NL8000648A - Inrichting voor het overbrengen van uit een behandelingsstation komende dunwandige holle lichamen in een verzamelinrichting. - Google Patents
Inrichting voor het overbrengen van uit een behandelingsstation komende dunwandige holle lichamen in een verzamelinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8000648A NL8000648A NL8000648A NL8000648A NL8000648A NL 8000648 A NL8000648 A NL 8000648A NL 8000648 A NL8000648 A NL 8000648A NL 8000648 A NL8000648 A NL 8000648A NL 8000648 A NL8000648 A NL 8000648A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- conveyor belt
- hollow bodies
- inlet
- collecting
- collecting device
- Prior art date
Links
- 238000002347 injection Methods 0.000 claims description 8
- 239000007924 injection Substances 0.000 claims description 8
- 238000007664 blowing Methods 0.000 claims description 7
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 5
- 125000006850 spacer group Chemical group 0.000 claims 1
- 238000012546 transfer Methods 0.000 description 31
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 description 7
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 4
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 4
- 230000001133 acceleration Effects 0.000 description 3
- 238000001035 drying Methods 0.000 description 3
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 3
- 238000007599 discharging Methods 0.000 description 2
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 2
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 2
- 239000000463 material Substances 0.000 description 2
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 2
- 101150066375 35 gene Proteins 0.000 description 1
- 238000004891 communication Methods 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000013461 design Methods 0.000 description 1
- 230000008595 infiltration Effects 0.000 description 1
- 238000001764 infiltration Methods 0.000 description 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 1
- 238000007639 printing Methods 0.000 description 1
- 238000004381 surface treatment Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G47/00—Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
- B65G47/22—Devices influencing the relative position or the attitude of articles during transit by conveyors
- B65G47/26—Devices influencing the relative position or the attitude of articles during transit by conveyors arranging the articles, e.g. varying spacing between individual articles
- B65G47/28—Devices influencing the relative position or the attitude of articles during transit by conveyors arranging the articles, e.g. varying spacing between individual articles during transit by a single conveyor
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Specific Conveyance Elements (AREA)
- Structure Of Belt Conveyors (AREA)
- Delivering By Means Of Belts And Rollers (AREA)
Description
Inrichting voor het overbrengen van uit een behandelingssta- tion komende, dunwandigeholle lichamen in een verzamelinrich- ting.
N/29.484-tM/f.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het overbrengen van uit een behandelingsstation komende, dunwandige holle lichamen, bijvoorbeeld bekers uit kunststof, in een verzamelinrichting onder benutting van een 5 zich van de uitlaat van het behandelingsstation tot aan de inlaat van de verzamelinrichting uitstrekkende, van luchtdoor-laten en een daarachter aangebrachte aanzuigkamer voorziene transportband.
Bij een bekende inrichting van deze soort 10 worden kunststofbekers door middel van een dergelijke transportband na het bedrukken of een andere oppervlaktebehandeling door een droogstation gevoerd en aan de uitgang van dit droogstation vanaf de transportband overgebracht naar een verzamelinrichting, doordat de achter de transportband aange-15 brachte aanzuigkamer reeds voor de overgeefplaats voor de bekers eindigt en eventueel in het bereik van de overgeef-plaats achter de transportband een kamer is aangebracht, waarin druklucht wordt toegevoerd. Het overgeven van de bekervormige holle lichamen kan bij deze bekende inrichting pro-20 bleemlo'os worden uitgevoerd, omdat de bekervormige holle lichamen op de transportband in onderlinge afstanden zijn aangebracht - reeds om redenen van het gewenste drogingsef-fect. Wanneer echter dunwandige holle lichamen op zeer nauwe afstanden met hun openingsvlak op een transportband zitten 25 en daarop aangezogen worden, ontstaan aan de overgeefplaats naar de verzamelinrichting aanzienlijke problemen, omdat de navolgende holle lichamen sneller in de overgeefplaats worden gevoerd dan de voorafgaande holle lichamen van de transportband aan de verzamelinrichting kunnen worden afgegeven.
30 De uitvinding beoogt dus bij dicht met dun wandige holle lichamen bezette, snellopende transportbanden mogelijkheden te verschaffen om de holle lichamen zeker en op de juiste tijd van de transportband naar de betreffende verzamelinrichting te laten overgaan, voordat de volgende 35 holle lichamen door de transportband aan de overgeefplaats worden toegevoerd. Dit doel wordt volgens de uitvinding bereikt, doordat in de inlaatzone van de verzamelinrichting een -2- in de looprichting van de transportband werkende, de afstand van de op de transportband achter elkaar volgende holle lichamen vergrotende individualiserings- en voortschuifversnel-lingsinrichting in verbinding met zijwaartse geleidingsinrich-5 tingen voor de holle lichamen is aangebracht. Op deze wijze wordt bereikt, dat de voor de overgeefplaats, dus voor de in-laatzone van de verz;amelinrichtingen aankomende holle lichamen voor de volgende holle lichamen weg versneld aan de overgeefplaats worden toegevoerd en daardoor een voldoende voorsprong 10 voor de volgende holle lichamen verkrijgen om zeker en op de juiste tijd van de transportband aan de verzamelinrichting te worden overgegeven voordat de volgende holle lichamen de over-geefplaats respectievelijk de inlaatzone van de verzamelinrichting bereiken. Men zou eerst kunnen aannemen, dat door 15 een dergelijke versnelling eerder de bovengenoemde problemen zouden worden vergroot, omdat de versneld aan de overgeefplaats respectievelijk de inlaatzone van de verzamelinrichting toegevoerde holle lichamen tegen de voorafgaande holle lichamen opbotsen. Het is echter gebleken, dat door het sa-20 menwerken van de individualiserings- en voortschuifversnel-lingsinrichting met zijwaartse geleidingsinrichtingen aan de van de transportband aan de verzamelinrichting toe te voeren holle lichamen een onafgebroken versnelling wordt medegedeeld, die zich niet tot het versneld invoeren in de overgeefplaats 25 resp. inlaatzone van de verzamelinrichting beperkt,, maar ook voor de eigenlijke overgave van de transportband aan de verzamelinrichting werkzaam wordt. Door de op de transportband plaatsvindende verschuiving van de holle lichamen bij het versneld invoeren in de overgeefplaats resp. de inlaatzone 30 van de verzamelinrichting worden de holle lichamen ertoe gebracht, de door het aanzuigen voordien bewerkte vaste zitting op de transportband versneld op te geven en daardoor ook de transportband versneld te verlaten.
Binnen het kader van de uitvinding kan aan de 35 individualiserings- en voortschuifversnellingsinrichting een op de gewenste transporteindstand van de holle lichamen op de transportband met betrekking tot de inlaat van de verzamelinrichting instelbaar aanloopcontraleger zijn toegevoegd. Dit aanloopcontraleger dient niet alleen om het overlopen van de 40 overgeefplaats resp. de inlaatzone van de verzamelinrichting 80 0 06 4 8 » <4 -3- door de holle lichamen te verhinderen, maar heeft ook een aanvullende afhefwerking van de holle lichamen van de transportband en een versnelde beëindiging van de nog in het inwendige van de holle lichamen werkzame onderdruk tot gevolg.
5 De inrichting volgens de uitvinding is er niet toe beperkt, afzonderlijke holle lichamen na elkaar versneld naar de overgeefplaats resp. de inlaatzone van de verzamelin-richting te bewegen. Veeleer is het binnen het kader van de uitvinding mogelijk en ook gunstig, de verzamelinrichting uit 10 te rusten met meerdere inlaten, die op een zich dwars op de transportband uitstrekkende rij naast elkaar zijn aangebracht.
In deze uitvoeringsvorm is de inrichting volgens de uitvinding in staat een hele rij holle lichamen gelijktijdig versneld naar de overgeefplaats resp. inlaatzone van de verzamelinrichting 15 te bewegen en dan ook deze rij van holle lichamen gelijktijdig van de transportband aan de verzamelinrichting af te geven.
Voor de zekere werking van de inrichting van de uitvinding is het gunstig, de holle lichamen met de transportband in hoofdzaak vrij van zijwaartse afbuiging vanaf de 20 toevoer aan de transportband tot in de inlaatzone van de verzamelinrichting te geleiden, zodat de af te geven holle lichamen met verhoogde zekerheid door de zijwaartse geleidings-inrichtingen in de inlaatzone van de verzamelinrichting gegrepen en tot aan de eigenlijke inlaat van de verzamelinrichting 25 geleid worden. Dit geldt in het bijzonder voor het geval, dat meerdere holle lichamen gelijktijdig versneld in de inlaatzone van de verzamelinrichting bewogen moeten worden en gelijktijdig van de transportband aan de verzamelinrichting moeten worden afgegeven. Op deze wijze wordt voor de overgeef-30 plaats resp. voor de inlaatzone van de verzamelinrichting elk gedrang binnen de holle lichamen uitgesloten.
De uitvoering van de individualiserings- en voortschuifversnellingsinrichting is op verschillende wijzen denkbaar. Er komen hierbij mechanische inrichtingen in aan-35 merking. In de bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van de uitvinding verkrijgt echter de individualiserings- en voort-schuifversnellingsinrichting een in hoofdzaak in de looprich-ting van de transportband op de holle lichamen gerichte blaas-mondstukken-opstelling voor gasvormig medium, bij voorkeur 40 druklucht voor het aanvullend verschuiven van de holle licha- 8000648 -4- men op de transportband in de looprichting daarvan. Deze uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding is bijzonder eenvoudig en zeer werkzaam. De mondstukkenopstelling voor de aanvullende voortschuiving van de holle lichamen in de loop-5 richting van de transportband kan daarbij aan een zich dwars op de transportband op een afstand daarvan aangebrachte buis gevormd zijn.
Om het verschuiven van de holle lichamen in de looprichting van de transportband door middel van de indivi-10 dualiserings- en voortschuifversnellingsinrichting te vergemakkelijken en een soepele overgang van deze voortschuifbewe-ging in de looprichting van de transportband in de overgeef-beweging van de transportband naar de verzamelinrichting te vergemakkelijken, kan op op zichzelf bekende wijze de achter 15 de transportband aangebrachte aanzuigkamer voor de tegenover de inlaatopening van de verzamelinrichting liggende zone eindigen. In een uitvoeringsvorm van de uitvinding is de verzamelinrichting met een buisvormige inlaat en een in hoofdzaak axiaal in deze buisvormige inlaat werkende aanzuigin-20 richting uitgevoerd. In deze uitvoeringsvorm zijn de voor het overgaan van de holle lichamen van de transportband naar de verzamelinrichting opgewekte krachten en aanzuigwerkingen bijzonder gunstig, zodat een snelle overgang van de holle lichamen van de transportband in de verzamelinrichting plaatsvindt. 25 Daardoor kan de verschuivingsweg van de holle lichamen bij het versneld invoeren in de overgeefplaats resp. in de inlaat-zone van de verzamelinrichting zo klein mogelijk worden gehouden, hetgeen weer een gunstige voorwaarde voor een hoge bedrijfszekerheid van de inrichting volgens de uitvinding 30 biedt.
Een verdere gunstige voorwaarde voor de optimale versnelling van de holle lichamen in de inlaatzone van de verzamelinrichting en van de transportband in de verzamelinrichting zelf wordt verkregen, doordat de transportband 35 zich op een de holle lichamen opnemende afstand tegenover de buisvormige inlaat van de verzamelinrichting in hoofdzaak horizontaal uitstrekt en de axiale aanzuigwerking van de buisvormige inlaat in hoofdzaak vertikaal gericht is. Men moet dus voor het versneld voortschuiven van de holle lichamen in 40 de overgeefplaats resp. in de inlaatzone van de verzamelinrich- 8000648 »· -5- ting een horizontale verschuiving van de holle lichamen op de transportband uitvoeren. De zitting en het vasthouden van de holle lichamen op de transportband wordt daarbij nog zo verregaand behouden, dat het omvallen van de holle lichamen 5 tijdens dit versneld vooruitschuiven niet optreedt. Het horizontaal verlopende traject van de transportband kan boven de buisvormige inlaat aangebracht zijn en de aanzuigwerking in de buisvormige inlaat kan naar onderen gericht zijn. Er is echter ook een uitvoeringsvorm mogelijk, waarbij het horizontaal ver-10 lopende traject van de transportband onder de buisvormige inlaat is aangebracht en de aanzuigwerking in de buisvormige inlaat naar boven is gericht. Bij de laatste uitvoeringsvorm kan de buisvormige inlaat met een half—cirkelvormige boog overgaan in een vertikale verzamel- en stapelbuis, die regelinrich-15 tingen voor het tellen en uitlaten van de gestapelde holle lichamen naar onderen bezit.
De buisvormige inlaat van de verzamelinrichting kan aan zijn inlaateind een axiaal verstelbare mof voor het instellen van de afstand tot de transportband bezitten. Met deze 20 mof kan dan de optimale afstand van de inlaat van de verzamelinrichting tot de transportband worden ingesteld om een zo snel mogelijk overgeven van de holle lichamen van de transportband aan de verzamelinrichting te verkrijgen. Daarbij kunnen aan resp. in de mof met gasvormig medium, bij voorkeur met 25 drukluchtwerkende injectiemondstukken voor het opwekken van de aanzuigwerking zijn aangebracht.
Wanneer meerdere buisvormige inlaten aanwezig zijn, kan de verzamelinrichting in een gemeenschappelijke kast-vormige, zich dwars op de transportband uitstrekkende vasthoud-30. en instelinrichting eindigen, waarvan de afstand vanaf de transportband instelbaar is. Deze kastvormige vasthoud- en instelinrichting kan daarbij voor alle buisvormige inlaten gemeenschappelijke, de axiale aanzuigwerking veroorzakende injectiemonds tukken voor gasvormig medium, bij voorkeur druk-35 lucht, bevatten.
Een andere uitvoeringsvorm van de uitvinding is gekenmerkt, doordat de verzamelinrichting een zich in hoofdzaak horizontaal uitstrekkende verzamel- en stapelband voor de holle lichamen bezit en aan de inlaat van de verzamelinrichting een 40 inrichting voor het omleggen van de holle lichamen vanaf de 80 0 0 6 4 & -6- als aanzuigdrager dienende transportband op de verzamel- en stapelwand is aangebracht. Er zijn verzamel- en stapelbanden als aan een transportband aansluitende verzamelinrichting bekend. Tot nu toe heeft men echter de holle lichamen aan een 5 zich vertikaal uitstrekkend deel van de transportband daarvan weggeblazen op dergelijke verzamel- en stapelbanden. Binnen het kader van de uitvinding zou deze overgeefwijze een te lange tijd in beslag nemen, zodat de holle lichamen voor het bereiken van de overgeefplaats zeer ver in de looprichting 10 van de transportband versneld en vooruitgeschoven zouden moeten worden. Door de aanvullende inrichting voor het omleggen van de holle lichamen van de als aanzuigdrager dienende transportband op de verzamel- en stapelband kan weer het snel overgeven van de holle lichamen worden gewaarborgd, zodat de 15 vereiste weg waarover de over te geven holle lichamen in de looprichting van de transportband versneld en vooruitgeschoven worden, ook in deze uitvoeringsvorm betrekkelijk klein gehouden kan worden. De inrichting voor het omleggen van de holle lichamen op de verzamel- en stapelband kan daarbij een tegen 20 het betreffende holle lichaam gericht blaasmondstuk voor gasvormig medium, in het bijzonder druklucht, zijn. Een dergelijke inrichting voor het omleggen van de holle lichamen kan betrekkelijk eenvoudig worden opgebouwd en onderscheidt zich door een hoge bedrijfszekerheid.
25 . Enige uitvoeringsvoorbeelden van de uitvinding worden hierna aan de hand van de tekening nader toegelicht; daarin tonen: fig. 1 een eerste uitvoeringsvorm van de over-brengingsinrichting volgens de uitvinding schematisch in ver-30 tikale doorsnede, fig. 2 een tweede uitvoeringsvorm van de over-brengingsinrichting volgens de uitvinding schematisch in vertikale doorsnede, fig, 3 een derde uitvoeringsvorm van de over-35 brengingsinrichting' volgens de uitvinding schematisch in ver-tikale gedeeltelijke doorsnede, fig. 4 de uitsnijding 4 van fig. 1 op grotere schaal, fig. 5 een gewijzigde uitvoering voor het deel 4 40 van fig. 1 in overeenkomstige afbeelding fig. 4, 8000648
* 'X
-7- fig. 6 een gedeeltelijk open gebroken gedeeltelijk bovenaanzicht op een gewijzigde uitvoering volgens fig.
1 in de zone 6-6, fig. 7 een gewijzigde uitvoering voor de gelei-5 ding van de transportband in de zone 7-7 van fig. 3, maar toepasbaar bij alle drie uitvoeringsvormen volgens fig. 1-3, fig. 8 een schematisch bovenaanzicht van de indiividualiserings- en voortschuifversnellingsinrichting in de zone 8-8 van fig. 3, 10. fig. 9 een schematische doorsnede volgens 9-9 van fig. 8 en fig. 10 een schematische doorsnede van een buisvormige inlaat van de verzamelinrichting.
In de afgebeelde voorbeelden heeft de overbren-15 gingsinrichting 11 een eindloze transportband 12, die volgens fig. 6 ook uit meerdere evenwijdige remvormige smalle banden 12a kan zijn gevormd. In de laadzone 13 is de over-brenginrichting 11 met de transportband 12 tegenover een (niet afgeheeld) behandelingsstation geplaatst, waaruit de 2Q holle lichamen 14 treden en met hun open zijden tegen de transportband 12 geleid worden.
In de afgebeelde voorbeelden is de overbren-gingsinrichting 11 met een ongeveer driehoekvormige verti-kale dwarsdoorsnede uitgevoerd, waarbij de laadzone 13 in 25 hoofdzaak vertikaal is aangebracht en de transportband 12 in deze laadzone 13 volgens de pijl 15 van onderen naar boven loopt. In het inwendige van de overbrenginrichting 11 is een aanzuigkamer 16 gevormd, waarvan de in de laadzone 13 liggende wand 17 en de verdere tot aan de inlaatzone 21 van een 30 verzamelinrichting 22 aangebrachte wanddelen 18, 19, 20 geperforeerd of zeefvormig zijn uitgevoerd. De transportband 12 is luchtdoorlatend uitgevoerd. Op deze wijze wordt lucht van buiten door de transportband 12 in de aanzuigkamer 16 aangezogen om zo de aan de transportband 12 afgegeven holle licha-35 men 14 van de afgeefplaats 13 voor de inlaatzone 21 van de verzamelinrichting 22 tegen de transportband 12 aangezogen te houden.
De tussen de inlaatzone 21 van de verzamelinrichting 22 en de laadzone 13 liggende wanddelen 23 van de 40 aanzuigkamer 16 zijn luchtdicht gesloten. In deze terugloop- -8- zone is de transportband 12 over een ombuigwals 24 en een spanwals 25 gevoerd.
Zoals fig. 5 toont kunnen de van luchtdoorla-tend 26 voorziene wanddelen 17, 18, 19, 20 van de aanzuigka-5 mer 16 aanvullend draagrollen of draagwalzen 27 voor de transportband 12 bezitten om daardoor de oplegdruk van de transportband 12 en zo de wrijving tegen deze wanddelen 17, 18, 19, 20 te verminderen.
Zoals fig. 7 toont is deze uitvoering bijzon-10 der gunstig voor gewelfde wanddelen, bijvoorbeeld de gewelfde wandzone 18. Men kan daariopmeer of minder korte afstanden dergelijke draagwalzen 27 aanbrengen om het verloop van de transportband 12 zo goed mogelijk aan te passen aan een. cilindrische welving. Inplaats van de schematische afbeelding 15 volgens fig. 7 zouden de draagwalzen 27 ook nog belangrijk dichter aangebracht kunnen zijn, zodat tussen hun omtreks-oppervlakken nog slechts smalle spleten als luchtdoorlaten overblijven. In fig. 7 zijn tussen de draagwalsen 27 wand-elementen 28 ingezet, die kunnen bestaan uit d'raadvlechtwerk 20 en praktisch alleen dienen om in de gewelfde zone 18 een meer of minder gesloten wand voor de aanzuigkamer 16 te vormen, wanneer de transportband 12 eenmaal afgenomen wordt.
Zoals fig. 6 toont kan de transportband zijn gevormd door een groot aantal evenwijdig lopende remvormige 25 banden 12a. Telkens tussen twee naburige banden 12a blijft dan een spleet 12b over. Door deze spleet 12b wordt dan de lucht van buiten in de aanzuigkamer 16 gezogen om zo de holle lichamen 14 tegen de uit de smalle banden 12a gevormde aan-zuigband 12 te trekken. Zoals fig. 6 toont, is het bij 30 een dergelijke uitvoering van de transportband 12 uit smalle ringvormige afzonderlijke banden 12a doelmatig, de luchtinlaten 26 in de wanddelen 17, 18, 19 en 20 als zich dwars op de looprichting van de transportband 12 uitstrekkende langwerpige gaten of sleuven uit te voeren, die elkaar eventueel 35 kunnen overlappen. In een dergelijke geval aangebrachte draagwalzen 27a zijn dan voorzien van aan de omtrek uitstekende ringen of schijven 27b, die echter niet meer dan de dikte van de afzonderlijke banden 12a radiaal voorbij de omtrek van de draagwalzen 27a mogen uitsteken en tussen de afzonderlijke 40 banden 12a grijpen om hun geleiding te verbeteren en te waar- 8000648 * -Λ- -9- borgen, dat van de laadzone 13 tot aan de inlaatzone 21 van de verzamelinrichting 22 de sleuven 12b tussen de afzonderlijke banden 12a behouden blijven.
De bovenbeschreven kenmerken kunnen bij elk 5 van de-èferna toegelichte uitvoeringsvormen van de uitvinding worden toegepast: in het voorbeeld van fig. 1 is de transportband 12 aan het tegenover de laadzone 13 liggende deel van de overbrengingsinrichting 11 over een gewelfde wandzone 20 ge-10 voerd om deze van de bovenste wandzone 19 afkomend over 180° om te buigen. Aan dit gewelfde, van luchtdoorlaten 26 voorziene wanddeel 20 sluit in dit voorbeeld een gesloten wand-deel aan, dat tegenover de buisvormige inlaat 30 van de verzamelinrichting 22 resp. een zich dwars op de transportband 15 12 uitstrekkende rij van dergelijke buisvormige inlaten 30 ligt. Het gesloten wanddeel is in dit voorbeeld als dragend profielstuk 29 uitgevoerd en aan de zijwaartse einden (niet afgeheeld) daarvan worden de spanwals 25 met de spaninrichting, de rij van buisvormige inlaten 30 van de verzamelin-20 richting 22, de hierna beschreven individualiserings- en voortschuifversnellingsinrichting 31, de zijwaartse gelei-dingsinrichtingen 32 en een zich dwars op de transportband 12 uitstrekkend aanloop-contraleger 33 gedragen.
De individualiserings- en voortschuifver-25 snellingsinrichting 31 bezit in deze uitvoeringsvorm een zich dwars op de transportband 12 uitstrekkende buis 34, waaraan mondstukken 35 op zodanige wijze zijn aangebracht, dat bij toevoer van druklucht aan de buis 34 een luchtgordijn wordt gevormd, dat onder de transportband in de looprichting 30 daarvan op het aanloopcontraleger 33 is gericht. Vanaf het plaatvormige aanloopcontraleger 33 strekken zich geleidings-lijsten 36 naar de mondstukken 35 toe uit. Deze geleidings-lijsten 36 hebben een zodanige onderlinge afstand, dat ze telkens tussen twee naburige holle lichamen 14 van een zich 35 dwars over de transportband 12 uitstrekkende rij holle lichamen grijpen. Deze geleidingslijsten 36 vormen zo een kamvormige geleidingsinrichting 32, die achter de inlaatzone 21 van de verzamelinrichting 22 is afgesloten door het aanloopcontraleger 33.
40 Zoals in fig. 1 schematisch is aangegeven is 8000648 -10- elke buisvormige inlaat 30 voorzien van injectiemondstukken 37/ die injectieluchtstromen in het inwendige van de buisvormige inlaat 30 voeren en daardoor een aanzuigwerking aan de opening van de buisvormige inlaat 30 veroorzaken. Daar in het 5 voorbeeld van fig. 1 een zich dwars op de transportband 12 uitstrekkende rij van inlaten 30 is aangebracht/ zijn de injectiemondstukken 37 aan zich dwars op de transportband 12 uitstrekkende drukluchttoevoerbuizen 38 aangesloten.
In het voorbeeld van fig. 1 is de rij van 10 buisvormige inlaten 30 van de verzamelinrichting 22 onder de zich aan het gewelfde deel 20 aansluitende horizontaal vervoerde zone 39 van de transportband 12 aangebracht.
Zoals fig. 10 toont zijn de buisvormige inlaten 30 in hoofdzaak mofvormig uitgevoerd en axiaal ver-15 schuifbaar in de eigenlijke verzamelbuizen 40 van de verzamelinrichting 21 gestoken om op deze wijze de afstand van de opening van de buisvormige inlaten 30 van de transportband 12 naargelang van de grootte van de holle lichamen 14 te kunnen instellen. Om de holle lichamen 14 beter op te vangen zijn 20 de buisvormige inlaten aan de ingang 41 licht trechtervormig verbreed. De buisvormige inlaten van de zich dwars op de transportband 12 uitstrekkende inlaatrij zijn aangebracht in een gemeenschappelijke kast 42/ waarvan de bovenwand 43 en de onderwand 44 uit meegevend materiaal, bijvoorbeeld rubber, 25 bestaat om de buisvormige inlaat 30 afgedicht op te nemen.
Om de buisvormige inlaten 30 heen blijft dus een kastbinnen-ruimte bestaan, waaraan druklucht wordt toegevoerd. Elk van de buisvormige inlaten 30 heeft in het afgebeelde voorbeeld mondstukboringen 45, bijvoorbeeld in twee boven elkaar lig-30 gende ringen. Door deze mondstukopeningen 45 worden lucht-stralen geïnjecteerd in het inwendige van elke buisvormige inlaat 30 om zo, zoals is aangegeven door de pijpen 46, lucht in de inlaatopening 41 van elke buisvormige inlaat 30 en daarmee ook het betreffende holle lichaam 14 aan te zui-35 gen. Onder de kastvormige drager 42 is elke buisvormige inlaat 30 uitgevoerd met luchtuitlaatsleuven 47 om - zoals door de pijlen 48 is aangegeven - de voor de opwekking van de injectiewerking benutte druklucht en de aangezogen lucht voor de ingang naar de eigenlijke verzamelbuizen 40 uit te 40 laten.
8000643 -11-
» -V
De kastvormige drager 42 is met zijn (niet afgeheelde) zijwanden aan de in fig. 1 afgeheelde profieldra-ger 29 in hoogte verstelbaar opgehangen. Om het plaatvormige aanloopcontraleger 33 en de door de geleidingslijsten 36 ge-5 vormde geleidingsinrichting 32 bij de hoogte-instelling van de kastvormige drager 42 ten opzichte van de transportband 12 te kunnen instellen, is het plaatvormige contraleger 33 met sleufverbindingen 49 en klemschroeven 50 aan de achterzijde van de kastvormige drager 42 in hoogte verstelbaar be-10 vestigd.
Bij de werking van de in fig. 1 afgeheelde inrichting lopen de dicht bij elkaar in de laadzone 13 op de transportband 12 gevoerde holle lichamen 14 aan de tegenover de laadzone ösïïï $e van de overbrengingsinrichting 11 15 aan het eind van de gewelfde zone 20 in het door de mondstukken 35 gevormde luchtgordijn, waardoor ze in rijen over het oppervlak van de transportband 12 en tussen de geleidingsli jsten 36 glijdend tegen het aanloopcontraleger 33 geblazen worden. Wanneer de holle lichamen over de laatste 20 inlaatopening 26 in het gewelfde wanddeel 20 gelopen zijn, houdt de aanzuigwerking op de transportband 12 op. De holle lichamen 14 beginnen dan onder de werking van hun eigen gewicht van de transportband 12 af te vallen. Vooral komen ze echter onder de aanzuigwerking aan de opening van de buis-25 vormige inlaten 30, en niet in de laatste plaats ook tot aanstoten tegen het aanloopcontraleger 33, waardoor het kantelen en daarmede plaatselijk rukachtig vergroten van de afstand vanaf de transportband 12 veroorzaakt wordt en de laatste rest van aanzuigwerking aan de transportband 12 op-30 geheven wordt. De holle lichamen 14 worden dan zeer snel naar onderen in de buisvormige inlaten 30 gezogen en wel voordat de volgende rij van holle lichamen 14 in de inlaatzone 21 van de verzamelinrichting 22 komt.
In het voorbeeld van fig. 2 worden de in de 35 laadzone 13 dicht bij elkaar op de transportband 12 gezette holle lichamen 14 aan de bovenzijde van de overbrengingsinrichting 11 in de werkingszone van een individualiserings- en voortschuifversnellingsinrichting 31 gebracht, die ook in dit voorbeeld door een zich. dwars op de transportband 12 uitstrek-40 kende buis 34 met mondstukken 35 is gevormd, om een op de in- fi η η η β λ fi -12- laatzone 21 van de verzamelinrichting 22 gericht luchtgordijn te vormen. Bovendien is een door geleidingslijsten 36 gevormde kamvormig tussen de holle lichamen 14 grijpende geleidings-inrichting 32 aangebracht. Op deze wijze worden ook in dit 5 uitvoeringsvoorbeeld de in de werkingszone van de individua-liserings- en voortschuifversnellingsinrichting 31 komende holle lichamen 14 over de bovenzijde van de transportband 12 langs de geleidingslijsten 36 versneld en in de inlaatzone 21 van de verzamelinrichting 22 geblazen. Daar worden de 10 holle lichamen 14 in de buisvormige inlaten 30 gezogen en de principiële opbouw van deze buisvormige inlaten en de daarmee verbonden delen kan hetzelfde zijn als boven in verband met fig. 10 werd beschreven. De aan de buisvormige inlaten 13 aansluitende verzamelbuizen 40 zijn in dit voorbeeld half-15 cirkelvormig gebogen (niet afgebeeld) en gaan in vertikale verzamel- en stapelbuizen over, die regelinrichtingen voor het tellen en uitlaten van de gestapelde holle lichamen 14 naar onderen bezitten.
In het voorbeeld van fig. 2 is het bovenste 20 wanddeel 19 van de aanzuigkamer 16 reeds in de inlaatzone 21 'van dexerzamelinrichting 22 zonder luchtdoorlaten, dus gesloten, uitgevoerd, zodat de door de transportband 12 op de holle lichamen 14 uitgeoefende aanzuigwerking vroegtijdig ophoudt om de holle lichamen snel en zeker van de transport-25 band 12 te kunnen afzuigen. Ook het voorste gewelfde wanddeel 20 volgens fig. 2 kan in dit voorbeeld door omkeerwal-zen 51 zijn vervangen, die een geringere aandrijfweerstand voor de transportband 12 leveren.
In het voorbeeld van fig. 3 is de verzamelin-30 richting 22 door een verzamel- en stapelband 52 gevormd, die aan de bovenzijde van de overbrengingsinrichting 11 is aangesloten, eventueel met enige verlaging ten opzichte van het bovenvlak van de overbrengingsinrichting 11. Ook in dit voorbeeld worden de in de laadzone 13 dicht bij elkaar op de 35 transportband gezette holle lichamen 14 op de bovenzijde van de overbrengingsinrichting 11 onderworpen aan de werking van een individualiserings- en voortschuifversnellingsinrichting 31, die ook in dit voorbeeld - zoals in het bijzonder in fig.
8 en 9 is afgebeeld - is gevormd als een zich dwars over de 40 transportband 12 uitstrekkende buis 34 met daaraan aange- 8000648 -13- brachte blaasmondstukken 35/ waaraan druklucht wordt toegevoerd. Boven de transportband 12 zijn ook in dit voorbeeld geleidingslij sten 36 aangebracht/ die tussen de op de transportband zittende holle lichamen 14 grijpen. Zoals fig. 9 5 toont/ zijn in dit voorbeeld de mondstukken 35 als dubbele mondstukken uitgevoerd, waarvan het bovenste mondstukdeel 35a een zich in hoofdzaak langs en in de looprichting van de transportband bewegend luchtgordijn 35c vormt, terwijl het onderste mondstukdeel 35b een meer of minder tegen de trans-10 portband 12 gericht luchtgordijn 35d vormt, dat verhindert, dat de holle lichamen bij het inlopen in het luchtgordijn 35c reeds omgeblazen worden.Veeleer worden zoals fig. 3 toont - de holle lichamen 14 door de individualiserings- en voortschuifversnellingsinrichting 31 op de transportband 12 15 langs de geleidingslijsten 36 in de looprichting van de transportband aanvullend voortgeschoven, waarbij de daar nog in het bovenste wanddeel 19 van de aanzuigkamer 16 aanwezige luchtdoorlaatopeningen 26 de houders tegen omvallen vasthouden. Eerst wanneer de zo voortgeschoven holle lichamen 14 in 20 de zone van de bovenste ombuigrol 51 komen, houdt de aan-zuigwerking aan de transportband 12 op.
In deze zone van de inrichting zijn aanvullende blaasmondstukken 53, 54 voor het omleggen van de holle lichamen 14 op de verzamel- en stapelwand 52 aangebracht. Ook deze 25 blaasmondstukken zijn in het afgebeelde voorbeeld aangebracht aan een zich dwars op de transportband 12 uitstrekkende buis 55 waaraan druklucht wordt toegevoerd.
8000648
Claims (16)
- 2. Inrichting volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat aan de individualiserings- en voortschuif-versnellingsinrichting (31) een op de gewenste transporteind-stand van de holle lichamen (14) op de transportband (12) met betrekking tot de inlaat (30) van de verzamelinrichting (22) 20 instelbaar aanloopcontraleger (33) is toegevoegd.
- 3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, m e t het kenmerk, dat de verzamelinrichting (22) meerdere inlaten (3Q) bezit, die in een zich dwars op de transportband (22) uitstrekkende rij naast elkaar zijn aangebracht.
- 4. Inrichting volgens één der conclusies 1-3, met h. et kenmerk, dat de holle lichamen (14) met de transportband (12) in hoofdzaak zonder zijwaartse afbuiging van de laadplaats (13) op de transportband (12) tot in de inlaatzone (21) van de verzamelinrichting (22) geleid worden. 30 5. Inrichting volgens één der conclusies 1-4, met het kenmerk, dat de individualiserings- en voortschuifversnellingsinrichting (31) een in hoofdzaak in de looprichting van de transportband (12) op de holle lichamen (14) gerichte mondstukkenopstelling (35) voor gasvormig me-35 dium, bij voorkeur druklucht, bevat voor het aanvullend verschuiven van de holle lichamen (14) op de transportband (12) in de looprichting daarvan.
- 6. Inrichting volgens conclusie 5, m e t het kenmerk, dat de mondstukkenopstelling (35) voor het aan 8000648 -15- vullend voortschuiven van de holle lichamen (14) in de loop-richting van de transportband (12)aam een zich dwars op de transportband (12) op een afstandcharvan aangebrachte buis (34) is gevormd.
- 7. Inrichting volgens één der conclusies 1-6, met het kenmerk, dat de achter de transportband (12) aangebrachte aanzuigkamer (16) voor de tegenover de inlaatopening van de verzamelinrichting (22) liggende zone (21) eindigt.
- 8. Inrichting volgens één der conclusies 1-7,met het kenmerk, dat de verzamelinrichting (22) is voorzien van een buisvormige inlaat (30) en een in hoofdzaak axiaal in deze buisvormige inlaat (30) werkzame aanzuiginrichting (37, 45).
- 9. Inrichting volgens conclusie 8, m e t het kenmerk, dat de transportband (12) zich op een de holle lichamen (14) opnemende afstand tegenover de buisvormige inlaat (30) van de verzamelinrichting (22) in hoofdzaak horizontaal uitstrekt en de axiale aanzuigwerking van de 2Obuisvormige inlaat (30) in hoofdzaak vertikaal gericht is.
- 10. Inrichting volgens conclusie 9, m e t het kenmerk, dat het horizontaal lopende traject (39) van de transportband (12) boven de buisvormige inlaat (30) is aangebracht en de aanzuigwerking in de buisvormige inlaat (30) 25naar onderen is gericht.
- 11. Inrichting volgens conclusie 9, m e t het kenmerk, dat het horizontaal verlopende traject van de transportband (12) onder de buisvormige inlaat (30) is aangebracht en de aanzuigwerking in de buisvormige inlaat (60) 30naar boven gericht is.
- 12. Inrichting volgens conclusie 11, me t het kenmerk, dat de buisvormige inlaat (30) met een halfcirkelvormige boog overgaat in een vertikale verzamel- en stapelbuis, die regelinrichtingen voor het tellen en uitlaten 35van de gestapelde holle lichamen (14) naar onderen bezit.
- 13. Inrichting volgens één der conclusies 8-12, met het. kenmerk, dat de buisvormige inlaat (301 van de verzamelinrichting (22) aan zijn inlaateind een axiaal verstelbare mof voor het instellen van de afstand tot 40.de transportband (12) vormt. 8000648 -16-
- 14. Inrichting volgens conclusie 13, me t het kenmerk, dat aan resp. in de mof (30) met gasvormig medium bij voorkeur druklucht werkende injectiemond- stukken (37, 45) voor het opwekken van de aanzuigwerking aan-5 gebracht zijn.
- 15. Inrichting volgens conclusie 8, m e t het kenmerk, dat bij aanwezigheid van meerdere buisvormige inlaten (30) de verzamelinrichting (22) in een gemeenschappelijke, kastvormige, zich dwars op de transportband (12) uit- 10 strekkende vasthoud- en instelinrichting (42) eindigt, die wat zijn afstand van de transportband (12) betreft, verstelbaar is.
- 16. Inrichting volgens conclusie 15, m e t het kenmerk, dat de kastvormige vasthoud- en instelinrich- 15 ting (42) voor alle buisvormige inlaten (30) gemeenschappelijke , de axiale aanzuigwerking veroorzakende injectiemondstuk-ken bezit, die werken met gasvormig medium, bij voorkeur druklucht .
- 17. Inrichting volgens één der conclusies 1-7, 20. e t het kenmerk, dat de verzamelinrichting een zich in hoofdzaak horizontaal uitstrekkende verzamel- en sta-pelband (52) voor de holle lichamen (14) bezit en aan de inlaat van de verzamelinrichting (22) een inrichting (53, 54, 55. voor het omleggen van de holle lichamen (14) van de als 25 aanzuigdrager dienende transportband (12) op de verzamel- en stapelband(52). is aangebracht.
- 18. Inrichting volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat de inrichting voor het omleggen van de holle lichamen (14) op de verzamel- en stapelband (52) ten- 30 minste één tegen het betreffende holle lichaam (14) gericht blaasmondstuk (53, 54) voor gasvormig medium, in het bijzonder druklucht is. 80 0 06 4 8
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| DE2905616 | 1979-02-14 | ||
| DE19792905616 DE2905616A1 (de) | 1979-02-14 | 1979-02-14 | Vorrichtung zum ueberfuehren von aus einer behandlungsstation kommenden, duennwandigen hohlkoerpern in eine sammelvorrichtung |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8000648A true NL8000648A (nl) | 1980-08-18 |
Family
ID=6062909
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8000648A NL8000648A (nl) | 1979-02-14 | 1980-02-01 | Inrichting voor het overbrengen van uit een behandelingsstation komende dunwandige holle lichamen in een verzamelinrichting. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4304508A (nl) |
| CA (1) | CA1104516A (nl) |
| DE (1) | DE2905616A1 (nl) |
| GB (1) | GB2041865B (nl) |
| NL (1) | NL8000648A (nl) |
Families Citing this family (18)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4520615A (en) * | 1983-02-28 | 1985-06-04 | Doboy Packaging Machinery, Inc. | Tube forming apparatus for packaging |
| US4530632A (en) * | 1983-06-14 | 1985-07-23 | Arr-Tech Manufacturing, Inc. | Stacking apparatus for flexible, generally planar food products |
| US4589398A (en) * | 1984-02-27 | 1986-05-20 | Pate Ronald C | Combustion initiation system employing hard discharge ignition |
| US4809575A (en) * | 1986-12-01 | 1989-03-07 | The Pillsbury Co. - 3764 | Multi-purpose conveyor system |
| DE3820032A1 (de) * | 1988-06-13 | 1989-12-14 | Winkler Duennebier Kg Masch | Interfolder mit den faltwalzen nachgeschalteter staustrecke |
| US5170881A (en) * | 1988-12-13 | 1992-12-15 | Feco Engineered Systems, Inc. | Pin oven stripper |
| DE3912589A1 (de) * | 1989-04-17 | 1990-10-25 | Ekkehard Ueberreiter | Einrichtung zum testen von elektronischen bauelementen mit einer ladestation, einer teststation und eine entladestation fuer die bauelemente |
| IT1235967B (it) * | 1989-12-22 | 1992-12-09 | Gd Spa | Apparecchiatura per l'alimentazione di prodotti, per esempio cioccolatini,ad una unita'operatrice |
| US5253762A (en) * | 1992-02-06 | 1993-10-19 | Arr-Tech Manufacturing, Inc. | Stacking, counting and sorting device for flexible, planar food products |
| DE4315100A1 (de) * | 1993-05-06 | 1994-11-10 | Zweckform Etikettiertechnik | Vorrichtung zum Vereinzeln von Randbereiche aufweisenden Behältern aus einem Stapel von Behältern und zum Umlegen der Behälter auf einen Auflageflächenbereich |
| US5648140A (en) * | 1995-06-06 | 1997-07-15 | Masonite Corporation | Conveyor and method for continuous vacuum lamination |
| US5939014A (en) * | 1995-08-01 | 1999-08-17 | Owens-Brockway Plastic Products Inc. | Method of removing hollow containers from a blow molding machine |
| FI981221A7 (fi) * | 1998-05-29 | 1999-11-30 | Upm Kymmene Corp | Menetelmä pakkauskoneessa ja pakkauskone |
| ITBO20020530A1 (it) * | 2002-08-08 | 2004-02-09 | Gd Spa | Apparecchiatura e metodo di alimentazione di pacchetti. |
| CA2582801C (en) * | 2007-03-26 | 2009-06-02 | Tr3 Energy Inc. | Soil remedying using an enclosed conveyor with air extraction |
| DE102013014473B4 (de) * | 2013-08-29 | 2021-04-15 | INTRAVIS Gesellschaft für Lieferungen und Leistungen von bildgebenden und bildverarbeitenden Anlagen und Verfahren mbH | Prüfvorrichtung für Gefäße |
| DE102013225047A1 (de) * | 2013-12-05 | 2015-06-11 | Gea Lyophil Gmbh | Entladevorrichtung mit Vakuumansaugung |
| ES1265209Y (es) * | 2020-11-05 | 2021-07-05 | Comercial Industrial Maqu Carton Ondulado S L | Dispositivo de tanqueta para el transporte de elementos laminares y conjunto transportador |
Family Cites Families (16)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2481934A (en) * | 1945-11-14 | 1949-09-13 | Samuel M Langston Co | Sheet delivery control for cut-off mechanisms |
| US3086822A (en) * | 1960-06-27 | 1963-04-23 | Illinois Tool Works | Cup stacking machine |
| US3071236A (en) * | 1960-08-29 | 1963-01-01 | Schulze And Burch Biscuit Co | Article conveying, separating, and stacking apparatus |
| US3160443A (en) * | 1962-10-23 | 1964-12-08 | Western Electric Co | Apparatus for pneumatically conveying articles |
| US3291282A (en) * | 1965-06-10 | 1966-12-13 | Antonio D Pedagno | Mail feeding equipment |
| US3351388A (en) * | 1965-06-29 | 1967-11-07 | Frank Corp Alan I W | Mechanism for handling and testing containers |
| US3329469A (en) * | 1966-05-12 | 1967-07-04 | Latendorf Conveying Corp | Conveyor means |
| US3477558A (en) * | 1966-10-27 | 1969-11-11 | Fred J Fleischauer | Air lift and vacuum conveyors and foraminous belt means therefor |
| US3489407A (en) * | 1967-09-21 | 1970-01-13 | Jacob Carl Ackerman | Feeder air glide bar |
| US3650566A (en) * | 1969-10-24 | 1972-03-21 | Aluminum Co Of America | Machine for arranging cans in position |
| FR2130770A5 (nl) * | 1970-12-23 | 1972-11-10 | Seita | |
| US3753484A (en) * | 1972-07-19 | 1973-08-21 | Azionaria Costruzioni Acma Spa | Handling device for delicate articles |
| CH543963A (de) * | 1972-09-22 | 1973-11-15 | Polytype Ag | Druckautomat zum Bedrucken von Hohlkörpern |
| US3874740A (en) * | 1973-02-22 | 1975-04-01 | Motch Merryweather Machinery | Orienting apparatus for cap-shaped members |
| US3907095A (en) * | 1973-09-19 | 1975-09-23 | Dam Machine Corp Of America Va | Article transfer apparatus |
| CA1060491A (en) * | 1976-11-12 | 1979-08-14 | Steve Sarovich | Vacuum operated can-conveying and can-uprighting apparatus |
-
1979
- 1979-02-14 DE DE19792905616 patent/DE2905616A1/de not_active Withdrawn
- 1979-06-05 US US06/045,772 patent/US4304508A/en not_active Expired - Lifetime
- 1979-06-13 CA CA329,659A patent/CA1104516A/en not_active Expired
-
1980
- 1980-02-01 NL NL8000648A patent/NL8000648A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-02-12 GB GB8004717A patent/GB2041865B/en not_active Expired
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| US4304508A (en) | 1981-12-08 |
| CA1104516A (en) | 1981-07-07 |
| GB2041865A (en) | 1980-09-17 |
| DE2905616A1 (de) | 1980-08-21 |
| GB2041865B (en) | 1983-01-26 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8000648A (nl) | Inrichting voor het overbrengen van uit een behandelingsstation komende dunwandige holle lichamen in een verzamelinrichting. | |
| US3835985A (en) | Vacuum assist can unscrambler | |
| EP2052998B1 (en) | Conveying apparatus | |
| HU186630B (en) | Method and appartus for arranging objects moved on transport means | |
| US4642013A (en) | Apparatus for stacking flat articles | |
| JPS5815417B2 (ja) | レンゾクキヨウキユウサレルインサツブツノ カンカクオキントウカスルソウチ | |
| JPH0355373B2 (nl) | ||
| JPH05246569A (ja) | 折り畳まれた主製品に挿入製品を挿入するための方法および装置 | |
| AU648815B2 (en) | Stabilization and positoning of printed products during conveying | |
| EP0405314B1 (en) | Apparatus for feeding closures with a tube to an operating unit | |
| EP0329235A2 (en) | Dough piece bending device | |
| US3854567A (en) | Device for conveying rod-shaped objects such as cigarettes | |
| ITBO960347A1 (it) | Unita' convogliatrice di prodotti | |
| JP2007508218A (ja) | スタッカー | |
| RU2229429C2 (ru) | Способ и устройство для транспортировки печатных изделий | |
| US2884244A (en) | Machine for stacking hides | |
| CZ205594A3 (en) | Method of transporting tubes on a textile machine and apparatus for making the same | |
| JPH0547450B2 (nl) | ||
| US3054613A (en) | Sheet delivery system | |
| JPH0620954B2 (ja) | 折りたたみ製品の搬送装置 | |
| US3675761A (en) | Automatic cigarette feed machine having a vacuum belt conveyor | |
| KR19990014071A (ko) | 인쇄물 처리 장치 | |
| NL1005377C2 (nl) | Inrichting voor het vouwen van een plat stuk wasgoed, en werkwijze daarvoor. | |
| US3171532A (en) | Apparatus for separating and counting rod-shaped objects | |
| US6161677A (en) | Tube loading system |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BV | The patent application has lapsed |