NL8002830A - Werkwijze om hoogovenkooks te bereiden. - Google Patents
Werkwijze om hoogovenkooks te bereiden. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8002830A NL8002830A NL8002830A NL8002830A NL8002830A NL 8002830 A NL8002830 A NL 8002830A NL 8002830 A NL8002830 A NL 8002830A NL 8002830 A NL8002830 A NL 8002830A NL 8002830 A NL8002830 A NL 8002830A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- briquettes
- mixture
- moisture content
- carbon
- charcoal
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 30
- 239000000203 mixture Substances 0.000 claims description 137
- OKTJSMMVPCPJKN-UHFFFAOYSA-N Carbon Chemical compound [C] OKTJSMMVPCPJKN-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 111
- 229910052799 carbon Inorganic materials 0.000 claims description 110
- 239000000571 coke Substances 0.000 claims description 68
- 239000003245 coal Substances 0.000 claims description 65
- 239000003610 charcoal Substances 0.000 claims description 51
- 238000004939 coking Methods 0.000 claims description 40
- 239000002245 particle Substances 0.000 claims description 40
- 240000007124 Brassica oleracea Species 0.000 claims description 34
- 235000003899 Brassica oleracea var acephala Nutrition 0.000 claims description 34
- 235000011301 Brassica oleracea var capitata Nutrition 0.000 claims description 34
- 235000001169 Brassica oleracea var oleracea Nutrition 0.000 claims description 34
- 239000003795 chemical substances by application Substances 0.000 claims description 26
- 238000002156 mixing Methods 0.000 claims description 16
- 239000011230 binding agent Substances 0.000 claims description 12
- 238000002360 preparation method Methods 0.000 claims description 10
- 239000007858 starting material Substances 0.000 claims description 10
- 238000009826 distribution Methods 0.000 claims description 8
- 230000008569 process Effects 0.000 claims description 7
- 238000003825 pressing Methods 0.000 claims description 4
- 238000004898 kneading Methods 0.000 claims description 3
- 238000007873 sieving Methods 0.000 claims description 3
- 238000012360 testing method Methods 0.000 description 19
- 239000004484 Briquette Substances 0.000 description 17
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 13
- 239000011362 coarse particle Substances 0.000 description 11
- XEEYBQQBJWHFJM-UHFFFAOYSA-N Iron Chemical compound [Fe] XEEYBQQBJWHFJM-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 10
- 238000005204 segregation Methods 0.000 description 10
- 238000002203 pretreatment Methods 0.000 description 8
- 238000009835 boiling Methods 0.000 description 7
- 238000010298 pulverizing process Methods 0.000 description 7
- 239000000463 material Substances 0.000 description 6
- RSPISYXLHRIGJD-UHFFFAOYSA-N OOOO Chemical compound OOOO RSPISYXLHRIGJD-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 5
- 238000004458 analytical method Methods 0.000 description 5
- 239000010419 fine particle Substances 0.000 description 5
- 229910052742 iron Inorganic materials 0.000 description 5
- 239000011277 road tar Substances 0.000 description 5
- LJROKJGQSPMTKB-UHFFFAOYSA-N 4-[(4-hydroxyphenyl)-pyridin-2-ylmethyl]phenol Chemical compound C1=CC(O)=CC=C1C(C=1N=CC=CC=1)C1=CC=C(O)C=C1 LJROKJGQSPMTKB-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 4
- 239000010426 asphalt Substances 0.000 description 4
- 238000010411 cooking Methods 0.000 description 4
- 238000001035 drying Methods 0.000 description 4
- 239000012530 fluid Substances 0.000 description 4
- 239000000843 powder Substances 0.000 description 4
- 239000011269 tar Substances 0.000 description 4
- YXFVVABEGXRONW-UHFFFAOYSA-N Toluene Chemical compound CC1=CC=CC=C1 YXFVVABEGXRONW-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 3
- 239000013256 coordination polymer Substances 0.000 description 3
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 3
- JWOLLWQJKQOEOL-UHFFFAOYSA-N OOOOOOOOOOOOO Chemical compound OOOOOOOOOOOOO JWOLLWQJKQOEOL-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- ATUOYWHBWRKTHZ-UHFFFAOYSA-N Propane Chemical compound CCC ATUOYWHBWRKTHZ-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 239000004927 clay Substances 0.000 description 2
- 239000011294 coal tar pitch Substances 0.000 description 2
- 238000005056 compaction Methods 0.000 description 2
- 230000007423 decrease Effects 0.000 description 2
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 description 2
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 2
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 2
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 2
- 239000003208 petroleum Substances 0.000 description 2
- 239000011295 pitch Substances 0.000 description 2
- 238000012545 processing Methods 0.000 description 2
- 230000009467 reduction Effects 0.000 description 2
- 239000002904 solvent Substances 0.000 description 2
- 230000002195 synergetic effect Effects 0.000 description 2
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- BHMLFPOTZYRDKA-IRXDYDNUSA-N (2s)-2-[(s)-(2-iodophenoxy)-phenylmethyl]morpholine Chemical compound IC1=CC=CC=C1O[C@@H](C=1C=CC=CC=1)[C@H]1OCCNC1 BHMLFPOTZYRDKA-IRXDYDNUSA-N 0.000 description 1
- 101001005269 Arabidopsis thaliana Ceramide synthase 1 LOH3 Proteins 0.000 description 1
- 101001005312 Arabidopsis thaliana Ceramide synthase LOH1 Proteins 0.000 description 1
- 101001089091 Cytisus scoparius 2-acetamido-2-deoxy-D-galactose-binding seed lectin 2 Proteins 0.000 description 1
- 208000006558 Dental Calculus Diseases 0.000 description 1
- JLNTWVDSQRNWFU-UHFFFAOYSA-N OOOOOOO Chemical compound OOOOOOO JLNTWVDSQRNWFU-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- CQGRLHBOVUGVEA-UHFFFAOYSA-N OOOOOOOOOOOOOOO Chemical compound OOOOOOOOOOOOOOO CQGRLHBOVUGVEA-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- UTOGVBKEQYRZJE-UHFFFAOYSA-N PPPPPPPP Chemical compound PPPPPPPP UTOGVBKEQYRZJE-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 241001180477 Pringlea antiscorbutica Species 0.000 description 1
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 125000003118 aryl group Chemical group 0.000 description 1
- 238000003556 assay Methods 0.000 description 1
- 239000011449 brick Substances 0.000 description 1
- 239000011280 coal tar Substances 0.000 description 1
- 230000001276 controlling effect Effects 0.000 description 1
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 description 1
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 1
- 230000010339 dilation Effects 0.000 description 1
- 239000006185 dispersion Substances 0.000 description 1
- 239000000428 dust Substances 0.000 description 1
- 238000000921 elemental analysis Methods 0.000 description 1
- 238000000605 extraction Methods 0.000 description 1
- 230000004927 fusion Effects 0.000 description 1
- 238000000227 grinding Methods 0.000 description 1
- 230000006872 improvement Effects 0.000 description 1
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 1
- 239000013618 particulate matter Substances 0.000 description 1
- 229960004583 pranlukast Drugs 0.000 description 1
- 239000001294 propane Substances 0.000 description 1
- 230000001105 regulatory effect Effects 0.000 description 1
- 238000011160 research Methods 0.000 description 1
- 238000005507 spraying Methods 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
- 239000000126 substance Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C10—PETROLEUM, GAS OR COKE INDUSTRIES; TECHNICAL GASES CONTAINING CARBON MONOXIDE; FUELS; LUBRICANTS; PEAT
- C10B—DESTRUCTIVE DISTILLATION OF CARBONACEOUS MATERIALS FOR PRODUCTION OF GAS, COKE, TAR, OR SIMILAR MATERIALS
- C10B57/00—Other carbonising or coking processes; Features of destructive distillation processes in general
- C10B57/04—Other carbonising or coking processes; Features of destructive distillation processes in general using charges of special composition
Landscapes
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Materials Engineering (AREA)
- Oil, Petroleum & Natural Gas (AREA)
- Organic Chemistry (AREA)
- Coke Industry (AREA)
- Solid Fuels And Fuel-Associated Substances (AREA)
Description
i Ή V.O. 53¼ ! -1- a *
Werkwijze om hoogovenkooks te bereiden
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze cm hoogovenkooks te bereiden, waarbij het mogelijk wordt een aanzienlijk grotere hoeveelheid minderwaardige kool te verwerken in het te ver kooks en koolmengsel dan tot dusver.
5 De kooksbereidingsindustrie staat voor de moeilijkheid, dat er onvoldoende aanbod is aan goede kookskool. Hoogovens en in het bijzonder de grote, vereisen kooks van goede kwaliteit om stabiel te kunnen werken.
Het wereldwijde tekort aan kookskolen van goede kwaliteit heeft de prijs daarvan doen stijgen. Om de daardoor ontstane moeilijkheden op te los-10 sen zijn methoden ontwikkeld en gedeeltelijk reeds in gebruik genomen om ook minderwaardige kool voor dit doel toe te passen, zoals niet ver-kooksende kool of slecht verkooksende kool omdat deze koolsoorten het grootste deel van de beschikbare kolenlagen uitmaken en goedkoper zijn.
Deze koolsoorten werden tot dusver beschouwd als ongeschikt voor de be-15 reiding van hoogovenkooks.
pij voorbeeld is een systeem ontwikkeld, waarbij de te verkooksen kool werd voorverhit op 200-350°C voordat de kool in de kooksoven werd gevoerd (Japanse octrooiaanvrage 23b95/k6, gepubliceerd op 5 juli 1971).
De te verkooksen kool bestaat daarbij ofwel geheel uit kookskool of uit .
20 een mengsel van kookskool en minderwaardige kool.
Ook is voorgesteld, aan het te verkooksen mengsel briketten toe te voegen, welke een mengsel bevatten, dat ook minderwaardige kool bevat (Japanse octrooiaanvrage 7375A6, gepubliceerd op 2b februari 1971)·
Verder is voorgesteld een bakmiddel toe te voegen. Daarbij wordt 25 het te verkooksen koolmengsel bereid door kunst^matige kookskool of een bakmiddel toe te voegen aan een koolmengsel (Japanse octrooischrift 85803/53, ter inzage gelegd 28 juli 1978). Verder is een selectief ver-poederingssysteem voorgesteld. Daarbij wordt een kookskool van het type, waarin de verkooksingseigenschappen een functie is van de verdeling van 30 de deeltjesgrootte, gepoederd en gezeefd (Japanse octrooiaanvrage 1+5763/^95 gepubliceerd op 6 december 197en de Japanse octrooiaanvrage 19321/53, gepubliceerd op 20 juni 1978).
Men neemt aan, dat voorverhitten van de te verkooksen kool als resultaat heeft, dat de verkregen kooks een grotere sterkte heeft o.a.
8002830, -2- cmdat de brutodichtheid van de in de hooksoven gevoerde kool groter wordt en de tussenruimte tussen aan elkaar grenzende kooldeeltjes kleiner worden en omdat de 100°C-zone, waarin het aanwezige water verdampt, totaal ontbreekt of slechts kort duurt, de verhittingssnelheid in de plas-5 tische zone kleiner wordt, de dikte van de plastische laag groter wordt en de mogelijkheid, dat aan elkaar grenzende kooldeeltjes samenvloeien eveneens groter wordt. Hoewel het toelaatbare gehalte aan minderwaardige kool afhangt van de gebruikte koolsoort, wordt aangenomen, dat de bovengrens hiervoor ten hoogste 20 gew.$ is (verder eenvoudig aangeduid als $). 10 Voor het. geval, dat een deel van de lading bestaat uit briketten, bestaan verschillende meningen over het mechanisme, dat het verkregen effect veroorzaakt. Een typerende theorie is, dat tijdens het verkooksen de uitzetting van de briketten een verdichting veroorzaakt van de cm de briketten liggende kool, wat op zijn beurt leidt tot een verbetering van 15 het verkooksen. Wanneer het gehalte aan briketten 60$ is, wordt de bruto-dichtheid van de in de kooksoven gevoerde kool ma.yimnAi en dan wordt ook de sterkte van de verkregen kooks het meest verbeterd. Wanneer men echter tracht dit systeem.op commerciële schaal uit te voeren, dan veroorzaakt de segregatie van de briketten in de kooksoven een probleem hij de af-20 voer van de verkregen kooks uit de kooksoven. Om die reden acht men het toelaatbare gehalte aan briketten meestal ten hoogste 30$.
Het toelaatbare gehalte aan minderwaardige kool in het te verkooksen mengsel wordt meestal geschat op ongeveer 20$, al hangt ook dit af van het gebruikte type minderwaardige kool.
25 Toevoegen van een bakmiddel heeft de bedoeling, het onvoldoende samenvloeien te compenseren en tevens de kwaliteit van de verkregen kooks te verbeteren. Daarom is de kwaliteit van het gebruikte bakmiddel bijzonder belangrijk. Omdat het bakmiddel gewoonlijk duurder is dan kool, is het in het algemeen om economische redenen niet mogelijk meer dan 10$ 30 bakmiddel toe te voegen. Het gevolg daarvan is, dat het gehalte aan minderwaardige kool kleiner moet blijven dan ongeveer 20$.
De methode met selectief verpoederen heeft als bedoeling de ver-kooksingseigenschappen van de toegevoerde kool te verbeteren door verpoederen van kookskool van een type, waarbij de verkooksingseigenschappen 35 een functie zijn van de deeltjesgrootteverdeling, na het verpoederen het gemalen produkt te zeven door een zeef met mazen van 3-6 mm en de op de zeef achtergebleven grove deeltjes opnieuw te verpoederen, zodat de in- 8002830 i i -3- erte deeltjes, welke het verkooksen kinderen en welke concentrisch aanwezig zijn in de zone met grove deeltjes, gelijkmatig verdeeld zullen worden door de gehele in de kooksoven te laden hoeveelheid kool.
Bij elk van de genoemde methoden is echter het grootst mogelijke 5 gehalte aan minderwaardige kool in de kooksovenlading ongeveer 20$.
Er Bestaat daarom een dringende Behoefte aan een methode, om hoogoven-kooks te Bereiden uitgaande van een mengsel met een groter gehalte aan minderwaardige kool. Op dit doel is dan ook veel onderzoek gericht.
De werkwijze volgens de uitvinding combineert de toepassing van 10 Briketten in de kooksovenlading met de eis, dat het totale vochtgehalte van het koolmengsel moet worden verminderd tot ten hoogste h%, omdat dan de segregatie van Briketten in de kooksoven wordt verminderd en het gehalte aan Briketten in de kooksovenlading kan worden opgevoerd tot bo% tijdens commerciële operaties, zonder dat het nodig is Bijzondere midde-15 len toe te passen om de segregatie te voorkomen. Bovendien kan het effect van de toevoeging van een Batoniddel in de Briketten worden verbeterd en het gehalte aan minderwaardige kool nog aanzienlijk worden vergroot, wanneer men ook het totale vochtgehalte van de Briketten Brengt of houdt op ten hoogste k%.
20 De uitvinding maakt het mogelijk, het gehalte aan minderwaardige kool op te voeren, tot een nog grotere waarde door een uitvoeringsvorm, waarbij kookskool wordt verpoederd van een type, waarin de verkooksings-eigenschap is gesegregeerd volgens deeltjesgrootteverdeling (bij voorbeeld in kookskool uit Australië of Canada), terwijl de door de zeef 25 doorgelaten fijne deeltjes.worden gemengd met de overige te verkooksen kool, ten minste 65$ van het verkregen mengsel wordt gemengd met ten hoogste 35$ minderwaardige kool, onder vorming van een koolmengsel, dit koolmengsel zodanig wordt Behandeld, dat het totale vochtgehalte ten hoogste k% is, afzonderlijk Briketten worden vervaardigd, welke ten min-30 ste 10$ kookskool Bevatten, ten hoogste 90$ minderwaardige kool en een Bindmiddel en/of Bakmiddel en dan ten minste 60$ van het genoemde koolmengsel wordt gemengd met ten hoogste k0% Briketten en vervolgens het verkregen mengsel wordt verkookst. Het effect van de uitvinding wordt nog verbeterd, wanneer ook het totale vochtgehalte van de Briketten 35 wordt gebracht op ten hoogste k% en wanneer de grove deeltjes, welke na het verpoederen van de kookskool op de zeef achterblijven, opnieuw worden verpoederd en gebruikt als vervangingsmiddel voor de kookskool in het 800 2 8 30 -k- koolmengsel of van de kookskool in de briketten. Een doel van de uitvinding is daarom, een werkwijze te verschaffen voor de bereiding van hoogovenkooks, uitgaande van een mengsel, dat een groot gehalte heeft aan minderwaardige kool.
5 Een ander doel van de uitvinding is een. werkwijze te verschaffen om hoogovenkooks te bereiden onder bijmengen van briketten, zonder noodzaak van bijzondere, middelen cm segregatie te voorkomen.
De overige doelen, kenmerken en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de onderstaande beschrijving aan de hand van de tekening. 10 Fig. 1 is een schematisch diagram van de proefapparatuur, welke wordt toegepast in voorbeeld II van de uitvinding en fig. 2 is een grafiek, welke het verband toont tussen het totale vochtgehalte van briketten en de kookssterkte, zoals besproken in onderstaand voorbeeld. III.
15 In de beschrijving zullen de hieronder genoemde termen worden ge bruikt in de hier gedefinieerde betekenis.
Onder "kookskool" wordt verstaan een sterk verkooksende kool tot een zwak verkooksende kool.
Onder "minderwaardige kcol" wordt verstaan, niet verkooksende kool 20 of slecht verkooksende kool, welke de eigenschappen heeft: CSÏÏ (FS1) 0-2, vloei-index 0-10 DDTM en totale dilatatie-index (Audibert Arni dilatometer) 0, welke tot dusver beschouwd werd als ongeschikt voor de bereiding van hoogovenkooks.
Onder "koolmengsel" wordt verstaan, kookskool of een mengsel be-25 staande uit gewenste hoeveelheden kookskool en minderwaardige kool, dat zo is gekozen, dat de CSIT ligt tussen 3 en 9 en het gehalte aan vluchtig materiaal tussen 25 en 33%.
Onder "te verkooksen kool" wordt verstaan een kool, bereid door uitsluitend een koolmengsel te gebruiken of door mengen van een kool-30 mengsel met briketten of een bakmiddel en dat klaar is voor toevoer in een kooksoven.
Onder "briket" wordt verstaan een produkt, verkregen door mengen van kookskool en minderwaardige kool in een gewenste verhouding, toevoegen van een bakmiddel en/of bindmiddel aan het verkregen mengsel, 35 kneden van het mengsel en briketteren daarvan in een briketteerpers,
Onder "bakmiddel" wordt verstaan een aromatische bitumineuze stof. Voorbeelden daarvan zijn: koolteerpek, asfaltpek en de peksoorten, die 800 2 8 30 ί ί -5- verkregen worden door verhitten of extraheren met een oplosmiddel van kooit eerj asfalt, het residu dat achterblijft na afdestilleren van de 230°C fractie uit kooiteer (verder aangeduid als 'Vegenteer"), zware aardoliefracties, en dergelijke. Deze kunnen worden gebruikt samen met 5 oplosmiddelen, zoals kooiteer, wegenteer of asfalt, verkregen door extractie met propaan van aardoliën.
Deze bakmiddelen zijn zonder uitzondering in staat de verkooksings-eigenschappen te verbeteren en gewoonlijk wordt daarvan 1-30% toegevoegd,, berekend op het mengsel.
10 Het bindmiddel wordt gebruikt om de briketten hun' samenhang te geven. Koolteerpek, asfalt, wegenteer, kooiteer en dergelijke kunnen worden toegepast als bindmiddelen en ze worden gewoonlijk toegevoegd in een mengverhouding van 5-15%·
Bij de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding gebruikt men een 15 koolmengsel, verkregen door mengen van tenminste 80$ kookskool met ten hoogste 2.0% minderwaardige kool, voorverhit of gedroogd, zodat het totale vochtgehalte ten hoogste b% wordt; men bereidt dan afzonderlijk briketten door samenbrengen van ten minste 10$ kookskool* ten hoogste 90% minderwaardige kool en bindmiddel en/of een bakmiddel en mengt dan 20 ten hoogste ^0$ van de briketten met ten minste 60$ van het koolmengsel, waarvan het vochtgehalte is geregeld op ten hoogste k% en verkookst dan het gehele mengsel.
Bij de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding treedt segregatie van briketten minder op dan bij de gebruikelijke koolmengsels (welke 25 een totaal vochtgehalte hebben van ongeveer 8$) en daardoor kan het gehalte aan briketten worden vergroot tot h0%3 zelfs wanneer men werkt op technische schaal en het gehalte aan minderwaardige kool kan eveneens aanzienlijk worden vergroot omdat het vochtgehalte van het koolmengsel is verlaagd tot b% of daaronder. Wanneer men bovendien het totale vochtge-30 halte van de briketten vermindert tot k% of daaronder, wordt de dikte van de plastische laag in de plastische zone vergroot op dezelfde wijze als bij het bekende systeem, waarbij het koolmengsel werd voorverwarmd, zodat het effect van de toevoeging van het bakmiddel wordt versterkt en het gehalte aan minderwaardige kool groter kan worden. Als resultaat 35 daarvan, kan men "vrijwel de helft van de totale hoeveelheid te verkook-sen kool doen bestaan uit minderwaardige kool.
De bovengrens voor het gehalte aan minderwaardige kool in het koolmengsel, waarvan het totale vochtgehalte moet worden verminderd tot b% 800 2 8 30 ' * -6- of daaronder ligt vast op 20$. De reden voor het bestaan van deze bovengrens is, dat de kooks sterkte van de uit bet koolmengsel verkregen kooks (afgezien van bijzondere omstandigheden), onvoldoende wordt, wanneer het gehalte aan minderwaardige kool groter is dan 20$.
5 De bovengrens voor het gehalte aan minderwaardige kool in het uit gangsmateriaal voor de briketten ligt op 90$. De reden voor deze grens is, dat de kookssterkte onvoldoende wordt, wanneer het gehalte aan minderwaardige kool groter wordt dan 90$.
De bovengrens voor het totale vochtgehalte van het koolmengsel is 10 De reden voor deze grens is, dat de kookssterkte van'de uit het koolmengsel verkregen kooks onvoldoende wordt, wanneer het vochtgehalte groter is dan i+$, terwijl tegelijk de segregatie van de briketten toeneemt en. het gehalte aan briketten dienovereenkomstig moet worden verminderd.
Het gehalte aan briketten kan worden vergroot door het totale 15 vochtgehalte van het koolmengsel te verminderen. Zoals gezegd kan men het gehalte aan minderwaardige kool nog verder vergroten, wanneer ook het totale vochtgehalte van de briketten wordt verminderd tot k% of daaronder.
De bereiding van briketten met een totaal vochtgehalte van niet meer dan k% kan worden uitgevoerd door eerst het uitgangsmateriaal voor 20 de brikettenbereiding te drogen tot het vochtgehalte klein genoeg is, dit koolmengsel dan te kneden en het vervolgens te persen tot briketten of ook wel door eerst het materiaal te vormen tot briketten in een brikettenpers en daarna deze briketten te drogen tot het totale vochtgehalte klein genoeg is. Het resultaat van het aanpassen van het totale 25 vochtgehalte blijft gelijk, onverschillig welke van de twee genoemde methoden wordt toegepast.
Bij de tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding wordt kookskool verpoederd van een type, waarin de verkooksingseigenschappen zijn gesegregeerd, afhankelijk van de deeltjesgrootteverdeling, waarna de ver-30 poederde kool wordt gezeefd, de op de zeef achterblijvende grove deeltjes verder worden verpoederd en daarna gemengd met de fijne deeltjes, welke door de zeef waren doorgelaten, met andere kookskool en met minderwaardige kool, onder vorming van een koolmengsel, waarna het vochtgehalte van het verkregen koolmengsel wordt ingesteld op de gewenste waarde. Bij die 35 tweede uitvoeringsvorm kan men ook kookskool verpoederen van een type, waarin de kooksvormende eigenschappen zijn gesegregeerd, afhankelijk van de deeltjesgrootte, het poeder zeven, de op de zeef achtergebleven 800 2 8 30 -7- grove deeltjes verder verpoederen en dit tweede poeder gebruiken als m vervangingsmiddel voor de kookskool in de briketten.
Meer in het bijzonder wordt volgens de tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding bij de bereiding van hoogovenkooks door verkooksen van 5 een koollading, bereid door een koolmengsel te mengen met de briketten, de kookskool van een type, waarin de kooksvormende eigenschappen zijn gesegregeerd, afhankelijk van de deeltjesgrootteverdeling, eerst gepoederd en daarna gezeefd, waarna de fijne deeltjes, die worden doorgelaten, worden gemengd met andere kookskool, terwijl niet minder dan 65% van het 10 verkregen mengsel en niet meer dan 35$ minderwaardige kool worden verenigd tot een koolmengsel en dit koolmengsel wordt gedroogd tot het vochtgehalte kleiner is dan k%. Afzonderlijk worden dan briketten vervaardigd met ten minste \Q% kookskool en ten hoogste 90$ minderwaardige kool en verder bindmiddel en/of bakmiddel. Daarna wordt dan ten minste 60% van 15 het genoemde koolmengsel gemengd met ten hoogste 1*0$ briketten en het verkregen mengsel wordt dan verkookst.
Voorverhitten van de te verkooksen kool heeft als resultaat, dat de bruto-dichtheid van de te verkooksen kool in de. kooksoven wordt vergroot, hetgeen het verdichten van de kooldeeltjes bevordert en meewerkt 20 bij het samensmelten van de portie met klein molecuulgewicht en de portie met groot molecuulgewicht in de plastische zone. Wanneer dit systeem wordt gebruikt in combinatie met het bovengenoemde selectieve verpoede-ringssysteem, verkrijgt men een synergistiseh effect, doordat de dispersie van de portie met klein molecuulgewicht wordt bevorderd tijdens 25 het voorverhitten, omdat de inerte deeltjes, welke de kooks-vormende eigenschappen remmen en welke concentrisch aanwezig zijn in de grove deeltjes, gelijkmatig kunnen worden verdeeld door het gehele koolmengsel. Als resultaat kan het gehalte aan minderwaardige kool aanzienlijk worden opgevoerd. Omdat verder het totale vochtgehalte van het koolmengsel wordt 30 afgeregeld op een waarde van ten hoogste evenals bij de eerste uitvoeringsvorm, voordat het koolmengsel wordt gemengd met de briketten, wordt de segregatie van de briketten in de kooksoven verminderd en dat maakt het weer mogelijk het gehalte aan briketten tijdens een commerciële operatie te vergroten tot aan h0% zonder dat bijzondere middelen nodig 35 zijn om de segregatie te verhinderen en dat brengt weer mee, dat het totale gehalte aan minderwaardige kool eveneens groter kan worden.
Wanneer men bovendien het totale vochtgehalte van de briketten af- 800 2 8 30 -8- regelt op een waarde van h% of daaronder, wordt ook. bij de tweede uitvoeringsvorm door het voorverhitten de dikte van de plastische laag in de plastische zone vergroot en de mogelijkheid bevorderd, dat aan elkaar grenzende kooldeeltjes samensmelten, waardoor het gehalte aan minder-5 waardige kool in de briketten overeenkomstig kan worden vergroot. Dit effect wordt nog versterkt wanneer een bakmiddel wordt toegevoegd tijdens de bereiding van briketten en dan kan het gehalte aan minderwaardige kool in de briketten ook worden vergroot. Wanneer de op de zeef achtergebleven grove deeltjes opnieuw worden gepoedeld, en daarna worden toege-10 voegd aan de briketten, dan verkrijgt men als effect, dat de fijne deeltjes, welke door de zeef worden doorgelaten, worden gemodificeerd, zodat ze een grotere hoeveelheid minderwaardige kool in het koolmengsel toelaten.
Cm de hierboven genoemde redenen maakt de werkwijze volgens de uit-1-5 vinding door een specifieke combinatie van stappen de bereiding van hoog-ovenkooks mogelijk uit een te verkooksen koolmengsel, dat tot aan de , helft bestaat uit minderwaardige kool.
Bij de tweede uitvoeringsvorm is de bovengrens voor het gehalte aan minderwaardige kool in het koolmengsel 35$. De reden voor deze boven-20 grens is, dat de kookssterkte onvoldoende wordt, wanneer het gehalte aan minderwaardige kooks in dit koolmengsel groter wordt dan 35$·
De redenen voor het effect van en het vastleggen van de bovengrens voor het gehalte aan minderwaardige kool in de briketten op 90$, afregelen van het totale vochtgehalte van het koolmengsel op h% of daar-25 onder en afregelen van het vochtgehalte van de briketten op hl of daaronder, zijn dezelfde als bij de eerste uitvoeringsvorm.
De uitvinding wordt toegelicht door de volgende voorbeelden. Voorbeeld I
Een koolmengsel A, dat uitsluitend bestaat uit kookskool en minder-30 waardige kool B, beschreven in tabel A, werden met elkaar gemengd in de verschillende verhoudingen, die genoemd zijn in tabel B, daarna behandeld in een vloeiend bed met een middellijn van 30 cm 'tot ze de in tabel B genoemde vochtgehalten hadden, gevuld in blikken van 18 liter, geplaatst in een elektrische oven bij 800°C en daar U uur gelaten, vervolgens op-35 gewamd tot 1000°C met een snelheid van 3,3°C/minuut, 3 uur op die temperatuur gehouden, daarna afgevoerd uit de elektrische oven en afgekoeld door besproeien met water, waarna de kookssterkte werd bepaald volgens 8 0 0 2 8 30 -9- J.I.S. K-2151-6 (deze "bepalingsmethode zal ook verder in deze "beschrijving telkens -worden gebruikt). De resultaten zijn samengevat in tabel B.
TABEL A
_Analyse %_
Vocht- vluchtige niet fractie klei- gehalte as componenten vluch- ner dan 3 mm tige P.I. {%) kool- CSU (Log _stof_DDPM)_
Kool- mengsel A 1,6 8,T 26,3 63,!+ k 1/2 2,10 85
Minderwaardige geen kool B 2,7 8,8 3^,1 5^Λ 1/2 rotatie 85
De analyse werd verricht in overeenstemming met JIS M-8812, CSU werd bepaald volgens JIS M-8801-5 en volgens JIS M-8801-7 (deze bepalingsmethoden zullen ook verder telkens worden gebruikt).
80 0 2 8 30
TABE1 B
-10-
Proef Mensverhouding Totaal Bruto Kookssterkte no. vocht- dicht- - gehalte heid _τ30 ^150 (#) in een DI15 DI15
_(Wm3) (» W
1 Koolmengsel A 100# 8,0 750 93,8 83,0 2 " 6,0 800 9U,1 83,9 3 " M 850 9^,6 86,1 b " 2,0 870 9M 86,5 5 "0 870 9b,8 86,6 6 Koolmengsel A 90# + 8,0 750 89,2 75,7 - minderwaardige kool B 10# 7 " 5,0 810 90,8 76,8 8 " 3,0 860 9b,9 86,3 9 "0 870 95,b 86,b 10 Koolmengsel A 80# + 8,0 750 85,2 68,7 minderwaardige kool B 20# 11 " 5,0 310 87,8 7^,9 12 " 3,0 860 93,3 82,5 13 " 0 870 93,8 82,9 1b Koolmengsel A 70# + 0 870 91Λ 78,2 minderwaardige kool B 30# 800 2 8 30 -11-
Het totaal vochtgehalte werd "bepaald volgens de vereenvoudigde methode cm het vochtgehalte te bepalen uit JIS M-8811-β. (Deze methode zal ook verderop vorden toegepast).
De bruto-dichtheid in het blik werd bepaald door een monster van 5 10 kg te brengen in een ijzeren doos met een lengte van 235 mm, een breedte van 235 mm en een hoogte van 355 mm, deze doos driemaal, te laten vallen op een ijzeren plaat van een hoogte van 11 cm en bepalen van de hoogte van het monster in de doos. (Deze methode zal ook verderop worden toegepast) .'· 10 Uit tabel B blijkt, dat het effect van voorverhitten van het koolmengsel A bijzonder opvallend is bij de proeven met een totaal vochtgehalte van niet meer dan b% 3 terwijl de maximale hoeveelheid minderwaardige kool, die met het koolmengsel A kan worden gemengd, ongeveer 20$ is.
15 Voorbeeld II
Het koolmengsel A uit tabel A werd in het genoemde vloeiende bed behandeld tot het vochtgehalte een gekozen waarde had, liggend tussen 8$ en 2$ en daarna overgebracht in de hopper 1 uit' het in fig. 1 getoonde proefapparaat. Tevens werden in de hopper 2 briketten gebracht 20 (waarvan het totale vochtgehalte was gebracht op een gekozen waarde tussen 8$ en 2% en met de samenstelling, aangegeven in tabel C en met afmetingen van 35 mm x 35 mm x 25 mm. Met behulp van de doseerschroef 3 en de triltransporteur b werden de gemengde kool A en de briketten uit hopper 1 en hopper 2 afgevoerd in een gekozen verhouding en met transpor-25 teur 5 overgebracht in een uit stalen platen opgebouwd model op ware schaal van een kooksoven. De geïmiteerde technische hoogoven had een lengte van 16,5 m, een wijdte van 0,b6 m en een hoogte van 7, 1 m en het model had dezelfde maten, behalve dan dat de lengte slechts de helft van de genoemde waarde bedroeg. In de tekening is 7 een monsteropening, die 30 tevens dient als afvoer. De door deze openingen genomen monsters werden onderzocht om de segregatie van briketten te bepalen.
De resultaten zijn samengevat in tabel D. De in tabel D genoemde waarden zijn gemiddelden van 5 monsters, genomen op boven elkaar gelegen plaatsen van het model.
35 TABEL C
_Mensverhouding {%)_
Koolmengsel A ^0
Minderwaardige kool B 60
Wegenteer_7_ -12- § 0 f> 1¾ •H :<D d
tj.H(U J-VOO-i'-OlACOcOl-COON'-J-t-iM
3o-p ,p .p A || A H A A A ^ A A A f A A Λ ¢) r— t— T~r— r—r-r-r— r-'r— t— r— t— • Sh P « :o ή J o u S up P=5 o w bfl O d^ as bo o d p .pi ,p| ÖN+5Ö oonj-ooootMiAmmcvjt-ocoT-o 4) (Ü <U ( A A A A A A ft r A a A i1 ft A A Λ o 5 ij « σ\σ\οονοαοο\οο. ιλονο*— vocopt-op· k d ·η S3 '-wco.i'-aicoj· t— r~ oj r- cm
® 9 b S
P-ι aS p —
H
o a rH £j d >
3 Ο O d t- p- o\ ON cm o o OJ- rovo t- CO 00 LA VO
O d Ö ¢) ¢) η η n r « « n ' « ·* " ' ·* Λ " Λ
H paiO+iOOniAVOOCMCOP-Ot— C\ -P O <7\ b- LA
H •Hd!3a3onp-LAt~mp-iAt-cMCMcnp-<MCMcnp· •h g +3 +s be 0 ca ^ 4-3 Ω <n :j oj __ > 0 50 t*— LA C\1 CNOCO Lf\ VO OCO CM CM CO C\ r^j—j ααι'ααααααα«αλλ<,<' J ft dd T-J-t-O'-OnONCOOOCMCOCMCU’-VO’- 51 o>. T-^-t-onr-r-t-ojcjcon-si-wmTOJ· W S3 Ξ 5 .
<1 -P d o as E+ p d 6» •h as o oovocoot-ooi-i-t-cocmiacmp-onon f| .„p J^j ΛΛΛ*Λ*»Λ*ΛΛΛ*ΑΛΛ*
fl ö' tj H ONP-CMOOlAOO'— pr- 0\OVp-C— VOLA
d*H<D CMOOP'AdCOp-AT-CMPVQ'— CMP-VO
•feS. p\ P o pj d
0 (U
P Ö -P d -H 43 0) a) —.
!> hfl p -¾¾. .o ooooooooooooooo
a a ·η w ’cuoiJ'inainjinaicnj'iAiMOJ-iA
S3-rl
POP
s
^¾¾¾¾¾¾¾¾¾¾¾¾¾¾. ao €θ· vo co P- co CMCO
00)0000¾¾ 4343434343434343 ΗΗγ-ΊΗΗι-ΗΗΗ töaScdaSaJcöcdcö PPPPPPPP oooooooo to < M taO <! Μ bO < bO 60 «! 60 +3 +3 +J +3 +3 +3 +3,+3
PHP PHP PHP PHP
ÜOÜ ooo ooo ooo oraodooodo wodocaod >b0>0!>b0!>0>b0!>0>'b0!>0 a +3 a -a a -p , a , +3
H Ο H 43 H Or-1 p H Or—I +3 H O H -P
assaoasaoassaoagao dH dp aSH aS p aS H aS P aSH dp 43 O 43 ·Η -P O -P ·Η -P 0-Ρ·Η-Ρ O +3 ·Η oooaoooaoooaoooa ε+ΡΕΗΡΡ^ΡΕ+οΕ+ΡΕ-ίΜΒΡΒίο 800 2 8 30 ' -13- j- m σ\ on o co co vo
^Or(n\OJJlA
|»ΙΊΛΚΛΛΛΛ finAflAftAfl como-d-T-or-co r W Ol OQ -Ϊ J·
H
0 5 OlAt-OOLTNOn^-
Sr-aoaoirvoi-d-ovco w wainj-fn-ïiAt- ö P5 (xj o\oonmoncACvit-
¢0 OJr-t— CJOOOCOGN
ntoro-i'-'-’-cM
< 6 1Λ Ο 1Λ VO OJ O VO f— A A A r A Λ Λ Λ J-CO t— VO T- LP> r- 00 <- ojj-vo on tn j· J· oooooooo OJ oo'-tf irs oj cn -x la >5. ^ ^
OJ CM ao OJ
O Φ <U 0)
4J i3 JO 4J
rH rH r-J iH
tö cd cd cd rO Λ ίϊ Λ <u ο ο ο
Ö0 <ί bO ÖO < fcO
-P -P -P -P
X H X X Η X
O O O O o o oraodotnoö
>&0><U>bOi>D Ö +5 S -P
HOH-PHtUH-P cdscdocdgcdo cd H cd s3H cd ,¾ x O -p ·η -p O -p ·Η OOOfHOOOfc E-iW.EHmE-iWtHm onno a 30 ” -ii-
De maximale variatiecoëfficiënt van briketten is gelijk aan bet maximale percentage van de aanwezige briketten, gedeeld door de mengver-bouding.
Uit tabel D blijkt, dat bij de proeven, waarbij briketten werden 5 toegevoegd aan koolmengsel A met een totaal vochtgehalte van 8#, bet gehalte aan briketten in de monsters kon afnemen tot ongeveer 50# van de in bet toegevoerde mengsel aanwezige hoeveelheid briketten, onafhankelijk van het vochtgehalte van de briketten, terwijl bij de proeven, waarbij kol briketten werd toegevoegd binnen de kooksoven plaatselijk gebieden 10 voorkwamen, waarin het maximale percentage aan briketten ongeveer 60# was, hetgeen erop wijst, dat moeilijkheden kunnen worden verwacht bij het ledigen van de kooksoven en andere problemen bij het produkt.
Bij de proeven, waarbij briketten werden gemengd met het koolmengsel A met een tottal vochtgehalte van k% en 2% in het koolmengsel, 15 ... . .
waren de varxatxes xn het gehalte aan brxketten xn de genomen monsters tamelijk klein, nl. ongeveer 10 a 20# onafhankelijk van het totale vochtgehalte van de briketten ook wanneer het toegevoegde gehalte aan briketten tot aan kol bedroeg, hetgeen erop wijst, dat men ook bij de technische toepassing het gehalte aan brxketten kan opvoeren tot kQ%.
20 . . . .
De gegevens wxjzen erop, dat de segregatxe xn de kooksoven, welke ' wordt veroorzaakt door toevoegen van briketten meer afhangt van het totale vochtgehalte van het koolmengsel dan van het vochtgehalte van de briketten. Het totale vochtgehalte van de briketten werd bepaald volgens 2^ de methode om het totale vochtgehalte te bepalen (tolueenmethode), beschreven in JIS K-2^25-9· (Deze methode zal ook verder in deze beschrijving worden toegepast).
Voorbeeld III
Een koolmengsel C, omschreven in tabel E, dat uitsluitend bestond uit kookskool werd in hetzelfde vloeiende bed als in voorbeeld I behan-30 deld tot het totale vochtgehalte op 2# was. Het uitgangsmateriaal voor de briketten, met de samenstelling, genoemd in tabel C, werd in een droger behandeld tot het vochtgehalte de aangegeven waarde had, daarna gekneed met 7# wegenteer bij 50-60°C gedurende 10 minuten en daarna op een brikettenpers verwerkt tot briketten van 35 x 35 x 25 mm. Deze bri-35 ketten werden tot een gehalte van 30# gemengd met het genoemde koolmengsel C. Het verkregen mengsel werd verkookst zoals beschreven in voorbeeld I en van de kooks werd de kookssterkte bepaald. Het verband tussen 8002830 -15- het totale vochtgehalte van de "briketten en de kookssterkte is aangegeven in fig. 2.
TABEL E
_Analyse {%)_ 5 Vocht- Vluchtige niet Fractie klei- gehalte as componenten vlueh- ner dan 3 mm tige F.I. {%) kool- CSE (Log _stof_DDPM)_ 10 Kool- mengsel C 1,7 8,7 27,2 62,k 5 1/2 1,36 85%
In een vergelijkingsproef werden briketten vervaardigd uit hetzelfde koolmengsel, maar zonder de droogtrap, zodat het materiaal zijn oorspronkelijke vochtgehalte behield. Daarna werden de briketten gedroogd 15 in een droger tot ze een totaal vochtgehalte hadden van 2% en daarna werden deze briketten gemengd met het koolmengsel C, dat een totaal vochtgehalte had van 2%, en het briketgehalte van het mengsel was 30%.
Het verkregen mengsel werd verkookst onder dezelfde omstandigheden als in voorbeeld I en daarna werd. van de verkregen kooks de kookssterkte 30 20 D-I^ bepaald, welke een waarde bleek te hebben van 93,5· Deze waarde is praktisch gelijk aan de waarde 93,6 van de kookssterkte gevonden voor de kooks, verkregen door briketten met 2% vocht te gebruiken, die waren gevormd door eerst het vochtgehalte van het uitgangsmateriaal voor de briketten te drogen en daarna dit materiaal te verwerken tot briketten.
25 Hieruit blijkt, dat het effect van bijmengen van briketten het zelfde is, onverschillig of de briketten worden verkregen door eerst het vochtgehalte van het uitgangsmateriaal op de gewenste waarde te brengen en daarna de briketten te persen ofwel door eerst de briketten te persen en deze daarna te drogen. De procedure, gevolgd bij de vervaardiging van 30 briketten heeft dus geen invloed op dit effect.
Voorbeeld IV
Volgens dezelfde procedure als in voorbeeld I wordt een koolmengsel D, dat uitsluitend uit kookskool bestaat, en een minderwaardige kool E, beschreven in tabel F, zodanig behandeld, dat bij sommige proe-35 ven een vochtgehalte van 8% wordt bereikt en bij andere proeven 2% en ze worden met elkaar gemengd in variërende verhoudingen, welke zijn aangegeven in tabel G. Om briketten te vervaardigen werden het koolmengsel D, de minderwaardige kool E en wegenteer met elkaar gemengd in de hoeveel- 800 2 8 30 -16- heden, aangegeven in tabel G, 10 minuten gekneed bij 50-60°C en daarna op een brikettenpers geperst tot briketten van 35 x 35 x 25 mm; van deze briketten werd bQ% gemengd met 60% van het in tabel G aangegeven kool-mengsel.- De verkregen mengsels werden verkookst op dezelfde wijze als in 5 voorbeeld I en van de produkten werd de kookssterkte bepaald. De resultaten zijn samengevat in tabel G.
TIB E L F
_Analyse (%)_
Vocht- Vluchtige niet Fractie kLei- 10 gehalte as componenten vluch- ner dan 3 mm tige F.I. {%) kool- (Log _stof_b DDPM)_
Kool- 15 mengsel D 1,3 8,9 26,k 63,h 5 1/2 1,92 85
Minder waardige kool E 2,6 10,0 32,9 5^,5 1 1,0 85 1 8002830 -17- I 45 5 — 6 5
1? T- 4 \ö r- d VO CM m f- LA t- in O
9f\ I A AAA ΑΛΑ A ** « ΛΛΛΛ 2 LA ΙΑ COJ-OOCV! in CO CM J-OOOJ £? £?
'oï-ï- o ® 00 CO CO COCO CO COCO CO CO COCO
O H W Ω 0 u
-p CO
H ¢3 ¾¾ 03 Ï5W A Sn
Ms ,^3^0333^33^33 σ3 0 43 d tso
O 3 -H
Eh c3
H
03 U
Ό 03 Ό 03 I 1¾¾ I £— C— c— III t— c— c— t— c— t— ö So'-" •H 03 CQ is 03
d I bQ
03 u -H m 43 iSiriH I OOO I I I OOO Ο ο ΙΛ o
03 tlC d 03 O -31 VO CO -30" VO CO VO t1 CO
,¾ d -H gj g Ο ·Η ·Η S is £i 1¾ Ή
H P-ι H
03 03
^ fci Jj §1« OOO OOOOOIAO
<j a O “w ,333 I I I VO -a· CVJ VO -4- 04 <M
03 O 03
EH S fed S P
H
ceë^-. OOO ooooooo
1) n I AAA 111 ΑΛΑ aAAA
Oo2i (X)· CO CO co coco CM CM CM CM
EH !> 03 1 Ö0 <Lj »H 1¾ c -S'Sh^. ooooooooo
• HdroO^O OOO OCVI-3- CVIOJOJ CVJOJCVICJ
Η ϋ ·Η d O '
03 d s > M
tn O
Μ Λ d in h 03 03 03 I 03
H bfl H 60¾¾ O OOO OOO OOO OOOO
OÖOÖW O OOO o CO VO CO CO CO CO CO COCO
o <U O <D t— t— t— r— T— W S W Ö ft 0 Η I 43 ^
(jllS O OOO OOO OOO OOOO
43 Ü X3 ·_' Π AAn AAA " A A A A A A
000 CO COCOCO CM CM CM OJCUCVJ CJOJOJOJ
Eh Ö0
tN
os-ι in vo t— co ov O’— c\i M m vo t— co
£ S P· P. ,- pi »— CM CM CM CM CM CM CM CM CM
80 0 2 8 30 -18-
Uit tabel G blijkt, dat bij proef 23 waarbij een voorverwarmde lading in de oven werd gevoerd, welke briketten bevatte, het totale gehalte aan minderwaardige kool 36$ bedroeg, welke waarde ongeveer 12$ groter is dan de 2k%, gebruikt bij proef 17, waarbij geen voorverhitten 5 van de in de oven gevoerde lading werd toegepast. Verder blijkt, dat bij proef 27» waarbij bovendien het vochtgehalte van de briketten was gebracht op 2$, het mogelijk is in totaal l+2$ minderwaardige kool te gebruiken.
Deze grote gehalten aan minderwaardige kool moeten worden toege-10 schreven aan het synergistische effect van de gecombineerde toepassing van voorverhitten van de toegevoerde kool en van het bijmengen van briketten en van het drogen van de briketten.
Voorbeeld V
Hetzelfde koolmengsel als in proef 20 en voorbeeld IV werd gemengd 15 met 1*0$ van de briketten, aangegeven in tabel J, bereid, zoals aangegeven in voorbeeld IV. Het verkregen mengsel werd verkookst zoals aangegeven in voorbeeld I en van de verkregen kooks werd de kookssterkte bepaald. De resultaten zijn samengevat in tabel J.
80 0 2 8 30 -19- 0 03 Λ fr— 1¾¾ n s I * ^
•H
aJ C\ -p W "
S3 IA
03 H fr- M n
O LA
00 _____ <y 3¾¾. S3 ^ *ri H t- fl g •H s -s- •rl ^ Η Λ cfl O cö •rl (U 0J t-+3 03 ffi O -sf W S <n j S a te ω M £t (u cn 03 N »
CP O S3 0O
H 03 -=!-
<! P- CP
0 * 43 03 fl •rl 03
S3 aJ CM
M
I tu σ\ S3 A t- •P ,
Ο H P O Η O
> M —v ON
33¾ 4j (U w c—
03 bO IA
•rl *rl
s -P
03
bO
a •rl ft3 03 fc-
iS +3 r-N OO
P Ö O r- 03 3 o > ft ^
rH
03 Ό3 t3
•H
CP
80 0 2 8 30 -20- o 8 S OO-P-^OCMONOP-OOP-t- 5) λλλ^λλλιιλκλ#'
jj cncncncncnonoop-cncMOOCM
m oooocoaococoaococooococo m Μ O O UMA Ο T- r- y n a) a P 8 H 8 8 ïs 4¾ 8 J· J· 4 4 8 8 H ^ "''"r _ bO rd 0¾¾ CVI OJ CM (Μ4444·νθ00νθΟ3 8 o η ·η y 8 d 8 8 -P 8 bO O 8 ·Η & 8 8
H
08¾¾ I I I I I I I I I I t“ t~ w -p w 8 8 8^
bO 8 ^ t— C— C— C— t— t— t— t— t— t— I I
8 8 w S -p
H
8
Tj ΙΛΙΛΙΛΙΛΙΓΝΙΛΙΛΙΛ
Irrt I I I I Λ«η'Λι’η*' . ΙΛΙΑΙΛΙΛΙΑΙΑΙΛΙΛ 8 0¾¾ pq ^
H
8
i-q I bO
b£ 8 P Q
G2 8 8^ -—' _
•H iriirl^lAlAlA^r τ— t- t- LTN O l£N O CQ >8 8 8 0 —' h_s_t— f-COCOCOCOOO ON CO ON
3 -H 8 O
«8 8 0 2 !* y
8 Xl EH P U
p 8
<j) S | | Q UNiniAIAlAlAlAlA
'ïibOHbD'— • H 8 0(Hrl^lAIAIAlAClCOn(00\40\4 8 8 0 8 8 *— CMOJCMCU'—T-T-*- S a y a «
H
8 P
8 OOOOOOOOOOOO
p ζ_) vs λαλ*λλλ*λ*«*
Ο O '— CO NO -4 CM CO NO -4" OJ OJ CM CM OJ
ÊH j> 8 b£ I bO 8 U -H H •rt 8 Ό fd Ό 8 H ^
8 8 8 0¾¾ OOOOOOOOOOOO
θΉ8ο^αιοιαιαιαΐ(ΜθΐαιαιοΐΛΐοι 4) S !* y H 8 8 8 ra S I I n bC ® rl (ill _ _
fl 8 0 8 H ^ OOOOOOOOOOOO
jj i 0 8 8 —- COCOCOCOCOCOCOCOCOCOCOCO
S s y s «
Ο H
O 8 p _
w 8 Λ'-' OOOOOOOOOOOO
_p U V^ ΛΛΛ^ΛΛΛΛΛ^Λ'1
O O'-" OJ CM CM CM CM <M <M' CM OJ <M CM CM
EH >
P
8
Ο 0\ O r CM (Ί P* LTV NO t— CO ON O
8 ojcnoooocnmonooooooonp·
Ph 8002830 -21-
Uit tabel J blijkt, dat toevoegen van het bakmiddel in een hoeveelheid van 5*5% in briketten het mogelijk maakte het gehalte van de briketten aan minderwaardige kool E 6% groter te maken wanneer de briketten een totaal vochtgehalte hadden van 8% en 10/¾ groter, wanneer het 5 totale vochtgehalte van de briketten werd verminderd tot 2%.
Hieruit blijkt, dat het effect van de toevoeging van het bakmiddel aan de briketten groter wordt, wanneer het totale vochtgehalte van de briketten wordt verminderd. Deze vermindering van het vochtgehalte leidt dus tot een onverwacht effect.
10 Voorbeeld VI
Koolmengsels F en G met de samenstellingen, welke hieronder zijn vermeld, werden op verschillende manieren voorbehandeld (1-4) en daarna gebracht in blikken van 18 1, daarna werden de koolmengsels verkookst zoals aangegeven in voorbeeld I en van het produkt werd de kookssterkte 15 bepaald. De resultaten van de proef zijn samengevat in tabel K. Koolmengsel F:
Sterk verkooksende kool (U.S.A.) 25%
Matig sterk verkooksende kool (Australië) 55%
Zwak verkooksende kool (Japan) 20% 20 Koolmengsel G:
Sterk verkooksende kool (Australië) 25$
Matig sterk verkooksende kool (U.S.A.) 55%
Zwak verkooksende kool (Japan) 20%
Beschrijving van de voorbehandelingen: 25 1: Het koolmengsel werd ver genoeg verpoederd om kooldeeltjes te verkrijgen, waarin 80$ van de deeltjes kleiner was dan 3 mm, waarna het vochtgehalte van het geheel werd ingesteld op 8%.
2: Het koolmengsel, onderging eerst voorbehandeling 1, en werd daarna voorverhit op 200°C in een vloeiend bed met een middellijn van 30 35 cm, waarna men de kool liet afkoelen op een ijzeren plaat.
3: Van de in een koolmengsel te verwerken componenten werd de . kookskool van Australische oorsprong verpoederd. De verkregen deeltjes werden gezeefd door een zeef met openingen van 6 mm en de op de zeef achtergebleven grove deeltjes werden opnieuw verpoederd, onder vorming 35 van deeltjes waarvan 80% niet groter was dan 3 mm. De overige kookskool werd verpoederd tot deeltjes, waarvan 80$ niet groter was dan 3 mm.
Daarna werden deze deeltjes met elkaar gemengd; nl. de door de zeef door- 800 2 8 30 -22- gelaten deeltjes van Australische oorsprong, de opnieuw verpoederde grove deeltjes en de overige kookskool.
ki Het koolmengsel, verkregen volgens met voorbehandeling 3, werd voorverhit op 200°C en daarna liet men het afkoelen op een ijzeren 5 plaat, evenals bij voorbehandeling 2.
_TABEL· J_
OQ
Proef voorbe- Totaal Bruto-dicht- Kooks sterkte, (%)_ hande- vocht heid in blik T, , , _ 'rl " _ _
_τ-,-ηρ· {%) (kg/m^)_Koolmengsel F Koolmengsel G
10 U1 1 8,0 750 92,1 92,2 k2 2 0 870 92,8 92,9 ^3 3 8,0 750 92,5 92,7 I4.i4.ii· 0 870 93,6 93,5 _TABEL· K_ ' _ , , . _ Maasgrootte ί mm Maasgrootte 6 mm 1 j O O OI* u iCOOJ· · . «Μ·* _Percentage CSU Percentage CSN_
Sterk verkook- niet doorge- sende kool laten 148,6 {%) 1 1/2 140,3 {%) 1 1/2 doorgelaten 51,^ 6 59»3 51/2
Matig sterk nipt doorge- 20 verkooksende laten kool 149,1 1 1/2 37,9 1 1/2 doorgelaten 50,9 6 62,1 5
Opmerking: Tabel K vermeldt de percentages deeltjes van de kookskool van Australische oorsprong, welke werden tegengehouden resp. docrge-25 laten door zeven met openingen van I4 mm en 6 mm en de bijbehorende CSN-waarden.
Voorbeeld VII
Koolmengsel F uit voorbeeld TL werd in uiteenlopende verhouding gemengd met een minderwaardige kool H, beschreven in tabel M. De verkre-30 gen mengsels werden blootgesteld aan de voorbehandelingen uit voorbeeld VI met en zonder modificaties. De voorbehandelingen 1 en 2 werden zonder modificaties uitgevoerd. Bij voorbehandeling 3' werd alleen de matig sterk verkooksende kool van Australische oorsprong verpoederd, de verkregen deeltjes werden gezeefd door een zeef van 6 mm en de tegengehou-35 den grove deeltjes werden opnieuw verpoederd onder vorming van deeltjes, waarvan 30% werd doorgelaten door een zeef met openingen van 3 mm, waarna 8002830 -23- de grove deeltjes opnieuw werden verpoederd en de door de zeef doorgelaten deeltjes van Australische oorsprong werden gemengd met de overige kookskolen en met de minderwaardige kool H, welke ieder afzonderlijk waren verpoederd tot deeltjes, waarvan 80$ niet groter was dan 3 mm.
5 Voorbehandeling V· bestond daarin, dat de kool, verkregen bij voorbehandeling 3' werd voorverhit op 200°C,. waarna men de kool liet afkoelen op een ijzeren plaat evenals bij voorbehandeling 2. De kool-mengsels, verkregen met elk. van de· voorbehandelingen werd verkookst en van het produkt werd de kookssterkte bepaald op dezelfde wijze als in 10 voorbeeld VI. De resultaten zijn samengevat in tabel M.
_TABEL L_
Analyse (%) .... . ,, . . . , ' CSN FI deeltjes
Vocht As Vluchtig niet vluch- ( ^iner materiaal tige kool- * o —.
,a,, DDPM) dan 3 mm 1p _ stof
Minderwaar- geen dige kool H 2,7 8,8 3^,1 1 /2 rota- 80$ tie 800 2 8 30 -2U- TABEL Μ
Proef voorbe- Mensverhouding ($) Totaal Bruto-dicht- kooks-no. hande- „ , .... vocht heid in blik sterkte ^ sel F vaardige ) DI% (%) 5 _kool H_° ^5 1 95 5 8,0 750 91,2 U6 2 90 10 0 870 92,5 14-7 2 80 20 0 870 92,1
kS 2 70 30 0 870 91 ,U
10 k9 3' 95 5 8,0 750 92,1 .
50 3' 90 10 8,0 750 91,8 51 k' 90 10 0 870 93,2 52 V 80 20 0 870 92,8 53 V 70 30 0 870 92,1 15 5k V 60 U0 0 870 91,2
Uit tabel M blijkt, dat bij de proeven 51-5^, waarbij voorbehandeling V werd toegepast, nl. selectief verpoederen van de kookskool van Australische, oorsprong, mengen van de verkregen kooldeeltjes met de andere kookskolen tot koolmengsel F en mengen van het koolmengsel F met 20 de minderwaardige kool H, gevolgd door regelen van het totale vochtgehalte van het verkregen mengsel het mogelijk maakte mengsels te verkrijgen, die ieder bestonden uit 70$ koolmengsel F en 30$ minderwaardige kool H.
Voorbeeld VIII
25 Het uitgangsmateriaal voor briketten, verkregen door mengen van dezelfde minderwaardige kool H (tabel M) uit voorbeeld VII in verschillende verhoudingen met het koolmengsel G uit voorbeeld VI en met wegenteer met een verwekingspunt van 25°C, dat als bindmiddel werd gebruikt, werd 10 minuten gekneed bij 50-60°C. Daarna werd het mengsel in een bri-30 ketteerpers gevormd tot briketten van 35 x 35 x 25 mm. Bij enkele proeven was het totale vochtgehalte van de briketten 8$ en bij andere 2%.
Daarna werd een koolmengsel, bestaande uit 70$ koolmengsel G uit voorbeeld VI en 30$ minderwaardige kool H uit voorbeeld VII blootgesteld aan voorbehandeling U' en gemengd met h0% van een variërend type briket-35 ten, bereid op de boven beschreven wijze. Het verkregen mengsel werd ver-kookst zoals beschreven in voorbeeld VI en van de verkregen kooks werd 8002830 -25- de kookssterkte bepaald. De mensverhouding van het uitgangsmateriaal voor de briketten en de gevonden kookssterkten zijn samengevat in tabel 0.
enn 9 fl ................... ......... ‘ " ” -26- 0 I 43 ΙΛ VI M T- λ (IQt-t— ΟίΛ’— t— id Ο ·&δ. ««**> ·>««*" O0cn —' ojoji- m (M w r- 0 p h on on on on on on on
W m Q
1 vHOO
Ol H S
+} 4J iH OOO OOOO
0 4¾ ·γΗ bO LTNLfNLfN ΙΛ ΙΛ ΙΑ IA
Jh O 0 d 4? ONONON OnONONON
PQ ·Η 44 ·Η tfj 0^ 0 I 60¾¾ Η P Μ ·Η
CÖ H 0 'O
«3 0 Ό P H J·· ® 01 -d-cOCMVO
p 44 d 3 0 cnooj· monjj· 0 0 ·η aj 0
&h bO S I* M
a 1 'O 1 i4 fl xl H t— t— t- t— t— t— t- *rH *P 0 H PQ S Ό pq <4 w be 1 d U Ed EH d -H 0 1 0 Ό >0 Pd 0 H „ „
+5 0 SöbOOOOO OOOO
+5 Ο τΙ d'ri O 4 IA Vfl -4 LfN NO t— 0 44 g > Ό Ai 44 •H 0
Pd !> I 1 O
P4 b£ H bO
Ö O d H
0000 OOO OOOO
S y g ui ia 4 ^0 a 4 n
rH
ctJ p
¢044 OOO OOOO
.po ΛΛΟΠΛΛΛ
OO CO CO CO OJ CJ C\J OJ
eh > bd I
d Pd Ed •H 0 ! Ό ^ p 0 rl dddbooooo oooo
--νΟ'ΡίβτΗΟΑΟΟΟΟΟ COOOfOfO
•fe5. 44 g > >0 M
--- H
0
Η > I I O
0 hC H bO
m ο ο ΰ Η _
bfi <D O 0 0 OOO OOOO
d g W Ö w t— c— c— c— c— c— t— <u
M H
0 ¢8 P
O d 44 _ _ _
Wpa 000 0000 0 0 EH >
P
0 o· LANOt-COONO'- ^ O IA IA IA IA IA 0 0
On d 800 2 8 30 ..........................’ ' -27-
Uit tabel O blijkt, dat in de kooks, bereid uit bet te verkook-sen koolmengsel, bestaande uit 60% koolmengsel, dat 30% minderwaardige kool H bevatte, met b0% briketten, bet gehalte aan minderwaardige kool, berekend op bet gehele te verkooksen mengsel 38% kon zijn, zolang de 5 briketten een totaal vochtgehalte hadden van 8% (proef 56), terwijl dit gehalte kon worden opgevoerd tot k2%t wanneer de verwerkte briketten een totaal vochtgehalte hadden van 2% (proef 60).
Voorbeeld IX
Op dezelfde, wijze als. in proef VIII werden briketten gevormd uit 10 een mengsel, verkregen door minderwaardige kool H, beschreven in tabel M, in variërende verhouding te mengen met het koolmengsel G uit voorbeeld VI en aan het verkregen mengsel een bindmiddel toe te voegen (gebruikt werd wegenteer of koolteer) en een bakmiddel, waarvan het type beschreven is in tabel P. Daarna werd 60% koolmengsel, verkregen door koolmengsel G te 15· mengen met 30% minderwaardige kool H en het verkregen mengsel bloot te stellen aan voorbehandeling U’, gemengd met h0% briketten van het beschreven type. Het verkregen mengsel werd verkookst zoals beschreven in voorbeeld VI en van de verkregen kooks werd de kookssterkte bepaald.
De samenstelling van de briketten en de gevonden kookssterkte zijn 20 vermeld in tabel Q.
_TABEL 0___
Verwerkings- niet Niet oplosbaar in (%)_ middel vluch- (°C) tige £" _ . 0So nc , , hexaan Benzeen 2 Chmolme 25 kool _(£)_
Bindmid- 187_57,9 79,2 k8,3 3M 1U,7_ (%) elementair analyse C Η Ή S 30 85,7 5,9 1 ,2 7,0 fiOO 2 8 30 -28- <ΰ s ^ ?Η 6¾
<U
+3 CN1 -4 i- t— r- \q t- *q n η n a n a a tn oj ^ cni oj cvi *“ cu
,¾ ο ΙΛ ON ON ON ON ON ON ON
OM<-
0 H
« o a ^ 1 I -ri on
Ο -p S
+3xjtd^j<L ο ο ο ο ο ο o
|3 a ·Η Ή Μ A A A A A A A
m .p d> rt y σ\ on on on On on on fq rtf Μ m a) dJ I bo rt -p u ·Η a) Η o ^ cd cd rt P H ^ -p M d cd o —' o cvj o -4- co cvj co OO-HUJO -4· -4· -4 -4" -4 A -4 ^ bo s ;s y H t— t— It— t— t— t— I t— I <U I I Ö I I I Ö Ό Ό rHi-, CUfH fH?n ίί,δΐ
dirt 00 0 <D taO d> 0 d) O d) 0 d) taO <U
•H.H OO 00 OO OO 00 00 OO
ms y-pw-pÊs-pw-py-py-PS-p (4 Itj
,ώ ·Η rt A A A A A A
Pd ngO«" * * " "
Μ Ό A A A A A A
(¾ ^
<4 6¾ taC I t H
a ^ ·η o
Eh ·η ο d o
S 4 10 ΙΑ O A A A A A
0 2 Ö 8 A NO A NO t- CO t-
-p Ο ·Η aj <D
P M S !S Ö0 O jL, y o
•rl b> I I O
in bC Η M a a a a a a a
MfJOSrt « " Λ Λ * " " (UOOO A -4 ON ON On ON On sysmcooooo<u<- ** rt a} -p
c3M OOOOOOO
_PU rt ft Λ ft Λ Λ n
OO COCOCOCNICNJOJOJ
EH i> tad I I rt S ?H ·Η 0 •H d) d 0 _
Ij t3 In 4 Μ Ο Ο Ο Ο Ο Ο O
OO CO CO CO OO OO OO
6¾ Ο ·Η CÖ O
w rt si J2 taD
fn
rt O
ο ί> I I o
tn taC rt taO
tl£ c ο a rt doooo ο ο ο ο ο ο o osyso t— t— t— t— t— t— t—
M
0 rt O «J += ^ -p o ooooooo ο O EH r> rt d)
O· cvj OO -4 A NO t— cO
do no no ό no no no no
Dh Ö 800 2 8 30 -29-
Uit tabel Q blijkt, dat toevoegen van bet bakmiddel in een hoe-veelbeid van 5·>5% aan de briketten maakte, dat bet totale gehalte aan minderwaardige kool met 2% kon worden verhoogd, wanneer de briketten een totaal vochtgehalte hadden van 8% (proeven 56-62), terwijl de toename in 5 het totale gehalte aan minderwaardige kool steeg tot 6%9 wanneer het vochtgehalte van de briketten 2% was (proeven 6o-66). Hieruit blijkt, dat het effect van de toevoeging van het bakmiddel aan de briketten aanzienlijk wordt vergroot door de vermindering van het totale vochtgehalte van de briketten.
10 Voorbeeld X
Van het in voorbeeld VI genoemde koolmengsel G werd de sterk ver-kooksende kool van Australische oorsprong verpoederd’. De verkregen deeltjes werden gezeefd door een zeef met openingen van 6 mm. De fijne deeltjes, welke door de zeef werden doorgelaten, werden gemengd met de 15 matig sterk verkooksende kool en met de zwak verkooksende kool. Het verkregen mengsel werd in variërende verhouding gemengd met de minderwaardige kool H, vermeld in tabel M uit voorbeeld VII. Het zo verkregen koolmengsel werd behandeld, zodat het totale vochtgehalte 2% werd en ver-kookst, zoals beschreven in voorbeeld VI en van de kooks werd de kooks-20 sterkte bebepaald. De resultaten zijn samengevat in tabel R.
800 2 8 30 -30-
TABEL Q
Proef _Mensverhouding (%) no* door zeef door zeef matig zwak minder- Bruto- Kooks- niet door- doorgela- sterk ver- waardi- dicht- sterk- 5 gelaten ten deel- verkook- kook- ge kool heid te deeltjes tjes sende sende H in ^30 sterk sterk ver- kool kool "blik 15 verkook- kooks ende U.S.A. (kg/rn^) {%) sende kool kool 10 _(Australië) (Australië)_ 69 0 11,6 U2.9 15,5 30 870 92,5 . 70 0 10,8 39,8 1M 35 870 92,1 71 0 10,0 36,7 13,3 1*0 870 91,5
Uit tabel R blijkt, dat het koolmengsel, gevormd zonder de op de 15 zeef achtergebleven deeltjes van de sterk verkooksende kool van
Australische oorsprong, welke vele inerte deeltjes bevatten, het mogelijk maakte tot aan 35% minderwaardige kool bij te mengen, wanneer het vochtgehalte van het koolmengsel werd gebracht op 2%.
Voorbeeld XI
20 De deeltjes van de sterk verkooksende kool van Australische oor sprong, welke op de zeef achterbleven en welke niet mee. werden verwerkt in een koolmengsel uit voorbeeld X, werden verder verpoederd en gebruikt als uitgangsmateriaal voor briketteren. Op de manier, beschreven in voorbeeld VIII werden briketten vervaardigd uit een mengsel verkregen door 25 mengen van de voor de tweede keer gepoederde deeltjes met het bakmiddel, genoemd in tabel M en met wegenteer of met kool uit proef 70 van voorbeeld X onder variëren van het gehalte aan minderwaardige kool en/of van het vochtgehalte van de briketten, die op de genoemde wijze waren verkregen. Het verkregen mengsel werd verkookst zoals beschreven in voor-30 beeld I en van de kooks werd de kookssterkte bepaald. De mengverhoudingen van de uitgangsmaterialen en de gevonden kookssterkte zijn vermeld in tabel S. Het blijkt, dat het gehalte aan minderwaardige kool in de kool-mengsels veel groter kan worden, zoals blijkt uit voorbeeld IX, door als uitgangsmateriaal voor het briketteren de deeltjes te gebruiken, welke 35 na poederen en zeven van Australische sterk verkooksende kool op de zeef achterbleven. Uit dit voorbeeld blijkt ook, dat het mogelijk is de helft van de totale kooksovenlading te doen bestaan uit minderwaardige kool, wanneer het totale vochtgehalte van de briketten op een juiste waarde wordt ingesteld of wanneer het bakmiddel in de briketten wordt toegevoerd.
800 2 8 30 -31- t— c— C— C— t— 0 0 4) 0 0 5·) 4) <u <a <d a) <u
H -p <D 0) 4) -P
I Φ ö -P -P -P Ö rrj rrt ® H Η H 4) flH &0 O O O 60 ,2 ,3 <1)0 0 0 4) pq g 13 W W brf &
i Jj H LA A A
13 .H a) o « o « «
pq 3 Ό AAA
o W
TrtioH LA LA LA O O
fl 3 SO O -Sf A A t— t— •H ai *h 0
S > Ό M
4) M "3 1 «iso 0-1 0 4) M) 0<Ul3<!) a) o -p ·η id t) μ o 2 Si .S *· g 3 3.9 ^8 + ¾ ® ® ® co <n feft d +3 id 03 Ο -P id W Ο Λ « Λ « «
d 0!L)4)OOidH-paJOidHidH 0\ LA O CM CM
§ m oo-pcöSooraS4)^ot3o CO CM co r- r-
jj d OOdO-POOO -p O O 4) O
43 -Η β<8Η« + 4) Ό id 3 •η σ -ο* Ο Λ :¾ PQ Ο 4-1 ‘2 4) 4) I Μ I Η
|> 4) 4) 4) ie S
ÖH 64 (jQ 0 ,r3 0 5-1 CM t— CM CM CM
0 d 4) -P id 0 4) -P «« «««
^oS-dHO-y'öHm A CO -ΐ CM CM
K ^00004)4)0000 t-t-T- 04)04)-P4)4)0<! ft-Pi3Oo3j>oiid·—'
Η H
S -P
pq 0 ,0
-go CO 00 CM CM CM
E4 * > è I *
rrj O 4) H A A A A LA
g s so o CO CO CO CO CO
•Η S ·Η O
a ίδ ό ^ 4) I « l |j fl <p 04) :4) 04)134) <U 4)-d-P‘H 4) -d N 03 4) I 4)>d-rHHS0>d^
64 4) ·Η 4) 0 0} ·Η 4) + O
SO d -P id 03 Ο -P id 03 Ο AA AAA
0 04) O Oidi—l-P cd 0 id H id H vo VO VO VO VO
OO-pSOOOtngOOOOO ^ oooo-poqo.-pqqsq >5. M QrdH4-|03idid<4+03ididi>id w d
•H
Η Ό ^ <u 0 :4)
03 O 4-) *rH
fcO -0 4) I 03 I H
d o 4) 4) 4) id 0 4) 4) 64 SO d O 0 g > d 4) -P id O 4) -P _ „
Hb0O4)rdr-li-)idtJH03 OO OOO
OdOb004)4)0000 O 4) 04)04)-p4)4)0<J
H
S -P S ,d +5 o o o o o o O o eh >
<M
<D
O · CM CO -4· A VO
0 0 t~— C— t— t— c·—
Ph d -31a- p «Η Η Φ Λ 0 Φ Φ += Κ 1-5 Η Φ Ρ5 Ρ ^ & τ- 0J τ- oj
Cj 13 r» η η λ η
ra CM CM C\J OJ CM
[Q o\ ON o\ o\ 0\ Λ) O u\ 0 CO r- s~.
Ο Η ·&9.
W Q ~ ü Φ *d Ü »ri s φ +3 H Η O cö O Si ^ 0 Os cn cn <j\ c\
JjQ 0 *·—* 0Π Ρ* P* -if P" ^0¾¾ pH ·Η ' cd 'd cö Sh Ρ cd O «3 Eh is 800 2 8 30
Claims (8)
1. Werkwijze cm hoogovenkooks te bereiden, waarbij men een kool-mengsel bereidt, dat in hoofdzaak bestaat uit ten minste 80 gew.# kooks-kool en ten hoogste 20 gew.# minderwaardige kool, terwijl het totale vochtgehalte van dit koolmengsel wordt gebracht op bf of minder en waar- 5. bij men briketten bereidt, welke in hoofdzaak bestaan uit ten minste 10 gew.# kookskool, ten hoogste 90 gew.# minderwaardige kool en ten minste een bindmiddel of bakmiddel, ten minste 60 gew.# koolmengsel mengt met ten hoogste h-0 gew.# briketten en het mengsel verkookst.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk,, dat men het totale 10 vochtgehalte van de briketten brengt op k! of minder.
3. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het regelen van het vochtgehalte van de briketten wordt uitgevoerd door het vochtgehalte van de als uitgangsmateriaal gebruikte kool met het bindmiddel en/of een bakmiddel te kneden en het mengsel daarna tot briketten te 15 persen. U. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat men het vochtgehalte van de briketten op de gewenste waarde brengt nadat, de briketten zijn vervaardigd.
5. Werkwijze voor de bereiding van hoogovenkooks, waarbij men een 20 kookskool verpoedert van een type, waarin de kooksvormende eigenschappen zijn gesegregeerd, afhankelijk van de deeltjesgrootteverdeling, de verkregen deeltjes zeeft, de doorgelaten deeltjes mengt met andere kookskool en een koolmengsel bereidt, dat in hoofdzaak bestaat uit ten minste 65 gew.# van het genoemde mengsel met ten hoogste 35 gew.# mind erwaardige 25 kool, het totale vochtgehalte van dit koolmengsel brengt op b% of minder, briketten bereidt, welke in hoofdzaak bestaan uit ten minste 10 gew.# kookskool, ten hoogste 90 gew.# minderwaardige kool en ten minste één bindmiddel en/of bakmiddel en niet minder dan 60 gew.# van het genoemde koolmengsel mengt met ten hoogste U0 gew.# briketten en het mengsel ver-30 kookst.
6. Werkwijze volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat men het totale vochtgehalte van de briketten brengt op b% of minder.
7. Werkwijze volgens conclusie 5 of 6, met het kenmerk, dat kookskool,. waarin de kooksvormende eigenschap is gesegregeerd, afhankelijk van 35 de deeltjesgrootteverdeling, wordt verpoederd en gezeefd en de op de zeef 800 2 8 30 ...............-33- - achtergebleven deeltjes opnieuw worden verpoederd en gebruikt worden als kookskool in het koolmengsel.
8. Werkwijze volgens conclusie 5 of 6, met het kenmerk, dat kooks kool, waarin de kooksvormende eigenschap is gesegregeerd, afhankelijk 5 van de deeltjesgrootteverdeling, wordt verpoederd en gezeefd en de op de zeef achtergebleven deeltjes opnieuw worden verpoederd en gebruikt als kookskool in de briketten. 9* Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat het instellen van het totale vochtgehalte van de briketten wordt uitgevoerd door tij-10 dens de bereiding van de briketten het vochtgehalte van de als uitgangsmateriaal gebruikte kool op de gewenste waarde te brengen, daarna de kool te kneden met een bindmiddel en/of een bakmiddel en het mengsel te persen tot briketten.
10. Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat men het totale 15 vochtgehalte van de briketten op de gewenste waarde brengt nadat de briketten gevormd zijn. » 800 2 8 30
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| JP5925879A JPS609547B2 (ja) | 1979-05-14 | 1979-05-14 | 劣質炭を多配合した高炉用コ−クスの製造方法 |
| JP5925879 | 1979-05-14 | ||
| JP3547980 | 1980-03-19 | ||
| JP3547980A JPS56131688A (en) | 1980-03-19 | 1980-03-19 | Production of blast furnace coke blended with low-grade coal in high proportion |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8002830A true NL8002830A (nl) | 1980-11-18 |
Family
ID=26374477
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8002830A NL8002830A (nl) | 1979-05-14 | 1980-05-14 | Werkwijze om hoogovenkooks te bereiden. |
Country Status (7)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4318779A (nl) |
| AU (1) | AU519858B2 (nl) |
| CA (1) | CA1146903A (nl) |
| DE (1) | DE3018536A1 (nl) |
| FR (1) | FR2456773B1 (nl) |
| GB (1) | GB2052553B (nl) |
| NL (1) | NL8002830A (nl) |
Families Citing this family (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO1982002537A1 (en) * | 1981-01-27 | 1982-08-05 | Hasegawa Takashi | Process for preparing carbonaceous material for use in desulfurization |
| IT1177872B (it) * | 1984-07-04 | 1987-08-26 | Centro Speriment Metallurg | Perfezionamento nella produzione di coke metallurgico |
| KR0178327B1 (ko) * | 1995-02-02 | 1999-04-01 | 다까시 이마이 | 용광로용 코크스 제조 방법 |
| DE102009011927B4 (de) * | 2009-03-10 | 2011-02-24 | Uhde Gmbh | Verfahren zur koksofenkammergerechten Kompaktierung von Kohle |
| DE102009015240A1 (de) * | 2009-04-01 | 2010-10-14 | Uhde Gmbh | Verfahren zur Verringerung von Wärmeabstrahlungsverlusten durch Koksofenkammertüren und -wände durch Anpassung der Höhe oder Dichte des Kohlekuchens |
| DE102010005353B4 (de) * | 2010-01-21 | 2015-12-31 | Thyssenkrupp Industrial Solutions Ag | Verfahren zur Herstellung von kokskammergerechten Einzelkompaktaten durch nichtmechanisches Teilen eines Kohlepresskuchens |
| UA124488C2 (uk) | 2014-06-05 | 2021-09-29 | Сомерсет Коул Інтернешенел | Тонкодисперсне вугілля, а також система, пристрій і спосіб його вловлювання й застосування |
| US9567654B2 (en) | 2014-06-24 | 2017-02-14 | Uop Llc | Binder for metallurgical coke and a process for making same |
| EP3255122B1 (en) * | 2015-02-06 | 2023-06-07 | JFE Steel Corporation | Ferrocoke manufacturing method |
| CN110903839A (zh) * | 2018-09-17 | 2020-03-24 | 宝山钢铁股份有限公司 | 一种利用烟气余热控制入炉煤水分的装置及方法 |
| CN115433593B (zh) * | 2022-08-10 | 2023-06-09 | 武汉钢铁有限公司 | 一种与入炉煤细度相匹配的焦炉加热方法 |
Family Cites Families (10)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB680451A (en) * | 1948-12-27 | 1952-10-08 | Eugene Marie Burstlein | Improvements in process for manufacturing improved quality coke and plant for carrying out said process |
| US2782147A (en) * | 1953-01-19 | 1957-02-19 | Longwy Acieries | Process for preparing coking blends |
| DE1103888B (de) * | 1954-09-21 | 1961-04-06 | Charbonnages De France | Verfahren zur Herstellung eines Hochofenkokses |
| DE1114163B (de) * | 1957-06-17 | 1961-09-28 | Charbonnages De France | Verfahren zur Herstellung von Giessereikoks |
| DE1177603B (de) * | 1959-11-28 | 1964-09-10 | Bergwerksverband Gmbh | Verfahren zur Herstellung von Hochofen- oder Giessereikoks |
| JPS515401B1 (nl) * | 1971-06-17 | 1976-02-19 | ||
| DE2332376A1 (de) * | 1973-06-26 | 1975-01-16 | Roechling Burbach Gmbh Stahl | Verfahren zum herstellen von hochofenkoks |
| JPS5811914B2 (ja) * | 1976-04-30 | 1983-03-05 | 住金化工株式会社 | 高炉用コ−クスの製造方法 |
| JPS533402A (en) * | 1976-06-30 | 1978-01-13 | Sumikin Coke Co Ltd | Manufacture of coke for blast furnaces |
| DE2752479A1 (de) * | 1977-11-24 | 1979-05-31 | Hugo Dr Ing Schaefer | Verfahren zur verwendung von gepressten, geschwelten kohlebriketts im gemisch mit kokskohle in kammeroefen |
-
1980
- 1980-05-12 US US06/148,943 patent/US4318779A/en not_active Expired - Lifetime
- 1980-05-13 GB GB8015893A patent/GB2052553B/en not_active Expired
- 1980-05-14 NL NL8002830A patent/NL8002830A/nl active Search and Examination
- 1980-05-14 AU AU58400/80A patent/AU519858B2/en not_active Ceased
- 1980-05-14 FR FR8010878A patent/FR2456773B1/fr not_active Expired
- 1980-05-14 CA CA000351923A patent/CA1146903A/en not_active Expired
- 1980-05-14 DE DE19803018536 patent/DE3018536A1/de active Granted
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| AU5840080A (en) | 1980-11-20 |
| FR2456773A1 (fr) | 1980-12-12 |
| GB2052553B (en) | 1984-02-15 |
| AU519858B2 (en) | 1981-12-24 |
| DE3018536A1 (de) | 1980-11-27 |
| GB2052553A (en) | 1981-01-28 |
| FR2456773B1 (fr) | 1986-04-25 |
| CA1146903A (en) | 1983-05-24 |
| US4318779A (en) | 1982-03-09 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8002830A (nl) | Werkwijze om hoogovenkooks te bereiden. | |
| JPH0160078B2 (nl) | ||
| Sharma et al. | Influence of properties of bituminous binders on the strength of formed coke | |
| JPH04227686A (ja) | ディレイド コーキング方法 | |
| JP6694161B2 (ja) | 冶金用コークスの製造方法 | |
| JP6241336B2 (ja) | 高炉用コークスの製造方法 | |
| CN113462419A (zh) | 一种低挥发分弱粘结烟煤的配用方法 | |
| US4259178A (en) | Coke from coal and petroleum | |
| US3043753A (en) | Manufacture of dense coherent carbon masses | |
| RU2174528C1 (ru) | Способ получения кокса | |
| DE2164474B2 (de) | Verfahren zur Verbesserung der Verkokungseigenschaften von Kohle als Einsatzmaterial für die Kokserzeugung | |
| JPS60174951A (ja) | コ−クス強度の推定方法 | |
| JP7647718B2 (ja) | フェロコークス用石炭の評価方法 | |
| JP3607762B2 (ja) | 高炉用コークス製造方法 | |
| US1912002A (en) | Process of making carbonized fuel briquettes | |
| JPS6113517B2 (nl) | ||
| PL114257B1 (en) | Process for manufacturing formed large coke from nonbaking or only partly baking coal | |
| RU2831644C2 (ru) | Шихта для получения металлургического кокса | |
| KR890002352B1 (ko) | 코크스제조용 원료탄의 입도 조정방법 | |
| JPS609547B2 (ja) | 劣質炭を多配合した高炉用コ−クスの製造方法 | |
| JP2016183330A (ja) | コークス製造用成型炭の製造方法 | |
| JP3552510B2 (ja) | コークスの製造方法 | |
| JPH07166166A (ja) | 冶金・高炉用コークスの製造方法 | |
| JPS5936189A (ja) | 装入炭塊化処理による冶金用コ−クスの製造方法 | |
| JP4234520B2 (ja) | 石炭の発塵抑制方法 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| CNR | Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection) |
Free format text: SUMITOMO METAL INDUSTRIES, LTD. |
|
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BN | A decision not to publish the application has become irrevocable |