NL8003110A - Uit thermoplastische kunstof bestaand element en werkwijze voor het vervaardigen daarvan. - Google Patents
Uit thermoplastische kunstof bestaand element en werkwijze voor het vervaardigen daarvan. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8003110A NL8003110A NL8003110A NL8003110A NL8003110A NL 8003110 A NL8003110 A NL 8003110A NL 8003110 A NL8003110 A NL 8003110A NL 8003110 A NL8003110 A NL 8003110A NL 8003110 A NL8003110 A NL 8003110A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- area
- areas
- clamped
- pressing tool
- crystallinity
- Prior art date
Links
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29C—SHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
- B29C51/00—Shaping by thermoforming, i.e. shaping sheets or sheet like preforms after heating, e.g. shaping sheets in matched moulds or by deep-drawing; Apparatus therefor
- B29C51/08—Deep drawing or matched-mould forming, i.e. using mechanical means only
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29C—SHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
- B29C43/00—Compression moulding, i.e. applying external pressure to flow the moulding material; Apparatus therefor
- B29C43/32—Component parts, details or accessories; Auxiliary operations
- B29C43/36—Moulds for making articles of definite length, i.e. discrete articles
- B29C43/361—Moulds for making articles of definite length, i.e. discrete articles with pressing members independently movable of the parts for opening or closing the mould, e.g. movable pistons
- B29C2043/3615—Forming elements, e.g. mandrels or rams or stampers or pistons or plungers or punching devices
- B29C2043/3631—Forming elements, e.g. mandrels or rams or stampers or pistons or plungers or punching devices moving in a frame for pressing and stretching; material being subjected to compressing stretching
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29C—SHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
- B29C2949/00—Indexing scheme relating to blow-moulding
- B29C2949/07—Preforms or parisons characterised by their configuration
- B29C2949/0861—Other specified values, e.g. values or ranges
- B29C2949/0862—Crystallinity
- B29C2949/0865—Crystallinity at the body portion
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29C—SHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
- B29C2949/00—Indexing scheme relating to blow-moulding
- B29C2949/07—Preforms or parisons characterised by their configuration
- B29C2949/0861—Other specified values, e.g. values or ranges
- B29C2949/0862—Crystallinity
- B29C2949/0866—Crystallinity at the bottom portion
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10S—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10S215/00—Bottles and jars
- Y10S215/07—Bottles and jars with drinking cup
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10S—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10S428/00—Stock material or miscellaneous articles
- Y10S428/91—Product with molecular orientation
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T428/00—Stock material or miscellaneous articles
- Y10T428/13—Hollow or container type article [e.g., tube, vase, etc.]
- Y10T428/1352—Polymer or resin containing [i.e., natural or synthetic]
- Y10T428/1397—Single layer [continuous layer]
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Blow-Moulding Or Thermoforming Of Plastics Or The Like (AREA)
- Shaping By String And By Release Of Stress In Plastics And The Like (AREA)
- Laminated Bodies (AREA)
- Extrusion Moulding Of Plastics Or The Like (AREA)
Description
rf 4 , 1
Uit thermoplastische kunststof bestaand element en werkwijze voor het vervaardigen daarvan·
De uitvinding heeft betrekking op een element van thermoplastische kunststof, van de polyester- of polyamide soort, bij voorkeur vein polyetheentereftalaat, waarbij het element bestaat uit een randdeel, dat een in verhouding tot het randdeel verzonken 5 aangebracht lichaam omgeeft· Het element wordt gevormd uit een onbewerkt stuk van in hoofdzaak amorf materiaal of van een materiaal met een kristalliniteit van minder dan 10$. Het ruwe stuk bestaat, bij voorbeeld uit een vlakke plaat, een ruwe schaal, enzovoorts.
Het lichaam of de delen daarvan worden gevormd door strekken tot 10 aan het vloeien van het materiaal bij het ruwe stuk, welk materiaal zich binnen de materiaalgedeelten van het ruwe stuk bevindt, welke gedeelten bij het element het randdeel vormen, waarbij het tot vloeien gestrekte materiaal in het lichaam een kristalliniteit aanneemt tussen 10 en 25$, en de kristalliniteit in het materiaal in 15 het randdeel en in de niet gestrekte delen zijn vroegere kristal liniteit van minder dan 10$ behoudt. De uitvinding heeft ook betrekking op een werkwijze en een inrichting voor het vervaardigen van het element.
Bij de vervaardiging van produkten uit thermoplastische 20 kunststoffen wordt veelal uitgegaan van een in hoofdzaak vlak ruw stuk. Hierbij wordt een eindprodukt over het algemeen in een vervormingsstap gevormd of er wordt een voorvormstuk gevormd voor het later omvormen van het eindprodukt. De vervorming van het ruwe stuk vindt overeenkomstig tegenwoordig bekende werkwijzen plaats 25 volgens de blaasvormwerkwijze of volgens de thermovormwerkwijze.
8003 1 10 ' 2
Bij de blaasvormwerkwijze worden in de regel dikke gedeelten verkregen in de bodem. Bij de thermovormwerkwijze wordt gewerkt met zogenoemde negatieve of zogenoemde positieve thermovormen. Bij de negatieve vormwerkwijze wordt een dunne bodem verkregen, waarbij 5 bij de positieve thermowerkwijze een dikke bodem wordt verkregen.
Bij het negatieve thermovormen wordt een warme foelie of een warm vlies over holle ruimten gelegd, waarna het materiaal van het vlies of de foelie door uitwendige druk en inwendige onderdruk in de holle ruimten wordt gedrukt en gezogen. Dit brengt 10 mee, dat het materiaal wordt gestrekt en dun wordt wanneer het in de betreffende holle ruimten naar binnen wordt gezogen. Wanneer het bij de holle ruimte gaat om een beker, wordt een dun gestrekte bodem en een toenemende wanddikte in de richting naar de bekerrand verkregen.
15 Bij het positief thermovormen vormt de bekervorm een uitstekend lichaam, waarbij het materiaal van het vlies of de foelie over dit uitstekende lichaam wordt gedrukt en gezogen. Dit brengt mee, dat het materiaal op het bovendeel van het uitstekende lichaam, dat wil zeggen de bodem van de beker, dik en over het algemeen 20 ongestrekt blijft, waarbij het materiaal naar de rand van de beker in dikte afneemt.
Ten einde bij het negatief thermovormen een voldoende materiaaldikte te bereiken in het bodemdeel van de beker, moet een uitgangsmateriaal worden gekozen met een voldoende dikte. Ten einde 25 bij het positief thermovormen een voldoende dikte te bereiken in het randgebied van de beker, hetgeen nodig is voor de stabiliteit van de beker, moet eveneens een uitgangsmateriaal worden gekozen met een voldoende dikte. Bij het negatief thermovormen blijven de materiaalgebieden tussen de gevormde bekers onbeïnvloed, welke 50 materiaalgebieden na de vervaardiging van de eigenlijke beker, worden afgescheiden. Bij het positief thermovormen wordt het materiaal tussen de bekers gezogen in verdiepingen, en gescheiden van de gevormde bekers. Bij het positief thermovormen worden zodoende bekerbodems verkregen met in het algemeen een zelfde dikte 55 als bij het uitgangsmateriaal. Beide vormwerkwijzen vereisen een 8003 1 10 3 onnodig groot materiaalverbruik, hetgeen bij de massavervaardiging van voorwerpen van economische betekenis is.
De onderhavige uitvinding schakelt bepaalde, met de tot nu toe bekende techniek verbonden nadelen uit.
5 De uitvinding is bij uitstek geschikt voor de vervaardiging van elementen van thermoplastische kunststoffen van de polyester-of polyamide soort. Voorbeelden van dergelijke materialen zijn polyetheentereftalaat, polyhexametheen-adipamide, polycaprolactam, polyhexmetheen-sebacamide, polyetheen-2,6-naftalaat en polyetheen-10 1,5-naftalaat, polytetrametheen-1,2-dioxybensonaat en copolymeren van etheentereftalaat, etheenisoftalaat en andere soortgelijke polymeren. De beschrijving van de uitvinding richt zich in hoofdzaak op polyetheentereftalaat, dat hierna verder wordt aangeduid met PST, waarbij de uitvinding echter niet is beperkt tot uitsluitend de 15 toepassing van dit materiaal noch van andere, reeds genoemde materialen, maar in plaats daarvan ook geschikt is voor vele andere thermoplastische kunststoffen.
Voor een beter begrip van de probleemstelling en de uitvinding worden hierna enkele kenmerkende eigenschappen beschreven 20 van het polyester polyetheentereftalaat. Uit de literatuur, bij voorbeeld "Properties of Polymers'* van D.W. van Krevelen, Elsevier Scientific Publishing Company, 1976, is bekend, dat de eigenschappen van het materiaal bij een oriëntering van amorf polyetheentereftalaat, veranderen. Enkele van deze veranderingen zijn weergegeven in de 25 diagrammen, figuur 14.3 en figuur 1½.½ op de bladzijden 517 en 319 in het boek "Properties of Polymers". De in de navolgende bespreking gebruikte aanduidingen komen overeen met de aanduidingen in het genoemde boek.
PET laat zich, evenals vele andere thermoplastische 30 kunststoffen, door strekken van het materiaal oriënteren. Gewoon lijk vindt dit strekken plaats bij een temperatuur boven de glas overgangstemperatuur Tg van het materiaal. Door de oriëntering worden de sterkte eigenschappen van het materiaal verbeterd. Uit de literatuur blijkt, dat bij de thermoplast PET een verhoging van 35 de strekverhouding-A-, dat wil zeggen het quotiënt tussen de lengte 800 3 1 10 if van het gestrekte materiaal en de lengte van het niet gestrekte materiaal, ook een verhoging van de verbetering van de materiaaleigenschappen meebrengt. Bij een verhoging van de strekverhouding J\- van ongeveer 2 tot iets boven 3 maal, zijn bijzonder grote ver-5 anderingen van de materiaaleigenschappen aanwezig. Hierbij wordt de sterkte in de oriënteringsrichting opmerkelijk verbeterd, waarbij tegelijkertijd de dichtheid ^ > evenals de kristalliniteit Xc toeneemt, en de glasovergangstemperatuur Tg wordt verhoogd. Uit het diagram op bladzijde 317 blijkt, dat het materiaal na het strekken, 10 waarbij-A, de waarde 3»1 aanneemt, een kracht per oppervlakte eenheid weerstaat, die overeenkomt met> = 10, en dit bij een zeer kleine rek, waarbij de rek bij_/\_ = 2,8 aanzienlijk groter is. Hierna wordt vaak het begrip "stap" gebruikt om een oriënteringsverloop aan te duiden, dat wordt bereikt door het strekken of het verminderen van 15 de dikte met althans ongeveer 3 maal, en waarbij de hiervoor aange geven, opmerkelijke verbeteringen van de materiaaleigenschappen optreden.
De hiervoor aangegeven diagrammen tonen veranderingen, die worden verkregen bij het monoaxiaal oriënteren van het materiaal.
20 Bij het biaxiaal oriënteren worden soortgelijke gevolgen verkregen in beide oriënteringsrichtingen. De oriëntering vindt in de regel plaats door opeenvolgend strekken.
Verbeterde materiaaleigenschappen, overeenkomende met die, welke bij de hiervoor bepaalde "stap" worden verkregen, worden 25 eveneens verkregen wanneer een amorf materiaal tot vloeien wordt gestrekt, en het materiaal voorafgaande aan het vloeien een temperatuur heeft, die beneden de glas overgangstemperatuur Tg ligt. Bij een trekstaaf ontstaat in het vloeigebied een doorsnede vermindering met ongeveer het drievoudige. Bij het trekken wordt het vloeigebied 30 ononderbroken in het amorfe materiaal verder verplaatst, waarbij tegelijkertijd het materiaal, dat reeds de vloeitoestand heeft doorgemaakt, de trekkrachten van de proefstaaf zonder bijkomende, blijvende rek, opneemt.
De uitvinding heeft betrekking op een element, alsmede een 35 werkwijze en een inrichting voor het vervaardigen van de elementen, 8003110 t> -% 5 die voor vele toepassingsgevallen geschikt zijn, bij voorbeeld bekers, soortgelijk aan de tot nu toe beschrevene. Een verder toe-passingsgeval is het omvormen van de elementen, waarbij deze voor-vormstukken vormen, tot houders of andere delen. Hierbij wordt 5 bijvoorbeeld gebruikgemaakt van een blaaswerkwijze of een mechanische bewerking, bijvoorbeeld persen, uitzetten.
Volgens de uitvinding wordt een element verkregen, dat bestaat uit een randdeel en een bekerdeel, waarbij het materiaal bij voorkeur in de gehele bodem van het bekerdeel (beker) over het 10 algemeen regelmatig dik en georiënteerd is. Bij een bepaalde uit- voeringsvorm^itaat bovendien het materiaal in het bodemdeel van de beker volledig of gedeeltelijk uit materiaal met een zelfde dikte als het materiaal van de wand. De overige materiaalgedeelten hebben dikten en materiaaleigenschappen van het materiaal# Bij bepaalde 15 toepassingsgevallen is de bodem over het algemeen volledig vlak, waarbij bij andere toepassingsgevallen de bodem bestaat uit delen, die in verhouding tot de bekerhartlijn axiaal zijn verplaatst. Hierbij worden bij bepaalde uitvoeringsvormen, ringvormige randgedeelten gevormd in aansluiting op de onderste rand van de wand, waarbij bij 20 andere uitvoeringsvormen centrale bodemgedeelten verder verplaatst zijn vanaf de bovenste openingsrand van het element.
Het element bestaat uit een randdeel, dat een in verhouding tot het randdeel verzonken lichaam orageeft. Het materiaal in het randdeel is in hoofdzaak amorf of heeft een kristalliniteit 25 van minder dan 10#. Het lichaam heeft een wanddeel en een bodemdeel.
Het wanddeel bestaat uit materiaal, dat bij een temperatuur beneden de glas overgangstemperatuur Tg tot aan het vloeien daarvan wordt getrokken, en waarbij de kristalliniteit tussen 10 en 25# bedraagt.
In de gronduitvoering van het element bestaat de bodem uit in hoofd-30 zaak amorf materiaal of uit materiaal met een kristalliniteit van minder dan 10#. Bij uitvoeringsvormen bestaat de bodem naar keuze uit materiaal, dat bij een temperatuur beneden de glas overgangstemperatuur Tg en bij een kristalliniteit tussen 10-25# tot aan het vloeien daarvan is getrokken, dat wil zeggen van materiaal met 33 eigenschappen, die in hoofdzaak overeenstemmen met de materiaal- 8003110 6 eigenschappen van het wanddeel van het element of uit materiaalgedeelten, die tot het vloeien daarvan zijn getrokken, afwisselend met materiaalgedeelten met in hoofdzaak amorf materiaal of materiaal met een kristalliniteit van minder dan 10$. In bepaalde uitvoerings-5 vormen zijn de reeds genoemde materiaalgebieden in de bodem in axiale richting in verhouding tot de onderste rand van het wanddeel, verschoven.
Bij de vervaardiging van een element wordt een in hoofdzaak vlak ruw stuk van thermoplastische kunststof en met een kristallini-10 teit van minder dan 10$ en met een temperatuur beneden de glas overgangstemperatuur Tg, tussen tegenhouders ingeklemd, zodat een gebied wordt gevormd, dat volledig wordt omsloten door de ingeklemde materiaalgedeelten. Tegen dit gebied wordt een perswerktuig geplaatst, waarvan het aanligvlak kleiner is dan het vlak van het gebied. Hier-15 bij ontstaat tussen de ingeklemde materiaalgedeelten van het ruwe stuk en het deel van het gebied, dat aanligt tegen het perswerktuig, een gesloten, strookvormig materiaalgebied. Ben aandrijfinrichting verschuift vervolgens het perswerktuig in verhouding tot de tegen-houder bij een verder aanliggen van het perswerktuig tegen het 20 gebied. Hierbij wordt het materiaal in het strookvormige gebied zodanig gestrekt, dat een materiaalvloeien optreedt, waarbij het materiaal wordt georiënteerd, en tegelijkertijd de dikte van het materiaal bij PET met ongeveer het drievoudige wordt verminderd.
Bij het strekken wordt het wanddeel gevormd van het element.
25 Doordat de omtrek van het aanligvlak van het perswerktuig kleiner is dan de binnenomtrek van de inkleminrichtingen, wordt het materiaal in aansluiting op de rand van het perswerktuig onderworpen aan de grootste belasting, waardoor het vloeien van het materiaal gewoonlijk op deze plaats begint. De hieruit ontstane werking wordt 30 nog versterkt, doordat de overgang tussen het aanligvlak van het perswerktuig en de zijwanden van het perswerktuig betrekkelijk scherprandig wordt uitgevoerd. Wanneer het vloeien is opgetreden, wordt het gebied voor het vloeien van het materiaal geleidelijk verschoven in de richting naar de inkleminrichtingen. Bij bepaalde 35 toepassingsvoorbeelden wordt het persen onderbroken wanneer het 8003110 i * 7 vloeigebied is aangekomen bij de perswerktuigen. Bij andere toe-passingsvoorbeelden wordt het persen voortgezet, waarbij een opnieuw vloeien van het materiaal in aansluiting op de randen van het perswerktuig plaatsvindt en vanuit deze gebieden wordt verplaatst naar 5 het midden van het materiaal. Wanneer al het materiaal, dat aanligt tegen het aanligvlak van het perswerktuig, een vloeien heeft doorgemaakt, wordt bij bepaalde toepassingsvoorbeelden het materiaal tussen de inkleminrichtingen, welk materiaal zich het dichtst bij de binnenomtrek bevindt van de inkleminrichtingen, gebruikt voor een 10 tweede trekken. Ten einde dit mogelijk te maken is gewoonlijk een iets verhoogde temperatuur nodig bij dit materiaal. De uitgangs-temperatuur ligt echter nog altijd beneden de glas overgangstempera-tuur Tg.
Bij bepaalde toepassingsvoorbeelden is een versneld afkoelen nodig 15 van het getrokken materiaal. Hierbij is het perswerktuig bij voor keur voorzien van een koelinrichting, die zodanig is aangebracht, dat de gebieden van het materiaal, welke gebieden tijdens het trekken van het materiaal vloeien, tegen de koelinrichting aanliggen.
Bij bepaalde toepassingen wordt het materiaal in aansluiting op de 20 inkleminrichtingen tot vloeien gebracht. Dit wordt bereikt, doordat de inkleminrichtingen zijn voorzien van verwarmingsinrichtingen, die de temperatuur van de materiaalgedeelten verhogen, in welke gedeelten het vloeien moet beginnen. De temperatuur bij het materiaal ligt echter nog altijd beneden de glas overgangstemperatuur Tg 25 van het materiaal. Wanneer de vloeitoestand is opgetreden, verloopt deze verder in de richting naar het aanligvlak van het perswerktuig en in voorkomende gevallen voorbij de overgang tussen de zijwanden en het aanligvlak van het perswerktuig.
Voor het verzekeren van het vasthouden van de inklem-30 inrichting van het ruwe stuk in de toekomstige randgedeelten van het element, worden de inkleminrichtingen in de regel voorzien van koelorganen.
De uitvindingsgedachte omvat ook de mogelijkheid om door een reeks achter elkaar aangebrachte trekken, materiaalgedeelten in 55 zowel het wanddeel als het bodemdeel van het lichaam te verkrijgen, 8003110 8 die afwisselend bestaan uit materiaalgedeelten, die tot het vloeien daarvan zijn getrokken en op deze wijze een verkleinde wanddikte hebben gekregen, en niet getrokken materiaalgedeelten, die de wanddikte daarvan hebben behouden. Bij in het bodemdeel van het lichaam 5 liggende materiaalgedeelten vindt bij bepaalde toepassingsvoorbeel- den een samenhang met het trekken ook een verschuiven van het materiaal plaats in de axiale richting van het lichaam.
De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de tekening, waarin: 10 de figuren 1 en 2 te kiezen uitvoeringsvormen tonen van voor het omvormen geschikte banden, fig. 3 een element toont met een uit in hoofdzaak amorf materiaal bestaand bodemdeel van het lichaam, en de figuren 4-10 in beginsel inrichtingen tonen voor het 15 trekken van het element.
In de figuren 1 en 2 is een band of een ruw stuk 14', 14" van thermoplastische kunststof te zien, waarbij de banden of ruwe stukken van boven worden gezien. In deze figuren zijn ringvormige materiaalgebieden 16', 16" en 17', 17" weergegeven. Verder is een 20 materiaalgebied 15', 15" aangegeven, dat wordt omgeven door het eerdere ringvormige materiaalgebied 17'» 17"· Het materiaalgebied 16 betekent het gebied, dat bij het trekken van het ruwe stuk tussen de inkleminrichtingen 30a-b (zie fig. 4) wordt ingeklemd. Het materiaalgebied 15 betekent het gebied, dat bij het trekken van het 25 ruwe stuk tegen het aanligvlak 21 aanligt van het perswerktuig 20 (zie fig. 4). Het materiaalgebied 17 betekent het gebied, dat bij het trekken van het ruwe stuk in de vloeitoestand wordt gebracht.
In figuur 3 is een element 10 te zien, bestaande uit een randdeel en een lichaam 13· Het lichaam bestaat op zijn beurt uit 30 een wanddeel 18 en een bodemdeel 11. In de figuur bestaat het wanddeel uit getrokken materiaal met een verkleinde dikte in verhouding tot de dikte van het uitgangsmateriaal. Het bodemdeel 11 bestaat uit materiaal, dat met behoud van de materiaaleigenschappen daarvan in axiale richting van het lichaam is verschoven. Verder 35 is een gebied 19 aangegeven, waarin tot het randdeel 12 behorend 800 3 1 10 *· * 9 materiaal in de vloeitoestand is verplaatst.
In de figuren b-8 is een reeks inkleminrichtingen 30 te zien, welke inrichtingen zijn bevestigd aan het ruwe stuk 1*l·. Tussen de inkleminrichtingen 30 bevindt zich een perswerktuig 20 met het 5 perswerktuig aanligvlak 21. In figuur b bevindt het perswerktuig 20 zich in een stand, waarin het perswerktuig aanligvlak 21 zich direct tegen het bovenste oppervlak aan bevindt van het ruwe stuk 1^. In figuur 3 is het perswerktuig naar beneden verschoven, waarbij het vloeien van het materiaal is begonnen. In figuur 6 heeft het ver-10 schuiven van het perswerktuig zodanig ver plaatsgevonden, dat een element volgens figuur 3 is gevormd. In figuur 7 is het perswerktuig nog verder verschoven, waarbij een verder vloeien van het materiaal heeft plaatsgevonden. Hierbij is een element 101 ontstaan, waarvan het lichaam 13' het bodemdeel 11 heeft, dat in de middengedeelten 15 daarvan bestaat uit amorf, niet getrokken materiaal, dat wordt omgeven door getrokken, georiënteerd materiaal, waarbij een vloeien heeft plaatsgevonden. In figuur 8 tenslotte is het perswerktuig 20 zodanig ver verschoven, dat praktisch al het materiaal in het bodemdeel 11" van het lichaam 13" een vloeien heeft doorgemaakt.
20 Hierbij heeft zich een element 10" gevormd, waarbij zowel het wand- deel als het bodemdeel van het lichaam een verminderde wanddikte heeft, doordat het materiaal in de vloeitoestand is geweest en tegelijkertijd een oriëntering heeft verkregen.
In de figuren 9 en 10 is een verkozen uitvoeringsvorm 25 weergegeven van de inkleminrichtingen 33&-b, die zijn voorzien van koelkanalen 31 en verwarmingskanalen 3b, In deze figuren is alleen de toevoerleiding voor de verwarmingskanalen weergegeven, waarbij de afvoerleiding voor de verwarmingskanalen in deze figuren achter de toevoerleiding ligt, en is aangeduid door de naar boven gerichte 30 pijl. Zowel de koelkanalen als de verwarmingskanalen zijn afgedekt door plaatvormige afdekkingen 35» waarvan het andere oppervlak tevens het aanligvlak van de inkleminrichtingen vormt voor het inklemmen van het ruwe stuk.
Een isolatie 32 scheidt het gekoelde gebied van de inklem-35 inrichtingen van het verwarmde gebied. Bij bepaalde toepassingen 800 3 1 1 0 10 dienen ook de verwarmingskanalen als koelkanalen.
De figuren tonen verder een gekozen uitvoeringsvorm van een perswerktuig 20a, die eveneens is voorzien van koelkanalen 22.
De koelkanalen zijn afgedekt door een koelmantel 23, die tevens het 5 uitwendige aanligvlak van het perswerktuig vormt voor het materiaal gedurende het trekken daarvan. Figuur 9 toont een stand van het perswerktuig, die overeenkomt met de stand volgens figuur 5» waarbij figuur 10 een stand toont van het perswerktuig, die overeenkomt met de stand volgens figuur 8. Het perswerktuig heeft een draaisymmetrisch 10 gewelfd vlak, dat zodanig is gevormd, dat het materiaal bij het trekken in het vloeigebied altijd aanligt tegen de koelmantel, waarbij het materiaal, dat nog niet in de vloeitoestand is, volledig zonder aanligging is tegen een inrichting in het gebied tussen de persinrichting en de inkleminrichting.
15 De verwarming van het materiaal met behulp van de ver warmingskanalen 34 heeft tot doel de vloeibereidheid van het materiaal te vergroten. De verwarming wordt echter zodanig begrend, dat de temperatuur van het materiaal altijd onder de glas overgangs-temperatuur Tg blijft. Door de verwarming is het mogelijk om het 20 trekken van het materiaal een stuk te laten voortzetten in het gebied tussen de kaken van de inkleminrichtingen, die zijn weergegeven in figuur 10. Een andere gekozen toepassing, waarbij de vergrote vloeibereidheid van het materiaal wordt benut, bestaat uit het bij het trekken naar het gebied naast de binnenranden van de inklem-25 inrichting sturen van het aanvangsgebied voor het vloeien van het materiaal. Wanneer het vloeien heeft plaatsgevonden, verschuift het vloeigebied geleidelijk in de richting van de inkleminrichtingen weg naar de bodem van het perswerktuig, naarmate het perswerktuig geleidelijk in de figuren naar beneden wordt verschoven. Hierdoor 30 wordt bereikt, dat het vloeien altijd in dezelfde richting wordt voortgeplant, waarbij het opnieuw beginnen van het vloeien wordt vermeden, zoals dat plaatsvindt bij toepassing van de uitvoeringsvorm van de uitvinding, die is weergegeven in de figuren 4-8.
De voorgaande beschrijving van het element en van een 35 werkwijze, alsmede van een inrichting voor het verkrijgen van het 800 3 1 10 11 element, stellen slechts voorbeelden voor voor toepassingen van de uitvinding. De uitvinding maakt het natuurlijk mogelijk, dat een reeks op elkaar volgende trekken plaatsvindt, waarbij afwisselend gebieden met getrokken en niet getrokken materiaal worden gevormd.
5 Het lichaam bestaat bij voorbeeld uit banddelen met verspringingen, die niet getrokken materiaal bevatten, waarbij het bodemdeel uit gedeelten bestaat, bijvoorbeeld ringvormige, die niet getrokken materiaal bevatten, en die in verhouding tot de onderste rand van het wanddeel in axiale richting van het lichaam zijn verplaatst.
10 Het door het vloeien georiënteerde materiaal heeft verbeterde sterkte eigenschappen in de oriënteringsrichting, die in hoofdzaak overeekomt met de trekrichting van het materiaal. Door het verwarmen van het materiaal op een temperatuur, die beneden de glas overgangstemperatuur Tg ligt, is het eenvoudig om bij een blaas-15 werkwijze het element door het strekken van het materiaal in een richting in hoofdzaak loodrecht op de genoemde oriënteringsrichting, om te vormen. Een op deze wijze omgevormd element vormt bij voorbeeld een houder met een mantelvlak in het midden met een diameter, die uitgaat boven de diameter van de opening, en met een bodem, die 20 bestaat uit een standvlak, dat de overgang vormt tussen de onderste rand van het mantelvlak en het bodemvlak, waarbij het bodemvlak naar keuze enigszins concaaf is en naar keuze bestaat uit ringvormige materiaalgebieden, die in axiale richting van de houder in verhouding tot elkaar zijn verschoven. Het element is verder geschikt voor het 25 omvormen volgens een op het dieptrekken lijkende werkwijze, die toepassing vindt bij de vervaardiging van voortbrengselen van metaal.
De uitvindingsgedachte omspant vele te kiezen uitvoeringsvormen. Volgens één daarvan vindt het trekken van het lichaam van het element plaats door een aantal op elkaar volgende trekken, waar-30 bij voor elke trek het aanligvlak van het perswerktuig afneemt. Hier door wordt bereikt, dat in het bijzonder wanneer het perswerktuig in de richting naar het aanligvlak taps toeloopt, de breedte van het materiaalgebied 15 wordt afgesterad op hoe ver het trekken is voortgeschreven.
35 Het is duidelijk, dat veranderingen en verbeteringen kunnen worden aangebracht zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.
8003 1 10
Claims (10)
1. Element van thermoplastische kunststof, van de polyester- of polyamide soort, bij voorkeur van polyetheenterefta-laat, met het kenmerk, dat het element (10) bestaat uit een rand-deel (12), dat een in verhouding daartoe verzonken aangebracht 5 lichaam (13) omgeeft, waarbij het element is gevormd uit een ruw stuk (1*0 van amorf materiaal of van een materiaal met een kristal-liniteit van minder dan 10$, bij voorkeur minder dan 5#i bij voorbeeld een vlakke plaat, een ruwe schaal, enzovoorts, het lichaam of de delen daarvan door trekken van het materiaal van het ruwe stuk, 10 welk materiaal zich binnen de materiaalgebieden bij het ruwe stuk bevindt, welke gebieden bij het element het randdeel (12) vormen, tot vloeien wordt getrokken, het tot vloeien getrokken materiaal in het lichaam (13) een kristalliniteit aanneemt tussen 10# en 25#, bij voorkeur tussen 12 en 20#, en de kristalliniteit in het materiaal 15 in het randdeel en in de niet getrokken delen van het lichaam de oorspronkelijke kristalliniteit van minder dan 10# behoudt,
2. Element volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het lichaam (13) een bodemdeel (11) in het midden omvat, waarbij het bodemdeel zodanig is gevormd, dat middengebieden van het ruwe stuk 20 bij het trekken van het element in verhouding tot de ingeklemde randgedeelten van het ruwe stuk, met behoud van de materiaaleigenschappen van de middengebieden en de ingeklemde randgebieden van het ruwe stuk, zijn verschoven.
3. Element volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat 25 het element bestaat uit polyester of polyamide, bij voorbeeld polyetheentereftalaat, polyhexametheen-adipamide, polycaprolactam, polyhexametheen-sebacamide, polyetheen-2,6-naftalaat en polyetheen- 1,5-naftalaat, polytetrametheen-1,2-diaoxybensoaat en copolymeren van etheentereftalaat, etheen-isoftalaat of andere soortgelijke 30 polymeren. *)·. Werkwijze voor het vervaardigen van een element volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een in hoofdzaak vlak ruw stuk (1*0 van thermoplastische kunststof met een kristalliniteit van minder dan 10#, bij voorkeur van minder dan 5#» wordt 35 ingeklemd tussen tegenhouders (30), zodat één of meer gebieden (15) 800 3 1 10 * ft worden gevormd, die volledig zijn omgeven door gesloten, bandvormige, ingeklemde materiaalgebieden (16), zodat tegen elk gebied (15) een perswerktuig (20) wordt aangezet, waarvan het aanligvlak (21) tegen het gebied (15) kleiner is dan het totale gebied (15), waardoor een 5 gesloten, strookvormig materiaalgebied (17) wordt gevormd tussen de ingeklemde materiaalgebieden (16) en het deel van het gebied (15) waartegen het perswerktuig (20) aanligt, dat het perswerktuig (20) door een aandrijforgaan in verhouding tot de inkleminrichtingen (30) bij een verder aanliggen tegen het gebied (15) wordt verschoven, 10 hetgeen meebrengt, dat materiaal in het strookvormige materiaal gebied (17) door het trekken zodanig wordt gestrekt, dat een materiaal vloeien optreedt en het materiaal hierbij wordt georiënteerd, waarbij gedeelten van het lichaam (13) worden gevormd.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat 15 het trekken zodanig ver wordt voortgezet, dat praktisch al het materiaal in het materiaalgebied (15) een vloeien heeft doorgemaakt, waardoor praktisch al het materiaal in het lichaam (13) bestaat uit materiaal, dat het vloeien heeft doorgemaakt.
6, Werkwijze volgens conclusie 4 of 5, met het kenmerk, 20 dat het aanligvlak van het perswerktuig (20) kleiner is dan het oppervlak bij het gebied (15), dat volledig wordt omgeven door de gesloten, bandvormige, ingeklemde materiaalgedeelten (16) ten einde het begin van het vloeien van het materiaal bij het perswerktuig tot stand te brengen. 25 7· Werkwijze volgens een der conclusies 4-6, met het kenmerk, dat de breedte van de ingeklemde materiaalgebieden (16) zodanig wordt gekozen, dat het vloeien van het materiaal bij het trekken tot in de genoemde gebieden reikt*
8. Werkwijze volgens een der conclusies 4-7, met het 30 kenmerk, dat het materiaal direkt voorafgaande aan het trekken een temperatuur heeft, die onder de glas overgangstemperatuur (Tg) blijft, en daarbij bij voorkeur overeen komt met de kamertemperatuur.
9. Werkwijze volgens een der conclusies 4-8, met het kenmerk, dat het materiaal in het gebied van het vloeien althans 35 gedurende het trekken wordt onderworpen aan een versnelde koeling. 8003110 ïh
10. Werkwijze volgens conclusie 9* met het kenmerk, dat het perswerktuig is voorzien van koelinrichtingen, die zodanig zijn aangebracht, dat bij het trekken het materiaal van de gebieden, waar het materiaal vloeit, tegen de koelinrichtingen aanligt.
11. Element in hoofdzaak zoals in de beschrijving beschreven en in de tekening weergegeven.
12. Werkwijze in hoofdzaak zoals in de beschrijving beschreven en in de tekening weergegeven. 8003 1 10
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| SE7905042 | 1979-06-11 | ||
| SE7905042A SE424285B (sv) | 1979-06-11 | 1979-06-11 | Element av termoplastmaterial med en kantdel och en, i forhallande till denna, nedsenkt kropp samt forfarande for framstellning av sagda element |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8003110A true NL8003110A (nl) | 1980-12-15 |
Family
ID=20338247
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8003110A NL8003110A (nl) | 1979-06-11 | 1980-05-29 | Uit thermoplastische kunstof bestaand element en werkwijze voor het vervaardigen daarvan. |
Country Status (12)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4374166A (nl) |
| JP (2) | JPS562144A (nl) |
| BE (1) | BE883731A (nl) |
| CA (1) | CA1240115A (nl) |
| CH (1) | CH649249A5 (nl) |
| DE (1) | DE3020967A1 (nl) |
| FR (1) | FR2458373B1 (nl) |
| GB (1) | GB2052365B (nl) |
| HK (1) | HK45388A (nl) |
| NL (1) | NL8003110A (nl) |
| SE (1) | SE424285B (nl) |
| SG (1) | SG15584G (nl) |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4358492A (en) * | 1980-10-22 | 1982-11-09 | The Goodyear Tire & Rubber Company | Novel process for deep stretch forming of polyesters |
| SE435596B (sv) * | 1982-10-14 | 1984-10-08 | Plm Ab | Sett for bildande av en artikel genom formning och kristallisation av material i veggen hos ett emne av termoplastmaterial vid dettas tjockleksreduktion samt mekaniskt formningsorgan herfor |
| US5840243A (en) * | 1996-06-17 | 1998-11-24 | Gillette Canada Inc. | Method of forming blister pack packaging |
| JP4663280B2 (ja) * | 2004-09-02 | 2011-04-06 | 川上産業株式会社 | 片面に針状突起を有する立体構造物の製造方法 |
Family Cites Families (26)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2695423A (en) * | 1948-09-25 | 1954-11-30 | Continental Can Co | Apparatus for forming containers |
| US2878513A (en) * | 1953-10-22 | 1959-03-24 | Extruded Plastics Inc | Collapsible tube manufacture |
| DE1166455B (de) | 1960-07-12 | 1964-03-26 | Illinois Tool Works | Vorrichtung zum Herstellen von Hohlkoerpern aus einem Streifen aus thermoplastischemKunststoff |
| FR1237189A (fr) * | 1959-06-15 | 1960-07-29 | Procédé et matériels pour l'obtention de produits par emboutissage de matières plastiques | |
| GB1019854A (en) | 1959-07-29 | 1966-02-09 | Flair Plastics Corp | Plastic container and process and apparatus for producing same |
| DE1814312U (de) | 1960-05-11 | 1960-06-30 | Max Gorbach | Bild-ton-wiedergabegeraet, insbesondere fuer werbezwecke. |
| DK120505B (da) * | 1964-12-03 | 1971-06-07 | Glanzstoff Ag | Fremgangsmåde til fremstilling ved vakuumdybtrækningsmetoden af formlegemer af polyætylentereftalat. |
| DE1479801B2 (de) * | 1964-12-03 | 1974-08-08 | Enka Glanzstoff Ag, 5600 Wuppertal | Verfahren zur Herstellung von Formkörpern aus Polyäthylenterephthalat |
| FR1518110A (fr) | 1966-03-28 | 1968-03-22 | ébauche moulée en matière plastique pour la production d'un récipient creux et son procédé de fabrication | |
| CH435051A (de) | 1966-05-13 | 1967-04-30 | Bollag Moses | Strassenmarkierungsfahrzeug mit Kompressor |
| US3488805A (en) | 1967-03-16 | 1970-01-13 | Owens Illinois Inc | Apparatus for forming molded plastic articles |
| DE1704144A1 (de) * | 1967-07-14 | 1971-05-06 | Kabel Metallwerke Ghh | Verfahren und Vorrichtung zum Herstellen von Formkoerpern aus Polyamiden |
| NL6712321A (nl) * | 1967-09-08 | 1967-11-27 | ||
| US3532786A (en) * | 1967-12-14 | 1970-10-06 | Shell Oil Co | Solid state forming of plastics |
| LU58034A1 (nl) | 1968-03-07 | 1969-06-03 | ||
| US3570064A (en) * | 1968-08-13 | 1971-03-16 | Scott Paper Co | Molding apparatus having a flexible clamp plate |
| FR2073847A5 (nl) * | 1969-12-17 | 1971-10-01 | Du Pont | |
| DE2125978A1 (en) * | 1970-06-11 | 1971-12-16 | Allied Chem | Unorinted amorphours polyethylene terephthalate films - heat-moulded - to transparent packagings and containers |
| GB1367133A (en) * | 1970-08-07 | 1974-09-18 | Ciba Geigy Ag | Moulded copolyester articles |
| JPS567855B2 (nl) * | 1973-06-25 | 1981-02-20 | ||
| GB1427837A (en) * | 1973-09-20 | 1976-03-10 | Ici Ltd | Processes for the production of shaped articles |
| GB1516766A (en) * | 1975-10-03 | 1978-07-05 | Peerless Mach & Tool Corp | Cold-forming sheet material |
| JPS52127967A (en) * | 1976-04-19 | 1977-10-27 | Toray Industries | Method of producing formed article of polyethylene terephthalate film |
| ZA776629B (en) * | 1976-11-25 | 1978-08-30 | Metal Box Co Ltd | Improvements relating to collapsible tubular containers |
| JPS6031651B2 (ja) * | 1977-09-13 | 1985-07-23 | ダイアホイル株式会社 | ポリエステル成形物の製造方法 |
| JPS5517516A (en) * | 1978-07-24 | 1980-02-07 | Mitsubishi Plastics Ind Ltd | Molding method of polyester sheet |
-
1979
- 1979-06-11 SE SE7905042A patent/SE424285B/sv not_active IP Right Cessation
-
1980
- 1980-05-28 CA CA000352910A patent/CA1240115A/en not_active Expired
- 1980-05-29 NL NL8003110A patent/NL8003110A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-05-30 US US06/154,889 patent/US4374166A/en not_active Expired - Lifetime
- 1980-06-03 DE DE19803020967 patent/DE3020967A1/de active Granted
- 1980-06-09 FR FR8012736A patent/FR2458373B1/fr not_active Expired
- 1980-06-09 CH CH4424/80A patent/CH649249A5/de not_active IP Right Cessation
- 1980-06-10 GB GB8018902A patent/GB2052365B/en not_active Expired
- 1980-06-10 BE BE0/200965A patent/BE883731A/fr not_active IP Right Cessation
- 1980-06-10 JP JP7828580A patent/JPS562144A/ja active Granted
-
1984
- 1984-02-23 SG SG155/84A patent/SG15584G/en unknown
-
1988
- 1988-06-16 HK HK453/88A patent/HK45388A/xx not_active IP Right Cessation
-
1990
- 1990-01-17 JP JP2008107A patent/JPH02238924A/ja active Granted
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| JPH0422689B2 (nl) | 1992-04-20 |
| HK45388A (en) | 1988-06-24 |
| SG15584G (en) | 1985-04-04 |
| GB2052365B (en) | 1983-06-29 |
| FR2458373B1 (fr) | 1985-06-14 |
| GB2052365A (en) | 1981-01-28 |
| JPH0237291B2 (nl) | 1990-08-23 |
| DE3020967C2 (nl) | 1990-08-23 |
| US4374166A (en) | 1983-02-15 |
| JPH02238924A (ja) | 1990-09-21 |
| JPS562144A (en) | 1981-01-10 |
| SE7905042L (sv) | 1980-12-12 |
| CH649249A5 (de) | 1985-05-15 |
| CA1240115A (en) | 1988-08-09 |
| SE424285B (sv) | 1982-07-12 |
| DE3020967A1 (de) | 1980-12-18 |
| FR2458373A1 (fr) | 1981-01-02 |
| BE883731A (fr) | 1980-12-10 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8003112A (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een houder van thermoplastische kunststof, en zodoende vervaadigde houder. | |
| EP0081451B1 (en) | Heat setting a thermoformed pet article utilizing a male plug as a constraint | |
| US3532786A (en) | Solid state forming of plastics | |
| NL8400683A (nl) | Houder. | |
| EP3183179B1 (en) | Container base including hemispherical actuating diaphragm | |
| EP2242635B1 (en) | Method for making a container | |
| US4480979A (en) | Stretch forming hollow articles | |
| JPS62183326A (ja) | 二軸配向ポリマ−シ−トを製造するための方法および装置とそれによつて製造されたポリマ−シ−ト | |
| SE435596B (sv) | Sett for bildande av en artikel genom formning och kristallisation av material i veggen hos ett emne av termoplastmaterial vid dettas tjockleksreduktion samt mekaniskt formningsorgan herfor | |
| US8528760B2 (en) | Lightweight container having mid-body grip | |
| US3923943A (en) | Method for molding synthetic resin hollow articles | |
| NL8003110A (nl) | Uit thermoplastische kunstof bestaand element en werkwijze voor het vervaardigen daarvan. | |
| US4288401A (en) | Thermoplastic forming process | |
| US9254604B2 (en) | Controlled base flash forming a standing ring | |
| US20160257029A1 (en) | Preform Design For Lightweight Container | |
| US3254148A (en) | Film stretching process | |
| US3629381A (en) | Process for manufacturing tough plastic articles of manufacture | |
| JPH081311U (ja) | 形状記憶を有するプラスチック成形品を製造する装置 | |
| US4511322A (en) | Apparatus for the manufacture of a cup-like article from polyethylene terephthalate or similar material | |
| US3975493A (en) | Method for forming hollow articles from thermoplastic sheeting or film using an expandable plug | |
| NL8003111A (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een voorwerp van thermoplastische kunststof, en zodoende vervaardigd voorwerp. | |
| WO2016064392A1 (en) | Vacuum panel for non-round containers | |
| US3619444A (en) | Forming a thickened section on a container flange | |
| US2659934A (en) | Method and apparatus for making articles from biaxially oriented thermoplastic sheet material | |
| US20080061024A1 (en) | Structural ribs for hot fillable containers |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| BV | The patent application has lapsed |