NL8002785A - Inrichting voor het met een auto of dergelijk voertuig vervoeren van een rolstoel. - Google Patents
Inrichting voor het met een auto of dergelijk voertuig vervoeren van een rolstoel. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8002785A NL8002785A NL8002785A NL8002785A NL8002785A NL 8002785 A NL8002785 A NL 8002785A NL 8002785 A NL8002785 A NL 8002785A NL 8002785 A NL8002785 A NL 8002785A NL 8002785 A NL8002785 A NL 8002785A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- wheelchair
- car
- carrier
- lifting device
- transverse
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61G—TRANSPORT, PERSONAL CONVEYANCES, OR ACCOMMODATION SPECIALLY ADAPTED FOR PATIENTS OR DISABLED PERSONS; OPERATING TABLES OR CHAIRS; CHAIRS FOR DENTISTRY; FUNERAL DEVICES
- A61G3/00—Ambulance aspects of vehicles; Vehicles with special provisions for transporting patients or disabled persons, or their personal conveyances, e.g. for facilitating access of, or for loading, wheelchairs
- A61G3/08—Accommodating or securing wheelchairs or stretchers
- A61G3/0808—Accommodating or securing wheelchairs
Landscapes
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Public Health (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Animal Behavior & Ethology (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Veterinary Medicine (AREA)
- Handcart (AREA)
Description
I i
Wi&randus Tjepkema te Hoogland...
Inrichting voor het met een auto of dergelijk voertuig vervoeren van een rolstoel.
De uitvinding betreft een inrichting voor het met een auto of dergelijk voertuig vervoeren van een rolstoel, in het bijzonder een in dwarsrichting samenklapbare rolstoel, van het type met door omhoog stekende wielsteunen gedragen voorste kleine zwenkwielen en 5 met een paar tussen de grote achterwielen achterwaarts vrij uitstekende onderste framestangeinden, welke inrichting is voorzien van een aan de achterzijde van de auto monteerbare drager, waarop de rolstoel kan worden geplaatst in een ten opzichte van de auto dwarse stand en die van middelen voor het vasthouden van de rolstoel is voorzien. Bij de rolstoelen 10 of invalidewagens van de hier bedoelde conventionele uitvoering maken de genoemde achterwaarts uitstekende framestangeinden het mogelijk, dat een achter de rolstoel lopende begeleider deze stangeinden met de voet omlaag kan drukken om de rolstoel achterover te kantelen als de voorwielen daarvan op een stoep of dergelijke moeten worden geraanoevreerd.
15 Ofschoon dergelijke rolstoelen veelal in dwarsrich ting samenklapbaar zijn om het opbergen daarvan te vergemakkelijken, zijn hun afmetingen in de lengte en de hoogte toch nog zodanig, dat zij bezwaarlijk in een auto kunnen worden meegevoerd, terwijl als zij wel achter in een auto kunnen worden geplaatst, de achterbank veelal niet meer voor 20 passagiers beschikbaar is. Er bestaat echter een grote behoefte aan een gemakkelijke vervoersmogelijkheid voor zulk een rolstoel om daardoor de reismogelijkheden voor invaliden te verruimen.
Een inrichting van de in de aanhef genoemde soort is bekend uit het Amerikaanse octrooischrift 3*937.576. Deze bekende inrich-25 ting heeft een aan de achterzijde van een auto te bevestigen, desgewenst verticaal opklapbaar open draagraam van kortere lengte, als gezien in de dwarsrichting van de auto, dan de diameter van de grote wielen van de rolstoel bedraagt, zodat deze wielen tussen de zijbenen van het draagraam kunnen rusten. Het draagraam is voorzien van een in het midden gelegen, 30 in de hoogterichting instelbare dwarsplaat, waaronder de naar achteren uitstekende framestangeinden van de rolstoel kunnen grijpen. Na het inplaatsen van de rolstoel in het draagraam worden de wielremmen van de rolstoel vastgezet, waardoor verhinderd moet worden, dat tijdens het transport het rolstoelframe om de as van de grote wielen van de rolstoel kan 800 2 7 85 * * - 2 - verdraaien. Deze remmen zijn er echter niet op berekend om de bij het transport optredende schokken op te nemen, zodat het gevaar bestaat, dat de rolstoel tijdens het rijden van de auto na enige tijd los in het draagraam komt te rusten. Een ander bezwaar van de bekende inrichting is, 5 dat de rolstoel vrij hoog moet worden opgetild om de achterwielen daarvan in het draagraam te kunnen plaatsen, welke handeling voor oudere personen veelal te zwaar zal zijn. Tenslotte is bij de bekende inrichting de rolstoel onbeschermd aan weer en wind blootgesteld.
De uitvinding beoogt een inrichting van de in de 10 aanhef genoemde soort te verschaffen, die deze bezwaren van de bekende inrichting ondervangt.
De inrichting volgens de uitvinding heeft daartoe het kenmerk, dat de drager bestaat uit een langwerpige draagbak, die aan een korte zijwand een toegangsdeur voor het in- en uitrijden van de 15 rolstoel heeft, welke draagbak door een aan de auto bevestigbare hefinrichting wordt ondersteund, zodanig, dat de bak vanuit de geheven werk-stand tot op de bodem kan worden neergelaten.
De rolstoel kan aldus bij een .neergelaten draagbak door het openen van de zijdeur daarvan in de bak naar binnen worden ge-20 reden en vastgezet, waarna de bak samen met de rolstoel tot in de normale werkstand omhoog kan worden verplaatst. Het inplaatsen en uitnemen van de rolstoel in resp. uit de bak kost aldus zeer weinig moeite en kan ook door zwakke of minder valide personen worden verricht.
Evenals bij de inrichting volgens het genoemde 25 Amerikaanse octrooischrift 3*937.376 kunnen de vasthoudmiddelen zijn uitgevoerd met over de genoemde framestangeinden van de rolstoel grijpende vasthouddelen. Volgens een bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van de uitvinding worden in dat geval deze vasthouddelen gevormd door de horizontale dwarsarmen van een op korte afstand van de tegenover de deur liggende 30 korte bakzijwand op de bakbodem bevestigd T-vormig klemorgaan, waarvan de middenpoot tegen de werking van een veer in telescopisch uitschuifbaar is, zodanig, dat dit opsluitorgaan door aangrijping van de genoemde framestangeinden de rolstoel met zijn achtereinden klemmend tegen de bakbodem . gedrukt houdt, waarbij de draagbak voorts nabij de deur een losneembaar 35 dwars opsluitorgaan heeft, dat over de voorste wielsteunen van de rolstoel kan worden vastgezet.
De rolstoel kan aldus, indien dat mogelijk is in samengeklapte toestand, in de omlaag bewogen bak naar binnen worden gereden en daarbij onder een kleine hoek achterover worden gekanteld, zodat 800 2 7 85 r ξ - ? - de achterwaarts uitstekende framestangeinden onder de dwarsarmen van het T-vormige klemorgaan kunnen worden gestoken. Door vervolgens het voorste deel van de rolstoel tot op de bakbodem neer te laten draaien deze frame-stangeinden omhoog, waardoor zij onder de dwarsarmen grijpen en deze 5 tegen de veerspanning in verticaal omhoog drukken. Door middel van het opsluitorgaan kan daarna ook het voorste deel van de rolstoel in verticale zin ombeweeglijk worden opgesloten.
is
Bij voorkeur^volgens de uitvinding de draagbak voorzien van een over een daarin geplaatste rolstoel passende opklapbare 10 kap, die bijvoorbeeld van een geschikte kunststof kan zijn vervaardigd. Hierdoor komt de rolstoel geheel beschermd te liggen.
Volgens een gunstige uitvoeringsvorm van de uitvinding bestaat de hefinrichting uit een door horizontale steunen aan de auto bevestigbaar rechthoekig raam met telescopisch uitsehuifbare ver-15 ticale zijbalken, waarbij de aldus verticaal beweegbare onderste horizontale raambalk van achterwaarts uitstekende vorkbenen is voorzien en de bak draagt, terwijl tussen de beide horizontale raambalken een door een motor aangedreven bedieningsorgaan voor de verticale verplaatsing van de onderste raambalk is aangebracht. Dit bedieningsorgaan is bij 20 voorkeur van het schroefvijzel-type en door een op de accu van de auto aansluitbare elektromotor omkeerbaar aandrijfbaar. Door een passende schakeling kan de hefinrichting dan bijvoorbeeld vanaf de bestuurdersplaats worden bediend voor het omlaag en omhoog bewegen van de rolstoel-draagbak.
25 In de tekening is een uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting volgens de uitvinding afgebeeld; bij de bespreking waarvan nog andere gunstige constructieve maatregelen naar voren zullen komen.
Figuur 1 is een middenlangsdoorsnede van de draagbak met een daarop aangebrachte opklapbare kunststof kap, waarbij tevens ge-50 stippeld een in de bak geplaatste rolstoel is aangeduid; figuur 2 is een bovenaanzicht van de draagbak van figuur 1 bij open gedraaide kap; figuur 5 Is een aanzicht van de hefinrichting voor de ondersteuning van de draagbak van de figuren 1 en 2, waarbij zowel de 55 ingeschoven als de uitgeschoven stand van de hefinrichting zijn aangegeven; figuur 4 is een doorsnede als gezien in het vlak IV-IV van figuur 5 van de draagconstructie voor de bevestiging van de hefinrichting aan een auto; 800 2 7 85 - 4 - figuur 5 is een zijaanzicht als gezien in het vlak V-V van figuur 3 van de draagconstructie en het onderste gedeelte van de hefinrichting met de daarop ondersteunde draagbak; figuur 6 is op grotere schaal een doorsnede volgens 5 de lijn VI-VI van figuur 1; figuur 7 is een doorsnede volgens de lijn VII-VII van figuur 2; en figuur 8 is een zijaanzicht van een andere bakophanging.
De afgebeelde inrichting heeft een langwerpige rechthoekige, bijvoorbeeld van metaalplaat vervaardigde draagbak 1 met een •jQ bodem 2, een lange voorwand 3 en achterwand 4, een korte zijwand 5 en een daartegenoverliggende toegangsdeur 6. De deur 6 is door een scharnier 7 aan een binnenwaarts omgezet randdeel 8 van de achterwand 4 bevestigd en grijpt in de sluitstand met randdelen 9 onder de bodem 2 en om de voorwand 3 van de bak (figuur 1 en 2), zodanig, dat de deur buitenwaarts ge-15 opend kan worden en dan een toegangsopening tot de bak vrijgeeft voor het in- en uitrijden van een in figuur 1 gestippeld aangeduide rolstoel 10.
Vanaf de bakbodem 2 steekt een als geheel door 11 aangeduid T-vormig klemorgaan omhoog, dat zich midden tussen de bakwanden 3 en 4 en op korte afstand van de bakzijwand 5 bevindt. Het klemorgaan 11 20 heeft een middenpoot bestaande uit twee telescopisch uitschuifbare buisvormige pootdelen 12 en 13 (figuur 6), die door niet-getekende middelen tegen relatieve verdraaiing zijn geborgd en waarvan het buitenste poot-deel 12 op een draagplaat 14 is gelast, die op de bakbodem 2 steunt. Tegenover de draagplaat 14 ligt onder de bakbodem een kleraplaat 15 met 25 twee daaraan vastzittende omhoog stekende schroefbouten 16, die door langssleuven 17 (figuur 1) in de bakbodem 2 en gaten in de draagplaat 14 omhoog steken en als vleugelmoeren uitgevoerde klemmoeren 18 dragen. Het klemorgaan 11 kan aldus in de langsrlchting van de bak worden ingesteld en in de gewenste stand door de vleugelmoeren 18 stijf worden vastèezet. 30 Door het boveneinde van het binnenste buisvormige pootdeel 13 is een dwarsstang 19 gestoken en aan dit pootdeel vastgelast ter vorming van twee uitstekende dwarsarmen van het klemorgaan 11. Het binnenste pootdeel 13 is aan de bovenzijde door een kap 20 afgedekt. Om de stang 19 grijpt het ene einde van een trekveer 21, die anderzijds om een dwars-35 pen 22 is gehaakt, welke in een op de draagplaat 11 vastgelaste bus 23 is aangebracht. De dwarsarmen 19 kunnen aldus vanuit hun laagste stand tegen de werking van de veer 21 in omhoog getrokken worden.
Aan de achterwand 4 en het omgezette randdeel 8 daarvan is een leistang 24 bevestigd, die zich dicht langs de achterwand 800 2 7 85 - 5 - en op kleine afstand onder de bovenrand daarvan horizontaal uitstrekt.
Op deze leistang 24 is een als geheel door 25 aangeduid opsluitorgaan aangebracht, bestaande uit een dwarsstang 26 van hoekprofiel, die aan één einde vast zit aan een om de leistang 24 axiaal verschuifbare en 5 draaibare schamierbus 27, zodat de dwarsstang 26 in de langsrichting van de bak instelbaar en tevens opklapbaar is. Tegen de binnenzijde van de voorwand 3 van de bak is een langwerpige aanslagplaat 28 bevestigd, die een rij gaten 29 heeft. De dwarsstang 22 kan met een in zijn uiteinde aangebracht corresponderend gat boven één van de gaten 29 worden ge-10 plaatst en dan door een geschikt bevestigingsorgaan, zoals een insteek-pen 3>Q met snapsluiting tegen de aanslagplaat 28 worden vastgezet. Tegen de bovenzijde van de dwarsstang 26 zijn twee uitstekende nokplaten 31 verwisselbaar en in dwarsrichting instelbaar bevestigd en wel door middel van klembouten 32, die door sleuven 33 in de dwarsstang 26 en door gaten 15 in de nokplaten 31 heensteken en klemmoeren 34 dragen.
De in figuur 1 gestippeld getekende rolstoel 10 is van conventionele uitvoering en in de dwarsrichting samenklapbaar. De rolstoel heeft door verticale wielsteunen 35 gedragen voorste kleine, van luchtbanden voorziene zwenkwielen 36 en grote, eveneens van luchtban-20 den voorziene achterwielen 37. Het frame van de rolstoel heeft twee onderste horizontale framestangen, die zich achterwaarts onder en voorbij de as van de achterwielen 35 uitstrekken en uitlopen in framestangeinden 38. De achter de rolstoel lopende begeleider van de invalide kan met een voet op êên van deze framestangeinden 38 drukken om de rolstoel achter-25 waarts te doen kantelen, bijvoorbeeld als een stoep moet worden opgereden. Bij het plaatsen van de rolstoel 10 in de draagbak wordt de bak met de hieronder te beschrijven hefinrichting tot op de bodem neergelaten en de rolstoel achterwaarts in de bak 1 naar binnen gereden. Door de voorzijde van de rolstoel over een kleine afstand op te lichten, hetgeen weinig 30 kracht kost, kunnen de framestangeinden 38 onder de dwarsarmen 19 van het klemorgaan 11 worden geschoven. Als vervolgens de voorwielen 36 van de rolstoel weer op de bakbodem 2 worden neergelaten draaien deze framestangeinden 26 omhoog, waarbij zij de dwarsarmen 19 tegen de werking van de veer 21 in omhoog drukken, waarna deze dwarsarmen de achterwielen 37 35 van de rolstoel 10 met de gewenste verende klemkracht tegen de bakbodem 2 gedrukt houden. Door de instellingsmogelijkheid van het buitenste poot-deel 12 in de langsrichting van de bak is daarbij een aanpassing van de stand van de dwarsarmen 19 aan de bouw van de betrokken rolstoel mogelijk.
Het voor het inrijden van de rolstoel omhoog geklapte 800 2 7 85 - β - opsluitorgaan 25 kan nu met de nokplaten 51 °P de boveneinden van de wlelsteunen 55 van de rolstoel 10 omlaag gedraaid worden. Door de instel-baarheid van de nokplaten 51 in dwarsrichting kan hun afstand aan de dwarsafstand van deze wlelsteunen 55 worden aangepast. De juiste langs-5 instelling van de nokplaten 51 wordt verkregen door verschuiving van de bus 27 op de leistang 24 en door passende keuze van één van de gaten 29 van de aanslagplaat 28 voor het vastzetten van het einde van de dwars-stang 26. Om ook een aanpassing aan de hoogte van de wlelsteunen 55 te verkrijgen, kunnen verschillende nokplaten 51 beschikbaar zijn, die in 10 verschillende mate ten opzichte van hun tegen de dwarsstang 26 aanliggende einde zijn doorgezet, zoals in figuur 7 voor nokplaten 51 en 51’ is getekend. Deze nokplaten kunnen zonodig ook omgekeerd worden geplaatst, zodat zij dan lager liggen dan het bovenvlak van de dwarsstang 22, terwijl voorts de nokplaten 51 in plaats van, zoals getekend, buitenwaarts 15 gericht ook binnenwaarts gericht op de dwarsstang 26 kunnen worden vastgezet. Gebleken is, dat voor de meest voorkomende rolstoeltypen met twee paren van verschillende nokplaten, zoals de nokplaten 51 en 51' van figuur 7» kan worden volstaan. De nokplaten kunnen, zoals getekend, met een huls van rubber of een ander geschikt elastisch materiaal zijn bekleed.
20 In het algemeen blijkt de verticale inklemming van de rolstoel aan de voor- en achterzijde door de nokplaten 51 en de dwars-armen 19 voldoende om de rolstoel ook tegen langsverschuiving en dwars-verschuiving vast te houden. Desgewenst is het echter mogelijk om de framestangeinden 58 van de rolstoel 10 zo ver onder de dwarsarmen 19 te * 25 schuiven tot de vanaf deze framestangeinden omhoog lopende verticale frame-stangen van de rolstoel tegen deze armen stuiten. De opsluitdwarsstang 26 kan dan zo worden geplaatst, dat deze althans met geringe speling de wlelsteunen 55 aan de voorzijde opsluit.
Zoals in figuur 1 is getekend, is op de bak 1 een 50 afdekkap 59 aangebracht, waarvan de bovenzijde enigermate aan de vorm van de rolstoel is aangepast. De kap 59 bestaat bij voorkeur uit een doorzichtige kunststof en is door een scharnier 40 aan de bakzijwand 5 opklapbaar bevestigd. De onderrand van de kap 59 is gevat in een metalen randstrook 41, die in de gesloten kapstand om de bovenrand van de 55 bakwanden 5 en 4 en van de gesloten deur 6 grijpt en daardoor deze deur vergrendeld houdt. Door middel van een slot 42 kan de kap 59 ter plaatse van de deur 6 tegen onbevoegd openen worden vergrendeld.
De bak 1 wordt gedragen door een in figuur 5 afzonderlijk afgebeelde, tegen de achterzijde van een auto bevestigbare hef- 800 2 7 85 - 7 - inrichting 43. Deze hefinrichting heeft een verticaal rechthoekig buis-raam met holle verticale zijbalken 44, die door een bovenste horizontale raambalk 45 en schoren 46 stijf zijn verbonden. In de zijbalken 44 zijn de zijbenen 47 van een onderste U-vormig raamdeel telescopisch ver-5 schuifbaar, welke zijbenen 47 door een onderste horizontale raambalk 48 stijf zijn verbonden. Aan deze onderste raambalk 48 zitten twee achterwaarts uitstekende vorkbenen 49 vast, die bij hun uiteinden nog door een stang 50 zijn verbonden en waarop de bak 1 geplaatst en door niet-geteken-de bouten vastgezet is. Tussen de raambalken 45 en 48 is een schroefvij-10 zei van op zichzelf bekende uitvoering aangebracht, die door een elektromotor 52 omkeerbaar kan worden aangedreven. De elektromotor 52 kan door de accu van de auto worden gevoed, waarbij bijvoorbeeld bij de be-stuurderszitplaats van de auto schakelaars voor de bediening van de elektromotor kunnen zijn aangebracht.
15 De hefinrichting 43 kan door de in figuur 4 en 5 ge tekende steunconstructie aan de achterzijde van een auto worden bevestigd in een stand, waarin de bak 1 dwars op de langsrichting van de auto hangt. Daartoe dient de in figuur 4 en 5 afgebeelde, als geheel door 53 aangeduide U-vormige steunconstructie met twee zijsteunen 54, die op niet 20 nader aangegeven wijze aan de achterzijde van de auto, bijvoorbeeld tegen de chassisbalken daarvan, kunnen worden bevestigd. Aan het middenbeen van de steunconstructie 53 zitten twee rechthoekige, era de verticale zijbalken 44 vandshefinrichting 43 passende, gespleten klembussen 55 vast, die door niet-getekende, door flenzen van de bussen 55 gevoerde spanbouten 25 om de raambalken 44 stijf kunnen worden vastgeklemd, zodanig, dat de hefinrichting 43 op de gewenste, aan de auto aangepaste hoogte kan worden vastgezet. Deze hoogte moet zodanig zijn, dat in de ingetrokken stand van de hefinrichting (figuur 3 boven) de onderste raambalk 48 en de daardoor gedragen bak 1 tijdens het rijden van de auto op voldoende hoogte 30 boven het wegdek liggen, terwijl anderzijds door bediening van de elektromotor 52 de raambalk 48 tot op de bodem moet kunnen worden neergelaten om het in- en uitrijden van de rolstoel 10 mogelijk te maken.
Zonodig kan de achterwand 3 van de bak 1 zijn voorzien van bevestigingsmiddelen voor een nummerplaat met verlichting, alsmede 35 rem·^ 800 2 7 85 -8-
In bepaalde gevallen kan het gewenst zijn, dat de hefinrichting santen met de draagbak gemakkelijk van de auto kan worden losgemaakt en weer daaraan kan worden bevestigd. Fig. 8 geeft hiervan een uitvoeringsvoorbeeld. Aan de 5 achterzijde van de auto wordt weer een steunconstructie bevestigd, bestaande uit een U-vormige, horizontale steunbeugel 53' met zijsteunen 54, waarvan de achtereinden langs de achterbumper van de auto omhooglopen en door een dwarsplaat 56 zijn verbonden. Aan de vertikale zijbalken 44 van de hefin-10 richting zijn haken 57 bevestigd, waarvan de haakopening naar omlaag gekeerd is. Het is ook. mogelijk om inplaats van twee gescheiden haken een enkele, haakvormige bovendwarsbalk toe te passen, die zich tussen de beide, zijbalken 44 van de hefinrichting uitstrekt. De haken 57 kunnen om de bovenrand van 15 de dwarsplaat 56 grijpen.
Aan de onderzijde van de zijbenen 47 van het vertikaal verschuifbare onderste ü-vormige raamdeel. van de hefinrichting 43 of aan de onderste raambalk. 48 daarvan is een tweede haak 58 aangebracht, die zich over althans 20 nagenoeg de gehele breedte van dit onderste raamdeel uitstrekt en waarvan de haakopening omhoog is gericht, zodat deze haak.
58 om de onderrand van de dwarsplaat 56 van de steunbeugel 53' kan grijpen. Voor het monteren van de hefinrichting met de daaraan bevestigde, in fig, 8 niet getekende draagbak, wordt 25 de hefinrichting in de uitgeschoven stand op de bodem geplaatst. In deze stand liggen de haken 57 hoger dan de bovenrand van de dwarsplaat. 56. De auto wordt nu achteruit gereden en zo gemanoeuvreerd, dat de dwarsplaat 56 van de steunbeugel 53' onder de haken 57 tegen de zijbalken 44 van de hefinrich-30 ting 43 aanligt, zoals fig. 8 laat zien. De voor de elektrische voeding van de hefinrichting (en van de op de draagbak aangebrachte lichtenl dienende soepele aansluitleiding 59 met contactstop 60 wordt nu op de betrokken contactdoos van de auto aangesloten, waarna door middel van de betrokken scha-35 kelaar de hefinrichting wordt ingeschakeld voor het heffen van de draagbak. Daarbij z eerst de inrichting omlaag zakken tot de haken 57 over de bovenrand van de dwarsplaat 56 grijpen, waarna de draagbak wordt geheven tot de haak. 58 om de onderrand van de dwarsplaat 56 grijpt (in fig. 8 gestippeld aange-40 duid). De hefinrichting 43 zit dan onverschuifbaar op de 800 2 7 85 -9- dwarsplaat 56 van de draagbeugel 53' vastgeklemd. Voor het weer losmaken van de hefinrichting met draagbak wordt omgekeerd tewerkgegaan.
800 2 7 85
Claims (11)
1. Inrichting voor het met een auto of dergelijk voertuig vervoeren van een rolstoel, in het bijzonder een in dwarsrich-ting samenklapbare rolstoel, van het type met door omhoog stekende 5 wielsteunen gedragen voorste kleine zwenkwielen en met een paar tussen de grote achterwielen achterwaarts vrij uitstekende onderste framestang-einden, welke inrichting is voorzien van een aan de achterzijde van de auto monteerbare drager, waarop de rolstoel kan worden geplaatst in een ten opzichte van de auto dwarse stand en die van middelen voor het vast-10 houden van de rolstoel is voorzien, met het kenmerk, dat de drager bestaat uit een langwerpige draagbak (1), die aan een korte zijde een toegangsdeur (6) voor het in- en uitrijden van de rolstoel heeft, welke draagbak door een aan de auto bevestigbare hefinrichting (43) wordt ondersteund, zodanig, dat de bak vanuit een geheven werk-15 stand tot op de bodem kan worden neergelaten.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de vast-houdmiddelen zijn uitgevoerd met over de genoemde framestangeinden grijpende vastzetdelen, met het kenmerk, dat de vastzetdelen worden gevormd door de horizontale dwarsarmen (19) van een op korte af- 20 stand van de tegenover de deur (6) liggende korte bakzijwand (5) op de bakbodem (2) bevestigd T-vormig klemorgaan, waarvan de middenpoot (12, 13) tegen de werking van een veer (21) in telescopisch uitschuifbaar is, zodanig, dat het klemorgaan door aangrijping van de genoemde framestangeinden (38) de rolstoel (10) met zijn achterwielen (37) tegen de bakbodem 25 (2) gedrukt houdt, waarbij de draagbak voorts nabij de deur een losneembaar dwars opsluitorgaan (25) heeft, dat over de voorste wielsteunen (35) van de rolstoel kan worden vastgezet.
3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het vaste pootdeel (12) van de middenpoot (12, 13) 30 van het klemorgaan (11) in de langsrichting van de bak (1) instelbaar aan de bakbodem (2) is bevestigd.
4. Inrichting volgens conclusie 2 of 3, met het kenmerk, dat het dwarse opsluitorgaan (25) aan êên einde scharnierend en opklapbaar aan de ene lange bakwand (4) is verbonden en 35 aan zijn andere einde tegen een aan de tegenoverliggende bakwand (3) aangebrachte aanslag (28) vastzetbaar is.
5. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat aan de eerstgenoemde bakwand (4) een in de langsrichting daarvan lopende leistang (24) vastzit, waarop het opsluitorgaan 800 2 7 85 -11- (25) met een scharnierbus (271 in de langsrichting verschuifbaar is, terwijl de aanslag (281 aan de tegenoverliggende bak-wand (3) een aantal op afstand van elkaar liggende aangrijp-punten (29) voor het vrije einde van het opsluitorgaan heeft.
6. Inrichting volgens êên der conclusies 2-5, met het kenmerk, dat het opsluitorgaan (25) bestaat uit een dwarss tang (261 niet twee in de langsrichting van deze stang instlbaar daarin vastzetbare, uitstekende nok-platen (31), die over de wielsteunen (35). van de rolstoel (10) 10 kunnen grijpen en die ter aanpassing aan de hoogte van de wielsteunen verwisselbaar zijn.
7. Inrichting volgens êên der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de draagbak (11 een over een daarin geplaatste rolstoel (IQ) passende opklap- 15 bare kap (39) heeft.
8. Inrichting volgens conclusie 7, m e t het kenmerk, dat de kap scharnierend aan de van de deur (6) afgekeerde korte zijwand van de bak (11 vastzit.
9. Inrichting volgens êên der voorgaande 20 conclusies, met het kenmerk, dat de hefinrichting een door een steunbeugel (53*1 aan de achterzijde van de auto op te hangen bovenste deel (44). en een ten opzichte daarvan vertikaal verplaatsbaar, de draagbak (11 ondersteunend onderste deel· (47, 48) heeft, waarbij het bovenste hefinrichting-25 deel van een of meer haakorganen (57). met omlaag gekeerde haakopening en het onderste hefinrichtingdeel van een haak-orgaan (58) met omhooggekeerde haakopening is voorzien,welke haakopeningen resp. om de bovenzijde en om de onderzijde van de steunbeugel kunnen grijpen, zodanig, dat de hefinrichting 30door passende bediening daarvan door middel van de haakorganen op de steunbeugel vastklembaar en op de bodem neerzetbaar is.
10. Inrichting volgens één der voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de hefinrichting bestaat uit een aan de auto bevestigbaar vertikaal rechthoe- 35 kig raam met telescopisch uitschuifbare vertikale zijbalken (44, 471, waarbij de aldus vertikaal beweegbare onderste horizontale raambalk (48) van achterwaarts uitstekende vork-benen (49) is voorzien en de bak (1) draagt, terwijl tussen de beide horizontale raambalken (45 en 48). een door een motor 40 (52) aangedreven bedieningsorgaan (51) voor de vertikale ver- 800 2 7 85 -12 - plaatsing van de onderste raambalk is aangebracht.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het bedieningsorgaan (51) van het schroefvijzel-type is en door een op de accu van de auto 5 aansluitbare elektromotor (52) omkeerbaar aandrijfbaar is. 800 2 7 85
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8002785A NL8002785A (nl) | 1980-05-14 | 1980-05-14 | Inrichting voor het met een auto of dergelijk voertuig vervoeren van een rolstoel. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8002785A NL8002785A (nl) | 1980-05-14 | 1980-05-14 | Inrichting voor het met een auto of dergelijk voertuig vervoeren van een rolstoel. |
| NL8002785 | 1980-05-14 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8002785A true NL8002785A (nl) | 1981-12-16 |
Family
ID=19835296
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8002785A NL8002785A (nl) | 1980-05-14 | 1980-05-14 | Inrichting voor het met een auto of dergelijk voertuig vervoeren van een rolstoel. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL8002785A (nl) |
Cited By (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4738581A (en) * | 1987-02-06 | 1988-04-19 | Kuhlman Harvey G | Vehicle mounted wheelchair carrier |
| US5199842A (en) * | 1991-05-08 | 1993-04-06 | Watt Jerry L | Wheelchair carrier |
| US5536130A (en) * | 1994-01-21 | 1996-07-16 | Edensor; Kieron J. D. | External storage for automobiles |
| FR2731346A1 (fr) * | 1995-03-08 | 1996-09-13 | Bolle Raymond | Plate-forme de transport pour fauteuil roulant |
-
1980
- 1980-05-14 NL NL8002785A patent/NL8002785A/nl not_active Application Discontinuation
Cited By (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4738581A (en) * | 1987-02-06 | 1988-04-19 | Kuhlman Harvey G | Vehicle mounted wheelchair carrier |
| US5199842A (en) * | 1991-05-08 | 1993-04-06 | Watt Jerry L | Wheelchair carrier |
| US5536130A (en) * | 1994-01-21 | 1996-07-16 | Edensor; Kieron J. D. | External storage for automobiles |
| FR2731346A1 (fr) * | 1995-03-08 | 1996-09-13 | Bolle Raymond | Plate-forme de transport pour fauteuil roulant |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP0250009B1 (en) | Wheel trolley (wielkarretje) | |
| US5938395A (en) | Retractable carrier-platform device | |
| US4223856A (en) | Helicopter ground handling equipment | |
| US5253973A (en) | Vehicles and vehicle lifts | |
| US5251390A (en) | Snowplow | |
| US5011361A (en) | Vehicle mountable carrier for three-wheeled scooter and the like | |
| US2183478A (en) | Automobile towing device | |
| US3951287A (en) | Tire cart | |
| US5536130A (en) | External storage for automobiles | |
| US4465421A (en) | Wheeled support device for disabled vehicle tire | |
| US6059344A (en) | Pickup tailgate ramp | |
| US11014591B2 (en) | Utility cart with trailer hitch assembly | |
| NL8002785A (nl) | Inrichting voor het met een auto of dergelijk voertuig vervoeren van een rolstoel. | |
| EP1479643B1 (fr) | Appareil de levage et manutention | |
| GB2313588A (en) | A Forklift Truck Mounting Frame | |
| GB2279624A (en) | A collapsible trailer | |
| NL8006121A (nl) | Inrichting voor het naar keuze afzetten van te transporteren houders, machines of werktuigen op de laadbak van een vrachtwagen of op de grond. | |
| NL8007013A (nl) | Transportwagen voor houder. | |
| FR2747082A1 (fr) | Dispositif de solidarisation d'un chariot de manutention a un camion, chassis de support et camion correspondants | |
| GB2132568A (en) | Trailer | |
| CA1212926A (en) | Wheel lift towing apparatus | |
| GB2280664A (en) | Portable vehicle lifting device | |
| EP0749921B1 (fr) | Pupitre destiné au transport, au stockage, à la manutention et à la pose d'éléments verticaux et plats | |
| GB2109313A (en) | Wheel truck for supporting the flat or damaged tyre of a vehicle | |
| NL2031950B1 (en) | Trailer |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| BV | The patent application has lapsed |