NL9000830A - Gebalanceerde draagarm. - Google Patents
Gebalanceerde draagarm. Download PDFInfo
- Publication number
- NL9000830A NL9000830A NL9000830A NL9000830A NL9000830A NL 9000830 A NL9000830 A NL 9000830A NL 9000830 A NL9000830 A NL 9000830A NL 9000830 A NL9000830 A NL 9000830A NL 9000830 A NL9000830 A NL 9000830A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- bellows
- speed
- fluid
- arm
- cylinder
- Prior art date
Links
- 239000012530 fluid Substances 0.000 claims description 35
- 239000000725 suspension Substances 0.000 claims description 13
- 230000000670 limiting effect Effects 0.000 claims description 12
- 230000004907 flux Effects 0.000 claims 1
- 230000002401 inhibitory effect Effects 0.000 claims 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 6
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 description 5
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 4
- 230000006378 damage Effects 0.000 description 4
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 2
- 230000007423 decrease Effects 0.000 description 2
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 2
- 239000012528 membrane Substances 0.000 description 2
- 230000001133 acceleration Effects 0.000 description 1
- 238000012937 correction Methods 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 1
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 1
- 230000000284 resting effect Effects 0.000 description 1
- 230000035939 shock Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16M—FRAMES, CASINGS OR BEDS OF ENGINES, MACHINES OR APPARATUS, NOT SPECIFIC TO ENGINES, MACHINES OR APPARATUS PROVIDED FOR ELSEWHERE; STANDS; SUPPORTS
- F16M11/00—Stands or trestles as supports for apparatus or articles placed thereon ; Stands for scientific apparatus such as gravitational force meters
- F16M11/42—Stands or trestles as supports for apparatus or articles placed thereon ; Stands for scientific apparatus such as gravitational force meters with arrangement for propelling the support stands on wheels
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B66—HOISTING; LIFTING; HAULING
- B66F—HOISTING, LIFTING, HAULING OR PUSHING, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR, e.g. DEVICES WHICH APPLY A LIFTING OR PUSHING FORCE DIRECTLY TO THE SURFACE OF A LOAD
- B66F11/00—Lifting devices specially adapted for particular uses not otherwise provided for
- B66F11/04—Lifting devices specially adapted for particular uses not otherwise provided for for movable platforms or cabins, e.g. on vehicles, permitting workmen to place themselves in any desired position for carrying out required operations
- B66F11/048—Mobile camera platform
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16M—FRAMES, CASINGS OR BEDS OF ENGINES, MACHINES OR APPARATUS, NOT SPECIFIC TO ENGINES, MACHINES OR APPARATUS PROVIDED FOR ELSEWHERE; STANDS; SUPPORTS
- F16M11/00—Stands or trestles as supports for apparatus or articles placed thereon ; Stands for scientific apparatus such as gravitational force meters
- F16M11/02—Heads
- F16M11/04—Means for attachment of apparatus; Means allowing adjustment of the apparatus relatively to the stand
- F16M11/06—Means for attachment of apparatus; Means allowing adjustment of the apparatus relatively to the stand allowing pivoting
- F16M11/10—Means for attachment of apparatus; Means allowing adjustment of the apparatus relatively to the stand allowing pivoting around a horizontal axis
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16M—FRAMES, CASINGS OR BEDS OF ENGINES, MACHINES OR APPARATUS, NOT SPECIFIC TO ENGINES, MACHINES OR APPARATUS PROVIDED FOR ELSEWHERE; STANDS; SUPPORTS
- F16M11/00—Stands or trestles as supports for apparatus or articles placed thereon ; Stands for scientific apparatus such as gravitational force meters
- F16M11/20—Undercarriages with or without wheels
- F16M11/2007—Undercarriages with or without wheels comprising means allowing pivoting adjustment
- F16M11/2021—Undercarriages with or without wheels comprising means allowing pivoting adjustment around a horizontal axis
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16M—FRAMES, CASINGS OR BEDS OF ENGINES, MACHINES OR APPARATUS, NOT SPECIFIC TO ENGINES, MACHINES OR APPARATUS PROVIDED FOR ELSEWHERE; STANDS; SUPPORTS
- F16M2200/00—Details of stands or supports
- F16M2200/04—Balancing means
- F16M2200/044—Balancing means for balancing rotational movement of the undercarriage
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Geology (AREA)
- Fluid-Damping Devices (AREA)
- Vibration Prevention Devices (AREA)
Description
Titel: Gebalanceerde draagarm
De uitvinding heeft betrekking op een gebalanceerde draagarm, omvattende een in hoofdzaak langwerpig constructie-deel dat kantelbaar is bevestigd aan een draagstelsel.
Een dergelijke gebalanceerde draagarm is in het algemeen aan een eerste uiteinde geschikt voor het opnemen van een nuttige belasting, terwijl de gebalanceerde draagarm aan het tweede uiteinde van het constructiedeel is voorzien van een balansgewicht om de draagarm in evenwicht te houden. Het in een gewenste kantelstand brengen van het constructiedeel kan dan door middel van handkracht plaatsvinden, maar de draagarm kan voor dit doel ook zijn voorzien van besturingsmiddelen. Wanneer de grootte van de nuttige belasting verandert, kan dit gecompenseerd worden door de grootte van het balansgewicht aan te passen, terwijl voor een meer nauwkeurige compensatie het balansgewicht althans ten dele verplaatsbaar langs het constructiedeel kan zijn uitgevoerd. Ook voor een dergelijke compensatie kunnen besturingsmiddelen aanwezig zijn.
Een dergelijke gebalanceerde draagarm wordt bijvoorbeeld toegepast bij het maken van filmopnamen. Aan het eerste uiteinde van het constructiedeel is de draagarm dan voorzien van een platform voor het opnemen van een camera, welk platform tevens geschikt kan zijn om daarop een cameraman en/of één of meerdere andere personen te laten plaatsnemen. Ter vergroting van de bewegingsvrijheid van de draagarm kan deze tevens draaibaar zijn om een verticale as, en kan het draagstelsel verrijdbaar zijn, bijvoorbeeld doordat dit is voorzien van geschikte wielen.
Een nadeel van dergelijke gebalanceerde draagarmen is, dat zij uit balans kunnen raken waardoor een ongecontroleerde kantelbeweging van de draagarm ontstaat, die pas eindigt wanneer de draagarm in aanraking komt met een ander object, hetgeen in het algemeen de vloer zal zijn. Het bovenstaande probleem kan zich bijvoorbeeld voordoen in de situatie dat een persoon het platform betreedt of verlaat, waarbij de ontstane kantelbeweging van de draagarm eindigt wanneer respectievelijk het eerste uiteinde of het tweede uiteinde tegen de vloer botst. Door de optredende versnellingen en vertragingen kan grote schade worden toegebracht aan de apparatuur, terwijl het zeker niet denkbeeldig is dat daarbij personen gewond raken.
De uitvinding beoogt derhalve een gebalanceerde draagarm te beveiligen tegen de bovengenoemde problemen.
Daartoe is een eerste uitvoeringsvorm van een gebalanceerde draagarm volgens de uitvinding voorzien van organen voor het beperken van de kantelsnelheid van de draagarm. Door de kantelsnelheid van de draagarm te beperken, wordt aan personen de gelegenheid geboden om op de kantelbeweging van de draagarm te reageren, zodat in ieder geval ernstige verwondingen vermeden kunnen worden. Voorts neemt de kans op schade bij de botsing met bijvoorbeeld de vloer aanzienlijk af. Bovendien wordt aan eventueel aanwezige besturingsmiddelen tijd verschaft om op de kantelbeweging van de draagarm te reageren door bijvoorbeeld het variëren van de afstand van het balansgewicht tot het kantelpunt, zodat de kantelbeweging kan worden gestopt voordat de draagarm tegen een ander object botst.
In een voordelige uitvoeringsvorm omvatten de kantel-snelheidsbeperkende organen een tussen de draagarm en het draagstelsel gekoppelde eerste cilinder en een daarin beweegbare eerste zuiger, welke eerste cilinder en eerste zuiger een althans ten dele met een fluïdum gevulde eerste fluïdumruimte definiëren die is verbonden met een doorstroom-opening die de doorstroomsnelheid van het fluïdum beperkt.
Bij voorkeur is de grootte van de door de doorstroomopening beperkte doorstroomsnelheid van het fluïdum instelbaar.
In een voorkeursuitvoeringsvorm is een tweede cilinder en een daarin beweegbare tweede zuiger aanwezig, waarvan een tweede fluïdumruimte via de doorstroomopening is verbonden met de eerste fluïdumruimte van de eerste cilinder/zuiger-combinatie.
In extreme situaties kan het voorkomen, dat de kantel-snelheid van de draagarm toch te zeer oploopt, zodat de aldus beperkte kantelsnelheid van de draagarm bij botsen met bij voorbeeld de vloer toch een ongewenst grote schok oplevert.
Voorts kan het gewenst zijn een mogelijk defect aan de kantelsnelheidsbeperkende organen te anticiperen.
Daarom is in een verdere voorkeursuitvoeringsvorm de gebalanceerde draagarm volgens de uitvinding voorzien van organen die de kantelsnelheidsenergie van de draagarm op het moment van botsen absorberen. In een eenvoudige uitvoeringsvorm omvatten deze energieabsorberende organen ten minste één onder ten minste één uiteinde van de draagarm bevestigde balg.
Indien de balg wordt belast doordat deze botsingsenergie opneemt, zal deze worden ingedrukt, waardoor de druk van het zich daarin bevindende fluïdum toeneemt. Hoe groter de druk, des te groter de door de balg opgenomen energie. Wanneer de druk echter te groot wordt, zou de balg kunnen scheuren, waarbij de energieabsorberende werking geheel verloren gaat. Daarom is de balg bij voorkeur voorzien van een uitstroom-opening, die bij voorkeur is verbonden met een veiligheidsventiel .
Het kan voorkomen, dat de constante aanwezigheid van een dergelijke balg ongewenst is. Daarom heeft in een verdere voorkeursuitvoeringsvorm de balg een rusttoestand waarin deze althans in hoofdzaak leeg is, en een werkzame toestand waarin de balg is gevuld met een gas met een voorafbepaalde werkdruk, en is de gebalanceerde draagarm voorts voorzien van organen voor het detecteren van de kantelsnelheid van de draagarm, en van met deze kantelsnelheid-detecterende organen verbonden organen om de balg van de rusttoestand in de werkzame toestand te brengen wanneer de kantelsnelheid-detecterende organen detecteren, dat de kantelsnelheid een voorafbepaalde waarde overschrijdt.
In een eenvoudige uitvoeringsvorm omvatten de kantelsnelheid-detecterende organen een met althans één van de genoemde fluïdumruimten gekoppeld beweegbaar orgaan en een daarmee gekoppeld veerkrachtig orgaan om het beweegbare orgaan voor te spannen, en omvatten de organen om de balg van de rusttoestand in de werkzame toestand te brengen, een met een gas onder verhoogde druk gevulde houder met een door het beweegbare orgaan vrij te geven uitstroomopening.
In het hiernavolgende zal de uitvinding nader worden verduidelijkt door beschrijving van uitvoeringsvormen van de inrichting volgens de uitvinding, onder verwijzing naar de tekening, waarin: figuur IA een schematisch aanzicht toont van een eerste uitvoeringsvorm van een gebalanceerde draagarm volgens de uitvinding; figuur 1B-C detailmodificaties tonen van de in figuur IA getoonde gebalanceerde draagarm; figuur 2 een schematisch aanzicht toont van een tweede uitvoeringsvorm van een gebalanceerde draagarm volgens de uitvinding; figuur 3A een schematisch aanzicht toont van een derde uitvoeringsvorm van een gebalanceerde draagarm volgens de uitvinding; figuur 3B schematisch een detail toont van de in figuur 3A getoonde gebalanceerde draagarm; figuur 4A een schematisch aanzicht toont van een vierde uitvoeringsvorm van een gebalanceerde draagarm volgens de uitvinding; en figuur 4B schematisch een detail toont van een voorkeursuitvoeringsvorm van de in figuur 4A getoonde gebalanceerde draagarm.
In de figuren 1-4 is een in zijn algemeenheid met het verwijzingscijfer 1 aangeduide gebalanceerde draagarm bij een draaipunt 2 kantelbaar bevestigd aan een draagstelsel 3, dat in het weergegeven voorbeeld is voorzien van wielen 4 teneinde verrijdbaar te zijn over een vloer 7. Aan een eerste uiteinde 5 is de draagarm 1 geschikt voor het opnemen van een nuttige belasting, en aan het andere uiteinde 6 is de draagarm 1 voorzien van een balansgewicht 11 voor het in balans houden van de draagarm 1. In het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld is de draagarm 1 geschikt voor gebruik bij filmopnamen, en is daartoe aan het eerste uiteinde 5 voorzien van een platform 10 voor het opnemen van een camera.
Wanneer de grootte van de nuttige belasting verandert, bijvoorbeeld doordat een camera wordt aangebracht, wordt dit gecompenseerd door de grootte van het balansgewicht 11 te veranderen, bijvoorbeeld door een extra gewichtelement toe te voegen. Voor het uitvoeren van kleine correcties kan althans een deel van het balansgewicht 11 verplaatsbaar zijn uitgevoerd, zodat de afstand van het zwaartepunt van het balansgewicht 11 tot het kantelpunt 2 kan worden gevarieerd. Dit kan door middel van handkracht gebeuren, maar de draagarm 1 kan voor dit doel desgewenst zijn voorzien van besturings-middelen.
De draagarm 1 kan door middel van handkracht in een gewenste kantelstand worden gebracht, dat wil zeggen in een gewenste hoek ten opzichte van de horizontaal, zodat het platform 10 op een gewenste hoogte ten opzichte van de vloer 7 kan worden gebracht. De draagarm 1 kan voor dat doel desgewenst ook zijn voorzien van besturingsmiddelen.
Meer in het bijzonder omvat de draagarm 1 een eerste balk 21 die om een horizontale as 23 draaibaar is bevestigd aan een uitwendig cilindrisch orgaan 24, en een tweede balk 22 die op afstand van de eerste balk 21 om een horizontale as 25 draaibaar is bevestigd aan het orgaan 24. Hierbij is de horizontale as 25 evenwijdig gericht aan de horizontale as 23. Bij een eerste uiteinde 26 is de eerste balk 21 om een horizontale as 27 draaibaar bevestigd aan het platform 10, terwijl op vergelijkbare wijze de tweede balk 22 om een horizontale as 28 draaibaar is bevestigd aan het platform 10. Hierbij zijn de horizontale assen 27 en 28 evenwijdig gericht aan de horizontale assen 23 en 25, en zijn de balken 21 en 22 evenwijdig aan elkaar, teneinde te bereiken dat het platform 10 in elke kantelstand van de draagarm 1 een horizontaal draagvlak 10 * heeft. Het uitwendig cilindrisch orgaan 24 is opgenomen in een inwendig cilindrisch orgaan 29 teneinde de draagarm 1 te roteren om een verticale as.
In de in figuur IA getoonde eerste uitvoeringsvorm van de draagarm volgens de uitvinding is een eerste cilinder 31 gekoppeld met de draagarm 1, en is een in de eerste cilinder 31 verschuifbare zuiger 32 gekoppeld met het uitwendig cilindrisch orgaan 24 van het draagstelsel. Hoewel dit in de tekening niet expliciet is weergegeven, is de eerste cilinder 31 scharnierbaar gekoppeld met de draagarm 1 en het orgaan 24 teneinde de kantelbeweging toe te laten, zoals op zich bekend is. In de cilinder 31 is door de zuiger 32 een ruimte 33 gedefinieerd voor het opnemen van een fluïdum 34, bij voorkeur lucht. De ruimte 33 is via een doorstroomopening 35 verbonden met een niet-weergegeven voorraadvat voor het fluïdum 34, welk voorraadvat op eenvoudige wijze wordt verschaft door de buitenlucht indien voor het fluïdum 34 lucht wordt toegepast. De doorstroomopening 35 kan een gefixeerde grootte hebben, maar bij voorkeur is de grootte van de doorstroomopening 35 instelbaar.
Wanneer de draagarm 1 kantelt, verschuift de zuiger 32 in de cilinder 31 waardoor de grootte van de ruimte 33 wordt veranderd. Hierdoor wordt fluïdum 34 gedwongen door de doorstroomopening 35 te stromen. Hierbij ontstaat een tegendruk op de zuiger 32. Door de grootte van de doorstroomopening 35 wordt een bovengrens bepaald voor de hoeveelheid van het fluïdum 34 die daar per tijdseenheid doorheen kan stromen. Wanneer de fluïdumstroomsnelheid kleiner is dan de door de grootte van de doorstroomopening 35 bepaalde maximale doorstroomsnelheid van de doorstroomopening 35, is de tegendruk op de zuiger 32 gering, zodat de kantelbeweging van de draagarm 1 in geringe mate wordt geremd. Wanneer de door de zuiger 32 per tijdseenheid verplaatste hoeveelheid fluïdum 34 groter is dan per tijdseenheid door de doorstroomopening 35 kan stromen, neemt de tegendruk op de zuiger 32 toe, waardoor de beweging van de zuiger 32 en dus de kantelbeweging van de draagarm 1 sterk wordt geremd.
Opgemerkt wordt, dat in het besproken uitvoerings-voorbeeld de snelheidsbeperkende organen 31, 32 tweezijdig werkzaam zijn, dat wil zeggen een snelheidsbeperking tot stand brengen zowel bij het inschuiven van de zuiger 32 in de cilinder 31 als bij het uitschuiven van de zuiger 32 uit de cilinder 31. Wanneer het gewenst is dat de snelheids-beperkende organen 31, 32 slechts éénzijdig werkzaam zijn, kan parallel aan de doorstroomopening 35 bijvoorbeeld een ventiel 36 zijn gekoppeld. Figuur 1B toont hoe een dergelijk ventiel 36 gemonteerd kan zijn indien de snelheidsbeperking tot stand moet worden gebracht wanneer in de in figuur IA geïllustreerde situatie het platform 10 omhoog beweegt, terwijl figuur 1C toont hoe een dergelijk ventiel 36 gemonteerd kan zijn indien de snelheidsbeperking tot stand moet worden gebracht wanneer in de in figuur IA geïllustreerde situatie het platform 10 omlaag beweegt.
In het weergegeven voorbeeld is de doorstroomopening 35 via een leiding verbonden met de wand van de cilinder 31. Het zal echter duidelijk zijn dat de doorstroomopening 35 ook met de wand van de zuiger 32 verbonden kan zijn, of bijvoorbeeld in de wand van de cilinder 31 zelf zijn aangebracht. Voorts zal het duidelijk zijn, dat de werking van de snelheids-beperkende organen 31, 32 dezelfde is wanneer de zuiger 32 is gekoppeld met de draagarm 1 en de cilinder 31 is gekoppeld met het uitwendig cilindrisch orgaan 24 van het draagstelsel.
In figuur 2 is een uitvoeringsvorm van de draagarm 1 geïllustreerd waarbij twee stel parallel werkzame snelheids-beperkende organen 31, 32 respectievelijk 31’, 32’ aanwezig zijn. De snelheidsbeperkende organen 31', 32' hebben dezelfde structuur en werking als bovenstaand beschreven met betrekking tot de snelheidsbeperkende organen 31, 32. De snelheidsbeperkende organen 31’, 32’ zijn echter gekoppeld tussen het draagstelsel 3 en een ten opzichte van het kantelpunt van de snelheidsbeperkende organen 31, 32 afgekeerde zijde van de draagarm 1. Daarbij is de ruimte 33' via de doorstroomopening 35 verbonden met de ruimte 33, zodat deze ruimten ten opzichte van elkaar als voorraadvat dienen. Door de geïllustreerde opstelling van de snelheidsbeperkende organen 31, 32 respectievelijk 31', 32' versterken zij eikaars werking, terwijl ook in het geval dat als fluïdum geen lucht wordt toegepast, kan worden afgezien van het verschaffen van een afzonderlijk voorraadvat voor het fluïdum.
In figuur 3A, waarin voor de overzichtelijkheid de onder verwijzing naar de figuren 1A-C en 2 besproken snelheids-beperkende organen niet zijn weergegeven, is geïllustreerd, dat de draagarm 1 verder kan zijn voorzien van een onder het tweede uiteinde 6 van de draagarm 1 bevestigde balg 40. Het zal duidelijk zijn, dat de draagarm 1 ook kan zijn voorzien van een onder het eerste uiteinde 5 van de draagarm 1 bevestigde balg. De balg 40 is gevuld met gas 41 onder verhoogde druk, bij voorkeur lucht, en dient om de kante1-snelheidsenergie te absorberen wanneer de draagarm 1 tegen de vloer botst. De absorberende werking van de balg 40 berust daarop, dat voor het indrukken van de balg 40 arbeid verricht moet worden. Hoe verder de balg 40 wordt ingedrukt, hoe meer arbeid daarvoor verricht moet worden, oftewel hoe meer energie door de balg 40 wordt geabsorbeerd.
Bij het indrukken van de balg 40 zal de druk van het daarin aanwezige gas 41 toenemen. Teneinde te voorkomen dat de druk in de balg 40 dermate hoog wordt dat de balg 40 het begeeft, kan de balg 40 zijn verbonden met een veiligheidsventiel 42 dat opent wanneer de druk in de balg 40 een vooraf ingestelde waarde overschrijdt, zoals in figuur 3B getoond.
Zoals bovenstaand is opgemerkt moet, om de balg 40 verder in te drukken, meer arbeid worden verricht. Omgekeerd betekent dit dat, wanneer het gewenst is dat de balg 40 veel energie absorbeert omdat bijvoorbeeld de draagarm 1 een grote massa heeft, de balg 40 betrekkelijk groot moet zijn. In wezen is de functie van de balg 40 een tweede veiligheidsmaatregel die in het algemeen pas in werking behoeft te treden wanneer de werking van de eerste veiligheidsmaatregel, namelijk de kantelsnelheidsbeperkende werking, onvoldoende blijkt te zijn zodat de kantelsnelheid van de draagarm 1 groter wordt dan acceptabel wordt geacht. In principe bestaat er dus slechts in uitzonderingsgevallen de behoefte om een beroep te doen op de energie-absorberende werking van de balg 40. Behoudens deze uitzonderingsgevallen is op zich de aanwezigheid van de balg 40 overbodig, en deze aanwezigheid kan zelfs ongewenst zijn.
Figuur 4A toont een uitvoeringsvoorbeeld waarbij aan dit bezwaar tegemoet is gekomen, waarbij met gelijke verwijzings-cijfers als in de voorgaande figuren gelijke onderdelen zijn aangeduid.
In figuur 4A is de balg 40 weergegeven in een rusttoestand waarin de balg 40 althans in' hoofdzaak leeg is. Vanuit deze rusttoestand kan de balg 40 worden gebracht in een werkzame toestand waarin de balg 40 is gevuld met een gas 41 met een voorafbepaalde werkdruk. De draagarm 1 is voorzien van organen 50 voor het detecteren van de kantelsnelheid van de draagarm 1, en van met de kantelsnelheid-detecterende organen 50 verbonden organen 60 die dienen om de balg 40 vanuit de rusttoestand in de werkzame toestand te brengen wanneer de kantelsnelheid-detecterende organen 50 detecteren, dat de kantelsnelheid van de draagarm 1 een voorafbepaalde waarde overschrijdt. Bij de in figuur 4A weergegeven uitvoeringsvorm detecteren de organen 50 de kantelsnelheid van de draagarm 1 door de druk in de fluïdumruimte 33 van de cilinder 31 te detecteren, maar het zal duidelijk zijn dat andere typen van organen om de kantelsnelheid van de draagarm 1 te detecteren, bijvoorbeeld electronische typen, ook geschikt kunnen zijn. De in figuur 4A weergegeven uitvoeringsvorm heeft echter de voorkeur, omdat hierbij geen uitwendige energiebron zoals een batterij aanwezig hoeft te zijn.
Figuur 4B toont een voorkeursuitvoeringsvoorbeeld van de organen 50 en 60 van figuur 3A. De kantelsnelheid-detecterende organen 50 omvatten een cilinder 51 en een daarin beweegbare zuiger 52. Een fluïdumruimte 53 daarvan is via een leiding 54 verbonden met de fluïdumruimte 33 van de cilinder 31. Wanneer de draagarm 1 kantelt, zodanig dat het platform 10 omhoog beweegt, wordt de zuiger 32 verder de cilinder 31 in bewogen zodat de grootte van de ruimte 33 afneemt. Wanneer de kantelsnelheid van de draagarm 1 zodanig groot is, dat de door de zuiger 32 per tijdseenheid verplaatste houveelheid fluïdum groter is dan de hoeveelheid fluïdum die per tijds eenheid door de doorstroomopening 35 kan stromen, neemt de druk in de fluïdumruimte 33 van de cilinder 31 toe, waardoor de druk in de fluïdumruimte 53 van de cilinder 51 eveneens toe zal nemen, waardoor de zuiger 52 naar buiten wordt verplaatst tegen de veerkracht van een veerkrachtig orgaan 55 in. Hoe groter de kantelsnelheid van de draagarm 1 is, des te groter de druk in de fluïdumruimte 33 en bijgevolg des te groter de verplaatsing van de zuiger 52 is.
De organen 60 die dienen om de balg 40 vanuit de rusttoestand in de werkzame toestand te brengen, omvatten een houder 61 die is gevuld met een gas, bij voorbeeld lucht, onder verhoogde druk, welke houder 61 een uitstroomopening 62 heeft die in de ruststand van de balg 40 is afgesloten. De uitstroomopening 62 wordt door de zuiger 52 vrijgegeven, wanneer de zuiger 52 een voorafbepaalde verplaatsing heeft bereikt die correspondeert met een voorafbepaalde maximum toelaatbare kantelsnelheid van de draagarm 1. In het weergegeven voorbeeld is daartoe de uitstroomopening 62 afgesloten met een plaat of membraan 63, en is de zuiger 52 verbonden met een scherp orgaan 64 om de plaat of membraan 63 door te prikken.
Wanneer de uitstroomopening 62 is vrijgegeven, kan het gas uit de houder 61 via een leiding 65 in de balg 40 stromen, waardoor deze vanuit de rusttoestand in de werkzame toestand wordt gebracht. Zoals is weergegeven, kan de balg 40 zijn voorzien van een veiligheidsventiel 42, zoals besproken onder verwijzing naar figuur 3B.
Ook is weergegeven in figuur 4B, dat met de fluïdumruimte 33 van de cilinder 31 een veiligheidsventiel 37 kan zijn verbonden, waarvan de werking vergelijkbaar is met die van het veiligheidsventiel 42. Door het veiligheidsventiel 37 wordt de druk in de fluïdumruimte 33 beperkt tot een voorafbepaalde waarde, teneinde de remmende werking van de kantelsnelheidsbeperkende organen 31, 32 op de draagarm 1 te begrenzen om ongewenst grote reactiekrachten op de kantelsnelheidsbeperkende organen 31, 32 en op de draagarm 1 te voorkomen. Grote reactiekrachten kunnen ongewenst zijn, omdat zij tot beschadiging van de constructie kunnen leiden en, in het bijzonder bij een verrijdbaar draagstelsel 3, zelfs kunnen resulteren in het kantelen van het draagstelsel.
Het zal voor een deskundige duidelijk zijn dat het mogelijk is de weergegeven uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding te veranderen of te modificeren, zonder de uitvindingsgedachte of de beschermingsomvang te verlaten. Zo kan bijvoorbeeld in het in figuur 4A-B weergegeven uitvoeringsvoorbeeld een blokkeerventiel zijn aangebracht in serie met de doorstroomopening 35. Bij normale werkdrukken in de fluïdumruimte 33 van de cilinder 31 is dit blokkeerventiel geopend, zodat de werking van de inrichting is als boven beschreven. Wanneer de werkdruk in de fluïdumruimte 33 van de cilinder 31 een voorafbepaald, instelbaar drempelniveau van het blokkeerventiel overschrijdt, zal dit blokkeerventiel sluiten, zodat de doorstroomopening 35 wordt geblokkeerd, waardoor de organen 50 en 60 sneller zullen reageren.
Claims (12)
1. Gebalanceerde draagarm, omvattende een in hoofdzaak langwerpig constructiedeel dat kantelbaar is bevestigd aan een draagstelsel; gekenmerkt door organen voor het beperken van de kantelsnelheid van de draagarm.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de kantelsnelheidsbeperkende organen een tussen de draagarm en het draagstelsel gekoppelde eerste cilinder en een daarin beweegbare eerste zuiger omvatten, welke eerste cilinder en eerste zuiger een althans ten dele met een fluïdum gevulde eerste fluïdumruimte definiëren die is verbonden met een doorstroomopening die de doorstroomsnelheid van het fluïdum beperkt.
3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de grootte van de door de doorstroomopening beperkte doorstroomsnelheid van het fluïdum instelbaar is.
4. Inrichting volgens conclusie 2 of 3, gekenmerkt door een tweede cilinder en een daarin beweegbare tweede zuiger, waarvan een tweede fluïdumruimte via de doorstroomopening is verbonden met de eerste fluïdumruimte van de eerste cilinder/ zuigercombinatie.
5. Inrichting volgens ten minste één der voorgaande conclusies, gekenmerkt door organen voor het absorberen van de kantelsnelheidsenergie van de draagarm op het moment van botsen.
6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk dat de energieabsorberende organen ten minste één onder ten minste één uiteinde van de draagarm bevestigde balg omvatten.
7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk dat de balg is voorzien van een uitstroomopening.
8. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk dat de uitstroomopening is verbonden met een veiligheidsventiel.
9. Inrichting volgens ten minste één der conclusies 6-8, met het kenmerk: dat de balg een rusttoestand heeft waarin deze althans in hoofdzaak leeg is, en een werkzame toestand waarin de balg is gevuld met een gas met een voorafbepaalde werkdruk; dat de gebalanceerde draagarm is voorzien van organen voor het detecteren van de kantelsnelheid van de draagarm; en dat de gebalanceerde draagarm is voorzien van met de kantelsnelheid-detecterende organen verbonden organen om de balg van de rusttoestand in de werkzame toestand te brengen wanneer de kantelsnelheid-detecterende organen detecteren, dat de kantelsnelheid een voorafbepaalde waarde overschrijdt.
10. Inrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk: dat de kantelsnelheid-detecterende organen een met althans één van de genoemde fluxdumruimten gekoppeld beweegbaar orgaan omvatten, en een daarmee gekoppeld veerkrachtig orgaan om het beweegbare orgaan voor te spannen; en dat de organen om de balg van de rusttoestand in de werkzame toestand te brengen, een met een gas onder verhoogde druk gevulde houder met een door het beweegbare orgaan vrij te geven uitstroomopening omvatten.
11. Inrichting volgens ten minste één der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de kantelsnelheidsbeperkende organen zijn voorzien van organen om de remmende werking van de kantelsnelheidsbeperkende organen te beperken.
12. Inrichting volgens conclusie 11, met het kenmerk dat de beperkende organen een veiligheidsventiel omvatten.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL9000830A NL9000830A (nl) | 1990-04-09 | 1990-04-09 | Gebalanceerde draagarm. |
| US07/681,050 US5098049A (en) | 1990-04-09 | 1991-04-05 | Balanced supporting arm |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL9000830A NL9000830A (nl) | 1990-04-09 | 1990-04-09 | Gebalanceerde draagarm. |
| NL9000830 | 1990-04-09 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL9000830A true NL9000830A (nl) | 1991-11-01 |
Family
ID=19856889
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL9000830A NL9000830A (nl) | 1990-04-09 | 1990-04-09 | Gebalanceerde draagarm. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US5098049A (nl) |
| NL (1) | NL9000830A (nl) |
Cited By (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP3301069A1 (en) * | 2016-09-30 | 2018-04-04 | Chapman/Leonard Studio Equipment, Inc. | Balanced camera slider |
| US10146108B2 (en) | 2015-04-10 | 2018-12-04 | Chapman/Leonard Studio Equipment, Inc. | Balanced camera slider |
| US10151966B2 (en) | 2015-04-10 | 2018-12-11 | Chapman/Leonard Studio Equipment, Inc. | Balanced camera slider |
Families Citing this family (9)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5746404A (en) * | 1996-02-15 | 1998-05-05 | Merko; Andrew V. | Apparatus for counterbalancing equipment |
| US6568643B2 (en) * | 2001-05-09 | 2003-05-27 | Patrick T Black | Adjustable bottle holder |
| US6598837B1 (en) * | 2001-12-06 | 2003-07-29 | Morris J. Howard | Infant nursing bottle holder and mobile support |
| DE10210941B4 (de) * | 2002-03-13 | 2006-09-14 | Eisenmann Maschinenbau Gmbh & Co. Kg | Anlage zum Behandeln von Gegenständen |
| ES2444315B1 (es) * | 2012-07-24 | 2014-12-03 | Alfredo Vallés Navarro | Dispositivo de equilibrio de contrapesos de grúas de filmación |
| DE102017004320B4 (de) | 2016-05-10 | 2019-09-12 | Siegfried Feisthammel | Fördermaschine |
| US10208888B1 (en) * | 2017-09-14 | 2019-02-19 | Facebook, Inc. | Ergonomic tablet holder |
| USD904627S1 (en) | 2018-08-06 | 2020-12-08 | Zedco Enterprises Inc. | Bottle holder |
| US10993886B2 (en) | 2018-11-16 | 2021-05-04 | Zedco Enterprises Inc. | Adjustable bottle holder and use thereof |
Family Cites Families (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3670849A (en) * | 1970-10-23 | 1972-06-20 | Baker Equipment Eng Co Inc | Aerial personnel platform with proximity sensing system |
| US4590634A (en) * | 1984-12-20 | 1986-05-27 | The Boeing Company | Marine transfer device |
| US4979588A (en) * | 1990-02-12 | 1990-12-25 | Kidde Industries, Inc. | Overhead impact sensing system |
-
1990
- 1990-04-09 NL NL9000830A patent/NL9000830A/nl active Search and Examination
-
1991
- 1991-04-05 US US07/681,050 patent/US5098049A/en not_active Expired - Fee Related
Cited By (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US10146108B2 (en) | 2015-04-10 | 2018-12-04 | Chapman/Leonard Studio Equipment, Inc. | Balanced camera slider |
| US10151966B2 (en) | 2015-04-10 | 2018-12-11 | Chapman/Leonard Studio Equipment, Inc. | Balanced camera slider |
| EP3301069A1 (en) * | 2016-09-30 | 2018-04-04 | Chapman/Leonard Studio Equipment, Inc. | Balanced camera slider |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| US5098049A (en) | 1992-03-24 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL9000830A (nl) | Gebalanceerde draagarm. | |
| US5234203A (en) | Pneumatic spring for a vehicle seat | |
| EP0689412B1 (en) | Gas spring and apparatus and method for supporting a load | |
| RU2190382C2 (ru) | Механизм против опрокидывания для транспортного средства | |
| US5693039A (en) | Venous reservoir bag assembly | |
| US5810125A (en) | Active shock-absorbing seating system | |
| EP0021526B1 (en) | Ambulance | |
| FR2492317A1 (fr) | Dispositif hydraulique d'amortissement de chocs pour presse a decouper | |
| JPS595480B2 (ja) | 船外機 | |
| US5016909A (en) | Automobile suspension system | |
| DK164832B (da) | Vakuumventil til anvendelse i et sikringsanlaeg til formindskelse af faren for udslip fra skader under vandlinien paa tankskibe | |
| CA1043747A (en) | Overhead guard battery ballast | |
| NL8005986A (nl) | Op traagheid reagerende actueerinrichting voor veiligheidsgordelterugtrekinrichtingen. | |
| EP0055739A1 (en) | INCLINATION SYSTEM FOR A TRAIN VEHICLE. | |
| GB2195975A (en) | Tiltable stand for container | |
| JP3993429B2 (ja) | クレーン用免震装置 | |
| CN208692587U (zh) | 一种柜体防倾倒装置 | |
| US4426058A (en) | Pneumatic suspension for vehicle seat | |
| GB2156789A (en) | Guiding and arresting falling loads | |
| WO2001094151A1 (en) | Safety device for stabilising tipping vehicles | |
| CN116877631B (zh) | 一种具有抗震、抗摔功能的报警器 | |
| EP1846297B1 (en) | Bulk bag filler with hook latch mechanism | |
| FR2548996A1 (fr) | Dispositif de securite automatique evitant aux vehicules de travaux publics tracteurs ou autres de se renverser | |
| FR2464705A1 (fr) | Bati-porteur prenant appui sur une suspension reglable, en particulier pour brancards | |
| US2839627A (en) | Level sensitive switching means |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| BN | A decision not to publish the application has become irrevocable |