[go: up one dir, main page]

BE1030801B1 - Voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee - Google Patents

Voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee Download PDF

Info

Publication number
BE1030801B1
BE1030801B1 BE20225661A BE202205661A BE1030801B1 BE 1030801 B1 BE1030801 B1 BE 1030801B1 BE 20225661 A BE20225661 A BE 20225661A BE 202205661 A BE202205661 A BE 202205661A BE 1030801 B1 BE1030801 B1 BE 1030801B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
feed
xylanase
feed additive
wheat flour
mass ratio
Prior art date
Application number
BE20225661A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1030801A1 (nl
Inventor
Dirk Janssens
Ronny Mombaerts
Original Assignee
Nu3Guts Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Nu3Guts Bv filed Critical Nu3Guts Bv
Priority to BE20225661A priority Critical patent/BE1030801B1/nl
Priority to NL2035658A priority patent/NL2035658B1/nl
Publication of BE1030801A1 publication Critical patent/BE1030801A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1030801B1 publication Critical patent/BE1030801B1/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A23FOODS OR FOODSTUFFS; TREATMENT THEREOF, NOT COVERED BY OTHER CLASSES
    • A23KFODDER
    • A23K20/00Accessory food factors for animal feeding-stuffs
    • A23K20/10Organic substances
    • A23K20/189Enzymes
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A23FOODS OR FOODSTUFFS; TREATMENT THEREOF, NOT COVERED BY OTHER CLASSES
    • A23KFODDER
    • A23K50/00Feeding-stuffs specially adapted for particular animals
    • A23K50/70Feeding-stuffs specially adapted for particular animals for birds
    • A23K50/75Feeding-stuffs specially adapted for particular animals for birds for poultry

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Polymers & Plastics (AREA)
  • Animal Husbandry (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Food Science & Technology (AREA)
  • Birds (AREA)
  • Fodder In General (AREA)

Abstract

De huidige uitvinding betreft een voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee, waarbij het voederadditief een xylanase en een dragermateriaal omvat, waarbij het xylanase een endo-1,4-beta xylanase is, geschikt voor het afbreken van arabinoxylaan, waarbij het dragermateriaal geëxtrudeerde tarwebloem omvat, en waarbij het voederadditief de geëxtrudeerde tarwebloem en het xylanase omvat in een massaverhouding van minstens 6,5/1. De uitvinding betreft eveneens een werkwijze voor het bereiden van een voornoemd voederadditief, alsook een voedersamenstelling omvattende voornoemd voederadditief en een gebruik van voornoemd voederadditief.

Description

1 BE2022/5661
VOEDERADDITIEF VOOR HET VERHOGEN VAN DE METABOLI SEERBARE
ENERGIE UIT VOEDER IN VEE
TECHNISCH DOMEIN
De uitvinding heeft betrekking op een voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee, alsook een voedersamenstelling waarin zo’n voederadditief is toegepast, een gebruik van het voederadditief en een werkwijze voor de bereiding van zo’n voederadditief.
STAND DER TECHNIEK
Veevoeders kunnen plantaardige polysachariden omvatten die kunnen fungeren als een belangrijk voedingsbestanddeel in de voeding (b.v. zetmeel), maar ook een aantal niet- zetmeelpolysachariden (NSP). Grote landbouwhuisdieren zoals pluimvee en varkens missen de relevante enzymen in hun spijsverteringskanaal om de NSP te verteren.
Arabinoxylanen zijn de meest voorkomende componenten van = niet- zetmeelpolysachariden (NSP's) in granen (waaronder maïs, gerst en tarwe). Zij zijn ook aanwezig in eiwitbronnen van plantaardige oorsprong, zoals sojameel, raapzaadmeel en zonnebloemkoek. Arabinoxylaan bestaat uit twee fracties: oplosbaar arabinoxylaan en onoplosbaar arabinoxylaan. Oplosbare en onoplosbare arabinoxylanen veroorzaken een hoge viscositeit in het bovenste deel van het spijsverteringskanaal, waardoor de beschikbaarheid. Onoplosbaar arabinoxylaan als bestanddeel van de celwand, 'omheinen' voedingsstoffen in het cellumen, vaak aangeduid als het "kooi-effect".
Het gebruik van xylanases in diervoeder is bekend om de benutting van het voer te verbeteren, zoals uit EP2073642, maar gekende voederadditieven omvattende xylanases hebben slechts een beperkte houdbaarheid. Xylanases worden bovendien gebruikt in samengesteld veevoeder voor eenmagigen. Meestal wordt dit voeder gepelletiseerd, d.w.z. door stoominjectie naar hoge temperatuur gebracht om via een matrijs in cilindervormige pellets te worden geduwd. Door de hitte zijn de xylanases vaak onderhevig aan temperatuursinactivatie na hitte-behandelingen of bij pelletisering.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
De uitvinding betreft een voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee volgens conclusie 1. Voorkeursvormen van het voederadditief zijn weergegeven in conclusies 2 tot en met 11.
2 BE2022/5661
In een tweede aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het bereiden van een voederadditief volgens het eerste aspect volgens conclusie 12. In een derde aspect betreft de uitvinding een voedersamenstelling volgens conclusie 13. In een vierde aspect betreft de uitvinding een gebruik conclusie 14. Een voorkeursvorm is weergegeven in conclusie 15.
Een doelstelling van de uitvinding is het verhogen van de metaboliseerbare energie in voeders die arabinoxylanen omvatten, en meer specifiek voeders die oplosbare en onoplosbare arabinoxylaan omvatten.
De uitvinding heeft tot doel de oplosbaarheid en/of de afbraak van zowel oplosbare als onoplosbare arabinoxylanen te verbeteren om de voedingswaarde van diervoeders te verhogen, onder meer door het verhogen van de metaboliseerare energie in het voeder maar bijvoorbeeld ook door de voederconversieverhouding (FCR), de groeisnelheid en/of de gewichtstoename te verbeteren.
Het is een doelstelling om de viscositeit in de darm van het vee te verminderen.
Bovendien is het eveneens een doelstelling van de uitvinding om het kooi-effect te verminderen of zelfs te vermijden.
Het is een doelstelling van de uitvinding een verbetering te bieden voor voederadditieven omvattende xylanases.
Het is tevens een doelstelling van de uitvinding de enzymstabiliteit van het xylanase in het voederadditief te verhogen. Hiervoor heeft de uitvinding tot doel de houdbaarheid (“shelf life”) van het enzym en dus het voederadditief te verhogen. Hiervoor heeft de uitvinding eveneens tot doel om de hittestabiliteit van het xylanase en dus van het voederadditief te verhogen.
Bovendien heeft de uitvinding als doelstelling verdere processing van voeder, zoals bijvoorbeeld pelletisering, maar ook transport, mogelijk te maken zonder in te boeten aan enzymactiviteit.
Het is tevens een doelstelling van de uitvinding een voederadditief te bieden dat beter gepelletiseerd kan worden.
3 BE2022/5661
Het is een doelstelling de microbiële stabiliteit van een voederadditief omvattende xylanases te verhogen.
GEDETAI LLEERDE BESCHRIJVING
De uitvinding betreft een voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee.
Tenzij anders gedefinieerd hebben alle termen die gebruikt worden in de beschrijving van de uitvinding, ook technische en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals ze algemeen begrepen worden door de vakman in het technisch veld van de uitvinding.
Voor een betere beoordeling van de beschrijving van de uitvinding, worden de volgende termen expliciet uitgelegd. “Een”, “de” en “het” refereren in dit document aan zowel het enkelvoud als het meervoud tenzij de context duidelijk anders veronderstelt. Bijvoorbeeld, “een segment” betekent een of meer dan een segment.
Wanneer “ongeveer” in dit document gebruikt wordt bij een meetbare grootheid, een parameter, een tijdsduur of moment, en dergelijke, dan worden variaties bedoeld van +/-20% of minder, bij voorkeur +/-10% of minder, meer bij voorkeur +/-5% of minder, nog meer bij voorkeur +/-1% of minder, en zelfs nog meer bij voorkeur +/-0.1% of minder dan en van de geciteerde waarde, voor zoverre zulke variaties van toepassing zijn in de beschreven uitvinding. Hier moet echter wel onder verstaan worden dat de waarde van de grootheid waarbij de term “ongeveer” of “rond” gebruikt wordt, zelf specifiek wordt bekendgemaakt.
De termen “omvatten”, “omvattende”, “bestaan uit”, “bestaande uit”, “voorzien van”, “bevatten”, “bevattende”, “behelzen”, “behelzende”, “inhouden”, “inhoudende” zijn synoniemen en zijn inclusieve of open termen die de aanwezigheid van wat volgt aanduiden, en die de aanwezigheid niet uitsluiten of beletten van andere componenten, kenmerken, elementen, leden, stappen, gekend uit of beschreven in de stand der techniek.
De uitdrukking “gewichtsprocent”, “gew.%", “m%"” of “% gew” refereert in dit document naar het relatieve gewicht van een component gebaseerd op het totale gewicht van het volledige product waarnaar verwezen wordt.
4 BE2022/5661
De “houdbaarheid” of “shelf life” van een product wordt gedefinieerd als de periode waarin een product kan worden opgeslagen zonder dat de kwaliteit onder een bepaald acceptabel minimumniveau daalt. De beperkende factor van de houdbaarheid is, in het kader van de onderhavige uitvinding voor voederadditieven, enzyminactivatie.
Het citeren van numerieke intervallen door de eindpunten omvat alle gehele getallen, breuken en/of reële getallen tussen de eindpunten, deze eindpunten inbegrepen.
In een eerste aspect betreft de uitvinding een voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het voederadditief een xylanase en een dragermateriaal. Voor de onderhavige doeleinden betekent een xylanase een eiwit of een polypeptide met xylanase-activiteit.
In een voorkeursvorm is het xylanase een enzym geclassificeerd als EC 3.2.1.8. De officiële naam is endo-1,4-bèta-xylanase. De systematische naam is 1,4-beta-D- xylaanxylanohydrolase. Andere namen kunnen worden gebruikt, zoals endo-(1-4)-bèta- xylanase, (1-4)-bèta-xylanase, endo-1,4-xylanase, xylanase, bèta-1,4-xylanase, endo- 1,4-xylanase, endo-1,4-bèta-xylanase, endo-1,4-bèta-xylanase, endo-bèta-1,4- xylanase, endo-1,4-bèta-D-xylanase, 1,4-bèta-xylanase, xylanxylanohydrolase, bèta- xylanase, bèta-1,4-xylanase, xylanxylanohydrolase, endo-1,4-bèta-xylanase, bèta-D- xylanase. De gekatalyseerde reactie is de endohydrolyse van 1,4-beta-D- xylosinebindingen in xylanen.
Het xylanase is bij voorkeur een endo-1,4-beta-xylanase geschikt voor het afbreken van arabinoxylaan. In een specifieke voorkeursvorm is het xylanase geschikt voor het hydrolyseren van onoplosbare en oplosbare arabinoxylanen.
In een uitvoeringsvorm omvat het voederadditief het xylanase, in een hoeveelheid van minimaal 0,5 m%, uitgedrukt in relatieve gewicht van het xylanase gebaseerd op het totale gewicht van het voederadditief, bij voorkeur minimaal 1 m%. In een andere of verdere uitvoeringsvorm omvat het voederadditief het xylanase, in een hoeveelheid van maximaal 15 m%, bij voorkeur maximaal 13 m%.
Het voederadditief omvat in een andere of verdere uitvoeringsvorm het xylanase, in een hoeveelheid gelegen tussen 0,5 en 15 m%, bij voorkeur tussen 1 en 13 m%.
> BE2022/5661
In een verdere voorkeursvorm omvat het dragermateriaal geëxtrudeerde tarwebloem.
Er werd vastgesteld dat het gebruik van geëxtrudeerde tarwebloem een betere enzymstabiliteit geeft aan het xylanase, zowel in de tijd als bij hitte behandeling.
Het voederadditief bezit bij voorkeur een houdbaarheid van 18 tot 24 maanden. Dit is voordelig daar standaard enzympreparaten gekend in de stand der techniek slechts maximaal 12 maanden houdbaarheid bezitten.
Bovendien is het tarwebloem voordelig voor het verhogen van de hittestabiliteit van het xylanase. Door de voorafgaandelijke interactie van het xylanase en het dragermateriaal is een duidelijke stabiliteitsverhoging vastgesteld van het xylanse, zowel in tijd naar houdbaarheid als in temperatuursinactivatie bij hittebehandeling. Dit effect kan worden toegeschreven aan de interactie van het xylanase met zijn substraat, waarbij het xylanase zich vastklemt op de tarwebloem, waardoor het xylanase duidelijk stabiliseert.
Deze interactie geeft een meerwaarde in het dagelijks gebruik, een betere houdbaarheid (“shelf life”) en een betere hittestabiliteit. Dit zijn belangrijke parameters voor export en voor de verdere verwerking van het xylanase en het voederadditief doorheen de productie van pellet voeder.
Met geëxtrudeerde tarwebloem wordt tarwebloem beoogd die een extrusieproces heeft doorlopen. Met “extrusieproces” of “extrusie” wordt een proces beoogd dat plaatsvindt bij hoge druk, temperatuur en afschuiving (= shear) en waarbij de tarwebloem gelijktijdig gemixt, gekneed en verwarmd wordt.
Geëxtrudeerde tarwebloem bevat een belangrijke portie oplosbare en onoplosbare arabinoxylanen. Bovendien is geëxtrudeerde tarwebloem microbieel geïnactiveerd. De geëxtrudeerde bloem heeft niet alleen effect op de microbiële stabiliteit van het voederadditief, de extrusie stelt de oplosbare en onoplosbare arabinoxylanen vrij waardoor een betere binding wordt bekomen tussen het arabinoxylanase en het dragermateriaal, hetgeen vertaald wordt in een verhoogde stabiliteit zoals hierboven geschreven.
In een specifieke voorkeursvorm bezit het voederadditief de geëxtrudeerde tarwebloem en het xylanase, in een massaverhouding van minstens 6,5/1, meer bij voorkeur minstens 6,8/1, nog meer bij voorkeur minstens 7/1.
6 BE2022/5661
Gebleken is dat een massaverhouding van minstens 6,5/1 g geëxtrudeerde tarwebloem op g xylanase nodig is opdat de voornoemde toegevoegde waarde inzake stabiliteit, zowel thermisch als in de tijd, aanwezig zou zijn in het voederadditief.
In een andere of verdere voorkeursvorm bezit het voederadditief de geëxtrudeerde tarwebloem en het xylanase, in een massaverhouding van maximaal 99/1, meer bij voorkeur maximaal 95/1, nog meer bij voorkeur maximaal 90/1.
In een uitvoeringsvorm is het dragermateriaal geëxtrudeerde tarwebloem, d.w.z. dat het dragermateriaal minstens 99 m% geëxtrudeerde tarwebloem omvat.
In een alternatieve en voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het dragermateriaal geëxtrudeerde tarwebloem en een tweede drager. In een voorkeursvorm omvat het dragermateriaal geëxtrudeerde tarwebloem en krijt als tweede drager.
In een uitvoeringsvorm omvat het dragermateriaal geëxtrudeerde tarwebloem, in een hoeveelheid zodat het voederadditief een massaverhouding van minstens 6,5/1 g geëxtrudeerde tarwebloem per g xylanase bezit, waarbij het dragermateriaal verder aangevuld is met een tweede drager, bij voorkeur is de tweede drager krijt.
Het dragermateriaal in deze uitvoeringsvorm omvat bijgevolg geëxtrudeerde tarwebloem, in een hoeveelheid nodig om een massaverhouding van minstens 6,5/1 g geëxtrudeerde tarwebloem per g xylanase te verkrijgen in het voederadditief, waarbij het dragermateriaal verder aangevuld is met een tweede drager, bij voorkeur krijt.
In een uitvoeringsvorm omvat het dragermateriaal geëxtrudeerde tarwebloem in een hoeveelheid van minimaal 6,5 m%, uitgedrukt in relatieve gewicht van de geëxtrudeerde tarwebloem gebaseerd op het totale gewicht van het dragermateriaal, bij voorkeur minimaal 13 m%.
In een verdere uitvoeringsvorm omvat het dragermateriaal geëxtrudeerde tarwebloem, in een hoeveelheid van maximaal 99 m%, bij voorkeur maximaal 95 m%.
In een uitvoeringsvorm omvat het voederadditief geëxtrudeerde tarwebloem in een hoeveelheid van minimaal 6,5 m%, bij voorkeur minimaal 13 m%.
In een verdere uitvoeringsvorm omvat het voederadditief geëxtrudeerde tarwebloem, in een hoeveelheid van maximaal 99 m%, uitgedrukt in relatieve gewicht van een de
7 BE2022/5661 geëxtrudeerde tarwebloem gebaseerd op het totale gewicht van het voederadditief, bij voorkeur maximaal 95 m%.
Met de term “voeder”, zoals gebruikt in de tekst, worden alle verbindingen, preparaten, mengsels of samenstellingen beoogd die geschikt zijn voor of bedoeld zijn voor consumptie door een dier.
De term “verhogen van de metaboliseerbare energie” van een diervoeder betekent verhogen van de hoeveelheid energie die beschikbaar is voor groei of voortplanting en voor de ondersteuning van stofwisselingsprocessen zoals arbeid. De voedingswaarde van het voeder wordt daardoor verhoogd en de groeisnelheid en/of de gewichtstoename en/of de voederconversie (d.w.z. het gewicht van het opgenomen voeder in verhouding tot de gewichtstoename) van het dier wordt/worden verbeterd.
De term “verbeteren van de voedingswaarde” van een diervoeder betekent verbetering van de beschikbaarheid van de eiwitten, hetgeen leidt tot een verhoogde eiwitextractie, een hogere eiwitopbrengst, en/of een verbeterde eiwitbenutting. De voedingswaarde van het voeder wordt daardoor verhoogd en de groeisnelheid en/of de gewichtstoename en/of de voederconversie (d.w.z. het gewicht van het opgenomen voeder in verhouding tot de gewichtstoename) van het dier wordt/worden verbeterd.
De term vee omvat alle dieren die in de landbouw en visserij om economische redenen gehouden worden, doorgaans als voedselbron. Voorbeelden van dieren zijn niet- herkauwers en herkauwers. Herkauwers omvatten bijvoorbeeld dieren zoals schapen, geiten, paarden en runderen, bijvoorbeeld vleesrunderen, koeien en jonge kalveren. In een bijzondere belichaming is het dier een niet-herkauwend dier. Niet-herkauwende dieren omvatten mono-gastrische dieren, b.v. varkens of zwijnen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot, biggen, groeiende varkens, en zeugen); pluimvee zoals kalkoenen, eenden en kippen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot, vleeskuikens, leghennen); jonge kalveren; en vissen (met inbegrip van, maar niet beperkt tot zalm, forel, tilapia, meerval en karpers; en schaaldieren (met inbegrip van, maar niet beperkt tot garnalen en steurgarnalen).
In een uitvoeringsvorm omvat het voederadditief verder water. Het voederadditief omvat in een verdere uitvoeringsvorm water, in een hoeveelheid gelegen tussen 1 en 10 m%, uitgedrukt in relatieve gewicht van het water gebaseerd op het totale gewicht van het voederadditief, bij voorkeur tussen 2 en 10 m%, nog meer bij voorkeur tussen
8 BE2022/5661 3 en 9 m%, zelfs nog meer bij voorkeur tussen 4 en 8 m%, en met de meeste voorkeur tussen 5 en 7 m%.
In een voorkeursvorm omvat het voederadditief: - geëxtrudeerde tarwebloem en een xylanase, in een massaverhouding van minstens 6,5/1, - water, in een hoeveelheid gelegen tussen 1 en 10 m%, uitgedrukt in relatieve gewicht van het water gebaseerd op het totale gewicht van het voederadditief, en - krijt.
In een specifieke voorkeursvorm bevat het voederadditief: - geëxtrudeerde tarwebloem en een xylanase, in een massaverhouding van minstens 6,5/1, - water, in een hoeveelheid gelegen tussen 1 en 10 m%, uitgedrukt in relatieve gewicht van het water gebaseerd op het totale gewicht van het voederadditief, - krijt, en - additieven en/of onzuiverheden, in een hoeveelheid van maximaal 1 m%, uitgedrukt in relatieve gewicht van de totale hoeveelheid additieven en/of onzuiverheden gebaseerd op het totale gewicht van het voederadditief.
In een specifieke voorkeursvorm bezit het voederadditief een xylanase-enzymactiviteit gelegen tussen 10 en 1000 IU/g geëxtrudeerde tarwebloem, bij voorkeur gelegen tussen 100 en 750 IU/g geëxtrudeerde tarwebloem.
Gebleken is dat in het bereik gelegen tussen 100 IU/g geëxtrudeerde tarwebloem tot 750 IU/g geëxtrudeerde tarwebloem de toegevoegde waarde inzake stabiliteit, zowel thermisch als in de tijd, aanwezig is.
In een andere voorkeursvorm bezit het voederadditief een xylanase-enzymactiviteit gelegen tussen 10 en 1000 IU/g voederadditief, bij voorkeur gelegen tussen 50 en 700
IU/g voederadditief. “IU” of “U” is de enzymeenheid die enzymatische activiteit weergeeft. 1 U of 1 IU (Hmol/min) wordt gedefinieerd als de hoeveelheid enzym die in staat is om in 1 minuut de omzetting van 1 umol substraat te katalyseren.
9 BE2022/5661
Xylanase-enzymactiviteit kan worden gemeten onder toepassing van elke bepaling, waarbij een substraat wordt toegepast, dat 1,4-beta-D-xylosidine-endo-bindingen in xylanen omvat.
Assay-pH en assay-temperatuur moeten worden aangepast aan het betreffende xylanase. Voorbeelden van assay-pH-waarden zijn pH 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 of 11.
Voorbeelden van testtemperaturen zijn 30, 35, 37, 40, 45, 50, 55, 60, 65, 70 of 80°C.
Voor de bepaling van xylanase-activiteit zijn bijvoorbeeld verschillende typen substraten beschikbaar.
Metaboliseerbare energie (ME) is de netto-energie die overblijft na uitwerpselen en urineverlies, en is de energie die beschikbaar is voor groei of voortplanting en voor de ondersteuning van stofwisselingsprocessen zoals arbeid (voortbeweging) en ademhaling (thermoregulatie, onderhoudsmetabolisme, HIF). Metaboliseerbare energie kan worden berekend op basis van de NRC-publicatie Nutrient Requirements in Swine, negende herziene editie 1988, Subcommissie varkensvoeding, commissie diervoeding, raad landbouw, nationale onderzoeksraad. National Academy Press, Washington, D.C., blz. 2-6, en de Europese tabel van energiewaarden voor veevoeders van pluimvee,
Spelderholt centrum voor onderzoek en uitbreiding van pluimvee, 7361 DA Beekbergen,
Nederland. Grafisch bedrijf Ponsen & looijen bv, Wageningen. ISBN 90-71463-12-5.
In een andere specifieke uitvoeringsvorm is het xylanase van de uitvinding afgeleid van een bacterieel xylanase.
De uitdrukking "xylanase, afgeleid van een bacteriële xylanase", zoals hierboven gebruikt, omvat elk wildtype xylanase, isoleerbaar of geïsoleerd uit de bacterie in kwestie, alsook varianten of fragmenten daarvan die xylanase-activiteit behouden.
De term "variant" verwijst naar een xylanase dat een substitutie, deletie en/of insertie van één of meer aminozuren in vergelijking met het gespecificeerde xylanase omvat.
De variant kan een natuurlijke variant (allelvariant) zijn of synthetisch bereid zijn. Bij voorkeur zijn aminozuurveranderingen van een ondergeschikte aard, bijvoorbeeld conservatieve aminozuursubstituties die niet significant de vouwing en/of activiteit van het eiwit beïnvloeden; kleine deleties; kleine amino- of carboxyl-eindstandige verlengingen, zoals een amino-eindstandige methioninerest; een klein linkerpeptide; of een kleine verlenging die zuivering vergemakkelijkt door het veranderen van netto
10 BE2022/5661 lading of een andere functie, zoals een polyhistidineketen, een antigeen epitoop of een bindingsdomein.
Een "fragment" van een gespecificeerde xylanase heeft één of meer aminozuren verwijderd uit de amino- en/of carboxylterminus van de aminozuursequentie van de xylanase.
In een voorkeursvorm is het xylanase isoleerbaar uit een bacterie. In een verdere voorkeursvorm is het xylanase geïsoleerd uit een bacterie.
In een verdere voorkeursvorm is het xylanase isoleerbaar uit een bacterie uit het
Bacillus geslacht, bij voorkeur Bacillus subtilis. In een verdere voorkeursvorm is het xylanase geïsoleerd uit een bacterie uit het Bacillus geslacht, bij voorkeur Bacillus subtilis.
In een specifieke uitvoeringsvorm wordt het xylanase volgens de uitvinding geïsoleerd, d.w.z. in wezen vrij van andere polypeptiden met enzymactiviteit, b.v. ten minste ongeveer 20% zuiver, bij voorkeur ten minste ongeveer 40% zuiver, met meer voorkeur ongeveer 60% zuiver, met nog meer voorkeur ongeveer 80% zuiver, met de meeste voorkeur ongeveer 90% zuiver en met nog meer voorkeur ongeveer 95% zuiver, zoals bepaald door SDS-PAGE. Zoals in het vakgebied algemeen bekend is, kan de SDS-gel voor detectiedoeleinden worden gekleurd met Coomassie-kleuring of kleuring met zilver. Er moet voor worden gezorgd dat geen overbelasting heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld door het controleren van de lineariteit door het aanbrengen van verschillende concentraties in verschillende lanen op de gel.
Xylanase met zuiverheden van deze orde van grootte zijn met name te verkrijgen met behulp van recombinante productiemethoden.
Het gebruik van een geïsoleerd en/of gezuiverd xylanase is voordelig. Het is bijvoorbeeld veel gemakkelijker om op juiste wijze enzymen te doseren die in wezen vrij zijn van interfererende of contaminerende andere enzymen. De term juiste dosering verwijst in het bijzonder naar het doel van het verkrijgen van consistente en constante resultaten van diervoeder en het vermogen van het optimaliseren van dosering gebaseerd op het gewenste effect.
In specifieke uitvoeringsvormen is het xylanase van de uitvinding voor gebruik in voeder voor (i) niet-herkauwende dieren; bij voorkeur (ii) monogastrische dieren; met meer
11 BE2022/5661 voorkeur (iii) varkens, pluimvee, vis en schaaldieren; of met nog meer voorkeur (iv) varkens en pluimvee; of met de meeste voorkeur (v) pluimvee.
Het xylanase volgens de uitvinding kan aan het vee worden gevoerd voor, na of gelijktijdig met het voeder. Dit laatste verdient de voorkeur.
Het xylanase is aanwezig in een voederadditief dat vervolgens aan voeder voor vee wordt toegevoegd (of in een behandelingsproces wordt gebruikt).
Meer informatie over voeder of diervoedersamenstellingen wordt hieronder gevonden.
Granen zijn belangrijke bestanddelen van diervoeder. Granen bevatten plantenpolysachariden, waarvan sommige, b.v. zetmeel, kunnen functioneren als een belangrijke voedingscomponent van het dieet. Maar graankorrels bevatten ook verschillende soorten niet-zetmeelpolysachariden (NSP), die niet kunnen worden gebruikt door niet-herkauwende dieren zoals pluimvee en varkens.
Het type en de hoeveelheid NSP variëren van graan tot graan. Voorbeelden van NSP zijn xylanen, arabinoxylanen, beta-glucanen en cellulose. Het type en de hoeveelheid
NSP variëren van graan tot graan. De volgende zijn voorbeelden van benaderd NSP- gehalte (%, gew./gew., droge stof) van verschillende graankorrels: gepelde rijst 1%, sorghum 5%, maïs 8%, tarwe 11%, rogge 13%, triticale 16% en gerst 17%.
Voor tarwe, triticale en maïs vormen arabinoxylanen meer dan 50% van het NSP, terwijl voor gerst, sorghum, rogge en rijst de arabinoxylanen ongeveer 25-45% van het NSP uitmaken, d.w.z. nog steeds een aanzienlijke hoeveelheid.
Voor arabinoxylanen en beta-glucanen wordt een onderscheid gemaakt tussen oplosbare en onoplosbare polysacchariden.
De termen oplosbaar en onoplosbaar zijn in het vakgebied bekend en verwijzen naar wateroplosbaarheid/onoplosbaarheid in water, in het bijzonder naar de vorm (oplosbaar/onoplosbaar) van deze polysacchariden a) onder spijsverteringscondities, b) onder darmcondities (in de dunne darm), of bij voorkeur c) na een in vitro procedure (d.w.z. 1,5 uur bij pH 3,0 en 40°C in de aanwezigheid van pepsine, en 4,5 uur bij pH 6,8 en 40°C in de aanwezigheid van pancreatine).
12 BE2022/5661
Onoplosbare arabinoxylanen zijn geassocieerd met de inkapseling van nutriënten zoals zetmeel en eiwit. Deze inkapseling maakt het mogelijk dat waardevolle voedingsstoffen de vertering omzeilen.
Wanneer onoplosbare arabinoxylanen ook worden gedigereerd of oplosbaar gemaakt, resulteert een verbeterde blootstelling van voedingsstoffen.
De volgende zijn voorbeelden van benaderd oplosbaar arabinoxylaan-gehalte (%, gew./gew., droge stof) van verschillende graankorrels: mais 0,1%, tarwe 1,5%, tarwezemelen 1%, sojameel 0,4%, zonnebloemmeel 0,6%, rijstzemelen 0,2%.
De volgende zijn voorbeelden van benaderd onoplosbaar arabinoxylaan-gehalte (%, gew./gew., droge stof) van verschillende graankorrels: mais 4,5%, tarwe 5,4%, tarwezemelen 18%, sojameel 2,6%, zonnebloemmeel 6,1%, rijstzemelen 7,4%.
In een voorkeursvorm is het xylanase volgens de uitvinding in staat onoplosbare vezelpolysachariden, zoals NSP, en meer bepaald arabinoxylanen, op te lossen.
Dienovereenkomstig heeft de uitvinding betrekking op het gebruik van een voederadditief omvattende een xylanase volgens de uitvinding voor het oplosbaar maken van (anders onoplosbare) arabinoxylanen tijdens maag- en darmvertering en het verhogen van de metaboliseerbare energie.
De term polysaccharide is in de techniek bekend sacchariden met 10 of meer monosacchariden aan te duiden (zie bijvoorbeeld. Voedselchemie, 3e editie, Springer
Verlag, ISBN 3-540-40817-7, Belitz, Grosch, Schieberle (editors), sectie 4.3.1 op p. 294), met andere woorden, met een polymerisatiegraad (DP) van ten minste 10.
Polysacchariden met een DP van ten minste 10 kunnen worden onderscheiden van oligosacchariden met een DP lager dan 10 zoals in de techniek bekend is, bijvoorbeeld door gelfiltratie op Biogel P-2 in supernatanten verkregen na 80% ethanolprecipitatie (zie "The Uppsala method for rapid analysis of to- tale dieet fiber" door Theander et al, in het bijzonder Fig. 2 op p. 277, in New Developments in Dietary Fiber, Furda en Brine (editors), Plenum Press, 1990, p. 273-281).
In het bijzonder is het xylanase volgens de uitvinding in staat om de hoeveelheid onoplosbare arabinoxylanen te verminderen in een in vitro model dat de maag- en dunnedarmdigestiestappen nabootst bij monogastrische digestie.
13 BE2022/5661
Bij voorkeur is de hoeveelheid achtergebleven (d.w.z. na incubatie met xylanase) onoplosbare arabinoxylanen niet hoger dan 85% (w/w), met meer voorkeur niet hoger dan 84, 83, 82, 81, 80, 79, 78, 77, 76, 75, 74, 73, 72, 71 of 70% (w/w) ten opzichte van een controle zonder toegevoegd xylanase-enzym (100%).
Dit komt overeen met een vermindering van de hoeveelheid onoplosbare arabinoxylanen van ten minste 15%, bij voorkeur ten minste 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, of ten minste 30% (w/w) ten opzichte van een controle zonder toegevoegd xylanase-enzym (,0%)
De uitvinding heeft ook betrekking op het gebruik van een voederadditief omvattende een xylanase volgens de uitvinding voor de afbraak van zowel oplosbare als onoplosbare arabinoxylanen tijdens maag- en darmvertering.
Behalve het xylanase volgens de uitvinding omvat het voederadditief volgens de uitvinding in een uitvoeringsvorm een fytase, een protease, een amylase of een combinatie hiervan omvat.
Een fytase is een fosfatase-enzym dat geschikt is voor het katalyseren van de hydrolyse van fytinezuur (een onverteerbare, organische vorm van fosfor die in veel plantenweefsels wordt aangetroffen, vooral in granen en oliehoudende zaden) en een bruikbare vorm van anorganisch fosfor vrij te maken.
De term "protease" wordt hierin gedefinieerd als een enzym dat peptidebindingen hydrolyseert. De term "protease" omvat elk enzym dat behoort tot de EC 3.4- enzymgroep (inclusief elk van de dertien subklassen daarvan). Het EC-nummer verwijst naar Enzyme Nomenclature 1992 van NC-IUBMB, Academic Press, San Diego, Californië.
Amylase is een enzym dat tijdens de spijsvertering zetmeel hydrolyseert. Een amylase is geschikt voor het aangrijpen op de lineair a-1,4-glycoside polymeerbinding tussen de glucosemoleculen van zetmeel.
Macromineralen worden in een uitvoeringsvorm ook opgenomen in het voederadditief.
Verder zijn eventuele voederadditiefbestanddelen kleurstoffen, bijvoorbeeld carotenoïden zoals beta-caroteen, astaxanthine en luteïne; aromaverbindingen; stabilisatoren; antimicrobiële peptiden; meervoudig onverzadigde vetzuren; reactieve
14 BE2022/5661 zuurstof genererende species; en/of ten minste één ander enzym gekozen uit een ander xylanase (EC 3.2.1.8); en/of beta-glucanase (EC 3.2.1.4 of EC 3.2.1.6).
Voorbeelden van antimicrobiële peptiden (AMP's) zijn CAP18, Leucocine A, Tritrpticine,
Protegrine-1, Thanatine, Defensine, Lactoferrine, Lactoferricine, en Ovispirine zoals
Novispirine (Robert Lehrer, 2000), Plectasinen, en Statinen, waaronder de verbindingen en polypeptiden beschreven in WO 03/044049 en WO 03/048148, alsook varianten of fragmenten van het bovenstaande die antimicrobiële activiteit behouden.
Voorbeelden van antifungale polypeptiden (AFP's) zijn de Aspergillus giganteus en
Aspergillus niger peptiden, alsook varianten en fragmenten daarvan die antifungale activiteit behouden, zoals beschreven in WO 94/01459 en WO 02/090384.
Voorbeelden van meervoudig onverzadigde vetzuren zijn meervoudig onverzadigde
C18-, C20- en C22-vetzuren, zoals arachidonzuur, docosohexaeenzuur, eicosapentaeenzuur en gamma-linoleïnezuur.
Voorbeelden van reactieve zuurstof genererende verbindingen zijn chemicaliën zoals perboraat, persulfaat of percarbonaat; en enzymen zoals een oxidase, een oxygenase of een syntethase.
In een voorkeursvorm is het xylanase stabiel bij een temperatuur gelegen tussen 70 en 100°C, bij voorkeur bij een temperatuur gelegen tussen 75 en 90°C, en met de meeste voorkeur bij een temperatuur gelegen tussen 80 en 85°C.
In een voorkeursvorm is het xylanase stabiel bij een pH gelegen tussen 4 en 9, bij voorkeur tussen 4,5 en 8,5, en met meeste voorkeur tussen 5 en 8.
In een voorkeursvorm is het voederadditief geschikt voor het verhogen van de voederconversie met ten minste 1%, meer bij voorkeur minstens 2%.
Voederadditief volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het voedseladditief geschikt is voor het verhogen van de metaboliseerbare energie met tussen 10 en 250 kcal/kg, bij voorkeur tussen 70 en 150 kcal/kg.
Het voederadditief kan worden bereid volgens in de stand der techniek bekende methoden en kunnen de vorm hebben van een vloeibare of een droge samenstelling.
Het xylanase kan bijvoorbeeld de vorm hebben van een granulaat of een
15 BE2022/5661 microgranulaat. Het in de samenstelling op te nemen xylanase kan worden gestabiliseerd volgens in de kunst bekende methoden.
In een voorkeursvorm wordt het voederadditief toegevoegd aan een voeder zodat een xylanase-enzymactiviteit van tussen 1 en 100 IU/kg voeder bereikt wordt, bij voorkeur tussen 5 en 15 IU/kg voeder.
In een tweede aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het vervaardigen van een voederadditief volgens het eerste aspect.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de werkwijze het aanbrengen van een xylanase op een dragermateriaal.
In een uitvoeringsvorm kan het xylanase in vloeibare toestand aangebracht worden op het dragermateriaal middels verstuiven. In een andere uitvoeringsvorm kan het xylanase aangebracht worden op het dragermateriaal in poedervorm middels een menging.
Het xylanase is bij voorkeur een endo-1,4-beta xylanase, geschikt voor het afbreken van arabinoxylaan, en het dragermateriaal omvat bij voorkeur geëxtrudeerde tarwebloem.
In een voorkeursvorm omvat het voederadditief de geëxtrudeerde tarwebloem en het xylanase in een massaverhouding van minstens 6,5/1.
In een andere of verdere voorkeursvorm wordt bij de werkwijze een xylanase- enzymactiviteit gelegen tussen 10 en 1000 IU/g geëxtrudeerde tarwebloem bereikt in het voederadditief, meer bij voorkeur tussen 100 en 750 IU/g geëxtrudeerde tarwebloem.
In een derde aspect betreft de uitvinding een voedersamenstelling voor vee.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de voedersamenstelling een voederadditief volgens het eerste aspect en een voeder.
In een voorkeursvorm omvat het voeder oplosbare en onoplosbare arabinoxylaan, in een massaverhouding van minimaal 0,01, bij voorkeur in een massaverhouding van minimaal 0,011, meer bij voorkeur in een massaverhouding van minimaal 0,012, nog
16 BE2022/5661 meer bij voorkeur in een massaverhouding van minimaal 0,013, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van minimaal 0,014, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van minimaal 0,015, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van minimaal 0,016, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van minimaal 0,017, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van minimaal 0,018, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van minimaal 0,019, meest bij voorkeur in een massaverhouding van minimaal 0,02.
In een andere of verdere voorkeursvorm omvat het voeder oplosbare en onoplosbare arabinoxylaan, in een massaverhouding van maximaal 0,5, bij voorkeur in een massaverhouding van maximaal 0,48, meer bij voorkeur in een massaverhouding van maximaal 0,46, nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van maximaal 0,44, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van maximaal 0,42, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van maximaal 0,40, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van maximaal 0,38, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van maximaal 0,36, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van maximaal 0,34, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding van maximaal 0,32, meest bij voorkeur in een massaverhouding van maximaal 0,3.
In een andere of verdere voorkeursvorm omvat het voeder oplosbare en onoplosbare arabinoxylaan, in een massaverhouding gelegen tussen 0,01 en 0,5, bij voorkeur in een massaverhouding gelegen tussen 0,011 en 0,48, meer bij voorkeur in een massaverhouding gelegen tussen 0,012 en 0,46, nog meer bij voorkeur in een massaverhouding gelegen tussen 0,013 en 0,44, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding gelegen tussen 0,014 en 0,42, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding gelegen tussen 0,015 en 0,40, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding gelegen tussen 0,016 en 0,38, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding gelegen tussen 0,017 en 0,36, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding gelegen tussen 0,018 en 0,34, zelfs nog meer bij voorkeur in een massaverhouding gelegen tussen 0,019 en 0,32, meest bij voorkeur in een massaverhouding gelegen tussen 0,02 en 0,3.
In een verder of andere uitvoeringsvorm bezit de voedersamenstelling een xylanase- enzymactiviteit gelegen tussen 10 en 1000 IU/g geëxtrudeerde tarwebloem, bij voorkeur gelegen tussen 100 en 750 IU/G geëxtrudeerde tarwebloem.
17 BE2022/5661
Het voeder volgens de uitvinding heeft een gehalte aan ruw eiwit van 50-800 g/kg, bij voorkeur 500-600 g/kg, met meer voorkeur 60-500 g/kg, met nog meer voorkeur 70- 500 en met de meeste voorkeur 80-400 g/kg.
In aanvullende voorkeursuitvoeringsvormen is het gehalte aan ruw eiwit 150-800, 160- 800, 170-800, 180-800, 190-800 of 200-800 - allemaal in g/kg (droog materiaal).
Verder, of als alternatief (voor het hierboven aangegeven gehalte aan ruw eiwit), heeft het voeder van de uitvinding een gehalte aan calcium van 0,1-200 g/kg; en/of een gehalte aan beschikbare fosfor van 0,1-200 g/kg; en/of een gehalte aan methionine van 0,1-100 g/kg; en/of een gehalte aan methionine plus cysteïne van 0,1-150 g/kg; en/of een gehalte aan lysine van 0,5-50 g/kg.
Ruw eiwit wordt berekend als stikstof (N) vermenigvuldigd met een factor 6,25, d.w.z.
Ruw eiwit (g/kg) = N (g/kg) x 6,25. Het stikstofgehalte wordt bepaald volgens de
Kjeldahl-methode (A.O.A.C. 1984, Official Methods of Analysis, 14e druk, Association of
Official Analytical Chemists, Washington DC).
In een vierde aspect betreft de uitvinding een gebruik van een voederadditief volgens het eerste aspect voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit een voeder in vee.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm wordt bij dit gebruik het voederadditief gedoseerd of toegevoegd aan het voeder zodat een xylanase-enzymactiviteit gelegen tussen 1 en 100 IU/kg voeder bereikt wordt, bij voorkeur tussen 5 en 15 IU/kg voeder.
In een andere uitvoeringsvorm wordt het voederadditief gedoseerd aan het voeder in een hoeveelheid van 10-500 ppm, uitgedrukt in g voederadditief per ton voeder, bij voorkeur in een hoeveelheid van 10-100 ppm.
In een voorkeursvorm wordt de metaboliseerbare energie in het voeder verhoogd met tussen 10 en 250 kcal/kg, bij voorkeur tussen 70 en 150 kcal/kg.
In wat volgt, wordt de uitvinding beschreven a.d.h.v. niet-limiterende voorbeelden die de uitvinding illustreren, en die niet bedoeld zijn of geïnterpreteerd mogen worden om de omvang van de uitvinding te limiteren.
18 BE2022/5661
VOORBEELDEN
Voorbeelden 1-3
Voorbeelden 1, 2 en 3 betreffen voederadditieven volgens de huidige uitvinding. De voederadditieven werden onderworpen aan een houdbaarheidstest, waarbij na 24 maanden opslag bij 25°C de residuele enzymactiviteit hoger dan 90% was.
Geëxtrudeerde | Xylanase | GT/ xylanase Water Xylanase- tarwebloem (m%) (m/m) (m%) enzymactiviteit (GT) (m%) (IU/g GT) wije |? [6 |€ [ wijs fe #7 |€ [a wije Je Jee je |æ
Er is gebleken dat in het bereik van 6,8 g geëxtrudeerde tarwebloem/ g xylanase tot 46 g geëxtrudeerde tarwebloem/ g xylanase de toegevoegde waarde inzake stabiliteit, zowel thermisch als in de tijd, steeds aanwezig is. Een massaverhouding van minstens 6,5/1 g geëxtrudeerde tarwebloem op g xylanase is nodig om de toegevoegde waarde te verkrijgen.
Voorbeeld 4 en vergelijkend voorbeeld 5
Een voederadditief volgens de huidige uitvinding werd toegevoegd aan een voeder in een hoeveelheid van 10 IU/kg voeder (voorbeeld 4) en vergeleken met een voederadditief uit de stand der techniek (vergelijkend voorbeeld 5). Beide voeders werden gepelletiseerd, waarbij bleek dat de xylanase recovery (1) groter bleef dan 80% (amper verlies aan enzymstabiliteit) bij pelletisering bij 80-89°C, terwijl het vergelijkend voorbeeld bij 85°C reeds onder 70% gezakt is, zoals te zien is in figuur 1.
Voorbeelden 6-8
Voorbeelden 6, 7 en 8 betreffen experimentele gegevens over de gemiddelde verbetering in voederconversie, de gemiddelde verbetering in groei/ eiproductie, en de gemiddelde verhoging in metaboliseerbare energie in leghennen (vb. 6), vleeskuikens die gevoederd worden met een hoofzakelijk maïs omvattend voeder (vb. 7), en vleeskuikens die gevoederd worden met een hoofzakelijk tarwe omvattend voeder (vb. 8).
Een voederadditief volgens de huidige uitvinding werd verstuift in het voeder, gevoederd aan het vee, en vervolgens werden de gemiddelde verbetering in voederconversie, de
19 BE2022/5661 gemiddelde verbetering in groei/ eiproductie, en de gemiddelde verhoging in metaboliseerbare energie bepaald.
Leghennen | Vleeskuikens Vleeskuikens (vb.6) (maïs gebaseerd | (tarwe gebaseerd voeder) voeder) (vb.7) (vb. 8)
Gemiddelde verbetering in 3,0% 2,5% 3,9% ee LR TE
Gemiddelde verbetering in 2,0% 2,6% 3,2% re ee TT
Gemiddelde verhoging in | 74 kcal/kg 109 kcal/kg 133 kcal/kg eee |] UTS

Claims (15)

20 BE2022/5661 CONCLUSIES
1. Een voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee, waarbij het voederadditief een xylanase en een dragermateriaal omvat, waarbij het xylanase een endo-1,4-beta xylanase is, geschikt voor het afbreken van arabinoxylaan, waarbij het dragermateriaal geëxtrudeerde tarwebloem omvat, en waarbij het voederadditief de geëxtrudeerde tarwebloem en het xylanase omvat in een massaverhouding van minstens 6,5/1.
2. Voederadditief volgens conclusie 1, waarbij het voederadditief een xylanase- enzymactiviteit bezit, gelegen tussen 10 en 1000 IU/ g geëxtrudeerde tarwebloem, bij voorkeur tussen 100 en 750 IU/ g geëxtrudeerde tarwebloem.
3. Voederadditief volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het voederadditief het xylanase omvat, in een hoeveelheid gelegen tussen 1 en 15 m%, uitgedrukt in relatieve gewicht van het xylanase gebaseerd op het totale gewicht van het voederadditief, bij voorkeur tussen 1 en 13 m%.
4. Voederadditief volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het dragermateriaal verder krijt omvat.
5. Voederadditief volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het voederadditief omvat: - geëxtrudeerde tarwebloem en een xylanase, in een massaverhouding van minstens 6,5/1, - water, in een hoeveelheid gelegen tussen 1 en 10 gewichtspercent, uitgedrukt in gram water op gram totale hoeveelheid voederadditief, en - krijt.
6. Voederadditief volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het voederadditief toegevoegd wordt aan het voeder zodat een xylanase- enzymactiviteit gelegen tussen 1 en 100 IU/kg voeder bereikt wordt, bij voorkeur tussen 5 en 15 IU/kg voeder.
7. Voederadditief volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het voeder oplosbare en onoplosbare arabinoxylaan omvat, in een massaverhouding gelegen tussen 0,01 en 0,5, bij voorkeur in een massaverhouding gelegen tussen 0,02 en 0,3.
21 BE2022/5661
8. Voederadditief volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het xylanase isoleerbaar is uit Bacillus subtilis.
9. Voederadditief volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het voederadditief een houdbaarheid gelegen tussen 18 en 24 maanden omvat.
10. Voederadditief volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het voederadditief geschikt is voor het verhogen van de metaboliseerbare energie met tussen 10 en 250 kcal/kg, bij voorkeur tussen 70 en 150 kcal/kg.
11.Voederadditief volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het voederadditief verder een fytase, een protease, een amylase of een combinatie hiervan omvat.
12. Een werkwijze voor het vervaardigen van een voederadditief volgens een van de conclusies 1-11 omvattende het aanbrengen van een xylanase op een dragermateriaal, bijvoorbeeld door te verstuiven, waarbij het xylanase een endo- 1,4-beta xylanase is, geschikt voor het afbreken van arabinoxylaan, waarbij het dragermateriaal geëxtrudeerde tarwebloem omvat, en waarbij het voederadditief de geëxtrudeerde tarwebloem en het xylanase omvat in een massaverhouding van minstens 6,5/1.
13.Een voedersamenstelling voor vee omvattende een voederadditief volgens een van de conclusies 1-11 en een voeder, waarbij het voeder oplosbare en onoplosbare arabinoxylaan omvat, in een verhouding gelegen tussen 0,01 en 0,5, en waarbij de voedersamenstelling geëxtrudeerde tarwebloem en een xylanase omvat in een massaverhouding van minstens 6,5/1.
14. Een gebruik van een voederadditief volgens een van de conclusies 1-11, voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit een voeder in vee, waarbij dit voederadditief gedoseerd wordt aan het voeder zodat een xylanase- enzymactiviteit gelegen tussen 1 en 100 IU/kg voeder bereikt wordt.
15. Gebruik volgens conclusie 14, waarbij de metaboliseerbare energie verhoogd wordt met tussen 10 en 250 kcal/kg, bij voorkeur tussen 70 en 150 kcal/kg.
BE20225661A 2022-08-23 2022-08-23 Voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee BE1030801B1 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20225661A BE1030801B1 (nl) 2022-08-23 2022-08-23 Voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee
NL2035658A NL2035658B1 (nl) 2022-08-23 2023-08-23 Voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20225661A BE1030801B1 (nl) 2022-08-23 2022-08-23 Voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1030801A1 BE1030801A1 (nl) 2024-03-18
BE1030801B1 true BE1030801B1 (nl) 2024-03-26

Family

ID=83149177

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20225661A BE1030801B1 (nl) 2022-08-23 2022-08-23 Voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee

Country Status (2)

Country Link
BE (1) BE1030801B1 (nl)
NL (1) NL2035658B1 (nl)

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1998018345A1 (en) * 1996-10-29 1998-05-07 Finnfeeds International Limited Use of an enzyme for promoting pigment uptake from a feed
WO2006083240A2 (en) * 2003-12-19 2006-08-10 Syngenta Participations Ag Microbially expressed xylanases and their use as feed additives and other uses
WO2007044968A2 (en) * 2005-10-12 2007-04-19 Genencor International, Inc. Stable, durable granules with active agents
US20140234279A1 (en) * 2011-02-18 2014-08-21 Dupont Nutrition Biosciences Aps Feed additive composition
WO2020182602A1 (en) * 2019-03-11 2020-09-17 Novozymes A/S Fibrous maize-based animal feed with gh30 glucuronoxylan hydrolase

Family Cites Families (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DK91192D0 (da) 1992-07-10 1992-07-10 Novo Nordisk As Protein
WO2002090384A2 (en) 2001-05-04 2002-11-14 Novozymes A/S Antimicrobial polypeptide from aspergillus niger
WO2003044049A1 (en) 2001-11-20 2003-05-30 Novozymes A/S Antimicrobial polypeptides from pseudoplectania nigrella
AU2002349297A1 (en) 2001-12-03 2003-06-17 Kobenhavns Amt Statin-like compounds
EP2073642B1 (en) 2006-09-29 2015-11-11 Novozymes A/S Xylanases for animal feed

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1998018345A1 (en) * 1996-10-29 1998-05-07 Finnfeeds International Limited Use of an enzyme for promoting pigment uptake from a feed
WO2006083240A2 (en) * 2003-12-19 2006-08-10 Syngenta Participations Ag Microbially expressed xylanases and their use as feed additives and other uses
WO2007044968A2 (en) * 2005-10-12 2007-04-19 Genencor International, Inc. Stable, durable granules with active agents
US20140234279A1 (en) * 2011-02-18 2014-08-21 Dupont Nutrition Biosciences Aps Feed additive composition
WO2020182602A1 (en) * 2019-03-11 2020-09-17 Novozymes A/S Fibrous maize-based animal feed with gh30 glucuronoxylan hydrolase

Non-Patent Citations (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Title
KIM J C ET AL: "The digestible energy value of wheat for pigs, with special reference to the post-weaned animal [Review]", ANIMAL FEED SCIENCE AND TECHNOLOGY, ELSEVIER, AMSTERDAM, NL, vol. 122, no. 3-4, 1 September 2005 (2005-09-01), pages 257 - 287, XP027871418, ISSN: 0377-8401, [retrieved on 20050901] *

Also Published As

Publication number Publication date
BE1030801A1 (nl) 2024-03-18
NL2035658B1 (nl) 2024-03-04

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US20200305465A1 (en) Animal feed compositions comprising muramidase and uses thereof
EP3728578A1 (en) Animal feed compositions and uses thereof
US20230180791A1 (en) Animal feed compositions
US12439939B2 (en) Animal feed compositions and uses thereof
BE1030801B1 (nl) Voederadditief voor het verhogen van de metaboliseerbare energie uit voeder in vee
BR112021004501A2 (pt) composição de ração animal e uso da mesma
US20230189844A1 (en) Protease animal feed formulation
US20240122209A1 (en) Animal feed compositions and uses thereof
US20230276828A1 (en) Animal feed compositions
WO2022179757A1 (en) Method of improving carbohydrate digestibility by a carbohydratase in an animal feed by employing serine protease
BE1030865B1 (nl) Voederadditief voor het verbeteren van de darmgezondheid en/of de verteerbaarheid van voeder in vee
US20220054600A1 (en) Animal feed compositions and uses thereof
US20220040271A1 (en) Animal feed compositions and uses thereof
CN116615110A (zh) 蛋白酶动物饲料配制品
EP4297583A1 (en) Method of improving carbohydrate digestibility by a carbohydratase in an animal feed by employing serine protease
WO2021078839A1 (en) Animal feed composition

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20240326