NL8001089A - Inrichting voor het aanbrengen van versterkingsfilm- stukken op een paar ritssluitingbanden. - Google Patents
Inrichting voor het aanbrengen van versterkingsfilm- stukken op een paar ritssluitingbanden. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8001089A NL8001089A NL8001089A NL8001089A NL8001089A NL 8001089 A NL8001089 A NL 8001089A NL 8001089 A NL8001089 A NL 8001089A NL 8001089 A NL8001089 A NL 8001089A NL 8001089 A NL8001089 A NL 8001089A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- pair
- web
- film
- slings
- free spaces
- Prior art date
Links
- 230000002787 reinforcement Effects 0.000 title claims description 38
- 210000000078 claw Anatomy 0.000 claims description 9
- 238000003491 array Methods 0.000 claims description 8
- 230000003014 reinforcing effect Effects 0.000 claims description 5
- 238000011144 upstream manufacturing Methods 0.000 claims description 4
- 238000005096 rolling process Methods 0.000 claims description 2
- 238000000465 moulding Methods 0.000 claims 2
- 238000011081 inoculation Methods 0.000 claims 1
- 238000003466 welding Methods 0.000 claims 1
- 239000012530 fluid Substances 0.000 description 7
- 229920003002 synthetic resin Polymers 0.000 description 3
- 239000000057 synthetic resin Substances 0.000 description 3
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 2
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 2
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 2
- 239000012212 insulator Substances 0.000 description 2
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 2
- 239000000969 carrier Substances 0.000 description 1
- 230000000994 depressogenic effect Effects 0.000 description 1
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A44—HABERDASHERY; JEWELLERY
- A44B—BUTTONS, PINS, BUCKLES, SLIDE FASTENERS, OR THE LIKE
- A44B19/00—Slide fasteners
- A44B19/42—Making by processes not fully provided for in one other class, e.g. B21D53/50, B21F45/18, B22D17/16, B29D5/00
- A44B19/60—Applying end stops upon stringer tapes
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29C—SHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
- B29C65/00—Joining or sealing of preformed parts, e.g. welding of plastics materials; Apparatus therefor
- B29C65/02—Joining or sealing of preformed parts, e.g. welding of plastics materials; Apparatus therefor by heating, with or without pressure
- B29C65/08—Joining or sealing of preformed parts, e.g. welding of plastics materials; Apparatus therefor by heating, with or without pressure using ultrasonic vibrations
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29C—SHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
- B29C66/00—General aspects of processes or apparatus for joining preformed parts
- B29C66/40—General aspects of joining substantially flat articles, e.g. plates, sheets or web-like materials; Making flat seams in tubular or hollow articles; Joining single elements to substantially flat surfaces
- B29C66/47—Joining single elements to sheets, plates or other substantially flat surfaces
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B29—WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
- B29L—INDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBCLASS B29C, RELATING TO PARTICULAR ARTICLES
- B29L2005/00—Elements of slide fasteners
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T156/00—Adhesive bonding and miscellaneous chemical manufacture
- Y10T156/10—Methods of surface bonding and/or assembly therefor
- Y10T156/1052—Methods of surface bonding and/or assembly therefor with cutting, punching, tearing or severing
- Y10T156/1062—Prior to assembly
- Y10T156/1064—Partial cutting [e.g., grooving or incising]
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T156/00—Adhesive bonding and miscellaneous chemical manufacture
- Y10T156/12—Surface bonding means and/or assembly means with cutting, punching, piercing, severing or tearing
- Y10T156/1304—Means making hole or aperture in part to be laminated
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T29/00—Metal working
- Y10T29/53—Means to assemble or disassemble
- Y10T29/53291—Slide fastener
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T29/00—Metal working
- Y10T29/53—Means to assemble or disassemble
- Y10T29/53291—Slide fastener
- Y10T29/53296—Means to assemble stop onto stringer
Landscapes
- Slide Fasteners (AREA)
- Making Paper Articles (AREA)
Description
i
Inrichting voor het aanbrengen van versterkingsfilmstukken op een paar ritssluitingbanden.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het aanbrengen van stukken van een versterkingsfilm van kunsthars op een paar ritssluitingdraagbanden aan de in lengte-richting op een afstand van elkaar gelegen elementvrije ruimten daarvan.
5 Volgens de uitvinding omvat een inrichting voor het aanbrengen van stukken van versterkingsfilm van kunsthars op een paar van continue ritssluitingdraagbanden op in lengte-richting op een afstand van elkaar gelegen plaatsen daarvan, middelen voor het toevoeren van de draagbanden in lengterichting langs een eerste baan naar keuze met 10 een hoge snelheid of een lage snelheid, middelen voor het aftasten van de ene van de plaatsen op de draagbanden per keer voor het schakelen van de toevoermidcëLen uit een hoge naar een lage werkingssnelheid en vervolgens tot stilstand, en voor het plaatsenvan de ene van de 15 plaatsen op de draagbanden in een stand voor het aanbrengen van één van de stukken van versterkingsfilm, en middelen voor het vasthouden van de draagbanden gedurende het aanbrengen van het filmstuk, De inrichting omvat ook middelen voor het intermitterend toevoeren van een langwerpig vlies van versterkingsfilm in lengterichting langs een 20 tweede baan die zich dwars tot de eerste baan uitstrekt, middelen voor het houden van een vooreinde van het langwerpige vlies dat is gepassserd over de eerste baan, middelen voor het geleiden van hé langwerpige vlies naar de vasthoudmiddelen, middelen voor het achtereenvolgens vormen van de stukken van versterkingsfilm per keer van 25 het langwerpige vlies, en middelen voor het aanbrengen van de ene van de stukken van versterkingsfilm op de draagbanden op de ene van de plaatsen daarvan terwijl de draagbanden in rust zijn.
Het is een oogmerk van de uitvinding om een inrichting te leveren voor het sréen betrouwbaar aanbrengen van stukken van versterkings-30 film op een paar van ritssluitingdraagbanden op in lengte^·richting op een afstand van elkaar gelegen plaatsen daarvan.
800 1 0 89 w 2
Een ander oogmerk van de uitvinding is het leveren van een filmstukaaribrenginrichting die middelen heeft voor het nauwkeurig plaatsen van een paar van ritssluitingdraaghanden in een stand voor het aanbrengen van de stukken van versterkingsfilm.
5 Een nog ander oogmerk van de uitvinding is het leveren van een dergelijke filmstukaahbrenginrichting met middelen voor het houden van een stuk van versterkingsfilm onbeweegbaar onder spanning voordat het wordt aangebracht op een paar van ritssluitingdraaghanden.
Een nog ander oogmerk van de uitvinding is het leveren van een 10 filmstukaanbrenginrichting met een eerste baan van ritssluitingdraag-banden en een tweede baan van versterkingsfilm, waarbij de tweede baan verplaatsbaar is naar de eerste baan in evenwijdige verhouding voor het netjes en betrouwbaar aahbengen van de film op de draagbanden» 15 De uitvinding zal hieronder nader worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin de wijze van voorbeeld een uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding is weergegeven. In de tekening toont:
Fig. 1 een schematisch bovenaanzicht van een paar ritssluiting-20 draagbanden waaraan een afgesneden stuk van versterkingsfilm is toegevoerd op een versterkingsfilm-aanbrenginrichting volgens de uitvinding, fig, 2 een vooraanzicht van de versterkingsfilmaanbrenginrichting, fig. 3 een zijaanzicht van de inrichting volgens fig. 2, 25 fig. b in perspectief een schema voor het toelichten van de plaatsingsverhouding tussen een paar ritssluitingdraaghanden en een vlies van versterkingsfilm terwijl zij een lengterichting voort bewegen, fig. 5 een doorsnede Volgens de lijn V-V van fig. 2, 30 fig. 6 een gedeeltelijk bovenaanzicht van een paar tasterarmen voor het stoppen van de voortbeweging van de draagbanden, fig. 7 een gedeeltelijk zijaanzicht van één van de tasterarmen, fig. 8 een doorsnede volgens de lijn VIII-VIII van fig. 2, fig. 9 in perspectief op vergrote wijze een plaatsingsstop, 35 fig. 10 een bovenaanzicht van de plaatsingsstop van fig. 9, 800 1 0 89 3 « fig. 11 een doorsnede volgens de lijn XI-XI van fig, 3» fig. 12 een vooraanzicht van een snijmes voor het vLies van versterkingsfilm, fig. 13 een vooraanzicht van geleidingen voor het ilies van ver-5 sterkingsfilm, fig. 1¼ een doorsnede volgens de lijn XIV-XIV van fig. 3, en fig. 15-17 schematische doorsneden van een werkzaam gedeelte van de inrichting waarin achtereenvolgende onderdelen standen zijn weergegeven voor het vormen van een stuk van versterkingsfilm en het 10 aanbrengen daarvan qp een paar van ritssluitingdraagbanden.
De figuren 2 en 3 tonen tesamen een inrichting 20 voor het aanbrengen van stukken van versterkingsfilm in dwarsrichting op een paar van ritssluitingdraagbanden op de in lengterichting op een afstand van elkaar gelegen plaatsen.
15 Zoals in fig. 2 zichtbaar is, omvat de inrichting 20 aandrijf- middelen 21 voor het intermiterend toevoeren van een paar ritsiuiting draagbanden 18 en 19 (fig. 1 en U) naar keuze met een hoge of lage snelheid langs een in.lengterichting lopende voortbewegingsbaan in de richting van de pijl 31» middelen 22 voor het aantrengen van afgesneden 20 stukken 29 (fig. 1 en van versterking dl lm van kunsthars per keer aan de draagbanden 18 en 19, middelen 23 voor het vasthouden van de draagbanden 18 en 19 terwijl deze in rust zijn gedurende het aanbrengen van de stukken 29 van versterkingsfilm, en middelen 2k voor het schakelen van de toevoermiddelen 21 uit een hoge naar een lage werkingssnelheid 25 en vervolgens tot stilstand, en voor het plaatsen van de draagbanden 18 en 19 in een stand die klaar is voor het aanbiergen van de stukken 29 van versterkingsfilm.
Zoals in fig. 3 is weergegeven omvat de inrichting 20 ook aan-dri jfmiddelen 25 voor het intermitterend toevoeren van een langwerpig 30 vliès 26 (fig. 1 en k) van versterkingsfilm langs een in lengterichting lopende voortbewegingsbaan in de richting van de pijl 32 die in hoofdzaak loodrecht staat op de bewegingsbaan van de draagbanden 18 en 19, middelen 27 voor het houden van een vooreinde van het langwerpige vlies 26 van versterkingsfilm dat is gei&seerd over de draagbanden 18 35 en 19, middelen 28 voor het vormen van de stukken 29 uit het langwerpige 800 1 0 89 1+ vlies 26 van versterkingsfilm, enmddelen 30 voor het geleiden van het langwerpige vlies 26 totdat zijn vooreinde de vasthoudmiddelen 27 bereikt .
In fig. 2 bestaat de inrichting 20 uit een onderframe 35, en de 5 aandrijfmiddelen 21 omvatten een aandrijfrol 36 die draaibaar pp een steun 37 is gemonteerd die is bevestigd aan het onderframe 35, en een meelooprol 38 die draaibaar op de steun 37 is gemonteerd en door een veer wordt belast naar de aandrijfrol 36 met de draagbanden 18 en 19 daartussen. De draagbanden 18 en 19 worden toegevoerd van de rollen 10 rond een spanningsrol 1*0 die in verticale richting beweegbaar is voor het houden van de toevoer van de draagbanden 18 en 19 op een constante snelheid, en vervolgens rond een geleidingsrol 39 die draaibaar pp het onderframe 35 is gemonteerd.
De aaribrengmiddelen 22 omvatten een paar van bovenste en onderste 15 matrijzen 1*2 en 1*3, waarbij de bovenmatrijs 1*2 via een thermische isolator 1*1* is bevestigd aan een basisplaat 1*5 die pp het bovenframe 1*6 is gemonteerd en vast is ten opzichte van het onderframe 35· Ce ondermatrijs 1*3 is in verticale richting beweegbaar naar en van de bovenmatrijs 1*2 door een heen en weer beweegbare cilinder 1*8 die via 20 een thermische isolator 1*7 is gekoppeld met de ondermatrijs 1*3. De ondermatrijs 1*3 heeft in zijn bovenvlak een paar van evenwijdige groeven 1*9 en 50 (fig. 3 en 1*) voor het ontvangen van een paar van reeksen van respectieve sluitelementen 51 en 52, die zijn gemonteerd op en langs tegenoverelkaar gelegen randen van de respectieve draag-25 banden 53 en 5l* (fig. 1 en 1*). De boven- en ondermatrijzen 1*2 en 1*3 worden bijv, verwarmd door respectieve electrische verwarmèrs, Het is ook mogelijk om één van de boven- en ondermatrijzen 1*2 en 1*3 een ultra-sonore hoorn te laten zijn en de andere is dan het aambeeld.
Zoals in de figuren 2 en 5 zichtbaar is omvatten de vasthoud-30 middelen 23 een paar van bovenste en onderste geleidingsplaten 56 en 57 die in de buurt van en stroomopwaarts van de matrijzen 1*2 en 1*3 zijn opgesteld ten opzichte van de bewegingsrichting van de draagbanden 18 en 19, waarbij de boven- en ondergeleidingsplaten 56 en 57 in verticale richting op een afstand van elkaar liggen nu groot genoeg 35 is om de draagbanden 53 en 5l* toe te staan er tussen te passeren, De 800 1 0 89 * 5 boven-geleidingsplaat 56 is gemonteerd op het bovenframe k6 en heeft een paar van naar beneden gerichte ribbelvlakken 58 (waarvan erin fig. 2 slechts één zichtbaar is). De ondergelèidingsplaat 57 is ondersteund op een geleidingsplaat houder 59 die aan het onderframe 35 5 is bevestigd. Een paar klemmen 60 en 61 (fig. U en 6) is in verticale richting beweegbaar opgesteld in de ondergeleidingsplaat 57 en de geleidingsplaathouder 59 en worden normaal door een veer naar beneden belast. Elke klem 60 en 61 heeft een naar boven gericht geribbeld oppervlak 62 dat ligt tegenover het naar benedengerichte ribbelvlak 10 58 en werkt daarmee samen voor het stevig samenklemmen van één van de draagbanden 53 en 5^ indien de klem 60, 61 naar boven wordt belast tegen* boven-geleidingsplaat 56. De ondergeleidingsplaat 57 heeft in zijn bovenvlak een paar van evenwijdige geleidingsgroeven 70 en Th (fig. 5) die dienen voor het ontvangen van de reeksen van respectieve 15 sluitelementen 51 en 52.
De vasthoudmiddelen S3 omvatten ook nog éen paar van bovenste en onderste geleidingsplaten 63 en 6h die zijn opgesteld grenzend aan en stroomafwaarts van de matrijzen ^2 en ^3 ten opzichte van de voortbewegingsrichting van de draagbanden 18 en 19» waarbij de boven-20 en ondergeleidingsplaten 63 en Sk in verticale richting op een afstand van elkaar liggen die groot genoeg is om de draagbanden 53 en 5^ daartussen te laten passeren. De bovengeleidingsplaat 63 is gemonteerd op het bovenframe U6 en heeft een paar van naar beneden gerichte ribbelvlakken 65 (fig. 8). De ondergeleidingsplaat 6k is ondersteund 25 op een geleidingsplaathouder 66 die aan het onderframe 35 is bevestigd.
Een paar klemmen 67 en 68 (fig. U en 8) is in verticale richting beweegbaar opgesteld in de ondergeleidingsplaat 6k en de geleidingsplaathouder 66 en is normaal door een veer naar beneden belast. Elke klem 67 » 68 heeft een naar boven gericht ribbelvlak 69 dat ligt 30 tegenover het naar beneden gerichte ribbelvlak 65 en 'werkt daarmee samen voor het stevig tussen zich in nemen van één van de draagbanden 53 en 5^ indien de klem 67, 68 naar boven wordt belast tegen de boven-geleidingsplaat 63. De ondergeleidingsplaat 6h heeft in zijn bovenvlak een paar van evenwijdige geleidmgs groeven 72 (m fig. 2 is/slechts 35 één zichtbaar) die dienen voor het ontvangen van de reeksen van 800 1 0 89 6 respectieve sluitelementen 51 en 52.
De schakel- en plaatsingsmiddelen 2k van de figuren 2, k en 5 omvatten een paar van op afstand van elkaar gelegen vrijdragende detectorrollen 75 en 76 die draaibaar zijn op een paar van respectieve 5 assen 77 die zijn gemonteerd op een paar van steunarmen 78 en 79 die draaibaar zijn gemonteerd op een steun 80 die aan het onderframe 35 is bevestigd. De bovengeleidingsplaat 56 heeft een paar van evenwijdige groeven 81 en 82 (fig. 5) waardoorheen omtreksgedeelten van de respectieve detectorrollen 75 en 76 naar beneden in de respectieve 10 geleidingsgroeven 70 en 71 lopen in de ondergeleidingsplaat 57. De detectorrollen 75 en 76 worden normaal naar beneden belast over de ruimte tussen de boven- en ondergeleidingsplaatsen 56 en 57 in rollende samenwerking met de respectieve reeksen van sluitelementen 51 en 52 onder de kracht van een veer 83 die werkt tussen de steunarm 78, 79 15 en de console 80. Een aandrijfhefboom 8U is bevestigd aan één van de steunarmen 78 en 79 en loopt naar beneden in het onderframe 35, waarin het vooreinde van de hefboom 8U een micro-schakelaar 85 kan bedienen indien de hefboom 84 in de bewegingsrichting van de wijzers van een uurwerk zwenkt (fig. 2), dat wil zeggen indien de detectorrollen 75 20 en 76 naar beneden zijn verplaatst in de elementvrije ruimten 94 (fig. 1). Na het inschakelen van de micro-schakelaar 85, schakelt de aandrijfrol 36 van een hoge werkingssnelheid over naar een lage werkings-snelheid.
De schakel- en plaatsingsmiddelen 24 omvatten ook een paar voelèr-25 armen 87* 88 (fig. 4 en 6) die door een gemeenschappelijke pen 89 draaibaar zijn gemonteerd in-«en langsgroef in de geleidingsplaathouder 59 (fig. 2) en die op hun vrije einden een paar respectieve voeleruitsteek-sels 90, 91 hebben die elk een afschuining 86 (fig. 7) hebben die naar boven steekt in de bewegingsbenen van de reeksen van sluitelementen 30 51 en 52. De andere einden van de voelerarmen 87 en 88 zijn gezamelijk bevestigd op een bedieningshefboom 92 die een micro-schakelaar 93 in het onderframe 35 kan bedienen indien de afschuiningen 86 van de voelèruitsteeksels 90 en 91 naar beneden worden geduwd door laatste sluitelementen die grenzen aan een elementvrije ruimte 94 (fig. 1 en 7) 35 en zijn afgelegen van boveneindaanslagen 95 op de draagbanden 18 en 19 800 1 0 89 -· * 7 terwijl deze voortbewegen met een lage snelheid, hetgeen ertoe leidt dat de voelerarmen 87 en 88 in de bewegingsrichting van de wijzers van een uurwerk in fig. 2 rond de pen 89 draaien. Indien de micro-schakelaar 93 wordt bediend, wordt de aandrijfrol 36 uitgeschakeld, 5 zodat de toevoer in lengterichting van de draagbanden 18 en 19 wordt gestopt.
In de figuren 2 en U omvatten de schakel- en plaatsingsmiddelen 2k verder een slede 97 die schuifbaar op het frame 35 is, een paar van onderste in zijdelingse richting op afstand van elkaar gelegen 10 vastgrijparmen 98 en 99 die stevig zijn gemonteerd op de slede 97» en een paar van bovenste in zijdelingse richting op een afstand van elkaar gelegen vastgrijparmen 100 en 101 die door een pen 102 draaibaar op de slede 97 zijn gemonteerd, waarbij de bovenste vastgrijparmen 100 en 101 normaal door een veer 103 zijn belast om samen te 15 werken met de respectieve onderste vastgrijparmen 98 en 99 voor het vastgrijpen van de draagbanden l8ea 19. De slede 97 heeft een schuiver 10U die naar beneden uitsteekt in het onderframe 35 door een groef 105 die evenwijdig loopt aan de voortbewegingsrichting van de draagbanden 18 en 19. Een draaibare hefboom 106 in het onderframe 20 35 werkt op aandrijvende wijze samen met de schuiver 104 voor het bewegen van de slede 97 heen en weer op het onderframe 35. De bovenste vastgrijparmen 100 en 101 zijn draaiend beweegbaar van de onderste vastgrijparmen 98 en 99 voor het loslaten van de draagbanden 18 en 19 door een hefpen 107 die in verticale richting door de groef 105 25 en de slede 97 loopt en kan worden aangedreven door een roterende aandrijfhefboom 108 in het onderframe. Hoewel dat niet is weergegeven zijn de aandrijfhefboom 106 en de bedieningshefboom 108 werkzaam onderling gekoppeld, zodat indien de aandrijfhefboom 106 wordt ingeschakeld voor het bewegen van de slede 97 naar de aandrijfrol 36 in 30 een richting voor het toevoer van de draagbanden 18 en 19» de bedieningshefboom 108 naar beneden wordt bewogen weg Tan de hefpen 107, die dan ontkoppeld blijft van de bovenste vastgrijparmen 100 en 101 teneinde de draagbanden 18 en 19 toe te staan gezamelijk te worden vastgegrepen door de bovenste vastgrijparmen 100 en 101 en de onderste vastgrijp-35 armen 98 en 99 en omgekeerd.
80 0 1 0 89 8
Een stophouder 110 is schuifbaar opgesteld in een langsgroef 111 in de geleidingsplaathouder 66. Een stophefboom 112 is draaibaar door een pen 113 op de stophouder 110 gemonteerd die een schuiver 11^ bezit die samenwerkt met een aandrijfhefboam 115 die roterend heen en 5 terug beweegbaar is ten einde de stophefboom 112 toe te staan daarmee te bewegen. Een hefpen 116 loopt in verticale richting door de stophouder 110 ten einde te werken op de stophefboom 112 en deze op te tillen terwijl hij beweegt naar de aandrijfrol 36 in de voortbewegings-richting van de draagbanden 18 en 19. Zoals het duidelijkst in de 10 figuren 9 en 19-zichtbaar is, heeft de stophefboom 112 op zijn vooreinde een naar boven gerichte stop 118 die een middenneus 119 bevat en een paar uitsparingen 120 en 121 aan beide zijden van de centrale neus 119, die liggen tegenover de geüdingsplaten 56 en 57. De centrale neus 119 kan worden geplaatst tussen de reeksen van sluitelementen 51 - 15 en 52 en de uitsparingen 120 en 121 dienen voor het opnemen van de uiterste sluitelementen indien de stophefboom 112 door de hefpen 116 omhoog is bewogen, die omhoog is getild. Gedurende de beweging van de stophouder 110 en dus van de stophefboom 112 naar links in fig. 2, wordt de hefpen 116 naar beneden bewogen buiten samenwerking met de stophefboom 112, 20 waarna de stop 118 daalt uit de baan van de ritssluitingdraagbanden 18 en 19.
Zoals in fig. 3 en 1U is weergegeven heeft een in verticale richting beweegbare steun 125 een paar van verticalegpleidingspennen 126 en 127 die zich schuifbaar uitstrekken door gedeelten van het onderframe 25 35. Een paar van verticale geleidingspennen 128 en 129 loopt van het bovenframe ^6 schuifbaar in een paar van respectieve geleidingsbussen 130 en 131 die naar boven van de steun 125 uitsteken, De steun 125 is dus beperkt tot verticale beweging tussen het bovenframe ^6 en het onderframe 35, terwijl de steun 125 op en neer beweegbaar is door en 30 (niet weergegeven) met fluidumdruk-werkend aandrijforgaan voor het in verticale richting verplaatsen van de bewegingsbaan van de langwerpige film 26 naar de baan van de draagbanden 18 en 19 in evenwijdige verhouding voorafgaande aan het aanbrengen van het stuk 29 van versterkings-film op de draagbanden 18 en 19.
35 De in <fe figuren 3 en 11 weergegeven toevoermiddelen 25 omvatten 80 0 1 0 89 * 9 een verticale stang 133 die is bevestigd aan een horizontale staaf 13^ die op de steun 125 is afgesteund, en een rolhouder 135 die is gemonteerd op de verticale stang 133 en een paar van verticale geleidings-pennen 136 en 137 heeft die zich schuifbaar uitstrekken in het boven-5 frame h6. Een aandrijfrol 138 is draaibaar gemonteerd qp het ene einde van een horizontale as 139 die in de rolhouder 135 is gestoken, zodat een een richtingskoppeling 1U0 wordt verkregen die is geplaatst tussen de aandrijfrol 138 en de as 139 9 zodat de rotatie van de as 139 slechts in één richting de aandrijfrol 138 aandrijft. Een arm 1^1 is aan het 10 andere einde van de horizontale as 139 bevestigd en is via een koppelstuk 142 verbonden met een zuigerstang 143 van een met fluidumdruk-werkènd aandrijf orgaan 144. Een looprol 145 is draaibaar op een steun-arm 1½ ondersteund die draaibaar op een steun 147 is gemonteerd die aan de rolhouder 135 is bevestigd. De looprol 145 is naar beneden opge-15 steld van en normaal belast tegen de aandrijfrol 138 onder de kracht van een veer 148. Een filmgeleiding 149 bevindt zich tussen de aandrijfrol 138 en de looprol 145 en heeft een horizontale filmdoorgang 150 (fig, 11 en 15). De filmgeleiding 149 heeft ook een paar van bovenste en onderste groeven 151 en 152 die in verbinding staan met de 20 doorgang 150 en waarin omtreksgedeelten van de aandrijfrol 138 en de looprol 145 zich uitstrekken voor het aandrijvend tussen zich in plaatsen van het langwerpige vlies 26 van versterkingsfilm. Het langwerpige flies 26 van versterkingsfilm wordt in de lengterichting in-tenniterend toegevoerd door achtereenvolgende hoekbewegingen van de 25 aandrijfrol 138 die wordt aangedreven door het met fluiduaidrukwerkende aandrijforgaan 144.
Zoals is weergegeven in de figuren 3, 4 en 15 - 17 omvatten de vormmiddelen 28 een stationaire pons 155 (fig. 4) die is bevestigd aan de basisplaat 45 en naar beneden zich uitstrékt, en een matrijs 30 156 die is gemonteerd op een matrijshouder 157 die op de steun 125 is gemonteerd. De matijs 156 heeft een matrijsholte 159 die een snijrand vormt die samenwerkt met de drijfrol 155 voor het vormen van een uitsparing 160 (fig. 1 en 4) in het langwerpige vlies van versterkingsfilm. De matrijshouder 157 heeft een afvoergat 161 voor<fe 35 doorgang van afgesneden achterbiljfselen van het vlies 26. Een snijmatrijs 80 0 1 0 89 10 1é2 is op de matdjs 156 gemonteerd met een horizontale doorgang 163 waardoorheen het langwerpige vlies 2β van versterkingsfilm kan passeren* De snijmatrijs 162 heeft een opening 16U voor de doorgang van de pons 155.
5 Een snijmes 165 (fig. 12) is door een pen 166 draaibaar op de snijmatrijs 162 gemonteerd en wordt normaal naar beneden vrij van de baan van het langwerpige vlies 26 belast door een veer 167. Het snijmes 165 bevindt zich aan het einde van de doorgang 163 die grenst aan de boven- en ondermatrijzen b2 en U3. Het snijmes 165 wordt omhoog 10 bewogen over de doorgang 163 door een hefstaaf 168 die aan de zuiger 1*8 is bevestigd.
De filmgeleidingsmiddelen 30 van de figuren 3 en 13 omvatten een paar hefbomen 170 en 171 die draaibaar zijn gemonteerd door een paar van respectieve pennen 172 en 1Γ3 op een steunplaat 17^ die aan de 15 steun 125 is bevestigd, De hefbomen 170 en 171 worden normaal naar elkaar toebelast door een paar veren 175 en 176, zodat eeen paar van kanaalvormige filmgeleidingen 177 en 178, die naar elkaar open zijn en respectievelijk zijn gemonteerd op de hefbomen 170 en 171» gezamelijk een geleidingsdoorgang vormen die zich uitstrekt langs de baan van het 20 langwerpige vlies 26 en houdt een stand tussen de boven- en ondermatrijzen b2 en ^3 en onder de baan van de draagbanden 18 en 19 voor het daarlangs geleiden van het langwerpige vlies 26 dat uit de doorgang 163 komt. Een paar rollen 179 en 180 die als nokvolgers werken, is draaibaar op de respectieve hefbomen 170 en 171 gemonteerd. Een nok-25 plaat 181 die zich bevindt tussen de hefbomen 170 en 171, heeft een paar van hellende 'nokvlakken 182 dn 183 die kunnen samenwerken met de nokvolgers 179 en 180, De nokplaat 181 is via een console 185 gekoppeld met een verticale suikerstang 18U van een met flui dumdrukverkend aandrijf orgaan 186 tot op de steun 125 is gemonteerd, Indien het met 30 fluidumdrukverkend aandrijforgaan 186 wordt ingeschakeld voor het terugtrekken van de suikerstang 18U, wordt de nokplaat 181 naar beneden bewogen ten einde de hellende nokvlakken 182 en 183 toe te staan met de nokvolgers 179 en 180 samen te werken en deze van elkaar af te verplaatsen, waarna de hefbomen 170 en Tf1 in tegengestelde richtingen in hoek-35 richting worden bewogen loodrecht op de voortbewegingsbaan van het film- 80 0 1 0 89 11 vlies 26 ten einde de filmgelei dingen 177 en 178 van elkaar te bewegen.
In fig. 3 omvatten de filmvasthoudmiddelen 27 een paar van bovenste en onderste vastgrijpklauwen 188 en 189 die draaibaar zijn gemonteerd op een concole 190 op een met fluidumdrukwerkend aandrijforgaan 5 191 dat is ondersteund op een steunphat 192 die is bevestigd aan de steun 125. Het met fLuidumdrukverkend aandrijforgaan 191 heeft een (niet weergegeven) zuigerstang die zich uitstrekt in de richting van voortbeweging van het filmvlies 26 ten einde op de bovenste en onderste vastgrijpklauwen 188 en 189 te werken, terwijl een (niet weerge-10 geven) veer aanwezig is die werkt tussen de vastgrijpklauwen 188 en 189 voor het vastklemmen van het vooreinde van het langwerpige filmvlies 26 dat is gepaleerd door* voortbewegingsbaan van de draagbanden 18 en 19. Indien het met fluidümdrukwerkende aandrijforgaan 191 wordt ingeschakeld, worden de vastgrijpklauwen 188 en 189 gespreid voor het 15 loslaten van het filmvlies 26.
Hieronder zal de werking van de inrichting worden toegelichtj de aandrijfrol 36 wordt aangedreven voor het toevoeren van de rits-sluitingdraagbanden 18 en 19 in de lengterichting met een hoge snelheid totdat in dwarsrichting in een lijn liggende elementvrije ruimten 9h 20 aankomen bij de detectorrollen 75 en 76, waarna de detectorrollen 75 en 76 naar beneden worden bewogen tegen de bodems van de geleidings-schroeven 70 en 71 (fig. 5), waardoor de bedieningshefboom 8h in de bewegingsrichting van de wijzers van een uurwerk wordt gezwenkt ten einde de micro-schakelaar 85 te bedienen. Vervolgens worden de 25 draagbanden 18 en 19 met een lage snelheid toegevoerd, De voeleruit-steeksels 90 en 91 op de voelerarmen 87 en 88 worden gedwongen om ingedrukt te worden door samenwerking met de uiterste sluitelementen 51 en 52 die grenzen aan de elementvrije ruimten 9^, waardoor de microschakelaar 93 wordt bediend, De aandrijfrol 36 wordt dan dus 30 gestopt. Op hetzelfde moment wordt de aamdrijfhefboom 106 bediend ten einde in de-zelfde richting te bewegen als die van de voortbewegings-richting van de draagbanden 18 en 19, met de grijperarmen 98, 100 en 99, 101 in ingrijping met de respectieve draagbanden 18 en 19. De draagbanden 18 en 19 worden langzaam voortbewogen en worden dan ge-35 stopt indien de uiterste sluitelementen 51 en 52 tegen de stop 118 80 0 1 0 89 12 slaan die in zijn omhoog bewogen linkse stand (fig. 2) is. Op dit moment bevinden de elementvrije ruimten 9^ zich juist tussen de bovenen ondermatrijzen k2 en H3. Na het stoppen van de slede 97» wordt de aandrijfhefbocm 115 ingeschakeld voor het bewegen van de stop 118 pp 5 de stophefboam 112 naar de aandrijf rol 36, en vervolgens wordt de hef-pen 116 naar beneden bewogen ten einde de stop 118 toe te staan naar beneden 1e bewegen. De stop 118 wordt dus teruggetrokken uit de stand tussen de boven- en ondermatrijzen k2 en U3. Vervolgens worden de klemmen 60, 61 en 67» 68 omhoog bewogen ten einde de draagbanden 18 en 10 19 te persen tegen de van ribbels voorziene vlakken 58 en 65 voor het stevig vasthouden van de draagbanden 18 en 19.
Gedurende deze beweging wordt een langwerpig vlies 26 van ver-sterkingsfilm voortbewogen overeen afstand die correspondeert met een hoekbeweging van de aandrijfrol 138, totdat het vooreinde van het 15 filmvlies 26 door de doorgang 163 en de kanaalvormige geleidingen 177» 178 passeert naar de vastgrijpklauwen 188, 189 die door het bedienings-middel 191 gespreid worden gehouden. Terwijl het filmvlies 26 naar voren wordt bewogen begint de steun 125 te stijgen. Indien het vooreinde van het filmvlies 26 de vastgrijpklauwen 188, 189 bereikt, wordt 20 het aandrijf orgaan 191 uitgeschakeld om de vastgrijpklauwen 188 en 189 toe te staan het vooreinde van het filmvlies 26 vast te grijpen. Gelijktijdig snijdt de pons 155 het vlies 26 op de snijrand van de matrijs 156 af ten einde een uitsparing 160 te vormen. De opwaartse beweging van de steun 125 wordt gestopt en het met flui dumdrukwerkende aandrijf-25 orgaan 186 wordt ingesehakeld om de nokplaat 191 naar beneden te bewegen, waarbij de filmgeleidingen 177 en 178 van elkaar af worden ver-jkaatst. Vervolgens wordt de ondermatrijs ^3 omhoog bewogen naar de boven matrijs ^2. Voordat zij samenwerken slaat de hefstaaf 168 het snijmes 165 naar boven, dat het langwerpige vlies 26 van versterkings-30 film aan het afvoereinden van de doorgang 163 afsnijdt. Terwijl de pons 155 zich uitstrekt over het filmvlies 26 op dit moment, wordt een gedeelte van het vlies 26 dat zich uitstrekt tussen de pons 155 en de vastgrijpklauwen 188 en 189, onderworpen aan spanning voor het betrouwbaar afsnijden door het snijmes 165.
80 0 1 0 89
% V
13
De ondermatrijs h3 gaat voort met naar boven bewegen totdat hij het ai gesneden stuk 29 van versterkingsfilm en daarboven gelegen draagbanden 18 en 19 tegen de bovenmatrijs b2 perst. Het stuk 29 van versterkingsfilm wordt aan de draagbanden 53 en 5^ onder druk en warmte 5 van de boven- en ondermatrijzen U2 en ^3 vastgelast.
Hoewel dat niet is weergegeven kan de opeenvolging van zojuist beschreven handelingen gemakkelijk worden bestuurd door een combinatie van grensschakelaars (waarvan er enkele zijn beschreven en weergegeven) en een (niet weergegeven) nok op een draaibare as.
80 0 1 0 89
Claims (13)
1U
1. Inrichting voor het toevoeren van stukken van versterkings-film aaneen paar van continue ritssluitingdraagbanden in op afstand 5 van elkaar gelegen plaatsen daarvan, met het kenmerk, dat die bestaat uit: a) middelen voor het toevoeren van de draagbanden in de lengterichting langs een eerste baan naar keuze met een hoge of lage snelheid, b) middelen voor het aftasten van één van de plaatsen op de draag-10 banden per keer ten einde de toevoermiddelen over Ie schakelen van een hoge naar een lage werkingssnelheid en vervolgens tot stilstand, en voor het plaatsen van de ene van de plaatsen op de draagbanden in een stand voor het aanbrengen van één van de stukken van verster-kingsfilm, 15 c) middelen voor het vasthouden van de draagbanden gedurende het aanbrengen van het filmstuk, d) middelen voor het intermitterend toevoeren van een langwerpig vlies van versterkingsfilm in lengterichting langs een tweede baan die dwars op de eerste baan staat, 20 e) middelen voor het vasthouden van een vooreinde van het langwerpige vlies dat over de eerste baan is gepaleerd, f) middelen voor het geleiden van het langwerpige vlies naar a» vas thoudmi ddelen, g) middelen voor het achtereenvolgens vormen van de stukken van 25 versterkingsfilm per keer uit het langwerpige vlies, en h) middelen voor het aanbrengen van de ene van de stukken van versterkingsfilm op de draagbanden op de ene van de plaatsen daarvan terwijl de draagbanden in rust zijn.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met hetkenmerk, dat de aan-30 brengmiddelen (h) een paar van thermische matrijzen omvatten waartussen de eerste en tweede banen elkaar snijden, waarbij de ene van de matrijzen stationair is en de andere matrijs beweegbaar is naar deeie van de matrijzen ten einde daarmee samen te werken voor het vastlassen van het stuk van versterkingsfilm aan de draagbanden.
3. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de vast- 80 0 1 0 89 houdmiddelen (c) tenminste een paar van stationaire geleidingsplaten omvatten die op een afstand van elkaar liggen met de eerste baan zich daartussen uitstrekkend,en een paar van klemmen die beweegbaar zijn door één van de geleidingsplaten over de eerste baan naar de 5 andere geleidingsplaat voor het daartegen drukken van de respectieve draagbanden. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de ene van geleidingsplaten een geribbeld oppervlak heeft en elk van de klemmen een geribbeld oppervlak heeft dat ligt tegenover het eerst 10 genoemde geribbelde oppervlak.
5. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de toe-voermiddelen een aandrijfrol en een meelooprol omvatten voor het aandrijvenidaartussen plaatsen van de draagbanden.
6. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de ritssluitingdraag-15 banden respectieve reeksen van sluitelementen bevatten en element- vrije ruimten op de plaatsen daartussen, met hei^kenmerk. dat de middelen (b) een paar van draaibare vrijdragende detectorrollen omvatten die stroomopwaarts van de aanbrengmiddelen (h) zijn opgesteld langs de eerste baan voor rollende samenwerking met de reeksen van 20 sluitelementen, een aandrijfhefboom die is gekoppeld met de rollen teneinde in de hoekrichting te kunnen verplaatsen, en een micro-schakelaar die kan worden bediend door de bedieningshefboom indien de detectorrollen worden gedraaid in de elementvrije ruimten voor het besturen van de toevoermiddelen (a) uit de hoge naar de lage werkings-25 snelheid.
7. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de ritssluiting-draagbanden respectieve reeksen van sluitelemente bevatten en elementvrije ruimten op de plaatsen daartussen, met het kenmerk, dat de middelen (d) een paar van voeleruitsteeksels omvatten die stroom- 30 opwaarts van de aanbrengmiddelen (d) zijn opgesteld langs de eerste baan en in de elementvrije ruimten kunnen worden geplaatst, en een bedieningshefboom die is gekoppeld met de voeleruitsteeksels, en een micro-schakelaar die door de bedieningshefboom kan worden bediend indien de voeleruitsteeksels worden verplaatst door samenwerking 35 met uiterste sluitelementen die grenzen aan de elementvrije ruimten 80 0 1 0 89 voor het besturen van de toevoermiddelen (a) uit de lage werkings-snelheid naar de stopstand. 8.Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de draagbanden respectieve reeksen van sluite inenten dragen en elementvrije ruimten op de 5 plaatsen daartussen, met het kenmerk, dat de middelen (d) twee paren van vastgrijparmen omvatten die beweegbaar zijn langs de eerste baan voor het vastgrijpen en voortbewegen van de draagbanden nadat de toevoermiddelen zijn gestopt, welke vastgrijparmen zich stroomafwaarts van de aahbrengmiddelen (h) bevinden langs de eerste baan, en een 10 stop die kan samenwerken met uiterste sluitelementen die grenzen aan de elementvrije ruimten voor het plaatsen van de elementvrije ruimten in de stand, welke stop terugtrekbaar is uit de stand indien de elementvrije ruimten in de stand zijn gekomen.
9. Inrichting volgens conclusie 1, met hetkenmerk. dat steun-15 middelen zijn aangebracht waarop de toevoermiddelen (d), vasthoud-middelen (e), geleidingsmiddelen (f) en vormmiddelen (g) zijn gemonteerd, welk steunorgaan beweegbaar is voor het verplaatsen van de tweede baan naar de eerste baan in evenwijdige verhouding.
10. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de toe-20 voerraiddelen (e) een aandrijfrol omvatten die in hoekrichting toenemend beweegbaar is en een meelooprol die wordt gedrukt tegen de aandrijfrol voor het toevoeren van het langwerpige vlies van ver-sterkingsfilm daartussen over een afstand die correspondeert met de hoekbeweging van de aandrijfrol.
11. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de vorm middelen (g) zich stroomopwaarts van de aanbrengmiddelen (g) bevinden langs de tweede baan, en bestaan uit een pons, een matrijs om samen te werken met de pons voor het vormen van een uitsparing in het langwerpige vlies, een aijmatrijs die is gemonteerd op de matrijs 30 met een doorgang daartussen waardoorheen de tweede baan loopt, en een snijmes dat draaibaar op de snijmatrijs is gemonteerd en beweeg- baar is over de tweede om samente werken met de snijmatrijs voor het afsnijden van het langwerpige vlies tot stukken van versterkingsfilm.
12. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de gelei-35 dingsmiddelen (f) een paar van scharnierende hefbomen omvatten die 80 0 1 0 89 een paar van respectieve filmgeleidingen hebben voor het gezamenlijk geleiden van het langwerpige vlies naar de vasthoudmiddelen (e) over deze stand, welke scharnierende hefbomen in hoekrichting beweegbaar zijn in tegengestelde richtingen voor het verplaatsen van de filmge-5 feidingen van elkaar af,
13. Inrichting volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de filmgeleidingen een kanaalvormige dwarsdoorsnede hebben die naar elkaar tóe is geopend en zich uitstrekken langs de tweede baan voor het geleiden van het langwerpige vlies daartussen. 10 1, Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de vast- houdmiddelen (e) een paar van vastgrijpklauwen omvatten voor het daartussen vastgrijpen van het vooreinde van het langwerpige vlies.
15. Inrichting zoals weergegeven in de tekening en/of besproken aan oó hand daarvan. 800 1 0 89
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| JP2123479 | 1979-02-24 | ||
| JP54021234A JPS5933365B2 (ja) | 1979-02-24 | 1979-02-24 | 開離嵌插具付スライドフアスナ−の補強帯附着装置 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8001089A true NL8001089A (nl) | 1980-08-26 |
Family
ID=12049336
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8001089A NL8001089A (nl) | 1979-02-24 | 1980-02-22 | Inrichting voor het aanbrengen van versterkingsfilm- stukken op een paar ritssluitingbanden. |
Country Status (13)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4299027A (nl) |
| JP (1) | JPS5933365B2 (nl) |
| AU (1) | AU525651B2 (nl) |
| BE (1) | BE881875A (nl) |
| BR (1) | BR8001077A (nl) |
| CA (1) | CA1133240A (nl) |
| DE (1) | DE3006355C2 (nl) |
| ES (1) | ES8100064A1 (nl) |
| FR (1) | FR2449419A1 (nl) |
| GB (1) | GB2044345B (nl) |
| HK (1) | HK56887A (nl) |
| IT (1) | IT1128379B (nl) |
| NL (1) | NL8001089A (nl) |
Families Citing this family (15)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPS5951818B2 (ja) * | 1981-03-24 | 1984-12-15 | ワイケイケイ株式会社 | スライドフアスナ−の下止具取付方法と装置 |
| JPS57209004A (en) * | 1981-06-16 | 1982-12-22 | Yoshida Kogyo Kk | Method and apparatus for adhering reinforcing tape segment to intermittent fastener chain |
| JPS5846109A (ja) * | 1981-09-09 | 1983-03-17 | ワイケイケイ株式会社 | フライ付スライドフアスナ−チエ−ン加工におけるフライ端検出方法および検出装置 |
| JPS58188402A (ja) * | 1982-04-28 | 1983-11-02 | ワイケイケイ株式会社 | スライドフアスナ−チエンの開離嵌挿具取付部分に対する補強帯付着方法ならびに装置 |
| JPS58188249A (ja) * | 1982-04-28 | 1983-11-02 | Yoshida Kogyo Kk <Ykk> | テ−プ状物の間欠送り装置 |
| JPS6137809U (ja) * | 1984-08-14 | 1986-03-08 | ワイケイケイ株式会社 | フアスナ−チエ−ン送り位置決め装置 |
| JPS6140912U (ja) * | 1984-08-15 | 1986-03-15 | ワイケイケイ株式会社 | 補強帯付きフアスナ−チエンの仕上げ装置 |
| JPH0714364B2 (ja) * | 1987-06-30 | 1995-02-22 | ワイケイケイ株式会社 | スライドフアスナ−端部への保護テ−プの供給,縫着方法および装置 |
| JPS6437905A (en) * | 1987-08-04 | 1989-02-08 | Yoshida Kogyo Kk | Auxiliary film welding apparatus of slide fastener chain |
| US5419800A (en) * | 1994-01-27 | 1995-05-30 | The United States Of America As Represented By The Secretary Of The Navy | Split gasket attachment strip |
| JP3812652B2 (ja) * | 2001-12-28 | 2006-08-23 | Ykk株式会社 | ファスナーテープに対する補強テープ片の超音波溶着方法及び溶着装置 |
| WO2015097763A1 (ja) * | 2013-12-24 | 2015-07-02 | Ykk株式会社 | 補強フィルム接着装置 |
| CN104736011B (zh) * | 2013-12-27 | 2017-05-31 | Ykk株式会社 | 增强膜粘着装置及具有可分离式嵌插件的拉链 |
| CN106343667B (zh) * | 2016-10-18 | 2023-05-09 | 深圳市冠众机械厂 | 一种拉链贴胶机 |
| CN113942861B (zh) * | 2020-07-15 | 2024-04-30 | Ykk株式会社 | 加强膜带供给装置 |
Family Cites Families (20)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| BE499497A (nl) * | ||||
| GB449093A (en) * | 1934-12-19 | 1936-06-19 | George Henry Clifford Corner | Improvements in or relating to the manufacture of sliding clasp fasteners |
| US2438615A (en) * | 1945-06-15 | 1948-03-30 | Davis Marinsky | Fastener stringer and method of producing the same |
| DE843233C (de) * | 1949-11-23 | 1952-07-07 | Lightning Fasteners Ltd | Reissverschluss und Verfahren zu seiner Anbringung |
| NL234857A (nl) * | 1958-02-10 | |||
| GB948794A (en) * | 1961-03-16 | 1964-02-05 | Lightning Fasteners Ltd | Improvements in sliding clasp fasteners |
| GB1035706A (en) * | 1963-03-27 | 1966-07-13 | Lightning Fasteners Ltd | Improvements in or relating to a process for manufacturing sliding clasp fasteners |
| DE1283586B (de) * | 1965-04-03 | 1968-11-21 | Opti Werk Gmbh & Co | Verfahren und Vorrichtung zum Aufziehen von Schiebern auf fortlaufende, gekuppelte Reissverschlussstreifen |
| DE1286796C2 (de) * | 1965-04-06 | 1976-09-23 | Opti-Werk Gmbh & Co, 4300 Essen | Verfahren zur herstellung von reissverschluessen |
| DE1283587B (de) * | 1965-04-23 | 1968-11-21 | Opti Werk Gmbh & Co | Verfahren zum Einschmelzen von Tragbandverstaerkungen unter gleichzeitiger Ausbildung der Endglieder bei Reissverschluessen |
| AT273004B (de) * | 1965-07-06 | 1969-07-25 | Opti Holding Ag | Verfahren zur Herstellung der Kuppelelemente an trennbaren Reißverschlüssen |
| GB1143825A (nl) * | 1965-11-05 | |||
| CA942934A (en) * | 1969-11-12 | 1974-03-05 | Keiichi Yosieda | Method and apparatus for attaching a reinforcing material to a slide fastener chain |
| JPS517096B1 (nl) * | 1971-03-10 | 1976-03-04 | ||
| DE2201410A1 (de) * | 1972-01-13 | 1973-07-19 | Ruhrmann Fa Dr Ing Josef | Verfahren zum herstellen von reissverschluessen |
| JPS549538B2 (nl) * | 1972-07-28 | 1979-04-25 | ||
| GB1499932A (en) * | 1975-03-13 | 1978-02-01 | Textron Ltd | Manufacture of sliding clasp fasteners |
| JPS5315947A (en) * | 1976-07-27 | 1978-02-14 | Yoshida Kogyo Kk | Method of separating*engaging and attaching coil element slide fastener |
| JPS5492843A (en) * | 1977-12-30 | 1979-07-23 | Yoshida Kogyo Kk | Method and device for forming fastener chain having reinforcement band |
| JPS5492842A (en) * | 1977-12-30 | 1979-07-23 | Yoshida Kogyo Kk | Method and device for tightly fitting reinforcement band for fastener having opener insert |
-
1979
- 1979-02-24 JP JP54021234A patent/JPS5933365B2/ja not_active Expired
-
1980
- 1980-02-14 US US06/121,317 patent/US4299027A/en not_active Expired - Lifetime
- 1980-02-14 GB GB8005021A patent/GB2044345B/en not_active Expired
- 1980-02-20 DE DE3006355A patent/DE3006355C2/de not_active Expired
- 1980-02-21 BR BR8001077A patent/BR8001077A/pt not_active IP Right Cessation
- 1980-02-21 AU AU55767/80A patent/AU525651B2/en not_active Expired
- 1980-02-22 CA CA346,245A patent/CA1133240A/en not_active Expired
- 1980-02-22 IT IT67281/80A patent/IT1128379B/it active
- 1980-02-22 ES ES489480A patent/ES8100064A1/es not_active Expired
- 1980-02-22 BE BE0/199515A patent/BE881875A/fr not_active IP Right Cessation
- 1980-02-22 NL NL8001089A patent/NL8001089A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-02-22 FR FR8003955A patent/FR2449419A1/fr active Granted
-
1987
- 1987-08-06 HK HK568/87A patent/HK56887A/xx not_active IP Right Cessation
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| FR2449419A1 (fr) | 1980-09-19 |
| GB2044345B (en) | 1983-04-20 |
| US4299027A (en) | 1981-11-10 |
| AU5576780A (en) | 1980-09-04 |
| JPS55113404A (en) | 1980-09-02 |
| IT1128379B (it) | 1986-05-28 |
| ES489480A0 (es) | 1980-11-01 |
| JPS5933365B2 (ja) | 1984-08-15 |
| BE881875A (fr) | 1980-06-16 |
| DE3006355A1 (de) | 1980-09-04 |
| CA1133240A (en) | 1982-10-12 |
| GB2044345A (en) | 1980-10-15 |
| IT8067281A0 (it) | 1980-02-22 |
| AU525651B2 (en) | 1982-11-18 |
| DE3006355C2 (de) | 1984-12-13 |
| ES8100064A1 (es) | 1980-11-01 |
| FR2449419B1 (nl) | 1984-05-18 |
| HK56887A (en) | 1987-08-14 |
| BR8001077A (pt) | 1980-10-29 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8001089A (nl) | Inrichting voor het aanbrengen van versterkingsfilm- stukken op een paar ritssluitingbanden. | |
| US5673541A (en) | Apparatus and method for forming, filling and sealing a bag | |
| US4769106A (en) | Apparatus for manufacturing products of welded plastic sheets | |
| US4661185A (en) | Method and apparatus for heat sealing strap in a strapping machine | |
| NL7909343A (nl) | Werkwijze en inrichting voor het vervaardigen van rits- sluitingen. | |
| JPS5982465A (ja) | 裁断機においてシ−ト材料を延展しラベルを付与する方法 | |
| EP0092849B1 (en) | Intermittent feed mechanism | |
| US4415399A (en) | Handle applicator | |
| JPS6339418B2 (nl) | ||
| US5305578A (en) | Heat-shrinkable band application machine | |
| US3910425A (en) | Automatic plate piling apparatus | |
| JP4716153B2 (ja) | 平らな商品片を送る装置 | |
| US5423649A (en) | Apparatus for cutting and removing package material | |
| US3093530A (en) | Apparatus for the manufacture of binders | |
| US4669248A (en) | Apparatus for packing a row of lids and the completed package | |
| US3488243A (en) | Tape applying apparatus | |
| EP0123117A1 (en) | A process and apparatus for the manufacture of adjustable shoulder-straps for clothing | |
| GB2210013A (en) | Bag opening device | |
| US5282351A (en) | Method for making, filling and sealing sacks | |
| SU1465196A1 (ru) | Установка дл подачи к ножницам, сортировки и удалени заготовок | |
| US2629158A (en) | Printing and molding press for soap cakes | |
| JPH04279427A (ja) | 袋繰り出し機付きのスーパーマーケット用勘定台のための袋開け装置 | |
| KR900007523Y1 (ko) | 슬라이더 조작장치 | |
| NL7909345A (nl) | Schuifaanbrengorgaan voor ritssluitingen. | |
| US6135938A (en) | Machines for manufacturing containers of plastic material such as envelopes, bags, handbags and the like |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| BV | The patent application has lapsed |