[go: up one dir, main page]

NL8203892A - DEVICE FOR SUPPORTING AN AGRICULTURAL MACHINE. - Google Patents

DEVICE FOR SUPPORTING AN AGRICULTURAL MACHINE. Download PDF

Info

Publication number
NL8203892A
NL8203892A NL8203892A NL8203892A NL8203892A NL 8203892 A NL8203892 A NL 8203892A NL 8203892 A NL8203892 A NL 8203892A NL 8203892 A NL8203892 A NL 8203892A NL 8203892 A NL8203892 A NL 8203892A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
wheels
tractor
coupled
lifting
agricultural machine
Prior art date
Application number
NL8203892A
Other languages
Dutch (nl)
Original Assignee
Lely Nv C Van Der
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Lely Nv C Van Der filed Critical Lely Nv C Van Der
Priority to NL8203892A priority Critical patent/NL8203892A/en
Priority to FR838315863A priority patent/FR2534110B1/en
Priority to IT23171/83A priority patent/IT1171721B/en
Priority to DE3336313A priority patent/DE3336313C2/en
Priority to GB08326745A priority patent/GB2128066B/en
Publication of NL8203892A publication Critical patent/NL8203892A/en
Priority to NL9301889A priority patent/NL9301889A/en

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01BSOIL WORKING IN AGRICULTURE OR FORESTRY; PARTS, DETAILS, OR ACCESSORIES OF AGRICULTURAL MACHINES OR IMPLEMENTS, IN GENERAL
    • A01B51/00Undercarriages specially adapted for mounting-on various kinds of agricultural tools or apparatus
    • A01B51/04Undercarriages specially adapted for mounting-on various kinds of agricultural tools or apparatus drawn by animal or tractor

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Soil Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Agricultural Machines (AREA)
  • Soil Working Implements (AREA)

Description

%%

VV

C. van der Lely N.V, Maasland "Inrichting voor het ondersteunen van een landbouwmachine"C. van der Lely N.V, Maasland "Device for supporting an agricultural machine"

De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het althans gedeeltelijk ondersteunen van een landbouwmachine.The invention relates to a device for at least partially supporting an agricultural machine.

Volgens de uitvinding is de inrichting voorzien van ten minste één wiel en van bevestigingsmiddelen waarmede de 5 inrichting aan de hef inrichting van een trekker of dergelijk voertuig gekoppeld kan worden, waarbij de inrichting verder een een hef or gaan omvattende aankoppelinrichting bezit waaraan de landbouwmachine gekoppeld kan worden.According to the invention the device is provided with at least one wheel and with mounting means with which the device can be coupled to the lifting device of a tractor or the like vehicle, the device further comprising a coupling device comprising a lifting device to which the agricultural machine can be coupled turn into.

Volgens de uitvinding wordt een ondersteunings-10 inrichting voor een landbouwmachine verkregen zodanig dat het gewicht daarvan op gunstige wijze op de grond overgebracht kan worden, zodat bij het voortbewegen van de landbouwmachine geen diepe ongewenste wielsporen ontstaan en de grondstructuur praktisch niet wordt bedorven.According to the invention, a support device for an agricultural machine is obtained such that its weight can be transferred to the ground in a favorable manner, so that no deep undesired wheel tracks are formed during the advancement of the agricultural machine and the ground structure is practically not spoiled.

15 Een gunstige constructie van de inrichting volgens de uitvinding wordt verkregen wanneer de aankoppelinrichting ten minste één draagarm omvat die scharnierend aan het gestel van de inrichting is aangebracht. Op deze wijze kan de aan te koppelen landbouwmachine in hoogterichting ten 20 opzichte van de inrichting ingesteld worden.A favorable construction of the device according to the invention is obtained when the coupling device comprises at least one carrying arm which is hinged to the frame of the device. In this way the agricultural machine to be coupled can be adjusted in height direction relative to the device.

Volgens de uitvinding is een inrichting van de in de aanhef genoemde soort voorzien van een rij wielen met luchtbanden die zich over een breedte uitstrekken van ongeveer 3 meter. Op deze wijze kan een groot gewicht via de 25 wielen van de inrichting op de grond overgebracht worden zodanig dat slechts een geringe gronddruk per oppervlakte-eenheid op de grond drukt. Hierdoor zullen de wielen nauwelijks insporen in de grond zodat de grondstructuur niet ongunstig wordt beïnvloed.According to the invention, a device of the type mentioned in the preamble is provided with a row of wheels with pneumatic tires which extend over a width of approximately 3 meters. In this way a large weight can be transferred to the ground via the wheels of the device, such that only a small ground pressure per unit area presses on the ground. As a result, the wheels will barely penetrate the ground, so that the ground structure is not adversely affected.

30 Een gunstige constructie wordt hierbij verkregen wanneer het wiel van een lagedrukband is of de wielen van lagedrukbarden zijn voorzien.A favorable construction is hereby obtained when the wheel is of a low-pressure tire or the wheels are provided with low-pressure bars.

Bij een verdere constructie van de inrichting volgens de uitvinding is deze voorzien van een orgaan waarmede een 35 kracht uitgeoefend kan worden, zodanig dat althans een deel 8203892In a further construction of the device according to the invention, it is provided with a member with which a force can be exerted, such that at least a part 8203892

«V«V

* ίί* 2 van het gewicht van de trekker waaraan de inrichting koppelbaar is op de inrichting is over te brengen. Hierdoor kan ook de wieldruk van de trekker op de grond verminderd worden zodat insporing van de trekkerwielen verminderd 5 kan worden.* ίί * 2 of the weight of the tractor to which the device can be coupled can be transferred to the device. As a result, the wheel pressure of the tractor on the ground can also be reduced, so that tracking of the tractor wheels can be reduced.

De constructie van de inrichting kan op gunstige wijze beïnvloed worden wanneer deze een rij wielen omvat en is voorzien van een hoofdgestelbalk die ten opzichte van de normale voortbewegingsrichting vóór de wielen is gelegen, 10 waarbij de hoofdgestelbalk is voorzien van dwarsarmen waaraan dè wielen zijn aangebracht alsmede is voorzien van bevestigingsmiddelen waarmede de inrichting aan de hef inrichting van een trekker of dergelijk voertuig gekoppeld kan worden. Het gestel van de inrichting en in het bijzonder de hoofdgestel-15 balk kan hierbij op gunstige wijze de daarop werkende krachten opnemen. Hierdoor kan de constructie van de inrichting eenvoudig gehouden worden.The construction of the device can be favorably influenced when it comprises a row of wheels and is provided with a main frame beam which is situated in front of the normal direction of forward movement of the wheels, the main frame beam being provided with transverse arms to which the wheels are arranged and is provided with fastening means with which the device can be coupled to the lifting device of a tractor or similar vehicle. The frame of the device and in particular the main frame beam can advantageously absorb the forces acting thereon. The construction of the device can hereby be kept simple.

De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de tekeningen van een gunstig .uitvoeringsvoorbeeld 20 van de inrichting volgens de uitvinding.The invention will be further elucidated with reference to the drawings of a favorable embodiment example of the device according to the invention.

Fig. 1 geeft een bovenaanzicht van de inrichting weerFig. 1 shows a top view of the device

Fig. 2 geeft een zijaanzicht van de inrichting weer, gezien in de richting volgens de pijl II in fig. 1Fig. 2 is a side view of the device, viewed in the direction of the arrow II in FIG. 1

Fig. 3 geeft op vergrote schaal een doorsnede weer 25 van een deel van de inrichting gezien volgens de lijn III-III in fig. 2._Fig. 3 is an enlarged sectional view of part of the device taken along line III-III in FIG. 2._

De inrichting volgens de uitvinding omvat een gestel 1 dat is voorzien van vier loopwielen 2, 3» 4 en 5.The device according to the invention comprises a frame 1 which is provided with four running wheels 2, 3, 4 and 5.

De loopwielen zijn wat betreft diameter en breedte aan 30 elkaar gelijk en op een rij aangebracht, zodanig dat hun draaiingsassen 47 samenvallen, een en ander zoals in het bijzonder uit figuur 1 blijkt. Het gestel 1 omvat een praktisch horizontaal gelegen hoofdgestelbalk 6, aan de einden waarvan dwarsbalken 7 en 8 zijn bevestigd. In het 35 midden van de balk 6 is een dwarsbalk 9 daaraan bevestigd.The running wheels are equal to each other in diameter and width and arranged in a row such that their axes of rotation 47 coincide, all this being apparent in particular from Figure 1. The frame 1 comprises a practically horizontally located main frame beam 6, at the ends of which cross beams 7 and 8 are attached. In the middle of the beam 6 a cross beam 9 is attached thereto.

De balken 7» δ en 9 zijn althans in hoofdzaak aan elkaar gelijken strekken zich evenwijdig aan elkaar en in dezelfde 3203892 |Γ~ —----—-:------·· .........The beams 7 »δ and 9 are at least substantially equal to each other and extend parallel to each other and in the same 3203892 | Γ ~ —----—-: ------ ·· ........ .

^ %ν *^% ν *

VV

3 richting vanaf de hoofdgestelbalk 6 uit. Het gestel 1 is met de wielen 2-5 symmetrisch, gevormd ten opzichte van de langshartli jn 10 van de inrichting.3 direction from the main frame beam 6. The frame 1 with the wheels 2-5 is symmetrical, formed with respect to the longitudinal centerline 10 of the device.

De^ gestelbalk 6 is aan de onderzijde voorzien van 5 bevestigingsstrippen 11, waarmede het gestel 1 aan de twee onderste hefarmen van de normale, en daarom niet nader weergegeven, driepuntshefinrichting 15 van een trekker 14 bevestigd kan worden. De gestelbalk 6 is aan de bovenzijde voorzien van een bevestigingsbok 12 die aan de bovenzijde 10 lippen 13 omvat die met de bovenste hefarm van de hefin-richting 15 van de trekker 14 gekoppeld kunnen worden. De lippen 11 en 13 vormen bevestigingsmiddelen waarmede de inrichting aan de hef inrichting van een trekker of dergelijk voertuig gekoppeld kunnen worden.The frame beam 6 is provided on the underside with 5 mounting strips 11, with which the frame 1 can be attached to the two lower lifting arms of the normal, and therefore not further shown, three-point lifting device 15 of a tractor 14. The frame beam 6 is provided at the top with a mounting bracket 12 which at the top 10 comprises lips 13 which can be coupled to the upper lifting arm of the lifting device 15 of the tractor 14. The lips 11 and 13 form fastening means with which the device can be coupled to the lifting device of a tractor or the like vehicle.

15 De inrichting is voorzien van een aan het gestel 1 aangebrachte driepuntsaankoppelinrichting 16. De aankoppel-inrichting 16 omvat een draagarm 17 die door middel van een horizontale scharnieras 18 schamierbaar is bevestigd aan vast aan de dwarsarm 9 aangebrachte lippen 19» De draagarm 20 17 strekt zich vanaf de as 18 naar achteren uit in een richting vanaf de hoofdgestelbalk 6 en omvat aan het einde twee zich naar weerszijden van de draagarm 17 uitstrekkende zijarmen 20. De as 18 ligt in bovenaanzicht gezien nabij de voorzijde van de wielen 2 - 5» De zijarmen liggen achter 25 de wielen 2 - 5» De zijarmen 20 zijn aan hun uiteinden voorzien van koppelingsstrippen 21 die aankoppelmiddelen vormen. De- zijarmen 20 liggen in bovenaanzicht gezien aan de andere zijde van de rij wielen 2-5 dan de hoofdgestelbalk 6 (fig. 2).The device is provided with a three-point coupling device arranged on the frame 1. The coupling device 16 comprises a carrying arm 17 which is hingedly mounted on lips 17 fixedly mounted on the cross arm 9 by means of a horizontal pivot axis 18. The carrying arm 20 17 extends extends from the axle 18 backwards in a direction from the main frame beam 6 and at the end comprises two side arms 20 extending to either side of the carrying arm 17. The axle 18 is seen in plan view near the front of the wheels 2 - 5 ». side arms lie behind the wheels 2 - 5 »The side arms 20 are provided at their ends with coupling strips 21 which form coupling means. The side arms 20 are seen in plan view on the other side of the wheels 2-5 from the main frame beam 6 (fig. 2).

30 Nabij de scharnieras 18 zijn aan de draagarm 17 twee op afstand van elkaar en evenwijdig aan elkaar gelegen steunen 22 aangebracht. Tussen de uiteinden van de steunen 22 is een uit twee op afstand van elkaar gelegen strippen 30 bestaande hefarm 23 scharnierend aangebracht door middel 35 van een scharnieras 24. Het van de scharnieras 24 af gekeerde einde van de hefarm 23 is scharnierend verbonden met de zuigerstang 25 van een hefcylinder 26. De hefcylinder 26 is aangebracht aan lippen 27, die vast zijn bevestigd aan een 8203892 4 \Two support brackets 22 spaced apart and parallel to each other are arranged on the support arm 17 near the pivot axis 18. Between the ends of the supports 22, a lifting arm 23 consisting of two spaced strips 30 is hingedly arranged by means of a pivot shaft 24. The end of the lifting arm 23 remote from the pivot shaft 24 is hingedly connected to the piston rod 25 of a lifting cylinder 26. The lifting cylinder 26 is arranged on lips 27, which are fixedly attached to a 8203892 4 \

4 T4 T

aan de bok 12 bevestigde bevestigingsarm 28 en aan een aan de bok 12 bevestigde pen 53. De befcylinder 26 is in bovenaanzicht gezien tussen de strippen 30 van de hefarm 23 gelegen. De bevestigingsarm 28 is nabij de lippen 13 vast 5 bevestigd met de bovenzijde van de bevestigingsbok 12, die op niet nader aangegeven wijze bestaat uit strippen en of balken die op de bovenzijde van de gestelbalk 6 zijn bevestigd.mounting arm 28 attached to the trestle 12 and to a pin 53 attached to the trestle 12. The cylinder 26 is located in plan view between the strips 30 of the lifting arm 23. The mounting arm 28 is fixedly secured near the lips 13 with the top of the mounting stand 12, which in an unspecified manner consists of strips and or beams mounted on the top of the frame beam 6.

Aan het van de bok 12 afgekeerde einde van de bevestigingsarm 28 is scharnierend bevestigd een topstang 29, 10 waarvan het uiteinde met de koppelingsstrippen 21 de drie bevestigingspunten vormen van de aankoppelinrichting 16 waaraan een werktuig in het bijzonder een landbouwmachine bevestigd kan worden, zoals de landbouwmachine 35 in de weergegeven figuren.A top rod 29, 10 of which the end with the coupling strips 21 form the three attachment points of the coupling device 16 to which a tool, in particular an agricultural machine, can be attached, such as the agricultural machine, is hingedly attached to the end of the mounting arm 28 remote from the trestle 12. 35 in the figures shown.

15 De in de figuren weergegeven landbouwmachine 35 is een grondbewerkingsmachine, doch ook een andere landbouwmachine kan aan de aankoppelinrichting gekoppeld worden.The agricultural machine 35 shown in the figures is a soil cultivating machine, but another agricultural machine can also be coupled to the coupling device.

De machine 35 omvat onderste koppelarmen 36 die met de koppelingsstrippen 21 van de draagarm 17 bevestigd kunnen 20 worden en een bovenste koppelarm 37 die met de topstang 29 gekoppeld kan worden. De koppelarmen 36 en 37 vormen een normale driepuntsbevestiging aan de machine 35 waarmede dit op de gebruikelijke wijze ook direkt met de driepunts-hefinrichting van een trekker gekoppeld kan worden.The machine 35 comprises lower coupling arms 36 which can be attached to the coupling strips 21 of the carrying arm 17 and an upper coupling arm 37 which can be coupled to the top rod 29. The coupling arms 36 and 37 form a normal three-point attachment to the machine 35, with which it can also be coupled in the usual manner directly to the three-point lifting device of a tractor.

25 De inrichting is voorzien van een leger 31 dat aan de draagarmen 17' is bevestigd in de nabijheid van de as 18.The device is provided with an bearing 31 which is attached to the carrying arms 17 'in the vicinity of the shaft 18.

In het leger 31 is een koppelas 32'gelegerd, die aan de aan weerszijden van het leger 31 gelegen einden is voorzien van middelen waarop een tussenas 33 en een aandrijfas 34 30 scharnierend met de as 32 gekoppeld kunnen worden. De tussenas 33 kan op bekende wijze met een kruiskoppeling aangesloten worden op het vooreinde van de koppelas 32 en verder met de aftakas van de trekker 14. De aandrijfas 34 is op bekende wijze met een kruiskoppeling met de as 32 en 35 met overbrengingsorganen van de landbouwmachine te koppelen, bijvoorbeeld met een asstomp 45 van overbrengings organen 46 voor het aandrijven van de tanden 44 van de grondbewerkingsmachine 35.A coupling shaft 32 'is mounted in the bearing 31, which is provided on the ends located on either side of the bearing 31 with means on which an intermediate shaft 33 and a drive shaft 34 can be hingedly coupled to the shaft 32. The intermediate shaft 33 can be connected in a known manner with a universal joint to the front end of the coupling shaft 32 and further to the power take-off shaft of the tractor 14. The drive shaft 34 is in a known manner with a universal joint with the shaft 32 and 35 with transmission members of the agricultural machine for example, with an axle stub 45 of transmission members 46 for driving the tines 44 of the soil tillage implement 35.

8 2 0 3 S 9 2 fc-' --;----γ-t- ------- -T b \ 58 2 0 3 S 9 2 fc- '-; ---- γ-t- ------- -T b \ 5

Tot de inrichting behoren verder twee aan de trekker 14 aangebrachte organen 38 en 39» die een neerwaartse kracht op de onderste hefarmen 40 van de hefinrichting kunnen uitoefenen. In dit uitvoeringsvoorbeeld bestaan de organen 5 38 ën 39 uit hydraulische cylinders 41 met zuigerstangen 42, die scharnierend zijn aangebracht aan de hefarmen 40 en een vast punt van de trekker 14, in dit uitvoeringsvoorbeeld een punt nabij de bevestiging van de topstang 43 aan de trekker.The device further includes two members 38 and 39 mounted on the tractor 14 which can exert a downward force on the lower lifting arms 40 of the lifting device. In this exemplary embodiment, the members 5, 38 and 39 consist of hydraulic cylinders 41 with piston rods 42, which are hinged to the lifting arms 40 and a fixed point of the tractor 14, in this exemplary embodiment a point near the attachment of the top link 43 to the tractor. .

Bij het gebruik van de inrichting wordt deze met een 10 trekker of dergelijk voertuig verbonden, zodanig dat het gestel 1 in een bepaalde stand gehouden kan worden en tegen verdraaien, in het bijzonder ten opzichte van de draaiingsas 47 van de wielen 2 - 5, geborgd is. Hiervoor kan de inrichting op gunstige wijze met de hefinrichting 15 van een trekker 15. gekoppeld worden waarvoor het gestel 1 is voorzien van de bevestigingslippen 11 en 13. De cylinder 26 vormt met de hefarm 23 en de draagarm 17 alsmede de topstang 29 een aankoppelinrichting van de inrichting. De cilinder 26 vormt een he for gaan voor de aankoppelinrichting, zodat de aankop-20‘ pelinrichting een driepuntshefinrichting vormt van de inrichting. Het hef orgaan kan ook anders uitgevoerd zijn, bijv. pneumatisch, om een kracht in de gewenste richting op de arm 23 en, daarmede op de draagarm 17 te kunnen uitoefenen.When the device is used, it is connected to a tractor or similar vehicle, such that the frame 1 can be held in a certain position and secured against rotation, in particular with respect to the axis of rotation 47 of the wheels 2 - 5. is. For this purpose the device can be advantageously coupled to the lifting device 15 of a tractor 15. for which the frame 1 is provided with the mounting lips 11 and 13. The cylinder 26 forms a coupling device with the lifting arm 23 and the carrying arm 17 as well as the top rod 29. the institution. The cylinder 26 forms a link for the coupling device, so that the coupling device 20 forms a three-point lifting device of the device. The lifting member can also be designed differently, e.g. pneumatically, in order to be able to exert a force in the desired direction on the arm 23 and, with it, on the supporting arm 17.

De cylinder 26 is op niet nader weergegeven wijze door middel 25 van hydraulische leidingen met het hydraulisch mechanisme van de trekker gekoppeld. Hierbij is de cylinder 26 bij voorkeur eên dubbelwerkende cylinder, zodat de zuigerstang 25 zowel onder kracht uit de cylinder als in de cylinder gebracht kan worden. De inrichting volgens de uitvinding in 30 hoofdzaak bestaande uit het gestel 1 met de wielen 2 - 5 en de aankoppelinrichting 16, vormt een ondersteuningsinrichting voor ten minste één werktuig, in het bijzonder een landbouwwerktuig, dat aan de uit de bevestigingsstrippen 21 en de topstang 29 vormende driepuntsbevestiging van de aankoppel-35 inrichting te bevestigen is, een en ander zoals voor het landbouwwerktuig 35 in de figuren van het uitvoeringsvoorbeeld is weergegeven. De ondersteuningsinrichting vormt een ondersteuning voor de landbouwmachine zodanig dat de wielen 2-5 van de inrichting althans een groot gedeelte van het 8203892 i t \ 6 * gewiekt van de landbouwmachine kan opnemen. Door het te dragen deel van het gewicht van de landbouwmachine en verder daarop werkende krachten door de wielen 2-5 van de inrichting op de grond te laten overbrengen behoeft de 5 -trekker dit gewicht niet te dragen en worden de wielen van de trekker, in het bijzonder de achterwielen daarvan, in wezen ontlast. Hiermede wordt bereikt dat de gronddruk van de trekkerwielen op de grond minder is waardoor de wielen van de trekker minder diepe sporen in de grond zullen trekken. 10 Om het gewicht van de inrichting met de daaraan gekoppelde landbouwmachine met een heel geringe druk per vierkante centimeter van de wielen op de grond te laten drukken zijn de wielen 2-5 zeer breed uitgevoerd en van lagedrukbanden voorzien. De vier wielen hebben hierbij ieder een breedte 48 15 zodanig dat de vier wielen tesamen op de grond steunen over een breedte die gelijk is aan een groot deel, bijvoorbeeld meer dan de helft van de werkbreedte van de landbouwmachine en bij voorkeur breder dan de breedte van de trekker is.The cylinder 26 is coupled in a manner not shown in more detail by means of hydraulic lines to the hydraulic mechanism of the tractor. The cylinder 26 is herein preferably a double-acting cylinder, so that the piston rod 25 can be brought out of the cylinder as well as into the cylinder under force. The device according to the invention mainly consisting of the frame 1 with the wheels 2 - 5 and the coupling device 16, constitutes a support device for at least one implement, in particular an agricultural implement, which is attached to the 29 from the mounting strips 21 and the top rod 29. constituting the three-point attachment of the coupling-device 35, such as is shown for the agricultural implement 35 in the figures of the exemplary embodiment. The support device forms a support for the agricultural machine such that the wheels 2-5 of the device can receive at least a large part of the wheeled 8203892 of the agricultural machine. By having the part of the weight of the agricultural machine to be carried and further forces acting thereon transferred by the wheels 2-5 of the device to the ground, the 5-tractor does not have to bear this weight and the wheels of the tractor are in particular the rear wheels thereof are essentially relieved. This achieves that the ground pressure of the tractor wheels on the ground is less, so that the wheels of the tractor will draw less deep tracks in the ground. In order to have the weight of the device with the associated agricultural machine pressed to the ground with a very small pressure per square centimeter of the wheels, the wheels 2-5 are made very wide and provided with low-pressure tires. The four wheels each have a width 48 such that the four wheels rest together on the ground over a width which is equal to a large part, for instance more than half of the working width of the agricultural machine and preferably wider than the width of is the trigger.

Het zal echter duidelijk zijn dat de breedte 49 van de 20 inrichting ook anders hekozen kan worden dan in het uit-voeringsvoorbeeld is weergegeven waar de breedte 49 3meter is. De breedte 49 is echter bij voorkeur wel breder dan de trekker 14. In dit uitvoeringsvoorbeeld is de breedte 48 van de wielen 60 cm zodat de wielen 2-5 gezamenlijk over 25 een breedte van 240 cm, dit is 4/5 deel van de breedte 49 op de grond rusten. Deze verhoudingen kunnen· echter ook anders gekozen worden. De wielen van de inrichting hebben gezamenlijk bij voorkeur een breedte, die ongeveer gelijk is aan of groter dan de breedte van de trekker. In dit 30 uitvoeringsvoorbeeld hebben de wielen 2-5 een diameter 50 die praktisch even groot is als de breedte 48. Deze maatverhouding kan ook anders gekozen worden doch bij voorkeur hebben de wielen een relatief grote diameter. De verhoudingen van de maten 48, 49 en 50 zal gekozen kunnen worden afhankelijk 35 van de gewenste gronddruk die men op de grond wil toelaten en het gewicht van de machine en de kracht die daarmede op de inrichting wordt uitgeoefend. In dit weergegeven uitvoeringsvoorbeeld heeft de door de inrichting gedragen landbouw- 8203892 ^ V’ v * b 7 machine een breedte die gelijk is aan de breedte 49 van de inrichting. De breedte van de aan te koppelen landbouwmachine kan ook groter of kleiner zijn dan de breedte van de inrichting, een en ander ook weer in afhankeli jkheid van 5 de breedte van de inrichting zelf.It will be clear, however, that the width 49 of the device can also be selected differently from that shown in the exemplary embodiment where the width 49 is 3 meters. However, the width 49 is preferably wider than the tractor 14. In this exemplary embodiment, the width 48 of the wheels is 60 cm, so that the wheels 2-5 together have a width of 240 cm, which is 4/5 part of the width. 49 resting on the floor. These proportions can, however, also be chosen differently. The wheels of the device together preferably have a width approximately equal to or greater than the width of the tractor. In this exemplary embodiment, the wheels 2-5 have a diameter 50 which is practically the same size as the width 48. This size ratio can also be chosen differently, but the wheels preferably have a relatively large diameter. The proportions of sizes 48, 49 and 50 can be selected depending on the desired ground pressure to be allowed on the ground and the weight of the machine and the force exerted thereon on the device. In this illustrated exemplary embodiment, the agricultural machine carried by the device has a width equal to the width 49 of the device. The width of the agricultural machine to be coupled can also be greater or smaller than the width of the device, all this again depending on the width of the device itself.

Bij de bevestiging van de inrichting aan de hef-inrichting van de trekker zoals in dit uitvoeringsvoorbeeld is weergegeven kan de hef inrichting 15 weer een gedeelte van het gewicht van de inrichting opnemen, zodanig dat 10 daarmede de gronddruk van de wielen meer of minder vergroot kan worden boven het eigen gewicht van de trekker. Op deze wijze kan de gronddruk van de trekker beïnvloed worden om een gunstige trekkracht van de trekkerwielen op de grond te kunnen overbrengen voor het voortbewegen van de inrichting 15 met een daaraan aangekoppelde landbouwmachine of ander dergelijk werktuig. Door de gronddruk van de wielen van de trekker op de weergegeven wijze te regelen wordt bederf van de grondstruktuur zo veel mogelijk voorkomen. De gronddruk van de trekkerwielen kan ook verminderd worden door volgens 20 de uitvinding eén deel van het gewicht van de trekker op de inrichting en via de wielen 2 - 5 daarvan op de grond over te brengen. De wielen 2-5 zijn door hun grootte en door hun hogedrukbanden geschikt om een groot gewicht op de grond te kunnen overbrengen zonder dat een grote gronddruk per 25 vierkante centimeter ontstaat en zonder dat insporing van de wielen in de grond en daarmede grondstruktuur bederf optreedt. Om de wielen 2-5 ook een deel van het gewicht van de trekker te laten dragen behoren bij de inrichting de organen 38 en 39· Met deze organen kan een neerwaartse 30 kracht op de hefarmen 40 van de hefinrichting uitgeoefend worden waardoor de trekker als het ware althans gedeeltelijk op de inrichting kan steunen. Hierdoor zal de druk van de achterwielen 51 van de trekker op de grond minder kunnen zijn dan wanneer het gewicht van de trekker alleen door de eigen 35 wielen wordt opgenomen. Hierdoor zullen de hefarmen 40 op geschikte wijze met de lippen 11 van de inrichting gekoppeld moeten kunnen worden. De druk van de wielen 51 op de grond zal uiteraard niet lager mogen worden dan nodig is voor het 8203892 8 •9 » % verkrijgen van voldoende wri jvingsweerstand met de grond voor het voortbewegen van de trekker met de daaraan gekoppelde inrichting volgens de uitvinding en de daar weer aan gekoppelde landbouwmachine. Gunstig is hierbij, 5 zoals in het uitvoeringsvoorbeeld, dat de wielen 2-5 tezamen met de trekkerwielen 51 zich over nagenoeg de gehele breedte van de inrichting op de grond steunen. Hiervoor liggen de wielen 51 voor de ruimte tussen de wielen 2 en 3 respectievelijk 4 en 5* De organen 38 en 39 zijn extra 10 aanwezig boven de normale onderdelen waarmede de hefarmen 40 geheven kunnen worden. De normale hef inrichting kan echter ook zodanig uitgevoerd worden dat daarmede de hefarmen 40 ook neerwaarts gedrukt kunnen worden. De organen 38 en 40 zijn in dit uitvoeringsvoorbeeld hydraulisch althans 15 enkelwerkende cylinders die op de hydraulische installatie van de trekker zijn aangesloten wat niet nader is weergegeven. De hydraulische organen 38 en 39 kunnen echter ook als dubbelwerkende cylinders uitgevoerd worden om buiten de neerwaartse druk ook een opwaartse kracht op de hefarmen 40 20 te kunnen uitoefenen. Hierdoor kunnen dan bijvoorbeeld meer * of zwaardere heffuncties met de hefinrichting 15 uitgeoefend worden waardoor de toepassing vergroot wordt.When the device is attached to the lifting device of the tractor as shown in this exemplary embodiment, the lifting device 15 can again take up part of the weight of the device, such that the ground pressure of the wheels can thereby be increased more or less. above the weight of the tractor. In this way the ground pressure of the tractor can be influenced in order to be able to transfer a favorable pulling force from the tractor wheels to the ground for propelling the device 15 with an agricultural machine or other such implement coupled thereto. By controlling the ground pressure of the wheels of the tractor in the manner shown, decay of the ground structure is prevented as much as possible. The ground pressure of the tractor wheels can also be reduced by, according to the invention, transferring a part of the weight of the tractor to the device and via the wheels 2 - 5 thereof to the ground. The wheels 2-5 are, due to their size and their high-pressure tires, suitable for transferring a large weight to the ground without creating a large ground pressure per 25 square centimeters and without the wheel being penetrated into the ground and thus soil structure being damaged. In order for the wheels 2-5 to also carry part of the weight of the tractor, the members 38 and 39 belong to the device. With these members a downward force can be exerted on the lifting arms 40 of the lifting device, so that the tractor acts as the could at least partially rely on the device. As a result, the pressure of the rear wheels 51 of the tractor on the ground may be less than if the weight of the tractor is only taken up by its own wheels. As a result, it will be possible for the lifting arms 40 to be coupled to the lips 11 of the device in a suitable manner. The pressure of the wheels 51 on the ground should of course not fall below what is necessary for obtaining sufficient frictional resistance with the ground for propelling the tractor with the device according to the invention coupled thereto and the agricultural machine coupled to it again. It is advantageous here, as in the exemplary embodiment, that the wheels 2-5, together with the tractor wheels 51, rest on the ground over almost the entire width of the device. For this purpose the wheels 51 lie in front of the space between the wheels 2 and 3 and 4 and 5 respectively. The members 38 and 39 are additionally present above the normal parts with which the lifting arms 40 can be lifted. However, the normal lifting device can also be designed such that the lifting arms 40 can also be pressed downwards. In this exemplary embodiment, the members 38 and 40 are hydraulically at least 15 single-acting cylinders which are connected to the hydraulic installation of the tractor, which is not shown in more detail. However, the hydraulic members 38 and 39 can also be designed as double-acting cylinders in order to be able to exert an upward force on the lifting arms 40 outside the downward pressure. As a result, for instance, more * or heavier lifting functions can be performed with the lifting device 15, whereby the application is increased.

Door de constructie van de inrichting waarbij het gestel een hoofdgestelbalk 6 heeft die aan de voorzijde 25 van de wielen is gelegen en waarbij de bevestigingsstrippen 21 aan de, ten opzichte van de normale voortbewegingsrich-ting 52, achterzijde van de wielen 2-5 zijn gelegen wordt een gunstige verdeling van de krachten bereikt die op de inrichting werken. Verder kan de inrichting hierdoor 30 eenvoudig gehouden worden, waarbij de hoofdgestelbalk 6 de krachten gemakkelijk op de wielen kan overbrengen en in het bijzonder de krachten op gunstige wijze kan opnemen.Due to the construction of the device in which the frame has a main frame beam 6 which is located at the front 25 of the wheels and wherein the fastening strips 21 are located on the rear side of the wheels 2-5, relative to the normal direction of movement 52 a favorable distribution of the forces acting on the device is achieved. Furthermore, the device can hereby be kept simple, wherein the main frame beam 6 can easily transfer the forces to the wheels and in particular can take up the forces in a favorable manner.

In het bijzonder wanneer de inrichting over oneffen terrein rijdt kunnen de brede wielen een gunstige invloed 35 op de werking van de landbouwmachine uitoefenen daar door de brede wielondersteuning van het geheel een rustige gang van de landbouwmachine behouden blijft. In het bijzonder op oneffen terrein kunnen de onderlinge op afstand van elkaar 8203892Particularly when the device travels over uneven terrain, the wide wheels can exert a favorable influence on the operation of the agricultural machine, since the wide wheel support of the whole maintains a quiet running of the agricultural machine. Particularly on uneven terrain, the spacers can be spaced 8203892

V 'VV 'V

F' ' .F ''.

% f 9 gelegen dwars armen 7-9 verschillende "belastingen op de hoofdgestelbalk 6 uitoefenen die daardoor op torsie belast wordt. De. ligging van de dwars armen 7 en 8 tussen twee wielen in geeft echter verder een gunstige invloed voor de belasting 5 van de verschillende onderdelen van het gestel. Bij voorkeur liggen de buitenste wielen, zoals de wielen 2 en 5, in hoofdzaak buiten het spoor van de trekkerwielen 51. Ben goede konstruktie wordt hierbij verkregen wanneer de dwars-armen 7 en 8 achter de wielen 51 liggen. Een gunstige belasting 10 van de inrichting wordt ook verkregen doordat de scharnieras 18 vóór de as 47 is gelegen t.o.v. de normale voortbewegins-richting 52. Verder is het gunstig dat de arm 17 en de topstang 29 in het midden van de inrichting zijn gelegen.The transverse arms 7-9 exert different loads on the main frame beam 6, which is thereby subjected to torsion. However, the location of the transverse arms 7 and 8 between two wheels further gives a favorable influence on the load 5 of the various parts of the frame Preferably, the outer wheels, such as wheels 2 and 5, lie substantially outside the track of the tractor wheels 51. A good construction is hereby obtained when the cross arms 7 and 8 lie behind the wheels 51. A favorable load 10 of the device is also obtained because the hinge shaft 18 is located in front of the shaft 47 relative to the normal direction of advancement 52. It is furthermore favorable that the arm 17 and the top rod 29 are located in the middle of the device.

De landbouwmachine 35 kan ten opzichte van het 15 gestel 1 in hoogterichting verplaatst worden door verdraaien van de draagarm 17 om de scharnieras 18. Deze verdraaiing kan bewerkstelligd worden door het door de cylinder 26 en de stang 25 gevormde besturingsmechanisme. Hiervoor kan olie onder druk vanaf de trekker in de cylinder 26 gevoerd * 20 worden waardoor de stang 25 meer of minder in of uit de cylinder is te bewegen. Door de cylinderstang 25 in een bepaalde stand ten opzichte van de cylinder 26 te houden kan de draagarm 17 in een bepaalde stand om de scharnieras 18 gehouden worden. Aldus is de landbouwmachine 35 in een 25 bepaalde stand ten opzichte van het gestel 1 en daarmede in een bepaalde stand boven de grond te houden. Het zal duidelijk zijn dat door olie in de cylinder 26 in te brengen zodanig dat de cylinderstang 25 uit de cylinder 26 beweegt daarmede de arm 23 een zodanige kracht op de ondersteuningen 30 22 uitoefent dat de draagarm 17 in een richting tegen de wijzers van de klok in, gezien in fig. 2, om de as 18 zal gaan verdraaien. Hierdoor zal de draagarm 17 en daarmede de daaraan bevestigde machine omhoog bewegen. De armen 17 kunnen zodanig omhoog bewogen worden dat het landbouwwerktuig in 35 een transportstand boven de grond gebracht wordt, zoals bijv. in de gestippelde stand in fig. 2 voor het landbouwwerktuig 35 is weergegeven. Ih deze stand zijn de tanden 44 van het grondbewerkingswerktuig uit de grond gekomen en boven de 8 2 0 3 892 10The agricultural machine 35 can be displaced in height direction relative to the frame 1 by rotating the carrying arm 17 around the pivot axis 18. This rotation can be effected by the control mechanism formed by the cylinder 26 and the rod 25. For this purpose oil can be fed under pressure from the tractor into the cylinder 26 *, whereby the rod 25 can be moved more or less in or out of the cylinder. By holding the cylinder rod 25 in a specific position relative to the cylinder 26, the carrying arm 17 can be held in a specific position about the pivot axis 18. Thus, the agricultural machine 35 can be held above the ground in a certain position relative to the frame 1 and therewith in a certain position. It will be clear that by introducing oil into the cylinder 26 such that the cylinder rod 25 moves out of the cylinder 26, the arm 23 exerts such a force on the supports 30 that the carrying arm 17 moves in a counterclockwise direction. , as seen in Fig. 2, will rotate about axis 18. As a result, the carrying arm 17 and with it the machine attached to it will move upwards. The arms 17 can be moved upwards such that the agricultural implement is brought into a transport position above the ground, as is shown, for example, in the dotted position in fig. 2 for the agricultural implement 35. In this position the tines 44 of the tillage implement have come out of the ground and above the 8 2 0 3 892 10

VV

\ % grond gelegen zodat het landbouwwerktuig ondersteund door de wielen 2-5 getransporteerd kan worden. Door de druk in de cylinder weg te nemen zal het gewicht van het landbouwwerktuig 35 een zodanige kracht op de arm 17 uitoefenen dat de 5 cylinderstang 25 in de cylinder 26 gedrukt wordt. Aldus kan een enkelwerkende cylinder 26 gebruikt worden. Door de cylinder 26 dubbelwerkend uit te voeren kan onder druk de cylinderstang 25 in de cylinder bewogen worden zo dat de arm 17 neerwaarts wordt gedrukt en in de richting van de 10 wijzers van de klok, gezien in fig. 2, om de as 18 kan worden verdraaid. Op deze wijze kan bijv. onder druk een aan de draagarm 17 bevestigd landbouwwerktuig met een bepaalde kracht tegen de grond gedrukt worden. Het zal duidelijk zijn dat met de topstang 29 de landbouwmachine in 15 de gewenste stand gehouden kan worden t.o.v. de inrichting. Hiervoor is de lengte van de tops tang zoals gebruikelijk bij t opstangen van de hef inrichting aan een trekker veranderbaar. Door het regelen van de hefwerking resp. de neerwaarts gerichte kracht van de arm 17 via de druk in de cylinder 26 20 is de kracht waarmede de machine op de grond moet rusten in te stellen. Daar het leger 31 in de nabijheid van de as 18 is gelegen zal dit leger bij het verdraaien van de draagarm 17 om de as 18 niet over grote afstand bewegen, zodat een goede ligging van de koppelas 32 behouden blijft en een gunstige 25 overbrenging tussen de af takas van de trekker en het landbouwwerktuig 35 steeds mogelijk is.\% ground located so that the agricultural implement can be transported supported by wheels 2-5. By removing the pressure in the cylinder, the weight of the agricultural implement 35 will exert such a force on the arm 17 that the cylinder rod 25 is pressed into the cylinder 26. Thus, a single-acting cylinder 26 can be used. By making the cylinder 26 double-acting, the cylinder rod 25 can be moved under pressure in the cylinder so that the arm 17 is pressed downwards and can rotate about the axis 18 in the clockwise direction, seen in Fig. 2. be twisted. In this way, for example, an agricultural implement attached to the supporting arm 17 can be pressed against the ground with a certain force. It will be clear that with the top rod 29 the agricultural machine can be kept in the desired position with respect to the device. For this purpose, the length of the top pliers can be changed as usual with the mounting of the lifting device on a tractor. By controlling the lifting effect resp. the downwardly directed force of the arm 17 via the pressure in the cylinder 26 20 is the force with which the machine must rest on the ground. Since the bearing 31 is located in the vicinity of the shaft 18, this bearing will not move a great distance when the carrying arm 17 is rotated about the shaft 18, so that a good position of the coupling shaft 32 is maintained and a favorable transmission between the the PTO shaft of the tractor and the agricultural implement is always possible.

De uitvinding is niet beperkt tot datgene wat in het voorgaande is beschreven doch strekt zich ook uit tot de tekeningen en in de details daarvan en datgene wat uit de 30 tekeningen blijkt doch niet is beschreven.The invention is not limited to that which has been described above, but also extends to the drawings and in the details thereof and that which appears from the drawings but has not been described.

Conclusies 8203892Conclusions 8203892

Claims (39)

1. Inrichting voor het althans gedeeltelijk ondersteunen van een landbouwmachine, met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van ten minste één wiel en van bevestigingsmiddelen waarmede de inrichting aan de hefinrichting 5 van een trekker of dergelijk voertuig gekoppeld kan worden, waarbij de inrichting verder een hef orgaan omvattende aankop-pelinrichting bezit waaraan de landbouwmachine gekoppeld kan worden.Device for at least partially supporting an agricultural machine, characterized in that the device is provided with at least one wheel and with fastening means with which the device can be coupled to the lifting device 5 of a tractor or similar vehicle, the device further has a lifting device comprising a coupling device to which the agricultural machine can be coupled. 2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, 10 dat de aankoppelinrichting tenminste‘één draagarm omvat die scharnierend aan het gestel van de inrichting is aangebracht.2. Device as claimed in claim 1, characterized in that the coupling device comprises at least one carrying arm which is hinged to the frame of the device. 3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de schamieras van de draagarm ten opzichte van de normale voortbewegingsrichting van de inrichting vóór de 15 draaiingsas van het wiel is gelegen.3. Device according to claim 2, characterized in that the pivot axis of the support arm is located in front of the axis of rotation of the wheel relative to the normal direction of movement of the device. 4. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat in bovenaanzicht gezien de schamieras nabij de voorzijde van het wiel is gelegen.Device as claimed in claim 3, characterized in that, seen in top view, the pivot axis is located near the front of the wheel. 5. Inrichting volgens een der conclusies 2-4, met 20 het kenmerk, dat de draagarm is voorzien van zich aan weerszijden van de draagarm uitstrekkende zijarmen die zijn voorzien van aankoppelmiddelen waaraan de landbouwmachine koppelbaar is.5. Device as claimed in any of the claims 2-4, characterized in that the carrying arm is provided with side arms extending on either side of the carrying arm and provided with coupling means to which the agricultural machine can be coupled. 6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, 25 dat de zijarmen ten opzichte van de voortbewegingsrichting achter de wielen zijn gelegen.6. Device according to claim 5, characterized in that the side arms are located behind the wheels relative to the direction of travel. 7. Inrichting volgens een der conclusies 2-5, met het kenmerk, dat de draagarm is gekoppeld met een heforgaan waarmede de draagarm ten opzichte van het gestel beweegbaar 30 is.7. Device as claimed in any of the claims 2-5, characterized in that the carrying arm is coupled to a lifting member with which the carrying arm is movable relative to the frame. 8. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat het heforgaan een hydraulisch orgaan is.8. Device as claimed in claim 7, characterized in that the lifting member is a hydraulic member. 9. Inrichting volgens conclusie 7 of 8, met het kenmerk, dat het heforgaan door middel van een koppelingsarm 35 met de draagarm is gekoppeld.Device as claimed in claim 7 or 8, characterized in that the lifting member is coupled to the carrying arm by means of a coupling arm 35. 10. Inrichting volgens een der conclusies 7-9, met CV het kenmerk, dat het heforgaan vast is bevestigd aan het ΐ gestel van de inrichting.10. Device as claimed in any of the claims 7-9, with CV characterized in that the lifting member is fixedly attached to the frame of the device. \ 11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, '8203892 dat het hef orgaan een hydraulische cylinder omvat die aan een bevestigingsbok van het gestel van de inrichting is bevestigd.11. Device according to claim 10, characterized in that the lifting member comprises a hydraulic cylinder which is attached to a mounting bracket of the frame of the device. 12. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, 5 met het kenmerk, dat de aankoppelinrichting een aan het gestel aangebrachte topstang omvat die een aankoppelmiddel omvat, waaraan de landbouwmachine koppelbaar is.12. Device as claimed in any of the foregoing claims, characterized in that the coupling device comprises a top rod arranged on the frame and comprising a coupling means to which the agricultural machine can be coupled. 13. Inrichting volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat het aankoppelmiddel aan de topstang en de aankoppelmid- 10 delen aan de draagarm een driepuntsbevestiging vormen voor het koppelen van de landbouwmachine aan de inrichting.13. Device according to claim 12, characterized in that the coupling means on the top rod and the coupling means on the carrying arm form a three-point attachment for coupling the agricultural machine to the device. 14. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de aankoppelinrichting in bovenaanzicht gezien althans in hoofdzaak in het midden van de breedterich- 15 ting van de inrichting daaraan is aangebracht.14. Device as claimed in any of the foregoing claims, characterized in that the coupling device, viewed in top view, is arranged at least substantially in the middle of the width direction of the device. 15. Inrichting volgens een der conclusies 2-14, met het kenmerk, dat de draagarm scharnierend is aangebracht aan een dwarsarm van het gestel, welke dwarsarm is voorzien van een wiel.. 2015. Device as claimed in any of the claims 2-14, characterized in that the carrying arm is hingedly mounted on a transverse arm of the frame, which transverse arm is provided with a wheel. 16, Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de aankoppelmiddelen aan de topstang * en de draagarm ten opzichte van de normale voortbewegings-richting in bovenaanzicht gezien achter het wiel is gelegen.Device according to any one of the preceding claims, characterized in that the coupling means on the top link * and the carrying arm are located behind the wheel in plan view, seen in plan view. 17. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, 25 met het kenmerk, dat de inrichting van een aantal op een rij gelegen wielen is voorzien.17. Device according to any one of the preceding claims, characterized in that the device is provided with a number of wheels lying in a row. 18. Inrichting voor het althans gedeeltelijk ondersteunen van een landbouwmachine, met het kenmerk, dat de inrichting een rij wielen met luchtbanden omvat die zich over een 30 breedte uitstrekken van ongeveer drie meter.18. Device for at least partially supporting an agricultural machine, characterized in that the device comprises a row of wheels with pneumatic tires which extend over a width of about three meters. 19. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het wiel van een lagedrukband is of de wielen zijn voorzien van lagedrukbanden zijn voorzien.19. Device as claimed in any of the foregoing claims, characterized in that the wheel is of a low-pressure tire or the wheels are provided with low-pressure tires. 20. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, 35 met het kenmerk, dat een wiel een diameter heeft van 60 cm.20. Device according to any one of the preceding claims, characterized in that a wheel has a diameter of 60 cm. 21. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, 0\ met het kenmerk, dat een wiel een breedte heeft van 60 cm.21. Device according to any one of the preceding claims, characterized in that a wheel has a width of 60 cm. 22. Inrichting volgens een der conclusies 17-21, met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van vier 8203892 wielen.Device according to any one of claims 17-21, characterized in that the device is provided with four 8203892 wheels. 23. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de wielen aan elkaar gelijk zijn.Device according to any one of the preceding claims, characterized in that the wheels are equal to each other. 24. Inrichting volgens een der conclusies 17 - 23, 5 met het kenmerk, dat de wielen dwars op de normale voortbe-wegingsrichting naast elkaar zijn gelegen, waarbij de draai-ingsassen van de wielen samenvallen.24. Device as claimed in any of the claims 17-23, 5, characterized in that the wheels are arranged next to each other transversely to the normal direction of movement, the axes of rotation of the wheels coinciding. 25. Inrichting volgens een der conclusies 17 - 24, met het kenmerk, dat van de rij wielen de. twee buitenste 10 wielen althans nagenoeg buiten het wielspoor van de trekker of dergelijk voertuig zijn gelegen.25. Device as claimed in any of the claims 17-24, characterized in that of the row of wheels the. two outer 10 wheels are located at least substantially outside the wheel track of the tractor or the like vehicle. 26. Inrichting volgens een der conclusies 17 - 25, met het kenmerk, dat de twee middelste wielen zich over een breedte uitstrekken die althans nagenoeg gelijk is aan het 15 trekkerwielspoor.26. An apparatus according to any one of claims 17-25, characterized in that the two middle wheels extend over a width which is substantially equal to the tractor wheel track. 27. Inrichting volgens een der conclusies 17 — 26, met het kenmerk, dat de wielen een gezamenlijke breedte hebben die althans nagenoeg gelijk is aan ten minste de helft van de breedte waarover zij zich gezamenlijk uitstrekken.27. An apparatus according to any one of claims 17-26, characterized in that the wheels have a joint width at least substantially equal to at least half the width over which they extend jointly. 28. Inrichting volgens een der conclusies 17 - 27, met het kenmerk, dat de wielen zich gezamenlijk over een werk-breedte van ongeveer 3 meter uitstrekken.28. An apparatus according to any one of claims 17-27, characterized in that the wheels jointly extend over a working width of approximately 3 meters. 29. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de inrichting een orgaan omvat waarmede 25 een kracht uitgeoefend kan worden zodanig dat althans een deel van het gewicht van de trekker waaraan de inrichting koppelbaar is op de inrichting is over te brengen.29. Device according to any one of the preceding claims, characterized in that the device comprises a member with which a force can be exerted such that at least part of the weight of the tractor to which the device can be coupled can be transferred to the device. 30. ' Inrichting voor het althans gedeeltelijk ondersteunen van een landbouwmachine, met het kenmerk, dat de inrich- 30 ting is voorzien van ten minste één hydraulische of pneumatische cylinder die zodanig is aangebracht dat het gewicht van een trekker waaraan de inrichting is te koppelen althans gedeeltelijk op de wielen van de inrichting overgedragen kan worden. 3530. Device for at least partially supporting an agricultural machine, characterized in that the device is provided with at least one hydraulic or pneumatic cylinder arranged in such a way that the weight of a tractor to which the device can be coupled is at least can be partially transferred to the wheels of the device. 35 31 - Inrichting volgens conclusie 29 of 30, met het kenmerk, dat het orgaan een hydraulische cylinder met zuiger- O stang omvat die met de hefinrichting van de trekker is gekop peld.Device according to claim 29 or 30, characterized in that the member comprises a hydraulic cylinder with piston rod coupled to the lifting device of the tractor. 32. Inrichting volgens conclusie 31, niet het kenmerk, I 8203392 f V s dat het orgaan zich uitstrekt tussen, de onderste hefarm van de hefinrichting van de trekker en een vast punt aan de trekker.32. Device according to claim 31, not characterized in that the member extends between, the lower lifting arm of the tractor lifting device and a fixed point on the tractor. 33· Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, 5 met het kenmerk, dat de inrichting een hoofdgestelbalk omvat die zich ten opzichte van de normale voortbewegingsrich-ting voor de wielen van de inrichting uitstrekt en is voorzien van dwarsarmen waaraan de wielen zijn aangebracht.33. Device according to any one of the preceding claims, characterized in that the device comprises a main frame beam which extends relative to the normal direction of movement for the wheels of the device and is provided with transverse arms to which the wheels are arranged. 34. Inrichting voor het althans gedeeltelijk onder do steunen van een landbouwmachine, met het kenmerk, dat de inrichting een rij wielen omvat en is voorzien van een hoofd-gestelbalk die ten opzichte van de normale voortbewegings-richting voor de wielen is gelegen, waarbij de heofdgestel-balk is voorzien van dwarsarmen waaraan de wielen zijn aange-"*5 bracht alsmede is voorzien van bevestigingsmiddelen waarmede de inrichting aan de hefinrichting van een trekker of dergelijk voertuig kan worden gekoppeld.34. Device for at least partially supporting an agricultural machine, characterized in that the device comprises a row of wheels and is provided with a main frame beam which is situated in relation to the normal direction of forward movement of the wheels, the the main frame beam is provided with transverse arms to which the wheels are mounted and is provided with fastening means with which the device can be coupled to the lifting device of a tractor or similar vehicle. 35· Inrichting volgens conclusie 33 of 34, met het kenmerk, dat de hoofdgestelbalk een holle balk is.Device according to claim 33 or 34, characterized in that the main frame beam is a hollow beam. 36. Inrichting volgens conclusie 33, 34 of 35, met het kenmerk, dat de dwarsarmen aan elkaar gelijk zijn en parallel aan elkaar zijn gelegen en aan hun einden een wielas dragen waaraan de wielen zijn aangebracht.36. Device according to claim 33, 34 or 35, characterized in that the cross arms are equal to each other and are parallel to each other and carry a wheel axle on their ends to which the wheels are arranged. 37. Inrichting volgens een der conclusies 33-36, 25 met het kenmerk, dat de einden van de hoofdgestelbalk in bovenaanzicht gezien achter de trekkerwielen zijn gelegen en aan hun einden, van dwarsarmen zijn voorzien die zich achter de wielen van de trekker en tussen twee wielen van de inrichting uitstrekken.37. Device according to any one of claims 33-36, 25, characterized in that the ends of the main frame beam, seen in plan view, are located behind the tractor wheels and are provided at their ends with cross arms located behind the wheels of the tractor and between two wheels of the device. 38. Inrichting volgens een der conclusies 33 - 37, met het kenmerk, dat de hoofdgestelbalk in het midden is voorzien van een dwarsbalk die tussen de middelste wielen van de rij wielen is gelegen en waaraan de draagarm van de aankoppelinrichting scharnierend is aangebracht.38. Device according to any one of claims 33 - 37, characterized in that the main frame beam is provided in the middle with a cross beam which is located between the middle wheels of the row wheels and to which the support arm of the coupling device is hinged. 39. Inrichting zoals hiervoor is beschreven en weerge geven in de tekeningen. l\ o-o-o-o-o ï I 820339239. Device as described above and shown in the drawings. l \ o-o-o-o-oi 8203392
NL8203892A 1982-10-07 1982-10-07 DEVICE FOR SUPPORTING AN AGRICULTURAL MACHINE. NL8203892A (en)

Priority Applications (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8203892A NL8203892A (en) 1982-10-07 1982-10-07 DEVICE FOR SUPPORTING AN AGRICULTURAL MACHINE.
FR838315863A FR2534110B1 (en) 1982-10-07 1983-10-05 DEVICE FOR SUPPORTING AT LEAST PARTIALLY THE WEIGHT OF AN AGRICULTURAL MACHINE
IT23171/83A IT1171721B (en) 1982-10-07 1983-10-06 SUPPORT DEVICE FOR AGRICULTURAL MACHINES CONNECTABLE TO A TRACTOR OR SIMILAR
DE3336313A DE3336313C2 (en) 1982-10-07 1983-10-06 Ground support device for an agricultural machine
GB08326745A GB2128066B (en) 1982-10-07 1983-10-06 A supporting device for an agricultural machine
NL9301889A NL9301889A (en) 1982-10-07 1993-11-03 Device for at least partially supporting an agricultural machine

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8203892A NL8203892A (en) 1982-10-07 1982-10-07 DEVICE FOR SUPPORTING AN AGRICULTURAL MACHINE.
NL8203892 1982-10-07

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8203892A true NL8203892A (en) 1984-05-01

Family

ID=19840384

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8203892A NL8203892A (en) 1982-10-07 1982-10-07 DEVICE FOR SUPPORTING AN AGRICULTURAL MACHINE.

Country Status (5)

Country Link
DE (1) DE3336313C2 (en)
FR (1) FR2534110B1 (en)
GB (1) GB2128066B (en)
IT (1) IT1171721B (en)
NL (1) NL8203892A (en)

Families Citing this family (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL8400269A (en) * 1984-01-30 1985-08-16 Lely Nv C Van Der ROLL CONSTRUCTION FOR A TILLAGE MACHINE.
GB2153642B (en) * 1984-02-13 1988-10-26 Lely Nv C Van Der Soil cultivating implements
DE3533820A1 (en) * 1985-09-21 1987-03-26 Amazonen Werke Dreyer H COMBINED DEVICE COMBINATION
DE3539821A1 (en) * 1985-11-09 1987-05-14 Amazonen Werke Dreyer H GROUND ROLLER
DE9010178U1 (en) * 1990-07-04 1991-11-21 Maschinenfabrik Rau Gmbh, 7315 Weilheim Agricultural soil roller
GB9506469D0 (en) * 1995-03-29 1995-05-17 Kverneland Klepp As Towable agricultural implement
EP1848263B1 (en) * 2005-02-17 2010-09-29 Heiss (Jun.), Andreas Combined agricultural machine

Family Cites Families (19)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2796712A (en) * 1955-01-07 1957-06-25 Delmer E Miller Rolling tamper
FR1169277A (en) * 1957-03-09 1958-12-24 Tractor improvements
GB1037884A (en) * 1964-06-09 1966-08-03 Ernest Doe And Sons Ltd Improvements relating to means for mounting agricultural implements
DE1709088A1 (en) * 1966-10-26 1971-05-27 Manfred Huebinger Device for terrain cultivation
DE1809901A1 (en) * 1968-11-20 1970-06-04 Rabewerk Clausing Heinrich Method and arrangement for the additional intermittent loading of the rear wheels of a tractor with a semi-mounted plow attached
US3756203A (en) * 1969-02-03 1973-09-04 A Dedoes Implement and hitch therefor
FR2034251B1 (en) * 1969-03-03 1973-10-19 Huard Ucf
NL167573C (en) * 1972-04-12 1982-01-18 Lely Nv C Van Der SOIL TILLER.
US3951213A (en) * 1972-04-19 1976-04-20 Lely Cornelis V D Rotary harrows
FR2219739B3 (en) * 1973-03-02 1976-03-05 Dehondt Willy Fr
DE2448066A1 (en) * 1974-10-09 1976-04-15 Schroeder Tractor for agricultural work - has retractable front roller to relieve front axle from tractor weight
FR2347863A1 (en) * 1976-04-12 1977-11-10 Pello Andre Agricultural roller with row of pneumatic tyres - has support wheels fixed to shaft mounted in frame with hitches for ganging
US4073346A (en) * 1976-06-04 1978-02-14 Iowa State Univ. Research Foundation, Inc. Combination tractor and farm implement hitch means
US4168750A (en) * 1976-09-16 1979-09-25 Combs William M Agricultural roller
DE2840298A1 (en) * 1978-09-15 1980-04-03 Ernst Weichel Tractor coupling for several individual implements - has intermediate bridge fitted to power lift linkage of tractor and including front, rear and underside hitch assemblies
GB2046683B (en) * 1979-03-21 1984-03-28 Lely Nv C Van Der Tractor
NL8001263A (en) * 1980-03-03 1981-10-01 Lely Nv C Van Der AGRICULTURAL EQUIPMENT, IN PARTICULAR GROUND TILLER.
NL190684C (en) * 1981-03-03 1994-07-01 Lely Nv C Van Der Soil cultivation machine.
DE8205513U1 (en) * 1982-02-27 1982-09-23 Maschinenfabriken Bernard Krone Gmbh, 4441 Spelle COMBINED AGRICULTURAL MACHINE

Also Published As

Publication number Publication date
DE3336313C2 (en) 1998-04-09
GB2128066B (en) 1986-05-14
GB2128066A (en) 1984-04-26
FR2534110B1 (en) 1989-02-24
FR2534110A1 (en) 1984-04-13
DE3336313A1 (en) 1984-05-10
IT8323171A0 (en) 1983-10-06
IT1171721B (en) 1987-06-10
GB8326745D0 (en) 1983-11-09

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US2780475A (en) Mobile frame for lifting and carrying farm implements
US6408950B1 (en) Foldable implement frame and hitch
DE2637444C2 (en) Combined tillage machine
DE2753069C2 (en) Harvester
CA2515979C (en) Foldable hay rake
US4893682A (en) Rotating flexible implement for soil erosion control
EP3122168A1 (en) Soil tilling apparatus having a combing or leveling device
WO2013085762A1 (en) Agricultural implements
US6892520B2 (en) Foldable hay rake
US6003615A (en) Stacking tool bar including a wing flex structure
US4117892A (en) Agricultural folding tool bar with rigid cross frame
BE1004662A5 (en) Agriculture vehicle.
NL8203892A (en) DEVICE FOR SUPPORTING AN AGRICULTURAL MACHINE.
US5165836A (en) Round bale hauler
US5809914A (en) Agricultural implement with pivoting carrier frame
NL1006945C2 (en) Tool carrier.
EP0049637A1 (en) Implement supporting arrangement
NL8402540A (en) PLOW.
DE1482111A1 (en) Attachment device for the side attachment of agricultural equipment to an agricultural tractor
NL9301889A (en) Device for at least partially supporting an agricultural machine
US3115853A (en) Lifting and transporting mechanism for agricultural implements
NL8500187A (en) SOIL TILLER.
NL193084C (en) Soil cultivation machine.
NL8001263A (en) AGRICULTURAL EQUIPMENT, IN PARTICULAR GROUND TILLER.
EP0114156A2 (en) A reversible plough

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BI The patent application has been withdrawn