NL8006165A - Systeem voor het overdragen van digitale informatie, codeerinrichting voor toepassing in dat systeem, decodeerinrichting voor toepassing in dat systeem en registratiedrager voor toepassing in dat systeem. - Google Patents
Systeem voor het overdragen van digitale informatie, codeerinrichting voor toepassing in dat systeem, decodeerinrichting voor toepassing in dat systeem en registratiedrager voor toepassing in dat systeem. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8006165A NL8006165A NL8006165A NL8006165A NL8006165A NL 8006165 A NL8006165 A NL 8006165A NL 8006165 A NL8006165 A NL 8006165A NL 8006165 A NL8006165 A NL 8006165A NL 8006165 A NL8006165 A NL 8006165A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- signal
- positions
- information
- subgroup
- codewords
- Prior art date
Links
- 238000012546 transfer Methods 0.000 title claims description 3
- 238000001914 filtration Methods 0.000 claims description 7
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 claims description 6
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 claims 1
- 238000001228 spectrum Methods 0.000 description 49
- 230000001360 synchronised effect Effects 0.000 description 23
- 238000000034 method Methods 0.000 description 22
- 230000003287 optical effect Effects 0.000 description 21
- 230000006870 function Effects 0.000 description 18
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 11
- 230000003111 delayed effect Effects 0.000 description 9
- 230000005855 radiation Effects 0.000 description 9
- 238000001514 detection method Methods 0.000 description 8
- 230000014509 gene expression Effects 0.000 description 8
- 239000000872 buffer Substances 0.000 description 7
- 238000009826 distribution Methods 0.000 description 5
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 5
- 230000008569 process Effects 0.000 description 4
- 239000000758 substrate Substances 0.000 description 4
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 3
- 230000000737 periodic effect Effects 0.000 description 3
- 238000011084 recovery Methods 0.000 description 3
- 229910052714 tellurium Inorganic materials 0.000 description 3
- PORWMNRCUJJQNO-UHFFFAOYSA-N tellurium atom Chemical compound [Te] PORWMNRCUJJQNO-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 3
- XEEYBQQBJWHFJM-UHFFFAOYSA-N Iron Chemical compound [Fe] XEEYBQQBJWHFJM-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 239000000969 carrier Substances 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 239000000463 material Substances 0.000 description 2
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 2
- 229910052751 metal Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 2
- 229910052709 silver Inorganic materials 0.000 description 2
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 2
- 102000003712 Complement factor B Human genes 0.000 description 1
- 108090000056 Complement factor B Proteins 0.000 description 1
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 229910052782 aluminium Inorganic materials 0.000 description 1
- XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N aluminium Chemical compound [Al] XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229910052797 bismuth Inorganic materials 0.000 description 1
- JCXGWMGPZLAOME-UHFFFAOYSA-N bismuth atom Chemical compound [Bi] JCXGWMGPZLAOME-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 238000004364 calculation method Methods 0.000 description 1
- 230000008859 change Effects 0.000 description 1
- 239000002131 composite material Substances 0.000 description 1
- 239000004020 conductor Substances 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000013500 data storage Methods 0.000 description 1
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 230000003760 hair shine Effects 0.000 description 1
- 230000012447 hatching Effects 0.000 description 1
- 230000002452 interceptive effect Effects 0.000 description 1
- 229910052742 iron Inorganic materials 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 238000005259 measurement Methods 0.000 description 1
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 1
- 238000003825 pressing Methods 0.000 description 1
- 238000012545 processing Methods 0.000 description 1
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 1
- 230000011664 signaling Effects 0.000 description 1
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 1
- 238000003860 storage Methods 0.000 description 1
- 238000012360 testing method Methods 0.000 description 1
- 238000009827 uniform distribution Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B20/00—Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor
- G11B20/10—Digital recording or reproducing
- G11B20/14—Digital recording or reproducing using self-clocking codes
- G11B20/1403—Digital recording or reproducing using self-clocking codes characterised by the use of two levels
- G11B20/1423—Code representation depending on subsequent bits, e.g. delay modulation, double density code, Miller code
- G11B20/1426—Code representation depending on subsequent bits, e.g. delay modulation, double density code, Miller code conversion to or from block codes or representations thereof
-
- H—ELECTRICITY
- H04—ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
- H04L—TRANSMISSION OF DIGITAL INFORMATION, e.g. TELEGRAPHIC COMMUNICATION
- H04L25/00—Baseband systems
- H04L25/38—Synchronous or start-stop systems, e.g. for Baudot code
- H04L25/40—Transmitting circuits; Receiving circuits
- H04L25/49—Transmitting circuits; Receiving circuits using code conversion at the transmitter; using predistortion; using insertion of idle bits for obtaining a desired frequency spectrum; using three or more amplitude levels ; Baseband coding techniques specific to data transmission systems
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Signal Processing (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Spectroscopy & Molecular Physics (AREA)
- Computer Networks & Wireless Communication (AREA)
- Signal Processing For Digital Recording And Reproducing (AREA)
- Optical Recording Or Reproduction (AREA)
- Dc Digital Transmission (AREA)
- Compression, Expansion, Code Conversion, And Decoders (AREA)
Description
ψ PHN 9881 1 N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken
Systeem voor het overdragen van digitale informatie/ codeerinrichting voor toepassing in dat systeem, decodeerinrichting voor toepassing in dat systeem en registratiedrager voor toepassing in dat systeem.
De uitvinding heeft betrekking op een systeem voor het overdragen van digitale informatie omvattende een codeerinrichting, een overdrachtsmedium, in het bijzonder een registratiedrager, en een decodeerinrichting, waarbij de digitale informatie gegroepeerd in ingangs-5 woorden wordt ontvangen en in de codeerinrichting wordt omgezet in codewoorden die de ingangswoorden representeren, waarbij elk codewoord correspondeert met een ingangswoord, en voor uitgave naar het over-““ drachtsmedium worden gerangschikt, waarbij de codewoorden via het overdrachtsmedium naar de decodeerinrichting worden gevoerd en waarbij in de 10 decodeerinrichting de codewoorden in dicritale informatie worden omgezet.
De uitvinding heeft eveneens betrekking op een codeerinrichting voor toepassing in zo'n systeem, een decodeerinrichting voor toepassing in zo'n systeem en een registratiedrager voor toepassing in zo'n systeem.
In verschillende toepassingen, zoals in systemen waar het 15 medium een optisch beschrijfbare en optisch uitleesbare registratiedrager is, welke systemen bijvoorbeeld onderwerp zijn van de eerder ingediende doch niet voor gepubliceerde aanvrage 8000121(PHN 9666) van aanvraagster, waarvan de beschrijving in de figuurbeschrijving, figuren 1 - 13, is opgenomen, spelen bij de keuze van de groep codewoorden een aantal over-20 wegingen een rol. Zo zal het randcm-vermogenspectrum van decodewoorden voor lage frequenties bij voorkeur relatief weinig signaal mogen bevatten teneinde laagfrequentie servosignalen toe te-kunnen voegen en zal het althans het continue deel van het vermogenspectrum tenminste êên nulpunt moeten vertonen teneinde een kloksignaal te kunnen toevoegen. Verder 25 moeten een aantal parameters geoptimaliseerd worden zoals de informatie- dichtheid en i.v.m. het vermogen van de laser bij toepassing in een o systeem met optische registratiedrager de informatiedichtheid gerelateerd aan het aantal met de laser in te branden putten in de registratiedrager.
Uit de vele bekende coderingen blijkt zoals in genoemde aan-30 vrage is beschreven de zogenaamde cruadphase codering bij uitstek geschikt te zijn voor genoemde toepassing. Deze quadphase codering is bekend uit het Tijdschriftartikel van U. Appel en K, Tröndle: "Zusammenstellung und Gruppierung verschiedener Codes für die Dbertragungdigitaler Signale" 8 0 06 t.6 5 PHN 9881 2 V ♦ dat verschenen is in het Nachrichtentechnische Zeitschrift, Heft 1, 1970, blz. 11-16 met name figuur 7. Een quadphase gecodeerd signaal wordt verkregen door het oorspronkelijke binaire datasignaal onder te verdelen in groepen van twee bits, dibits genaamd, en in een eerste^respectievelijke 5 tweede, halve bitinterval van het gecodeerde uit twee bitintervallen bestaand woord, het eerste respectievelijke tweede bit van de dibit te plaatsen en in het derde respectievelijk vierde halve bit interval van het gecodeerde woord de geïnverteerde waarde van het eerste respectievelijk het tweede bit van de dibit te plaatsen.
10 De vraag is gerezen of deze quadphase codering niet deel uit maakt van een grotere klasse van coderingen. Doel van de uitvinding is in een systeem van het in de aanhef genoemde type een klasse van coderingen te verschaffen, waardoor het mogelijk is afhankelijk van de gewenste toepassing, de meest optimale codering te kiezen» De uitvinding wordt 15 daartoe gekenmerkt, doordat de codewoorden behoren tot een groep van codewoorden, elk met een tijdslengte van gelijk aan en elk opgebouwd uit M subgroepen van I o^^uidistante tijdsafstanden Ygelegen signaalposities t^, met m een/subgroep corresponderend rangnummer lopende van 1 tot en met M en i een rangnummer binnen elke subgroep 20 lopende van 1 tot en met I, van welke signaalposities t^ er in elke subgroep Gm steeds k, met k een integer kleiner dan I (l^ksi - 1), bezet zijn met een van het signaal op onbezette posities onderscheidbaar signaal, waarbij de eerste posities t^ van de subgroepen G^ op onderling verschillende tijdsafstanden £ van het begin van het codewoord gelegen 25 zijn, met Oc£ <Y, met de restricties M>2 érnY + (I-1)Y<sCt en met uit-zondering van de groep codewoorden waarvoor geldt: M = 2, I = s = 2, k = lX=tQ en£2 «fcj + ^
De op zich bekende quadphase-codering behoort tot de uitgezonderde groep codewoorden met parameters M = 2, I=s = 2, k = 1, 30 ent2 -Π + VX.
Het systeem volgens de uitvinding kan nader gekenmerkt worden doordat geldt I = s enX Hierbij geldt dus dat de woordlengte sTo gelijk is aan het aantal posities I vermenigvuldigd met de tijdsafstand^ tussen die posities.
35 Met betrekking tot de klokopwekking kan de uitvinding nader worden gekenmerkt doordat de beginposities ^1 equidistant gelegen zijn qp tijdsafstanden^ + m - IX van het begin van het codewoord.
Onder deze voorwaarde treedt in het eerste nulpunt van het 8 0 0 6 16 5 ΕΗΝ 9881 3 ί * vermogensspectrum bij hoek frequentie!*) = 2 it geen diracfunctie op zodat
O
een kloksignaal kan worden toegevoegd. Daarbij kan het systeem volgens de uitvinding nader worden gekenmerkt doordat de codewoorden via het medium worden overgebracht tesamen met een toegevoegd pilootsignaal met hoek- 5 frequentie w = 2j[, welk pilootsignaal in de decodeer inrichting wordt uit-u x: gefilterd en als kloksignaal dienst doet.
Een alternatieve uitvoering van het systeem volgens de uitvin" ding kan nader worden gekenmerkt, doordat de beginposities tm1 equidistant gelegen zijn op tijdsafstanden £ m = £l + m-1 Y van het begin van het code- 10 woord en dat in de decodeer inrichting me^oehulp van een op hoekfrequen- tie Wq = 2ft af gestand banddoorlaatfilter uit het gecodeerde signaal een kloksignaal wordt gewonnen. Bij dit systeem treedt een diracpiek op in het
nulpuntÜJ = 2X van het spectrum, welke diracpiek als meegezonden kloksig-υ T
naai kan worden benut.
15 De voorkeursuitvoeringsvorm van het systeem volgens de uitvin ding bij optische recording kan worden gekenmerkt doordat voor de groep codewoorden geldt: I = s = 4, M = 2^C=X,^t k = 1 en£2 =£j + ^ .
Voor wat betreft codering kan het systeem volgens de uitvinding nader worden gekenmerkt doordat de ingangswoorden worden verdeeld in M 20 groepen van bits, die elk in de codeer inrichting worden gecodeerd tot een subgroep Gm door middel van een k uit I codeerschakelirig, waarna de M subgroepen door superpositie tot een codewoord worden samengevoegd.
Dit systeem kan nader worden gekenmerkt doordat de digitale informatie in ingangswoorden van vier bits wordt ontvangen en verdeeld 25 wordt in twee groepen van twee bits elk die elk aan een êên uit vier decodeerschakeling worden toegevoegd, waarbij de vier uitgangen van elk van beide decodeerschakelingen alternerend samengevoegd zijn om het bij het ingangswoord behorende codewoord uit te geven en verder doordat de uitgangen van beide decodeerschakelingen alternerend met parallelingang-30 en van een schuifregister zijn verbonden cm aldus het codewoord uit beide subgroepen te vormen.
Voor wat betreft decodering kan het systeem volgens de uitvinding nader worden gekenmerkt doordat de decodeerinrichting een reeks van 1-1 vertragingsnetwerken met tij dsver'traging^omvat waarvan de in- en uit-35 gangen naar een vergelijkschakeling voeren om aldus sequentieel over tijdsintervallen £m de bezette posities t^ van telkens één subgroep te detekteren en verder doordat sequentieel per subgroep G^ een aantal bits van het uitgangswoord gevormd worden waarna deze in serie en/of 8 0 06 16 5 ï * PHN 9881 4 parallel.-uitgegeven worden.
Voor wat betreft het medium kan het systeem volgens de uitvinding nader worden gekenmerkt doordat het medium een registratiedrager is die verdeeld is in informatiegebieden waar informatie op vastgelegd kan 5 worden of vastgelegd is in de vorm van codewoorden waarbij de informatiegebieden gescheiden zijn door adres- en synchronisatiegebieden waarin adres- en synchronisatieinformatie vooraf is aangebracht in. de vorm van codewoorden zoals gedefinieerd in één of meer der conclusies:1 tot en met 6.
10 Ter winning van woordsynchronisatie signalen kan laatstgenoemd systeem nader worden gekenmerkt doordat de adres- en synchronisatieinfor- t \ matie is aangebracht in de vorm van codewoorden met bepaalde waarden van de parameters I, s, M,“t· ,"£0, k en£m en dat ter identificatie van de synchronisatieinformatie een aantal van tenminste twee codewoorden is 15 voorzien van een afwijkend aantal bezette posities zodanig, dat deze codewoorden op zich of in combinaties wederom codewoorden vormen zoals gedefinieerd in één of meer der conclusies. 1 tot en met 5 met een afwijkende waarde van althans één van de parameters I, s, of k.
In de voorkeursuitvoeringsvorm van een systeem volgens de 2D uitvinding kan laatstgenoemd systeem verder worden gekenmerkt doordat de adres- en synchronisatieinformatie is aangebracht in de vorm van·..codewoorden uit een groep met parameters I = s = 4, M = 2 T=6q, k = 1 en £2 =£j + %T0 en dat van althans twee codewoorden van de synchronistie-informatie een extra positie bezet is zodanig dat beide codewoorden te-25 samen een codewoord vormen uit een groep met parameters I = s = 8,M = 2, T^Tq' k = 3 en =£] + ^0*
Een codeerinrichting voor toepassing in een systeem volgens de uitvinding heeft als kenmerk, dat de codeerinrichting cmvat ingangen voor het ontvangen van in ingangswoorden gegroepeerde digitalë informatie, 30 een codewoordgenerator voor het genereren van codewoorden, die elk met een ingangswoord corresponderen, welke codewoorden behoren tot een groep van codewoorden, elk met een tijdslengte gelijk aan sYg en elk opgebouwd uit M . subgroepen Gm van I op equiöistante tijdsafstanden Y gelegen signaalposities t^, m een met subgroep G corresponderend rangnummer 35 lopende van 1 tot en met M en i een rangnummer binnen elke subgroep lopende van 1 tot en met I, van welke signaalposities t^ er in elke subgroep steeds k, met k een integer kleiner dan I (1sÈk£l - 1), bezet zijn met een van het signaal op onbezette posities onderscheidbaar 80 06 16 5 * v PHN 9881 5 signaal, waarbij de eerste posities t^ van de subgroepen G op onderling verschillende tijdsafstanden van het begin van het codewoord gelegen zijn, met ΟχΕ^Υ, met de restricties M>2 en£m + (I - IJC^sTq en met uitzondering van de groep codewoorden waarvoor geldt: M = 2, I = s = 2, 5 k = 1 ,t ent2 -Z^ + kt.
Deze codeerinrichting kan als nadere kenmerken hébben, dat geldt: I = s en v = f dat de codeerinrichting zodanig is ingericht, dat de beginposities t ^ equidistant gelegen zijn op tijdsafstanden
ê-m =¾. + m - 1tvan het begin van het codewoord, en dat de codeerinrich-M
10 ting zodanig is ingericht, dat de beginposities t^ equidistant zijn gelegen op tijdsafstanden^ =1] + pj^Tvan het begin van het codewoord.
Een voorkeursuitvoeringsvorm van de codeerinrichting heeft als kenmerk, dat de codeerinrichting zodanig is ingericht, dat geldt: I = s = 4, M = 2,^=1^, k = 1 en ^2 = £| + ^q, en als nadere kenmerken dat 15 de ingangen zijn ingericht voor het ontvangen van ingangswoordëB van n . M bits, met η 7A en integer, dat middelen aanwezig zijn voor het verdelen van die ingangswoorden in M groepen van n bits, dat M decodeerschake-lingen aanwezig zijn voor het genereren van één subgroep Gm voor elke groep van n bits en dat middelen aanwezig zijn voor het superponeren van 20 de aldus gevormde M subgroepen G^, dat n = 2, M = 2enk = 1, dat de de-codeerschakelingen één uit vier decoders zijn met elk vier uitgangen waarvan er telkens één een afwijkend signaal voert afhankelijk van welke van de vier mogelijke combinaties van 2 bits aan de ingang van die decoder aanwezig is, en dat de uitgangen van beide één uit vier decoders 25 alternerend zijn samengevoegd cm het bij het ingangswoord behorende codewoord te vormen, en dat de uitgangen van beide êén-uit-vier decoders alternerend met parallel ingangen van een schuifregister zijn verbonden om aldus het codewoord uit beide subgroepen te vormen.
Een decodeer inrichting voor toepassing in een syteem volgens 30 de uitvinding heeft als kenmerk, dat de decodeer inrichting een ingang omvat voor het ontvangen van codewoorden en een uitgang voor het uitgeven van digitale informatie door decodering van die codewoorden, en dat de decodeerinrichting is ingericht voor het decoderen van codewoorden die behoren tot een groep van codewoorden, elk met een tijdslengte gelijk 35 aan en elk opgebouwd uit M subgroepen Gm van I op equidistante
tijdsafstanden L gelegen signaalposities t ., met m een met subgroep G
mi m corr espondera id rangnummer lopende van 1 tot en met M en i een rangnummer binnen elke subgroep Gm lopende van 1 tot en met I, van welke signaal- 8 0 06 16 5 6 s * PHN 9881 posities er in elke subgroep steeds k, met k een integer kleiner dan I (1.£k£E - 1), bezet zijn met een van het signaal qp onbezette posities onderscheidbaar signaal, waarbij de eerste posities t^ van de subgroepen Gmi °P on(aerlill9 verschillende tijdsafstanden £ van het begin van het code-5 woord gelegen zijn, met met de restricties m,2 en^ + (I-1)^sT0 en met uitzondering van de groep codewoorden waarvoor geldt: M = 2, I = s = 2, k = 1 ^-Τζ =U + ί
Deze codeerinrichting kan als nadere kenmerken hebben, dat geldt: I = s endat de codeerinrichting zodanig is ingericht, dat de 1 beginposities t^ equidistant gelegen zijn op tijdsafstanden =£«+ ïïHY van het begin van het codewoord, en dat de codeerinrichting zo- 111 m : danig is ingericht, dat de beginposities t^ equidistant zijn gelegen qp tijdsafstanden/^ -L + mrl^van het begin van het codewoord.
Een voorkeursuitvoeringsvorm van de codeerinrichting heeft als 1skenmerk, dat de codeerinrichting zodanig is ingericht, dat geldt : I = s = 4, M = 2rC=tg, k = 1 en^ =£| + HYq en als nadere kenmerken, dat de ingangen zijn ingericht voor het ontvangen van ingangswoorden van n . M bits, met nz1 en integer, dat middelen aanwezig zijn voor het verdelen van ^die ingangswoorden in M groepen van n bits, dat M decodeer schakel ingen aanwezig zijn voor het genereren van één subgroep G voor elke groep van n bits en dat middelen aanwezig, zijn voor het superponeren van de aldus gevormde M subgroepen G^, dat n = 2, M = 2 en k = 1, dat de decodeerschakelingen één uit vier decoders zijn met elk vier uitgangen waarvan er telkens één een afwijkend signaal voert afhankelijk van welke van de vier mogelijke cott-25 binaties van 2 bits aan de ingang van die decoder aanwezig is, en dat de uitgangen van beide één uit vier decoders alternerend zijn samengevoegd cm het bij het ingangswoord behorende codewoord te vormen, en dat de uitgangen van beide êén-uit-vier decoders alternerend met parallel ingangen van een schuifregister zijn verbonden cm aldus het codewoord uit beide 30 subgroepen te vormen.
Een decodeerinrichting voor toepassing in een systeem volgens de uitvinding heeft als kenmerk, dat de decodeer inrichting een ingang cmvat voor het ontvangen van codewoorden en een uitgang voor het uitgeven van digitale informatie door decodering van die codewoorden, en dat de decodeer-35 inrichting is ingericht voor het decoderen van codewoorden, elk met een tijdslengte gelijk aan en elk opgebouwd uit M subgroepen G^ van I qp equidistante tijdsafstandengelegen signaalposties t . met m een met subgroep G corresponderend rangnummer lopende van 1 tot en met M en i een 8 0 06 16 5 PHN 9881 7 ^ ------ ~ <* -ff rangnuitmer binnen elke subgroep lopende van 1 tot en met I, van welke signaalposities t^ er in elke subgroep G steeds k, met k een integer kleiner dan I (1^k^I - 1), bezet zijn met een van het signaal op onbezette posities onderscheidbaar signaal, waarbij de eerste posities t^ van de 5 subgroepen op onderling verschillende tijdsafstanden van het begin van het codewoord gelegen zijneet 0<£E m££ met. de restricties M^2 en tm+ (1-1 en met uitzondering van de groep codewoorden waarvoor geldt: M = 2, I = s = 2, 'k = 1,^=¾ en£, + ^
Een uitvoeringsvorm van de decodeerinrichting heeft als kenmerk, 10 dat de decodeerinrichting een reeks van 1-1 vertragingsnetwerken met tijdsvertraging omvat waarvan de in- en uitgangen naar een vergelijk-schakeling voeren om aldus sequentieel over tijdsintervallen de bezette posities t . van telkens êên subgroep G te detekteren en als nader kenmerk, dat de vergelijkschakeling een aantal comparatoren elk met een 15 inverterende en een niet-inverterende ingang omvat en dat elk comparator de signalen op een ander paar van alle mogelijke paren van punten, die gevormd worden door de ingangen van de 1-1 vertragingsnetwerken en de uitgang van het laatste vertragingsnetwerk, met elkaar vergelijkt, dat eerste logische poorten aanwezig zijn met voor vergelijking van uitgangs-20 signalen van de comparatoren, van welke eerste logische poorten de uitgangen elk geassocieerd zijn met een bezette positie t^ van een subgroep Gm zodat de uitgangen van die logische poorten sequentieel de subgroepen G leveren, en dat tweede logische poorten aanwezig zijn voor het genereren van de bij de codewoorden behorende digitale informatie, waarbij 25 met betrekking tot de winning van een kloksignaal deze decodeerinrichting als kenmerk heeft dat een bandfilter dat afgestemd is op een hoekfre-2 if quentie w^ = -^-, aanwezig is voor het filteren van een kloksignaal uit het door de codewoorden gevormde signaal.
Voor wat betreft de winning van een woordsynchronisatiesignaal 30 kan de decodeer schakeling nader worden gekenmerkt, doordat een derde poortschakeling aanwezig is die afgestemd is op een reeks van voorafbepaalde codewoorden teneinde een woordsynchronisatiesignaal te genereren, en verder doordat de derde poortschakeling voor het genereren van een woordsynchronisatiesignaal verbonden is met de uitgang van een van de 35 eerste logische poorten.
Een registratiedrager voor toepassing als medium in een systeem volgens de uitvinding heeft als kenmerk, dat deze voorzien is van geregistreerd signaal dat bestaat uit de opeenvolging van codewoorden die 8 0 06 16 5 PHN 9881 8 behoren tot een groep van codewoorden, elk met een tijdslengte gelijk aan . S^q en elk opgebouwd uit M subgroepen van I op equidistante tijdsafstanden gelegen signaalposities t^, met m een subgroep corresponderend rangnummer lopende van 1 tot en met M en i een rangnummer binnen elke sub- 5 groep Gm lopende van 1 tot en met I, van welke signaalposities t . er in m mi elke subgroep Gm steeds k, met k een integer kleiner dan I (1<k*I - 1), bezet zijn met een van het signaal op onbezette posities onderscheidbaar signaal, waarbij de eerste posities t^ van de subgroepen G^ qp onderling verschillende tijdsafstanden £mvan het begin van het codewoord gelegen 10 zijn, met met de restricties M*2 en^m+ (I -lji<s^ en met uit zondering van de groep codewoorden waarvoor geldt: M = 2 , I = s = 2, k = enf2 + *£
Een registratiedrager voor toepassing als medium in een systeem volgens de uitvinding kan ook gekenmerkt worden doordat de registratie-^ drager verdeeld is in informatiegebieden waar informatie op vastgelegd kan worden of vastgelegd is in de vorm van codewoorden waarbij de informatiegebieden gescheiden zijn door adres- en synchronisatiegebieden waarin adres- en synchronisatieinformatie vooraf is aangebracht in de vorm van codewoorden die behoren tot een groep van codewoorden, elk met een tijds- 9Π lengte gelijk aan en elk opgebouwd uit M subgroepen G van I op equidistante tijdsafstanden X gelegen signaalposities t ., met m een met subgroep G^ corresponderend rangnummer lopende van 1 tot en met M en i een rangnummer binnen elke subgroep Gm lopende van 1 tot en met I, van welke signaalposities t^ er in elke subgroep steeds k, met k een integer 25 kleiner dan I (1^k^I - 1), bezet zijn met een van het signaal op onbezette posities onderscheidbaar signaal, waarbij de eerste posities tml van de subgroepen Gm op onderling verschillende tijdsafstanden £ van het begin van het codewoord gelegen zijn, met 0$^γ, met de restricties M>2 en£m+ (I-1)T<sY0 en met uitzondering van de groep codewoorden 30 waarvoor geldt: M = 2, I = s = 2, k = 1, Υ=γ en [2 + %X.
Nadere kenmerken van registratiedrager voor toepassing in een systeem volgens de uitvinding kunnen zijn, dat geldt I = s en Y=Y, dat de begin- U Μ 1 posities Vl equidistant gelegen zijn qp tijdsafstanden van het begin van het codewoord, dat aan de codewoorden een pilootsignaal 35 met hoekfrequentie w^ = ^jr"is toegevoegd,dat de beginposities t^ equidistant gelegen zijn op tijdsafstanden £m + ^^Tvan het begin van elk codewoord., en dat voor de groep codewoorden geldt: I = s = 4, M = 2, k = 1 en £2 =£| + «jto.
8 0 06 16 5 EHN 9881 9
Voor wat betreft de opwekking van woordsynchronisatiesignalen kan eerstgenoemde registratiedrager nader gekenmerkt worden, doordat de adres- en synchronisatieinformatie is aangebracht in de vorm van codewoorden met bepaalde waarden van de parameters I, s, M,Y, Y^,k enfm 5 en dat ter identificatie van de synchronisatieinformatie een aantal van tenminste twee codewoorden is voorzien van een afwijkend aantal bezette posities zodanig, dat deze codewoorden op zich of in combinaties wederom codewoorden vormen zoals gedefinieerd in één of meer der conclusies 1 tot en met 5 met een afwijkende waarde van althans één van de parameters I, 10 s, of k.en verder doordat de. adres- en synchronisatieinformatie is aangebracht in de vorm van codewoorden uit een met parameters I = s = 4, M = 2, Y= YQ, k = 1 en f2 =£j + ^Cq 011 clat van althans twee codewoorden van de synchronisatieinformatie een extra positie bezet is zodanig dat beide codewoorden tesamen een codewoord vormen uit een 15 groep met parameters I = s = 8, M = 2,Υ=Ί^, k = 3 en£*2 + H'Ï'q·
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin:
Figuur 1 een mogelijke uitvoeringsvorm van een registratiedrager waarbij het principe volgens de uitvinding kan worden toegepast 20 toont met in figuur :1a een bovenaanzicht van de registratiedrager, figuur 1b een gedeelte van een spoor 4 van die registratiedrager vergroot weergegeven toont, en figuur 1c een synchronisatiegebied van dat gedeelte vergroot weergeeft.
Figuur 2 een klein gedeelte van de. doorsnede volgens de lijn 25 11-11' in figuur 1a toont.
Figuur 3 in figuren 3a t/m 3d schematisch een doorsnede in de lengteinrichting door een gedeelte van het spoor 4 toont met figuur 3a zo'n doorsnede bij een onbeschreven voorgefabriceerde plaat volgens een bekende techniek toont, figuur 3b die doorsnede volgens figuur 3a nadat 30 informatie in het informatiegebied 9 is ingeschreven, figuur 3c zo'n doorsnede bij een onbeschreven voorgefabriceerde plaat volgens de genoemde oudere aanvrage toont en in figuur 3d de doorsnede volgens figuur 3c nadat digitale informatie is ingeschreven toont, en figuur 3e schematisch het verkregen signaal bij uitlezing van het in figuur 3d in doorsnede getoon-35 de stuk van het spoor 4 en in figuur 3f. schematisch een bovenaanzicht van een stuk van spoor 4 nadat digitale informatie is ingeschreven op een andere manier dan figuren 3b en 3d is getoond, toont
Figuur 4 random vermogensspectra van een drietal digitale 8 0 06 15 5 PHN 9881 10 informatiesignaalmodulaties toont,
Figuur 5 een diagrammatische representatie van die modulaties toont,
Figuur 6 in figuur 6a schematisch een inrichting voor het ver-5 vaardigen van een registratiedrager volgens figuur 3c, in figuur 6b schematisch een inrichting voor het inschrijven van informatie in de registratiedrager volgens figuur 3c, en figuur 6c een inrichting voor het uitlezen van een beschreven registratiedrager, toont
Figuur 7 een aantal voorbeelden van een periodieke spoormodu-10 latie volgens genoemde oudere aanvrage toont,
Figuur 8a het principe van een leesgedeelte van een inrichting t van het uitlezen en/of opnemen van.een digitaal signaal uit c.q. op een registratiedrager volgens genoemde oudere aanvrage toont met in figuur 8b het frequentiespectrum van het door detector 27 gedetekteerde signaal, 15 Figuur 9a een inrichting volgens figuur 8a die tevens geschikt is voor opwekking van een radieel volgsignaal toont met in figuur 9b het frequenctiespectrum van het door detector 27 gedetekteerde signaal.
Figuur 10 een variant qp de inrichting volgens figuur 9a toont, Figuur 11a een inrichting volgens figuur 9a ingericht voor een 20 registratiedrager met een radiële spoormodulatie met nagenoeg dezelfde periode als de periodieke spoormodulatie toont, met in figuur 11b het frequentiespectrum van het door detector 27 gedetekteerde signaal,
Figuur 12 een inrichting ingericht voor een registratiedrager met een radiële spoormodulatie met dezelfde periode als de periodieke 25 spoormodulatie toont,
Figuur 13 een gedeelte van een inrichting voor het optekenen van een informaties ignaal op een registratiedrager volgens genoemde oudere aanvrage voor het winnen van een kloksignaal tijdens het opteke-kenen met gebruikmaking van een hulplaserbundel toont, 30 Figuur 14 een diagram toont ter definitie van de codering volgens de uitvinding.
Figuur 15 een diagram ter illustratie van de opbouw van codewoorden volgens een voorkeurskeuze van een codering volgens de uitvinding, 35 Figuur 16 een diagram toont ter illustratie van de keuze van een voorkeurcodering voor de parameter k=1,
Figuur 17 een diagram volgens figuur 3 met parameters k=2, Figuur 18 een diagram volgens figuur 3 met parameter k=3, 8 0 06 16 5 FHN 9881 11 / >
Figuur 19a en 19b tabellen ter illustratie van de voorkeurscodering volgens de uitvinding
Figuur 20a een voorkeursuitvoeringsvorm van een ccdeerinrichting in het systeem volgens de uitvinding met in figuur 20b een diagram ter 5 verklaring van de werking van die codeerinrichting,
Figuur 21b een uitvoeringsvorm van een decodeerinrichting in een systeem volgens de uitvinding, met in figuur 21a een diagram ter verklaring van de werking van de decodeer inrichting volgens figuur 21b, Figuur 22 een woordsynchronisatiesignaal-generator voor toe-10 passing in combinatie met de decodeerinrichting volgens figuur 21b, en
Figuur 22 een blok schema van een systeem volgens de uitvinding toont waarin de samenhang van de inrichtingen volgens figuren 20a, 21b en 22 in een systeem volgens de uitvinding voor optische recording toont.
Ter verduidelijking van het systeem waarvoor de codeermethode 15 volgens de uitvinding primair bedoeld is volgt aan de hand van figuren 1 - 13 de beschrijving van zo'n optisch registratiesysteeera zoals eveneens beschreven is in de oudere doch niet vóórgepubliceerde aanvrage no. 8000121 (PEN 9666) van aanvraagster.
Figuur 1 toont een mogelijke uitvoeringsvorm van een registratiedrager 20 waarbij het principe volgens de genoemde oudere aanvrage kan worden toegepast met in figuur 1b een bovenaanzicht van die registratiedrager, figuur 1b een gedeelte van een spoor 4 van die registratiedrager vergroot weergegeven en figuur 1c een synchronisatiegebied van dat gedeelte vergroot weergegeven. Het registratiedragerlichaam 1 is voorzien van een 25 spiraalvormig spoor 4 is verdeeld in een groot aantal sektoren 7, bijvoorbeeld 128 per omwenteling. Elke séktor 7 bevat een informatiegebied 9, dat bestemd is voor het opnemen van digitaal gecodeerde informatie en een synchronisatiegebied 8.
Qm ervoor te zorgen dat de digitale informatie in een nauw-30 keurig gedefinieerde baan wordt ingeschreven fungeert het spoor als servospoor. Daartoe bezitten de informatiegebieden 9 van de sektoren 7 een amplitudestruktuur, zoals in figuur 2 is aangegeven. Deze figuur 2 toont een klein gedeelte van de doorsnede volgens de lijn 2-2' in figuur 1a en toont dus een aantal naast elkaar gelegen spoorgedeelten, in het 35 bijzonder informatiegebieden, van het servospoor 4. De richting van de servosporen 4 is dus loodrecht op het vlak van de tekening. Deze servo-sporen 4, in het bijzonder de informatiegebieden 9, zijn dus als groeven in het substraat 5 aangebracht. Hierdoor is het mogelijk een voor het 8 0 06 16 5 FHN 9881 12 • » inschrijven van digitale informatie pp de registratiedrager gerichte stralenbundel nauwkeurig met dit servospcor 4 te laten samenvallen, m.a.w. de positie van de stralenbundel in radiale richting te regelen via een servosysteem dat gebruik maakt van het van de registratiedrager terug-5 gekaatste licht. De meting van de radiale positie van de stralingsvlek op de registratiedrager kan overeenkomen met de. systemen zoals ook bij de optische registratiedragers voorzien van een videosignaal worden gebruikt en zoals o.a. beschreven in "I.E.E.E. Transactions on consumer electronics", nov. 1976, pag. 307.
10 Cm digitale informatie te kunnen optekenen is het registratie- dragerlichaam voorzien van een laagje materiaal 6, dat, indien belicht met geschikte straling, een optische detekteerbare verandering ondergaat. In wezen zouden alleen de informatiestukken 9 van de sektoren van een dergelijk laagje voorzien behoeven te zijn . Fabrikagetechnisch is het 15 echter eenvoudiger on het gehele registratiedragerqppervlak van een dergelijk laagje te voorzien. Deze laag 6 kan bijvoorbeeld bestaan uit een dunne metaallaag zoals Telluur. Door laserstraling van voldoend hoge intensiteit kan plaatselijk deze metaallaag gesmolten worden, zodat plaatsèlijk' deze informatielaag 6 een andere reflektiecoëfficient krijgt, 20 zodat bij het aftasten van een op een dergelijke wijze is ingeschreven infonnatiespoor door een uitleesstralenbundel een met de opgetekende informatie overeenkomende amplitudemodulatie van de gereflekteerde stralenbundel ontstaat.
De laag 6 kan ook de vorm hebben van een dubbellaag van onder 25 invloed van opvallende straling chemisch reagerende materialen, bijvoorbeeld aluminium op ijzer.
Op de plaats waar een energierijke stralenbundel de plaat treft wordt FeAlg gevormd dat slecht reflekteert. Eenzelfde effekt treedt op bij een dubbellaag Bismuth op Tellurium, waarbij Bi2Te^ ontstaat. Ook een enkel-30 laag van Tellurium kan worden toegepast.
Doordat met behulp van de als groef in het substraat 5 gevormd servospoor de inschrijfstralingsvlek nauwkeurig met dit servospoor samenvalt, i.h.b. tijdens het aftasten van een informatiegebied, wordt de inschrijfstralingsbundel modulerende digitale informatie nauwkeuring in.
35 het met dit servospoor samenvallend informatiegebied ingeschreven.
Zoals uit het voorgaande blijkt bevatten de voor de gebruiker bestemde registratiedragers, waarin dus nog geen informatie in de informatiegebieden is ingeschreven, een groefstruktuur in deze informatie- 8 0 0 6 16 5 » * PHN 9881 13 gebieden binnen de sektoren.
Bovendien bevat een dergelijke registratiedrager binnen elke sektor een in een optisch detekteerbare reliëfstruktuur uitgevoerd synchronisatie-gebied 8. Figuur 1b toont vergroot een gedeelte van een spoor 4, waaruit 5 de opeenvolging van een aantal informatiegebieden 9 en synchronisatie-gebieden 8 blijkt. Hierbij bestaan de synchronisatiegebieden 8 uit een reliëfstruktuur, bestaande uit een opeenvolging van verdiepingen, afgewisseld door tussengebied jes. Hierbij is de diepte van de verdiepingen in deze struktuur van het synchronisatiegebied groter dan de diepte van het 10 servospoor in het informatiegebied 9, Deze diepte van de verdiepingen wordt volgens algemene optische regels in afhankelijkheid van de vorm van deze verdiepingen in het gekozen uitleessysteem zodanig, gekozen dat een optimale uitlezing van de door de struktuur gerepresenteerde informatie wordt verkregen. Wordt uitgegaan van een uitleessysteem waarbij de van de 15 registratie drager gereflekteerde stralenbundel door een enkele foto-detéktor wordt gedetekteerd dan kan als diepte voor de verdiepingen 1/4 λ gekozen worden, waarbij^ de golflengte van de gebruikte stralenbundel is. Wordt hierbij voor de diepte van het servospoor in het informatiegebied 9 de waarde 1/8-^· of minder gekozen dan heeft dit servospoor nauwelijks in-20 vloed op de door de detektor gedetékteerde licht-hoeveelheid.
Qn de opbouw van het synchronisatiegebied nader aan te geven is in figuur ic een dergelijk synchronisatiegebied nogmaals vergroot weergegeven, waarbij eenvoudigheidshalve de informatielaag 6 is weggelaten. Een dergelijk synchronisatiegebied 8 bevat twee gedeelten, namelijk een indi-25 katiegedeelte 10 en een adresgedeelte 11. In het adresgedeelte 11 is alle voor het kontroleren van het inschrijfproces benodigde informatie opgeslagen. Bij het inschrijven van digitale Informatie wordt deze omgezet in een in zogenaamde woorden-gerangschikte bitreeks. Dit adresgedéelte bevat informatie over de woordverdeling waardoor bij het schrijven van de posi-30 tionering van de bitwoorden wordt gedefinieerd en bij het lezen de gepaste dekodering van de bitwoorden wordt bewerkstelligd. Verder bevat dit adresgedeelte 11 informatie over het spoomumner van de spooramtrék waarin de corresponderende spoorontrek. Deze informatie is volgens een voor het registratiemedium geschikte digitale modulatietechniëk als reliëfstruktuur 35 aangebracht. Doordat de registratiedrager dientengevolge naast het als groef in de informaties tukken 9 aangebracht servospoor tevens ook reeds alle voor de positionering van de informatie als in bitwoorden opgedeelde bitreeks in deze informatiegebieden benodigde Informatie in het 8 0 06 16 5 EHN 9881 14 synchronisatiegebied bezit behoeven de eisen die aan de door de gebruiker benutte schrijf- en lees inrichting gesteld te worden minder streng te zijn. Doordat verder deze volledig vooraf aangebrachte informatie als reliëfstruktuur in de registratiedrager is aangebracht is deze 5 registratiedrager bijzonder geschikt voor massa fabrikage, waarbij de gebruikelijk perstechnieken benut kunnen worden.
Figuur 3 toont in figuuur 3a t/m 3d schematisch in een doorsnede in de lengterichting van de servosporen 4 een gedeelte van zo'n servo-spoor 4 met een gedeelte van het synchronisatiegebied 8 en een gedeelte 10 van het informatiegebied 9 met in figuur 3a zo'n doorsnede bij een onbeschreven voorgefabriceerde plaat volgens een bekende techniek/ in figuur 3b die doorsnede nadat in het informatiegebied 9 digitale informatie 14 is ingeschreven/ in figuur 3c zo'n doorsnede bij een onbeschreven voorge-fabriceerde plaat waarin volgens de genoemde oudere aanvrage klokinforma-15 tie is aangebracht en in figuur 4c de doorsnede volgens figuur 3c nadat in het informatiegebied 9 informatie 14 is ingeschreven. Figuur 3c toont schematish het verkregen signaal bij uitlezing van het in figuur 3d in doorsnede getoonde stuk van het spoor 4 en figuur 3f toont schematisch een bovenaanzicht van een stuk van spoor 4 nadat informatie is ingeschreven op 2D een andere manier dan in figuur 3b en 3d getoond is.
De voorgefabriceerde plaat is voorzien van het servogroef 4, aangebracht in een substraat 5 bijvoorbeeld door middel van een laserbundel. In het synchronisatiegebied 8 kan dan door modulatie van de intensiteit van de laserbundel een informatie bevattende reliëfstruktuur met 25 "Putten" 13 aangebracht worden. Het geheel/ evenals, gemakshalve het gedeelte van de registratiedrager 1 buiten de groeven 4, kan:daarna met de reflecterende informatielaag 6 bedekt worden. In deze voorgefabriceerde registratiedrager kan in het informatiegebied 9 informatie worden ingeschreven door, bijvoorbeeld door middel van een laserbundel/ gaten 14 in 30 de reflecterende informatielaag 6 aan te brengen. Zo'n beschreven registratiedrager toont figuur 3b. Bij het schrijven van informatie, d.i. het aanbrengen van de gaten 14 evenals bij het, bijvoorbeeld d.m.v. een laserbundel,· uitlezen van deze informatie is het van belang dat het schrijven c.q. lezen van die informatie gesynchroniseerd wordt met behulp van een 35 kloksignaal, waarover de synchronisatiegebieden 8 informatie kunnen bevatten. Cm tijdens het schrijven en lezen continu, dus ook tijdens het schrijven c.q. lezen in de informatiegebieden 9, over een goed synchroon kloksignaal te kunnen beschikken wordt volgens de uitvinding de servo- 8 0 06 16 5 15 groef 4 van een struktuur voorzien die een modulatie van het van de informatiedrager gereflecteerde licht tijdens het volgen van het servo-spcor 4 tijdens lezen c.g. schrijven teweegbrengt.
Deze aangebrachte struktuur moet echter zodanig zijn dat deze 5 het uitlezen van informatie niet verstoort. JDat dit mogelijk is wordt toegelicht aan de hand van figuur 4 en 5 waarin figuur 4 randornverraogens-spectra geeft van een drietal mogelijke binaire informatiesignaal modulaties en figuur 5 een diagrammatische representatie van die modulaties.
Met de verwijzing a is in figuur 5 een modulatie aangegeven 10 bekend onder de aanduiding "biphase" modulatie. Hierbij wordt het aangeboden digitale signaal omgezet in een binair signaal dat voor een logische "een" van het aangebeden digitale signaal positief is gedurende de tijd T/2 en negatief gedurende de daaropvolgende tijd T/2 waarbij T de bittijd van het aangeboden digitale signaal is. Een logische "nul" levert juist 15 het tegenstelde binaire signaal op, d.w.z. negatief gedurende de tijd T/2 en positief gedurende de daaropvolgende tijd T/2. Deze modulatietechniek levert een binair signaal op dat een frequentiespectrum van de energiever- deling bezit zoals in figuur 4 met a is aangegeven. Hierbij kont de frequentie fo overeen met ψ 20 Met de verwijzing b is in figuur 5 een modulatie aangegeven bekend onder de aanduiding "Miller"-modulatie. Het net deze modulatie opgewekte binaire signaal bezit een overgang halverwege een logische "een" van het aangeboden signaal en bij de overgang van twee opeenvolgende logische "nullen". Het frequentiespectrum van het net behulp van deze 25 modulatietechniek verkregen binaire signaal is in figuur 4 met de aanduiding b aangegeven.
Met de verwijzing c is tenslotte in figuur 5 een modulatie aangegeven, bekend onder de aanduiding "quadphase"-modulatie, waarbij de aangeboden bitreeks van het digitale signaal allereerst wordt verdeeld in 30 opeenvolgende groepen van twee bits. Uit elke groep van twee bits met een tijdsduur 2T wordt een binair signaal afgeleid dat in een eerste tijdsinterval T eenzelfde verloop heeft als de oorspronkelijke twee bits en . in het daaropvolgende tijdsinterval T een invers verloop. De mogelijke bitcembinaties 11, 00, 01, resp. 10 worden dus omgezet in de bitcombina-35 ties 1100, 0011, 0110 resp. 1001. Het met deze modulatietechniek verkregen binaire signaal bezit een frequentiespectrum zoals in figuur 4 met c is aangegeven.
Uit figuur 4 is eenvoudig te zien dat deze modulatietechnieken 8 0 06 16 5 PHN 9881 16 als gemeenschappelijke eigenschap hebben dat het daarmee verkregen binaire signaal geen sterke frequentiecomponenten bezit bij relatief lage frequenties/ bijvoorbeeld frequenties lager dan 0/2 fo.
Dit gegeven is bijzonder nuttig bij het gébruik van een optische regis-5 tratiedrager en de daarbij benutte schrijf- en leessystemen. Zoals reeds is aangegeven worden bij dergelijke systemen zowel een servoregeling gebruikt cm de aftastvlék nauwkeuring op de registratiedrager gefokusseerd te houden als een servoregeling die de radiale positie van de aftastvlék regelt en deze aftastvlék nauwkeurig met het informatiespoor door samen-10 vallen. Aangezien de voor deze servoregelingen benodigde regelsignalen worden afgeleid uit de door de registratiedrager gereflecteerde stralenbundel, die eveneens door de reliëfstruktuur van het synchronisatiegebied gemoduleerd is, is het van groot belang dat het frequentiespectrum van het in het adresgedeelte opgeslagen binaire signaal geen sterke frequentie-15 componenten bevat binnen de voor de regels ignalen bestemde frequentieband. Figuur 4 toont dus dat de frequentieband beneden ruwweg 0,2 fo goed voor zulke regelsignalen bruikbaar is. De regelsignalen voor de genoemde servo- .systemen kunnen zich bijvoorbeeld uitstrekken tot een maximale frequentie- waarde van 15 kHz. Kiest men voor de frequentie fo ψ bijvoorbeeld de 20 waarde van 500 kHz dan is uit figuur 5 zonder meer duidelijk dat de binaire signalen a, b of c bij de frequentie van 15 kHz en lager slechts zeer zwakke frequentiecomponenten bezitten.
Uit figuur 4 blijkt verder dat bij de frequentie 2 fo en bij gebruik van modulatiemethode c ook bij frequentie fo nulpunten in het spectrum optre-25 den. Het is dus mogelijk cm de registratiedrager van een klokstruktuur met frequentie 2 fo te voorzien zonder dat deze met het informatiesignaal interfereert. Nulpunten bij frequentie 2 fo treden ook op bij andere modu- \ latiemethoden.
Bij gebruik van quadphase-modulatie (modulatie c) alsook sommige andere 30 modulatiemethoden is frequentie fo voor dat doel zeer bruikbaar, welke frequentie met de bitfrequentie 1/T overeenkomt, waardoor deze quad-phase modulatie zeer aantrekkelijk wordt. Ook bij modulatiemethode b kan in sommige gevallen een struktuur met frequentie fo aangebracht worden omdat de componenten van het spectrum van modulatie b bij die frequentie rela-35 tief gering zijn. Verder is het theoretisch mogelijk on de struktuur een met een frequentie hoger dan 2 fo corresponderende modulatie te geven wat echter in de praktijk meestal niet realiseerbaar is. Immers met het oog op een maximale informatiedichtheid zullen de afmetingen van de putten 13 8 0 0 6 16 5 PHN 9881 17 en 14, die bij een bepaalde rotatiesnelheid van de plaat 1 minimaal corresponderen:- met een bittijd zo dicht mogelijk bij het oplossend vermogen van het gebruikte schrijf/leessysteem gekozen worden zodat een oppervlakte-struktuur overeenkomend met frequenties hoger dan 2 fo nauwe-5 lijks detecteerbaar zal zijn. Ook zijn met speciale modulatietechnieken nulpunten in vermogensspectra bij andere frequenties dan fo of 2 fo, bijvoorbeeld bij \ fo te verkrijgen.
Figuur 3c toont een met de doorsnede volgens figuur 3a corresponderende doorsnede van een registratiedrager volgens de oudere aanvrage 10 waar het oppervlak althans ter plaatse van het spoor 4 van een reliëf-struktuur met hoogte d voorzien is. Een mogelijkheid cm deze te realiseren is het moduleren van de laser waarmee het synchronisatiegebied 8 en de groef 4 van informatiegebied 9 gemaakt is. In die voorbeeld is dat in het synchronisatiegebied 8 alleen tussen de putten 13 gedaan door be-15 grenzing van de intensiteit van de laserbundel. Het is echter in principe ook mogelijk cm de bodem van de putten van een reliëfstruktuur te voorzien.
Zoals figuur 3d toont kan ook bij de plaat volgens de uitvinding informatie worden ingeschreven door het aanbrengen van gaten 14 in de de 20 reliëfstruktuur bedekkende reflectielaag 6. Figuur 3c toont een voorbeeld van een verkregen signaal bij uitlezen van een reliëf volgens figuur 3d. Dit signaal vertoont minima ter plaatse van de putten c.q. gaten 13 en 14 en een met de modulatiestruktuur (d in figuur 3c) corresponderende amplitude modulatie met frequentie fo op de maxima. De modu-25 latiestruktuur bodem van de gaten 14 draagt nauwelijks tot het signaal bij daar deze door het verwijderen van de reflecterende laag 6 nauwelijks nog licht reflecteerd. In dit verband valt op de merken dat het bijvoorbeeld ook mogelijk is on op een reflecterende substraat 5 een niet reflecterende laag 6 aan te brengen die plaatselijk verwijderd wordt. Hier-30 door zal demodulatie met frequentie fo juist op die plaatsen 14 waar de niet-reflecterende laag verwijderd is goed uitgelezen worden.
In figuur 3a-3d zijn de putten 13 c.q. de gaten 14 getoond als gaten c.q. putten uit één stuk, dus wanneer het meer dan één bit betreft als een langgerekte sleuf met een met het aantal achtereengeschakelde 35 bits corresponderende lengte. Het is echter ook mogelijk cm elke bit als een afzonderlijke put c.q. gat aan te brengen. Figuur 3f illustreert dat en toont een spoor 4 waarin het onderscheidelijke arceringen de klokmodu-latiestruktuur is aangegeven. In het synchronisatiegebied 8 kunnen de 8 0 06 16 5 PHN 9881 18 putten 13 dan bijvoorbeeld midden op de maxima c.q. minima van de struk-tuur zijn aangebracht en zijn eveneens met de reflecterende laag 6 bedekt wat door het door die putten 13 doorlopende arcering gesymboliseerd wordt.
In het informatiestuk 8 kunnen de informatiegaten 14 op de maxima en mini-5 ma van de klokinformatiestruktuur worden aangebracht in de reflecterende laag 6. Als alternatief is het mogelijk - zoals informatiegebied 9 in figuur 3f toont - cm gaten 14' op de nulpunten van de informatiestruktuur aan te brengen. De plaats van de putten 13 c.q. gaten 14 is in dit verband niet essentieel mits de faserelatie met de klokinformatiestruktuur vast 10 en bekend is. Ook de vorm van de informatiestruktuur is weinig van belang. Zo kan deze in plaats van de in figuur 3 getoonde kanteelvorm zeer goed een sinusvormig verloop hebben wat bij vervaardiging middels een ge-mouleerde laserbundel zeer goed mogelijk is. Van belang is alleen dat die kloksynchronisatiestruktuur een goed detecteerbare frequentiecomponent bij 15 frequentie fo c.q. 2 fo vertoont en geen sterke componenten binnen het spectrum van het ingeschreven c.q. in te schrijven synchronisatie- c.q. digitale informatie signaal vertoont, wat in het algemeen het geval is wanneer de klokinformatiestruktuur d. een grondfrequentie fo c.q. 2 fo heeft met slechts harmonischen van hogere orde, de eerstvolgende harmonische is 20 dan 2 fo c.q. 4 fo, die zoals figuur 4 toont buiten het van belang zijnde gedeelte,- van het informatiespectrum valt.
Ter illustratie van de realisatie van de strukturen volgens figuur 3 toont figuur 6 achtereenvolgens schematisch in figuur 6a een inrichting voor het vervaardigen van een registratiedrager volgens figuur 25 3c, figuur 6b een inrichting voor het inschrijven van informatie in de registratiedrager volgens figuur 3c en figuur 6c een inrichting voor het uitlezen van zo'n beschreven registratiedrager.
In de inrichting volgens figuur 6a wordt de bundel 16 van een laser 15 via bijvoorbeeld een intensiteitsmodulator 57, een spiegel 17 en 30 een focusseeroptiek 18 op roterende plaat 1 geprojecteerd cm aldaar de spiraalvormige groef 4 (fig. 1) te maken. Laser 15 wordt bestuurd door een schakeling 20 voor het doen pulseren van de laser 15 teneinde de putten 13 (fig. 3) in het synchronisatiegebied 8 aan te brengen. Modulator 57 wordt bestuurd door een bron 19 met frequentie fo (c.q. 1 fo) cm een 35 met klokmodulatiestruktuur in groef 4 te realiseren. Als alternatief is het ook mogelijk cm de laser 15 zelf te moduleren. De plaat 1 wordt aangedreven door een motor 21 die "voor besturing van de snelheid van een servoregeling is voorzien die bijvoorbeeld een tachogenerator 21, een 8 0 06 16 5 PHN 9881 19 snelheidsreferentiebron 24 en een servoversterker 23 kan omvatten. Ten-einde de registratiegebieden 8 op de juiste plaats op de plaats in het spoor 4 te krijgen en -eventueel on de modulatie fo in een juiste tangen-tiële verdeling op de plaat te krijgen kan schakeling 20 en eventueel bron 5 19 van frequentie fo met de servoregeling gekoppeld zijn. Verder wordt schakeling 20 door bron 19 bestuurd cm een juiste faserelatie van de syn-chronisatieputten 13 met de klokmodulatiestruktuur te waarborgen. Na dit proces kan de plaat 1 van genoemde laag 6 voorzien worden.
Figuur 6b toont schematisch een inrichting on de voorgefabri-10 ceerde plaat 6 van informatie te voorzien onder gelijktijding uitlezen van de klokmodulatiestruktuur. Deze inrichting omvat de roterende plaat 1, en een laser 15 waarvan de bundel 16 via een halfdoorlatende spiegel 17 en een focuseringsoptiek 18 op de plaat 1 wordt geprojecteerd. Een gereflecteerde bundel 30 wordt met een cel 27, bijvoorbeeld een fotodiode gedetek-15 teerd en cmgezet in een electrisch signaal waaruit met banddoorlaatfilter 28 de component met frequentie fo (c.q. 2 fo) zijnde afkomstig van de vooraf in het spoor 4 aangebrachte klokmodulatiestruktuur, uitgefilterd wordt. Eventueel kan dit signaal nog aan een fasevergrendelde lus 29 toegevoerd worden die de filtering verbetert, de constantheid van het kloksignaal ver-20 groot en eventuele kortdurige signaaluitvalsstoringen compenseert. Aan uitgang 31 is dan het kloksignaal aanwezig. Datainformatie kan worden ingeschreven worden door het inpulsvormig moduleren van de laserbundel 16, direct door een modulator in de bundel te plaatsen of door zoals in figuur 6b is weergegeven de laser 15 zelf te moduleren met een schrijfmodu-25 latorschakeling 25 waarvan via een ingang 26 de informatie wordt toegevoerd en die met het kloksignaal op uitgang 31 gesynchroniseerd wordt.
Uit de gereflecteerde bundel 60 wordt via het lichtgevoelige element 27 en een leesschakeling 30 de van de synchronisatiestukken aanwezige informatie uitgelezen welke informatie aan een uitgang 32 ver-; 30 schijnt. Deze leesschakeling 30 kan eveneens met het kloksignaal van uitgang 31 gesynchroniseerd worden. Deze informatie kan gebruikt worden cm mede de schakeling 25 te synchroniseren alsmede om de juiste positie op de plaat te zoeken. Deze informatie wordt mede benut in een in figuur 6b niet getoonde servoregeling voor het in radiële positie plaatsen van de 35 optiek 18 en spiegel 17 voor het beschrijven van het gewenste gedeelte van spoor 4 alsmede voor het regelen van de aandrijving van plaat 1, wat in figuur 6b met de stippellijn 62 gesymboliseerd wordt.
Verder kan de inrichting nog voorzien zijn van een spoorvolg- 8 0 0 6 16 5 PHN 9881 20 schakeling 33 die uit het signaal van detéktor 27 een volgsignaal afleidt cm via besturing van de hoek t.o.v. de bundel 16 van spiegel 17 de bundel 16 op het spoor 4 gericht te houden, wat in figuur 6b met stippellijn 61 gesymboliseerd wordt.
5 Figuur 6c toont een inrichting voor het uitlezen van een be schreven plaat 1, welke inrichting in de praktijk meestal met die volgens figuur 6b gecombineerd zal zijn. De inrichting omvat wedercm een laser 15 waarvan de bundel 16 via spiegel 17 en optiek 18 op de plaat 1 geprojecteerd wordt. De gereflecteerde bundel 6Θ wordt met fotodiode 27 gedetek-10 teerd en het verkregen electrische signaal wordt door bandf.ilter 28 met doorlaatfrequentie fo en een op frequentie fo afgestemde faservergréndel-de lus 29 geleidt zodat aan uitgang 31 het kloksignaal met frequentie fo (c.q. 2 fo) beschikbaar is. Uit het door fotodiode 17 geleverde electrische signaal wordt met uitleesschakeling 33 de in de plaat geregistreer-15 de informatie gedecodeerd, zodat aan een uitgang 34 daarvan de digitale informatie en de in de synchronisatiegebieden 8 vervatte informatie ter beschikking staat. Deze uitleesschakeling wordt met het kloksignaal aan uitgang 31 gesynchroniseerd. Daarnaast kan met behulp van een spoorvolg-schakeling 33 een spoorvolgsignaal uit de door fotodiode 27 gedetekteerde 20 bundel afgeleid worden cm spiegel 17 zodanig te besturen dat de bundel 16 precies het spoor 4 volgt. De plaataandrijfmotor 21 kan in een servorege-ling, bijvoorbeeld bestaande uit tachogenerator 22, referentiebron 24 een servoversterker 23, opgenomen zijn cm het toerental te regelen waarbij deze regeling gekoppeld kan zijn met de uitleesschakeling 30. Verder cmvat de 25 inrichting nog een regelmechanisme 35 cm de optiek 18 samen met spiegel 17 en detéktor 27 - welk geheel in figuur 6c met 36 is aangeduid - in ra-diële richting te verplaatsen zodat naar keuze een bepaald deel van de plaat kan worden uitgelezen gestuurd door aan een ingang 37 van regelmechanisme 35 ingevoerde informatie, alsmede door de aan uitgang 32 van de 30 leesschakeling 30 uit de synchronisatiegebieden verkregen informatie.
De klokinformatiestruktuur die in het spoor 4 wordt, c.q. is aangebracht kan vele vormen vertonen. Figuur 2 toont een aantal voorbeelden hiervan. Figuur 7a toont schematisch een spoor 4 waarin de klokinfor-matie als hoogtevaria^ie - symbolisch aangeduidt d.m.v. onderbroken ar-35 eer ing - is aangebracht bijvoorbeeld door middel van modulatie van de intensiteit van de het spoor 4 schrijvende laserbundel, figuur 7b het spoor 4 waarin de klokinformatie als breedtevariatie van het spoor 4 is aangebracht, bijvoorbeeld door modulatie van de focussering van de laserbundel, 8 0 06 16 5 PHN 9881 21 waartoe bijvoorbeeld door modulatie het objectief 18 (figuur 6a) geregeld kan worden d.m.v. inrichting 59 (figuur 6a) - een combinatie van breedte en diepte variaties is ook mogelijk, wat in de praktijk vaak het geval zal zijn bij modulatie van de intensiteit c.q. focussering van de laser-5 bundel, en figuur 7c toont het spoor 4 waarin de klokinformatie als radiële variatie van de positie van het spoor 4 is aangébracht, waartoe bijvoorbeeld de hoek van spiegel 17 (figuur 6c) t.o.v. de bundel 16 gemoduleerd kan worden d.m.v. inrichting 58. Daarbij hebben alle getoonde variaties een periode lengte Lo die gelijk is aan Lo —^ met V de tangentiële 10 snelheid van de plaat 1 óp die plaats en f de frequentie van het gewenste kloksignaal, waarbij die frequentie f overeenkomt met een nulpunt in het randan-frequentiespectrum van de op te nemen datainformatie, bijvoorbeeld in het geval van "quadphase" modulatie de frequentie fo (figuur 4c en 5c).
Een van de mogelijkheden voor het verkrijgen van een spoorvolg-15 signaal is het aanbrengen van een radiële "wobbel" in het groefvormige spoor, bijvoorbeeld door besturing van spiegel 17 (figuur 6a), d.w.z. een bijvoorbeeld sinus vormige variërende radiële verplaatsing met een golflengte op de plaat die bij afspeling met de normale snelheid een variatie mede door de detector 27 (figuur 6) een lichtintensiteitsvariatie met zich 20 meebrengt, waarvan de frequentie buiten het spectrum van de datainformatie valt dus bijvoorbeeld benedendefrequentie 0,2 fo (figuur 4). Uit deze signaalcanponent kan bijvoorbeeld met synchrone detectie een maat voor de afwijking van het centrum van de detector t.o.v. het midden van het spoor 4 afgeleid worden. Zo'n radiële wobbel is te combineren met een klokmo-25 dulatiestruktuur, bijvoorbeeld met de in figuur 7a getoonde klokmodulatie-struktuur, welke combinatie in figuur 7d getoond wordt. Een bijzondere combinatie wordt verkregen wanneer de wobbel een golflengte op de plaat krijgt die gelijk is aan die van de klokmodulatiestruktuur met een vaste faserelatie, wat synchrone detectie overbodig maakt. Figuur 7e toont zo'n 30 struktuur waarbij een diepte modulatiestruktuur (aangeduid door afwisselende wel en niet gearceerde gebieden) in het spoor 4 is gecombineerd met een 90° (d.i. een kwart van de periode van deze stuktuur) daarmee verschoven readiële plaatsingsvariatie, die met de inrichting volgens figuur 6a opgewekt kan worden door modulatie van de hoek van die spiegel 35 17 ten opzichte van bundel 16 maakt met behulp van inrichting 58. Wordt daarbij de diepte-modulatiestruktuur zodanig gekozen dat de "ondiepe” delen van die modulaties met het oppervlak van de plaatvormige registra-tiedrager 1 samenvallen dan resteert van het servospcor 4 nog een opeen- 8-006 16 5 EHN 9881 22 volging van op onderlinge tangentiële afstanden gelijk aan genoemde afstand Lo gelegen en in radiële richting asymmetrische putjes. Van zo’n spoor e toont figuur 7f een voorbeeld.
Figuur 8a toont het principe van het leesgedeelte een inrich-5 ting voor het schrijven van datainformatie in c.q. het lezen van data-informatie uit een registratiedrager volgens de oudere aanvrage met in figuur 8b het frequentiespectrum van het door de detector 27 gedetekteerde signaal I. De inrichting cmvat een fotodetector 27 waarlangs het spoor 4 zich voortbeweegt. Het signaal dat door detector 27 wordt afgeleverd heeft 10 een in figuur 8b getoond spectrum met in dit voorbeeld het spectrum van een quadphase gemoduleerd signaal Sd en een kloksignaal Sc. Het kloksig-naal Sc wordt afgescheiden met een banddcorlaatfilter 28 bij voorkeur gevolgd door een f asever gr endeld lus 29. Het kloksignaal Sc kan van uitgang 31 worden afgencmen. Het digitale signaal Sd, zijnde het in synchronisa-15 tiegebied 8 geregistreerde signaal en zijnde tijdens lezen het in synchro-nisatiegebied 8 en het in het informatiegebied 9 geregistreerde signaal, wordt met leesschakeling 30 gedetecteerd , welke leesschakeling 30 met het kloksignaal Sc gesynchroniseerd wordt. Het uitgelezen datasignaal verschijnt aan uitgang 32. Uit het signaal van detector 27 kan ook nog een 20 radieel volgsignaal worden afgeleid. Tijdens schrijven van informatie in informatiegebieden 3 detecteert schakeling 30 alleen de in de synchroni-satiegebieden 8 opgencmen informatie die dan tesamen met het kloksignaal Sc aan de schrijf schakeling 25 wordt toegevoegd teneinde de bundel van een schrijflaser 15 te moduleren.
25 Bij toepassing van een. laagfrequent radiële wobbel voor het verkrijgen van een radieel volgsignaal kan de inrichting volgens figuur 9a toegepast worden, waarbij figuur 9b het frequentiespectrum van het door detector 27 gedetecteerde signaal toont. Bij het uitlezen van een spoor 4 met radiële wobbel kan met vrucht gebruik warden genaakt van een 30 fotodetector 27 die langs een axiale lijn in twee delen a en b is verdeeld. Een verschil versterker 40 of een equivalent middel levert het verschil van de door delen a en b gedetekteerde signalen en een sommatie-versterker 41 of een equivalent middel levert de son van die signalen.
Het frequentiespectrum (figuur 9b) bevat weer het spectrum van het 35 quadphase gemoduleerde signaal Sd, het kloksignaal Sc en het laagfre-quente signaal Sw dat door de wobbel wordt veroorzaakt. In het sam-signaal komt de wobbel tot uiting als een amplitude modulatie met het kloksignaal Sc als draaggolf wat in figuur 9b als zijbenden Sc-w en 8 0 06 16 5 PHN 9881 23
Sc+w is weergegeven, welke zijbanden een amplitude gelijk aan nul hebben wanneer detector 27 precies het midden 45 van spoor 4 volgt. Filtering van dit somsignaal met bandfilter 28 geeft het kloksignaal Sc en, mits dit filter niet te smal is eveneens deze zijbanden. Het uitgangssignaal 5 van dat bandfilter 28 wordt aan de fasevergrendelde lus 29 toegevoerd en aan uitgang 31 daarvan verschijnt het kloksignaal Sc. Het uitgangssignaal van dit bandfilter 28 wordt eveneens aan een synchrone demodulator 42 toegevoerd samen met het kloksignaal Sc. Deze demodulator levert dan de modulatie Sw.
10 Uit het verschilsignaal van versterker 40 wordt met banddoor- laatfilter 38 en fasevergrendelde lus 39 de frequentie van de radiële wobbel gewonnen die tesamen met het uitgangssignaal van synchrone detector 42 aan een synchrone detector 43 wordt toegevoerd. Aan de uitgang M hiervan verschijnt dan de modulatie van het wobbels ignaal Sw wat als ra-15 dieel volgsignaal gebruikt kan worden en de afwijking aan de detector 4 ten opzichte van het in figuur 9a met stippellijn 45 gerepresenteerde midden van spoor 4 weergeeft. Dit radieel volgsignaal kan dan zoals in figuur 6b en 6c symbolisch is 'weergegeven de spiegel 17 besturen.
Uit het sons ignaal aan de uitgang van versterker 41 wordt op 20 dezelfde wijze als bij de inrichting volgens figuur 8a de in het spoor 4 aanwezige data gewonnen. Voor wat betreft het schrijven van informatie kunnen soortgelijke maatregelen al bij de inrichting volgens figuur 8a getoond zijn, toegepast worden, hergeen ook geldt voor de inrichtingen volgens figuur 10, figuur 11a en figuur 12.
25 Figuur 10 toont een variant van de inrichting volgens figuur 9 waarmee een betere signaalscheiding kan worden bereikt. Hierbij is detector 27 zowel langs een tangentiële lijn verdeeld, zodat vier qua-dranten a, b, c en d ontstaan waarbij de delen a en b resp. c en d ter weerszijde van de tangentiële lijn liggen en de delen a en c resp. b en 30 d ter weerszijde van de radiële lijn liggen. Een versterker 41 of een equivalent middel bepaalt de son van de door delen a, b, c en d gegenereerde signalen, waardoor deze versterker in het bijzonder gevoelig is voor intensiteitsvariaties van de van het spoor 4 gereflecteerde bundel, dus voor het datasignaal Sd, een versterker 421 bepaalt het verschil 35 tussen de door beide aan weerszijde van de tangentiële lijn liggende delen a + b resp. c + d waardoor deze versterker 421 in het bijzonder gevoelig is voor variaties van het spoor 4 in tangentiële richting dus voor het kloksignaal Sc en een versterker 46 bepaalt het verschil tussen 8 0 06 16 5 PEN 9881 24 de door beide.aan weerszijde van de radiële lijn liggende delen a + c resp. b + d, waardoor deze versterker in het bijzonder gevoelig is voor variaties van het spoor 4 in radiële richting, dus voor het met de wobfoel corresponderende signaal Sw.
5 Overeenkomstig met de richting volgens figuur 9a wordt uit het uitgangssignaal van versterker 46 door middel van bandfilter 28 en fase-vergrendelde lus 29 het kloksignaal Sc gewonnen en door middel van bandfilter 38 en fasevergrendelde lus 39 de frequentie van het wobbelsignaal Sw. Het uitgangssignaal van bandfilter 28, wat het wobbelsignaal Sw als 10 amplitudemodulatie van het kloksignaal Sc bevat wordt synchroon gedetek-teerd met het kloksignaal door middel van synchrone detektor 42 en levert het wobbelsignaal Sw met als amplitude variatie de uitwijking van detector 27 ten opzichte van het midden 45 van spoor 4. Dit signaal Sw wordt synchroon gedetekteerd met het uitgangssignaal van fasevergrendelde lus 15 39, zijnde de wobbelfrequenties door middel van synchrone detector 43 waardoor aan uitgang 44 het radiële volgsignaal verschijnt. Het uitgangssignaal van versterker 41 wordt gesynchroniseerd door het kloksignaal Sc met leesschakeling 30 het datasignaal gewonnen.
De werking van de inrichtingen volgens figuren 9a en 10 kan 20 voor wat betreft het winnen van het radiële volgsignaal als volgt mathematisch verklaard worden. Het door detector 27 gedetecteerde signaal I is een product van de klokmodulatie, de wobbelmodulatie en de radiële volg-fout wat (afgezien van het datasignaal) is uit te drukken als I = Ar sin (w t) sin(w t) w c 25 met Ar een functie van despoorvolgfout, w de hoekfrequentie van het w wobbelsignaal Sw, w de hoekfrequenties van het pilootsignaal Sc en t de tijd. Synchrone detectie met het pilootsignaal Sc levert de term Ar sin (w^t) en de daaropvolgende synchrone detektie met de wobbelfrequentie ww levert het signaal Ar.
30 Figuur 11a toont een .-.leesgedeelte van een inrichting voor het uitlezen van data uit een spoor 4 waarin een klokmodulatiestruktuur is opgenomen en een wobbel voor het verkrijgen van een radieel volgsignaal waarbij de frequentie van het wobbelsignaal Sw ongeveer gelijk is aan de frequentie van het kloksignaal Sc en figuur 11b toont het frequentie-35 spectrum waarin Sd het datasignaal representeert en Sc-w de term met een frequentie gelijk aan het verschil tussen de frequenties van het kloksignaal Sc en het wobbelsignaal Sc; welk verschil bijvoorbeeld 30 kHz is, welke term ontstaat doordat de fotodiode 27 het produkt tussen de wobbel- 8 0 06 16 5 PHN 9881 25 modulatie en de klokmodulatie ontvangt. Deze term ligt daardoor in het laagfrequent deel van het spectrum en wordt nauwelijks door de digitale informatie verstoort. De amplitude van deze term vormt het radieel volg-signaal. De amplitude is nul indien de hartlijn 45 van het spoor precies g gevolgd wordt. Dan resteert van de wobbel nog een term met het dubbele van de verschilfrequenties, welke term niet gebruikt wordt, en de wobbelfrequentie zelf.
De inrichting onvat evenals de inrichting volgens figuur 10 een versterker 41 voor het leveren van de som van de door delen a, b, c en d 10 van fotodiode 27 geleverde signalen, uit welke son met behulp van band" doorlaatfilter 48 de term met genoemde verschilfreguentie wordt uitgefilterd. Met behulp van synchrone detector 43 waaraan die verschilfreguentie wordt toegevoerd, wordt deze term gemoduleerd en via eventueel een laag doorlaatfilter 49 verschijnt aan uitgang 44 het radieel volgsignaal.
15 Het kloksignaal Sc wordt op dezelfde wijze als bij de inrichting volgens figuur 10 gewonnen door met versterker 46 het verschil tussen de door beide radiële helften a + c resp. b + d van fotodiode 27 geleverde signalen te bepalen en dit verschil via filtering met bandfilter 28 aan fasevergendelde lus 29 toe te voeren. Het wobbelsignaal Sw wordt evenals 20 in de inrichting volgens figuur 10 gewonnen door met versterker 421 het verschil tussen de door beide axiale helften a + b resp. c + d van fotodiode 27 geleverde signalen te nemen en dit via een bandfilter 38 aan een fasevergrendelde lus 29 toe te voeren. De aan leesschakeling detector 43 toegevoerde verschilfrequenties wordt verkregen door aan een synchrone 25 detéktor 42 het aldus verkregen kloksignaal Sc en het wobbelsignaal Sw toe te voeren, waarna het verkregen signaal met genoemde verschilfreguentie via bandfilter 47 aan synchrone detéktor 43 wordt toegevoerd.
Met leesschakeling 30, gesynchroniseerd met het kloksignaal Sc kan uit het uitgangssignaal van versterker 41 het datasignaal worden 30 teruggewonnen.
Wordt de frequentie van het wobbelsignaal Sw gelijk gekozen aan de frequentie van het kloksignaal dan is uit figuur 11b duidelijk dat de term met verschilfrequentie meteen het DC-spoorvolgsignaal is. Dit spoor-volgsignaal kan dan zonder synchrone detectie verkregen worden.
35 De fase tussen beide spoormodulaties dient ongelijk aan nul te zijn omdat wanneer beide modulaties in fase zijn er nog maar één modulatie onderscheidbaar is. Een optimaal faseverschil blijkt 90° te zijn.
Zo'n struktuur is in figuren 7e en 7d getoond en deze kan uit- 8 0 0 6 16 5 PHN 9881 26.
gelezen worden met de eenvoudige uitleesschakeling volgens figuur 12.
Bij de inrichting volgens figuur 12 is de fotodiode 27 in twee radiële helften a en b verdeeld voor een optimale detectie van het klok-signaal Sc dat door met versterker 46 het verschil tussen het door beide 5 helften a en b geleverde signaal te bepalen, dat te filteren met band-filter 28 en aan de fase vergrendelde lus 29 toe te voeren.verschijnt aan uitgang 31. Door filtering van het uitgangssignaal van versterker 46 met een laagdoorlaatfilter 49 verschijnt aan een uitgang 44 rechtstreeks het radieel volgsignaal. Het digitale signaal wordt uit het verschilsignaal 10 gewonnen met leesschakeling 30 die met het kloksignaal Sc gesynchroniseerd wordt. Als alternatief is het ook mogelijk cm het datasignaal en het laag-frequent volgsignaal uit de sou van beide helften te winnen.
Voor wat betreft spoorvolging bij het schrijven van datasignalen kunnen,de inrichtingen volgens de figuren 8a t/m 12 uitgebreid worden met 15 een laserbundel 16 modulerende inrichting die met het kloksignaal Sc en het uit de synchronisatiegebieden uitgelezen signaal gesynchroniseerd wordt, zoals aan de hand van figuur 6b is uiteengezet.
In het voorafgaande is steeds uitgegaan van één detector 27, die de gereflecteerde bundel 16 (figuur 6) detecteert. Vooral bij hoge bit-20 frequenties kan het bezwaarlijk zijn op. tijdens het schrijven van data-informatie in de informatiegebieden 9, welk schrijven ten opzichte van het uitlezen met een relatief krachtige laserbundel geschiedt, de klok-informatie uit de tussen telkens twee schrijf impulsen gereflecteerde bundel terug te winnen. Omdat vaak om het ingeschrevene datasignaal te 25 kunnen detecteren een volglaserbundel wordt toegepast kan in zulke gevallen de inrichting volgens figuur 13 worden toegepast, waarin het spoor 4, dat zich ten opzichte van detector 27 in de richting van pijl 63 beweegt, wordt afgetast door een de informatie schrijvende bundel 16a en een volg-bundel 16b welke beide bundels bijvoorbeeld door middel van een bundel-30 splitser 68, spiegels 17a en 17b en optische stelsels 18a en 18b verkregen worden. Ter modulatie van bundel 16a kan een modulator in de bundel 16a geplaatst worden. Deze inrichting cravat een fotodiode 27 die voor wat betreft het lezen van datasignalen en volgsignalen verder geheel overeenkomstig de inrichtingen volgens een der figuren 8a, 9a, 10, 11a of 12a 35 kan zijn. Verder omvat de inrichting een fotodiode 50 voor detectie van de reflectie van de volgbundel 16b die op enige afstand echter bundel 16a op het spoor geprojecteerd wordt. Tijdens het leesproces alsook bij het lezen van de synchronisatiegebieden 8 wordt door het toevoeren het door 80 06 16 5 EHN 9881 27 fotodiode 27 gedetecteerde signaal via in deze figuur eenvoudigheidshalve niet getoonde versterker (bijvoorbeeld 46 in figuur 11a) en bandfilter (bijvoorbeeld 28 in figuur 11a) aan de fasevergrendelde lus 29 het klok-signaal Sc gewonnen. Daarnaast wordt in het bijzonder tijdens het schrijf-5 proces op soortgelijke wijze uit het door fotodiode 50 gedetekteerde signaal via eventueel een niet getoonde bandfilter en via een fasevergrendelde lus 50T eveneens dit kloksignaal gewonnen dat echter vertraagd is ten opzichte van het via fotodiode 27 gewonnen kloksignaal. Het uitgangssignaal wordt via een vertragingsinrichtiny 51 aan uitgang 31 toegevoerd.
10 Het vertraagde kloksignaal wordt in faseccmparator 52 met de fase van het door fotodiode 27 gewonnen kloksignaal vergeleken en via schakelaar 53 wordt vertragingsinrichting. 51 zodanig ingesteld dat het via vertragings-inrichting 51 vertraagde kloksignaal van fotodiode 50 in fase is met het via fotodiode 51 gewonnen signaal. Tijdens het lezen van de synchronisa-15 tiegebieden 8 is schakelaar 53 gesloten en wordt de vertragingsinrichting 51 zodanig ingesteld dat het door die vertragingsinrichting 51 vertraagde kloksignaal van fotodiode 50 in fase is met het via fotodiode 27 verkregen kloksignaal. Tijdens het schrijven van data in de informatiegebieden 9 is schakelaar 53 geopend en wordt het kloksignaal via fotodiode 50 ge-· 20 wonnen uit de gereflecteerde hulpbundel 16b en met vertragingsinrichting 51 over de tijdens het lezen van de synchronisatiegebiéden 8 ingestelde tijd vertraagd. De schakelaar 53 wordt bediend op commando van het door leesschakeling 30 uit de synchronisatiegebieden 8 uitgelezen synchronisaties ignalen.
25 Hierbij zij opgemerkt, dat het schrijven van informatie met eenheidsputten, dat wil zeggen dat de informatie met afzonderlijke detek-teerbare veranderingen in de oppervlaktestruktuur van de registratiedra-ger wordt opgetekend, zoals in figuur 3f is getoond, een frequentiecanpo-nent bij frequentie 2 fo in het spectrum (figuur 4) van het uitgelezen 30 signaal geeft. Dit behoeft niet bezwaarlijk te zijn voor het toepassen van een klokmcxdulatiestruktuur omdat deze klokmodulatie, indiien deze een frequentie gelijk aan 2 fo heeft, bij het schrijven van de informatie benut kan worden en indien bij het schrijven een correcte faserelatie met het kloksignaal gehandhaafd wordt tijdens het lezen samenvalt met de 35 component 2 fo ten. gevolge van het gebruik van eenheidsputten. Bij gebruik van quadphase modulatie (figuur 4c en 5c) van het kloksignaal een frequentie gelijk aan fö hebben en in dat geval is genoemde component met frequentie 2 fo niet storend.
8 0 06 16 5 PHN 9881 28
Figuur 14 toont een diagram ter verduidelijking van de optouw van de bij de codeermethode volgens de uitvinding gebruikte code, en ter presentatie van de diverse parameters waarmee die code gedefinieerd kan worden. Het gecodeerde signaal bestaat uit elkaar opvolgende 5 symbolen S^, elk met een tijdsduur Sl^, met S een positieve integer en~^Q een tijdsduur. Elk symbool wordt opgebouwl gedacht uit de superpositie van M groepen G^, metm een rangnummer lopende van 1 tot M. In elke groep Gm zijn I posities t^ door impulsen bezetbaar met m het rangnummer van de groep en i een rangnummer binnen de groep G^ en 10 lopende van 1 tot I. De eerste positie t ^ binnen elke groep G^ ligt op een tijdsafstand £^ van het begin van het symbool S^. Binnen elke groep G^ liggen de posities t_ op equidistante tijdsafstanden^. Voor het aantal posities I binnen een groep geldt dan de restrictie fm + (1-1 )T<S Tq/ omdat alle posities t^ binnen de symboolduur sTq 15 moeten vallen. Voor de code geldt verder dat in elke groep G^ steeds een constant aantal van k posities bezet zijn, waarbij de constante k dezelfde is voor elke groep en kleiner is dan I. Van de I mogelijke posities binnen elke groep zijn er dus steeds k bezet.
Ter verduidelijking van de code volgens figuur 14 toont 20 figuur 15 een voorbeeld met 2 groepen G^ en G2 (M=2), elk met 4 te bezetten posities (1=4), waarbij Υ=Τ0/ S = 4, £1 = 0, l2 = en k = 1 gekozen is. Van alle vier posities van_een groep is er steeds één bezet en de posities in beide groepen liggen op een tijdsafstand van ten opzichte van elkaar verschoven. De figuur 15 toont vier 25 opeenvolgend symbolen en , elk met een willekeurig gekozen positiebezetting, en het door superpositie van beide groepen G.J en G2 verkregen signaal S^.
De code kenmerkt zich dus, wat het samengestelde signaal betreft daardoor dat per symbool steeds evenveel posities bezet zijn 30 en dat de bezette posities gelijk verdeeld zijn over M groepen die onderling over een fractie van de tijdsduurT verschoven zijn. In het voorbeeld volgens figuur 15 kunnen 8 mogelijke posities binnen één symbool bezet worden -vier uit elke groep- waarvan er steeds twee bezet zijn, één in rangvolgorde op een oneven positie en één in 35 rangvolgorde qp een even positie.
Zo'n uniforme verdeling van posities over groepen die fracties van de tijdsduur Τ’ verschoven zijn, waarbij de posities binnen 8 0 06 16 5 PHN 9881 29 elke groep op onderlinge tijdsaf standen Ygelegen zijn, blijkt in de praktijk zeer gunstig te zijn voor wat betreft het handhaven van de fase-relatie met een kloksignaal dat qua hoekfrequentie w aan de tijdsduur
O
f is gerelateerd, dus bijvoorbeeld een kloksignaal met hoekfrequentie 5 w _ WC ^ ’
Wordt van een volgens de aan de hand van figuur 14 gedefinieerde code gemoduleerd signaal het randan vermogensspectrum berekend, welke berekening vanwege de gecompliceerdheid hier niet weergegeven wordt, dan blijkt dit spectrum te bestaan uit een continu gedeelte met nulpunten Λ Λ 10 bij hoekfrequenties w = n . -*p- , met n integer, en uit een diracspectrum 2 Jr bij hoekfrequenties w = 1 . met 1 een integer, welke reeks dirac- ü in pieken een bepaalde frequentieafhankelijke amplitudeverdeling D(w) vertoont.
In verband met het gebruik van kloksignalen zijn genoemde 15 nulpunten in het continue spectrum wenselijk opdat de klokfrequentie in een nulpunt van het continue spectrum gekozen kan worden. Voor wat betreft het kloksignaal zijn twee gevallen te onderscheiden een eerste geval waarbij een in het gecodeerde signaal aanwezige diracpiek als meegezonden kloksignaal benut wordt, in welk geval een diracpiek in een 20 nulpunt van het continue spectrum gekozen kan worden, en een tweede geval waarbij aan het gecodeerde signaal een kloksignaal wordt toegevoegd, waarbij dan on interferentie te voorkomen een diracpiek in dat nulpunt van het continue spectrum waarin het toegevoegde kloksignaal geplaatst wordt, niet mag voorkomen. Het diracspectrum is in een bepaald nulpunt 25 van het continue spectrum gelijk aan nul in het geval dan n . 4^·
2 "ff L
cngelijk is aan 1 . wat voor elk nulpunt in het continue spectrum zeker het geval is wanneer'C? niet-rationeel gerelateerd is aan^· In de praktijk meest realistische omstandigheden zaltlwel steeds rationeel gerelateerd zijn aan waardoor dus diracpieken in de nulpunten van het 30 continue spectrum zullen optreden, waarvan in het genoemde eerste geval gebruik kan worden gemaakt door zo'n diracpiek uit te filteren en deze als kloksignaal ce benutten. In die gevallen waar Tq rationeel gerelateerd is aan'T kunnen nulpunten in het diracspectrum samenvallen met nulpunten in het continue spectrum door de amplitudefunctie D(w) van de 35 reeks diracpieken gelijk aan nul te doen zijn in zo'n nulpunt in het continue spectrum waarin een kloksignaal toegevoegd moet worden.
Laatstgenoemde mogelijkheid kan door het kiezen van een aantal 8 0 0 6 16 5 PHN 9881 30 parameters per geval onderzocht worden. In de volgende beschouwing wordt gekozen voor S"t^ = i'C , dus de symboollengte SYQ is even groot als het aantal I bezetbare posities t^ qp onderlinge tijdsafstanden per groep samen, wat de meest realistische keuze is, cndat wanneer 5 S'Tq groter dan I Ygekozen wordt, het symbool onnodig lang is, wat de informatiedichtheid nadelig beïnvloedt en cndat wanneer kleiner dan I T gekozen wordt dit in de praktijk, waarYzo klein mogelijk gekozen wordt - bijvoorbeeld in het geval van een optische registratie drager zullen de informatieputten zo kort als het optisch oplossend 10 vermogen van het systeem toelaat gekozen worden en zal de tijdsafstand 'X.tussen twee bezetbare posities, rekening houden met het daartusssen kunnen optreden van M - 1 andere putten uit de overige groepen G^, overeenkomstig minimaal gekozen worden - aanleiding geeft tot ontoelaatbare overlappingen tussen naburige symbolen. Verder wordt als nulls punt in het continue spectrum het laagste ongelijk aan w = 0 gekozen 2-tf 2 *tl” dus voor n = 1 met wQ = hetgeen wederom de meest praktische keuze is omdat de signaalfrequenties zo hoog mogelijk gekozen zullen worden en dus in verband met bandbreedte -.an in het voorbeeld van een optische registratiedrager in verband met het oplossend vermogen het 20 2-ΤΓ laagste nulpunt Wg = ^q“ het meest geschikt is voor toevoeging van een kloksignaal. Bij voomoemde parameterkeuze blijkt de anplitudeverdeling D (w) een nulpunt te hebben bij Wg = wanneer de beginposities £ equidistant zijn op tijdsafstanden, dus voor £m = -h^-Tq. Voor de overige gevallen, dus voor bijvoorbeeld
25 itimI
f =Ci + 77T-f ^ n, met o een faktor die de afwijking van de afstand .m i lYH-j u y 2-fY- tussen de beginpositie £m van treedt in het nulpunt wQ = -^-g een diracpiek op die eventueel als kloksignaal benut kan worden. Als keuze geldt 1 > 0 waardoor de beginposities op kortere tijdsafstanden 3Q dan zijn gelegen. Een verlenging van die afstanden ten opzichte van —· is niet praktisch omdat dan de lengte van het symbool onnodig vergroot moet worden.
Voomoemde keuze met equidistante beginposities <£m op onderlinge tijdsafstanden kVM levert eveneens een nulpunt in het dirac- 44r 35 spectrum op bij 2w = voor M gelijk aan 4p met p een integer groter of gelijk aan 1. Voor andere keuzen van M, bijvoorbeeld M = 3 treedt in het nulpunt 2wQ een diracpiek op, die eventueel voor klok-informatie gebruikt kan worden maar in het voorbeeld van toepassing van 8 0 06 16 5 EHN 9881 31 van een optische registratiedrager in verband met de optische af snij -frequentie niet gunstig gelegen is.
Bij keuze van een diracpiek als kloksignaal kunnen diverse parameters zodanig gekozen worden dat de amplitudefunctie D(w) bij de
C
hoekfrequentie van de kloksignaal maximaal is om een zo sterk mogelijk kloksignaal te verkrijgen, waarbij eveneens andere variabelen zoals informatiedichtheid e.d. geoptimaliseerd moeten worden, Een algemeen geldende regel kan hiervoor niet gegeven worden.
Hierbij zij opgemerkt dat altijd, en ongeacht de gekozen 10 codering een diracpiek in het spectrum opgewekt kan worden door een structurele onregelmatigheid in de putposities aan te brengen.
Bij eerder genoemde keuze van een nulpunt is zowel in continue spectrum als het diracspectrum bij Wq = kunnen diverse parameters op de volgende wijze nader bepaald worden, waarbij dus reeds voor S = I, Ύ=Τ0 en lm = ^ + 2~YQ gekozen is:
In eerste instantie wordt k = 1, dus één bezette positie per groep, gekozen. Eén symbool heeft dan 3^ = S*4 mogelijke bezettingen,zodat voor het aantal B per symbool te coderen binaire bits geldt: 20 2B = sM of te wel B = M2log s 1) waarin dus B het aantal bits per symbool is. Voor S = 4 en M = 2 geldt dus B = 4 .
In het voorbeeld van een optische plaatvormige registratiedrager is tengevolge van het optisch oplossend vermogen een minimale 25 putdiameter dg aan gegeven. Per symbool konen voor k = 1 per symbool sM posities voor die door putten met diameter dQ bezetbaar moeten kunnen zijn. De grootste tangentiële plaatsnelheid kont voor langs het binnenste spoor van een plaat en is daar gelijk aan V, wat een gegeven parameter is. Met de eis dat sM posities met diameter dQ per symbool J op dat binnenste spoor voorkomen geldt dus dat: sMüg ^ sTQV of te wel Mdg^^V 2)
Een eerste criterium wordt nu gevonden door te stellen dat de hoeveelheid informatie op een plaat maximaal gekozen wordt. Deze hoeveelheid informatie is uit te drukken als de hoeveelheid B bits o5 binaire informatie per spoorlengte eenheid op dat binnenste spoor en voor deze karakteristieke bit dichtheid CBD geldt dus met uitdrukking 2): 8 0 06 16 5 * PHN 9881 32
Een tweede criterium, wat speciaal van belang is bij het gebruik van vaste stof lasers voor het inhranden van de informatie £ vastleggende putten, is het aantal weergegeven bits B per ingebrand gat, welke parameter B* bij een gegeven informatiedichtheid BCD het 0 gemiddelde benodigde laservermogen representeert. B is gelijk aan het aantal bits per symbool B gedeeld door het aantal putten M per symbool of te wel: B* = B/M = 2logs 4)
Uit het voorgaande volgt dat voor een keuze van de code 10 de uitdrukkingen 3 en 4 gemaximaliseerd moeten worden. Ten aanzien van uitdrukkingen 3 en 4 kan echter als nadere beperking worden ingevoerd dat het aantal bits per symbool een geheel getal moet zijn. Aangezien de parameter M een geheel getal is, volgt daaruit dat de parameter.
S een integer is alleen dan wanneer ook B/M een integer is, immers 15 s = 2Β/Μ. Het aantal bits per put (B/M) is dus eveneens integer. Er £ kan dus gedefinieerd worden een parameter UB , het nuttige aantal bits per put met: UB* = G (B/M) = G(2logS) 5) met de aanduiding G(...) als symbool voor "integerwaarde van". Evenzo
20 kan voor die bitdichtheid gerelateerd aan de plaatparameters dg en V
de nuttige bitdichtheid UBD uit relatie 3) afgeleid worden: UBD^G(2logS)/SdQ 6)
Beide in uitdrukkingen 5 en 6 weergegeven parameters kunnen bij keuze van de code geoptimaliseerd worden. Hiertoe toont figuur 16 de para-
25 meter UB* als funktie van S. Ter constructie van de parameter UBD
als funktie van S geeft figuur 16 eveneens de funktie UBD voor diverse B
gehele waarden van g, waarop de maxima van UBD volgens uitdrukking 6 steeds liggen. Voor UBD geldt verder dat deze maximaal gelijk is aan CBD , het maximum van GBD (uitdrukking 3), waarvoor figuur 16 de iuox 2i fYjo 30 funktie CBD = toont, max S dg ~ De funktie UED _ wordt verkregen door binnen de kurve 2loaS max CBD = 1 de maximale waarden van de parameter B/M te kiezen op de curven van UBD voor gehele waarden van B/M. Aangezien ook voor s de praktische restrictie geldt dat s een geheel getal is worden als 35 nuttige coderingen die gevonden die in figuur 16 door stippen qp de kromme voor UBDmax worden gerepresenteerd. Bij keuze van een maximale UBD^^ kernen dan de punten a, b, c, d in aanmerking waarbij 80 06 165 t ' PHN 9881 33 punt b de voorkeur verdient boven punt a omdat beide dezelfde waarde van UBD geven echter bij punt b behoort de hoogste waarde van UB . Wordt aan de waarde van UB relatief veel gewicht toegekend, dan komen achtereenvolgens de punten c respektievelijk d in aanmerking.
5 Wordt de keuze op punt b bepaald, dan wordt voor s = 4 gekozen. Deze keuzen zijn onafhankelijk van de parameter M die uitdrukkingen:5) en 6) niet beïnvloedt. M beïnvloedt echter wel de symboolduur sYQ omdat bij gegeven plaat parameters dg en V volgt datYg toeneemt met toenemende waarde van M. I.v.m. de complexiteit van de decodering van de symbolen 10 verdienen korte symbolen de voorkeur waardoor de keuze van M logischerwijze M = 2 wordt. Uit figuur 16 volgt dan als keuze voor de meest optimale code de code die gedefinieerd is met de volgende parameters: s = I = 4; M = 2: K = 1; T=Y0; ^ = ^ + hXQ 8)
De voorgaande beschouwingen gelden voor k = 1.
2 15 Voor k>1 gelden dezelfde betrekkingen met log (s!/((s-k)! I)) i.p.v.
2 logS omdat het aantal mogelijke combinaties en dus het aantal bits B dienovereenkomstig is gewijzigd. Ter illustratie tonen figuren 17 en 18 grafieken overeenkomstig die volgens figuur 16 met k = 2 respec- aft tievelijk k = 3 waarbij alleen UBD, UBD^^ en B is weergegeven. Het 20 blijkt uit die figuren dat net toenemende faktor k hogere bruikbare bitdichtheden UBD mogelijk zijn bij een hogere aantal bits per put B . Een bezwaar hierbij is echter dat dit optreedt bij een hogere waarde van sZ i.v.m. de in figuur 16 getoonde situatie, hetgeen tot langere symbolen sTQ en dus tot complexere decoderingen aanleiding geeft.
25 Ook hier geldt weer dat een keuze gemaakt moet worden door afweging van diverse factoren. Speelt de symboollengte een ondergeschikte rol, dan is een gunstige keuze, bijvoorbeeld k = 2 met s = 12 (punt a in figuur 17) met eenzelfde UBD als punt b in figuur 16, echter met een hogere factor B . Een andere mogelijke keuze in dit verband is dan ook k = 3, 30 s = 20 (punt a in figuur 4).
Met de gekozen codering zoals gedefinieerd in uitdrukkingen 8) kunnen per symbool 16 mogelijke combinaties verkregen worden. Per symbool kunnen dus vier bits binaire informatie gecodeerd worden. Hiervoor kan bijvoorbeeld een coderingstabel worden opgemaakt welke 35 in een geheugen wordt geplaatst en als functie van het te coderen signaal worden uitgelezen. Aantrekkelijker is het om die coderingstabel zodanig op te stellen dat deze codering op eenvoudige wijze kan plaatsvinden, evenals de decodering. Figuur 19a toont zo'n tabel. Links 80 06 16 5 PHN 9881 34 geplaatst zijn de 16 mogelijkheden cm twee uit de acht posities per symbool te bezetten met rechts de daarbij gekozen binaire waarden van vier bits b^, b2, b~ en b^. De tabel is zodanig gekozen dat de bits b.j en b2 de positie in de eerste groep (posities 1, 3, 5 en 7) 5 vastlegt en de bits b^ en b4 de positie in de tweede groep G2 (posities 2, 4, 6 en 8) vastlegt. In figuur 19b is dit schematisch weergegeven, waar elke mogelijke bezette positie in groep door één van de vier mogelijke combinaties van de bits b^ en b2 gegeven wordt en welke mogelijke bezette positie in groep G2 door één van de vier 10 mogelijke combinaties van de bits b^ en b^. De als funktie van de ingangsbits b^, b2, b^ en b^ te bezetten posities kunnen dus eenvoudig verkregen worden met behulp van twee één uit vier decoders, die als twee-in-êên IC op de markt verkrijgbaar zijn, bijvoorbeeld het Signetics IC met type-aanduiding HEF 4555.
15 Figuur 20a toont een modulator voor het coderen van een binair signaal volgens de tabel van figuur 19. Deze modulator cmvat een ingangsschuifregister 101, bijvoorbeeld samengesteld uit de serie-schakeling van twee vierbits schuifregisters van de firma Signetics met type-aanduiding 74195. Dit schuifregister 101 bezit 8 parallel 20 ingangen 110 tot en met 117 cm aldus binaire woorden van 8 bits parallel te kunnen ontvangen, een serieingang 105 cm binaire informatie in serie te kunnen ontvangen, acht parallele uitgangen 118 tot en met 125 een klokingang 106, waarbij op ccmmando van het daarop aanwezig klok-signaal c de informatie wordt doorgeschoven en een ingang 117 waarbij 25 op commande van het daarop aanwezige kloksignaal c2 de informatie aanwezig op de parallel ingangen 110 tot en met 117 kan worden ingelezen in het schuifregister 101. Aan ingang 116 wordt hetkloksignaal c.j zoals getoond in figuur 10b toegevoerd. Bij elke impuls van dit kloksignaal schuift de informatie in het schuifregister één plaats cp.
30 Met het kloksignaal c2 aan ingang 107 wordt telkens 8 bits parallel ingelezen.
Wordt binaire informatie aan ingang 105 toegevoerd, dan schuift dit door het schuifregister. Aan uitgang 125 verschijnen dan achtereenvolgens de opeenvolgende bits, als een reeks (figuur 20b).
35 Cp een bepaald moment t^ (figuur 20b) is het eerste bit b, van een 4-bits ingangswoord op uitgang 125. De bits b2, b^ en b^ zijn dan op uitgangen 124, 123 respectievelijk 122 aanwezig. Vier perioden van het kloksignaal c^ later is het volgende vier-bits ingangswoord 8 0 0 6 16 5 PHN 9881 35 op uitgangen 122, 123, 124 en 125 aanwezig. Op uitgangen 122 tot en met 125 verschijnen dus achtereenvolgens op momenten,die vier perioden van het kloksignaal G uiteenliggen, de opeenvolgende vierbits ingangs-woorden.
5 Wordt de informatie in de vorm van 8-parallele bits aan ingangen 110 tot en met 117 toegevoerd, dan is, nadat deze na een impuls van het kloksignaal C2 is ingelezen, een vier-bits woord op uitgangen 122 tot en met 125 aanwezig. Vier perioden van het kloksignaal c-j -later is het via ingangen 110 tot en met 113 aangeboden 10 vier-bits-woord op uitgangen 122 tot en met 125 aanwezig. Daarna worden op commando van het signaal c2 acht nieuwe bits ingelezen.
Schuifregister 101 heeft dan als funktie om naar.Jseuze.jin serie aangeboden binaire informatie of per 8-bits parallel aangeboden binaire informatie te groeperen in opeenvolgende woorden van vier bits 15 b^, b2, b3 en b4 op de respektievelijke uitgangen 125, 124, 123 en 122. Deze woorden worden volgens de tabel van figuur 19 omgezet door de uitgangen 125 en 124 (bits b^ en b2) te verbinden met de ingangen 129 en 128 van een één uit vier decoder 102 en de uitgangen 123 en 122 (bits bg en b^) te verbinden met de ingangen 127 en 126 van een één uit vier 20 decoder 103. De uitgangen 130 tot en met 133 respectievelijk 124 tot en met 137 van de één uit vier decoders 102 en 103 zijn afwisselend met opeenvolgende parallel ingangen 140 tot en met 147 van een 8-bits schuifregister 4 verbonden -welk schuifregister overeenkomstig schuifregister 101 kan zijn- zodat als funktie van de bits b^ en b2 één van de vier 25 ingangen 141, 143, 145 en 147 wordt bezet en als funktie van de bits b^ en b4 één van de vier ingangen 140, 142, 144 en 146 wordt bezet, zodat op die momenten (o.a. moment t^ in figuur 20b) dat een te coderen vier-bits woord aan uitgangen 122 tot en met 125 van schuifregister 101 aanwezig is, het volgende tabel van figuur 19b gecodeerde woord op de 30 ingangen 140 tot en met 147 van schuifregister 104 aanwezig is. Op commando van een·signaal c^ aan ingang 108 op moment t2, dat korte tijd na moment t^ optreedt on de vertraging in de decoders 101 en 102 te compenseren, wordt het gecodeerde woord in schuifregister 102 ingelezen.
Op commando van een kloksignaal c^, aangeboden aan ingang 109 van 35 schuifregister 104, schuift de gecodeerde informatie door schuifregister 104 naar een uitgang 138 van dat schuifregister en verschijnen daar achtereenvolgens de gecodeerde symbolen Sg. Schuifregister 104 doet dus dienst als een parallele serieomzetter van de uitgangssignalen 8 0 06 16 5 PHN 9881 36 van decoders 102 en 103.
Omdat 4 bits in het schuif register 101 naar 8 bits in het schuifregister 104 worden omgezet, is de frequentie van het klok-signaal c4 tweemaal de frequentie van kloksignaal c.j.
5 In het algemeen kan een eenvoudige modulatie worden ver kregen wanneer een coderingstabel zodanig wordt gekozen dat de k posities per groep Gm door bepaalde bits uit de te coderen ingangs-woorden worden vastgelegd. De modulatie vindt dan plaats door middel van een M-tal decoders, die elk k uit I mogelijke posities als funktie 10 van de corresponderende bits uit het ingangswoord vastleggen, net M, k en I de aan de hand van figuur 1 gedefinieerde parameters.
Een uitvoer ingsvoorbeeld van een demodulator voor een volgens de tabel van figuur 19 gemoduleerd signaal wordt aan de hand van figuur 21 beschreven met in figuur 21b het schema van de demodulator 15 en in figuur 21a een diagram ter verklaring van de funktie en de werking van die demodulator.
Om een volgens de uitvinding gecodeerd signaal te demoduleren moet telkens althans elke groep in zijn geheel gedetekteerd worden wat betékent dat een schuifregister of vertragingslijn nodig is. 20 In de demodulator volgens figuur 21b zijn deze vertragingsnetwerken 149, 151 en 153 elk met een tijdvertraging, gelijk aan^fg aanwezig tussen een ingang 148 en een punt 154. Op een juist moment zijn van een bepaald symbool de signalen op de eerste, derde, vijfde en zevende positie, dus de signalen van groep G, aanwezig op respektievelijk punt 25 154, het knooppunt 152 tussen vertragingsnetwerk 151 en 153, het knooppunt 150 tussen vertragingsnetwerk 151 en 149 en ingang 148.
Een tijdsduur later is groep G2 met posities 2, 4, 6 en 8 op die punten aanwezig.
Een moeilijkheid bij het demoduleren, in het bijzonder 30 wanneer het signaal van bijvoorbeeld een optische registratiedrager is uitgelezen, is dat de signaalniveaus niet nauwkeurig vastliggen t.g.v. ruis e.d. Uit de codeermethode volgt, dat er per groep steeds één en slechts één positie is waar het signaal een duidelijke maximum vertoont. In de tabel volgens figuur 21c zijn in de vier linker 35 kolommen de vier mogelijk bezette posities 1, 3, 5 en 7 van groep G^ aangegeven en met een kruis is per rij aangegeven welke positie bezet is. Wordt met behulp van ccmparatoren tot en met telkens 8 0 06 16 5 PHN 9881 37 het verschil tussen de van telkens twee posities afkomstige signalen gemeten, waarbij de comparatoren tot en met het verschil tussen de in de tabel telkens onder de referentieverwijzing naar de betreffende comparator aangegeven posities bepalen, dan worden de in de tabel aan-5 gegeven uitkomsten verkregen waarbij een uitkomst ”+" wordt verkregen wanneer het signaal afkomstig van een bezette positie met het signaal afkomstig- van een onbezette positie wordt vergeleken, een uitkomst wanneer het signaal van een onbezette positie met het signaal van een bezette positie wordt vergeleken, en een uitkomst "?", dit is een 10 onbekende uitkomst, wanneer de signalen afkomstig van twee onbezette posities worden vergeleken. Uit de tabel volgt, dat de drie comparatoren die het signaal afkomstig van een bezette positie vergelijken met de signalen afkomstige van de onbezette posities alle een n+" als uitgangssignaal geven terwijl in elke andere groep van drie comparatoren 15 telkens één als uitkomst verkregen wordt. Een detectie van de bezette positie kan dan verkregen worden door de uitgangssignalen van de comparatoren per groep van drie aan een EN-poort toe te voeren, dus de uitgangen van de groepen comparatoren (V^, V2, Vg) - (V^, Vg, Vg) -(Vy, Vg, Vg) en (g, V^, V.^) aan respektievelijk EN-poorten Ay 20 Ag, Ag en A^, zoals weergegeven in de tabel van figuur 21a. Door de uitgangen van deze corcparatoren met twee OF-poorten 0^ en 02 te combineren volgens de omgekeerde funktie behorende bij de tabel van figuur 19b zijn de twee bits b^ en b2 behorende bij groep te verkrijgen.
25 Een periode later zijn op de punten 148, 150, 152 en 154 de signalen afkomstig van de posities 2, 4, 6 en 8 van het symbool aanwezig en worden op dezelfde wijze de bits bg en b^ verkregen.
De aan de hand van de tabel van figuur 21a beschreven de-modulatiemethode kan gerealiseerd worden met de schakeling volgens 30 figuur 21b die in overeenstemming is met het aan de hand van figuur 21a beschrevene met enkele vereenvoudigingen: Cmdat er slechts êên positie per groep bezet is, is de detektie van êên van die posities overbodig omdat als de overige drie posities niet bezet zijn, die vierde positie bezet moet zijn. De groep comparatoren V^Q, en V12 alsmede de bij-35 behorende EN-poort A^ is daarom In de schakeling volgens figuur 21b niet opgencmen. Verder geldt dat de comparatoren V^, V-, en Vg de inverse vergelijking uitvoeren van de vergelijking die comparatoren.
V.|, V2 respektievelijk Vg uitvoeren, zodat deze kunnen vervallen door 80 06 16 5 PHN 9881 38 de uitgangen van ccmparatoren , v2 respectievelijk V5 behalve met de ingangen van EN-poorten en eveneens met inverterende ingangen van EN-poorten en te verbinden. Aldus is de demodulator volgens figuur 21b opgebouwd. De uitgangen 155, 156 respektievelijk 157 van 5 EN-poorten A^, respektievelijk zijn "hoog" wanneer positie 1, 3 respektievelijk 5 -en een tijd later positie 2, 4 respektievelijk 6- bezet zijn en alle drie "laag" wanneer positie 7 -en een tijd later positie 8- bezet is. De NIET-OF-poorten 0^ en 02 leveren de bijbehorende bits b-j en b2, later gevolgd door de bits b3 en b^.
10 Om de bits b^, b2, b3 en b^ in serie ter beschikking te hebben kan van een schuif register gebruik worden gemaakt. Cm deze vier bits parallel ter beschikking te hebben kunnen zoals in figuur 21b getoond is buffers 158, 159, 160 en 161 toegepast worden. Buffers 158 en 160 zijn met de uitgang van NIET-OF-poort 0^ verbonden en 15 buffers 159 en 161 met de uitgang van NIET-OF-poort 02. Buffers 158 en 160 krijgen via een klokingang 166 een kloksignaal toegevoerd op of na hetmcment dat het signaal qp positie 1 op punt 154 aanwezig is en bufferen dus de bits b^ en b2, en buffers 159 en 161 worden via ingang 167 geklokt op het moment dat het signaal afkomstig van positie 20 2 op punt 154 aanwezig is, en bufferen dus de bits b^ en b^. Op uit gangen 162, 163, 164 en 165 van die buffers kernen dus de vier bits b-|, b2, b3 en b4 parallel ter beschikking. Omdat comparator en V5 respektievelijk V1 hetzelfde signaal geven als comparator Vg, echter een tijdY resp. 2X later, kunnen ccmparatoren Vg respektievelijk 25 eventueel vervangen worden door vertragingsnetwerken die het uitgangssignaal van comparator Vg een tijd^ resp. 2T"vertraagd doorgeven aan poorten A2 respektievelijk A^ en A^ Evenzo geeft comparator v2 hetzelfde signaal als comparator Vg, echter een tijd X vertraagd waardoor ook comparator V2 vervangen kan worden door een tijdsvertragings-30 netwerk met vertraging X die het uitgangssignaal van comparator Vg een tijd 'ZT vertraagd aan poorten' A^ en Ag doorgeeft.
Bij de modulatie en demodulatie van signalen volgens de uitvinding zijn diverse kloksignalen benodigd. Deze kunnen uit een met het signaal meegezonden kloksignaal zoals het voor aangebrachte 35 kloksignaal volgens genoemde oudere aanvrage gewonnen worden of op andere wijze verkregen worden. Zo zijn bij de modulator volgens figuur 20a bijvoorbeeld de kloksignalen c1 en c4 benodigd. Daarnaast 8 0 06 16 5 PHN 9881 39 . zijn” kloksignalen benodigd die synchroon met de opeenvolging van de symbolen optreden. Zoals de signalen c2 en (figuur 20b) als ook de signalen die aan de boffers 158 tot en met 161 in de demodulator volgens figuur 21b toegevoerd moeten worden. Cm die synchroniteit te waarborgen 5 is een symboolsynchronisatiesignaal nodig.
Bij een optische registratiedrager voor data opslag is de spcoromtrek onderverdeeld in sectoren waarin informatie, bijvoorbeeld gecodeerd volgens de uitvinding, kan worden ingeschreven. Deze sectoren worden gescheiden door synchronisatie- en adresgebieden waarin informa-10 tie aanwezig is die gegevens omtrent spoor- en sectornummering omvat alsmede syaiboolsynchronisatieinformatie. Deze symboolsynchronisatie kan bestaan uit een aantal een bepaalde informatie bevattende symbolen. Teneinde de kans dat in een in te schrijven informatie gelijkluidende symboolreeksen voorkomen aanvaardbaar klein te houden moet vaak een 15 lange reeks synchronisatiesymbolen toegepast warden. Bij een codering volgens de uitvinding kan de benodige reeks synchronisatiesymbolen aanmerkelijk bekort worden door althans twee van die symbolen op een afwijkende wijze te coderen.Bij de code volgens het uitvoeringsvoor-beeld zijn steeds twee posities per symbool bezet. (M = 2, k = 1, 20 s = I = 4). Gekozen kan dan worden voor twee symbolen net elk drie posities bezet. Cm toch de voordelen van de codering volgens de uitvinding te behouden dienen die afwijkende symbolen ook aan de aan de hand van figuur 14 cmschreven definities te voldoen. In het uitvoerings-voorbeeld is gekozen voor twee symbolen van elk 8 mogelijke posities 25 die tesamen een symbool vormen met de parameters M = 2, k = 3 en s = I = 8; dus een symbool ter lengte van QTq met 16 mogelijke posities waarvan drie even en drie oneven genummerde posities bezet zijn.
Zo'n synchronisatiesymboolreeks kan net behulp van een schuif register en een logische poort gedetekteerd worden. Figuur 22 30 toont hiervan een uitvoeringsvoorbeeld. Deze symboolsynchronisatie- signaalgenerator omvat een schuifregister 108 met 48 posities, een klok-signaalingang 170 en een signaalingsng 169. Een aantal posities in dat schuifregister, te weten de posities 1, 2, 9, 10, 16, 17, 23, 24, 29, 32, 35, 38, 41 en 46 zijn verbonden met ingangen van een EN-poort 171 35 met uitgang 172. Aan uitgang 172 verschijnt een inpuls wanneer via ingang 169 een reeks symbolen‘is ingevoerd waarvan de bezette posities samenvallen met die posities in het schuifregister die met de EN-poort zijn verbonden. Zo'n passende reeks van in dit geval 6 symbolen 8 0 06 16 5 PHN 9881 40 tot en met Sg is in figuur 22 boven het schuif register 168 weergegeven. Van deze symbolen zijn de symbolen S2 en afwijkend qua codering en voldoen samen aan de genoemde definitie M = 2, k = 3, s = I = 8.
Het ingangssignaal aan inqang 108 wordt door uitlezing 5 van de optische plaat verkregen. Het uitgélezen signaal zelve is nog niet geschikt voor logische verwerking en moet daarom verwerkt worden. Dit kan gebeuren via de in figuur 21 getoonde demodulator. Wanneer bij de demodulator volgens figuur 21 bijvoorbeeld het signaal afkomstig van een bezette positie op punt 152 aanwezig is, is de uitgang van EN-10 poort &2 hoog. Omdat het uitgelezen signaal continue via ingang 48 langs punt 152 schuift, geeft de uitgang van EN-poort alle bezette posities van het signaal achtereenvolgens met uitgangssignaal "hoog" weer. Het uitgangssignaal van EN-poort aan een uitgang 173 is dus geschikt als ingangssignaal voor schuifregister 168. Hetzelfde geldt 15 voor beide andere EN-poorten.
Figuur 23 toont ter illustratie de samenhang tussen de modulator volgens figuur 20a, de demodulator volgens figuur 21b en de symboolsynchronisatiesignaalgenerator volgens figuur 22 in een optisch informatieopslagsysteem met een schrijfvormige optische regi-20 stratiedrager 1 die door een aandrijf inrichting 121 wordt aangedreven, een laser 15 die via een halfdoorlatende spiegel 17 en een optisch stelsel 18 een lichtbundel op de registratiedrager 1 werpt ter inschrijven en/of uitlezen van informatie en met een detector 17 die via spiegel 17 de van de registratiedrager reflecterende lichtbundel 25 detecteert.
De uitgang 38 van demodulator volgens figuur 20a is met de laser 15 gekoppeld ter modulatie van de laserbundel en detector 27 is met de· ingang 148 van de demodulator volgens figuur 21 gekoppeld.
Wordt gebruik gemaakt van een in een nulpunt (w — in het uit- ° 30 voeringsvoorbeeld) van het signaalspectrum meegezonden kloksignaal, dan kan dit met banddoorlaatfilter 180 uit het gedetékteerde signaal worden gefilterd. Het signaal uit filter 180 synchroniseert een -bijvoorbeeld met de bekende fase-vergrendelde-lus techniek- een synchronisatiesignaalgenerator 181 die bijvoorbeeld een ringteller 35 kan omvatten. Deze generator 181 levert de benodigde kloksignalen aan de ingangen 106 en 107, 108, 109, 166, 167 en 170 van de modulator, demodulator en de symboolsynchronisatiesignaalgenerator. De symbool-synchronisatiesignaalgenerator ontvangt signaal van uitgang 173 van de 8 0 06 16 5 PHN 9881 41 demodulator en levert een symboolsynchronisatiesignaal aan de klok-signaalgenerator 180, bijvoorbeeld aan de terugstelingang van een daarin aanwezige ringtèller.
5 10 15 20 25 30 35 8 0 06 16 5
Claims (37)
1. Systeem voor het overdragen van digitale informatie omvatten de een codeerinrichting, een overdrachtsmedium, in het bijzonder een registratiedrager, en een decodeerinrichting, waarbij de digitale informatie gegroepeerd in ingangswoorden wordt ontvangen en in de codeer- 5 inrichting wordt omgezet in codewoorden die de ingangswoorden representeren, waarbij elk codewoord correspondeert met een ingangswoord, en voor uitgave naar het overdrachtmedium worden gerangschikt, waarbij de codewoorden via het overdrachtsmedium naar de decodeer inrichting worden gevoerd en waarbij in de decodeer inrichting de codewoorden in digitale 10 informatie worden omgezet, gekenmerkt doordat de codewoorden behoren tot een groep van codewoorden, elk met een tijdslengte gelijk aan S en elk opgebouwd uit M subgroepen van I op equidistante tijdsafstanden Ύ gelegen signaalposities t^, met m een met subgroep corresponderend rangnummer lopende van 1 tot en met M en i een rangnummer 15 binnen elke subgroep G^ lopende van 1 tot en net I, van welke signaalposities er in elke subgroep Gm steeds k, met k een integer kleiner dan I (1 ^ k ^1 - 1), bezet zijn met een van het signaal op onbezette posities onderscheidbaar signaal, waarbij de eerste posities t^ van de subgroepen G op onderling verschillende tijdsafstanden £ van het 20 m m begin van het codewoord gelegen zijn, met met de restricties M ^ 2 en + (I - 1)^^:s^q en met uitzondering van de groep codewoorden waarvoor geldt: M
= 2, I = s = 2, k = 1, T en <£ = oc 2. Systeem volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat geldt Y y I = s en l=lg.
3. Systeem volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de beginposities equidistant gelegen zijn op tijdsafstanden £ m = £ 1 + — ^ -X van het begin van het codewoord.
4. Systeem volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de codewoorden via het medium worden overgebracht tesamen met een toege-voegd pilootsignaal met hoekfrequentie Wg = -er-, welk pilootsignaal in de deccdeerinrichting wordt uitgefilterd en als kloksignaal dienst doet.
5. Systeem volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de beginposities t^ equidistant gelegen zijn op tijdsafstanden van het begin van het codewoord en dat in de decodeer- 80 06 165 f. PHN 9881 43 2'JT inrichting met behulp van een op hoekfrequentie wq afstemd band- doorlaatfilter uit het gecodeerde signaal een kloksignaal -wordt gewonnen.
6. Systeem volgens conclusie 3 of 4, met het kenmerk, dat voor de groep codewoorden geldt: l = s = 4,M = 2, T=Tq, k = 1 en £2 = ^~1 + *T0·
7. Systeem volgens een of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de ingangswoorden worden verdeeld in M groepen van bits, die elk in de codeerinrichting worden gecodeerd tot een subgroep door middel van een k uit I codeerschakeling, waarna de M subgroepen door superpositie tot een codewoord worden samengevoegd.
8. Systeem volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de digitale informatie in ingangswoorden van vier bits wordt ontvangen en verdeeld wordt in twee groepen van twee bits elk die elk aan een êên uit vier decodeerschakeling worden toegevoerd, waarbij de vier uitgangen van elk 15 van beide decodeerschakelingen alternerend samengevoegd zijn om het bij het ingangswoord behorende codewoord uit te geven.
9. Systeem volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de uitgangen van beide decodeerschakelingen alternerend met parallelingangen van een schuifregister zijn verbonden on aldus het codewoord uit beide 2Q subgroepen te vormen.
10 I = s = 2, k = 1,Y=V0 en £2 = ^ + %ΊΤ.
10. Systeem volgens één of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de decodeerinrichting een reeks van 1-1 vertragings-netwerken met tijdsvertraging omvat waarvan de in- en uitgangen naar een vergelijkschakeling voeren on aldus sequentieel over tijdsintervallen £ de bezette posities t . van telkens één subgroep G te m mi ^ m detekteren.
11. Systeem volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat sequentieel per subgroep Gm een aantal bits van het uitgangswoord gevormd worden waarna deze in serie en/of parallel uitgegeven worden. 30
12. Systeem volgens één of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het medium een registratiedrager is die verdeeld is in informatiegebieden waar informatie op vastgelegd kan worden of vastgelegd is in de vorm van codewoorden waarbij de informatiegebieden gescheiden zijn door adres- en synchronisatiegebieden waarin adres-35 en synchronisatieinformatie vooraf is aangebracht in de vorm van codewoorden zoals gedefinieerd in één of meer der conclusies 1 tot en met 6.
13. Systeem volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de adres- 8 0 06 16 5 PHN 9881 44 en synchronisatieinformatie is aangebracht in de vorm van codewoorden met bepaalde waarden van de parameters I, s, MrX, X Qt k en£ en dat ter identificatie van de synchronisatieinformatie een aantal van tenminste twee codewoorden is voorzien van een afwijkend aantal bezette 5 posities zodanig, dat deze codewoorden op zich of in combinaties wederom codewoorden vormen zoals gedefinieerd in één of meer der conclusie 1 tot en met 5 met een afwijkende waarde van althans één van de . parameters I, s of k„
14. Systeem volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de 10 adres- en synchronisatieinformatie is aangebracht in de vorm van codewoorden uit een met parameters I = s = 4, M = 2, X - X , k = 1, en en dat van althans twee codewoorden van de synchronisatieinformatie een extra positie bezet is zodanig dat beide codewoorden tesamen een codewoord vormen uit een groep met parameters I = s = 8,
15. Codeerinrichting voor toepassing in een systeem volgens één of meer der conclusies 1 tot en met 14, met het kenmerk, dat de codeerinrichting omvat ingangen voor het ontvangen van in ingangswoorden gegroepeerde digitale informatie, een codewoordgenerator voor het 20 genereren van codewoorden, die elk met een ingangswoord corresponderen, welke codewoorden behoren tot een groep van codewoorden, elk met een tijdslengte gelijk aan sT'q en elk opgebouwd uit M subgroepen G van I op equidistante tijdsafstandenX gelegen signaalposities t^, m een met subgroep G^ corresponderend rangnummer lopende van 1 tot en met M en i 25 een rangnummer binnen elke subgroep G^ lopende van 1 tot en met I, van welke s ignaalpos ities t . er in elke subgroep G steeds k, net k een mi m integer kleiner dan I (1 k^I - 1), bezet zijn met een van het signaal op onbezette posities onderscheidbaar signaal, waarbij de eerste posities t^ van de subgroepen Gm op inderling verschillende tijds-30 afstanden £ van het begin van het codewoord gelegen zijn, met 0<T £ / met de restricties M^2 en£m + (I - 1)Χ<εΤ0 611 met uitzondering van de groep codewoorden waarvoor geldt: M = 2, I = s = 2, k = 1, X =X0 en £ 2 £| + ^ ^
15 M = 2, X= XQ, k = 3 en + hXQ-
16. Codeerinrchting volgens conclusie 15, met het kenmerk, 35 dat geldt: I = s en X *
17. Codeerinrichting volgens conclusie 15 of 16, met het kenmerk, dat de codeerinrichting zodanig is ingericht, dat de begin 80 06 16 5 A PHN 9881 45 posities equidistant gelegen zijn op tijdsafstanden £m = £ + ~L_1Y van het begin van het codewoord.
18. Codeer inrichting volgens conclusie 15 of 16, met het kenmerk, dat de codeerinrichting zodanig is ingericht, dat de begin-5 posities t^ equidistant zijn gelegen op tijdsafstanden = £1 + j|j7^ Van het begin van het codewoord.
19. Codeerinrichting volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat de codeerinrichting zodanig is ingericht, dat geldt: I = s = 4, to « - 2- t=t0, k = 1 en t2 = £, + ito-
20. Codeerinrichting volgens één of meer der conclusies 15 tot en met 19, met het kenmerk, dat de ingangen zijn ingericht voor het ontvangen van ingangswoorden van n . M bits, met n^1 en integer, dat middelen aanwezig zijn voor het verdelen van die ingangswoorden in M 15 groepen van n bits, dat M decodeerschakelingen aanwezig zijn voor het genereren van één subgroep voor elke groep van n bits en dat middelen aanwezig zijn voor het superponeren van de aldus gevormde M subgroepen G .
21. Codeerinrichting volgens conclusie 20, met het kenmerk, 20 dat n = 2,M = 2enk = 1, dat de decodeerschakelingen één uit vier decoders zijn met elk vier uitgangen waarvan er telkens één een afwijkend signaal voert afhankelijk van welke van de vier mogelijke combinaties van 2 bits aan de ingang van die decoder aanwezig is, en dat de uitgangen van beide één uit vier decoders alternerend zijn 25 samengevoegd cm het bij het ingangswoord behorende codewoord te vormen.
22. Codeerinrichting volgens conclusie 21, met het kenmerk, dat de uitgangen van beide êên-uit-vier decoders alternerend met parallel ingangen van een schuifregister zijn verbonden om aldus het codewoord uit beide subgroepen te vormen.
23. Decodeerinrichting voor toepassing in een systeem volgens één of meer der conclusies 1 tot en met 14, met het kenmerk, dat de decodeerinrichting een ingang omvat voor het ontvangen van codewoorden en een uitgang voor het uitgeven van digitale informatie door decodering van die codewoorden en dat de decodeerinrichting is ingericht 35 voor het decoderen van codewoorden die behoren tot een groep van codewoorden, elk met een tijdslengte gelijk aan sK. en elk opgebouwd uit M U vr/ subgroepen G^ van I op equidistante tijdsafstanden [ gelegen signaal- 80 06 16 5 PHN 9881 46 posities , met m een met subgroep Gm corresponderend rangnummer lopende van 1 tot en met M en i een rangnummer binnen elke subgroep Gm lopende 1 tot en met I, van welke signaalposities t^ er in elke subgroep steeds k, met k een integer kleiner dan I (1 ^k^I - 1), 5 bezet zijn met een van het signaal qp onbezette posities onderscheidbaar signaal, waarbij de eerste posities t ^ van de subgroepen G^ op onderling verschillende tijdsafstanden van het begin van het codewoord gelegen zijn, met met de restricties M^2 en £m + (I-IJtVsY’o en met uitzondering van de groep codewoorden waarvoor geldt: M = 2,
24. Decodeer inrichting volgens conclusies 23, met het kenmerk,' dat de decodeerinrichting een reeks van 1-1 vertragingsnetwerken met tijdsvertragingtomvat waarvan de in- en uitgangen naar een vergelijk-schakeling voeren om aldus sequentieel voer tijdsintervallen ζ: de be- 13 zette posities t . van telkens één subgroep G te detekteren.
25. Decodeerinrichting volgens conclusie 25, met het kenmerk, dat de vergelij kschakeling een aantal corparatoren elk met een inverterende en een niet-inverterende ingang omvat en dat elk comparator de signalen op een ander paar van alle mogelijke paren van punten, die 20 gevormd worden door de ingangen van de 1-1 vertragingsnetwerken en de uitgang van het laatste vertragingsnetwerk, met elkaar vergelijkt, dat eerste logische poorten aanwezig zijn met voor vergelijking van uitgangssignalen van de ccmparatoren, van welke eerste logische poorten de uitgangen elk geasocieerd zijn met een bezette positie t^ van een subgroep 25 G zodat de uitgangen van die logische poorten sequentieel de subgroepen G leveren, en dat tweede logische poorten aanwezig zijn voor het genereren van de bij de codewoorden behorende digitale informatie.
26. Decodeerinrichting volgens een of meer der conlcusies 23 tot en met het kenmerk dat een bandfilter dat afgesteld is op een hoek- 30 frequentie wQ =-^, aanwezig is voor het filteren van een kloksignaal uit het door de codewoorden gevormde signaal.
27. Decodeerschakeling volgens één of meer der conclusies 23 tot en met 26 met het kenmerk, dat een derde poortschakeling aanwezig is die afgestemd is op een reeks van voorafbepaalde codewoorden teneinde 35 een woordsynchronisatiesignaal te genereren.
28. Decodeerschakeling volgens conclusie 27 én conclusie 25, met het kenmerk, dat de derde poortschakeling voor het genereren van een 8 0 06 16 5 A \ PHN 9881 47 woordsynchronisaties ignaal verbonden is met de uitgang van een van de eerste logische poorten.
29. Registratiedrager voor toepassing in een systeem volgens een of meer der conclusies 1 tot en met 14 met het kenmerk, dat deze 5 voorzien is van geregistreerd signaal dat bestaat uit de opeenvolging van codewoorden die behoren tot een groep van codewoorden, elk met een tijdslengte gelijk aan S ~1lq en elk opgebouwd uit M subgroepen G van I op equidistante tijdsafstanden X gelegen signaalposities t ., met m een met subgroep Gm corresponderend rangnummer lopende 1 tot en met 10 M en i een rangnuitmer binnen elke subgroep G^ lopende 1 tot en met I, van welke signaalposities t^ er in elke subgroep G steeds k, met k een integer kleiner dan I (1<k^I - 1), bezet zijn met een van het signaal op onbezette posities onderscheidbaar signaal, waarbij de eerste posities van de subgroepen Gm op onderling verschillende tijdsaf-15 standenvan het begin van het codewoord gelegen zijn, met met de restricties M ^ 2 en <f"m + (1-1 )T<T sTQ en met uitzondering van de groep codewoorden waarvoor geldt: M = 2, I = s = 2, k = 1,ΐ= L en
30. Registratiedrager voor toepassing in een systeem volgens één 20 of meer der conclusies 1 tot en met 14, met het kenmerk, dat de registratiedrager verdeeld is in in formatiegebieden waar informatie op vastgelegd kan worden of vastgelegd is in de vorm van codewoorden waarbij de informatiegebieden gescheiden zijn door adres- en synchronisatiegebieden waarin adres- en synchronisatieinformatie vooraf is aangebracht in de pc vorm van codewoorden die behoren tot een groep van codewoorden, elk met een tijdslengte gelijk aan sXQ en elk opgebouwd uit M subgroepen Gm van I op equidistante tijdsafstandenTgelegen signaalposities t^, met m een met subgroep Gm corresponderend rangnummer lopende van 1 tot en met M en i een rangnummer binnen elke subgroep Gm lopende van 1 tot en met 30 I, van welke signaalposities er in elke subgroep steeds k, met k een integer kleiner danl (1 <k<I - 1), bezet zijn met een van het signaal op onbezette posities onderscheidbaar signaal, waarbij de eerste posities tmi van de subgroepen Gm op onderling verschillende tijdsafstanden £ van het begin van het begin van het codewoord gelegen zijn, met 35. de restricties M^2 en <fm + (I-1)T<aT0 en met uit zondering van de groep codewoorden waarvoor geldt: M = 2, I = s = 2, k = 1,Ύ =Yg en<f2 =£ί + fcT. 8 0 06 16 5 PHN 9881 48
31. Registratiedrager volgens conclusie 29 of 30, met het kenmerk, dat'geldt I = s en T"=T'q .
32. Registratiedrager volgens conclusie 29 of 30 of 31 met het kenmerk, dat de beginposities t. 1 equidistant gelegen zijn op tijds- 5 afstanden f = £, + -rr'X van het begin van het codewoord. ‘m 1 M
33. Registratiedrager volgens conclusie 32, met het kenmerk, 2-rf dat aan de codewoorden een pilootsignaal met hoekfrequentie Wq = — is toegevoegd.
34. Registratiedrager volgens conclusie 29, 30 of 31 met het 10 kenmerk, dat de beginposities t ^ equidistant gelegen zijn qp tijdsafstanden £ m = £1 + van het begin van elk codewoord.
35. Registratiedrager volgens conclusie 31 of 32 met het kenmerk dat voor de groep codewoorden geldt: I = s= 4,M = 2, k = 1 en (2 = £1 +
36. Registratie volgens conclusie 30 én één of meer der conclusies 31 tot en met 35 met het kenmerk, dat de adres- en synchronisatieinfor-matie is aangebracht in de vorm van codewoorden met bepaalde waarden van de parameters I, s, M, 'X ,Τ^, k en ^ en dat ter identificatie van de synchronisatieinformatie een aantal van tenminste twee codewoorden is 20 voorzien van een afwijkend aantal bezette posities zodanig, dat deze codewoorden op zich of in combinaties wederom codewoorden vormen zoals gedefinieerd in één of meer der conclusies 1 tot en met 5 met een afwijkende waarde van althans één van de parameters I, s of k·
37. Registratiedrager volgens conclusie 36 met het kenmerk, 25 dat de adres- en synchronisatieinformatie is aangebracht in de vorm van codewoorden uit een met parameters I = s = 4, Μ = 2,ΊΓ=Τ^, k = 1 en £2 = £'1 + htQ en dat van althans twee codewoorden van de synchronisatieinformatie een extra positie bezet is zodanig dat beide codewoorden te-samen een codewoord vormen uit een groep met parameters I = s = 8, M = 2, 30 t=f0, k = 3 eai2 = £, + ΐΤ0. 35 8 0 06 16 5
Priority Applications (22)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8006165A NL8006165A (nl) | 1980-11-12 | 1980-11-12 | Systeem voor het overdragen van digitale informatie, codeerinrichting voor toepassing in dat systeem, decodeerinrichting voor toepassing in dat systeem en registratiedrager voor toepassing in dat systeem. |
| ZA817074A ZA817074B (en) | 1980-11-12 | 1981-10-13 | System for transmitting digital information,coding arrangement for use in that system,decoding arrangement for use in that system and record carrier for use in that system |
| US06/315,793 US4464714A (en) | 1980-11-12 | 1981-10-28 | System for transmitting digital information, coding arrangement for use in that system, decoding arrangement for use in that system and record carrier for use in that system |
| CA000389483A CA1183262A (en) | 1980-11-12 | 1981-11-05 | System for transmitting digital information |
| DD81234686A DD202076A5 (de) | 1980-11-12 | 1981-11-06 | System zur uebertragung digitaler information, kodiervorrichtung, dekodiervorrichtung und aufzeichnungstraeger zur anwendung in diesem system |
| BR8107259A BR8107259A (pt) | 1980-11-12 | 1981-11-09 | Sistema para transmissao de informacoes digitais,conjunto codificador para uso naquele sistema,conjunto decodificador para uso naquele sistema e suporte de registro para uso naquele sistema |
| SE8106619A SE452214B (sv) | 1980-11-12 | 1981-11-09 | Sett for overforing av digital information medelst en kodningsanordning, ett overforingsmedium och en avkodningsanordning, samt en anordning for utforande av settet |
| GB8133709A GB2088174B (en) | 1980-11-12 | 1981-11-09 | A system for transmitting digital information |
| DK495481A DK151658C (da) | 1980-11-12 | 1981-11-09 | Anlaeg til transmission af digital information, samt kodningsarrangement, dekodningsarrangement og registreringsbaerer til brug i et saadant anlaeg |
| NZ198914A NZ198914A (en) | 1980-11-12 | 1981-11-09 | Digital signal transmission and recording system particular coding schemes |
| AT0480381A AT372204B (de) | 1980-11-12 | 1981-11-09 | System zur uebertragung digitaler information, kodiervorrichtung, dekodiervorrichtung und aufzeichnungstraeger zur anwendung in diesem system |
| IT24935/81A IT1140061B (it) | 1980-11-12 | 1981-11-09 | Sistema per la trasmissione di informazioni digitali, complesso di codificazione per l'impiego in tale sistema, complesso di decodificazione, per l'impiego in detto sistema e supporto di registrazione per l'uso in detto sistema |
| CH7184/81A CH662440A5 (de) | 1980-11-12 | 1981-11-09 | Anlage zur uebertragung digitaler information. |
| FR8121066A FR2494061A1 (fr) | 1980-11-12 | 1981-11-10 | Systeme pour la transmission d'information numerique et dispositif de codage, dispositif de decodage et porteur d'information destines audit systeme |
| ES506964A ES8308126A1 (es) | 1980-11-12 | 1981-11-10 | Una instalacion para la transmision de informacion digital y un portador de registro correspondiente. |
| AU77333/81A AU552441B2 (en) | 1980-11-12 | 1981-11-10 | Digital information system |
| DE19813144524 DE3144524A1 (de) | 1980-11-12 | 1981-11-10 | System zur uebertragung digitaler information, kodiervorrichtung, dekodiervorrichtung und aufzeichnungstraeger zur anwendung in diesem system |
| JP56180458A JPS57111812A (en) | 1980-11-12 | 1981-11-12 | Transmitting system for digital information |
| JP5077077A JPH0676485A (ja) | 1980-11-12 | 1993-04-02 | 記録担体 |
| JP5077078A JPH06104765A (ja) | 1980-11-12 | 1993-04-02 | 符号化装置 |
| JP6132735A JPH07105728B2 (ja) | 1980-11-12 | 1994-06-15 | 符号化装置 |
| JP6132734A JPH07169199A (ja) | 1980-11-12 | 1994-06-15 | 記録担体 |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8006165A NL8006165A (nl) | 1980-11-12 | 1980-11-12 | Systeem voor het overdragen van digitale informatie, codeerinrichting voor toepassing in dat systeem, decodeerinrichting voor toepassing in dat systeem en registratiedrager voor toepassing in dat systeem. |
| NL8006165 | 1980-11-12 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8006165A true NL8006165A (nl) | 1982-06-01 |
Family
ID=19836157
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8006165A NL8006165A (nl) | 1980-11-12 | 1980-11-12 | Systeem voor het overdragen van digitale informatie, codeerinrichting voor toepassing in dat systeem, decodeerinrichting voor toepassing in dat systeem en registratiedrager voor toepassing in dat systeem. |
Country Status (18)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4464714A (nl) |
| JP (5) | JPS57111812A (nl) |
| AT (1) | AT372204B (nl) |
| AU (1) | AU552441B2 (nl) |
| BR (1) | BR8107259A (nl) |
| CA (1) | CA1183262A (nl) |
| CH (1) | CH662440A5 (nl) |
| DD (1) | DD202076A5 (nl) |
| DE (1) | DE3144524A1 (nl) |
| DK (1) | DK151658C (nl) |
| ES (1) | ES8308126A1 (nl) |
| FR (1) | FR2494061A1 (nl) |
| GB (1) | GB2088174B (nl) |
| IT (1) | IT1140061B (nl) |
| NL (1) | NL8006165A (nl) |
| NZ (1) | NZ198914A (nl) |
| SE (1) | SE452214B (nl) |
| ZA (1) | ZA817074B (nl) |
Families Citing this family (31)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL8006165A (nl) | 1980-11-12 | 1982-06-01 | Philips Nv | Systeem voor het overdragen van digitale informatie, codeerinrichting voor toepassing in dat systeem, decodeerinrichting voor toepassing in dat systeem en registratiedrager voor toepassing in dat systeem. |
| NL8102621A (nl) * | 1981-05-29 | 1982-12-16 | Philips Nv | Inrichting voor het beschrijven en/of uitlezen van een registratiedrager. |
| NL8203618A (nl) * | 1982-09-20 | 1984-04-16 | Philips Nv | Inrichting voor het uitlezen van een registratiedrager. |
| NL8300961A (nl) * | 1983-03-17 | 1984-10-16 | Philips Nv | Werkwijze voor het opslaan op en weergeven van een optisch uitleesbare registratiedrager, registratiedrager voor toepassing in de werkwijze en inrichtingen voor toepassing in de werkwijze. |
| US4791622A (en) * | 1983-09-19 | 1988-12-13 | Storage Technology Partners 11 | Optical data format employing resynchronizable data sectors |
| DE3416547C2 (de) * | 1983-10-13 | 1994-10-06 | Philips Nv | Aufzeichnungsträger mit Symbolen mit einer vorgegebenen Anzahl von Symbolstellen und optische Aufzeichnungsvorrichtung |
| US4802154A (en) * | 1983-10-13 | 1989-01-31 | Laser Magnetic Storage International Company | High density codes for optical recording |
| NL8303859A (nl) * | 1983-11-10 | 1985-06-03 | Philips Nv | Selektief scramblen bij compact disc. |
| JPS60231980A (ja) * | 1983-12-29 | 1985-11-18 | レーザー マグネテイツク ストーリツジ インターナシヨナル コンパニー | 光学記録用高密度コ−ド |
| US4646281A (en) * | 1984-02-08 | 1987-02-24 | Laser Magnetic Storage International Company | Read channel for an optical recorder |
| EP0295759A3 (en) * | 1984-02-08 | 1989-05-03 | Laser Magnetic Storage International Company | Apparatus for using differential data detection in write protection of an optical recorder |
| US4882721A (en) * | 1984-02-08 | 1989-11-21 | Laser Magnetic Storage International Company | Offset for protection against amorphous pips |
| US4748609A (en) * | 1985-03-29 | 1988-05-31 | Hitachi, Ltd. | Method and apparatus for composite tracking servo system with track offset correction and rotary optical disc having at least one correction mark for correcting track offset |
| US4707816A (en) * | 1985-03-29 | 1987-11-17 | Hitachi, Ltd. | Method and apparatus for composite wobbled and push-pull tracking servo system |
| ATE84631T1 (de) * | 1985-07-30 | 1993-01-15 | Philips Nv | Generatorkreis fuer spursignal und aufzeichnungstraeger dafuer. |
| US4879708A (en) * | 1985-07-30 | 1989-11-07 | Laser Magnetic Storage International Company | Optical disk tracking and seeking systems specific track formats using wobbled pits |
| US4879707A (en) * | 1985-07-30 | 1989-11-07 | Laser Magnetic Storage International Company | Optical disk tracking and seeking systems specific track formats using discontinuities |
| US4959823A (en) * | 1985-07-30 | 1990-09-25 | Laser Magnetic Storage International Company | Tracking and seeking system for use with an optical record carrier having a wobbled track format |
| JPS62180568A (ja) * | 1986-02-04 | 1987-08-07 | Sony Corp | デイスク状記録媒体の欠陥検出装置 |
| NL8702261A (nl) * | 1987-09-23 | 1989-04-17 | Philips Nv | Informatie opteken en/of uitlees systeem, alsmede een registratiedrager en opteken en/of uitleesinrichting voor toepassing in een dergelijk systeem. |
| US4881076A (en) * | 1987-12-01 | 1989-11-14 | International Business Machines Corporation | Encoding for pit-per-transition optical data recording |
| US5031166A (en) * | 1988-01-25 | 1991-07-09 | Laser Magnetic Storage International Company | Optical disk tracking and seeking systems and specific track formats using discontinuities and circuitry therefor |
| US5014276A (en) * | 1989-02-06 | 1991-05-07 | Scientific Atlanta, Inc. | Convolutional encoder and sequential decoder with parallel architecture and block coding properties |
| AU637816B2 (en) * | 1989-08-25 | 1993-06-10 | Sony Corporation | Optical recording medium, method for recording information and method for reproducing information |
| US5394410A (en) * | 1992-10-30 | 1995-02-28 | International Business Machines Corporation | Differentially coded and guard pulse position modulation for communication networks |
| US5424881A (en) | 1993-02-01 | 1995-06-13 | Cirrus Logic, Inc. | Synchronous read channel |
| JPH06325369A (ja) * | 1993-03-08 | 1994-11-25 | Philips Electron Nv | 光学記録兼読取装置 |
| CN1249054A (zh) | 1997-03-25 | 2000-03-29 | 三洋电机株式会社 | 信息再生装置和信息记录装置及基准标识检测电路 |
| US7701836B2 (en) * | 2001-11-27 | 2010-04-20 | Hewlett-Packard Development Company, L.P. | Re-writable optical disk having reference clock information permanently formed on the disk |
| DE10029070A1 (de) * | 2000-06-13 | 2002-01-10 | Siemens Ag | Verfahren und Anordnung zur Regelung modulierter Laser |
| US7889103B2 (en) * | 2008-03-13 | 2011-02-15 | Motorola Mobility, Inc. | Method and apparatus for low complexity combinatorial coding of signals |
Family Cites Families (21)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB1175866A (en) * | 1967-06-06 | 1970-01-01 | Standard Telephones Cables Ltd | Error detection and correction equipment |
| US3564557A (en) * | 1968-05-21 | 1971-02-16 | Honeywell Inc | Self-clocking recording |
| US4150404A (en) * | 1975-07-08 | 1979-04-17 | U.S. Philips Corporation | Device for transferring digital information |
| US4323931A (en) * | 1976-07-14 | 1982-04-06 | Sperry Corporation | Method and apparatus for encoding and recovering binary digital data |
| NL7807503A (nl) * | 1977-07-14 | 1979-01-16 | Indep Broadcasting Authority | Transmissie en/of registratie van digitale signalen. |
| IT1113847B (it) * | 1977-12-21 | 1986-01-27 | Sits Soc It Telecom Siemens | Sistema di trasmissione di segnali digitali |
| NL7801042A (nl) * | 1978-01-30 | 1979-08-01 | Philips Nv | Inrichting voor het koderen/dekoderen van informatie bij gebruik van een medium. |
| NL187413C (nl) * | 1978-03-16 | 1991-09-16 | Philips Nv | Registratiedragerlichaam, ingeschreven registratiedrager, werkwijze voor het inschrijven van het registratiedragerlichaam en inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze en voor het uitlezen van een ingeschreven registratiedrager. |
| US4330799A (en) * | 1978-03-20 | 1982-05-18 | Sperry Corporation | Interleaved dipulse sequence generating apparatus for data transmission or recording channels |
| DE2828219A1 (de) * | 1978-06-28 | 1980-01-10 | Bosch Gmbh Robert | Verfahren zur aufzeichnung und wiedergabe digitaler daten auf magnetspeicher |
| NL7811003A (nl) * | 1978-11-06 | 1980-05-08 | Philips Nv | Schijfvormige, optisch uitleesbare registratiedrager, als opslagmedium voor data-informatie. |
| DE2850129A1 (de) * | 1978-11-18 | 1980-06-04 | Tekade Felten & Guilleaume | Schaltungsanordnung zur umwandlung von binaeren digitalsignalen in pseudoternaere wechselimpulse |
| FR2448262A1 (fr) * | 1979-01-30 | 1980-08-29 | Lyonnaise Transmiss Optiques | Procede de transmission serie d'informations binaires et dispositifs pour sa mise en oeuvre |
| NL7902341A (nl) * | 1979-03-26 | 1980-09-30 | Philips Nv | Werkwijze voor het demoduleren van de quadphase geco- deerd datasignaal en ontvanger voor het uitvoeren van de werkwijze. |
| JPS5834002B2 (ja) | 1979-10-17 | 1983-07-23 | 日立電子株式会社 | デイジタル信号の磁気記録再生方式 |
| AU542859B2 (en) * | 1979-12-28 | 1985-03-21 | Sony Corporation | Method for digital encoding/decoding |
| NL8000121A (nl) * | 1980-01-09 | 1981-08-03 | Philips Nv | Schijfvormige, optische uitleesbare registratiedrager als opslagmedium voor datainformatie, inrichting voor het vervaardigen van zo'n registratiedrager, inrichting voor het optekenen van datainformatie in zo'n registratiedrager en inrichting voor het uitlezen van zo'n registratiedrager. |
| US4337458A (en) * | 1980-02-19 | 1982-06-29 | Sperry Corporation | Data encoding method and system employing two-thirds code rate with full word look-ahead |
| US4307495A (en) * | 1980-03-31 | 1981-12-29 | Charlton Sadler | Hose clamp |
| NL8006165A (nl) | 1980-11-12 | 1982-06-01 | Philips Nv | Systeem voor het overdragen van digitale informatie, codeerinrichting voor toepassing in dat systeem, decodeerinrichting voor toepassing in dat systeem en registratiedrager voor toepassing in dat systeem. |
| US4347619A (en) * | 1980-12-19 | 1982-08-31 | Discovision Associates | Digital formatting system |
-
1980
- 1980-11-12 NL NL8006165A patent/NL8006165A/nl not_active Application Discontinuation
-
1981
- 1981-10-13 ZA ZA817074A patent/ZA817074B/xx unknown
- 1981-10-28 US US06/315,793 patent/US4464714A/en not_active Expired - Lifetime
- 1981-11-05 CA CA000389483A patent/CA1183262A/en not_active Expired
- 1981-11-06 DD DD81234686A patent/DD202076A5/de not_active IP Right Cessation
- 1981-11-09 NZ NZ198914A patent/NZ198914A/en unknown
- 1981-11-09 IT IT24935/81A patent/IT1140061B/it active
- 1981-11-09 GB GB8133709A patent/GB2088174B/en not_active Expired
- 1981-11-09 AT AT0480381A patent/AT372204B/de not_active IP Right Cessation
- 1981-11-09 DK DK495481A patent/DK151658C/da not_active IP Right Cessation
- 1981-11-09 CH CH7184/81A patent/CH662440A5/de not_active IP Right Cessation
- 1981-11-09 BR BR8107259A patent/BR8107259A/pt not_active IP Right Cessation
- 1981-11-09 SE SE8106619A patent/SE452214B/sv not_active IP Right Cessation
- 1981-11-10 ES ES506964A patent/ES8308126A1/es not_active Expired
- 1981-11-10 DE DE19813144524 patent/DE3144524A1/de active Granted
- 1981-11-10 AU AU77333/81A patent/AU552441B2/en not_active Ceased
- 1981-11-10 FR FR8121066A patent/FR2494061A1/fr active Granted
- 1981-11-12 JP JP56180458A patent/JPS57111812A/ja active Granted
-
1993
- 1993-04-02 JP JP5077077A patent/JPH0676485A/ja active Pending
- 1993-04-02 JP JP5077078A patent/JPH06104765A/ja active Pending
-
1994
- 1994-06-15 JP JP6132734A patent/JPH07169199A/ja active Pending
- 1994-06-15 JP JP6132735A patent/JPH07105728B2/ja not_active Expired - Lifetime
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| IT8124935A0 (it) | 1981-11-09 |
| ZA817074B (en) | 1983-05-25 |
| JPH07169199A (ja) | 1995-07-04 |
| DK151658B (da) | 1987-12-21 |
| ATA480381A (de) | 1983-01-15 |
| FR2494061A1 (fr) | 1982-05-14 |
| AU552441B2 (en) | 1986-05-29 |
| GB2088174B (en) | 1984-09-05 |
| CH662440A5 (de) | 1987-09-30 |
| BR8107259A (pt) | 1982-07-27 |
| JPH07105728B2 (ja) | 1995-11-13 |
| DD202076A5 (de) | 1983-08-24 |
| ES506964A0 (es) | 1983-07-01 |
| JPH06104765A (ja) | 1994-04-15 |
| CA1183262A (en) | 1985-02-26 |
| ES8308126A1 (es) | 1983-07-01 |
| SE8106619L (sv) | 1982-05-13 |
| DK151658C (da) | 1988-05-30 |
| JPS57111812A (en) | 1982-07-12 |
| DE3144524A1 (de) | 1982-07-08 |
| DE3144524C2 (nl) | 1989-08-03 |
| AT372204B (de) | 1983-09-12 |
| JPH07147544A (ja) | 1995-06-06 |
| JPH0557669B2 (nl) | 1993-08-24 |
| JPH0676485A (ja) | 1994-03-18 |
| SE452214B (sv) | 1987-11-16 |
| FR2494061B1 (nl) | 1984-11-16 |
| IT1140061B (it) | 1986-09-24 |
| DK495481A (da) | 1982-05-13 |
| GB2088174A (en) | 1982-06-03 |
| AU7733381A (en) | 1982-05-20 |
| NZ198914A (en) | 1985-01-31 |
| US4464714A (en) | 1984-08-07 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8006165A (nl) | Systeem voor het overdragen van digitale informatie, codeerinrichting voor toepassing in dat systeem, decodeerinrichting voor toepassing in dat systeem en registratiedrager voor toepassing in dat systeem. | |
| US4972401A (en) | Optically readable record carrier with track undulations for producing a synchronizing clock signal and apparatus for forming such track | |
| US4366564A (en) | Apparatus for writing digital information in a disc-shaped optically readable record carrier | |
| US4375088A (en) | Optically readable record carrier with track variations which provide clock and tracking signals and apparatus for recording and/or reproducing data from such a record carrier | |
| US4868808A (en) | Optical disk arrangement with closed contours whose entire extent represents information | |
| EP0089274B1 (fr) | Support optique d'informations, dispositif de suivi de piste et dispositif optique de génération d'un signal d'erreur de focalisation | |
| NL8602504A (nl) | Optisch uitleesbare registratiedrager voor het optekenen van informatie, een inrichting voor het vervaardigen van een dergelijke registratiedrager, een inrichting voor het optekenen van informatie op een dergelijke registratiedrager, alsmede een inrichting voor het uitlezen van op een dergelijke registratiedrager opgetekende informatie. | |
| JP2009295275A (ja) | 記録キャリア、及び記録キャリアを走査する装置 | |
| EP0090690B1 (fr) | Procédé et dispositif de régénération de phase de signaux de synchronisation dans un appareil optique d'écriture-lecture de support d'information | |
| US4326282A (en) | Apparatus for reproducing digitally coded information recorded on an optically readable disc-shaped record carrier | |
| EP0893793A2 (en) | Optical Disk | |
| JPS586535A (ja) | 記録キヤリヤ記録・読取装置 | |
| NL8102621A (nl) | Inrichting voor het beschrijven en/of uitlezen van een registratiedrager. | |
| NL8006306A (nl) | Schijfvormige, optische uitleesbare registratiedrager als opslagmedium voor datainformatie, inrichting voor het vervaardigen van zo'n registratiedrager en inrichting voor het optekenen van datainformatie in zo'n registratiedrager. | |
| US20100182893A1 (en) | Re-writable optical disk having reference clock information permanently formed on the disk | |
| JPH08235593A (ja) | 光記録媒体並びにその記録・再生方法及び装置 | |
| JP3149455B2 (ja) | 情報記録装置、情報再生装置及び情報記録方法 | |
| EP0856838B1 (en) | Method and device for controlling tracking of optical memory card | |
| TW201025310A (en) | Recording medium, method and device for its production as well as method and device for writing and reading of information | |
| TW200527390A (en) | Detection of data in burst cutting area of optical disk |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed |