[go: up one dir, main page]

NL8201995A - Werkwijze en inrichting, meer in het bijzonder stelsel, voor opname van digitale informatie in afwisselende registratiesporen. - Google Patents

Werkwijze en inrichting, meer in het bijzonder stelsel, voor opname van digitale informatie in afwisselende registratiesporen. Download PDF

Info

Publication number
NL8201995A
NL8201995A NL8201995A NL8201995A NL8201995A NL 8201995 A NL8201995 A NL 8201995A NL 8201995 A NL8201995 A NL 8201995A NL 8201995 A NL8201995 A NL 8201995A NL 8201995 A NL8201995 A NL 8201995A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
frequency
recording
signals
signal
magnetic head
Prior art date
Application number
NL8201995A
Other languages
English (en)
Other versions
NL193516C (nl
NL193516B (nl
Original Assignee
Sony Corp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Sony Corp filed Critical Sony Corp
Publication of NL8201995A publication Critical patent/NL8201995A/nl
Publication of NL193516B publication Critical patent/NL193516B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL193516C publication Critical patent/NL193516C/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B5/00Recording by magnetisation or demagnetisation of a record carrier; Reproducing by magnetic means; Record carriers therefor
    • G11B5/02Recording, reproducing, or erasing methods; Read, write or erase circuits therefor
    • G11B5/09Digital recording
    • HELECTRICITY
    • H04ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
    • H04NPICTORIAL COMMUNICATION, e.g. TELEVISION
    • H04N5/00Details of television systems
    • H04N5/76Television signal recording
    • H04N5/91Television signal processing therefor
    • H04N5/92Transformation of the television signal for recording, e.g. modulation, frequency changing; Inverse transformation for playback
    • H04N5/928Transformation of the television signal for recording, e.g. modulation, frequency changing; Inverse transformation for playback the sound signal being pulse code modulated and recorded in time division multiplex with the modulated video signal
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B20/00Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor
    • G11B20/22Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor for reducing distortions

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Signal Processing (AREA)
  • Multimedia (AREA)
  • Recording Or Reproducing By Magnetic Means (AREA)
  • Signal Processing For Digital Recording And Reproducing (AREA)
  • Television Signal Processing For Recording (AREA)
  • Signal Processing Not Specific To The Method Of Recording And Reproducing (AREA)

Description

· « ..XI
ψ 2 C/Ca/eh/1410
Werkwijze en inrichting, meer in het bijzonder stelsel, voor opname van digitale informatie in afwisselende registratiesporen.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze en een inrichting, meer in het bijzonder een stelsel, voor o opname van digitale informatie in afwisselende registratiesporen, welke zich in het bijzonder lenen voor toepassing bij een videos' bandapparaat voor opname van gedigitaliseerde audiosignalen in dezelfde registratiesporen als de normale videosignalen.
Ter verbetering van het gebruiksrendement van een bij de signaalopname toegepaste magneetband verdient het aanbeveling de toepassing van zogenaamde beschermingsbanden tus-10 sen aangrenzende registratiesporen zoveel mogelijk te beperken, respectievelijk achterwege te laten. Volgens een bepaalde methode van signaalopname zonder toepassing van beschermingsbanden wordt de chrominantiecomponent·van het videosignaal voorafgaande aan de werkelijke opname op de magneetband aan 15. frequentie-omzetting naar een lager gelegen frequentiegebied met een chrominantiehulpdraaggolffrequentie in de grootte orde van ongeveer 68S KHz onderworpen, terwijl de luminantiecompo-. nent aan frequentiemodulatie op een hulpdraaggolfsignaal met een frequentie van ongeveer 3,5 MHz wordt onderworpen. De 20 voor signaalopname in afwisselende registratiesporen dienende, roteerbare magneetkoppen vertonen in dat geval luchtspleten met onderling verschillende azimuthhoeken. Als gevolg daarvan zal, indien tijdens signaalweergave een door bijvoorbeeld de magneetkop A aan signaalopname onderworpen gedeelte van een 25 registratiespoor door de magneetkop B wordt afgetast en uitgelezen, het verschil in azimuthhoek tijdens signaalopname in en signaalweergave uit het desbetreffende registratiespoor-gedeelte tot gevolg hebben, dat een aanzienlijke verzwakking wordt verkregen van de uit het aangrenzende registratiespoor 30 uitgelezen, ongewenste overspraakcomponent. Een dergelijke signaalverzwakking op basis van azimuthhoekverlies is echter afhankelijk van de frequentie van het opgenomen signaal, respectievelijk neemt toe met die frequentie. Dit heeft tot ge- 8201995 ί » - 2 - volg, dat hoewel azimuthverlies met goed gevolg en op doeltreffende wijze kan worden toegepast voor onderdrukking van ongewenste overspraakcomponenten van de frequentiegemoduleerde luminantiesignaalcomponent van de betrekkelijk hoge frequentie, 5 een dergelijk resultaat niet wordt verkregen voor de uit aangrenzende registratiesporen uitgelezen overspraakcomponenten van de op een betrekkelijk laagfrequente draaggolf gemoduleerde chrominantiesignaalcomponent.
In verband daarmede worden de chrominantie-over-10 spraakcomponenten bij de signaalweergave onderdrukt door ' middel van een kamfilter. Daartoe wordt tijdens signaalopname zodanig te werk gegaan, dat de·chrominantiehulpdraaggolf-frequentie van registratiespoor .tot registratiespoor verschilt, hetgeen bijvoorbeeld wordt bereikt, door de aan frequentie-15 omzetting onderworpen chrominantiecomponent in het ene registratiespoor met een voor ieder beeldregelinterval constante fase op te nemen, doch tijdens de daarop volgende signaalop-name in het aangrenzende registratiespoor de fase van beeldregelinterval tot beeldregelinterval te doen omkeren. Tijdens 20 signaalweergave blijken dan de frequenties van de uit aangrenzende registratiesporen als overspraakcomponenten uitgelezen, aan frequentie-omzetting onderworpen chrominantie-componenten frequentieverweving te vertonen met de frequentie van de als gewenste signalen uit het afgetaste registratie-25 spoor uitgelezen chrominantiecomponenten.. Door toepassing van een kamfilter met blokkeringsfrequentiebanden, welke samenvallen met de overspraakcomponentfrequenties, kunnen de ongewenste overspraakchrominantiecomponenten worden verzwakt. Op die wijze is het mogelijk om videosignalen zonder 30 toepassing van beschermingsbanden in aangrenzende registratiesporen op te nemen en daaruit op bevredigende wijze uit te lezen.
Bij videöbandapparaten van het type met schroeflijnvormige bandaftasting en de zojuist beschreven werking 35 dienen de roteerbare magneetkoppen slechts voor opname van videosignalen volgens de daartoe diénende, schuin ten opzichte van de bandlangsrichting verlopende registratiesporen. De opname van.de aüdiosignalen geschiedt in een afzonderlijk re- 8201995 __ * · l - 3 - gistratiespoor, dat zich evenwijdig aan de langsrand van de magneetband en nabij deze rand uitstrekt; de opname van de audiosignalen vindt plaats door middel van een vaststaande opneemmagneetkop. Wanneer bandtransport bij betrekkelijk lage 5 transportsnelheid wordt toegepast, zulks ter verkrijging van een hogere signaalregistratiedichtheid op de band, zal de kwaliteit van het door middel van de vaststaande opneemmagneetkop opgenomen audiosignaal echter niet gelijk zijn aan dié bij hogere bandtransportsnelheden.
10 Een dergelijke daling van de audiosignaalopneera- kwaliteit als gevolg van een lage bandtransportsnelheid kan worden vermeden, respectievelijk in aanzienlijke mate worden beperkt,, indien de audiosignalen in dezelfde registratiesporen als de videosignalen worden opgenomen. Zo kan bijvoorbeeld 15 een vooraf bepaald deel van ieder registratiespoor worden bestemd voor opname van audiosignalen. De getrouwheid van opname en weergave van de audiosignalen kan daarbij worden verbeterd wanneer de audiosignalen eerst worden gedigitaliseerd en vervolgens in de videoregistratiesporen worden opgenomen.
20 Bij de opname van dergelijke gedigitaliseerde audiosignalen in de videoregistratiesporen kan zich echter, wanneer geen beschermingsbanden worden toegepast, weer het probleem van overspraak voordoen. Wanneer bijvoorbeeld tijdens signaal-weergave de ene magneetkop A een hetzij door dezelfde magneet-25 kop, hetzij door een magneetkop met eenzelfde azimuthhoek, aan signaalopname onderworpen registratiespoor aftast, bestaat de mogelijkheid, dat ook het in een aangrenzend registratiespoor door de andere magneetkop B opgenomen audiosignaal wordt uitgelezen.
30 Zoals algemeen bekend is, is de bij toepassing van een kamfilter verkregen uitfiltering van overspraakcomponenten tenminste gedeeltelijk gebaseerd op het inzicht, dat een videosignaal, en meer in het bijzonder de chrominantiecomponent daarvan, van beeldregel tot beeldregel slechts langzaam ver-35 andert. De practische. werking van een dergelijk kamfilter is derhalve gebaseerd op de betrekkelijk grote informatieredun-dantie bij de overgang van een beeldregel naar de volgende.
8201995 - 4 -
Audiosignalen, en meer in het bijzonder gedigitaliseerde audiosignalen, vertonen echter niet een dergelijke infor-matieredundantie van beeldregel tot beeldregel. Een voor eliminatie van' chrominantie-overspraakcomponenten dienend 5 kamfilter, dat voor een dergelijke eliminatie uitstekend functioneert, leent zich derhalve in veel mindere mate of niet voor eliminatie van de overspraakcomponentenvan de digitale audiosignalen, welke uit aangrenzende registratiésporen worden uitgelezen.
10 Bovendien kan in dit verband worden opgemerkt, dat de digitale audiosignalen gewoonlijk een betrekkelijk groot aantal laagfrequentcomponenten vertonen. Deze componenten ondergaan echter in vergelijking met de frequentiegemodu-leerde luminantiecomponenten van aanzienlijk hogere frequentie 15 weinig azimuthverlies. . In verbandcharmede kan van de hiervoor beschreven methode van overspraakcomponenteneliminatie bij de verwerking van digitale audiosignalen weinig resultaat verwacht worden, zelfs wanneer de overspraakcomponenten worden uitgelezen door middel van magneetkoppen met azimuthhoeken, 20 welke verschillen van dié tijdens signaalopname. Het is mogelijk, de digitale audiosignalen op te nemen in de vorm van volgens het MFM-principe (Modified Frequency Modulation) of 2 volgens het M FM-principe (Modified Modified Frequency Modulation) gemoduleerde signalen, waaruit op te nemen signaal-25 frequenties resulteren, welke gevoelig voor het beschreven azimuthverlies zijn. Bij opname en.weergave van volgens deze beide principes gemoduleerde informatie dienen echter zowel het signaalopneemstelsel als het signaalweergeefstelsel over het gehele frequentiegebied van betrekkelijk lage tot betrek-30 kelijk hoge frequentiewaardèn een zelfde frequentiekarakte-ristiek te vertonen. Het is echter moeilijk om aan dit vereiste te voldoen, in het bijzonder bij videobandapparaten, waarvan de meestal in de signaalweergeefséctie toegepaste ver-effenings- en versterkingsschakelingen aan zeer hoge nauw-35 keurigheidseisen moeten voldoen.
De onderhavige uitvinding stélt zich'ten doel, hierin verbetering te brengen en een werkwijze en inrichting, meer 8201995 - 5 - i in het bijzonder een stelsel, voor opname van digitale informatie, meer in het bijzonder audio-informatie, te verschaffen, waarbij de hiervoor genoemde problemen zich niet voordoen.
5 Voorts stelt de uitvinding zich ten doel, een werk wijze en inrichting, meer. in het bijzonder een stelel, voor opname van digitale informatie in afwisselende registratie-sporen door middel van een paar roteerbare magneetkoppen te verschaffen.
10 Een ander doel van de uitvinding is het verschaffen van een werkwijze en een inrichting, meer in het bijzonder een stelsel, voor opname van digitale informatie in aangrenzende registratiesporen op een registratiemedium, waarbij de door uitlezing van digitale informatie uit een aangrenzend 15 registratiespoor optredende overspraakverschijnselen worden vermeden of tot een minimum worden teruggebracht.
Volgens de uitvinding geschiedt de opname van informatie in aangrenzende registratiesporen op een registratiemedium door digitalisering van de informatie tot digitale 20 informatiesignalen, waaruit frequentiegemoduleerde signalen worden gevormd, waarvan de momentane frequentiewaarde een functie van de inhoud van de digitale informatiesignalen is. Deze frequentiegemoduleerde signalen worden door elkaar afwisselende opneemmagneetkoppen met onderling verschillende 25 azimuthhoeken in afwisselende registratiesporen opgenomen.
Volgens een bepaald aspect van de uitvinding is de speciale frequentiewaarde van de frequentiegemoduleerde signalen een functie van het feit, of een respectievelijk bijbehorend bit van de digitale informatiesignalen de binaire 30 waarde "1" of de binaire waarde "0" heeft. Bij voorkeur wordt een signaal van een eerste frequentie gevormd wanneer de bit-waarde "1" is, doch een signaal van een andere frequentie wanneer de bitwaarde "O" is. Bij voorkeur wordt de gemiddelde of centrale frequentiewaarde van de frequentiegemoduleerde 35 signalen voldoende hoog gekozen om zeker te stellen, dat een door de ene magneetkop opgenomen signaal van een bepaalde frequentie ingeval van uitlezing door een weergeefmagneetkop 8201995 • * - 6 - * met dezelfde azimuthhoek als de andere opneemmagneetkop een aanzienlijke verzwakking door azimuthverlies ondergaat.
Volgens een ander aspect van de uitvinding vertegenwoordigen de genoemde digitale signalen audio-informatie; 5 de uit deze digitale audiosignalen gevormde, frequentiegemo-duleerde signalen worden steeds in vooraf bepaalde respectieve secties van ieder registratiespoor opgenomen, terwijl in het overige deel van ieder registratiespoor video-informatie wordt opgenomen. Dit wil zeggen, dat voor opname van zowel de fre-10 quentiegemoduleerde audiosignalen als de videosignalen in een registratiespoor steeds eenzelfde opneemmagneetkop dient.
Een bijkomend verschijnsel is, dat de digitale audiosignalen voorafgaande aan signaalopname aan tijdbasiscompressie worden onderworpen.
15 De uitvinding zal worden verduidelijkt in de nu volgende beschrijving aan de hand van de bijbehorende tekening van enige uitvoeringsvormen, waartoe de uitvinding zich echter niet beperkt. In de tekening tonen: fig. 1 een grafische weergave van het frequentie-20 spectrum van een door middel van een videobandapparaat van bepaald type opgenomen informatiesignaal, fig. 2 een schematische weergave op een roteerbare magneetkopeenheid met voor aftasting van een registratiespoor dienende magneetkoppen van een videobandapparaat, 25 fig. 3 een schematische weergave van een gedeelte van een magneetband met de daarop door middel van een videobandapparaat volgens fig. 2 gevormde registratiesporen, fig. 4 een blokschema van een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding, 30 fig. 5A-5Deaige tijdbasisschalen ter verduidelijking van de werking van de uitvoeringsvorm volgens fig. 4, fig. 6 een grafische weergave van het frequentiespectrum van een door middel van de uitvoeringsvorm volgens fig. 4 opgenomen informatiesignaal, en 35 fig. 7 een blokschema van een uitvoeringsvorm van een inrichting voor weergave van een door middel van de uitvoeringsvorm volgens fig. 4 opgenomen informatiesignaal.
8201995 _ - 7 -
Zoals reeds is opgemerkt, is de onderhavige uitvinding in het bijzonder bestemd voor opname van in digitale vorm gebrachte audiosignalen in dezelfde registratiesporen als videosignalen door middel van een videobandapparaat 5 van het type· met schroeflijnvormige bandaftasting en een paar opneemmagneetkoppen. Bij voorkeur is het videobandapparaat van het type, waarbij de signaalopname plaatsvindt in aangrenzende, onderling evenwijdige en schuin ten opzichte van de bandlangsrichting verlopende registratiesporen zonder tus-10 sengelegen beschermingsbanden. Zoals reeds is opgemerkt, wordt bij toepassing van een videobandapparaat van dergelijk type optredende overspraak tegengegaan, respectievelijk zo gering mogelijk gemaakt, door de chrominantiecomponent van het op te nemen kleurenvideosignaal voorafgaande aan de signaalopname 15 naar een lager gelegen frequentieband om te zetten en door de luminantiecomponent te frequentiemoduleren op een draaggolf-signaal, waarvan de frequentie duidelijk boven het frequentie-gebied van de aan frequentie-omzetting onderworpen chrominantiecomponent blijft. Fig. 1 toont het frequentiespectrum van een 20 op dergelijke wijze bewerkt videosignaal. Zoals fig. 1 laat zien, vertoont de aan frequentie-omzetting onderworpen chrominantiecomponent een centrale frequentiewaarde, welke de hulp-draaggolffrequentiewaarde voor de chrominantiecomponent vormt, van ongeveer 688 KHz. De centrale frequentie van de frequentie-25 gemoduleerde luminantiecomponent .ligt · ongeveer bij 3,5 MHz. Tussen het benedengebiëd van de frequentiegemoduleerde luminantiecomponent en het bovengebièd van de aan frequentie-omzetting onderworpen chrominantiecomponent trèedt een betrekkelijk geringe overlapping op.
30 Zoals gebruikelijk, worden de aldus voorbewerkte chrominantie- en luminantiecomponenten gecombineerd, respectievelijk gemengd tot signalen, welke door elkaar afwisselende opneemmagneetkoppen in elkaar afwisselende registratiesporen worden opgenomen. Daarbij zal bijvoorbeeld de opneem-35 magneetkop A het gecombineerde signaal in ieder tweede regis-tratiespoor T^ opnemen, terwijl de opneemmagneêtkop B het gecombineerde signaal in ieder overig registratiespoor Tg opneemt.
8201995 - 8 -
De azimuthhoek van de luchtspleet van de magneetkop A verschilt daarbij van dié van de magneetkop B. Indien de bij latere signaalweergave toegepaste weergeefmagneetkoppen A en B respectievelijk identieke azimuthhoeken als de bij signaal-5 opname toegepaste opneemmagneetkoppen A en B vertonen, zal het optredende azimuthverlies een aanzienlijke verzwakking veroorzaken van de overspraakcomponenten van de frequentie-gemoduleerde luminantiesignaalcomponent van betrekkelijk hoge frequentie; deze overspraakcomponenten worden uitgelezen 10 wanneer, de weergeefmagneetkop A tijdens signaalweergave informatie uit een tijdens signaalopname door de opneemmagneetkop B gevormd registratiespoor uitleest, en omgekeerd. Zoals reeds is opgemerkt, treden het genoemde azimuthverlies en de daaraan gepaard.gaande verzwakking van overspraakcomponenten in 15 aanzienlijk mindere mate bij de in een lager frequentiegebied opgenomen chrominantiesignaalcomponenten op.
Bij de onderhavige uitvinding wordt beoogd, door middel van een videobandappara&t van het zojuist beschreven type audioinformatie in dezelfde registratiesporen als video-20 informatie op te nemen. Gewoonlijk wordt de audio-informatie door middel van een vaststaande opneemmagneetkop in een afzonderlijk langsregistratiespoor opgenomen. Volgens de onderhavige uitvinding wordt de audio-informatie echter eerst in digitale vorm gebracht, waarna de aldus verkregen, digitale 25 audiosignalen op de magneetband worden opgenomen door middel van dezelfde roteerbare opneemmagneetkoppen, welke voor opname van de video-informatie dienen. De digitale audiosignalen worden daarbij in een vooraf bepaald, hetzij aan dét van de videosignalen voorafgaand, hetzij daarop volgend deel van ieder 30 registratiespoor opgenomen. Aangezien de digitale audiosignalen gewoonlijk zeer laagfrequente componenten bevatten, vertonen zij bijvoorbeeld het in fig. 1 met een gebroken lijn weergegeven frequentiespectrum. De digitale audiosignalen hebben daarbij het karakter van impulscodegemoduleerde audiosignalen. 35 Als gevolg van de aanwezigheid van laagfrequente componenten in de'opgenomen audiosignalen verschaft het hiervoor beschreven azimuthverlies slechts een zeer onbevredigende 8201995 - 9 - bijdrage in het verminderen van dooroverspraakcomponenten veroorzaakte signaalstoring. De toepassing van kamfilters \ voor eliminatie van overspraakcomponenten uit de digitale audiosignalen levert evenmin enig resultaat. Zelfs indien de 5 digitale audiosignalen voorafgaande aan opname volgens een speciaal freqüentiemodulatieprincipè, zoals het MFM- of hèt 2 M FM-principe, worden gemoduleerd, waardoor de in de digitale signalen optredende frequenties op een niveau kunnen komen, waarin met succes azimuthverlies kan worden toegepast, vormt 10 het vereiste van een steeds gelijke frequentiekarakteristiek over een zeer.groot frequentiegebied een doorslaggevend bezwaar voor een dergelijke toepassing. De gebruikelijke ver-effenings- en versterkingsschakelingen van de signaalweer-geefsectie van een videobandapparaat dienen dan namelijk aan 15 zeer hoge nauwkeurigheidseisen te voldoen, hetgeen over het gehele door de frequentiegemoduleerde digitale signalen in beslag genomen frequentiegebied moeilijk kan worden gerealiseerd. De onderhavige uitvinding neemt deze problemen weg.
Fig. 2 vormt een schematische weergave van een 20 voor opname van digitale audiosignalen in dezelfde registratie-sporen en door dezelfde opneemmagneetkoppen als voor opname van de videosignalen bruikbare uitvoeringsvorm van een roteerbare magneetkopeenheid. De beide magneetkoppen A en B vormen daarbij bijvoorbeeld gecombineerde opneem- en weergeefmagneet-25 koppen en zijn op het roteerbare gedeelte van een bandlei- trommel 1 van gebruikelijk type van een videobandapparaat aangebracht. De magneetkoppen A en B zijn diametraal tegenover elkaar, dat wil zeggen over een middelpuntshoek van 180° ten opzichte van elkaar verschoven, aangebracht. De bandleitrommel 30 1 en de magneetkoppen A en B roteren tijdens bedrijf in de met de pijl a aangeduide rotatierichting; een magneetband 2 wordt door leidorganen 3 en 4 schroeflijnvormig om een buiten-omtreksgedeelte van de bandleitrommel 1 geleid, terwijl het bandtransport in de door de pijl b aangeduide richting geschiedt. 35 De magneetband 2 raakt de bandleitrommel 1 aan over een zich tussen de punten c en e uitstrekkende omtreksboog. Het zal duidelijk zijn, dat de middelpuntshoek van deze omtreksboog - 10 - groter is dan de middelpuntshoek van 180°, waarover de mag-neetkoppen A en B ten opzichte van elkaar verschoven zijn aangebracht. De middelpuntshoek tussen de omtrekspunten c en e kan bijvoorbeeld 210Ö bedragen.
5 Wanneer de magneetkop A tijdens zijn rotatiebewe- - ging het punt c passeert, krijgt de magneetkop digitale audio-signalen, welke bij voorkeur de gedaante van frequentiege-moduleerde signalen hebben, voor opname toegevoerd, totdat de magneetkop'hét punt d bereikt. Vervolgens, tijdens rotatie 10 van het punt d naar het punt e, krijgt de magneetkop A op te nemen videosignalen toegevoerd. Op soortgelijke wijze krijgt de magneetkop B bij het passeren van het punt c digitale audiosignalen voor opname toegevoerd tot het bereiken van het punt d, waarna de magneetkop B videosignalen voor opname tussen het 15 punt d en e krijgt toegevoerd. Fig. 3 vormt een schematische weergave van respectievelijk door de magneetkoppen A en B op de magneetband 2 gevormde registratiesporen T^ en Tg. Zoals fig.
3 laat zien, vindt tijdens rotatie door de magneetkop A van het punt c naar het punt d opname van digitale audiosignalen S
P
20 plaats. Vervolgens neemt de magneetkop A van het punt d tot het punt e videosignalen S in het registratiespoor T_ op.
Tijdens de rotatiebeweging van de magneetkop A van het punt c naar het punt d roteert de magneetkop B naar het punt e. Gedurende het desbetreffende interval verkeren derhalve zowel de 25 magneetkop A als de magneetkop B in aanraking met de magneetband 2, waarbij zij gedeelten van respectieve registratiesporen TA en Tg beschrijven. Daarbij neemt de magneetkop A digitale audiosignalen S in het registratiespoor T op, terwijl de mag-
p A
neetkop B videosignalen ST in het registratiespoor T_ opneemt.
30 Het desbetreffende interval komt overeen met de hoek Θ in fig. 2? Θ heeft bijvoorbeeld een waarde van 30°.
Fig. 4 toont het blokschema van een uitvoeringsvorm volgens de uitvinding voor opname van digitale audiosignalen en videosignalen in steeds dezelfde registratiesporen door 35 middel van steeds dezelfde respectieve opneemmagneetkop. Bij de hier beschreven uitvoeringsvorm wordt ervan uitgegaan, dat via een ingangsaansluiting 10 analoge audiosignalen worden ontvangen, welke via een nog nader te beschrijven eenheid 100 met 820 1 99 5 .............
- 11 - een analoog/digitaal-omzetter 101, een codeereenheid 102 en een tijdbasiscompressie-eenheid 103 in impulscodegemodu-leerde signalen worden omgezet. Deze worden toegevoerd aan een frequentiemodulatór, welke in fig. 4 is weergegeven als 5 te bestaan uit de combinatie van een eerste signaalbron 5 voor levering van een draaggolfsignaal met de frequentie f1# een tweede signaalbron 6 voor levering van een draaggolf-signaal met een frequentie f^ en een schakeleenheid 7, welke door het irapulscodegemoduleerde .uitgangssignaal van de een-10 heid 100 wordt bestuurd voor afgifte van het eerste of het tweede draaggolfsignaal met de respectieve frequentie f^ of f2# bijvoorbeeld zodanig, dat voor iedere binaire waarde "0" van het impulscodegemoduleerde audiosignaal het door de eerste signaalbron 5 geleverde draaggolfsignaal met de frequentie f^, 15 doch voor iedere binaire waarde "1" van het impulscodegemoduleerde audiosignaal het van de tweede signaalbron 6 afkomstige . draaggolfsignaal met de frequentie f2 wordt doorgelaten. De schakeleenheid 7 reageert derhalve op de respectieve infor-matiewaarden van het gedigitaliseerde audiosignaal door keüze 20 tussen de draaggolffrequent!ewaarden f^ en f2·
Het uitgangssignaal van de uit de componenten 5, 6 en 7 bestaande frequentiemodulatór wordt door de schakeleenheid 7 toegevoerd aan de vaste contacten P van twee kiesschakelaars 8 en 9, waarvan de respectieve andere vaste contacten V zijn ver-25 bonden met een ingangsaansluiting 11, via welke op te nemen videosignalen aan de schakeling worden toegvoerd. De beide kiesschakelaars 8 en 9, welke in de praktijk de gedaante van electronische schakeleenheden hebben, worden zodanig bestuurd, dat zij hetzij het ene vaste contact P, hetzij het andere 30 vaste contact V met hun respectieve uitgangsaansluitingen doorverbinden, zulks afhankelijk van het signaalniveau van het daartoe aan beicie kiesschakelaars toegevoerde schakelbestu-ringssignaal, dat door respectieve monostabiele multivibra-toren 13 en 14 wordt geleverd. De uitgangssignalen van de 35 kiesschakelaars 8 en 9 worden via respectieve versterkers ' 15 en 16 aan de respectieve opneemmagneetkoppen A en B toegevoerd. Zoals reeds aan de hand van fig. 3 is beschreven, - 12 - zijn de magneetkoppen A en B zodanig uitgevoerd en aangebracht, dat zij opeenvolgende, aangrenzende en onderling evenwijdige registratiesporen en Τβ op de magneetband 2 aftasten.
De beide monostabiële multivibratoren 13 en 14 zijn 5 beide gekoppeld met een ingangsaansluiting 12, via welke een van een niet in de tekening weergegeven positie-impulsgenerator afkomstige positie-impuls PG wordt ontvangen. Daartoe kan de met de roteerbare bandleitrornmel 1 of met de roteerbare mag-neetkoppen A en B gekoppelde aandrijfas zijn uitgerust met 10 een detectieschakeling, welke tijdens rotatie· van de magneet-koppen door een vooraf bepaalde hoekstand een positie-impuls PG afgeeft. Zo kan de genoemde aandrijfas bijvoorbeeld zijn voorzien van een magnetisch element, dat gelijktijdig met het passeren van het punt c in fig. 2 door de magneetkop A een ge-15 sghikte opneemspoel passeert, waarin dan een dergelijke positie-impuls PG wordt geïnduceerd. Deze start de monostabiele multivibrator 13, bijvoorbeeld zodanig, dat deze een uitgangs-impuls van vooraf bepaalde impulsduur afgeeft, welke wegvalt wanneer de magneetkop A tijdens zijn rotatiebeweging het punt 20 d in fig. 2 bereikt. De monostabiele multivibrator 14 kan zijn uitgerust met een geschikte vertragingsschakeling of uit de serieschakeling van enige monostabiele multivibratoren bestaan, .zodanig, dat de multivibrator 14 een soortgelijke uitgangs-impuls afgeeft wanneer de magneetkop B het punt c passeert? 25 deze uitgangsimpuls van de monostabiele multivibrator 14 heeft een zodanige impulsduur, dat hij wegvalt wanneer de magneetkop B het punt d in fig. 2 bereikt.
Zoals reeds is opgemerkt is tussen de ingangsaansluiting 10 en de uit de componenten 5, 6 en 7 bestaande fre-30 quentiemodulator een eenheid 100 opgenomen, welke bestaat uit een analoog/digitaal-omzetter 101, een codeereenheid 102 en een tijdbasiscompressieschakeling 103.
De analoog/aigitaai-omzetter 101 kan bestaan uit een bemonsterschakeling voor bemonstering van het analoge 35 ingangsaudiosignaal op opeenvolgende bemonstertijdstippen en uit een kwantificeringsschakeling voor kwantificering van ieder monster en omzetting daarvan in een digitaal signaal. De analoog/ digitaal-omzetter 101 kan van willekeurig geschikte, gebruikelijke 8201995 - 13 - uitvoering zijn.
De codeereenheid 102 dient voor omzetting van het door de analoog/digitaal-omzetter 101 afgegeven, digitale signaal in een volgens een speciaal gewenste code gecodeerd, 5 digitaal signaal. De codeereenheid 102 kan bijvoorbeeld voor ieder ontvangen, gedigitaliseerd audiosignaalmonster een impuls codegemoduleerd audiosignaal vormen. Indien gewenst, kan de codeereenheid 102 uiteraard ook zodanig zijn uitgevoerd, dat ieder gedigitaliseerd audiosignaalmonster in een wille-10 keurig anders gecodeerd, signaal wordt omgezet.
De tijdbasiscompress'ieschakeling 103 dient voor compressie van de tijdbasis van het door de codeereenheid 102 afgegeven, gecodeerde digitale audiosignaal. De schakeling 103 kan bijvoorbeeld een geheugenschakeling bevatten, waarin de 15 van de codeereenheid 102 afkomstige, gecodeerde digitale audiosignalen met een eerste snelheid worden ingelezen en waaruit de tijdelijk opgeslagen audiosignalen met een tweede, hogere snelheid worden uitgelezen. De tijdbasiscompressieschakelinq ( 103 kan dan tenminste twee dergelijke geheugenschakelingen be- 20 vatten, zodanig, dat inlezing van digitale audiosignalen in de ene geheugenschakeling samenvalt met uitlezing van tijdelijk opgeslagen digitale audiosignalen uit de andere geheugenschakeling.
De aldus aan tijdbasiscompressie onderworpen, digi-25 tale audiosignalen worden als schakelbesturingssignalen aan de schakeleenheid 7 van de frequentiemodulator toegevoerd, zodanig, dat deze de frequentiegemoduleerde signalen S^f afgeeft. Voor iedere door de tijdbasiscompressieschakeling 103 aangeboden, binaire waarde "O" geeft de schakeleenheid 7 een uit-30 gangssignaal met de frequentie f^ af, voor iedere aangeboden binaire waarde "1” een uitgangssignaal met de frequentie f2*
Op deze wijze krijgen de kiesschakelaars 8 en 9 frequentiegemoduleerde signalen toegevoerd, welke een functie vormen van de door de eenheid 100 afgegeven, digitale audiosignalen.
35 Indien het digitale audiosignaal bijvoorbeeld de binaire sequentie £...0110....3 vertoont, zal de schakeleenheid 7 een frequentiegemoduleerd signaal met de sequentie £ ..
.8201995 - 14 - afgeven.
Bij de in tig. 4 weergegeven uitvoeringsvorm van de uitvinding is = 2,8 MHz en f2 = 5,6 MHz. Uit het frequentiespectrum volgens fig. 1 komt naar voren, dat deze fre-5 quentiewaarüen en f2 voldoende hoog zijn om het voor over-spraakeliminatie gewenste azimuthverlies te veroorzaken.
De fig. 5A-5D tonen de tijdbasisrelatie tussen de door de monostabiele multivibratoren 13 en 14 afgegeven scha-kelbesturingsimpulsen en de respectievelijk aan de opneemmag-10 neetkoppen A en B toegevoerde signalen. Zoals reeds is opgemerkt, geeft de monostabiele multivibrator 13 de schakelbe-sturingsimpuls volgens fig. 5A af in reactie op een positie-impuls PG, welke verschijnt wanneer bijvoorbeeld de magneet-kop A het punt c passeert. Deze schakelbesturingsimpuls heeft 15 een vooraf bepaalde impulsduur, welke wordt bepaald door de tijdconstante van de monostabiele multivibrator 13, en valt weg op het tijdstip, waarop de magneetkop A tijdens zijn ro-tatiebeweging het punt d bereikt. De impulsduur van de schakelbesturingsimpuls volgens fig. 5A is derhalve gelijk aan 20 de tijdsduur, welke de roteerbare magneetkop A nodig heeft om de door de hoek Θ in fig. 2 bepaalde, gebogen baan af te leggen.
De kiesschakelaar 8 reageert op de van de monostabiele multivibrator 13 ontvangen schakelbesturingsimpuls 25 door doorlating van de frequentiegemoduleerde, digitale audio-signalen S ^ naar de magneetkop A. Zoals fig. 5C laat zién, zullen deze frequentiegemoduleerde, digitale audiosignalen Sp£ derhalve door de magneetkop A tijdens rotatie van het punt c naar het punt d worden opgenomen. Bij het bereiken van 30 het punt d valt de schakelbesturingsimpuls volgens fig. 5A weg, waarna de kiesschakelaar 8 de videosignalen Sv naar de magneetkop A doorlaat. Zoals fig. 5C laat zien, worden vanaf dat ogenblik deze videosignalen door de magneetkop tijdens rotatie van het punt d naar het punt e op de magneetband op-35 genomen.
Zoals reeds is opgemerkt, dient de voor het starten van de monostabiele multivibrator 13 dienende positie-impuls 8201995 b. ···—-·-...........
- 15 - PG tevens voor het starten van de monostabiele multivibrator 14. Deze geeft dan op het tijdstip, waarbij de magneetkop B langs :het punt c roteert, de schakelbesturingsimpuls volgens fig. 5B af. Bij voorkeur vertoont deze van de monostabiele 5 multivibrator 14 afkomstige schakelbesturingsimpuls volgens fig. 5B dezelfde impulsduur als de door de monostabiele multivibrator 13 afgegeven schakelbesturingsimpuls volgens fig. 5A. De kiesschakelaar 9 reageert op de schakelbesturingsimpuls door tijdens de duur daarvan de freguentiëgemoduleerde, di-10 gitale audiosignalen naar de magneetkop B door te laten.
Tijdens de rotatie van deze magneetkop van het punt c naar het punt d neemt hij derhalve deze frequentiegemoduleerde, digitale audiosignalen op (zie fig. 5D). Het zal duidelijk zijn, dat terwijl de magneetkop B op deze wijze de fre-15 quentiegemoduleerde audiosignalen op de magneetband opneemt, de magneetkop A nog bezig is, de videosignalen op te nemen. De booglengte van ieder door de magneetkop A en ieder door de magneetkop B afgetast registratiespoor is derhalve groter dan 180°, namelijk 180° + Θ.
20 De magneetkoppen A en B vormen op de magneetband 2 respectieve, elkaar afwisselende registratiesporen en Τβ.
Bij de hier beschreven uitvoeringsvorm van de uitvinding worden de frequentiegemoduleerde, digitale audiosignalen in een vooraf bepaald deel van ieder registratiespoor T opgenomen, 25 terwijl in het overige deel van het registratiespoor de videosignalen Sv worden opgenomen. Hoewel bij deze uitvoeringsvorm de opname van de frequentiegemoduleerde audiosignalen in het begindeel van ieder registratiespoor T plaatsvindt, zoals tijdens rotatie over de eerste 30° door de desbetreffende 30 magneetkop, zal het duidelijk zijn, dat het desgewenst ook mogelijk is om de frequentiegemoduleerde, digitale audiosignalen in het einddeel van ieder registratiespoor op te nemen.
Uit het voorgaande komt tevens naar voren, dat de momentane frequentiewaarde van de frequentiegemoduleerde signa-35 len afhankelijk is van de binaire waarde, welke het gedigitaliseerde audiosignaal vertoont, respectievelijk "1" of ”0".
Bij voorkeur wordt voor de centrale frequentie van de fre- 8201995 - 16 - quentiegemoduleerde, digitale audiosignalen een waarde gekozen, welke althans tenminste nagenoeg gelijk is aan of tenminste in dezelfde grootte orde ligt als de centrale frequentie-• waarde van de frequentiegemoduleerde luminantiecomponent van 5 de videosignalen Sv· Het frequentiespectrum van de door een inrichting volgens fig. 4 opgenomen video- en audiosignalen krijgt dan de gedaante volgens fig. 6, waarin de met een gebroken lijn getekende kromme het frequentiespectrum van de frequentiegemoduleerde, digitale audiosignalen laat zien? 10 de centrale frequentiewaarde bedraagt 3 MHz. Aangezien deze centrale frequentiewaarde van de signalen althans tenminste nagenoeg gelijk is aan de centrale frequentiewaarde van de frequentiegemoduleerde luminantiecomponent van de videosignalen Sv, kan het azimuthverlieseffect op doeltreffende wijze worden toege-15 past voor eliminatie, respectievelijk minimalisering, van tijdens signaalweergave optredende, ongewenste overspraakver-schijnselen. Voorts verschaft deze. maatregel volgens de uitvinding de mogelijkheid om de vereffenings- en versterkings-schakelingen, welke bij de uitlezing van videosignalen worden 20 toegepast, zonder enige wijziging tevens voor uitlezing van de impulscodegemoduleerde audiosignalen te gebruiken.
Fig. 7 toont het blokschema van een inrichting volgens de uitvinding voor weergave van op aangrenzende re-gistratiesporen T& en Τβ van de magneetband 2 opgenomen, samen-25 gestelde signalen. De op de eerder beschreven wijze opgenomen signalen worden weer uitgelezen door middel van roteerbare magneetkoppen, wélke in principe kunnen worden gevormd door dezelfde magneetkoppen, welke voor opname van de signalen zijn gebruikt, bijvoorbeeld de bij de eerder beschreven uit-30 voeringsvorm toegepaste opneemmagneetkoppen; bij een andere uitvoeringsvorm kunnen de weergeefmagneetkoppen.bestaan uit afzonderlijke magneetkoppen met respectieve azimuthhoeken, welke gelijk zijn aan diê van de respectiève opneemmagneetkoppen. Gemakshalve worden bij het blokschema volgens fig. 7 35 de beide uitleesmagneetkoppen weef als A en B aangeduid, waarbij wordt verondersteld, dat deze beide magneetkoppen respectievelijk dezelfde azimuthhoeken vertonen als de eerder beschreven opneemmagneetkoppen A' en B, waarvan de bij opname 8201995 1 t - 17 - * gevormde registratiesporen bij signaalweergave door de weer-geefmagneetkoppen A en B worden uitgelezen. Eventuele over-spraakcomponenten, welke bij aftasting van een registratie-spoor door de weergeefmagneetkop A uit een aangrenzend 5 registratiespoor Τβ worden uitgelezen, worden als gevolg van het optredende azimuthverlies, dat vooral bij de frequentie-gemoduleerde luminantiecomponent en de frequentiegemoduleerde, digitale audio-informatie optreedt, verzwakt of tot een minimum teruggebracht, terwijl kamfiltering een zelfde effect 10 voor in de frequentiegemoduleerde signalen binnengedrongen chrominantie-overspraakcomponenten heeft.
De weergeefmagneetkop A is via een weergeefver-sterker 17 gekoppeld met een vereffeningsschakeling 19, waarvan het uitgangssignaal wordt toegevoerd aan het ene vaste 15 contact V'1 van een kies schakelaar 21 en het ene vaste contact P^ van een kiesschakelaar 22. Op soortgelijke wijze is de weergeefmagneetkop B via een weergeefversterker 18 gekoppeld met een vereffeningsschakeling 20, waarvan het uitgangssignaal wordt toegevoerd aan zowel het andere vaste contact 20 V2 van de kiesschakelaar 21 als het andere vaste contact 1*2 van de kiesschakelaar 22. De uitgangssignalen van de beide kiesschakelaars 21 en 22 komen ter beschikking aan respectieve video- en audio-uitgangsaansluitingen 26 en 27. De kiesschakelaar 21, welke evenals de kiesschakelaar 22 in de prak-25 tijk de gedaante van een electronische schakeleenheid heeft, wordt bestuurd'door een videosignaalschakelbesturingsimpuls, welke wordt geleverd door een monostabiele multivibrator 24? de kiesschakelaar 22 wordt bestuurd door een van een monostabiele multivibrator 23 afkomstige audiosignaalschakelbe-30 sturingsimpuls. Zoals fig. 7 laat zien worden de beide monostabiele multivibratoren 23 en 24 gestart door positie-im-pulsen PG, welke via een aansluiting 25 aan de schakeling worden toegevoerd. Een dergelijke positie-impuls PG verschijnt wanneer de weergeefmagneetkop A (of B) tijdens zijn rotatie-35 beweging een vooraf bepaald punt bereikt, zoals het punt c in fig. 2.
Tijdens bedrijf tasten de weergeefmagneetkoppen A
8201995 - 18 - en B afwisselend registratiesporen en Τβ af, waarbij de frequentiegemoduleerde, digitale audiosignalen en de videosignalen uit het respectieve registratiespoor worden uitgelezen. Na geschikte versterking en vereffening, welke van 5 gebruikelijk type is, worden de aldus verkregen signalen toegevoerd aan de kiesschakelaars 21 en 22. Meer in het bijzonder wordt het uitgangssignaal van de magneetkop A'via de weer-geefversterker 17 en de vereffeningsschakeling 19 toegevoerd aan het ene vaste contact V.^ van de kiesschakelaar 21 en het 10 ene vaste contact P^ van de kiesschakelaar 22. Op soortgelijke wijze wordt het uitgangssignaal van de weergeefmagneet-kop B via de weergeefversterker 18 en de vereffeningsschakeling 20 toegevoerd aan het andere, vaste contact V2 van de kiesschakelaar 21 en het andere vaste contact P2 van de kiesscha-15 kelaar 22. Aangenomen wordt nu, dat bij het pass'eren van het punt c door de magneetkop A een positie-impuls PG ter beschikking komt. Voorts wordt verondersteld, dat de monosta-biele multivibrator 23 daardoor wordt gestart voor afgifte van een audicsignaalschakelbesturingsimpuls van vooraf be-20 paalde impulsduur, terwijl de monostabiele multivibrator 24 op het verschijnen van een positie-impuls PG verschijnt door afgifte van een videosignaalschakelbesturingsimpuls van eveneens vooraf bepaalde impulsduur, welke laatstgenoemde scha-kelbesturingsimpuls verschijnt bij het wegvallen van de door 25 de monostabiele multivibrator 23 afgegeven audiosignaalscha-kelbesturingsimpuls. Het zal derhalve duidelijk zijn, dat de monostabiele multivibrator 24 een geschikte vertragingsscha-keling dient te bevatten, zodanig, dat deze monostabiele multivibrator wordt gestart op het tijdstip, waarop de door de 30 monostabiele multivibrator 23 afgegeven audiosignaalschakel-besturingsimpuls wegvalt.
Wanneer de magneetkop A tijdens zijn roterende beweging het punt c bereikt, levert de monostabiele multivibrator 23 de audiosignaalschakelbesturingsimpuls aan de kies-35 schakelaar 22, zodat het ene vaste contact P^^ daarvan met de uitgangsaansluiting 27 wordt doorverbonden. Aangezien de weergeefmagneetkop A dan frequentiegemoduleerde, digitale 8201995 . / » - 19 - audiosignalen uitleest, verschijnen deze signalen in de gedaante Sp aan de uitgangsaansluiting 27. De monostabiele multivibrator 24 geeft op dat ogenblik geen uitgangsimpuls af, zodat de kiesschakelaar 21 het videosignaal V2 naar de uit-5 gangsaansluiting 26 doorlaat. De door de magneetkop B uit het registratiespoor Τβ uitgelezen videosignalen verschijnen derhalve in de gedaante Sv aan de uitgangsaansluiting 26.
De door de-monostabiele multivibrator 23 afgegeven • audiosignaalschakelbesturingsimpuls valt op een vooraf be-10 paald tijdstip weg. Gelijktijdig daarmede levert de monostabiele multivibrator 24 de videosignaalschakelbesturingsimpuls aan de kiesschakelaar 21, zodat deze - vervolgens het videosignaal V.^ naar de uitgangsaansluiting 26 doorlaat; bij het wegvallen van de audiosignaalschakelbësturingsimpuls verbindt 15 de kiesschakelaar 22 het andere vaste contact P2 met de uitgangsaansluiting 27 door, zodat de door de weergeefmagneetkop A uit het registratiespoor T^, te beginnen bij het punt d, uitgelezen videosignalen naar de uitgangsaansluiting 26 worden doorgelaten. Op dat tijdstip verkeert de weergeefmagneetkop B 20 echter niet in aanraking met de band' 2. Hoewel de kiesschakelaar 22 op dat tijdstip zijn tweede of andere vaste contact T>2 roet de uitgangsaansluiting 27 doorverbindt, verschijnen aan deze uitgangsaansluiting 27 geen audiosignalen.
Wanneer de magneetkop B .tijdens zijn rotatiebewe-25 ging het punt c bereikt, begint uitlezing van frequentiege-moduleerde digitale audiosignalen, welke via de kiesschakelaar 22 naar de uitgangsaansluiting 27 worden doorgelaten.
De door de monostabiele multivibrator 24 afgegeven videosignaalschakelbesturingsimpuls valt op een vooraf be-30 paald tijdstip weg. Aangezien de weergeefmagneetkop B op dat ogenblik de video-informatie uit het registratiespoor T_ uit-
O
leest, worden de desbetreffende videosignalen via de kiesschakelaar 21 naar de uitgangsaansluiting 26 doorgelaten.
Het voorgaande herhaalt zich, zodanig, dat de als 35 electronischeschakeleenheden uitgevoerde kiesschakelaars 21 en 22 afwisselend overschakelen, respectievelijk daartoe worden bestuurd, waardoor.de uit opeenvolgende registratie-
1 V
t - 20 - sporen en ΐβ uitgelezen audio- en video-informatiesignalen van elkaar worden gescheiden, De aldus afgescheiden signalen verschijnen aan de respectievelijke video- en audiosignaal-uitgangsaansluitingen 26 en 27; niet in de tekening weerge-5 geven apparatuur voor verdere signaalbewerking kan met deze uitgangsaansluitingen worden gekoppeld. Zo kan bijvoorbeeld met de audiosignaaluitgangsaansluiting 27 een frequentiede-modulator worden gekoppeld ter verkrijging van digitale audiosignalen in oorspronkelijke vorm, welke vervolgens kunnen 10 worden gedecodeerd en worden heromgezet tot analoge audiosignalen.
De uitvinding beperkt zich niet tot de in het voorgaande beschreven en in de tekening weergegeven uitvoeringsvormen? verschillende wijzigingen kunnen in de beschreven 15 componenten en in hun onderlinge samenhang worden aangebracht, zonder dat daarbij het kader van'de uitvinding wordt overschreden.
8201995

Claims (22)

1. Werkwijze voor opname van informtie in aangrenzende, onderling evenwijdige registratiesporen op een registratiemedium, waarbij .de informatie wordt gedigitaliseerd tot digitale signalen en uit deze digitale signalen frequentie- 5 gemoduleerde signalen worden gevormd, waarvan de momentane frequentiewaarde een functie van de informatie-inhoud van de digitale signalen is, met het kenmerk, dat de frequentiege-moduleerde signalen (S^) in afwisselende registratiesporen (Τ^, Τβ) worden opgenomen door afwisselende opneemmagneet-10 koppen (A, B), waarvan de luchtspieten onderling verschillende azimuthhoeken vertonen.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij de digitale signalen uit binaire waarden "1" en "0" bestaan, met * het kenmerk, dat de frequentiegemoduleerde signalen worden 15 gevormd door opwekking van een signaal (6, 7) van een eerste frequentie if^) in reactie op een binaire waarde "1" en door opwekking van een signaal (5, 7) van een tweede frequentie (f2) in reactie op een binaire waarde "0".
3. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk, 20 dat de eerste en de tweede frequentie voldoende hoog worden gekozen om zeker te stellen, dat een door de ene opneemmag-neetkop opgenomen signaal van de ene van beide frequenties ingeval van weergave door middel van een weergeefmagneetkop met dezelfde azimuthhoek als de andere opneemmagneetkop een 25 aanzienlijke verzwakking door azimuthverlies ondergaat.
4. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de informatie audio-informatie is en dat de frequentiegemoduleerde signalen in vooraf bepaalde secties of delen (c, d) van de registratiesporen worden opgenomen.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat in de overblijvende delen (d, e) van dezelfde registratiesporen, waarin de frequentiegemoduleerde signalen worden opgenomen, door dezelfde afwisselende opneemmagneetkoppen (A, B), welke voor opname van de frequentiegemoduleerde signalen worden 35 gebruikt, videosignalen (Sv) worden opgenomen. 8201995 - 22 -
6. Werkwijze volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de opneemmagneetkoppen ieder, zodra zij een vooraf bepaalde rotatiepositie (PG; c) hebben bereikt, naar ontvangst van de' frequentiegemoduleerde signalen worden overgeschakeld 5 en, een vooraf bepaalde tijdsduur daarna (d), naar ontvangst van de videosignalen worden overgeschakeld.
7. Werkwijze volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de frequentiegemoduleerde signalen een centrale frequentie-waarde hebben, welke althans ténminste nagenoeg gelijk is 10 aan de centrale frequentiewaarde van de frequentiegemoduleerde componenten van de opgenomen videosignalen.
8. Stelsel voor opname van informatie in aangrenzende, onderling evenwijdige registratiesporen, bevattende: tenminste twee'roteerbare opneemmagneetkoppen met luchtspieten van onder- 15 ling verschillende azimuthhoek, welke voor aftasting van onderling evenwijdige, aangrenzende registratiesporen op het registratiemedium in rotatie kunnen worden aangedreven; een di-gitaliseringsschakeling voor digitalisering van de informatie tot digitale signalen; en een frequentiemodulator voor vorming 20 en afgifte van op de digitale signalen gebaseerde, frequentiegemoduleerde signalen, met het kenmerk, dat de momentane frequentiewaarde van de frequentiegemoduleerde signalen een functie van de digitale informatiewaarde van de digitale signalen is en dat een verdeelschakeling (8, 9, 13, 14) de 25 frequentiegemoduleerde signalen afwisselend aan de opneemmagneetkoppen toevoert voor opname in afwisselende registratiesporen daardoor.
9. Stelsel volgens conclusie 8, waarbij de digitale signalen de binaire waarden "1" en "0" vertonen, met het 30 kenmerk, dat de frequentiemodulator in reactie op een binaire waarde "1" een signaal van een eerste frequentie (f2) en in reactie op een binaire waarde "0" een signaal van een tweede frequentie (f^) afgeeft.
10. Stelsel volgens conclusie 9, met. het kenmerk, 35 dat de frequentiemodulator bestaat uit een eerste bron (6) voor afgifte van een signaal van een eerste frequentie, een tweede bron (5) voor afgifte van een signaal van een tweede 8201995 - 23 - ft ». frequentie, en uit een kiesschakeling (7), welke op.de binaire waarde "1" reageert door keuze van het signaal van de eerste frequentie en op een binaire waarde "O" reageert door keuze van het signaal van de tweede frequentie.
11. Stelsel volgens conclusie 8, w-araan een bron voor afgifte van videosignalen is toegevoegd, met het kenmerk, dat de verdeelschakeling met de bron (11) voor afgifte van videosignalen en met de frequentiemodulator (5, 6, 7) is gekoppeld en een besturingsschakeling (12, 13, 14) be-10 vat voor zodanige besturing van de verdeelschakeling, dat de frequentiegemoduleerde signalen gedurende een vooraf bepaald tijdsinterval (c, d) aan de ene opneemmagneetkop worden toegevoerd, terwijl gelijktijdig de videosignalen aan de andere magneetkop worden toegevoerd, zodat de frequentiege-15 moduleerde signalen in een vooraf bepaald deel of sectie van ieder registratiespoor en de videosignalen in het overblijvende deel van een desbetreffend registratiespoor worden opgencraen.
'12. Stelsel volgens conclusie 11, waarbij de op-20 neemmagneetkoppen over een hoek.van althans tenminste nagenoeg 180° ten opzichte van elkaar verschoven zijn aangebracht, methet kenmerk, dat iedere magneetkop een zich over een booglengte van 180° + Θ uitstrekkend registratiespoor aftast.
13. Stelsel volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de frequentiegemoduleerde signalen worden.opgenomen over de booglengte Θ van een registratiespoor.
14. Stelsel volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de verdeelschakeling een respectievelijk met de ene en 30 de andere opneemmagneetkop (A/ B) gekoppelde, eerste en tweede schakelaar (8, 9) bevat, welke met zowel de bron (11) voor afgifte van videosignalen als de frequentiemodulator (5, 6, 7) zijn gekoppeld, terwijl de besturingsschakeling is voorzien van een impulsgenerator (13, 14) voor levering 35 van een eerste stuurimpuls (13) van vooraf bepaalde impulsduur (c, d) aan de eerste schakelaar (8) wanneer de ene magneetkop (A) een vooraf bepaalde rotatiepositie (c) heeft be- 8201995 - 24 - reikt voor koppeling van de eerste schakelaar met de fre-quentiemodulator gedurende de impulsduur van die eerste stuurimpuls en voor levering van een tweede stuurimpuls (14) van vooraf bepaalde impulsduur aan de tweede schakelaar 5 (9) wanneer de andere magneetkop (B) een vooraf bepaalde rotatiepositie heeft bereikt voor koppeling van de tweede schakelaar met de frequentiemodulator tijdens de impulsduur van de tweede stuurimpuls, één en ander zodanig, dat de frequentiegemoduleerde signalen tijdens iedere impulsduur 10 (c, d) en de videosignalen gedurende een ander tijdvak in een registratiespoor worden opgenomen.
15. Stelsel volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat iedere schakelaar (8, 9) aan een eerste ingangsaan-sluiting (P) met de frequentiemodulator (5, 6, 7) is gekoppeld, 15 aan een tweede ingangsaansluiting (V) met de bron (11) voor afgifte van videosignalen is gekoppeld en aan zijn uitgangs-aansluiting met een respectievelijk bijbehorende magneetkop (A, B) is gekoppeld, terwijl iedere van beide schakelaars (8, 9) op de aanwezigheid van de stuurimpuls reageert door 20 doorverbinding van de eerste ingangsaansluiting met de uit-gangsaansluiting, doch op de afwezigheid van de stuurimpuls reageert door doorverbinding van de tweede ingangsaansluiting met de uitgangsaansluiting.
16. Stelsel volgens conclusie 11, met het kenmerk, 25 dat de informatiesignalen audiosignalen zijn en dat de di- gitaliseringsschakeling een tijdbasiscompressor (103) voor tijdbasiscompressie van de gedigitaliseerde audiosignalen bevat.
17. Stelsel volgens conclusie 11 met tenminste ro-30 teerbare weergeefmagneetkoppen, waarvan de luchtspleten respectievelijk dezelfde azimuthhoeken als bij de opneemmag-neetkoppen vertonen, gekenmerkt door een met de weergeefmagt neetkoppen gekoppelde scheidingsschakeling (21, 22, 23, 24) voor scheiding van de uitgelezen frequentiegemoduleerde signa- 35 len en videosignalen.van elkaar voor afzonderlijke bewerking daarvan.
18. Stelsel colgens conclusie 17, met het kenmerk, 8201995 - 25 - dat de scheidingsschakeling is voorzien van: een video-signaalschakelaar (21), waarvan de ingangsaansluiting (V^ V2) met de respectieve weergeefmagneetkoppen zijn gekoppeld en de uitgangsaansluiting met een video-uitgangsaansluiting (26) 5 is gekoppeld; een FM-signaalschakelaar (22), waarvan de ingangs aansluiting (ï^, P2) met de respectieve weergeefmagneetkoppen zijn gekoppeld en de uitgangsaansluiting met een informatie-uitgangsaansluiting (27) is gekoppeld; en van een schakelimpulsgenerator (23, 24) voor opwekking van een video-10 signaalschakelimpuls ’(24) van vooraf bepaalde impulsduur voor zodanige besturing van de videosignaalschakelaar (21), dat deze de ene van de weergeefmagneetkoppen met de video-uit-gangsaansluiting (26) doorverbindt wanneer de desbetreffende weergeefmagneetkop een eerste rotatiepositie (d) langs een 15 registratiespoor heeft bereikt en, na beëindiging van de videosignaalschakelimpuls, de andere weergeefmagneetkop met de video-uitgangsaansluiting doorverbindt, welke schakelimpulsgenerator voorts een informatiesignaalschakelimpuls (23) van vooraf bepaalde impulsduur afgeeft voor zodanige bestu-20 ring van de FM-signaalschakelaar (22), dat deze de ene weergeefmagneetkop met de informatie-uitgangsaansluiting (27) doorverbindt wanneer de desbetreffende weergeefmagneetkop een tweede rotatiepositie (c) langs een registratiespoor heeft bereikt en, bij beëindiging van deze informatiesignaal-25 schakelimpuls, de andere weergeefmagneetkop met de informatie-uitgangsaansluiting doorverbindt.
19. Stelsel volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat de schakelimpulsgenerator'is voorzien van een impulsgenerator (PG) voor detectie wanneer een weergeefmagneetkop 30 een vooraf bepaalde rotatiepositie (c) heeft bereikt en voor daaraan gepaard gaande afgifte van een startimpuls, en voorts van een eerste en een tweede monostabiele multivibrator (23, 24), welke op het verschijnen van de startimpuls reageren door respectieve afgifte van de videosignaalschakelimpuls 35 en de informatiesignaalschakelimpuls.
20. Stelsel volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat de freguentiemodulator op de binaire waarde 111" en de bi- 8201995 - 26 - naire waarde "O" van de digitale audiosignalen reageert door afgifte van frequentiegemoduleerde signalen van respectievelijk een eerste en een tweede frequentie, welke beide frequenties voldoende hoog zijn om zeker te stellen, dat een 5 uitgelezen frequentiegemoduleerd signaal, indien de uit- lezing heeft plaatsgevonden door een weergeefmagneetkop met een andere azimuthhoek dan dié van de magneetkop, waarmede dat frequentiegemoduleerde signaal is opgenomen, een aanzienlijke verzwakking door azimuthverlies ondergaat.
21. Stelsel volgens conclusie 20, met het kenmerk, dat de frequentiegemoduleerde signalen tijdens het begindeel en de videosignalen tijdens het overige deel van iedere door de magneetkoppen gevolgde aftastbaan worden opgenomen.
22. Stelsel volgens conclusie 20, waarbij de video-15 signalen tenminste een frequentiegemoduleerde luminantie- component bevatten, met het kenmerk, dat de centrale frequentie-waarde van de frequentiegemoduleerde signalen althans'tenminste bij benadering gelijk is aan de centrale frequentiewaarde van de tenminste frequentiegemoduleerde luminantiecomponent. 8201995
NL8201995A 1981-05-14 1982-05-13 Systeem voor opnemen van digitale informatie in afwisselende registratiesporen. NL193516C (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP56072461A JPS57186877A (en) 1981-05-14 1981-05-14 Magnetic recording method
JP7246181 1981-05-14

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8201995A true NL8201995A (nl) 1982-12-01
NL193516B NL193516B (nl) 1999-08-02
NL193516C NL193516C (nl) 1999-12-03

Family

ID=13489957

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8201995A NL193516C (nl) 1981-05-14 1982-05-13 Systeem voor opnemen van digitale informatie in afwisselende registratiesporen.

Country Status (13)

Country Link
US (1) US4551771A (nl)
JP (1) JPS57186877A (nl)
KR (1) KR880001549B1 (nl)
AT (1) AT394921B (nl)
AU (1) AU550355B2 (nl)
BR (1) BR8202765A (nl)
CA (1) CA1198515A (nl)
DE (1) DE3216849C2 (nl)
ES (1) ES512146A0 (nl)
FR (1) FR2506107B1 (nl)
GB (1) GB2102183B (nl)
NL (1) NL193516C (nl)
PH (1) PH21527A (nl)

Families Citing this family (29)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS58128001A (ja) * 1982-01-22 1983-07-30 Sony Corp 音声信号の再生装置
US4630132A (en) * 1982-12-08 1986-12-16 Hitachi, Ltd. Video signal recording/reproducing apparatus
JPS59127202A (ja) * 1983-01-11 1984-07-23 Victor Co Of Japan Ltd 多重磁気記録装置及び多重磁気記録再生装置
JPS59148105A (ja) * 1983-02-14 1984-08-24 Hitachi Ltd 磁気録画再生装置
JPH0756688B2 (ja) * 1983-04-14 1995-06-14 キヤノン株式会社 回転ヘッド型記録装置
EP0371961A3 (en) * 1984-03-13 1990-11-22 Olympus Optical Co., Ltd. Magnetic recording/reproduction apparatus
JP2693417B2 (ja) * 1985-03-28 1997-12-24 ソニー株式会社 記録再生装置
JPH0772924B2 (ja) * 1985-06-13 1995-08-02 ソニー株式会社 記録方法、記録再生方法、記録装置及び記録再生装置
JPS61289791A (ja) * 1985-06-18 1986-12-19 Sony Corp 映像・音声記録再生装置
JPS61289780A (ja) * 1985-06-18 1986-12-19 Sony Corp 映像再生装置
JPS61292204A (ja) * 1985-06-19 1986-12-23 Sony Corp 記録再生装置
JPS61294652A (ja) * 1985-06-20 1986-12-25 Sony Corp 記録再生装置
JP2568819B2 (ja) * 1985-09-20 1997-01-08 三菱電機株式会社 間欠磁気記録再生装置
US4914527A (en) * 1986-04-09 1990-04-03 Sony Corporation Recording and reproducing digital video and audio signals together with a time code signal which is within user control words of the audio data
JP2590821B2 (ja) * 1986-05-23 1997-03-12 ソニー株式会社 磁気記録再生装置
JP2508491B2 (ja) * 1987-09-28 1996-06-19 ソニー株式会社 デ―タ再生装置
US4967289A (en) * 1987-09-30 1990-10-30 Sony Corporation PCM signal recording apparatus
JPH0193933A (ja) * 1987-10-06 1989-04-12 Sony Corp エラー訂正符号化装置
JPH01107373A (ja) * 1987-10-21 1989-04-25 Sony Corp データ再生装置
US5172380A (en) * 1988-06-30 1992-12-15 Sony Corporation Digital signal transmission apparatus
JPH0461669A (ja) * 1990-06-27 1992-02-27 Sony Corp Vtr
US5253241A (en) * 1990-08-30 1993-10-12 Nec Corporation Optical recording apparatus for recording auxillary signals used for focus control
US5835669A (en) * 1995-06-28 1998-11-10 Kabushiki Kaisha Toshiba Multilingual recording medium which comprises frequency of use data/history data and a plurality of menus which are stored in a still picture format
EP0677842B2 (en) * 1993-10-29 2001-01-10 Kabushiki Kaisha Toshiba Multi-scene recording medium, reproduction method and reproduction apparatus
EP0677843B1 (en) * 1993-10-29 1998-04-15 Kabushiki Kaisha Toshiba Recording medium which can cope with various languages and reproduction apparatus
US5764846A (en) * 1993-10-29 1998-06-09 Kabushiki Kaisha Toshiba Multi-scene recording medium and apparatus for reproducing data therefrom
US5751892A (en) * 1995-06-15 1998-05-12 Kabushiki Kaisha Toshiba Multi-scene recording medium and apparatus for reproducing data therefrom
US6259731B1 (en) * 1998-07-14 2001-07-10 Ericsson Inc. System and method for radio-communication using frequency modulated signals
US20180131142A1 (en) * 2016-11-10 2018-05-10 Caavo Inc Smart media cable

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3303486A (en) * 1963-11-12 1967-02-07 Ampex Digital frequency shift magnetic recording system
JPS4945620A (nl) * 1972-09-01 1974-05-01
US3935591A (en) * 1974-01-10 1976-01-27 Rca Corporation Audio-visual apparatus with control signal operated gating means
JPS50131412A (nl) * 1974-04-01 1975-10-17
JPS53104215A (en) * 1977-02-24 1978-09-11 Sony Corp Magnetic reproducer
JPS6055886B2 (ja) * 1978-07-20 1985-12-07 松下電器産業株式会社 磁気記録再生方式
US4303950A (en) * 1978-07-20 1981-12-01 Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. Helical scan video tape recorder for recording video and audio signals on contiguous tracks
DE3034716C2 (de) * 1979-09-21 1983-10-20 RCA Corp., 10020 New York, N.Y. Magnetband mit Schrägspuraufzeichnung zeitlich komprimierter Ton- und Bildinformationssignalteile sowie Aufnahme- und Wiedergabevorrichtung hierfür
JPS5894288A (ja) * 1981-11-30 1983-06-04 Sony Corp 映像信号記録装置

Also Published As

Publication number Publication date
AU550355B2 (en) 1986-03-20
PH21527A (en) 1987-11-16
JPH0221718B2 (nl) 1990-05-15
ES8308125A1 (es) 1983-07-01
ATA191582A (de) 1991-12-15
GB2102183A (en) 1983-01-26
GB2102183B (en) 1985-03-06
US4551771A (en) 1985-11-05
NL193516C (nl) 1999-12-03
CA1198515A (en) 1985-12-24
AU8346482A (en) 1982-11-18
BR8202765A (pt) 1983-04-19
NL193516B (nl) 1999-08-02
FR2506107B1 (fr) 1989-07-28
JPS57186877A (en) 1982-11-17
ES512146A0 (es) 1983-07-01
KR880001549B1 (ko) 1988-08-20
KR840000140A (ko) 1984-01-30
DE3216849A1 (de) 1982-12-09
FR2506107A1 (fr) 1982-11-19
DE3216849C2 (de) 1996-05-23
AT394921B (de) 1992-07-27

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL193516C (nl) Systeem voor opnemen van digitale informatie in afwisselende registratiesporen.
US4353098A (en) Method of storing digital color television signals on magnetic tape
US4353090A (en) Extended play video recording and reproducing system with selection of multiplexed audio
CA1209695A (en) Recording and/or reproducing apparatus
NL8300380A (nl) Werkwijze en inrichting voor opname en/of weergave van een uit een videosignaal en een audiosignaal bestaand informatiesignaal.
JPS59225684A (ja) ビデオテキスト信号の記録部を有するビデオレコ−ダ
EP0087249A2 (en) Apparatus for reproducing video and audio signals
US4068259A (en) Coder and decoder for a system designed to disseminate color television audio video signals
US4357626A (en) System for broadcasting audio-visual television signals synchronized by a pilot frequency and method for the application of said system
JPS60210082A (ja) 画像のクロスト−クの低減装置を備えたビデオレコ−ダ
KR940003391A (ko) 음성 화상 정보 신호 재생 장치
US3925810A (en) Magnetic recording and/or reproducing system
NL8004110A (nl) Schakeling voor het copieeren van een videosignaal van het "chroma under" type.
US4057827A (en) Apparatus for reading color television signal from a disc-shaped record carrier
JPS5816795B2 (ja) 色信号変換装置
US4400741A (en) Video tape recorder with inter-channel switching circuit for special modes of reproduction
US3542946A (en) Video recording and reproducing apparatus utilizing a single track on a magnetic tape for the luminance and color information components of a color television signal
US4590531A (en) System for compensating signal interference in a PCM audio transmission
USRE29975E (en) Magnetic recording and/or reproducing system
KR950011522B1 (ko) 영상신호 기록 및 재생장치
JPH01157177A (ja) ビデオ・テープ用再生装置
JPH01258572A (ja) 高い再生速度でビデオ画像を再生する方法
SU339939A1 (ru) ПДТЕЙТШ-ТЕКШ1ЧЕ^НАЯБИь
KR800000179B1 (ko) 정보신호의 기록방법
JPH03224378A (ja) オーディオ信号記録再生装置

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
V4 Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent

Free format text: 20020513