[go: up one dir, main page]

NL9200714A - Inrichting voor het automatisch melken van dieren. - Google Patents

Inrichting voor het automatisch melken van dieren. Download PDF

Info

Publication number
NL9200714A
NL9200714A NL9200714A NL9200714A NL9200714A NL 9200714 A NL9200714 A NL 9200714A NL 9200714 A NL9200714 A NL 9200714A NL 9200714 A NL9200714 A NL 9200714A NL 9200714 A NL9200714 A NL 9200714A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
milking
pasture
animals
box
fence
Prior art date
Application number
NL9200714A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Lely Nv C Van Der
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Family has litigation
First worldwide family litigation filed litigation Critical https://patents.darts-ip.com/?family=19860713&utm_source=google_patent&utm_medium=platform_link&utm_campaign=public_patent_search&patent=NL9200714(A) "Global patent litigation dataset” by Darts-ip is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.
Application filed by Lely Nv C Van Der filed Critical Lely Nv C Van Der
Priority to NL9200714A priority Critical patent/NL9200714A/nl
Priority to DE1993632121 priority patent/DE69332121T2/de
Priority to DK93201126T priority patent/DK0567191T4/da
Priority to DK96203466T priority patent/DK0768027T3/da
Priority to EP96203466A priority patent/EP0768027B1/en
Priority to EP19930201126 priority patent/EP0567191B2/en
Priority to DE1993611622 priority patent/DE69311622T3/de
Publication of NL9200714A publication Critical patent/NL9200714A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K1/00Housing animals; Equipment therefor
    • A01K1/0005Stable partitions
    • A01K1/0017Gates, doors
    • A01K1/0029Crowding gates or barriers
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01JMANUFACTURE OF DAIRY PRODUCTS
    • A01J5/00Milking machines or devices
    • A01J5/017Automatic attaching or detaching of clusters
    • A01J5/0175Attaching of clusters
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K1/00Housing animals; Equipment therefor
    • A01K1/12Milking stations
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K1/00Housing animals; Equipment therefor
    • A01K1/12Milking stations
    • A01K1/123Mobile milking parlours

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Animal Husbandry (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
  • Housing For Livestock And Birds (AREA)
  • Feeding And Watering For Cattle Raising And Animal Husbandry (AREA)

Description

INRICHTING VOOR HET AUTOMATISCH MELKEN VAN DIEREN
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien. Dergelijke inrichtingen zijn bekend. Doordat deze inrichtingen zijn opgesteld op een bepaalde plaats in een bedrijf, zijn zij niet altijd universeel inzetbaar; met name kan zich in een bedrijf het probleem voordoen dat de afstand van een te melken dier tot de inrichting voor het automatisch melken ongewenst groot is. Het doel van de uitvinding is deze nadelen te voorkomen. Overeenkomstig de uitvinding is de inrichting daartoe verplaatsbaar en zodanig ingericht en voorzien van hulpmiddelen, dat de inrichting in ten minste twee afgescheiden ruimten in het bedrijf voor het automatisch melken van de dieren inzetbaar is. Hierdoor wordt het voordeel verkregen dat, door het opdelen van het bedrijf in verschillende ruimten, de afstand van een te melken dier tot de inrichting voor het automatisch melken voldoende klein wordt, waardoor een gunstig melkproduktiesysteem mogelijk wordt. In het bijzonder is de inrichting zodanig verplaatsbaar dat de dieren zowel in een weide als in een stal automatisch kunnen worden gemolken. De voornoemde afgescheiden ruimten van het bedrijf kunnen derhalve zowel de stal als verschillende delen van een weide omvatten. Door de verplaatsbaarheid van de inrichting kan deze worden opgesteld op meerdere plaatsen zowel binnen de bedrijfsgebouwen of stallen als in een weide; deze flexibiliteit in de plaatsing van de inrichting maakt niet alleen een ruime toepasbaarheid van de inrichting mogelijk, maar leidt tevens tot een grotere bedrijfszekerheid, dat wil zeggen een grotere zekerheid dat een relatief groot aantal koeien het vereiste aantal malen, bijvoorbeeld drie maal, per etmaal automatisch wordt gemolken, zowel in de stal als in een weide. Alhoewel de dieren in een stal zonder veel problemen vanuit een eerste ruimte via de inrichting voor het automatisch melken naar een tweede ruimte kunnen worden geleid, ligt dit, wanneer de inrichting is opgesteld in een weide, enigszins moeilijker. Bij voorkeur worden de dieren dan gemolken wanneer zij zich in een weide van een eerste perceel naar een tweede, aangrenzend perceel verplaatsen. Daarbij is het gunstig wanneer de koeien van een eerste weideperceel naar een tweede weideperceel gaan, zij de inrichting voor het automatisch melken passeren. De inrichting voor het automatisch melken wordt gevormd door een verplaatsbare melkbox waarin zich een melkmachine met een melkrobot bevindt. De melkbox is bij voorkeur verplaatsbaar met behulp van een trekker; de melkbox is daartoe voorzien van een gestel, met behulp waarvan deze koppelbaar is aan de hef inrichting van de trekker. De uitvinding heeft dan ook voorts betrekking op een inrichting voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien, welke inrichting het kenmerk heeft, dat deze wordt gevormd door een verplaatsbare melkbox, waarin zich een melkmachine met een melkrobot bevindt, en waarbij de melkbox is voorzien van een gestel, met behulp waarvan deze koppelbaar is aan de hef-inrichting .van een trekker.
Volgens een ander facet van de uitvinding omvat de melkbox middelen voor het toevoeren van krachtvoer aan een in de melkbox aanwezig dier, waarbij de melkbox is opgesteld ter plaatse waar het dier ruwvoeder ter beschikking heeft. Is de inrichting derhalve opgesteld in een stal of andere bedrijfsruimte, dan kan in de ruimte waar de dieren zich vóór het automatisch melken bevinden ruwvoeder ter beschikking worden gesteld, terwijl de dieren in de melkbox zelf krachtvoer kan worden gegeven. In het bijzonder wanneer aan het krachtvoer smaakstoffen, zoals melasse, worden toegevoerd, zullen de dieren de neiging hebben vanuit de ruimte waarin zij zich bevinden vóór het melken, naar de melkbox te begeven. Wanneer de inrichting is opgesteld in een weide, dan kan met de melkbox tevens krachtvoer worden meegenomen naar de plaats waar de melkbox in de weide wordt opgesteld om de koeien, welke daar vers gras ter beschikking hebben, te bewegen in de melkbox te treden. Om er voor te zorgen dat de dieren hoe dan ook vanuit een eerste weideperceel naar de melkbox gaan en vandaar in een tweede weideperceel worden geleid, is de inrichting voorzien van een beweegbaar met de melkbox verbonden uitdrijfapparaat. De uitvinding heeft dan ook verder nog betrekking op een inrichting voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien, welke inrichting het kenmerk heeft, dat deze een verplaatsbare melkbox omvat, waarin zich een melkmachine met een melkrobot bevindt, welke melkbox is voorzien van een beweegbaar hiermede verbonden uitdrijfapparaat. Dit apparaat is zodanig uitgevoerd dat met behulp hiervan de dieren vanuit de weide waar zij zich bevinden vóór het melken, kunnen worden gedreven naar de melkbox toe. Het uitdrijfapparaat is daartoe, overeenkomstig de uitvinding, voorzien van ten minste één om een opwaarts gerichte as zwenkbare eerste arm. Aan of nabij het uiteinde van deze eerste arm kan een ten opzichte van deze arm zwenkbare tweede arm zijn aangebracht. De zwenkbaarheid van de beide armen wordt bij voorkeur bewerkstelligd met behulp van stappenmotoren. Aan of nabij het uiteinde van de tweede arm kan in het bijzonder omlaag hangend schrikdraad zijn aangebracht. Het uitdrijfapparaat kan voorts zijn voorzien van een op de melkbox aangebrachte infraroodsensor voor het localiseren van een dier. Het uitdrijfapparaat is in het bijzonder van belang, wanneer zich nog slechts enkele koeien bevinden op het weideperceel van waaruit zij zich naar de melkbox dienen te begeven. Met behulp van de infraroodsensor kan worden bepaald waar de dieren zich ongeveer bevinden, terwijl met behulp van het twee-armige uitdrijfapparaat en de daaraan aangebrachte schrikdraden een dier naar de melkbox kan worden geleid. Een in een weideperceel aanwezig dier kan zich derhalve zonodig onder gebruikmaking van het uitdrijf-apparaat in de melkbox begeven, waarbij de inrichting dan voorts zodanig is opgesteld dat het dier na het verlaten van de melkbox in een aangrenzend weideperceel komt. De inrichting is daarbij zodanig uitgevoerd dat de dieren zich vrij kunnen verplaatsen, terwijl middelen aanwezig zijn die de circulatie van de dieren door de melkbox heen bevorderen. De uitvinding heeft dan ook voorts nog betrekking op een inrichting voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien, welke inrichting het kenmerk heeft, dat deze zodanig is uitgevoerd dat de dieren zich vrij kunnen verplaatsen, terwijl middelen aanwezig zijn die de circulatie van de dieren door de melkbox heen bevorderen. De dieren kunnen namelijk vanuit een eerste weideperceel via de inrichting voor het automatisch melken naar een tweede weideperceel gaan en zonder dat de inrichting wordt verplaatst vanuit laatstgenoemd tweede weideperceel naar het eerstgenoemde weideperceel. Overeenkomstig de uitvinding kan de melkbox dan ook twee compartimenten omvatten, welke compartimenten aan de zijkant een ingang en een uitgang bezitten, die zodanig zijn aangebracht dat de looprichting van een dier door het.ene compartiment tegengesteld is aan de looprichting van een dier door het andere compartiment. De beide compartimenten zijn voorzien van een voedertrog die is aangesloten op een op de inrichting aangebracht voorraadreservoir voor krachtvoer, terwijl in de melkbox een melkmachine met een melkrobot aanwezig is, waarbij de melkrobot in beide compartimenten inzetbaar is. Aangezien de dieren ofwel van het eerste weideperceel via een compartiment in de melkbox naar een tweede weideperceel gaan, ofwel andersom vanuit laatstgenoemd tweede weideperceel via het andere compartiment naar het eerstgenoemde weideperceel, is het voldoende dat slechts één melkrobot aanwezig is; deze melkrobot is, overeenkomstig de uitvinding, opgesteld in het midden van de scheiding van de beide compartimenten en is onder een in een compartiment aanwezig dier verzwenkbaar. De melkrobot kan derhalve zowel onder een dier in het ene compartiment worden verzwenkt als onder een in het andere compartiment aanwezig dier. Alhoewel derhalve de inrichting kan worden opgesteld op de grens tussen twee, overigens van elkaar gescheiden, weidepercelen en zodanig is ingericht dat dieren van het ene weideperceel naar het andere weideperceel kunnen komen via het ene compartiment en van het laatstgenoemde andere weideperceel naar het eerstgenoemde ene weideperceel via het andere compartiment, is het eveneens mogelijk de inrichting op te stellen op de grens tussen twee overigens gedeeltelijk van elkaar gescheiden weidepercelen, waardoor het mogelijk wordt dat een dier tussen opeenvolgende melkbeurten een rondgaande beweging door de genoemde weidepercelen diént te maken en derhalve de melkbox slechts in één richting doorloopt. In dat geval kan worden volstaan met slechts één enkel compartiment. Uit het voorgaande blijkt dat het van belang is dat de inrichting is opgesteld op de grens van twee weidepercelen; deze grens zal echter veelal niet of niet op de juiste wijze aanwezig zijn. Overeenkomstig de uitvinding kan dan ook een geheel of gedeeltelijk aangebrachte scheiding tussen twee weidepercelen worden gevormd door op de inrichting uitvouwbaar aangebrachte armen, waaronderlangs schrikdraad is aangebracht. Hierdoor wordt het voordeel verkregen dat, waar de inrichting ook in een weide is opgesteld, met behulp van de uitvouwbare armen met schrikdraad ter plekke een scheiding wordt gecreëerd en daarmede de twee weidepercelen, waarbij de dieren vanuit het ene weideperceel via de inrichting voor het automatisch melken naar het andere weideperceel kunnen worden geleid. Aangezien voorts in de praktijk de weide veelal niet in zodanige stukken is verdeeld dat met behulp van de uitvouwbaar aangebrachte armen een bepaald stuk van de weide in twee percelen kan worden verdeeld, is het gunstig wanneer de omvang van het in twee percelen te verdelen stuk van de weide kan worden vastgelegd. Uiteraard kan dit op zeer eenvoudige wijze met de hand geschieden. Dit betekent dan echter dat de boer, telkens wanneer hij de inrichting op een andere plaats in de weide zou willen opstellen, hetgeen met name van belang is om de koeien geregeld vers gras te kunnen laten grazen, steeds gedwongen zou zijn de omheining te verplaatsen of een nieuwe omheining aan te brengen. Overeenkomstig de uitvinding echter maakt de inrichting deel uit van een weidesysteem, waarbij de omheining van een stuk van de weide verplaatsbaar is. Deze omheining kan worden gerealiseerd met behulp van een viertal uitvouwbaar op de melkbox aangebrachte armen, van welke armen de uiteinden onderling kunnen worden verbonden en een verplaatsbare omheining van een stuk van de weide kunnen definiëren. De omheining is dan bij voorkeur samenklapbaar ten behoeve van transport. Gezien de afmetingen van de uitvouwbare omheining, is deze bij voorkeur ondersteund door loopwielen. Onder de uiteinden van de uitvouwbare armen zijn steunen aangebracht, waaraan zowel deze loopwielen kunnen zijn aangebracht als een rondom lopende schrikdraad, welke zich bijvoorbeeld op een hoogte van ongeveer 1 meter boven de grond bevindt. Op deze wijze wordt het mogelijk, wanneer de melkbox met behulp van een trekker wordt verplaatst, telkens een nieuw stuk van de weide vast te leggen, welk stuk vervolgens door het aanbrengen van een scheiding met behulp van de uitvouwbare armen in twee percelen kan worden verdeeld. Doordat de inrichting voor het automatisch melken van dieren op genoemde wijze op diverse plaatsen in een wei inzetbaar is, wordt het mogelijk de inrichting zomer en winter te gebruiken. Wanneer de inrichting vast zou zijn opgesteld in een stal of anderssoortige bedrijfsruimte, dan zou deze hoofdzakelijk in de wintermaanden kunnen worden gebruikt, tenzij gebruik wordt gemaakt van een loopstal, waarbij de koeien dan vrij vanuit de weide in de loopstal kunnen komen of daar permanent verblijven; immers in andere gevallen zou de boer toch gedwongen worden de koeien een aantal malen per etmaal vanuit de weide naar de stal te drijven. In het laatste geval wordt het voordeel van het automatisch melken in sterke mate te niet gedaan.
De uitvinding zal nu nader worden toegelicht aan de hand van de bijgaande tekeningen.
Figuur 1 toont een bedrijfsterrein, waarvan een voor afgrazen door de dieren bestemd deel is opgedeeld in afzonderlijke weiden;
Figuur 2 toont vier van dergelijke weiden en geeft aan hoe een verplaatsbare melkbox van de ene weide naar een aangrenzende weide wordt verplaatst;
Figuur 3 toont op schematische wijze een melkbox bestaande uit twee compartimenten;
Figuur 4 toont de opstelling van een melkbox op de grens van de twee percelen waarin een weide is verdeeld, alsmede het uitdrijfapparaat;
Figuur 5 toont een bovenaanzicht van de op de melkbox aanwezige uitvouwbare omheining, waarmee de voornoemde weiden kunnen worden gedefinieerd en/of afgezet;
Figuur 6 toont een zijaanzicht van de in Figuur 5 afgebeelde uitvouwbare omheining;
Figuur 7 toont een trekker met de daarachter gekoppelde raelkbox en de uitvouwbare armen voor het definiëren en/of afzetten van een weide en voor het aanbrengen van de grens tussen twee percelen, waarin deze weide kan worden verdeeld;
Figuur 8 toont de opstelling van een melkbox met slechts één compartiment in een weide, welke is verdeeld in twee percelen met slechts een gedeeltelijke scheiding tussen deze twee percelen;
Figuur 9 toont de wijze waarop de melkbox kan zijn opgesteld in een stal of bedrijfsruimte.
Figuur 1 toont bedrijfsgronden 1, waarvan een deel 2 is opgedeeld in kleinere stukken van bijvoorbeeld 50x50 meter. Dit in kleinere stukken opgedeelte deel 2 van de bedrijfsgronden is bestemd om de dieren te laten grazen. Telkens wanneer een dergelijk kleiner stuk, een afzonderlijke weide vormend, door een daarop aanwezig aantal dieren is afgegraasd, kunnen de dieren, bij voorkeur door een melkbox waar ze met een melkrobot gemolken kunnen worden, naar een aangrenzend stuk weide gaan. Op deze wijze kunnen de afzonderlijke weiden achtereenvolgens systematisch, eventueel meerdere malen worden afgegraasd. Het andere deel 3 van de bedrijf sgronden is bestemd voor het oogsten van voer voor de winter voor de dieren, wanneer zij in de stal zullen.zijn. In Figuur 2 zijn op een andere schaal dan in Figuur 1 vier weiden 4-7 afgebeeld. Op de weide 4 linksonder is in het midden een inrichting 8 voor het automatisch melken van de dieren schematisch aangegeven, zodat gedurende de tijd dat de dieren op deze weide kunnen grazen zij een aantal malen kunnen worden gemolken. Daarna kunnen zowel de op de weide 4 aanwezige dieren als de inrichting 8 voor het automatisch melken worden verplaatst naar de weide 5 linksboven. Wanneer ook deze weide is afgegraasd, kunnen de dieren, alsmede de inrichting 8 voor het automatisch melken, achtereenvolgens worden verplaatst naar de weide 6 rechtsboven en naar de weide 7 rechtsonder. Om de afstand tussen de te melken dieren en de inrichting 8 voor het automatisch melken relatief klein te houden, wordt de genoemde inrichting telkens met de dieren mee verplaatst van de ene weide naar de andere weide. Door een weide op te delen in dergelijke kleinere stukken grond waar de dieren telkens gedurende enige tijd kunnen verblijven en door de als gevolg daarvan kortere afstand tussen dier en melkinrichting, wordt de efficiency van het melkproduktie-proces ten zeerste bevorderd.
In Figuur 3 is op schematische wijze een deel van de inrichting 8 uitmakende melkbox 9 afgebeeld, welke bestaat uit twee compartimenten 10 en 11. De melkbox 9 heeft een voorzijde 12, welke is voorzien van koppelpunten 13 om de melkbox 9 te kunnen koppelen aan de hefinrichting 14 van een trekker 15 (zie Figuur 7) en de melkbox 9 met behulp van de trekker 15 van het ene stuk grond naar het andere stuk grond te kunnen verplaatsen. In de lengterichting van de melkbox gezien, is tussen de voorzijde 12 en de achterzijde 16 van de melkbox 9 een hekwerk 17 aangebracht om de melkbox 9 in twee compartimenten 10 en 11 te verdelen, waarbij elk compartiment 10, 11 een.eigen ingang 18, respectievelijk 19 en een eigen uitgang 20, respectievelijk 21 bezit. Deze ingangen 18, 19 en uitgangen 20, 21 zijn aan de zijkanten van de melkbox 9 aangebracht en bevestigd aan een in het midden van de zijkant aangebracht freemdeel. De beide compartimenten 10 en 11 zijn zodanig ingericht dat een te melken dier een compartiment slechts in één richting kan doorlopen. Daarbij is de loop-richting door het ene compartiment tegengesteld aan de loop-richting door het andere compartiment. In Figuur 3 is de looprichting schematisch aangegeven door pijlen 44. In elk van de compartimenten 10, 11 is een voedertrog 23, respectievelijk 24 aangebracht, terwijl in het midden van het tussen de voor- en achterzijde 12, respectievelijk 16 aangebrachte scheidingshekwerk 17 van de beide compartimenten 10, 11 een melkrobot 25 is opgesteld. Dit is bij voorkeur één melkrobot die verzwenkbaar is vanuit het ene compartiment naar het andere en die slechts zeer schematisch in Figuur 3 is weergegeven. De te melken dieren komen bijvoorbeeld via de ingang 18 linksonder het linker compartiment 10 binnen, krijgen aldaar krachtvoer, terwijl de melkrobot 25 onder de uier van het dier wordt gebracht, de melkbekers op deze robot worden op de spenen van een dier aangesloten en het dier wordt aldus automatisch gemolken. Na het melken wordt het dier via de uitgang 20 linksboven uit het linker compartiment 10 geleid. Door het rechter compartiment 11 worden de te melken dieren via de ingang 19 rechtsboven binnengelaten, terwijl zij na het automatisch melken dit compartiment 11 via de uitgang 21 rechtsonder kunnen verlaten. In Figuur 4 is een weide aangegeven, die is afgezet met behulp van schrikdraad. In het midden van dit stuk grond is de in Figuur 3 afge-beelde, twee compartimenten 10, 11 omvattende melkbox 9, opgesteld. Het stuk grond is verdeeld in twee percelen A en B die van elkaar op een nog nader te beschrijven manier worden gescheiden met behulp van een schrikdraad. De dieren bevinden zich op één van de beide percelen en kunnen naar het andere perceel komen via de melkbox 9. Dieren die zich op het in Figuur 4 aangegeven onderste perceel A bevinden, kunnen slechts via het linker compartiment 10 van de melkbox 9 op het in Figuur 4 aangegeven bovenste perceel B terecht komen, terwijl de dieren op het in Figuur 4 aangegeven bovenste perceel B slechts via het rechter compartiment 11 van de melkbox 9 op het perceel A kunnen komen. Doordat de dieren in de melkbox 9 krachtvoer toegediend krijgen, eventueel aantrekkelijk gemaakt door de toevoeging van smaakstoffen, zoals melasse, zullen de dieren de neiging hebben om zich vanuit het perceel grond waar zij zich bevinden op gezette tijden naar de melkbox 9 te begeven. In principe zullen de dieren zonder uitoefening van dwang vanuit een perceel in het desbetreffende compartiment van de melkbox 9 willen gaan als dit compartiment onbezet is en de ingang open staat. In Figuur 4 is op het bovenste perceel B een groot aantal reeds gemolken dieren aangegeven, terwijl op perceel A nog twee dieren zijn aangegeven die nog niet zijn gemolken. Mochten deze dieren een te geringe neiging hebben om de melkbox 9 binnen te willen gaan, dan kunnen met een speciaal uitdrijfapparaat 26 deze dieren uit het desbetreffende stuk perceel gedreven worden naar de melkbox 9 en vandaar naar het andere perceel. Vóór het uitdrijven van de dieren kan eerst worden vastgesteld waar in perceel A de dieren zich bevinden. Hiertoe kan op de melkbox 9 een hier afgebeelde ronddraaiende infrarood sensor zijn aangebracht. Met behulp van deze infrarood sensor kan een verder gedeelte van het uitdrijfapparaat 26 worden bestuurd. Het uitdrijfapparaat 26 omvat hiertoe een om een opwaarts gerichte as zwenkbare eerste arm 27, terwijl aan of nabij het uiteinde van deze eerste arm 27 een ten opzichte hiervan zwenkbare tweede arm 28 is aangebracht. De zwenkbaar-heid van de beide armen 27, 28 wordt bewerkstelligd met behulp van bijvoorbeeld (niet afgeheelde) stappenmotoren, welke bestuurd worden op grond van door de infrarood sensor afgegeven signalen. Aan of nabij het uiteinde van de tweede arm 28 is een naar beneden hangend schrikdraad aangebracht. Door de gecombineerde werking van de infrarood sensor en de hierdoor bestuurde, van schrikdraad voorziene armen 27, 28, kan een dier vanuit het perceel A worden gedreven naar de melkbox 9. Wanneer op deze wijze alle dieren vanuit perceel A via de melkbox 9 waarin zij zijn gemolken op perceel B zijn gekomen, kunnen de dieren desgewenst via het andere compartiment 11 van de melkbox 9 weer van perceel B naar perceel A gaan. Aldus kan op gunstige wijze een circulatie van de te melken dieren door de melkbox ontstaan.
De weiden kunnen permanent zijn afgezet met behulp van schrikdraad. Het is echter ook mogelijk dat de boer, wanneer de dieren van de ene weide naar de andere weide moeten gaan, de omheining van de desbetreffende weide mee verplaatst. Een efficiënte manier wordt echter verkregen wanneer een opvouwbare omheining op de melkbox 9 aanwezig is, zodat met het verplaatsen van de melkbox 9 van de ene weide naar de andere weide de omheining automatisch wordt meegenomen. Een mogelijke uitvoering van een dergelijke opvouwbare omheining is aangegeven in Figuur 5. De omheining van een weide wordt hierbij gevormd door schrikdraad 29 dat is aangebracht aan de uiteinden van vier opvouwbare armen 30 - 33, welke armen van zodanige vorm zijn en zodanig zijn aangebracht dat de uiteinden, wanneer deze door een draad met elkaar zijn verbonden, een vierkant omvatten van de afmetingen van de desbetreffende weide. Elk van de armen 30 -33 is opvouwbaar in een scharnierpunt dat zich ongeveer op de helft van de totale lengte van de arm bevindt, terwijl een arm voorts, nadat deze is ingevouwen, dat wil zeggen dubbelgevouwen, naar achteren kan worden geklapt in de lengterichting van de melkbox 9. Aangezien het desbetreffende stuk weide eveneens in twee percelen A en B dient te worden verdeeld, kunnen op de melkbox tevens opvouwbare armen 34, 35 aanwezig zijn om de weide in twee rechthoekige percelen A en B te verdelen. Alhoewel de armen 30 - 35 volledig opvouwbaar en naar achteren klapbaar zijn ten behoeve van transport, kan het gunstig zijn om bij het verplaatsen van de melkbox 9 van de ene weide naar een daarnaast gelegen weide in de uitgevouwen toestand te handhaven, daar dan immers de dieren, die zich op een perceel bevinden, zich automatisch zullen verplaatsen naar een desbetreffend perceel A of B van een volgend stuk weide waar de melkbox 9 dan wordt opgesteld. Aan de uiteinden van de armen 30 - 35 kunnen steunen 36 aanwezig zijn voor loopwielen 37 om de uitgeklapte en dan relatief lange armen 30 - 35 aan hun uiteinden te ondersteunen. Het schrikdraad 29 dat hetzij de omheining van een weide vormt, hetzij de verdeling van een dergelijke weide in twee percelen A en B vormt, is aan de steunen bevestigd en wel bij voorkeur op een hoogte van ongeveer één meter boven de grond. Een zijaanzicht van de door de trekker 15 verplaatste melkbox 9 met de armen in uitgevouwen toestand is aangegeven in Figuur 6. De trekker 15 en de door deze in de hefinrichting 14 hiervan gedragen melkbox 9 is enigszins vergroot afgebeeld in Figuur 7. In deze figuur is tevens aangegeven dat op de melkbox 9 toevoerruimten 38 voor krachtvoer aanwezig zijn, terwijl voorts op het dak van de melkbox 9 een melktank 39 is aangebracht. Voorop de trekker 15 kunnen voorraadreservoirs voor water 40 voor het reinigen van de melkbekers en de melkleidingen van de melkrobot en voor krachtvoer 41 aanwezig zijn, terwijl tevens een melktank 42 kan zijn aangebracht. Vanuit het voorraadreservoir voor krachtvoer 41 voorop de trekker, kan krachtvoer via een toevoerbuis 43 worden geblazen naar de ruimten 38 boven de melkbox 9.
In Figuur 8 is op een weide rechtsonder een melkbox 9 met slechts één compartiment opgesteld. De melkbox 9 is nabij de zijkant van de weide verplaatst, waarbij slechts één van de armen 34 aanwezig is om een scheiding aan te brengen tussen twee percelen A en B. De scheiding is korter dan de lengte van de percelen A en B. Hierdoor is het mogelijk dat de dieren van het ene perceel naar het andere perceel circuleren. In dat geval doorlopen de dieren de melkbox slechts in één richting.
In Figuur 9 tenslotte is een melkbox 9 met twee compartimenten 10, 11 opgesteld op de grens tussen twee delen A en B van een stal. De beide delen A en B van deze stal zijn voor het grootste gedeelte van elkaar gescheiden door een looppad C, waar in de voergoten aan de zijkant van het loop-pad C voer voor de dieren gedeponeerd kan worden. Ook hier circuleren de dieren door de melkbox van de ruimte A naar de ruimte B en omgekeerd.
De wijze waarop het bedrijf, dat wil zeggen zowel de stal als de weide, in afzonderlijke ruimten is opgesplitst, draagt er zorg voor dat de dieren zich altijd op relatief korte afstand van de melkrobot bevinden. Alhoewel in de weide vers gras aanwezig is en wanneer de dieren op stal staan voer in de voergoten ter beschikking zal zijn, kan de circulatie van de dieren vergroot worden als er een smaakstof aan het krachtvoer is toegevoegd. De specifieke uitvoering van de melkbox 9 zodanig dat deze geschikt is om zowel in een stal te worden gebruikt als in een weide, alsmede de wijze waarop de diverse hulpmiddelen op de melkbox 9 zijn aangebracht en wel in het bijzonder de hulpmiddelen die er voor zorgen dat een gedefinieerde omheining in de weide kan worden aangebracht, dragen er voorts toe bij dat de inzetbaarheid van de inrichting voor het automatisch melken bijzonder groot is. De inrichting is het gehele jaar door inzetbaar, waar de dieren zich ook bevinden.
De uitvinding is niet beperkt tot de hier beschreven uitvoeringsvorm, doch omvat alle mogelijke modificaties voor zover deze vallen binnen de omvang van de bijgaande conclusies. De toepassing van de inrichting is ook geenszins beperkt tot een stal zoals afgebeeld in Figuur 9, of tot een weide verdeeld in stukken grond zoals afgebeeld in Figuur 1.

Claims (34)

1. Inrichting voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien, met het kenmerk, dat deze verplaatsbaar is en zodanig is ingericht en voorzien van hulpmiddelen, dat de inrichting in ten minste twee afgescheiden ruimten in het bedrijf voor het automatisch melken van de dieren inzetbaar is.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat deze zodanig verplaatsbaar is, dat de dieren zowel in een weide als in een stal automatisch kunnen worden gemolken.
3. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat deze zodanig kan worden opgesteld dat de dieren automatisch worden gemolken wanneer zij zich in een weide van een eerste perceel naar een tweede, aangrenzend perceel verplaatsen.
4. Inrichting volgens conclusie 1, 2 of 3, met het kenmerk, dat deze wordt gevormd door een verplaatsbare melkbox waarin zich een melkmachine met een melkrobot bevindt.
5. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de melkbox verplaatsbaar is met behulp van een trekker.
6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de melkbox is voorzien van een gestel, met behulp waarvan deze koppelbaar is aan de hefinrichting van de trekker.
7. Inrichting voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien, met het kenmerk, dat deze wordt gevormd door een verplaatsbare melkbox, waarin zich een melkmachine met een melkrobot bevindt, en waarbij de melkbox is voorzien van een gestel, met behulp waarvan deze koppelbaar is aan de hefinrichting van een trekker.
8. Inrichting volgens een der conclusies 4 - 7, met het kenmerk, dat de melkbox middelen omvat voor het toevoeren van krachtvoer aan een in de melkbox aanwezig dier, waarbij de melkbox is opgesteld ter plaatse waar het dier ruwvoeder ter beschikking heeft.
9. Inrichting volgens conclusie 7 of 8, met het kenmerk, dat deze is voorzien van een beweegbaar met de melkbox verbonden uitdrijfapparaat.
10. Inrichting voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien, met het kenmerk, dat deze een verplaatsbare melkbox omvat, waarin zich een melkmachine met een melkrobot bevindt, welke melkbox is voorzien van een beweegbaar hiermede verbonden uitdrijfapparaat.
11. Inrichting volgens conclusie 9 of 10, met het kenmerk, dat het uitdrijfapparaat is voorzien van ten minste één om een opwaarts gerichte as zwenkbare eerste arm.
12. Inrichting volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat aan of nabij het uiteinde van de eerste arm een ten opzichte van deze arm zwenkbare tweede arm is aangebracht.
13. Inrichting volgèns conclusie 12, met het kenmerk, dat de zwenkbaarheid van de beide armen wordt bewerkstelligd met behulp van stappenmotoren.
14. Inrichting volgens conclusie 12 of 13, met het kenmerk, dat aan of nabij het uiteinde van de tweede arm omlaaghangend schrikdraad is aangebracht.
15. Inrichting volgens een· der conclusies 10 - 14, met het kenmerk, dat het uitdrij f apparaat is voorzien van een op de melkbox aangebrachte infrarood sensor voor het localiseren van een dier.
16. Inrichting volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat een in een weideperceel aanwezig dier zich zonodig onder gebruikmaking van het uitdrijfapparaat in de melkbox kan begeven, waarbij de inrichting voorts zodanig is opgesteld dat het dier na het verlaten van de melkbox in een aangrenzend weideperceel komt.
17. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de inrichting zodanig is uitgevoerd dat de dieren in twee verschillende looprichtingen de inrichting kunnen passeren.
18. Inrichting voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien, met het kenmerk, dat deze zodanig is uitgevoerd dat de dieren zich vrij kunnen verplaatsen, terwijl middelen aanwezig zijn die de circulatie van de dieren door de melkbox heen bevorderen.
19. Inrichting volgens conclusie 17 of 18, met het kenmerk, dat deze is voorzien van een melkbox die twee compartimenten omvat, welke compartimenten aan de zijkant een ingang en een uitgang bezitten, die zodanig zijn aangebracht dat de looprichting van een dier door het ene compartiment tegengesteld is aan de looprichting van een dier door het andere compartiment.
20. Inrichting volgens conclusie 19, met het kenmerk, dat beide compartimenten zijn voorzien van een voedertrog die is aangesloten op een op de inrichting aangebracht voorraad-reservoir voor krachtvoer.
21. Inrichting volgens conclusie 19 of 20, met het kenmerk, dat in de melkbox een melkmachine met een melkrobot aanwezig is, waarbij de melkrobot in beide compartimenten inzetbaar is.
22. Inrichting volgens conclusie 21, met het kenmerk, dat de melkrobot is opgesteld in het midden van de scheiding van de beide compartimenten en onder een in een compartiment aanwezig dier verzwenkbaar is.
23. Inrichting volgens een der conclusies 19 - 22, met het kenmerk, dat deze kan worden opgesteld op de grens tussen twee overigens van elkaar gescheiden weidepercelen en zodanig is ingericht dat de dieren van het ene weideperceel naar het andere weideperceel kunnen komen via het ene compartiment en van het laatstgenoemde andere weideperceel naar het eerstgenoemde ene weideperceel via het andere compartiment.
24. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat deze is voorzien van een melkbox met een ingang en een uitgang en zodanig kan worden opgesteld op de grens tussen twee, overigens gedeeltelijk van elkaar gescheiden, weidepercelen dat een dier tussen opeenvolgende melk-beurten een rondgaande beweging door de genoemde weidepercelen dient te maken.
25. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een geheel of gedeeltelijk aangebrachte scheiding tussen twee weidepercelen wordt gevormd door op de inrichting uitvouwbaar aangebrachte armen, waaronderlangs schrikdraad is aangebracht.
26. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies. met het kenmerk, dat deze deel uitmaakt van een weidesysteem waarbij de omheining van een stuk van de weide verplaatsbaar is.
27. Inrichting voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien, met het kenmerk, dat deze deel uitmaakt van een weidesysteem, waarbj de omheining van een weideperceel verplaatsbaar is.
28. Inrichting volgens conclusie 26 of 27, met het kenmerk, dat de omheining samenklapbaar is ten behoeve van transport.
29. Inrichting volgens een der conclusies 26 - 28, met het kenmerk, dat de omheining is ondersteund door loopwielen.
30. Inrichting volgens een der conclusies 26 - 29, met het kenmerk, dat de omheining verplaatsbaar is met een trekker.
31. Inrichting volgens een der conclusies 26 - 30, met het kenmerk, dat deze is voorzien van een viertal uitvouwbaar aangebrachte armen, waarvan de verbinding van de uiteinden met elkaar een verplaatsbare omheining van een weideperceel vormen.
32. Inrichting volgens conclusie 31, met het kenmerk, dat onder de uiteinden van de armen steunen voor loopwielen zijn aangebracht.
33. Inrichting volgens conclusie· 31 of 32, met het kenmerk, dat onder de uiteinden van de armen steunen voor een een omheining van een weideperceel vormend schrikdraad zijn aangebracht.
34. Inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies en/of volgens de beschrijving met bijgaande figuren.
NL9200714A 1992-04-21 1992-04-21 Inrichting voor het automatisch melken van dieren. NL9200714A (nl)

Priority Applications (7)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9200714A NL9200714A (nl) 1992-04-21 1992-04-21 Inrichting voor het automatisch melken van dieren.
DE1993632121 DE69332121T2 (de) 1992-04-21 1993-04-20 Gerät zum automatischen Melken von Tieren
DK93201126T DK0567191T4 (da) 1992-04-21 1993-04-20 Konstruktion til automatisk malkning af dyr
DK96203466T DK0768027T3 (da) 1992-04-21 1993-04-20 Konstruktion til automatisk malkning af dyr
EP96203466A EP0768027B1 (en) 1992-04-21 1993-04-20 A Construction for automatically milking animals
EP19930201126 EP0567191B2 (en) 1992-04-21 1993-04-20 A construction for automatically milking animals
DE1993611622 DE69311622T3 (de) 1992-04-21 1993-04-20 Konstruktion zum automatischen Melken von Tieren

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9200714A NL9200714A (nl) 1992-04-21 1992-04-21 Inrichting voor het automatisch melken van dieren.
NL9200714 1992-04-21

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL9200714A true NL9200714A (nl) 1993-11-16

Family

ID=19860713

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9200714A NL9200714A (nl) 1992-04-21 1992-04-21 Inrichting voor het automatisch melken van dieren.

Country Status (4)

Country Link
EP (2) EP0567191B2 (nl)
DE (2) DE69311622T3 (nl)
DK (2) DK0567191T4 (nl)
NL (1) NL9200714A (nl)

Families Citing this family (14)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL9401238A (nl) 1994-07-28 1996-03-01 Prolion Bv Inrichting voor het automatisch melken van dieren.
WO1996019917A2 (en) 1994-12-28 1996-07-04 Tetra Laval Holdings & Finance S.A. An apparatus for and a method of managing animals
NL1001336C1 (nl) * 1995-02-24 1996-08-28 Maasland Nv Constructie met een inrichting voor het melken van dieren.
NL9500363A (nl) * 1995-02-24 1996-10-01 Maasland Nv Constructie met een inrichting voor het melken van dieren.
NL1000782C1 (nl) 1995-07-12 1997-01-14 Maasland Nv Werkwijze voor het melken van dieren.
US5979359A (en) * 1995-10-27 1999-11-09 Alfa Laval Agri Ab Analysis of color tone in images for use in animal breeding
SE9702543D0 (sv) * 1997-07-01 1997-07-01 Alfa Laval Agri Ab A milking stall
SE513017C2 (sv) 1998-09-03 2000-06-19 Alfa Laval Agri Ab En metod och en anordning för mjölkning av lösgående mjölkdjur
SE520347C2 (sv) 2001-10-08 2003-07-01 Delaval Holding Ab Förfarande för hantering av djur respektive mjölkningsstation
DE202007016519U1 (de) 2007-11-23 2008-06-12 Fisch, Wolfgang Vorrichtung für die Haltung von Tieren
GB201318641D0 (en) * 2013-10-22 2013-12-04 Fullwood & Bland Ltd Automatic milking stall
CN107289230B (zh) * 2017-07-19 2020-01-17 西安交通大学 一种用于电站锅炉集箱检测及清理的管道机器人
EP3968762B1 (en) * 2019-05-17 2025-08-06 DeLaval Holding AB Automated crowd gate
DE102021130321A1 (de) * 2021-11-19 2023-05-25 Gea Farm Technologies Gmbh Gangbegrenzung für einen gelenkten Tierverkehr

Family Cites Families (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3246631A (en) * 1963-10-17 1966-04-19 William Z Holm Automatic milking barn
US3460515A (en) * 1965-06-25 1969-08-12 Hahn Enterprises Inc Milking system
FR2550053A1 (fr) * 1983-08-05 1985-02-08 Lemenager Etienne Installation de cloture electrique mobile
ATE74254T1 (de) * 1985-01-16 1992-04-15 Lely Nv C Van Der Geraet und verfahren zum melken von tieren, wie z.b kuehen.
ATE58625T1 (de) * 1985-01-28 1990-12-15 Lely Nv C Van Der Geraet zum melken von tieren, wie z.b kuehen.
DE3804970C1 (en) * 1988-02-18 1989-10-05 Westfalia Separator Ag, 4740 Oelde, De Apparatus for the automatic driving of animals
NL8900415A (nl) * 1989-02-21 1990-09-17 Lely Nv C Van Der Verblijfplaats voor een aantal dieren, in het bijzonder melkdieren.

Also Published As

Publication number Publication date
DK0567191T3 (da) 1997-12-15
EP0567191B2 (en) 2001-01-03
EP0567191A2 (en) 1993-10-27
DE69332121D1 (de) 2002-08-22
DE69311622D1 (de) 1997-07-24
DK0768027T3 (da) 2002-10-14
DK0567191T4 (da) 2001-03-05
DE69311622T2 (de) 1998-01-15
EP0768027B1 (en) 2002-07-17
DE69311622T3 (de) 2001-05-31
EP0768027A3 (en) 1997-07-16
EP0567191B1 (en) 1997-06-18
EP0567191A3 (nl) 1994-02-23
DE69332121T2 (de) 2003-03-13
EP0768027A2 (en) 1997-04-16

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL9200714A (nl) Inrichting voor het automatisch melken van dieren.
US10980219B2 (en) Draw-ramp egg-teeter-totter wild-animal-shield chicken coop, having easy-access ventilated roosting system, automatic-egg-collecting-and-indicating-teeter-totter nesting system, cable draw-ramp system, automatic-hook sliding-door system, easy-access pivotable feeder-and-water system, extendable chicken-run system, anti-pushing anti-growing anti-digging anti-rotting shield systems, and automatic-relatching-twistable-compressable-spring latch systems
NL1035137C2 (nl) Samenstel en werkwijze voor beweiding.
NL1002792C2 (nl) Constructie met een inrichting voor het melken van dieren.
NL9401069A (nl) Inrichting voor het automatisch melken van dieren.
US10136615B2 (en) Milking stall
NL9500363A (nl) Constructie met een inrichting voor het melken van dieren.
GB2282743A (en) Modular cage system
NL9200677A (nl) Inrichting voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien.
NL9201413A (nl) Inrichting voor het melken van dieren.
DE102004014520A1 (de) Stallanordnung und Stallanlage für Milchviehhaltung
AU676699B2 (en) A construction for automatically milking animals
NL9300730A (nl) Installatie voor het automatisch melken van dieren.
DE69005476T2 (de) Fütterungsvorrichtung für Milchvieh.
EP0090470B1 (en) A device for mews of cattle
EP0740900A1 (en) A battery for breeding chickens
NL1004804C2 (nl) Constructie met een inrichting voor het automatisch melken van dieren.
NL1009455C2 (nl) Inrichting voor het houden van pluimvee.
JP7473888B2 (ja) 一次産業生産物情報収集システム
EP0801892B1 (en) A construction for automatically milking animals, such as cows
EP0635206A1 (en) A construction for automatically milking animals
NL1003350C2 (nl) Dierenverblijf.
NL9300154A (nl) Inrichting voor het automatisch melken van dieren.
EP0169220A1 (de) Einrichtung für die etagenhaltung von geflügel.
DE1607047B2 (de) Aufstallung zur Nutztierhaltung

Legal Events

Date Code Title Description
BV The patent application has lapsed