NL8902378A - Inrichting voor het opvangen van door een rooimachine uit de grond gelichte bol-, knol- of wortelgewassen. - Google Patents
Inrichting voor het opvangen van door een rooimachine uit de grond gelichte bol-, knol- of wortelgewassen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8902378A NL8902378A NL8902378A NL8902378A NL8902378A NL 8902378 A NL8902378 A NL 8902378A NL 8902378 A NL8902378 A NL 8902378A NL 8902378 A NL8902378 A NL 8902378A NL 8902378 A NL8902378 A NL 8902378A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- discs
- disks
- overlapping
- travel
- beet
- Prior art date
Links
- 241000219310 Beta vulgaris subsp. vulgaris Species 0.000 abstract description 2
- 235000021536 Sugar beet Nutrition 0.000 abstract description 2
- 235000016068 Berberis vulgaris Nutrition 0.000 description 30
- 241000335053 Beta vulgaris Species 0.000 description 30
- 238000003306 harvesting Methods 0.000 description 8
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 2
- 239000002689 soil Substances 0.000 description 2
- 241001124569 Lycaenidae Species 0.000 description 1
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 1
- 238000004140 cleaning Methods 0.000 description 1
- 230000003028 elevating effect Effects 0.000 description 1
- 238000010008 shearing Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D19/00—Digging machines with centrifugal wheels, drums or spinners
- A01D19/12—Digging machines with centrifugal wheels, drums or spinners with working tools arranged on an approximately vertical axis
- A01D19/16—Digging machines with centrifugal wheels, drums or spinners with working tools arranged on an approximately vertical axis with several screening wheels
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D51/00—Apparatus for gathering together crops spread on the soil, e.g. apples, beets, nuts, potatoes, cotton, cane sugar
- A01D51/005—Loaders for beets, beetleaf or potatoes
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Harvesting Machines For Root Crops (AREA)
Description
Korte aanduiding: Inrichting voor het opvangen van door een rooi-machine uit de grond gelichte bol-, knol- of wortelgewassen.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het opvangen en naar een opvoer inrichting doorvoeren van door een rooi-machine uit de grond gelichte bol-, knol- of wortelgewassen, zoals suikerbieten, bestaande uit een aantal dwars op de voortbewegings-richting op grondniveau in een in hoofdzaak horizontaal vlak naast elkaar opgestelde, van grond-doorlaatopeningen voorziene draaibare schijven.
Dergelijke inrichtingen zijn bekend bij zogenaamde zelf-rijdende bietenrooiers, waarbij de inrichting is opgehangen aan de voorzijde van een zelfstandig voortbewegende bieten-verzamelwagen en waarbij het gestel van de inrichting is gekoppeld met een zich daarvoor bevindende, op eigen loopwielen ondersteunde bietenlichter. De bietenlichter omvat daarbij een aantal (bijvoorbeeld zes) in dwarsrichting verdeeld opgestelde rooischaren. De in bedrijf onder invloed van de rooischaren uit de grond omhoog kamende bieten dienen te worden opgevangen en via de ruimte tussen de voorwielen naar de ruimte tussen en boven voor- en achterwielen van de wagen te worden getransporteerd om aldaar verder te worden behandeld respectievelijk te worden verzameld.
Een békende inrichting voor het opvangen en doorvoeren van de door de bietenlichter uit de grond omhoog gébrachte bieten bestaat uit een tweetal schijven, die tezamen de gehele werkbreedte (= wagen-spoorbreedte) bestrijken. De schijven bestaan daarbij uit betrekkelijk vlakke spaakwielen, die er op zijn gericht bij het opvangen en doorvoeren van de bieten zoveel mogelijk van de meegevoerde grond tussen de spaken door af te voeren.
Een nadeel van de bekende inrichting is, dat daarbij een bietenlichter moet worden toegepast, waarvan de rooischaren volgens de contouren van de naar voren gerichte cirkelboogsecties van de beide wielen zijn geplaatst. De rooischaren bevinden zich dus niet op één lijn, hetgeen bij diepteverstellingen tot onderlinge verschillen in rooidiepte tussen de onderscheiden rooischaren kan leiden.
Volgens de uitvinding nu wordt dit nadeel op een praktische wijze opgeheven met een constructie, die gekenmerkt wordt door ten minste vier schijven, waarvan de rechts respectievelijk links van de middenlangsas van de inrichting gelegen schijven, in de voort-bewegingsrichting gezien, respectievelijk linksom en rechtsom draaiend zijn uitgevoerd en waarbij het middelste paar schijven elkaar over een zekere afstand overlapt, terwijl de buitenste schijven de naast-binnenliggende schijven aan de bovenzijde eveneens over een zekere afstand overlappen.
Deze constructie maakt het mogelijk een bietenlichter toe te passen, waarvan de rooischaren op een rechte lijn liggen. De "inhammen” tussen de naast elkaar opgestelde schijven zijn èn door het grotere aantal schijven èn door het onderling overlappen daarvan, zo ondiep geworden dat er bij een rechtlijnige opstelling van de rooischaren geen gevaar voor het doorvallen van gerooide bieten ter plaatse van deze inhammen meer aanwezig is.
De beschreven draairichting van de schijven betekent voorts dat de gezamenlijke gerooide bietenrijen qp de voor de assen van de schijven gelegen delen van de schijven worden opgevangen en van buiten naar binnen, naar de middenzone tussen de assen van de middelste schijven worden gevoerd, van waar af de verzamelde bieten via een tussen de voorwielen van de de inrichting dragende wagen aangebrachte transporteur kunnen worden opgevoerd.
De uitvinding wordt hieronder aan de hand van de tekening met een uitvoeringsvoorbeeld nader toegelicht.
Fig. 1 toont een schematische langsdoorsnede resp. een zijaanzicht van de aan de voorzijde van een wagen opgehangen inrichting volgens de uitvinding, en wel in zijn werkzame positie, tezamen roet een ervoor gemonteerde bietenlichter; fig. 2 toont een aanzicht in perspectief van de inrichting volgens de uitvinding, schuin van voren gezien en zonder bietenlichter en fig. 3 toont een schematisch bovenaanzicht op kleinere schaal van de samenwerkende schijven van de inrichting volgens de uitvinding.
De inrichting volgens de uitvinding is in de tekening met A aangeduid en is opgehangen aan de voorzijde van een zelf-rijdende bietenwagen B, waarvan in de tekening alleen het voorste gedeelte van het chassis, alsmede de beide voorwielen zijn aangegeven. Voor de inrichting volgens de uitvinding A bevindt zich een met C aangegeven bietenlichter.
De inrichting A heeft een gestel 1, dat door middel van scharnierende verbindingsstangen 2 en een paar hydraulische zuiger-cilinderinrichtingen 3 aan het voorste gedeelte 4 van het chassis van de bietenwagen B is opgehangen. Het gestel l heeft van onderen twee, elk naar een zijde gerichte draagbalken 5, waarop hydromotoren 6 en 7 zijn gemonteerd, die als aandrij fbronnen voor de op de onderste vrije aseinden daarvan gemonteerde schijven 8 en 9 dienen.
De schijven 8 en 9 bestaan op bekende wijze uit van een centrale naafplaat 10 respectievelijk 11 uitgaande spaken 12 respectievelijk 13, waarvan de buiteneinden zijn verbonden door een cirkelvormige ring 14 respectievelijk 15. De spaken 12 en 13 zijn daarbij een weinig in het schijfvlak gebogen en wel zodanig, dat zij aan hun buiteneinden een weinig naijlen ten opzichte van de in fig. 2 aangegeven aandrijf-richtingen. Deze draairichtingen zijn zo gekozen, dat in de voort-bewegingsrichting X gezien, de rechts respectievelijk links gelegen wielen 8 en 9 naar de middenlangsas van de inrichting toe draaien.
Zoals de tekening laat zien zijn de twee middelste schijven 9 groter, bijvoorbeeld 50% groter uitgevoerd dan de beide aan de buitenzijde gelegen schijven 8. De draagbalken 5 met de hydromotoren 6 en 7 zijn daarbij zodanig geplaatst, dat de schijven 8 en 9 aan de voorzijde raken aan een gemeenschappelijke lijn dwars op de voort-bewegingsrichting X. Bovendien overlappen de schijven 8 en 9 elkaar.
Zoals uit fig. 2 en 3 is te zien, wordt de rechter binnenste schijf 9 over een zekere afstand x, die 15 tot 25% van de schijf-diameter kan uitmaken, door de linker binnenste schijf 9 overlapt. Daarbij loopt de linker binnenste schijf 9, in dwarsrichting van buiten naar binnen gezien, onder een geringe hoek op. De buitenste schijven 8 overlappen op soortgelijke wijze de naast binnen gelegen schijven 9 en lopen daarbij eveneens, van buiten naar binnen gezien, onder een geringe hoek op. Voorts hellen de assen van de schijven 8 en 9, in de voortbewegingsrichting X gezien, een weinig voorover, zodat de schijven, tegen de voortbewegingsrichting in een weinig schuin naar achteren oplopen (zie in het bijzonder fig. 1) tot een niveau juist boven het opvangeinde van een opvoertransporteur 25.
Met 16 zijn een aantal, zowel aan de linkerzijde als aan de rechterzijde van de inrichting voor de hydromotoren 6 en 7 langslopende en aan de binnen gelegen einden van de draagbalken 5 naar achteren ombuigende leidstaven aangegeven.
Voor de werking van de inrichting volgens de uitvinding wordt allereerst teruggegrepen op fig. 1, waarin het gestel 17 van de bietenlichter C bij 18 en 19 met het gestel 1 van de inrichting volgens de uitvinding is gekoppeld. Het gestel 17 van de bietenlichter C wordt door een tweetal loopwielen 20 op een niet nader weergegeven wijze in de hoogterichting verstelbaar ondersteund. Het gestel 17 draagt een aantal, bijvoorbeeld zes, in dwarsrichting naast elkaar gelegen rooischaren 21, die elk bestaan uit twee in tegenfase in de pijlrichting y snel heen en weer beweegbare schaarbenen 21a, 21b. Deze snel heen en weergaande schaarbeweging wordt bewerkstelligd door de met 22 aangegeven schommelas 22, waarvan de schommelbeweging door een drijfstang 23 op de rooischaren 21 wordt overgebracht.
Bij voortbeweging van het geheel, bestaande uit de wagen B, de inrichting A en de bietenlichter C worden de bieten van de door de bietenlichter C bestreken bietenrijen op de in fig. 1 schematisch aangegeven wijze geleidelijk uit de grond losgemaakt en tussen de samenwerkende schaarbenen door naar achteren verplaatst. De gerooide bieten komen achter de rooischaren 21 terecht op het door de gezamenlijke schijven 8 en 9 gevormde opvangvlak. De bieten worden na opvang op de schijven 8 en 9 van buiten naar binnen bewogen en worden daarbij langs de leidstaven naar de met P aangegeven centrale zone geleid. Een gedeelte van de grond, die aan de gerooide bieten is blijven hechten wordt bij het opvangen en het overbrengen naar de middenzone P losgemaakt en ontwijkt via de ruimten tussen de spaken van de schijven 8 en 9. Vanuit de centrale zone P worden de aldaar verzamelde bieten naar achteren geleid om te worden overgenomen door de opvoer-transporteur 25. Deze transporteur voert de bieten naar de tussen de voor- en achterwielen aanwezige ruimte, waar de bieten verder worden gereinigd, alvorens naar een erboven aanwezige verzamelruimte te worden af gevoerd. Een hiervoor geschikte reinigingsinrichting vormt het onderwerp van een afzonderlijke octrooiaanvrage, die op dezelfde datum als de onderhavige aanvrage werd ingediend.
Claims (6)
- 2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de buitenste schijven een kleinere diameter dan de binnen liggende schijven hebben.
- 3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de rechts resp. links van het middenlangsvlak van de inrichting gelegen schijven zijn gemonteerd op een rechts resp. links van een centrale doorgang naar achteren gelegen draagbalk, welke draagbalken - in de voortbewegingsrichting gezien - een weinig schuin naar buiten zijn gericht.
- 4. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de draagbalken zijn voorzien van leidstaven die aan de naar binnen gelegen balkeinden naar achteren, evenwijdig aan de voortbewegingsrichting zijn ongebogen en de opvangzone, alsmede de centrale doorgang naar achteren begrenzen.
- 5. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de schijven, tegen de voortbewegingsrichting in, een weinig schuin oplopen.
- 6. Inrichting volgens conclusies 1-5, met het kenmerk, dat de overlappende schijven in dwarsrichting van buiten naar binnen gezien, onder een geringe hoek oplopen.
- 7. Inrichting volgens conclusies 1-6, met het kenmerk, dat de overlapping tussen de schijven onderling 15-25% van de (grootste) diameter bedraagt.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8902378A NL8902378A (nl) | 1989-09-22 | 1989-09-22 | Inrichting voor het opvangen van door een rooimachine uit de grond gelichte bol-, knol- of wortelgewassen. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8902378 | 1989-09-22 | ||
| NL8902378A NL8902378A (nl) | 1989-09-22 | 1989-09-22 | Inrichting voor het opvangen van door een rooimachine uit de grond gelichte bol-, knol- of wortelgewassen. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8902378A true NL8902378A (nl) | 1991-04-16 |
Family
ID=19855351
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8902378A NL8902378A (nl) | 1989-09-22 | 1989-09-22 | Inrichting voor het opvangen van door een rooimachine uit de grond gelichte bol-, knol- of wortelgewassen. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL8902378A (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN105638103A (zh) * | 2016-02-28 | 2016-06-08 | 石河子大学 | 落地干坚果过障仿形集果装置 |
-
1989
- 1989-09-22 NL NL8902378A patent/NL8902378A/nl not_active Application Discontinuation
Cited By (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN105638103A (zh) * | 2016-02-28 | 2016-06-08 | 石河子大学 | 落地干坚果过障仿形集果装置 |
| CN105638103B (zh) * | 2016-02-28 | 2018-11-02 | 石河子大学 | 落地干坚果过障仿形集果装置 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2007054C2 (nl) | Oogstmachine. | |
| NL8004449A (nl) | Roterende eg. | |
| EP3357325A1 (de) | Landwirtschaftliche erntemaschine | |
| US3103091A (en) | Sugar cane harvester | |
| US3627052A (en) | Machine for lifting beetroots | |
| EP0439991A1 (en) | A side discharger for a windrower | |
| US3613796A (en) | Selective sort vine crop harvester | |
| NL8902378A (nl) | Inrichting voor het opvangen van door een rooimachine uit de grond gelichte bol-, knol- of wortelgewassen. | |
| JP2020120694A (ja) | サトウキビ収穫機 | |
| NL8101839A (nl) | Verbeterde opraapinrichting. | |
| CN112203497B (zh) | 收割机器的升降机装置和收割机器 | |
| EP0001652B1 (en) | Root lifting device | |
| NL1015647C2 (nl) | Oogstinrichting voor het rooien van gewassen. | |
| US3462921A (en) | Crop row corn harvesting apparatus | |
| US2430665A (en) | Beet harvester with topper | |
| NL1009789C2 (nl) | Inrichting voor het verplaatsen van op de grond liggend gewas. | |
| US3851449A (en) | Sugar cane harvester | |
| JP3715404B2 (ja) | いも類収穫機 | |
| US3031832A (en) | Bean harvester | |
| US2894364A (en) | Corn harvester and gathering conveyor therefor | |
| NL8902380A (nl) | Oogstwagen, in het bijzonder voor bol-, knol- of wortelgewassen, zoals suikerbieten. | |
| SU1253420A3 (ru) | Машина дл уборки корнеплодов | |
| NL8005046A (nl) | Aandrijving voor de snijinrichting van een oogst- inrichting. | |
| US2726501A (en) | Potato harvester and separator | |
| NL8005195A (nl) | Bietenrooimachine. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BV | The patent application has lapsed |