[go: up one dir, main page]

NL8201711A - Polymeerpoedersamenstellingen, in het bijzonder polyetheenpoedersamenstellingen en daarvan te vervaardigen en vervaardigde voorwerpen. - Google Patents

Polymeerpoedersamenstellingen, in het bijzonder polyetheenpoedersamenstellingen en daarvan te vervaardigen en vervaardigde voorwerpen. Download PDF

Info

Publication number
NL8201711A
NL8201711A NL8201711A NL8201711A NL8201711A NL 8201711 A NL8201711 A NL 8201711A NL 8201711 A NL8201711 A NL 8201711A NL 8201711 A NL8201711 A NL 8201711A NL 8201711 A NL8201711 A NL 8201711A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
component
polyethylene
particle size
mold
polymer powder
Prior art date
Application number
NL8201711A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Stamicarbon
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Stamicarbon filed Critical Stamicarbon
Priority to NL8201711A priority Critical patent/NL8201711A/nl
Priority to AU11645/83A priority patent/AU559647B2/en
Priority to EP19830200252 priority patent/EP0087204B1/en
Priority to DE8383200252T priority patent/DE3377582D1/de
Priority to US06/467,921 priority patent/US4533696A/en
Priority to CA000421890A priority patent/CA1195789A/en
Priority to ES519904A priority patent/ES519904A0/es
Priority to AT83200252T priority patent/ATE36170T1/de
Priority to IL67960A priority patent/IL67960A0/xx
Publication of NL8201711A publication Critical patent/NL8201711A/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29CSHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
    • B29C41/00Shaping by coating a mould, core or other substrate, i.e. by depositing material and stripping-off the shaped article; Apparatus therefor
    • B29C41/003Shaping by coating a mould, core or other substrate, i.e. by depositing material and stripping-off the shaped article; Apparatus therefor characterised by the choice of material
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C08ORGANIC MACROMOLECULAR COMPOUNDS; THEIR PREPARATION OR CHEMICAL WORKING-UP; COMPOSITIONS BASED THEREON
    • C08LCOMPOSITIONS OF MACROMOLECULAR COMPOUNDS
    • C08L101/00Compositions of unspecified macromolecular compounds
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C08ORGANIC MACROMOLECULAR COMPOUNDS; THEIR PREPARATION OR CHEMICAL WORKING-UP; COMPOSITIONS BASED THEREON
    • C08LCOMPOSITIONS OF MACROMOLECULAR COMPOUNDS
    • C08L23/00Compositions of homopolymers or copolymers of unsaturated aliphatic hydrocarbons having only one carbon-to-carbon double bond; Compositions of derivatives of such polymers
    • C08L23/02Compositions of homopolymers or copolymers of unsaturated aliphatic hydrocarbons having only one carbon-to-carbon double bond; Compositions of derivatives of such polymers not modified by chemical after-treatment
    • C08L23/04Homopolymers or copolymers of ethene
    • C08L23/06Polyethene
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29CSHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
    • B29C41/00Shaping by coating a mould, core or other substrate, i.e. by depositing material and stripping-off the shaped article; Apparatus therefor
    • B29C41/02Shaping by coating a mould, core or other substrate, i.e. by depositing material and stripping-off the shaped article; Apparatus therefor for making articles of definite length, i.e. discrete articles
    • B29C41/04Rotational or centrifugal casting, i.e. coating the inside of a mould by rotating the mould
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29KINDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBCLASSES B29B, B29C OR B29D, RELATING TO MOULDING MATERIALS OR TO MATERIALS FOR MOULDS, REINFORCEMENTS, FILLERS OR PREFORMED PARTS, e.g. INSERTS
    • B29K2105/00Condition, form or state of moulded material or of the material to be shaped
    • B29K2105/25Solid
    • B29K2105/251Particles, powder or granules
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29KINDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBCLASSES B29B, B29C OR B29D, RELATING TO MOULDING MATERIALS OR TO MATERIALS FOR MOULDS, REINFORCEMENTS, FILLERS OR PREFORMED PARTS, e.g. INSERTS
    • B29K2995/00Properties of moulding materials, reinforcements, fillers, preformed parts or moulds
    • B29K2995/0037Other properties
    • B29K2995/0063Density
    • B29K2995/0064Non-uniform density

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • Medicinal Chemistry (AREA)
  • Polymers & Plastics (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Moulding By Coating Moulds (AREA)

Description

‘ 'I
STAMICARBON B.V.
Uitvinders: Jan SCHRIJVER te Roosteren Arnold VOSSEBELD te Beek (L) 1 PN 3388
POLYMEERPOEDERS AMENSTELLINGEN, IN HET BIJZONDER POLYETHEENPOEDER-SAMENSTELLINGEN EN DAARVAN TE VERVAARDIGEN EN VERVAARDIGDE VOORWERPEN
De uitvinding heeft betrekking op samenstellingen van polymeerpoeders, bij voorkeur polyolefinepoeders en meer in het bijzonder polyetheenpoeders, bestaande uit 20-99,5 gew.-% van een poly-meerpoederkomponent A en 0,5-80 gew.-% van een polymeerpoeder 5 komponent B, en op daarvan te vervaardigen of vervaardigde voorwerpen.
Dergelijke samenstellingen van polyolefinepoeders zijn bekend uit de Nederlandse octrooiaanvrage 79*05060. De ene komponent is gestabiliseerd polyetheen, de andere komponent is niet of weinig gestabiliseerd polyetheen* Die samenstellingen worden gebruikt voor 10 het bekleden van metalen oppervlakken, waarbij door de aanwezigheid van ongestabiliseerd polymeer de hechting op het substraat wordt verbeterd, terwijl anderzijds de bestandheid van de buitenlaag tegen oxy-datie en andere verwerende invloeden niet of nauwelijks wordt aangetast. In hoofdzaak worden die samenstellingen gebruikt voor het 15 bekleden van buizen voor gas- en olietransport, die in de grond worden gelegd. Verwerende invloeden, zoals oxydatie en U.V., zijn daar minder sterk dan bij voorwerpen die bovengronds aan weer en wind blootstaan.
Voor de bekleding daarvan zijn de samenstellingen van de Nederlandse aanvrage 79.05060 minder geschikt.
20 Het is bekend om voorwerpen van kunststoffen te vervaardigen door poeders in een matrijs te verhitten. Het poeder smelt tegen de hete wand onder vorming van een laag en de oppervlakken van de te vervaardigen voorwerpen kunnen bestaan uit een enkele laag, maar ook uit een aantal lagen. Het is bekend om voorwerpen van kunststoffen te 25 vervaardigen door poeders in een matrijs die om één as kan roteren maar meestal om ten minste twee assen roteert en/of schommelt, te verhitten. Het poeder smelt tegen de hete wand, en vormt een gesmolten laag tegen de gehele binnenkant van de matrijs. Na afkoeling krijgt men een hol voorwerp. Dit is een op zichzelf bekende methode, het z.g.
8201711
V
v 2 f rotatiegieten. Men kan binnen de zo gevormde laag nog één of meer lagen aanbrengen, bijvoorbeeld van materiaal met andere eigenschappen dan de buitenste (tegen de wand van- de matrijs aanliggende) laag. Men kan het holle voorwerp ook opvullen met polymeerschuim, zoals bij de 5 vervaardiging van zeilplanken (surf boards). Een dergelijk schuim moet aan de binnenwand van de door rotatiegieten vervaardigde holle vorm hechten. Anderzijds mag deze vorm niet of slechts weinig aan de matrijswand hechten, want anders is het moeiijk of zelfs onmogelijk om de holle vorm zonder beschadiging uit de matrijs te lossen* De 10 eigenschappen van het materiaal aan de binnenwand en aan de buitenkant van de door rotatiegieten te vervaardigen holle vorm dienen vaak verschillend te zijn. Dit kunnen zowel technische, fysische, optische, mechanische als andere eigenschappen zijn. Men kan dit verwezenlijken door de holle vorm uit ten minste twee lagen te vervaardigen. Men 15 brengt dan eerst het materiaal dat de buitenwand moet vormen in de rotatiegietmatrijs, en daarna het materiaal dat de binnenwand moet vormen. Zo kan men een holle vorm vervaardigen met bijvoorbeeld verschillend gekleurde buiten- en binnenoppervlakken, maar ook met bijvoorbeeld een goed tegen weersinvloeden bestendige, maar voor orga-20 nische vloeistoffen niet geheel ondoorlaatbare buitenlaag en een bin-nenlaag die minder bestand is tegen weersinvloeden, maar beter ondoorlaatbaar is voor organische vloeistoffen. Ook kan de buitenlaag goed gestabiliseerd zijn en de binnenlaag weinig of niet gestabiliseerd zijn. De buitenlaag is dan goed tegen weersinvloeden bestand en 25 ook bij het rotatiegieten vindt dan geen of vrijwel geen oxydatie plaats. Deze laag lost dan gemakkelijk uit de matrijs. De binnenlaag, die onvoldoende gestabiliseerd is, wordt bij het rotatiegieten (in de matrijs bevindt zich meestal lucht) enigszins geoxydeerd. Bij het vullen van de holle vorm met kunststofschuim blijkt dit nu veel beter 30 te hechten aan een enigszins aangeoxydeerde binnenlaag, zoals beschreven is in de Nederlandse octrooiaanvragen 80.04958 en 80.04959.
Het vervaardigen van twee lagen in twee bewerkingen is een omslachtige methode. Ook het gebruik van twee komponenten met enigszins verschillende smeltpunten, is niet altijd mogelijk of leidt 35 niet altijd tot de gewenste resultaten.
De samenstellingen van de Nederlandse aanvrage 79.05060 blij 8201711 3 * ·* i
L
r ken slecht bruikbaar te zijn voor de vervaardiging van vormen die men met schuim wil opvullen, zoals bijvoorbeeld zeil planken· Enerzijds laat de hechting aan het schuim nog te wensen over, maar anderzijds blijkt de lossing van de vorm uit de matrijs uiterst moeilijk te 5 verlopen, en moeten zeer frequent losmiddelen worden aangebracht om de lossing te verbeteren, waarbij dat bovendien geen betrouwbaar hulpmiddel blijkt te zijn en in een aantal gevallen niet de gewenste resultaten oplevert. Een dergelijk probleem kan zich uiteraard bij het bekleden van buizen niet voordoen, omdat men daarbij niet een laag 10 tegen de binnenwand van een vorm aanbrengt.
In het Amerikaanse octrooischrift 3,639,189 is voorgesteld om de hechting van polyetheen op metaalsubstraten te verbeteren door het polyetheen te vermengen met geoxydeerd polyetheen. Het geoxydeerde polyetheen wordt verkregen door polyetheen in een zuurstofatmosfeer te 15 verhitten op temperaturen die uiteen kunnen lopen van 90 °C tot het kristallijne smeltpunt, totdat de gewenste oxydatie is bereikt. Het polyetheen wordt dan in de smelt met het geoxydeerde polyetheen gemengd en gegranuleerd. Vervolgens wordt het granulaat als uitgangsmateriaal voor de op metaal aan te brengen lagen gebruikt. Het oxy-20 deren van polyetheen is omslachtig en heeft een kostprijsverhogende werking op de als uitgangsmateriaal te gebruiken samenstelling. Voor de vervaardiging van bijvoorbeeld zeilplanken is een dergelijke samenstelling minder geschikt, omdat geoxydeerd polyetheen de bestandheld van de polyetheensamenstelling tegen atmosferische 25 invloeden verlaagt. Met name wordt de bestandheld tegen thermische en oxydatieve aantasting verminderd, hetgeen in het bijzonder voor een buitenwand zoals de polyetheenhuid van een zeilplank, die aan atmosferische invloeden buitenshuis wordt blootgesteld, zeer ongewenst is.
Dit nadeel zou men weliswaar kunnen bestrijden door meer stabiliseer-30 middelen in de polyetheensamenstelling op te nemen, maar dat heeft weer een kostprijsverhogende werking. De toepassing van geoxydeerd polyetheen bevattende samenstellingen bij de vervaardiging van voorwerpen in een vorm of matrijs door bijvoorbeeld rotatiegieten heeft bovendien het bezwaar dat dergelijke samenstellingen ook aan de vorm 35 hechten. Men moet zelfs bij gebruik van niet geoxydeerd polyetheen losmiddelen gebruiken om de polyetheenvorm gemakkelijk uit de matrijs 8201711 ^ -C .
\ t 4 te kunnen verwijderen, maar bij het gebruik van geoxydeerd polyetheen blijken, ondanks gebruik van losmiddelen, toch nog moeilijkheden op te treden bij het uit de vorm nemen·
Gevonden werd nu, dat men door rotatiegieten in één stap vor-5 men kan vervaardigen waarvan het buitenoppervlak en het binnenvlak verschillende eigenschappen bezitten door een polymeersamenstelling te gebruiken die bestaat uit 20-99,5 gew.-% van ee polymeerpoederkom-ponent A en 0,5-80 gew.-Z van een polymeerpoederkomponent B, waarbij -en dit vormt het kenmerk van de uitvindig - de gemiddelde 10 deeltjesgrootte van de polymeerpoederkomponent A kleiner is dan de gemiddelde deeltjesgrootte van de polymeerpoederkomponent B. Bij het rotatiegieten blijkt nu een zekere ontmenging van de polymeerpoeder-samenstelling op te treden. De buitenwand blijkt vrijwel uitsluitend uit komponent A gevormd te worden, de binnenkant vrijwel uitsluitend 15 uit komponent B. Onderzoek van een dwarsdoorsnede van de wand van de vorm toont aan dat tussen buiten- en binnenoppervlak een overgang plaats vindt van vrijwel uitsluitend komponent A naar vrijwel uitsluitend komponent B.
Bij voorkeur is de gemiddelde deeltjesgrootte van de gestabi-20 liseerde component ten minste 0,050 mm en ten hoogste 0,250 tm en is deze ten minste 0,050 mm kleiner dan van de ongestabiliseerde component.
Zoals hierna nog wordt verduidelijkt moet het wezen van de uitvinding worden gezien in het verschil in deeltjesgrootte van de 25 twee componenten, waardoor bij het verwarmen in een vorm tot boven het smeltpunt een ontmenging optreedt. Het zal duidelijk zijn dat dit effect niet beperkt is tot polyolefinen in het bijzonder polyetheen zoals verduidelijkt in de voorbeelden, maar dat men ook met andere polymeren door gebruik van een fijnere component en een grovere com-30 ponent eenzelfde effect kan bewerkstelligen. Het zal daarom duidelijk zijn dat de uitvinding ook betrekking heeft op samenstellingen van andere polymeren dan het hier meer in bijzonderheden beschreven polyetheen, en dat die mede door de gevraagde uitsluitende rechten worden omvat, al is in deze aanvrage hierna eenvoudigheidshalve alleen 35 sprake van polyolefine- resp. polyetheensamenstellingen.
Het zogenaamde rotatiegieten wordt uitgevoerd door een 8201711 V *
V
5 * hoeveelheid van een thermoplastische kunststof in een matrijs te brengen, die om één of meer assen kan roteren en/of schommelen· De matrijs wordt dan verhit tot boven het smeltpunt van de kunststof en de langzame, roterende en/of schommelende bewegingen zorgen voor een 5 gelijkmatige verdeling van het poeder over het matrijsoppervlak· Door eenzelfde of andere kunststof of kunststofsamenstelling in de matrijs te brengen kan men desgewenst een aantal lagen vormen· Men kan de ruimte binnen de tegen de matrijswand uit een of meer lagen gevormde kunetstofwand opvullen met schuim, bijvoorbeeld met polyurethanschuim.
10 Het schuim dient aan de buitenlaag te hechten, maar het geheel moet gemakkelijk uit de matrijs lossen· De samenstellingen volgens de uitvinding voldoen aan die eisen.
De polyolefinesamenstellingen volgens de uitvinding zijn bij voorkeur polyetheensamenstellingen· Daarnaast komen ook 15 samenstellingen van polyetheen met polypropeen of polypropeen- samenstellingen in aanmerking· Van polymeren van andere olefinen zijn alleen de polyisobutenen van commercieel belang· Dit zijn elastomeren, die veelal in gemodificeerde vorm in de handel worden gebracht, waarvan de belangrijkste toepassingen op andere gebieden liggen. Verder 20 worden beperkte hoeveelheden polybuteen en poly-4-methylpenteen-l in de handel gebracht. Deze polymeren worden mede door de uitvinding omvat· Naast homopolymeren worden ook veel copolymeren geproduceerd, en deze kunnen eveneens in samenstellingen volgens de uitvinding worden opgenomen.
25 Wanneer men de komponenten A en B, die gekenmerkt worden door een verschillende gemiddelde deeltjesgrootte kiest uit twee verschillende polymeren, dan is het gewenst dat de smeltpunten van belde polymeren weinig of niet verschillen. Is er echter een duidelijk verschil van bijvoorbeeld ten minste 5 °C en bij voorkeur ten minste 30 10 °C, dan dienen de omstandigheden zo te worden gekozen dat de fijne kómponent A tevens het laagste smeltpunt bezit en de grove komponent B het hogere smeltpunt. Verschillen in smeltpunt kunnen optreden bij verschillende polymeren, maar ook bij copolymeren van dezelfde comono-meren met verschillende samenstelling. Ook homopolymeren bijvoorbeeld 35 polyetheen (homopolymeer) en copolymeren bijvoorbeeld polyetheen met geringe hoeveelheden ingepolymeriseerd propeen, buteen of hoger ole- 8201711 i i
P
6 fine bezitten verschillende smeltpunten·
De uitvinding zal verder worden toegelicht voor polyetheen, maar op grond van de voorgaande uiteenzetting zal het duidelijk zijn dat de uitvinding daartoe niet beperkt is.
5 Polyetheen wordt in het algemeen als granules in de handel gebracht* Voor toepassingen als rotatiegieten dient het echter poedervormig te zijn. In het algemeen is de deeltjesgrootte van rotatiegiet-poeders kleiner dan 2 mm en bij voorkeur kleiner dan 1 mm. Heer in het bijzonder heeft de gemiddelde deeltjesgrootte een waarde van 0,5-1 mm 10 al kan deze nog iets kleiner zijn. Meestal gebruikt men geen kleinere deeltjesgrootte dan ongeveer 0,3 mm. Rotatiegietpoeders worden meestal verkregen door malen van granulaat. Polyetheen wordt weliswaar als poeder verkregen wanneer de polymerisatie volgens een zogenaamd suspensieproces of gasfaseproces wordt uitgevoerd, maar de mor-15 fologische en rheologische eigenschappen van dergelijke poeders zijn in het algemeen slecht. Ze worden daarom eerst gegranuleerd.
Voor de samenstellingen volgens de uitvinding gaat men nu bij voorkeur uit van een component (A) met èen gemiddelde deeltjesgrootte van 0,050 mm tot 0,250 mm, die tenminste 0,050 mm kleiner is dan die 20 van de andere component (B).
De bepaling van de gemiddelde deeltjesgrootte wordt op op zichzelf bekende wijze uitgevoerd door zeefanalyse. De resultaten van de zeefanalyse kunnen grafisch worden weergegeven in een z.g. Rosin-Rammler net. Het punt op de lijn dat overeenkomt met een zeefrest van 25 36,8% geeft de gemiddelde deeltjesgrootte. De helling van de lijn is een maat voor de breedte van de deeltjesgrootteverdeling. De deeltjesgroot teverdeling is smaller naarmate de helling groter is. Deze wordt gekenmerkt door de gelijkmatigheidsfactor n. Het groter n hoe gelijkmatiger het poeder en hoe nauwer de deeltjesgrootteverdeling.
30 De deeltjesgrootteverdeling is voor de samenstellingen volgens de uitvinding in zekere mate van belang. Bij een brede deeltjesgrootteverdeling en een beperkt verschil in deeltjesgrootte tussen component A en B kunnen fracties aan de onderkant van de deeltjesgrootteverdeling van component B ver doordringen in het deelt-35 jesgrootteverdelingsgebied van component A.
820 1 7 1 1 \ > \> t 7
Aangenomen wordt, alhoewel dat niet als een aanvraagster bindende verklaring mag worden beschouwd, dat bij het opwarmen van de vorm voor het rotatiegieten van de onderhavige samenstellingen, de kleinste deeltjes het snelst opwarmen en het eerst beginnen te 5 smelten, doordat zij per eenheid van oppervlak een veel kleinere massainhóud hebben dan grovere deeltjes· De warmteoverdracht is evenredig met het oppervlak, maar de hoeveelheid smeltwarmte is evenredig met de massa· Men zou op grond hiervan wel mogen aannemen dat de kleinste deeltjes het eerst zullen beginnen te smelten· Het was 10 echter uiterst verrassend dat men daarbij een zeer uitgesproken ontmenging van de grove en fijne deeltjes krijgt. De fijne deeltjes vormen, doordat zij het eerst smelten, een buitenschil tegen de binnenwand van de matrijs, en daarna beginnen de grovere deeltjes te smelten en vormen het binnendeel van de wand van het te vervaardigen 15 voorwerp» Doordat de kleinste deeltjes het eerst beginnen te smelten krijgt men een buitenste laag die geheel of grotendeels uit de fijne {component bestaat. De grovere deeltjes gaan pas later smelten en komen zo aan de binnenkant van de te vormen huid of schil.
De verwerking van polyetheen, in het bijzonder van hoge 20 dichtheid polyetheen, vindt plaats bij temperaturen boven 140 °C, en daarom wordt het granulaat tegen thermische afbraak gestabiliseerd.
Tevens wordt het polyetheen tegen oxydatieve aantasting en tegen de invloed van licht in het bijzonder van U.V. gestabiliseerd, opdat van het polyetheen vervaardigde voorwerpen goed bestand zijn tegen atmos-25 ferische invloeden. Stabilisatie tegen oxydatieve modificatie is ook nodig om snelle aantasting tegen te gaan, wanneer het polymeer tijdens de verwerking met zuurstof, bijvoorbeeld zuurstof in de lucht, in aanraking komt. Veelal worden na de polymerisatie van etheen kleine hoeveelheden stabiliseermlddelen tegen thermische en Oxydatieve modi-30 ficatie toegevoegd, om het polymeer tijdens de verdere opwerking te beschermen. Bij de granulering aan het einde van de opwerking worden dan verdere hoeveelheden stabiliseermlddelen toegevoegd. Laat men die laatste toevoeging achterwege, dan krijgt men een niet of nauwelijks gestabiliseerd polyetheen, dat in ieder geval minder dan 0,01 gew.% 35 meer in het bijzonder minder dan 0,005 gew.% stabiliseermlddelen bevat.
8201711 t 8 ί ft
Wanneer men nu een dergelijk niet of weinig gestabiliseerd polyetheen gebruikt voor het in een vorm of matrijs vervaardigen van voorwerpen, bijvoorbeeld door rotatiegieten, dan treden daar waar het polyetheen bij verhoogde temperatuur in aanraking komt met lucht oxy-5 datieve omzettingen op* In de vorm bevindt zich meestal lucht en bij de verhitting van de matrijs vindt dan een merkbare oxydatieve omzetting van het polyetheen plaats zoals oxydatie, al dan niet met ketenafbraak, verknoping e.d. Hierdoor verkrijgt het polyetheen beter hechtende eigenschappen· 10 De aanwezigheid van stabiliseermiddelen heeft ten gevolge dat het polyetheen onder de verwerkingsometandigheden niet of nauwelijks merkbaar wordt geoxydeerd· Verondersteld wordt, dat het effect van de uitvinding teweeggebracht wordt door de aanwezigheid van geoxy-deerde groepen in het polyetheen, die bij de verwerking in de niet of 15 weinig gestabiliseerde component moeten kunnen ontstaan· Dit kan gemakkelijk door infrarood-analyse worden aangetoond· Om één en ander ondubbelzinnig vast te stellen kan men van elke component afzonderlijk onder de beoogde verwerkingscondities een laag vormen en daarvan een I.R.-analyse uitvoeren· Het niet of weinig gestabiliseerde polyetheen 20 vertoont dan een duidelijk waarneembare band bij 1650-1800 cm"1 die wijst op OO bindingen· Het gestabiliseerde polyetheen vertoont een dergelijke band niet of nauwelijks waarneembaar·
Wanneer men in een door rotatiegieten vervaardigde schil van een niet of weinig gestabiliseerd polyetheen een polyurethanschuim 25 aanbrengt, dan blijkt de hechting zo sterk, dat, bij pogingen om het polyetheen van het polyurethanschuim los te trekken, breuk in het schuim en niet op het oppervlak optreedt. Een niet of weinig gestabiliseerd polyetheen hecht nu wel goed aan het polyurethanschuim of andere substraten, maar ten eerste is een dergelijke laag onvoldoende 30 bestand tegen atmosferische invloeden en zullen daarvan vervaardigde voorwerpen in een onaanvaardbare korte tijd verweren, en ten tweede hecht een dergelijke laag ook aan de matrijswand· Ondanks het gebruik van losmiddelen blijkt het uit de vorm nemen van de wand moeilijk te zijn.
35 Uit l.R.-onderzoek van een laag, die van een samenstelling volgens de uitvinding door rotatiegieten was vervaardigd, waarbij kom- ________i 8201711 9 *
P
ponent A goed was gestabiliseerd, en komponent B nauwelijks was gestabiliseerd, bleek dat op de binnenzijde van de wand zeer duidelijk OO groepen aanwezig zijn. Dit blijkt uit het optreden van een band bij 1650-1800 cm-1, terwijl.de buitenkant van de wand geen band bij 5 1650-1800 cm-1 te zien gaf· Hieruit kan geconcludeerd worden, dat de binnenwand geoxydeerd is, terwijl op de buitenwand op zijn hoogst van een onbetekende oxydatie sprake kan zijn. Enige oxydatie van het buitenoppervlak kan niet altijd uitgesloten worden· In sommige gevallen neemt men dan een zeer geringe band bij 1650-1800 cm*-1 waar· 10 Hoewel enige oxydatie toelaatbaar is, dient deze toch zoveel mogelijk beperkt te blijven.
Bij het rotatlegieten van een dergelijke samenstelling moet nu enerzijds zoveel oxydatie optreden dat een goede hechting aan binnen de vorm aan te brengen schuim optreedt, maar anderzijds mag niet 15 zoveel oxydatie optreden dat lossing uit de matrijs moeilijkheden gaat opleveren en/of dat stabilisatie problemen gaat opleveren. Daarmee moet men bij het vaststellen van de hoeveelheid ongestabiliseerde component rekening houden. Minder dan 0,5 gew.% levert nog nauwelijks effect op en meer dan 80 gew.% is ook ongewenst· Bij voorkeur bevatten 20 dergelijke samenstellingen 10-30 gew.% ongestabiliseerd polyolefine, in het bijzonder 10-30 gew.% niet of weinig gestabiliseerd polyetheen, waarbij de gestabiliseerde component bij voorkeur polyetheen is dat geringe hoeveelheden van een ingepolymeriseerd ander olefine kan bevatten. De verwerking van een gestabiliseerde en niet-25 gestabiliseerde komponent is hier bij wijze van voorbeeld genoemd. Het zal duidelijk zijn dat er vele andere uitvoeringsvormen zijn die binnen het kader van de uitvinding vallen.
Men kan elke component in de samenstellingen volgens de uitvinding ook uit twee of meer polyolefinen samenstellen. Voor poly-30 etheensamenstellingen kan men zowel van lage als van hoge dichtheid polyetheen uitgaan, maar polyetheen met een dichtheid van ten minste 0,930 geniet in het algemeen de voorkeur.
De polymeercomponenten in de onderhavige samenstellingen behoeven niet noodzakelijkerwijze alleen in deeltjesgrootte van elkaar te 35 verschillen. Men kan ook verschillende typen van eenzelfde polymeer gebruiken, bijv. polyetheentypen met verschillende smeltindlces, maar 8201711 N * 7 t cv 10 % ‘ men kan ook verschillende soorten gebruiken, bijvoorbeeld een etheenhomopolymeer en een etheencopolymeer, hoge en lage druk polyetheen, polyetheen en polypropeen enz. Dergelijke verschillende soorten bezitten ln het algemeen ook een verschillend smeltpunt* De 5 polymeersoort met het laagste smeltpunt zal bij rotatiegieten het eerst gaan smelten. Als men daarom voor de fijne en voor de grove component polymeren met verschillend smeltpunt gebruikt, dan dient bij voorkeur de fijne component te bestaan uit het polymeer met het laagste smeltpunt.
10 In de onderhavige samenstellingen neemt men met voordeel als grove, component B een polymeer op met een kristallijn smeltpunt dat tenminste 1°C hoger is dan dat van de fijne, component A*
De samenstellingen volgens de uitvinding en met name de componenten waaruit deze worden samengesteld kunnen gebruikelijke addi-15 tleven zoals kleurstoffen, vulstoffen e.d. bevatten.
De uitvinding wordt verder toegelicht door de volgende voorbeelden, zonder daartoe te worden beperkt*
Voorbeeld
Poedervormig polyetheen, dat door inkneden van 0,5 gew.-% 20 ijzeroxiderood 130 B rood is gekleurd wordt gemengd met poedervormig polyetheen, dat door inkneden van 0,5 gew.-% cadmiumgeel 1080 geel is gekleurd*
Het rode polyetheen heeft een smeltindex (ASTM D-1238 conditie E) 4,5 en een dichtheid van 0,941. 20 gew.-% van het poeder 25 heeft een deeltjesgrootte van 0,3-0,4 mm, 70 % van 0,4-0,5 mm en 10 % is groter dan 0,5 mm.
Het gele polyetheen is hetzelfde type als het rode polyetheen. De deeltjesgrootte van het poeder is: 10 gewkleiner dan 0,125 mm, 30 gew.-% van 0,125 tot 0,175 mm en 60 gewvan 0,175 30 tot 0,25 mm.
Er worden mengsels bereid met 70 gew.-dln. rood en 30 gew.-dln* geel polyetheen en met 30 gew.-dln. rood en 70 gew.dln. geel polyetheen.
Door rotatiegieten wordt nu van deze mengsels een hol voor-35 werp vervaardigd. De ingestelde oventemperatuur is 275 °C. De rota- 8201711
L _J
11 t .
t» tietljd bedroeg 16 minuten bij een wanddikte van de matrijs van 3 mm·
De gevormde wand is aan de buitenkant geel, met slechts enkele nauwelijks waarneembare rode spikkels. De binnenkant is rood met slechts enkele nauwelijks waarneembare gele spikkels. Bij doorsnijden van de 5 wand en beschouwing van de dwarsdoorsneden blijkt de scheiding zo goed te zijn, dat men de verschillen in samenstelling van de twee mengsels aan de oppervlakken niet kan zien. Wel kan met op de dwarsdoorsneden zien dat de ene samenstelling veel meer rood polyetheen bevat dan de andere.
10 De kleuring van de twee componenten met twee contrasterende kleuren was in dit voorbeeld slechts bedoeld om de ontmenging in de componenten bij het rotatiegieten gemakkelijk visueel te kunnen constateren.
820171T ^

Claims (6)

12 PN 3388 W Ύ V *
1. Polymeerpoedersamenstellingen bestaande uit 20-99,5 gew.~% van een polymeerpoederkomponet A en 0,5-80 gew.-% van een polymeer-poederkomponent B met het kenmerk, dat de gemiddelde deeltjesgrootte van komponent A kleiner is dan van komponent B. 5
2* Polyolefine poedersamenstellingen bestaande uit 20-99,5 gew.-% van een polyolefinpoederkomponent A en 0,5-80 gew.-% van ee polyolefine poederkomponent B met het kenmerk dat de gemiddelde deeltjesgrootte van komponent A kleiner is dan van komponent B.
3· Polyetheen poedersamenstelling bestaande uit 20-99,5 gew.-% van 10 een polyetheenpoederkomponent A en 0,5-80 gew.-% van een polyetheenpoederkomponent B met het kenmerk dat de gemiddelde deeltjesgrootte van komponent A kleiner is dan van komponent B.
4« Polymeerpoedersamenstelling volgens conclusies 1-3, met het kenmerk, dat de gemiddelde deeltjesgrootte van komponent A ten minste 15 0,050 mm en ten hoogste 0,250 mm bedraagt en ten minste 0,050 mm kleiner is dan van komponent B·
5· Werkwijze voor het vervaardigen van een hol voorwerp door rota-tiegieten van een polymeerpoedersamenstelling, met het kenmerk dat men een polymeerpoedersamenstelling volgens één of meer der 20 voorgaande conclusies toepast.
6· Door rotatiegieten vervaardigd voorwerp verkregen met toepassing van de werkwijze volgens conclusie 5. 8201711
NL8201711A 1982-02-20 1982-04-24 Polymeerpoedersamenstellingen, in het bijzonder polyetheenpoedersamenstellingen en daarvan te vervaardigen en vervaardigde voorwerpen. NL8201711A (nl)

Priority Applications (9)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8201711A NL8201711A (nl) 1982-04-24 1982-04-24 Polymeerpoedersamenstellingen, in het bijzonder polyetheenpoedersamenstellingen en daarvan te vervaardigen en vervaardigde voorwerpen.
AU11645/83A AU559647B2 (en) 1982-02-20 1983-02-18 Polyethylene powder rotation molding compositions
EP19830200252 EP0087204B1 (en) 1982-02-20 1983-02-18 Polymer powder compositions, particularly polyethylene powder compositions, and objects to be made and made thereof
DE8383200252T DE3377582D1 (en) 1982-02-20 1983-02-18 Polymer powder compositions, particularly polyethylene powder compositions, and objects to be made and made thereof
US06/467,921 US4533696A (en) 1982-02-20 1983-02-18 Polymer powder compositions, particularly polyethylene powder compositions and objects to be made and made thereof
CA000421890A CA1195789A (en) 1982-02-20 1983-02-18 Polymer powder compositions, particularly polyethylene powder compositions and objects to be made and made thereof
ES519904A ES519904A0 (es) 1982-02-20 1983-02-18 Un procedimiento de moldeo rotacional para fabricar objetos huecos.
AT83200252T ATE36170T1 (de) 1982-02-20 1983-02-18 Polymerpulver-zusammensetzungen, insbesondere polyaethylen-zusammensetzungen und daraus hergestellte gegenstande.
IL67960A IL67960A0 (en) 1982-02-20 1983-02-20 Polymer powder compositions

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8201711A NL8201711A (nl) 1982-04-24 1982-04-24 Polymeerpoedersamenstellingen, in het bijzonder polyetheenpoedersamenstellingen en daarvan te vervaardigen en vervaardigde voorwerpen.
NL8201711 1982-04-24

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8201711A true NL8201711A (nl) 1983-11-16

Family

ID=19839650

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8201711A NL8201711A (nl) 1982-02-20 1982-04-24 Polymeerpoedersamenstellingen, in het bijzonder polyetheenpoedersamenstellingen en daarvan te vervaardigen en vervaardigde voorwerpen.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL8201711A (nl)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4533696A (en) Polymer powder compositions, particularly polyethylene powder compositions and objects to be made and made thereof
US4457729A (en) Polyolefin layer with improved adhesion to a foamed plastic substrate and a method for its manufacture
CA2145828C (en) Material and process for manufacturing plastic parts
EP0095898B1 (en) Method for making free-flowing melt-coated rubber pellets
US4795603A (en) Method for producing composite material of plastic and rubber
US5846607A (en) Process for producing customized thermoplastic resins
US4440899A (en) Polyolefin powder compositions, in particular polyethylene powder compositions, with improved adhesion, and objects made or to be made of such compositions
US3976821A (en) Rotationally molding a multilayered article
KR20160130379A (ko) 팽창성 플라스틱 물질의 재활용 방법, 및 이러한 방법에 의해 수득가능한 팽창성 플라스틱 물질 또는 팽창된 플라스틱 물질
EP0889074A1 (en) Improved process for producing customized thermoplastic resins
EP0817711A1 (en) Foamed rotationally molded articles
JPS61195808A (ja) 熱可塑性合成樹脂球状粒子の製造法
JPS6198736A (ja) さらさらしたコ−テツドゴムペレツトの製法及びペレツト組成物
CA2181388A1 (en) Multi-layer particles for rotational molding
NL8201711A (nl) Polymeerpoedersamenstellingen, in het bijzonder polyetheenpoedersamenstellingen en daarvan te vervaardigen en vervaardigde voorwerpen.
US20030102600A1 (en) Reinforcement composition for rotational molding
JPH04501089A (ja) 加工助剤をコートしたプラスチックペレット及びコーティング法
US4822545A (en) Method for making free-flowing coated rubber pellets
Nagy et al. The effect of colorants on the properties of rotomolded polyethylene parts
WO2024036357A1 (en) Rotomoulding mixture
EP1256429B1 (en) Process for manufacturing granulated hydrophilic resin
EP1584643A1 (en) Method for flatting thermoplastic polymers and paints
EP1309438B1 (en) Slush-molding method for the manufacture of imitation leathers, in particular for the upholstery of cars
JPS58160335A (ja) ポリマ−粉組成物、特にポリマ−粉組成物及びこれから製造した製品
GB2396156A (en) Thermosetting powder

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed