[go: up one dir, main page]

NL8003650A - Inrichting voor het in lijn vanaf een plaats naar een andere transporteren van elektronische onderdelen en dergelijke. - Google Patents

Inrichting voor het in lijn vanaf een plaats naar een andere transporteren van elektronische onderdelen en dergelijke. Download PDF

Info

Publication number
NL8003650A
NL8003650A NL8003650A NL8003650A NL8003650A NL 8003650 A NL8003650 A NL 8003650A NL 8003650 A NL8003650 A NL 8003650A NL 8003650 A NL8003650 A NL 8003650A NL 8003650 A NL8003650 A NL 8003650A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
chute
objects
entrance guide
guide
entrance
Prior art date
Application number
NL8003650A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Taiyo Yuden Kk
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Taiyo Yuden Kk filed Critical Taiyo Yuden Kk
Publication of NL8003650A publication Critical patent/NL8003650A/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H05ELECTRIC TECHNIQUES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • H05KPRINTED CIRCUITS; CASINGS OR CONSTRUCTIONAL DETAILS OF ELECTRIC APPARATUS; MANUFACTURE OF ASSEMBLAGES OF ELECTRICAL COMPONENTS
    • H05K13/00Apparatus or processes specially adapted for manufacturing or adjusting assemblages of electric components
    • H05K13/02Feeding of components
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G47/00Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
    • B65G47/02Devices for feeding articles or materials to conveyors
    • B65G47/04Devices for feeding articles or materials to conveyors for feeding articles
    • B65G47/12Devices for feeding articles or materials to conveyors for feeding articles from disorderly-arranged article piles or from loose assemblages of articles
    • B65G47/14Devices for feeding articles or materials to conveyors for feeding articles from disorderly-arranged article piles or from loose assemblages of articles arranging or orientating the articles by mechanical or pneumatic means during feeding
    • B65G47/1407Devices for feeding articles or materials to conveyors for feeding articles from disorderly-arranged article piles or from loose assemblages of articles arranging or orientating the articles by mechanical or pneumatic means during feeding the articles being fed from a container, e.g. a bowl
    • B65G47/1478Devices for feeding articles or materials to conveyors for feeding articles from disorderly-arranged article piles or from loose assemblages of articles arranging or orientating the articles by mechanical or pneumatic means during feeding the articles being fed from a container, e.g. a bowl by means of pick-up devices, the container remaining immobile
    • B65G47/1485Devices for feeding articles or materials to conveyors for feeding articles from disorderly-arranged article piles or from loose assemblages of articles arranging or orientating the articles by mechanical or pneumatic means during feeding the articles being fed from a container, e.g. a bowl by means of pick-up devices, the container remaining immobile using suction or magnetic forces
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G47/00Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
    • B65G47/74Feeding, transfer, or discharging devices of particular kinds or types
    • B65G47/90Devices for picking-up and depositing articles or materials
    • B65G47/91Devices for picking-up and depositing articles or materials incorporating pneumatic, e.g. suction, grippers
    • B65G47/912Devices for picking-up and depositing articles or materials incorporating pneumatic, e.g. suction, grippers provided with drive systems with rectilinear movements only

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Manufacturing & Machinery (AREA)
  • Microelectronics & Electronic Packaging (AREA)
  • Feeding Of Articles To Conveyors (AREA)
  • Specific Conveyance Elements (AREA)
  • Supply And Installment Of Electrical Components (AREA)

Description

V
t
VO Q56U
Inrichting voor het in lijn vanaf een plaats naar een andere transporteren van elektronische onderdelen en dergelijke.
De uitvinding heeft "betrekking op een inrichting voor het in een rij -vanaf een plaats naar een andere overbrengen van voorwerpen. Meer in het bijzonder heeft de uitvinding betrekking op een inrichting, die cylindrische of buisvormige voorwerpen, 5 zoals bepaalde elektronische onderdelen, in lijn kan transporteren vanaf een plaats, waar zij op willekeurige wijze kunnen zijn opgenomen in een houder, naar een andere plaats. De onderhavige inrichting vindt in het bijzonder toepassing bij het automatisch leveren van buisvormige, keramische condensatoren zonder leidingen 10 naar printkaarten of malplaten voor het vooraf opstellen van dergelijke elektronische onderdelen, die moeten worden bevestigd aan printkaarten bij de vervaardiging van gedrukte ketensamenstellen.
Voor het bevestigen van elektronische onderdelen aan printkaarten, is het tot nu toe de gebruikelijke praktijk de lei-. 15 dingen van de onderdelen in en door gaten te steken, gevormd in de kaarten, en de leidingen aan de gedrukte ketenpatronen te solderen. Het Amerikaanse octrooischrift 3.907.OO8 vertegenwoordigt eenwoorbeeld van een gebruikelijke inrichting, gebruikt voor dit doel. Met de onderdelen op hun plaats gemonteerd op print-20 kaarten, waarbij de leidingen daarvan in de vereiste vorm zijn gebogen, zijn de verkregen ketensamenstellen echter niet van de gewenste kleine afmeting.
Als recente ontwikkeling verschaft de buisvormige, keramische condensator zonder leidingen een gedeeltelijke oplossing 25 voor het voorgaande vraagstuk. De condensator omvat een buisvormig keramisch lichaam, en een paar daaraan gevormde elektroden. De elektroden kunnen direkt worden gekoppeld met het gedrukte ketenpatroon op een printkaart met een daaruit voortvloeiende verkleining van de afmeting van het ketensamenstel. Als gevolg van de af-30 wezigheid van leidingen echter, maken dergelijke condensatoren niet het vooraf opstellen daarvan met het gebruik van leidingen mogelijk, zoals toegepast met de gebruikelijke onderdelen, voorzien van leidingen. Tot nu toe is de opkomst afgewacht van een inrichting, die automatisch dergelijke elektronische onderdelen zonder 35 800 3 6 50 -2- leidingen kan leveren aan gewenste plaatsen op printkaarten of op malplaten voor het vooraf opstellen van de onderdelen.
De het dichtst hij de onderhavige inrichting komende stand van de techniek betreft een inrichting voor het leveren van 5 ruw gevormde houten en moeren aan machines voor het vormen daarvan tot houten en moeren. De inrichting hevat een soort vultrechter of glijgoot, die in een willekeurige stapel ruw gevormde voorwerpen wordt gestoken en dan naar hoven gedraaid voor het daardoorheen leveren van de ruw gevormde voorwerpen. Deze bekende inlichting 10 leent zich echter niet voor toepassing met elektronische onderdelen op grond van de onvermijdelijke beschadiging van de onderdelen.
Gezien de voorgaande stand van de techniek wordt beoogd een inrichting te verschaffen, die automatisch gewenste voorwerpen, zoals elektronische onderdelen, kan overbrengen van een plaats, 15 waar deze in de vorm van een willekeurige stapel kunnen liggen, naar een andere in een rij of in een lijn zonder de minste beschadiging van voorwerpen.
De onderhavige inrichting omvat opneemmiddelen voor het herhaaldelijk met althans een tegelijk opnemen van voorwerpen, 20 opgenomen in een houder, en voor het plaatsen van de voorwerpen op een ingangsgeleiding met een in hoofdzaak V-vormige dwarsdoorsnede, zich uitstrekkende vanaf het ingangseinde van een hellende glijgoot. De ingangsgeleiding is werkzaam voor het in de glijgoot leiden van de voorwaerpen, welke glijgoot slechts een voorwerp 25 tegelijk aanvaardt en de opvolgende voorwerpen in een rij daardoorheen transporteert naar een gewenste plaats. De inrichting omvat verder middelen voor het vergemakkelijken van het vanaf de ingangs-geleiding in de glijgoot gaan van de voorwerpen.
Bij de beschreven voorkeursuitvoeringsvorm, waarbij de 30 inrichting kan worden gebruikt met buisvormige, keramische condensatoren zonder leidingen, omvatten de opneemmiddelen een vacuum-opneemsamenstel voor het door zuigkracht opnemen van de condensatoren. De gedaante van de ingangsgeleiding is goed berekend voor het in lijn in de glijgoot leiden van dergelijke buisvormige of cylindri-35 sche voorwerpen. Voor het vergemakkelijken van het vanuit de ingangs geleiding in de glijgoot gaan van de voorwerpen, worden de ingangs-geleidingen in de glijgoot verder voor een gezamenlijk draaien rond 800 3 6 50 * * -3- de hartlijn van de glijgoot gedragen. Nadat het opneemsamenstel telkens een of meer voorwerpen op de ingangs gelei ding plaatst, worden hij voorkeur de ingangsgeleiding en de glijgoot over 90° of meer in een richting gedraaid en dan over dezelfde hoek in de 5 tegengestelde richting. De voorwerpen, die niet gemakkelijk de glijgoot binnengaan, kunnen dus van de ingangsgeleiding worden afgegooid om het vastklemmen te voorkomen.
De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de tekening, waarin: 10 figuur 1 een schematische vertikale doorsnede toont, ge deeltelijk in aanzicht, van een voorkeursuitvoeringsvorm van de inrichting, waarbij is weergegeven, dat het opneemsamenstel net een van de voorwerpen in de houder opneemt, figuur 2 een aan figuur 1 gelijke doorsnede is, behalve 15 dat het opneemsamenstel klaar is om het voorwerp op de ingangsge leiding te plaatsen, figuur 3 een axiale doorsnede toont van een buisvormige, keramische condensator zonder leidingen, die door de inrichting volgens de figuren 1 en 2 kan worden gehanteerd, 20 figuur k een aanzicht is van de ingangsgeleiding en de glijgoot in de inrichting volgens de figuren 1 en 2, figuur 5 een doorsnede is volgens de lijn Y-Y in figuur U, figuur 6 een doorsnede is volgens de lijn YI-YI in figuur 5, 25 figuur 7 een doorsnede is volgens de lijn VII-VII in fi guur k, figuur 8 een vertikale doorsnede toont van middelen voor het vooraf plaatsen van elektronische onderdelen op een malplaat voorafgaande aan het bevestigen'· daarvan aan een printkaart, 30 welke middelen kunnen worden gebruikt met de onderhavige inrichting, figuur 9 een tijdgrafiek toont voor het verduidelijken van de werking van de inrichting volgens de figuren 1 en 2, figuur 10 een aanzicht is van een gewijzigde ingangsgeleiding, weergegeven samen met een deel van de glijgoot, 35 figuur 11 een aanzicht is van een ander gewijzigd samen stel van ingangsgeleiding en glijgoot, figuur 12 een zijaanzicht is van de constructie volgens ö η n 7 fi r n -Ikfiguur 11 en figuur 13 een rechter eindaanzicht is van de constructie volgens figuur 12.
De onderhavige inrichting wordt thans gedetailleerd be-5 schreven in de aanpassing voor in het bijzonder het overbrengen van kleine, cylindrische of buisvormige elektronische onderdelen, gewoonlijk keramische, condensatoren zonder leidingen van een plaats naar een andere. De inrichting vindt in het bijzonder toepassing bij het leveren van dergelijke elektronische onderdelen zonder 10 leidingen aan gewenste plaatsen op pasplaten, voorafgaande aan het overbrengen van de onderdelen vanaf de pasplaten op printkaarten, onder het gebruik van een plakmiddel.
Onder verwijzing naar de figuren 1 en 2, omvat de weergegeven inrichting in het algemeen: 15 1. een houder 1U, die een aantal cylindrische of buisvor mige elektronische onderdelen 16 op willekeurige wijze bevat.
2. Een opneemmechanisme 18, dat een zuigkop 20 bevat voor het opnemen van de elektronische onderdelen 16 in de houder 1U
en het op een voorgeschreven plaats, die zich. binnen de houder 1U 20 bevindt bij deze uitvoeringsvorm, laten vallen van de onderdelen.
3. Een hellende, draaibare, buisvormige glijgoot 22, voor het opnemen van de elektronische onderdelen 16 bij het ingangs-einde 2b daarvan, welk einde in de houder 1U uitsteekt, en het daardoorheen in lijn onder hun eigen gewicht leiden van de onder-25 delen.
b. Een ingangsgeleiding 26, die zich uit een stuk uitstrekt vanaf het ingangseinde 2b van de glijgoot 22 en op de voorgeschreven plaats ligt voor het leiden van de opeenvolgende elektronische onderdelen 16 in de glijgoot, wanneer deze daarop worden geplaatst 30 door de zuigkop 20 van het opneemmechanisme 18.
5. Een heugel en rondsel-samenstel 28 voor het aan de glij goot 22 en derhalve aan de ingangsgeleiding 26 verschaffen van het draaien in twee richtingen voor het ondermeer vergemakkelijken van het in de glijgoot gaan van de elektronische onderdelen 16 van-uit 35 ie ingangsgeleiding.
Zoals vermeld, hebben de door de inrichting te hanteren / elektronische onderdelen 16 gewoonlijk de vorm van buisvormige, 800 36 50 * Μ -5- keramische condensatoren zonder leidingen, elk uitgevoerd zoals gedetailleerd weergegeven in figuur 3. De condensator bevat een buisvormig, keramisch lichaam 30, voorzien van een inwendige elektrode 32 en een daarop gevormde uitwendige elektrode 3^- Twee isolatie-5 handen 36 en 38 scheiden de elektroden 32 en 3^ van elkaar. Eet deel van de inwendige elektrode 32, gevormd op het uitwendige oppervlak van het keramische lichaam 3Q en de uitwendige elektrode 3-1+ ,· moeten direkt worden gekoppeld met het geleidende patroon op een printkaart. De condensator kan een afmeting hehb.en van niet 10 meer dan 2 mm in diameter en 7 ann in axiale lengte.
. Voor het opnemen van een willekeurige stapel van dergelijke, elektronische onderdelen 16, is de houder 1H. volgens de figuren 1 en 2 in een vorm gevormd van kunststofmateriaal tot een in het algemeen doosvormige gedaante. De bodem kQ van de houder 15 1¾ is trechtervormig, zodat het opneemmechanisme 18 de elektronische onderdelen 16 gemakkelijker tot aan de laatste kan wegnemen. De bovenkant- h2 van de houder 14 is open, waarbij een uitsparing in * de zijwand daarvan is gevormd voor het naar binnen steken van de ingangsgeleiding 26, alsmede een deel van de glijgoot 22, tot in 20 de houder. De houder 1U moet. in eerste instantie de elektronische onderdelen 16 slechts in zodanige mate opnemen, dat het insteken mogelijk is van de ingangsgeleiding 26 tot een gewenste mate in de houder.
De houder ^ is verschuifbaar gemonteerd aan een geleiding 25 tó, die een glijbaan 1*8 bepaalt, voor het vanuit de weergegeven stand, indien nodig, wegbewegen van de houder. Gedurende een dergelijke beweging van de houder 1U langs de glijbaan i*8, moeten zo-wel de open bovenkant k2 als de zijdelingse uitsparing daarvan worden afgesloten met een passend deksel (niet weergegeven!. Bij 30 50 is een vast bovendeksel weergegeven voor het afsluiten van de open bovenkant k2 van de houder 1^, wanneer deze in de weergegeven eindstand op de glijbaan U8 ligt.
Het opneemmechanisme 18 omvat de volgende drie hoofdonderdelen : 35 1. Een vacuumopneemsamenstel 52, dat de genoemde zuigkop 20 bevat, 2. Een vertikaal aandrijfmechanisme 5^ voor het in vertikale 800 3 6 50 -6- ridating heen en weer bewegen van het opneemsamenstel 52.
3. Een horizontaal aandrijfmechanisme 56 voor het in de horizontale richting heen en weer bewegen van het opneemsamenstel 52.
5 De zuigkop 20 van het opneemsamenstel 52 moet een of meer elektronische onderdelen 16 opnemen in de middenstand in de houder 1b, zoals weergegeven in figuur 1, het onderdeel of de onderdelen plaatsen op de ingangsgeleiding 26 in de stand volgens figuur 2 en terugkeren naar de stand volgens figuur 1. Het vertikale aan-10 drijfïnechanisme 5b en bet horizontale aandrijfmechanisme 56 werken samen voor het per kringloop bewegen van de zuigkop 20 tussen de standen volgens figuren 1 en 2 op een hierna uiteengezette wijze.
In het opneemsamenstel 52 is een opstaande, stijve zuig-pijp 58 opgenomen, die uitsteekt in de houder 1b door het vaste 15 bovendeksel 50 en eindigt in de zuigkop 20. Het. vaste bovendeksel 50 is voorzien van een daarin gevormde sleuf 60, teneinde vertikale en horizontale bewegingen mogelijk te maken van de zuigpijp 58. De zuigpijp 58 staat in verbinding met een vacuumpomp 62 via een buigzame leiding 6b. Een solenoide klep 60 brengt de aan- uitrege-20 ling tot stand van de verbinding tussen de zuigkop 20 en de vacuumpomp 62. De solenoide klep 66 plaatst bij bediening voor het onderbreken van de verbinding tussen de zuigkop 20 en de vacuumpomp 62 de zuigkop 20 bij voorkeur in verbinding met de atmosfeer.
Het vertikale aandrijfmechanisme 5b omvat een met fluïdum 25' bedienbare cylinder 68 (hierna aangeduid als de vertikale aandrijf cylinder) , voorzien van een naar boven gerichte zuigerstang 70 en van een aanslag 72, die zich horizontaal uitstrekt en vast is gekoppeld met de zuigpijp 58 voor het daarmee bewegen in zowel vertikale als horizontale richtingen. Bij het uitdrukken van de 30 vertikale aandrijfcylinder 68 beweegt derhalve de zuigerstang 70 daarvan tot in aanliggende verschuifbare aanraking met de aanslag 72. Het verder uitdrukken van de vertikale aandrijfcylinder 68 heeft het naar boven bewegen tot gevolg van het opneemsamenstel 52 met de aanslag 72, zoals weergegeven in figuur 2.
35 Het horizontale aandrijfmechanisme 56 omvat een met fluïdum bedienbare cylinder 7b (hierna aangeduid als de horizontale aandrijfcylinder), die horizontaal is opgesteld, en een koppeling 76, 800 36 50 * * -τ- die de zuigers lang J8 van de horizontale aandrijfcylinder verbindt .met'de zuigpijp 58. De koppeling 76 is voorzien van een daarin gevormde boring 80, door -welke boring de zuigpijp 58 zich verschuifbaar uitstrekt. De zuigpijp 58 is derhalve vrij om vertikaal te be-5 vegen met betrekking tot de zuigerstang 78, maar in de horizontale richting stijf daarmee gekoppeld. Een beschouwing van de figuren 1 en 2 toont aan, dat gedurende het uitdrukken of intrekken van de horizontale aandrijf cylinder Jk, de aanslag 72 beweegt met de zuigpijp 58 in verschuivende aanraking met de zuigersatang 70 van de 10 vertikale aandrijf cylinder 68.
Omdat de weergegeven inrichting de cylindrische of buisvormige elektronische onderdelen 16 hanteert, heeft de glijgoot 22 de vorm van een buis met een daardoorheen zich uitstrekkende boring 82. Zoals eveneens is te zien in figuren k, 5, 6 heeft de 15 boring 82 een diameter, die iets groter is dan die van elk elektronisch onderdeel 16, zodat de elektronische onderdelen door de glijgoot 22 axiaal in lijn met elkaar glijden.
' De glijgoot 22 wordt draaibaar gedragen door een paar legerblokken 8U onder een zodanige hoek, dat de elektronische onder-20 delen 16 door de glijgoot glijden door hun eigen gewicht. Voor de beste resultaten, moet de glijgoot 22 hellen onder een hoek, die ligt tussen 30 en 6o°, bij voorkeur ongeveer ^5°, met betrekking tot het vlak van de horizon.
Zoals gedetailleerd weergegeven in de figuren U, en 7, strekt 25 de ingangsgeleiding 26 zich uit vanaf het ingangseinde 2k van de glijgoot 22 onder dezelfde hellingshoek als de glijgoot. De ingangsgeleiding 26 is in dwarsdoorsnede in hoofdzaak V-vormig, en omvat uit een stuk een goot 86 met een half cirkelvormige dwarsdoorsnede, en een paar divergerende vleugels 88 aan de tegenover elkaar liggen-30 de zijden van de goot. De goot 86 heeft een straal, die iets groter is dan die van elk elektronisch onderdeel 16. Het paar divergerende vleugels 88 heeft daartussen een hoek, die ligt tussen 120 en 170°, bij voorkeur ongeveer 150°.
Ha het vallen vanaf de zuigkop 20, wordt elk elektronisch 35 onderdeel 16 door de ingangsgeleiding 26 geleid in de glijgoot 22 waarbij de hartlijn van het onderdeel evenwijdig is gericht aan de hartlijn van de glijgoot. Er kunnen elektronische onderdelen zijn, 800 3 6 50 -8- die onder een hoek ten opzichte van de hartlijn van de glijgoot 22 op de ingangsgeleiding 26 vallen, zoals aangeduid hij 16’ in de figuren ^ en J. Omdat de ingangsgeleiding 26 als geheel helt onder dezelfde hoek als de glijgoot 22, en omdat het paar vleugels 88 5 daarvan onder een hoek divergeert, glijdt of rolt een dergelijk onderdeel 16' echter in de goot 86 van vaar het axiaal in de glijgoot glijdt.
Het vacuumopneemsamenstel 52 kan een aantal onderdelen 16 tegelijk plaatsen op de ingangsgeleiding 26. Indien de ingangs-10 geleiding 26 stilstaand vordt gelaten,, kan het samenstel falen in het een voor een toevoeren van een dergelijke groep onderdelen in de glijgoot 22 enkel als gevolg van de geometrie daarvan. Het resultaat zou het vastklemmen zijn van de onderdelen hij het ingangs-einde 2h van de glijgoot 22. Een onderdeel, dat alleen is geplaatst 15 op de ingangsgeleiding 26, zou het ingangseinde 2h eveneens kunnen verstoppen, afhankelijk van de eerste. gerichtheid daarvan op de ingangsgeleiding. De weergegeven inrichting heft deze mogelijkheid op door het verschaffen van een draaien in twee richtingen aan de glijgoot 22 en de ingangsgeleiding 26 door middel van het heugel en 20 rondselmechanisme 28.
Onder het terugverwijzen naar figuur 1 omvat het heugel-• en rondselmechanisme 28 een heugel 90, die zich onder een rechte hoek uitstrekt met betrekking tot de glijgoot 22 en is aangebracht tussen het paar legerblokken 8U, dat draaibaar de glijgoot draagt, 25 en een rondsel 92, dat vast is gemonteerd aan de glijgoot en aan grijpt in de heugel. De heugel 90 is vastgekoppeld met de zuiger-stang 9^ van een met fluïdum bedienbare cylinder 96 (hierna aangeduid als de heugelcylinder).
Het is dus duidelijk, dat het uitdrukken en intrekken van 30 de heugelcylinder 96 het in twee richtingen draaien tot gevolg heeft van de glijgoot 22 samen met de ingangsgeleiding 26. De glijgoot 22 en de ingangsgeleiding 26 moeten dus althans over 90° worden gedraaid, bij voorkeur tussen 90 en 270° en meer in het bijzonder ongeveer 150° in elke richting. Op deze wijze worden de onderdelen 35 ongeacht de gerichtheden daarvan op de ingangsgeleiding 26 wanneer zij daar net op zijn afgezet door het opneemsamenstel 52, voor het merendeel geleidelijk in de glijgtoot 22 geleid. Wanneer bovendien 800 36 50 \ -9-
N
da ingangsgeleiding 26'over meer dan ongeveer 90° in elke richting wordt gedraaid, kunnen de onderdelen, die niet gemakkelijk in de glijgoot 22 glijden, van de ingangs gelei ding worden afgeworpen in de houder 1U.
5 Bij 98 is een luchtmondstuk weergegeven voor het uitsto ten van lucht of een ander gas onder druk tegen de ingangs geleiding 26 voor het zodoende vergemakkelijken van het in de glijgoot 22 gaan van de onderdelen 16. Het luchtmondstuk kan lucht onder een met tussenpozen veranderlijke druk "blazen voor de "beste resultaten. 10 Het gebruik van het luchtmondstuk 98 alleen of in samenhang met het heugel- en rondselmechanisme 28 verdient aanbeveling in de gevallen, dat de door de inrichting te hanteren voorwerpen niet gemakkelijk de glijgoot 22 binnengaan. Het luchtmondstuk is onnodig, indien de voorwerpen condensatoren zonder leidingen zijn, 15 zoals diewelke is weergegeven in figuur 3.
De draaibare glijgoot 22 is in het verlengde en in verbinding gekoppeld met een vaste buisvormige glijgoot 100 via een koppeling 102, die het draaien mogelijk maakt van de draaibare glijgoot ten opzichte van de vaste glijgoot. Voorzien van een boring 20 10l<·, soortgelijk aan de boring 82 van de draaibare glijgoot 22 dient de vaste glijgoot 100 voor het door zwaartekracht transporteren van de onderdelen 16 naar de gewenste plaats.
Overeenkomstig een bijkomend kenmerk van de uitvinding is de vaste glijgoot 100 voorzien van een afleverregelmechanisme 25 106 voor het met vereiste tussenpozen aan de gewenste plaats leve ren van de opeenvolgende onderdelen ϊβ. Het afleverregelmechanisme 106 omvat:
1. Een eerste met fluïdum bedienbare cylinder 1Q8 (hierna aangeduid als de eerste aanslagcylinder}, die een aanslagpen 11Q
30 aan de zuigerstang daarvan draagt.
2. Een tweede met fluïdum bedienbare cylinder 112 (hierna aangeduid als de tweede aanslagcylinder), die eveneens aan de zuigerstang daarvan een aanslag 11U draagt, welke in de vorm is van een platte veer.
35 Bij het uitdrukken en intrekken van de eerste aanslagcy linder 108, beweegt de aanslagpen 110 diametraal in en uit de vaste glijgoot 100 door een spelinggat 116, dat daarin is gevormd.
800 36 50 -10- • De aanslagpen 110 is na het in de glijgoot 100 stelten daarvan, werkzaam om de doorgang daardoorheen van de onderdelen 16 te voorkomen, en maakt "bij terugtrekken de doorgang van de onderdelen mogelijk.
5 Bovenstrooms van de opslagpen 110 strekt de aanslagveer 11U zich eveneens uit in de-vaste glijgoot 100 door een andere spe-linggat 118., dat daarin is -'evormd. Bij het uitdrukken van de tweede-aanslagcylinder 112 drukt de aanslagveer 11U een van de onderdelen 16, die net bovenstrooms ligt van het onderdeel, dat wordt tegen-10 gehouden dobr de aanslagpen 110, zijdelings tegen het binnenopper-vlak van de vaste glijgoot 100 voor het zodoende tegen een beweging grendelen van dat bepaalde onderdeel en alle volgende. Bij het intrekken van de tweede aanslagcylinder 112, laat de aanslagveer 11U het onderdeel los door het van daar wegbewegen.
15 Het afleverregelmechanisme 106 is op de volgende wijze werkzaam voor het tot stand brengen van het een voor een leveren van de onderdelen 16 aan de gewenste plaats via de vaste glijgoot 100. Aangenomen wordt, dat de eerste en tweede aanslagcylinders 108 en 112 beide zijn uitgedrukt, waarbij de aanslagpen 110 en de 20 aanslagveer 11 k zich in de weergegeven werkstanden daarvan bevinden voor het tegenhouden van het voorste en de volgende onderdelen 16 in de vaste glijgoot 100, Bij het intrekken van de eerste aanslagcylinder 108, wordt de aanslagpen 110 teruggetrokken voor het loslaten van het voorste onderdeel en het dit onderdeel derhalve moge-25 lijk te maken door de vaste glijgoot 100 naar de gewenste plaats te glijden. De aanslagveer 11 h, die zich nog in de werkstarid daarvan bevindt, houdt alle andere onderdelen in de draaibare en vaste glijgoten 22 en 100 vast.
De eerste aanslagcylinder 108 wordt uitgedrukt na het vol-30 tooien van het afleveren, van het eerste onderdeel voor het zodoende terug naar de werkstand bewegen van de aanslagpen 110. Vervolgens wordt de tweede aanslagcylinder 112 ingetrokken voor het door de aanslagveer 11 h- doen loslaten van het tweede onderdeel, zodat dit tweede onderdeel beweegt tot in aangrijping met de aanslagpen 110, 35 waarbij alle volgende onderdelen het tweede onderdeel volgen. Dan wordt de tweede aanslagcylinder 112 uitgedrukt voor het doen aangrijpen van het derde onderdeel door de aanslagveer 11U. Bij het 8003650 -11- intrekken van de eerste aanslagcyiinder 1Q8 laat dan de aanslag-pen 110 alleen het tweede onderdeel door de vaste gli j goot 100 naar de gewenste plaats glijden. De herhaling van een dergelijke kringloop handelingen maakt het een voor een afleveren mogelijk van 5 decnderdelen 16 met gemakkelijk te regelen tussenpozen.
Bij heb leveren van dergelijke elektronische onderdelen aan malplaten, ter voorbereiding van het monteren van de onderdelen in de gewenste plaatsen op printkaarten, moet een aantal gelijke inrichtingen, elk uitgevoerd zoals in de figuren 1 en 2, 10 worden gemaakt voor het gelijktijdig leveren van de onderdelen aan elke.malplaat. Figuur 8 toont een gebruikelijke uitvoering van een malplaat 120 en bijbehorende middelen voor het opnemen van de elektronische onderdelen vanaf de inrichting. De malplaat 120 is voorzien van een aantal daarin gevormde verdiepingen 122, waar-15 van de plaatsen overeenkomen met die op elke printkaart, waarop de oüderdelen moeten worden gemonteerd.
Over de malplaat 120 ligt een leiplaat 12U, voorzien van daardoorheen gevormde openingen 126 in lijn met de verdiepingen 122 in de malplaat. Verder is boven de leiplaat \2k een glijgcot-20 vasthoudplaat 128 aangebra <ht, die de einden vasthoudt van de vaste glijgoten 100. De glijgootvasthoudplaat 128 is eveneens voorzien van daarin gevormde boringen 130, die de glijgoten 100 in verbinding plaatsen met de bijbehorende openingen 126 in de leiplaat 12b.
25 De elektronische onderdelen moeten door de vaste glijgoten 100 worden toegevoerd in de ruimten, verschaft door de verdiepingen 122 in de malplaat 120 en de openingen 126 in de leiplaat 12b, De malplaat 120 en de leiplaat 12b moeten worden getrild voor het op juiste wijze richten van de onderdelen in de genoemde ruimten. Het 30 is natuurlijk duidelijk, dat de onderhavige inrichting tevens toe passing vindt in gevallen, waarin de elektronische onderdelen direkt moeten worden geleverd aan printkaarten.
Thans wordt verwezen naar de tijdgrafiek volgens figuur 9 voor het beschrijven van de werking van de in de figuren 1 en 2 35 weergegeven inrichting. In figuur 9 duiden de tekens t1 t/m t12 de opeenvolgende momenten in de tijd aan. Zoals weergegeven bij (Al in figuur 9, begint het vacuumopneemsamenstel 52 zuigkracht uit te 800 3 6 50 -12- oefenen op de elektronische onderdelen 16 in de houder ik op het moment t1, vanneer de zuigkop 20 daarvan direkt hoven de onderdelen ligt, zoals in figuur 1, of daaromtrent. Althans een onderdeel 16 hecht aan de zuigkop 2Q.
5 Zoals aangegeven hij (B) in figuur 9> is de vertikale aandrijf cylinder 68 uit gedrukt op het moment t2 voor het zodoende door de zuigerstang 70 daarvan omhoog doen hevegen van het opneem-samenstel 52 samenaet het onderdeel 16, dat door de zuigkop 20 daarvan opgezogen vordt gehouden, naar de hoogte volgens figuur 2 10 via de aanslag 72. De vertikale aandrijfcylinder 68 vordt uitge-drukt gehouden (tot het moment t8, dat hierna vordt uiteengezet} teneinde het opneemsamenstel 52 op de hoogte volgens figuur 2 te houden.
Zoals veergegeven hij (C) in figuur 9» vordt dan de hori-15 zontale aandrijfcylinder ik op het moment t^ ingetrokken, zodat het opneemsamenstel 52 naar links heveegt naar de stand volgens figuur 2. De horizontale aandrijfcylinder 7^· voltooit het intrekken op het moment t5 vanneer het opneemsamenstel 52 de stand volgens figuur 2 bereikt, vaarbij de zuigkop 20 zich vlak hoven de ingangs-20 geleiding 26 bevindt. Op hetzelfde moment t5 vordt, zoals is te zien uit (A) in figuur 9» de solenoxdeklep 66 bediend voor het blokkeren van de verbinding tussen de zuigkop 20 en de vacuumpomp 62, vaarbij de zuigkop bij voorkeur in verbinding vordt geplaatst met de atmosfeer, zoals vermeld. Vervolgens laat de zuigkop 20 25 het onderdeel 16 op de ingangsgeleiding 26 vallen.
Het onderdeel 16 glijdt onmiddellijk in de draaibare glij-goot 22 indien het netjes op de middengoot 86 valt van de ingangs·-geleiding 26, zoals veergegeven met getrokken lijnen in figuur dankzij de helling van de ingangsgeleiding en de glijgoot. Indien 30 het onderdeel op een van de tvee vleugels 88 van de ingangsgeleiding 26 valt, glijdt of rolt het onderdeel eerst naar beneden in de goot 86 en vandaar in de glijgoot 22.
Het opneemsamenstel 52 kan vorden teruggebracht naar de stand volgens figuur 1 direkt na het op de ingangsgeleiding 26 plaat-35 sen van het onderdeel 16. Het uitdrukken van de horizontale aandrijf-cylinder 7^ vordt derhalve begonnen op hetzelfde moment t 5als het sluiten van de solenoide klep 66 of, zoals opgemerkt bij (d} in 800 36 50 -13- figuur 9s op een iets later moment t6. De horizontale aandrijf-cylinder jb voltooit het uitdrukten op het moment t8 vanneer het opneemsamenstel 52 terugkeert naar het midden van de houder 1¾.
Ook op het moment t8 of daaromtrent "wordt de vertikale 5 aandrijfcylinder 68 ingetrokken, zoals hij (B) in figuur 9» teneinde het dalen mogelijk te maken van het opneemsamenstel 52 samen met de aanslag 72. Het opieemsamenstel 52 daalt onder het eigen gewicht daarvan gedurende de tijd vanaf het moment t8 tot het moment t9, zoals weergegeven hij (Ej in figuur 9· Set dalen 10 van het opneemsamenstel 52 eindigt wanneer de zuigkop 20 daarvan rust op de stapel onderdelen 16 in de houder il·.
Het opneemsamenstel 52 is dan klaar -voor het opnemen van het vegende onderdeel of de volgende onderdelen. Op het moment t1Q iets later dan het moment t9 derhalve, wordt de solenoïde klep 66 15 geopend voor het door de zuigkop doen opzuigen van een of meer onderdelen 16. Op het moment 111 wordt dan de vertikale aandrijf- / cylinder 68 weer uitgedrukt voor het omhoog bewegen van het opneemsamenstel 52 samen met het onderdeel of de onderdelen. De tweede kringloop· van de werking vindt dus op dezelfde wijze plaats als 20 de hiervoor beschreven kringloop.
reik onderdeel 16, dat op de ingangsgeleiding 26 is gevallen vanaf het opneemsamenstel 52, zoals op het moment t5 in figuur 9, zou de glijgoot 22 niet gelijkmatig kunnen binnengaan indien de ingangsgeleiding en de glijgoot stil zouden blijven staan. 25 Bepaalde componenten kunnen bovendien op de ingangsgeleiding 26 vallen met de hartlijnen daarvan loodrecht op de hartlijn van de glijgoot 22, waardoor dus het ingangseinde 2k van de glijgoot mogelijk wordt verstopt. Het heugel- en rondselmechanisme 28 is op de volgende wijze werkzaam voor het voorkomen van het in de ingangsge-30 leiding 26 klem komen te zitten van de onderdelen.
Zoals uitgezet bij (F) in figuur 9, is de heugeleylinder 96 werkzaam vanaf het moment t7 iets na het plaatsen van een onderdeel op de ingangsgeleiding 26 tot het moment t12, dat volgt op het moment til wanneer de vertikale aandrijfcylinder 68 weer begint met 35 uitdrukken. Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm wordt de heugel eylinder 96 uitgedrukt gedurende de eerste helft van de tijdsduur t7-t!2.voor het zodoende door het heugel- en rondselmechanisme 28 800 36 50 -Indoen draaien van de glijgoot 22, en derhalve de ingangsgeleiding 26, in een richting over een hoek van 150°. De heugelcylinder 96 wordt ingetrokken gedurende de tweede helft van dezelfde tijdsduur met een daaruit voortvloeiend 150° draaien van de gli j goot 22 en de 5 ingangsgeleiding 26 in de tegengestelde richting terug naar de oorspronkelijke hoekstand. Het moment t3 in figuur 9 markeert het einde van het voorafgaande in twee richtingen draaien van de glij-goot 22 en de ingangsgeleiding 26.
Een dergelijk in twee richtingen draaien van de ingangs-10 geleiding 26 dient enerzijds voor het vergemakkelijken van het in de glijgoot 22 gaan van de onderdelen en anderzijds voor het van de ingangsgeleiding laten afvallen van onderdelen, die de glijgoot niet "binnengaan. Er zijn derhalve geen tot vastklemming kunnen komende onderdelen achtergelaten op de ingangsgeleiding 26 wanneer 15 . het opneemsamenstel 52 het volgende onderdeel of de onderdelen daar op plaatst. Het in twee richtingen draaien van de glijgoot 22 helpt ook bij het gelijkmatiger maken van de beweging van de onderdelen daardoorheen.
Het afleverregelmechanisme 106 aan de vaste glijgoot 100 20 is, zoals hiervoor uiteengezet, werkzaam voor het mogelijk maken 0 van het een voor een met geregelde tussenpozen afleveren van de onderdelen 16. De onderdelen worden dus geleverd aan malplaten, zoals de malplaat, weergegeven bij 120 in figuur 8, of direkt aan printkaarten.
25 De inrichting volgens de figuren 1 en 2, geconstrueerd en bediend zoals in het voorafgaande, heeft de volgende voordelen: 1. Het in lijn afleveren van elektronische onderdelen van een plaats aan een andere is mogelijk, wanneer de onderdelen ' opeenvolgend uit de houder 14 worden opgenomen en kunnen vallen op 30 de ingangsgeleiding 26.
2. De ingangsgeleiding 26 met de in hoofdzaak V-vormige dwarsdoorsnede maakt het gemakkelijk binnengaan van de glijgoot 22 mogelijk door de daarop geplaatste elektronische onderdelen.
3. De elektronische onderdelen, die de glijgoot 22 niet 35 gemakkelijk binnengaan, kunnen van de ingangsgeleiding 26 worden af gegooid door het draaien daarvan met de glijgoot. Het draaien van de ingangsgeleiding en de glijgoot dient ook voor het verstellen van 8003650 -15- de onderdelen op de ingangsgeleiding tot een axiale lijnligging met de glijgoot, en het regelmatiger maken Tan de "beweging van de onderdelen door de glijgoot.
h. Omdat de ingangsgeleiding 26 uitsteekt in de houder 1^, 5 vallen de onderdelen, die van de ingangsgeleiding zijn afgeschud in de houder zelf, zodat zij kunnen worden opgenomen en weer op de ingangsgeleiding geplaatst door het opneemsamenstel 52.
5· De houder 1^· met de trechtervormige "bodem Uo daarvan maakt het het opneemsamenstel 52 mogelijk alle onderdelen eenvoudig 10 weg te dragen wanneer het opneemsamenstel op en neer "beweegt in de middenstand van de houder.
6. De houder l4 is versehuifbaar gemonteerd aan de geleiding k€ voor het gemakkelijk aanvullen daarvan.
7. Het afleverregelmechanisme 106 maakt het een voor een 15 met een gewenste tussenpoos aan een gewenste plaats af leveren moge— lijk van de onderdelen.
Figuur 10 toont een gewijzigde ingangsgeleiding 26a, waarbij het paar divergerende vleugels 88 is uitgevoerd voor het bevatten van een paar leiranden 132 aan de tegenover elkaar liggen-20 de einden daarvan bij het ingangseinde 2b van de draaibare glij goot 22. Het paar leiranden 132 convergeert naar het ingangseinde van de glijgoot. De hoek a tussen elke leirand 132 en een lijn b loodrecht op de hartlijn van de glijgoot kan liggen in het bereik tussen 20 en 60° en is voor de beste resultaten ongeveer ^5°. De 25 ingangsgeleiding 26a met het paar convergerende leiranden 132 daar van leidt elektronische onderdelen of andere voorwerpen positiever in de glijgoot.
Figuren 11, 12 en 13 tonen de ingangsgeleiding 26a, die in beginsel gelijk is aan die, welke is weergegeven in figuur 10, 30 in samenhang met een gewijzigde draaibare glijgoot 22a. De wijzi ging ligt in een lengteuitsparing 13^·, gevormd in een deel van de glijgoot 22a, welk uitgespaarde deel van de glijgoot dus is omgevormd tot een naar boven open gootgedeelte 136. Dit gootgedeelte kan worden beschouwd als een verlenging tussen de ingangsgeleiding 35 26a en een ingangseinde 2ka. van de glijgoot 22a. Het gootgedeelte 136 leent zich natuurlijk voor samenvoeging met de ingangsgeleiding 26 volgens de figuren 4 en 7- 800 36 50 -16-
Hoewel de uitvinding is beschreven en weergegeven, uitgedrukt als een bepaalde uitvoeringsvorm met wijzigingen daarvan liggen aanvullende wijzigingen en veranderingen van de uitvinding voor een deskundige voor de hand. Bij het dragen van opeenvolgende 5 elektronische onderdelen of andere voorwerpen vanuit de houder Ah naar de ingangsgeleiding 26, kan het opneemsamenstel 52 bijv. worden gezwaaid op de wijze van een slinger, eventueel na het naar behoefte vertikaal omhoog zijn bewogen daarvan. Verder kunnen de glijgoot 22 en de ingangsgeleiding 26 in een of meer richtingen '10 worden getrild om de voorwerpen te helpen bij het in lijn binnengaan van de glijgoot, voor het van de ingangsgeleiding afvallen van voorwerpen en voor het versnellen van de beweging van de voorwerpen door de glijgoot.
Verder kan in plaats van het heugel- en rondselmechanisme 15 28 een radarwerk worden gebruikt voor het draaien van de glijgoot 22 en de ingangsgeleiding 26 over een hoek van 360° of zelfs meer nadat het opneemsamenstel 62 een of meer voorwerpen telkens op de ingangsgeleiding heeft geplaatst. Het is ook mogelijk elektrische bedieningsorganen te gebruiken, zoals solenoiden en motoren in 20 plaats van de met een fluïdum bedienbare cylinders 62, 68, 7^» 96, 108 en 112.
Verder kunnen de glijgoten 22 en 1Q0 ook nog in een vorm zijn gevormd van doorzichtig materiaal voor het met het oog controleren van de toestand van aflevering van de voorwerpen daar-25 doorheen. Passende sleuven kunnen zijn gevormd in de glijgoten 22 en 100 voor het met de hand corrigeren van vastklemmende voorwerpen. Indien gewenst, kan bovendien de ingangsgeleiding 26 buiten de houder 1k zijn opgesteld. In dit geval, kunnen de voorwerpen, die van de ingangsgeleiding zijn afgevallen, in een afzonderlijke 30 houder worden teruggewonnen en teruggebracht naar de houder 1U.
Al deze en andere wijzigingen en veranderingen van de uitvinding binnen de gebruikelijke kennis van de specialisten, worden geacht binnen het kader van de uitvinding te vallen.
800 3 6 50

Claims (10)

1. Inrichting voor het van een plaats ,waar deze -willekeurig zijn opgeslagen, in een rij overbrengen naar een andere plaats van voorwerpen, gekenmerkt door een houder op de ene plaats 5 voor het op willekeurige wijze opnemen van de voorwerpen, verder door opneemmiddelen voor het herhaaldelijk opnemen van de voorwerpen met althans een tegelijk in de houder en het op een voorafbepaalde plaats brengen van de voorwerpen, door een hellende glij-goot voor het met een tegelijk opnemen van de voorwerpen bij een 10 ingangseinde daarvan, en het in een rij daardoorheen transporteren van de voorwerpen naar de andere plaats, door een ingangsgeleiding met een in hoofdzaak V-vormige dwarsdoorsnede, welke ingangsge-• leiding zich uitstrekt vanaf het ingangseinde van de glijgoot en op de voorafbepaalde plaats ligt voor het leiden van de voor-15 werpen, wanneer deze op de ingangs geleiding worden gebracht door / de opneemmiddelen, tot in de glijgoot, en door middelen voor het vergemakkelijken van het vanuit de ingangsgeleiding in de glijgoot gaan de voorwerpen.
2. Inrichting volgens conclusie 'i, met het. kenmerk, dat 20 de opneemmiddelen een vacuumopneems-amenstel omvatten, dat een zuigkop bevat voor het door zuigkracht daaraan doen hechten van voorwerpen, en middelen voor het bewegen van de zuigkop van het opneemsamenstel tussen de voorafbepaalde plaats en een plaats, in de houder, waar de voorwerpen door de zuigkop worden opgezogen.
3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het opneemsamenstel verder een stijve zuigpijp omvat, die zich vanaf de zuigkop naar boven uit strekt, waarbij de middelen voor het bewegen een aanslag omvatten, die vast is gekoppeld met de zuigpijp en zich in het algemeen horizontaal uitstrekt, verder een eerste 30 bedieningsorgaan, dat vertikaal is geplaatst en beweegbaar is tot in en vanuit aanliggende aanraking met de aanslag voor het aan de zuigkop geven van een op en neergaande beweging, een tweede bedieningsorgaan, dat horizontaal is geplaatst, en middelen voor het koppelen van het tweede bedieningsorgaan met de zuigpijp, zodat 35 het tveéde bedieningsorgaan de zuigpijp horizontaal kan bewegen, welke koppelingsmiddelen het de zuigpijp mogelijk maken vertikaal daardoorheen te bewegen. 800 36 50 -18- Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de glijgoot helt onder een hoek, die ligt tussen 30 en 60° ten opzichte van het vlak van de horizon, waarbij de ingangsgeleiding . onder dezelfde hoek helt als de glijgoot. 5 5· Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de ingangsgeleiding een goot omvat met een halfcirkelvormige dwarsdoorsnede, en een paar divergerende vleugels, gevormd aan de tegenover elkaar liggende zijden van de goot.
6, Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat T0 het paar divergerende vleugels daartussen een hoek heeft, die ligt tussen 120 en 170°·
7- Inrichting volgens conclusie 55 met het kenmerk, dat de ingangsgeleiding verder een paar leiranden omvat, gevormd aan de einden van divergerende vleugels, welke einden tegenover het 15 ingangseinde van de glijgoot liggen, welke leiranden convergeren naar het ingangseinde van de glijgoot..
8, Inrichting volgens conclusie 1, 5 of 7» gekenmerkt door een gootgedeelte, dat zich uitstrekt tussen de ingangsgeleiding en de glijgoot. 20 9· Inrichting volgens conclusie 1, kt 5 of 6, met het kenmerk, dat de middelen voor het vergemakkelijken een middel omvatten voor het draaien van de glijgoot en de ingangsgeleiding rond de hartlijn van de glijgoot nadat de opneemmiddelen althans een voorwerp telkens op de ingangsgeleiding hebben gebracht.
10. Inrichting volgens conclusie 9» met het kenmerk, dat de draaimiddelen de glijgoot en de ingangsgeleiding over althans 90° kunnen draaien in een richting en dan over dezelfde hoek in de tegengestelde richting.
11. Inrichting volgens conclusie 1, gekenmerkt door midde- 30 len voor het een voor een met te regelen tussenpozen door de glij goot leveren van de voorwerpen aan de andere plaats.
12. Inrichting volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de levermiddelen eerste aanslagmiddelen omvatten voor het losmaakbaar tegen beweging grendelen van een voorwerp in de glijgoot en 35 tweede aanslagmiddelen voor het losmaakbaar tegen beweging grendelen van alle opvolgende voorwerpen in de glijgoot.
13. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de ingangsgeleiding in de houder is opgesteld. 8003650
NL8003650A 1979-06-25 1980-06-24 Inrichting voor het in lijn vanaf een plaats naar een andere transporteren van elektronische onderdelen en dergelijke. NL8003650A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP7995779A JPS567827A (en) 1979-06-25 1979-06-25 Supply and line-up device for electronic parts
JP7995779 1979-06-25

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8003650A true NL8003650A (nl) 1980-12-30

Family

ID=13704778

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8003650A NL8003650A (nl) 1979-06-25 1980-06-24 Inrichting voor het in lijn vanaf een plaats naar een andere transporteren van elektronische onderdelen en dergelijke.

Country Status (4)

Country Link
US (1) US4352440A (nl)
JP (1) JPS567827A (nl)
DE (1) DE3023449A1 (nl)
NL (1) NL8003650A (nl)

Families Citing this family (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4501064A (en) * 1981-09-08 1985-02-26 Usm Corporation Micro component assembly machine
JPH06102487B2 (ja) * 1985-07-31 1994-12-14 松下電器産業株式会社 部品供給装置
FR2610307B1 (fr) * 1987-02-04 1991-07-26 Commissariat Energie Atomique Systeme de manutention d'un tres grand nombre de petits objets
WO1988007967A1 (fr) * 1987-04-08 1988-10-20 Kraemer Norbert Dispositif et procede pour separer des produits en vrac de volume relativement faible
US4787662A (en) * 1987-08-28 1988-11-29 Hewlett-Packard Company Vacuum driven gripping tool
DE9001800U1 (de) * 1990-02-15 1990-04-19 Zorn GmbH & Co. KG, 78333 Stockach Vorrichtung zum Vereinzeln von flexiblen Kleinteilen
US5839177A (en) * 1995-08-03 1998-11-24 The United States Of America As Represented By The Secretary Of The Navy Pneumatic rod loading apparatus
GB0029940D0 (en) * 2000-12-08 2001-01-24 Dmc Engineering Ltd Component handling apparatus
US7445110B2 (en) * 2004-11-19 2008-11-04 Berry Plastics Corporation Bailing apparatus with handle return device
CN102039279A (zh) * 2009-10-15 2011-05-04 梁启明 静脉输液针软管排序装置
DE102013021716A1 (de) * 2013-12-20 2015-06-25 Gerresheimer Regensburg Gmbh Vorrichtung und Verfahren zum Aufnehmen von Werkstücken
DE102014220194A1 (de) * 2014-10-06 2016-04-07 Richard Bergner Verbindungstechnik Gmbh & Co Kg Zuführeinheit

Family Cites Families (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1329787A (en) * 1917-02-23 1920-02-03 Hamel Shoe Machinery Co Tack-loader
US2350486A (en) * 1942-03-27 1944-06-06 Detroit Power Screwdriver Comp Feeding device
US2937788A (en) * 1958-04-03 1960-05-24 Dixon Automatic Tool Fluid operated escapement device
GB925381A (en) * 1958-07-12 1963-05-08 Reiners Walter Cop, bobbin or like wound textile package handling devices
US3152720A (en) * 1960-07-27 1964-10-13 Raytheon Co Feed and transfer method and apparatus
JPS4825169U (nl) * 1971-08-05 1973-03-24
US3907008A (en) * 1974-08-29 1975-09-23 Universal Instruments Corp Insertion apparatus
JPS538429A (en) * 1976-07-12 1978-01-25 Nippon Denso Co Ltd Air-fuel ratio feed-back control means

Also Published As

Publication number Publication date
US4352440A (en) 1982-10-05
DE3023449A1 (de) 1981-01-15
JPS567827A (en) 1981-01-27

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8003650A (nl) Inrichting voor het in lijn vanaf een plaats naar een andere transporteren van elektronische onderdelen en dergelijke.
US4744455A (en) Dispenser and component feeder
US3564691A (en) Unit carrier fed electronic component insertion machine
AT2841U1 (de) Kommissionieranlage
JP2747514B2 (ja) ソーセージ等のケーシング供給方法及び装置
US1195571A (en) flaherty
NL8002728A (nl) Inrichting voor het toevoeren van elektrische schakelingelementen.
CN105523374A (zh) 细小产品自动取料装置
US5235796A (en) Method and apparatus for packaging articles
US3964847A (en) Continuous automated plastic molding apparatus
US4462201A (en) Method and apparatus for discharging objects from holders
JPH04503497A (ja) 小瓶一般、及び特に注射器小瓶用の方向付け・収容装置
KR900014055A (ko) 주형의 조형법 및 조형기
EP0043403B1 (de) Vorrichtung zur geordneten Übergabe von aufeinanderfolgend herangeführten Gegenständen oder Gegenstandsgruppen
DE2549213A1 (de) Verfahren und vorrichtung fuer den transport von gegenstaenden
JPH03238233A (ja) Icテスターのためにスリーブを積み降ろしするための装置
CN115417109B (zh) 一种注塑件成品转移自动控制设备
US2966739A (en) Apparatus for inserting bushings
US3672541A (en) Feeding device for cigarettes for cigarette packing machines
GB2365002A (en) A stack support loading and/or offloading system
JPH0811025A (ja) 小径丸棒用キャップ装着装置
EP1508540B1 (de) Vorrichtung zur Vereinzelung von Gefässen
NL1010362C2 (nl) Inrichting en werkwijze voor het individualiseren van voorwerpen.
JPH07228333A (ja) 部品供給装置
CN222081027U (zh) 一种玻璃棒料包装机

Legal Events

Date Code Title Description
BA A request for search or an international-type search has been filed
A85 Still pending on 85-01-01
BB A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed