[go: up one dir, main page]

NL8003262A - Kraan. - Google Patents

Kraan. Download PDF

Info

Publication number
NL8003262A
NL8003262A NL8003262A NL8003262A NL8003262A NL 8003262 A NL8003262 A NL 8003262A NL 8003262 A NL8003262 A NL 8003262A NL 8003262 A NL8003262 A NL 8003262A NL 8003262 A NL8003262 A NL 8003262A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
boom
crane
parallelogram
load
cable
Prior art date
Application number
NL8003262A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Boomse Metaalwerken
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority claimed from BE0/200387A external-priority patent/BE882998A/nl
Application filed by Boomse Metaalwerken filed Critical Boomse Metaalwerken
Publication of NL8003262A publication Critical patent/NL8003262A/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B66HOISTING; LIFTING; HAULING
    • B66CCRANES; LOAD-ENGAGING ELEMENTS OR DEVICES FOR CRANES, CAPSTANS, WINCHES, OR TACKLES
    • B66C23/00Cranes comprising essentially a beam, boom, or triangular structure acting as a cantilever and mounted for translatory of swinging movements in vertical or horizontal planes or a combination of such movements, e.g. jib-cranes, derricks, tower cranes
    • B66C23/06Cranes comprising essentially a beam, boom, or triangular structure acting as a cantilever and mounted for translatory of swinging movements in vertical or horizontal planes or a combination of such movements, e.g. jib-cranes, derricks, tower cranes with jibs mounted for jibbing or luffing movements
    • B66C23/08Cranes comprising essentially a beam, boom, or triangular structure acting as a cantilever and mounted for translatory of swinging movements in vertical or horizontal planes or a combination of such movements, e.g. jib-cranes, derricks, tower cranes with jibs mounted for jibbing or luffing movements and adapted to move the loads in predetermined paths
    • B66C23/10Cranes comprising essentially a beam, boom, or triangular structure acting as a cantilever and mounted for translatory of swinging movements in vertical or horizontal planes or a combination of such movements, e.g. jib-cranes, derricks, tower cranes with jibs mounted for jibbing or luffing movements and adapted to move the loads in predetermined paths the paths being substantially horizontal; Level-luffing jib-cranes
    • B66C23/12Cranes comprising essentially a beam, boom, or triangular structure acting as a cantilever and mounted for translatory of swinging movements in vertical or horizontal planes or a combination of such movements, e.g. jib-cranes, derricks, tower cranes with jibs mounted for jibbing or luffing movements and adapted to move the loads in predetermined paths the paths being substantially horizontal; Level-luffing jib-cranes with means for automatically varying the effective length of the hoisting rope or cable
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B66HOISTING; LIFTING; HAULING
    • B66CCRANES; LOAD-ENGAGING ELEMENTS OR DEVICES FOR CRANES, CAPSTANS, WINCHES, OR TACKLES
    • B66C23/00Cranes comprising essentially a beam, boom, or triangular structure acting as a cantilever and mounted for translatory of swinging movements in vertical or horizontal planes or a combination of such movements, e.g. jib-cranes, derricks, tower cranes
    • B66C23/06Cranes comprising essentially a beam, boom, or triangular structure acting as a cantilever and mounted for translatory of swinging movements in vertical or horizontal planes or a combination of such movements, e.g. jib-cranes, derricks, tower cranes with jibs mounted for jibbing or luffing movements
    • B66C23/08Cranes comprising essentially a beam, boom, or triangular structure acting as a cantilever and mounted for translatory of swinging movements in vertical or horizontal planes or a combination of such movements, e.g. jib-cranes, derricks, tower cranes with jibs mounted for jibbing or luffing movements and adapted to move the loads in predetermined paths
    • B66C23/10Cranes comprising essentially a beam, boom, or triangular structure acting as a cantilever and mounted for translatory of swinging movements in vertical or horizontal planes or a combination of such movements, e.g. jib-cranes, derricks, tower cranes with jibs mounted for jibbing or luffing movements and adapted to move the loads in predetermined paths the paths being substantially horizontal; Level-luffing jib-cranes
    • B66C23/14Cranes comprising essentially a beam, boom, or triangular structure acting as a cantilever and mounted for translatory of swinging movements in vertical or horizontal planes or a combination of such movements, e.g. jib-cranes, derricks, tower cranes with jibs mounted for jibbing or luffing movements and adapted to move the loads in predetermined paths the paths being substantially horizontal; Level-luffing jib-cranes with means, e.g. pantograph arrangements, for varying jib configuration

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Jib Cranes (AREA)

Description

> N/29.762-Jb/hf - 1 - *
Kraan.
De uitvinding heeft betrekking op een kraan voor het behandelen van lasten, zoals containers, die over een zodanige afstand door deze kraan dienen te worden verplaatst, dat middelen moeten worden toegepast, om de last althans on-5 geveer horizontaal te verplaatsen en de pendel-hoogte van de last ten opzichte van zijn ophangpunt te verminderen.
De laatste jaren heeft zich de bouw van grote "containerportalen", laadbruggen met loopkat, voor het behandelen van op schepen geladen containers, sterk ontwikkeld.
10 Deze laadbruggen, waarvan de constructie bekend is, omvatten een verrijdbaar portaal met een horizontale hoofddrager waarover een loopkat rijdt.
Het hoofdliggergedeelte boven het schip kan meestal ingetopt (omhoog gescharnierd) worden, zodat de kraan geen 15 hindernis vormt voor het vrije-ruimteprofiel van de schepen.
De bekende laadbruggen omvatten een vrij complexe structuur, waarvan de constructie-elementen aanleiding geven tot een groot aantal knooppunten en montageverbindingen.
De constructie-elementen worden meestal in koker-20 balken uitgevoerd.
De uitvinding heeft tot doel, een kraan met equivalente functies te verwezenlijken, waarvan de structuur eenvoudiger is, uit minder elementen bestaat en waarvan het netto-constructie-gewicht bij een gelijke capaciteit en last-25 verplaatsing (totaal eigen gewicht zonder ballast), veel lichter is dan het netto-constructie-gewicht van de bekende laadbruggen met loopkat.
De nieuw ontworpen kraan werkt zonder loopkat en is universeel voor wat de aard van de behandelbare hijslasten 30 betreft. Indien nodig kan dit kraantype met een vierdraads-grijper (ertsomslag) of met het bekende hijsjuk functioneren.
Een combinatie van verschillende mogelijkheden kan verwezenlijkt worden.
Samenvattend heeft de uitvinding van dit kraantype 35 tot doel, de volgende belangrijke voordelen in zich te verenigen ten opzichte van de in het voorgaande omschreven container laadbruggen: 800 32 62 - 2 - a) bij een gelijke hijscapaciteit en vluchtbereik, een kraan met lichter netto-constructie-gewicht te realiseren, b) het aantal constructie-elementen en knooppunten 5 minimaal te doen zijn, c) gunstiger hoek-drukken te verkrijgen (een hoek = éên der vier portaalpoten), d) het windoppervlak te reduceren en de stabiliteit tegen omkantelen te verbeteren.
10 Hiertoe wordt de kraan volgens de uitvinding daar door gekenmerkt, dat de kraan is uitgerust met een giek, die scharnierend is ondersteund door een portaal met een kraan-toren, zodanig, dat de giek of het samengesteld gieksysteem van de ene zijde van de toren naar de andere zijde over de 15 loodlijn heen, om een horizontale giekas kan zwaaien, waarbij de last over een horizontale baan in de ruimte wordt verplaatst.
De gehesen lasten worden door de nieuw ontworpen kraan verplaatst door een gieksysteem, dat een zodanige be-20 weging uitvoert, dat een horizontale lastweg wordt verkregen, rechtlijnig en met een symmetrisch vluchtbereik aan weerszijden van de verticale middenpositie van de giek of giekarmen wanneer men te doen heeft met een samengesteld giekensysteem.
De uitvinding maakt het mogelijk, de giek zodanig 25 te construeren, dat een dubbele lastweg wordt verkregen ten opzichte van een bekende giek, met een gelijke lengte, en zonder gebruik te maken van een zwenkbeweging van de giek om een verticale draaias. Het vluchtbereik (lastweg lengte) ]ζ0 evenaart dan ook dit van de klassie- hijswerktuigen met 30 loopkat.
In de volgende uiteenzetting zullen verschillende typen uitvoeringsvormen worden beschreven, die alle zijn afgeleid van het principe, dat ten grondslag ligt aan de in het voorgaande beschreven kraan.
35 Deze verschillende typen kranen kunnen als volgt worden onderscheiden:
Ia Kraan, uitgerust met een enkelvoudige giek in éénzijdige uitvoering, waarbij de horizontale lastbeweging tijdens het toppen van de giek, wordt verkregen door een drie-40 voudige kabelinschering tussen de torenkop en de giek- 800 32 62 - 3 - kop,
Ib Kraan met enkelvoudige giek in éénzijdige uitvoering, waarbij de horizontale lastbeweging tijdens het toppen van de giek wordt verkregen door een compensatiegiek, 5 scharnierend in de toren, II Kraan met een scharnierende vierhoek in éénzijdige uitvoering , lila Uitvoeringsvorm analoog aan Ia, maar met een enkelvoudige giek in dubbele uitvoering, 10 Illb Uitvoeringsvorm analoog aan Ib, maar met een enkelvoudige giek in dubbele uitvoering, IV Uitvoeringsvorm II, maar in dubbele uitvoering.
De uitvinding zal hierna worden toegelicht aan de hand van de tekening.
15 Fig. 1 is een schematisch zijaanzicht van een kraan van het onder Ia beschreven type.
Fig. 2 is een schematisch vooraanzicht van de kraan volgens fig. 1.
Fig. 3 is een schematische perpspectivische af- 20 beelding van de drievoudige kabelinschering in de giekkop van een kraan volgens de fig. 1 of 2.
Fig. 4 is een perspectivische afbeelding van een hulpgiek voor de noodzakelijke lastbegeleiding en -stabilisatie en de aandrijving hiervan.
25 Fig. 4 bis toont schematisch, op een kleinere schaal, de verhouding hulpgfek^geleidingsfreem.
" Fig. 4 ter. toont de verhouding kraantoren- hoofdgiek-trommel 22 en kabel 21.
Fig. 5 is een perspectivisch aanzicht van het last- 30 begeleidingsfreem en van de middelen, die het horizontale verloop hiervan verzekeren.
Fig. 5 bis toont op een kleinere schaal de blijvende gelijkheid tussen de hoeken aL * en cL
Fig. 6 toont op een andere schaal een middel voor de 35 aandrijving van een kraangiek volgens de vorige fig.
Fig. 7 toont op een analoge schaal een ander middel voor de aandrijving van een kraan-giek volgens de fig. 1-5.
Fig. 8 toont, op een analoge schaal een derde middel voor de aandrijving van een kraangiek volgens de fig. 1-5.
40 Fig. 8 bis toont een vierde middel voor de aandrij- 800 32 62 I * - 4 - ving van een kraangiek volgens de fig. 1-5.
Fig. 9 is een schematisch zijaanzicht van een kraan met giek en hulpgiek, verder uitgerust met een compensatie-arm.
5 Fig. 9 bis is een schematisch vooraanzicht van de kraan volgens fig. 9.
Fig. 9 ter. is een perspectivische afbeelding van het kabelverloop in een kraan van het type volgens de fig.
9 en 9 bis.
10 Fig. 10 is, op een andere schaal, een schematische perspectivische afbeelding, in zijaanzicht, van een kraan van het onder II beschreven type.
Fig. 10 bis toont, op een grotere schaal, details van het voorste uiteinde van de topgiek met lastophangfreem 15 en stuurcabine.
Fig. 10 ter. is een vooraanzicht van de kraan volgens fig. 10.
Fig. 11 is een schematisch vooraanzicht van de kraan van het onder lila beschreven type.
20 Fig. 12 is een schematisch vooraanzicht van de kraan van het onder Illb beschreven type.
Fig. 13 is een schematisch vooraanzicht van de kraan van het onder IV beschreven type.
Uitvoeringsvorm Ia (fig. 1 - 5).
25 De uitvoeringsvorm met enkelvoudige giek en hulp- . giek in combinatie met de drievoudige inschering omvat:
Een eenvoudige giek in volwand, of vakwerkconstruc-tie, wentelend om een horizontale as die vrijdragend is gemonteerd tegen een kraantoren. De giek-kop is T-vormig uitgevoerd, 30 zodat de hijskabels van de last, opgerold door een hijslier, die zich tegen de toren bevindt, via schijven in de kraantoren naar de giek-kop lopen en vervolgens via andere kabelschijven op het T-vormige uiteinde, het containerhijsjuk bereiken.
Om tijdens de topbeweging, bij stilstaande hijslier, 35 een horizontaal last-traject te kunnen verkrijgen, zijn de hijskabels, tussen de torenkop en de giekkop, drievoudig ingeschoren.
Deze voorziening is echter bekend bij haven-stukgoed- kranen.
40 In de uitvoeringsvorm volgens de fig. 1 - 5 is even- 800 32 62 « ♦ - 5 - wel een speciale opstelling van de giekschijven toegepast, die specifiek is voor de uitvinding (zie in het bijzonder fig. 3).
De kraan, die in de reeds genoemde fig. 1 - 5 is 5 afgebeeld, is uitgerust met een portaal 1 en kraan-toren 2. Zowel het portaal 1 als de daarbij aansluitende toren 2 kunnen zeer uiteenlopende vormen of constructies vertonen.
Het portaal 1 is uitgevoerd om zich te verplaatsen op twee looprails, en is hiertoe uitgerust met vier poten.
10 Elk der vier portaalpoten bevat een bogie-systeem, dat de wiel-drukken, door middel van loopwielen, statisch gelijkmatig verdeelt op de niet afgeheelde looprails.
De hijslier met een motor, een rem, een reductor en kabel-oproltrommels, wordt in het machinehuis 3 gemonteerd.
15 De kraan, in de uitvoeringsvorm Ia, volgens de fig.
1 - 5, is uitgerust met een giek 4. De giekas 5 is aan één zijde ingeklemd en is bij voorkeur buisvormig uitgevoerd. De twee gieksteunpunten ten opzichte van de toren 2 liggen aan dezelfde zijde van de giek. De gieksteunpunten 6 worden ge- 20 vormd door twee grote radiaallegers, waarvan de buitenringen in de torenflanken dragen; de binnenringen draaien mee met de giekas 5. De giek ondergaat tijdens de volledige topbewe-ging een hoek =2 cL (fig. 1). De giek is in elke positie volledig uitgebalanceerd door een tegengewicht 4 bis.
25 De aandrijving van de giek bevindt zich aan de giekbasis en is uit te voeren volgens één van de volgende principes: a) het mechanisme met tandsector 7 en aandrijfrondsel 8 (fig. 6) , 30 b) het mechanisme met tandheugel 9 en aandrijfrond sel 10 (fig. 7), c) het moermechanisme, dat bekend is bij havenkranen (fig. 8), d) de hydraulische cilinder (fig. 8 bis).
35 Het kabelverloop, afgebeeld in fig. 3, bij de uit voeringsvorm Ia van de uitvinding, is de volgende:
De hijskabels, bestaande uit een bundel van bij voorkeur vier kabels, worden met 11 aangeduid. Teneinde de zwaaibewegingen van de giek voorbij de loodlijn mogelijk te 40 maken, lopen de hijskabels 11 van het machinehuis 3, langs 8003262 - 6 - één zijde van het zwaaivlak van de giek 4 naar de last 12, via het kabelschijvensysteem 13-15-16-17 in de giekkop en op het T-vormige giekeinde.
Deze opstelling maakt het mogelijk, dat, zonder be-5 lemmering, de giek 4 een volledige hoek 2a kan beschrijven. Hierbij bewegen de hijskabels, tussen de torenkop en de giekkop, de giek, en de afhangende hijskabels van het T-stuk naar het lastjuk, in aan elkaar evenwijdige verticale vlakken.
Ook de hulpgiek 14, scharnierend gemonteerd aan de 10 giek 4, beweegt zich tijdens de topbeweging in een verticaal vlak, dat evenwijdig is aan de genoemde andere vlakken.
De weg, gevolgd door één der vier hijskabels 11, is voor de uitvoeringsvorm Ia als volgt: (zie fig. 3) - vanaf de hijstrommel opgesteld in het machinehuis 15 3 naar de torenkopschijven 18, - vanaf de schijf 18 naar de schijf 16 in de giek, - vanaf de schijf 16 naar de schijf 19 in de torenkop, - vanaf de schijf 19 naar één der schijven 17, 20 - vanaf de schijf 17 naar de schijf 13a, naar de schijf 13b, naar één der schijven 15, - vanaf de schijf 15 naar het geleidingsjuk en dus naar de last 12.
Tijdens het passeren van de verticale (midden) po-25 sitie van de giek 4 wordt de kabel 11, bij de schijven 17 en 15,: overgenomen door de schijven 17a en 15a.
Voor alle kabelschijven zijn anti-ontsporingsinrichtingen aangebracht, die de hijskabels beletten, uit de gleuf te lopen en overmatige slijtage te veroorzaken.
30 De werking van de drievoudige inschering is bekend en wordt algemeen toegepast.
Een essentiële eigenschap van de uitvinding bestaat eruit, de voordelen van dit type van inschering, door een kabelschijven-opstelling, te behouden tijdens het overslaan 35 van de enkele giekarm.
De overslaande giekverdraaiing blijft echter de meest essentiële hoedanigheid van de uitvinding; het horizontale verloop (of horizontaal lasttraject) wordt in de uitvoeringsvorm Ia bereikt door de genoemde drievoudige inschering, 40 waarvan het kabelverloop beschreven is.
8003262 * * - 7 -
Tijdens de horizontale verplaatsing van de last, beschrijft de giekkop met T-vormig uiteinde een cirkelvormige baan in de ruimte, om het draaicentrum van de giek. Dit betekent, dat de verticale afstand van de last tot de giekkop-5 schijven 15, varieert als een functie van de horizontale afstand van de last ten opzichte van de kraantorenas of de symmetrieas YY (fig. 1). Hoe kleiner de vlucht, hoe groter de afstand E-K (Theoretisch: E-K = a x cos cL .)
Zonder een verdere voorziening zou dit verschijnsel 10 het gevolg hebben, dat de slingerlengte E-K+h van de last ten opzichte van de ophanging 15 zeer groot zou worden, met als maximumwaarde die, welke bereikt wordt voor de verticale middenpositie van de giek.
Daar een grote slingerlengte E-K+h een zeer ongun-15 stig effect zou hebben op het manipuleren van de last, ligt het voor de hand, een anti-schommel inrichting toe te passen, om de ongewenste schommelbewegingen van de last, door een te grote slingerlengte, te verhinderen.
De kraan, in de uitvoeringsvorm Ia, is volgens de 20 uitvinding voorzien van een hulpgiek (fig. 4), en een last-begeleidend freem (fig. 5) om de schommeleffecten te verhinderen.
De hulpgiek 14 is een stijve arm in een vakwerk, waarvan het onderste uiteinde, voor het volledige verloop 25 van de topbeweging, een horizontale baan volgt. Deze hulpgiek ' is 'scharnierend bevestigd aan de giek 4, en wordt door een aandrijftrommel 20 en een kabeltransmissie 21 synchroon aangedreven door de hoofdgiek 4.
Een aandrijftrommel 20, bevestigd aan de hulpgiek, 30 neemt, door middel van een kabeltransmissie 21, de hulpgiek mee. De kabels 21 zijn bevestigd op de omtrek van een stilstaande trommel 22, die concentrisch met het draaipunt van de giek 4 is bevestigd.
De synchrone beweging van de hulpgiek wordt ver-35 kregen, doordat de reductieverhouding 2 : 1 van de stilstaande trommel 22 naar de aandrijftrommel 20, de hoekverplaatsing van de hulpgiek verdubbelt ten opzichte van de hoekverplaatsing van de giek 4. De hoeken, gevormd door de hoofdgiek 4 met het horizontale vlak en de hulpgiekas met het horizontale 40 vlak zijn voor elke stand gelijk. Derhalve is KS = SA (fig. 5 8003262 - 8 - bis) met d 1 = ^.
De punten K en A liggen dus op een horizontale lijn? dientengevolge zal het geleidend freem deze horizontale weg volgen.
5 Het geleidingsfreem (fig. 5) of lastbegeleidend freem bevat een horizontale draaias, vrijdragend, met twee radiaallegers bevestigd in het onderste uiteinde van de hulp-giek (fig. 4).
Het geleidingsfreem bevat vier kabelschijven 23, 10 één voor elk van de vier hijskabels.
De hijskabels 11, aflopend van de kabelschijven 15, de in het T-vormig uiteinde van ..giek 4, worden twee aan twee over de kabelschijven 23 geleid.
Zo ontstaat in het zijaanzicht volgens fig. 4 bis, 15 de figuur EFLGE, met E als projectie van de aflooplijn van de kabels 11 over de schijven 15.
De last 12 wordt opgehangen aan de vier kabels 11, die twee aan twee bevestigd zijn aan het containerjuk of stukgoed juk, dat zodoende door de convergerende kabels in twee 20 punten wordt verhinderd te schommelen onder invloed van horizontale belastingen.
Het geleidingsfreem, dat scharnierend is opgehangen aan 'de hulpgiek, voorzien van kabelschijven, heeft bovendien een inrichting nodig, die het horizontale vlak, waarin de 25 vier kabelschijfassen zich bevinden, voor elke positie van ;de giek.handhaaft. ·.
Hiertoe is een inrichting toegepast volgens fig. 5.
Deze zeer eenvoudige inrichting, die het geleidingsfreem horizontaal houdt, omvat een stel van twee parallelo-30 grammen gevormd door de punten PI, P2, P3, P4 en P3, P4, P5, P6. De stangen P1-P3, P2-P4, P3-P6 en P4-P5, zijn trekkabels, P3-P4 is een horizontale hefboom, scharnierend concentrisch met de hulpgiekas, terwijl P5 en P6 vaste punten op de kraan-toren zijn.
35 Gedurende de verplaatsing van de giek 4 en van de hulpgiek 14 blijft P3-P4, dus ook P1-P2 horizontaal.
De uitvoeringsvorm Ia volgens de uitvinding omvat dus een kraan, voor het behandelen van lasten, onder meer containers, met een enkele giek en een hulpgiek, een geleidings-40 freem en een hijsmechanisme.
8003262 - 9 -
Deze hoofddelen zijn zodanig opgesteld, dat de volgende bewegingen mogelijk worden: a) de hoofdgiek 4 kan ongehinderd een symmetrische zwaaibeweging in een verticaal vlak uitvoeren 5 ten opzichte van de kraantorens, terwijl de giek- arm de verticale middenpositie passeert, b) de hulpgiek 14 beweegt synchroon met de hoofdgiek 4 in een verticaal vlak, evenwijdig aan deze laatste en vormt zodoende, door middel van een 10 geleidingsfreem, dat scharnierend is bevestigd in zijn uiteinde, een 'inrichting, die schommelingen van de last verhindert.
c) de last volgt gedurende de hoofdgiek-zwaaibeweging een horizontale baan, 15 d) alle hoofddelen; de giek, de hulpgiek, het gelei dingsfreem, en de hijskabels, bewegen hierbij ongehinderd in de ruimte, in onderlinge verticale, evenwijdige vlakken, van de ene zijde van de kraantoren naar de andere over de verticale lijn 20 in de middenpositie heen.
Uitvoeringsvorm Ib (fig. 9, 9 bis, 9 ter).
De uitvoeringsvorm met enkelvoudige giek 32 en hulpgiek 14 in combinatie met een compensatie-giek 26 omvat een analoge uitvoering ten opzichte van de uitvoeringsvorm vol-25 gens la.
• ·„ --:...-4 \ Dé' kraan· volgens'deze uitvoeringsvorm bestaat uit een portaal 1, een toren 2, een giek 32 met een T-vormig uiteinde en een hulpgiek 14 met een geleidingsfreem.
Deze uitvoeringsvorm onderscheidt zich van die vol-30 gens la door andere middelen, die het horizontale lasttraject waarborgen.
Deze als lb aangeduide uitvoeringsvorm vormt in hoofdzaak het onderwerp van fig. 9.
Fig. 9 ter geeft perspectivisch het kabelverloop 35 weer. Een der vier hijskabels volgt een als volgt te omschrijven weg.
De kabel loopt van de hijstrommel 24 naar de kabel-schijf 25 in het achterste uiteinde van de am 26 van de com-pensatiegiek en vervolgens naar de schijven 27 - 28 - 29 - 30 40 in het T-vormig giekuiteinde, en, zoals in de uitvoeringsvorm 8003262 - 10 - volgens Ia, via de leischijven van het geleidingsfreem naar het container- of stukgoed-lastjuk.
Een nieuw element ten opzichte van Ia is de compen-satiegiek. Deze compensatiegiek/ in hoofdzaak bestaande uit 5 een scharnierende arm 26, die met de hoofdgiek 32 is gekoppeld, en een stangensysteem 31, volgt synchroon de hoofdgiekbewe-ging, terwijl de geometrie van de figuur, gevormd door de kabel-buigpunten er voor zorgt, dat de som van de kabellengten tussen de trommel 24, de schijf 25, en de schijven 27-30 10 tot aan de last zodanig evolueert, dat de last, tijdens de top- of zwaaibeweging van de giek 32 volgens een horizontale lijn beweegt.
De arm 26 van de compensatiegiek is zodanig opgesteld, dat de, door de giek 32 beschreven, beweging in een 15 verticaal zwaaivlak, niet wordt gehinderd. Zowel de giek 32 als de arm 26, passeren de middenstand en laten het, voor de ψ uitvinding specifieke, symmetrische lastgebied toe. De arm 26 is door de scharnierende stangen 31 zodanig verbonden, dat de armlangsas steeds evenwijdig blijft aan de langsas van de giek 20 32.
De door de fig. 9 en 9 ter. afgeheelde hefbomen 34 zijn hiervoor aangebracht aan de giek 32 en de am 26 van de compensatiegiek. De door de compensatie-armschijven 25 beschreven vlakken liggen aan de tegengestelde zijde van de 25 toren 2 ten opzichte van de aandrijfstangen 31. De compen-*'’ satiéarm 'is' 'in twee radiaal legers 33 boven op de toren gelegerd .
Het kabelschijven-systeem 27-30 is analoog aan de uitvoeringsvorm Ia, met dien verstande, dat de hijskabel recht-30 streeks van de hijstrommel naar de last loopt via de betrokken schijven; in de uitvoeringsvorm Ia bevat de kabelloop drie inscheringen tussen torenkop en giekkop.
In de uitvoeringsvorm Ib van de uitvinding is de werking van de hele giek, hulpgiek en geleidingsfreem analoog 35 aan deze beschreven voor de uitvoeringsvorm Ia.
Uitvoeringsvorm II.
Kraan met samengestelde giek, scharnierende stangenvierhoek in éénzijdige uitvoering.
De uitvoeringsvorm II is de bij voorkeur toege-40 paste verwezenlijking van de uitvinding.
800 32 62 - 11 -
Deze hijskraan, voor het behandelen van lasten, onder meer containers en grijpers voor stortgoederen, is samengesteld uit de volgende hoofddelen (fig. 10-I0bis-10 ter).
5 a) een kraanportaal, bestaande uit twee wielbalken 35, een monoligger 36, een verticale toren 37, en een kraanrijmechanisme 38, b) een samengesteld giek-systeem bestaande uit: een steunbalk 39, een bek of topgiek 40, een 10 trekbalk 41, een steunbalk-trekker 42, een ver ticaal bewegende geleidingswagen 43 en een uit-balanceringsarm 44 met een tegengewicht 44'.
Het geheel van de samengestelde giek vormt een scharnierend parallelogram, waarvan elk van de genoemde giek-15 elementen een zijde of een gedeelte van een zijde vormt.
De topgiek 40 omvat een gieklichaam, waarvan het onderste uiteinde uitgerust is met een last-ophang-freem 45, dat gedurende de topbeweging een juiste horizontale baan volgt.
Dit freem scharniert ten opzichte van de topgiek om een hori-20 zontale as en beweegt zich, overeenkomstig het principe, dat de uitvinding kenmerkt, links en rechts, in zijaanzicht beschouwd ten opzichte van de toren 37, terwijl de steunbalk 39 t in de middenpositie over zijn verticale stand heen scharniert.
Het last-ophangfreem 45 is voorzien van kabelschij-25 ven en ophangpunten voor de dode parten. Het hijsmechanisme : '-^6 is '-zijdelings tegen'dé topgiek aangebracht. De vier hijs kabels gaan via de kabelschijven 48 naar de lastjuk-schijven en zijn vervolgens opgehangen aan de verende ophangpunten van het ophangfreem, waarin een lastbegrenzing 49 is inge-30 bouwd. Ook de stuurcabine 60 is opgehangen aan het last-ophangfreem 45.
De topgiek of bek 40 is scharnierend bevestigd tegen de steunbalk 39. De draaias 50 is horizontaal en evenwijdig aan de draaias van het ophangfreem 45.
35 De topgiek wentelt in een verticaal vlak om de draaias 50, terwijl dit scharnier op zijn beurt om de steun-balk-as 51 wentelt. De topgiek 40 en de steunbalk 39 bewegen in de verticale stand naast elkaar, terwijl hijskabels in evenwijdige verticale vlakken bewegen aan de andere zijde van 40 de bek ten opzichte van de steunbalk.
8003262 - 12 -
Tijdens de scharnierbeweging van de topgiek 40 wordt het lastophangfreem 45/ dat voorzien is van kabelschij-ven 48 en van ophangpunten 49 voor de vier dode kabelparten 47, verhinderd te kantelen.
5 Hiervoor is een inrichting 55 toegepast, bestaande uit een trommel 56, die samengelast is met het freem 45, een trommel, die deel uitmaakt van de steunbalkas 50, en een stel transmissiekabels 57.
Alle koppels, uitgeoefend door uitwendige krachten, 10 ten opzichte van het freemscharnier, worden door deze horizontaal houdende inrichting opgenomen.
De steunbalk 39, welke scharniert om de as 51, is een stijve, gelaste balk, die het steunelement vormt van het gehele gieksysteem ten opzichte van de kraantoren, en ook alle 15 op dit gieksysteem uitgeoefende horizontale krachten opneemt.
De scharnieras 51 bestaat uit een door de toren gaande buisvormige as, die tussen de steunbalk en de tegengewichtsarm 44 torsiestijf is gemonteerd.
Het tegengewicht 44' maakt evenwicht met het 20 giekgewicht.
De steunbalk 39 bevat ongeveer halverwege zijn lengte een scharnierende stang 42, die ook een zijde vormt van het scharnierend parallelogramsysteem en verbonden is met het scharnier van de geleidingswagen 53.
25 Aan ditzelfde scharnier 53 is de hoofdtrekker 41 -v'Vvérbondèni. -die'veen verbinding vormt tussen de geleidingswagen 53 en de bek 40.
Het topmechanisme 52 en 52' is dubbel uitgevoerd, d.w.z. dat twee van de scharnierpunten van het parallelogram 30 worden aangedreven. Elk mechanisme drijft twee stangen aan.
Het eerste aandrijfmechanisme 52 is aangebracht in het schar-nief 50 en verdraait de bek 40 ten opzichte van de steunbalk 39. Het tweede mechanisme 52' is aangebracht in het scharnierpunt 54 en verdraait de steunbalk-trekker 42 ten opzichte van 35 de steunbalk 39.
Elk van de aandrijfmechanismen 52 en 52' omvat een motor, een rem, een reductor en een rondselas met een rondsel, dat in ingrijping is met een tandkroonsector.
De aandrijfgroepen 52 en 52* bevinden zich op de 40 steunbalk 39 en de tandkronen zijn op de aangedreven stangen 800 32 62 - 13 - 40 respectievelijk 42 gemonteerd.
De motoren 52 en 52' zijn elektrisch gesynchroniseerd om, in de centrale positie (verticale stand), het parallelogram synchroon te ontplooien vanuit deze midden-positie, 5 waarin alle elementen in ëên vlak samengescharnierd zijn.
Volgens de hoofdeigenschap van de uitvinding kan dus het gehele parallelogramsysteem/ dat de samengestelde giek vormt, over de middenpositie heen worden gescharnierd en gezien in zijaanzicht van links naar rechts ten opzichte van 10 de toren 37 bewegen, zodat de gehesen last, ook links en rechts (volgens fig. 10) van de kraansymmetrieas, de uiterste standen kan bereiken.
Tijdens de scharnierbeweging van het parallelogram wordt het scharnierpunt tussen: de steunbalk-trekker 42, 15 de geleidingswagen 43, en de hoofdtrekker 41 over een rechte, verticale baan geleid door de geleidingswagen 43.
Deze geleidingswagen 43 is ten opzichte van de toren 37 in alle richtingen door geleidingswielen ondersteund, zodat een regelmatige, evenwichtige beweging van het scharnier-20 punt 53 wordt verkregen.
Hiertoe is de toren 37 uitgerust met vier gelei-dingsbanen (rails) op de hoekpunten van de rechthoekige, loodrechte doorsnede van het torenlichaam. De geleidingswagen wordt uitgebalanceerd door een aandeel in het tegenge-25 wicht 44' en is in de laagste stand door buffers begrensd. '•••;Uitvöeringsvorm’en ïïla: - Illb - IV.
De beschreven uitvoeringsvormen la, Ib en II omvatten de kraan volgens de uitvinding, die in staat is een doorlopende beweging van het gieksysteem van links naar rechts 30 ten opzichte van de kraantoren, gezien in zijaanzicht, te beschrijven en wel in een zogenaamde enkelzijdige uitvoering.
Analoge, alternatieve uitvoeringsvormen van Ia, Ib en II worden verkregen, door over te gaan op dubbelzijdige uitvoeringsvormen, respectievelijk lila - Illb en IV.
35 Onder een dubbelzijdige uitvoeringsvorm wordt ver staan, dat de scharnierende elementen van de eenzijdige uitvoeringsvorm in tweevoud voorkomen in een kraan met een enkel portaal en een dubbele toren.
De giek wordt voor de uitvoeringsvormen lila, Illb 40 en IV samengesteld uit twee evenwijdige en gelijkvormige giek- 8003262 - 14 - systemen, beschreven onder Ia, Ib respectievelijk II.
Deze dubbele gieksystemen worden onderling gekoppeld.
Voor de uitvoeringsvormen lila en Illb geldt: de 5 T-vormige giekuiteinden worden horizontaal verbonden door een stijve balk 58 (fig. 11) of 59 (fig. 12) en tot een brug geconstrueerd, die door twee top-mechanismen wordt omgezwaaid. Het last-begeleidend freem blijft enkelvoudig, maar verbindt de twee hulpgieken aan hun onderste uiteinden. De 10 hijslieren en kabelschijven worden verdeeld over de twee helften. Deze uitvoeringen volgens lila, Illb en IV zijn eveneens universele kranen, d.w.z. geschikt voor een juk, een enkele haak, een containerjuk of een grijperbedrijf.
Voor de uitvoeringsvorm IV geldt: 15 De topgieken 40' worden dubbel uitgevoerd en onder aan verbonden door: het lastophangfreem 45.
Het freem met de hijslier 46 vormt de tweede of bovenste verbinding tussen de topgieken. De steunbalken, de 20 trekkers en de torens worden symmetrisch uitgevoerd. Ook de tegengewichten komen aan elke zijde voor. De topmechanismen 52 zijn ontdubbeld: twee voor elke steunbalk. Het portaal is in de breedte aan te passen, om twee torens, met elk een geleidingswagen op te vangen.
25 De uitvinding is niet beperkt tot de beschreven • ‘ i ^- 'v ^'':;uitvóèringsvö6rbeeideh,· die' op vele manieren binnen het kader der uitvinding kunnen worden gevarieerd.
800 32 62

Claims (24)

1. Kraan voor het behandelen van lasten, zoals containers, die over een zodanige afstand door deze kraan dienen te worden verplaatst, dat middelen moeten worden toegepast, om de last althans ongeveer horizontaal te verplaatsen 5 en de pendel-hoogte van de last ten opzichte van zijn ophang-punt te verminderen, met het kenmerk, dat de kraan is uitgerust met een giek, die scharnierend is ondersteund door een portaal met een kraantoren, zodanig, dat de giek of het samengesteld gieksysteem van de ene zijde van de 10 toren naar de andere zijde over de loodlijn heen, om een horizontale giekas kan zwaaien, waarbij de last over een horizontale baan in de ruimte wordt verplaatst.
2. Kraan volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het bovenste uiteinde van de giek T-vormig is uitlij gevoerd, waarbij de, door een hijslier opgewonden, hijskabels voor de last, die zich aan éên zijde van het zwaaivlak van de giek bevinden, naar de last, die zich langs de andere zijde van dit zwaaivlak bevindt, worden gevoerd over kabelschijven, die in de T-vormige giekkop zijn gelegerd.
3. Kraan volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat deze is uitgerust met een drievoudige in-schering van de hijskabels tussen de T-vormige top van de giek en de top van de kraantoren, waardoor, tijdens de zwaai-beweging van de giek, een althans ongeveer horizontale ver-25 plaatsing van de last wordt verkregen.
4. Kraan volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat deze, ter verkrijging van de althans ongeveer horizontale lastverplaatsing, is uitgerust met een com-pensatiegiek, die hoofdzakelijk een op de top van de kraan- 30 toren in een verticaal vlak wentelende arm bevat, welke langs de zijde van de giek door een stangenscharnier met deze giek is verbonden, terwijl het vrije uiteinde van deze arm met tenminste twee kabelschijven voor elke hijskabel is uitgerust, ëën en ander zodanig, dat de veranderlijke geometrie 35 van de hijskabels tijdens de zwaaibeweging van de giek de horizontale of ongeveer horizontale verplaatsing van de last waarborgt.
5. Kraan volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de kabelschijven zodanig ten opzichte van het 800 3 2 62 - 16 - vrije uiteinde van de wentelende arm zijn gemonteerd, dat de hijskabels beurtelings over de ene en over de andere kabel-schijf worden geleid, afhankelijk of de giek zich aan de ene of aan de andere zijde van de kraantoren bevindt.
6. Kraan volgens een der conclusies 1, 2 of 3, ' met het kenmerk, dat de laatste der kabelparten van de drievoudige inschering in de T-vormige giektop zodanig door een stel van twee kabelschijven wordt geleid, dat in alle standen van de giek, de kabelgeleiding over tenminste 10 ëën kabelschijf gewaarborgd blijft.
7. Kraan volgens één der conclusies 1, 2, 4 of 5, met het kenmerk, dat deze is uitgerust met een compensatiegiek, die bestaat uit een wentelend, ten opzichte van de top van de kraantoren scharnierend gemonteerd, T-vor-15 mig stuk, waarvan het vrije uiteinde van het middenstuk of lijf tenminste een kabelschijf draagt voor een hijskabel en waarvan de vrije uiteinden van de armen, die zich op gelijke afstanden van de wentelas van het T-vormig stuk bevinden, scharnierend zijn verbonden met stangen, die met hun andere 20 uiteinde scharnierend zijn verbonden met de uiteinden van twee armen, die zich aan weerszijden van de giek, ter hoogte van de giekas, uitstrekken en deel uitmaken van deze giek, zodanig, dat de twee laatstgenoemde armen, de armen van het T-vormig stuk en de stangen een vervormbaar parallelogram 25 vormen, dat, als functie van de wenteling van de giek van de · ·-· kraari, 'de wenteling van het' lijf van het T-vormig stuk ver zorgt, een en ander zodanig, dat de veranderlijke geometrie van de hijskabels, tijdens de zwaaibeweging van de giek, een horizontale of nagenoeg horizontale baan van de last waarborgt. 30
8. Kraan volgens ëën der conclusies 1-7, met het kenmerk, dat de giek is uitgerust met een hulp-giek, die de last horizontaal geleidt of stabiliseert en de pendellengte ten opzichte van het ophangpunt vermindert, welke hulpgiek scharnierend op de giek is gemonteerd en zich vanaf 35 de giek in de richting van de last uitstrekt, waarbij middelen zijn toegepast, om de hulpgiek synchroon met de giek te bewegen.
9. Kraan volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de genoemde middelen daaruit bestaan, dat de aan-40 drijving van de hulpgiek wordt verkregen door een kabelover- 800 32 62 - 17 - t brenging tussen een vaste trommel, die concentrisch is gemonteerd ten opzichte van de horizontale giekdraaias en die onbeweeglijk is ten opzichte van de kraantoren, en een tweede kabeltrommel met een diameter, welke gelijk is aan de helft 5 van de diameter van de eerste trommel, terwijl de tweede kabeltrommel deel uitmaakt van de hulpgiek en concentrisch gemonteerd is met de draaias van de hulpgiek ten opzichte van de giek, zodat deze aandrijving gedurende de volledige zwaaibeweging van de hulpgiek ten opzichte van de hoofdgiek 10 is gewaarborgd.
10. Kraan volgens een der conclusies 1-9, met het kenmerk, dat deze is uitgerust met een, in het onderste uiteinde van de hulpgiek scharnierend bevestigd, freem met kabelschijven, dat de hijskabelparten van de ΤΙ 5 vormige giekkop opvangt en verder geleidt naar een lastjuk, waarbij middelen zijn toegepast om dit freem horizontaal te houden.
11. Kraan volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de laatstgenoemde middelen daaruit be- 20 staan, dat met de giek een een parallelogram vormend stangen-stelsel medescharniert, waarvan êên zijde onbeweeglijk wordt gehouden ten opzichte van de kraantoren, en dat een tweede parallelogramstelsel aandrijft, zodat de parallelogramzijde, gevormd door de scharnierpunten met het freem horizontaal 25 blijft tijdens de volledige zwaaibeweging van de giek en de = -.hulpgiek. —. . · ·: » · · ·..· -
12. Kraan volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de giek is uitgevoerd volgens het principe van het vervormbaar parallelogram, waarbij alle ten opzichte van 30 elkaar scharnierend bevestigde elementen of zijden van dit parallelogram in verticale, evenwijdige vlakken gezwaaid worden, zodanig dat het uiteinde van het zich boven de last bevindend element over een horizontale baan beweegt gedurende de zwaaibeweging, die de last verplaatst van de ene zijde 35 van de kraantoren naar de andere, over de verticale lijn heen.
13. Kraan volgens conclusie 12, met het ken-m e r' k, dat het parallelogram wordt gevormd door een topgiek, aan het voorste uiteinde waarvan de last wordt opgehangen, welke topgiek op ongeveer twee derde van zijn lengte, gemeten 40 vanaf dit uiteinde, een scharnierpunt omvat voor een steunbalk, 800 3 2 62 - lb - » behorende tot dit parallelogram, die scharnierend is verbonden met de kraantoren, waarbij verder het eerste van de twee laatste elementen of zijden van het parallelogram wordt gevormd door een steunbalktrekker, die enerzijds scharnierend 5 is verbonden met een wagen, die verticaal langs de kraantoren wordt geleid en anderzijds scharnierend is verbonden met een punt van de steunbalk, terwijl het laatste element van het parallelogram gevormd wordt door een trekbalk, die enerzijds scharnierend is verbonden met de wagen en ander-10 zijds met het uiteinde van de topgiek, dat van de te dragen last is afgekeerd.
14. Kraan volgens conclusie 13,met het kenmerk, dat de wagen met tenminste zes loopwielen is uitgerust, om de geleiding te verzekeren ten opzichte van de kraan-15 toren, die hiertoe voorzien is van vier looprails, waartoe twee wielen de duwkracht van de wagen op de rails opvangen en de vier andere, aan de andere zijde van de kraantoren aangebrachte wielen de geleiding van de wagen langs de rails verzorgen.
15. Kraan volgens ëën der conclusies 12, 13 of 14, met het kenmerk, dat de vervorming van het paral-le-.logram in alle standen synchroon verloopt, wat betreft het synchroon in waarde toenemen of afnemen van de hoeken van het parallelogram, eveneens in de zogenaamde middenpositie van het 25 parallelogram, waarbij de limiet van dit vervormd parallelo-gram een rechte lijn is, waartoe middelen zijn aangebracht om het gelijkmatige en synchroon ontplooien van het parallelogram vanuit deze middenpositie mogelijk te maken.
16. Kraan volgens conclusie 15, met het ken-30 me r k, dat de middelen om het parallelogram te ontplooien gevormd worden door een mechanisme en dat telkens twee der elementen of zijden, die twee hoeken van het parallelogram bepalen, elk worden aangedreven door een mechanisme, dat een element of zijde ten opzichte van de andere verdraait over 35 een hoek, die voldoende is om het gehele parallelogram en het freem voor het ophangen van de last van de ene zijde van de kraantoren naar de andere, over de verticale lijn heen, te verplaatsen.
17. Kraan volgens conclusie 16, met het ken-40 m e r k, dat behalve het mechanisme voor ten minste ëën, doch 800 32 62 - 19 - ► bij voorkeur twee van de scharnierpunten van het parallelogram, ook nog een gesynchroniseerde aandrijving van de steunbalk ten opzichte van de kraantoren is toegepast.
18. Kraan volgens een der conclusies 12 - 17, 5met het kenmerk, dat aan het voorste uiteinde van de topgiek een lastophangfreem scharnierend is bevestigd, waarbij dit freem voorzien is van kabelschijven en ophangpunten voor de dode kabelparten en van een stuurcabine.
19. Kraan volgens een der conclusies 12 - 18, 10 ui e t het kenmerk, dat het lastophangfreem horizontaal wordt gehouden door middel van een kabeltrommel-synchronisatieinrichting.
20. Kraan volgens een der conclusies 12 - 19, met het kenmerk, dat de steunbalk ten opzichte 15 van de kraantoren scharniert door middel van een doorgaande buisas, die ondersteund is in, in de kraantoren aangebrachte, legers, waarbij de steungiek, voorbij zijn scharnier op de kraantoren met een tegengewichtsarm is verlengd, die aan zijn vrije uiteinde met een tegengewicht is uitgerust, zodat het 20 totaal eigen gewichtsmoment van het scharnierend parallelo-gramsysteem ten opzichte van de as van de steunbalk voor elke stand van het parallelogram volledig in evenwicht is met het moment van de tegengewichtsarm ten opzichte van de giekas.
21. Kraan volgens een der conclusies 1-20, •m ~é-*t·”·li -è"t ke'ri'mer k, dat de giek of het gieksysteem dubbel is uitgevoerd, zodat in deze zogenaamde dubbele uitvoering de giek, of het samengesteld gieksysteem, als een spiegelbeeld terug is te vinden aan de andere zijde van het 30 symmetrievlak ten opzichte van de giek of het samengesteld gieksysteem, waarbij twee kraantorens zijn toegepast en bruggen de verbinding vormen tussen hetzij de giekkoppen van de enkelvoudige giekarmen of de, van het lastophangfreem afgekeerde uiteinden van de topgiek in de parallelogramvormige 35 uitvoering, terwijl in deze laatste uitvoeringsvorm het lastophangfreem de verbinding vormt tussen de andere uiteinden van de topgieken.
22. Kraan volgens een der conclusies 12 - 21, met het kenmerk, dat het hijsmechanisme op het-40 zelfde element van het scharnierend parallelogram is gemon- 800 3 2 62 - 20 - teerd als het lastophangfreem.
23. Kraan volgens een der conclusies 12 - 22, met het kenmerk, dat het scharnierend parallelogram als alternatief wordt omgebouwd tot een gelijkbenige 5 driehoek met veranderlijke basis, door het bovenste uiteinde van de bek te verlengen tot dit uiteinde (in zijaanzicht gezien) de verticale torenas snijdt, waarbij twee zijden van het parallelogram wegvallen, zodat de geleidingswagen het aanliggend uiteinde van de topgiek geleidt.
24. Kraan, zoals beschreven en/of in de tekening afgebeeld. 800 32 62
NL8003262A 1980-04-25 1980-06-04 Kraan. NL8003262A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE0/200387A BE882998A (nl) 1980-04-25 1980-04-25 Kraan
BE200387 1980-04-25

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8003262A true NL8003262A (nl) 1981-11-16

Family

ID=3843323

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8003262A NL8003262A (nl) 1980-04-25 1980-06-04 Kraan.

Country Status (7)

Country Link
EP (1) EP0039529A3 (nl)
JP (1) JPS56155191A (nl)
ES (1) ES8300632A1 (nl)
FI (1) FI811263A7 (nl)
IT (1) IT1151494B (nl)
NL (1) NL8003262A (nl)
PT (1) PT72917B (nl)

Families Citing this family (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL8203338A (nl) * 1982-08-26 1984-03-16 Swarttouw Frans Bv Hijskraan.
DE19954839A1 (de) * 1999-11-09 2001-05-17 Mannesmann Ag Lastführung an einem Hafenmobilkran
NL2017314B1 (en) * 2016-08-15 2018-03-02 Eagle Access B V System to transfer people and/or cargo during offshore operations
US12060137B2 (en) * 2019-07-02 2024-08-13 Macartney A/S Lifting device and methods of operating a lifting device

Family Cites Families (15)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL6893C (nl) *
DE520319C (de) * 1931-03-09 Maschf Augsburg Nuernberg Ag Einrichtung zur Erzielung waagerechter Lastbewegung bei Wippkranen mit durchschwingendem Ausleger
DE651197C (de) * 1937-10-08 Luzia Lohmann Geb Thueren Wippkran
NL266662A (nl) *
DE483160C (de) * 1929-09-27 Demag Akt Ges Durchschlagender Wippkran mit wagerechtem Lastweg
DE595291C (de) * 1934-04-14 Heinrich Haferkamp Wippkran
BE413727A (nl) *
DE598157C (de) * 1934-06-06 Heinrich Haferkamp Durchschlagender Wippkran
DE678663C (de) * 1937-02-09 1939-07-19 Luzia Lohmann Geb Thueren Wippkran
NL285563A (nl) * 1961-12-16
SE320285B (nl) * 1965-05-19 1970-02-02 C Wadefelt
NO116951B (nl) * 1965-08-18 1969-06-09 Siemens Ag
GB1113740A (en) * 1966-08-25 1968-05-15 Avery Alfred Simpson Haines A non-slewing luffing crane
SE352056B (nl) * 1969-06-17 1972-12-18 Battelle Memorial Institute
DE1950885A1 (de) * 1969-10-09 1971-04-22 Demag Ag Vorrichtung zum Daempfen von Lastpendelbewegungen an Doppellenker-Wippkranen

Also Published As

Publication number Publication date
ES501632A0 (es) 1982-11-01
JPS56155191A (en) 1981-12-01
PT72917A (fr) 1981-05-01
IT1151494B (it) 1986-12-17
PT72917B (fr) 1982-03-30
IT8012634A0 (it) 1980-08-29
EP0039529A2 (fr) 1981-11-11
FI811263L (fi) 1981-10-26
ES8300632A1 (es) 1982-11-01
EP0039529A3 (fr) 1981-11-25
FI811263A7 (fi) 1981-10-26

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN201942459U (zh) 一种集装箱起重机起升机构和集装箱起重机
US3247974A (en) Grab stabilizer for cranes
JP2022186981A (ja) 改良された可動式カウンタウエイトを備えた吊り上げクレーン
US9290364B2 (en) Crane
RU2010133069A (ru) Подъемный кран с перемещаемым противовесом
CN110177753A (zh) 具有与提升绳索负荷相关的负荷力矩均衡的起重机
CN114031004B (zh) 一种吊运机
JPS6127318B2 (nl)
WO2013075454A1 (zh) 一种起重机及其超起装置
NL8003262A (nl) Kraan.
KR100378967B1 (ko) 크레인 장치
CN216444902U (zh) 新型转台可折叠式起重机
KR102124888B1 (ko) 크레인의 평형추를 줄이기 위한 시스템
US3486635A (en) Jib crane
CN101460386B (zh) 具有提升增强附件的移动式起重机
US4220246A (en) Sheave adjustable balance crane
BE882998A (nl) Kraan
RU2751926C1 (ru) Подвижный противовес грузоподъемного крана
NL2015896B1 (en) Mast crane and offshore vessel.
US3709375A (en) Cranes
JP3268260B2 (ja) ダブルリンク式クレーン
CN109969952B (zh) 一种起重装置、消防装置及其机械设备
CN114275686A (zh) 一种新型转台可折叠式起重机
JP3470801B2 (ja) 吊具旋回振れ止め装置
JP3436360B2 (ja) 岸壁クレーン

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed