[go: up one dir, main page]

BE1023032B1 - Deursloteenheid die ingericht is om te worden gemonteerd op een buisvormig element - Google Patents

Deursloteenheid die ingericht is om te worden gemonteerd op een buisvormig element Download PDF

Info

Publication number
BE1023032B1
BE1023032B1 BE2016/5464A BE201605464A BE1023032B1 BE 1023032 B1 BE1023032 B1 BE 1023032B1 BE 2016/5464 A BE2016/5464 A BE 2016/5464A BE 201605464 A BE201605464 A BE 201605464A BE 1023032 B1 BE1023032 B1 BE 1023032B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
clamping lever
front plate
lock
door lock
tubular element
Prior art date
Application number
BE2016/5464A
Other languages
English (en)
Inventor
Joseph Talpe
Original Assignee
Locinox Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Locinox Nv filed Critical Locinox Nv
Application granted granted Critical
Publication of BE1023032B1 publication Critical patent/BE1023032B1/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E05LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
    • E05BLOCKS; ACCESSORIES THEREFOR; HANDCUFFS
    • E05B9/00Lock casings or latch-mechanism casings ; Fastening locks or fasteners or parts thereof to the wing
    • E05B9/08Fastening locks or fasteners or parts thereof, e.g. the casings of latch-bolt locks or cylinder locks to the wing

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Clamps And Clips (AREA)
  • Patch Boards (AREA)
  • Connection Of Plates (AREA)

Abstract

De deursloteenheid, in het bijzonder het insteekslot, omvat een frontplaat (1) en een slotlichaam (2) dat ingericht is om door een gleuf (3) in een buisvormig element (5) te worden gestoken. Om toe te laten dat de frontplaat (1) door middel van minstens één schroef (16) bevestigd wordt tegen de wand (4) van het buisvormig element (5), omvat het slot voorts minstens één klemhefboom (11) die scharniert op het slotlichaam (2) tussen een ingetrokken stand, waarin het slotlichaam (2) door genoemde gleuf (3) in het buisvormig element (5) kan worden gestoken, en een uitstekende stand, waarin de klemhefboom (11) aangrijpt op het binnenoppervlak van de wand (4) van het buisvormig element (5) om deze wand (4) te klemmen tussen de frontplaat (1) en de klemhefboom (11). De klemhefboom (11) is voorzien van een tapgat (19) waarin genoemde schroef (16) kan worden geschroefd door een opening (18) in de frontplaat (1) om het slot stevig en betrouwbaar te bevestigen op het buisvormig element 5 en dit onafhankelijk van de wanddikte daarvan.

Description

"Deursloteenheid die inqericht is om te worden gemonteerd op een buisvormig element"
Deze uitvinding heeft betrekking op een deursloteenheid omvattende een frontplaat en een lichaam en die ingericht is om met haar lichaam door een gleuf in een wandgedeelte van een buisvormig element te worden gemonteerd, waarbij de frontplaat van de eenheid ingericht is om in te grijpen op een buitenoppervlak van genoemd wandgedeelte van het buisvormig element en om te worden bevestigd op genoemd wandgedeelte door middel van minstens één schroef die aangebracht wordt door een opening in genoemde frontplaat.
De deursloteenheid is in het bijzonder een insteekslot of een schootvanger voor een deurslot. Het woord "deur” wordt in deze beschrijving gebruikt als omvattende alle soorten sluitelementen zoals deuren, met een vol deurpaneel, en poorten. De deur kan een scharnierend of een schuivend sluitelement zijn. EP-B-2 186 974 beschrijft een insteekslot dat ingericht is om te worden gemonteerd op een buisvormig element van bijvoorbeeld een tuinpoort. Dit insteekslot omvat een dagschoot die kan worden bediend door middel van twee handgrepen en een nachtschoot die kan worden bediend door middel van een met een sleutel bediende slotcilinder. Het slot zelf bestaat uit een slotlichaam en een frontplaat die daarop bevestigd is door middel van twee schroeven. Om het slot op het buisvormig element te monteren, wordt het slotlichaam door een gleuf gestoken die gesneden wordt in een wandgedeelte van het buisvormig element, tot de frontplaat aangrijpt op het buitenoppervlak van dit wandgedeelte. Boven en onder de gleuf is een gat gemaakt in de wand van het buisvormig element. Het slot wordt op het buisvormig element bevestigd door middel van twee zelftappende schroeven/bouten, die door openingen in de frontplaat aangebracht worden in de respectievelijke gaten in het buisvormig element.
Een nadeel van een dergelijk bevestigingssysteem is dat de gaten voor de zelftappende schroeven/bouten op de juiste plaats moeten worden gemaakt in een zijwand van het buisvormig element. Deze plaats moet vrij nauwkeurig bepaald worden aangezien er in de voor- en achterwand van het buisvormig element gaten gemaakt worden voor de slotcilinder en de handgrepen. Aangezien de as van de handgrepen en de slotcilinder zich helemaal door het buisvormig element uitstrekken, wordt de positie van het slot in het buisvormig element bepaald door deze elementen. De gaten voor de zelftappende schroeven/bouten en voor de slotcilinder en de handgrepen moeten dus op de juiste plaats ten opzichte van elkaar worden gemaakt, hetgeen niet zo gemakkelijk is aangezien deze gaten zich op drie verschillende zijden van het buisvormig element bevinden.
Een verder nadeel van het bevestigingssysteem van dit slot volgens de vroegere stand van de techniek is dat de gleuf voor het slotlichaam en de gaten voor de handgrepen en de slotcilinder in het buisvormig element moeten worden gemaakt voordat dit gecoat wordt met een beschermende coating zodat deze coating ook intact blijft op de plaats van deze gleuf en gaten. Het buisvormig element wordt bijvoorbeeld geverfd of gegalvaniseerd om het tegen oxidatie te beschermen. Echter, zelfs indien de gaten in het buisvormig element gemaakt worden voordat het gecoat wordt, wordt de beschermende laag beschadigd ter hoogte van de gaten wanneer de zelftappende schroeven/bouten in deze gaten in het buisvormig element geschroefd worden.
Nog een ander nadeel van dit gekend bevestigingssysteem is dat de schroefdraad van in de handel verkrijgbare schroeven in het algemeen niet meteen vanaf de kop van de schroeven start. Aangezien de frontplaat rechtstreeks tegen de relatief dunne wand van het buisvormig element geklemd wordt en aangezien de gaten in de frontplaat verzonken moeten zijn om de koppen van de schroeven/bouten te ontvangen, moet de frontplaat bijgevolg tamelijk dik zijn. Een dergelijke dikke frontplaat is niet alleen duurder maar ook minder mooi.
Een laatste nadeel van dit bevestigingssysteem volgens de huidige stand van de techniek is dat, door de beperkte dikte van de wand van het buisvormig element, die in praktijk bijvoorbeeld slechts 1 tot 1,5 mm bedraagt, er niet altijd een stevige bevestiging wordt of kan worden verkregen. In het bijzonder wanneer de schroeven te hard aangespannen worden in de gaten, kunnen de gaten in het buisvormig element zelfs beschadigd worden zodat de vereiste grip van de schroeven in de gaten verloren gaat. Het is niet mogelijk om nieuwe gaten te boren in het buisvormig element, aangezien de plaats van de gaten voor de schroeven volledig bepaald wordt door de positie van de gaten voor de handgrepen en de slotcilinder. WO 2007/009998 beschrijft een bevestigingssysteem met schroef en plug dat toelaat om bijvoorbeeld een schootvanger voor een slot op een buisvormig element te bevestigen. Dit bevestigingssysteem laat toe om een stevige bevestiging te verkrijgen. Een nadeel van dit bevestigingssysteem is echter dat de gaten voor de schroeven opnieuw op de juiste plaats moeten worden geboord. Bovendien is het relatief duur door de freesbewerkingen die nodig zijn, in het bijzonder om de metalen plug te produceren.
Om te vermijden dat gaten moeten worden geboord in de zijwand van het buisvormig element om de frontplaat erop te bevestigen, stelt US 2012/0034021 voor om vlak achter de frontplaat op het siotiicnaam vastKUKkende lipjes te verschatten, wanneer het slot in het buisvormig element geduwd wordt, klikken deze lipjes achter het wandgedeelte van het buisvormig element dat de gleuf omgeeft door dewelke het slot gestoken wordt in het buisvormig element, zodat het slot automatisch bevestigd wordt op het buisvormig element.
Een nadeel van een dergelijk automatisch bevestigingssysteem is dat het slot niet altijd stevig bevestigd is op het buisvormig element aangezien de afstand tussen de frontplaat en de vastklikkende lipjes in het algemeen een beetje groter moet zijn dan de dikte van de wand van het buisvormig element, om de lipjes toe te laten om achter de wand van het buisvormig element te klikken. Bovendien kan de dikte van deze wand tamelijk beduidend variëren, in het bijzonder door het coatingmateriaal dat aangebracht wordt op het buisvormig element. Dit coatingmateriaal kan inderdaad wat uitlopen en ophopen, in het bijzonder in de vorm van druppeltjes aan de randen van de gleuf. Als dit gebeurt, kan het problematisch worden om het slot op het buisvormig element te monteren. Ter hoogte van dergelijke druppeltjes zou de wand van het buisvormig element in feite te dik zijn om de vastklikkende lipjes toe te laten om achter deze wand te klikken om het slot te bevestigen in het buisvormig element.
Nog een nadeel van dit automatisch bevestigingssysteem volgens de vroegere stand van de techniek is dat het, eens het slot op het buisvormig element geklikt werd, niet langer mogelijk is om het te verwijderen, bijvoorbeeld wanneer het moet worden gesmeerd of wanneer het stuk is en moet worden vervangen. FR 2 877 979 beschrijft een slot dat de kenmerken van de kop van conclusie 1 vertoont. Het is ingericht om doorheen een gleuf in een wandgedeelte van een buisvormig element gemonteerd te worden. Het bevat twee klemhefbomen die tussen een ingetrokken en een uitstekende stand op het slot kunnen scharnieren. De klemhefbomen worden door middel van een elastiek in hun ingetrokken stand gehouden zodanig dat het slot doorheen de gleuf in het buisvormig element gestoken kan worden. Elke klemhefboom is voorzien van een schroef die doorheen een opening in de frontplaat van het slot in een tapgat in de klemhefboom geschroefd is. Door het aandraaien van de schroef wanneer het slot in de gleuf ingebracht is worden de klemhefbomen door de schroeven naar hun uitstekende stand getrokken waarin ze contact maken met het binnenoppervlak van het buisvormig element om aldus de wand van het buisvormig element tussen de klemhefboom tussen de frontplaat en de klemhefbomen vast te klemmen. Aangezien de klemhefbomen door middel van de schroeven vanuit hun ingetrokken naar hun uitstekende stand gebracht worden, dienen de schroeven reeds in de ingetrokken stand van de klemhefbomen daarin vastgeschroefd te zitten. In deze stand strekken de schroeven zich verder ook doorheen de openingen in de frontplaat uit. Een nadeel van de kleminrichting volgens FR 2 877 979 is bijgevolg dat de openingen in de frontplaat langwerpig dienen te zijn en dat de hoek waarover de klemhefbomen teruggetrokken kunnen worden beperkt is niettegenstaande de langwerpige vorm van de openingen in de frontplaat. DE 1 428 516 beschrijft een inbouwslot dat door middel van een klemhefboom in een buisvormig element geklemd wordt. De klemhefboom wordt door middel van een schroef met een moer die zich achter de klemhefboom bevindt tegen het binnenoppervlak van het buisvormig element geklemd. In dit slot wordt de klemhefboom opnieuw door middel van een veer naar zijn ingetrokken stand geduwd.
Het is een doel van deze uitvinding om een nieuwe deursloteenheid te verschaffen die stevig en betrouwbaar kan worden bevestigd in een gleuf in een buisvormig element, en dit onafhankelijk van de wanddikte van het buisvormig element. volgens ue uiLvinuing ucvai ue ueuisioieei 11 ieiu een frontplaat en een lichaam en is ze ingericht om met haar lichaam door een gleuf in een wandgeUeelte van een buisvormig element te worden gemonteerd, waarbij Ue frontplaat van Ue eenheid ingericht is om in te grijpen op een buitenoppervlak van genoemd wandgedeelte van het buisvormig element en om te worden bevestigd op genoemd wandgedeelte door middel van minstens één schroef die aangebracht wordt door een opening in genoemde frontplaat. De eenheid bevat verder minstens één klemhefboom die beweegbaar gemonteerd is op het lichaam van de eenheid tussen een ingetrokken stand, waarin het lichaam van de eenheid door genoemde gleuf in het buisvormig element kan worden gestoken, en een uitstekende stand, waarin de klemhefboom ingericht is om aan te grijpen op een binnenoppervlak van genoemd wandgedeelte van het buisvormig element om genoemd wandgedeelte te klemmen tussen de frontplaat en de klemhefboom, waarbij de klemhefboom voorzien is van een tapgat dat in de uitstekende stand van de klemhefboom axiaal uitgelijnd is op genoemde opening in de frontplaat en dat ingericht is om genoemde schroef te ontvangen.
Om de nadelen verbonden aan het in FR 2 877 979 beschreven slot te verhelpen, bevat de deursloteenheid verder een veer om de klemhefboom naar zijn uitstekende stand te drukken.
Op deze wijze moet de klemhefboom, eens hij in het buisvormig element gestoken werd, slechts vrijgegeven worden om door de veer automatisch naar zijn uitstekende stand te worden gebracht zodanig dat de schroef doorheen de opening in de frontplaat ingebracht en in het tapgat in de klemhefboom geschroefd kan worden.
Aangezien de schroef die gebruikt wordt om de eenheid in het buisvormig element te bevestigen, in het tapgat in de klemhefboom geschroefd wordt, kan ze stevig aangespannen worden zodat de wand van het buisvormig element stevig en betrouwbaar geklemd wordt tussen de frontplaat en de klemhefboom. De werking van de klemhefboom wordt hierbij niet beïnvloed door de dikte van de wand van het buisvormig element. De klemhefboom stoort het insteken van het lichaam van de eenheid in het buisvormig element niet, aangezien hij in zijn ingetrokken stand gehouden wordt wanneer de eenheid in het buisvormig element gestoken wordt.
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de deursloteenheid in overeenstemming met de uitvinding, scharniert genoemde klemhefboom rond een scharnieras op het lichaam van de eenheid tussen genoemde ingetrokken stand en genoemde uitstekende stand, waarbij deze scharnieras wezenlijk evenwijdig is aan genoemde frontplaat.
In deze uitvoeringsvorm kan de klemhefboom gewoon scharnieren binnen het buisvormig element, van zijn ingetrokken naar zijn uitstekende stand, tot hij aangrijpt op het binnenoppervlak van de wand van het buisvormig element.
De eenheid omvat bij voorkeur een grendel om de klemhefboom in zijn ingetrokken stand te houden.
Door deze grendel gewoon te bedienen, wordt de klemhefboom vrijgegeven en door de veer naar zijn uitstekende stand gebracht. Het bedienen van de grendel kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd door het gat voor de bout in de frontplaat.
Als alternatief kan het slot een wegneembaar vergrendelelement omvatten dat de klemhefboom in zijn ingetrokken stand houdt en dat in het bijzonder door genoemde opening in de frontplaat gestoken wordt om in te grijpen op de klemhefboom.
Door dit vergrendelelement gewoon te verwijderen, in het bijzonder door dit vergrendelelement gewoon door de opening in de frontplaat uit het slot te trekken, wordt de klemhefboom vrijgegeven en beweegt hij door de werking van genoemde veer in het buisvormig element tot hij zich uitstrekt achter het binnenoppervlak van de wand van het buisvormig element. In deze stand kan de schroef, door genoemde opening in de frontplaat, in de eenheid gestoken worden, en kan ze in het tapgat in de klemhefboom geschroefd worden om de wand van het buisvormig element stevig te klemmen tussen de frontplaat van de eenheid en de klemhefboom.
Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding zullen duidelijk worden uit de volgende beschrijving van enkele bijzondere uitvoeringsvormen van een insteekslot en van een schootvanger in overeenstemming met deze uitvinding. De referentienummers die in deze beschrijving gebruikt worden, verwijzen naar de bijgevoegde tekeningen waarin:
Figuur 1 een perspectief is van een eerste uitvoeringsvorm van een insteekslot in overeenstemming met de uitvinding en van een hek met een buisvormig element waarin het slot moet worden gemonteerd.
Figuur 2 eenzelfde perspectief is als figuur 1 waarbij het slot in het buisvormig element van het hek gestoken is.
Figuur 3 een zijaanzicht is van het slot dat in het buisvormig element gestoken is, waarbij een deel van het buisvormig element en van het frame van het slot weggelaten zijn.
Figuur 4 een detail is van figuur 3 en de klemhefboom van het bevestigingssysteem toont die door de grendel in zijn ingetrokken stand gehouden wordt.
Figuren 5 en 6 dezelfde aanzichten zijn als de figuren 3 en 4, maar waarbij de grendel in zijn niet-vergrendelende stand weergegeven wordt.
Figuur 7 eenzelfde aanzicht is als de figuren 3 en 5 maar de klemhefboom toont in zijn uitstekende stand waarin hij aangrijpt op het binnenoppervlak van het buisvormig element.
Figuur 8 eenzelfde aanzicht is als figuur 7, maar bovendien een schroef toont die in de klemhefboom geschroefd is om de wand van het buisvormig element te klemmen tussen de frontplaat en de klemhefboom van het slot.
Figuur 9 een perspectief is van het slot dat op het hek geïnstalleerd is.
Figuur 10 eenzelfde perspectief is als figuur 1, maar het slot toont met een alternatief systeem om de klemhefbomen in hun ingetrokken stand te houden.
Figuren 11 tot 13 details zijn van het insteekslot dat weergegeven wordt in figuur 10 die de klemhefboom tonen in respectievelijk zijn ingetrokken stand, zijn uitstekende stand en zijn stand waarin de wand van het buisvormig element door middel van een schroef geklemd wordt tussen de klemhefboom en de frontplaat van het slot.
Figuur 14 eenzelfde perspectief is als de figuren 1 en 10, maar het slot toont met een alternatief bevestigingssysteem.
Figuren 15 tot 17 details zijn van het insteekslot dat weergegeven wordt in figuur 14 die de klemhefboom tonen in respectievelijk zijn ingetrokken stand, zijn uitstekende stand waarin hij vrijgegeven is door de grendel en zijn stand waarin de wand van het buisvormig element door middel van een schroef geklemd wordt tussen de klemhefboom en de frontplaat van het slot.
Figuur 18 een perspectief is van een schootvanger voor een deurslot in overeenstemming met de uitvinding en van een stijl of een blad van een dubbele poort met een buisvormig element waarin de schootvanger moet worden gemonteerd, en
Figuren 19 tot 21 details zijn die de klemhefboom van het bevestigingssysteem van de schootvanger voor een deurslot tonen in respectievelijk zijn ingetrokken stand, zijn uitstekende stand en zijn stand waarin de wand van het buisvormig element door middel van een schroef geklemd wordt tussen de klemhefboom en de frontplaat van de schootvanger.
De uitvinding heeft in het algemeen betrekking op een deursloteenheid omvattende een frontplaat 1 en een lichaam. De deursloteenheid kan in het bijzonder een insteekslot of een schootvanger voor een deurslot zijn omvattende een gedeelte dat zich in de steun bevindt waarop het moet worden gemonteerd. Deze steun kan een vaste stijl zijn of een blad van een dubbele deur of poort. De term insteekslot wordt gebruikt om aan te geven dat het lichaam 2 van het slot, i.e. het slotlichaam 2, in een uitsparing in een sluitelement moet worden gestoken.
De uitvinding zal nu eerst in detail uitgelegd worden met verwijzing naar een insteekslot. Het insteekslot van deze uitvinding is ingericht om met zijn slotlichaam 2 door een gleuf 3 in een wandgedeelte 4 van een buisvormig element 5 te worden gemonteerd. Dit buisvormig element 5 is een deel van een poort, zoals bijvoorbeeld weergegeven wordt in figuur 1, of van een deur of eender welk ander type scharnierend sluitelement.
Het vergrendelmechanisme van het slot kan van eender welk type zijn. Het kan een dagschoot 6 omvatten die bediend wordt door middel van de handgrepen 7, een nachtschoot 8 die bediend wordt door middel van een sleutel, in het bijzonder via een slotcilinder 29 (bijvoorbeeld een eurocilinder), of het kan een combinatie van een dagschoot 6 en een nachtschoot 8 omvatten zoals in de uitvoeringsvormen die weergegeven worden in de tekeningen. Gewoonlijk worden de dagschoot 6 en de nachtschoot 8 verschuifbaar gemonteerd in het slot, om te schuiven tussen een ingetrokken en een uitstekende stand. In de uitvoeringsvormen die weergegeven worden in de tekeningen, is de nachtschoot 8 echter haakvormig en scharniert hij in het slot tussen zijn uitstekende en zijn ingetrokken stand. Het slot dat weergegeven wordt in de tekeningen is in het bijzonder een slot dat beschreven wordt in EP 2 186 974. Verdere details over dit slot kunnen zodoende gevonden worden in dit octrooi over de vroegere stand van de techniek dat hierin geïntegreerd is via verwijzing.
Een essentieel verschil tussen het slot dat weergegeven wordt in EP 2 186 974 en het slot in overeenstemming met deze uitvinding is de manier waarop het slot bevestigd wordt in het buisvormig element 5. Het slot in overeenstemming met deze uitvinding omvat minstens één klemhefboom die zodanig gemonteerd is op het slotlichaam 2 dat hij kan bewegen tussen een ingetrokken stand en een uitstekende stand. In de uitvoeringsvorm die weergegeven wordt in de tekeningen, omvat het slotlichaam 2 een voorste afdekplaat 9 en een achterste afdekplaat 10 die het slotmechanisme omsluiten en die boven- en onderaan uitsteken tot voorbij dit slotmechanisme om plaats te verschaffen voor de klemhefbomen, i.e. voor een eerste klemhefboom 11 aan het bovenste uiteinde van het slotlichaam 2 en een tweede klemhefboom 12 aan het onderste uiteinde van het slotlichaam 2. Beide klemhefbomen 11, 12 hebben de vorm van een plaat die in de dwarsrichting tussen de uitstekende delen van de voorste en de achterste afdekplaten 9, 10 past en die aan één uiteinde twee tegenover elkaar liggende uitstekende delen heeft. In de uitvoeringsvorm, die weergegeven wordt in de figuren 1 tot 13, worden deze uitstekende delen ontvangen in gaten 13 in de voorste en achterste afdekplaten 9, 10 zodat de twee klemhefbomen 11, 12 kunnen scharnieren rond respectievelijk een eerste as 14 en een tweede as 15 ten opzichte van de afdekplaten 9, 10. Beide assen 14, 15 zijn wezenlijk evenwijdig aan de frontplaat 1. Ze staan bovendien bij voorkeur wezenlijk loodrecht op de voorste en de achterste afdekplaten 9, 10 van het slotlichaam 2.
In de posities die weergegeven worden in de figuren 1 tot 4 en 10 tot 11 worden de twee klemhefbomen 11, 12 in een ingetrokken stand gehouden, meer bepaald in een stand waarin ze zich binnen het slotlichaam 2 bevinden, i.e. tussen de voorste en de achterste afdekplaten 9, 10, zodat het slot gemakkelijk met zijn slotlichaam 2 door de gleuf 3 in het buisvormig element 5 kan worden gestoken. In hun ingetrokken stand steken de klemhefbomen 11, 12 zodoende niet uit het slotlichaam 2. De klemhefbomen 11, 12 kunnen rond hun assen 14, 15 scharnieren vanuit deze ingetrokken stand naar een uitstekende stand waarin ze uit het slotlichaam 2 steken om in te grijpen op het binnenoppervlak van het wandgedeelte 4 van het buisvormig element 5 dat de gleuf 3 erin omgeeft. Deze uitstekende stand wordt weergegeven in de figuren 7 en 12. In deze uitstekende stand steken de klemhefbomen 11, 12 uit tot respectievelijk boven en onder het slotlichaam 2 om in te grijpen op het binnenoppervlak van de wand 4 van het buisvormig element 5. In deze stand kan de wand 4 van het buisvormig element 5 geklemd worden tussen de frontplaat 1 en de klemhefbomen 11, 12 door middel van de schroeven 16, 17, zodat de frontplaat 1 van het slot bevestigd wordt op de wand 4 van het buisvormig element 5. De schroeven 16, 17 worden aangebracht door openingen 18 in de frontplaat 1 en worden geschroefd in tapgaten 19 in de klemhefbomen 11, 12. Om toe te laten dat de schroeven 16, 17 in de tapgaten 19 in de klemhefbomen 11, 12 geschroefd worden, zijn deze tapgaten 19 in de uitstekende stand van de klemhefbomen 11, 12 axiaal uitgelijnd op de openingen 18 in de frontplaat 1.
Het slot omvat bij voorkeur een veer, in het bijzonder een torsieveer 20, om de klemhefbomen 11, 12 naar hun uitstekende stand te drukken. Op deze wijze moeten de klemhefbomen 11, 12 alleen in hun ingetrokken stand gehouden worden wanneer het slotlichaam 2 in het buisvormig element 5 gestoken wordt. Eens het ingestoken is, kunnen de klemhefbomen 11, 12 vrijgegeven worden zodat de klemhefbomen 11, 12 door de veer 20 automatisch naar hun uitstekende stand gebracht worden.
De klemhefbomen 11, 12 zouden bijvoorbeeld in hun ingetrokken stand kunnen worden gehouden door middel van een rubberen band die aangebracht is rond het slotlichaam 2. Een dergelijke rubberen band zou van het slotlichaam 2 geduwd kunnen worden door één van de openingen 18 in de frontplaat 1, of zou via deze openingen 18 doorgesneden kunnen worden, hetgeen echter niet zo gemakkelijk is en geschikt gereedschap zou kunnen vereisen. Bovendien kan de rubberen band breken wanneer het slot in het buisvormig element 5 gestoken wordt, in het bijzonder als er slechts een kleine spleet is tussen het slotlichaam 2 en het slot 3 in het buisvormig element 5, of kan uit zichzelf breken wanneer hij gedurende een zekere tijd opgeslagen wordt, in het bijzonder bij daglicht, zodat er problemen ontstaan wanneer het slot in het buisvormig element 5 moet worden gestoken.
Om dergelijke problemen te voorkomen, omvat het slot in de eerste uitvoeringsvorm, die weergegeven wordt in de figuren 1 tot 9, voor elke klemhefboom 11, 12 een grendel 21 die ingericht is om de respectievelijke klemhefboom 11, 12 in zijn ingetrokken stand te houden. Zoals te zien is in figuur 4, heeft de grendel 21 een haakvormig gedeelte 22 dat ingrijpt op de klemhefboom 11, 12 om hem in zijn ingetrokken stand te houden. In de uitvoeringsvorm die weergegeven wordt in de tekeningen, is de grendel 21 vervaardigd uit een soepel materiaal zodat hij kan worden geplooid om de klemhefboom 11, 12 vrij te geven. Als alternatief zou de grendel 21 ook kunnen scharnieren op het slotlichaam 2.
Om toe te laten dat de klemhefboom 11, 12 vrijgegeven wordt, wanneer het slotlichaam 2 in het buisvormig element 5 gestoken is, omvat de grendel 21 een distaal uiteinde 23 dat zich uitstrekt vanaf het haakvormig gedeelte 22 van de grendel 21. Door gewoon tegen dit distaal uiteinde 23 te duwen, wordt de klemhefboom 11, 12 vrijgegeven en scharniert hij automatisch door de torsieveer 20 tot hij ingrijpt op het binnenoppervlak van de wand 4 van het buisvormig element 5. Zoals weergegeven wordt in figuur 6 kan de grendel 21, om de klemhefboom 11, 12 vrij te geven, bediend worden met eender welk dun, langwerpig gereedschap 24, bijvoorbeeld een schroevendraaier, een zeskantsleutel of gewoon een nagel of eender welk ander staafvormig onderdeel, via de opening 18 die verschaft wordt voor de schroef 16, 17 in de frontplaat 1. Er wordt immers een doorgang 25 verschaft in het slot tussen de opening 18 in de frontplaat 1 en de grendel 21 om toe te laten dat de grendel 21 bediend wordt door middel van een langwerpig gereedschap 24 door deze opening 18 om de klemhefboom 11, 12 vrij te geven.
In de tweede uitvoeringsvorm, die weergegeven wordt in de figuren 10 tot 13, omvat het slot voor elk van de klemhefbomen 11, 12 een wegneembaar vergrendelelement 26 dat de klemhefbomen 11, 12 in hun ingetrokken stand houdt. Dit wegneembaar vergrendelelement 26 wordt door de opening 18 in de frontplaat 1 in het slotlichaam 2 gestoken om in the grijpen op de klemhefboom 11, 12. Het weergegeven vergrendelelement 26 heeft de vorm van een pen die zodanig in de opening 18 van de frontplaat 1 gestoken wordt dat ze er in vastklemt. Het vergrendelelement 26 omvat meer in het bijzonder een samendrukbaar gedeelte 27 dat een buitendiameter heeft die een beetje groter is dan de binnendiameter van de opening 18 en die ingericht is om door de opening 18 te worden geduwd om het vergrendelelement 26 te bevestigen in de opening 18. Het vergrendelelement 26 heeft tegenover het samendrukbaar gedeelte 27 een dikker gedeelte 28 dat uit het slot steekt en dat gemakkelijk vastgegrepen kan worden om het vergrendelelement 26 uit het slot te verwijderen. Zoals weergegeven wordt in figuur 12 wordt de klemhefboom 11, 12, wanneer hij vrijgegeven wordt, door de torsieveer 20 gedraaid om in te grijpen op het binnenoppervlak van de wand 4 van het buisvormig element 5. In deze stand kan de schroef 16, 17 in de klemhefboom 11, 12 geschroefd worden, hetgeen weergegeven wordt in figuur 13.
Een alternatieve uitvoeringsvorm van de klemhefbomen 11, 12, waarbij ze verschuifbaar gemonteerd zijn op het slotlichaam 2, wordt weergegeven in de figuren 15 tot 17. In deze uitvoeringsvorm hebben beide klemhefbomen 11, 12 opnieuw de vorm van een plaat die in de dwarsrichting tussen de uitstekende delen van de voorste en de achterste afdekplaat 9, 10 past en die aan één uiteinde twee tegenover elkaar liggende uitstekende delen heeft. Deze uitstekende delen hebben een niet-cirkelvormige doorsnede, in het bijzonder een vierkante doorsnede zoals te zien is in figuur 14, en worden ontvangen in tegenover elkaar liggende gleuven 36 in de voorste en de achterste afdekplaat 9, 10 zodanig dat de klemhefbomen op en neer kunnen schuiven, wezenlijk in de lengterichting van de frontplaat 1. In de uitstekende standen van de klemhefbomen 11, 12 komen de uitstekende delen in een verbreed gedeelte van de gleuven 36, zodat ze een beetje kunnen scharnieren ten opzichte van de frontplaat 1. Ze kunnen echter niet van de frontplaat 1 weg scharnieren door de grendels 21. De veren 20 om de klemhefbomen 11, 12 in deze uitvoeringsvorm naar hun uitstekende standen te duwen zijn drukveren in de plaats van torsieveren.
De grendels 21 zijn ingericht om de respectievelijke klemhefboom 11, 12 in zijn ingetrokken stand te houden. Zoals te zien is in figuur 15 hebben de grendels 21 een haakvormig gedeelte 22 dat ingrijpt op de klemhefboom 11, 12 om hem in zijn ingetrokken stand te houden. De grendels 21 zijn vervaardigd uit een soepel materiaal zodat ze kunnen worden geplooid om de klemhefbomen 11, 12 vrij te geven. Dit kan gedaan worden op dezelfde wijze als weergegeven in figuur 6 met een gereedschap 24 dat door de openingen 18 in de frontplaat 1 kan worden gestoken. Als de grendels 21 weggeduwd worden van de klemhefbomen 11, 12 worden deze, zoals weergegeven wordt in figuur 16, door de drukveren 20 naar hun uitstekende standen geduwd. In deze standen kan de wand 4 van het buisvormig element 5 geklemd worden tussen de frontplaat 1 en de klemhefbomen 11, 12 door middel van schroeven 16, 17, zodat de frontplaat 1 van het slot bevestigd wordt aan de wand 4 van het buisvormig element 5. De schroeven 16, 17 worden aangebracht door de openingen 18 in de frontplaat 1 en worden in de tapgaten 19 in de klemhefbomen 11, 12 geschroefd. Om toe te laten dat de schroeven 16, 17 in de tapgaten 19 in de klemhefbomen 11, 12 geschroefd worden, zijn deze tapgaten 19 in de uitstekende stand van de klemhefbomen 11, 12 axiaal uitgelijnd op de openingen 18 in de frontplaat 1.
Zoals hierboven beschreven wordt, kunnen de klemhefbomen 11, 12 in hun uitstekende standen scharnieren in de verbrede gedeelten van de gleuven 36, zodat ze gemakkelijk door de schroeven 16, 17 tegen de wand 4 van het buisvormig element 5 kunnen worden getrokken. Deze aangespannen positie wordt weergegeven in figuur 17.
In de uitvoeringsvormen die weergegeven worden in de figuren 1 tot 17, past het slotlichaam 2 met boven- en / of onderaan enige speling in de gleuf 3 in het buisvormig element. Deze speling wordt mogelijk gemaakt door het feit dat de frontplaat 1 van het slot niet langer aan de buisvormige elementen moet worden bevestigd door middel van schroeven/bouten die in gaten in de zijwand 4 van het buisvormig element 5 moeten worden geschroefd, maar bevestigd wordt door de wand 4 van het buisvormig element 5 te klemmen tussen de klemhefbomen 11, 12 en de frontplaat 1. Door de vrije ruimte tussen het slotlichaam 2 en de gleuf 3, kan het slotlichaam 2 zodoende gemakkelijk in het buisvormig element 5 worden gestoken. Bovendien zijn er, om de handgrepen 7 en de slotcilinder 29 te monteren op het slot dat in het buisvormig element 5 gestoken is, gaten 30 en 31 gemaakt in de voor- en de achterzijde van het buisvormig element 5. Voorts zijn er twee kleinere gaten 32 aangebracht in de voor- en de achterzijde van het buisvormig element 5 om toe te laten dat de afdekplaten 33 van het slot bevestigd worden op het buisvormig element door middel van schroeven 34. Door de speling tussen het slotlichaam 2 en de gleuf 3 in het buisvormig element, moet de gleuf 3 niet heel nauwkeurig aangebracht worden op de juiste positie ten opzichte van de gaten 30 - 32 in de voor- en de achterzijde van het buisvormig element 5.
In de uitvoeringsvormen die weergegeven worden in de tekeningen, zijn de openingen 18 voor de schroeven 16, 17 in de frontplaat 1 aangebracht ter hoogte van het slotlichaam 2. Dit betekent dat in de geïnstalleerde positie van het slot de schroeven 16, 17 zich uitstrekken door de frontplaat 1 in het slotlichaam 2. Aangezien de gleuf 3 zelfs wat breder is dan het slotlichaam 2, strekken de schroeven 16, 17 zich uit door de gleuf 3 zodat er in de wand 4 van het buisvormig element 5 geen afzonderlijke gaten moeten worden gemaakt voor de schroeven 16, 17.
Om het slot op het buisvormig element 5 te monteren, wordt het slot eerst met zijn slotlichaam 2 in het buisvormig element 5 aangebracht door de gleuf 3. De klemhefbomen 11, 12 kunnen vervolgens vrijgegeven worden zodat het slot op zijn plaats gehouden wordt door de klemhefbomen 11, 12, die door de torsieveren 20 tegen de wand 4 van het buisvormig element 5 gedrukt worden. Vervolgens kunnen de handgrepen 7, slotcilinder 29 en afdekplaten 33 gemonteerd worden op de voor- en de achterzijde van het buisvormig element 5. Tijdens deze montage kan het slot nog een beetje naar boven of naar beneden verplaatst worden in de gleuf 3 om het slotlichaam correct uit te lijnen ten opzichte van de gaten 30 en 31 voor de handgrepen 7 en de slotcilinder 29 in het buisvormig element 5. Tot slot kan het slot stevig bevestigd worden door de schroeven 16, 17 in de tapgaten 19 in de klemhefbomen 11, 12 te schroeven.
Door het feit dat de schroeven 16, 17 stevig in de klemhefbomen 11, 12 kunnen worden geschroefd, kunnen deze schroeven ook worden gebruikt om bijkomende accessoires te bevestigen op het buisvormig element 5. Zoals weergegeven wordt in de figuren 7 tot 9 kan één van deze schroeven, namelijk de onderste schroef 17, bijvoorbeeld gebruikt worden om een bijkomend veiligheidsonderdeel 35, dat de vorm heeft van een paddenstoel, te bevestigen op het buisvormig element 5. Zoals in detail beschreven wordt in EP-B-1 600 584, dat hierin geïntegreerd is via referentie, kan een dergelijk paddenstoelvormig veiligheidsonderdeel 35 achter een gedeelte van de schootvanger haken wanneer de deur of poort gesloten wordt, zodat de schoten van het slot niet uit de schootvanger kunnen worden geforceerd door het slot en de schootvanger van elkaar weg te forceren, bijvoorbeeld door middel van een koevoet. Dit vereist natuurlijk een betrouwbare en stevige bevestiging van het veiligheidsonderdeel 35 aan het buisvormig element 5.
De bevestigingssystemen met de klemhefbomen 11, 12 die in hun ingetrokken standen gehouden worden door middel van de grendels 21 of de wegneembare vergrendelelementen 26 kunnen ook worden toegepast op een schootvanger voor een deurslot die, zoals weergegeven wordt in figuur 18, opnieuw een frontplaat 1 omvat en een schootvangerlichaam 37. Net zoals het slotlichaam 2, strekt het schootvangerlichaam 37 zich in de gemonteerde positie van de schootvanger uit door een gleuf 3 in een buisvormig element 5. In de uitvoeringsvorm die weergegeven wordt in de figuren 18 tot 21, wordt hetzelfde bevestigingssysteem gebruikt als in de uitvoeringsvorm van het slot die weergegeven wordt in de figuren 1 tot 9. Dit bevestigingssysteem omvat de twee klemhefbomen 11, 12 die scharnieren rond de assen 14, 15 op het schootvangerlichaam 37 en die door de grendels 21 in hun ingetrokken stand gehouden worden, zoals weergegeven wordt in figuur 19. Door de grendels 21 door de openingen 18 in de frontplaat 1 weg te drukken van de klemhefbomen 11, 12, worden de klemhefbomen 11, 12 vrijgegeven en worden ze door de torsieveren 20 gedraaid tot tegen het binnenoppervlak van het wandgedeelte 4 van het buisvormig element 5. Deze stand wordt weergegeven in figuur 20. De schootvanger kan vervolgens bevestigd worden door middel van de schroeven 16, 17 die door de openingen 18 in de frontplaat 1 in de klemhefbomen 11, 12 geschroefd worden, zodat de wand 4 van het buisvormig element 5 geklemd wordt tussen de frontplaat 1 en de klemhefbomen 11, 12 (zie figuur 21).
Het zal voor een vakman duidelijk zijn dat er, binnen de beschermingsomvang zoals bepaald in de bijgevoegde conclusies, verdere wijzigingen kunnen worden aangebracht aan de hierboven beschreven sloten.
In het bijzonder kan één van de twee klemhefbomen 11, 12 weggelaten worden, bijvoorbeeld de onderste, en vervangen worden door een spleet tussen de frontplaat 1 en het lichaam 2 van de eenheid, zoals bijvoorbeeld geïllustreerd wordt in figuur 3 van US 2012/0034021, zodanig dat de eenheid eerst met deze spleet aan de onderste rand van de gleuf 3 over de zijwand 4 van het buisvormig element 5 kan worden geschoven, waarna het lichaam van de eenheid rond deze rand van de gleuf 3 in het buisvormig element 5 kan worden gedraaid.

Claims (15)

CONCLUSIES
1. Deursloteenheid omvattende een frontplaat (1) en een lichaam (2, 37) en die ingericht is om te worden gemonteerd met haar lichaam (2, 37) door een gleuf (3) in een wandgedeelte (4) van een buisvormig element (5), waarbij de frontplaat (1) van de eenheid ingericht is om aan te grijpen op een buitenoppervlak van genoemd wandgedeelte (4) van het buisvormig element (5) en om te worden bevestigd op genoemd wandgedeelte (4) door middel van minstens één schroef (16, 17) die aangebracht wordt door een opening (18) in genoemde frontplaat (1), waarbij de eenheid minstens één klemhefboom (11, 12) omvat die beweegbaar gemonteerd is op het lichaam (2, 37) van de eenheid tussen een ingetrokken stand, waarin het lichaam (2, 37) van de eenheid door genoemde gleuf (3) in het buisvormig element (5) kan worden gestoken, en een uitstekende stand, waarin de klemhefboom (11, 12) ingericht is om aan te grijpen op een binnenoppervlak van genoemd wandgedeelte (4) van het buisvormig element (5) om genoemd wandgedeelte (4) te klemmen tussen de frontplaat (1) en de klemhefboom 11, 12), waarbij de klemhefboom (11, 12) voorzien is van een tapgat (19) dat in de uitstekende stand van de klemhefboom (11, 12) axiaal uitgelijnd is op genoemde opening (18) in de frontplaat (1) en dat ingericht is om genoemde schroef (16, 17) te ontvangen, daardoor gekenmerkt dat de eenheid verder een veer (20) omvat om de klemhefboom (11, 12) naar zijn uitstekende stand te drukken.
2. Deursloteenheid volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat genoemde schroef (16, 17) voorzien is om in de uitstekende stand van de klemhefboon (11, 12) doorheen genoemde opening (18) in de frontplaat (1) in de eenheid gestoken en in het tapgat (19) in de klemhefboom (11, 12) geschroefd te worden.
3. Deursloteenheid volgens conclusie 1 of 2, daardoor gekenmerkt dat genoemde klemhefboom (11, 12) scharniert rond een as (14, 15) op het lichaam (2, 37) van de eenheid tussen genoemde ingetrokken stand en genoemde uitstekende stand.
4. Deursloteenheid volgens conclusie 3, daardoor gekenmerkt dat genoemde as (14, 15) wezenlijk evenwijdig is aan genoemde frontplaat (1 ).
5. Deursloteenheid volgens conclusie 1 of 2, daardoor gekenmerkt dat genoemde klemhefboom (11, 12) verschuifbaar tussen genoemde ingetrokken stand en genoemde uitstekende stand gemonteerd is op genoemd lichaam (2, 37) van de eenheid.
6. Deursloteenheid volgens één van de conclusies 1 tot 5, daardoor gekenmerkt dat ze een grendel (21) omvat om de klemhefboom (11, 12) in zijn ingetrokken stand te houden.
7. Deursloteenheid volgens conclusie 6, daardoor gekenmerkt dat genoemde grendel (21) een haakvormig gedeelte (22) heeft dat ingrijpt op de klemhefboom (11, 12) om hem in zijn ingetrokken stand te houden.
8. Deursloteenheid volgens conclusie 6 of 7, daardoor gekenmerkt dat er een doorgang (25) verschaft wordt in het lichaam (2, 37) van de eenheid tussen genoemde opening (18) en genoemde grendel (21) om toe te laten dat de grendel (21) bediend wordt om de klemhefboom (11, 12) vrij te geven.
9. Deursloteenheid volgens één van de conclusies 1 tot 5, daardoor gekenmerkt dat ze een wegneembaar vergrendelelement (26) omvat dat de klemhefboom (11, 12) in zijn ingetrokken stand houdt.
10. Deursloteenheid volgens conclusie 9, daardoor gekenmerkt dat genoemd wegneembaar vergrendelelement (26) door genoemde opening (18) in de frontplaat (1) gestoken wordt om in te grijpen op de klemhefboom (11, 12).
11. Deursloteenheid volgens één van de conclusies 1 tot 10, daardoor gekenmerkt dat de eenheid twee klemhefbomen (11 en 12) omvat, in het bijzonder genoemde klemhefboom (11) die beweegbaar gemonteerd is op het lichaam van de eenheid aan een eerste uiteinde van het lichaam van de eenheid en een andere klemhefboom (12) die beweegbaar gemonteerd is op het lichaam van de eenheid aan een tweede uiteinde van het lichaam (2) van de eenheid dat zich tegenover genoemd eerste uiteinde bevindt.
12. Deursloteenheid volgens één van de conclusies 1 tot 11, daardoor gekenmerkt dat ze een insteekslot is.
13. Deursloteenheid volgens één van de conclusies 1 tot 11, daardoor gekenmerkt dat ze een schootvanger voor een deurslot is.
14. Deursloteenheid volgens één van de conclusies 1 tot 13, daardoor gekenmerkt dat ze gemonteerd wordt op genoemd buisvormig element (5), waarbij genoemde minstens ene schroef (16, 17) zich uitstrekt in het tapgat (19) in de klemhefboom (11, 12) om genoemd wandgedeelte (4) van het buisvormig element (5) te klemmen tussen de frontplaat (1) van de eenheid en de klemhefboom (11, 12).
15. Deursloteenheid volgens conclusie 14, daardoor gekenmerkt dat genoemde minstens ene schroef (16, 17) zich uitstrekt door genoemde gleuf (3) in het tapgat (19) in de klemhefboom (16, 17).
BE2016/5464A 2015-10-06 2016-06-23 Deursloteenheid die ingericht is om te worden gemonteerd op een buisvormig element BE1023032B1 (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
EP15188623.1 2015-10-06
EP15188623 2015-10-06

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1023032B1 true BE1023032B1 (nl) 2016-11-09

Family

ID=54266447

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2016/5464A BE1023032B1 (nl) 2015-10-06 2016-06-23 Deursloteenheid die ingericht is om te worden gemonteerd op een buisvormig element

Country Status (4)

Country Link
EP (1) EP3153645B1 (nl)
BE (1) BE1023032B1 (nl)
ES (1) ES2763307T3 (nl)
PL (1) PL3153645T3 (nl)

Families Citing this family (20)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN107143257A (zh) * 2017-06-26 2017-09-08 博威系统门窗(苏州)有限公司 带有门锁的平开门窗以及门锁安装方法
FR3106606B1 (fr) * 2020-01-27 2022-06-10 Ferco Dispositif de poignée de commande d’un ouvrant d’un système de fermeture d’une ouverture d’un bâtiment
AU2021221630A1 (en) * 2021-08-25 2023-03-16 Assa Abloy New Zealand Limited Lock with securable retainer for sliding panels and installation method
EP4159962B1 (en) 2021-10-01 2024-12-04 Locinox A double wing gate and a method for constructing the same
PL4245951T3 (pl) 2022-03-17 2025-01-13 Locinox Osprzęt zamka drzwiowego przystosowany do zamontowania na członie rurowym
EP4245950B1 (en) 2022-03-17 2025-01-22 Locinox Door lock fixture mounted onto a tubular member
EP4310276A1 (en) 2022-07-20 2024-01-24 Locinox A safety lock for a hinged closure member
CN116620920B (zh) * 2023-07-19 2023-09-26 常州力拓塑胶有限公司 一种pvc压延膜生产用包装设备及方法
BE1032036B1 (nl) 2023-10-05 2025-05-12 Locinox Nv Een poortactuator
BE1032033B1 (nl) 2023-10-05 2025-05-12 Locinox Nv Een poortactuator
BE1032121B1 (nl) 2023-11-08 2025-06-10 Locinox Nv Een poortactuator
WO2025073950A1 (en) 2023-10-05 2025-04-10 Locinox A gate actuator
BE1032034B1 (nl) 2023-10-05 2025-05-12 Locinox Nv Een poortactuator
DE102023130644A1 (de) * 2023-11-06 2025-05-08 Hermann Mohn GmbH & Co. KG Klemmvorrichtung für Rohrrahmenschloss
EP4567230A1 (en) 2023-12-04 2025-06-11 Locinox A morticed bolt keep and a closure system comprising the same
EP4567231A1 (en) 2023-12-04 2025-06-11 Locinox A morticed bolt keep and a closure system comprising the same
EP4610454A1 (en) 2024-03-01 2025-09-03 Locinox A gate post
EP4610453A1 (en) 2024-03-01 2025-09-03 Locinox A gate post
EP4610468A1 (en) 2024-03-01 2025-09-03 Locinox A gate post
EP4671486A1 (en) 2024-06-25 2025-12-31 Locinox GATE POST

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE1428516A1 (de) * 1964-12-28 1969-05-29 Fliether Fa Karl Einsteck-Tuerschloss fuer Metallhohlprofil-Tuerrahmen
DE2449741A1 (de) * 1974-10-19 1976-04-22 Fliether Fa Karl Schlossbefestigung in rohrrahmentueren
ATE455220T1 (de) 2004-05-26 2010-01-15 Joseph Talpe Satz mit schloss, schliessblech und röhrenförmigem element
FR2877979A1 (fr) * 2004-11-16 2006-05-19 Charles Prunet Dispositif de verrouillage pour ouvrant coulissant a tringle(s) de commande et poignee(s) de manoeuvre et procede de montage
EP1746293A1 (en) 2005-07-20 2007-01-24 Joseph Talpe Fixing device for hollow frames and plate surfaces
EP2186974B1 (en) 2008-11-14 2012-12-19 Joseph Talpe Cylinder lock with pivotally-mounted bolt.
FR2944825B1 (fr) * 2009-04-27 2015-05-01 Bezault Sas Dispositif de fixation de ferrure notamment pour fenetres en aluminium ou matiere plastique, ferrure et vantail ou cadre dormant equipes.
FR2963633B1 (fr) * 2010-08-03 2012-08-17 Sotralu Ferrure en applique comportant une bride de fixation
CN201835601U (zh) 2010-08-04 2011-05-18 希美克(广州)实业有限公司 可快速装配的插芯锁

Also Published As

Publication number Publication date
PL3153645T3 (pl) 2020-05-18
ES2763307T3 (es) 2020-05-28
EP3153645A1 (en) 2017-04-12
EP3153645B1 (en) 2019-10-30

Similar Documents

Publication Publication Date Title
BE1023032B1 (nl) Deursloteenheid die ingericht is om te worden gemonteerd op een buisvormig element
US6733051B1 (en) Door fastening device
US6253417B1 (en) Door holder and stop with retaining means for holding a door shut while in a closed position
US20070029812A1 (en) Flush bolt with fliplock
EP2418343A2 (en) Opening restrictor
US9624701B2 (en) Multi-point lock having a shootbolt with a flat driverail mounted in a narrow groove
US7017955B1 (en) Draw latch having kick-out catch
US11111709B1 (en) Adjustable hinge repair assembly
US20200270921A1 (en) Click in cabinet hinge
CN203654892U (zh) 弹射栓组件以及双向长插销锁定机构
US7452011B1 (en) Safety latch apparatus
EP3294972B1 (en) Anti-barricade door system
US20020158474A1 (en) Lock
US8561440B1 (en) Pivoted cover lock
EP3187671B1 (de) Verriegelungsvorrichtung als einbruchssicherung für z. b. fenster und türen
CA3074209A1 (en) Swing bar door guard
US10822849B1 (en) Door locking system
EP2281983A1 (en) Snap lock assembly
CA2362596C (en) Door fastening device
GB2512579A (en) A lock guard
DK201800073U3 (da) Sikringsbeslag
GB2318818A (en) A collapsible security grille
GB2173246A (en) Device to restrict door opening
DE102018108637A1 (de) Falleneinsatz mit tagstellung zur bedingten freigabe einer schlossfalle eines türschlossmechanismus
DE19756940A1 (de) Tür-Blocker