[go: up one dir, main page]

NL8900070A - Inrichting voor het inspekteren van een interferentiefilter voor een projektie-televisiebeeldbuis. - Google Patents

Inrichting voor het inspekteren van een interferentiefilter voor een projektie-televisiebeeldbuis. Download PDF

Info

Publication number
NL8900070A
NL8900070A NL8900070A NL8900070A NL8900070A NL 8900070 A NL8900070 A NL 8900070A NL 8900070 A NL8900070 A NL 8900070A NL 8900070 A NL8900070 A NL 8900070A NL 8900070 A NL8900070 A NL 8900070A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
filter
interference filter
light
wavelength
light beam
Prior art date
Application number
NL8900070A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Philips Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Philips Nv filed Critical Philips Nv
Priority to NL8900070A priority Critical patent/NL8900070A/nl
Priority to US07/329,915 priority patent/US4988203A/en
Priority to DE90200040T priority patent/DE69003954T2/de
Priority to EP90200040A priority patent/EP0378267B1/en
Priority to CA002007354A priority patent/CA2007354A1/en
Priority to JP2003695A priority patent/JPH02234104A/ja
Publication of NL8900070A publication Critical patent/NL8900070A/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H01ELECTRIC ELEMENTS
    • H01JELECTRIC DISCHARGE TUBES OR DISCHARGE LAMPS
    • H01J9/00Apparatus or processes specially adapted for the manufacture, installation, removal, maintenance of electric discharge tubes, discharge lamps, or parts thereof; Recovery of material from discharge tubes or lamps
    • H01J9/42Measurement or testing during manufacture
    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01MTESTING STATIC OR DYNAMIC BALANCE OF MACHINES OR STRUCTURES; TESTING OF STRUCTURES OR APPARATUS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • G01M11/00Testing of optical apparatus; Testing structures by optical methods not otherwise provided for

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Manufacturing & Machinery (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Analytical Chemistry (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Spectrometry And Color Measurement (AREA)
  • Optical Filters (AREA)
  • Manufacture Of Electron Tubes, Discharge Lamp Vessels, Lead-In Wires, And The Like (AREA)

Description

N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken te Eindhoven.
Inrichting voor het .inspekteren van een interferentiefilter voor een projektie-televisiebeeldbuis.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het inspekteren van een interferentiefilter voor een projektie-televisiebeeldbuis .
Op het ogenblik bekende projektie-televisiesystemen hebben, vergeleken met een televisie met een konventioneel direkt-zicht scherm, een matige helderheid, een niet al te beste kleurweergave, een matig konstrast en enig verlies in resolutie. De matige kleurweergave wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de gewoonlijk gebruikte Tb-geaktiveerde groene fosfor een te hoge bijdrage heeft van oranje en rode spektraallijnen. De onscherpte vindt in belangrijke mate zijn oorzaak in de chromatische aberratie in de lenzen, in het bijzonder voor gewoonlijk gebruikte groene (Tb-geaktiveerde) en blauwe (ZnS:Ag) fosforen.
Om deze problemen het hoofd te bieden is voorgesteld, bijvoorbeeld in EP-A 0 174 320, om een interferentiefilter tussen de fosforlaag en het glas van het beeldscherm aan te brengen. Het voorgestelde interferentiefilter is, binnen het gebied van zichtbaar licht een korte-golflengte doorlaatfilter. Het laat licht van de gewenste golflengte in de voorwaartse richting en onder hoeken met de normaal tot circa 35° a 40° door. Bij een grotere hoek met de normaal van het beeldscherm reflekteert het interferentiefilter het licht terug in de fosforlaag. Het wordt daar verstrooid en heeft een zekere waarschijnlijkheid de fosforlaag weer te verlaten ongeveer in voorwaartse richting, zodat het door het filter wordt doorgelaten. Het interferentiefilter veroorzaakt dus een toename van het licht van de gewenste golflengte in de voorwaartse richting.
Bij een kleinere golflengte is het hoekbereik met de normaal waaronder licht nog wordt doorgelaten groter, zodat de relatieve toename van het licht in de voorwaartse richting binnen de invanghoek van de projektielens, minder is. Bij een langere golflengte is het hoekbereik kleiner, of wordt het licht zelfs volledig geblokkeerd. Het interferentiefilter werkt dus kleurenselektief zodanig dat de kleur van het door de buis uitgezonden licht verbeterd, de helderheid toeneemt en de chromatische aberratie in de lenzen verminderd.
Het zal duidelijk zijn dat de kwaliteit van het beeld, en in het bijzonder de kleurenweergave, afhangt van de kwaliteit van de interferentiefilters. Het is daarom noodzakelijk om ten minste een representatief deel van de filters uit iedere produktie batch te inspekteren.
Een filter kan worden gemeten door de transmissie- en reflektie-eigenschappen te bepalen voor een aantal golflengten. Deze methode kan zonder bezwaar in een laboratorium uitgevoerd worden maar is te ingewikkeld, te tijdrovend en dus te kostbaar voor toepassing bij massa-produktie in een fabriek. Gewenst is een eenvoudige, snelle en goedkope test waarbij wordt volstaan met zo min mogelijk te meten parameters.
De uitvinding heeft tot doel een inrichting voor een dergelijke test te verschaffen, waarbij de test kan worden uitgevoerd door iemand die niet speciaal geoefend is in het uitvoeren van optische metingen. Daartoe bevat de inrichting volgens de uitvinding - ten minste een eerste lichtbron voor het opwekken van een eerste lichtbundel die zich langs een eerste lichtweg voortplant, - middelen voor het in de eerste lichtweg plaatsen van het interferentiefilter, - middelen voor het verkrijgen van een spektrale verdeling in de eerste lichtbundel, welke spektrale verdeling een gradiënt heeft in een golflengtegebied waarbinnen een gewenste afsnijgolflengte van het interferentiefilter ligt, en ten minste een eerste detektor voor het meten van de intensiteit van de eerste lichtbundel nadat deze het interferentiefilter heeft doorlopen of daaraan is gereflekteerd.
De uitvinding maakt gebruik van het feit dat de gewenste interferentiefilters een korte golfdoorlaat karakteristiek hebben. Voor licht met een korte golflengte ligt de transmissiecoëfficient dicht bij één, licht met een lange golflengte wordt vrijwel volledig gereflekteerd. Tussen deze twee gebieden bevindt zich een overgangsgebied waar de transmissiecoëfficient van ongeveer één naar ongeveer nul daalt. De plaats van het overgangsgebied wordt in eerste instantie gegeven door de afsnijgolflengte die gedefinieerd is als de golflengte waarvoor de transmissiecoêfficient 1/2 is.
De uitvinding is verder gebaseerd op het inzicht dat de afsnijgolflengte voor licht in de voorwaartse richting de meest belangrijke enkelvoudige parameter is die de eigenschappen van het interferentiefilter bepaald mits het filter vrijwel geen absorptie vertoont. Dit wordt in het onderstaande nader toegelicht. Tenslotte berust de uitvinding op het inzicht dat de waarde van de afsnijgolflengte nauwkeurig bepaald kan worden door op het interferentiefilter een lichtbundel te laten vallen met een spektrale verdeling in het golflengtegebied waar het overgangsgebied van het filter zich dient te bevinden, waarvan de intensiteit sterk afhangt van de golflengte. Voor een meting in transmissie dient de spektrale verdeling van de lichtbundel zodanig te zijn dat de intensiteit toeneemt met een grotere golflengte, voor een meting in reflektie is het omgekeerde het geval, dat wil zeggen hier dient de lichtbundel een grote bijdrage te bevatten van korte golflengten en een kleine bijdrage van lange golflengten.
De intensiteit die door het detektiesysteem is gemeten is het geïntegreerde produkt van de spektrale verdeling binnen de lichtbundel en de transmissie-, of reflektie-coëfficient van het interferentiefilter.
De inrichting volgens de uitvinding heeft bij voorkeur als eigenschap dat de gradiënt van de spektrale verdeling in het genoemde golflengtegebied een waarde heeft tussen ongeveer 7.10^m-^ r * en ongeveer 75.10 m Dit komt binnen een faktor 3 overeen met een relatieve verandering van 2,5¾ per nm golflengte. Voor een interferentiefilter zoals beschreven in de reeds genoemde aanvrage EP-A 0 174 320 betekent 2.5¾ per nm dat een verplaatsing over 1¾ in de waarde van afsnijgolflengte overeenkomt met een intensiteitsverandering van ongeveer 10¾ in de door de detektor waargenomen intensiteit.
De spektrale verdeling kan gerealiseerd worden met behulp van een lichtbron die alleen licht van de gewenste golflengten opwekt, maar de inrichting volgens de uitvinding heeft bij voorkeur een lichtbron die is ingericht voor het opwekken van een witte lichtbundel en middelen voor het verkrijgen van een spektrale verdeling die een in de eerste lichtweg geplaatst filter bevatten, welk filter een golflengte-afhankelijke transmissiecoëfficient heeft. Een witte lichtbron betekent dat de intensiteit van de opgewekte straling in het relevante golflengtegebied nagenoeg voor alle golflengten gelijk is. Met behulp van een filter is dan nauwkeurig de gewenste kontinue spektrale verdeling op te leggen. De filters kunnen banddoorlaatfilters zijn, die alleen straling binnen een bepaald gebied doorlaten, maar het kunnen ook andere filters zijn, bijvoorbeeld lange-golfdoorlaatfilters of gekleurd-glasfilters. De belangrijkste aan de filters te stellen eis is het gedrag van de afsnijkarakteristiek aan de korte-golflengte zijde.
Het interferentiefilter op het beeldscherm dient te zijn aangepast aan de kleur van de beeldbuis. Om de interferentiefilters van zowel de "rode*, de "groene" als de "blauwe" buizen te kunnen inspekteren bevat de inrichting volgens de uitvinding meerdere filters met een onderling verschillend verloop van de transmissiecoëfficient als funktie van de golflengte, welke filters uitwisselbaar zijn. Door de filters aan te brengen in bijvoorbeeld een roteerbare of verschuifbare filterhouder kan op eenvoudige en snelle wijze omgeschakeld worden van een type filter naar een ander type.
De inrichting volgens de uitvinding heeft verder de eigenschap dat het filter in de eerste lichtweg tussen het interferentiefilter en het det.ektiesysteem is aangebracht. Op deze wijze wordt vermeden dat strooilicht afkomstig van de omgeving het detektiesysteem bereikt.
Het beeldscherm van een projektie-televisiebeeldbuis kan gekromd zijn zoals bijvoorbeeld beschreven in EP-A 0 271 165. Om daarbij een goede werking van het interferentiefilter te krijgen is in die publikatie voorgesteld om de eigenschappen van het interferentiefilter te laten variëren afhankelijkheid van de positie op het scherm.
Teneinde een filter met op verschillende plaatsen verschillende eigenschappen te kunnen inspekteren wordt de meting van de afsnijgolflengte op verschillende plaatsen van het filter uitgevoerd. Aangezien alleen gekontroleerd wordt of het filter korrekt is opgebracht is een meting op twee plaatsen in het algemeen voldoende. Om hierin te voorzien heeft de inrichting volgens de uitvinding de eigenschap dat voor het meten van de afsnijgolflengte op een tweede plaats van het interferentiefilter, de inrichting is voorzien van een tweede lichtbron voor het opwekken van een tweede lichtbundel die zich voortplant langs een tweede lichtweg die op enige afstand van de eerste lichtweg verloopt en dat de inrichting een tweede detektor bevat voor het meten van de intensiteit van de tweede lichtbundel nadat deze het interferentiefilter heeft doorlopen of daaraan is gereflecteerd. De inrichting is dus als het ware dubbel uitgevoerd, waarbij met de eerste lichtbundel een centrale positie op het scherm gelnspekteerd wordt een met de tweede lichtbundel een perifere positie. Bij voorkeur wordt de perifere positie zo gekozen dat daar de eigenschappen van het interferentiefilter identiek zijn aan die in het centrale gedeelte van het filter. De eerste en de tweede lichtbronnen kunnen in feite een enkele lichtbron zijn waaruit twee lichtbundels worden afgeleid. Indien noodzakelijk kan het interferentiefilter ook op meer dan twee plaatsen worden geinspekteerd. Daartoe kan de meting in meerdere stappen worden uitgevoerd of kunnen meer dan twee lichtbundels, filters en detektoren worden gebruikt.
De inrichting volgens de uitvinding bevat voorts een verdere lichtbron voor het opwekken van een verdere lichtbundel die zich langs een verdere lichtweg voortplant, verdere middelen voor het opleggen aan de verdere lichtbundel van een spektrale verdeling die vrijwel geheel binnen een golflengtegebied valt waarvoor het interferentiefilter vrijwel volledig doorlaatbaar is, en een verdere lichtgevoelige detektor voor het meten van de intensiteit van de verdere lichtbundel nadat deze het interferentiefilter heeft doorlopen.
Aangezien de kwaliteit van het filter namelijk niet alleen bepaald wordt door de afsnijgolflengte maar tevens door de absorptie in het filter dient deze gemeten te worden. Het is voldoende de absorptiecoëfficiënt op één plaats van het filter te meten, aangezien het opdampproces waarmee het filter wordt aangebracht over het gehele oppervlak van het filter onder gelijke kondities plaatsvindt.
Bij voorkeur is de verdere lichtbron ingericht voor het opwekken van een witte lichtbundel en bevatten de verdere middelen voor het opleggen van een spektrale verdeling een banddoorlaatfilter. Op deze wijze kan ook hierbij eenvoudig gewisseld worden van spektrale verdeling door het banddoorlaatfilter te vervangen. Ook voor het meten van de absorptiecoëfficiënt kan het banddoorlaatfilter zich tussen het te meten interferentiefilter en de lichtgevoelige detektor bevinden.
Bij een voorkeursuitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding is de verdere lichtbron identiek met de eerste lichtbron, valt de verdere lichtweg gedeeltelijk samen met de eerste lichtweg en bevat de inrichting een bundeldeler voor het scheiden van de verdere lichtweg van de eerste lichtweg. Door dezelfde lichtbron te gebruiken voor zowel het meten van de afsnijgolflengte als van de absorptiecoëfficiënt kan de inrichting op eenvoudiger wijze worden gerealiseerd. Hierdoor is een zekere kostenbesparing mogelijk.
Bij voorkeur is in de inrichting volgens de uitvinding ten minste één van de detektoren ingericht voor het meten van de radiometrische intensiteit. Het is gebleken dat de radiometrische intensiteit voor ieder van de te meten golflengtes voor het “blauwe", “groene" en "rode" interferentiefilter met ongeveer 10¾ verandert wanneer de waarde van de afsnijgolflengte 1% verandert.
De uitvinding wordt, bij wijze van voorbeeld, nu verder toegelicht aan de hand van de tekening, waarin figuur 1 de transmissiecoëfficient als funktie van de golflengte toont voor een "groen" korte-golflengte-doorlaat interferentiefilter, figuur 2 de transmissiecoëfficient toont voor hetzelfde filter als funktie van de hoek van inval voor licht met een golflengte van 545 nm, figuur 3 de werkwijze volgens de uitvinding illustreert, figuren 4a, 4b en 4c het verloop van de gemeten intensiteit tonen als funktie van de waarde van de afsnijgolflengte, figuur 5 een eerste uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding weergeeft, en figuur 6 een tweede uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding toont.
In figuur 1 is de transmissiecoëfficient T weergegeven als funktie van de golflengte λ, voor licht dat loodrecht (met 0° ten opzichte van de normaal) op het scherm invalt. De transmissiekarakteristiek is van een filter voor een "groene" beeldbuis. Het korte-golf doorlaatgedrag en de brede reflektieband tussen 570 en 780 nm zijn onmiddellijk uit de grafiek af te lezen. Eveneens zijn een aantal spectraallijnen van een typische groene fosfor schematisch weergegeven.
Figuur 2 toont de transmissiecoëfficient van het hetzelfde interferentiefilter als funktie van de hoek α die de invalsrichting van het licht maakt met de normaal van het filter voor een golflengte van 545 nm. De waarde van α waarvoor de transmissiecoêfficient 50% is is ongeveer 35°. Licht dat met een grotere hoek op het filter invalt wordt grotendeels gereflekteerd. De figuren 1 en 2 zijn ontleend aan EP-A 0 174 320 waarnaar wordt verwezen voor verdere details omtrent het interferentiefilter.
In figuur 3 is de werking van de inspektie-inrichting volgens de uitvinding geschetst. In deze figuur is met de kurve 10 de spektrale verdeling rond een golflengte X weergegeven voor een hypothetische lichtbron. Het verloop kan bijvoorbeeld verkregen worden door een filter te plaatsen in de door een witte lichtbron opgewekte lichtbundel. Met de kurve I is schematisch het verloop van de transmissiecoëfficient T van een te inspekteren interferentiefilter weergegeven waarvan de afsnijgolflengte Xc is. De intensiteit van de lichtbundel na het passeren van het interferentiefilter is evenredig met het geïntegreerde produkt van de kurves I en 10. In de figuur is dit aangegeven met het gearceerde oppervlak onder de kurve 1.
Wanneer de afsnijgolflengte van het interferentiefilter wat kleiner is, bijvoorbeeld wanneer het interferentiefilter een verloop heeft zoals aangegeven met de kurve II, is de intensiteit van de lichtbundel na het passeren van het interferentiefilter veel lager. In de figuur is dit weergegeven met het oppervlak onder de kurve 2.
De intensiteit van de lichtbundel na het interferentiefilter is veel hoger wanneer de afsnijgolflengte van het. filter wat groter is, bijvoorbeeld zoals aangegeven met de kurve III en het oppervlak onder de kurve 3. Met behulp van deze methode kan dus een kleine verplaatsing (bijvoorbeeld 1¾) van de afsnijgolflengte leiden tot een goed meetbare verandering (bijvoorbeeld 10¾) van de intensiteit van de lichtbundel die door de detektor achter het interferentiefilter wordt opgevangen.
Zoals uit de figuur blijkt is de spektrale verdeling van de lichtbundel aan de lange-golflengte zijde niet van belang. Een smalbandige lichtbundel (kurve 10a) of een breedbandige lichtbundel (kurve 10b) leveren hetzelfde resultaat voor de gemeten intensiteit.
In de figuren 4a, 4b en 4c is de intensiteit weergegeven als funktie van de afsnijgolflengte die door een detektor wordt opgevangen voor een "blauw", "groen" en "rood" interferentiefilter respektievelijk. Daarbij is gebruik gemaakt van een witte lichtbron en een banddoorlaatfilter met een FWHM waarde van 40 nm, en een centrale golflengte van 480 nm van het "blauwe" filter, 580 nm voor het "groene" filter en 650 nm voor het "rode" filter. De FWHM waarde bedraagt dus 8 tot 6% van de waarde van de centrale golflengte. Enerzijds is daarmee de Jcorte-golflengte flank van het banddoorlaatfilter voldoende groot ten opzichte van de vereiste 1% reproduceerbaarheid van de afsnijgolflengte. Anderzijds is de flank voldoende steil zodat de doorgelaten lichtintensiteit voldoende sterk varieert bij een kleine verplaatsing van de afsnijgolflengte.
Op de horizontale as is de afsnijgolflengte uitgezet en op de vertikale as de waargenomen radiometrische en fotometrische intensiteit Ir en Ip in relatieve grootheden. Zoals figuur 4a laat zien geeft de radiometrische intensiteit Ip, of een daarmee vergelijkbare grootheid een absolute kalibratie is niet nodig, de beste afhankelijkheid tussen de intensiteit en de afsnijgolflengte. Rond de gewenste afsnijgolflengte (480 nm) varieert Ir ongeveer 2% per nm wat equivalent is met met een variatie van bijna 10¾ bij een verandering van afsnijgolflengte of filterdikte van 1%. De fotometrische intensiteit, aangegeven met Ip, vertoont rond de gewenste afsnijgolflengte een minder grote variatie en is dus minder geschikt als meetgrootheid.
In figuur 4b is te zien dat zowel de radiometrische als de fotometrische intensiteit een vergelijkbare variatie vertonen als funktie van de afsnijgolflengte in het relevante gebied rond 580 nm. De variatie in Ir bedraagt 2,3% per nm, dat is 13% intensiteitsvariatie per 1% verplaatsing in de afsnijgolflengte.
Ook voor het "rode" interferentiefilter is de radiometrische intensiteit Ir een betere meetgrootheid dan de fotometrische intensiteit Ip. Figuur 4c toont een intensiteitsvariatie van 1,6% per nm wat gelijk is aan 10,5% per procent filterdiktevariat’ie voor Ir.
Het heeft dus de voorkeur om de radiometrische intensiteit als meetgrootheid te gebruiken. Een variatie van 1% in de dikte van het interferentiefilter, en dus in de afsnijgolflengte, leidt in alle drie gevallen tot een variatie van ongeveer 10% in de gemeten intensiteit. De methode is dus zowel eenvoudig als gevoelig.
Een bijkomend voordeel is, dat, bij afwezigheid van het interferentiefilter, de relatieve intensiteit 100% moet bedragen. Kalibratie van het systeem is dus uitermate eenvoudig.
Wanneer de banddoorlaatfilters voor het opleggen van de spektrale verdeling aan de lichtbundel een smaller doorlaatgebied hebben, dus een FWHM-waarde die kleiner is dan 40 nm, neemt de relatieve gevoeligheid van de methode toe, waarbij relatief bedoelt is ten opzichte van het gedetekteerde lichtsignaal zonder interferentiefilter in de lichtbundel. Wanneer de FWHM-waarde groter gekozen is dan 40 nm is de relatieve gevoeligheid minder. De absolute gevoeligheid blijft in beide gevallen echter gelijk.
Voor de gevoeligheid is het gedrag van het banddoorlaatfilter aan de korte-golflengte flank bepalend. Het banddoorlaatfilter kan zonder bezwaar vervangen worden door een langegolfdoorlaatfilter, hoewel het systeem eenvoudiger gekalibreerd kan worden met een banddoorlaatfilter. Ook kan er gekleurd-glas filter gebruikt worden in plaats van een banddoorlaatfilter. De firma's Schott en Hoya brengen gekleurd-glas filters op de markt met een bandof langegolfdoorlaat karakteristiek. Mits de korte golfflank voldoende steil is en bij ongeveer de juiste waarde ligt zijn deze filters geschikt voor toepassing in de inrichting volgens de uitvinding. Dergelijke filters zijn bijvoorbeeld Schott 0G530 of 0G550 voor het "groene" interferentiefilter, Schott RG610 of RG630 voor het "rode" filter en Schott GG435 voor het "blauwe" filter.
In figuur 5 is een eerste uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding schematisch weergegeven. Een transparant beeldscherm 20, met daarop aangebracht een interferentiefilter 30 bevindt zich tussen een lichtbron 40 en een drietal detektoren 51, 52 en 53. De lichtbron 40 wekt drie lichtbundels op die via het beeldscherm op de drie detektoren vallen. In de lichtweg van ieder van de lichtbundels bevindt zich, behalve het beeldscherm een filter voor het aan de lichtbundel opleggen van een spektrale verdeling.
Het filter 42, geplaatst in de lichtbundel die door het midden van het beeldscherm valt bevat een banddoorlaatfilter voor het meten van de afsnijgolflengte. De intensiteit die door de detektor 52 wordt gedetekteerd is dus een maat voor de waarde van de afsnijgolflengte. Het filter 43 is eveneens een banddoorlaatfilter waarvan de korte-golflengte flank op de positie van de gewenste afsnijgolflengte ligt. Met behulp hiervan en de detektor 53 wordt dus de afsnijgolflengte op een tweede plaats van het interferentiefilter gemeten. Bij voorkeur dient deze tweede plaats dezelfde gewenste afsnijgolflengte te hebben als het midden van het scherm, naar een afwijkende waarde is natuurlijk niet uitgesloten.
Het filter 41 is een banddoorlaatfilter waarvan de doorgelaten golflengten in het gebied liggen waarvoor het interferentiefilter doorlatend is. De intensiteit die door de detektor 51, die het licht opvangt dat door het filter 41 en het interferentiefilter 30 heenkomt, wordt gedetekteerd, is een maat voor de absorptie die in het interferentiefilter 30 optreedt.
Om met de inrichting op eenvoudige wijze de drie verschillende soorten interferentiefilters te kunnen meten, zijn de filters 42 en 43 aangebracht in een roteerbaar wiel 44. Naast de twee getekende filters bevat het wiel eveneens banddoorlaatfilters voor het meten van de interferentiefilters met een andere gewenste afsnijgolflengte. Door het wiel 44 met behulp van een aandrijving 46 rond een as 45 te laten draaien worden de filters 42 en 43 vervangen door filters voor het uitvoeren aan een meting van een interferentiefilter met een andere afsnijgolflengte.
De filters 41 , 42 en 43 kunnen op iedere plaats in de lichtbundels geplaatst zijn. Niet alleen tussen de lichtbron en het te meten interferentiefilter maar ook tussen het interferentiefilter en de detektoren. In dit geval kan worden volstaan met een lichtbron die slechts twee lichtbundels opwekt. Een uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting volgens de uitvinding waarin dit wordt toegepast is schematisch weergegeven in figuur 6. In deze figuur zijn vergelijkbare details met dezelfde verwijzingscijfers weergegeven als in figuur 5.
De lichtbron 40 zendt twee lichtbundels uit die het interferentiefilter 30 op twee verschillende plaatsen doorlopen. Eén van de lichtbundels doorloopt na het passeren van het interferentiefilter 30 het banddoorlaatfilter 43 en valt op de detektor 53. Evenals in de hierboven beschreven uitvoeringsvorm wordt hiermee de afsnijgolflengte bepaald op een perifere plaats van het interferentiefilter.
De andere lichtbundel valt na het doorlopen van het interferentiefilter 30 op een bundelsplitser 48, bijvoorbeeld een halfdoorlatende spiegel of een deelkubus. De twee deelbundels die uit de bundelsplitser treden vallen ieder op één van de twee filters 41 of 42, eventueel via een spiegel 49. Het filter 41 is een banddoorlaatfilter waarvan het doorgelaten spektrum volledig wordt doorgelaten door het interferentiefilter 30. Hiermee wordt dus de absorptie van het interferentiefilter bepaald. Het filter 42 is een banddoorlaatfilter met behulp waarvan de afsnijgolflengte wordt bepaald.

Claims (11)

1. Inrichting voor het inspekteren van een interferentiefilter voor een projektie-televisiebeeldbuis, welke inrichting bevat: - ten minste een eerste lichtbron voor het opwekken van een eerste lichtbundel die zich langs een eerste lichtweg voortplant, - middelen voor het in de eerste lichtweg plaatsen van het interferentiefilter, - middelen voor het verkrijgen van een spektrale verdeling in de eerste lichtbundel, welke spektrale verdeling een gradiënt heeft in een golflengtegebied waarbinnen een gewenste afsnijgolflengte van het interferentiefilter ligt, en ten minste een eerste detektor voor het meten van de intensiteit van de eerste lichtbundel nadat deze het interferentiefilter heeft doorlopen of daaraan is gereflekteerd.
2. Inrichting volgens konklusie 1, waarbij gradiënt van de spektrale verdeling in het genoemde golflengtegebied een waarde heeft c _* c _1 tussen ongeveer 7.10 m en ongeveer 75.10 m .
3. Inrichting volgens konklusie 1 of 2, waarbij de lichtbron is ingericht voor het opwekken van een witte lichtbundel en de middelen voor het verkrijgen van een spektrale verdeling een in de eerste lichtweg geplaatst filter bevatten, welk filter een golflengte-afhankelijke transmissiecoëfficient heeft.
4. Inrichting volgens konklusie 3, waarbij de inrichting meerdere filters bevat met een onderling verschillend verloop van de transmissiecoëfficient als funktie van de golflengte, welke filters uitwisselbaar zijn.
5. Inrichting volgens konklusie 3, waarbij het filter in de eerste lichtweg tussen het interferentiefilter en het detektiesysteem is aangebracht.
6. Inrichting volgens konklusie 1, 2, 3, 4 of 5, waarbij voor het meten van de afsnijgolflengte op een tweede plaats van het interferentiefilter, de inrichting is voorzien van een tweede lichtbron voor het opwekken van een tweede lichtbundel die zich voortplant langs een tweede lichtweg die op enige afstand van de eerste lichtweg verloopt en dat de inrichting een tweede detektor bevat voor het meten van de intensiteit van de tweede lichtbundel nadat deze het interferentiefilter heeft doorlopen of daaraan is gereflekteerd.
7. Inrichting volgens één der voorgaande konklusies, waarbij de inrichting een verdere lichtbron bevat voor het opwekken van een verdere lichtbundel die zich langs een verdere lichtweg voortplant, verdere middelen voor het opleggen aan de verdere lichtbundel van een spektrale verdeling die vrijwel geheel «binnen een golflengtegebied valt waarvoor het interferentiefilter vrijwel volledig doorlaatbaar is, en de inrichting een verdere lichtgevoelige detektor bevat voor het meten van de intensiteit van de verdere lichtbundel nadat deze het interferentiefilter heeft doorlopen.
8. Inrichting volgens konklusie 7, waarbij de verdere lichtbron is ingericht voor het opwekken van een witte lichtbundel en de verdere middelen voor het opleggen van een spektrale verdeling een banddoorlaatfilter bevatten.
9. Inrichting volgens konklusie 8, waarbij het banddoorlaatfilter in de verdere lichtweg tussen het interferentiefilter en de verdere lichtgevoelige detektor is aangebracht.
10. Inrichting volgens konklusie 7, 8 of 9, waarbij de verdere lichtbron identiek is met de eerste lichtbron, de verdere lichtweg gedeeltelijk samenvalt met de eerste lichtweg en de inrichting een bundeldeler bevat voor het scheiden van de verdere lichtweg van de eerste lichtweg.
11. Inrichting volgens één van de voorgaande konklusies, waarbij ten minste één van de detektoren is ingericht voor het meten van de radiometrische intensiteit.
NL8900070A 1989-01-12 1989-01-12 Inrichting voor het inspekteren van een interferentiefilter voor een projektie-televisiebeeldbuis. NL8900070A (nl)

Priority Applications (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8900070A NL8900070A (nl) 1989-01-12 1989-01-12 Inrichting voor het inspekteren van een interferentiefilter voor een projektie-televisiebeeldbuis.
US07/329,915 US4988203A (en) 1989-01-12 1989-03-28 Device for inspecting an interference filter for a projection television display tube
DE90200040T DE69003954T2 (de) 1989-01-12 1990-01-08 Anordnung zur Prüfung eines Interferenzfilters für eine Projektionsfernsehbildröhre.
EP90200040A EP0378267B1 (en) 1989-01-12 1990-01-08 Device for inspecting an interference filter for a projection television display tube
CA002007354A CA2007354A1 (en) 1989-01-12 1990-01-09 Device for inspecting an interference filter for a projection television display tube
JP2003695A JPH02234104A (ja) 1989-01-12 1990-01-12 干渉フィルタ検査装置

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8900070 1989-01-12
NL8900070A NL8900070A (nl) 1989-01-12 1989-01-12 Inrichting voor het inspekteren van een interferentiefilter voor een projektie-televisiebeeldbuis.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8900070A true NL8900070A (nl) 1990-08-01

Family

ID=19853942

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8900070A NL8900070A (nl) 1989-01-12 1989-01-12 Inrichting voor het inspekteren van een interferentiefilter voor een projektie-televisiebeeldbuis.

Country Status (6)

Country Link
US (1) US4988203A (nl)
EP (1) EP0378267B1 (nl)
JP (1) JPH02234104A (nl)
CA (1) CA2007354A1 (nl)
DE (1) DE69003954T2 (nl)
NL (1) NL8900070A (nl)

Families Citing this family (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5149182A (en) * 1991-05-02 1992-09-22 Tektronix, Inc. Optical filter for an optical measurement instrument
US5227620A (en) * 1992-06-29 1993-07-13 Hewlett-Packard Company Apparatus for assembling components of color optical scanners
JP3033417B2 (ja) * 1993-12-28 2000-04-17 日本電気株式会社 波長可変光フイルタ
US20090316144A1 (en) * 2008-06-20 2009-12-24 Hoya Corporation Device for detecting the condition of an optical filter and illumination device
DE102009043696A1 (de) * 2009-10-01 2011-04-07 Karl Storz Gmbh & Co. Kg Vorrichtung und Verfahren zum Prüfen von Endoskopen
JP7025903B2 (ja) * 2017-11-24 2022-02-25 浜松ホトニクス株式会社 電気的検査方法
IT202100014828A1 (it) * 2021-06-08 2022-12-08 Milano Politecnico Sistema e metodo di osservazione di un dispositivo ottico

Family Cites Families (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2624238A (en) * 1949-10-29 1953-01-06 Rca Corp Selectively reflecting interference mirrors
US2936732A (en) * 1955-07-15 1960-05-17 Nat Res Dev Production of optical filters
DE1266255B (de) * 1965-03-30 1968-04-18 Licentia Gmbh Anordnung zur Messung der Transmission eines optisch durchlaessigen Filters
NL8402304A (nl) * 1984-07-20 1986-02-17 Philips Nv Beeldbuis.
GB8621468D0 (en) * 1986-09-05 1986-10-15 Philips Nv Display device
GB8629552D0 (en) * 1986-12-10 1987-01-21 Philips Nv Television system & display tubes

Also Published As

Publication number Publication date
EP0378267B1 (en) 1993-10-20
CA2007354A1 (en) 1990-07-12
US4988203A (en) 1991-01-29
DE69003954T2 (de) 1994-04-14
JPH02234104A (ja) 1990-09-17
EP0378267A1 (en) 1990-07-18
DE69003954D1 (de) 1993-11-25

Similar Documents

Publication Publication Date Title
GB2189623A (en) Remote reading spectrophotometer
JPH0933222A (ja) 膜厚測定装置
TW388788B (en) Apparatus for measuring characteristics of optical angle
US5339151A (en) Spectrometer for lensometer
CN105258799A (zh) 具有单色器和阶数选择滤光器的光谱仪
JPH08122211A (ja) 眼鏡レンズ測定装置
NL8900070A (nl) Inrichting voor het inspekteren van een interferentiefilter voor een projektie-televisiebeeldbuis.
JPS617445A (ja) 銅酸化被膜の酸化度判別装置
US4944594A (en) Apparatus and method for measuring dark and bright reflectances of sheet material
EP0721136A1 (fr) Dispositif de mesure colorimétrique d'un écran d'affichage
US7538874B2 (en) Measurement of light from a predefined scatter angle from particulate matter in a media
CA1225534A (en) Apparatus for measuring optical properties of paper
US7528951B2 (en) Optical design of a measurement system having multiple sensor or multiple light source paths
US7495763B2 (en) Dual function measurement system
CA2646054A1 (en) Self calibrating measurement system
US20240264454A1 (en) Imager and spot sampler with translatable stage
US3938896A (en) Image colorimeter
JPH11326125A (ja) オートレンズメータ
JPH05203495A (ja) 色彩計及び色彩計の測色方法
GB2249389A (en) Densitometers
FR2478815A1 (fr) Procede et appareil d'evaluation de la visibilite
JP2004117236A (ja) 光学特性測定装置
KR102902923B1 (ko) Upc 영역과 인접영역을 색도를 측정하는 색도측정장치
JPH027021B2 (nl)
CN211528195U (zh) 一种用于生化仪的二分光前分光系统

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed