BE1023003B1 - Werkwijze en systeem voor het sorteren en stapelen van houtfineerbundels - Google Patents
Werkwijze en systeem voor het sorteren en stapelen van houtfineerbundels Download PDFInfo
- Publication number
- BE1023003B1 BE1023003B1 BE2015/5361A BE201505361A BE1023003B1 BE 1023003 B1 BE1023003 B1 BE 1023003B1 BE 2015/5361 A BE2015/5361 A BE 2015/5361A BE 201505361 A BE201505361 A BE 201505361A BE 1023003 B1 BE1023003 B1 BE 1023003B1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- veneer
- bundle
- bundles
- location
- stacking
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims abstract description 120
- 239000002023 wood Substances 0.000 title abstract description 44
- 238000003860 storage Methods 0.000 claims description 38
- 239000000945 filler Substances 0.000 claims description 31
- 238000005520 cutting process Methods 0.000 claims description 30
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 claims description 18
- 239000002916 wood waste Substances 0.000 claims description 17
- 230000007723 transport mechanism Effects 0.000 claims description 15
- 125000006850 spacer group Chemical group 0.000 claims description 14
- 238000012546 transfer Methods 0.000 claims description 8
- 238000004064 recycling Methods 0.000 claims description 6
- 239000011230 binding agent Substances 0.000 claims description 4
- 238000011156 evaluation Methods 0.000 claims description 4
- 238000012552 review Methods 0.000 claims description 4
- 238000012545 processing Methods 0.000 description 9
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 7
- 230000001788 irregular Effects 0.000 description 6
- 239000000835 fiber Substances 0.000 description 5
- -1 veneer sheet Substances 0.000 description 4
- 229930014626 natural product Natural products 0.000 description 3
- 239000011120 plywood Substances 0.000 description 3
- 239000002699 waste material Substances 0.000 description 3
- 208000019300 CLIPPERS Diseases 0.000 description 2
- 238000004026 adhesive bonding Methods 0.000 description 2
- 208000021930 chronic lymphocytic inflammation with pontine perivascular enhancement responsive to steroids Diseases 0.000 description 2
- 239000004035 construction material Substances 0.000 description 2
- 238000013461 design Methods 0.000 description 2
- 238000000605 extraction Methods 0.000 description 2
- 239000000463 material Substances 0.000 description 2
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 2
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 2
- 229920003023 plastic Polymers 0.000 description 2
- 235000018185 Betula X alpestris Nutrition 0.000 description 1
- 235000018212 Betula X uliginosa Nutrition 0.000 description 1
- 241000167854 Bourreria succulenta Species 0.000 description 1
- 229920000742 Cotton Polymers 0.000 description 1
- 241000208202 Linaceae Species 0.000 description 1
- 235000004431 Linum usitatissimum Nutrition 0.000 description 1
- 239000004698 Polyethylene Substances 0.000 description 1
- 239000004743 Polypropylene Substances 0.000 description 1
- 244000040384 Quercus garryana Species 0.000 description 1
- 235000019693 cherries Nutrition 0.000 description 1
- 239000011093 chipboard Substances 0.000 description 1
- 239000003086 colorant Substances 0.000 description 1
- 230000007547 defect Effects 0.000 description 1
- 238000000151 deposition Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 230000008030 elimination Effects 0.000 description 1
- 238000003379 elimination reaction Methods 0.000 description 1
- 239000011094 fiberboard Substances 0.000 description 1
- 238000009408 flooring Methods 0.000 description 1
- 239000011888 foil Substances 0.000 description 1
- 238000009776 industrial production Methods 0.000 description 1
- 239000003550 marker Substances 0.000 description 1
- 239000000123 paper Substances 0.000 description 1
- 229920000573 polyethylene Polymers 0.000 description 1
- 229920000139 polyethylene terephthalate Polymers 0.000 description 1
- 239000005020 polyethylene terephthalate Substances 0.000 description 1
- 229920001155 polypropylene Polymers 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B27—WORKING OR PRESERVING WOOD OR SIMILAR MATERIAL; NAILING OR STAPLING MACHINES IN GENERAL
- B27L—REMOVING BARK OR VESTIGES OF BRANCHES; SPLITTING WOOD; MANUFACTURE OF VENEER, WOODEN STICKS, WOOD SHAVINGS, WOOD FIBRES OR WOOD POWDER
- B27L5/00—Manufacture of veneer ; Preparatory processing therefor
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B27—WORKING OR PRESERVING WOOD OR SIMILAR MATERIAL; NAILING OR STAPLING MACHINES IN GENERAL
- B27L—REMOVING BARK OR VESTIGES OF BRANCHES; SPLITTING WOOD; MANUFACTURE OF VENEER, WOODEN STICKS, WOOD SHAVINGS, WOOD FIBRES OR WOOD POWDER
- B27L5/00—Manufacture of veneer ; Preparatory processing therefor
- B27L5/08—Severing sheets or segments from veneer strips; Shearing devices therefor; Making veneer blanks, e.g. trimming to size
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B27—WORKING OR PRESERVING WOOD OR SIMILAR MATERIAL; NAILING OR STAPLING MACHINES IN GENERAL
- B27M—WORKING OF WOOD NOT PROVIDED FOR IN SUBCLASSES B27B - B27L; MANUFACTURE OF SPECIFIC WOODEN ARTICLES
- B27M3/00—Manufacture or reconditioning of specific semi-finished or finished articles
- B27M3/04—Manufacture or reconditioning of specific semi-finished or finished articles of flooring elements, e.g. parqueting blocks
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G57/00—Stacking of articles
- B65G57/02—Stacking of articles by adding to the top of the stack
- B65G57/16—Stacking of articles of particular shape
- B65G57/20—Stacking of articles of particular shape three-dimensional, e.g. cubiform, cylindrical
- B65G57/22—Stacking of articles of particular shape three-dimensional, e.g. cubiform, cylindrical in layers each of predetermined arrangement
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G2201/00—Indexing codes relating to handling devices, e.g. conveyors, characterised by the type of product or load being conveyed or handled
- B65G2201/02—Articles
- B65G2201/0214—Articles of special size, shape or weigh
- B65G2201/022—Flat
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G2201/00—Indexing codes relating to handling devices, e.g. conveyors, characterised by the type of product or load being conveyed or handled
- B65G2201/02—Articles
- B65G2201/0282—Wooden articles, e.g. logs, trunks or planks
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Manufacturing & Machinery (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Forests & Forestry (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Veneer Processing And Manufacture Of Plywood (AREA)
Abstract
Deze uitvinding heeft betrekking tot een werkwijze voor het sorteren van houtfineerbundels. Deze uitvinding heeft eveneens betrekking op een werkwijze voor het stapelen van houtfineerbundels. Deze uitvinding heeft eveneens betrekking tot een werkwijze voor het geautomatiseerd stapelen en/of sorteren van houtfineerbundels. Deze uitvinding heeft eveneens betrekking op een werkwijze voor het stapelen van houtfineerbundels. Deze uitvinding heeft eveneens betrekking tot een systeem voor het stapelen van houtfineerbundels. Deze uitvinding heeft eveneens betrekking tot een systeem voor het geautomatiseerd sorteren en/of stapelen van houtfineerbundels.
Description
WERKWIJZE EN SYSTEEM VOOR HET SORTEREN EN STAPELEN VAN HOUTFINEERBUNDELS
TECHNISCH VELD
Deze uitvinding heeft betrekking tot een werkwijze voor het sorteren van houtfineerbundels. Deze uitvinding heeft eveneens betrekking tot een werkwijze voor het stapelen van houtfineerbundels. Deze uitvinding heeft eveneens betrekking tot een werkwijze voor het geautomatiseerd stapelen en/of sorteren van houtfineerbundels. Deze uitvinding heeft eveneens betrekking tot een werkwijze voor het stapelen van houtfineerbundels. Deze uitvinding heeft eveneens betrekking tot een systeem voor het stapelen van houtfineerbundels. Deze uitvinding heeft eveneens betrekking tot een systeem voor het geautomatiseerd sorteren en/of stapelen van houtfineerbundels.
TECHNOLOGISCHE ACHTERGROND VAN DE UITVINDING
In het veld van de houtbewerking verwijst het begrip “fineer” naar een natuurlijk houtproduct dat bestaat uit dunne vellen hout van hooguit enkele millimeters dik. Het begrip “fineer” zoals hierin gebruikt verwijst dan ook exclusief naar houtfineer.
Fineer wordt bijvoorbeeld gebruikt voor decoratieve doeleinden in onder meer parketvloeren, deurpanelen, kasten, en inlegwerk. Verder wordt fineer bij multiplex hout gebruikt om houten panelen te produceren met uitzonderlijke sterkte door het aan elkaar lijmen van meerdere fineerlagen onder bijvoorbeeld rechte hoeken. Fineer kan dus gebruikt worden als decoratief constructiemateriaal en als materiaal dat sterkte geeft aan een structuur.
Fineer heeft als decoratief constructiemateriaal enkele markante voordelen in vergelijking met massief hout. Een eerste voordeel is dat het verwerken van een boomstam tot fineervellen resulteert in zeer groot gebruiksoppervlak in vergelijking met wanneer een boomstam wordt verwerkt tot massieve houten planken. Het groter gebruiksoppervlak dat het verwerken van een boomstam tot fineervellen met zich meebrengt is gerelateerd aan de geringe dikte van de fineervellen in vergelijking met de dikte van massieve houten planken. Fineervellen kunnen immers dunner dan één millimeter zijn, terwijl massieve houten planken typisch dikker zijn dan één centimeter. Uit eenzelfde volume boomstam kan er dus een veel groter oppervlak fineervellen dan massieve houten planken worden gewonnen. Het grote gebruiksoppervlak voor een beperkte hoeveelheid hout zorgt er bijvoorbeeld voor dat optimaal gebruik gemaakt kan worden van uitzonderlijke boomstammen; bijvoorbeeld boomstammen met uitzonderlijke nerfpatronen of boomstammen van een kostbare houtsoort.
Naast het groter gebruiksoppervlak voor het zelfde volume hout brengt fineer een verder efficiëntievoordeel met zich mee in vergelijking met massief hout: fineervellen worden van een boomstam verwijderd in een snijproces dat zeer weinig houtverspilling met zich meebrengt in vergelijking met processen voor de productie van massief hout. In het bijzonder wordt in snijprocessen houtafval geminimaliseerd door de eliminatie van zaagafval.
Fineer is echter een uitdagend product om te verwerken. Omdat fineer zo dun is, is het plooibaar en kan het breekbaar zijn. Daarnaast kunnen relatief kleine hygroscopische spanningen fineer laten opkrullen in eender welke richting. Fineervellen kunnen verder ook een onregelmatige vorm hebben. Deze specifieke en variërende eigenschappen van fineer bemoeilijken de hantering van dit natuurproduct in een industriële productieomgeving.
Omdat fineer een natuurproduct is, variëren ook de esthetische eigenschappen van fineervellen sterk. Deze variërende eigenschappen zijn vanuit het standpunt van bijvoorbeeld een interieurarchitect een sterke troef omdat ze een indrukwekkende ontwerpvrijheid met zich meebrengen. Deze ontwerpvrijheid manifesteert zich op veel verschillende vlakken. Zo kan fineer zeer uiteenlopende kleuren hebben, van wit tot rood tot zwart. Met een gepaste nabehandeling kan de glans van een fineerproduct ook aangepast worden naar gelieven, van mat tot hoogglans. De eigenschappen van fineervellen die afkomstig zijn van naburige posities in eenzelfde boomstam hebben echter veeleer uniforme eigenschappen. Daarom worden fineervellen courant verwerkt in fineerbundels die meerdere, op elkaar gestapelde fineervellen omvatten. Door het verwerken van fineervelen in fineerbundels worden gelijkaardige fineervellen immers samen gehouden, wat de stockage en verdere verwerking van het fineer vergemakkelijkt.
Net als fineervellen kunnen fineer bundels onregelmatige eigenschappen hebben. Daarom is het sorteren van fineerbundels een zeer belangrijke activiteit van de fineer verwerkende industrie. Huidige systemen voor het sorteren van fineer zijn echter relatief traag en niet zo efficiënt. Er is ook veel mankracht nodig voor de bediening van de systemen uit de huidige stand der techniek.
Daarnaast maken de onregelmatige eigenschappen van fineerbundels ook het stapelen van de fineerbundels uitdagend - voor efficiënte opslag worden fineerbundels met gelijkaardige kwaliteit courant gestapeld op een pallet. Omdat fineerbundels echter courant afwijkende dimensies hebben kan het soms niet mogelijk zijn om verschillende fineerbundels in een willekeurige volgorde te stapelen. Dit het sorteren van fineerbundels bemoeilijken.
De huidige uitvinding voorziet in een oplossing voor bovenstaande uitdagingen.
SAMENVATTING
Aspect 1. In een eerste aspect omvat de huidige uitvinding een werkwijze voor het geautomatiseerd stapelen van fineerbundels op een stapellocatie (300), met behulp van één of meerdere vulstukken (120), waarbij - een fineerbundel een hoogte, een breedte, en een lengte heeft; - de stapellocatie (300) een hoogte, een breedte, en een lengte heeft; - een vulstuk (120) een hoogte, een breedte, en een lengte heeft; waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: a. het aanleveren van een fineerbundel aan een stapellocatie (300); b. het vergelijken van de hoogte, de breedte, en/of de lengte van de fineerbundel met de hoogte, de breedte, en/of de lengte van de stapellocatie (300); en, c. het bepalen, met behulp van de vergelijking uit stap b, of de fineerbundel in de stapellocatie (300) past om zo een positieve of een negatieve indicatie te bekomen; waarbij, indien stap c leidt tot een positieve indicatie, stap d wordt uitgevoerd: d. het plaatsen van de fineerbundel op de stapellocatie (300); en waarbij, indien stap c leidt tot een negatieve indicatie, de volgende stappen worden uitgevoerd: e. het vergelijken van de hoogte, de breedte, en/of de lengte van één of meerdere vulstukken (120) met de hoogte, de breedte, en/of de lengte van de stapellocatie (300); f. het selecteren van één of meerdere geschikte vulstukken (120); en, g. het opvullen van de stapellocatie (300), of een deel van de stapellocatie (300), met de één of meerdere vulstukken (120).
Aspect 2. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens aspect 1 waarbij - vulstukken (120) een lengte hebben van 0.20 tot 5.0m, bij voorkeur van 0.50 m tot 2.5 m, liefst van ongeveer 1.05m; - vulstukken (120) een breedte hebben van 3.0 cm tot 15 cm, bij voorkeur van 5.0 cm tot 10 cm, liefst van ongeveer 8.0 cm; - vulstukken (120) een dikte hebben van 0.50 cm tot 8.0 cm, bij voorkeur van 1.0 cm tot 4.0 cm, en liefst van ongeveer 2.0 cm.
Aspect 3. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 1 of 2 waarbij de stapellocatie (300) zich op een pallet (110) bevindt die één of meerdere fineerbundellagen omvat, waarbij het aantal fineerbundellagen op de pallet wordt bijgehouden, en waarbij om de 3 tot 20, bij voorkeur 5 tot 15, liefst om de 10 fineerbundellagen één of meerdere dwarsstukken (150) op de pallet (110) worden gelegd.
Aspect 4. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 3 waarbij de vulstukken (120) worden aangeleverd met behulp van een werktuig gekozen uit de lijst omvattend: transportbanden, en robotarmen.
Aspect 5. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding een werkwijze voor de recyclage van houtafval waarbij de werkwijze de volgende stap omvat: - het gebruik van houtafval als vulstukken (120) in een werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 4.
Aspect 6. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding een werkwijze voor het geautomatiseerd beoordelen, sorteren, stapelen, en stockeren van een fineerbundel in een productielijn die de volgende stappen omvat: - het aanleveren van een pallet (110) die fineerbundels omvat; - het transporteren van een fineerbundel naar een beoordelingsplaats; - het beoordelen van de kwaliteit van de fineerbundel, in de beoordelingsplaats, op basis van één of meer karakteristieken, waarbij de kwaliteit van de fineerbundel wordt beoordeeld door een operator; - het ingeven van de één of meer karakteristieken van de fineerbundel in een automatisch sorteringssysteem; - het plaatsen van een identificatie eenheid op de fineerbundel waarbij de identificatie eenheid de één of meer karakteristieken van de fineerbundel omvat; - het associëren van een stockageplaats met de fineerbundel op basis van de één of meer karakteristieken van de fineerbundel; - het transporteren van de fineerbundel naar de stockageplaats geassocieerd met de fineerbundel; en, - het plaatsen van de fineerbundel in de stockageplaats geassocieerd met de fineerbundel.
Aspect 7. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens aspect 6 waarbij de werkwijze wordt toegepast voor het beoordelen, sorteren, en stapelen van meerdere fineerbundels.
Aspect 8. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 6 of 7 waarbij de werkwijze de volgende stap omvat: - het stapelen van een fineerbundel samen met verdere fineerbundels met gelijkaardige karakteristieken volgens een werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 4 en, - optioneel, het recycleren van houtafval volgens een werkwijze volgens aspect 5.
Aspect 9. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens aspect 8 waarbij de fineerbundels worden gestapeld alvorens getransporteerd te worden naar de stockageplaats.
Aspect 10. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens aspect 8 waarbij de fineerbundels worden gestapeld in een stockageplaats.
Aspect 11. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 6 tot 10 waarbij de fineerbundel wordt gestapeld door middel van een werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 4.
Aspect 12. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 6 tot 11 waarbij fineerbundels met een slechte kwaliteit worden gerecycleerd als vulstuk met behulp van een werkwijze volgens aspect 5.
Aspect 13. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 6 tot 12 waarbij ten minste 1 fineerbundel per 6 seconden wordt beoordeeld, gesorteerd, gestapeld, en gestockeerd.
Aspect 14. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 6 tot 13 waarbij de fineerbundels door het automatisch sorteringssysteem worden verwerkt in de volgorde waarin de kwaliteit van de fineerbundels wordt beoordeeld door de operator.
Aspect 15. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 6 tot 14 waarbij een operator aanduidt op welke positie een fineerbundel afgesneden dient te worden; en waarin de fineerbundel vervolgens op de aangeduide positie wordt afgesneden met behulp van een snijinrichting.
Aspect 16. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 6 tot 15 waarbij de karakteristieken van een fineerbundel worden gedefinieerd door een operator met behulp van een spraakherkenningssysteem.
Aspect 17. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 6 tot 16 waarbij het identificatiemiddel de volgende informatie omvat: het aantal fineervellen in een fineerbundel, de breedte van de fineerbundel, de lengte van de fineerbundel, en optioneel een sequentienummer van de bundel in de boomstam waarvan de bundel afkomstig is.
Aspect 18. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 6 tot 17 waarbij de kwaliteit van een fineerbundel wordt beoordeeld op basis van één of meer van de criteria geselecteerd uit een lijst omvattend: de structuur, de aanwezigheid en/of plaats van imperfecties, de aanwezigheid en/of plaats van structurele bijzonderheden, de afmetingen, de kleur, en de traceerbaarheid.
Aspect 19. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 18 waarbij de werkwijze wordt uitgevoerd in een productiefaciliteit met vochtregulatie.
Aspect 20. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens aspect 19 waarbij de relatieve luchtvochtigheid wordt gecontroleerd tussen de 55 en 65%.
Aspect 21. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 20 waarbij een fineerbundel samen wordt gehouden met behulp van één of meerdere bindmiddelen.
Aspect 22. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 21 waarbij een fineerbundel bestaat uit 4 tot 50, bij voorkeur 24, 32, of 40 fineervellen.
Aspect 23. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 22 waarbij de fineervellen omvat in de fineerbundels een dikte hebben van 0.50 mm tot 2.0 mm.
Aspect 24. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 23 waarbij de fineervellen omvat in de fineerbundels een breedte hebben van 0.070 m tot 0.60 m.
Aspect 25. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 24 waarbij de fineervellen omvat in de fineerbundels een lengte hebben van 1.9m tot 4m.
Aspect 26. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding de werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 25 waarbij het gewicht van een fineerbundel 1.0 tot 20 kg is.
Aspect 27. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding een systeem geconfigureerd voor het uitvoeren van een werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 26.
Aspect 28. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding een werktuig dat geconfigureerd is om te dienen als vulstuk in een werkwijze volgens één der aspecten 1 tot 16.
Aspect 29. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding een geautomatiseerd systeem voor het beoordelen, sorteren, en stapelen van fineerbundels dat de volgende onderdelen omvat: - een aanleverplaats waar de fineerbundels worden aangeleverd; - een beoordelingsplaats voor het bepalen van de kwaliteit van de fineerbundels; - een transportmechanisme voor het transport van de fineerbundels van de aanleverplaats naar de beoordelingsplaats, waarbij de beoordelingsplaats een identificatie-eenheids-plaatsingssysteem omvat; - meerdere stockageplaatsen voor het opslaan van de fineerbundels; en, - een transportmechanisme voor het transport van de fineerbundels van de beoordelingsplaats naar de stockageplaatsen.
Aspect 30. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding het systeem volgens aspect 29 waarin het transportmechanisme voor het transport van fineerbundels van de beoordelingsplaats naar de stockageplaatsen minstens één systeem volgens aspect 27 omvat.
Aspect 31. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding het systeem volgens één der aspecten 29 of 30 waarin het transportmechanisme voor het transport van de fineerbundels van de aanleverplaats naar de beoordelingsplaats en/of het transportmechanisme voor het transport van de fineerbundels van de beoordelingsplaats naar de stockageplaatsen één of meerdere roterende overdrachtssystemen omvat.
Aspect 32. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding het systeem volgens één der aspecten 29 tot 31 waarin het systeem één of meerdere snijinrichtingen omvat voor het afsnijden fineerbundels op welbepaalde posities.
Aspect 33. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding het systeem volgens één der aspecten 29 tot 32 dat een spraakherkenningssysteem omvat voor de definitie van de karakteristieken van de fineerbundels.
Aspect 34. In een verder aspect omvat de huidige uitvinding het systeem volgens één der aspecten 29 tot 33 opgesteld in een productiefaciliteit met vochtregulatie.
BESCHRIJVING VAN DE FIGUREN
Figuur 1 toont een fineersorteerlijn (1000) die aanleverplaatsen (500,501), transportbanden (600, 601, 610, 620, 621,622, 623), en stapelplaatsen (101, 102, 103, 104) omvat.
Figuur 2 toont een pallet (110) waarop een afwijkende fineerbundel (140) en een vulstuk (120) liggen.
Figuur 3 toont een pallet (110) waarop gestapelde fineerbundels (130) liggen. Tussen de gestapelde fineerbundels (130) liggen ook meerdere vulstukken (120) en een dwarsstuk (150).
Figuur 4 toont een pallet (110) waarop gestapelde fineerbundels (130) in drie deelstapels (200) zijn gestapeld.
Figuur 5 toont een pallet (110) waarop gestapelde fineerbundels (130) in drie deelstapels (200) zijn gestapeld. Een stapellocatie (300) bevindt zich boven de gestapelde fineerbundels (130).
Figuur 6 toont een pallet (110) waarop gestapelde fineerbundels (130) zijn gestapeld. Een stapellocatie (300) bevindt zich naast een afwijkende fineerbundel (140).
Figuur 7 toont een pallet (110) waarop gestapelde fineerbundels (130) zijn gestapeld. Een stapellocatie (300) naast een afwijkende fineerbundel (140) is deels opgevuld met een vulstuk (120).
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING
Zoals verder gebruikt in deze tekst omvatten de enkelvoudsvormen "een”, "de”, "het” zowel het enkelvoud als de meervoudsvorm tenzij de context duidelijk anders is.
De termen "omvatten”, "omvat” zoals verder gebruikt, zijn synoniem met "inclusief”, "includeren” of "bevatten, "bevat” en zijn inclusief of open en sluiten bijkomende, niet vernoemde leden, elementen of werkwijze stappen niet uit. De termen "omvatten”, "omvat” zijn inclusief de term "bevatten”.
De opsomming van numerieke waarden aan hand van cijferbereiken omvat alle waarden en fracties in deze bereiken, zowel als de geciteerde eindpunten.
De term "ongeveer”, zoals gebruikt wanneer gerefereerd wordt naar een meetbare waarde zoals een parameter, een hoeveelheid, een tijdsduur, en zo meer, is bedoeld variaties te omsluiten van +/- 10% of minder, bij voorkeur +/-5% of minder, meer bij voorkeur +/-1% of minder, en meer nog bij voorkeur +/-0.1% of minder, van en vanaf de gespecificeerde waarde, in zo ver de variaties van toepassing zijn om te functioneren in de bekend gemaakte uitvinding. Het dient te worden verstaan dat de waarde waarnaar de term "ongeveer” refereert op zich, ook werd bekend gemaakt.
Alle documenten geciteerd in de huidige specificatie worden hierin volledig opgenomen door middel van verwijzing.
Tenzij anders gedefinieerd, hebben alle termen bekend gemaakt in de uitvinding, inclusief technische en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals een vakman deze gewoonlijk verstaat. Als verdere leidraad, worden definities opgenomen voor verdere toelichting van termen die in de beschrijving van de uitvinding worden gebruikt.
In een specifieke uitvoeringsvorm omvat de huidige uitvinding een werkwijze voor het beoordelen, sorteren, en stapelen van fineerbundels. Een pallet die meerdere fineerbundels omvat wordt aangeleverd op een aanleveringsplaats. Bij voorkeur worden de fineerbundels op een pallet gekenmerkt door de volgende gemeenschappelijke kenmerken: 1) de houtsoort, vb. eik, berk, etc.; certificering (vb. FSC,PEFC, FSCCW, geen certificering, etc.; en afkomst, vb. Europees (EU), Kroatisch (HR), en Amerikaans(US). Eén of meerdere aflegoperatoren plaatsen de fineerbundels op een transportband waarlangs de fineerbundels naar een beoordelingsplaats worden gebracht. In de beoordelingsplaats staat een beoordelingsoperator langs de transportband waarlangs de fineerbundels worden aangevoerd. De beoordelingsoperator beoordeelt de kwaliteit van de fineerbundels op basis van één of meer karakteristieken van de fineerbundels gekozen uit de lijst omvattend: de houtstructuur, de aanwezigheid en/of plaats van imperfecties, de aanwezigheid en/of plaats van structurele bijzonderheden, de afmetingen, de kleur, en de traceerbaarheid. Het begrip “fineer” zoals hierin gebruikt verwijst naar houtfineer dat verkregen wordt door het versnijden van hout.
Na het beoordelen van de karakteristieken van een fineerbundel geeft de operator vervolgens de één of meer karakteristieken van die fineerbundel door aan een automatisch sorteringssysteem. Het automatisch sorteringssysteem produceert vervolgens een machine-leesbare identificatie eenheid die door de beoordelingsoperator aan de fineerbundel wordt bevestigd. De machine-leesbare identificatie eenheid omvat de één of meer karakteristieken van de fineerbundel, bijvoorbeeld de houtstructuur, de aanwezigheid en/of plaats van imperfecties, de aanwezigheid en/of plaats van structurele bijzonderheden, de afmetingen, de kleur, en de traceerbaarheid.
De beoordelingsoperator/aflegoperatoren brengt/brengen vervolgens knipmarkeringen aan nabij de uiteinden van de fineerbundel. De knipmarkeringen worden meer bepaald aangebracht op de positie waar het uiteinde van de fineerbundel afgeknipt dient te worden nadat de beoordelingsoperator de knipmarkeringen heeft aangebracht, wordt de fineerbundel door middel van een automatisch transportsysteem naar een fineerbundelknipper gebracht. In de fineerbundelknipper worden de knipmarkeringen eventueel automatisch gedetecteerd en worden vervolgens sneden in de fineerbundel gemaakt op de plaatsen waar de knipmarkeringen gedetecteerd werden.
De fineerbundel wordt dan door het automatisch transportsysteem naar een scanner gebracht. De scanner scant de machine-leesbare identificatie eenheid op de fineerbundel en stuurt de één of meerdere karakteristieken van de fineerbundel omvat in de machine-leesbare identificatie eenheid door naar het automatisch sorteringssysteem. Deze één of meerdere karakteristieken omvatten afmetingen van de fineerbundel; meer bepaald de hoogte, de lengte, en de breedte van de fineerbundel. Op basis van de één of meerdere karakteristieken van de fineerbundel associeert het automatisch sorteersysteem een stockageplaats met de fineerbundel.
Met behulp van het transportsysteem wordt de fineerbundel naar een pallet gebracht. Aan de pallet worden de afmetingen van de fineerbundel vergeleken met de afmetingen van een stapellocatie op de pallet. Een stapellocatie is een plaats op een pallet die geschikt is voor het ontvangen van een fineerbundel wanneer de afmetingen van de stapellocatie en de afmetingen van de fineerbundel overeen komen. Voorbeelden van stapellocaties worden hieronder, verwijzend naar figuren 4 tot 7, gegeven. Een stapellocatie is bijvoorbeeld een plaats op een pallet, of een plaats bovenop één of meerdere fineerbundels die gestapeld zijn op een pallet.
Wanneer een fineerbundel wordt aangeleverd aan een stapellocatie, wordt de hoogte, de breedte en/of de lengte van de fineerbundel vergeleken met de hoogte, de breedte en/of de lengte van de stapellocatie. Op basis van deze vergelijking wordt bepaald of de fineerbundel in de stapellocatie past om zo een positieve of een negatieve indicatie te bekomen.
Wanneer een positieve indicatie wordt bekomen, wordt de fineerbundel op de stapellocatie geplaatst.
Wanneer een negatieve indicatie wordt bekomen, wordt de fineerbundel achter gehouden en wordt verder de hoogte, de breedte, en/of de lengte van één of meerdere vulstukken met de hoogte, de breedte, en de lengte van de stapellocatie vergeleken. Vervolgens worden één of meerdere geschikte vulstukken geselecteerd. De één of meerdere geschikte vulstukken worden dan aangeleverd met een werktuig zoals een robotarm of een transportband, en vervolgens wordt de stapellocatie deels of volledig opgevuld met de één of meerdere vulstukken. Door het kiezen van vulstukken met de gepaste afmetingen kan een stapellocatie waarvan de afmetingen niet overeenkomen met de afmetingen van een fineerbundel omgevormd worden tot een stapellocatie waarvan de afmetingen wel overeenkomen met de afmetingen van een fineerbundel.
In sommige uitvoeringsvormen zijn de vulstukken houtafval, bijvoorbeeld houtafval geproduceerd tijdens het vervaardigen van laminaatparket.
In sommige aspecten omvat de huidige uitvinding een werkwijze voor het geautomatiseerd stapelen van fineerbundels op een stapellocatie, met behulp van één of meerdere vulstukken, waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: - het vergelijken van de afmetingen van de fineerbundel met de afmetingen van de stapellocatie; en, - het bepalen of de fineerbundel in de stapellocatie past.
Wanneer de fineerbundel in de stapellocatie past kan de fineerbundel op de stapellocatie worden geplaatst.
Wanneer de fineerbundel niet in de stapellocatie past, kan de stapellocatie, al dan niet deels, worden opgevuld met één of meerdere geschikte vulstukken. Het selecteren van één of meerdere geschikte vulstukken gebeurt bij voorkeur op basis van een vergelijking van de afmetingen van de stapellocatie en de afmetingen van één of meerdere vulstukken.
In een eerste aspect omvat de huidige uitvinding een werkwijze voor het geautomatiseerd stapelen van fineerbundels op een stapellocatie, met behulp van één of meerdere vulstukken, waarbij - een fineerbundel een hoogte, een breedte, en een lengte heeft; - de stapellocatie een hoogte, een breedte, en een lengte heeft; - een vulstuk een hoogte, een breedte, en een lengte heeft; waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: a. het aanleveren van een fineerbundel aan een stapellocatie; b. het vergelijken van de hoogte, de breedte, en/of de lengte van de fineerbundel met de hoogte, de breedte, en/of de lengte van de stapellocatie; en, c. het bepalen, met behulp van de vergelijking uit stap b, of de fineerbundel in de stapellocatie past om zo een positieve of een negatieve indicatie te bekomen; waarbij, indien stap c leidt tot een positieve indicatie, stap d wordt uitgevoerd: d. het plaatsen van de fineerbundel op de stapellocatie; en waarbij, indien stap c leidt tot een negatieve indicatie, de volgende stappen worden uitgevoerd: e. het vergelijken van de hoogte, de breedte, en/of de lengte van één of meerdere vulstukken met de hoogte, de breedte, en/of de lengte van de stapellocatie; f. het selecteren van één of meerdere geschikte vulstukken; en, g. het opvullen van de stapellocatie, of een deel van de stapellocatie, met de één of meerdere vulstukken.
Het gebruik van één of meerdere vulstukken zoals hierboven beschreven kan de stabiliteit van gestapelde fineerbundels op een pallet ten goede komen.
De gestapelde fineerbundels kunnen één of meerdere deelstapels omvatten. Het begrip "deelstapel” zoals hierin gebruikt verwijst naar een verzameling van meerdere fineerbundels die boven elkaar gestapeld zijn, zoals bijvoorbeeld de deelstapels (200) in figuur 4.
Wanneer de gestapelde fineerbundels meerdere deelstapels omvatten, dan zijn de deelstapels bij voorkeur vlak naast elkaar gestapeld. Omdat fineerbundels in de deelstapels een onregelmatige vorm kunnen hebben is het echter niet steeds mogelijk om de deelstapels vlak naast elkaar, zonder enige spatie, op een pallet te stapelen. Om met de onregelmatige vorm van fineerbundels rekening te houden kunnen de deelstapels bijvoorbeeld 2, of 10 tot 20 cm van elkaar op de pallet worden gestapeld. Wanneer zeer onregelmatige fineerbundels worden gestapeld kan de afstand tussen de deelstapels nog groter zijn.
Een werkwijze volgens dit aspect volgens de huidige uitvinding beschrijft een uitzonderlijk efficiënte manier voor het geautomatiseerd stapelen van fineerbundels. In het bijzonder kunnen de fineerbundels zo zeer nauwkeurig naast elkaar en op elkaar worden gestapeld op een pallet. In vergelijking met manuele werkwijzen voor het stapelen van fineerbundels op een palet komt dit voordeel nog meer tot zijn recht.
Daarenboven laat een werkwijze volgens dit aspect van de huidige uitvinding een zeer ergonomische hantering van fineerbundels toe. Ook wordt door het automatiseren van de stapelingshandeling het werk van lijnoperatoren aangenamer gemaakt omdat eerder eentonige handelingen worden geminimaliseerd.
Het begrip “fineervel” zoals hierin gebruikt verwijst naar een dunne houten structuur die geschikt is voor het verlijmen op een paneel zoals een houten plank, een spaanplaat, of een MDF (Medium-Density Fibreboard) plaat. Fineervellen kunnen ook geschikt zijn voor de vervaardiging van multiplex platen. Bij voorkeur heeft een fineervel dimensies binnen het volgende bereik: een dikte tussen 0.50 mm en 2.0 mm, een breedte van 0.070m en 0.60 m, en een lengte tussen 1.9m en 4m. Bij voorkeur is een fineervel ongeveer balkvormig, waarbij de dikte veel kleiner is dan de lengte en de breedte.
Het begrip “pallet” zoals hierin gebruikt verwijst naar een transporteenheid die een last kan dragen op een dragend oppervlak. Bij normaal gebruik bevindt het dragend oppervlak zich ongeveer evenwijdig met het horizontale vlak. De breedte van een pallet is bij voorkeur ongeveer 1100 mm; de lengte van een pallet is bij voorkeur ongeveer 2500 mm, 3000 mm, of 3600 mm; en de hoogte van een pallet is bij voorkeur ongeveer 15 cm. Pallets zijn bij voorkeur vervaardigd uit hout. Beschouw de kleinste balk die een pallet volledig omsluit. Dan is de lengte van de pallet de lengte van de langste ribben van de balk, dan is de hoogte van de pallet de lengte van de kortste ribben van de balk, en dan is de breedte van de pallet de lengte van de ribben van de balk die nog de kortste nog de langste lengte hebben.
Bij voorkeur is de lengte van de gestapelde fineerbundels ongeveer gelijk aan de lengte van de pallet, meer bij voorkeur is de lengte van de gestapelde fineerbundels 4 tot 6 cm kleiner dan de lengte van de pallet. Bij voorkeur worden gestapelde fineerbundels naast elkaar gestapeld tot een gezamenlijke breedte die 4 tot 6 cm kleiner is dan de breedte van de pallet.
Het begrip “evenwijdig met het horizontale vlak”, in de context van de beschrijving van een vlak, verwijst naar een vlak waarvan de kleinste hoek tussen de richting loodrecht op dat vlak en de verticale richting niet meer dan 10% bedraagt, bij voorkeur niet meer dan 2.0% bedraagt, en liefst 0.0% bedraagt.
Het begrip “vulstuk” zoals hierin gebruikt verwijst naar een werktuig dat geschikt is om een stapellocatie al dan niet deels op te vullen. Vulstukken worden bij voorkeur gebruikt wanneer de afmetingen van een stapellocatie niet overeen komen met de afmetingen van een fineerbundel die is aangeleverd aan de stapellocatie. De afmetingen van een stapellocatie kunnen bijvoorbeeld worden gemeten met behulp van een scanner die gebruik maakt van gestructureerd licht.
Wanneer de stapellocatie te groot is in vergelijking met een fineerbundel die is aangeleverd aan de stapellocatie, en wanneer de stapellocatie te klein is om twee fineerbundels te omvatten, dan kan een deel van de stapellocatie opgevuld worden met één of meerdere vulstukken totdat de afmetingen van de deels opgevulde stapellocatie overeenkomen met de afmetingen van de fineerbundel die gestapeld dient te worden.
Wanneer de stapellocatie te klein is in vergelijking met een fineerbundel die is aangeleverd aan de stapellocatie, dan kan de stapellocatie volledig opgevuld worden met vulstukken. Zo kan bijvoorbeeld een liggend vlak gevormd worden bovenaan gestapelde fineerbundels (130) op een pallet (110), waarbij het liggend vlak dienst kan doen als stapellocatie (300).
Wanneer de stapellocatie te klein is in vergelijking met de breedte van een vulstuk, dan kan men beginnen aan de volgende laag te stapelen.
Het begrip “fineerbundel” zoals hierin gebruikt verwijst naar een stapeling van meerdere fineervellen. Bij voorkeur omvat een fineerbundel 4 tot 50, bij voorkeur 24, 32, of 40 fineervellen. Bij voorkeur heeft een fineerbundel een gewicht van 1 tot 20 kg.
Het begrip “stapellocatie” zoals hierin gebruikt verwijst naar een plaats op een pallet die geschikt is voor het ontvangen van een fineerbundel wanneer de afmetingen van de stapellocatie en de afmetingen van de fineerbundel overeen komen.
Beschouw de kleinste balk die een fineerbundel volledig omhult wanneer de fineerbundel zich in een positie bevindt waarbij de kromming van de fineerbundel wordt geminimaliseerd, dan is de lengte van de fineerbundel gelijk aan de lengte van de langste ribben van de balk. De breedte van de fineerbundel is gelijk aan de lengte van de ribben van de balk die loodrecht staan op de langste ribben van de balk, en die ongeveer parallel lopen met de fineervellen omvat in de fineerbundel. De hoogte van een fineerbundel verwijst naar de lengte van de ribben van de balk die loodrecht staan op de ribben die de lengte en de breedte aanduiden.
In sommige uitvoeringsvormen hebben vulstukken - een lengte van 0.20 tot 5.0m, bij voorkeur van 0.50 m tot 2.5 m, liefst van ongeveer 1.05m; - een breedte van 3.0 cm tot 15 cm, bij voorkeur van 5.0 cm tot 10 cm, liefst van ongeveer 8.0 cm; - een dikte van 0.50 cm tot 8.0 cm, bij voorkeur van 1.0 cm tot 4.0 cm, en liefst van ongeveer 2.0 cm.
Op deze manier kunnen vulstukken efficiënt gebruikt worden in een werkwijze volgens de huidige uitvinding.
Beschouw de kleinste balk die een vulstuk volledig omhult wanneer het vulstuk zich in een positie bevindt waarbij de kromming van het vulstuk wordt geminimaliseerd, dan is de lengte van het vulstuk gelijk aan de lengte van de langste ribben van de balk. De dikte van het vulstuk is de lengte van de kortste ribben van de balk. De breedte van het vulstuk is gelijk aan de lengte van de ribben van de balk die noch de kortste noch de langste ribben zijn.
In sommige uitvoeringsvormen bevindt de stapellocatie zich op een pallet die één of meerdere fineerbundellagen omvat, waarbij het aantal fineerbundellagen op de pallet wordt bijgehouden, en waarbij om de 3 tot 20, bij voorkeur 5 tot 15, liefst om de 10 fineerbundellagen één of meerdere dwarsstukken op de pallet worden gelegd. Het begrip “fineerbundellaag” zoals hierin gebruikt verwijst naar een groep fineerbundels op een pallet die zich op ongeveer dezelfde hoogte bevinden. Fineerbundels bevinden zich op ongeveer dezelfde hoogte wanneer hun hoogte verschilt met minder dan 80%, bij voorkeur met minder dan 50%, liefst met minder dan 20% van de dikte van een fineerbundel.
Dit kan de stabiliteit van gestapelde fineerbundels (130) op een pallet (110) verhogen.
Het begrip “dwarsstuk” verwijst naar een werktuig dat bovenop twee of meerdere fineerbundels die naast elkaar liggen gelegd kan worden. Een dwarsstuk kan bijvoorbeeld een houten plaat zijn. Een dwarsstuk kan bijvoorbeeld een plastic plaat zijn. Een dwarsstuk kan bijvoorbeeld een metalen plaat zijn. Een dwarsstuk kan bijvoorbeeld een houten balk zijn. Een dwarsstuk kan bijvoorbeeld een plastic balk zijn. Een dwarsstuk kan bijvoorbeeld een metalen balk zijn. Een dwarsstuk kan bijvoorbeeld een fineerbundel zijn. Verder kan een dwarsstuk bijvoorbeeld papier, fineervel, folie, karton, MDF dekplaat, etc. omvatten.
In sommige uitvoeringsvormen kunnen het dwarsstuk & opvulstuk uit hetzelfde materiaal vervaardigd zijn en dezelfde of ongeveer dezelfde dimensies hebben.
In sommige uitvoeringsvormen worden de vulstukken aangeleverd met behulp van een werktuig gekozen uit de lijst omvattend: transportbanden, en robotarmen.
Zo kunnen vulstukken efficiënt worden aangeleverd.
In een tweede aspect omvat de huidige uitvinding een werkwijze voor de recyclage van houtafval die de volgende stap omvat: - het gebruik van houtafval als vulstukken in een werkwijze volgens het eerste aspect van de huidige uitvinding.
Dit kan een efficiënte manier zijn om houtafval te recycleren.
Sommige uitvoeringsvormen van het eerste aspect van de huidige uitvinding kunnen ook uitvoeringsvormen van het tweede aspect van de huidige uitvinding zijn.
Sommige uitvoeringsvormen van het tweede aspect van de huidige uitvinding kunnen ook uitvoeringsvormen van het eerste aspect van de huidige uitvinding zijn.
In sommige uitvoeringvormen kan houtafval van de productie van laminaatparket vloeren worden gebruikt. In sommige uitvoeringsvormen kan houtafval van de productie van keukens worden gebruikt. In sommige uitvoeringsvormen kan houtafval van de productie van multiplex hout worden gebruikt.
In een derde aspect omvat de huidige uitvinding een werkwijze voor het geautomatiseerd beoordelen, sorteren, stapelen, en stockeren van een fineerbundel in een productielijn die de volgende stappen omvat: - het aanleveren van een pallet die fineerbundels omvat; - het transporteren van een fineerbundel naar een beoordelingsplaats; - het beoordelen van de kwaliteit van de fineerbundel, in de beoordelingsplaats, op basis van één of meer karakteristieken, waarbij de kwaliteit van de fineerbundel wordt beoordeeld door een operator; - het ingeven van de één of meer karakteristieken van de fineerbundel in een automatisch sorteringssysteem; - het plaatsen van een identificatie eenheid op de fineerbundel waarbij de identificatie eenheid de één of meer karakteristieken van de fineerbundel omvat; - het associëren van een stockageplaats met de fineerbundel op basis van de één of meer karakteristieken van de fineerbundel; - het transporteren van de fineerbundel naar de stockageplaats geassocieerd met de fineerbundel; en, - het plaatsen van de fineerbundel in de stockageplaats geassocieerd met de fineerbundel.
Op deze manier kunnen fineerbundels efficiënt beoordeeld, gesorteerd, gestapeld, en gestockeerd worden.
Sommige uitvoeringsvormen van het eerste en/of het tweede aspect van de huidige uitvinding kunnen ook uitvoeringsvormen van het derde aspect van de huidige uitvinding zijn.
Sommige uitvoeringsvormen van het derde aspect van de huidige uitvinding kunnen ook uitvoeringsvormen van het eerste en/of het tweede aspect van de huidige uitvinding zijn.
Het begrip “beoordelingsplaats” zoals hierin gebruikt verwijst naar een plaats waar fineerbundels worden beoordeeld op basis van één of meer karakteristieken van de fineerbundels. Bij voorkeur bevindt de beoordelingsplaats zich langs een automatisch transportsysteem, bijvoorbeeld een lopende band.
Bij voorkeur worden de fineerbundels beoordeeld door een beoordelingsoperator in de beoordelingsplaats. Bij voorkeur geeft de beoordelingsoperator de karakteristieken van de fineerbundels door aan het automatisch sorteersysteem, liefst door middel van spraakherkenning.
Bij voorkeur heeft de beoordelingsoperator de mogelijkheid om de karakteristieken van de fineerbundels door te geven aan het automatisch sorteersysteem door middel van een computerterminal van het automatisch sorteersysteem. De computerterminal van het automatisch sorteersysteem is bij voorkeur gepositioneerd in of nabij de beoordelingsplaats.
Bij voorkeur is de automatische identificatie eenheid een barcode. Dit is een zeer kostefficiënte manier voor de identificatie van fineerbundels. De identificatie eenheid kan ook een RFID (Radio Frequency IDentification; identificatie met radiogolven) tag zijn. Hierin kan veel informatie op een efficiënte manier worden opgeslaan.
Bij voorkeur wordt een stockageplaats automatisch door het automatisch sorteersysteem geassocieerd met de fineerbundel op basis van de karakteristieken van de fineerbundel.
In sommige uitvoeringsvormen worden verschillende stapelsystemen gebruikt. Elk stapelsysteem stapelt fineerbundels met een gelijkaardige kwaliteit en lengte op een pallet. Wanneer een pallet een wel bepaald aantal fineerbundels omvat, bijvoorbeeld 30 fineerbundels, dan kan een pallet als vol worden beschouwd. Verder kan een pallet bijvoorbeeld als vol worden beschouwd wanneer de hoogte van de gestapelde fineerbundels op de pallet een waarde tussen 500 mm en 1000 mm heeft bereikt, waarbij de precieze waarde afhangt van de stabiliteit van de gestapelde fineerbudels. Een pallet die als vol wordt beschouwd wordt bijvoorbeeld met behulp van een vorklift of een automatisch transportsysteem naar een stockageplaats gebracht. Een stockageplaats is een plaats die geconfigureerd is voor de stockage van fineerbundels. Een stockageplaats kan een industrieel rek omvatten waar paletten met fineerbundels in kunnen worden geplaatst.
In sommige uitvoeringsvormen wordt de werkwijze toegepast voor het beoordelen, sorteren, en stapelen van meerdere fineerbundels. Dit kan een efficiënt gebruik van middelen zijn.
In sommige uitvoeringsvormen omvat de werkwijze de volgende stap: het stapelen van een fineerbundel samen met verdere fineerbundels met gelijkaardige karakteristieken volgens een werkwijze volgens het eerste aspect van de huidige uitvinding; en, optioneel, het recycleren van houtafval als vulstukken. Dit kan een uiterst efficiënte manier voor het stapelen van fineerbundels zijn.
In sommige uitvoeringsvormen worden de fineerbundels gestapeld alvorens getransporteerd te worden naar de stockageplaats. Dit kan de efficiëntie van de verwerking van fineerbundels ten goede komen.
In sommige uitvoeringsvormen worden de fineerbundels gestapeld in een stockageplaats. Dit kan de efficiëntie van de verwerking van fineerbundels ten goede komen.
In sommige uitvoeringsvormen wordt de fineerbundel gestapeld door middel van een werkwijze volgens het eerste aspect van de huidige uitvinding. Dit kan de efficiëntie van de verwerking van fineerbundels ten goede komen.
In sommige uitvoeringsvormen worden fineerbundels met een slechte kwaliteit gerecycleerd als vulstuk met behulp van een werkwijze volgens het tweede aspect van de huidige uitvinding. Dit kan een efficiënte manier zijn om fineerbundels met een slechte kwaliteit te recycleren.
In sommige uitvoeringsvormen wordt ten minste 1 fineerbundel per 6 seconden beoordeeldgesorteerd engestapeld,. Zo kunnen fineerbundels snel en efficiënt beoordeeld, gesorteerd, gestapeld, en gestockeerd worden.
In sommige uitvoeringsvormen worden de fineerbundels door het automatisch sorteringssysteem verwerkt in de volgorde waarin de kwaliteit van de fineerbundels wordt beoordeeld door de operator. Dit kan de traceerbaarheid van de fineerbundels vergemakkelijken wanneer ze het automatisch sorteringssysteem doorlopen.
In sommige uitvoeringsvormen duidt een operator aan op welke positie een fineerbundel afgesneden dient te worden. In sommige uitvoeringsvormen wordt de fineerbundel vervolgens op de aangeduide positie afgesneden met behulp van een snijinrichting.
Het begrip “snijinrichting” zoals hierin gebruikt verwijst naar een werktuig dat geconfigureerd is om fineerbundels af te snijden op een positie die werd aangeduid door een operator. Een snijinrichting omvat bijvoorbeeld een hydraulisch aangedreven tang voor het knippen van de fineerbundel. Alternatief kan een snijinrichting een zaag voor het doorzagen van de fineerbundel omvatten die gekozen is uit de lijst omvattend: een kapmesguillotine, en een cirkelzaag.
Bij voorkeur wordt de positie waar de fineerbundel dient afgesneden te worden aangeduid door een operator met behulp van een markeermiddel. Meer bij voorkeur duidt de operator de positie aan waar de fineerbundel dient afgesneden te worden met behulp van krijt of met een machine-leesbare stift. Liefst duidt de operator de positie aan waar de fineerbundel dient afgesneden te worden met behulp van een krijtstreep die ongeveer evenwijdig loopt met het uiteinde van de fineerbundel.
Bij voorkeur wordt de fineerbundel afgesneden met behulp van een automatische snijinrichting. Meer bij voorkeur is de automatische snijinrichting geconfigureerd om de positie waar de fineerbundel dient afgesneden te worden, die is aangeduid door de operator, automatisch te herkennen. Een automatische snijinrichting omvat bijvoorbeeld een beeldherkenningsmodule die geconfigureerd is om een krijtstreep aangeduid door een operator te herkennen.
In sommige uitvoeringsvormen worden de karakteristieken van een fineerbundel gedefinieerd door een operator met behulp van een spraakherkenningssysteem. Dit kan een zeer efficiënte manier voor de definitie van de karakteristieken van een fineerbundel zijn.
Bij voorkeur wordt ook een alternatief voorzien voor het definiëren van de karakteristieken van de fineerbundel. Dit alternatief kan optioneel ook zonder het spraakherkenningssysteem worden gebruikt in een werkwijze volgens één van de aspecten van de huidige uitvinding. Het gebruik van een alternatief voor het spraakherkenningssysteem kan bijvoorbeeld handig zijn wanneer het spraakherkenningssysteem niet goed werkt omwille van geluidsoverlast.
Het alternatief voor het definiëren van de karakteristieken van de fineerbundel is bijvoorbeeld een computerterminal van het automatisch sorteersysteem waarin een operator de karakteristieken van de fineerbundel kan definiëren met één of meerdere ingeefinrichtingen gekozen uit de lijst omvattend: een toetsenbord, een aanraakscherm, en een computermuis.
Het alternatief voor het definiëren van de karakteristieken van de fineerbundel kan ook een systeem zijn dat meerdere knoppen omvat, waarbij een bepaalde volgorde waarin één of meerdere knoppen ingedrukt worden overeen komt met een bepaalde combinatie van karakteristieken van een fineerbundel waarvan de karakteristieken worden beoordeeld.
In sommige uitvoeringsvormen omvat het identificatiemiddel de volgende informatie: het aantal fineervellen in een fineerbundel, de breedte van de fineerbundel, de lengte van de fineerbundel, het stamnummer van de leverancier van de fineerbundel, en optioneel een sequentienummer van de bundel in de boomstam waarvan de bundel afkomstig is. Toevoeging van het stamnummer van de leverancier van de fineerbundel kan de traceerbaarheid van de fineerbundel verhogen, wat nuttig kan zijn in de context van certificering.
Hout fineer is een natuurproduct. Daarom is elk fineervel uniek, en bij uitbreiding is elke fineerbundel uniek. Een alomvattende beschrijving van een bepaalde fineerbundel zou dus niet van toepassing zijn op eender welke andere fineerbundel. In een werkwijze voor het geautomatiseerd beoordelen, sorteren, stapelen, en stockeren van één of meerdere fineerbundels volgens één of meerdere aspecten van de huidige uitvinding worden echter bij voorkeur meerdere fineerbundels met gelijkaardige karakteristieken samen gestockeerd. Een werkwijze volgens dit aspect van de huidige uitvinding voorziet in een uitzonderlijk gepaste afweging tussen enerzijds rekening houden met het unieke van elke fineerbundel, en anderzijds een pragmatische classificatie van fineerbundels op basis van één of meer generieke eigenschappen die meerdere fineerbundels in mindere of meerdere mate met elkaar delen.
In sommige uitvoeringsvormen wordt de kwaliteit van een fineerbundel beoordeeld op basis van één of meer van de criteria geselecteerd uit een lijst omvattend: de structuur, de aanwezigheid en/of plaats van imperfecties, de aanwezigheid en/of plaats van structurele bijzonderheden, de afmetingen, de kleur, en de traceerbaarheid. Dit kan een efficiënte manier zijn om de kwaliteit van een fineerbundel te beoordelen.
Het begrip "structuur” verwijst naar het onderscheid tussen patronen die worden geproduceerd met behulp van de verschillende manieren om fineer te snijden. In het bijzonder verwijst het begrip "structuur” naar het onderscheid tussen: rotatie snede, kroon snede, kwart normaal snede, en kwart kloof snede.
Het begrip "rotatie snede” (Engels: rotary cut) verwijst naar fineer dat wordt verkregen door het roteren van een boomstam rond zijn as, en het afpellen van fineervellen van de boomstammen zoals een rol tapijt.
Het begrip "kroon snede” (Engels: crown cut or flat sliced cut) verwijst naar een snijtechniek waarbij een boomstam in twee delen wordt gesneden door de as van de boomstam, en waarbij fineer wordt afgesneden in vlakken die evenwijdig zijn met de eerste snede.
Het begrip "kwart normaal snede” (Engels: quarter normal cut) verwijst naar een snijtechniek waarbij een boomstam eerst in twee ongeveer gelijke delen wordt gesneden door de as van de boomstam, en waarbij elk van de twee ongeveer gelijke delen van de boomstam vervolgens opnieuw in twee ongeveer gelijke delen worden gesneden. Op deze manier worden vier ongeveer gelijke delen van de boomstam bekomen. Het fineer wordt vervolgens van de vier delen van de boomstam afgesneden in rechte hoeken met de groeiringen van de boomstam.
Het begrip "kwartaal kloof snede” (Engels: quarter rift cut) verwijst naar een snijtechniek waarbij een boomstam eerst in twee ongeveer gelijke delen wordt gesneden door de as van de boomstam, en waarbij elk van de twee ongeveer gelijke delen van de boomstam vervolgens opnieuw in twee ongeveer gelijke delen worden gesneden. Op deze manier worden vier ongeveer gelijke delen van de boomstam bekomen. Het fineer wordt vervolgens van de vier ongeveer gelijke delen van de boomstam afgesneden onder een hoek met de groeiringen die nog evenwijdig nog loodrecht is.
Onder het begrip "dimensies” wordt de lengte, dikte, en breedte van een fineerbundelgroep en/of van fineervellen omvat in een fineerbundelgroep verstaan.
De begrippen "lengte”, "dikte”, en "breedte” van een fineervel worden als volgt gedefinieerd: plaats het fineervel in een positie die de kromming van het oppervlak van het fineervel minimaliseert, en beschouw vervolgens de kleinste balk die het fineervel volledig omsluit; dan is de lengte van het fineervel de afmeting van de langste ribben van de balk, dan is de dikte van het fineervel de afmeting van de kortste ribben van de balk, en dan is de breedte van het fineervel de afmeting van de ribben van de balk die nog de kortste of de langste ribben zijn.
Het begrip "traceerbaarheid” zoals hierin gebruikt verwijst de observatie of een fineerbundel al dan niet afkomstig is van hout dat gecertificeerd is, bijvoorbeeld volgens één of meerdere van de volgende certificatiesystemen:, FSC (Forest Stewardship Council) certificatie, FSCCW (FSC controlled wood) certificatie, en PEFC (Programme for the Endorsement of Forest Certification) certificatie.
In sommige uitvoeringsvormen wordt de werkwijze uitgevoerd in een productiefaciliteit met vochtregulatie. Omdat fineervellen bestaan uit dunne vellen hout, hebben fineervellen een groot specifiek oppervlak. Daarom kan fineer gemakkelijk vocht opnemen uit de omgeving of afgeven aan de omgeving, wat hygroscopische spanningen kan veroorzaken. Door hun dunheid kunnen fineervellen ook gemakkelijk opkrullen onder de invloed van deze hygroscopische spanningen. Door het uitvoeren van een werkwijze volgens de huidige uitvinding in een productiefaciliteit met vochtregulatie kan het potentieel probleem van het opkrullen van de fineervellen onder de invloed van hygroscopische spanningen vermeden worden.
In sommige uitvoeringsvormen wordt de relatieve luchtvochtigheid gecontroleerd tussen de 55 en 65%. De controle van de relatieve vochtigheid binnen dit bereik is zeer effectief in het minimaliseren van het opkrullen van fineervellen onder de invloed van hygroscopische spanningen.
In sommige uitvoeringsvormen wordt een fineerbundel samen gehouden met behulp van één of meerdere bindingsmiddel. Deze bindmiddelen kunnen bijvoorbeeld koorden zijn. Bij voorkeur worden twee koorden gebruikt voor het samenhouden van de fineervellen omvat in een fineerbundel. Bij heel lange pakken kunnen er bijvoorbeeld 3 koorden worden gebruikt waarvan 1 in het midden en 1 aan elk uiteinde. Bij voorkeur zijn de koorden vervaardigd uit één of meerdere vezels gekozen uit de lijst omvattend: katoenvezels, vlasvezels, polyethyleentereftalaat vezels, polyethyleen vezels, en polypropyleen vezels.
In sommige uitvoeringsvormen bestaat een fineerbundel uit 4 tot 50, bij voorkeur 24, 32, of 40 fineervellen. Bij voorkeur omvat een fineerbundel 4 of meer fineervellen met gelijkaardige kenmerken om een goede efficiëntie van het sorteren van de fineerbundels te bekomen - hoe meer fineervellen in een fineerbundel omvat zijn, hoe meer fineervellen gesorteerd worden per gesorteerde fineerbundel. Wanneer een fineerbundel echter meer dan 50 fineervellen omvat, dan wordt een fineerbundel gemakkelijk te zwaar. Fineerbundels van 24, 32, of 40 geven een goede afweging tussen sorteringsefficiëntie en gewicht van de fineerbundels.
In sommige uitvoeringsvormen hebben de fineervellen omvat in de fineerbundels een dikte van 0.50 mm tot 2.0 mm. Hoe dunner een fineervel hoe meer fineer uit een boomstam gewonnen kan worden; het gebruik van dunnere fineervellen laat dus een hogere efficiëntie van de fineerwinning toe. Hoe dikker een fineervel, hoe beter de mechanische sterkte van het fineervel. De diktes van fineervellen volgens dit aspect van een werkwijze volgens de huidige uitvinding geven een goede afweging tussen mechanische sterkte en de efficiëntie van de fineerwinning.
In sommige uitvoeringsvormen hebben de fineervellen omvat in de fineerbundels een breedte van 0.070 m tot 0.60 m. Fineervellen met een breedte aan de onderzijde van het vernoemde bereik zijn in het algemeen gemakkelijker hanteerbaarder. Fineervellen aan de bovenzijde van het vernoemde bereik zijn bijvoorbeeld zeer geschikt voor gebruik in multiplex platen, of voor decoratieve doeleinden waar een weids nervenpatroon gewenst is. Daarnaast kunnen fineervellen afwijkende vormen hebben, bijvoorbeeld vormen waarbij de breedte van het fineervel varieert over de lengte van het fineervel.
In sommige uitvoeringsvormen hebben de fineervellen omvat in de fineerbundels een lengte van 1.9m tot 4m. In sommige uitvoeringsvormen is het gewicht van een fineerbundel 1.0 tot 20 kg.
In een vierde aspect omvat de huidige uitvinding een systeem dat geconfigureerd is voor het uitvoeren van een werkwijze volgens het eerste aspect, volgens het tweede aspect, en/of volgens het derde aspect van de huidige uitvinding.
In een vijfde aspect omvat de huidige uitvinding een werktuig dat geconfigureerd is om te dienen als vulstuk in een werkwijze volgens het eerste aspect, volgens het tweede aspect en/of volgens het derde aspect van de huidige uitvinding.
In een zesde aspect omvat de huidige uitvinding een geautomatiseerd systeem voor het beoordelen, sorteren, en stapelen van fineerbundels dat de volgende onderdelen omvat: - een aanleverplaats waar de fineerbundels worden aangeleverd; - een beoordelingsplaats voor het bepalen van de kwaliteit van de fineerbundels; - een transportmechanisme voor het transport van de fineerbundels van de aanleverplaats naar de beoordelingsplaats, waarbij de beoordelingsplaats een identificatie-eenheids-plaatsingssysteem omvat; - meerdere stockageplaatsen voor het opslaan van de fineerbundels; en, - een transportmechanisme voor het transport van de fineerbundels van de beoordelingsplaats naar de stockageplaatsen.
Sommige uitvoeringsvormen van het eerste, tweede, derde, vierde, en/of vijfde aspect van de huidige uitvinding kunnen ook uitvoeringsvormen van het zesde aspect van de huidige uitvinding zijn.
Sommige uitvoeringsvormen van het vierde aspect van de huidige uitvinding kunnen ook uitvoeringsvormen van het eerste, tweede, derde, vierde, en/of vijfde aspect van de huidige uitvinding zijn.
Bij voorkeur worden de fineerbundels op paletten aangeleverd. Zo kunnen efficiënt meerdere, al dan niet gelijkaardige fineerbundels, aangeleverd worden. Bij voorkeur worden één of meerdere loten, die één of meerdere paletten met fineerbundels kunnen omvatten, aangeleverd in groepen met éénzelfde certificaat, éénzelfde houtsoort en/of éénzelfde afkomst. Dit kan een uiterst efficiënte manier voor het beoordelen, sorteren, stapelen, en stockeren van een fineerbundel in een productielijn zijn.
In sommige uitvoeringsvormen omvat het transportmechanisme voor het transport van fineerbundels van de beoordelingsplaats naar de stockageplaatsen minstens één systeem volgens het vierde aspect van de huidige uitvinding. Dit kan de efficiëntie van fineerbundeltransport ten goede komen.
In sommige uitvoeringsvormen omvat het transportmechanisme voor het transport van de fineerbundels van de aanleverplaats naar de beoordelingsplaats en/of het transportmechanisme voor het transport van de fineerbundels van de beoordelingsplaats naar de stockageplaatsen één of meerdere roterende overdrachtssystemen. Dit kan de efficiëntie van fineerbundeltransport ten goede komen. Een voorbeeld van een roterend overdrachtsysteem (700, 701) wordt beschreven in DE 296 08 301 U 1.
In sommige uitvoeringsvormen omvat het systeem één of meerdere snijinrichtingen voor het afsnijden fineerbundels op welbepaalde posities. Bij voorkeur worden de welbepaalde posities waar de fineerbundels worden afgesneden aangeduid door een operator. Meer bij voorkeur gebeurt dit door een beoordelingsoperator of aflegoperator. Liefst worden de welbepaalde posities waar de fineerbundels worden afgesneden aangeduid door een beoordelingsoperator met behulp van krijt.
Op deze manier kunnen verschillende fineerbundels op dezelfde lengte worden gesneden. Alternatief kunnen met behulp van een systeem volgens dit aspect van de huidige uitvinding oneven einden of einden met defecten van een fineerbundel worden afgesneden.
In sommige uitvoeringsvormen omvat het systeem een spraakherkenningssysteem voor de definitie van de karakteristieken van de fineerbundels. Dit is een zeer efficiënte manier voor de definitie van de karakteristieken van de fineerbundel.
Bij voorkeur wordt ook een alternatief voorzien voor het definiëren van de karakteristieken van de fineerbundel. Dit alternatief kan optioneel ook zonder het spraakherkenningssysteem worden gebruikt in een werkwijze volgens één van de aspecten van de huidige uitvinding. Het gebruik van een alternatief voor het spraakherkenningssysteem kan bijvoorbeeld handig zijn wanneer het spraakherkenningssysteem niet goed werkt omwille van geluidsoverlast.
Het alternatief voor het definiëren van de karakteristieken van de fineerbundel is bijvoorbeeld een computerterminal van het automatisch sorteersysteem waarin een operator de karakteristieken van de fineerbundel kan definiëren met één of meerdere ingeefinrichtingen gekozen uit de lijst omvattend: een toetsenbord, een aanraakscherm, en een computermuis.
Het alternatief voor het definiëren van de karakteristieken van de fineerbundel kan ook een systeem zijn dat meerdere knoppen omvat. Zo komt bijvoorbeeld een bepaalde volgorde waarin één of meerdere knoppen ingedrukt worden overeen met een bepaalde combinatie van karakteristieken van een fineerbundel waarvan de karakteristieken worden beoordeeld.
In sommige uitvoeringsvormen is het systeem opgesteld in een productiefaciliteit met vochtregulatie.
Omdat fineervellen bestaan uit dunne vellen hout, hebben de fineervellen een groot specifiek oppervlak. Daarom kunnen fineervellen gemakkelijk vocht opnemen uit de omgeving, wat hygroscopische spanningen kan veroorzaken. Door de dunheid van de fineervellen kunnen de fineervellen ook gemakkelijk opkrullen onder de invloed van deze hygroscopische spanningen. Door het gebruik uitvoeren van een werkwijze volgens de huidige uitvinding in een productiefaciliteit met vochtregulatie kan het potentieel probleem van het opkrullen van de fineervellen vermeden worden. Bij voorkeur wordt de vochtigheidsgraad gecontroleerd tussen 55 en 65%. De controle van de relatieve vochtigheid binnen dit bereik is zeer effectief in het minimaliseren van het opkrullen van fineervellen onder de invloed van hygroscopische spanningen.
VOORBEELDEN
Bij wijze van voorbeeld verwijzen we naar een specifieke uitvoeringsvorm van een werkwijze volgens de huidige uitvinding waarin fineerbundels worden gesorteerd. De fineerbundels worden gesorteerd met behulp van een fineersorteerlijn zoals getoond in Figuur 1. In het bijzonder worden fineerbundels gesorteerd op basis van de houtstructuur, de aanwezigheid en/of plaats van imperfecties, de aanwezigheid en/of plaats van structurele bijzonderheden, de afmetingen, de kleur, en de traceerbaarheid. Onder de structuur van een fineerbundel wordt het onderscheid tussen kroon, kwart, en half kroon verstaan. Onder de traceerbaarheid van een fineerbundel wordt verstaan of de fineerbundel al dan niet afkomstig is van hout dat gecertificeerd is volgens één of meerdere van de volgende certificatiesystemen: FSC (Forest Stewardship Council) certificatie, FSCCW (FSC Controlled Wood) certificatie, en PEFC (Programme for the Endorsement of Forest Certification) certificatie.
Fineerbundels worden aangeleverd op een pallet in een fineersorteerlijn (1000). Met een vorklift wordt deze pallet naar een aanleverplaats (500, 501) gebracht.
Een specifieke fineerbundel wordt als volgt verwerkt: twee operatoren nemen de fineerbundel van de pallet af en plaatsen de fineerbundel op een eerste transportband (600, 601). Wanneer de fineerbundel op de eerste transportband (600, 601) ligt, geeft één van de twee operatoren de volgende karakteristieken van de fineerbundel door aan het automatisch sorteringssysteem met behulp van spraakherkenning: de fineerbundel heeft een half kroon structuur, er zijn geen imperfecties, de fineerbundel heeft een lengte van 2.44m, omvat 32 fineervellen met een dikte van 2.0 mm, en de fineervellen zijn ongeveer 30 cm breed. De fineerbundel weegt 10 kg. De fineervellen zijn vervaardigd uit kersenhout. De nerven zijn donkerrood en het hout tussen de nerven is lichtrood. Daarnaast geeft de operator in dat de fineerbundel een zeer uitzonderlijke structuur omvat: ongeveer in het midden van de fineerbundel bevindt zich een gegolfde houtnerfstructuur en een knoop.
Het automatisch sorteringssysteem maakt vervolgens een RFID tag aan die de hierboven vermelde karakteristieken omvat, en de operator plaatst de RFID tag op de fineerbundel. Daarna brengt de operator knipmarkeringen aan op een positie van ongeveer vijf centimeter van de uiteinden van de fineerbundel. De knipmarkeringen zijn ongeveer rechte lijnen die ongeveer evenwijdig lopen met het uiteinde van de fineerbundel.
De eerste transportband (600, 601) brengt de fineerbundel naar een roterend overdrachtsysteem (700, 701) volgens DE 296 08 301 U1. Met behulp van het roterend overdrachtssysteem (700, 701) wordt de fineerbundel overgebracht naar een verdere transportband (610) die dwars loopt op de eerste transportband (600, 601). Met behulp van de verdere transportband (610) wordt de fineerbundel naar een automatische snijinrichting (630) gebracht. Met behulp van een beeldherkenningssysteem worden de knipmarkeringen op de fineerbundel herkend. Met behulp van een guillotine worden de einden van de fineerbundel vervolgens afgesneden langs de knipmarkeringen.
De verdere transportband (610) brengt de fineerbundel vervolgens naar een scanner waar de identificatie eenheid van de fineerbundel wordt ingelezen. Op basis van de karakteristieken van de fineerbundel omvat in de RFID tag van de fineerbundel wordt door het automatisch sorteringssysteem een stapelplaats (101, 102, 103, 104) met de fineerbundel geassocieerd. Een stapelplaats (101, 102, 103, 104) is een locatie waar meerdere fineerbundels met gelijkaardige karakteristieken worden gestapeld op een pallet (110).
De verdere transportband (610) brengt de fineerbundel naar een roterend overdrachtsysteem (720, 721, 722, 723) volgens DE 296 08 301 U 1. Met behulp van het roterend overdrachtssysteem (720, 721, 722, 723) wordt de fineerbundel overgebracht naar een horizontale transportband (620, 621, 622, 623) die de fineerbundel naar een stapelplaats (101,102,103,104) brengt. Op de stapelplaats (101,102,103,104) wordt de fineerbundel samen met verdere fineerbundels op een pallet gestapeld. Waar nodig worden één of meerdere vulstukken of dwarsstukken gestapeld. De vulstukken worden aangeleverd door middel van een sferische robot die dienst doet als vulstukverdeler (650).
Bij wijze van verder voorbeeld verwijzen we naar een specifieke uitvoeringsvorm van een werkwijze voor het stapelen van fineerbundels met behulp van vulstukken (120). Beschouw een pallet (110) waar verschillende gestapelde fineerbundels (130) op liggen zoals getoond in figuur 2. Eén van de gestapelde fineerbundels (130) is een afwijkende fineerbundel (140). In het bijzonder heeft de afwijkende fineerbundel (140) een breedte die ongeveer twee en half keer groter is dan de breedte van reguliere fineerbundels (160), waardoor een vrije plaats, een stapellocatie, ontstaat. De vrije plaats kan echter niet opgevuld worden met een reguliere fineerbundel (160) omdat de afmetingen van de reguliere fineerbundels (160) niet overeenkomen met de afmetingen van de stapellocatie.
Toch is het wenselijk dat de stapellocatie opgevuld zou worden om de stapeling van verdere fineerbundels te vergemakkelijken. Daarom worden de afmetingen, dat is de hoogte, de lengte, en de breedte, van de stapellocatie plaats gemeten, bijvoorbeeld door middel van een automatische scanner die gebruik maakt van gestructureerd licht. De stapellocatie wordt vervolgens opgevuld met een vulstuk (120) waarvan de afmetingen ongeveer overeenkomen met de afmetingen van de stapellocatie.
Bij wijze van verder voorbeeld verwijzen we naar figuur 3 waarin een pallet (110) wordt getoond die gestapelde fineerbundels (130) omvat. De gestapelde fineerbundels (130) omvatten drie deelstapels (200) die elk meerdere op elkaar gestapelde fineerbundels (130) omvatten. De afstand tussen de deelstapels (200) is gelijk aan ongeveer 0.0 tot 2.0 cm, bijvoorbeeld 1.0 tot 2.0 cm.
Dwars op de deelstapels (200) is een dwarsstuk (150) gelegd. Het dwarsstuk (150) kan de stabiliteit van de gestapelde fineerbundels op de pallet (110) verbeteren. Verder zijn tussen de gestapelde fineerbundels (130) vulstukken (120) geplaatst om leemtes op te vullen waarvan de afmetingen niet overeenkomen met de afmetingen van reguliere fineerbundels. De dwarsstukken kunnen bijvoorbeeld gerecycleerd afvaloverschot omvatten. Het afvaloverschot kan bijvoorbeeld afkomstig zijn van kortkap of langskapmachines uit een fineerverwerkingslijn.
Bij wijze van verder voorbeeld verwijzen we naar figuur 4. Figuur 4 toont een pallet (110) met daarop gestapelde fineerbundels (130). Tussen de gestapelde fineerbundels (130) bevinden zich twee vulstukken (120) die leemtes, achtergelaten door afwijkende fineerbundels met een te korte lengte, opvullen.
De gestapelde fineerbundels (130) zijn gestapeld in drie deelstapels (200).
Bij wijze van verder voorbeeld verwijzen we naar figuur 5. Figuur 5 toont een pallet (110) met daarop gestapelde fineerbundels (130). Tussen de gestapelde fineerbundels (130) bevinden zich twee vulstukken (120) die leemtes, achtergelaten door afwijkende fineerbundels met een te korte lengte, opvullen.
De gestapelde fineerbundels (130) zijn gestapeld in drie deelstapels (200). De drie deelstapels (200) hebben een ongeveer een gelijke hoogte, ter vorming van een ongeveer vlak gebied met een liggende oriëntatie. Dit ongeveer vlak gebied kan dienst doen als een stapellocatie (300) waar fineerbundels gestapeld kunnen worden.
In een verder voorbeeld verwijzen we naar figuur 6. Figuur 6 toont een pallet (110) met daarop gestapelde fineerbundels (130). Tussen de gestapelde fineerbundels (130) bevinden zich twee vulstukken (120) die leemtes, achtergelaten door afwijkende fineerbundels met een te korte lengte, opvullen. Bovenop de gestapelde fineerbundels bevindt zich een afwijkende fineerbundel (140) die breder is dan reguliere fineerbundels. Een reguliere fineerbundel is een fineerbundel met standaard afmetingen. Door de aanwezigheid van de afwijkende fineerbundel (140) komen de afmetingen van de stapellocatie (300) niet overeen met de afmetingen van een reguliere fineerbundel.
In een verder voorbeeld verwijzen we naar figuur 7. Figuur 7 toont een pallet (110) met daarop gestapelde fineerbundels (130). Tussen de gestapelde fineerbundels (130) bevinden zich drie vulstukken (120) die leemtes, achtergelaten door afwijkende fineerbundels met afwijkende afmetingen, opvullen. Bovenop de gestapelde fineerbundels bevindt zich een afwijkende fineerbundel (140) die breder is dan reguliere fineerbundels.
Door de aanwezigheid van de afwijkende fineerbundel (140) zouden de afmetingen van de stapellocatie (300) niet overeen met de afmetingen van een reguliere fineerbundel. Dit wordt echter opgelost door het gebruik van een vulstuk (120) ter vorming van een stapellocatie (130) met afmetingen die overeen komen met de afmetingen van een reguliere fineerbundel.
Claims (34)
- CONCLUSIES1. Een werkwijze voor het geautomatiseerd stapelen van fineerbundels op een stapellocatie (300), met behulp van één of meerdere vulstukken (120), waarbij - een fineerbundel een hoogte, een breedte, en een lengte heeft; - de stapellocatie (300) een hoogte, een breedte, en een lengte heeft; - een vulstuk (120) een hoogte, een breedte, en een lengte heeft; waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: a. het aanleveren van een fineerbundel aan een stapellocatie (300); b. het vergelijken van de hoogte, de breedte, en/of de lengte van de fineerbundel met de hoogte, de breedte, en/of de lengte van de stapellocatie (300); en, c. het bepalen, met behulp van de vergelijking uit stap b, of de fineerbundel in de stapellocatie (300) past om zo een positieve of een negatieve indicatie te bekomen; waarbij, indien stap c leidt tot een positieve indicatie, stap d wordt uitgevoerd: d. het plaatsen van de fineerbundel op de stapellocatie (300); en waarbij, indien stap c leidt tot een negatieve indicatie, de volgende stappen worden uitgevoerd: e. het vergelijken van de hoogte, de breedte, en/of de lengte van één of meerdere vulstukken (120) met de hoogte, de breedte, en/of de lengte van de stapellocatie (300); f. het selecteren van één of meerdere geschikte vulstukken (120); en, g. het opvullen van de stapellocatie (300), of een deel van de stapellocatie (300), met de één of meerdere vulstukken (120).
- 2. De werkwijze volgens conclusie 1 waarbij - vulstukken (120) een lengte hebben van 0.20 tot 5.0m, bij voorkeur van 0.50 m tot 2.5 m, liefst van ongeveer 1.05m; - vulstukken (120) een breedte hebben van 3.0 cm tot 15 cm, bij voorkeur van 5.0 cm tot 10 cm, liefst van ongeveer 8.0 cm; - vulstukken (120) een dikte hebben van 0.50 cm tot 8.0 cm, bij voorkeur van 1.0 cm tot 4.0 cm, en liefst van ongeveer 2.0 cm.
- 3. De werkwijze volgens één der conclusies 1 of 2 waarbij de stapellocatie (300) zich op een pallet (110) bevindt die één of meerdere fineerbundellagen omvat, waarbij het aantal fineerbundellagen op de pallet wordt bijgehouden, en waarbij om de 3 tot 20, bij voorkeur 5 tot 15, liefst om de 10 fineerbundellagen één of meerdere dwarsstukken (150) op de pallet (110) worden gelegd.
- 4. De werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 3 waarbij de vulstukken (120) worden aangeleverd met behulp van een werktuig gekozen uit de lijst omvattend: transportbanden, en robotarmen.
- 5. Een werkwijze voor de recyclage van houtafval die de volgende stap omvat: - het gebruik van houtafval als vulstukken (120) in een werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 4.
- 6. Een werkwijze voor het geautomatiseerd beoordelen, sorteren, stapelen, en stockeren van een fineerbundel in een productielijn die de volgende stappen omvat: - het aanleveren van een pallet (110) die fineerbundels omvat; - het transporteren van een fineerbundel naar een beoordelingsplaats; - het beoordelen van de kwaliteit van de fineerbundel, in de beoordelingsplaats, op basis van één of meer karakteristieken, waarbij de kwaliteit van de fineerbundel wordt beoordeeld door een operator; - het ingeven van de één of meer karakteristieken van de fineerbundel in een automatisch sorteringssysteem; - het plaatsen van een identificatie eenheid op de fineerbundel waarbij de identificatie eenheid de één of meer karakteristieken van de fineerbundel omvat; - het associëren van een stockageplaats met de fineerbundel op basis van de één of meer karakteristieken van de fineerbundel; - het transporteren van de fineerbundel naar de stockageplaats geassocieerd met de fineerbundel; en, - het plaatsen van de fineerbundel in de stockageplaats geassocieerd met de fineerbundel.
- 7. De werkwijze volgens conclusie 6 waarbij de werkwijze wordt toegepast voor het beoordelen, sorteren, en stapelen van meerdere fineerbundels.
- 8. De werkwijze volgens één der conclusies 6 of 7 waarbij de werkwijze de volgende stap omvat: - het stapelen van een fineerbundel samen met verdere fineerbundels met gelijkaardige karakteristieken volgens een werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 4; en, - optioneel, het recycleren van houtafval volgens een werkwijze volgens conclusie 5.
- 9. De werkwijze volgens conclusie 8 waarbij de fineerbundels worden gestapeld alvorens getransporteerd te worden naar de stockageplaats.
- 10. De werkwijze volgens conclusie 8 waarbij de fineerbundels worden gestapeld in een stockageplaats.
- 11. De werkwijze volgens één der conclusies 6 tot 10 waarbij de fineerbundel wordt gestapeld door middel van een werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 4.
- 12. De werkwijze volgens één der conclusies 6 tot 11 waarbij fineerbundels met een slechte kwaliteit worden gerecycleerd als vulstuk met behulp van een werkwijze volgens conclusie 5.
- 13. De werkwijze volgens één der conclusies 6 tot 12 waarbij ten minste 1 fineerbundel per 6 seconden wordt beoordeeld, gesorteerd, en gestapeld.
- 14. De werkwijze volgens één der conclusies 6 tot 13 waarbij de fineerbundels door het automatisch sorteringssysteem worden verwerkt in de volgorde waarin de kwaliteit van de fineerbundels wordt beoordeeld door de operator.
- 15. De werkwijze volgens één der conclusies 6 tot 14 waarbij een operator aanduidt op welke positie een fineerbundel afgesneden dient te worden; en waarin de fineerbundel vervolgens op de aangeduide positie wordt afgesneden met behulp van een snijinrichting.
- 16. De werkwijze volgens één der conclusies 6 tot 15 waarbij de karakteristieken van een fineerbundel worden gedefinieerd door een operator met behulp van een spraakherkenningssysteem.
- 17. De werkwijze volgens één der conclusies 6 tot 16 waarbij het identificatiemiddel de volgende informatie omvat: het aantal fineervellen in een fineerbundel, de breedte van de fineerbundel, de lengte van de fineerbundel, en optioneel een sequentienummer van de bundel in de boomstam waarvan de bundel afkomstig is.
- 18. De werkwijze volgens één der conclusies 6 tot 17 waarbij de kwaliteit van een fineerbundel wordt beoordeeld op basis van één of meer van de criteria geselecteerd uit een lijst omvattend: de structuur, de aanwezigheid en/of plaats van imperfecties, de aanwezigheid en/of plaats van structurele bijzonderheden, de afmetingen, de kleur, en de traceerbaarheid.
- 19. De werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 18 waarbij de werkwijze wordt uitgevoerd in een productiefaciliteit met vochtregulatie.
- 20. De werkwijze volgens conclusie 19 waarbij de relatieve luchtvochtigheid wordt gecontroleerd tussen de 55 en 65%.
- 21. De werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 20 waarbij een fineerbundel samen wordt gehouden met behulp van één of meerdere bindmiddelen.
- 22. De werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 21 waarbij een fineerbundel bestaat uit 4 tot 50, bij voorkeur 24, 32, of 40 fineervellen.
- 23. De werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 22 waarbij de fineervellen omvat in de fineerbundels een dikte hebben van 0.50 mm tot 2.0 mm.
- 24. De werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 23 waarbij de fineervellen omvat in de fineerbundels een breedte hebben van 0.070 m tot 0.60 m.
- 25. De werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 24 waarbij de fineervellen omvat in de fineerbundels een lengte hebben van 1.9m tot 4m.
- 26. De werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 25 waarbij het gewicht van een fineerbundel 1.0 tot 20 kg is.
- 27. Een systeem geconfigureerd voor het uitvoeren van een werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 26.
- 28. Een werktuig dat geconfigureerd is om te dienen als vulstuk in een werkwijze volgens één der conclusies 1 tot 16.
- 29. Een geautomatiseerd systeem voor het beoordelen, sorteren, en stapelen van fineerbundels dat de volgende onderdelen omvat: - een aanleverplaats waar de fineerbundels worden aangeleverd; - een beoordelingsplaats voor het bepalen van de kwaliteit van de fineerbundels; - een transportmechanisme voor het transport van de fineerbundels van de aanleverplaats naar de beoordelingsplaats, waarbij de beoordelingsplaats een identificatie-eenheids-plaatsingssysteem omvat; - meerdere stockageplaatsen voor het opslaan van de fineerbundels; en, - een transportmechanisme voor het transport van de fineerbundels van de beoordelingsplaats naar de stockageplaatsen.
- 30. Het systeem volgens conclusie 29 waarin het transportmechanisme voor het transport van fineerbundels van de beoordelingsplaats naar de stockageplaatsen minstens één systeem volgens conclusie 27 omvat.
- 31. Het systeem volgens één der conclusies 29 of 30 waarin het transportmechanisme voor het transport van de fineerbundels van de aanleverplaats naar de beoordelingsplaats en/of het transportmechanisme voor het transport van de fineerbundels van de beoordelingsplaats naar de stockageplaatsen één of meerdere roterende overdrachtssystemen omvat.
- 32. Het systeem volgens één der conclusies 29 tot 31 waarin het systeem één of meerdere snijinrichtingen omvat voor het afsnijden fineerbundels op welbepaalde posities.
- 33. Het systeem volgens één der conclusies 29 tot 32 dat een spraakherkenningssysteem omvat voor de definitie van de karakteristieken van de fineerbundels.
- 34. Het systeem volgens één der conclusies 29 tot 33 opgesteld in een productiefaciliteit met vochtregulatie.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2015/5361A BE1023003B1 (nl) | 2015-06-15 | 2015-06-15 | Werkwijze en systeem voor het sorteren en stapelen van houtfineerbundels |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2015/5361A BE1023003B1 (nl) | 2015-06-15 | 2015-06-15 | Werkwijze en systeem voor het sorteren en stapelen van houtfineerbundels |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1023003B1 true BE1023003B1 (nl) | 2016-10-31 |
Family
ID=54148278
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE2015/5361A BE1023003B1 (nl) | 2015-06-15 | 2015-06-15 | Werkwijze en systeem voor het sorteren en stapelen van houtfineerbundels |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1023003B1 (nl) |
Citations (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP1426315A1 (de) * | 2002-12-02 | 2004-06-09 | Gesellschaft für Forschung und Entwicklung wirtschaftlicher Produktionssysteme mbH -GFE- | Vorrichtung für die Stapelbildung flächiger Fixmasse |
-
2015
- 2015-06-15 BE BE2015/5361A patent/BE1023003B1/nl active
Patent Citations (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP1426315A1 (de) * | 2002-12-02 | 2004-06-09 | Gesellschaft für Forschung und Entwicklung wirtschaftlicher Produktionssysteme mbH -GFE- | Vorrichtung für die Stapelbildung flächiger Fixmasse |
Non-Patent Citations (4)
| Title |
|---|
| METRAPLAN INDUSTRIES: "Veneer grading using labels : sorting and delivery with barcode scanners_2", 19 July 2013 (2013-07-19), XP054976354, Retrieved from the Internet <URL:https://www.youtube.com/watch?v=nmO6EpRcI2w> [retrieved on 20160204] * |
| METRAPLAN INDUSTRIES: "Veneer Sorting lines : fully integrated classification for veneer plants and warehouses_5", 19 July 2013 (2013-07-19), pages 1, XP054976359, Retrieved from the Internet <URL:https://www.youtube.com/watch?v=8ZmbBdqEb7Y> [retrieved on 20160205] * |
| METRAPLAN INDUSTRIES: "Xylovoice : Veneer recording features by voice, grading and sorting_4", 19 July 2013 (2013-07-19), pages 1, XP054976357, Retrieved from the Internet <URL:https://www.youtube.com/watch?v=fXNxRVWrzdw&list=PLm40hYjBmES3eIEGD-TL9qTP-UNcVGWqJ&index=2> [retrieved on 20160205] * |
| WOODWORKINGNETWORK: "Michigan Veneer's voice-activated veneer sorting system", 6 September 2012 (2012-09-06), XP054976356, Retrieved from the Internet <URL:https://www.youtube.com/watch?v=W4VSU_N5s_U> [retrieved on 20160204] * |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US5543205A (en) | Composite article made from used or surplus corrugated boxes or sheets | |
| JP6161440B2 (ja) | 板紙用紙に溝付けする装置 | |
| US5439542A (en) | Composite article made from used or surplus corrugated boxes or sheets | |
| US11222419B1 (en) | Method and system for veneer grading and stacking using vision system analysis | |
| JP2002529270A (ja) | リブ付厚板の製造法及びその製品 | |
| US6811647B1 (en) | Method and apparatus for the production of extra-wide veneers | |
| IT201900014682A1 (it) | Pannello in fibra di legno e relativo impianto e metodo di realizzazione | |
| US4691751A (en) | Method for sawing a tree trunk and for treating a uniformly thick slice of wood sawed off the trunk | |
| US10245748B2 (en) | Method for producing flooring modules comprising elements with curvilinear edges made from timber planks having edges with the natural curvature of the wooden material | |
| BE1023003B1 (nl) | Werkwijze en systeem voor het sorteren en stapelen van houtfineerbundels | |
| RU2558429C2 (ru) | Способ и устройство для производства бесконечной ленты из блока волокнистого материала, в частности деревянного блока, бесконечная лента и блок волокнистого материала | |
| US9782911B1 (en) | Systems, methods and apparatus for the production of finger jointed dimensioned lumber, poles, beams and molding stock from green rough trim blocks | |
| AU2012224694A1 (en) | Method and system for producing a material panel, in particular a high-density material panel, and material panel | |
| US12377551B1 (en) | Method and system for veneer sheet portion stacking and unstacking | |
| Mitchell | Rough mill improvement guide for managers and supervisors | |
| US1491679A (en) | Automatic trimming, grooving, and strip-inserting machine | |
| US4230004A (en) | Method of sawing and stacking board | |
| EP2746013B1 (en) | A method for banding edges of furniture boards | |
| JP4268532B2 (ja) | サイドガイド、木質積層マットの搬送装置及び木質積層マットの搬送方法 | |
| JP4351604B2 (ja) | 木質材片の配向積層装置 | |
| US20240359358A1 (en) | Systems and methods related to board notching | |
| Anderson | Furniture rough mill costs evaluated by computer simulation | |
| Bromhead | Reducing wood waste in furniture manufacture | |
| Kukla et al. | Wood-based Boards Mechanical Properties in the Aspect of the Cutting Process During Shredding | |
| CN217497940U (zh) | 一种物料整边码垛装置 |