NL8006083A - Stabilisator voor een boorkolom. - Google Patents
Stabilisator voor een boorkolom. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8006083A NL8006083A NL8006083A NL8006083A NL8006083A NL 8006083 A NL8006083 A NL 8006083A NL 8006083 A NL8006083 A NL 8006083A NL 8006083 A NL8006083 A NL 8006083A NL 8006083 A NL8006083 A NL 8006083A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- cylindrical body
- stabilizer
- stabilizer according
- hollow cylindrical
- borehole
- Prior art date
Links
- 239000003381 stabilizer Substances 0.000 claims description 122
- 238000005553 drilling Methods 0.000 claims description 29
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 19
- 239000000696 magnetic material Substances 0.000 claims description 9
- 239000012530 fluid Substances 0.000 claims description 4
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 claims description 3
- 229910000792 Monel Inorganic materials 0.000 claims description 2
- 229910001220 stainless steel Inorganic materials 0.000 claims description 2
- 239000010935 stainless steel Substances 0.000 claims description 2
- 239000002023 wood Substances 0.000 claims description 2
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims 1
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 5
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 4
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 3
- 230000007797 corrosion Effects 0.000 description 2
- 238000005260 corrosion Methods 0.000 description 2
- 238000012544 monitoring process Methods 0.000 description 2
- 230000007935 neutral effect Effects 0.000 description 2
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 2
- UONOETXJSWQNOL-UHFFFAOYSA-N tungsten carbide Chemical compound [W+]#[C-] UONOETXJSWQNOL-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 229910001347 Stellite Inorganic materials 0.000 description 1
- 238000005299 abrasion Methods 0.000 description 1
- AHICWQREWHDHHF-UHFFFAOYSA-N chromium;cobalt;iron;manganese;methane;molybdenum;nickel;silicon;tungsten Chemical compound C.[Si].[Cr].[Mn].[Fe].[Co].[Ni].[Mo].[W] AHICWQREWHDHHF-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 239000013536 elastomeric material Substances 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 210000000056 organ Anatomy 0.000 description 1
- 239000002245 particle Substances 0.000 description 1
- 125000006850 spacer group Chemical group 0.000 description 1
- 230000006641 stabilisation Effects 0.000 description 1
- 238000011105 stabilization Methods 0.000 description 1
- 230000000087 stabilizing effect Effects 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
- WFKWXMTUELFFGS-UHFFFAOYSA-N tungsten Chemical compound [W] WFKWXMTUELFFGS-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229910052721 tungsten Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000010937 tungsten Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E21—EARTH OR ROCK DRILLING; MINING
- E21B—EARTH OR ROCK DRILLING; OBTAINING OIL, GAS, WATER, SOLUBLE OR MELTABLE MATERIALS OR A SLURRY OF MINERALS FROM WELLS
- E21B17/00—Drilling rods or pipes; Flexible drill strings; Kellies; Drill collars; Sucker rods; Cables; Casings; Tubings
- E21B17/10—Wear protectors; Centralising devices, e.g. stabilisers
- E21B17/1078—Stabilisers or centralisers for casing, tubing or drill pipes
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E21—EARTH OR ROCK DRILLING; MINING
- E21B—EARTH OR ROCK DRILLING; OBTAINING OIL, GAS, WATER, SOLUBLE OR MELTABLE MATERIALS OR A SLURRY OF MINERALS FROM WELLS
- E21B47/00—Survey of boreholes or wells
- E21B47/02—Determining slope or direction
- E21B47/022—Determining slope or direction of the borehole, e.g. using geomagnetism
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E21—EARTH OR ROCK DRILLING; MINING
- E21B—EARTH OR ROCK DRILLING; OBTAINING OIL, GAS, WATER, SOLUBLE OR MELTABLE MATERIALS OR A SLURRY OF MINERALS FROM WELLS
- E21B7/00—Special methods or apparatus for drilling
- E21B7/04—Directional drilling
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Geology (AREA)
- Mining & Mineral Resources (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Environmental & Geological Engineering (AREA)
- Fluid Mechanics (AREA)
- General Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Geochemistry & Mineralogy (AREA)
- Geophysics (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Earth Drilling (AREA)
Description
^ V' 1 ^ p& c :' * /
W 4022-2 Ned.dB/LvD
Stabilisator voor een boorkolom.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het maken van boorputten en in het bijzonder op stabilisators voor de zwaarstangen.
Stabilisators voor zwaarstangen worden gebruikt bij het boren 5 onder een hoek met de verticaal, voor het besturen van da hoek, waaronder het boorgat van het oppervlak af wordt geboord. Door middel van deze stabilisator voor de zwaarstangen, kan een boorgat onder een hoek met de verticaal worden geboord. Deze stabilisators kunnen ook worden gebruikt voor het geleiden van een boorkolom en een boorbeitel, zodanig 10 dat zij op een lijn blijven, bij het boren vein een verticaal boorgat.
Voor het maken van een boorgat onder een hoek met de verticaal worden stabilisators gewoonlijk gemonteerd tussen een reeks zwaarstangen.
De zwaarstangen zijn zware, langwerpige buizen, die in de lengte kunnen worden gebogen tijdens het boren. De grootte van de buiging van een 15 stel zwaarstangen wordt bestuurd door de plaatsing van stabilisators ten opzichte van de reeks zwaarstangen. De stabilisators liggen aan tegen de wand van het boorgat en dienen als draaipunten, waardoor het samenstel van de zwaarstangen kan worden gebogen om de draaipunten. De afstanden van de stabilisators op de boorstangen, tezamen met het gewicht van of 20 de kracht waarmee de zwaarstangen v/orden ingebracht, bepalen de grootte van de'buiging van het stel zwaarstangen. Niet alleen wordt de grootte van de buiging van de zwaarstangen direct grenzend aan de boorbeitel door de stabilisators bestuurd, maar ook de grootte van de buiging van andere zwaarstangen, die langs het boorgat zijn aangebracht.
25 Het is gebruikelijk geworden op steeds grotere diepten te boren naar olie en gas en om dit te doen door gericht boren, d.w.z. het boren onder een hoek met de verticaal. Dienovereenkomstig zijn het boren en de inrichtingen daarvoor geraffineerder en ingewikkelder geworden, in het bijzonder bij het boren op zee. Van een boorinstallatie op zee kunnen 30 bijvoorbeeld een aantal boorgaten worden geboord wanneer de installatie is vastgelegd op een bepaalde plaats, waarbij elk gat in een andere richting verloopt. Dit wordt verkregen door het gericht boren van een aantal boorgaten onder verschillende hoeken mat de verticaal en in verschillende richtingen. De gaten liggen vrij dicht bij elkaar aan het wateroppervlak, 35 waardoor de gaten van de enkele plaats van de boorinstallatie kunnen worden geboord. Bij het voortgaan van het boren, wordt de hoek waaronder elk boorgat wordt geboord, zodanig bestuurd, dat de boorgaten en de diepten daarvan op grotere diepte zich uitstrekken over een vrij groot oppervlak volgens een roosterpatroon. De boorgaten kunnen ook worden gericht naar 40 een aantal lagen, die elk op een andere diepte en plaats kunnen liggen.
8006083 t ^ ...
* / , ' . 1 - 2 -
Voor het bereiken van een aantal verschillende plaatsen, is het nodig de boorhoek uiterst nauwkeurig te besturen voor elk boorgat, zodat de bodem van het boorgat zich binnen enkele tientallen centimeters van een bepaald punt bevindt. De plaatsen waarop de stabilisators worden aange-5 bracht langs een stel zwaarstangen en het gewicht van deze zwaarstangen besturen de mate van de doorbuiging van het sanenstel en daardoor de boorhoek. Daarom is het nodig de stabilisators op een aantal verschillende plaatsen langs de lengte van de zwaarstangen te kunnen aanbrengen, voor het besturen van de boorhoek. Computers worden gebruikt voor het bepalen van 10 de juiste plaats van de stabilisators op een stel zwaarstangen.
Voor het besturen van de boorhoek en de richting van een boorgat kan de richting van het boorgat magnetisch worden afgelezen, d.w.z. dat aflezingen worden gedaan, gebaseerd op het magnetische veld van de aarde en van de richting van het boorgat kunnen worden gedaan in het 15 boorgat, die tezamen met de diepte waarop de aflezingen worden gedaan, een ruimtelijke bepaling geven van het boorgat. Teneinde de magnetische besturing mogelijk te maken worden de zwaarstangen vervaardigd van niet-magnetisch materiaal.
Het is niet ongebruikelijk te boren tot diepten van 4250 m of meer.
20 Het gewicht van de boorkolom wordt gedragen door de boortoren aan het wateroppervlak, maar de boorbeitel wordt verticaal belast door het vooraf bepaalde gewicht van een aantal zwaarstangen. Daardoor ondergaan de zwaarstangen en de stabilisators grote krachten tijdens het boren of tijdens het omhoog of omlaag brengen van de boorkolom. Bijvoorbeeld kunnen axiale 25 krachten van de orde van 890.000 N werken op een stabilisator bij het omhoog of omlaag brengen van een stel zwaarstangen, en bij het boren kunnen de stabilisators worden belast met koppels van de orde van 81.000 Nm.
Bij het onder een hoek boren werkt een stabilisator als draaipunt tussen de wand van het boorgat en het stel zwaarstangen. Als gevolg hiervan 30 kunnen grote koppels werken op een stabilisator. De stabilisators moeten ' daarom zodanig worden geconstrueerd, dat zij deze krachten en koppels kunnen weerstaan. Bovendien moeten de slijtvlakken van de stabilisators worden gemaakt van hard materiaal, zoals staal, wolframcarbide of dergelijk materiaal.
In Amerikaans octrooischrift 3,916.998 is een stijve stabilisator 35 beschreven, die kan worden geschoven over een zwaarstangdeel en axiaal op een bepaalde plaats kan worden vastgezet. De stabilisator heeft een cy-lindrische hoofdbus mat een axiaal kanaal, dat wordt geschoven over een zwaarstangdeel en deze bus wordt axiaal op dit deel vastgezet. Gespleten ringen zijn aangebracht nabij de einden van de hoofdbus. Busvormige kappen 40 worden geschoven over het zwaarstangdeel en met schroefdraad vastgezet aan 8006083 . t .
» * ~ * * l * * t Λ - 3 - de einden van de hoofdbus. Door het aandraaien van de busvormige kappen op de hoofdbus wordt tezamen met de werking van de gespleten ringen de stabilisator vastgezet op de zwaarstang. Een groot koppel moet worden uitgeoefend voor het vastzetten van de stabilisator op de zwaarstang.
5 Wanneer de stabilisator moet worden gebruikt tezamen met magnetische instrumenten, moet de stabilisator zijn vervaardigd van niet-magnetisch materiaal. Door de grote 'koppels gaat de stabilisator volgens dit octrooischrift, wanneer deze is vervaardigd van niet-magnetisch materiaal/ vreten tijdens het bedrijf, waardoor corrosie optreedt.
10 De Amerikaanse octrooischriften 4,001.918 en 3,945.446 be schrijven stabilisatoren met conisch binnenvlak die met een krimppassing worden aangebracht op een bijbehorend, uitwendig conisch -frlak van een zwaarstang. Daar de delen van de zwaarstang met schroefdraad in elkaar moeten worden gezet om de stabilisators met een krimppassing er op te kunnen 15 bevestigen, kunnen de stabilisators volgens deze octrooischriften alleen op de zwaarstangen worden aangebracht ter plaatse van het uitwendige conische vlak.
De Amerikaanse octrooischriften 3,410.613; 3,933.203, 3,894.779, 3,894.780, 3,528.499, 3,164.216 en 2,813.697 beschrijven inrichtingen 20 welke worden gebruikt voor het beschermen, steunen of geleiden van een boorkolom of een produktiekolom. Elk van deze inrichtingen is vervaardigd van elastomeer materiaal en daarom in het algemeen niet geschikt om te worden gebruikt als stabilisator voor een zwaarstang. De inrichtingen volgens de octrooischriften 3,410.613, 3.894.780, 3.164.216 en 2,813.697 25 worden vervaardigd in twee half-cvlindrische delen, terwijl de inrichtingen volgens de octrooischriften 3,933.203, 3,894.779 en 3,528.499 een deel^spleet hebben en worden gesloten met een pen of bout. Bij _ sommige van deze inrichtingen roteert de pijp of stang ten opzichte van de inrichting.
30 In Amerikaans octrooischrift 3,292.708 is een andere inrichting beschreven, die bestaat uit een aantal delen. Het betreft hier een centreerorgaan voor buizen van een productiekolom, welke orgaan bestaat uit twee klemdelen, die aan een einde scharnierend met elkaar zijn verbonden en aan het andere einde met bouten met elkaar worden verbonden. Radiaal 35 uitstekende vleugels zijn aangebracht, die worden vastgehouden door de klemdelen en dienen om aan te liggen tegen de verhuizing van de produktieput.
De bovenbeschreven inrichtingen, die bestaan uit twee of meer delen, hebben het bezwaar dat een deel kan losraken en in het boorgat kan vallen. De elastomere gedeelde inrichtingen kunnen ook de zwaarstang 40 loslaten door de elastische aard van deze inrichtingen.
8006083 1 ί - 4 -
Het doel van de uitvinding is het verschaffen van een stabilisator die op elk gewenst punt van de zwaarstang kan worden aangebracht.
Verder moet de stabilisator op het buitenvlak van een zwaarstang kunnen worden vastgekiend, zonder dat slijtage of beschadiging optreedt van de 5 stabilisator of de zwaarstang tijdens het bedrijf. De stabilisator moet een goede stabilisering geven zonder dat er_door het aantal schroefdraad-verbindingen in de boorkolom toeneemt. De stabilisator moet snel aan het wateroppervlak kunnen worden aangebracht en verplaatst.
Een ander doel van de uitvinding is het verschaffen van een 10 stabilisator van niet-magnetisch materiaal, zodat deze de magnetische bewaking van de bodem van het boorgat niet hindert.
De genoemde doeleinden worden roet de uitvinding bereikt door een gespleten stabilisator, bestaande uit een hol, in het algemeen cylindrisch lichaam met een open sleuf, verlopend over de lengte ervan.
15 De stabilisator kan in een doorgaande ppening er^rvan een langwerpig buisvormig samenstel opnemen, dat een boorbeitel roterend kan aandrijven.
Aan de buitenzijde van het holle lichaam zijn organen aangebracht die bestemd zijn om aan te liggen tegen het binnenvlak van een boorgat, voor het stabiliseren van het langwerpige buisvormige samenstel, terwijl 20 organen zijn aangebracht voor het vastklammen of vergrendelen van de stabilisator aan het buisvormige samenstel, bij voorkeur zodanig, dat onderdelen van deze organen tijdens hat bedrijf niet zullen losraken van de stabilisator. Volgens een bepaald aspect van de uitvinding is de stabilisator vervaardigd van niet-magnetisch materiaal.
25 De stabilisator dient voor een langwerpig buisvormig samenstel voor het roterend aandrijven van een boorbeitel in een boorgat en daartoe bestaat de stabilisator uit een hol cylindrisch lichaam van een hard, buigbaar materiaal met een centrale doorgaande opening over de gehele lengte, waarvan de diameter ongeveer overeenkomt met de buitenwaartse dwarsaf-30 metingen van het langwerpige buisvormige samenstel, zodat de opening een stuk vanhet buisvormige sarcenstel kan opnemen. Het holle, cylindrische lichaam heeft een open sleuf, verlopend over de gehele lengte ervan, van het buitenste deel van het holle, cylindrische lichaam tot de opening daarvan. Organen van stijf materiaal zijn aangebracht aan het buitendeel 35 van het holle, cylindrische lichaam en dienen om aan te liggen tegen het binnenvlak van een boorgat voor het stabiliseren van het langwerpige buisvormige samenstel in het boorgat bij de roterende aandrijving van een boorbeitel. Organen zijn verder aangebracht bestemd voor het aangrijpen van het holle, cylindrische lichaam nabij een zijde van de sleuf daarin, welke 40 organen uitsteken dwars over de sleuf en in aanraking komen met het lichaam aan de andere zijde van de sleuf, voor het aantrekken van het cylindrische 8006083 v > * * a
t I
• I
-5- lichaam totdat het klemt om het buitenvlak van het buisvormige samenstel. Daardoor kan het lichaam koppels en lineaire krachten weerstaan, die uitgeoefend worden op de stabilisator door het aanliggen van de aanlig-organen tegen het binnen vlak van het boorgat.
5 Het holle, cylindrische lichaam heeft een wanddikte die vrij klein is vergeleken met de buitenwaartse dwarsafmetingen van het holle lichaam. Door deze kleine wanddikte kan het harde, buigzame materiaal elastisch worden gebogen door de aantrekorganen die de stabilisator vastklemmen om het buisvormige samenstel.
10 De open sleuf in het holle lichaam verloopt in een bepaalde uit voeringsvorm ongeveer evenwijdig aan de langshartlijn van dit lichaam en bij een andere uitvoeringsvorm onder een hoek met de langshartlijn.
In een voorkeursuitvoeringsvorm heeft de sleuf ongeveer de vorm van een schroeflijn.
15 De organen van stijf materiaal op de buitenzijde van-het holle, cylindrische lichaam bestaan uit een aantal langwerpige schoepen, op onderlinge afstand gelegen, welke ongeveer verlopen in de richting van de langshartlijn van het lichaam, waarvan elke schoep een naar buiten gekeerd vlak heeft, bestemd om aan te liggen tegen het binnenvlak van 20 het boorgat, en een groef vormt ten opzichte van de aangrenzende schoep, welke groef is bestemd als stroombaan voor boorvloeistof tussen het buitendeel van het cylindrische lichaam en het binnenvlak van het boorgat.
Bij voorkeur verloopt de open sleuf over de gehele lengte van een der schoepen. Het oppervlak van het einde van elke schoep bevat bij voorkeur 25 slijtbestendig materiaal. In een bepaalde uitvoeringsvorm verloopt elke schoep ongeveer evenwijdig aan de langshartlijn van het holle lichaam en bij een andere uitvoeringsvorm verloopt de schoep onder een hoek niet de langshartlijn van dit lichaam. Bij deze laatste uitvoeringsvorm is elke schoep bij voorkeur schroeflijnvormig.
30 Bij de beschreven uitvoeringsvormen bestaan de aantrekorganen voor het vastzetten van het holle, cylindrische lichaam uit bevestigings-organen/bij voorkeur een aantal schroefbouten met een aantal bijbehorende moeren en een aantal paren op een lijn liggende gaten aangrenzend de sleuf.
De bouten hebben bij voorkeur inbuskoppen en de openingen zijn bij 35 voorkeur uitgevoerd met een verwijde boring, waarbij in elke verwijde opening een moer en een houtkop kunnen worden geplaatst.
Voor het vasthouden van de moer in de verwijde opening heeft de buitenzijde van de moer bij voorkeur een vaste passing met het inwendige van de opening, zodat bij het aantrekken van de bout, de moer 40 wordt vastgetrokken in de verwijde opening en daarin wordt vastgehouden.
8006083 - 6 -
De moer ligt dus vast in de verwijde opening onafhankelijk van de verbinding met de bout. Evenzo is voor het vasthouden van de bout in zijn opening, onafhankelijk van de verbinding met de moer, een buigzaam vasthoudorgaan, bij voorkeur aangebracht in de verwijde opening nabij de 5 inbuskop van de bout. Het vasthoudorgaan wordt verend vastgehouden in de verwijde opening, zodat de boutkop belet wordt axiaal de opening te verlaten.
i
De uitvinding zal hieronder nader worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin twee uitvoeringsvoorbeelden van de stabilisator 10 volgens de uitvinding zijn weergegeven.
Fig. 1 is een schematisch aanzicht van een boorinstallatie op zee, aangebracht nabij het wateroppervlak, en van een aantal boorgaten, die kunnen worden geboord van een enkele plaats van de boorinstallatie uit.
15 Fig. 2 is een schematisch bovenaanzicht van een reeks boorgaten, aan te brengen met da installatie van fig. 1.
Fig. 3 toont schematisch net gebroken lijnen een verticaal boorgat, met een boorkolom, waarmee onder een hoek kan worden geboord en waaraan een aantal stabilisators zijn. bevestigd.
20 Fig. 4 toont schematisch het verband tussen de afstand van de stabilisators en de buiging van de zwaarstangen.
Fig. 5 is een aanzicht in perspectief van een eerste uitvoeringsvorm van de stabilisator.
Fig. 6 is een dwarsdoorsnede volgens 6-6 van Fig. 5, waarbij de 25 stabilisator is vastgeklemd op een zwaarstang.
Fig. 7 is een aanzicht van de stabilisator van Fig. 4, bevestigd aan een zwaarstang en aangebracht in een boorgat.
Fig. 8 is een dwarsdoorsnede volgens 8-8 van Fig. 7.
Fig. 9 is een gedeeltelijke doorsnede volgens 9-9 van Fig. 7 en 30 toont een vasthoudbout.
Fig.10 is een aanzicht in perspectief van een tweede uitvoeringsvorm van de stabilisator.
Fig. 11 toont de stabilisator van fig. 9, bevestigd aan een zwaarstang.
35 Fig. 12 is een doorsnede volgens 12-12 van fig. 11.
De boorinstallatie 10 volgens fig. 1 en 2 wordt gesteund op zee en is bestemd voor het boren van een aantal boorgaten 12. De ondereinden 14A, 14B van de boorgaten zijn gelegen in oliegebieden of olielagen A resp. B, waarvan de diepte varieert. Dienovereenkomstig kan ook de diepte van de onder-40 einden van de boorgaten variëren.
8006083 V ' f ' , - 7 -
Een der boorgaten 12' is een verticaal boorgat, terwijl de andere boorgaten onder een hoek met de verticaal verlopen. De plaatsen van de ondereinden van de boorgaten liggen volgens een roosterpatroon en kunnen 2 een gebied bestrijken van ongeveer 10 km , d.w.z. een vierkant met een 5 zijde van 3 km. Voor het richten van het ondereinde van het boorgat naar de verschillende punten, moet de hoek van elk boorgat verschillen en wordt bestuurd door de toepassing van stabilisators. Opgeroerkt wordt dat de waterdiepte ongeveer 60 tot 100 m of meer kan bedragen, terwijl de diepte van de laag B 4250 m of meer kan zijn.
10 De in Fig. 3 weergegeven boorkolom bestaat uit met elkaar verbonden zwaarstangen 20 en een boorbeitel 22 aan het ondereinde.
Elk van de zwaarstangen kan een lengte hebben van bijvoorbeeld 10 m, een; buitendiameter van ongeveer 20 cm. en een binnendiameter van ongeveer 5 cm, terwijl het gewicht ongeveer 2500 kilo kan zijn. Daar de diepte 15 van het boorgat 4250 m of meer kan bedragen wordt het gewicht van de zwaar-stangan aan het bovenste deel daarvan gedragen daar anders de boorkolom zou samenklappen. Door het gewicht van de zwaarstangen draagt de boorbeitel een bepaald gewicht. Alle zwaarstangen, op een klein deel daarvan, worden op trek belast. Een aantal zwaarstangdelen, bijvoorbeeld 20 stuks, worden 20 gesteund door de boorbeitel en ceven het noodzakelijke gewicht voor het boren. Een neutraal punt 24 geeft de plaats aan waar de trekspanning eindigt. Onder het neutrale punt zijn de zwaarstangen op druk belast.
De hoek waaronder een boorgat wordt geboord, wordt gedeeltelijk bepaald door het gewicht van de zwaarstangen, die de boorkolom doen 25 doorbuigen. De hoek wordt verder bepaald door de plaatsen van de stabilisators 26 op de zwaarstangen. Wanneer da stabilisators dichterbij elkaar worden geplaatst langs het samenstel van de zwaarstangen, neemt de buiging _ van de zwaarstangen toe en wordt een grotere hoek bereikt waaronder wordt ge geboord. Volgens de uitvinding kunnen de stabilisators op elk punt van de 30 zwaarstangen worden aangebracht, zodat zeer nauwkeurige hoeken kunnen worden bereikt bij het boren.
Fig. 4 toont de wijze waarop de stabilisators de buiging bepalen van de zwaarstangen en dus de richting van het boorgat. Met een afstand Ll tussen de stabilisators hebben de zwaarstangen een grote doorbuiging en 35 verkrijgt men dus een grote boorhoek. Bij een grotere afstand van de stabilisators, bijvoorbeeld L2, treedt een kleinere buiging op en daardoor een kleinere boorhoek. De afstand tussen de stabilisators kan ook zodanig worden gevarieerd, dat de grootte van de boorgathoek kan worden * gewijzigd. Dit is bijvoorbeeld gewenst wanneer bepaald wordt dat het 40 boorgat de beoogde plaats van het ondereinde zal missen, hetgeen wordt 8006083
* » I
t - 8 - waargenomen door magnetische instrumenten.
Fig. 5 toont een stabilisator 26 uit een stuk met een schroeflijnvormige sleuf of spleet 28, verlopend over de gehele lengte van de stabilisator. De stabilisator 26 heeft een axiale opening 30 met 5 een binnendiameter die voldoende groot is om de stabilisator te kunnen schuiven over een zwaarstang 20. Een aantal op onderlinge afstand liggende schroeflijnvormige schoepen 32 zijn aangebracht en bestemd om aan te liggen tegen het boorgat (fig. 7, 8). De afstanden of groeven tussen de schoepen laten de doorgang toe van boorvloeistof tussen het oppervlak 10 van het boorgat en het oppervlak 33 van het lichaam tussen de schoepen.
De schoepen hebben zijdelen 34 en een buitenste of omtreksdeel 35.
De omtreksdelen 35 van de schoepen liggen aan tegen het binnenvlak van het boorgat (fig. 7) en stabiliseren daardoor de zwaarstang. Bovendien kunnen de schoepen werken als ruimers voor het openen vein het boorgat 15 of dit open te houden. Daar de schoepen zijn blootgesteld aan slijtage, kunnen harde deeltjes 36 in de omtrek daarvan zijn ingebed, bijvoorbeeld bestaande uit wolframcarbide, stukjes wolfram, stelliet-materiaal enz.
De schoepen liggen op gelijke afstanden over de omtrek van de stabilisator, behalve twee schoepen 32A en 32B, die naast elkaar liggen. 20 De schoepen 32A en 32B zijn elk voorzien van een aantal gaten 37, waarvan tegenover^elkaar liggende paren op een lijn liggen. Inbusbouten of schroeven 38 en bijbehorende moeren 40 (fig. 6 en 8-9) worden gebruikt voor het vastzetten van de stabilisator op de zwaarstang. Wanneer een inbusbout wordt geschroefd in een moer, wordt de van de sleuf voorziene stabilisator 25 vastgeklemd op de zwaarstang 20 doordat de eindschoepen 32A en 32B naar elkaar toe worden getrokken.
* De stabilisator volgens fig. 5 heeft schoepen 32 die elkaar in de langsrichting overlappen, zodat, wanneer de stabilisator zich in het boorgat bevindt, dit in elke langsrichting in aanraking is met een aantal 30 schoepen. In het bijzonder is het punt 44A in aanraking met een schoep 32 en het axiaal op een afstand daarvan liggende punt 44B in aanraking met de eindschoep 32A.
Zoals blijkt uit fig. 9 is een veerring 50 aangebracht in een verwijd boringdael 52 van de opening 37 en de moer 40 voorzien van een 35 uitwendige spievertanding van zodanige afmetingen, dat een vaste passing ontstaat met het verwijde boringdeel 54 van de opening 37 in de schoep 32. Bij het aandraaien van de bout 38 in de moer 40 dringen de spietanden van de moer in de wand van de opening en komt de moer vast te zitten door de vaste passing in da verwijde boring 54. Als gevolg hiervan worden bij 40 breuk van een bout 38 de beide helften daarvan vastgehouden in de 8006083 i - 9 - openingen en komen zij niet los van de stabilisator 26. De bouten 38 maken het mogelijk een zeer grote, zeer gelijkmatig verdeelde klenkracht uit te oefenen door de stabilisator op het buitenvlak van een zwaarstang. Verder kunnen de bouten gemakkelijk worden aangebracht met gebruikelijk 5 handgereeds chap.
Bij de uitvoeringsvorm bolgens fig. 10-12 heeft de stabilisator 60 een axiale rechtlijnig verlopende sleuf of spleet 62. Deze stabilisator heeft op onderlinge afstand liggende rechte schoepen 64, die ook axiaal verlopen ten opzichte van de opening 60 in de stabilisator.
10 De stabilisatorschoepen liggen op onderlinge afstand, zodat de boorvloeistof er tussendoor kan bewegen. De stabilisator 60 wordt vastgezet op een zwaarstang 20 op de zelfde wijze als is beschreven voor de stabilisator 26, namelijk met bouten 38 en moeren 40. De stabilisator 60 kan zijn voorzien van een axiale gleuf 66 in de zijkanten van de schoepen 64A, 64B, aan de 15 van-de sleuf 62 afgekeerde zijde daarvan.
De gebruikelijke zwaarstangen hebben bijvoorbeeld een buiten-diameter van ongeveer 20 cm. Bij voorkeur hebben de stabilisators zodanige afmetingen, dat zij passen op deze zwaarstangen. De zwaarstangen kunnen echter na een gebruiksperiode een buitendiameter hebben van ongeveer 20. 19,72 cm of 19,4 cm ten gevolge van slijtage. Om de zelfde stabilisator op deze zwaarstang met kleinere diameter te kunnen monteren kan een vulbus 68 (fig,12) worden gebruikt. De vulbus is cylindrisch en heeft een axiale sleuf of spleet 70. Voor een zwaarstang van 19,4 cm kan de dikte van de vulbus bijvoorbeeld ongeveer 3,175 mm zijn, terwijl de 25 spleet 70 een breedte kan hebben van 12,5 mm. De vulbus 68 wordt eerst geplaatst rond de zwaarstang 20 en daarna wordt de stabilisator om de vulbus geplaatst. Bij het aantrekken van de bouten 38 klemt de stabilisator de vulbus direct tegen het buitenvlak van de zwaarstang.
De radiale spleet tussen de stabilisator en de zwaarstang voor-30 dat de stabilisator wordt aangetrokken, bedraagt ongeveer 12,5 mm bij een zwaarstang met een buitendiameter van 20 cm, en ongeveer 3,175 mm bij een tot ongeveer 19,72 cm afgesleten zwaarstang.
De stabilisator volgens fig. 5 tot 8 heeft elkaar overlappende schroeflijnvormige schoepen 32, d.w.z. dat een lijn in de lengte van de 35 stabilisator ten minste twee verschillende schoepen snijdt.
Ook kunnen de stabilisatorschoepen schroeflijnvormig verlopen en elkaar niet overlappen. Door het overlappen heeft men een continue aanraking tussen de schoepen en het binnenvlak van het boorgat. Wanneer er geen overlapping is of wanneer rechte schoepen worden gebruikt, kunnen de schoepen de wanden 40 van het boorgat willekeurig snijden.
8006083 - 10 -
Teneinde magnetische bewaking van het boorgat mogelijk te maken, kunnen de zwaarstangen worden vervaardigd van een niet-magnetisch materiaal, zoals roestvrij staal, Monel-materiaal, enz. De stabilisator volgens de uitvinding geeft het extra voordeel, dat deze ook van niet-magnetisch' 5 materiaal kan worden vervaardigd. De stabilisator werkt even goed met magnetisch als met niet-magnetisch materiaal, daar door de klemming volgens de uitvinding de stabilisator kan worden vastgezet zonder dat vreten en daardoor corrosie optreden.
De stabilisator volgens de uitvinding kan gemakkelijk worden 10 vastgezet op een zwaarstang, op elk willekeurig axiaal punt daarvan. Ook laat de stabilisator niet los van de zwaarstang; ook niet wanneer alle bouten zouden breken, daar de stabilisator uit een stuk bestaat en in hoofdzaak buisvormig is en de zuigstang omgeeft. Bovendien worden de bouten en moeren, die de stabilisator vastklemmen aan de zwaarstang, 15 belet in het boorgat te vallen wanneer zij breken of los zouden raken.
--- ++ +++ ++ --- 8006033
Claims (21)
1. Stabilisator voor een langwerpig buisvormig samenstel voor het roterend aandrijven van een boorbeitel in een boorgat, gekenmerkt door a) een hol cylindrisch lichaam van hard materiaal, voorzien van een wandgedeelte met een centrale doorgaande opening over de 5 gehele lengte ervan, die ongeveer overeenkomt met de dwarse buitenafmetingen van het langwerpige samenstel en ingericht voor het opnenen van een stuk van dit samenstel, waarbij het wandgedeelte een zodanige dikte heeft, dat het buigbaar is; b) door organen van stijf materiaal, aangebracht op het buitendeel van 10 het holle cylindrische lichaam, over vrijwel de gehele lengte daarvan, bestemd om aan te liggen tegen het binnenvlak van het boorgat voor het stabiliseren van het langwerpige buisvormige samenstel in het boorgat bij de roterende aandrijving van de boorbeitel, waarbij een sleuf verloopt over de lengte van het holle cylindrische lichaam binnen de lengte van de 15 aanlig^organen, welke sleuf de opening in het holle cylindrische lichaam snijdt; en 5. door organen, bestemd voor aangrijping van de legerorganen van stijf materiaal,grenzend aan een zijde van de sleuf en verlopend over de sleuf voor ingrijping met de legerorganen grenzend aan de andere zijde van da sleuf, 20 voor het wijzigen van de grootte van de opening, voor het aantrekken van het buigbare holle cylindrische lichaam tot klemmends aanraking met het buitenvlak van het langwerpige buisvormige samenstel, door welke klemming de stabilisator vast kan worden geplaatst langs de lengte van het samenstel, zodanig, dat de stabilisator koppels en lineaire krachten kan weerstaan, 25 die worden uitgeoefend op de stabilisator ten gevolge van de aanraking van de legerorganen met het binnenvlak van het boorgat.
2. Stabilisator volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het holle cylindrische lichaam een vrij kleine wanddikte heeft vergeleken met de dwarse buitenafmetingen van het holle cylindrische lichaam, waarbij 30 door deze kleine wanddikte het harde materiaal kan worden gebogen door de organen die het holle cylindrische lichaam aangrijpen voor het vastklemmen van de stabilisator langs de lengte van het buisvormige samenstel.
3. Stabilisator volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het harde materiaal van het holle, cylindrische lichaam metaal is.
4. Stabilisator volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de sleuf in hoofdzaak evenwijdig loopt aan de langshartlijn van het holle, cylindrische lichaam.
5. Stabilisator volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de sleuf in hoofdzaak onder een hoek loopt met de langshartlijn van het 8006083 - 12 - holle, cylindrische lichaam.
6. Stabilisator volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de sleuf in hoofdzaak de vorm heeft van een schroeflijn.
7. Stabilisator volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de 5 legerorganen van stijf materiaal, aangebracht op het buitendeel van het holle, cylindrische lichaam, bestaan uit een aantal langwerpige schoepen, op onderlinge afstand aangebracht en verlopend in hoofdzaak in de richting van de langshartlijn van het holle, cylindrische lichaam, waarvan elke schoep een naar buiten gekeerd vlak heeft, bestemd om aan 10 te liggen tegen het binnenvlak van het boorgat en een groef vormt met de aangrenzende schoep, welke groef een stroombaan verschaft voor boorvloeistof tussen het buitendeel van het holle, cylindrische lichaam en het binnenvlak van het boorgat.
8. Stabilisator volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat het 15 oppervlak van het einde van elke schoep slijtbestendig materiaal bevat.
9. Stabilisator volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de lengte van elke schoep in hoofdzaak evenwijdig loopt aan de langshartlijn van het holle, cylindrische lichaam.
10. Stabilisator volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de 20 lengte van elke -schoep onder een hoek verloopt met de langshartlijn van het holle, cylindrische lichaam.
11. Stabilisator volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de lengte van elke schoep in hoofdzaak verloopt in de vorm van een schroeflijn.
12. Stabilisator volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de 25 organen die bestemd zijn om het holle, cylindrische lichaam aan te grijpen^ bestaan uit een aantal schroefbouten, een aantal bijbehorende moeren en een aantal paren op een lijn liggende gaten, aangebracht in de ene schoep, die bestemd zijn voor het opnemen van de bouten en de moeren.
13. Stabilisator volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de 30 bouten inbuskoppen hebben.
14. Stabilisator volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de openingen voor de bouten verwijde boringdelen hebben en de moer en de kop van de bout elk in een verwijde boring worden geplaatst.
15. Stabilisator volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de 35 moer en de verwijde boring daarvoor onderling een vaste passing hebben, zodat bij het aandraaien van de bout de moer met kracht wordt getrokken in de verwijde opening naar binnen en daarin wordt vastgehouden, onafhankelijk van de bout.
16. Stabilisator volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat een 40 buigzaam tegenhoudsjorgaan is aangebracht in de verwijde boring nabij de 8006083 % < * * , i t * * 1 * [ - 13 - houtkop, welk tegenhoudorgaan verend in aanraking is net de wand van de verwijde boring, zodanig dat de bout wordt belet axiaal de opening te verlaten.
17. Stabilisator volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het 5 holle cylindrische lichaam en de legerorganen van stijf materiaal bestaan uit niet-magnetisch materiaal.
18. Stabilisator volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat het holle cylindrische lichaam en de legerorganen van stijf materiaal zijn vervaardigd van roestvrij staal.
19. Stabilisator volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat het holle cylindrische lichaam en de legerorganen van stijf materiaal zijn vervaardigd van Monel-materiaal.
20. Stabilisator volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de verwijde boringen zijn gevormd door een gleuf, die langs de openingen 15 verloopt.
21, Stabilisator volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de sleuf van het holle, cylindrische lichaam open is en de buitenzijde van de stabilisator snijdt. 20 1006033
Priority Applications (7)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US06/056,975 US4275935A (en) | 1979-07-17 | 1979-07-17 | Drilling stabilizer |
| CA342,432A CA1128927A (en) | 1979-07-17 | 1979-12-20 | Drilling stabilizer |
| GB8035161A GB2061358B (en) | 1979-07-17 | 1980-10-31 | Drilling stabilizer |
| AU64046/80A AU539521B2 (en) | 1979-07-17 | 1980-11-03 | Drilling stabilizer |
| DE19803041623 DE3041623A1 (de) | 1979-07-17 | 1980-11-05 | Stabilisator fuer bohrstraenge |
| NLAANVRAGE8006083,A NL189370C (nl) | 1979-07-17 | 1980-11-06 | Stabilisator voor een zwaarstang. |
| FR8023858A FR2493908B1 (fr) | 1979-07-17 | 1980-11-07 | Stabilisateur pour ensemble tubulaire allonge pour entrainer en rotation un trepan dans un sondage |
Applications Claiming Priority (12)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US5697579 | 1979-07-17 | ||
| US06/056,975 US4275935A (en) | 1979-07-17 | 1979-07-17 | Drilling stabilizer |
| GB8035161A GB2061358B (en) | 1979-07-17 | 1980-10-31 | Drilling stabilizer |
| GB8035161 | 1980-10-31 | ||
| AU64046/80A AU539521B2 (en) | 1979-07-17 | 1980-11-03 | Drilling stabilizer |
| AU6404680 | 1980-11-03 | ||
| DE3041623 | 1980-11-05 | ||
| DE19803041623 DE3041623A1 (de) | 1979-07-17 | 1980-11-05 | Stabilisator fuer bohrstraenge |
| NLAANVRAGE8006083,A NL189370C (nl) | 1979-07-17 | 1980-11-06 | Stabilisator voor een zwaarstang. |
| NL8006083 | 1980-11-06 | ||
| FR8023858 | 1980-11-07 | ||
| FR8023858A FR2493908B1 (fr) | 1979-07-17 | 1980-11-07 | Stabilisateur pour ensemble tubulaire allonge pour entrainer en rotation un trepan dans un sondage |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8006083A true NL8006083A (nl) | 1982-06-01 |
| NL189370B NL189370B (nl) | 1992-10-16 |
| NL189370C NL189370C (nl) | 1993-03-16 |
Family
ID=27542800
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NLAANVRAGE8006083,A NL189370C (nl) | 1979-07-17 | 1980-11-06 | Stabilisator voor een zwaarstang. |
Country Status (7)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4275935A (nl) |
| AU (1) | AU539521B2 (nl) |
| CA (1) | CA1128927A (nl) |
| DE (1) | DE3041623A1 (nl) |
| FR (1) | FR2493908B1 (nl) |
| GB (1) | GB2061358B (nl) |
| NL (1) | NL189370C (nl) |
Families Citing this family (45)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4766663A (en) * | 1985-08-16 | 1988-08-30 | Milam Jack J | Method of attaching member to a tubular string |
| US4658896A (en) * | 1985-08-16 | 1987-04-21 | Milam Jack J | Apparatus for a tubular string and method of attaching the same thereto |
| US4664206A (en) * | 1985-09-23 | 1987-05-12 | Gulf Canada Corporation | Stabilizer for drillstems |
| USRE33751E (en) * | 1985-10-11 | 1991-11-26 | Smith International, Inc. | System and method for controlled directional drilling |
| US5095981A (en) * | 1986-10-30 | 1992-03-17 | Mikolajczyk Raymond F | Casing centralizer |
| GB8629308D0 (en) * | 1986-12-08 | 1987-01-14 | Swietlik G | Clamping device |
| US5363931A (en) * | 1993-07-07 | 1994-11-15 | Schlumberger Technology Corporation | Drilling stabilizer |
| US5631563A (en) * | 1994-12-20 | 1997-05-20 | Schlumbreger Technology Corporation | Resistivity antenna shield, wear band and stabilizer assembly for measuring-while-drilling tool |
| GB2299598B (en) * | 1995-04-07 | 1999-03-17 | Weatherford Lamb | Apparatus for use in a wellbore |
| GB9609706D0 (en) * | 1996-05-09 | 1996-07-10 | Red Baron Oil Tools Rental | Washpipe stabiliser |
| GB2314358B (en) * | 1996-06-18 | 2000-10-11 | George Swietlik | Cutting bed impeller |
| GB2316422A (en) * | 1996-08-24 | 1998-02-25 | Weatherford Lamb | Centralizer |
| US6227297B1 (en) | 1998-09-11 | 2001-05-08 | Jack J. Milam | Tube cleaning article and apparatus and method for use with a tube in a well |
| US6935423B2 (en) * | 2000-05-02 | 2005-08-30 | Halliburton Energy Services, Inc. | Borehole retention device |
| AU2001274288A1 (en) * | 2000-06-21 | 2002-01-02 | Derek Frederick Herrera | Centraliser |
| FR2843164B1 (fr) | 2002-07-31 | 2005-04-22 | Schlumberger Services Petrol | Stabiliseur pour une tige notamment de train de tiges de forage. |
| CN1318726C (zh) * | 2005-02-01 | 2007-05-30 | 西南石油学院 | 一种气体钻水平井用的钻具扶正器 |
| US8950484B2 (en) * | 2005-07-05 | 2015-02-10 | Halliburton Energy Services, Inc. | Formation tester tool assembly and method of use |
| CA2682630A1 (en) * | 2009-10-14 | 2011-04-14 | Norman Prokopchuk | Drill pipe with threaded extensions |
| US9010418B2 (en) * | 2011-10-25 | 2015-04-21 | Tenaris Connections Limited | Sucker rod guide |
| USD665825S1 (en) * | 2011-10-28 | 2012-08-21 | Top-Co Cementing Products Inc. | Casing centralizer |
| USD674817S1 (en) | 2011-10-28 | 2013-01-22 | Top-Co Cementing Products Inc. | Casing centralizer |
| USD663750S1 (en) * | 2011-10-28 | 2012-07-17 | Top-Co Cementing Products Inc. | Casing centralizer |
| USD674818S1 (en) | 2011-10-28 | 2013-01-22 | Top-Co Cementing Products Inc. | Casing centralizer |
| USD664568S1 (en) * | 2011-10-28 | 2012-07-31 | Top-Co Cementing Products, Inc. | Casing centralizer |
| USD665824S1 (en) * | 2011-10-28 | 2012-08-21 | Top-Co Cementing Products Inc. | Casing centralizer |
| USD676464S1 (en) * | 2012-04-04 | 2013-02-19 | Mitchel D. Hansen | Casing centralizer having straight blades |
| USD849800S1 (en) | 2012-04-04 | 2019-05-28 | Summit Energy Services, Inc. | Casing centralizer having spiral blades |
| GB201208286D0 (en) | 2012-05-11 | 2012-06-20 | Tercel Ip Ltd | A downhole reaming assembly, tool and method |
| FR2997439B1 (fr) | 2012-10-30 | 2015-04-03 | Vam Drilling France | Dispositif stabilisateur pour garniture de fond de puits |
| US9328603B2 (en) | 2013-11-12 | 2016-05-03 | Hunting Energy Services, Inc. | Method and apparatus for protecting downhole components from shock and vibration |
| US10337266B2 (en) | 2014-12-16 | 2019-07-02 | Ernest Newton Sumrall | Borehole conditioning tools |
| US11391091B2 (en) | 2016-08-17 | 2022-07-19 | Halliburton Energy Services, Inc. | Modular reaming device |
| WO2019195411A1 (en) * | 2018-04-03 | 2019-10-10 | Unique Machine, Llc | Improved oil well casing centralizing standoff connector and adaptor |
| AU201812056S (en) * | 2018-04-09 | 2018-05-01 | Cobalt Extreme Pty Ltd | A rod coupler |
| US11603715B2 (en) | 2018-08-02 | 2023-03-14 | Xr Reserve Llc | Sucker rod couplings and tool joints with polycrystalline diamond elements |
| EP3966462A4 (en) | 2019-05-08 | 2023-11-15 | XR Downhole, LLC | POLYCRYSTALLINE DIAMOND BEARINGS FOR ROTATING MACHINES WITH COMPLEXITY |
| WO2020234635A1 (en) * | 2019-05-21 | 2020-11-26 | Hogan Gordon Robert | Integrated drilling and reaming tool |
| PL3751092T3 (pl) * | 2019-06-14 | 2022-10-31 | Sandvik Mining And Construction Tools Ab | Łącznik prowadzący |
| USD954754S1 (en) * | 2020-02-28 | 2022-06-14 | Cobalt Extreme Pty Ltd | Rod coupler |
| US12228177B2 (en) | 2020-05-29 | 2025-02-18 | Pi Tech Innovations Llc | Driveline with double conical bearing joints having polycrystalline diamond power transmission surfaces |
| US11614126B2 (en) | 2020-05-29 | 2023-03-28 | Pi Tech Innovations Llc | Joints with diamond bearing surfaces |
| WO2022099186A1 (en) | 2020-11-09 | 2022-05-12 | Gregory Prevost | Diamond surface bearings for sliding engagement with metal surfaces |
| CN116390698A (zh) | 2020-11-09 | 2023-07-04 | 圆周率科技创新有限公司 | 用于与金属表面滑动接合的连续金刚石表面轴承 |
| WO2023201255A1 (en) | 2022-04-13 | 2023-10-19 | Pi Tech Innovations Llc | Polycrystalline diamond-on-metal bearings for use in low temperature and cryogenic conditions |
Family Cites Families (20)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2813697A (en) * | 1953-06-15 | 1957-11-19 | Security Engineering Division | Stabilizer for drill collars and drill pipes |
| US3164216A (en) * | 1963-03-27 | 1965-01-05 | Trojan Inc | Drill pipe protector |
| US3292708A (en) * | 1963-07-29 | 1966-12-20 | Louis C Mundt | Tubing centralizer |
| US3276824A (en) * | 1963-09-13 | 1966-10-04 | Grant Oil Tool Company | Drill string stabilizer |
| US3370894A (en) * | 1965-07-06 | 1968-02-27 | Central Res Inc | Rod guide |
| US3397017A (en) * | 1966-02-21 | 1968-08-13 | Byron Jackson Inc | Non-rotating drill pipe protector |
| US3410613A (en) * | 1966-05-25 | 1968-11-12 | Byron Jackson Inc | Non-rotating single-collar drill pipe protector |
| US3420323A (en) * | 1967-02-23 | 1969-01-07 | Land & Marine Rental Co | Drill stabilizer tool |
| US3560060A (en) * | 1968-12-18 | 1971-02-02 | Nate Morris | Rod guide and centralizer |
| US3528499A (en) * | 1969-03-25 | 1970-09-15 | Charles H Collett | Plastic floating drill pipe and sucker rod protector |
| GB1372181A (en) | 1970-07-10 | 1974-10-30 | Groom W J | Oil drilling tools |
| US3894780A (en) * | 1972-06-19 | 1975-07-15 | Dallas N Broussard | Drill pipe protector having tapered latch |
| JPS5248921B2 (nl) * | 1973-03-08 | 1977-12-13 | ||
| US3894779A (en) * | 1973-09-13 | 1975-07-15 | Hydril Co | Pipe protector with perforated metal sheet insert |
| US3938853A (en) * | 1974-05-01 | 1976-02-17 | Christensen Diamond Products Company | Shrink-fit sleeve apparatus for drill strings |
| US3916998A (en) * | 1974-11-05 | 1975-11-04 | Jr Samuel L Bass | Drilling stabilizer and method |
| US3933203A (en) * | 1975-03-27 | 1976-01-20 | Evans Orde R | Centralizer for production string including support means for control lines |
| US4036539A (en) * | 1975-05-09 | 1977-07-19 | Saunders Leonard R | Drill string system |
| US3999811A (en) * | 1975-08-25 | 1976-12-28 | Bryon Jackson, Inc. | Drill pipe protector |
| US4011918A (en) * | 1976-01-21 | 1977-03-15 | Christensen, Inc. | Stabilizer for drill strings |
-
1979
- 1979-07-17 US US06/056,975 patent/US4275935A/en not_active Expired - Lifetime
- 1979-12-20 CA CA342,432A patent/CA1128927A/en not_active Expired
-
1980
- 1980-10-31 GB GB8035161A patent/GB2061358B/en not_active Expired
- 1980-11-03 AU AU64046/80A patent/AU539521B2/en not_active Ceased
- 1980-11-05 DE DE19803041623 patent/DE3041623A1/de not_active Withdrawn
- 1980-11-06 NL NLAANVRAGE8006083,A patent/NL189370C/nl not_active IP Right Cessation
- 1980-11-07 FR FR8023858A patent/FR2493908B1/fr not_active Expired
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| US4275935A (en) | 1981-06-30 |
| NL189370C (nl) | 1993-03-16 |
| GB2061358B (en) | 1984-09-19 |
| DE3041623A1 (de) | 1982-06-09 |
| AU539521B2 (en) | 1984-10-04 |
| CA1128927A (en) | 1982-08-03 |
| GB2061358A (en) | 1981-05-13 |
| AU6404680A (en) | 1982-05-13 |
| FR2493908B1 (fr) | 1985-09-13 |
| FR2493908A1 (fr) | 1982-05-14 |
| NL189370B (nl) | 1992-10-16 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8006083A (nl) | Stabilisator voor een boorkolom. | |
| US12331598B2 (en) | Wireline standoff | |
| US6547017B1 (en) | Rotary drill bit compensating for changes in hardness of geological formations | |
| US8061453B2 (en) | Drill bit with asymmetric gage pad configuration | |
| US5806615A (en) | Apparatus for use in a wellbore | |
| US3419094A (en) | Drill string stabilizer | |
| US4907661A (en) | Drill pipe tubing and casing protectors | |
| US9085941B2 (en) | Downhole tool piston assembly | |
| CN110637143B (zh) | 转向系统和方法 | |
| GB2546919B (en) | Active waterway stabilizer | |
| EP3141688B1 (en) | Monolithic blade stabiliser tool for drill string | |
| US5697460A (en) | Drill pipe for directional drilling | |
| US2184108A (en) | Reamer | |
| CA2570538C (en) | Steerable drill bit arrangement | |
| AU719474B2 (en) | Stabiliser for borehole drilling apparatus | |
| JPS63598B2 (nl) | ||
| GB2482542A (en) | Wireline standoff with inserts | |
| BE886147A (fr) | Stabilisateur de forage. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| CNR | Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection) |
Free format text: REED TOOL COMPANY |
|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| V4 | Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent |
Free format text: 20001106 |