[go: up one dir, main page]

NL8001068A - Samenstel voor het automatisch in openingen in een printkaart steken van elektronische onderdelen met evenwijdige draden. - Google Patents

Samenstel voor het automatisch in openingen in een printkaart steken van elektronische onderdelen met evenwijdige draden. Download PDF

Info

Publication number
NL8001068A
NL8001068A NL8001068A NL8001068A NL8001068A NL 8001068 A NL8001068 A NL 8001068A NL 8001068 A NL8001068 A NL 8001068A NL 8001068 A NL8001068 A NL 8001068A NL 8001068 A NL8001068 A NL 8001068A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
assembly
wires
holding
cam
sleeve
Prior art date
Application number
NL8001068A
Other languages
English (en)
Other versions
NL178215B (nl
NL178215C (nl
Original Assignee
Tdk Electronics Co Ltd
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Tdk Electronics Co Ltd filed Critical Tdk Electronics Co Ltd
Publication of NL8001068A publication Critical patent/NL8001068A/nl
Publication of NL178215B publication Critical patent/NL178215B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL178215C publication Critical patent/NL178215C/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H05ELECTRIC TECHNIQUES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • H05KPRINTED CIRCUITS; CASINGS OR CONSTRUCTIONAL DETAILS OF ELECTRIC APPARATUS; MANUFACTURE OF ASSEMBLAGES OF ELECTRICAL COMPONENTS
    • H05K13/00Apparatus or processes specially adapted for manufacturing or adjusting assemblages of electric components
    • H05K13/04Mounting of components, e.g. of leadless components
    • H05K13/0404Pick-and-place heads or apparatus, e.g. with jaws
    • H05K13/0408Incorporating a pick-up tool
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T29/00Metal working
    • Y10T29/49Method of mechanical manufacture
    • Y10T29/49002Electrical device making
    • Y10T29/49117Conductor or circuit manufacturing
    • Y10T29/49124On flat or curved insulated base, e.g., printed circuit, etc.
    • Y10T29/4913Assembling to base an electrical component, e.g., capacitor, etc.
    • Y10T29/49133Assembling to base an electrical component, e.g., capacitor, etc. with component orienting
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T29/00Metal working
    • Y10T29/49Method of mechanical manufacture
    • Y10T29/49002Electrical device making
    • Y10T29/49117Conductor or circuit manufacturing
    • Y10T29/49124On flat or curved insulated base, e.g., printed circuit, etc.
    • Y10T29/4913Assembling to base an electrical component, e.g., capacitor, etc.
    • Y10T29/49144Assembling to base an electrical component, e.g., capacitor, etc. by metal fusion
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T29/00Metal working
    • Y10T29/51Plural diverse manufacturing apparatus including means for metal shaping or assembling
    • Y10T29/5136Separate tool stations for selective or successive operation on work
    • Y10T29/5137Separate tool stations for selective or successive operation on work including assembling or disassembling station
    • Y10T29/5142Separate tool stations for selective or successive operation on work including assembling or disassembling station and means to sever work from supply
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T29/00Metal working
    • Y10T29/53Means to assemble or disassemble
    • Y10T29/5313Means to assemble electrical device
    • Y10T29/53174Means to fasten electrical component to wiring board, base, or substrate
    • Y10T29/53183Multilead component

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Manufacturing & Machinery (AREA)
  • Microelectronics & Electronic Packaging (AREA)
  • Supply And Installment Of Electrical Components (AREA)

Description

•v ί * VO 186
Samenstel voor het automatisch in openingen in een printkaart steken van elektronische onderdelen met evenwijdige draden.
De uitvinding heeft betrekking op een samenstel in een automatisch werkzame machine voor het steken van elektronische onderdelen met evenwijdige draden in openingen van een printkaart voor het opnemen van de draden.
5 In de onderhavige beschrijving zijn de richtingen x, y en z voor een elektronisch onderdeel als volgt gedefinieerd: de x-richting is in een vlak, dat twee evenwijdige draden van een elektronisch onderdeel onder een rechte hoek snijdt, de richting van een lijn, gevormd door het verbinden van de twee ver-10 bindingspunten van het vlak en de twee evenwijdige draden: de y-richting is in het voornoemde vlak, de richting loodrecht op de x-richting, en de z-richting is de richting, loodrecht op het voornoemde vlak, t.w. de richting evenwijdig aan de genoemde draden van het 15 elektronische onderdeel.
Tot nu toe is een baanvormige drager 3 voor de elektronische onderdelen, zoals weergegeven in fig.l, gebruikt bij het in een printkaart steken van de elektronische onderdelen. Meer in het bijzonder heeft de baanvormige drager 3 voor de elektronische 20 onderdelen een draagstrook 65, waaraan zich door middel van een plaklint 66 gedragen, een aantal elektronische onderdelen 17 bevindt, welke onderdelen elk een elektronisch element 64 hebben, zoals een condensator, een weerstand en dergelijke, en draden 53.
De elektronische onderdelen 17 zijn onderling evenwijdig en met 25 een gelijkblijvende steek aangebracht. De draagstrook 65 is voor zien van openingen 32 voor het plaatsen en toevoeren van de baanvormige drager 3 voor de elektronische onderdelen.
De baanvormige drager 3 voor de elektronische onderdelen wordt geplaatst in een automatisch werkzame machine voor het inste- 800 1 0 68 - 2 -
Ken daarvan. In het insteeksamenstel van de laatste stap van de in de automatisch werkzame machine voor het insteken uit te voeren werkzaamheden, wordt het elektronische onderdeel 17, dat op de in fig.2 weergegeven wijze is gescheiden, vastgehouden door een samen-5 stel voor het vasthouden en leiden van de draden. Na het steken van de draden 53 in de printkaart 19, zoals weergegeven in fig.3, worden vervolgens de uitstekende einden van de draden 53 afgesneden, en omgebogen voor het bevestigen van het elektronische onderdeel 17, zoals weergegeven in fig.4. Het verwijzingscijfer 265 10 duidt een aanslag aan, die de insteeklengte begrenst.
Bij het met een aantal elektronische onderdelen beladen van een printkaart en dergelijke, is het nodig de afstand tussen naburige elektronische onderdelen zoveel mogelijk te verkleinen teneinde de afmeting van het produkt te verkleinen. In een gebruike-15 lijke inrichting echter wordt de afstand tussen naburige elektro nische onderdelen betrekkelijk groot gemaakt teneinde belemmering te voorkomen van het samenstel voor het vasthouden en leiden van de draden door reeds ingestoken naburige elektronische onderdelen, en het gedurende het opheffen van het samenstel voor het vasthou-20 den en leiden van de draden na het insteken van een nieuw elektro nisch onderdeel, voorkomen van een belemmering van dit samenstel door het pas ingestoken elektronische onderdeel, alsmede de reeds ingestoken elektronische onderdelen. Dit is volledig het gevolg v an het feit, dat het samenstel voor het vasthouden en leiden van % 25 de draden een grote afmeting heeft, evenals een grote slag of een groot bewegingsbereik, en de verkleining van de afmeting van het produkt belemmert.
Bovendien heeft het samenstel voor het vasthouden en leiden van de draden een ingewikkelde constructie met twee paren vasthoud-30 delen.
Onder deze omstandigheden heeft de uitvinding als hoofddoel het opheffen van het hiervoor beschreven vraagstuk van de stand van de techniek door het verschaffen van een insteeksamenstel voor elektronische onderdelen, waarbij de constructie van het samenstel 35 voor het vasthouden en leiden van de draden is verkleind, evenals 80 0 1 0 68 * i - 3 - de afmeting en het bewegingsbereik van dit samenstel voor het voorkomen van onderlinge belemmering tussen het samenstel en de elektronische onderdelen gedurende het insteken en verwijderen daarvan voor het zodoende mogelijk maken van het met een grotere dicht-5 heid monteren van de elektronische onderdelen.
Hiervoor is overeenkomstig de uitvinding een insteeksamen-stel verschaft, waarbij een samenstel voor het vasthouden en leiden van de draden een leideel bevat, evenals een paar vasthouddelen, aangebracht aan weerszijden van,het leideel, welke vasthouddelen 10 draaibaar zijn ten opzichte van het leideel rond hartlijnen evenwij dig aan een lijn in het y-z-vlak voor het zodoende openen en sluiten daarvan.
Heer in het bijzonder verschaft de uitvinding een samenstel voor het automatisch in openingen in een printkaart steken van elek-15 tronische onderdelen met evenwijdige draden, welk samenstel een gestel omvat, evenals een samenstel voor het vasthouden en leiden van de draden en in de z-richting met betrekking tot het gestel beweegbaar gemonteerd, waarbij het samenstel voor het vasthouden en leiden van de draden is voorzien van een leideel, dat draaibaar 20 is gemonteerd rond een hartlijn, die zich uitstrekt in de x-rich- ting en beweegbaar is in de z-richting, en van twee vasthouddelen, aangebracht aan weerszijden van het leideel, waarbij de zijoppervlakken van het eindgedeelte van het leideel en de binnenoppervlak-ken van de vasthouddelen samenwerken voor het vormen van een ge-25 deelte voor het vasthouden van de draden van de elektronische onder delen, en de vasthouddelen draaibaar zijn gemonteerd rond hartlijnen, evenwijdig aan een lijn in het y-z-vlak met betrekking tot het leideel, zodat het gedeelte voor het vasthouden van de draden wordt geopend en gesloten door het draaien van de vasthouddelen.
30 De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de teke ning, waarin.'
Fig.l een bovenaanzicht is van de baanvormige drager voor elektronische onderdelen;
Fig.2 een elektronisch onderdeel toont in de toestand vlak 35 voor het insteken; 8Q0 1 0 68 * - 4 -
Fig.3 het elektronische onderdeel toont in de toestand na het instekenj
Fig.4 het elektronische onderdeel toont in de toestand na het bevestigen aan een printkaartj 5 Fig.5 een vooraanzicht is van een uitvoeringsvorm van het insteeksamenstel;
Fig.S een onderaanzicht is van het insteeksamenstel, waarbij het samenstel voor het vasthouden en leiden van draden is verwijderds 10 Fig.7 een zijaanzicht is van het insteeksamenstel volgens fig.5;
Fig.8 een doorsnede toont van het insteeksamenstel in het gedeelte daarvan rond een huls;
Fig.9 een onderaanzicht is van een onderste schuifsamenstel; 15 Fig.10 een zijaanzicht is van het samenstel voor het vast houden en leiden van de draden;
Fig.ll een doorsnede is volgens de lijn XI-XI in fig.13;
Fig.12 een doorsnede is volgens de lijn XII-XII in fig.13;
Fig.13 een doorsnede is volgens de lijn XIII-XIII in fig.10; 20 Fig.14 een doorsnede is volgens de lijn XIV-XIV in fig.10;
Fig.15 een vooraanzicht is;
Fig.16 een doorsnede is volgens de lijn XVI-XVI in fig.10;
Fig.17 een ruimtelijk aanzicht is van de vasthouddelen en de omgeving daarvan; 25 Fig.18 eveneens een ruimtelijk aanzicht is van de vasthoud delen en de omgeving daarvan; en
Fig.19 een aan fig.12 gelijke doorsnede is, waarbij de bedrijf sstand is weergegeven van een bedieningsstang.
Onder het thans verwijzen naar de fig.5 - 7 is een uitvoe- 30 ringsvorm van het onderhavige insteeksamenstel weergegeven. Het in steeksamenstel omvat een gestel 23, bevestigd aan een machinelichaam, en bevat een bovenste schuifsamenstelgedeelte 24 en een onderste schuifsamenstelgedeelte 25, welke gedeelten elk onafhankelijk worden gedragen en verschuifbaar zijn gemonteerd aan het gestel 23, verder 35 een samenstelgedeelte 21 voor het vasthouden en leiden van de dra- 800 1 0 68 I ΐ - 5 - den, welk samenstelgedeelte wordt gedragen door het onderste schuifsamenstelgedeelte 25 en draaibaar rond een verticale as daarvan is gemonteerd, en een drukstaafsamenstelgedeelte 26, dat wordt gedragen door het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24 en het samen-5 stelgedeelte 21 voor het vasthouden en leiden van de draden. Elk samenstelgedeelte van het verbeterde insteeksamenstel wordt hierna gedetailleerd ‘beschreven.
Het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24 wordt verschuifbaar gedragen langs een verticale leistang 28, gemonteerd aan het gestel 10 23. Een cilinder 27, bediend door het NC-programma, doet het boven ste schuifsamenstelgedeelte 24 verticaal bewegen langs de leistang 28. Een aantal nokorganen wordt als volgt gedragen door het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24. Een onderste schuifnok 29 kan de beweging bepalen van het onderste schuifsamenstelgedeelte 25. Een 15 nok 268 voor het openen en sluiten kan verticaal bewegen en buiten ste vasthouddelen 266, 266 en een binnenste leideel 267 van het samenstelgedeelte 21 voor het vasthouden en leiden van de draden, openen en sluiten. Een hulsnok 36 kan de beweging regelen van een huls 35, die deel uitmaakt van het drukstaafsamenstelgedeelte 26.
20 Een klauwnok 37 kan de klauwen 15 openen en sluiten. Een klampnok 39 kan de beweging regelen van een klamp 38 voor het vastklampen van het drukstaafsamenstelgedeelte 236, zoals weergegeven in fig.8. Bovendien is een nok 269 gemonteerd, die het samenstelgedeelte 21 voor het vasthouden en leiden van de draden, kan draaien.
25 Het onderste schuifsamenstelgedeelte 25 wordt gedragen door en is draaibaar aan het gestel 23, zodat een lichaam 45, weergegeven in de fig.5, 7 en 9, verschuift in verticale richting met betrekking tot het gestel 23. Zoals weergegeven in fig.9 wordt het samenstelgedeelte 21 voor het vasthouden en leiden van de draden, 30 draaibaar in het lichaam 45 gedragen op de plaats van een draaihuls 48 door legers 46 en 47. Een blok 49, aangebracht aan het samenstelgedeelte 21 voor het vasthouden en leiden van de draden, is gemonteerd aan het onderste einde van de draaihuls 48 voor het verankeren van de buitenste vasthouddelen 256, 266 en het binnenste lei-35 deel 267 voor het aan de draden 53 vasthouden van een elektronisch 800 1 0 68 - 6 - onderdeel 17. Een bedieningsstang 50 voor het tot stand brengen van een beweging van de buitenste vasthouddelen 266, 266 en het binnenste leideel 267, is verschuifbaar gemonteerd aan het blok 49 en zodoende beweegbaar in verticale richting.
5 Onder het thans verwijzen naar fig.5 wordt het onderste schuifsamenstelgedeelte 25 in verticale richting verplaatst door een rol 55, draaibaar gemonteerd aan het bovenste einde van een haakse hefboom 54, die door een pen 51 draaibaar is bevestigd aan het gestel 23. Het onderste einde van de haakse hefboom 54 is door 10 een verbindingsstang 56 draaibaar bevestigd aan het onderste schuifsamenstelgedeelte 25. De onderste schuifnok 29 wordt in verticale richting bewogen door.een beweging van het bovensts schuifsamenstelgedeelte 24, waardoor de rol 55 de onderste schuifnok 29 aangrijpt en de haakse hefboom 54 rechtsom wordt verplaatst en het 15 onderste schuifsamenstelgedeelte 25 omhoog wordt bewogen door de werking van de verbindingsstang 56.
De nok 29 is voorzien van een kort verticaal oppervlak 57, van een schuin convex oppervlak SS, van een lang verticaal opper--uM 59 dat zich verticaal uitstrekt, van een geleidelijk concaaf 2G hellend eindvlak 60 en van een bovenste verticaal oppervlak 61, dat zich naar boven uitstrekt vanaf het onderste einde van de nok 29. Wanneer derhalve de rol 55 langs het schuine oppervlak 60 loopt naar het midden van het gestel 23, wordt het onderste schuifsamenstelgedeelte 25 naar beneden bewogen. Het lichaam 45 van het onder-25 ste schuifsamenstelgedeelte 25 botst tegen een aanslagorgaan 92, gemonteerd aan het onderste einde van het gestel 23 voordat de rol 55 in aanraking valt met het platte gedeelte 61. De onderste schuif-nok 29 is een nok met een positieve beweging, voorzien van een groef, die elke zijde regelt van de rol 55. De onderste schuifnok 30 29 is gemonteerd aan het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24 en kan het door een terugstootkracht opspringen voorkomen van het onderste schuifsamenstelgedeelte 25, wanneer dit oploopt tegen het aanslagorgaan 92.
Onder het thans verwijzen naar het mechanisme voor het draai-35 en van de draaihuls 48, is een richtingsschakeldeel 271 door middel 800 1 0 68 t t - 7 - van een pen 272 zwaaifaaar bevestigd aan een steun 270, die op zijn beurt is bevestigd aan het gestel 23. Een bedieningshefboom 273 en een cilinder 274 zijn draaibaar bevestigd aan de richtings-schakelhefboom 271. De bedieningshefboom 273 en de cilinder 274 5 zijn draaibaar aan elkaar. De richtingsschakelhefboom 271 is te vens voorzien van een rol 275, die gewoonlijk tegen een draainok 269 wordt gedrukt door middel van een veer 276. De bedieningshefboom 273 draagt aan het andere einde daarvan een rol 277, die kan worden bewogen naar een stand 277' wanneer de cilinder 274 wordt - 10 uitgedrukt.
Het verwijzingscijfer 278 duidt een schuif aan, die voor een horizontale schuifbeweging wordt geleid, en altijd naar links wordt gedrukt door middel van een veer 279, zoals weergegeven in fig.5.
Zoals weergegeven in fig.9 is de schuif 278 bevestigd aan 15 een heugel 89, die op zijn beurt is gemonteerd voor een horizonta le schuifbeweging door een geleiding 90, gemonteerd aan het lichaam 45. De heugel kan aangrijpen in een rondsel 91 voor het draaien daarvan en zodoende draaien van de huls 48.
Thans wordt een uiteenzetting gegeven van de vasthoudwerking 20 van het samenstelgedeelte voor het vasthouden en leiden van de dra den. Zoals weergegeven in de fig.10 - 16 is een bedieningsstaaf 50 als een schuifdeel aangebracht tussen het blok 49 en een deksel 203 dat is bevestigd aan het blok, voor een vrij op en neer gaande schuifbeweging. Een L-vormige hefboom 204 is gevormd aan de boven-25 kant van de bedieningsstaaf 50, waarbij een T-vormig deel 280 is gevormd aan het onderste einde daarvan, zoals weergegeven in fig.15. Nokhefbomen 282 zijn draaibaar aan de twee einden van het T-vormige gedeelte 280 door mj-ddel van pennen 281. Elke nokhef boom 282 is voorzien van een nokkop 283, die aan een einde daarvan is gevormd. De 30 nokkop 283 ligt tegenover het nokoppervlak 284, gevormd aan het dek sel 203. De nokhefboom 282 is aan het andere einde daarvan voorzien van een drukbout 285, die werkzaam is als een raakorgaan. Een veer 286 en een kogel 287 vormen samen een palstopmechanisme voor de bedieningsstang 50.
35 Een hoofdgeleiding 290 is draaibaar bevestigd aan een steun 288 van de bedieningsstang 50 door middel van een pen 289. Een lei- 800 1 0 68 - a - deel 267 is gevormd aan het onderste einde van de hoofdgeleiding 290. Zoals is te zien in fig.18 is een kegelvormige lelgroef 292 voor het invoeren van een draad 53 van het elektrische onderdeel 17, gevormd in elk zijoppervlak van het leideel 267.
5 Een rol 294 wordt draaibaar gedragen door een tussengedeelte van de hoofdgeleiding 290 door middel van een pen 293. De rol 294 kan worden geleid door een nokgroef 296 van een nokplaat 295, die is bevestigd aan het blok 49. De nokgroef 296 is een verticale groef met een evenwijdig onderste gedeelte en een naar buiten gebo-10 gen bovenste gedeelte.
Twee vasthouddelen 266, 266 zijn aangebracht aan weerszijden van de geleiding 290. Elk vasthouddeel is door middel van een pen 297 en een veer 29Θ zodanig bevestigd, dat het leideel 267 daartussen wordt vastgeklemd. Het leideel 267 heeft een verticale 15 groef 299, die zodanig los een verticaal uitsteeksel 300 opneemt van het vasthouddeel 266, dat een onderling draaien magelijk is rond de z-hartlijn, maar niet rond de x-hartlijn.
Zoals weergegeven in fig.17 heeft het binnenzijoppervlak van de eindgedeelten van het vasthouddeel 266 een kegelvormige leigroef 20 301 en een vasthoudgroef 302. De vasthoudgroef 302 en een plat op pervlak 303 van het leideel 267 tegenover de vasthoudgroef 303 vormen samen een vasthoud- en lei-samenstel voor het op de in fig. 16 weergegeven wijze opnemen van een draad 53. De draad 53 wordt door dit vasthoud- en lei-samenstel vastgehouden door de kracht 25 van de veer 298, waarbij een hoek 304 werkt als een draaipunt.
Het andere einde van het vasthouddeel 266 is verlengd en heeft een hefboom 305, die tegenover de drukbout 285 ligt van de nokhefboom 282.
De hoofdgeleiding 290 en de bedieningsstang 50 worden altijd 30 naar elkaar gedrukt door middel van een daartussen geplaatste veer 306.
De groef 299, het uitsteeksel 300 en de hoek 304 zijn niet noodzakelijkerwijs verticaal. D.w.z., dat zij schuin kunnen staan of horizontaal zijn, vooropgesteld dat zij evenwijdig zijn aan een 35 lijn in het y-z-vlak. Meer in het bijzonder kan voor dit doel een 80 0 1 0 68 * * - 9 - willekeurige constructie worden gebruikt, die een draaipunt behoudt voor het openen van het vasthoud- en lei-samenstel wanneer de hefboom wordt weggedrukt door de hefboom 305, en het vasthouddeel 266 beperkt tot het draaien rond de x-hartlijn met betrekking tot het 5 leideel 267.
Het uitsteeksel 300 kan dus een grotere hoogte hebben dan de diepte is van de groef 299, zodat het einde van het uitsteeksel 300 het draaipunt vormt.
Een gelijkmatige beweging wordt verzekerd indien het einde 10 van het uitsteeksel 300 en de groef 299 zijn voorzien van een cir kelvormige dwarsdoorsnede.
Onder het thans verwijzen naar fig.5 wordt het mechanisme beschreven voor het openen en sluiten van de buitenste vasthoud-delen 266, 266. Het binnenste leideel 267 en de buitenste vasthoud-15 delen 266, 266 worden op de volgende wijze verplaatst door een be weging van het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24. Een rol 216 is draaibaar gemonteerd aan een verbindingsdeel 215, dat door een pen 214 draaibaar is gemonteerd aan het gestel 23. Wanneer het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24 naar beneden wordt bewogen, loopt 20 een schuin eindvlak 217 van de nok 34 voor het openen en sluiten, op tegen de rol 216 bij het onderste punt van de verticale beweging van het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24, waarbij het verbindingsdeel 215 rechtsom draait rond de hartlijn van de pen 214.
Een stang 218, draaibaar verbonden met het verbindingsdeel 215, 25 is draaibaar verbonden met een hefboom 219, die draaibaar is gemon teerd aan het gestel 23. Het andere einde van de hefboom 219 is draaibaar verbonden met een raakorgaan 221 door een verbindingsdeel 220. Het raakorgaan 221 kan verticaal verschuiven rond een geleiding 222. Het raakorgaan 221 bevat een bovenste gedeelte 223 en 30 een onderste gedeelte 224, zoals weergegeven in fig.10.
Het drukstaafsamenstelgedeelte 26, weergegeven in fig.8, bevat een bovenste drukstaafsamenstelgedeelte en een onderste drukstaafsamenstelgedeelte. Het bovenste drukstaafsamenstelgedeelte bevat de huls 35, die verschuifbaar wordt gedragen door het bo-35 venste schuifsamenstelgedeelte 24, verder een bovenste drukstaaf 80 0 1 0 68 - 10 - 225, verschuifbaar gemonteerd in de huls 35 door middel van een leger, een aanslagplaat 226, bevestigd aan de bovenkant van de huls 35, en een koppeling 227, gemonteerd aan het onderste einde van de bovenste drukstaaf 225. Een veer 228, die rond de bovenste 5 drukstaaf 225 is gemonteerd voor het verschaffen van een neerwaart se drukkracht op de koppeling 227, is aangebracht tussen de huls 35 en de koppeling 227. Een klamp 38, draaibaar bevestigd dooreen pen 233 en een leger 229, is bevestigd aan de huls 35. De klamp 38 heeft een rol 234, die draaibaar is gemonteerd aan het bovenste ge-10 deelte daarvan, en een veer 235, geplaatst in een groef in de klamp 38 en een groef, gevormd in het bovenste gedeelte van de huls 35 voor het vastklemmen en vrijgeven van een schroefdraadge-deelte 236 van de bovenste drukstaaf 225. De verticale beweging van de huls 35 wordt geleid door een drukorgaan 237, gemonteerd 15 aan het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24, zoals weergegeven.
Onder het thans verwijzen naar de fig.9 en 12 bevat het onderste drukstaafsamenstelgedeelte een onderste drukstaaf 238, voorzien van een drukkop 239 aan het onderste uiteinde daarvan. Een flens 240, aangebracht in een groef, gevormd in het binnenopper-20 vlak van de koppeling 227, draagt de onderste drukstaaf 238, die twee aanslagplaten 241 en 242 heeft , bevestigd aan de bovenkant daarvan door een schroef 243. De onderste drukstaaf 238 wordt verschuifbaar in het blok 49 gedragen door een leger 244, zodat de staaf verticaal in het blók 49 kan schuiven. Een concave verdieping 25 245 is gevormd in de drukkop 239, zodat deze in lijn kan worden gebracht met een elektronisch element 64 van een elektronisch onderdeel 17, wanneer dit wordt vastgehouden in het samenstelgedeelte 21 voor het vasthouden en leiden. De onderste drukstaaf 238 is draaibaar in samenwerking met de draaihuls 248, welk draaien wordt 30 opgeheven door de koppeling 227 en niet overgebracht naar de boven ste drukstaaf 225.
Onder het thans verwijzen naar de fig.7 en 8 wordt het mechanisme beschreven voor het in verticale richting verplaatsen van het drukstaafsamenstelgedeelte 26. De hulsnok 36, bevestigd aan het 35 bovenste schuifsamenstelgedeelte 24, is voorzien van een onderste, 80 0 1 0 68 ♦ * - 11 - verticaal, plat oppervlak 246, verder van een schuin oppervlak 247, van een bovenste plat oppervlak 248 en van bovenste schuine oppervlakken 249 en 250 vanaf het onderste einde van de hulsnok 36. Een rol 251 voor het volgen van de oppervlakken van de hulsnok 36 is 5 gemonteerd aan de bovenste arm van de haakse hefboom 254, die door een pen 253 draaibaar wordt gedragen door een leger 252, dat is bevestigd aan het gestel 23. De onderste arm van de haakse hefboom 254 is voorzien van een U-vormige groef 255, waarin een pen 256 aangrijpt, die is gemonteerd aan de huls 35, zodat deze verticaal 10 wordt verplaatst in samenwerking met een beweging van de rol 251 langs de oppervlakken van de hulsnok 36. Wanneer de elementen zich in de in fig.fl weergegeven stand bevinden, grijpt de rol 234 van de klamp 38 de klampnok 39 aan, waarbij het bovenste einde van de klamp 38 is losgemaakt van het schroëfdraadgedeelte 236 van de bo-15 venste drukstang 225. Dienovereenkomstig wordt een beweging van de haakse hefboom 254 overgebracht naar de koppeling 227 door de drukwerking van de veer 228. Een onderlinge beweging tussen het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24 en de huls 35 vindt echter alleen plaats wanneer de klampnok 39, die is bevestigd aan het bovenste 20 schuifsamenstelgedeelte 24, loskomt van de rol 234. De klamp 38 ligt aan tegen de bovenste drukstaaf 225, waarbij een beweging van de haakse hefboom 254 in zijn geheel direct wordt overgebracht naar de koppeling 227 zonder de drukveer 228. Aangezien de flens 240, die een geheel vormt met de koppeling 227, niet is bevestigd 25 aan de aanslagplaat 241, kunnen de bovenste drukstaaf 225 en de on derste drukstaaf 238 onderling bewegen over een afstand, die overeenkomt, met de speling tussen het bovenste einde van de groef 243 en de koppeling 227. Een beweging van de haakse hefboom 254 wordt stilgezet door een eindschakelaar (niet weergegeven), voordat de 30 rol 251 aankomt in het onderste punt van de beweging langs het schuine oppervlak 253. De nauwkeurige plaats voor het stilzetten van de haakse hefboom 254 wordt bepaald door de afstand, waarover het elektronische onderdeel 17 in de printkaart 19 wordt gestoken.
Het oppervlak van het gedeelte 236 behoeft niet te zijn voor-35 zien van schroefdraad. Indien de oppervlaktetoestand van dit opper- 80 0 1 0 68 - 12 - vlak op passende wijze zodanig wordt gekozen, dat een aangepaste wrijvingscoëfficiënt met betrekking tot de door de klamp 3Θ uitgeoefende vastklemkracht wordt verkregen tussen het einde van de klamp 3Θ en het met het schroefdraadgedeelte 236 overeenkomende 5 gedeelte, wordt het elektronische onderdeel beschermd tegen het breken als gevolg van de overbelasting, veroorzaakt door een bovenmatige insteekbeweging, zoals in het geval van het insteken van een elektronisch onderdeel met een grote hoogte, omdat een dergelijke overbelasting met voordeel wordt geabsorbeerd door een 10 schuifbeweging, die bij het wrijvingsgedeelte plaats vindt.
Zoals weergegeven in fig.7 is de klauwnok 37, gemonteerd aan het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24, voorzien van een onderste verticaal oppervlak 257, verder van een onderste schuin -oppervlak 258, van een bovenste schuin oppervlak 259 en van een 15 bovenste verticaal oppervlak 260 vanaf het onderste einde, waarbij deze nok is aangebracht voor het mogelijk maken van een beweging daarop door een rol 261. De rol 261 is draaibaar gemonteerd aan een hefboom 263, die door een pen 262 draaibaar wordt gedragen door het gestel 23. Wanneer de rol 261 op het oppervlak 258 van 20 de klauwnok 37 loopt, draait de hefboom 263 rond de pen 262, waar bij de hefboom linksom wordt gedraaid, waardoor een aan het onderste einde van de hefboom 263 gemonteerd raakorgaan 264 tot aanlig-ging wordt gebracht tegen een rol 73 van de klauw 15 voor het zodoende openen van de beweegbare klauw 52 en vaste klauw 67. Deze 25 beweging maakt het elektronische onderdeel 17 los uit de klauw 15, die dan wordt verplaatst door het draaien van de draaibare klauw-houder 14.
Thans wordt de bediening beschreven van de machine, voorzien van het onderhavige inzetsamenstel. Qnder verwijzing naar fig.7 30 is weergegeven, dat het elektronische onderdeel 17 is aangegrepen door de beweegbare klauw 52, waarbij de vaste klauw 67 van de klauw 15 naar een loslaatstand is gebracht door een beweging van de draaischijf 14. In aanspreking op een signaal van het NC-program-ma, wordt de cilinder 27 bediend voor het met een gelijkblijvende 35 snelheid naar beneden bewegen van het bovenste schuifsamenstelge- 800 1 0 68 - 13 - deelte 24. Gedurende deze neerwaartse beweging voeren de betrokken delen de volgende handelingen uit door de werking van de verschillende nokken, gemonteerd aan het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24.
5 In eerste instantie loopt de rol 251 op het schuine opper vlak 247 van de hulsnok 36, waarbij de huls 35 naar beneden wordt bewogen wanneer de haakse hefboom 254 draait rond de pen 253. De hoek van het schuine oppervlak 247 is vooraf zodanig bepaald, dat de huls 35 met dezelfde snelheid beweegt als het bovenste 10 schuifsamenstelgedeelte 24. Er vindt geen onderlinge beweging plaats tussen de klampnok 39 en de rol 234, waarbij de klamp 3Θ in de in fig.3 weergegeven stand blijft, en geen vastklemmen plaats vindt van de bovenste drukstaaf 225. Wanneer de haakse hefboom 254 de huls 35 naar beneden drukt, worden de bovenste drukstaaf 225 15 en de aanslagplaat 226 naar beneden bewogen door de grijpwerking van de huls 35, waardoor de veer 228 samen met de huls 35 naar beneden wordt bewogen. De onderste drukstaaf 238, die aan de flens 240 is opgehangen door de aanslagplaat 241, wordt door de zwaartekracht naar beneden bewogen en door de neerwaartse beweging van de 20 bovenste drukstaaf 225.
Het onderste schuifsamenstelgedeelte 25 beweegt naar boven door de werking van de rol 55, de haakse hefboom 54 en de verbin-dingsstang 56 wanneer de rol 55 het convexe oppervlak 58 aangrijpt van de onderste schuifnok 29. De buitenste vasthouddelen 266, 266 25 en het binnenste leideel 267 bewegen naar boven in antwoord op een beweging van de haakse hefboom 54. De draden 53 van een elektronisch onderdeel 17 worden in de leigroeven 292 en 301 geleid en daarin vastgehouden en aangegrepen tussen de vasthoudgroeven 302 en de platte oppervlakken 303.
30 Tegelijkertijd wordt de huls 35 verder naar beneden ver plaatst, waarbij de drukkop 239 van de onderste drukstaaf 238 oploopt tegen de bovenkant van het elektronische element 64 van het elektronische onderdeel 17. Wanneer de haakse hefboom 254 wordt gedraaid voor het naar beneden bewegen van de huls 35, wordt de onder-35 ste drukstaaf 238 niet verder naar beneden bewogen omdat deze op- 80 0 1 0 68 - 14 - loopt tegen de bovenkant van het elektronische onderdeel 17. Wanneer echter de koppeling 227 naar beneden wordt bewogen totdat deze oploopt tegen de schroef 243, drukt de huls 35 naar beneden op de onderste drukstaaf 238 door de werking van de veer 228. Wanneer 5 de huls 235 verder naar beneden wordt bewogen, wordt de veer 228 samengedrukt, waarbij een met deze samendrukking overeenkomende dfcukkracht wordt geplaatst op de bovenkant van het elektronische onderdeel 17. Wanneer de huls 35 verder naar beneden wordt gebogen, komt de rol 251 aan bij het platte oppervlak 248, waardoor de bewe-10 ging van de huls 35 ophoudt.
Het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24 beweegt verder naar beneden waardoor de klampnok 39 wordt gescheiden van de rol 234, en de klamp 38 de bovenste drukstaafr225 vastklemt als gevolg van de drukkracht van de veer 235. Dienovereenkomstig is een beweging 15 van de huls 35 geïntegreerd met de bovenste drukstaaf 225, waarbij de veer 228 in een samengedrukte toestand wordt gehouden met de inwendige drukkracht op het elektronische onderdeel 17, vastgegrepen tussen de beweegbare klauw 52 en vaste klauw 67 van de klauw 15 en de drukkop 239.
20 Zelfs wanneer het in te steken elektronische onderdeel 17 in soort wordt veranderd en de insteekhoogte wordt veranderd, blijken duidelijk de voordelen van dit insteeksamenstel. De plaats van het verticale oppervlak 248 van de hulsnok 36, welk oppervlak de stilstandplaats bepaalt van de huls 35, behoeft zelfs niet te wor-25 den veranderd wanneer een langer elektronisch onderdeel in aanra king valt met de drukkop 239 op een eerdere plaats. Dit doet de veer 228 in grotere mate meegeven en een grotere drukkracht uitoefenen. Aan de andere kant kan een veer 228 met een kleinere samen-druksterkte, worden gekozen. Het is mogelijk een passende veer-30 kracht te kiezen voor elke soort elektronische onderdelen en zodoen de beschadiging daarvan voorkomen ongeacht de in te steken soort.
De nauwkeurige plaats van het verticale oppervlak 248 wordt zodanig gekozen, dat wanneer een elektronisch onderdeel met een kleinere hoogte wordt gekozen, de neerwaartse beweging van de huls 35 na een 35 enigszins meegeven van de veer 228 wordt stilgezet.
80 0 1 0 68 - 15 -
In hoofdzaak gelijktijdig met de voornoemde neerwaartse beweging van het bovenste schuifsamenstelgedeelte 24, wordt de hefboom 263 linksom verplaatst door het lopen van de rol 261 langs het schuine oppervlak 258 van de klauwnok 37. Wanneer de hefboom 5 263 wordt verplaatst, loopt het raakorgaan 264 op tegen de rol 73, waardoor de beweegbare klauw 52 en de vaste klauw 67 worden geopend. Tegelijkertijd wordt de drukkracht, uitgeoefend op het elektronische onderdeel 17 door de veer 228, opgeheven, waarbij de veer terugkeert naar de ontspannen stand daarvan. De klauw 15 wordt terug-10 getrokken naar achteren, waarbij een elektronisch onderdeel 17 wordt geleverd aan de insteekplaats, vastgegrepen door de buitenste en binnenste vasthoud- en leidelen 266, 266 en 267. Het raakorgaan 264 keert terug naar de uitgangsstand daarvan door de werking van de rol 261, die loopt langs het schuine oppervlak 259 van de klauwnok 15 237. Dit onmiddellijk terugkeren is nodig, zodat er speling bestaat tussen het raakorgaan 264 en de rol 73 wanneer de draaibare klauw-houder 14 wordt gedraaid.
Voor het draaien van het samenstelgedeelte 21 voor het vasthouden en leiden van de draden, rond de verticale hartlijn, wordt 20 de cilinder 274 bekrachtigd voor het bewegen van de rol 277 naar de stand 277’ dichter bij de schuif 278. Als gevolg hiervan drukt de rol 277' door de werking van de draainok 269 of indien de draai-nok 269 in bedrijf is gesteld, door de werking van de cilinder 274, tegen de schuif 278 voor het draaien van de draaihuls 48 door 25 de werking van de heugel 89 en het samenwerkende rondsel 91.
Wanneer de huls 35 verder naar beneden wordt gebogen, wordt ook het onderste schuifsamenstelgedeelte 25 naar beneden bewogen als gevolg van het langs het bovenste schuine oppervlak 249 van de hulsnok 36 lopen van de rol 251. Wanneer de rol 216 langs het schui-30 ne oppervlak 60 van de onderste schuifnok 29 loopt, worden de druk- kop 239 en de buitenste vasthouddelen 266, 266 en het binnenste lei-deel 267 naar beneden bewogen, waarbij dezelfde onderlinge afstand wordt aangehouden, en het elektronische onderdeel 17 wordt aangegrepen tussen de delen 266, 266 en 267.
35 Vlak voordat de onderste eindvlakken van de buitenste vast- 80 0 1 0 68 - 16 - houddelen 266, 266 en het binnenste leideel 267 in aanraking vallen met de printplaat 19, loopt het onderste schuifsamenstelgedeelte 25 op tegen een aanslagorgaan 92, waardoor de neerwaartse beweging daarvan ophoudt. Op dat moment heeft de rol 55 het verticale opper-5 vlak 61 van de onderste schuifnok 29 niet bereikt, en wordt een bepaalde speling gehandhaafd. Wanneer het onderste schuifsamenstelgedeelte 25 oploopt tegen het aanslagorgaan 92, bestaat er een natuurlijke neiging tot opveren, hetgeen echter wordt voorkomen door de groef van de onderste schuifnok 29.
10 Wanneer de huls 35 verder naar beneden wordt bewogen, wordt het elektronische onderdeel 17 neergedrukt door de drukkop 239, waarbij het tussen de vasthoudgroef 302 en het platte oppervlak 303 in schuift. Als gevolg hiervan worden de einden van de draden 53 in de openingen 19' gestoken van de printkaart 19. Wanneer de 15 drukkop 239 verder naar beneden drukt op het elektronische onderdeel 17, worden de draden 53 verder naar beneden gedrukt, waarbij zij zijn gebogen in de in fig.3 weergegeven gedaante voor het vormen van een aanslaggedeelte 265. Op het moment, dat het aanslaggedeelte 265 oploopt tegen de printplaat 19, zet de beweging van de haakse 20 hefboom 254 door de werking van een eindschakelaar (niet weergege ven) de neerwaartse beweging van de drukkop 239 stil. Overmaat gedeelten van de draden 53 worden afgesneden, waarbij het buigen van de afgesneden eindgedeelten wordt uitgevoerd vanaf het achteropper-vlak van de printplaat 19 door het snij- en buigmechanisme Cniet 25 weergegeven). De draden 53 van het elektronische onderdeel 17 zijn dan vastgezet aan de printplaat 19, zoals weergegeven in fig.4.
Wanneer de draden 53 in de openingen 19 * van de printplaat 19 worden gestoken, loopt de rol 216 langs het schuine oppervlak 217 van de nok 34 voor het openen en sluiten, waardoor het raak-30 orgaan 221 naar boven beweegt. Zoals weergegeven in fig.19 wordt het hefboomgedeelte 204 van de bedieningsstang 50 opgeheven door het onderste gedeelte 224 van het raakorgaan 221.
Tijdens de eerste fase van de ophefslag van de bedieningsstang 50 wordt de hoofdgeleiding 290 gelijktijdig opgeheven door 35 middel van de pen 289. De hoofdgeleiding 290 wordt echter niet ge- 80 0 1 0 68 - 17 - kanteld, omdat de rol 294 zich nog in het verticale rechtlijnige gedeelte bevindt van de nokgroef 296, zodat het leideel 267 en de vasthouddelen 266 verticaal naar boven bewegen. Zoals aan de hand van fig.15 duidelijk is, loopt tegelijkertijd de nokkop 283 van 5 de nokhefboom 282 aan tegen het tapse nokoppervlak 284, zodat de drukbout 285 de hefboom 305 neerdrukt. Als gevolg hiervan worden de vasthouddelen 266 bewogen, zoals aangegeven bij 266’, voor het vrijmaken van de draden 53.
Een verder opheffen van de bedieningsstang 50 brengt het 10 opheffen tot stand van de hoofdgeleiding 290. Wanneer dan de rol 294 in het gebogen gedeelte komt van de nokgroef 296 begint de hoofdgeleiding 290 achteruit te gaan, waarbij de einden van de vasthouddelen 266' en het leideel 267 terug beginnen te bewegen.
In deze toestand kunnen de vasthouddelen 266’ en het leideel 267 15 worden teruggetrokken zonder te worden belemmerd door de elektro nische onderdelen 17, omdat de vasthouddelen zich in de geopende toestand bevinden.
Fig.19 toont de bedieningsstang 50 in de hoogste stand van de slag daarvan. Daarna begint het samenstelgedeelte 21 voor het 20 vasthouden en leiden van de draden als geheel omhoog te bewegen.
Voor wat betreft de belemmering door de reeds gemonteerde elektronische onderdelen, ondervindt onder verwijzing naar fig.16 het leideel 267 noch ondervinden de vasthouddelen 266, 266’ hinder van de elektronische onderdelen 17a, opgesteld in de y-richting, 25 zodat de elektronische onderdelen 17a met een minimum steek kunnen zijn aangebracht, welke steek uitsluitend en alleen nodig is als gevolg van het elektronische onderdeel zelf. Voor wat betreft de elektronische onderdelen 17b, aangebracht in de y-richting, is het nodig een speling b te handhaven tussen deze onderdelen 17b en 30 de vasthouddelen 286' in de geopende toestand. De speling b’ kan echter voldoende klein worden gehouden, omdat de openende slag van de vasthouddelen 266 uiterst klein is. Het is voor deskundigen duidelijk, dat een slag, die even klein is als de diameter van de draad 53,voldoende is voor het vrijmaken van de draden 53.
35 Het is derhalve mogelijk de elektronische onderdelen dicht 800 1 0 68 - 18 - te monteren en derhalve de afmeting van het produkt als geheel te verKleinen.
Door het toepassen van het onderhavige inzetsamenstel Runnen derhalve niet alleen platte eleRtronische onderdelen , zoals 5 Reramische condensatoren, maar ooR verschillende cilindrische en prismatische eleRtronische elementen door de onderhavige, automatisch werRzame machine worden ingestoRen. Verschillende eleRtronische onderdelen, zoals chemische condensatoren, Mylar-condensato-ren, differentieerspoelen en weerstanden gemaRRelijR en automatisch 10 worden gestoRen in printplaten.
Indien onder het thans verwijzen naar fig.3, de hoogte h^ vanaf het einde van de draad 53 tot het onderste einde van het aan-slaggedeelte 265, gelij Rblijvend wordt gehouden, wordt de slag, nodig voor het in de plaat 19 steRen van de draad 53, niet veranderd. 15 Wanneer dienovereenkomstig. verschillende eleRtronische onderdelen, die in hoogte h2 vanaf het onderste einde van het aanslaggedeelte 265 tot de bovenRant van het element 64 verschillen, worden ingestoRen, wordt slechts een Rleine druRRracht, uitgeoefend door de zachte veer 228, veranderd, waarbij het insteRen niet wordt bein-20 vloed door de Rracht van de veer 228, en eleRtronische onderdelen die in hoogte h2 verschillen, met dezelfde Rracht Runnen worden ingestoRen. Omdat verder het insteRen van de draad 53 wordt begrensd d oor de eindschaRelaar op het moment-, dat het onderste einde van het aanslagorgaan 265 oploopt tegen de printplaat 19, wordt geen 25 grotere Rracht geplaatst op het eleRtronische onderdeel 17, zodat beschadiging daarvan wordt voorRomen. Wanneer verschillende eleRtronische onderdelen, die in afmeting verschillen, worden ingestoRen, behoeven bovendien geen aanpassingen te worden aangebracht aan de betroRken ingestoken elektronische onderdelen. Derhalve kan het 30 automatisch insteken van verschillende soorten elektronische onder delen gemakkelijk tot stand worden gebracht.
Overeenkomstig de uitvinding is verder de afmeting van het samenstel zelf voor het vasthouden en leiden van de draden, alsmede van de openende slag daarvan, verkleind voor het voorRomen van be-35 lemmering door de reeds gemonteerde eleRtronische onderdelen tenein- 80 0 1 0 88 - 19 - de het insteken mogelijk te maken met een grotere dichtheid voor het zodoende verkleinen van de afmeting van het produkt, zoals een printplaat. Tegelijkertijd vindt het onderhavige insteeksamenstel een wijd verbreid gebruik, omdat het een grotere verscheidenheid 5 elektronische onderdelen kan verwerken. Bovendien is de constructie van het samenstel voor het vasthouden en leiden van de draden vereenvoudigd, omdat het slechts een leideel omvat. De uitvinding verschaft dus een zeer doeltreffend en betrouwbaar insteeksamenstel, dat een gemakkelijker automatiseren mogelijk maakt van het inste-10 ken. Het is voor deskundigen duidelijk, dat het onderhavige insteeksamenstel in grote mate bijdraagt aan verbeteringen in zowel de praktische toepassing als de produktie.
8 0 0 1 0 68

Claims (1)

  1. - 20 - Samenstel voor het automatisch in openingen in een print-Kaart steken van elektronische onderdelen met evenwijdige draden, gekenmerkt door een gestel, en door een samenstel voor het vasthouden en leiden van de draden, welk samenstel· in de z-richting met 5 betrekking tot het gestel beweegbaar wordt gedragen, waarbij het een leideel bevat, dat draaibaar is rond een hartlijn, die zich uitstrekt in de x-richting, en beweegbaar in de z-richting, en een paar vasthouddelen, aangebracht aan weerszijden van het leideel, waarbij de zijoppervlakken van het eindgedeelte van het leideel 10 en het binnenzijoppervlak van het bijbehorende vasthouddeel samen een gedeelte vormen voor het vasthouden en leiden van een draad, en de vasthouddelen draaibaar rond hartlijnen evenwijdig aan een lijn in het y-z-vlak en ten opzichte van het leideel worden gedragen, waardoor de gedeelten voor het vasthouden en leiden van de 15 draden kunnen worden geopend en gesloten wanneer de vasthouddelen worden gedraaid. 80 0 1 0 68
NLAANVRAGE8001068,A 1979-02-21 1980-02-21 Inrichting voor het automatisch insteken van elektronische onderdelen in een gedrukte schakeling. NL178215C (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP1948879 1979-02-21
JP54019488A JPS589595B2 (ja) 1979-02-21 1979-02-21 電子部品の插入機構

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8001068A true NL8001068A (nl) 1980-08-25
NL178215B NL178215B (nl) 1985-09-02
NL178215C NL178215C (nl) 1986-02-03

Family

ID=12000733

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NLAANVRAGE8001068,A NL178215C (nl) 1979-02-21 1980-02-21 Inrichting voor het automatisch insteken van elektronische onderdelen in een gedrukte schakeling.

Country Status (6)

Country Link
US (1) US4320574A (nl)
JP (1) JPS589595B2 (nl)
DE (1) DE3006368C2 (nl)
FR (1) FR2450032A1 (nl)
GB (1) GB2046141B (nl)
NL (1) NL178215C (nl)

Families Citing this family (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4422232A (en) * 1980-11-05 1983-12-27 Usm Corporation Electronic component insertion machine
JPS57102094A (en) * 1980-12-17 1982-06-24 Matsushita Electric Industrial Co Ltd Device for mounting leadless electric part
JPS6336720Y2 (nl) * 1981-01-27 1988-09-28
JPS5853889A (ja) * 1981-09-25 1983-03-30 松下電器産業株式会社 電子部品挾持装置
US4507862A (en) * 1983-02-28 1985-04-02 Universal Instruments Corporation Method and apparatus for high speed transfer and insertion of electrical components
JPH0333114Y2 (nl) * 1984-09-20 1991-07-12
US4860439A (en) * 1988-10-25 1989-08-29 Riley Bryan R Universal alignment fixture
JP3387881B2 (ja) 1999-03-17 2003-03-17 ティーディーケイ株式会社 電子部品挿入ヘッドおよび電子部品挿入装置
CN114905271B (zh) * 2021-02-08 2024-03-22 宾科精密部件(中国)有限公司 一种滚轮组件的安装方法

Family Cites Families (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3777350A (en) * 1971-07-26 1973-12-11 Matsushita Electric Industrial Co Ltd Component mounting apparatus
JPS51115655A (en) * 1975-04-02 1976-10-12 Tdk Electronics Co Ltd Device for inserting printed substrate for electric parts
DE2744552C3 (de) * 1976-10-06 1981-09-24 Tokyo Denki Kagaku Kogyo K.K., Tokyo Maschine zum automatischen Einsetzen von elektronischen Bauelementen mit einseitig parallel abstehenden Anschlußdrähten
US4196513A (en) * 1977-05-26 1980-04-08 Tokyo Denki Kagaku Kogyo Kabushiki Kaisha Machine for automatically inserting parallel lead electronic components into a printed circuit board

Also Published As

Publication number Publication date
JPS55113397A (en) 1980-09-01
FR2450032B1 (nl) 1984-07-06
DE3006368C2 (de) 1985-03-14
NL178215B (nl) 1985-09-02
GB2046141B (en) 1982-09-22
US4320574A (en) 1982-03-23
JPS589595B2 (ja) 1983-02-22
NL178215C (nl) 1986-02-03
FR2450032A1 (fr) 1980-09-19
GB2046141A (en) 1980-11-12
DE3006368A1 (de) 1980-09-04

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4237677A (en) Switching apparatus for the lowering and pivoting rails of a carton filling machine
US4196513A (en) Machine for automatically inserting parallel lead electronic components into a printed circuit board
NL8001068A (nl) Samenstel voor het automatisch in openingen in een printkaart steken van elektronische onderdelen met evenwijdige draden.
JPS61168299A (ja) プリント基板搬送位置決め装置
JPS62597B2 (nl)
US4728097A (en) Adjustable gripper arm
US4294000A (en) Machine for inserting electronic components
US4487406A (en) Cassette type apparatus for feeding papers
CN216373497U (zh) 包装盒开口定位装置
CA1062893A (en) Inserting assembly for automatically inserting parallel lead electronic components into openings in a printed circuit board
US4027591A (en) Apparatus for positioning a pad or book of sheets on the work table of printing apparatus
JPH0752125Y2 (ja) リール支持装置
KR810002090B1 (ko) 전자부품의 삽입기구
JPH0241907Y2 (nl)
JPS61238633A (ja) ペ−パ−検知装置
DE69933743T2 (de) Magnetaufzeichnungs- und wiedergabegerät
JPS6346202Y2 (nl)
US2869128A (en) Device for inserting l-shaped terminals into printed circuit boards
US5218404A (en) Lens shift device for a photographic printer
JPS6181338A (ja) 自動給紙装置
JPH02188328A (ja) 基板押出装置
JPS6024310Y2 (ja) ミシンの糸通し装置
JPH0649323Y2 (ja) メタル排除用シャッタ
JPS6133434A (ja) 給紙装置
JPS63302600A (ja) 端子挿入装置

Legal Events

Date Code Title Description
A1A A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
DNT Communications of changes of names of applicants whose applications have been laid open to public inspection

Free format text: TDK CORPORATION

A85 Still pending on 85-01-01
V4 Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent

Free format text: 20000221