[go: up one dir, main page]

BE1025117A1 - Werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen - Google Patents

Werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen Download PDF

Info

Publication number
BE1025117A1
BE1025117A1 BE20175239A BE201705239A BE1025117A1 BE 1025117 A1 BE1025117 A1 BE 1025117A1 BE 20175239 A BE20175239 A BE 20175239A BE 201705239 A BE201705239 A BE 201705239A BE 1025117 A1 BE1025117 A1 BE 1025117A1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
cultivation
cell
cells
cultivation cell
harvesting
Prior art date
Application number
BE20175239A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1025117B1 (nl
Inventor
Pierre Delbeke
Paul Delbeke
Original Assignee
Delfort Comm V
Pd Consult Comm V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority to BE2017/5239A priority Critical patent/BE1025117B1/nl
Application filed by Delfort Comm V, Pd Consult Comm V filed Critical Delfort Comm V
Priority to HUE18720778A priority patent/HUE066418T2/hu
Priority to ES18720778T priority patent/ES2973254T3/es
Priority to RU2019135058A priority patent/RU2755729C2/ru
Priority to BR112019020800-3A priority patent/BR112019020800B1/pt
Priority to CN201880034752.6A priority patent/CN110662419B/zh
Priority to IL269500A priority patent/IL269500B2/en
Priority to EP18720778.2A priority patent/EP3606331B1/en
Priority to CA3057003A priority patent/CA3057003C/en
Priority to AU2018249772A priority patent/AU2018249772B2/en
Priority to PCT/IB2018/052276 priority patent/WO2018185644A1/en
Priority to US16/603,477 priority patent/US20200037518A1/en
Priority to PL18720778.2T priority patent/PL3606331T3/pl
Publication of BE1025117A1 publication Critical patent/BE1025117A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1025117B1 publication Critical patent/BE1025117B1/nl
Priority to CL2019002737A priority patent/CL2019002737A1/es

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G18/00Cultivation of mushrooms
    • A01G18/60Cultivation rooms; Equipment therefor
    • A01G18/64Cultivation containers; Lids therefor
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G18/00Cultivation of mushrooms
    • A01G18/20Culture media, e.g. compost
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G18/00Cultivation of mushrooms
    • A01G18/60Cultivation rooms; Equipment therefor
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G18/00Cultivation of mushrooms
    • A01G18/60Cultivation rooms; Equipment therefor
    • A01G18/62Racks; Trays
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G18/00Cultivation of mushrooms
    • A01G18/60Cultivation rooms; Equipment therefor
    • A01G18/69Arrangements for managing the environment, e.g. sprinklers
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G18/00Cultivation of mushrooms
    • A01G18/70Harvesting

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Mycology (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Mushroom Cultivation (AREA)
  • Micro-Organisms Or Cultivation Processes Thereof (AREA)

Abstract

Werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen op een bedrijfssite, waarbij een teelt gebeurt volgens een teeltcyclus die opeenvolgend omvat, één of meerdere voorbereidende fases en twee of meerdere oogstfases, en waarbij de site minstens een set teeltcellen (4) omvat, waarbij deze set (4) een eerste teeltcel (1), een tweede teeltcel (2) en een derde teeltcel (3) omvat en de teeltcyclus over deze minstens drie teeltcellen (1, 2, 3) gespreid wordt door de teelt te verplaatsen van de eerste teeltcel (1), waarin minstens één voorbereidende fases plaatsvindt, naar de tweede teeltcel (2), waarbij in de tweede teeltcel (2) minstens één oogstfase plaatsvindt, en dan naar de derde teeltcel (3) waarin minstens één oogstfase plaatsvindt.

Description

(30) Voorrangsgegevens :
(71) Aanvrager(s) : DELFORT Comm. V.
8760, MEULEBEKE
België
PD CONSULT Comm. V.
8211, AARTRIJKE
België (72) Uitvinder(s) :
DELBEKE Pierre 8211 AARTRIJKE België
DELBEKE Paul 8760 MEULEBEKE België (54) Werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen (57) Werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen op een bedrijfssite, waarbij een teelt gebeurt volgens een teeltcyclus die opeenvolgend omvat, één of meerdere voorbereidende fases en twee of meerdere oogstfases, en waarbij de site minstens een set teeltcellen (4) omvat, waarbij deze set (4) een eerste teeltcel (1), een tweede teeltcel (2) en een derde teeltcel (3) omvat en de teeltcyclus over deze minstens drie teeltcellen (1, 2, 3) gespreid wordt door de teelt te verplaatsen van de eerste teeltcel (1), waarin minstens één voorbereidende fases plaatsvindt, naar de tweede teeltcel (2), waarbij in de tweede teeltcel (2) minstens één oogstfase plaatsvindt, en dan naar de derde teeltcel (3) waarin minstens één oogstfase plaatsvindt.
Figure BE1025117A1_D0001
EisJ.
BE2017/5239
WERKWIJZE VOOR HET TELEN VAN EETBARE PADDENSTOELEN
Deze uitvinding betreft een werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen, zoals champignons, op een bedrijfssite, waarbij een teelt gebeurt volgens een teeltcyclus die opeenvolgend omvat, één of meerdere voorbereidende fases en één of meerdere oogstfases, en waarbij de site minstens een set teeltcellen omvat, waarbij deze set een eerste teeltcel en een tweede teeltcel omvat en de teeltcyclus over deze minstens twee teeltcellen gespreid wordt door de teelt te verplaatsen van de eerste teeltcel, waarin minstens één voorbereidende fases plaatsvindt, naar de tweede teeltcel, waarbij in de tweede teeltcel minstens één oogstfase plaatsvindt.
Deze uitvinding betreft eveneens een bedrijfssite die voorzien is voor het laten plaatsvinden van een dergelijke werkwijze.
De teelt van eetbare paddenstoelen, meer specifiek de teelt van champignons, gebeurt volgens een bepaalde teeltcyclus. Zo omvat deze teeltcyclus één of meerdere voorbereidende fases en één of meerdere oogstfases.
Op de meeste bedrijfssites start men momenteel van doorgroeid substraat waarop een laag dekaarde wordt aangebracht. Doorgroeid substraat is substraat dat geënt is met paddenstoelenmycelium, specifiek champignonmycelium (champignonbroed), en waarbij het mycelium de tijd heeft gehad om het substraat (gedeeltelijk) te doorgroeien. Voor het starten van de teelt brengt men dit doorgroeid substraat aan in een teeltcel en brengt men bovenop dit substraat een laag dekaarde aan. Dit is de start van de voorbereidende fases die plaatsvinden vooraleer men champignons kan gaan oogsten. De voorbereidende fases omvatten hier respectievelijk, de myceliumgroei/myceliumfase en de knopfase. Bij de myceliumfase groeit het mycelium vanuit het doorgroeid substraat doorheen de dekaarde. Daarna worden er vanuit het mycelium knoppen gevormd. Dit is de knopfase. Deze myceliumfase en knopfase duren samen +/- 14 dagen. Een bedrijf kan er ook voor opteren om op
BE2017/5239 éénzelfde site zelf fases uit te voeren die leiden tot doorgroeid substraat. Deze fases kunnen dan eventueel ook aangeduid worden als voorbereidende fases.
Een oogstfase is een periode waarin men de champignons gaat oogsten. Het oogsten wordt ook aangeduid met de term ‘plukken’. Het plukken kan handmatig gebeuren, maar kan ook gebeuren met behulp van een machine die de champignons afsnijdt. Voor champignons bestemd voor de versmarkt, plukt men deze normaal gezien handmatig, daar bij het handmatig plukken een goede zichtbare kwaliteit verzekerd is. Champignons voor de conservenindustrie en de diepvriesindustrie zijn meestal van een lagere kwaliteit en worden meestal machinaal geplukt.
Na de knopfase starten de oogstfases. Bij de klassieke teelt van champignons starten deze oogstfases met een eerste oogstfase die ook wordt aangeduid als de eerste vlucht. Bij de eerste vlucht gaat men gedurende 3 à 6 dagen plukken, waarna men enkele dagen niet plukt. Daarna begint de tweede oogstfase (tweede vlucht). Bij deze tweede oogstfase plukt men dan gemiddeld 2 à 5 dagen. Eventueel is er nog een derde oogstfase (derde vlucht). Een vierde oogstfase (vierde vlucht) is ook nog mogelijk. Deze vluchten, die elk een combinatie zijn van plukken, wachten tot men opnieuw kan plukken en het eventuele behandelen van de teelt, zoals het besproeien met water, duren hier elk +/- 1 week. De opbrengst van de eerste vlucht is meestal groter dan die van de tweede vlucht. De opbrengst van de tweede vlucht is groter dan die van de derde vlucht enz. Ook de kwaliteit per vlucht neemt normaal gezien af.
Bij de gekende werkwijzen waar men gebruik maakt van twee teeltcellen, heeft men een eerste teeltcel waarin de myceliumfase en de knopfase plaats vindt, en een tweede teeltcel waarin één of meerdere oogstfases plaatsvinden. In de eerste teeltcel zijn dan bijvoorbeeld meerdere lagen van bedden op elkaar gestapeld, en worden deze bedden opgevuld met doorgroeid substraat en dekaarde. In de tweetal weken dat het doorgroeid substraat en de dekaarde zich in de bedden van de eerste teeltcel bevindt, vindt de myceliumfase en de knopfase plaats. Daarna wordt de teelt verplaatst naar een tweede teeltcel, dit bijvoorbeeld met behulp van een
BE2017/5239 doortrekinrichting. In de tweede teeltcel staan de bedden dan éénlagig of tweelagig (of meerlagig). Het voordeel hier is dat door de opeenstapeling van bedden in de eerste teeltcel, het klimaat goed geregeld kan worden, waardoor de myceliumfase en knopfase optimaal gebeuren. Ook het nodige grondoppervlak is gering. Omdat er niet geplukt moet worden in de eerste teeltcel, kan men de bedden ook zeer dicht bij elkaar plaatsen. Wanneer in de tweede teeltcel de bedden éénlagig of tweelagig gestapeld zijn, kan men de champignons eenvoudig handmatig gaan plukken. Indien gewenst kan men de verdere verwerking van de geplukte champignons (deels) gaan machinaliseren.
Om de rotatie tussen deze twee teeltcellen te optimaliseren, opteert men vaak om slechts twee oogstfases/vluchten uit te voeren. De teelt blijft dan slechts een tweetal weken in de tweede teeltcel, waardoor de teelt in zowel de eerste teeltcel als de tweede teeltcel ongeveer dezelfde tijdsduur verblijft en de rotatie tussen de teeltcellen optimaal is. Hierdoor kan men dan na het leeghalen van een genoemde teeltcel, deze teeltcel terug snel gaan opvullen met een andere teelt van champignons. Per twee teeltcellen kan men dan per jaar tot 26 teelten uitvoeren (52 weken gedeeld door 2).
Een nadeel hier is dat men na de tweede vlucht de teelt, en dus het substraat met dekaarde, weggooit, hoewel dit substraat nog niet is uitgeput. Men zou in principe in de tweede teeltcel een derde vlucht kunnen uitvoeren, maar de rotatie tussen de teeltcellen is dan niet meer optimaal. Ook nemen de risico’s op ziektes toe door het laten plaatsvinden van een derde vlucht. Dit omdat de teelt dan langdurig in één teeltcel blijft en ziektes de tijd hebben zich te vermenigvuldigen/ontwikkelen. Door te werken met 3 vluchten zou men na het oogsten, de tweede teeltcel grondig moeten doodstomen, vooraleer men een andere teelt in de tweede teeltcel brengt. Gezien de opbrengst en de kwaliteit van de derde vlucht gering is, weegt de extra opbrengst van een derde vlucht niet op tegen bovengenoemde nadelen. Economisch gezien is het dus interessanter om het nog niet uitgeputte substraat weg te gooien na twee vluchten.
BE2017/5239
Het is dan ook een doel van de uitvinding om de teelt van paddenstoelen, en meer specifiek de teelt van champignons, te optimaliseren en de opbrengst per oogst te maximaliseren.
Dit doel wordt bereikt door te voorzien in een werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen, zoals champignons, op een bedrijfssite, waarbij een teelt gebeurt volgens een teeltcyclus die opeenvolgend omvat, één of meerdere voorbereidende fases en één of meerdere oogstfases, en waarbij de site minstens een set teeltcellen omvat, waarbij deze set een eerste teeltcel en een tweede teeltcel omvat en de teeltcyclus over deze minstens twee teeltcellen gespreid wordt door de teelt te verplaatsen van de eerste teeltcel, waarin minstens één voorbereidende fase plaatsvindt, naar de tweede teeltcel, waarbij in de tweede teeltcel minstens één oogstfase plaatsvindt, waarbij de set teeltcellen minstens een derde teeltcel omvat en de teeltcyclus minstens twee oogstfases omvat, waarbij de teeltcyclus over de genoemde minstens 3 teeltcellen van de set teeltcellen wordt gespreid door de teelt van de tweede teeltcel naar de derde teeltcel te verplaatsen, en waarbij in de derde teeltcel minstens één oogstfase plaatsvindt.
Door de teeltcyclus hier te verspreiden over minstens drie teeltcellen, kan men hier de rotatie tussen de teeltcellen beter optimaliseren. Door te oogsten in de tweede teeltcel en ook te oogsten in de derde teeltcel, kan men hier gedurende een langere periode gaan plukken, zonder dat dit de rotatie tussen de teeltcellen negatief beïnvloedt. Indien de teelt substraatteelt is, betekent dit dat de opbrengst per hoeveelheid doorgroeid substraat hier hoger kan zijn dan bij de bestaande werkwijzen van substraatteelt waar men gebruik maakt van slechts twee teeltcellen per teelt. Een toename van de opbrengst betekent hier namelijk geen verlies van tijd. Bijvoorbeeld, indien men gebruik maakt van 3 teeltcellen voor de teelt van champignons, kan men in de eerste teeltcel de myceliumfase en de knopfase laten plaatsvinden die samen twee weken duren, kan men 2 vluchten van elk 1 week laten plaatsvinden in de tweede teeltcel en kan men één of mogelijks 2 vluchten van elk 1 week laten plaatsvinden in de derde teeltcel. Men heeft hier dan één of twee extra
BE2017/5239 vluchten zonder dat de rotatie van de eerste teeltcel en de tweede teeltcel in het gedrang komt. Door het oogsten over twee teeltcellen te spreiden kan men hier een langere tijd gaan oogsten zonder toename van het risico op ziektes en zonder toename van hygiëne risico’s.
Bovendien kan de investering voor een derde teeltcel geringer zijn, dit omdat er minder vereisten zijn voor latere oogstfases. Gezien de opbrengst en kwaliteit van de opeenvolgende oogstfases steeds afnemen, is een optimale klimaatregeling niet of minder van belang voor deze derde teeltcel. Gezien de opbrengst en kwaliteit van de minstens één oogstfase in de derde teeltcel lager is dan die van de tweede teeltcel, kan men er bovendien voor opteren om bijvoorbeeld in de derde teeltcel enkel machinaal te plukken. Hierdoor kunnen de bijkomende arbeidskosten beperkt worden. Wanneer in de tweede teeltcel handmatig wordt geoogst, kan het grondoppervlak van de derde teeltcel dan geringer worden uitgevoerd dan bijvoorbeeld die van de tweede teeltcel. Uiteraard kan men ook in de derde teeltcel handmatig gaan plukken indien gewenst en kan men ook in de tweede teeltcel machinaal gaan plukken indien gewenst. Met geen al te grote investeringen, zijnde de investeringen van een derde teeltcel, kan men met behulp van deze werkwijze, de opbrengst en de winst significant gaan vergroten.
Indien de paddenstoelen champignons zijn, komen de oogstfases bij voorkeur overeen met bovengenoemde vluchten en wordt de teelt tussen de tweede teeltcel en de derde teeltcel verplaatst tussen twee vluchten. Echter, men kan ook tijdens een vlucht de teelt gaan verplaatsen, zodat meerdere oogstfases niet overeenkomen met vluchten.
Elke set teeltcellen heeft hier minstens drie teeltcellen, zodat de teelt verspreid wordt over minstens drie teeltcellen. Door de teelt te gaan verspreiden kan men vermijden dat de teelt te lang in één teeltcel verblijft waardoor het risico op ziektes en hygiënerisico’s significant afnemen bij deze werkwijze volgens de uitvinding. Deze teeltcellen moeten hierdoor minder intensief gereinigd worden na de passage van een
BE2017/5239 teelt. De opbrengst van de teelt neemt ook toe doordat elke teelt, die geteeld wordt volgens de werkwijze volgens de uitvinding, veel minder ziektes zal vertonen. Een genoemde set teeltcellen kan eventueel nog een vierde teeltcel, een vijfde teeltcel, een zesde teeltcel, enz. omvatten zodat de teelt over meer dan drie teeltcellen wordt verspreid.
Bij voorkeur vindt de teelt op substraat plaats en wordt bij het verplaatsen van de teelt tussen twee genoemde teeltcellen, het substraat mee verplaatst. Bij de meeste teeltwijzen op substraat kan men eenvoudig het substraat gaan verplaatsen. Bijvoorbeeld indien er gebruik wordt gemaakt van kisten en in de eerste teeltcel het substraat in kisten wordt aangebracht, kan men deze kisten gaan verplaatsen van de eerste teeltcel naar de tweede teeltcel en van de tweede teeltcel naar de derde teeltcel. Wanneer de substraatteelt plaatsvindt op matten dan kan men met behulp van gekende doortrekinrichtingen het substraat al dan niet samen met de matten gaan verplaatsen tussen twee teeltcellen.
Verder bij voorkeur omvat elke genoemde teeltcel bedden en wordt het substraat aangebracht in de bedden. Deze bedden (stellingen) zijn een soort lange bakken op pootjes, waarin het substraat wordt aangebracht. Deze bedden kunnen éénlagig geplaatst zijn, maar ze kunnen ook bovenop elkaar geplaatst worden. Er wordt dan gesproken over meerlagige substraatteelt in bedden. De teelt in bedden is economisch vrij interessant. Er bestaan ook allerhande systemen om de teelt efficiënt te verplaatsen tussen teeltcellen met bedden. Deze systemen worden vaak aangeduid als doortreksystemen. Het verplaatsen van de teelt tussen teeltcellen wordt dan aangeduid als het doortrekken van de teelt tussen teeltcellen.
Bij voorkeur zijn in één of meerdere van de genoemde teeltcellen, er twee of meerdere lagen van bedden boven elkaar opgesteld. Het grondoppervlak van deze teeltcellen kan hierdoor beperkt worden, waardoor het aanwezige grondoppervlak op een bedrijfssite optimaal benut kan worden. Bovendien, tijdens de voorbereidende fases, is het wenselijk dat er gebruik wordt gemaakt van twee of meerdere lagen van
BE2017/5239 bedden omdat men dan beter en eenvoudiger het klimaat in de teeltcel kan regelen. Bij voorkeur vinden in de eerste teeltcel enkel één of meerdere voorbereidende fases plaats, en geen oogstfases. Men kan de bedden hier dan dicht op elkaar gaan stapelen, omdat plukkers en/of plukmachines hier niet moeten plukken. Het nodige grondoppervlak en het nodige totale volume van de eerste teeltcel is hierdoor klein, waardoor het klimaat eenvoudig en optimaal regelbaar is.
Verder bij voorkeur is het aantal lagen bedden in de tweede teeltcel kleiner dan het aantal lagen bedden in de eerste teeltcel. Ook bij voorkeur is het aantal lagen bedden in de tweede teeltcel kleiner dan het aantal lagen bedden in de derde teeltcel. Zo kan bijvoorbeeld de eerste teeltcel 4 lagen bedden omvatten, de tweede teeltcel 2 lagen bedden omvatten, en de derde teeltcel 4 lagen bedden omvatten. Een andere opstelling is bijvoorbeeld dat de eerste teeltcel 3 lagen bedden omvat, de tweede teeltcel 1 laag bedden omvat en de derde teeltcel 3 lagen bedden omvat, indien men er machinaal gaat snijden, of terug 1 laag bedden omvat, indien men er handmatig gaat plukken.
Ook verder bij voorkeur zijn in de eerste teeltcel, meerdere lagen van bedden boven elkaar geplaatst en zijn in de tweede teeltcel de bedden slecht éénlagig geplaatst. Handmatig plukken van bedden, die zich volgens één laag uitstrekken, is zeer eenvoudig. Men kan hier ook gebruik maken van machines die zich naast en/of boven de bedden bevinden om het transport van de geplukte paddenstoelen te optimaliseren. Zo kan men bijvoorbeeld bij de champignonteelt voorzien in een transportsysteem waarin men de geplukte champignons kan plaatsen en waarbij de voetjes machinaal afgesneden worden op het einde van dit transportsysteem. In een alternatieve uitvoeringsvorm kunnen de bedden tweelagig geplaatst zijn in de tweede teeltcel. Het plukken van twee lagen bedden kan ook nog relatief snel plaatsvinden. Men kan er ook voor opteren om in de tweede teeltcel machinaal te gaan plukken.
Ook verder bij voorkeur zijn in de derde teeltcel, meerdere lagen van bedden boven elkaar geplaatst. Het nodige grondoppervlak voor deze derde teeltcel is hierdoor
BE2017/5239 gering. Wanneer men machinaal gaat plukken, kan men ook eenvoudig voorzien in één of meerdere inrichtingen waarmee men meerdere lagen van bedden eenvoudig kan snijden.
In een bijzonder voorkeurdragende uitvoeringsvorm maakt de teelt gebruik van matten, en is het substraat op deze matten aangebracht. Bij het verplaatsen van de teelt tussen twee genoemde teeltcellen, kunnen de matten en het substraat dan samen verplaatst worden. Elke teeltcel kan ook één of meerdere matten omvatten, waarbij bij het verplaatsen van het substraat van een genoemde teeltcel naar een andere genoemde teeltcel, het substraat dat zich op de matten van de eerstgenoemde teeltcel bevindt, op de matten van de andere teeltcel wordt geplaatst. Bij deze laatste mogelijkheid, komen de matten van de eerstgenoemde teeltcel niet terecht in de andere teeltcel. Het voordeel hiervan is dat het risico op contaminatie, ziektes, enz. afneemt. Dit omdat de vervuilde matten niet mee verplaatst worden. De teelt op matten kan bijvoorbeeld ook gebruik maken van een combinatie van de twee bovengenoemde mogelijkheden om substraat te verplaatsen.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm liggen de genoemde minstens drie teeltcellen van de genoemde set teeltcellen, nagenoeg in eikaars verlengde, om zo de verplaatsing van de teelt tussen deze genoemde drie teeltcellen te optimaliseren. De teeltcellen liggen hier nagenoeg op één lijn. Bij voorkeur bevindt de tweede teeltcel zich tussen de eerste teeltcel en de derde teeltcel. Verder bij voorkeur is er een zekere tussenruimte tussen de opeenvolgende teeltcellen zodat de verplaatsing van de teelt tussen de genoemde teeltcellen vlot kan verlopen. Bijvoorbeeld indien de teelt substraatteelt op matten is, kan men gebruik maken van inrichtingen om het substraat te verplaatsen, waarbij deze inrichtingen grotendeels in een genoemde tussenruimte zijn opgesteld en dit minstens tijdens het verplaatsen van de teelt.
De hoeveelheid tijd, die de teelt in de eerste teeltcel doorbrengt komt bij voorkeur nagenoeg overeen met de hoeveelheid tijd die de teelt in de tweede teeltcel doorbrengt. De hoeveelheid tijd die de teelt doorbrengt in de derde teeltcel is dan bij
BE2017/5239 voorkeur nagenoeg gelijk of kleiner dan de hoeveelheid tijd die de teelt doorbrengt in de tweede teeltcel (of in de eerste teeltcel). Verder bij voorkeur is de hoeveelheid tijd die de teelt in elke genoemde teeltcel doorbrengt, bij voorkeur nagenoeg dezelfde. De rotatie tussen de teeltcellen is hier dan optimaal zodat gedurende nagenoeg het ganse jaar, een teelt kan aanwezig zijn in elke teeltcel. De capaciteit van de teeltcellen wordt hier dan maximaal benut.
Verder bij voorkeur is de hoeveelheid tijd, die de teelt in de eerste teeltcel doorbrengt en de hoeveelheid tijd die de teelt in de tweede teeltcel doorbrengt, nagenoeg 2 weken. Voor het telen van champignons met behulp van doorgroeid substraat, betekent dit dat de voorbereidende fases, zijnde de myceliumfase en knopfase, in één teeltcel kunnen plaatsvinden, bij voorkeur in de eerste teeltcel. Dit omdat deze voorbereidende fases samen +/- 14 dagen duren. Dit betekent ook dat in de tweede teeltcel er 2 oogstfases, zijnde 2 vluchten, kunnen plaats vinden. Ook in de derde teeltcel kunnen er 1 of 2 oogstfases, zijnde 1 of 2 vluchten, plaats vinden zonder de optimale rotatie in het gedrang te brengen. De capaciteit van het substraat wordt hier optimaal benut. In principe zou men hier nog kunnen voorzien in een vierde en/of vijfde teeltcel voor een vijfde en een zesde vlucht, maar dit is economisch minder interessant daar de vijfde en zesde vlucht weinig opbrengst en een veel mindere kwaliteit leveren. Men kan er voor opteren om in de derde teeltcel 2 vluchten te laten plaatsvinden en dus het substraat bijvoorbeeld nagenoeg twee weken in de derde teeltcel te laten. Men kan er echter voor opteren om slechts 1 vlucht te laten plaatsvinden of éénmaal te oogsten en dus om het substraat bijvoorbeeld al na 1 week of enkele dagen uit de derde teeltcel te verwijderen.
Na het verplaatsen van een genoemde teelt van de ene teeltcel naar de andere teeltcel, wordt de ene teeltcel nagenoeg terug onmiddellijk gevuld met een teelt die zich in een vroegere fase van de teeltcyclus bevindt. Dit om de rotatie te optimaliseren en zoveel mogelijk opbrengst per tijdseenheid te creëren. Ook wanneer het substraat na de één of meerdere genoemde oogstfases wordt verwijderd uit de derde teeltcel, wordt bij voorkeur deze derde teeltcel terug onmiddellijk gevuld.
BE2017/5239
Verder bij voorkeur zijn er dan per genoemde set teeltcellen tot 26 teelten per jaar mogelijk zijn.
In een zeer voorkeurdragende uitvoeringsvorm wordt elke teelt over slechts 3 teeltcellen gespreid, waarbij in de eerste teeltcel één of meerdere voorbereidende fases plaatsvinden, in de tweede teeltcel minstens één oogstfase plaatsvindt en in de derde teeltcel minstens één oogstfase plaatsvindt. Het verplaatsen neemt een zekere tijd in beslag en vergt een zekere hoeveelheid arbeid. Het is echter gewenst om de teelt te spreiden over drie teeltcellen om de hier beschreven voordelen van de teelt volgens de uitvinding te verkrijgen. Het verspreiden van de teelt over drie teeltcellen is het voordeligst.
In een alternatieve uitvoeringsvorm kan men de teelt gaan spreiden over meer dan 3 teeltcellen, bijvoorbeeld over 5 of 6 teeltcellen, waarbij de teelt telkens nagenoeg 1 week in elke teeltcel verblijft. Achtereenvolgens vindt dan de myceliumfase plaats in één teeltcel, gevolgd door de knopfase in de volgende teeltcel, gevolgd door 1 vlucht in nog een andere teeltcel, enz.
Een bedrijfssite omvat bij voorkeur meerdere genoemde sets teeltcellen, zodat meerdere teelten, die zich in dezelfde fase van de teeltcyclus bevinden, gelijktijdig kunnen plaatsvinden.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm worden de paddenstoelen machinaal geplukt bij minstens de laatste oogstfase. Hoe verder in de teeltcyclus hoe meer de opbrengst en de kwaliteit van de paddenstoelen achteruit gaat. Dit betekent dat de opbrengst en de kwaliteit van de laatste oogstfase van de teelt, in vergelijking met de eerdere oogstfase(s), laag is. In landen met hoge loonkosten is het dan minder interessant om de laatste oogstfase handmatig te gaan plukken. Wanneer minstens één van de eerdere oogstfases dan handmatig geplukt wordt, kan men dan hier met één teelt inspelen op twee markten, namelijk de versmarkt en de industrie. Een
BE2017/5239 bedrijf is dan niet afhankelijk van één markt, waardoor de instroom van inkomsten beter verzekerd is.
Bij voorkeur worden de paddenstoelen machinaal geplukt bij de één of meerdere oogstfases die in de derde teeltcel plaatsvinden. Door het plukken in de derde teeltcel machinaal te laten plaatsvinden, kan men dan de derde teeltcel volledig aanpassen aan machinaal plukken en kan men dus voorzien in een kleiner grondoppervlak. Bijvoorbeeld, men kan de bedden in meerdere lagen boven elkaar stapelen indien de teelt gebruik maakt van bedden.
Ook bij voorkeur worden de paddenstoelen handmatig geplukt bij de één of meerdere oogstfases die in de tweede teeltcel plaatsvinden. Wanneer in de eerste teeltcel enkel één of meerdere voorbereidende fases plaatsvinden, wordt er voor de eerste maal geplukt in de tweede teeltcel. De kwaliteit en de opbrengst van de oogstfases in de tweede teeltcel is hierdoor hoog, waardoor het interessant is om te plukken voor de versmarkt en dus om handmatig te plukken.
Het doel wordt ook bereikt door te voorzien in een bedrijfssite voor het telen van paddenstoelen, zoals champignons, waarbij deze site minstens een set teeltcellen omvat, waarbij deze set een eerste, een tweede en een derde teeltcel omvat, en waarbij deze teeltcellen voorzien zijn voor het laten plaatsvinden van een werkwijze zoals hierboven beschreven.
De eerste, tweede en derde teeltcel zijn dan bij voorkeur zo opgebouwd en ingericht dat ze elk aangepast zijn aan de één of meerdere fases van de teelt, die voorzien zijn om erin plaats te vinden. Zo is dan bij voorkeur de eerste teeltcel zo opgebouwd en ingericht dat deze uiterst geschikt is voor de voorbereidende fases. Wanneer er in de tweede teeltcel handmatig wordt geplukt, is deze tweede teeltcel dan zo opgebouwd en ingericht dat het handmatig plukken er goed kan worden uitgevoerd. Eventueel staan dan ook machines of delen van machines opgesteld in de tweede teeltcel waarmee de verwerking/het transport van de geplukte paddenstoelen deels
BE2017/5239 geautomatiseerd kan worden. Wanneer in de derde teeltcel machinaal wordt geplukt dan is deze derde teeltcel bij voorkeur zo opgebouwd dat deze ideaal is voor het machinaal oogsten van paddenstoelen.
Bij voorkeur omvat de eerste teeltcel een inrichting voor het regelen van het klimaat, zodat het klimaat van de eerste teeltcel aanpasbaar is aan de minstens één voorbereidende fase die erin plaatsvindt.
Bij voorkeur is het grondoppervlak van de tweede teeltcel groter dan het grondoppervlak van de eerste teeltcel. Wanneer in de eerste teeltcel de teelt gebeurt op meerdere lagen van bedden, dan gebeurt de teelt in de tweede teeltcel, indien er daar handmatig wordt geplukt, bij voorkeur op één laag bedden of alleszins op minder lagen dan in de eerste teeltcel. Het grondoppervlak van de tweede teeltcel moet hierdoor groter zijn dan die van de eerste teeltcel.
Het grondoppervlak van de tweede teeltcel is bij voorkeur groter dan het grondoppervlak van de derde teeltcel. De opbrengst en de kwaliteit van de paddenstoelen is normaal gezien lager in de derde teeltcel dan in de tweede teeltcel, waardoor het gewenst is dat de kosten voor de derde teeltcel geringer zijn. Men kan hiervoor een derde teeltcel voorzien met een kleiner grondoppervlak waarin de teelt bijvoorbeeld gebeurt op meerdere lagen van bedden.
Bij voorkeur liggen de genoemde drie teeltcellen in eikaars verlengde. In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de bedrijfssite meerdere genoemde sets teeltcellen, zodat meerdere teelten, die zich in dezelfde fase van teeltcyclus bevinden, gelijktijdig kunnen plaatsvinden op de bedrijfssite.
Deze uitvinding wordt nu nader toegelicht aan de hand van de hierna volgende gedetailleerde beschrijving van een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van een werkwijze en bedrijfssite volgens deze uitvinding. De bedoeling van deze beschrijving is uitsluitend verduidelijkende voorbeelden te geven en om verdere
BE2017/5239 voordelen en bijzonderheden aan te duiden, en kan dus geenszins geïnterpreteerd worden als een beperking van het toepassingsgebied van de uitvinding of van de in de conclusies opgeëiste octrooirechten.
In deze gedetailleerde beschrijving wordt door middel van referentiecijfers verwezen naar de hierbij gevoegde tekeningen waarbij
-figuur 1 een schematische weergave is van een doorsnede doorheen de bedrijfssite ter hoogte van één set teeltcellen;
-figuur 2 een schematische weergave is van een bovenaanzicht van de bedrijfssite ter hoogte van één set teeltcellen.
De bedrijfssite is een site waar er champignons worden geteeld. De bedrijfssite heeft hiervoor meerdere sets teeltcellen (4). Elk set teeltcellen (4) omvat een eerste teeltcel (1), een tweede teeltcel (2) en een derde teeltcel (3). Het grondoppervlak van de tweede teeltcel (2) is nagenoeg tweemaal het grondoppervlak van de eerste teeltcel (1). Het grondoppervlak van de eerste teeltcel (1) is nagenoeg gelijk aan het grondoppervlak van de derde teeltcel (3). Hieronder wordt één set teeltcellen (4) besproken en in de figuren wordt deze set (4) schematisch weergegeven. Iedere set teeltcellen (4) is gelijkaardig opgebouwd.
De bedrijfssite is voorzien van een klimaatinrichting, waarbij middelen van deze klimaatinrichting aanwezig zijn in de eerste teeltcel (1). Het klimaat van de eerste teeltcel (1), zijnde de temperatuur, de vochtigheid, enz., is hierdoor uitstekend regelbaar. In de tweede teeltcel (2) zijn één of meerdere machines aanwezig voor het transporteren van handmatig geplukte champignons en voor het afsnijden van de voetjes van geplukte champignons. De plukkers/pluksters van de champignons moeten hierdoor de voetjes niet handmatig gaan afsnijden, waardoor er snel geplukt kan worden. De derde teeltcel (3) is een eenvoudig ingerichte ruimte waarin een machinale plukinrichting aanwezig is.
Verder zijn in elke teeltcel (1, 2, 3) bedden (5) aanwezig. In de eerste teeltcel (1) zijn deze bedden (5) vierlagig gestapeld, in de tweede teeltcel (2) zijn de bedden (5)
BE2017/5239 tweelagig gestapeld en in de derde teeltcel (3) zijn de bedden (5) vierlagig gestapeld.
Het totale bodemoppervlak van de bedden (5), waarop er substraat aanbrengbaar is, is nagenoeg in elke teeltcel (1, 2, 3) gelijk. In elke teeltcel (1, 2, 3) is dan dezelfde hoeveelheid substraat aanbrengbaar (zie verder). In elke teeltcel (1, 2, 3) zijn ook matten aanwezig zodat substraatteelt op matten kan plaatsvinden.
Op deze bedrijfssite worden champignons geteeld volgens de hieronder beschreven werkwijze.
De teelt gebeurt volgens een teeltcyclus die de volgende achtereenvolgende stappen omvat: een myceliumfase, een knopfase, een eerste oogstfase (vlucht), een tweede oogstfase, een derde oogstfase en een vierde oogstfase.
De eerste stap is de myceliumfase. Hiervoor start men van doorgroeid substraat en dekaarde. Het doorgroeid substraat is hier compost dat doorgroeid is met champignonmycelium. Dit doorgroeid substraat wordt bij voorkeur geleverd op de bedrijfssite. In een alternatieve uitvoeringsvorm kan dit doorgroeid substraat op de bedrijfssite geproduceerd worden. Ook de dekaarde wordt geleverd op de site.
Bij het starten van de teeltcyclus wordt het substraat en de dekaarde aangebracht in de bedden (5) van de eerste teeltcel (1) en dit door het substraat en de dekaarde aan te brengen op de matten van de eerste teeltcel (1) en deze matten in de bedden (5) te trekken. Het substraat en de dekaarde worden zo aangebracht op de matten dat er een laag substraat is waarop er zich een laag dekaarde bevindt. Tijdens het aanbrengen van het substraat en de dekaarde op de matten worden de matten afgerold en in de bedden (5) gebracht. Na het aanbrengen van dit substraat en de dekaarde in de bedden (5), wordt de eerste teeltcel (1) afgesloten en kan de myceliumfase starten. Het klimaat in de eerste teeltcel (1) wordt zo geregeld dat deze optimaal is gedurende de ganse myceliumfase. Tijdens de myceliumfase groeit het mycelium vanuit het substraat doorheen de dekaarde. Daarna worden er knoppen gevormd. Dit is dan de knopfase. Deze twee genoemde fases duren samen +/- 14 dagen en tijdens deze
BE2017/5239 dagen wordt het klimaat optimaal geregeld en bijgestuurd met behulp van de klimaatinrichting.
Na deze +/- 14 dagen wordt de teelt van de eerste teeltcel (1) naar de tweede teeltcel (2) gebracht. Dit door de matten van eerste teeltcel (1) op te rollen en tijdens dit oprollen de laag substraat met de laag dekaarde over te brengen op de matten van de tweede teeltcel (2), door het afrollen van de matten van de tweede teeltcel (2). Om het overbrengen van de teelt tussen deze genoemde teeltcellen (1, 2) te optimaliseren wordt er gebruik gemaakt van een doortrekinrichting. Er is hier een overbrenging van viertägige bedden (5) naar tweelagige bedden (5). Er is een tussenruimte (6) aanwezig tussen de eerste teeltcel (1) en de tweede teeltcel (2) zodat de verplaatsing van de teelt tussen deze genoemde teeltcellen (1,2) vlot kan verlopen. Tijdens het verplaatsen van de teelt wordt de doortrekinrichting dan hoofdzakelijk opgesteld in deze tussenruimte (6).
Nadat de teelt is aangebracht op de matten van de tweede teeltcel (2) en zo in de bedden (5) van de tweede teeltcel (2) zitten, start de eerste oogstfase of eerste vlucht. Tijdens deze eerste vlucht die +/- 1 week duurt, wordt er eerst gedurende 3 à 6 dagen handmatig geplukt en worden de geplukte champignons aangebracht in een genoemde machine van de tweede teeltcel (2). Op de eerste vlucht volgt onmiddellijk de tweede vlucht, die +/- 1 week duurt en waarbij er eerst gedurende 2 à 5 dagen handmatig wordt geplukt. Deze champignons worden ook in een genoemde machine van de tweede teeltcel (2) gebracht om deze geplukte champignons te transporteren en hun voetje af te snijden. Na de tweede vlucht, wordt de teelt overgebracht naar de derde teeltcel (3). De teelt verblijft dus ook in de tweede teeltcel (2) +/-14 dagen.
Het overbrengen van de teelt van de tweede teeltcel (2) naar de derde teeltcel (3) verloopt gelijkaardig aan het overbrengen van de teelt van de eerste teeltcel (1) naar de tweede teeltcel (2), met dit verschil dat er bij het overbrengen van de tweede teeltcel (2) naar de derde teeltcel (3) er een overgang is tussen tweelagige bedden (5) naar viertägige bedden (5).
BE2017/5239
In de derde teeltcel (3) vinden mogelijks nog twee oogstfases plaats. Het oogsten tijdens deze twee oogstfases gebeurt hier machinaal met behulp van een machinale plukinrichting. Deze plukinrichting omvat een mes, dat voorzien is om over de bedden (5) te passeren en zo de champignons af te snijden.
Nadat een teelt uit een genoemde teeltcel (1, 2, 3) gehaald wordt, wordt deze genoemde teeltcel (1, 2, 3) nagenoeg onmiddellijk terug opgevuld met een teelt die zich in een vroegere fase van de teeltcyclus bevindt. Tussen twee teelten in, kan men eventueel de teeltcel (1, 2, 3) wat reinigen. Doordat elke teelt slechts +/- 14 dagen in 10 één teeltcel (1, 2, 3) verblijft, is de nodige reiniging gering. Dit omdat er zich weinig of geen ziektes kunnen ontwikkelen gedurende 14 dagen.
De rotatie tussen de teeltcellen (1, 2, 3) is hier optimaal waardoor men tot 26 teelten per jaar kan uitvoeren per set teeltcellen (4). Doordat er 3 à 4 oogstfases zijn wordt 15 het potentieel van het substraat optimaal benut en is er een significant hogere opbrengst per teelt in vergelijking met de bestaande werkwijzen, en dit zonder veel extra kosten.
BE2017/5239

Claims (25)

  1. CONCLUSIES
    1. Werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen, zoals champignons, op een bedrijfssite, waarbij een teelt gebeurt volgens een teeltcyclus die opeenvolgend omvat, één of meerdere voorbereidende fases en één of meerdere oogstfases, en waarbij de site minstens een set teeltcellen (4) omvat, waarbij deze set (4) een eerste teeltcel (1) en een tweede teeltcel (2) omvat en de teeltcyclus over deze minstens twee teeltcellen (1,2) gespreid wordt door de teelt te verplaatsen van de eerste teeltcel (1), waarin minstens één voorbereidende fases plaatsvindt, naar de tweede teeltcel (2), waarbij in de tweede teeltcel (2) minstens één oogstfase plaatsvindt, met het kenmerk dat de set teeltcellen (4) minstens een derde teeltcel (3) omvat en de teeltcyclus minstens twee oogstfases omvat, dat de teeltcyclus over de genoemde minstens 3 teeltcellen (1, 2, 3) van de set teeltcellen (4) wordt gespreid door de teelt van de tweede teeltcel (2) naar de derde teeltcel (3) te verplaatsen, en dat in de derde teeltcel (3) minstens één oogstfase plaatsvindt.
  2. 2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de teelt op substraat plaats vindt en dat bij het verplaatsen van de teelt tussen twee genoemde teeltcellen (1, 2, 3), het substraat mee verplaatst wordt.
  3. 3. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk dat elke genoemde teeltcel (1, 2, 3) bedden (5) omvat en het substraat wordt aangebracht in de bedden (5).
  4. 4. Werkwijze volgens conclusie 3, met het kenmerk dat in één of meerdere van de genoemde teeltcellen (1, 2, 3) er twee of meerdere lagen van bedden (5) boven elkaar opgesteld zijn.
  5. 5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk dat in de eerste teeltcel (1), meerdere lagen van bedden (5) boven elkaar geplaatst zijn en in de tweede teeltcel (2) de bedden (5) slecht éénlagig geplaatst zijn.
    BE2017/5239
  6. 6. Werkwijze volgens conclusie 4 of 5, met het kenmerk dat in de derde teeltcel (3), meerdere lagen van bedden (5) boven elkaar geplaatst zijn.
  7. 7. Werkwijze volgens één van de conclusies 2 tot 6, met het kenmerk dat de teelt gebruik maakt van matten, en het substraat op deze matten is aangebracht.
  8. 8. Werkwijze volgens conclusie 7, met het kenmerk dat bij het verplaatsen van de teelt tussen twee genoemde teeltcellen (1,2, 3), de matten en het substraat samen verplaatst worden.
  9. 9. Werkwijze volgens conclusie 7, met het kenmerk dat elke teeltcel (1, 2, 3) één of meerdere matten omvat, en dat bij het verplaatsen van het substraat tussen een genoemde teeltcel (1, 2) en een andere genoemde teeltcel (2, 3), het substraat dat zich op de matten van de eerstgenoemde teeltcel (1,2) bevindt, op de matten van de tweede genoemde teeltcel (2, 3) wordt geplaatst.
  10. 10. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de genoemde minstens drie teeltcellen (1, 2, 3) van de genoemde set teeltcellen (4), nagenoeg in eikaars verlengde liggen, om zo de verplaatsing van de teelt tussen deze genoemde drie teeltcellen (1, 2, 3) te optimaliseren.
  11. 11. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de hoeveelheid tijd, die de teelt in de eerste teeltcel (1) doorbrengt nagenoeg overeenkomt met de hoeveelheid tijd die de teelt in de tweede teeltcel (2) doorbrengt.
  12. 12. Werkwijze volgens conclusie 11, met het kenmerk dat de genoemde hoeveelheid tijd, nagenoeg 2 weken is.
  13. 13. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat na het verplaatsen van een genoemde teelt van de ene teeltcel (1,2) naar de andere
    BE2017/5239 teeltcel (2, 3), de ene teeltcel (1,2) terug wordt gevuld met een teelt die zich in een vroegere fase van de teeltcyclus bevindt.
  14. 14. Werkwijze volgens conclusie 12 en 13, met het kenmerk dat per genoemde set teeltcellen (4) er maximaal 26 teelten per jaar mogelijk zijn.
  15. 15. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat elke teelt over slechts 3 teeltcellen (1, 2, 3) wordt gespreid, waarbij in de eerste teeltcel (1) één of meerdere voorbereidende fases plaatsvinden, in de tweede teeltcel (2) minstens één oogstfase plaatsvindt en in de derde teeltcel (3) minstens één oogstfase plaatsvindt.
  16. 16. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat een bedrijfssite meerdere genoemde sets teeltcellen (4) omvat, zodat meerdere teelten, die zich in dezelfde fase van de teeltcyclus bevinden, gelijktijdig kunnen plaatsvinden.
  17. 17. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de paddenstoelen machinaal geplukt worden bij minstens de laatste oogstfase.
  18. 18. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de paddenstoelen machinaal geplukt worden bij de één of meerdere oogstfases die in de derde teeltcel (3) plaatsvinden.
  19. 19. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de paddenstoelen handmatig geplukt worden bij de één of meerdere oogstfases die in de tweede teeltcel (2) plaatsvinden.
  20. 20. Bedrijfssite voor het telen van paddenstoelen, zoals champignons, waarbij deze site minstens een set teeltcellen (4) omvat, waarbij deze set (4) een eerste (1), een tweede (2) en een derde teeltcel (3) omvat, en waarbij deze teeltcellen (1,2, 3) voorzien zijn voor het laten plaatsvinden van een werkwijze volgens één van de conclusies 1 tot 19.
    BE2017/5239
  21. 21. Bedrijfssite volgens conclusie 20, met het kenmerk dat de eerste teeltcel (1) een inrichting voor het regelen van het klimaat omvat, zodat het klimaat van de eerste teeltcel (1) aanpasbaar is aan de minstens één voorbereidende fase die erin plaatsvindt.
  22. 22. Bedrijfssite volgens conclusie 20 of 21, met het kenmerk dat het grondoppervlak van de tweede teeltcel (2) groter is dan het grondoppervlak van de eerste teeltcel (1).
  23. 23. Bedrijfssite volgens één van de conclusies 20 tot 22, met het kenmerk dat het grondoppervlak van de tweede teeltcel (2) groter is dan het grondoppervlak van de derde teeltcel (3).
  24. 24. Bedrijfssite volgens één van de conclusies 20 tot 23, met het kenmerk dat de genoemde drie teeltcellen (1, 2, 3) in eikaars verlengde liggen.
  25. 25. Bedrijfssite volgens één van de conclusies 20 tot 24, met het kenmerk dat de bedrijfssite meerdere genoemde sets teeltcellen (4) omvat, zodat meerdere teelten, die zich in dezelfde fase van teeltcyclus bevinden, gelijktijdig kunnen plaatsvinden op de bedrijfssite.
    BE2017/5239
    BE2017/5239
BE2017/5239A 2017-04-05 2017-04-05 Werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen BE1025117B1 (nl)

Priority Applications (14)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2017/5239A BE1025117B1 (nl) 2017-04-05 2017-04-05 Werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen
CA3057003A CA3057003C (en) 2017-04-05 2018-04-03 Method for cultivating edible fungi
RU2019135058A RU2755729C2 (ru) 2017-04-05 2018-04-03 Способ выращивания съедобных грибов
BR112019020800-3A BR112019020800B1 (pt) 2017-04-05 2018-04-03 Método para cultivo de fungos comestíveis e sítio comercial
CN201880034752.6A CN110662419B (zh) 2017-04-05 2018-04-03 栽培可食用菌类的方法
IL269500A IL269500B2 (en) 2017-04-05 2018-04-03 Method for cultivating edible fungi
HUE18720778A HUE066418T2 (hu) 2017-04-05 2018-04-03 Ehetõ gombák termesztésére szolgáló eljárás
ES18720778T ES2973254T3 (es) 2017-04-05 2018-04-03 Método para cultivar hongos comestibles
AU2018249772A AU2018249772B2 (en) 2017-04-05 2018-04-03 Method for cultivating edible fungi
PCT/IB2018/052276 WO2018185644A1 (en) 2017-04-05 2018-04-03 Method for cultivating edible fungi
US16/603,477 US20200037518A1 (en) 2017-04-05 2018-04-03 Method for cultivating edible fungi
PL18720778.2T PL3606331T3 (pl) 2017-04-05 2018-04-03 Sposób uprawy grzybów jadalnych
EP18720778.2A EP3606331B1 (en) 2017-04-05 2018-04-03 Method for cultivating edible fungi
CL2019002737A CL2019002737A1 (es) 2017-04-05 2019-09-26 Método para cultivar hongos comestibles.

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2017/5239A BE1025117B1 (nl) 2017-04-05 2017-04-05 Werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1025117A1 true BE1025117A1 (nl) 2018-10-29
BE1025117B1 BE1025117B1 (nl) 2018-11-07

Family

ID=59676916

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2017/5239A BE1025117B1 (nl) 2017-04-05 2017-04-05 Werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen

Country Status (12)

Country Link
US (1) US20200037518A1 (nl)
EP (1) EP3606331B1 (nl)
CN (1) CN110662419B (nl)
AU (1) AU2018249772B2 (nl)
BE (1) BE1025117B1 (nl)
CL (1) CL2019002737A1 (nl)
ES (1) ES2973254T3 (nl)
HU (1) HUE066418T2 (nl)
IL (1) IL269500B2 (nl)
PL (1) PL3606331T3 (nl)
RU (1) RU2755729C2 (nl)
WO (1) WO2018185644A1 (nl)

Families Citing this family (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP4190142A1 (en) * 2021-12-01 2023-06-07 Muzzroom BV Method of cultivating fungi and production site for cultivating fungi in accordance with said method

Family Cites Families (13)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CH231198A (de) * 1942-10-30 1944-03-15 Burri Albert Verfahren und Vorrichtung zur Champignonzucht.
SU1419595A1 (ru) * 1985-11-14 1988-08-30 Центральное Экспериментальное Конструкторско-Технологическое Бюро "Промтеплица" Многозональна шампиньонница
NL9001797A (nl) * 1990-08-10 1992-03-02 Alphonsus Hubertus Georgius Ba Werkwijze en inrichting voor het kweken van paddestoelen.
GB9621582D0 (en) * 1996-10-16 1996-12-04 Russell Tony A Handling of mushrooms
JP2002291334A (ja) * 2001-04-03 2002-10-08 Daifuku Co Ltd きのこ栽培方法
RU2332005C2 (ru) * 2006-10-09 2008-08-27 Сергей Александрович Фролов Поточная линия для выращивания грибов вешенка, способ выращивания грибов вешенка и субстрат для их выращивания
US20110131875A1 (en) * 2009-12-04 2011-06-09 Remo Toto Ozone treatment of mushroom house
WO2012161567A1 (en) * 2010-12-22 2012-11-29 Top Van Den Hendrik Harvesting device, grow space, grow system and method
WO2014170911A2 (en) * 2013-04-08 2014-10-23 Shri Amm Murugappa Chettiar Research Centre (Mcrc) Process for continuous production of mushroom
US9730394B2 (en) * 2014-04-28 2017-08-15 Vineland Research and Innovations Centre Inc. Graze harvesting of mushrooms
US10172301B2 (en) * 2014-09-11 2019-01-08 Freight Farms, Inc. Insulated shipping containers modified for high-yield fungi production capable in any environment
CN106134759A (zh) * 2015-04-16 2016-11-23 梁德政 一种鸡腿菇菌种的循环繁殖方法
CN105540251B (zh) * 2016-01-25 2017-10-13 浙江工业大学 一种菌菇栽培框的组合抓取输送配合装置

Also Published As

Publication number Publication date
EP3606331B1 (en) 2024-02-21
IL269500B1 (en) 2025-01-01
BE1025117B1 (nl) 2018-11-07
IL269500A (en) 2019-11-28
AU2018249772A1 (en) 2019-10-10
EP3606331A1 (en) 2020-02-12
BR112019020800A2 (pt) 2020-04-28
CL2019002737A1 (es) 2020-01-17
CA3057003A1 (en) 2018-10-11
AU2018249772B2 (en) 2023-12-14
RU2019135058A3 (nl) 2021-07-19
RU2755729C2 (ru) 2021-09-20
WO2018185644A1 (en) 2018-10-11
RU2019135058A (ru) 2021-05-05
CN110662419B (zh) 2022-03-08
EP3606331C0 (en) 2024-02-21
CN110662419A (zh) 2020-01-07
ES2973254T3 (es) 2024-06-19
HUE066418T2 (hu) 2024-08-28
IL269500B2 (en) 2025-05-01
PL3606331T3 (pl) 2024-05-06
US20200037518A1 (en) 2020-02-06

Similar Documents

Publication Publication Date Title
Voss et al. Onion seed production in California
Schöning et al. Seed predation of the tussock-grass Stipa tenacissima L. by ants (Messor spp.) in south-eastern Spain: the adaptive value of trypanocarpy
US20160135384A1 (en) Sprouted seed grain growing and harvesting apparatus
Hart et al. Leaf caching in the leafcutting ant Atta colombica: organizational shift, task partitioning and making the best of a bad job
BE1025117A1 (nl) Werkwijze voor het telen van eetbare paddenstoelen
BE1025388B1 (nl) Bedrijfssite voor het telen van paddenstoelen
Richards Alfalfa leafcutter bee management in Canada
CA3057003C (en) Method for cultivating edible fungi
JPH05304804A (ja) 球根類の植付収穫方法
JPH0799847A (ja) 収穫装置
RU2690355C1 (ru) Косилка однорядковая для уборки зерновых культур с селекционных делянок II этапа селекционных работ
EP1703785B1 (en) An apparatus and a process for gathering agricultural produce from a field
Motter Alfalfa seed pollination in the San Joaquin Valley, California, USA
BR112019020800B1 (pt) Método para cultivo de fungos comestíveis e sítio comercial
SE423173B (sv) Sett och anordning for att odla och skorda vexter
Loch Commercial seed increase of new pasture cultivars: Organization and practice
US20220210976A1 (en) Greenhouse Harvester of Cannabis
RU2255460C2 (ru) Способ размещения посевов медоносных сорняков
Somerville Honey bees on canola
US20200008353A1 (en) Greenhouse harvester of cannabis
Douglass Collecting Forest Tree Seeds and Growing Your Own Seedlings
Studer The Alternating Duplex: A vine training system for mechanized raisin production
Sanford et al. Apiculture (beekeeping)
Synnevåg Regeneration and rationalization methods
RATNIEKS ADAM G. HART & FR

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20181107