 en in de onderplaat 42 gevormde uitsparingen. De diepte van de uitsparingen 39 varieert dus 5 afhankelijk van de afmetingen van het schakelingelement zodat, wanneer de van bedrading voorziene onderlaag 43 voorzien van een kleefmiddel op de malplaat 5 wordt geplaatst, de afzonderlijke schakelingelementen 40 met nagenoeg dezelfde contactdruk, onafhankelijk van de grootte van * 10 de schakelingelementen 40, met het bord met bedrukte bedrading 43 in contact komen. M.a.w. de schakelingelementen 40 in de uitsparingen 39 van de malplaat 5 komen op nagenoeg dezelfde hoogte daarmee in kontakt, onafhankelijk van de grootte van de diameter daarvan.
15 Zoals verder weergegeven is in fig.ll en 12, zijn in elke uitsparing 39 van de malplaat 5 aan beide langszijden uitsnijdingen 44 gevormd. Wanneer het bord 43 met bedrukte bedrading, waarop het kleefmiddel 45 is aangebracht, op de malplaat 5 wordt geplaatst, werken de uitsnijdingen 44 20 zodanig, dat het kleefmiddel 45 niet aan de malplaat 5 zal kleven. De schakelingelementen 40 van het chip-type hebben een cilindrische vorm en hebben kapvormige aansluitingen of elektroden aan beide einden in langsrichting. Daardoor wordt een centraal gedeelte van het schakelingelement 40 25 in contact gebracht met het kleefmiddel 45 dat op de bedrukte onderlaag 43 is aangebracht; de schakelingelementen 40 worden daardoor van de malplaat 5 op het bord 43 met gedrukte bedrading overgebracht. De uitsnijdingen 44 zijn dus op plaatsen aangebracht, die overeenkomen met het lijf 30 van de schakelingelementen 40 van het chip-type.
In fig.10 is te zien, dat de uitsparingen 49 voor het opnemen van grote schakelingelementen 40 gevormd worden door doorgaande gaten in de bovenplaat 41 en uitsparingen in de onderplaat 42, zodat de hoogte van grote schakeling-35 elementen aangepast is aan die van kleine schakelingelementen 40. Zoals bovendien in fig.13 is weergegeven kan de malplaat 5 samengesteld zijn uit veel, b.v. vijf dunne platen 46. In dit geval wordt het aantal platen, dat door- 8002730 -10- gaande gaten heeft gewijzigd afhankelijk van de grootte van de schakelingelementen 40, waardoor uitsparingen 39 met een diepte overeenkomend met de diameter van de schakelingelementen 40 wordt gevormd. Door de aldus geconstru-5 eerde malplaat 5 te gebruiken, kan de hoogte van de schakelingelementen aangepast worden zodanig, dat deze nage- - * -noeg op hetzelfde niveau liggen onafhankelijk van de grootte van de schakelingelementen 40, zoals in fig.13 wordt getoond. Zoals bovendien in fig.14 wordt getoond, kan de 10 breedte van de uitsparingen 39 in de malplaat 5 zodanig worden gevarieerd, dat de hoogte van de schakelingelementen 40 in de uitsparingen 39 nagenoeg gelijk uitkomt. In dit geval komen de schakelingelementen 40 niet geheel in con- •« tact met de bodem van de uitsparingen 39. Voor het vormen 15 van uitsparingen 39 in de malplaat 5 is het noodzakelijk om doorgaande gaten of uitgespaarde gedeelten in de platen aan te.brengen die de malplaat 5 vormen. In dit geval moeten de doorgaande gaten of de uitgespaarde gedeelten bij voorkeur gevormd worden door chemisch etsen. Deze bewer-20 king verdient de voorkeur omdat met de etstechniek een hoge precisie bereikt kan worden en het verder mogelijk is om veel doorgaande gaten of uitsparingen aan te brengen in één bewerking.
Zoals weergegeven is in de figuren 1,6,7 en 8, is 25 de malplaat 5 in de juiste positie op de houderplaat 47 aangebracht, die zodanig geconstrueerd is , dat deze met de malplaat 5 daarop naar beneden beweegt wanneer de schakelingelementen 40 op de juiste wijze in de malplaat 5 zijn aangebracht. De malplaat 5 wordt daarna van de opneemmidde-30 len 3 en de sluiter 25 gescheiden en wordt neergelaten in een positie waarin de volgende bewerking wordt uitgevoerd, d.w.z. wanneer het bord met gedrukte bedrading 43 daarop wordt geplaatst.
De werking van de aldus gevormde inrichting is als 35 volgt.
In fig.l is te zien, dat de schakelingelementen 40 van het chip-type worden toegevoerd van de toevoermagazij- 8002730 -linen H en het magazijn 2 bereiken via pijpen 1, waarbij deze elementen vrij vallen en onderweg geleid worden langs de leidingen 8 van het magazijn 2, daarna door verbindings-pijpen 10 bewegen die verbonden zijn met de leidingen 8, 5 en tenslotte de opneemmiddelen 3 bereiken, die weergegeven zijn in fig.2. De schakelingelementen 40 worden dan naar geleidingen 50 geleid om de schakelingelementen te kantelen, nadat deze door de gaten 17 in de houderplaat 16 van de opneemmiddelen 3 zijn bewogen. Tot op dit moment 10 kunnen de schakelingelementen van het chip-type vrij vallen. De schakelingelementen 40 bewegen in een richting evenwijdig aan de hartlijn daarvan. Dienovereenkomstig houden de schakelingelementen 40 die in de geleidingen 15 terecht komen een vertikale stand, zoals weergegeven is 15 in fig,2. De schakelingelementen 40 die in kontakt zijn met het bovenoppervlak van de sluiter 25 worden tijdelijk in de opneemmiddelen 3 vastgehouden.
Onder deze omstandigheden wordt de sluiter 25 zodanig bewogen, dat de schakelingelementen 40 van het chip-20 type worden gekanteld. De schakelingelementen 40 worden gekanteld wanneer het gestel 26 dat de sluiter 25 ondersteunt ir. naar rechts en links voortbewegen, gezien in fig.6, onderwijl geleid door stangen 27, zodat de sluiter 25 heen en weer wordt bewogen in de richting X in fig.4 25 Terwijl de sluiter 25 in de richting X wordt bewogen, worden de schakelingelementen in de geleidingen 15 waarvan de uitstekende gedeelten 14 in de richting X verlopen, eerst gekanteld, als weergegeven door de geleiding 15 aan de linkerzijde in fig.2. Zoals namelijk in fig.2 is te zien, 30 kantelt het schakelingelement 40 in de geleiding 15 aan de linkerzijde van fig.5 wanneer de sluiter 25 naar links wordt bewogen, omdat de bodem getrapt is. In dit geval kan het schakelingelement 40 draaien, zodat het ondereinde in het uitstekende gedeelte uitsteekt, maar het boveneinde 35 kan nooit in het uitstekende gedeelte 14 van de geleiding 15 terecht komen. Daardoor kan, onder gebruikmaking van de inrichting volgens de huidige uitvinding, een polair schakelingelement 40 , zoals b.v. een polaire condensa- 800 2 7 30 -12- tor en een diode op de juiste wijze worden aangebracht.
De slag voor de heen en weer gaande beweging van de sluiter 25 om de schakelingelementen te kantelen hoeft slechts enigszins groter te zijn dan de lengte van de schakeling-5 elementen 40, en kan een zeer kleine slag zijn gezien ten opzichte van de afmetingen van de gehele inrichting.
Wanneer de schakelingelementen 40 in de geleidingen 15 worden vastgehouden, in een stand, evenwijdig aan de geleiding 15 aan de linkerzijde van fig.2, d.w.z. wanneer de schake- . 10 lingelementen 40 in de geleidingen 15 worden vastgehouden waarvan de uitstekende gedeelten 14 naar rechts zijn gericht, worden deze schakelingelementen gekanteld wanneer de sluiter 25 gedwongen wordt naar rechts te bewegen.
De schakelingelementen 40 in de geleidingen 15, die 15 ondersteund worden in de doorgaande gaten 20 in de richting X in fig.4, worden alle gedwongen te kantelen. De sluiter 25 wordt dan gedwongen heen en weer te bewegen in de richting Y, gezien in fig.4. De heen en weer gaande beweging van de sluiter 25 wordt bereikt, door de stangsteunorganen ' 20 28 naar rechts en links te bewegen langs de stangen 29, zoals weergegeven in fig.7. Bij deze beweging beweegt het gestel 26 voor de sluiter in dezelfde richting tezamen met de stangen 27. Wanneer de sluiter 25 daarna in de richting Y beweegt, gezien in fig.4, worden de schakelingelementen 25 40 in de geleidingen 15, die door de doorgaande gaten in de richting Y worden ondersteund, alle gedwongen te kantelen,
De schakelingelementen 40 in de in de richting X of Y verlopende geleidingen, worden dus alle gekanteld. Bovendien worden de schakelingelementen van het chip-type, omdat de 30 sluiter 25 zich nog tussen de opneemmiddelen 3 en de mal-plaat 5 in bevindt, met de zij-oppervlakken door de geleidingen 15 ondersteund en met de onderoppervlakken door de sluiter 25 ondersteund.
Hierna wordt de sluiter 25 over een grote afstand 35 bewogen naar links of rechts, gezien in fig.6, tezamen met het gestel 26 langs de stangen 27? de sluiter 25 wordt geopend. De bewegingsslag van de sluiter 25 is in dit geval enigszins groter dan de totale lengte van de opneemmidde- 8002730 -13- len 3f en voldoende om de sluiter 25 volledig los temaken van het onderste gedeelte van de opneemmiddelen 3.
Het gestel 26 voor het ondersteunen van de sluiter 25 heeft een open zijde zoals weergegeven in fig.9, zodat de bewe-5 ging niet wordt onderbroken. Wanneer de sluiter 25 beweegt/ ‘ . kunnen de schakelingelementen 40 van het chip-type die ondersteund werden door de sluiter 25 op de uitsparingen 39 in de malplaat 5 vallen, welke malplaat 5 zich onder de opneemmiddelen 3 bevindt.
10 De sluiter 25 is van een zeer dunne plaat gemaakt, zoals eerder werd beschreven, en wordt ondersteund in een zeer vlakke toestand onder aanlegging van een bepaalde trekkracht. Daardoor bevindt de malplaat 5 zich zeer dicht tegen de opneemmiddelen 3 aan. Een gedeelte van het scha-15 kelingelement 40 dat buiten de uitsparing 39 van de malplaat 5 uitsteekt wordt dienovereenkomstig door een opening in het ondereinde van de geleiding 15 geleid, welke geleiding door de opneemmiddelen 3 wordt opgenomen of door een rand van het gat 23 in de bodemplaat 22 van de opneemmidde-20 len 3, zodanig, dat het schakelingelement van het chiptype zeer betrouwbaar in de uitsparing 39 in de malplaat 5 wordt geleid. Met andere woorden worden de schakelingelementen 40 van het chip-type, nadat de sluiter 25 is geopend door de geleidingen 15 geleid en in de juiste stand in de uit- 25 sparingen 39 van de malplaat 5 opgenomen.
Nadat de gekantelde schakelingelementen 40 op de juiste wijze in de uitsparingen zijn opgenomen, wordt de malplaat 5 tezamen met de plaat 47 naar beneden bewogen los van de opneemmiddelen 3.Zoals in fig,12 wordt getoond 30 wordt daarna een bord 43 met gedrukte bedrading, waarop een kleefmiddel 45 is aangebracht op de malplaat 5 geplaatst, die uit de inrichting is genomen. Daar aan beide zijden van de uitsparingen 39 van de malplaat 5 uitsnijdingen 44 zijn gevormd, kleeft het kleefmiddel 45 niet aan de malplaat 5.
35 Omdat verder het op de malplaat 5 geplaatste bord 43 met gedrukte bedrading op de malplaat wordt gedrukt onder toepassing van een bepaalde kracht, worden de schakelingelementen 40 in de uitsparingen 39 van de malplaat 5 aan het bord -14- 43 met gedrukte bedrading bevestigd vanwege het kleefmiddel 45. Nadat de malplaat 5 met het bord 43 met bedrukte bedrading in contact is gebracht, worden deze omgekeerd. De bedrukte onderlaag 43 bevindt zich daarna aan de onderzijde 5 en de malplaat 5 aan de bovenzijde. Wanneer de malplaat 5 in deze toestand wordt verwijderd, zijn de schakelingelemen-ten 40 van de malplaat 5 overgebracht op het bord 43 met gedrukte bedrading.
Daar het kleefmiddel nog niet hard is, wordt het bord 43 10 met gedrukte bedrading in een optische hardingsoven en een thermische hardingsoven gebracht om het kleefmiddel 45 uit te doen harden. Daarna zijn de schakelingelementen 40 van het chip-type tijdelijk aan het bord 43 met bedrukte • « bedrading bevestigd. Daarna worden de kapvormige aanslui-15 tingen of elektroden aan beide einden van de schakelingelementen 40 met de elektrische geleidende patronen van het bord 43 met bedrukte bedrading verbonden door middel van een solderdompelbewerking, waardoor een bepaalde hybride geïntegreerde schakeling wordt vervaardigd.
8002730

Claims (12)

1. Inrichting voor het op een bord plaatsen van schakelingelementen van het chip-type omvattende toevoer-magazijnen voor een aantal cilindrische schakelingelementen van het chiptype die op het bord aangebracht moeten worden ' -5 voor het vormen van een hybride geïntegreerde schakeling, gekenmerkt door een aantal opneemmiddelen 15 voor het tijdelijk opnemen van een aantal door de toevoermagazijnen afgegeven schakelingelementen; een onder de opneemmiddelen geplaatste beweegbare sluiter(25) voor het opnemen van de 10 in de opneemmiddelen opgenomen schakelingelementen; en een malplaat 5 die onder de sluiter is geplaatst en een aantal opneemgedeelten heeft, waarbij dat aantal overeenkomt met het aantal van de opneemmiddelen waardoor, wanneer de sluitmiddelen over een bepaalde afstand worden verschoven, de 15 schakelingelementen worden gekanteld in de opneemmiddelen, en wanneer de sluitermiddelen van de opneemmiddelen worden verwijderd, de schakelingelementen op de opnemende gedeelten van de malplaat kunnen vallen.
2. Inrichting voor het op een bord plaatsen van scha-20 kelingelementen van het chip-type volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de opneemmiddelen (15) een cilindrisch gedeelte hebben en een uitstekend gedeelte (14) dat zich uitstrekt in een richting loodrecht op de hartlijn van het cilindrische gedeelte, zodanig, dat wanneer de sluiter (25) 25 over een bepaalde afstand verschoven wordt in de richting waarin het uitstekende gedeelte zich uitstrekt, de schakelingelementen worden gekanteld in de richting waarin de sluitermiddelen zijn bewogen.
3. Inrichting voor het op een bord plaatsen van scha-30 kelingelementen van het chip-type volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de opneemmiddelen tenminste twee soorten geleidingen (15) omvatten, waarbij de geleiding van één soort een cilindrisch gedeelte heeft en een uitstekend gedeelte (14) dat zich uitstrekt in een eerste richting lood-35 recht op de hartlijn van het cilindrische gedeelte, en de geleidingen van een ander soort een cilindrisch gedeelte 8002730 -16- hebben en een uitstekend gedeelte (14) dat zich uitstrekt in een tweede richting die verschilt van de eerste richting maar loodrecht staat op het cilindrische gedeelte, waarbij de inrichting verder eerste geleidingsmiddelen (27) 5 omvat, die de sluiter 25 in een eerste richting geleiden en tweede geleidingsmiddelen (29) die de sluiter in een tweede richting geleiden, zodanig dat wanneer de sluiter over bepaalde afstanden in de eerste en tweede richtingen wordt bewogen, de schakelingelementen in de eerste en twee- -10 de geleidingen respektievelijk in de eerste en tweede richtingen worden gekanteld.
4. Inrichting voor het op een bord plaatsen van schakelingelementen van het chip-type volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de sluiter een steunorgaan \26) omvat, 15 dat beweegbaar wordt ondersteund op de eerste geleidingsmiddelen (27), en een op het steunorgaan gemonteerde dunne sluiterplaat (25).
5. Inrichting voor het op een bord plaatsen van schakelingelementen van het chip-type volgens conclusie 3, met 20 het kenmerk, dat de sluitemiddelen , middelen (36) hebben voor het instellen van de op de sluiterplaat (25) uitgeoefende trekkrecht, waarbij de middelen zijn aangebracht tussen de sluiterplaat en het steunorgaan.
6. Inrichting voor het op een bord plaatsen van scha-25 kelingelementen van het chip-type volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de malplaat (5) tenminste een eerste plaat (41) en een tweede plaat (42) omvat, en dat de opnemende gedeelten (39) in de eerste plaat zijn gevormd.
7. Inrichting voor het op een bord plaatsen van scha-30 kelingelementen van het chip-type volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de malplaat (5) uit tenminste een eerste plaat (41) en een tweede plaat (42) bestaat, en dat de opnemende gedeelten (39) bestaan uit gaten met verschillende diepten, overeenkomend met de afmetingen van de uit de op-35 neemmiddelen toegevoerde schakelingelementen.
8. Inrichting voor het op een bord plaatsen van schakelingelementen van het chip-type volgens conclusie 6 of 7, 8002730 * i -17- met het kenmerk, dat de opnemende gedeelten (39) een zodanige diepte hebben, dat de bovenoppervlakken van de van de opneentmiddelen toegevoerde schakelingelementen alle in hetzelfde vlak liggen.
9. Inrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de gaten in de eerste plaat (41) zijn gevormd en dat de tweede plaat (42) uitgespaarde gedeelten heeft, die samenvallen met die gaten.
10. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, 10 dat de inrichting verder middelen (12) omvat voor het via gestel (11) in een bepaalde richting geleiden van opneem-middelen, en een aantal leidingen (8) die met de opneem-middelen en de toevoermagazijnen zijn verbonden en welke de schakelingelementen van de toevoermagazijnen trans- 15 porteren en middelen (6,7) voor het ondersteunen van de leidingen.
11. Inrichting voor het op een bord plaatsen van schakelingelementen van het chip-type, volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de inrichting verder middelen omvat 20 voor het ondersteunen van de malplaten, en geleidingsmid-delen voor het van de opneemmiddelen en van de sluitermid-delen scheiden van de steunmiddelen.
12. Werkwijze voor het met een bord met gedrukte bedrading verbinden van schakelingelementen van het chip- 25 type voor het vormen van een hybride geintegreerde -schakeling, gekenmerkt door: het toevoeren van een aantal cilindrische schakelingelementen van het chip-type naar een aantal opneemmiddelen (15). 30 het tijdelijk opslaan van elk van de schakelingele menten in elk van de opneemmiddelen? het kantelen van de schakelingelementen van het chip-type in de opneemmiddelen door sluitermiddelen (25) onder de opneemmiddelen te verschuiven; 35 het op een malplaat (5) onder de sluitermiddelen la ten vallen van de schakelingelementen door de sluiter te verwijderen; en 8002730 -18- het van een kleefmiddel voorzien bord (43) met gedrukte bedrading op de schakelingelementen van het chip-type plaatsen, welke elementen op een zodanige wijze zijn gepositioneerd, dat het kleefmiddel in kontakt komt met 5 de schakelingelementen van het chip-type. • i 8002730
NL8002730A 1979-05-12 1980-05-12 Werkwijze en inrichting voor het op een bord plaatsen van elementen. NL8002730A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP5820279 1979-05-12
JP5820279A JPS55150241A (en) 1979-05-12 1979-05-12 Apparatus for disposing chiplike part

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8002730A true NL8002730A (nl) 1980-11-14

Family

ID=13077436

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8002730A NL8002730A (nl) 1979-05-12 1980-05-12 Werkwijze en inrichting voor het op een bord plaatsen van elementen.

Country Status (6)

Country Link
JP (1) JPS55150241A (nl)
CA (1) CA1137652A (nl)
DE (1) DE3017677A1 (nl)
FR (1) FR2457058A1 (nl)
GB (1) GB2051019B (nl)
NL (1) NL8002730A (nl)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS5844794A (ja) * 1981-09-10 1983-03-15 ソニー株式会社 回路基板に対するチツプ状部品のマウント方法
JP4855238B2 (ja) * 2006-02-14 2012-01-18 山田電機製造株式会社 アキュムレータ

Family Cites Families (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE1064127B (de) * 1956-02-04 1959-08-27 Blaupunkt Werke Gmbh Verfahren zur Bestueckung von sogenannten gedruckten Schaltungen mit Schaltungselementen
FR1440431A (fr) * 1964-07-16 1966-05-27 Philips Nv Dispositif pour enficher des pièces détachées électriques dans un panneau de montage
JPS5537879B2 (nl) * 1973-10-15 1980-09-30
JPS5649000B2 (nl) * 1974-07-20 1981-11-19

Also Published As

Publication number Publication date
CA1137652A (en) 1982-12-14
GB2051019B (en) 1982-12-22
FR2457058A1 (fr) 1980-12-12
JPS6316920B2 (nl) 1988-04-11
DE3017677A1 (de) 1980-11-13
FR2457058B1 (nl) 1985-01-11
JPS55150241A (en) 1980-11-22
GB2051019A (en) 1981-01-14

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4386464A (en) Method and apparatus for mounting electronic components in position on circuit boards
NL8001114A (nl) Inrichting voor de montage van aansluitdraadloze plaat- of blokvormige elektronische onderdelen op een substraat.
US4480780A (en) Method of and device for positioning electrical and/or electronic components on a substrate
US4451324A (en) Apparatus for placing chip type circuit elements on a board
JP3567803B2 (ja) Icデバイスの試験装置
JP2001511314A (ja) ソルダボール配置装置
JP5544585B2 (ja) 樹脂モールド装置及びワーク板厚測定装置
US5449409A (en) Device to process green-tape type circuits
US3832432A (en) Method of razor blade unit assembly
NL8002730A (nl) Werkwijze en inrichting voor het op een bord plaatsen van elementen.
JP2811900B2 (ja) 基板の位置決め装置
KR20100068592A (ko) 배선용차단기나 전자접촉기 접촉자의 접점용접용 3차원 파레트 및 이 파레트를 이용한 접점용접장치
NL8003650A (nl) Inrichting voor het in lijn vanaf een plaats naar een andere transporteren van elektronische onderdelen en dergelijke.
JPH05201423A (ja) 包装機械に用いられるコンパクトなカットアウト積層体の製造方法及び製造装置
JP7269319B2 (ja) リード部品供給フィーダ、及び屈曲方法
JPS6366732B2 (nl)
US5117555A (en) Modular system and method for populating circuit boards
JP7507420B2 (ja) ワーク保持装置およびスクリーン印刷機
CN100488348C (zh) 一种元件定位装置
JP7181328B2 (ja) アキシャルフィーダ、およびアキシャルフィーダによるアキシャルリード部品供給方法
JPH0985471A (ja) マーク付け装置
JPS6345035Y2 (nl)
JP2004216729A (ja) 分割溝付き基板の分割装置
JPS58203895A (ja) 充填用容器の位置決め装置
JPH01254593A (ja) キャップの成形装着装置

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed