NL8004950A - Cyclinderslot mechanisme. - Google Patents
Cyclinderslot mechanisme. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8004950A NL8004950A NL8004950A NL8004950A NL8004950A NL 8004950 A NL8004950 A NL 8004950A NL 8004950 A NL8004950 A NL 8004950A NL 8004950 A NL8004950 A NL 8004950A NL 8004950 A NL8004950 A NL 8004950A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- key
- return
- cylinder
- pin
- lock
- Prior art date
Links
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 title claims description 13
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 claims description 11
- 238000003780 insertion Methods 0.000 claims description 10
- 230000037431 insertion Effects 0.000 claims description 10
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 claims description 2
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 11
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 3
- 238000003491 array Methods 0.000 description 1
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 description 1
- 230000000295 complement effect Effects 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 1
- 210000000056 organ Anatomy 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05B—LOCKS; ACCESSORIES THEREFOR; HANDCUFFS
- E05B21/00—Locks with lamelliform tumblers which are not set by the insertion of the key and in which the tumblers do not follow the movement of the bolt e.g. Chubb-locks
- E05B21/06—Cylinder locks, e.g. protector locks
- E05B21/066—Cylinder locks, e.g. protector locks of the rotary-disc tumbler type
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T70/00—Locks
- Y10T70/70—Operating mechanism
- Y10T70/7441—Key
- Y10T70/7486—Single key
- Y10T70/7508—Tumbler type
- Y10T70/7559—Cylinder type
- Y10T70/7588—Rotary plug
- Y10T70/7627—Rotary or swinging tumblers
- Y10T70/7633—Transverse of plug
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T70/00—Locks
- Y10T70/70—Operating mechanism
- Y10T70/7441—Key
- Y10T70/778—Operating elements
- Y10T70/7791—Keys
- Y10T70/7842—Single shank or stem
Landscapes
- Lock And Its Accessories (AREA)
- Vehicle Body Suspensions (AREA)
- Chairs Characterized By Structure (AREA)
- Valve Device For Special Equipments (AREA)
- Refuge Islands, Traffic Blockers, Or Guard Fence (AREA)
Description
I 1»' ,<r * χ 80332 vA/mm v
Korte aanduiding: Cilinderslot mechanisme.
De uitvinding heeft betrekking op een door een sleutel bediend cilinderslot/ voorzien van een hol/ vaststaand/ cilinderhuis dat een draaibaar krachtoverbrengingselement omsluit en een sluitstift, voorzien van een stand waarin de 5 draaibeweging van het krachtoverbrengingselement ten opzichte van het cilinderhuis wordt vergrendeld/ voorts van een stel schijven die een aantal sluitschijven omvatten welke draaibaar zijn door middel van combinatie-oppervlakken aan een sleutel van het slot/ welke sluitschijven draaibaar zijn, 10 door de draaibeweging van de sleutel, vanuit een begin sleutelinsteekstand naar een vrijgeef stand, waarin het krachtoverbrengingselement wordt vrijgegeven vanuit zijn vergrendelde verbinding met het cilinderhuis.
Een algemeen bezwaar bij bekende schijfcilindersloten, 15 waarbij de sluitschijven door het draaien van de slotsleutel in een vrijgeefstand worden gedraaid is het feit, dat het slot maar in één draairichting bedienbaar is. Dit wordt veroorzaakt door het feit, dat de sluitschijven door het terugdraaien van de sleutel respectievelijk in hun beginstand 20 moeten worden teruggedraaid. Hierdoor dient de vorm van de sleutel zodanig te zijn, dat de sleutel als orgaan dienst " doet, dat het sluitmechanisme maar in één draairichting bedient. Er bestaan talloze voorstellen voor speciale constructies, waarmede een sleutel en slotmechanisme kan worden 25 verkregen dat in tegenovergestelde draairichtingen bedienbaar is met behulp van bijkomende bewegingen van de sleutel of door middel van bijkomende organen in het slot. Geen van deze bekende constructies is echter bevredigend gebleken, gewoonlijk als gevolg van het feit, dat de constructie te ingewikkeld 30 is, of dat de constructie elementen omvat die te snel slijten of waarvan de bedrijfszekerheid onvoldoende is.
8004950 - 2 -
Het doel van de uitvinding is het verschaffen van een schijfcilinderslot dat met behulp van dezelfde slotsleutel in onverschillig welke draairichting bedienbaar is, maar dat, indien noodzakelijk, gemakkelijk kan worden ingericht 5 om slechts in één draairichting bedienbaar te zijn, en waarvan de constructie niet ingewikkeld en bedrijfszeker is. Volgens de uitvinding is de slotsleutel uitgevoerd voor het rechtstreeks overdragen van een draaikracht op een aantal sluitschijven in slechts één richting vanuit de beginstand 10 naar de vrijgeefstand, en het terugbrengen van deze sluitschijven naar hun beginstand is ingericht om te worden uitgevoerd door middel van een afzonderlijke terugbrengstift, welke de draaikracht vanaf de sleutel ontvangt via een of meer organen die tezamen met de sleutel draaien. Hierdoor 15 vindt bij het slot volgens de uitvinding het terugbrengen van de sluitschijven op nieuwe wijze plaats. Het resultaat is, dat er in de sleutel slechts enkele axiaal korte delen voor de terugbrengoppervlakken noodzakelijk zijn. Deze delen kunnen bijvoorbeeld doelmatig worden aangebracht aan beide 20 einden van het gedeelte van de sleutel dat in ‘het slot wordt . __________ingestoken. Daardoor kan de sleutel worden voorzien van een aangrenzende reeks van combinatie-oppervlakken die óp de sluitschijven werken en deze in de tegenovergestelde draairichtingen in een vrijgeefstand draaien.
25 De vrijgeefcombinatie van het slot kan in de tegen overgestelde draairichtingen gelijk zijn, maar dit is bij een slot volgens de uitvinding geen noodzaak. Het is daarentegen aanbevelenswaardig, om voor een aantal sluitschijven in tegenovergestelde draairichtingen een verschillende draai-30 hoek te hebben, of dat de sleutel een andere combinatie heeft bij bediening in de richting volgens de wijzers van een uurwerk dan bij bediening in de richting tegengesteld aan de wijzers van een uurwerk.
Een bezwaar dat verbonden is met de bovenbeschreven 35 schijfcilindersloten is, dat de nulstand, dat wil zeggen de insteek-en uitneemstand van de sleutel, enigszins ongedefinieerd is, waardoor het voor de slotgebruiker moeilijk is om deze stand vast te stellen. Voor het elimineren van dit probleem kan het slot doelmatig worden voorzien van een gelei- 800495a s v * 4 - 3 - dingsoppervlak, dat zodanig is uitgevoerd/ dat zowel het insteken als het uitnemen van de sleutel slechts mogelijk is in een stand, die overeenkomt met de nul-of beginstand van de sluitschijven.
5 De uitvinding kan doelmatig worden toegepast bij een gebruikelijk cilinderslot dat van een draaibare binnencilinder is voorzien. Dit betekent, dat een hol cilinderorgaan is verbonden met het krachtoverbrengingselement van het slot, terwijl de sluitschijven aan de binnenzijde van het cilinder-10 orgaan zijn aangebracht. Bij een uitvoeringsvorm van deze soort kan de terugbrengstift zijn opgesteld voor beweging in een ruimte tussen de omtreksrand van de sluitschijven en het binnenoppervlak van het holle cilinderorgaan. Het is voordelig, om de twee terugbrengstiften aan te brengen voor 15 het positief geleiden van de teruggaande bewegingen van de sluitschijven, waarbij elke terugbrengstift zijn eigen teruggaande richting heeft. Daar de terugbrengstiften gemakkelijk kunnen worden aangebracht voor het geleiden van de sluitschijven wordt doelmatig de radiale geleiding van de sluitscijijven 20 verbeterd bij toepassing van twee terugbrengstiften. In de praktijk wordt dit bij voorkeur uitgevoerd, door het zodanig in hun basisstand opstellen van de terugbrengstiften tezamen met de grendelstift, dat de omtrek van het slotmechanisme in drie delen wordt verdeeld, welke tenminste in hoofdzaak 25 gelijke afmetingaihebben. Op deze wijze wordt een zeer gunstige geleiding voor de sluitschijven verkregen.
Voor het bereiken van een lichtere slotwerking en het tevens gemakkelijker maken van het vaststellen van de nul-stand van het bovenbeschreven slot, kunnen de terugbreng-30. stiften doelmatig onder invloed staan van veermiddelen, bij voorkeur in een radiaal buitenwaartse richting. Deze veermiddelen kunnen een U-vormig of een cirkelvormig veerelement zijn, dat tegelijkertijd kan zijn aangebracht voor het eveneens in radiaal buitenwaartse richting drukken van de grendel-35 stift. Op deze wijze wordt een nuttige veerbelasting van geschikte grootte verkregen. Een zeer gunstige belastingsverde-ling wordt bereikt, wanneer de terugbrengstiften aan beide einden daarvan doorveermiddelen worden belast. Anderzijds kunnen de terugbrengstift en doelmatig voortdurend positief 8004950 - 4 - worden geleid, zodat er voor dit doel geen veermiddel noodzakelijk is. In dit geval omvat het slot een afzonderlijke veer voor de grendelstift. Het is eveneens mogelijk om maar één terugbrengstift te bezitten, die door veermiddelen in radiaal 5 binnenwaartse richting wordt gedrukt. Ook in dit geval kan de terugbrengstift zijn uitgevoerd om zonder de veermiddelen op positieve wijze te worden geleid.
De uitvinding kan eveneens worden toegepast op een slot zonder binnencilinder, waardoor de sluitschijven, volgens op 10 zichzelf bekende wijze, rechtstreeks door het cilinderhuis worden geleid en de terugbrengstift wordt geleid door de sluitschijven en de hiertussen aangebrachte tussenschijven.
Door het voorzien van de sluitschijven en van de tussenschij-ven van geschikte geleidingskanten kan een constructie worden 15 verkregen, waarin deze kanten tezamen een gesloten kanaal vormen voor de beweging van de terugbrengstift. Ook kan er een uitvoeringsvorm van deze soort worden verkregen, waarbij twee terugbrengstiften door veermiddelen bij voorkeur in radiaal buitenwaartse richting worden gedrukt, terwijl de terugbreng-20 stiften verder zijn aangebracht voor het positief geleiden van de terugkeerbewegingen van de sluitschijven, elke terugbrengstift in zijn eigen terugbrengrichting. Ook in dit geval, kan de werking van de terugbrengstiften zijn ingericht om zonder enig veermiddel positief te worden geleid. Slechts één 25 terugbrengstift kan zijn uitgevoerd om eveneens te worden toegepast, vervolgens door veermiddelen bij voorkeur in radiaal buitenwaartse richting te worden gedrukt, of de werking van de terugbrengstift is ingericht om zonder enig veermiddel voortdurend positief te worden geleid.
30 Een zeer gunstige werking wordt over het algemeen verkregen indien de dwarsdoorsnede van de terugbrengstift in hoofdzaak cirkelvormig is.
Het slot volgens de uitvinding kan, indien noodzakelijk, gemakkelijk worden omgezet om in maar één draairichting bedien-35 baar te zijn. Dit kan worden bereikt door het blokkeren, bijvoorbeeld door middel van een afzonderlijk grendelorgaan of door geschikt gevormde geleidingskanten van het krachtover-brengingsorgaan, van het draaien van de terugbrengstift ten opzichte van het stel schijven in de ene werkingsrichting 8004950 * * - 5 - van h.et slot, waardoor de werking van het slot in deze wer-kingsrichting wordt voorkomen.
Een slot voor een cilinderslot volgens de uitvinding kan doelmatig zodanig worden gevormd, dat de basisvorm van 5 het gedeelte van de sleutel dat in het slot moet worden ingestoken een holle cilinder is met een axiale groef, waarbij van beide kanten van de groef delen van verschillende afmeting zijn verwijderd voor het verkrijgen van de combinatie-oppervlakken van de sleutel. Een dergelijke sleutel kan ge-10 makkelijk worden vervaardigd, en in het bijzonder de combina-tie-oppervlakken kunnen zonder moeilijkheden voor de tegenovergestelde werkingsrichtingen worden gevormd. Een andere' mogelijke uitvoeringsvorm is een sleutel, waarbij de basisvorm van het gedeelte van de sleutel dat in het slot moet 15 worden gestoken overeenkomt met een cilinder, waarvan een cilindersegment, bij voorkeur twee cilindersegmenten van verschillende afmeting, is respectievelijk zijn weggesne.den.
Deze uitvoeringsvorm is doelmatig, doordat de sleutel niet in een onjuiste stand in het slot kan worden gestoken. Een 20 derde uitvoeringsvorm is een sleutel, waarvan de basisvorm van het gedeelte van de sleutel dat in het slot moet worden gestoken, overeenkomt met een cilinder, zoals hierboven werd beschreven, maar waarbij van beide zijden van de cilinder delen zijn weggesneden, bijvoorbeeld cilindersegmenten van 25 gelijke afmeting. De daardoor verkregen baard van de sleutel kan doelmatig worden voorzien van vier reeksen van combinatie-oppervlakken, die symmetrisch zijn geplaatst ten opzichte van de lengte-as van de sleutel. Wanneer deze reeks van com-binatie-oppervlakken, welke diametraal ten opzichte van de 30 baard van de sleutel zijn geplaatst, gelijk zijn, kan de sleutel in twee verschillende standen in het slot worden gestoken, welke standen ten opzichte van elkaar kunnen worden verkregen door het om zijn lengte-as draaien van de sleutel over 180°. Als gevolg van deze constructie zijn er echter enige 35 · beperkingen aan de combinatie-opperviakparen welke dezelfde sluitschijven in tegenovergestelde richtingen draaien, maar deze beperkingen zullen in het onderstaande tot in bijzonderheden worden beschreven.
De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan 8004950 - 6 - de hand van de bijgaande tekening van enkele uitvoeringsvoor-beelden.
Fig. 1 toont een doorsnede-aanzicht van een uitvoeringsvorm van een schijfcilinderslot volgens de uitvinding.
Fig. 2-4 tonen schijven van het cilinderslot van fig.
1.
Fig. 5 toont een constructie voor de veerbelasting van de terugbrengstiften van de sluitschijven in de uitvoeringsvorm volgens fig. 1-4.
Fig. 6 toont een doorsnede-aanzicht van een tweede uitvoeringsvorm van een schijfcilinderslot volgens de uitvinding .
Fig. 7 toont de doorsnede 7-7 in fig. 6.
Fig. 8-10 tonen schijven van het cilinderslot volgens fig. 6 en 7.
Fig. 11 toont als axiale doorsnede een derde uitvoeringsvorm van een schijfcilinderslot volgens de uitvinding.
cis
Fig. 12 toont cloorsnede 12-12 in fig. 11.
Fig. 13 toont de doorsnede 13-13 in fig. 11.
Fig. 14-16 tonen schijven van het cilinderslot volgens fig. 11-13.
Fig. 17 toont een axiale doorsnede van een vierde uitvoeringsvorm van een schijfcilinderslot volgens de uitvinding.
Fig. 18 toont de doorsnede 18-18 van fig. 17.
Fig. 19-21 tonen schijven van het cilinderslot volgens fig. 17 en 18.
Fig. 22 toont een uitvoeringsvorm van een sleutel voor het cilinderslot volgens de uitvinding.
Fig. 23 toont de doorsnede 23-23 van fig. 22.
Fig. 24 toont de doorsnede 24-24 van fig. 22.
Fig. 25 toont een sleutelinsteekopening in het cilin-derhuis van het slot behorende bij de sleutel volgens fig. 22- 24.
Fig. 26 toont een tweede uitvoeringsvorm van een sleutel voor het cilinderslot volgens de uitvinding.
Fig. 27 toont de doorsnede 27-27 van fig. 26.
Fig. 28 toont de doorsnede 28-28 van fig. 26.
Fig. 29 toont een sleutelinsteekopening in het cilin- derhuis van het slot behorende bij de sleutel volgens fig. 26- 28.
8004950 -7-.
Fig. 30 toont een principe-aanzicht van een derde uitvoeringsvorm van een sleutel voor het cilinderslot volgens de uitvinding.
Fig. 31 toont een sleutel volgens de uitvoeringsvorm 5 van fig. 30.
Fig. 32-36 tonen alternatieve uitvoeringsvormen voor het inrichten van de uitvoeringsvorm van het cilinderslot volgens fig. 11-16 teneinde in maar een bedieningsrichting bedienbaar te zijn.
10 In de tekening geeft het verwijzingscijfer 1 een cilinderhuis aan, dat op de gebruikelijke wijze voor schijf-cilindersloten, met uitzondering van de uitvoeringsvormen weergegeven in fig. 11-21 en 32-26, een draaibare, holle, binnencilinder omsluit, welke een aantal sluitschijven 7 omvat 15 die draaibaar zijn met een sleutel van het slot. De omtrek van de sluitschijven 7 omvat de omtreksinkepingen 7 voor beide werkingsrichtingen van het slot, waarbij de plaats daarvan de openingscombinatie van het slot bepaalt. De sluitschijven omvatten een middenopening 11 voor de sleutel, waarvan de 20 kantoppervlakken dienst doen als aanslagvlakken 12 voor de combinatie-oppervlakken van de sleutel, wanneer de sluitschijven in een stand worden gedraaid waarin de binnencilinder 2 wordt vrijgegeven. Het draaien van de binnencilinder 2 ten opzichte van het cilinderhuis 1 wordt volgens op zichzelf 25 bekende wijze voorkomen, wanneer het slotmechanisme in de grendelstand is, bijvoorbeeld met een grendelstift 4 die gedeeltelijk is geplaatst in een axiale groef 3 in het binnen-oppervlak van het cilinderhuis 1, gedeeltelijk in een sleuf 10 die door de omtrek verloopt van de binnencilinder 2. Wan-30 neer met de slotsleutel de sluitschijven 7 in de vrijgeefstand worden gedraaid, vormen de omtreksinkepingen 9 van de afzonderlijke schijven tezamen een groef waarin de grendelstift 4 kan worden bewogen, waardoor de binnencilinder wordt vrijgegeven en het slot opent.
35 Het stel schijven dat binnen de binnencilinder 2 is geplaatst omvat, volgens op zichzelf bekende wijze eveneens een tussenschijf 6 tussen elke sluitschijf 7. Alle tussen-schijven zijn gelijk en omvatten een middenopening 15 voor de sleutel en een omtreksinkeping 13 voor de grendelstift 4, an n l o<ïn - 8 - evenals uitsteeksels 14 die in de sleuf 10 van de binnenciUnder zijn opgesteld/ tegen de zijoppervlakken daarvan en het draaien voorkomen van de tussenschijven ten opzichte van de binnencilinder 2. De constructie van het stel schijven is 5 weergegeven in fig. 7. Verder omvat het stel schijven tenminste één, en bij voorkeur twee sluitschijven 5(fig.8) die de grendelstiften bedienen, welke sluitschijven over het algemeen aan het einde van het stel schijven zijn geplaatst.
De sluitschijf die de.grendelstift bedient omvat omtreksin-10 kepingen 16 voor de grendelstift 4 aan beide zijden ten opzichte van een middenopening 8. De aanslagvlakken 17 in de middenopening zijn bestemd om, geleid door de combinatie-oppervlakken van de sleutel, zodanig te werken, dat de, de grendelstift bedienende sluitschijf steeds met de sleutel 15 meedraait.
In een gebruikelijk schijfcilinder slot dat maar in een draairichting bedienBaar is worden de sluitschijven, na het openen van het slot, naar hun aanvankelijke sluitstand rechtstreeks met de sleutel van het slot teruggebracht, 20 waarbij de sleutelbaard voor dit doel een zogenaamd terugbreng oppervlak heeft. Anderzijds kan in een schijfcilinder-slot dat in beide draairichtingen bedienbaar is de bovenbeschreven constructie niet worden gebruikt, daar de combinatie -oppervlakken van de sleutel aan beide zijden van de 25 sleutelbaard geplaatst (fig. 22-24' en fig. 26-28) , zodat er geen plaats over is voor een gebruikelijk terugbrengoppervlak dat de sluitschijven rechtstreeks in de aanvangsstand terugdraait. Hierdoor gebeurt het terugbrengen van de sluitschijven door middel van één of meer terugbrengstiften 18, die op de 30 sluitschijven werken en hun draaikracht ontvangen van de sleutel, via één of meer met de sleutel meedraaiende organen. Voor dit doel kunnen doelmatig de grendelstift bedienende sluitschijven 5 dienst doen. Om deze reden omvatten de boven-en/of de onderzijde van de sleutelbaard de terugbreng-35 oppervlakken 63 (fig. 8, 22, 26 en 31) die werken op de aanslagvlakken 17 van de, de grendelstift bedienende sluitschijven 5, welke aan één of beide einden van het stel schijven zijn geplaatst. De terugbrengoppervlakken 63 dwingen de sluitschijven die de grendelstift bedienen tot draaiing te- -· 8004950 - 9 - zamen met de sleutel, zoals hierboven werd beschreven. Wanneer het slotmechanisme in de sluit-of grendelstand wordt gebracht, is de sleutel daardoor, via de, de grendelstift bedienende sluitschijven 5 werkzaam op de terugbrengstiften 5 18, die de sluitschijven 7 in de grendelstand terugbrengen.
De in de figuren 1 tot 4 weergegeven uitvoeringsvorm omvat twee terugbrengstiften 18a en 18b, waarvoor de binnen-cilinder 2 de groeven 19a en 19b omvat, waarbij de tussenschij-ven 6 een brede omtreksinkeping 20 omvatten, terwijl de 10 sluitschijven 7 een brede omtreksinkeping 22 omvatten voorzien van de aanslagkanten 21a en 21b, terwijl de, de grendel-stift bedienende sluitschijf 5 is voorzien van smalle omtreks-inkepingen 25a en 25b die zijn voorzien van geleidingskanten 23a en 23b en aanslagkanten 24a en 24b.
15 De werking van het slot is in beide draairichtingen analoog. In het onderstaande zal aan de hand van fig. 1 de werking van het slot in de ene draairichting worden beschreven.
Wanneer de (niet in fig. 1 weergegeven)slotsleutel wordt gedraaid, draaien de tussenschijven 6 in het geheel 20 niet bij het begin van de draaibeweging. De sluitschijven 7 beginnen onafhankelijk van elkaar te draaien, wanneer het combinatie-oppervlak van de sleutel in aanraking komt met het respectieve aanslagvlak 12 van de sluitschijf 7. Anderzijds begint de, de grendelstift bedienende sluitschijf 5 onmiddel-25 lijk met de sleutel mee te- draaien indien de sleutel wordt gedraaid. Wanneer daardoor de sleutel bijvoorbeeld in de richting volgens de wijzers van een uurwerk wordt gedraaid, werkt de geleidingskant 23b van de, de grendelstift bedienende sluitschijf 5 op de terugbrengstift 10b en drukt deze 30 uit de groef 19b omhoog in een groef die gezamenlijk wordt gevormd door de omtreksinkeping 25b van de sluitschijf 5, de brede omtreksinkepingen 20 van de tussenschijven 6 en de brede omtreksinkepingen 22 van de sluitschijven 7, en brengt deze tot draaiing tezamen met de, grendelstift de sluit-35 schijf 5 tussen het stel schijven en de binnencilinder 2. Gedwongen door de afzonderlijke veerelementen 27 het slot, die bij voorkeur aan beide einden van het stel schijven zijn geplaatst en die de terugbrengstiften 18a en 18b evenals de grendelstift 4 radiaal buitenwaarts drukken, is de terugbreng-O Λ Λ /, 0 R Π - 10 - stift 18a reeds in de groef 19a van de binnencilinder 2 geplaatst. Indien het slot niet was voorzien van veerelementen 27 die de terugbrengstiften verend belasten, zou de aanslag-kant 24a van de, de grendelstift bedienende sluitschijf 5 5 werken op de terugbrengstift 18, welke tot in de groef 19a van de binnencilinder zou worden geleid, daar de aanslagkanten 26a in de tussenschijven 6 in deze fase nog in hun begin-stand zijn. Indien noodzakelijk zou de werking van de terugbrengstiften 18 voortdurend positief kunnen worden geleid 10 door slechts de omtreksinkepingen van de schijven op geschikte wijze zodanig te ontwerpen, dat de wrijving veroorzaakt door de bewegingen van de terugbrengstiften ten opzichte van het stel schijven minimaal wordt gehouden. Wanneer de sleutel verder wordt doorgedraaid bereikt de terugbrengstift 18b 15 de terugbrengstift 18a. Gelijktijdig echter vormt een van de omtreksinkepingen 16 van de, de grendelstift bedienende sluit- . schijf 5, tezamen met de andere omtreksinkepingen 9 van de sluitschijven 7 en de omtreksinpekingen 13 van de tussenschijven een groef waarin de grendelstift 4 kan bewegen, 20 waardoor, de binnencilinder 2 ten opzichte van het cilinder-huis wordt vrijgegeven. Hierdoor zijn zowel de binnencilinder ------------- 2, de grendelstift 4 en het stel schijven vrij om te worden gedraaid en deze draaibeweging wordt overgebracht in een mechanisme, bijvoorbeeld een deurslotmechanisme, dat door 25 middel van het betreffende cilinderslot wordt bediend.
Wanneer de sleutel wordt teruggedraaid werkt deze op de, de grendelstift bedienende sluitschijf 5, die via de grendelstift 4 de andere organen van het stel schijven draait tezamen met de cilinder 2 ten opzichte van het cilinder-30 huis 1. Na het uitvoeren van de vereiste, kracht overbrengende bewerkingen door middel van de binnencilinder 2 beweegt de grendelstift 4 tezamen met de, de grendelstift bedienende sluitschijf 5 en de binnencilinder 2 tot aan de plaats van de groef 3 van het cilinderhuis 1. Daarna wordt de grendelstift 35 4 teruggedrukt in de groef 3 van het cilinderhuis, bij voorkeur door middel van de veerelementen 27 die aan de beide einden zijn geplaatst van het stel schijven of eventueel door middel van een afzonderlijk veerelement voor de grendelstift (veer 45 in fig. 7), en, gelijktijdig, door gebruik- 8004950 - 11 - making van een geschikt gevormde kant 28 van de omtreksinkeping 16 van de, de grendelstift bedienende sluitschijf 5. Als gevolg hiervan belet de grendelstift 4 het draaien van de binnencilinder 2 ten opzichte van het cilinderhuis 1. Door 5 het verder draaien van de sleutel in dezelfde richting begint ♦ de aanslagkant 24 van de, de grendelstoft bedienende sluitschijf 5 de terugbrengstift 18b terug te drukken naar de groef 19b van de binnencilinder 2. Wanneer de terugbrengstift 18 wordt bewogen wordt gelijktijdig ingewerkt op de aanslagkant 10 21b van de sluitschijven 7, waardoor deze worden gedwongen tot draaiing in hun aanvankelijke, het slotmechanisme vergrendelende stand. Het veerelement 27 en, anderzijds, een uitsteeksel 29 in de, de sluitstift bedienende sluitschijf 5 voorkomen dat de andere terugbrengstift 18a tijdens deze draaibeweging 15 uit de groef 19a wegbeweegt.
Bezien vanuit het oogpunt van de bedrijfszekerheid van het slot is het een voordeel, dat de beide einden van het stel schijven zijn voorzien van een de grendelstift bedienende sluitschijf 5 en van een veerelement 27. Fig. 5 20 toont een wijze voor bevestiging van de veerelementen 27 aan de terugbrengstiften 18a en 18b, die gebaseerd is op de gaten 66 aan de einden van de terugbrengstiften. De omtreks-inkepingen 9 van de sluitschijven 7 behoeven niet symmetrisch te zijn geplaatst aan de beide zijden van de sluitschijf 25 maar zij kunnen aan verschillende delen in de omtrek van de sluitschijf zijn geplaatst, zoals in fig. 4 is weergegeven (zie ook fig. 21). Daardoor is de openingscombinatie van het slot verschillend bij werking in tegenovergestelde richtingen. Verder kan de omtrek van de sluitschijven, volgens op zich-30 zelf bekende wijze, worden voorzien van ondiepe, zogenaamde valse omtreksinkepingen 30 teneinde de veiligheid van het slot tegen ongeoorloofd openen te verbeteren.
Fig. 6-10 tonen een tweede uitvoeringsvorm van een schijfcilinderslot volgens de uitvinding, dat bedienbaar is 35 in beide draairichtingen en is voorzien van maar een terugbrengstift 18 voor de sluitschijven 7. Deze terugbrengstift 18 is voorzien van een veerelement 27 dat uit twee delen bestaat en dat de terugbrengstift radiaal binnenwaarts drukt. Deze uitvoeringsvorm vereist een afzonderlijke, veer 45 die de grendel-
Q n n £ QRH
- 12 - stift 4 radiaal buitenwaarts drukt. Zoals duidelijk is uit fig. 7, omvat de binnencilinder 2 een ruimte 33 en, aan het andere einde van het stel schijven ten opzichte van deze ruimte, * een afzonderlijk cilinderdeksel 32 voor de veerelementen 27.
5 Deze constructieve maatregelen kunnen eveneens worden toegepast bij de uitvoeringsvorm met een binnencilinder en twee terugbrengstiften. In dit geval is het in de eerste plaats de vraag van het geleiden van de veerelementen wanneer' zü zamen met het stel schijven draaien. Bij de uitvoeringsvorm met 10 maar een terugbrengstift kunnen de cirkelvormige schouders 34 en 35 een steun verschaffen die noodzakelijk is voor het voorspannen van de veerelementen 27. Zoals verder uit fig. 7 kan worden gezien, is de binnencilinder 2 binnen het cilinder-huis geblokkeerd door middel van een grendelring 31.
15 De basis- werkingsprincipes van het schijfcilinder- slot volgens fig. 6-10 komen overeen met die welke hierboven werden beschreven. Bij de beginstand is de terugbreng-stift 18 opgesloten, onderdruk van de veerelementen 27, in een van beide groeven die tezamen worden gevormd door de 20 omtreksinkepingen 25 (in fig. 6 de omtreksinkeping 25a) van de, de grendelstift bedienende sluitschijven.5, de brede omtreks inkepingen 20 van de tussenschijven 6 en de brede om-treksinkepingen 22 van de sluitschijven 7. Met betrekking tot de stand weergegeven in fig. 6, wanneer de sleutel van 25 het slot in de richting tegengesteld aan de wijzers van een uurwerk wordt gedraaid, beweegt de terugbrengstift 18 tezamen met de, de grendelstift bedienende sluitschijven 5 onderdruk van de geleidingskant 23a daarvan. De veerelementen 27 voorkomen dat de terugbrengstift 18 in de groef 19b beweegt.
30 In andere opzichten komt de werking van het slot overeen met die welke hierboven werd beschreven. Wanneer de sleutel wordt teruggedraaid, beginnen de aanslagkanten 24a van de, de grendelstift bedienende sluitschijven 5, na de beweging van de grendelstift 4 ter voorkoming van het draaien van de 35 binnencilinder 2 ten opzichte van het cilinderhuis 1, de terugbrengstift 18 naar zijn beginstand bij de plaats van de groef 19b te drukken. Gelijktijdig werkt de terugbrengstift 18 op de aanslagkant 21a van de sluitschijven 7, waardoor de sluitschijven in hun beginstand worden gedrukt.
8004950 - 13 -
Verder verwijzende naar de stand volgens fig. 6, wanneer de sleutel wordt gedraaid in de richtingen volgens de wijzers van een uurwerk, werken de aanslagkanten 24a van de, de grendelstift bedienende sluitschijven 5 op de terugbreng-5 stift 18. In deze stand kunnen anderzijds de tussenschijven 6 niet worden gedraaid, waardoor de aanslagkanten 26a daarvan voorkomen dat de terugbrengstift draait. Als gevolg daarvan drukken de aanslagkanten 24a van de, de grendelstift bedienende sluitschijven 5 de terugbrengstift 18 in de groef 10 19a van de binnencilinder 2, waarin de terugbrengstift 18 blijft als gevolg van het uitsteeksel 29 wanneer de, de grendelstift bedienende sluitschijven 5 worden gedraaid, totdat hij bij de stand van de omtreksinkepingen 25b van de, de grendelstift bedienende sluitschijven 5 in staat is, onder-15 druk van de veerelementen 27, uit de groef naar boven te komen. Daarna is de werking van het slot analoog aan die welke hierboven werd beschreven,met de uitzondering, dat de terugbrengstift 18 tenslotte beweegt, wanneer de sleutel wordt teruggedraaid, bij de stand van de groef 19b van de binnencilinder 20 2, dat wil zeggen, dat de terugbrengstift 18 in een andere stand wordt bewogen ten opzichte van het stel schijven.
Fig. 11-21 tonen uitvoeringsvormen, waarin de schijven in het stel schijven rechtstreeks worden geleid door het cilinderhuis 1. Bij de grendelstand van het grendelme-25 chanisme belet de grendelstift 4 rechtstreeks door middel van de tussenschijven 6 het draaien van het stel schijven ten opzichte van het cilinderhuis 1, zoals blijkt uit fig.
11, 12, 17 en 18. In andere opzichten zijn de plaatsvindende slotbewerkingen analoog aan die welke VDor de bovenbeschreven 30 uitvoeringsvormen werden beschreven. Bij de uitvoeringsvorm volgens fig. 11-16 worden de terugbrengstiften 18a en 18b geleid door middel van de geleidingsgroeven 50 van de, de grendelstift bedienended.uitschijven 5 en de geleidingsgroeven 52 van de tussenschijven 6. Deze geleidingsgroeven 35 zijn voorzien van de bodemgedeelten 51a en 51b respectievelijk 55a en 55b. Verder omvat de geleidingsgroef 52 van de tussenschijven 6 de heikanten 54a en 54b en een geleidings-kant 53. De sluitschijven 7 omvatten een sleuf 56 voor de terugbrengstiften met aanslagkanten 57a en 57b. In het onder- 8004950 - 14 - staande wordt de werking van de terugbrengstiften van het slot beschreven.
Wanneer het slotmechanisme in de grendelstand is zijn de terugbrengstiften 18a en 18b geplaatst in de bodemge-5 deelten 55a en 55b van de geleidingsgroef 52 van de tussen-schijven 6, welke bodemgedeelten een kanaal vormen in de axiale richting van het stel schijven. Wanneer de sleutel van het slot wordt gedraaid in bijvoorbeeld de richting volgens de wijzers van een uurwerk, draaien de, de grendelstift 10 bedienende sluitschijven tezamen met de sleutel, terwijl de tussenschijven 6, waarvan de omtreksinkepingen 13 tegen de grendelstift zijn geblokkeerd, in deze fase in hun aanvangs-stand blijven. De hefkant 54b van de geleidingsgroef 52 van de tussenschijven persen daarna de terugbrengstift 18b 15 in het bodemgedeelte 51b van de geleidingsgroef 50 van de, de grendelstift bedienende sluitschijven 5, waarin deze blijft als gevolg van de geleidingskant 53. De andere terugbrengstift 18a blijft voortdurend in het bodemgedeelte 55a van de geleidingsgroef 52 van de tussenschijven 6. Daarna is de 20 werking van het slot nagenoeg analoog aan die welke reeds werd beschreven aan de hand van fig. 1-4. Wanneer de sleutel wordt teruggedraaid, draait de terugbrengstift 18b de sluitschijven 7 door middel van de aanslagkanten 57b daarvan terug tot in hun aanvankelijke grendelstand, waarbij de terug-25 brengstift 18b tegelijkertijd wordt teruggeleid in het kanaal dat gezamenlijk wordt gevormd door de bodemgedeelten 55b van de geleidingsgroeven van de tussenschijven.
Zoals blijkt uit fig. 11 omvat het slot een draaibaar krachtoverbrengingselement 48, waarvan de draaikracht 30 via een orgaan 49 wordt overgebracht op de te bedienen mechanismen. Vanzelfsprekend wordt dit pas uitgevoerd, nadat het slot met de sleutel is geopend, zodat het hele stel schijven wordt vrijgegeven teneinde draaibaar ie zijn ten opzichte van het cilinderhuis 1. In deze uitvoeringsvorm wordt een 35 grendelring 41, soortgelijk aan de ring 31, gebruikt voor het vergrendelen van het krachtoverbrengingselement 48 binnen het huis 1. Voor de bevestiging van het slot op de plaats waar dit moet worden bediend, is het slot voorzien van bevestigingsmiddelen 46 met openingen 47 voor bevestigingsele- 8004950 - 15 - menten, zoals bijvoorbeeld schroeven. Vanzelfsprekend kunnen andere soorten op zichzelf bekende bevestigingsmiddelen en-elementen evenzeer worden gebruikt. De grendelstift 4 kan worden belast met een veer (zoals de veer 45 in fig. 7) welke 5 deze radiaal buitenwaarts drukt ten opzichte van het stel schijven. De grendelstift wordt teruggedrukt in de groef 3 van het cilinderhuis door middel van deze veer, en tegelijkertijd, bijkomend door gebruikmaking van de kant 28 in de om-treksinkepingen 16 van de, de grendelstif bedienende sluit-10 schijven 5. De terugbrengstiften 18a en 18b kunnen van een afzonderlijke veer worden voorzien die deze stiften radiaal buitenwaarts drukken. Zoals in fig. 11 en 13 is weergegeven kunnen ook veerelementen worden gebruikt overeenkomende met de veerelementen 27 weergegeven in fig, 1 en 5, welke werken 15 zowel de grendelstift 4 als de terugbrengstiften 18a en 18b, waardoor er geen afzonderlijke veermiddelen, overeenkomende met de veer 45 weergegeven in fig. 7, nodig zijn voor de grendelstift 4.
Ook is het bij de uitvoeringsvorm volgens fig. 11-16 20 mogelijk en voordelig om de werking van de terugbrengstiften positief te geleiden zonder enig veerelement 27. In dit geval dient de grendelstift 4 te worden voorzien van een afzonderlijke veer, zoals hierboven werd beschreven.
Bij de uitvoeringsvorm volgens fig. 17-21 worden de 25 schijven in het stel schijven eveneens rechtstreeks geleid door het cilinderhuis, maar deze uitvoeringsvorm omvat slechts een terugbrengstift 18. Fig. 17 en 18 tonen veerelementen 27 die zowel de grendelstift 4 als de grendelstift 18 radiaal buitenwaarts drukken. De grendelstift 18 zou eveneens radiaal 30 binnenwaarts kunnen worden gedrukt, waardoor het stel schijven de schijven zou kunnen omvatten volgens fig. 14-16. In dit geval echter zijn afzonderlijke veermiddelen, bijvoorbeeld overeenkomende met de veer 45 in fig. 7, noodzakelijk voor de grendelstift 4.
35 De werking van het schijfcilinderslöt weergegeven in fig. 17-21 komt, voor het gedeelte van de werking van de terugbrengstift, overeen met de werking van de uitvoeringsvorm volgens fig. 6-10, met uitzondering dat het veerelement 27 bij deze uitvoeringsvormen in tegenovergestelde richtingen «n (U 950 - 16 - werkt. In de beginstand is de terugbrengstift 18 geplaatst in een van de bodemgedeelten 55 (in fig. 18 in het bodemgedeelte 55b) van de geleidingsgroef 52 van de tussenschijven 6 die geblokkeerd zijn door een geleidingskant 39 van de, de grendel-5 stift bedienende sluitschijven 5. Wanneer de sleutel volgens de richting van de wijzers van een uurwerk wordt gedraaidt bij de stand van fig. 18, wordt de terugbrengstift 18 gebracht in het bodemgedeelte 5lb van de geleidingsgroef 50 van de, de grendelstift bedienende sluitschijven 5 en wordt ver-10 der bewogen langs de geleidingsgroef 52 van de tussenschijven 6. Het veerelement 27 belet echter dat de terugbrengstift in het bodemgedeelte 55a beweegt van de groef 52. De werkelijke grendelbewerkingen zijn analoog aan die welke hierboven werden beschreven. Wanneer de sleutel wordt teruggedraaid 15 drukken de aanslagkanten 40b in de, de grendelstift bedienende sluitschijven 5 de terugbrengstift 18 in de beginstand terug, waarin deze is geplaatst in het bodemgedeelte 55b van de tussenschijven 6. Gelijktijdig draaien daarbij de sluitschijven 7 door middel van de aanslagkanten 57b daarvan in 20 hun aanvankelijke, het slotmechanisme vergrendelende stand.
• -..... Wanneer de sleutel in de richting tegengesteld aan de wijzers „ van een uurwerk wordt gedraaid, bij de stand van fig. 18, blijft de terugbrengstift 18 eerst op zijn plaats, terwijl de geleidingsgroef 50 van de, de grendelstift bediende sluit-25 schijf 5 beweegt ten opzichte van de terugbrengstift 18. Wanneer het bodemgedeelte 51a van de geleidingsgroef 50 de plaats van de terugbrengstift 18 heeft bereikt, drukt het veerelement 27 de terugbrengstift in het bodemgedeelte 51a. Tegelijkertijd beweegt, vanzelfsprekend, de terugbrengstift 30 weg van het bodemgedeelte 55b van de geleidingsgroef 52 van de tussenschijven 6, Wanneer de sleutel wordt teruggedraaid drukken de aanslagkanten 40a van de, de grendelstift bedienende. sluitschijven 5 de terugbrengstift 18 langs de geleidingsgroef 52 van de tussenschijven tenslotte tot in het andere 35 bodemgedeelte 55a van de geleidingsgroef 52. In andere opzichten is de werking analoog aan die welke hierboven werd beschreven.
In fig. 21 zijn verschillende alternatieven voor het plaatsen van de omtreksinkepingen 9 van de sluitschijven 8004950 - 17 - 7 aangegeven met streep stip lijnen 36. Door het variëren van de plaats van de omtreksinkepingen 9 wordt een enorme hoeveelheid verschillende openingscombinaties verkregen voor het schijfcilinderslot type.
5 Pig. 22-24 en 26-28 tonen twee voordelige uitvoerings vormen van een sleutel voor de bovenbeschreven sloten. De baard 61 van de sleutel 60 omvat twee reeksen van combinatie-oppervlakken 62 die zodanig zijn aangebracht/ dat het slot kan worden geopend door het draaien van de sleutel in onver-10 schillig welke draairichting. Zoals reeds boven werd opgemerkt, behoeft de reeks combinatie-oppervlakken van een sleutel niet gelijk te zijn maar kunnen zij onafhankelijk van elkaar zijn, waardoor het slot een verschillende openings-combinatie heeft in de tegenovergestelde werkingsrichtingen.
15 De sleutel omvat eveneens de terugbrengoppervlakken 63, die de sluitschijven 7 in hun beginstanden terugbrengen met behulp van de, de grendelstift bedienende sluitschijven 5 en de terugbrengstiften 18, zoals hierboven werd beschreven.
Fig. 25 en 29 tonen de vorm van de sleutelinsteek-20 opening in het cilinderhuis voor de bovenbeschreven uitvoeringsvormen van de sleutel.
Het sleutelgat 37 in het cilinderhuis is voorzien van geleidingsoppervlakken 64 die het insteken en het uitnemen van de sleutel slechts toelaten in een stand, over-25 eenkomende met de beginstand van de sluitschijven. Op deze wijze kunnen deze standen gemakkelijk worden vastgesteld.
Fig. 30 en 31 tonen een derde uitvoeringsvorm van een sleutel voor een schijfcilinderslot volgens de uitvinding, voorzien van in totaal vier reeksen combinatie-opper-30 vlotkken, die zodanig zijn opgesteld, dat de diametraal ten opzichte van de lengte-as van de sleutel liggende combinatie-oppervlakken met elkaar overeenkomen. Daardoor kan de sleutel in twee afzonderlijke standen in het slot worden ingestoken, welke standen worden verkregen door het over 180° om zijn 35 lengte-as draaien van de sleutel. Voor de aangrenzend van elkaar liggende combinatie-oppervlakken echter en het draaien van dezelfde sluitschijven 7 in tegenovergestelde draairichtingen is de volgende beperking geldig: de som van de combinatietrappen moet niet groter zijn dan de maximumwaarde 8004950 - 18 - van een combinatxetrap van het combinatiestelsel. In fig. 30 zijn de combinatietrappen bijvoorbeeld aangeduid met de cijfers 0.....5. De betreffende beperking houdt in dit geval in, dat de som van de combinatietrappen niet groter moet zijn dan 5 de waarde 5. Wanneer bijvoorbeeld de waarde van een combinatie-trap op 1 wordt gekozen, kan de waarde van de combinatxetrap voor het draaien van dezelfde sluitschijf in de tegenovergestelde richting hoogstens worden gekozen op 4. De bijbehorende andere combinatie-waarde paren of onderling complementeren-10 de combinatietrappen zijn volgens deze beperking (9; 5) , (2j 3), (3? 2), (4? 1) en (5; 0).
In fig. 31 kunnen de profielgroeven 69 worden gezien, die aan het einde 65 zijn aangebracht van de sleutel dat bestemd is om in het slot te worden gestoken en de in-15 steek-en uitneemstanden van de sleutel ten opzichte van het slot bepalen. Door de verandering van de plaats van de groeven 69 kan een groot aantal nieuwe reeksen combinatie-oppervlak-ken verder worden verkregen.
Indien noodzakelijk kan het slot volgens de uitvin-20 ding gemakkelijk worden omgesteld om in maar een werkings-richting bedienbaar te zijn. Fig. 32-36 tonen bij wijze van voorbeeld enkele alternatieve constructies die zijn gebaseerd op de uitvoeringsvorm van fig. 11-16. De andere hierboven-beschreven uitvoeringsvormen kunnen eveneens op analoge wijze 25 worden omgesteld om in maar één richting bedienbaar te zijn.
Een praktische eis is, dat het draaien van het stel schijven vanuit de beginstand in de andere richting totaal wordt geblokkeerd, zodat de sluitschijven niet in een oncontroleerbare stand kunnen worden gedraaid, waarin het slot niet 30 kan worden geopend zelfs met een juiste sleutel van het slot.
Volgens de. uitvoeringsvorm van fig. 32 is een gren-delorgaan 67 geplaatst in het bodemgedeelte 51a van de gelei-dingsgroef 50 van de, de grendelstift bedienende sluitschijf 5 welke voorkomt dat de terugbrengstift 18a beweegt in het 35 bodemgedeelte 51a, wanneer men tracht de sluitschijf 5 met behulp van de slotsleutel tegengesteld aan de wijzers van een uurwerk te draaien..Als gevolg daarvan blokkeren de terug-brengstift 18a en de kanten 54a (zie fig. 15} van de tussen-schijven 6 de sluitschijven 7, zodat zij niet tegengesteld 8004950 - 19 - aan de wijzers van een uurwerk kunnen worden gedraaid. Op overeenkomstige wijze kan de werking van het slot in de richting volgens de wijzers van een uurwerk worden geblokkeerd, door het grendelorgaan 67 in het bodemgedeelte 51b van de ge-5 leidingsgroef 50 van de, de grendelstift bedienende sluit-schijf 5 te plaatsen. Het grendelorgaan 67 kan, bijvoorbeeld, een kogel-of plaatvormig lichaam zijn.
Bij de uitvoeringsvorm weergegeven in fig. 33 is de geleidingsgroef 50 van de, de grendelstift bedienende 10 sluitschijf 5 anders ontworpen, zoals duidelijker blijkt uit fig. 34, door het weglaten van het bodemgedeelte 51a.
Het verkregen effect komt overeen met dat van de constructie weergegeven in fig. 32. De werkingsrichting van het slot kan bijvoorbeeld worden veranderd door het omkeren van de 15 sluitschijf 5 waardoor de zijden daarvan worden verwisseld, zodat het enige bodemgedeelte 51b van de geleidingsgroef 50 op de plaats is aangebracht van de terugbrengstift 18a.
De geleidingsgroef 50 van de door de, de grendelstift bedienende sluitschijf 5 kan eveneens anders worden ont-20 worpen, zoals in fig. 35 en 36 is weergegeven, zodat slechts gaten 68 zijn gemaakt in de grendelschijf 5 voor de terug-brengstiften 18, die in de radiale richting van de schijf zijn geplaatst bij de plaats van de geleidingsgroef 52 van de tussenschijf 6 (zie fig. 15). Het slot kan worden ge-25 maakt om in maar een werkingsrichting bedienbaar te zijn door het verder verwijderen van één van de terugbrengstiften 18. In dit geval kan de bedieningsrichting van het slot ge-makkeli'jk worden gewijzigd door het verwijderen van de terugbrengstift uit één van de gaten 68 van de, de grendel-30 stift bedienende sluitschijf 5 in de andere. Geen veerele-ment 27, zoals in fig. 13 is weergegeven, is bij deze uitvoeringsvorm nodig. Deze wijze van anders ontwerpen van de, de grendelstift bedienende sluitschijf 5, waardoor deze sluitschijf bestemd is voor het continu geleiden van de terugbreng-35 stift in hoofdzaak zonder hiermede verbandhoudende bewegingen van deze organen, kan doelmatig worden aangepast aan de uitvoeringsvormen van het slot volgens de uitvinding die maar één terugbrengstift omvatten.
De uitvinding is niet beperkt tot de weergegeven en 40 beschreven uitvoeringsvoorbeelden maar strekt zich uit tot alle vari anf-pn daarvan _ o η η / λ c λ
Claims (22)
1. Door een sleutel bediend cilinderslot, voorzien van een hol, vaststaand, cilinderhuis dat een draaibaar kracht-overbrengingselement omsluit en een grendelstift die een 5 stand heeft waarin de draaibeweging wordt vergrendeld van het krachtoverbrengingselement ten opzichte van het cilinderhuis, verder een stel schijven die een aantal sluitschijven omvatten welke draaibaar zijn door middel van combinatie-oppervlakken op een sleutel van het slot, welke sluitschijven 10 draaibaar zijn, door de draaibeweging van de sleutel, vanuit een aanvankelijke sleutelinsteekstand naar een vrijgeefstand, waarin het krachtoverbrengingselement is vrijgegeven van zijn vergrendelde verbinding met het cilinderhuis, met het kenmerk, dat de sleutel van het slot is uitgevoerd voor het rechtstreeks 15 overbrengen van een draaikracht op een aantal sluitschijven in slechts ëén richting vanuit de aanvangsstand naar de vrij-geefstand, en dat het terugkeren van deze sluitschijven naar hun aanvangsstand is ingericht om te worden uitgevoerd door middel van een afzonderlijke terugbrengstift, die de draai-20 kracht vanaf de sleutel ontvangt via één of meer met de sleutel draaiende organen.
2. Cilinderslot volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de correcte draaihoek, dat wil zeggen, de combinatie-waarde van een aantal sluitschijven verschillend is in tegen- 25 overgestelde draairichtingen.
3. Cilinderslot volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het cilinderhuis een geleidingsoppervlak omvat dat is ingericht om het insteken en uitnemen van de sleutel slechts toe te laten in een stand overeenkomende met de aan- 30 vangsstand van de sluitschijven.
4. Cilinderslot volgens ëén of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat dit een hol cilinder-orgaan omvat, dat volgens op zichzelf bekende wijze is verbonden met het krachtoverbrengingselement, waarbij de sluit- 35 schijven binnen het cillnderorgaan zijn opgesteld, en dat de terugbrengstift is ingericht voor het bewegen in een ruimte tussen de omtreksrand van de sluitschijven en het binnenopper-vlak van het holle cilinderorgaan.
5. Cilinderslot volgens conclusie 1, met het kenmerk, 8004950 -XI - dat dit twee terugbrengstiften omvat die zijn ingericht voor het positief geleiden van de teruggaande bewegingen van de sluitschijven, elke terugbrengstift in zijn eigen terugbreng-richting.
6. Cilinderslot volgens conclusie 5, met het kenmerk/ dat de terugbrengstiften zijn ingericht voor het geleiden van de sluitschijven in radiale richting en dat de terugbrengstiften in hun basisstand en de grendelstift de omtrek van het slotmechanisme verdelen in drie in hoofdzaak even grote delen.
7. Cilinderslot volgens conclusie 5 of 6, met het kenmerk/ dat de terugbrengstiften onder belasting staan van veermiddelen, bij voorkeur in een radiaal buitenwaartse richting.
8. Cilinderslot volgens conclusie 7, met het ken- 15 merk, dat het veermiddel een buigzaam, zoals een U-of cirkelvormig veerelement is, dat bij voorkeur ook de grendelstift in radiaal buitenwaartse richting drukt.
9. Cilinderslot volgens conclusie 7 of 8, met het kenmerk, dat de terugbrengstiften aan beide einden daarvan 20 door veermiddelen zijn belast.
10. Cilinderslot volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat dit slechts één terugbrengstift omvat, die in radiaal binnenwaartse richting door veermiddelen wordt belast.
11 Cilinderslot volgens één of. meer van de conclusies 25 1-3, met het kenmerk, dat de sluitschijven volgens op zich zelf bekende wijze rechtstreeks door het cilinderhuis worden geleid, en dat de terugbrengstift wordt geleid door middel vaii de sluitschijven en de hiertussen geplaatste tussenschij-ven.
12. Cilinderslot volgens conclusie 11, met het ken merk, dat de sluitschijven en de tussenschijven geleidings-kanten omvatten die tezamen een gesloten kanaal vormen en als geleidingsoppervlakken voor de terugbrengstift dienst doen.
13. Cilinderslot volgens conclusie 11 of 12, met 35 het kenmerk, dat dit twee terugbrengstiften omvat die zijn ingericht voor het positief geleiden van de terugkeerbeweging van de sluitschijven, waarbij elke terugbrengstift zijn eigen terugbrengrichting heeft.
14. Cilinderslot volgens ’conclusie 13, met het kenmerk, 8004950 -22- dat de terugbrengstiften bij voorkeur in radiaal buitenwaartse richting door veermiddelen zijn bélast.
15. Cilinderslot volgens conclusie 11 of 12, met het kenmerk, dat dit slechts één terugbrengstift omvat, 5 die bij voorkeur in radiaal buitenwaartse richting door veermiddelen is belast.
16. Cilinderslot volgens één of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de dwarsdoorsnede van de terugbrengstift in hoofdzaak cirkelvormig is.
17. Cilinderslot volgens één of meer van de voor gaande conclusies, met het kenmerk, dat het draaien van de terugbrengstift ten opzichte van het stel schijven in de ene werkingsrichting van het slot is geblokkeerd, teneinde werking van het slot in deze werkingsrichting te voorkomen.
18. Cilinderslot volgens conclusie 17, met het ken merk, dat het blokkeren van de terugbrengstift is uitgevoerd door middel van een afzonderlijk grendelorgaan, dat tezamen met de terugbrengstift het draaien blokkeert van het stel schijven, waardoor de werking van het slot in deze werkings-20 richting wordt belet.
19. Cilinderslot volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat het krachtoverbrengingsorgaan dat met de sleutel draaibaar is geleidingskanten voor de terugbrengstift omvat, welke geleidingskanten op geschikte wijze zijn gevormd, 25 zodat het draaien wordt geblokkeerd van de terugbrengstift in deze draairichting, welke terugbrengstift daardoor het draaien blokkeert van het stel schijven en de werking van het slot belet in deze werkingsrichting.
20. Sleutel voor een cilinderslot volgens een of 30 meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de basisvorm van het gedeelte van de sleutel dat in het slot dient te worden gestoken een holle cilinder is met een axiale groef,, waarbij van beide randen van de groef delen van verschillende afmeting zijn verwijderd voor het verkrijgen van 35 de combinatie-oppervlakken van de sleutel.
21. Sleutel voor een cilinderslot volgens een of meer van de voorgaande conclusies 1-19, met het kenmerk, dat de basisvorm van het gedeelte van de sleutel dat in het slot dient te worden gestoken overeenkomt met een cilinder, 8004950 -23- waaruit een cilindersegment, bij voorkeur twee cilinderseg-menten van verschillende afmeting, is respectievelijk zijn cp sneden.
22. Sleutel voor een cilinderslot volgens êén of 5 meer van de voorgaande conclusies 1-19, met het kenmerk, dat de basisvorm van het gedeelte van de sleutel dat in het slot dient te worden gestoken overeenkomt met een cilinder, waarvan aan beide zijden delen, bijvoorbeeld cilindersegmenten, van gelijke afmeting zijn weggesneden, en dat de daardoor 10 verkregen baard van de sleutel is voorzien van vier reeksen van combinatie-oppervlakken, die symmetrisch zijn geplaatst ten opzichte van de lengte-as van de sleutel en waarvan de diametraal ten opzichte van de sleutelbaard geplaatste combinatie-oppervlakken gelijk zijn. * 80 0 4 950
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| FI792797 | 1979-09-07 | ||
| FI792797A FI74320C (fi) | 1979-09-07 | 1979-09-07 | Cylinderlaosmekanism. |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8004950A true NL8004950A (nl) | 1981-03-10 |
| NL188477B NL188477B (nl) | 1992-02-03 |
| NL188477C NL188477C (nl) | 1992-07-01 |
Family
ID=8512872
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NLAANVRAGE8004950,A NL188477C (nl) | 1979-09-07 | 1980-08-29 | Sluitinrichting bestaande uit schijfcilinderslot met bijbehorende sleutel. |
Country Status (20)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4351172A (nl) |
| JP (1) | JPS5646073A (nl) |
| AT (1) | AT366139B (nl) |
| AU (1) | AU539153B2 (nl) |
| BE (1) | BE885056A (nl) |
| BR (1) | BR8005764A (nl) |
| CA (1) | CA1172868A (nl) |
| DE (1) | DE3033247A1 (nl) |
| DK (1) | DK154309C (nl) |
| FI (1) | FI74320C (nl) |
| FR (1) | FR2473095B1 (nl) |
| GB (1) | GB2061368B (nl) |
| HK (1) | HK37984A (nl) |
| IT (1) | IT1194690B (nl) |
| MY (1) | MY8500345A (nl) |
| NL (1) | NL188477C (nl) |
| NO (1) | NO156498C (nl) |
| SE (1) | SE450024B (nl) |
| SG (1) | SG7784G (nl) |
| SU (1) | SU1409134A3 (nl) |
Families Citing this family (31)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FI78958C (fi) * | 1984-07-10 | 1989-10-10 | Waertsilae Oy Ab | Cylinderlaos. |
| US4609400A (en) * | 1984-08-02 | 1986-09-02 | Intersteel Technology, Inc. | Method and apparatus for preheating charge materials for continuous steelmaking |
| FI81429C (fi) * | 1985-04-11 | 1990-10-10 | Waertsilae Oy Ab | Cylinderlaos-nyckel-kombination. |
| DE3526173A1 (de) * | 1985-07-22 | 1987-01-29 | Tibbe Kg | Schluessel fuer zwei in unterschiedlichen drehrichtungen entsperrbare schliesszylinder |
| JPH01163667U (nl) * | 1988-04-30 | 1989-11-15 | ||
| DE3924971A1 (de) * | 1989-07-27 | 1991-01-31 | Tibbe Gmbh & Co | Schliesszylinder, insbesondere fuer kraftfahrzeugtuerschloesser |
| EP0542752A4 (en) * | 1990-05-21 | 1994-07-06 | Arx Pty Ltd | A lock barrel assembly and key therefor |
| FI94452C (fi) * | 1993-03-25 | 1995-09-11 | Abloy Security Ltd Oy | Sylinterilukko-avain-kombinaatio |
| JP2618802B2 (ja) * | 1993-04-20 | 1997-06-11 | 株式会社クローバー | ディスク錠装置 |
| JP2618816B2 (ja) * | 1993-11-22 | 1997-06-11 | 株式会社クローバー | ディスク錠装置 |
| JP2618819B2 (ja) * | 1993-12-24 | 1997-06-11 | 株式会社クローバー | ディスク錠装置 |
| GB2322404B (en) * | 1997-02-25 | 2001-04-18 | Valeo Security Systems Ltd | Cylinder lock mechanism |
| US5934121A (en) * | 1997-12-17 | 1999-08-10 | Chen; Waterson | Lock apparatus |
| US6003351A (en) * | 1998-01-09 | 1999-12-21 | National Science Council Of Republic Of China | Structure for a mortise lock |
| GB2339448B (en) * | 1998-07-07 | 2002-05-08 | Valeo Security Systems Ltd | Cylinder lock mechanism |
| FI108308B (fi) * | 1998-09-25 | 2001-12-31 | Abloy Oy | Sylinterilukko-avain-yhdistelmä |
| DE19844593C1 (de) * | 1998-09-29 | 2000-03-02 | Huf Huelsbeck & Fuerst Gmbh | Schließzylinder, insbesondere für Fahrzeuge |
| RU2151253C1 (ru) * | 1999-10-21 | 2000-06-20 | Закрытое Акционерное Общество "Страж" | Кодовая вставка |
| US20070084260A1 (en) * | 2005-10-13 | 2007-04-19 | Alfredo Muerza | Rotary disc lock and key security system |
| FI119155B (fi) * | 2006-06-19 | 2008-08-15 | Abloy Oy | Avain ja levyhaittasylinterilukko |
| FI20065424A0 (fi) * | 2006-06-19 | 2006-06-19 | Abloy Oy | Avain ja levyhaittasylinterilukko |
| CZ2010843A3 (cs) | 2010-11-16 | 2012-03-14 | Tokoz A.S. | Válcový zámek s otocným klícem |
| CN102116108A (zh) * | 2011-02-25 | 2011-07-06 | 邵义双 | 一种锁芯 |
| DE102011015314B4 (de) * | 2011-03-29 | 2024-07-04 | ABUS August Bremicker Söhne Kommanditgesellschaft | Schließzylinder mit Zuhaltungsscheiben und Sperrstift, sowie Kombination aus einem solchen Schließzylinder und einem Schlüssel |
| EP2815045B1 (en) * | 2012-02-16 | 2017-07-12 | Abloy Oy | Key and disc tumbler cylinder lock |
| US9027373B2 (en) | 2012-08-09 | 2015-05-12 | Schlage Lock Company Llc | Hybrid lock cylinder |
| EP2882913B1 (en) | 2012-08-09 | 2019-04-24 | Schlage Lock Company LLC | Disc alignment mechanism |
| ES2711175T3 (es) * | 2013-10-11 | 2019-04-30 | Urbanalps Ag | Llave y cerradura |
| JP6130581B1 (ja) * | 2016-12-01 | 2017-05-17 | 株式会社日乃本錠前 | ロック装置 |
| CN206513136U (zh) * | 2016-12-15 | 2017-09-22 | 厦门美科安防科技有限公司 | 双层无簧角度叶片锁 |
| EP3969697B1 (en) * | 2019-05-17 | 2023-12-06 | Banham Patent Locks Holdings Limited | A lock configured to be operated by a key |
Family Cites Families (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE1428565A1 (de) * | 1963-10-22 | 1968-11-21 | Waertsilae Yhtymae O Y Waertsi | Zylinderschloss |
| GB1367356A (en) * | 1971-07-28 | 1974-09-18 | Ingersoll Locks Ltd | Locks |
| US3789638A (en) * | 1972-07-28 | 1974-02-05 | Locking Syst Inc | Rotary disc tumbler lock construction |
| AU6240573A (en) * | 1972-11-13 | 1975-05-15 | Wartsila O Ab | Bi-directional cylinder lock |
| US4109497A (en) * | 1976-03-26 | 1978-08-29 | Roberts Marvin E | Key construction |
| FI783510A7 (fi) * | 1978-11-17 | 1980-05-18 | Waertsilae Oy Ab | Skivcylinderlaos |
-
1979
- 1979-09-07 FI FI792797A patent/FI74320C/fi not_active IP Right Cessation
-
1980
- 1980-08-27 US US06/181,803 patent/US4351172A/en not_active Expired - Lifetime
- 1980-08-29 NL NLAANVRAGE8004950,A patent/NL188477C/nl not_active IP Right Cessation
- 1980-08-29 CA CA000359309A patent/CA1172868A/en not_active Expired
- 1980-09-03 BE BE0/201961A patent/BE885056A/fr not_active IP Right Cessation
- 1980-09-04 DE DE19803033247 patent/DE3033247A1/de active Granted
- 1980-09-05 NO NO802637A patent/NO156498C/no unknown
- 1980-09-05 GB GB8028799A patent/GB2061368B/en not_active Expired
- 1980-09-05 FR FR8019295A patent/FR2473095B1/fr not_active Expired
- 1980-09-05 AU AU62093/80A patent/AU539153B2/en not_active Expired
- 1980-09-05 SU SU802981154A patent/SU1409134A3/ru active
- 1980-09-05 SE SE8006217A patent/SE450024B/sv not_active IP Right Cessation
- 1980-09-05 DK DK380480A patent/DK154309C/da not_active IP Right Cessation
- 1980-09-05 JP JP12337780A patent/JPS5646073A/ja active Pending
- 1980-09-05 AT AT0447980A patent/AT366139B/de not_active IP Right Cessation
- 1980-09-08 IT IT24525/80A patent/IT1194690B/it active
- 1980-09-08 BR BR8005764A patent/BR8005764A/pt unknown
-
1984
- 1984-01-28 SG SG77/84A patent/SG7784G/en unknown
- 1984-05-03 HK HK379/84A patent/HK37984A/xx not_active IP Right Cessation
-
1985
- 1985-12-30 MY MY345/85A patent/MY8500345A/xx unknown
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| AT366139B (de) | 1982-03-10 |
| NO156498C (no) | 1987-10-07 |
| GB2061368B (en) | 1983-08-10 |
| CA1172868A (en) | 1984-08-21 |
| BE885056A (fr) | 1980-12-31 |
| IT1194690B (it) | 1988-09-22 |
| BR8005764A (pt) | 1981-08-18 |
| DE3033247C2 (nl) | 1989-06-01 |
| NO156498B (no) | 1987-06-22 |
| NO802637L (no) | 1981-03-09 |
| DK380480A (da) | 1981-03-08 |
| IT8024525A0 (it) | 1980-09-08 |
| NL188477C (nl) | 1992-07-01 |
| FI792797A7 (fi) | 1981-03-08 |
| FI74320B (fi) | 1987-09-30 |
| MY8500345A (en) | 1985-12-31 |
| SU1409134A3 (ru) | 1988-07-07 |
| SG7784G (en) | 1985-02-08 |
| FI74320C (fi) | 1988-01-11 |
| DE3033247A1 (de) | 1981-03-19 |
| FR2473095B1 (fr) | 1987-12-11 |
| JPS5646073A (en) | 1981-04-27 |
| GB2061368A (en) | 1981-05-13 |
| ATA447980A (de) | 1981-07-15 |
| US4351172A (en) | 1982-09-28 |
| FR2473095A1 (fr) | 1981-07-10 |
| AU6209380A (en) | 1981-03-12 |
| HK37984A (en) | 1984-05-11 |
| US4351172B1 (nl) | 1986-08-05 |
| SE8006217L (sv) | 1981-03-08 |
| AU539153B2 (en) | 1984-09-13 |
| DK154309C (da) | 1989-04-03 |
| NL188477B (nl) | 1992-02-03 |
| DK154309B (da) | 1988-10-31 |
| SE450024B (sv) | 1987-06-01 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8004950A (nl) | Cyclinderslot mechanisme. | |
| RU2120015C1 (ru) | Дисковый цилиндровый замок и ключ для этого замка | |
| US4370875A (en) | Slipping cylinder lock | |
| US3848442A (en) | Bi-directional cylinder lock | |
| FI94159C (fi) | Varmuuslukon avain ja pyörivä lukkosylinteri | |
| JP2000096889A (ja) | シリンダ錠と鍵との組合せ | |
| US4306432A (en) | Door lock | |
| US5205143A (en) | Cylinder lock | |
| EA005744B1 (ru) | Комплект, состоящий из замка и ключа с высокой степенью защиты | |
| TWI565866B (zh) | 鎖心 | |
| EA019130B1 (ru) | Комбинация цилиндрового замка с поворотными дисками и ключа | |
| US4067214A (en) | Safety lock | |
| US4320640A (en) | Adjustable cylinder lock | |
| US4429555A (en) | Revolving cylinder locks | |
| JP4113724B2 (ja) | 可変レバータンブラー錠 | |
| KR20020057998A (ko) | 열쇠 작동식 자물쇠 | |
| JP4125911B2 (ja) | 可変レバータンブラー錠 | |
| PL169785B1 (pl) | Zamek bebenkowy PL PL | |
| US4216664A (en) | Padlock | |
| JP4044757B2 (ja) | 可変レバータンブラー錠 | |
| US4802352A (en) | Double-throw bar lock having independently operable cylinders | |
| JP4127622B2 (ja) | 可変レバータンブラー錠 | |
| RU2237141C2 (ru) | Кодовый механизм замка | |
| RU2046924C1 (ru) | Шифровой замок | |
| JP4008302B2 (ja) | ロータリーディスクタンブラー錠及び鍵 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| CNR | Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection) |
Free format text: ABLOY SECURITY LTD. OY |
|
| V4 | Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent |
Free format text: 20000829 |