BE1013150A3 - Inrichting en werkwijze voor het koeldrogen. - Google Patents
Inrichting en werkwijze voor het koeldrogen. Download PDFInfo
- Publication number
- BE1013150A3 BE1013150A3 BE9900761A BE9900761A BE1013150A3 BE 1013150 A3 BE1013150 A3 BE 1013150A3 BE 9900761 A BE9900761 A BE 9900761A BE 9900761 A BE9900761 A BE 9900761A BE 1013150 A3 BE1013150 A3 BE 1013150A3
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- evaporator
- temperature
- bypass
- motor
- measured
- Prior art date
Links
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
- F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
- F25B1/00—Compression machines, plants or systems with non-reversible cycle
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
- F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
- F25B49/00—Arrangement or mounting of control or safety devices
- F25B49/02—Arrangement or mounting of control or safety devices for compression type machines, plants or systems
- F25B49/025—Motor control arrangements
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01D—SEPARATION
- B01D5/00—Condensation of vapours; Recovering volatile solvents by condensation
- B01D5/0033—Other features
- B01D5/0039—Recuperation of heat, e.g. use of heat pump(s), compression
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01D—SEPARATION
- B01D53/00—Separation of gases or vapours; Recovering vapours of volatile solvents from gases; Chemical or biological purification of waste gases, e.g. engine exhaust gases, smoke, fumes, flue gases, aerosols
- B01D53/26—Drying gases or vapours
- B01D53/265—Drying gases or vapours by refrigeration (condensation)
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
- F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
- F25B2400/00—General features or devices for refrigeration machines, plants or systems, combined heating and refrigeration systems or heat-pump systems, i.e. not limited to a particular subgroup of F25B
- F25B2400/04—Refrigeration circuit bypassing means
- F25B2400/0401—Refrigeration circuit bypassing means for the compressor
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
- F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
- F25B2400/00—General features or devices for refrigeration machines, plants or systems, combined heating and refrigeration systems or heat-pump systems, i.e. not limited to a particular subgroup of F25B
- F25B2400/04—Refrigeration circuit bypassing means
- F25B2400/0403—Refrigeration circuit bypassing means for the condenser
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
- F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
- F25B2600/00—Control issues
- F25B2600/02—Compressor control
- F25B2600/021—Inverters therefor
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
- F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
- F25B2700/00—Sensing or detecting of parameters; Sensors therefor
- F25B2700/19—Pressures
- F25B2700/197—Pressures of the evaporator
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
- F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
- F25B2700/00—Sensing or detecting of parameters; Sensors therefor
- F25B2700/21—Temperatures
- F25B2700/2117—Temperatures of an evaporator
- F25B2700/21171—Temperatures of an evaporator of the fluid cooled by the evaporator
- F25B2700/21173—Temperatures of an evaporator of the fluid cooled by the evaporator at the outlet
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
- F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
- F25B2700/00—Sensing or detecting of parameters; Sensors therefor
- F25B2700/21—Temperatures
- F25B2700/2117—Temperatures of an evaporator
- F25B2700/21174—Temperatures of an evaporator of the refrigerant at the inlet of the evaporator
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Thermal Sciences (AREA)
- Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- General Chemical & Material Sciences (AREA)
- Oil, Petroleum & Natural Gas (AREA)
- Analytical Chemistry (AREA)
- Drying Of Gases (AREA)
- Drying Of Solid Materials (AREA)
- Processing And Handling Of Plastics And Other Materials For Molding In General (AREA)
Abstract
De uitvinding betreft een inrichting voor het koeldrogen, die een warmtewisselaar (1) bezit waarvan het primaire gedeelte de verdamper (2) is van een koelcircuit (3) dat tevens een compressor (5) bevat die aangedreven wordt door een elektrische motor (4) en die overbrugd is door een bypass (17) met daarin een bypass-afsluiter (18) en een open/toe-afsluiter (19) . Het secundaire gedeelte (1A) van de warmtewisselaar (1) maakt deel uit van een leiding (9) voor het gas en aan de uitgang van de warmtewiselaar (1) is een vloeistofascheider (11) opgesteld. De inrichting bevat middelen (15) om het toerental van de motor (4) t regelen die door een besturingsinrichting (16) bestuurd worden in functie van de door meetmiddelen (22;22A) gemeten waarde.
Description
<Desc/Clms Page number 1> Inrichting en werkwijze voor het koeldrogen. Deze uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het koeldrogen, die een warmtewisselaar bezit waarvan het primaire gedeelte de verdamper is van een koelcircuit dat tevens een compressor bevat die aangedreven wordt door een elektrische motor, een condensor, een expansiemiddel tussen de uitgang van de condensor en de ingang van de verdamper, een besturingsinrichting om voornoemde motor te besturen en daaraan gekoppelde meetmiddelen, waarbij de compressor overbrugd is door een bypass met daarin een bypass-afsluiter en een open/toe-afsluiter, terwijl het secundaire gedeelte van de warmtewisselaar deel uitmaakt van een leiding voor het gas en aan de uitgang van deze warmtewisselaar in deze leiding een vloeistofafscheider opgesteld is. Dergelijke inrichtingen worden onder meer gebruikt om perslucht te drogen. Perslucht die door een compressor wordt afgeleverd, is in de meeste gevallen verzadigd met waterdamp of bezit met andere woorden een relatieve vochtigheid van 100%. Dit betekent dat bij de geringste temperatuursdaling condensatie optreedt. Door het condenswater zal corrosie in leidingen en gereedschappen ontstaan en zullen de apparaten vroegtijdige slijtage vertonen. Vandaar dat de perslucht gedroogd wordt, hetgeen op voornoemde manier door koeldrogen kan geschieden. Ook <Desc/Clms Page number 2> andere lucht dan perslucht of andere gassen kunnen op deze manier worden gedroogd. Het koeldrogen is gebaseerd op het principe dat door verlaging van de temperatuur vocht uit de lucht of het gas condenseert waarna het condenswater in de vloeistofafscheider afgescheiden wordt en waarna de lucht of het gas opnieuw opgewarmd wordt waardoor deze lucht of dit gas niet langer verzadigd is. De warmte wordt in de verdamper afgevoerd door het koelcircuit. Hetzelfde geldt voor ander gas dan lucht en telkens hierna naar lucht wordt verwezen, geldt hetzelfde ook voor ander gas dan lucht. In de praktijk bestaat er een ISO norm die vastlegt welk het dauwpunt en de corresponderende laagste luchttemperatuur kan zijn bij referentie voorwaarden. Om te vermijden dat de laagste luchttemperatuur kleiner wordt dan 0 C en dus de verdamper door aanvriezende vochtigheid dichtvriest, is een noodzakelijke voorwaarde dat de verdampertemperatuur hoger is dan 0 C. Om aan deze voorwaarde te voldoen, kunnen de meetmiddelen aan de ingang van de verdamper aangebracht zijn en de verdampertemperatuur meten, terwijl de besturingsinrichting de met constante frequentie aangedreven motor van de compressor in- en uitschakelt in functie van deze temperatuur. Indien deze verdampertemperatuur te laag daalt, wordt deze motor <Desc/Clms Page number 3> gestopt. Komt de verdamperdruk vervolgens te hoog omdat het expansieventiel nog open is, dan wordt de motor opnieuw gestart. Een dergelijke regeling is evenwel zeer nadelig aangezien bij kleine belasting de compressor continu aan-en uitgeschakeld wordt, terwijl ook de verdamperdruk en de dauwpunten sterk schommelen. Daarenboven moet de koeldroger vrij groot geconstrueerd worden. De meetmiddelen kunnen ook aan de uitgang van het secundaire gedeelte van de warmtewisselaar aangebracht zijn en de laagste luchttemperatuur (LAT) meten terwijl de besturingsinrichting, wanneer de temperatuur in de verdamper dreigt onder 0 C te dalen, de motor van de compressor van het koelcircuit uitschakelt. In beide soorten inrichtingen geschiedt de regeling dus door de motor ook in en uit te schakelen, wat vooral bij lage belasting dikwijls moet gebeuren hetgeen in grote mate slijtage van de compressor veroorzaakt en nadelig is. Dit nadeel wordt vermeden door een inrichting zoals beschreven in de eerste paragraaf, waarin een bypass de compressor overbrugt. Een dergelijke koeldrooginrichting met bypass is beschreven in DE-A-35. 22. 974. De motor wordt met een constante frequentie gevoed maar in- en uitgeschakeld door middel van een door een <Desc/Clms Page number 4> drukschakelaar gevormde besturingsinrichting in functie van de gemeten druk van het koelfluidum tussen de warmtewisselaar en de compressor. Wanneer de druk in de zuigleiding van de compressor onder een bepaalde waarde daalt die bijvoorbeeld overeenkomt met een temperatuur van het koelfluidum van -15OC wordt de motor uitgeschakeld, waardoor wordt vermeden dat de temperatuur in de zuigleiding teveel daal. Om de werkingsgraad van de inrichting te verbeteren, is de compressor is overbrugd door een bypass waarin, benevens de klassieke bypass-afsluiter ook nog een bestuurde aan/uit-afsluiter is aangebracht. De bypass-afsluiter is van een bekend type dat open wordt geduwd wanneer de druk in de bypass aan de kant van de inlaat van de compressor onder een bepaalde instelbare waarde daalt, waardoor hete gassen van de compressor worden aangezogen. Deze afsluiter en de ingestelde druk waarbij de veer de afsluiter niet langer dicht houdt, worden zo gekozen dat bij nominale werkingsvoorwaarden van het koelcircuit de afsluiter gesloten is, maar bij deel- en nullast van de compressor deze afsluiter open is zodat de verdamperdruk met een hysteresis van 0, 2 bar op een minimum behouden blijft, en zodanig dat de verdampingstemperatuur die gekoppeld is aan de verdampingsdruk van het koelfluïdum, na de verdamper minstens 0 C is om ijsvorming in de verdamper te vermijden. <Desc/Clms Page number 5> Wanneer in de bypass enkel de bypass-afsluiter aanwezig zou zijn, zou dit voor gevolg hebben dat de compressor op vollast blijft draaien, zelfs bij nullast voorwaarden. Aangezien de compressormotor continu in werking is, is ook bij geen of lage belasting het energieverbruik dus gelijk aan het energieverbruik bij nominale belasting daar de hoge en lage druk in het koelcircuit continu constant gehouden worden, hetgeen een relatief hoog energieverbruik als gevolg heeft. Door het toevoegen van een open/toe-afsluiter in de bypassleiding zoals beschreven in het DE-A-35. 22. 974 wordt de werkingsgraad van de inrichting verbeterd. Deze bijkomende open/toe-afsluiter wordt bestuurd door een thermoschakelaar die gestuurd wordt door een temperatuurmeetmiddel dat aan de uitgang van de warmtewisselaar in de gasleiding is opgesteld. Deze afsluiter is zo ingesteld dat hij de bypass opent wanneer de gastemperatuur aan de uitlaat van de warmtewisselaar ongeveer gelijk is aan de temperatuur waarbij de vochtigheid in het gas aanvriest. Wanneer de persluchttemperatuur aan voornoemde uitlaat bijvoorbeeld hoger is dan 1 C sluit de afsluiter de bypass af en wordt de volle koelcapaciteit over de verdamper gestuurd waardoor de verdampingstemperatuur in de verdamper bij vollast tot-4 ä-5 C daalt en de temperatuur van de perslucht aan de uitgang ervan zal dalen. Zodra deze laatste 1 C bereikt, opent de afsluiter de bypass waardoor de verdampingstemperatuur in de <Desc/Clms Page number 6> verdamper zal stijgen tot bij voorbeeld 1, 50 C en intussen op de verdamper vastgevroren vocht opnieuw verdampt. De persluchttemperatuur na de verdamper stijgt weer en bij 20C bijvoorbeeld sluit de afsluiter de bypass opnieuw af en de motor kan weer zijn volle vermogen op de warmtewisselaar inzetten. Bij deze uitvoering kan het aanvriezen van de verdamper vermeden worden ook al daalt de temperatuur van het koelfluidum tijdelijk beneden de aanvriestemperatuur zodat de koeldroger sterker kan belast worden. Toch wordt de motor continu op volle snelheid aangedreven zodat het energieverbruik relatief hoog blijft. De uitvinding heeft een inrichting voor het koeldrogen als doel die voornoemde en andere nadelen niet vertoont en waarmee op een eenvoudige manier, zonder drukschommelingen in het koelcircuit en zonder grote slijtage van de compressor en zijn motor, een energiebesparing kan worden verkregen. Dit doel wordt volgens de uitvinding verwezenlijkt doordat de inrichting voor het koeldrogen middelen bevat om het toerental van de motor te regelen terwijl de besturingsinrichting deze middelen bestuurt in functie van de door de meetmiddelen gemeten waarde. In plaats van de motor in of uit te schakelen, wordt zijn snelheid aangepast. Door het verhogen van het toerental van de motor kan er meer massadebiet koelvloeistof <Desc/Clms Page number 7> rondgepompt worden en kan dus meer koelvermogen geleverd worden. Door de combinatie van de bypass met bypass-afsluiter en open/toe-afsluiter met de toerental-geregelde compressor, wordt niet enkel het aantal malen dat de motor gestopt wordt en opnieuw gestart sterk gereduceerd, maar is een grote energiebesparing mogelijk. Andere voordelen daarvan zullen verder worden uiteengezet. Voornoemde meetmiddelen kunnen op het koelcircuit aangebracht zijn en middelen zijn om de verdampertemperatuur of verdampingsdruk te meten. Deze meetmiddelen kunnen evenwel ook op de leiding voor het gas aangebracht zijn, in of stroomafwaarts van het secundaire gedeelte van de warmtewisselaar, en middelen zijn om de laagste gastemperatuur (LAT) te meten of middelen zijn om het dauwpunt te meten. Bij voorkeur bestaan de middelen om het toerental van de motor te regelen uit een frequentieomvormer. In een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding bevat de koeldroger middelen om de omgevingstemperatuur te meten die eveneens aan de besturingsinrichting gekoppeld zijn en is deze besturingsinrichting zodanig dat ze de snelheid van de motor regelt zowel in functie van de door de meetmiddelen gemeten waarde als in functie van de door de middelen om de omgevingstemperatuur te meten gemeten temperatuur. <Desc/Clms Page number 8> De uitvinding heeft ook betrekking op een werkwijze voor het koeldrogen die op een interessante manier gebruik maakt van de hiervoor beschreven inrichting volgens de uitvinding. Deze uitvinding heeft aldus betrekking op een werkwijze voor het koeldrogen van gas dat waterdamp bevat, waarbij dit gas door het secundaire gedeelte van een warmtewisselaar geleid wordt waarvan het primaire gedeelte de verdamper is van een koelcircuit dat tevens een compressor bevat die overbrugd is door een bypass waarin een bypass-afsluiter en een gestuurde open/toe-afsluiter aangebracht zijn en die aangedreven wordt door een elektrische motor, een condensor, een expansiemiddel tussen de uitgang van de condensor en de ingang van de verdamper, en waarbij voornoemd koelcircuit zo in functie van de belasting bestuurd wordt dat de koelcapaciteit aangepast wordt zonder dat ijsvorming in de verdamper ontstaat, en die daardoor gekenmerkt is dat het besturen van het koelcircuit geschiedt door het toerental van de motor te regelen en door daarenboven de open/toe-afsluiter te besturen zodat hij onder bepaalde voorwaarden de bypass opent en, als ook de bypass-afsluiter de bypass niet langer afsluit, gasvormig koelfluidum van de uitlaat van de compressor terug naar de inlaat, voor of na de verdamper, wordt afgeleid. Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen van een <Desc/Clms Page number 9> inrichting en werkwijze voor het koeldrogen volgens de uitvinding beschreven met verwijzing naar de bijgaande tekeningen waarin : figuur 1 een blokschema weergeeft van een inrichting voor het koeldrogen volgens de uitvinding ; figuren 2 tot 4 blokschema's weergeven analoog aan deze van figuur l, maar met betrekking tot drie andere uitvoeringsvormen van de uitvinding. De inrichting voor het koeldrogen schematisch weergegeven in figuur 1 bevat in hoofdzaak een warmtewisselaar 1 waarvan het primaire gedeelte de verdamper 2 vormt van een koelcircuit 3 waarin achtereenvolgens ook een door een elektrische motor 4 aangedreven compressor 5, een condensor 6 en een expansieventiel 7 opgesteld zijn. Dit koelcircuit 3 is gevuld met koelfluïdum, bijvoorbeeld freon 404a, waarvan de stromingszin door de pijl 8 wordt weergegeven. Het secundaire gedeelte 1A van de warmtewisselaar 1 maakt deel uit van de leiding 9 voor te drogen vochtige lucht waarvan de stromingszin door de pijl 10 aangeduid werd. Na de warmtewisselaar 1 en dus aan zijn uitgang is in de leiding 9 een vloeistofafscheider 11 opgesteld. Eventueel kan deze leiding 9, zieh voor ze de warmtewisselaar 1 bereikt, met een gedeelte doorheen een voorkoeler of recuperatiewarmtewisselaar 12 uitstrekken en <Desc/Clms Page number 10> zieh vervolgens, na de vloeistofafscheider 11, opnieuw doorheen de recuperatiewarmtewisselaar 12 uitstrekken, in tegenstroom met voornoemd gedeelte. De warmtewisselaar 1 is een vloeistof-lucht warmtewisselaar en kan constructief een geheel vormen met de eventuele recuperatiewarmtewisselaar 12 die een luchtlucht warmtewisselaar is. Het expansieventiel 7 is een thermostatisch ventiel waarvan het thermostatisch element door een koperen geleiding 13 gekoppeld is aan een kolfje of "bulb" 14 die aan de uitgang van de verdamper 2, maar bij voorkeur zoals weergegeven in figuur 1 aan de inlaat van de compressor 5, op het koelcircuit 3 aangebracht is en gevuld is met hetzelfde koelmedium. In een niet in de figuren weergegeven variante is dit expansieventiel 7 evenwel een elektronisch ventiel dat geköppeld is aan een temperatuurmeter die op het uiteinde van de verdamper 2 of erna opgesteld is. Bij kleine koeldrogers kan het expansieventiel 7 vervangen zijn door een capillair. De compressor 5 is een volumetrische compressor die bij een zelfde toerental praktisch een zelfde volumedebiet levert, bijvoorbeeld een spiraalcompressor, terwijl de motor 4 een elektrische motor is waarvan het toerental door verandering van de frequentie regelbaar is. <Desc/Clms Page number 11> Deze motor 4 is dan ook gekoppeld aan een frequentieomvormer 15 die bestuurd wordt door een besturingsinrichting 16 die gevormd is door een ingebouwde besturingsinrichting, bijvoorbeeld een PID-besturingsinrichting. De frequentieomvormer 15 kan bijvoorbeeld de frequentie regelen tussen 0 en 400 Hz en vormt middelen om het toerental van de motor 4 te regelen. De compressor 5 is overbrugd door een bypass 17 of overbrugging die zijn uitlaat verbindt met zijn ingang of, hetgeen daarmee overeenkomt, de uitgang van de verdamper 2. In deze bypass 17 is een klassieke bypass-afsluiter 18 aangebracht met een kleplichaam dat door een veer wordt opengeduwd zodra de druk in de bypass 17 onder een bepaalde waarde daalt. De tegendruk waarbij de veer dit kleplichaam open duwt, en dus voornoemde druk, is instelbaar. In serie met deze bypass-afsluiter 18, en met name tussen deze laatste en de uitgang van de compressor 5, is in de bypass 17 nog een open/toe-afsluiter 19 opgesteld die bijvoorbeeld door een elektromagnetische klep is gevormd. Deze open/toe-afsluiter 19 is via de elektrische leiding 20 op de besturingsinrichting 16 aangesloten en wordt door deze laatste bestuurd. <Desc/Clms Page number 12> De besturingsinrichting 16 is in een eerste uitvoeringsvorm, weergegeven in figuur 1, via een leiding 21 verbonden met meetmiddelen 22 om de verdampertemperatuur te meten, bijvoorbeeld een thermokoppel in het koelcircuit 3, aan de ingang van de verdamper 2 en dus tussen deze verdamper 2 en het expansieventiel 7. Alhoewel het meten van de verdampertemperatuur duidelijk de voorkeur verdient, kunnen. in een variante de meetmiddelen 22 om de verdampertemperatuur te meten toch worden vervangen door middelen 22A om de verdampingsdruk te meten, bijvoorbeeld een druktransmitter met een drukbereik van-l tot 12 bar, die aan de ingang of aan de uitgang van de verdamper 2 is opgesteld en via de leiding 21A met de besturingsinrichting verbonden is, zoals in punt-streeplijn is weergegeven in figuur 1. Voor een gegeven koelfluidum is er immers een verband tussen de verdampingstemperatuur en de verdampingsdruk van het koelfluidum. Hoe hoger de temperatuur, hoe hoger de druk. Verder is in beide gevallen de besturingsinrichting 16 ook nog via een leiding 23 verbonden met middelen 24 om de omgevingstemperatuur te meten, bijvoorbeeld een temperatuursensor en die deze temperatuur omzet in een elektrisch signaal, in het bijzonder een stroom. De werking van de koeldroger is als volgt : <Desc/Clms Page number 13> De te drogen lucht wordt doorheen de leiding 9 en dus doorheen de warmtewisselaar 1 gevoerd, in tegenstroom met het koelfluidum in de verdamper 2 van het koelcircuit 3. In deze warmtewisselaar 1 wordt de vochtige lucht afgekoeld waardoor condens gevormd wordt dat in de vloeistofafscheider 11 afgescheiden wordt. De koude lucht die na deze vloeistofafscheider 11 minder vocht bevat maar toch een relatieve vochtigheid van 100% bezit, wordt in de recuperatiewarmtewisselaar 12 opgewarmd, waardoor de relatieve vochtigheid daalt tot ongeveer 50%, terwijl de verse te drogen lucht in deze warmtewisselaar 12 reeds gedeeltelijk afgekoeld wordt alvorens aan de warmtewisselaar 1 toegevoegd te worden. De lucht aan de uitgang van de recuperatiewarmtewisselaar EMI13.1 12 is dus droger dan aan de ingang van de warmtewisselaar 1. Om het bevriezen van de verdamper 2 te vermijden, wordt de lucht in de warmtewisselaar 1 niet onder de LAT bij lage omgevingstemperaturen, gekoeld, welke LAT typisch 2-3 C is. Bij hogere omgevingstemperatuur mag de LAT hoger liggen en wordt gekoeld tot een LAT die gevoelig, bijvoorbeeld 20 C, lager is dan de omgevingstemperatuur, maar in elk geval niet lager dan de minimum temperatuur waarbij het risico voor bevriezen van de verdamper kan ontstaan en die typisch 2-3OC bedraagt. <Desc/Clms Page number 14> Ligt de LAT te hoog dan wordt niet voldoende gekoeld en wordt dus niet voldoende vocht gecondenseerd opdat de lucht voldoende gedroogd zou zijn. Deze LAT ligt enkele graden, bijvoorbeeld 2 tot 30C boven de werkelijke verdampertemperatuur die door de meetmiddelen 22 wordt gemeten. Aan voornoemde voorwaarden van LAT wordt voldaan door met behulp van de besturingsinrichting 16 en de erdoor bestuurde frequentieomvormer 15 het toerental van de motor 4 te regelen in functie van de door de meetmiddelen 22 gemeten verdampertemperatuur, in de ene uitvoeringsvorm, of de door de meetmiddelen 22A gemeten verdamperdruk, in de andere uitvoeringsvorm. Het koelvermogen is gelijk aan het massadebiet koelfluidum dat in het koelcircuit 3 circuleert, vermenigvuldigd met het- enthalpieverschil van de lucht voor en na de warmtewisselaar 1. Door verhoging van het toerental van de motor 4 kan de compressor 5 meer massadebiet rondpompen en kan dus bij hetzelfde enthalpieverschil meer vermogen geleverd worden. Het massadebiet is het volumedebiet van de compressor 5 vermenigvuldigd met de dichtheid van het koelfluidum in de aanzuigtoestand die zelf afhankelijk is van de verdampertemperatuur en van de oververhitting. De besturingsinrichting 16 stelt de gemeten temperatuur of druk bij door het toerental aan te passen zodat deze temperatuur enkele graden lager ligt dan voornoemde LAT, <Desc/Clms Page number 15> maar toch hoger dan OOC, respectievelijk de verdamperdruk bereikt wordt die overeenkomt met een temperatuur die enkele graden onder de LAT gelegen is en bijvoorbeeld gelijk is aan 1 C, waarbij voor freon R404a de verdamperdruk dan ongeveer 5, 2 bar effectief bedraagt. Op deze manier wordt het koelvermogen aangepast aan de belasting. Doordat door de middelen 24 ook de omgevingstemperatuur gemeten wordt, kan de eraan gekoppelde besturingsinrichting 16 met deze temperatuur rekening houden. Met behulp van de besturingsinrichting 16 en de erdoor bestuurde frequentieomvormer 15 wordt het toerental van de motor 4 dan zo geregeld dat, zolang de omgevingstemperatuur laag is, en meer bepaald lager dan 23 C, bij een dauwpuntsonderbreking ingesteld op 20 C, aan voornoemde voorwaarde wordt voldaan en dus de LAT aan de uitgang van het secundaire gedeelte 1A van de warmtewisselaar 1 ongeveer 30C bedraagt, maar bij hogere omgevingstemperatuur wordt deze LAT ingesteld een bepaald aantal graden, typisch 20 C, lager dan de door de middelen 24 gemeten omgevingstemperatuur. De verdampertemperatuur heeft een setpunt, dit is een ingestelde waarde waarop de besturingsinrichting 16 de werkelijke gemeten verdampertemperatuur probeert te brengen, dat enkele graden lager ligt dan de gewenste LAT. <Desc/Clms Page number 16> Eventueel kan een minimum en een maximum setpunt in de besturingsinrichting 16 vastgelegd worden, waarbij het minimum 1 C is. Bij het instellen van de besturingsinrichting 16 kan dit setpunt bijvoorbeeld via een bedieningspaneel of via een analoge ingang aangepast worden. De frequentie wordt bijvoorbeeld geregeld tussen 30 en 75 Hz. De maximum belasting van de koeldrooginrichting is relatief klein, aangezien bij hogere omgevingstemperaturen de LAT hoger mag zijn dan 3 C, waardoor het koelvermogen daalt en dus de componenten goedkoper kunnen zijn en koelfluidum bespaard wordt. In de condensor 6 wordt het in de compressor 5 door de compressie opgewarmde gasvormige koelfluidum afgekoeld tot in vloeibare vorm en om de warmte af te voeren naar de omgeving kan gebruik gemaakt worden van een ventilator of van koelwater. Bij te hoge druk in de condensor 6 wordt de motor 4 automatisch uitgeschakeld. Na de condensor 6 kan het vloeibare koelfluidum eventueel in een vat opgevangen worden en/of verder gekoeld worden door een bijkomende warmtewisselaar. <Desc/Clms Page number 17> Door het expansieventiel 7 wordt het vloeibare koelfluidum geëxpandeerd tot een verdamperdruk, hetgeen uiteraard een temperatuursdaling met zieh meebrengt Het expansieventiel 7 regelt enkel de oververhitting in de verdamper 2 en zorgt ervoor dat de verdamper 2 steeds optimaal benut is, maar kan niet gebruikt worden om de verdamperdruk of-temperatuur te besturen. Door toepassing van een thermostatisch expansieventiel 7 is er altijd een oververhitting na de verdamper 2, waardoor er geen gevaar is voor koelvloeistof in de compressor 5 en een vloeistofafscheider in het koelcircuit 3 overbodig is en de hoeveelheid koelfluidum beperkt is. Deze oververhitting wordt gemeten door de temperatuur gemeten door de bulb 14 af te trekken van de verdampertemperatuur gemeten, hetzij voor de verdamper 2 (interne egalisatie), hetzij na de verdamper (externe egalisatie). Dit verschil wordt door het expansieventiel 7 vergeleken met een ingestelde waarde en, bij afwijking, zal het expansieventiel 7 dit corrigeren door te openen of te sluiten. De mate van oververhitting heeft een invloed op de LAT, maar er mag aangenomen worden dat door het expansieventiel 7 deze oververhitting nagenoeg constant gehouden wordt. Indien nodig kan door bijvoorbeeld een soort meester-slaaf regelkring met deze invloed van de oververhitting rekening gehouden worden. De slaaf-regelkring is de hiervoor <Desc/Clms Page number 18> beschreven regeling met de besturingsinrichting 16, terwijl de meester-regelkring het setpunt van de verdamperdruk of-temperatuur zou kunnen bijregelen in functie van de werkelijke LAT en dus bijvoorbeeld het setpunt zou kunnen verlagen indien de LAT te hoog blijft omdat de oververhitting na de verdamper 2 te hoog is. Zonder bypass 17 kan het bij de hiervoor beschreven regeling mogelijk zijn dat de aanpassing van het toerental van de motor 4 en de compressor 5 niet zo snel geschiedt als het dalen van het dauwpunt, of met andere woorden dat de toerentalregeling de temperatuurverandering in de verdamper 2 niet kan volgen. Dit probleem kan zieh vooral voordoen bij de voorwaarden van deellast en nullast van de inrichting. Het al dan niet openen van de bypass 17 wordt in eerste instantie bepaald door de open/toe-afsluiter 19 die bestuurd wordt door de besturingsinrichting 16. Eenmaal de open/toe-afsluiter 19 de bypass 17 geopend heeft, is het de bypass-afsluiter 18 die bepaalt wanneer de bypass 17 werkelijk wordt geopend. Deze bypass-afsluiter 18 sluit de bypass 17 niet meer af zodra de verdampingsdruk of verdamperdruk, of in een variante, de verdampingstemperatuur aan zijn uitlaat, dit is dus in de bypass 17 aan de kant van de inlaat van de compressor 5, beneden een bepaalde waarde daalt, waardoor <Desc/Clms Page number 19> hete gassen van de compressor 5 doorheen de bypass 17 kunnen stromen en de verdamperdruk niet verder daalt. Deze bypass-afsluiter 18 en de ingestelde druk waarbij de veer deze laatste niet langer dicht houdt, worden zo gekozen dat bij nominale werkingsvoorwaarden van het koelcircuit de bypass-afsluiter 18 gesloten is, maar bij deel- en nullast van de compressor deze bypass-afsluiter 18 open is zodat de verdamperdruk met een hysteresis van 0, 2 bar op een minimum behouden blijft, en zodanig dat de verdampingstemperatuur die gekoppeld is aan de verdampingsdruk van het koelfluïdum, na de verdamper minstens OOC is om ijsvorming in de verdamper te vermijden. De voorwaarden waarbij de regelinrichting 16 de open/toeafsluiter 19 in open stand brengen, kunnen verschillen naargelang in hoofdzaak gewenst wordt dat het bevriezen van de verdamper 2 vermeden wordt, of de voorrang wordt gegeven aan de energiebesparing. Een eerste manier bestaat erin dat de besturingsinrichting 16 de open/toe-afsluiter 19 in open stand brengt zodra het toerental van de motor 5 een minimum bereikt. Een tweede manier, die de voorkeur verdient, bestaat erin dat de besturingsinrichting 16 de open/toe-afsluiter 19 in open stand brengt wanneer de waarde, bijvoorbeeld de verdampertemperatuur of verdampingsdruk, gemeten door meetmiddelen 22 of 22A, lager is dan het setpunt dat voor deze waarde, en dus bijvoorbeeld de verdampertemperatuur <Desc/Clms Page number 20> of verdampingsdruk, nagestreefd wordt door de besturingsinrichting 16 die ook het toerental van de motor 4 regelt. Meer bepaald wordt de open/toe-afsluiter 19 in open stand gebracht wanneer de LAT onder het setpunt gedaald is met een waarde van 5 C, met evenwel een absoluut minimum voor de LAT van bijvoorbeeld 0, SOC, hetgeen kan gebeuren bij deellast- of nullastvoorwaarden van de inrichting. Het openen van de bypass 17 kan er toe leiden dat de LAT opnieuw stijgt. Wanneer deze boven het setpunt stijgt, zal door de besturingsinrichting 16 het toerental van de motor 4 opnieuw verhogen. De besturingsinrichting 16 kan de open/toe-afsluiter 19 terug in sluitstand brengen en dus de bypass 17 opnieuw onderbreken wanneer dit toerental boven een bepaalde waarde stijgt. In een andere uitvoeringsvorm brengt de besturingsinrichting 16 de open/toe-afsluiter 19 opnieuw in sluitstand wanneer de waarde gemeten door de meetmiddelen 22 of 22A ongeveer gelijk is aan het setpunt EMI20.1 voor deze waarde van deze besturingsinrichting 16, bijvoorbeeld gelijk is aan dit setpunt min 0, Indien deze LAT niet stijgt bij het volledig opengaan van de bypass 17 kan de besturingsinrichting 16 eventueel de motor 4 tijdelijk uitschakelen om een bijkomende energiebesparing te verkrijgen. <Desc/Clms Page number 21> Alhoewel de verdampertemperatuur door verandering van het toerental geregeld wordt, kan, voor het geval de belasting nul is, toch de mogelijkheid voorzien worden om als veiligheid de motor 4 volledig uit te schakelen wanneer de LAT aan de uitgang van de warmtewisselaar 1 dreigt onder 0 C te dalen, bijvoorbeeld door een thermostaatvoeler in de warmtewisselaar 1 te plaatsen die, als de temperatuur in de verdamper 2 toch nul graden wordt, de motor 4 uitschakelt en hem opnieuw start wanneer de temperatuur tot 3 C gestegen is. Door de combinatie van de bypass 17 voorzien van de bypass-afsluiter 18 en de open/toe-afsluiter 19, enerzijds, en de toerental-geregelde compressor 5, anderzijds, wordt niet enkel het aantal malen dat de motor 4 gestopt wordt en opnieuw gestart wordt, sterk gereduceerd, maar wordt een sterk verbeterd dynamisch gedrag verkregen. Wanneer bijvoorbeeld de belasting van de koeldrooginrichting plots verandert van vollast naar deellast door bijvoorbeeld het persluchtdebiet te verminderen, zal de LAT dalen en zal het toerental van de compressor dalen vanwege de besturingsinrichting 16 dewelke tracht het setpunt te behouden. Zou het toerental van de compressor 5 niet snel genoeg dalen, dan is het zeer waarschijnlijk dat de LAT onder de 0 C gaat (undershoot) in de afwezigheid van de bypass 17. In dat geval zal de compressor 5 uitgezet moeten worden om <Desc/Clms Page number 22> ijsvorming in de verdamper 2 te vermijden, hetgeen zeker resulteert in sterk schommelende drukdauwpunten. In de aanwezigheid van de bypass 17 daarentegen, zal wanneer de LAT onder het setpunt duikt of wanneer de LAT het vriespunt nadert, de open/toe-afsluiter 19 in de bypass 17 geopend worden, hetgeen belet dat de LAT onder 0 C zal duiken. Een ander voordeel van de bypass 17 met bypass-afsluiter 18 en open/toe-afsluiter 19 in combinatie met de toerental geregelde motor 4, is een verhoging van het belastingsbereik met stabiel drukdauwpunt naar onder toe. In de afwezigheid van de bypass zal, wanneer de belasting van de droger geleidelijk afneemt, bij een zekere belasting het toerental van de compressor minimaal zijn. Bij een verdere daling van de belasting zal de LAT onder EMI22.1 het setpunt dalen, om uiteindelijk onder 0 C te gaan. In dat de compressor 5 uitgezet moeten worden om geval zalijsvorming in de verdamper 2 te vermijden, hetgeen zeker resulteert in sterk schommelende drukdauwpunten. In de aanwezigheid van de bypass 17 zal, wanneer de belasting van de droger geleidelijk afneemt, bij een zekere belasting het toerental van de compressor 5 eveneens minimaal zijn. Bij een verdere daling van de belasting zal de LAT onder het setpunt dalen, hetgeen de open/toe-afsluiter 19 in de <Desc/Clms Page number 23> bypass 17 opent. Het setpunt zal nog steeds behouden blijven, hetgeen resulteert in stabiele drukdauwpunten. Het dynamisch gedrag van de inrichting is duidelijk verbeterd. Door de gestuurde open/toe-afsluiter 19 in de bypass 17 is het belastingsbereik met stabiel drukdauwpunt naar onder toe vergroot. De uitvoeringsvorm van de inrichting weergegeven in figuur 2 verschilt in hoofdzaak van de hiervoor beschreven uitvoeringsvormen doordat de op het koelcircuit 3 aangebrachte meetmiddelen 22 om de verdampertemperatuur te meten of de meetmiddelen 22A om de verdampingsdruk te meten, vervangen zijn door meetmiddelen 25 om de laagste luchttemperatuur (LAT) te meten. Deze temperatuurmeetmiddelen 25 die in een uitvoeringsvorm reeds aanwezig zijn voor het besturen van het toerental van de motor 4, zijn op de leiding 9 opgesteld, hetzij in het secundaire gedeelte 1A van de warmtewisselaar l, bijvoorbeeld op het oppervlak van de verdamper 2, hetzij zoals weergegeven in figuur 2, stroomafwaarts van de warmtewisselaar l, bijvoorbeeld tussen deze warmtewisselaar 1 en de vloeistofafscheider 11. In deze uitvoeringsvorm regelt de besturingsinrichting 16 de frequentieomvormer 15 en dus het toerental van de motor 4 in functie van de gemeten laagste luchttemperatuur LAT. Het meten van de LAT levert het grote voordeel op dat de temperatuur van het koelfluidum lager kan zijn dan 0 C <Desc/Clms Page number 24> zonder dat de verdamper bevriest, dit wil zeggen voor dat er ijsvorming aan de luchtzijde van de verdamper plaatsvindt, aangezien dit fenomeen bepaald wordt door de LAT. Aangezien met lage verdampertemperaturen, bijvoorbeeld- s-c, aan de zijde van het koelfluidum en grote temperatuurverschillen, bijvoorbeeld van 8 C (tussen +3 C en -5OC) kan worden verdampt zonder invriesgevaar, kan de warmtewisselaar 1 zeer compact worden uitgevoerd. Indien de gemeten laagste luchttemperatuur LAT stijgt of daalt, beveelt de besturingsinrichting 16 het toenemen van, respectievelijk het afnemen van, de snelheid van de motor 4 zodanig dat deze gemeten LAT temperatuur niet onder de LAT bij lage omgevingstemperatuur, welke LAT typisch 2 tot 30C is, daalt om te garanderen dat de verdamper 2 niet bevriest. Indien de door de temperatuurmeter 24 gemeten omgevingstemperatuur lager is EMI24.1 dan-23OC, bij een dauwpuntsonderbreking ingesteld op 20OC, mag de gemeten LAT bijvoorbeeld niet onder ongeveer 30C dalen om te garanderen dat de verdamper 2 niet bevriest. De koeling wordt dus door deze regeling aan de belasting aangepast, waarbij de verdampertemperaturen aan de zijde van het koelfluidum negatief kunnen worden zonder dat evenwel de verdamper 2 aan de zijde van de lucht bevriest. Hierdoor is niet alleen het energieverbruik van de motor 4 minimaal, maar kan de warmtewisselaar 1 vrij compact vervaardigd worden, hetgeen ook een besparing op de kostprijs van de inrichting betekent. <Desc/Clms Page number 25> De oververhitting in de verdamper 2 wordt ook in deze uitvoeringsvorm geregeld door het expansieventiel 7 waardoor het koelfluidum wordt geëxpandeerd. De werking van de bypass 17 is zoals hoger beschreven bij de uitvoeringsvorm volgens figuur 1 in die variante waarbij het openen en sluiten van de open/toe-afsluiter 19 bestuurd wordt in functie van de door de meetmiddelen 22 of 22A gemeten waarde van de verdampertemperatuur of verdampingsdruk. In de uitvoeringsvorm volgens figuur 2 wordt de open/toe-afsluiter 19 evenwel bestuurd in functie van de waarde gemeten door de meetmiddelen 25 in plaats van de meetmiddelen 22 of 22A. Alhoewel de laagste luchttemperatuur geregeld wordt door verandering van het toerental van de motor 4, kan ook in deze uitvoeringsvorm de mogelijkheid voorzien worden om de motor 4 volledig uit te schakelen bij nullast. In een niet in de figuren weergegeven varlante van de vorige uitvoeringsvorm, worden de temperatuurmeetmiddelen 25 om de laagste luchttemperatuur te meten, vervangen door meetmiddelen om het dauwpunt van deze lucht te meten. Dergelijke meetmiddelen of dauwpuntmeters zijn in de handel en worden hier dan ook niet nader beschreven. In plaats van de LAT, wordt dus op dezelfde plaats het dauwpunt van de lucht gemeten. De werking is analoog aan de hiervoor beschreven werking waarbij dus de snelheid van de motor 4 geregeld wordt op zodanige wijze dat het koelen <Desc/Clms Page number 26> in de warmtewisselaar 1 optimaal is maar het bevriezen van de verdamper 2 wordt vermeden. De uitvoeringsvorm van de inrichting voor het koeldrogen weergegeven in figuur 3 verschilt van de hiervoor beschreven inrichting volgens figuur 2 doordat het uiteinde van de bypass 17 dat aan de inlaatzijde van de compressor 5 op het koelcircuit 3 aansluit niet tussen de compressor 5 en de uitlaat van de verdamper 2 op dit koelcircuit 3 aansluit maar wel aan de inlaat van de verdamper 2. De werking is verder zoals hiervoor beschreven. De open/toe-afsluiter 19 moet niet noodzakelijk bestuurd worden door dezelfde besturingsinrichting 16 als de motor 5 maar kan door een afzonderlijke besturingsinrichting, bijvoorbeeld een P, PI of PID regelaar worden bestuurd. In de uitvoeringsvorm weergegeven in figuur 4 is de open/toe-afsluiter 19 zelfs niet bestuurd door een dergelijke besturingsinrichting, maar door een thermostaat 27 waarvan de sensor of met andere woorden het temperatuurmeetmiddel in de leiding 9, aan de uitlaat van de warmtewisselaar 1 opgesteld is en in het weergegeven voorbeeld samenvalt met het temperatuurmeetmiddel 25 dat met de besturingsinrichting 16 is verbonden. De thermostaat 27 bevat verder een leiding 28 die deze sensor 25 over een thermoschakelaar 29 met de open/toeafsluiter 19 verbindt. <Desc/Clms Page number 27> Wanneer de temperatuur van de perslucht in de leiding 9 aan de uitgang van de warmtewisselaar 1 onder een bepaalde waarde daalt, bijvoorbeeld lager daalt dan het setpunt van de besturingsinrichting 16, zal de thermoschakelaar 29 worden gesloten en de open/toe-afsluiter 19 bekrachtigd worden en dus naar open stand gaan. De werking van de bypass-afsluiter 18 en de besturing van de motor 4 blijven zoals hoger beschreven. De uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor beschreven en in de hieraan toegevoegde tekeningen weergegeven uitvoeringsvormen, doch dergelijke werkwijze en inrichting voor het koeldrogen, kan in verschillende varianten worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden. In het bijzonder kan de besturingsinrichting in plaats van een besturingsinrichting 16 een andere besturingsinrichting bevatten, bijvoorbeeld een PID-, PIof P-regelaar. Alhoewel het de voorkeur verdient ook met de omgevingstemperatuur rekening te houden onder meer om het vermogen van de inrichting te beperken, kan in een eenvoudiger uitvoering de regeling van het toerental van de motor 4 enkel in functie van de verdampertemperatuur, de verdamperdruk, de laagste gastemperatuur of het dauwpunt van het gas gebeuren. <Desc/Clms Page number 28> In plaats van vochtige lucht kan op dezelfde manier en met dezelfde inrichting ander gas dat waterdamp bevat dan lucht gedroogd worden. De LAT is dan de laagste gastemperatuur.
Claims (1)
- Conclusies.1. Inrichting voor het koeldrogen, die een warmtewisselaar (1) bezit waarvan het primaire gedeelte de verdamper (2) is van een koelcircuit (3) dat tevens een compressor (5) bevat die aangedreven wordt door een elektrische motor (4), een condensor (6), een expansiemiddel (7) tussen de uitgang van de condensor (6) en de ingang van de verdamper (2), een besturingsinrichting (16) om voornoemde motor (4) te besturen en daaraan gekoppelde meetmiddelen, waarbij de compressor (5) overbrugd is door een bypass (17) met daarin een bypass-afsluiter (18) en een open/toe-afsluiter EMI29.1 (19), terwijl het secundaire gedeelte (1A) van de warmtewisselaar (1) deel uitmaakt van een leiding (9) voor het gas en aan de uitgang van deze warmtewisselaar (1) in deze leiding (9) een vloeistofafscheider (11) opgesteld is,daardoor gekenmerkt dat de inrichting voor het koeldrogen middelen (15) bevat om het toerental van de motor (4) te regelen terwijl de besturingsinrichting (16) deze middelen (15) bestuurt in functie van de door de meetmiddelen (22, 22A) gemeten waarde.2.-Inrichting volgens conclusie l, daardoor gekenmerkt dat de meetmiddelen (22) op het koelcircuit (3) aangebracht zijn en middelen zijn om de verdampertemperatuur te meten.3.-Inrichting volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de meetmiddelen (22A) op het koelcircuit (3) <Desc/Clms Page number 30> aangebracht zijn en middelen zijn om de verdampingsdruk te meten.4.-Inrichting volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de meetmiddelen (25) op de leiding (9) voor het gas aangebracht zijn, in, of stroomafwaarts van, het secundaire gedeelte (1A) van de warmtewisselaar (1) en middelen zijn om de laagste gastemperatuur (LAT) te meten.5.-Inrichting volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de meetmiddelen op de leiding (9) voor het gas aangebracht zijn, in, of stroomafwaarts van, het secundaire gedeelte (lA) van de warmtewisselaar (1) en middelen zijn om het dauwpunt te meten.6.-Inrichting volgens een van de vorige conclusies, daardoor gekenmerkt dat de middelen om het toerental van de motor (4) te regelen uit een frequentieomvormer (15) bestaan.7.-Inrichting volgens een van de vorige conclusies, daardoor gekenmerkt dat ze middelen (24) bevat om de omgevingstemperatuur te meten die eveneens aan de besturingsinrichting (16) gekoppeld zijn en deze besturingsinrichting (16) zodanig is dat ze het toerental van de motor (4) regelt zowel in functie van de door de meetmiddelen (22,22A of 25) gemeten waarde als in functie van de door de middelen (24) om de omgevingstemperatuur te meten gemeten temperatuur. <Desc/Clms Page number 31> 8.-Inrichting volgens een van de vorige conclusies, daardoor gekenmerkt dat de besturingsinrichting (16), een PID-regelaar, een PI-regelaar of een P-regelaar is.9.-Inrichting volgens een van de vorige conclusies, daardoor gekenmerkt dat de bypass-afsluiter (18) van het type is dat opengaat wanneer de druk in de bypass (17) aan de kant van de inlaat van de compressor (5) beneden een bepaalde waarde daalt.10.-Inrichting volgens een van de conclusies 1 tot 8, daardoor gekenmerkt dat de bypass-afsluiter (18) van het type is dat opengaat wanneer de temperatuur in de bypass (17) aan de kant van de inlaat van de compressor (5) beneden een bepaalde waarde daalt.11.-Inrichting volgens een van de vorige conclusies, daardoor gekenmerkt dat de open/toe-afsluiter (19) aansluit op de besturingsinrichting (16) die ook de motor (4) bestuurt.12.-Inrichting volgens een van de conclusies 1 tot 10, daardoor gekenmerkt dat dat de open/toe-afsluiter (19) aansluit op een thermostaat (27) waarvan de sensor (25) in de leiding (9) aan de uitgang van de warmtewisselaar (1) is opgesteld.13.-Werkwijze voor het koeldrogen van gas dat waterdamp bevat, waarbij dit gas door het secundaire gedeelte (1A) geleid wordt van een warmtewisselaar (1) waarvan het primaire gedeelte de verdamper (2) is van een koelcircuit <Desc/Clms Page number 32> (3) dat tevens een compressor (5) bevat die overbrugd is door een bypass (17) waarin een bypass-afsluiter (18) en een gestuurde open/toe-afsluiter (19) aangebracht zijn en die aangedreven wordt door een elektrische motor (4), een condensor (6), een expansiemiddel (7) tussen de uitgang van de condensor (6) en de ingang van de verdamper (2), en waarbij voornoemd koelcircuit (3) zo in functie van de belasting bestuurd wordt dat de koelcapaciteit aangepast wordt zonder dat ijsvorming in de verdamper (2) ontstaat, en die daardoor gekenmerkt is dat het besturen van het koelcircuit (3)geschiedt door het toerental van de motor (4) te regelen en door daarenboven de open/toe-afsluiter (19) te besturen zodat hij onder bepaalde voorwaarden de bypass (17) opent en, als ook de bypass-afsluiter (18) de bypass (17) niet langer afsluit, gasvormig koelfluidum van de uitlaat van de compressor (5) terug naar zijn inlaat, voor of na de verdamper (2) wordt afgeleid.14.-Werkwijze volgens conclusie 13, daardoor gekenmerkt dat de verdampertemperatuur wordt gemeten en voornoemd koelcircuit (3) bestuurd wordt in functie van de gemeten verdampertemperatuur.15.-Werkwijze volgens conclusie 14, daardoor gekenmerkt dat het toerental van de motor (4) zo geregeld wordt dat de verdampertemperatuur enkele graden, bijvoorbeeld 2 tot 30C onder de laagste gastemperatuur (LAT) gelegen is, waarbij deze LAT op een luchttemperatuur wordt gehouden waarbij bevriezen niet plaatsvindt, namelijk typisch ongeveer 3 C. <Desc/Clms Page number 33>16.- Werkwijze volgens conclusie 13, daardoor gekenmerkt dat de verdampingsdruk wordt gemeten en voornoemd koelcircuit (3) bestuurd wordt in functie van de gemeten verdamperdruk.17.-Werkwijze volgens conclusie 13, daardoor gekenmerkt dat de laagste gastemperatuur (LAT) gemeten wordt en voornoemd koelcircuit (3) bestuurd wordt in functie van deze laagste gastemperatuur (LAT).18.-Werkwijze volgens conclusie 17, daardoor gekenmerkt dat de laagste gastemperatuur (LAT) aan de uitgang van het secundaire gedeelte (1A) van de warmtewisselaar (1) wordt gemeten.19.-Werkwijze volgens conclusie 13, daardoor gekenmerkt dat het dauwpunt van het gas gemeten wordt en voornoemd koeleireui t (3) bestuurd wordt in functie van dit dauwpunt.20.-Werkwijze volgens een van de conclusies 13 tot 19, daardoor gekenmerkt dat het koelcircuit (3) zo wordt bestuurd dat de temperatuur van de verdamper (2) aan de zijde van het koelfluidum negatief wordt zonder dat deze verdamper (2) aan de luchtzijde bevriest.21.-Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, daardoor gekenmerkt dat het toerental van de motor (4) geregeld wordt door de frequentie van de voedingsstroom te wijzigen. <Desc/Clms Page number 34>22.- Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, daardoor gekenmerkt dat de omgevingstemperatuur gemeten wordt en het toerental van de motor (4) geregeld wordt rekening houdend met de gemeten omgevingstemperatuur.23.- Werkwijze volgens conclusie 22, daardoor gekenmerkt dat het toerental van de motor (4) van de compressor (5) zodanig geregeld wordt dat de laagste gastemperatuur (LAT) aan de uitgang van de verdamper (2) met een waarde die bijvoorbeeld 200C is lager gehouden wordt dan de gemeten omgevingstemperatuur zonder evenwel lager te zijn dan de minimum temperatuur waarbij het risico voor bevriezen van de verdamper (2) kan ontstaan, welke minimum temperatuur typisch 2 tot 30C bedraagt.24.-Werkwijze volgens een van de conclusies 13 tot 23, daardoor gekenmerkt dat voor de verdamper (2) het koelmedium geëxpandeerd wordt door een expansieventiel (7) en de oververhitting na de verdamper (2) wordt gemeten en vergeleken met een ingestelde waarde, waarbij, bij afwijking, het expansieventiel (7) dit corrigeert door te openen of te sluiten.25.-Werkwijze volgens een van de conclusies 13 tot 24, daardoor gekenmerkt dat het te drogen gas na de warmtewisselaar (1) en de vloeistofafscheider (11) in een recuperatiewarmtewisselaar (12) opgewarmd wordt door het te drogen gas dat aan de eerste warmtewisselaar (1) toegevoerd wordt. <Desc/Clms Page number 35>26.-Werkwijze volgens een van de conclusies 13 tot 25, daardoor gekenmerkt dat de bypass-afsluiter (18) zo ingesteld wordt dat hij de bypass 17 niet meer afsluit zodra de verdampingsdruk of verdamperdruk, of in een variante, de verdampingstemperatuur, aan zijn uitlaat, dit is dus in de bypass (17) aan de kant van de inlaat van de compressor (5), beneden een bepaalde waarde daalt.27.-Werkwijze volgens een van de conclusies 13 tot 26, daardoor gekenmerkt dat de bypass-afsluiter (18) en de ingestelde druk waarbij hij de bypass (17) opent zo gekozen worden dat bij nominale werkingsvoorwaarden van het koelcircuit (3) de bypass-afsluiter (18) gesloten is, maar bij deel- en nullast van de compressor (5) deze bypass-afsluiter (18) open is zodat de verdamperdruk met een bepaalde hysteresis op een minimum behouden blijft, en zodanig dat de verdampingstemperatuur die gekoppeld is aan de verdampingsdruk van het koelfluïdum, na de verdamper (2) minstens woe is om ijsvorming in de verdamper (2) te vermijden.28.-Werkwijze volgens een van de conclusies 13 tot 27, daardoor gekenmerkt dat de besturingsinrichting (16) de open/toe-afsluiter (19) in open stand brengt zodra het toerental van de motor (4) een minimum bereikt.29.-Werkwijze volgens een van de conclusies 13 tot 27, daardoor gekenmerkt dat de besturingsinrichting (16) de open/toe-afsluiter (19) in open stand brengt wanneer de waarde gemeten door meetmiddelen (22,22A of 25) lager is dan het setpunt voor deze waarde van de <Desc/Clms Page number 36> besturingsinrichting (16) die via de middelen (15) het toerental van de motor 4 regelt.30.-Werkwijze volgens conclusie 29, daardoor gekenmerkt dat de open/toe-afsluiter (19) in open stand wordt gebracht wanneer de LAT onder het setpunt gedaald is met bijvoorbeeld -l, 5OC, met evenwel een absoluut minimum voor de LAT van bijvoorbeeld 0, 5 C.31.-Werkwijze volgens een van de conclusies 28 tot 30, daardoor gekenmerkt dat de besturingsinrichting (16) de open/toe-afsluiter (19) terug in sluitstand brengt en dus de bypass (17) opnieuw onderbreekt wanneer het toerental van de motor (4) boven een bepaalde waarde stijgt.32.-Werkwijze volgens een van de conclusies 28 tot 30, daardoor gekenmerkt dat de open/toe-afsluiter (19) opnieuw in sluitstand wordt gebracht wanneer de waarde gemeten door de meetmiddelen (22,22A of 25) in de leiding (9) ongeveer gelijk is aan het setpunt van deze besturingsinrichting 16 voor deze waarde, bijvoorbeeld EMI36.1 gelijk is aan dit setpunt min 0, 33.-Werkwijze volgens een de conclusies 13 tot 27, daardoor gekenmerkt dat het openen en sluiten van de open/toe-afsluiter (19) bestuurd wordt in functie van de LAT gemeten in de leiding (9) aan de uitlaat van de warmtewisselaar (1).34.-Werkwijze volgens een van de conclusies 13 tot 33, daardoor gekenmerkt dat, indien de door de meetmiddelen <Desc/Clms Page number 37> (22,22A of 25) gemeten waarde niet stijgt bij het volledig opengaan van de bypass (17), de besturingsinrichting (16) de motor (4) tijdelijk uitschakelt.
Priority Applications (15)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE9900761A BE1013150A3 (nl) | 1999-11-24 | 1999-11-24 | Inrichting en werkwijze voor het koeldrogen. |
| DK00203984T DK1103296T3 (da) | 1999-11-24 | 2000-11-14 | Anordning og fremgangsmåde til afkölingstörring |
| PT00203984T PT1103296E (pt) | 1999-11-24 | 2000-11-14 | Dispositivo e método para secagem por refrigeração |
| DE60030824T DE60030824T2 (de) | 1999-11-24 | 2000-11-14 | Vorrichtung und Verfahren zur Kühltrocknung |
| ES00203984T ES2272236T3 (es) | 1999-11-24 | 2000-11-14 | Dispositivo y procedimiento para secado por frio. |
| EP00203984A EP1103296B1 (en) | 1999-11-24 | 2000-11-14 | Device and method for cool-drying |
| AT00203984T ATE340013T1 (de) | 1999-11-24 | 2000-11-14 | Vorrichtung und verfahren zur kühltrocknung |
| CA002326619A CA2326619C (en) | 1999-11-24 | 2000-11-22 | Device and method for cool-drying |
| JP2000356334A JP3979778B2 (ja) | 1999-11-24 | 2000-11-22 | 冷却乾燥のための装置と方法 |
| AU71800/00A AU769475B2 (en) | 1999-11-24 | 2000-11-23 | Device and method for cool-drying |
| NO20005923A NO324434B1 (no) | 1999-11-24 | 2000-11-23 | Apparat og fremgangsmate for kjoletorking |
| US09/718,358 US6393850B1 (en) | 1999-11-24 | 2000-11-24 | Device and method for performing a dehumidifying operation |
| KR1020000070271A KR100629184B1 (ko) | 1999-11-24 | 2000-11-24 | 냉각 건조 장치 및 방법 |
| CNB001283197A CN1138121C (zh) | 1999-11-24 | 2000-11-24 | 用于冷却干燥的设备和方法 |
| TW090102881A TW593953B (en) | 1999-11-24 | 2001-02-09 | Device and method for cool-drying |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE9900761A BE1013150A3 (nl) | 1999-11-24 | 1999-11-24 | Inrichting en werkwijze voor het koeldrogen. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1013150A3 true BE1013150A3 (nl) | 2001-10-02 |
Family
ID=3892175
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE9900761A BE1013150A3 (nl) | 1999-11-24 | 1999-11-24 | Inrichting en werkwijze voor het koeldrogen. |
Country Status (15)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US6393850B1 (nl) |
| EP (1) | EP1103296B1 (nl) |
| JP (1) | JP3979778B2 (nl) |
| KR (1) | KR100629184B1 (nl) |
| CN (1) | CN1138121C (nl) |
| AT (1) | ATE340013T1 (nl) |
| AU (1) | AU769475B2 (nl) |
| BE (1) | BE1013150A3 (nl) |
| CA (1) | CA2326619C (nl) |
| DE (1) | DE60030824T2 (nl) |
| DK (1) | DK1103296T3 (nl) |
| ES (1) | ES2272236T3 (nl) |
| NO (1) | NO324434B1 (nl) |
| PT (1) | PT1103296E (nl) |
| TW (1) | TW593953B (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN108730191A (zh) * | 2017-04-21 | 2018-11-02 | 阿特拉斯·科普柯空气动力股份有限公司 | 油路、无油压缩机和经由油路控制润滑和/或冷却的方法 |
Families Citing this family (67)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JP3316570B2 (ja) * | 1999-08-31 | 2002-08-19 | 株式会社荏原製作所 | ヒートポンプ及び除湿装置 |
| US6516622B1 (en) * | 2000-06-13 | 2003-02-11 | Belair Technologies, Llc | Method and apparatus for variable frequency controlled compressor and fan |
| US6711906B2 (en) | 2001-04-20 | 2004-03-30 | Hankison International | Variable evaporator control for a gas dryer |
| WO2003006890A1 (en) * | 2001-07-13 | 2003-01-23 | Ebara Corporation | Dehumidifying air-conditioning apparatus |
| JP4582473B2 (ja) * | 2001-07-16 | 2010-11-17 | Smc株式会社 | 恒温液循環装置 |
| ITMI20011918A1 (it) * | 2001-09-14 | 2003-03-14 | Domnick Hunter Hiross S P A | Sistema di controllo per essicatori di gas compresso a refrigerazione |
| ITMI20020074A1 (it) * | 2002-01-16 | 2003-07-16 | Eurochiller S R L | Sistema di controllo automatico continuo del fluido di raffreddamentodi processi industriali |
| JP4330369B2 (ja) * | 2002-09-17 | 2009-09-16 | 株式会社神戸製鋼所 | スクリュ冷凍装置 |
| JP3696224B2 (ja) | 2003-03-19 | 2005-09-14 | 株式会社グリーンセイジュ | 乾燥システム |
| US6901957B2 (en) | 2003-07-28 | 2005-06-07 | Carrier Corporation | Hot gas bypass isolation |
| US6925823B2 (en) | 2003-10-28 | 2005-08-09 | Carrier Corporation | Refrigerant cycle with operating range extension |
| US7475556B2 (en) * | 2004-03-15 | 2009-01-13 | Parker Hannifin Corporation | System and apparatus controlling a variable speed compressor system |
| KR100531838B1 (ko) | 2004-04-22 | 2005-11-30 | 엘지전자 주식회사 | 에어콘용 압축기의 압력 평형 장치 |
| AT413080B (de) * | 2004-04-29 | 2005-11-15 | Arbeiter Peter | Trocknungsvorrichtung |
| US20060168971A1 (en) * | 2005-02-03 | 2006-08-03 | Chien Ming K | Preheating/precooling heat exchanger |
| ITPN20050017A1 (it) * | 2005-03-14 | 2006-09-15 | Domnick Hunter Hiross S P A | "sistema di controllo per essiccatori frigoriferi di gas compresso". |
| BE1016649A3 (nl) * | 2005-06-17 | 2007-04-03 | Atlas Copco Airpower Nv | Verbeterde werkwijze voor het koeldrogen. |
| BE1016734A3 (nl) | 2005-08-25 | 2007-05-08 | Atlas Copco Airpower Nv | Verbeterde inrichting voor het koeldrogen. |
| BE1017362A3 (nl) * | 2006-11-10 | 2008-07-01 | Atlas Copco Airpower Nv | Werkwijze voor het koeldrogen. |
| BE1017473A5 (fr) * | 2007-02-21 | 2008-10-07 | Dispositif et procede de refroidissement de boissons. | |
| JP4966741B2 (ja) * | 2007-05-25 | 2012-07-04 | オリオン機械株式会社 | 圧縮空気除湿装置 |
| KR101000766B1 (ko) * | 2008-03-06 | 2011-01-04 | 주식회사 아신이앤씨 | 냉풍 건조기 |
| CN102196843B (zh) * | 2008-10-27 | 2014-01-01 | 三菱电机株式会社 | 汽油蒸气回收装置 |
| CN102365433B (zh) * | 2009-01-13 | 2014-06-25 | 曼卡车和巴士股份公司 | 用于使废气后处理部件运行的方法以及废气后处理装置 |
| US8408022B2 (en) * | 2009-03-25 | 2013-04-02 | Harold E. Stockton, JR. | Hybrid cascade vapor compression refrigeration system |
| BE1019009A3 (nl) * | 2009-11-24 | 2011-12-06 | Atlas Copco Airpower Nv | Inrichting en wekwijze voor het koeldrogen. |
| JP4770976B2 (ja) | 2009-11-25 | 2011-09-14 | ダイキン工業株式会社 | コンテナ用冷凍装置 |
| JP5027863B2 (ja) * | 2009-11-26 | 2012-09-19 | シャープ株式会社 | 空気調和機 |
| JP5122550B2 (ja) * | 2009-11-26 | 2013-01-16 | シャープ株式会社 | Ptcヒータの制御方法及び空気調和機 |
| BE1019199A3 (nl) * | 2010-02-24 | 2012-04-03 | Atlas Copco Airpower Nv | Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen van gas. |
| RU2450844C2 (ru) * | 2010-06-07 | 2012-05-20 | Общество с ограниченной ответственностью Научно-производственное предприятие "Крона Групп" | Устройство для получения жидкости из влагосодержащего сырья |
| BE1019581A3 (nl) * | 2010-11-16 | 2012-08-07 | Atlas Copco Airpower Nv | Inrichting en werkijze voor het koeldrogen van een gas. |
| CN102480213B (zh) * | 2010-11-22 | 2014-04-09 | 珠海格力电器股份有限公司 | 散热装置、包括其的变频器以及变频空调 |
| ITPN20110019A1 (it) * | 2011-03-22 | 2012-09-23 | Parker Hannifin S R L | Procedimento ed apparato per essiccare gas compressi |
| CN102183107A (zh) * | 2011-03-30 | 2011-09-14 | 上海汉福空气处理设备有限公司 | 一种工艺性空调的多级热气旁通智能控制系统 |
| JP5748850B2 (ja) * | 2011-06-16 | 2015-07-15 | 三菱電機株式会社 | 空気調和装置 |
| KR101340151B1 (ko) * | 2012-01-13 | 2014-01-07 | 김미란 | 냉풍 건조기 |
| CN103673440A (zh) * | 2012-08-31 | 2014-03-26 | 上海瀚艺冷冻机械有限公司 | 带电子旁通式能量调节的冷冻式干燥机 |
| US8931288B2 (en) * | 2012-10-19 | 2015-01-13 | Lennox Industries Inc. | Pressure regulation of an air conditioner |
| CN103353183A (zh) * | 2013-06-21 | 2013-10-16 | 镇江市博林光电科技有限公司 | 干燥气体低温制备装置 |
| JP6312374B2 (ja) | 2013-06-27 | 2018-04-18 | 株式会社前川製作所 | 凍結乾燥システムおよび凍結乾燥方法 |
| CN106030219B (zh) * | 2014-02-18 | 2018-11-09 | 三菱电机株式会社 | 空气调节装置 |
| ES2715424T3 (es) * | 2014-05-09 | 2019-06-04 | Atlas Copco Airpower Nv | Método y dispositivo para el secado en frío de un gas con líquido de enfriamiento circulante con línea de derivación |
| BE1021900B1 (nl) * | 2014-05-09 | 2016-01-25 | Atlas Copco Airpower, Naamloze Vennootschap | Werkwijze voor het koeldrogen van een gas. |
| BE1021855B1 (nl) * | 2014-05-09 | 2016-01-22 | Atlas Copco Airpower, Naamloze Vennootschap | Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen van een gas |
| BE1022137B1 (nl) * | 2014-05-09 | 2016-02-19 | Atlas Copco Airpower, Naamloze Vennootschap | Werkwijze voor het koeldrogen van een gas |
| BE1021883B1 (nl) * | 2014-05-09 | 2016-01-25 | Atlas Copco Airpower, Naamloze Vennootschap | Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen van een gas |
| BE1021844B1 (nl) * | 2014-05-09 | 2016-01-22 | Atlas Copco Airpower, Naamloze Vennootschap | Inrichting en werkwijze voor het koeldrogen van een gas |
| WO2017017595A1 (en) * | 2015-07-24 | 2017-02-02 | M.T.A. S.P.A. | Apparatus for drying a gas |
| ITUB20152486A1 (it) * | 2015-07-24 | 2017-01-24 | Mta Spa | Apparato per l'essiccazione di un gas |
| CN105928326B (zh) * | 2016-05-09 | 2018-04-06 | 顺德职业技术学院 | 带闪蒸器喷气增焓热泵真空冷冻干燥组合设备节能控制方法 |
| BE1024700B1 (nl) * | 2016-10-25 | 2018-06-01 | Atlas Copco Airpower Naamloze Vennootschap | Regelaar voor het regelen van de snelheid van een motor die een oliegeïnjecteerde compressor aandrijft en werkwijze voor het regelen van die snelheid |
| DE102017116198A1 (de) * | 2017-07-18 | 2019-01-24 | DÖLCO GmbH | Verfahren zum Betreiben eines Verdampfers und Kühlvorrichtung |
| CN107490231A (zh) * | 2017-08-22 | 2017-12-19 | 珠海格力电器股份有限公司 | 热泵系统及其控制方法、冷库 |
| RU179320U1 (ru) * | 2018-01-15 | 2018-05-08 | Юнир Ахтямович Махмутов | Осушитель сжатого воздуха |
| RU186724U1 (ru) * | 2018-08-16 | 2019-01-30 | Сергей Александрович Назаркин | Устройство для получения жидкости из влагосодержащего сырья |
| RU2717053C2 (ru) * | 2018-08-16 | 2020-03-17 | Назаркина Наталья Владимировна | Способ получения влаги из влагосодержащего сырья |
| CN108955225A (zh) * | 2018-08-21 | 2018-12-07 | 广州晟启能源设备有限公司 | 一种能够实现温度适时调整的风冷除湿热泵 |
| AT522219B1 (de) * | 2019-02-18 | 2021-11-15 | Christof Global Impact Ltd | Verfahren und Vorrichtung zur Konditionierung eines Gases |
| US10962303B2 (en) * | 2019-03-01 | 2021-03-30 | Mitek Holdings, Inc. | Heat exchanger |
| JP2022526915A (ja) * | 2019-04-02 | 2022-05-27 | コベストロ・インテレクチュアル・プロパティ・ゲゼルシャフト・ミット・ベシュレンクテル・ハフツング・アンド・コー・カーゲー | 乾燥装置及びその使用法並びに乾燥装置を使用してイソシアネートを生成するプロセス |
| CN112413755B (zh) * | 2020-12-14 | 2024-05-03 | 珠海格力电器股份有限公司 | 一种预冷除湿装置、方法、系统及空调设备 |
| CN112848673B (zh) * | 2021-01-11 | 2022-05-31 | 河间市荣腾塑料制品有限公司 | 温度计烤箱 |
| CN113776274A (zh) * | 2021-10-18 | 2021-12-10 | 湖北中硕环保有限公司 | 一种降低成品炭黑温度的冷却装置及测试方法 |
| FR3136839B1 (fr) * | 2022-06-20 | 2024-05-10 | Valeo Systemes Thermiques | Procédé de contrôle d’un système de conditionnement thermique |
| CN115432903B (zh) * | 2022-07-29 | 2024-08-06 | 广州赛唯热工设备有限公司 | 一种低温污泥干化热力系统 |
| CN116182514A (zh) * | 2022-12-07 | 2023-05-30 | 上海发电设备成套设计研究院有限责任公司 | 一种适用于乏燃料密封容器的氦循环干燥装置系统及方法 |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4392877A (en) * | 1981-10-06 | 1983-07-12 | Phillips Petroleum Company | Constraint control of a fractional distillation process |
| DE3522974A1 (de) * | 1985-06-27 | 1987-01-02 | Via Gmbh | Heissgasbypassregelung fuer den kaeltemittelkreislauf eines gefrierdrucklufttrockners oder dgl. |
| DE8712812U1 (de) * | 1987-09-23 | 1989-02-16 | VIA Gesellschaft für Verfahrenstechnik mbH, 4000 Düsseldorf | Drucklufttrockner |
| FR2648055A1 (fr) * | 1989-06-08 | 1990-12-14 | Mouren Alexandre | Amelioration du sechage des gaz par procede frigorifique a point de rosee variable |
Family Cites Families (13)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4484451A (en) * | 1978-09-05 | 1984-11-27 | United Air Specialists, Inc. | Two-stage gas condenser with feedback cooling |
| US4235081A (en) * | 1978-10-31 | 1980-11-25 | Kellogg-American, Inc. | Compressed air dryer |
| JPS5578187A (en) * | 1978-12-09 | 1980-06-12 | Ckd Corp | Compressed air dehumidifier |
| JPS57169558A (en) * | 1981-04-09 | 1982-10-19 | Mitsubishi Electric Corp | Air conditioning equipment |
| DE8712814U1 (de) * | 1987-09-23 | 1989-01-19 | VIA Gesellschaft für Verfahrenstechnik mbH, 4000 Düsseldorf | Meßgaskühleinrichtung |
| US5129234A (en) * | 1991-01-14 | 1992-07-14 | Lennox Industries Inc. | Humidity control for regulating compressor speed |
| JPH0674496A (ja) * | 1992-08-25 | 1994-03-15 | Toshiba Corp | 空気調和機 |
| JP3190139B2 (ja) * | 1992-10-13 | 2001-07-23 | 東芝キヤリア株式会社 | 空気調和機 |
| JPH07332740A (ja) * | 1994-06-03 | 1995-12-22 | Toshiba Corp | 空気調和機の運転制御方法 |
| US5711159A (en) * | 1994-09-07 | 1998-01-27 | General Electric Company | Energy-efficient refrigerator control system |
| US5537830A (en) * | 1994-11-28 | 1996-07-23 | American Standard Inc. | Control method and appartus for a centrifugal chiller using a variable speed impeller motor drive |
| US5845505A (en) * | 1997-05-30 | 1998-12-08 | American Precision Industries Inc. | Precooler/chiller/reheater heat exchanger for air dryers |
| US5983651A (en) * | 1998-05-13 | 1999-11-16 | Huang; Chin-Fu | Compressed air dryer |
-
1999
- 1999-11-24 BE BE9900761A patent/BE1013150A3/nl not_active IP Right Cessation
-
2000
- 2000-11-14 DK DK00203984T patent/DK1103296T3/da active
- 2000-11-14 PT PT00203984T patent/PT1103296E/pt unknown
- 2000-11-14 AT AT00203984T patent/ATE340013T1/de active
- 2000-11-14 ES ES00203984T patent/ES2272236T3/es not_active Expired - Lifetime
- 2000-11-14 EP EP00203984A patent/EP1103296B1/en not_active Expired - Lifetime
- 2000-11-14 DE DE60030824T patent/DE60030824T2/de not_active Expired - Lifetime
- 2000-11-22 CA CA002326619A patent/CA2326619C/en not_active Expired - Lifetime
- 2000-11-22 JP JP2000356334A patent/JP3979778B2/ja not_active Expired - Lifetime
- 2000-11-23 AU AU71800/00A patent/AU769475B2/en not_active Expired
- 2000-11-23 NO NO20005923A patent/NO324434B1/no not_active IP Right Cessation
- 2000-11-24 CN CNB001283197A patent/CN1138121C/zh not_active Expired - Lifetime
- 2000-11-24 KR KR1020000070271A patent/KR100629184B1/ko not_active Expired - Lifetime
- 2000-11-24 US US09/718,358 patent/US6393850B1/en not_active Expired - Lifetime
-
2001
- 2001-02-09 TW TW090102881A patent/TW593953B/zh not_active IP Right Cessation
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4392877A (en) * | 1981-10-06 | 1983-07-12 | Phillips Petroleum Company | Constraint control of a fractional distillation process |
| DE3522974A1 (de) * | 1985-06-27 | 1987-01-02 | Via Gmbh | Heissgasbypassregelung fuer den kaeltemittelkreislauf eines gefrierdrucklufttrockners oder dgl. |
| DE8712812U1 (de) * | 1987-09-23 | 1989-02-16 | VIA Gesellschaft für Verfahrenstechnik mbH, 4000 Düsseldorf | Drucklufttrockner |
| FR2648055A1 (fr) * | 1989-06-08 | 1990-12-14 | Mouren Alexandre | Amelioration du sechage des gaz par procede frigorifique a point de rosee variable |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN108730191A (zh) * | 2017-04-21 | 2018-11-02 | 阿特拉斯·科普柯空气动力股份有限公司 | 油路、无油压缩机和经由油路控制润滑和/或冷却的方法 |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ES2272236T3 (es) | 2007-05-01 |
| TW593953B (en) | 2004-06-21 |
| US6393850B1 (en) | 2002-05-28 |
| PT1103296E (pt) | 2007-01-31 |
| NO20005923L (no) | 2001-05-25 |
| EP1103296A4 (en) | 2001-02-28 |
| DE60030824T2 (de) | 2007-09-06 |
| JP3979778B2 (ja) | 2007-09-19 |
| NO20005923D0 (no) | 2000-11-23 |
| KR100629184B1 (ko) | 2006-09-28 |
| ATE340013T1 (de) | 2006-10-15 |
| CN1138121C (zh) | 2004-02-11 |
| EP1103296B1 (en) | 2006-09-20 |
| NO324434B1 (no) | 2007-10-15 |
| AU7180000A (en) | 2001-05-31 |
| DE60030824D1 (de) | 2006-11-02 |
| EP1103296A1 (en) | 2001-05-30 |
| KR20010051921A (ko) | 2001-06-25 |
| DK1103296T3 (da) | 2007-01-29 |
| CA2326619C (en) | 2008-08-12 |
| JP2001194064A (ja) | 2001-07-17 |
| CA2326619A1 (en) | 2001-05-24 |
| AU769475B2 (en) | 2004-01-29 |
| CN1298085A (zh) | 2001-06-06 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| BE1013150A3 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het koeldrogen. | |
| BE1012132A6 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen. | |
| KR100721889B1 (ko) | 초월 임계 냉장 시스템과, 초월 임계 냉장 시스템의 성능 계수를 조절하는 방법 | |
| US7370484B2 (en) | Variable evaporator control for a gas dryer | |
| US5007245A (en) | Vapor cycle system with multiple evaporator load control and superheat control | |
| EP3140025B1 (en) | Method and device for cool-drying a gas with circulating cooling liquid with bypass line | |
| BE1016734A3 (nl) | Verbeterde inrichting voor het koeldrogen. | |
| BR112013011714B1 (pt) | Dispositivo e método para secar gás a frio | |
| US5207072A (en) | Unloading structure for compressor of refrigeration system | |
| US5099655A (en) | Refrigeration system for flooded shell evaporator | |
| BE1011932A3 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen. | |
| US5062571A (en) | Temperature sensing control for refrigeration system | |
| BE1021883B1 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen van een gas | |
| US7260949B2 (en) | Compressor variable dryer system | |
| EP1630497A2 (en) | Cooling plant for a fluid with control of variables | |
| BE1021900B1 (nl) | Werkwijze voor het koeldrogen van een gas. | |
| JPH0345857A (ja) | 製氷機用圧縮機の過熱防止装置 | |
| NL1011010C1 (nl) | Van een laadruimte voorzien voertuig met een koelsysteem om de laadruimte te koelen. | |
| JPS58133574A (ja) | 冷凍回路の制御装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| RE | Patent lapsed |
Effective date: 20081130 |