[go: up one dir, main page]

NL8301162A - Kunsthuid. - Google Patents

Kunsthuid. Download PDF

Info

Publication number
NL8301162A
NL8301162A NL8301162A NL8301162A NL8301162A NL 8301162 A NL8301162 A NL 8301162A NL 8301162 A NL8301162 A NL 8301162A NL 8301162 A NL8301162 A NL 8301162A NL 8301162 A NL8301162 A NL 8301162A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
polymer
layer
artificial skin
solution
polymer solution
Prior art date
Application number
NL8301162A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Delalande Sa
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Delalande Sa filed Critical Delalande Sa
Publication of NL8301162A publication Critical patent/NL8301162A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61FFILTERS IMPLANTABLE INTO BLOOD VESSELS; PROSTHESES; DEVICES PROVIDING PATENCY TO, OR PREVENTING COLLAPSING OF, TUBULAR STRUCTURES OF THE BODY, e.g. STENTS; ORTHOPAEDIC, NURSING OR CONTRACEPTIVE DEVICES; FOMENTATION; TREATMENT OR PROTECTION OF EYES OR EARS; BANDAGES, DRESSINGS OR ABSORBENT PADS; FIRST-AID KITS
    • A61F2/00Filters implantable into blood vessels; Prostheses, i.e. artificial substitutes or replacements for parts of the body; Appliances for connecting them with the body; Devices providing patency to, or preventing collapsing of, tubular structures of the body, e.g. stents
    • A61F2/02Prostheses implantable into the body
    • A61F2/10Hair or skin implants
    • A61F2/105Skin implants, e.g. artificial skin
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61LMETHODS OR APPARATUS FOR STERILISING MATERIALS OR OBJECTS IN GENERAL; DISINFECTION, STERILISATION OR DEODORISATION OF AIR; CHEMICAL ASPECTS OF BANDAGES, DRESSINGS, ABSORBENT PADS OR SURGICAL ARTICLES; MATERIALS FOR BANDAGES, DRESSINGS, ABSORBENT PADS OR SURGICAL ARTICLES
    • A61L27/00Materials for grafts or prostheses or for coating grafts or prostheses
    • A61L27/50Materials characterised by their function or physical properties, e.g. injectable or lubricating compositions, shape-memory materials, surface modified materials
    • A61L27/60Materials for use in artificial skin

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Transplantation (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Oral & Maxillofacial Surgery (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Dermatology (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • Heart & Thoracic Surgery (AREA)
  • Vascular Medicine (AREA)
  • Cardiology (AREA)
  • Biomedical Technology (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Medicinal Chemistry (AREA)
  • Epidemiology (AREA)
  • Materials For Medical Uses (AREA)
  • Prostheses (AREA)

Description

833035/vdV/kd/dw
Korte aanduiding: Kunsthuid.
De uitvinding heeft betrekking op een kunsthuid, die in het bijzonder kan worden toegepast bij de behandeling bij mens of dier, van brandwonden, huidaandoeningen, van gebieden waar de huid is weggenomen om te worden getransplanteerd of voor het bedekken van de 5 transplantaten zelf.
Meer in het bijzonder heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een kunsthuid die twee boven elkaar geplaatste lagen omvat.
Dergelijke huiden zijn reeds bekend uit de franse octrooi-schriften 2.077.361, 2.377.206 en 2.332.863. Deze octrooischriften heb-10 ben allen betrekking op huiden met twee lagen, waarvan een de uitwendige laag wordt genoemd, die . beschermt ten opzichte van uitwendige micro-organismen, maar geheel doorlaatbaar is voor gassen en andere dampen, in het bijzonder water, terwijl de andere laag, die in aanraking is met de wond, sponsachtig en celvormig is. Deze laatste laag is 15 bioresorberend in de huid volgens het Franse octrooischriften 2.377.205, terwijl zij het niet is in de twee andere hierboven genoemde octrooischriften, terwijl de laag volgens het Franse octrooischrift 2.077.361 voornamelijk dient om afscheidingsresten van de wond op te nemen.
Bij de vervaardiging van kunsthuiden volgens de hierbovenge-20 noemde octrooischriften wordt in het algemeen een hechtende tussenlaag of een hechtend lint toegepast om de twee, te voren onafhankelijk van elkaar vervaardigde, lagen te verenigen. De op onafhankelijke wijze te voren vervaardigde lagen kunnen eventueel worden samengevoegd door thermoplastisch samensmelten. Alle, aldus vervaardigde huiden bezitten in het 25 bijzonder het nadeel dat talrijke handelingen nodig zijn voor hun vervaardiging. Anderzijds is gebleken dat bepaalde kunsthuiden niet op industrieel bevredigende wijze volgens de hierbovengenoemde werkwijzen kunnen worden vervaardigd, daar de hechting tussen de twee lagen niet voldoende is of omdat een van beide lagen, op zichzelf, te zwak is om 30 te worden gehanteerd.
De uitvinding heeft nu betrekking op een kunsthuid die de nadelen van de bekende huiden niet bezit en op industriële wijze volgens een eenvoudige werkwijze kan worden verkregen.
De uitvinding heeft meer in het bijzonder betrekking op een 35 kunsthuid waarvan de beide lagen gelijktijdig kunnen worden verkregen.
830 1 1 6 2 1 , -2- * »
Voorts heeft de uitvinding betrekking op een kunsthuid die verbeterde mechanische eigenschappen bezit, en daardoor gemakkelijk kan worden gehanteerd.
Daarnaast heeft de uitvinding betrekking op een kunsthuid 5 die goed wordt verdragen door de mens.
De uitvinding heeft eveneens betrekking op een kunsthuid die een snelle heling van de wond mogelijk maakt.
De uitvinding heeft verder betrekking op een kunsthuid die gedurende meerdere dagen op de wond kan blijven, waardoor geen dagelijkse 10 vernieuwingen door het medisch personeel nodig zijn. De huid volgens de onderhavige uitvinding kan derhalve gedurende de gehele helingsperiode met de wond in aanraking blijven.
Meer in het bijzonder heeft de onderhavige uitvinding volgens een voorkeursuitvoeringsvorm, betrekking op een gemakkelijk te 15 verkrijgen kunsthuid waarvan de laag die in aanraking wordt gebracht met de wond resorberend is.
Men heeft nu een kunsthuid gevonden en dit vormt het onderwerp van de onderhavige uitvinding, die gekenmerkt is doordat hij is verkregen door het gelijktijdig uitgieten, op een drager, van twee 20 polymeeroplossingen op elkaar die na coagulatie en vrijmaken van de drager twee buigzame en afzonderlijke met ellaar verbonden lagen vormen.
De uitvinding wordt toegelicht aan de hand van de bijgevoegde tekening die schematisch een voorkeursvorm voor de industriële vervaardiging van een kunsthuid volgens de onderhavige uitvinding toont.
25 Om een kunsthuid volgens de onderhavige uitvinding te ver krijgen gaat men, onder verwijzing naar figuur 1, als volgt te werk.
Men brengt band (1) zonder einde, in het algemeen van een gepolijst metaal, met voordeel roestvrij staal, in beweging door bijvoorbeeld de cylindrische motor (2), terwijl de andere cylinders (3) dienen voor het 30 onder een hoek terugvoeren van de band en het mogelijk maken de in figuur 1 weergegeven kringloop te verkrijgen. Vanzelfsprekend kan deze kringloop een andere vorm bezitten. De band (1) gaat door een bad (4)dat in/ zich bevindt een houder (5), welk bad voor het coaguleren meestal bestaat uit water of water waaraan een oppervlakteaktief bevochtigingsmiddel 35 en/of eventueel een produkt zoals azijnzuur, in een hoeveelheid kleiner dan 15 gew.ft is toegevoegd. Wanneer de band (1) in beweging is, giet men hierop, met behulp van gietkoppen (6 en 7) achtereenvolgens de poly- 830 1 1 6 2
* A
-3- meeroplossingen (8 en 9) die de twee lagen (10 en 11) van de te vervaardigen kunsthuid gaan vormen, waarbij de gietkoppen (6, 7) zodanig zijn geplaatst dat de verkregen lagen (10, 11) boven elkaar worden aangebracht. Meer inhet bijzonder is een van de gietkoppen (6 of 7) 5 voor de andere (7 of 6) geplaatst. Dit is schematisch, vergroot in figuur 2 weergegeven die een langsdoorsnede is van het gedeelte van de volledige kringloop begrensd door de gemengde stippellijnen (12 en 13),. waarbij de dikte van de band 1 niet in deze doorsnede is weergegeven. De gietkoppen (6 en 7) zijn van elk bekend type en bezitten een langs-10 spleet in het gedeelte nabij de band (1), welke spleet loodrecht is geplaatst op de voortplantingsrichting van de band (1), weergegeven met de pijl. De breedte van de spleet van elke gietkop (6 en 7) kan de dikte van de lagen (10 en 11) van de op de band aangebrachte polymeeroplossin-gen (8 en 9) bepalen. Eventueel kan de dikte van de lagen (10 en 11) 15 van de polymeeroplossingen worden verkregen door vergroting van de afstand tussen het ondereinde van de gietkoppen (6 en 7) en de band 1.
De gietkoppen kunnmeen schraper omvatten om de dikte van de lagen aan te passen. Met voordeel wordt de polymeeroplossing (8) die de laag (10) met zeer geringe dikte van de huid vormt, eerst op de band (1) in 20 beweging aangebracht, waarbij de polymeeroplossing (9) op de laag (10) wordt aangebracht. In dat geval wordt de gietkop (6) die de polymeeroplossing (8) bevat voor de gietkop (7) geplaatst die de polymeeroplossing (9) bevat. De twee polymeeroplossingen (8 en 9) zijn aangebracht op de band (1) voordat deze laatste in het coagulatiebad dringt. Wanneer de 25 twee lagen (10 en 11) van de polymeeroplossing in het bad (4) dringen, vindt coagulatie plaatst. Ter plaatse van de cylinder (3 bis) maakt het samenstel (14), bestaande uit de twee gecoaguleerde lagen (10 en 11) zich vrij van de band (1) en wordt op de rol (15) opgerold zoals is weergegeven door de pijl. Aldus wordt de kunsthuid verkregen, en in het alge-30 meen zijn de dikten van de twee lagen (10 en 11) die het samenstel (14) vormen, kleiner dan die van de lagen (10 en 11) van de op de band (1) aangebrachte polymeeroplossingen. In de beschrijving wordt echter, ter vereenvoudiging, dezelfde nummering aangehouden om ofwel de lagen (10, 11) van de op de band (1) aangebrachte polymeeroplossingen, ofwel 35 de lagen (10, 11) van de huid, dat wil zeggen, van het samenstel (14) verkregen na coagulatie in het bad (4), aan te duiden.
Opgemerkt wordt dat het samenstel (14) met voordeel gaat door niet weergegeven wasbakken, geplaatst na bak (5) voordat het wordt 8301162 Λ % -4- opgerold op een opvangrol. Bovendien bevat de polymeeroplossing (9) met voordeel een gesuspendeerd poriënvormend middel en in dat geval dienen bij de uitgang van bak (5) wasbakken voor dit poriënvormende middel, dat bijvoorbeeld natriumchloride kan zijn, aanwezig te zijn.
5 Dit poriënvormende middel kan bij voorkeur bestaan uit calciumcarbonaat met goed gedefinieerde korrelgrootte en het samenstel (14) wordt dan met voordeel geleid in bakken die verdund azijnzuur bevatten (met een concentratie die in het algemeen ligt tussen 0,1 en 15 gew.%)* wat de porositeit vergroot en de verbinding tussen de poriën van deze laag (11), 10 wanneer de calciumcarbonaatsuspensie reageert met azijnzuur^bevordert. Met voordeel ligt de korrelgrootte van het toegepaste calciumcarbonaat tussen 4 en 20 micron en wordt het in de polymeeroplossing (9) in een zodanige hoeveelheid toegepast dat het overeenkomt met 2 tot 20 x de gewichtshoeveelheid van de polymeeroplossing (9). Eventueel kan het 15 samenstel (14) direkt op de cylinder (15) worden gerold tegelijk met een kunststofnet dat aldus tussen de windingen van het opgewikkelde samenstel (14) wordt aangebracht en men kan wassen door het opgewikkelde samenstel in de azijnzuuroplossingen te dompelen en daarna met water te wassen. De volgens de hierboven beschreven werkwijze verkregen huid 20 bevat twee buigzame en met elkaar, over hun gehele oppervlak, op afstand verbonden lagen.
De dikte van de op de band (1) aangebrachte lagen (10 en 11) wordt zodanig gekozen dat de verkregen kunsthuid een eerste laag (11) bezit die in aanraking wordt met de huid, waarvan de dikte ligt tussen 25 loo en 2500 micron, bij voorkeur tussen 200 en 1500 micron en een tweede laag (10), die en uitwendige bescherming vormt, waarvan de dikte ligt tussen 10 en 200 micron, bij voorkeur tussen 20 en 100 micron.
In het algemeen worden de polymeeroplossingen (8 en 9) op de band (1) aangebracht bij een temperatuur tussen 1 en 50°C en bij 50 voorkeur tussen 5 en 40°C. De temperatuur van het bad (4) ligt in het algemeen tussen 1 en 50°C en bij voorkeur tussen 5 en 40° C. Niet in de figuur weergegeven inrichtingen maken het eventueel mogelijk het bad continu te vernieuwen waarbij voor het homogeniseren wordt geroerd.
Evenzo strijken, wanneer de band (1) het bad verlaat (niet weergegeven)^ 55 schrapers van rubber met voordeel over de twee vlakken om de vloeistof van het bad zo veel mogelijk vast te houden en terug te brengen in het vat (5). Bij de aandrijfcylinder (2) wordt de band (1) met voordeel 83 0 1 1 6 2 -5- gedroogd door elke geschikte inrichting (niet weergegeven).
De polymeeroplossingen (8 en 9) worden zodanig gekozen dat de verkregen kunsthuid een eerste laag (11) bevat, die in aanraking wordt gebracht met de wond, waarvan de struktuur celvormig en poreus is, 5 waarbij de diameter van de poriën in het algemeen ligt tussen 10 en 100 micron, waarbij de porositeit ligt tussen 70 en 95¾. De porositeit wordt gedefinieerd als de verhouding (vermenigvuldigd met 100) tussen het volume van de poriën en het volume van de poriën + het volume van het polymeer van deze eerste laag (11) van de kunsthuid. Bij voorkeur wordt de polymeer-10 oplossing (9) zodanig gekozen dat men een kunsthuid kan verkrijgen waarvan de laag (11) bioresorberend is tijdens het helen van de wond. De polymeeroplossing 8 wordt met voordeel zodanig gekozen dat de verkregen kunsthuid een tweede laag 10 bezit met een selektieve permeabiliteit die: - het verwijderen van serumvocht onder behoud van eiwitten van de wond, 15 _de bescherming vande wond tegen uitwendige micro-organismen, zoals microben, virussen, gisten of wild vlees, - het handhaven van een voldoende vochtigheid van de wond om het vernieuwen van de vezels mogelijk te maken, bevordert.
Een doorsnede van deze laag (10) bezit een dicht uiterlijk 20 onder de microscoop (vergroting 200).
Het polymeer in de oplossing (9) wordt met voordeel gekozen uit de polymeren op basis van polyaminozuren. Deze polymeren zijn derhalve in het algemeen polymeren of copolymeren van^-aminozuren en -aminozuren die een andere eventueel veresterde carboxylgroep bevatten.
25 De bereiding van dergelijke macromoleculaire stoffen is algemeen bekend, bijvoorbeeld uit "Synthetic Polypeptides" van Bamford, Elliot and Hauby, Academic Press, New-York (1956) en uit Advances in Protein Chemistry 13, 243 en volgende bladzijden (1958). Als esters van aminodizuren kan men in het bijzonder de alkylesters toepassen, bijvoor-30 beeld van lagere alkylgroepen (methyl, ethyl). De -aminodizuren zijn bijvoorbeeld glutaminezuur en asparaginezuur.
Het polymeer in de oplossing (9) is bij voorkeur een copoly-mere van L-leucine en asparaginezuurester. Het molpercentage van L-leucine ligt in het algemeen tussen 30 en 70^ waarbij de rest van het copolymeer 35 het veresterde dizuur bevat. Dergelijke copolymeren bezitten met voordeel een op 2 g/1 herleide specifieke viscositeit, gemeten bij 25°C in di-chloorazijnzuur, ligt tussen 20 en 100 ml/gram en bij voorkeur tussen 30 en 70 ml/gram.
8301162 -6-
Voor de bereiding van dit copolymeer bereidt men eerst de N-carboxyanhydriden (NCA) van leucine en van de ester van het 0( aminodizuur (waarbij de COOH-groep op de 0( plaats niet is veresterd) door inwerking van fosgeen op de vrije aminozuurgroepen van deze verbindingen. Daarna laat men de N- carboxyanhydriden copolymeriseren in tegenwoordigheid van polymerisatiekatalysator, bijvoorbeeld, natrium-hydride en/of triethylamine. Wanneer men uitgaat van benzyl-asparagine-zuur voert men daarna met voordeel een herestering van het verkregen copolymeer uit om de benzylgroep te vervangen door methylgroep. Men kan eveneens alle estergroepen van het copolymeer of een gedeelte daarvan hydrolyseren daar dit asparaginezuurgroepen in de macromoleculaire keten bevat. Met voordeel bevat het copolymeer een molaire hoeveelheid van minder dan 15¾ asparaginezuurgroepen en minder dan 5¾ benzylester die niet is onderworpen aan herestering.
De voor de bereiding van de polymeeroplossing (9) toegepaste oplosmiddelen zijn met voordeel organische oplosmiddelen, of mengsels van oplosmiddelen, gekozen in het bijzonder uit dimethylformide (DMF) N-methylpyrrolidon (NMP), dimethylaceetamide (DMAC), en tetrahydrofuran (THF). De concentratie van de polymeeroplossing (9) ligt met voordeel tussen 1 en 20 gew. %, bij voorkeur tussen 2 en 15¾ van het polymeer.
Het polymeer van de oplossing (8) is niet bioresorberend en wordt bijvoorbeeld gekozen uit de homopolymeren van acrylonitril of uit de polymeren of mengsels van polymeren die in hun macromoleculaire keten repeterende groepen bezitten afkomstig van de polymerisatie van acrylonitril en monomeren die sulfonzuurgroepen bevatten en/of van de polymerisatie van acrylonitril en monomeren die quaterniseerbare tertiare stikstofatomen bevatten.
Als polymeren op bais van acrylonitril en sulfonzuurmonomeer kunnen ter toelichting worden genoemd die welke worden verkregen door copolymerisatie van acylonitril met vinylsulfonzuur, propeen-1 sulfon-zuur-1, allylsulfonzuur, methallylsulfonzuur, allyloxyethylsulfonzuur, buteen-2 en buteen-3 sulfonzuur, hexeensulfonzuur, in het bijzonder hexeen-l-sulfonzuur; methylbuteensulfonzuur, methallyloxyethylsulfonzuur, allyloxy-3-propanol-2-sulfonzuur-l, allylthioethylsulfonzuur, allylthio- 3-propanol-2-sulfonzuur-l ; vinylbenzeensulfonzuren bijvoorbeeld vinyl- 3-benzeen-sulfonzuur-l ; vinyloxybenzeensulfonzuren bijvoorbeeld vinyl-oxy-2 en vinyloxy-4-benzeensulfonzuur-l ; isopropenylbenzeensulfonzuren f 8301162 * ** -7- bijvoorbeeld isopropenyl-2 en isopropenyl-4-sulfonzuur-l ; broomvinyl-benzeensulfonzuren bijvoorbeeld broom-2 en broom-4-vinyl-3-benzeensulfon-zuur-1 ; (A -methylstyreensulfonzuren, -ethylstyreen-sulfonzuren, isopropenylcumeensulfonzuren ; mono, di- en trihydroxyvinylbenzeen-sulfon-5 zuren ; dichloor-2,5-vinylbenzeensulfonzuren-l, isopropenylnaftaleen-sulfonzuren, vinyldichloornaftaleensulfonzuren ; o- en p-allylbenzeensul-fonzuren ; o- en p-methallylbenzeensulfonzuren ; (o- en p-isopropenylfenyl) -4-n-butaan-sulfonzuren-l ; vinylchloorfenylethaansulfonzuren ;o- en p-allyloxybenzeen-sulfonzuren ; o- en p-metallyloxybenzeensulfonzuren ; 10 vinylhydroxyfenylmethaan-sulfonzuren ; vinyltrihydroxyfenylethaansulfon-zuren j^Isopropyl-1-ethyleen-sulfonzuur , (eventueel omgezet in een zout).
In deze polymeren ligt de hoeveelheid van de groepen afkomstig van acrylonitril in het algemeen tussen 40 en 99%, en bij voorkeur tussen 60 en 96% (gewichts procenten ten opzichte van het totale gewicht van 15 het copolymeer). Als kenmerkende voorbeelden van dergelijke copolymeren kunnen de copolymeren van acrylonitril met methallylsulfonzuur of zijn zouten worden genoemd, waarvan de bereiding is beschreven in het Franse octrooischrift 2.076.854.
Als polymeren op basis van acrylonitril en een monomeer met 20 een tertiair stikstofatoom, kunnen ter toelichting worden genoemd welke ' worden verkregen door copolymerisatie van acrylonitril met vinyldimethyl- amine, allyldimethylamine^/diméthylamino-l-propeen, 2-dimethylamino-l propeen» l-dimethylamino-2 buteen, 4-dimethylamino»l-buteen, 3-dimethyl- amino-l-buteen-3- dimethylamino-2imethyl-l' propeen , methylethylallyl- 25 amine, vinyldiethylamine,5-dimethylamino-1 penteen ,4- dimethylaminc, 3- methy1-1-buteen, -x methyl-propylallylamine, allyldiethylamine,/Élmethyl- amino-^-hexeen, ethylvinylbutylamine, allyldiisopropylamine,/^ïmethy1- amino-2-propyl-l penteen, allyldibutylamine, dialkylaminostyreen, in het bijzonder dimethylamino styreen en diethylaminostyreen, vinylpyridi- 2- 3- 30 nen, in het bijzonder N-vinylpyridine/vinyl pyridine/ vinyl pyridine, /n.nyl pyridine of hun substitutiederivaten zoals^methyl 2- vinyl pyridine,/ethyl-2 vinyl- pyridine/Inethyl vinyl pyridine/^dilnethyl- 2- vinyl- pyridine, N-vinylcarbazool,/vinyl -pyrimidine,/vinyl -benzi-midazool.
35 In deze polymeren ligt de hoeveelheid groepen, afkomstig van acrylonitril, in het algemeen tussen 40 en 99%, en bij voorkeur tussen 60 en 96 gew.% (gew. procenten ten opzichte van het totale gewicht van het copolymeer).
ft 8301162 * -8-
De quaterniserende middelen voor de tertiaire aminogroepen alsmede de behandelingsvoorwaarden zijn beschreven in de literatuur.
In het algemeen past men esters van anorganische zuren toe, zoals de alkylhalogeniden, cyclo-alkylhalogeniden of aralkylhalogeniden. Bij 5 voorkeur bevatten de alkyl-, cycloalkyl- en aralkylgroepen ten hoogste 14 koolstofatomen. Als voorbeeld van dergelijke quaterniserende middelen kunnen de methyl-, ethyl-, propyl-, cyclohexyl- of benzylchloriden, -bromiden, en -jodiden, dimethyl- of diethylsulfaat worden genoemd.
De copolymeren met sulfonzuurgroepen of met quaternaire 10 ammoniumgroepen, die hierboven zijn beschreven, zijn onoplosbaar in water ( oplosbaarheid in het algemeen kleiner dan 1 gew.?ó) bij kamertemperatuur, terwijl zij oplosbaar zijn in organische oplosmiddelen of mengsels van oplosmiddelen. De ter bereiding van de polymeeroplos-sing (8) toegepaste oplosmiddelen zijn derhalve organische oplosmiddelen 15 of mengsels van organische oplosmiddelen, die bij voorkeur polair en aprotisch zijn, in het bijzonder worden gekozen uit dimethylformamide, N-mtehylpyrrolidon en dimethylaceetamide.
De concentratie van de polymeeroplossing (8) ligt in het algemeen tussen 1 en 50¾ van het copolymeer, en bij voorkeur tussen 5 20 en 40¾.
De polymeeroplossing (8) kan bovendien een mengsel van een polymeer bevatten dat in de macromoleculaire keten groepen bezit die afkomstig zijn van de copolymerisatie van acrylonitril en een monomeer met sulfonzuurgroep en van een polymeer dat in de macromoleculaire keten 25 groepen bezit die afkomstig zijn van de copolymerisatie van acrylonitril en een monomeer met tertiare stikstof die men kan quaterniseren, zoals die welke hierboven zijn beschreven. Dergelijke bi-ionogene polymeren zijn beschreven in het Franse octrooischrift nr. 2.144.922.
De kunsthuid volgens de onderhavige uitvinding wordt met 30 voordeel in stukken met voor klinisch gebruik praktische afmetingen gesneden en wordt in het algemeen bewaard in vochtige toestand na te zijn behandeld met een hydrofiel toevoegsel zoals bijv. glycerol of bij voorkeur polyethyleenglycol met een molgewicht dat bijvoorbeeld ligt tussen 300 en 1000. Deze impregneringsbehandeling met een hydro-35 fiel toevoegsel kan bijvoorbeeld plaatsvinden in bakken, juist voordat de huid (14) op de opvangrol (15) wordt opgerold.
VOORBEELD
830 1 1 6 2 -9-
# -** I
Men vervaardigt continu een kunsthuid onder toepassing van de hierboven aan de hand van de figuren, beschreven inrichting.
De in de gietkop (6) aangebrachte polymeeroplossing is een oplossing van 19,6¾ acrylonitril-natriummetallylsulfonaatcopolymeer 5 in dimethylformamide, die 0,6 equivalent SO^ groepen/kg bevat en waarvan de op 5 g/1 in de dimethylformamide (dat 4,25 g per liter natriumnitraat bevat) herleide specifieke viscositeit bij 25°C 200 ml/g bedraagt.
Dit copolymeer bevat 90,5 gew^ groepen die afkomstig zijn van acryloni- tril.
10 De in de gietkop (7) gebrachte polymeeroplossing (9) bevat: - 8 g van een polycondensaat van leuceine en de methylester van asparagine-zuur (molaire verhouding 62/38, waarvan de bij 25°C in dichloorazijnzuur op 2 g/1 herleide specifieke viscositeit 50 ml/g bedraagt).
15 - 1Q8 g N-methylpyrrolidon, - 132 g tetrahydrofuran, - 80 g calciumcarbonaat (korrelgrootte 12 micron).
Met de gietkop (6) kan men op de band (1), van roestvrij staal met een dikte van 0,5 mm, een laag (10) met een dikte van 100 micron af-20 zetten, terwijl men met de gietkop (7) op de laag (10), een laag (11) met een dikte van 400 micron kan afzetten. De plaats van de gietkop (7) is zodanig dat de twee lagen (10,11) 12 sec. in aanraking zijn voordat zij in het coagulatiebad (4) worden ondergedompeld.
De lengte van de band is 20 cm en de lengte van de lagen 25 <Ί0 en 11) is 16 cm, wat overeenkomt met de lengte van de spleet van de gietkoppen ^6 en 7).
Het coagulatiebad (4) is een oplossing met 1¾ (volume/volume) azijnzuur en 0,2¾ (volume/volume) "Decon 90" die wordt gehouden op 20°C.
"Decon 90" wordt in de handel gebracht door de firma PR0LAB0 (nr. 23 280 30 in de katalogus 1975) en is een waterige oplossing van kaliumhydroxyde, triethanolamine, natriumcitraat, natriumlaurylethoxysulfaat, gepolyoxy-ethyleneerdealkylfenol en alkylbenzeensulfonzuur.
De polymeer oplossingen (8 en 9) bezitten een temperatuur van 20°C in de gietkoppen (6,7).
35 De in het bad (4) ondergedompelde lengte van de band (1) be draagt 1 meter, de voortplantingssnelheid van de band is geregeld op 0,25 meter/minuut zodat de coagulatietijd voldoende is.
8301162 -10- / Het samenstel (14) u/ordt verzameld op de cilinder (15) bij de uitgang van het coagulatiebad, nadat het is vrijgemaakt van de drager-band in (3 bis).
Het samenstel (14) wordt daarna opgerold op cilinder (15) 5 en drie. uren ondergedompeld in een zelfde oplossing als die van het hierboven beschreven coagulatiebad (4).
Daarna wordt het samenstel (14) twee uren gewassen met gedestilleerd water.
Het samenstel (14) wordt dan verdeeld in elementen met een 10 lengte van 20 cm en een breedte van 14 cm en geïmpregneerd met een 80/20 (volume) mengsel van polyethyleenglycol met molgewicht 300 en oplossing PBS/nrv 83501 uit de BI0MERIEUX katalogus. PBS is een waterige oplossing die de volgende bestandelen bevat: - NaCl 8 g/1 15 - KC1 0,2 g/1 - CaCl2, 2H20 0,132 g/1 - MgCl2, 6H20 0,100 g/1 - Na2HP04, 2H20 1,441 g/1 - HK2P04 0,2 g/1 20 Het uiteindelijke produkt wordt met voordeel aangeboden in een ondoordringbaar, door warmte dichtgelast en door gamma straling (2,5 megarad) gesteriliseerd zakje.
De aldus verkregen kunsthuid bevat een uitwendige laag (10), van acrylonitrilcopolymeer waarvan de dikte 65 micron bedraagt, en waarvan 25 het uiterlijk onder de microscoop (vergroting 200) dicht is en een bio-resorberende laag (ll), waarvan de dikte 280 micron bedraagt en waarvan de poriëndiameter varieërt van 20 tót 60 micron.
De aldus vervaardigde kunsthuid bezit een permeabiliteit ten opzichte van waterdamp van 1,35 l/jmz (bij 22°C, vochtigheid 60¾) 30 en een debiet ten opzichte van water onder een differentiële druk van 2 bar van 1.150 1/jm^.
Monsters van deze gesteriliseerde kunsthuid zijn bij 49 patiënten aangebracht op zones waarbij de huid was weggenomen voor transplantatie bij dezelfde patiënt. Uit deze klinische proeven blijkt dat de 35 verdraagzaamheid zeer goed is en in het bijzonder is geen enkele allergi- 830 1 1 6 2 * a -11- sche reaktie waargenomen. De kunsthuid is gedurende de gehele helings-periode van de plaats waar het transplantaat was weggenomen op elke patient gelaten. Na afloop van de helingsperiode werd waargenomen dat de bioresor-berende laag (11) volledig was verdwenen. De onderzoekers benadrukken het 5 feit dat de gebieden waar de transplantaten waren weggenomen in enkele uren, volgens de uitvinding, niet meer pijnlijk waren in tegenstelling tot hetgeen gewoonlijk plaatsvindt. Bij de twee reeksen onderzochte zieken is bij de meeste zieken een vermindering van 3 tot 4 dagen van de gemiddelde tijd die gewoonlijk voor het helen nodig is waargenomen. Na 10 heling werd een gebied verkregen met goede kwaliteit en zeer bevredigend uiterlijk.
Hoewel hierboven beschreven kunsthuid is verkregen door direkt de polymeeroplossing (8) uit te gieten op de drager (1), d.w.z. op de bewegende metaalband, treedt men vanzelfsprekend niet buiten het kader der 15 uitvinding wanneer men de polymeeroplossing (8) uitgiet op een weefsellint of een niet-geweven poreus lint, dat dezelfde voortplantingssnelheid en vrijwel dezelfde breedte bezit als de band (1). Dit lint met zeer kleine dikte (ongeveer 20 tot 60 micron) kan bestaan uit polypropeen, polyester of in het bijzonder polyamide. Het wordt gedragen door de band (1) 20 tijdens de afzetting van de polymeeroplossingen (8 en 9) en vormt een integraal geheel met de verkregen kunsthuid nadat deze laatste is vrijgemaakt van de band (1) in het met (3 bis) aangegeven punt. Met voordeel bevindt dit lint zich slechts op de tweede laag (10) van de verkregen huid waarvan het de mechanische weerstand versterkt.
25 Anderzijds kan men eventueel de polymeeroplossing (8) uitgie ten op een foelie die rust op de band (1) en daarmee (met dezelfde snelheid) voortbeweegt, welke foelie daarna van de verkregen kunsthuid (14) wordt gescheiden.
Een voordelige variant van de werkwijze rolt men de huid (14) 30 niet op een opvangrol (15) en voert men continu in opeenvolgende bakken de coagulatie-, onderdompel-, was-, en impregneringsbehandelingen uit, gevolgd door (na de bakken) het in stukken snijden en conditioneren van de huid.
8301162

Claims (10)

1. Kunsthuid, die in het bijzonder kan «/orden toegepast bij de behandeling van brandwonden en aandoeningen, met het kenmerk, dat zij is verkregen door het gelijktijdig op elkaar uitgieten op een drager (1) van twee polymeer oplossingen (8 en 9) die na coagulatie in een 5 bad (4) en vrijmaken van de drager (1), twee buigzame en afzonderlijke met elkaar verbonden lagen, (10,11) vormen.
2. Kunsthuid volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat de polymeeroplossingen zodanig gekozen zijn dat de huid bestaat uit: - een eerste laag (11) die in aanraking wordt gebracht met de wond, resor-10 berend in het organisme, biologisch afbreekbaar, celvormig, hygroscopisch is, met elkaar in verbinding staande cellen bevat, sponsachtig en voor vloeistoffen doorlaatbaar is, - een tweede laag (10), die een uitwendige bescherming vormt, die doorlaatbaar is voor gassen, doch een voldoende vochtigheid handhaaft en 15 uitwendige pathogene micro-organismen tegenhoudt.
3. Kunsthuid volgens conclusie 2,met het kenmerk, dat: - de polymeer oplossing (9), waarmee de eerste laag (11) kan worden verkregen, voornamelijk bestaat uit een polymeer of een copolymeer van
20 Cl-aminozuren, - de polymeeroplossing (8), waarmee de tweede laag (10) kan worden verkregen, voornamelijk bestaat uit een polymeer dat wordt gekozen uit de homopolymeren van acrylonitril of uit de polymeren of mengsel van polymeren die in hun makromoleculaire keten repeterende groepen bevatten die 25 afkomstig zijn van de polymerisatie van acrylonitril en monomeren die sulfonzuurgroepen bevatten en/of van de polymerisatie van acrylonitril en monomeren die quaterniseerbare tertiaire stikstofatomen bevatten.
4. Kunsthuid volgens conclusie 3,met het kenmerk, dat de polymeeroplossing (9) waarmee de eerste laag (11) wordt verkregen 30 een polycondensaat bevat van leucine en asparaginezuur, waarvan de car-boxylgroep die het verst verwijderd is van de aminogroep, tenminste gedeeltelijk, veresterd is met een methylgroep, en de polymeeroplossing (8), waarmee de tweede laag (10) kan worden verkregen, een polymeer bevat dat is verkregen door copolymerisatie van acrylonitril en natriummethal-35 lylsulfonaat. 8301162 -13-
5. Kunsthuid volgens conclusie. 2-4, met het kenmerk, dat de polymeeroplossing (8), waarmee de laag (10) kan worden verkregen een polymeer bevat waarvan de hoeveelheid, van acrylonitril afkomstige groepen, groter is dan 40 gew. 5o, ten opzichte van het totale gewicht 5 van het polymeer.
6. Kunsthuid volgens conclusie 2-5, met het kenmerk, dat de polymeeroplossing (9), waarmee de eerste laag (11) kan worden verkregen een poriënvormend middel bevat in zodanige hoeveelheid dat het overeenkomt met 2-20 keer het gewicht van het polymeer van deze oplossing.
7. Kunsthuid, volgens één of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de polymeeroplossing (9) als poriënvormend middel calciumcarbonaat bevat en het coagulatiebad (4) een waterige oplossing is die tussen 0,1 en 15 gew. % azijnzuur bevat.
8. Kunsthuid volgens één of meer der voorgaande conclusies, 15 met het kenmerk, dat de polymeeroplossingen (8 en 9) op een bewegende band (1) zonder einde zijn uitgegoten.
9. Kunsthuid volgens conclusie 2-8, met het kenmerk, dat de polymeeroplossing (8) 1 tot 50 gew. % polymeer, de polymeer oplossing (9) 1-20 gew. % polymeer bevat, de oplossing (8) waaruit de uit- 20 wendige laag (10) van de huid kan worden gevormd, op de drager (1) wordt gegoten en de oplossing (9) op de laag (10) wordt gegoten die wordt afgezet op de drager (1).
10. Kunsthuid volgens één of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de polymeeroplossingen (8 en 9) op een 25 op de drager (1) aangebrachte versterkingslint worden gegoten, welk lint een geheel vormt met de verkregen huid nadat deze is vrijgemaakt van de drager (1). 8301162
NL8301162A 1982-03-31 1983-03-31 Kunsthuid. NL8301162A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
FR8205554 1982-03-31
FR8205554A FR2524304B1 (fr) 1982-03-31 1982-03-31 Peau artificielle

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8301162A true NL8301162A (nl) 1983-10-17

Family

ID=9272610

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8301162A NL8301162A (nl) 1982-03-31 1983-03-31 Kunsthuid.

Country Status (19)

Country Link
JP (1) JPS58185151A (nl)
KR (1) KR850000955A (nl)
AU (1) AU1300083A (nl)
BE (1) BE896300A (nl)
CH (1) CH653883A5 (nl)
DE (1) DE3310787A1 (nl)
DK (1) DK146183A (nl)
ES (1) ES8403314A1 (nl)
FI (1) FI830887A7 (nl)
FR (1) FR2524304B1 (nl)
GB (1) GB2118068B (nl)
GR (1) GR77982B (nl)
IL (1) IL68252A0 (nl)
IT (1) IT1160766B (nl)
LU (1) LU84723A1 (nl)
NL (1) NL8301162A (nl)
NO (1) NO831107L (nl)
SE (1) SE8301595L (nl)
ZA (1) ZA832034B (nl)

Families Citing this family (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0227955A3 (en) * 1982-07-21 1987-11-25 University of Strathclyde Composite wound dressing
FR2577133A1 (fr) * 1985-02-13 1986-08-14 Tpo Pharmachim Succedane temporaire de la peau humaine
JPH0511906U (ja) * 1991-07-29 1993-02-19 コーリン電子株式会社 圧脈波検出用センサの装着用シート
SE9602200D0 (sv) * 1996-06-03 1996-06-03 Astra Ab Wound dressing
DE19912648A1 (de) * 1999-03-20 2000-09-21 Aesculap Ag & Co Kg Flächiges Implantat, Verfahren zu seiner Herstellung und Verwendung in der Chirurgie
US7041868B2 (en) 2000-12-29 2006-05-09 Kimberly-Clark Worldwide, Inc. Bioabsorbable wound dressing

Family Cites Families (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR1325602A (fr) * 1959-12-17 1963-05-03 Parachem Corp Méthode et appareil pour la production des films antiseptiques et films ainsi obtenus
US3399671A (en) * 1966-02-01 1968-09-03 Kendall & Co Spray coated absorbent dressing
GB1183951A (en) * 1967-05-01 1970-03-11 Parachem Corp Dressing for Wound
US3800792A (en) * 1972-04-17 1974-04-02 Johnson & Johnson Laminated collagen film dressing
DE2508416A1 (de) * 1975-02-27 1976-09-09 Battelle Institut E V Verwendung einer membran fuer medizinisch-biologische zwecke
CH625702A5 (nl) * 1977-01-18 1981-10-15 Delalande Sa

Also Published As

Publication number Publication date
IT1160766B (it) 1987-03-11
NO831107L (no) 1983-10-03
FI830887A0 (fi) 1983-03-17
ES520940A0 (es) 1984-03-16
FI830887L (fi) 1983-10-01
CH653883A5 (fr) 1986-01-31
FI830887A7 (fi) 1983-10-01
GR77982B (nl) 1984-09-25
ZA832034B (en) 1983-12-28
AU1300083A (en) 1984-10-04
DK146183D0 (da) 1983-03-30
IT8320294A0 (it) 1983-03-25
GB8308735D0 (en) 1983-05-11
SE8301595L (sv) 1983-10-01
KR850000955A (ko) 1985-03-14
LU84723A1 (fr) 1984-11-14
FR2524304B1 (fr) 1985-06-14
GB2118068B (en) 1985-11-06
ES8403314A1 (es) 1984-03-16
DE3310787A1 (de) 1983-10-13
IL68252A0 (en) 1983-06-15
DK146183A (da) 1983-10-01
GB2118068A (en) 1983-10-26
FR2524304A1 (fr) 1983-10-07
JPS58185151A (ja) 1983-10-28
SE8301595D0 (sv) 1983-03-23
BE896300A (fr) 1983-09-29

Similar Documents

Publication Publication Date Title
op‘t Veld et al. Thermosensitive biomimetic polyisocyanopeptide hydrogels may facilitate wound repair
Yue et al. Grafting of zwitterion from polysulfone membrane via surface-initiated ATRP with enhanced antifouling property and biocompatibility
Higuchi et al. Chemically modified polysulfone hollow fibers with vinylpyrrolidone having improved blood compatibility
US4810384A (en) Hydrophilic PVDF semipermeable membrane
Nojiri et al. Blood compatibility of PEO grafted polyurethane and HEMA/styrene block copolymer surfaces
Ye et al. Novel cellulose acetate membrane blended with phospholipid polymer for hemocompatible filtration system
KR100284911B1 (ko) 친수성 재료 및 그것을 사용한 반투막
US4075108A (en) Polycarbonate membranes and production thereof
JPWO1995007719A1 (ja) 創傷被覆用材料および創傷被覆用組成物
FI59114C (fi) Foer medicinska aendamaol anvaendbar svagt tvaerbunden hydrogelsampolymer och foerfarande foer dess framstaellning
JPS61113459A (ja) 血液透析用透析膜
CN105308137A (zh) 具有抑制生物物质附着的能力的离子络合材料及其制造方法
WO1995007719A1 (en) Wound covering material and wound covering composition
JPH09511168A (ja) 熱可塑性ヒドロゲル含浸複合材料
NL8301162A (nl) Kunsthuid.
Shibuta et al. Synthesis of novel polyaminoetherurethaneureas and development of antithrombogenic material by their chemical modifications
CA1107467A (en) Polycarbonate membranes for use in hemodialysis
JP2005281665A (ja) 生体適合性を有する樹脂
Venault et al. Stimuli-responsive and hemocompatible pseudozwitterionic interfaces
JP7616203B2 (ja) 生体物質付着抑制剤
Xu et al. Phospholipid based polymer as drug release coating for cardiovascular device
US4308145A (en) Relatively thick polycarbonate membranes for use in hemodialysis
JP2011084595A (ja) フッ素含有エチレンオキサイド共重合体
Paul et al. Polyacrylonitrile‐reinforced poly (vinyl alcohol) membranes: Mechanical and dialysis performance
Gérard et al. Surface modification of polypropylene nonwovens with LDV peptidomimetics and their application in the leukodepletion of blood products

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed