NL8320392A - Inrichting voor het pellen van garnalen. - Google Patents
Inrichting voor het pellen van garnalen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8320392A NL8320392A NL8320392A NL8320392A NL8320392A NL 8320392 A NL8320392 A NL 8320392A NL 8320392 A NL8320392 A NL 8320392A NL 8320392 A NL8320392 A NL 8320392A NL 8320392 A NL8320392 A NL 8320392A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- shrimp
- station
- peeling
- shrimps
- tail
- Prior art date
Links
- 241000238557 Decapoda Species 0.000 claims description 228
- 235000013372 meat Nutrition 0.000 claims description 32
- 239000000523 sample Substances 0.000 claims description 29
- 238000002955 isolation Methods 0.000 claims description 13
- 241000554541 Crangon crangon Species 0.000 claims description 6
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 claims description 4
- 230000008859 change Effects 0.000 claims description 2
- 239000000969 carrier Substances 0.000 claims 1
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 7
- 206010017577 Gait disturbance Diseases 0.000 description 3
- 239000002245 particle Substances 0.000 description 3
- 210000004197 pelvis Anatomy 0.000 description 3
- 229910052782 aluminium Inorganic materials 0.000 description 2
- XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N aluminium Chemical compound [Al] XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 210000000080 chela (arthropods) Anatomy 0.000 description 2
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 2
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 2
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 2
- 230000007257 malfunction Effects 0.000 description 2
- 229910052751 metal Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 2
- 238000000034 method Methods 0.000 description 2
- 230000000630 rising effect Effects 0.000 description 2
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 2
- 239000011800 void material Substances 0.000 description 2
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- RYGMFSIKBFXOCR-UHFFFAOYSA-N Copper Chemical compound [Cu] RYGMFSIKBFXOCR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 244000287353 Crassocephalum crepidioides Species 0.000 description 1
- 206010016322 Feeling abnormal Diseases 0.000 description 1
- 239000004606 Fillers/Extenders Substances 0.000 description 1
- 210000001015 abdomen Anatomy 0.000 description 1
- 230000009471 action Effects 0.000 description 1
- 210000000577 adipose tissue Anatomy 0.000 description 1
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 230000001174 ascending effect Effects 0.000 description 1
- 230000000712 assembly Effects 0.000 description 1
- 238000000429 assembly Methods 0.000 description 1
- 238000007664 blowing Methods 0.000 description 1
- 210000000988 bone and bone Anatomy 0.000 description 1
- 150000001875 compounds Chemical class 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000011109 contamination Methods 0.000 description 1
- 229910052802 copper Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000010949 copper Substances 0.000 description 1
- 230000000994 depressogenic effect Effects 0.000 description 1
- 238000009826 distribution Methods 0.000 description 1
- 235000013601 eggs Nutrition 0.000 description 1
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 1
- 239000012634 fragment Substances 0.000 description 1
- 239000004519 grease Substances 0.000 description 1
- 238000007373 indentation Methods 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 238000002360 preparation method Methods 0.000 description 1
- 238000003825 pressing Methods 0.000 description 1
- 230000000750 progressive effect Effects 0.000 description 1
- 239000008237 rinsing water Substances 0.000 description 1
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 1
- 238000004381 surface treatment Methods 0.000 description 1
- 230000008685 targeting Effects 0.000 description 1
- 238000011282 treatment Methods 0.000 description 1
- 239000002699 waste material Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A22—BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
- A22C—PROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
- A22C29/00—Processing shellfish or bivalves, e.g. oysters, lobsters; Devices therefor, e.g. claw locks, claw crushers, grading devices; Processing lines
- A22C29/02—Processing shrimps, lobsters or the like ; Methods or machines for the shelling of shellfish
- A22C29/024—Opening, shelling or peeling shellfish
- A22C29/026—Mechanically peeling and shelling shrimps, prawns or other soft-shelled crustaceans
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Zoology (AREA)
- Food Science & Technology (AREA)
- Processing Of Meat And Fish (AREA)
- Frying-Pans Or Fryers (AREA)
Description
ί Ν.0. 32682 ν Inrichting voor het pellen van garnalen (crangon vulgaris of crangon- crangon._
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het pellen van garnalen.
Reeds is vele gemalen getracht garnalen, zoals zogenaamde Noord-zee-garnalen (crangon vulgaris of crangon-crangon), door machines van 5 de harde pantserdelen te ontdoen en het voor consumptie geschikte zachte vlees van de staart van de garnaal vrij te leggen.
Inrichtingen zijn voorgesteld waarbij de pantserdelen met fijne messen opengesneden worden en het vlees met onder druk staand water naar buiten gespoeld wordt. Afgezien van ontbrekend vermogen tot func-10 tioneren heeft een dergelijke pelwijze eveneens het nadeel dat de smaak van het gewonnen garnalevlees nadelig door het spoelwater beïnvloed wordt.
Reeds is bij een veelvoud van voorgestelde machines eveneens getracht de werking van het onder druk staande water door scherp gebun-15 delde luchtstralen te vervangen, om het garnalevlees uit de geopende pantsers los te nemen. Daarbij is gebleken dat alle constructieve elementen van dergelijke pelmachines, die aan de eigenlijke pelhandeling deelnemen, zeer aanzienlijk vervuilen. Het lichaamsvet van de garnalen hecht samen met afgeschilferde pantserdeeltjes, voelers, beendeeltjes 20 en dergelijke in de kortste tijd aan de elementen van een pelinrichting en maakt deze onbruikbaar. De gebruikte scherp gebundelde luchtstralen hebben daarbij bovendien het nadeel dat deze garnalevet en andere bij de pelhandeling vrijkomende vuildeeltjes, zoals bijvoorbeeld eveneens de bij vele garnalen aan de onderzijde van de buik zittende eieren, 25 lettelijk op de delen van de inrichting schieten, die het pelgebied omgeven.
Daarom is eveneens reeds getracht de pantserdelen mechanisch open te snijden en het garnalevlees uit de pantserdelen te zuigen. Deze maatregelen zijn mede mislukt omdat door de vervuiling na korte tijd 30 afzuigen niet meer mogelijk was, terwijl zuigleidingen en zuigmondstukken na de kortste tijd door vettige aanzetsels verstopten.
Aan alle bekende inrichtingen is echter eveneens het nadeel gemeenschappelijk dat de garnalen tijdens de pelhandeling niet met de vereiste precisie in het werkgebied van de eigenlijke pelgereedschap-35 pen, bijvoorbeeld fijne messen die het pantser opensnijden, gebracht kunnen worden, vooral niet omdat praktisch geen van de voor handen zijnde garnalen aan een andere gelijk is.
8320392 ' 2 ' Tot nu toe bekende inrichtingen voor het pellen van garnalen zijn door het grote aantal op te lossen problemen niet voorbij het experi-menteerstadium gekomen. Weliswaar kunnen bij het begin van het gebruik van de bekende machines garnalen in principe gepeld worden, maar een 5 continu toepassing voor commercieel gebruik is echter tot nu toe met geen van de bekende inrichtingen mogelijk geworden.
Het is het doel van de uitvinding in een inrichting te voorzien, die de garnalen onberispelijk bij continue toepassing pellen kan en bijgevolg eveneens commercieel gebruikt kan worden, om garnalevlees in 10 grotere hoeveelheden te winnen.
De inrichting die de oplossing van dit doeleinde vormt, wordt volgens de uitvinding gekenmerkt door een de garnalen sorterende toevoer-inrichting voor het afzonderen en een pelinrichting, die elke afzonderlijke van de na elkaar toegevoerde garnalen stapsgewijs pelt.
15 De maatregel volgens de uitvinding voor het onderverdelen van de inrichting in een toevoerinrichting en een pelinrichting, die elk als zodanig de daaraan toebedeelde opgave bij het pellen van garnalen op zich nemen, heeft het voordeel dat de voor het pellen noodzakelijke afzonderlijke bewerkingsstappen in de juiste volgorde uitgevoerd kunnen 20 worden, en wel op van voordeel zijnde wijze bij elke afzonderlijke te pellen garnaal, waardoor de problemen van het toevoeren en het pellen met de kleinste constructieve inspanning opgelost kunnen worden. In het bijzonder is gedurende de doorlopen baan van een te pellen garnaal van de toevoerinrichting naar de pelinrichting elke afzonderlijke functie-25 stap van de inrichting gemakkelijk op optimale wijze van werking te controleren en eventueel nastelbaar. Eventueel optredende bedrijfsstoringen kunnen dadelijk gelokaliseerd worden en zo ook weggenomen worden.
Daarbij neemt de toevoerinrichting de opgave op zich de afzonder-30 lijke garnalen te sorteren, af te zonderen en zo nauwkeurig aan de nageschakelde pelinrichting toe te voeren, dat een onberispelijk pellen van elke afzonderlijke garnaal mogelijk is.
Deze verdeling van de doeleinden van de afzonderlijke constructieve groepen van de inrichting volgens de uitvinding heeft bovendien het 35 voordeel dat de werksnelheid van de inrichting met de meest eenvoudige middelen op een optimale functie ingesteld kan worden. De inrichting volgens de uitvinding werkt al economisch indien de pelopbrengst daarvan gelijk aan een met de hand bereikbare opbrengst bij het pellen van garnalen is, dat wil zeggen, wanneer per uur ongeveer 2 kg garnalen 40 gepeld kunnen worden. De inrichting volgens de uitvinding kan in de 8320392 3 ' praktijk een dergelijke opbrengst echter nog ver overtreffen, want de werksnelheid van de toevoerinrichting kan zonder meer zover vergroot worden totdat de grens van het produktievermogen van de pelinrichting bereikt is.
5 Volgens een verdere uitvoering wordt de inrichting volgens de uit vinding gekenmerkt doordat de toevoerinrichting een triltransporteur met magazijn voor het afzonderen en naar de pelinrichting leidende transportgoot is. Een triltransporteur heeft het voordeel dat de tran-sportsnelheid daarvan door verandering van de trillingsfrequentie op de 10 meest eenvoudige wijze regelbaar is. In het magazijn voor het afzonderen van de triltransporteur kunnen de te pellen garnalen op van voordeel zijnde wijze losgeschud worden. Het magazijn voor het afzonderen is op als zodanig bekende wijze als trillende pot uitgevoerd, waarvan de wand een stijgende spiraaltrap heeft, waarop door de trillingen de 15 garnalen slechts afzonderlijk, dat wil zeggen na elkaar, naar buiten getransporteerd worden en op de transportgoot komen, waarvan deze aan de eigenlijke pelinrichting toegevoerd worden. De achter elkaar afzonderlijk uit het magazijn voor het afzonderen van de zwenktransporteur naar buiten gebrachte garnalen moeten op de baan daarvan naar de pelin-20 richting echter nog aan verdere behandelingen onderworpen worden. Zo is het bijvoorbeeld noodzakelijk dat elke garnaal een bepaalde en steeds zelfde positie op de transportgoot inneemt, voordat deze de pelinrichting binnentreedt. Hiertoe is volgens een verdere uitvoering er in voorzien dat in de uitbreiding van de transportgoot een richtstation en 25 een keerstation voor de garnalen aangebracht is. Door het richtstation en het keerstation wordt elke op de weg langs de transportgoot naar de pelinrichting passerende garnaal in een bepaalde stand gericht en eventueel gekeerd. Verder zijn bij de inrichting volgens de uitvinding nog maatregelen genomen waardoor belet wordt dat aan de pelinrichting gar-30 nalen toegevoerd worden die de bepaalde stand daarvan zelfs na het doorlopen door het richtstation en het keerstation van de transportgoot niet ingenomen hebben. Hiertoe is er op van voordeel zijnde wijze in voorzien dat na het richt- en keerstation een sorterend controlestation geschakeld is, dat een middel voor het uitwerpen van niet correct ge-35 richte garnalen omvat. Een dergelijk sorterend controlestation kan bijvoorbeeld verscheidene lichtkasten omvatten, waardoor een op de transportgoot geleide garnaal heen moet gaan. Deze lichtkasten kunnen onderling zo aangebracht zijn dat bij een juist gerichte garnaal alle evenwijdig aan elkaar werkende lichtkasten gelijktijdig afgedekt zijn. Is 40 slechts een van de lichtkasten niet afgedekt dan registreert het con- 8320392 4 ' trolestation dat hier een niet zoals vooraf bepaald gerichte garnaal doorgaat, en door het middel voor het uitwerpen kan uitsorteren van deze onjuist gerichte garnaal plaatsvinden, bijvoorbeeld kan als middel voor het uitwerpen een scherp gebundelde luchtstraal op de onjuist ge-5 richte garnaal gericht worden, waardoor een dergelijke garnaal uit de transportgoot naar beneden geblazen wordt.
Volgens een verdere uitvoering van de inrichting volgens de uitvinding wordt er in voorzien dat het richtstation een middel voor het opwekken van een luchtstroom omvat, die tegen de bewegingsrichting van 10 de op de transportgoot aangevoerde garnalen gericht is. Daarbij werkt het richtstation zonder enigerlei mechanische aandrijving en is met betrekking tot de werking daarvan in aanzienlijke mate bedrijfszeker. Bij de volgens de uitvinding van bijzonder voordeel zijnde uitvoering van het richtstation wordt van het inzicht gebruik gemaakt dat op de trans-15 portgoot liggende garnalen dan de kleinste stromingsweerstand bieden aan de tegen in de bewegingsrichting daarvan op de transportgoot gerichte luchtstroom, wanneer de gekromde rug naar de luchtstroom toegekeerd is. Een garnaal die in het gebied van de luchtstroom komt en daarbij zo op de transportgoot ligt dat de kop met voelers alsmede de 20 staart van de garnaal naar de luchtstroom toegekeerd is, wordt door de luchtstroom gedraaid om zich steeds zo op de transportgoot te richten dat de gekromde rug met de geringste stromingsweerstand naar de luchtstroom toegekeerd is.
Hebben de garnalen, die op de transportgoot naar de pelinrichting 25 geleid worden, een dergelijke gerichte positie aangenomen, dan kunnen deze daarbij nog zo liggen dat de bij de onderzijde van de kop door de kromming aanliggende staart van de garnaal hetzij grenzend aan de linker- hetzij grenzend aan de rechterrand van de transportgoot ligt. Alle afzonderlijke na elkaar naar de pelinrichting te bewegen garnalen moe-30 ten echter steeds in dezelfde positie aan de pelinrichting toegevoerd worden, waardoor het keerstation noodzakelijk is.
Een volgens de uitvinding van bijzonder voordeel zijnd eenvoudig keren van de garnalen kan verkregen worden doordat het keerstation een vernauwd deel van de transportgoot is, waarbij een van de zijvlakken, 35 die de goot begrenst, als een steeds scherper gekromde en steeds stij-ler wordende oploopflank uitgevoerd is. Deze van voordeel zijnde eenvoudige uitvoeringsvorm van het keerstation gebruikt het inzicht dat het fysieke zwaartepunt van elke garnaal binnen het garnalelichaam in de nabijheid van de verhoudingsgewijs dikke garnalekop ligt. De garnaal 40 heeft daarom het streven op de weg daarvan langs de transportgoot met 8320392 5 ' het zwaartepunt in het laagste gebied van de transportgoot te liggen.
Indien de transportgoot bijvoorbeeld enigszins trogvormig gekromd is, dan zal de kop van de garnaal steeds naar het laagste punt van de in dwarsdoorsnede trogvormige transportgoot glijden. Volgens de uitvinding 5 is nu de rand van de transportgoot, waarnaar de staart van de garnaal niet gericht moet zijn, steeds scherper gekromd en als steeds steiler wordende oploopflank uitgevoerd. Daardoor wordt verwezenlijk dat de lichtere staart van de garnaal opgeheven wordt en tot slot een keren van de garnaal plaatsvindt, doordat de staart daarvan bij steeds langs 10 de laagste plaats van de transportgoot verder lopende kop van de garnaal door de oploopflank geheven wordt en tot slot de garnaal naar de andere randzijde van de transportgoot kantelt.
Alle garnalen die door het richt- en keerstation gegaan zijn, nemen bijgevolg op de transportgoot dezelfde gerichte positie in en gaan 15 daarmee alle met dezelfde gerichte positie op de transportgoot na elkaar in de pelinrichting naar binnen.
De inrichting volgens de uitvinding wordt verder gekenmerkt doordat de transportgoot bestaat uit een deel voor het afzonderen, dat van het magazijn voor het afzonderen afleidt, een daarop volgend richtdeel, 20 dat het richt- en keerstation omvat, en een daarop volgend wachtdeel, dat aan de eindzijde in het opneemgebied van de pelinrichting leidt.
Het is vanzelfsprekend eveneens mogelijk de afzonderlijke delen tot een eendelig constructiedeel samen te nemen. Bij een doelmatige uitvoering is de transportgoot een uit lichtmetaal, bijvoorbeeld alumi-25 nium gegoten onderdeel, dat met weinig handgrepen aan het potvormige magazijn voor het afzonderen te bouwen is. Het magazijn voor het afzonderen is doelmatigerwijze eveneens uit licht metaal, bijvoorbeeld aluminium, gegoten en na een passende oppervlaktebewerking gebruiksklaar. Transportgoot en magazijn voor het afzonderen kunnen op trillende 30 grondplaten gezet worden, zodat deze gestuurd met trillingen belast kunnen worden, waardoor de garnalen op de baan daarvan uit het magazijn voor het afzonderen en langs de transportgoot getransporteerd worden. Het deel voor het afzonderen, richtdeel en wachtdeel zijn dientengevolge afzonderlijke gebieden van de als trogvormige rail uitgevoerde 35 transportgoot. Het wachtdeel is daarbij in het bijzonder doelmatigerwi js als enkel onderdeel uitgevoerd, dat een eenvoudig monteren verbindingsstuk tussen de toevoerinrichting en de pelinrichting vormt. De garnalen worden in de gerede stand op het wacchtdee- gehouden, totdat deze verder in de pelinrichting getransporteerd kunnen worden. Daardoor 40 wordt vermeden dat de garnalen sneller toegevoerd worden dan de pelin- 8320392 6 richting werkt. Een opstopping in de garnalentoevoer kan niet optreden.
De inrichting voor het pellen van garnalen wordt volgens de uitvinding verder gekenmerkt doordat de pelinrichting omvat een zich op 5 het wachtdeel van de transportgoot aansluitend positioneerstation met stapsgewijs ten opzichte van elkaar beweegbare positioneerelementen voor een toegevoerde garnaal, stapsgewijs bedienbare vasthoudelementen voor de gepositioneerde garnalen, stapsgewijs werkende pelgereedschap-pen en stapsgewijs werkende uitwerpelementen voor gepeld garnalevlees 10 alsmede voor de gepelde pantserdelen van de garnaal. De door de toe- voerinrichting toegevoerde garnalen zijn door het richt- en keerstation alsmede het controlestation, dat het richten en keren controleert, gegaan en komen afzonderlijk op de wachtrail, waarbij elke garnaal de vooraf bepaalde gewenste positie heeft. Op de wachtrail liggen de ge-15 richte afzonderlijke garnalen klaar om door de pelinrichting verder bewerkt te worden. Een belangrijke voorwaarde voor de verdere bewerking is het zich voorbereidend aan de pelhandeling voltrekkende positioneren van de afzonderlijke garnalen. Elke garnaal moet voor het eigenlijke pellen bij de inlaat van de pelinrichting in een stand gebracht worden 20 waarbij de passende lichaamsdelen, bij voorkeur de kop en de beide eerste opvolgende lichaamsringen van het pantser, door de vasthoudelementen aangegrepen kunnen worden, waarbij het probleem opgelost moet worden dat de garnalen verschillende afmetingen hebben. De uitvoering en inrichting van het positioneerstation is daarom een wezenlijk kenmerk 25 van de inrichting volgens de uitvinding.
Volgens een verdere uitvoering wordt het positioneerstation van de pelinrichting van de inrichting volgens de uitvinding gekenmerkt doordat als positioneerelementen steeds een opnemer, die de steeds bij het einde van de wachtdeel aankomende garnaal aangrijpt en de aangrepen 30 garnaal aan het werkgebied van een tastvoeler voor de dikte van de garnaal toevoert, en een aanvoerorgaan aanwezig zijn, die tussen tastvoeler en een door het positioneerstation gaand einddeel van het wachtdeel van de transportgoot klemmend vastgehouden garnalen in een positie naar voren beweegt waarbij het garnalelichaam in een vooraf bepaalde mate 35 boven de vrije eindkant van het eindgebied van het wachtdeel van de transportgoot in het werkgebied van de vasthoudelementen en pelgereed-schappen uitsteekt.
Deze uitvoering van de positioneerelementen heeft het voordeel dat de pelinrichting kan voelen of een grotere of kleinere garnaal gepeld moet 40 worden. De kopdikte van een garnaal is indirekt een parameter voor de 8320392 7 grootte resp. lengte van een garnaal. Een kleinere garnaal moet verder over de vrije kant van het wachtdeel naar voren bewogen worden dan een grotere garnaal, om het te pellen pantser van de staart eveneens juist in het werkgebied van de eigenlijke pelwerktuigen van de inrichting te 5 doen komen. Via de tastvoeler die de grootte van de garnaal betast wordt de baan voor het naar voren bewegen van het aanvoerorgaan van het positioneerstation op eenvoudige wijze beïnvloed.
Bovendien behoort tot de kenmerken volgens de uitvinding van het positioneerstation van de pelinrichting dat het door het positioneer-10 station leidende einddeel van het wachtdeel van de transportgoot een langssleuf in de bodem heeft, die de opnemer opneemt. De opnemer, die een te pellen garnaal opneemt, kan zowel in het eindgebied van het wachtdeel alsook in het positioneerstation van de pelinrichting bewegen.
15 De inrichting wordt op van voordeel zijnde wijze gekenmerkt door dat als opnemer een plaat aanwezig is, die in de langssleuf naar voren en achteren beweegbaar is en bovendien in het loodrechte vlak naar boven en naar beneden te brengen is, in naar boven gebrachte stand ongeveer gelijk met de bodem van het eindgebied ligt en meenemers omvat, 20 die met een garnaal in werkzame verbinding te brengen zijn. Indien de opnemer naar boven gebracht wordt dan kunnen de meenemers de gereed liggende garnaal aangrijpen en in het positioneerstation naar binnen brengen. Nadat de positionering plaatsgevonden heeft kan de opnemer weer naar beneden gebracht worden, waardoor de meenemers de thans ge-25 positioneerde garnaal vrijgeven.
Bij voorkeur zijn als meenemers van de plaat afstaande naalden aanwezig, die bij de hefbeweging van de plaat in het pantser van de garnaal naar binnen gestoken kunnen worden.
De hef- en daalbeweging van de plaat alsmede de voorgaande bewe-30 ging en terugbrengbeweging binnen de langssleuf kunnen op de meest eenvoudige wijze stapsgewijs gestuurd plaatsvinden.
Om te zorgen dat een garnaal ook juist met de meenemers van de opnemer in werkzame verbinding komt, dat wil zeggen, dat de naalden door het pantser van de garnaal heen kunnen steken wanneer de plaat in de 35 langssleuf naar boven gedrukt wordt, is er in voorzien dat in het gebied van de inlaat voor garnalen in het positioneerstation een boven een toegevoerde garnaal staand neerhoudorgaan aangebracht is. Het neer-houdorgaan is op een zodanige hoogte aangebracht dat een toegevoerde garnaal normaliter vrij daar onderdoor passeren kan. Indien de naalden 40 van de plaat van onderen tegen de garnaal drukken en deze daarbij naar 8320392 8 boven heffen, dan wordt een verder heffen door het neerhoudorgaan vermeden, zodat de verder door de plaat aangedrukte naalden door het pantser van de garnaal heen kunnen boren.
Om er in te voorzien dat de tastvoeler de baan van voortbeweging 5 van het voor de uiteindelijke positionering van een te pellen garnaal noodzakelijke aanvoerorgaan op de meest eenvoudige wijze kan sturen, is er volgens een verdere uitvoering in voorzien dat de tastvoeler een veerbelaste hefboomarm is, die met een deel in de bewegingsbaan van het aanvoerorgaan steekt. Deze maatregel kan verwezenlijkt worden doordat 10 het aanvoerorgaan een tegen de hefboom van de tastvoeler aanslaande aanslag heeft, dat wil zeggen het eigenlijke aanvoerorgaan heeft een aanslagelement, dat de beweging daarvan meemaakt, en in de bewegingsbaan van deze aanslag steekt een deel uit, bijvoorbeeld een hefboomarm, van de veerbelaste tastvoeler.
15 Volgens de uitvinding heeft de aanslag een in de zwenkbaan van de hefboomarm naar voren beweegbare hellende flank. Deze maatregel heeft het voordeel dat de aanslag bij verschillende zwenkstanden van de hefboomarm van de tastvoeler eveneens in verschillende naar voren bewogen posities daarmee in aanraking kan komen. Bij een grotere, dikkere gar-20 naai kan de tastvoeler niet erg ver naar beneden dalen en de hefboomarm is slechts in geringe mate verzwenkt. Dientengevolge komt de aanslag eveneens naar het afleggen van een korte naar voren bewogen baan van het aanvoerorgaan met de hefboomarm in aanslag. Indien de hefboomarm van de tastvoeler bij een kleinere garnaal verder gezwenkt is, dan kan 25 het aanvoerorgaan overeenkomstig verder naar voren bewogen worden, tot een daarbij verder naar achteren liggend punt van de hellende flank van de aanslag daarvan met de hefboomarm van de tastvoeler in aanraking komt. Doelmatigerwijs heeft de flank van de aanslag trapvormige verspringingen.
30 Nadat een toegevoerde garnaal door de elementen van het positio- neerstation in een voor het werkgebied van de pelgereedschappen van de pelinrichting van voordeel zijnde positie gebracht is, moet als volgende werkstap het vasthouden van de gepositioneerde garnaal plaatsvinden om de pelgereedschappen in het algemeen te kunnen laten werken. De in-35 richting volgens de uitvinding is voor het vasthouden van een garnaal zodanig uitgevoerd, dat als eerste vasthoudelement een stapsgewijs te bedienen klem aanwezig is, waarvan de bekken direkt voor de vrije eind-kant van het door de positioneerinrichting gaande einddeel van het wachtdeel van de transportgoot aangebracht zijn, en dat een deel van de 40 tastvoeler, dat de garnaal klemt, als tweede vasthoudelement dient.
8320392 ‘ 9 ' De vasthoudelementen treden in werking zodra de garnaal juist ge positioneerd is maar voor de eigenlijke pelgereedschappen op de garnaal aangrijpen. Op van voordeel zijnde wijze wordt de beschreven tastvoeler eveneens mede als vasthoudelement gebruikt. De tastvoeler vervult dien-5 tengevolge twee functies, namelijk die van een vasthoudelement en die van een element dat het aanvoerorgaan beïnvloedt.
De tweede functie die de tastvoeler heeft, de functie van een vasthoudelement, kan nog verbeterd worden doordat de hefboomarm van de tastvoeler een stapsgewijs bedienbare vergrendeling omvat, die een ver-10 dere zwenkbeweging uit de vasthoudstand daarvan, waarin de garnaal geklemd wordt, blokkeert, zodra het aanvoerorgaan de vooruitgaande beweging daarvan beëindigd heeft. De volgens de uitvinding stapsgewijze vergrendeling belet bijgevolg dat de tastvoeler onder het verder uitsturen van de veer daarvan van het garnalenlichaam heft en een andere 15 zwenkstand inneemt.
Volgens een verdere uitvoering wordt de inrichting gekenmerkt doordat een staartstrekorgaan aanwezig is, dat op het door de vasthoudelementen vastgehouden lichaam van de garnaal aangrijpt. Dit staartstrekorgaan strekt het gepositioneerde maar nog opgerolde gekromde li-20 chaam van de garnaal. Als staartstrekorgaan is bij voorkeur een doorn aanwezig, die in de door de gekromde staart van de garnaal omsloten leemte naar voren te stoten is. Deze doorn is op een draagorgaan aangebracht, die langs een baan, die de gekromde staart van de garnaal strekt, beweegbaar geleid is. De bewegingen van het draagorgaan, die 25 een naar voren stoten van de doorn en de geleiding daarvan langs de vooraf bepaalde baan bewerkstellingen, is met overeenkomstige middelen uit te voeren. Bijvoorbeeld kunnen bochtgeleidingen, hefboomstangenstelsels of dergelijke daarvoor gebruikt worden.
Een dergelijke door vasthoudelementen vastgehouden en door het 30 staartstrekorgaan gestrekte garnaal wordt dan tot slot door de eigenlijke pelgereedschappen bewerkt en deze kunnen vervolgens zeer eenvoudig uitgevoerd zijn. Volgens de uitvinding zijn als pelgereedschappen een klemtang, die het staartpantser klemt, en een vleestang aanwezig, waarbij klemtang en vleestang stapsgewijs langs de bewegingsbanen daar-35 van, die de afstanden tot de vasthoudelementen veranderen, beweegbaar geleid zijn. De klemtang is zo uitgevoerd dat deze bij het naar voren zwenken het achterste vrije einde van de gestrekte staart van de garnaal tussen de bekken daarvan opneemt. De bekken worden gesloten en zodra de klemtang terugzwenkt, waarbij de afstand daarvan tot de vast-40 houdelementen weer vergroot wordt, wordt het staartpantser van de gar- 8320392 10 naai van de tussen de vasthoudelementen vastgehouden koppantserdelen afgetrokken en gescheiden. Omdat de klemtang het achterste vrije eind-gebied van het staartpantser eveneens indrukt, wordt in dit gebied eveneens het ongeveer in de laatste ring van het staartpantser gegroei-5 de vlees weggeperst en resp. los genomen, zodat het staartpantser bij terugzwenkende klemtang gemakkelijk van het vlees afgetrokken kan worden. Het van het staartpantser bevrijde garnalevlees blijft echter nog verder met de in de vasthoudelementen vastgehouden koppantserdelen verbonden en kan vervolgens door de vleestang aangegrepen worden en uit de 10 koppantserdelen naar buiten getrokken worden.
Zowel klemtang als ook vleestang openen zodra deze in de uitgangs-stand daarvan teruggezwenkt zijn, waarbij de afstand daarvan tot de vasthoudelementen het grootst is.
Gelijktijdig openen eveneens de vasthoudelementen zodat eveneens 15 de koppantserdelen vrijgegeven worden.
Volgens een verdere uitvoering is er in voorzien dat aan de vasthoudelementen van de vleestang en klemtang middelen voor het uitwerpen van de daardoor steeds vastgehouden delen van de garnaal toegevoegd zijn.
20 Als middel voor het uitwerpen kunnen bijvoorbeeld op van voordeel zijnde wijze gebundelde luchtstralen verschaft zijn. De pelinrichting kan voor het verkrijgen van dergelijke gebundelde luchtstralen van eenvoudige mondstukken voorzien zijn, waaraan via slangen bij behoefte een sterke luchtstoot toegevoerd wordt. Zodra de vasthoudelementen, de 25 vleestang en de klemtang geopend zijn, blazen de mondstukken met de luchtstralen de vastgehouden garneeldelen letterlijk uit deze onderdelen naar buiten.
Voor het verbeteren van de uitwerpwerking kunnen nog verdere af-strijkorganen aanwezig zijn. In het bijzonder bevat de klemtang een 30 dergelijk afstrijkorgaan, omdat het staartpantser tussen de bekken daarvan immers aan aanzienlijke indrukkingen onderhevig is, die er toe kunnen leiden dat een staartpantser door aanklevend garnalevet of dergelijke kleverige bestanddelen niet alleen door de luchtstraal op juiste wijze van het bekken los te nemen is.
35 Een andere van voordeel zijnde verdere uitvoering voorziet erin dat de luchtstralen, die aan de klemtang en de vasthoudelementen toegevoegd zijn, in dezelfde richting gericht zijn en dat de richting van de aan de vleestang toegevoerde luchtstraal ongeveer dwars daarop gericht is.
40 Deze maatregel heeft het voordeel dat weggeblazen pantserdelen in 8320392 11 ' een andere richting geworpen worden dan het te winnen garnalevlees. Bij het einde van de afwerpbaan van de delen van de garnaal kunnen passende houders voor pantserdelen, die als afval te zien zijn, alsmede voor het te winnen garnalenvlees op de meest eenvoudige wijze aangebracht 5 worden.
Een bijzonder voordeel van de inrichting is dat voor het stapsgewijs bedienen van alle beweegbare elementen mechanische stangenstelsels aanwezig zijn, die via een aangedreven omlopende nokkenas met de aan de afzonderlijke elementen toegevoegde stuurnokken gestuurd beweegbaar 10 zijn.
De mechanische stangenstelsels alsmede de aandrijvingen daarvan via nokken werken verhoudingsgewijs bedrijfszeker. De verbindings- en scharnierpunten kunnen op de meest eenvoudige wijze met weinig handgrepen en gereedschappen eventueel door bedieningspersoneel nagesteld wor-15 den indien functiestoringen zouden optreden. Een eenmaal juist ingestelde inrichting voor het pellen van garnalen is echter nog nauwelijks gevoelig voor storingen, vooral niet omdat de stangenstelsels slechts in geringe mate behoeven te bewegen. Ook de op te brengen krachten zijn vanwege de hantering van de toch eigenlijk kleine garnalen met optimale 20 precisie te sturen en te beheersen.
Elke inrichting is met betrekking tot de afmetingen daarvan op van voordeel zijnde wijze gering te bemeten, zodat zonder meer voor het doen toenemen van de pelopbrengst eveneens verscheidene inrichtingen evenwijdig naast elkaar kunnen werken, waarbij de plaatsing daarvan in 25 de kleinste ruimte mogelijk is.
De los verkregen garnalen kunnen door het bedienende personeel in grote hoeveelheid in het magazijn voor het afzonderen van elke inrichting gestort worden en lopen dan na het afzonderen door de afzonderlijke stations van de inrichting tot aan het volledig pellen door de pel-30 inrichting.
Een verder voor de uitvinding wezenlijk kenmerk is dat de werkwijze van de toevoerinrichting onderbroken wordt terwijl de pelinrichting werkt. Daardoor wordt belet dat de garnalen sneller aan de pelinrichting toegevoerd worden dan deze gepeld kunnen worden. Daarmee is een 35 nauwkeurig instellen van de frequentie van de trillende toevoerinrichting binnen bepaalde tolerantiegrootten niet meer noodzakelijk. Het onderling aan- en uitschakelen kan bijvoorbeeld via een lichtkast in het gebied van de positioneerelementen plaatsvinden. Doelmatigerwijs wordt echter in plaats van een lichtkast een luchtkast gebruikt, omdat de fo-40 tocellen van een lichtkast gemakkelijk verontreinigd kunnen worden. De 8320392 12 luchtkast registreert wanneer een te pellen garnaal in juiste positie tussen de vasthoudelementen van de pelinrichting opgenomen is. Op dit moment wordt het toestel, dat de trilling van de toevoerinrichting opwekt, uitgeschakeld en bijgevolg een verdere toevoer van garnalen ge-5 stopt, terwijl gelijktijdig de eigenlijke pelinrichting ingeschakeld wordt.
Een uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding, waaruit verdere kenmerken volgens de uitvinding blijken, is in de tekening afgebeeld. Daarbij tonen: 10 Fig. 1 een schematisch bovenaanzicht op de gehele inrichting voor het pellen van garnalen met toevoerinrichting en pelinrichting alsmede transportgoot, fig. 2 een schematisch perspectivisch aanzicht van het richtsta-tion van de transportgoot van de toevoerinrichting, 15 fig. 3 een schematisch perspectivisch aanzicht van het keerstation van de transportgoot van de toevoerinrichting, fig. 4 een schematisch perspectivisch aanzicht van de complete pelinrichting, fig. 5 een schematisch perspectivisch aanzicht van het zich in het 20 positioneerstation uitstrekkende wachtdeel van de transportgoot als detail van de pelinrichting volgens fig. 4, fig. 6 een schematische afbeelding de functie van de tastvoeler van de pelinrichting volgens fig. 4 in verschillende bedrijfsstanden overeenkomstig de figuuraanduidingen a, b en c en 25 fig· 7 een schematisch bovenaanzicht op een detail van de pelin richting volgens fig. 4 voor het verduidelijken van de functie van po-sitioneerelementen, vasthoudelementen en staartstrekorganen.
In figuur 1 is de inrichting voor het pellen van garnalen schematisch in bovenaanzicht afgebeeld. De inrichting volgens de uitvinding 30 bestaat uit de beide constructieve groepen bevattende de pelinrichting 1 en de toevoerinrichting 2. De toevoerinrichting is als triltransporteur uitgevoerd, die een potvormig magazijn 3 voor het afzonderen omvat waarin te pellen garnalen losgeschud kunnen worden. Bij de buitenomtrek heeft het magazijn voor het afzonderen een van de bodem af geleidelijk 35 schroefvormig stijgende spiraaltrap 4, die zo breed is, dat garnalen slechts achter elkaar naar boven afzonderlijk over de spiraaltrap getransporteerd kunnen worden. De transportbeweging wordt verkregen doordat de gehele toevoerinrichtiong met trillingen met passende frequentie belast wordt. De in de pijlrichting uit het magazijn voor het afzonde-40 ren afzonderlijk onttrokken garnalen bewegen dan langs de baan daarvan 8320392 13 die door de trillingen bepaald wordt uit het magazijn voor het afzonderen naar buiten en komen op de naar de pelinrichting 1 leidende trans-portgoot 5. Op de baan daarvan langs de transportgoot passeren de te pellen garnalen het gebied van een richtstation 6 als daarop volgend 5 een keerstation 7.
Met 8 is een controlestation aangegeven, dat middelen voor het uitwerpen van niet juist gerichte garnalen omvat.
De afzonderlijke constructieve elementen van de pelinrichting worden hieronder nader beschreven.
10 Allereerst is in fig. 2 een fragment van de transportgoot 5 in het gebied van het richtstation 6 op vergrote schaal afgebeeld. Door een bevestigingslijf 9 wordt boven de transportgoot een dragerdeel 10 vastgehouden, waarin naast elkaar liggend twee luchtmondstukken 11 aangebracht zijn. Op de luchtmondstukken zijn, zoals bij dit uitvoerings-15 voorbeeld schematisch afgebeeld, naar een compressor leidende persluchtslangen aangesloten. Luchtstromen, die uit de luchtmondstukken 11 naar buiten treden en scherp gebundeld zijn, kunnen tegen de in de richting van de pijl 13 op de transportband toegevoerde garnalen 14, 14a resp. 15 blazen, waarbij de aanstroomhoek ten opzichte van de 20 transportgoot 5 door verdraaiing van het dragerdeel 10 instelbaar is, doordat de verbindingsschroef 16 van het dragerdeel met het bevestigingslijf 9 overeenkomstig losgenomen wordt en na verstelling van de aanstroomhoek weer aangetrokken wordt.
Zoals uit fig. 1 blijkt heeft het richtstation 6 twee achter el-25 kaar liggende dragerdelen 10 met overeenkomstige luchtmondstukken 11, waardoor van het magazijn 3 voor het afzonderen via de transportgoot 5 toegevoerde garnalen gericht kunnen worden. Dit richten vindt zoals hieronder aangegeven plaats:
De in fig. 2 met 14, 14a en 15 aangegeven garnalen gaan in de 30 richting van de pijl 13 over de transportgoot 5 door het richtstation tegen de uit de luchtmondstukken 11 tredende de luchtstromen in. De garnalen 14 en 14a keren daarbij met de gekromde rugzijde daarvan naar de luchtstromen toe en bieden bijgevolg de geringste stromingsweerstand aan de lucht stromingen.
35 Daarentegen is van de garnaal 15 het kop- en staartdeel daarvan naar de luchtstromingen toegekeerd. De stromingsweerstand van een zo liggende garnaal is onder omstandigheden zo aanzienlijk dat de vooruit bewegende kracht van de transportgoot niet meer voldoende is om de zo liggende garnaal tegen de luchtstroming in te bewegen. De in het kopge-40 bied van de garnaal 15 uitstekende voelers bieden een groter aangrij- 8320392 14 pingsvlak, zodat de garnaal tenslotte op de transportgoot door de aan-grijping van de stromende lucht zal draaien, totdat deze de luchtstroming eveneens met het gekromde rugvlak daarvan op met betrekking tot de stroming gunstige wijze toekeert. Alle op de transportgoot 5 in de 5 richting van de pelinrichting verder toegevoerde garnalen, die door het richtstation heen gegaan zijn, zijn daarom met de gekromde ruggen daarvan naar de pelinrichting gericht.
In fig. 3 is een schematische perspectivische afbeelding van dat deel van de transportgoot 5 afgebeeld dat als keerstation uitgevoerd 10 is, en in fig. 1 met 7 aangegeven is. De transportgoot is in dwarsdoorsnede trogvormig gevormd, en het zijvlak 17 van de beide zijvlakken 17 en 18, die de transportgoot begrenzen, is zoals afgebeeld tot een steeds aanzienlijker gekromde en steeds steiler wordende oploopflank 19 gevormd. De in het keerstation 7 naar binnen gaande garnalen bewegen 15 zich in de richting van de weer met 13 aangegeven pijl. De met 20 aangegeven garnaal ligt zodanig op de transportgoot 5 dat de staart van de garnaal langs het zijvlak 18 van de transportgoot geleid wordt. Deze stand zal de garnaal 20 gedurende de verdere baan daarvan langs de transportgoot eveneens handhaven, omdat het zwaartepunt daarvan in de 20 nabijheid van de met betrekking tot de afmeting grootste en daardoor zwaarste lichaamsdeel, namelijk de kop van de garnaal, ligt en deze bijgevolg tracht de laagste stand in de trogvormige transportgoot 5 in te nemen.
Hetzelfde geldt eveneens voor de zich daarvoor bevindende garnaal 25 21, waarvan de kop eveneens de laagste stand in de trogvormige trans portgoot 5 ingenomen heeft. De staart van deze garnaal 21 ligt echter op het zijvlak 17 van de transportgoot en wordt door de aanzienlijker gekromde en steeds steiler worden de oploopflank 19 voortdurend naar boven gebacht. De kop van de garnaal blijft bovendien bij het laagste 30 punt van de transportgoot. Tot slot zal de garnaal 21 na het passend naar boven brengen door de oploopflank 19 omkantelen, zodat de staart daarvan tenslotte bij verder transport op de transportgoot 5 eveneens op het zijvlak 18 ligt.
Alle garnalen die het keerstation met de oploopflank 19 doorlopen 35 hebben, worden bijgevolg in de bewegingsrichting langs de transportbaan met het gekromde rugdeel daarvan naar voren bewogen en Zullen daarbij met de staartdelen daarvan aan de zijde van het zijvlak 18 liggen.
Zoals bij de beschrijving van fig. 1 vermeld, doorlopen de garnalen, die het keerstation passeren, vervolgens een controlestation, waar 40 de voorgeschreven positie van de zich langs de transportgoot 5 bewegen- 8320392 15 de garnalen gecontroleerd wordt. Zich niet in de voorafbepaalde positie bevindende garnalen worden door middelen van de transportbaan afgeworpen, welke middelen door het controlestation 8 gestuurd worden.
Het controlestation kan bijvoorbeeld drie , met een bepaalde plaat-5 sing ten opzichte van elkaar zich in de transportgoot bevindende licht-kasten omvatten. De drie lichtkasten worden onderbroken indien de garnaal de vooraf bepaalde positie ingenomen beeft. Een garnaal die niet met vooraf bepaalde positie langsbeweegt zal bijvoorbeeld slechts twee van de drie lichtkasten onderbreken, en via een passende elektrische 10 sturing kan uitwerpen van een dergelijke, niet juist gerichte garnaal uit de transportgoot plaatsvinden. Als middel voor het uitwerpen kan bijvoorbeeld een scherp gebundelde lucbtstraal gebruikt worden.
In fig. 4 is de pelinricbting in schematisch perspectivisch aanzicht van bovenaf afgebeeld.
15 Alle onderdelen van de pelinrichting 1 zijn op een grondplaat 22 aangebracht, die zo mogelijk niet stijf met de toevoerinrichting verbonden is, omdat de aan de toevoerinrichting gegeven trillingen onder omstandigheden storend op de werking van de pelinrichting kunnen werken. Een in de pelinrichting leidend laatste deel van de transportgoot 20 5 is een zogenaamd wachtdeel 23 (zie eveneens fig. 1). Op dit wachtdeel sluit een einddeel 24 aan, dat tot in een positioneerstation 125 (fig. 1) leidt. In dit positioneerstation worden de garnalen afzonderlijk van het wachtdeel 23 afgenomen en in een vooraf bepaalde positie gebracht, waarbij deze door vasthoudelementen en pelgereedschappen van de pelin-25 richting verder bewerkt kunnen worden. Het in het positioneerstation naar binnen gaande eindgebied 24 van het wachtdeel 23 van de transportgoot is van een langssleuf 25 (fig. 5) voorzien, waarin een opnemer 26 heen en weer te schuiven is. De opnemer is bovendien uit de langssleuf naar buiten naar beneden te brengen of van onderen in de langssleuf 30 naar binnen te heffen. De bewegingen van de opnemer 26 vinden via de in de geleidingshulzen 27 geleide geleidingsstangen 28 en 29 plaats. De geleidingshulzen 27 zijn aan een dwarsbalk bevestigd, die om een as te zwenken is. Op dit detail wordt bij de beschrijving van fig. 5 nog nader ingegaan.
35 De opnemer 26 is met naalden 31 bezet, die in een toegevoerde gar naal binnendringen. In het overgangsgebied tussen wachtdeel 23 en einddeel 24 van het positioneerstation bevindt zich een de naalden van boven ondersteunend neerhoudorgaan 32, dat de garnalen van boven ondersteunt indien door naar boven heffen van de opnemer 26 de naalden 31 40 daarvan in de garnalen gedrukt worden. De door de naalden aangegrepen 8320392 16 garnalen worden bij langsverschuiving van de opnemer 26 zover in de langssleuf 25 verschoven, dat de gekromde rug van de garnaal boven de vrije kant 33 van het einddeel 24 van het wachtdeel 23 van de trans-portgoot 5 naar buiten uitsteekt. Op de door de naalden vastgehouden 5 kop van de garnaal komt een deel 34 van een om het lagerpunt 35 zwenk-baar gelagerde tastvoeler 38 naar beneden, die met behulp van een loodrechte naar boven en naar beneden te bewegen grendel stang 36 verzwenkt kan worden. De grendelstang grijpt op de hefboomarm 37 van de zo uit deel 34 en hefboomarm 37 gevomrde dubbelarmige tastvoeler 38 aan.
10 Een aanvoerorgaan is met 39 aangegeven. Dit aanvoerorgaan is even eens via geleidingsstangen en een geleidingshuls 40 evenwijdig aan de langssleuf 25 in het eindgebied 24 van het positioneerstation beweegbaar alsmede in de werkstand daarvan zwenkbaar, doordat het om het lagerpunt 41 met de dwarsbalk 42, die de geleidingshuls 40 daarvan 15 draagt, gezwenkt wordt. Met 43 is een aan het aanvoerorgaan 39 toegevoegde hellende aanslag aangegeven, die een flank heeft, die in de zwenkbaan van de hefboomarm 37 van de tastvoeler 38 naar voren beweegbaar is en trapvormige verspringen 44 heeft.
Het deel 34 van de tastvoeler 38 vervult eveens de functie van een 20 vasthoudelement en wel doordat de aandrukkracht daarvan, die door een veer bewerkstelligd wordt, ten opzichte van het vast te houden lichaamsdeel van een garnaal door verder naar boven brengen van de grendelstang 36 vast vergrendeld wordt zodra het aanvoerorgaan 39 de te pellen garnaal in de met de grootte daarvan overeenkomstige positie 25 naar voren bewogen heeft, hetgeen weer door de trapvormige verspringen 44 op de aanslag 43 bewerkstelligd wordt die tegen de hefboomarm 37 van de tastvoeler 38 aanslaan, indien het aanvoerorgaan 39 door het naar buiten schuiven van de geleidingsstangen daarvan uit de geleidingshul-zen 40 naar voren bewogen wordt.
30 Een verder vasthoudelement is de met twee met naalden gewapende bekken 45 uitgeruste klem 146, die stapsgewijs te openen en te sluiten is. Tussen de klembekken 45 wordt het boven de vrije kant 33 van de einddeel 24 uitstekende kopgebied van de te pellen garnaal tijdens de pelhandeling vastgehouden.
35 De pelhandeling wordt ingeleid doordat een doorn 46 van een staartstrekorgaan 47 in de leemte, die door de gekromde staart van de garnaal omsloten wordt, naarvoren stoot, doordat deze van onderen naar boven geheven wordt. Een draagorgaan 48, dat de doorn draagt, is langs een cirkelboogvormige baan in de richting van de dubbele pijl 49 be-40 weegbaar geleid, zodat de gekromde staart van de garnaal gestrekt 8320392 17 wordt.
De pelgereedschappen van de pelinrichting omvatten de in de richting van de cirkelboogpijl 50 zwenkbare vleestang 51, alsmede een in de richting van de cirkelboogpijl 52 heen en weer zwenkbare klemtang 53, 5 tussen de bekken 54 waarvan de gestrekte staart van een garnaal komt te liggen wanneer de klemtang in de richting van het positioneerstation naar voren uit de afgebeelde stand daarvan gezwenkt wordt. Zodra de bekken 54 sluiten, wordt de staart van de garnaal aangegrepen en eveneens ingedrukt, waardoor het vlees dat aan het einde van de staart van 10 een garnaal vastgegroeid is van het pantser los raakt. Indien de klemtang bij verder vastgehouden bekken 54 weer in de afgebeelde stand terugzwenkt, dan wordt het staartpantser van het tussen de vasthoudele-menten, in het bijzonder de bekken 45 van de klem 146, vastgehouden koppantserdeel afgescheurd en het garnalevlees is vrij toegankelijk 15 voor de vleestang 51. Deze kan in de bij dit uitvoeringsvoorbeeld afgebeelde stand terugzwenken en daarbij het garnalevlees van het koppant-ser aftrekken.
Daarna openen de vasthoudelementen, de vleestang en de klemtang, zodat pantserdelen en garnalevlees uitgestoten worden.
20 Deze handeling wordt herhaald waarbij alle beweegbare delen van de pelinrichting stapsgewijs gestuurd met op elkaar afgestemde bewegingen, de daaraan toebedachte functies vervullen.
De stapsgewijze sturing van alle beweegbare onderdelen wordt bij de inrichting volgens de uitvinding via een mechanisch stangenstelsel 25 opgewekt, dat niet verder afgebeeld is. Slechts de voor de beweging van het stangenstelsel aanwezige nokas 57 met overeenkomstige gevormde stuurnokken is afgebeeld, die via tandwielen 55 en 56 met een niet verder afgebeelde elektromotor aangedreven wordt.
In fig. 5 is een detail van het positioneerstation op vergrote 30 schaal schematisch in perspectief afgebeeld. Garnalen lopen in de richting van de pijl 13 tot aan het einde van het wachtdeel 23 van de transportgoot 5. In het overgangsgebied tussen het wachtdeel 23 en het door het positioneerstation gaande eindgebied 24 is een luchtkast met luchtmeetmondstukken 59 en 60 aangebracht. Indien een garnaal de lucht-35 kast bereikt heeft, dan wordt de trilling van de toevoerinrichting uitgeschakeld, zodat verdere voortgaande beweging van de garnalen gestopt is. De langssleuf 25 van het eindgebied 24 is tot in het wachtdeel 23 verlengd, zoals het hier afgebeeld is. Uit deze afbeelding blijkt eveneens hoe de opnemer 26, die als met naalden 31 bezette plaat uitgevoerd 40 is, door verzwenking van de dwarsbalk 30, die de geleidingshulzen 27 8320392 18 draagt, om het scharnierpunt 59 naar boven en naar beneden te brengen is, waarbij de naar beneden gebrachte stand door gestreepte lijnen af-gebeeld is. Verder kan de opnemer in de langssleuf 25 door naar binnen en naar buiten schuiven van de geleidingsstangen 28 en 29 heen en weer 5 in de geleidingshulzen 27 bewogen worden.
De opnemer, die met de gestreepte lijn in de beneden gebrachte stand afgebeeld is, wordt door het naar binnen bewegen van de geleidingsstangen 28, 29 zover terugbewogen totdat het in het wachtdeel 23 stekende einde van de langssleuf 25 bereikt is. Daarna heft de opnemer 10 zich door het verzwenken om het scharnierpunt 59 op totdat de naalden in het boven de langssleuf in het wachtdeel 23 liggende lichaam van de garnaal binnendringen. Vervolgens wordt een uitschuivende beweging van de geleidingsstangen 28 en 29 via stuurnokken 58 bewerkstelligd, waardoor de op de naalden gespiesde garnaal in het positioneerstation naar 15 binnen gebracht wordt. Deze voortbeweging vindt plaats totdat het kop-gebied van de garnaal onder het deel 34 van de tastvoeler 38 ligt, dat aansluitend door sturing met daarvoor passende stuurnokken naar beneden beweegt en verend op het lichaam van de garnaal gaat liggen.
De werkwijze van de tastvoeler is in fig. 6 met de verschillende 20 zwenkstanden volgens de fig. a, b en c uit fig. 6 schematisch afgebeeld. Dezelfde onderdelen zijn van dezelfde verwijzingscijfers voorzien. In fig. 6a is de tastvoeler 38 in een zwenkstand afgebeeld waarbij het deel 34 daarvan zich in naar boven gebrachte stand bevindt. Bijgevolg kan een met 61 aangegeven garnaal, waarin de naalden 31 van 25 de openemer 26 naar binnengedrongen zijn, over het eindgebied 24 naar voren bewogen worden, totdat de garnaal met de dikke kop daarvan ongeveer onder het deel 34 van de tastvoeler 38 ligt, zoals dit hier afgebeeld is. Het deel 34 wordt naar boven gezwenkt doordat de hefboomarm 37 door beweging naar beneden van de grendelstang 36 naar beneden ge-30 trokken wordt.
De aanslag 43 van het aanvoerorgaan met de trapvormige verspringen 44 daarvan bevindt zich in de wachtstand en kan later in de richting van de streep-puntlijn tegen het achterste vrije einde van de hefboomarm 37 van de tastvoeler naar voren bewogen worden.
35 In figuur 6b is de tastvoeler door het heffen van de grendelstang 36 verzwenkt. De grendelstang staat via een veer 62 met de hefboomarm 37 in verbinding. Indien de grendelstang 36 in de richting van de pijl naar boven gebracht wordt dan drukt de veer eveneens de hefboomarm 37 naar boven, totdat het deel 34 van de tastvoeler 38 op de garnaal 61 40 ligt. De grendelstang wordt dan nog iets verder naar boven gebracht, 8320392 19 zodat de veer 62 samengedrukt wordt en bijgevolg het deel 34 van de tastvoeler verend op de garnaal 61 ligt. Gelijktijdig beweegt het hier niet afgebeelde aanvoerorgaan 39 voort, om de garnaal nog verder in de definitieve stand daarvan naar voren te bewegen. Daarbij stoot de aan-5 slag 43, die de voortgaande beweging van het aanvoerorgaan 39 meemaakt, met een van de trapvormige verspringen 44 daarvan tegen de benedenkant 63 van de hefboomarm 37 van de tastvoeler 38, zodat een verdere voorgaande beweging begrensd is. Bij een kleinere garnaal, waarbij de hefboomarm 37 onder werking van de veer 62 nog verder naar boven gezwenkt 10 is, kan de aanslag eveneens verder onder de kant 63 van de hefboomarm naar voren geschoven worden, dat wil zeggen de aanslag komt met een van de naar boven trapvormige verspringen daarvan met de kant 63 in aanslag. Bij een grotere garnaal wordt de baan van voortbeweging van het aanvoerorgaan korter, omdat een van de eerste trapachtige verspringin-15 gen reeds onder de lager staande benedenkant 63 van de hefboomarm 37 grijpt, bijgevolg aanslaat.
In fig. 6b is door een pijl aangegeven dat de aanslag 43 tegen de hefboomarm 37 naar voren beweegt. De garnaal 61 kan daarbij door het met de aanslag 43 verbonden aanvoerorgaan, dat hier niet is afgebeeld, 20 verder onder het verende deel 34 verschoven worden, omdat de opnemer 26 naar beneden gedaald is en bijgevolg de naalden 31 daarvan uit het lichaam van de garnaal naar buiten getrokken zijn.
In fig. 6c is de aanslag 43 zover naar voren bewogen dat een van de verder naar achter liggende hogere trapvormige verspringingen 44 25 daarvan tegen de benedenkant 63 van de hefboomarm 37 van de tastvoeler aangeslagen is. De aanslag, en daarmee eveneens het aanvoerorgaan, kan thans niet meer verder naar voren bewegen, waardoor de juiste plaatsing van de garnaal 61 ontstaat. Gelijktijdig wordt de grendelstang 36 weer in de pijlrichting naar beneden getrokken, zodat thans de tastvoeler 30 star vergrendeld is. Het deel 34, dat eerst een tastfunctie vervult heeft, neemt daardoor de functie van vasthoudelement over.
In fig. 7 is een schematisch bovenaanzicht op het gebied van de pelinrichting afgebeeld, waarin het positioneerstation aan het werkgebied van de pelgereedschappen grenst. Dezelfde onderdelen zijn van de-35 zelfde verwijzingscijfers als in de voorgaande figuren voorzien.
Door gestreepte lijnen is het aanvoerorgaan 39 ingetekend, dat zoals hiervoor beschreven, van de aanslag 43 voorzien is, die tegen de hefboomarm 37 van de tastvoeler 38 aanslaat, indien het aanvoerorgaan de garnaal 61 in de getoonde stand naar voren beweegt, waarbij het 40 grootste deel van het gekromde lichaam van de garnaal, zoals afgebeeld, 8320392 20 boven de vrije eindkant 33 van het eindgebied 24 van het wachtdeel van de transportgoot 5 uitsteekt. Met 25 is hier de langssleuf in het eindgebied 24 aangegeven, waarin de opnemer 26 zich beweegt, die de garnalen 61 aan het gebied van de tastvoeler 38 toevoert. Zodra de grendel-5 stang 36 de op zichzelf verende tastvoeler vergrendeld heeft, sluiten de bekken 45 van de als vasthoudelement dienende klem 146, zodat de garnaal 61 in de afgebeelde stand door het vasthoudende deel 34 van de tastvoeler 38 en de bekken 45 van de klem 146 vastgehouden wordt.
Zoals reeds aan de hand van fig. 4 is beschreven stoot van onderen 10 een doorn 46 in de leemte, die door de gekromde staart van de garnaal omsloten wordt, naar binnen en de doorn 46 kan langs een cirkelboogvormige baan, zoals deze door de streep-puntlijn aangegeven is, ongeveer langs de ingetekende straal, gezwenkt worden, waarbij het lichaam van de garnaal gestrekt wordt, tot het staarteinde 64 daarvan (door streep-15 lijnen aangegeven) in het gebied tussen de geopende bekken 54 van de klemtang 53 ligt. De klemtang 53 is hier in tegenstelling tot fig. 4 in naar voren gezwenkte stand getoond. Zodra de klembekken van de klemtang gesloten zijn, wordt het staartpantser van de garnaal van de koppant-serdelen, die door de vasthoudelementen 34, 45 vastgehouden worden, af-20 gescheurd. Het garnalevlees is vervolgens vrij toegankelijk voor de vleestang 51 (fig. 4).
Zodra klemtang en vleestang in de uLtgangsstand daarvan teruggezwenkt zijn (fig. 4), worden de delen van de garnaal, die aangegrepen zijn resp. door de vasthoudelementen vastgehouden worden vrijgegeven en 25 uitgeworpen. Aan de klemtang 53 is ter verbetering van de uitwerpbewer-king nog een afstrijkorgaan 154 (fig. 4) toegevoegd.
8320392
Claims (28)
1. Inrichting voor het pellen van garnalen (crangon vulgaris of crangon-carngon), gekenmerkt door een toevoerinrichting (2), die de garnalen sorteert en afzondert en een pelinrichting (1), die elke af- 5 zonderlijke van de na elkaar toegevoerde garnalen stapsgewijs pelt.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de toevoerinrichting (2) een triltransporteur met magazijn (3) voor het afzonderen en naar de pelinrichting (1) leidende transportgoot (5) is.
3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat in het 10 verloop van de transportgoot (5) een richtstation (6) en een keerstar- tion (7) voor de garnalen aangebracht is.
4. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat na het richt- en keerstation (6; 7) een sorterend controlestation (8) geschakeld is, dat een middel voor het uitwerpen van niet juist gerichte gar- 15 nalen omvat.
5. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat het richtstation (6) een middel voor het voortbrengen van een luchtstroom omvat, die tegen de bewegingsrichting van de op de transportgoot (5) aangevoerde garnalen gericht is.
6. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat het keer station (7) een vernauwd deel van de transportgoot (5) is, waarbij een van de zijvlakken (17; 18), die de goot begrenst, tot een toenemend aanzienlijker gekromd en steeds steiler wordend oploopvlak (19) gevormd is.
7. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de transportgoot (5) bestaat uit een van het magazijn (3) voor het afzonderen leidend deel voor het afzonderen, een daarop volgend richtdeel, dat het richt- en keerstation (7; 8) omvat, en een zich daarop aansluitend wachtdeel (23), dat aan het einde in het opneemge- 30 bied van de pelinrichting (1) leidt.
8. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de pelinrichting (1) omvat een zich op het wachtdeel (23) van de transportgoot (5) aansluitend positioneerstation (125) met stapsgewijs ten opzichte van elkaar beweegbare positioneerelementen voor een toegevoerde gar- 35 naai, stapsgewijs bedienbare vasthoudelementen voor de gepositioneerde garnaal, stapsgewijs werkende pelgereedschappen en stapsgewijs werkende uitwerpelementen voor gepeld garnalevlees alsmede voor de gepelde delen van het garnalepantser.
9. Inrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat als posi- 40 tioneerelementen een opnemer (28) , die de steeds bij het einde van het 8320392 * 22 ' wachtdeel van de transportgoot (5) aankomende garnaal aangrijpt en de aangegrepen garnaal aan het werkgebied van een tastvoeler (38) voor de dikte van de garnaal toevoert en een aanvoerorgaan (39) aanwezig zijn, dat de tussen de tastvoeler en een door het positioneerstation (125) 5 leidend eindgebied (24) van het wachtdeel van de transportgoot (5) klemmend vastgehouden garnaal in een positie naar voren beweegt waarbij het lichaam van de garnaal in een vooraf bepaalde mate boven de vrije eindkant (33) van het eindgebied (24) van het wachtdeel (23) van de transportgoot (5) in het werkgebied van de vasthoudelementen en pelge- 10 reed schappen uitsteekt.
10. Inrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat het eindgebied (24) van het wachtgebied (23) van de transportgoot (5), dat door het positioneerstation (125) gaat, een langssleuf (25) in de bodem omvat, die de opnemer (26) opneemt.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat als op nemer (26) een plaat aanwezig is, die in de langssleuf (25) naar voren en terug beweegbaar is en bovendien in het loodrechte vlak naar boven en naar beneden te brengen is en in naar boven gebrachte stand ongeveer gelijk met de bodem van het eindgebied (24) gericht is en met een gar- 20 naai in werkzame verbinding te brengen meenemers omvat.
12. Inrichting volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat als meenemers van de plaat afstaande naalden (31) aangebracht zijn.
13. Inrichting volgens een van de conclusies 8-12, met het kenmerk, dat in het gebied van de inlaat van de garnalen in het positio- 25 neerstation (125) een boven een toegevoerde garnaal staand neerhoudor-gaan (32) aangebracht is.
14. Inrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat de tastvoeler (39) een veerbelaste hefboom is, die met een hefboomarm (37) in de bewegingsbaan van het aanvoerorgaan (39) steekt.
15. Inrichting volgens een van de conclusies 9-14, met het ken merk, dat het aanvoerorgaan (39) een tegen de hefboomarm (37) van de tastvoeler (38) aanslaande aanslag (43) omvat.
16. Inrichting volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de aanslag (34) een hellende flank heeft, die in de zwenkbaan van de hefboom- 35 arm (37) naar voren te bewegen is.
17. Inrichting volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat de flank trapachtige verspringingen (44) heeft.
18. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat als eerste vasthoudelement een stapsgewijs bedienbare klem 40 (146) aanwezig is, waarvan de bekken (45) direkt voor de vrije eindkant 8320392 * 23 (33) van het door het positioneerstation (125) leidende eindgebied (24) van het wachtdeel (23) van de transportgoot (5) aangebracht zijn en dat een deel (34) van de tastvoeler (38), dat de garnaal klemt, als tweede vasthoudelement dient.
19. Inrichting volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat de hef- boomarm (37) van de tastvoeler (38) een stapsgewijs bedienbare vergrendeling omvat, die een verdere zwenkbeweging uit de vasthoudstand daarvan, waarin de garnaal geklemd wordt, blokkeert zodra het aanvoerorgaan (39) de voortgaande beweging daarvan be'éindigd heeft.
20. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een staartstrekorgaan (47) aanwezig is, dat op het door de vasthoudelementen vastgehouden lichaam van de garnaal aangrijpt.
21. Inrichting volgens conclusie 20, met het kenmerk, dat het staartstrekorgaan een in de leemte, die door de gekromde staart van de 15 garnaal omsloten is, naar voren te stoten doorn (46) is.
22. Inrichting volgens conclusie 21, met het kenmerk, dat een draagorgaan (48) dat de doorn (46) draagt, langs een vooraf bepaalde baan, die de gekromde staart van de garnaal strekt, beweegbaar geleid is.
23. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat als pelgereedschappen een klemtang (53), die het staart-pantser klemt, en een vleestang (51) aanwezig zijn, en dat de klemtang en de vleestang stapsgewijs beweegbaar langs bewegingsbanen geleid zijn, die de afstand daarvan tot de vasthoudelementen (43; 45) veran- 25 deren.
24. Inrichting volgens conclusie 23, met het kenmerk, dat aan de vasthoudelementen (34; 45), de vleestang (51) en de klemtang (53) middelen toegevoegd zijn voor het uitwerpen van de daardoor momentaan vastgehouden delen van de garnaal.
25. Inrichting volgens conclusie 24, met het kenmerk, dat als mid del voor het uitwerpen gebundelde luchtstralen aanwezig zijn.
26. Inrichting volgens een van de conclusies 23 en 24, met het kenmerk, dat bovendien aan de klemtang (53) een in de bewegingsbaan daarvan stekend afstrijkorgaan (154) toegevoegd is.
27. Inrichting volgens een van de conclusies 24-25, met het ken merk, dat de aan de klemtang (53) en de vasthoudelementen (34; 45) toegevoegde luchtstralen in dezelfde richting gericht zijn, en dat de richting van de aan de vleestang (51) toegevoerde luchtstraal ongeveer dwars ten opzichte daarvan gericht is.
28. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, met het 8320392 ** 24 kenmerk, dat voor de stapsgewijze bediening van alle bewegende elementen mechanische stangenstelsels aanwezig zijn, die via een aangedreven omlopende nokas (57) met de aan de afzonderlijke elementen toegevoegde stuurnokken (58) gestuurd beweegbaar zijn. I I I I I I I lil II H" 8320392
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| DE19823244359 DE3244359A1 (de) | 1982-12-01 | 1982-12-01 | Vorrichtung zum schaelen von garnelen (crangon vulgaris oder crangon-crangon) |
| DE3244359 | 1982-12-01 | ||
| PCT/DE1983/000198 WO1984002061A1 (fr) | 1982-12-01 | 1983-12-01 | Appareillage pour decortiquer des crevettes |
| DE8300198 | 1983-12-01 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8320392A true NL8320392A (nl) | 1984-11-01 |
Family
ID=6179480
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8320392A NL8320392A (nl) | 1982-12-01 | 1983-12-01 | Inrichting voor het pellen van garnalen. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP0129567B1 (nl) |
| DE (1) | DE3244359A1 (nl) |
| GB (1) | GB2150418B (nl) |
| NL (1) | NL8320392A (nl) |
| WO (1) | WO1984002061A1 (nl) |
Families Citing this family (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3423236C1 (de) * | 1984-06-23 | 1985-09-19 | Nordischer Maschinenbau Rud. Baader GmbH + Co KG, 2400 Lübeck | Vorrichtung zur UEberwachung von Garnelen-Schaelmaschinen |
| DE3437312C1 (de) * | 1984-10-11 | 1989-01-12 | Nordischer Maschinenbau Rud. Baader GmbH + Co KG, 2400 Lübeck | Vorrichtung zum Ausrichten und geordneten Weiterfuehren von Garnelen |
| US4987644A (en) * | 1990-04-10 | 1991-01-29 | Fletcher Seafoods, Ltd. | Shell cutting method for processing shrimp |
| US12458034B2 (en) | 2020-02-07 | 2025-11-04 | Nova-Tech Engineering, Llc | Shrimp processing apparatus and methods |
| BR112022014464A2 (pt) | 2020-02-07 | 2022-09-13 | Nova Tech Engineering Llc | Aparelho e métodos de processamento de camarão |
| CN118489730A (zh) * | 2024-06-18 | 2024-08-16 | 湖北省农业科学院农产品加工与核农技术研究所 | 一种小龙虾虾尾姿态调整装置与方法 |
Family Cites Families (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE1293420B (de) * | 1960-12-14 | 1969-04-24 | Reijns Gijsbertus Jozefus | Maschine zum Schaelen von Garnelen |
| US3576047A (en) * | 1969-08-22 | 1971-04-27 | Alaska Peelers Inc | Shrimp-peeler apparatus |
| DE2208476C3 (de) * | 1972-02-23 | 1974-10-10 | Alwin 2851 Spieka-Neufeld Kocken | Maschine zum vollautomatischen Schälen von Krabben |
| NL167300C (nl) * | 1974-08-19 | 1981-12-16 | Kocken Alwin | Machine voor het automatisch pellen van in kokend water gedode en in elkaar gerolde garnalen. |
| DE2758233A1 (de) * | 1977-12-27 | 1979-07-05 | Geba Geraetebau Gmbh | Verfahren zum schaelen von krabben |
| DE2852701A1 (de) * | 1978-12-06 | 1980-06-19 | Geba Geraetebau Gmbh | Vorrichtung fuer das mechanische schaelen von krabben |
| DE3019780A1 (de) * | 1980-05-23 | 1981-12-03 | Hermann Wilhelm Ing.(grad.) 2190 Cuxhaven Buck | Krabbenschaelmaschine |
-
1982
- 1982-12-01 DE DE19823244359 patent/DE3244359A1/de active Granted
-
1983
- 1983-12-01 GB GB08421272A patent/GB2150418B/en not_active Expired
- 1983-12-01 NL NL8320392A patent/NL8320392A/nl unknown
- 1983-12-01 EP EP19840900027 patent/EP0129567B1/de not_active Expired
- 1983-12-01 WO PCT/DE1983/000198 patent/WO1984002061A1/de not_active Ceased
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DE3244359C2 (nl) | 1988-02-04 |
| DE3244359A1 (de) | 1984-06-07 |
| WO1984002061A1 (fr) | 1984-06-07 |
| GB2150418A (en) | 1985-07-03 |
| GB8421272D0 (en) | 1984-09-26 |
| EP0129567A1 (de) | 1985-01-02 |
| EP0129567B1 (de) | 1987-07-15 |
| GB2150418B (en) | 1987-09-03 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US3946926A (en) | Automatic fastener emplacement mechanism | |
| US4222153A (en) | Method of and apparatus for shelling shellfish such as prawns or shrimps | |
| DK176845B1 (da) | Fremgangsmåde til afsnitning af muskelköd fra fisk og apparat til udövelse af fremgangsmåden | |
| SU1667618A3 (ru) | Способ отделени крыльев от тушек птицы и устройство дл его осуществлени | |
| NL8320392A (nl) | Inrichting voor het pellen van garnalen. | |
| US3348260A (en) | Method and apparatus for the fully automatic feed of fish to fish working machines | |
| US4800626A (en) | Salmon processing machine | |
| US4599765A (en) | Device for decapitating fish by a cutting action | |
| SE466600B (sv) | Saett och anordning foer bearbetning av tryckprodukter | |
| US3550192A (en) | Device for the orientation of fishes | |
| JPH0734710B2 (ja) | 魚を処理する装置 | |
| US5330383A (en) | Fish transfer mechanism | |
| KR101056503B1 (ko) | 인쇄물 추출장치 및 스택커 번들러 | |
| US7484923B2 (en) | Packaging apparatus for packaging rigid containers in dimensionally stable wrappers | |
| CN113229327A (zh) | 一种虾类加工送料设备及方法 | |
| CA3174235A1 (en) | Apparatuses and methods for automatedly saddling beheaded and eviscerated fish on holding apparatuses for automated further processing and for automatedly obtaining meat from beheaded and eviscerated fish | |
| US5226848A (en) | Machine for cutting tongues, cheeks and belly flaps from fish heads | |
| EP1190625B1 (en) | Method and apparatus for filleting fish | |
| NL8303242A (nl) | Werkwijze en inrichting voor het richten van platte vissen. | |
| CN213986512U (zh) | 一种眼药水检测机中眼药水瓶的抓紧机构 | |
| NL8601792A (nl) | Inrichting voor het stuk voor stuk afzonderlijk doorgeven van vissen. | |
| CN214022066U (zh) | 一种眼药水检测机中眼药水瓶的间隔定位机构 | |
| GB2086864A (en) | Brush body feeding apparatus for brush making machines | |
| JP3055282B2 (ja) | 二枚貝ボイルむき身の中腸腺除去方法およびその装置 | |
| US12543751B2 (en) | Apparatus and method for cutting free the flank bones of beheaded, slaughtered fish |