NL2008990C2 - Verstelinrichting en werkwijze voor het verstellen van afsluitelementen. - Google Patents
Verstelinrichting en werkwijze voor het verstellen van afsluitelementen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2008990C2 NL2008990C2 NL2008990A NL2008990A NL2008990C2 NL 2008990 C2 NL2008990 C2 NL 2008990C2 NL 2008990 A NL2008990 A NL 2008990A NL 2008990 A NL2008990 A NL 2008990A NL 2008990 C2 NL2008990 C2 NL 2008990C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- drive
- state
- adjusting device
- elements
- air inlet
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 11
- 238000001514 detection method Methods 0.000 claims description 32
- 230000001133 acceleration Effects 0.000 claims description 9
- 239000000446 fuel Substances 0.000 description 5
- 239000002826 coolant Substances 0.000 description 3
- 238000001816 cooling Methods 0.000 description 3
- 230000003287 optical effect Effects 0.000 description 3
- OKTJSMMVPCPJKN-UHFFFAOYSA-N Carbon Chemical compound [C] OKTJSMMVPCPJKN-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 229910052799 carbon Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000002131 composite material Substances 0.000 description 1
- 230000005684 electric field Effects 0.000 description 1
- 230000007613 environmental effect Effects 0.000 description 1
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 238000002310 reflectometry Methods 0.000 description 1
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60K—ARRANGEMENT OR MOUNTING OF PROPULSION UNITS OR OF TRANSMISSIONS IN VEHICLES; ARRANGEMENT OR MOUNTING OF PLURAL DIVERSE PRIME-MOVERS IN VEHICLES; AUXILIARY DRIVES FOR VEHICLES; INSTRUMENTATION OR DASHBOARDS FOR VEHICLES; ARRANGEMENTS IN CONNECTION WITH COOLING, AIR INTAKE, GAS EXHAUST OR FUEL SUPPLY OF PROPULSION UNITS IN VEHICLES
- B60K11/00—Arrangement in connection with cooling of propulsion units
- B60K11/08—Air inlets for cooling; Shutters or blinds therefor
- B60K11/085—Air inlets for cooling; Shutters or blinds therefor with adjustable shutters or blinds
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60K—ARRANGEMENT OR MOUNTING OF PROPULSION UNITS OR OF TRANSMISSIONS IN VEHICLES; ARRANGEMENT OR MOUNTING OF PLURAL DIVERSE PRIME-MOVERS IN VEHICLES; AUXILIARY DRIVES FOR VEHICLES; INSTRUMENTATION OR DASHBOARDS FOR VEHICLES; ARRANGEMENTS IN CONNECTION WITH COOLING, AIR INTAKE, GAS EXHAUST OR FUEL SUPPLY OF PROPULSION UNITS IN VEHICLES
- B60K35/00—Instruments specially adapted for vehicles; Arrangement of instruments in or on vehicles
- B60K35/10—Input arrangements, i.e. from user to vehicle, associated with vehicle functions or specially adapted therefor
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02K—DYNAMO-ELECTRIC MACHINES
- H02K11/00—Structural association of dynamo-electric machines with electric components or with devices for shielding, monitoring or protection
- H02K11/20—Structural association of dynamo-electric machines with electric components or with devices for shielding, monitoring or protection for measuring, monitoring, testing, protecting or switching
- H02K11/21—Devices for sensing speed or position, or actuated thereby
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02K—DYNAMO-ELECTRIC MACHINES
- H02K7/00—Arrangements for handling mechanical energy structurally associated with dynamo-electric machines, e.g. structural association with mechanical driving motors or auxiliary dynamo-electric machines
- H02K7/10—Structural association with clutches, brakes, gears, pulleys or mechanical starters
- H02K7/116—Structural association with clutches, brakes, gears, pulleys or mechanical starters with gears
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02K—DYNAMO-ELECTRIC MACHINES
- H02K7/00—Arrangements for handling mechanical energy structurally associated with dynamo-electric machines, e.g. structural association with mechanical driving motors or auxiliary dynamo-electric machines
- H02K7/10—Structural association with clutches, brakes, gears, pulleys or mechanical starters
- H02K7/116—Structural association with clutches, brakes, gears, pulleys or mechanical starters with gears
- H02K7/1163—Structural association with clutches, brakes, gears, pulleys or mechanical starters with gears where at least two gears have non-parallel axes without having orbital motion
- H02K7/1166—Structural association with clutches, brakes, gears, pulleys or mechanical starters with gears where at least two gears have non-parallel axes without having orbital motion comprising worm and worm-wheel
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60K—ARRANGEMENT OR MOUNTING OF PROPULSION UNITS OR OF TRANSMISSIONS IN VEHICLES; ARRANGEMENT OR MOUNTING OF PLURAL DIVERSE PRIME-MOVERS IN VEHICLES; AUXILIARY DRIVES FOR VEHICLES; INSTRUMENTATION OR DASHBOARDS FOR VEHICLES; ARRANGEMENTS IN CONNECTION WITH COOLING, AIR INTAKE, GAS EXHAUST OR FUEL SUPPLY OF PROPULSION UNITS IN VEHICLES
- B60K2360/00—Indexing scheme associated with groups B60K35/00 or B60K37/00 relating to details of instruments or dashboards
- B60K2360/128—Axially displaceable input devices for instruments
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60K—ARRANGEMENT OR MOUNTING OF PROPULSION UNITS OR OF TRANSMISSIONS IN VEHICLES; ARRANGEMENT OR MOUNTING OF PLURAL DIVERSE PRIME-MOVERS IN VEHICLES; AUXILIARY DRIVES FOR VEHICLES; INSTRUMENTATION OR DASHBOARDS FOR VEHICLES; ARRANGEMENTS IN CONNECTION WITH COOLING, AIR INTAKE, GAS EXHAUST OR FUEL SUPPLY OF PROPULSION UNITS IN VEHICLES
- B60K2360/00—Indexing scheme associated with groups B60K35/00 or B60K37/00 relating to details of instruments or dashboards
- B60K2360/20—Optical features of instruments
- B60K2360/23—Optical features of instruments using reflectors
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
- Y02T—CLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO TRANSPORTATION
- Y02T10/00—Road transport of goods or passengers
- Y02T10/80—Technologies aiming to reduce greenhouse gasses emissions common to all road transportation technologies
- Y02T10/88—Optimized components or subsystems, e.g. lighting, actively controlled glasses
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Power Engineering (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Combustion & Propulsion (AREA)
- Transportation (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Microelectronics & Electronic Packaging (AREA)
- Connection Of Motors, Electrical Generators, Mechanical Devices, And The Like (AREA)
- Power-Operated Mechanisms For Wings (AREA)
- Cooling, Air Intake And Gas Exhaust, And Fuel Tank Arrangements In Propulsion Units (AREA)
- Electrically Driven Valve-Operating Means (AREA)
- Indication Of The Valve Opening Or Closing Status (AREA)
- Air-Flow Control Members (AREA)
Description
P98176NL00
Titel: Verstelinrichting en werkwijze voor het verstellen van afsluitelementen
De uitvinding heeft betrekking op een verstelinrichting voor het verstellen van afsluitelementen van een luchtinlaat van een motorcompartiment van een motorvoertuig.
Het is algemeen bekend om een motorvoertuig, bijvoorbeeld een 5 auto, vrachtwagen, e.d. te voorzien van een luchtinlaat omvattende één of meer luchtinlaatopeningen. Een luchtinlaat wordt gewoonlijk toegepast om de motor van het motorvoertuig tijdens bedrijf te koelen. Luchtinlaten bevinden zich gewoonlijk aan een voorzijde van het motorvoertuig voor de motor, bijvoorbeeld ter plaatse van de grille van het voertuig en/of onder de 10 voorste bumper van het voertuig. Luchtinlaatopeningen kunnen zich ook in de zijkant van het motorvoertuig bevinden.
Gebruikelijk is het om een motor te koelen door middel van een koelvloeistof, bijvoorbeeld water of olie. Deze koelvloeistof wordt gekoeld met lucht in een warmtewisselaar, bijvoorbeeld in een radiateur. De lucht 15 die doorheen de luchtinlaat stroomt kan geheel of gedeeltelijk naar de radiateur van het motorcompartiment van de motor van het motorvoertuig worden geleid om de motor indirect via de koelvloeistof te koelen.
Het is bekend om een luchtinlaat van een motorcompartiment verstelbaar uit te voeren, waarbij de luchtinlaat kan worden versteld tussen 20 een open stand en een gesloten stand.
In de gesloten stand van de luchtinlaat wordt de luchtweerstand van het voertuig verlaagd, wat voordelig is voor het brandstofgebruik van de motor, Bovendien kent een motor van een motorvoertuig met betrekking tot het rendement van de motor, brandstofverbruik en C02-emissie een 25 optimale bedrijfstemperatuur, die doorgaans hoger ligt dan de omgevingstemperatuur. Een gesloten luchtinlaat bij een koude motor is dan 2 andermaal voordelig voor het brandstofgebruik en/of de C02-emissie. Ook kan tijdens het rijden met een open luchtinlaat de temperatuur van de motor beneden de optimale bedrijfstemperatuur komen, waardoor het brandstofgebruik en/of de C02-emissie kan toenemen. Ook bij een 5 bedrijfstemperatuur boven de optimale bedrijfstemperatuur, kan het brandstofverbruik en/of de C02-emissie van de motor toenemen.
Het kan dus voordelig zijn om een luchtinlaatopening verstelbaar uit te voeren. Hiertoe wordt de luchtinlaat gewoonlijk gekoppeld met een verstelinrichting die een aandrijfeenheid omvat. Met behulp van de 10 aandrijfeenheid kan de luchtinlaat worden afgesloten en worden geopend. Wanneer in het geval van een afgesloten luchtinlaat de bedrijfstemperatuur en/of de C02-emissie van de motor te hoog oploopt, kan de luchtinlaat weer worden geopend om voor voldoende koeling te zorgen.
De verstelinrichting omvat gewoonlijk aandrijfelementen en is 15 gewoonlijk middels een uitgaande as verbonden met de afsluitelementen om zo de afsluitelementen te verstellen tussen de open stand en de gesloten stand. Bij het bereiken van de open stand dan wel van de gesloten stand blijft evenwel de stroomtoevoer naar de elektromotor geopend. Het is dan van belang om de stroomtoevoer af te sluiten om beschadiging van de 20 elektromotor te voorkomen.
Een toegepaste methode om beschadiging van de elektromotor te voorkomen is beschreven in EP 2 325 035, waarbij de verstelstroom van de elektromotor wordt bewaakt. Wanneer de verstelstroom een vooraf ingestelde waarde bereikt, dan duidt dit op het bereiken van de eindstand 25 en wordt de toevoerstroom naar de elektromotor afgesloten. Nadelig aan deze methode is dat de verstelstroom afhankelijk is van allerlei omgevingsfactoren, zoals de temperatuur, vochtigheid, etc. Ook kan de verstelstroom van elektromotor tot elektromotor verschillen. Bovendien kan de wijze van samenstellen van de verstelinrichting en/of van de 30 aandrijfeenheid van invloed zijn op de verstelstroom. Hierdoor is meten van 3 de verstelstroom een tamelijk onbetrouwbare methode om beschadigingen van de elektromotor te voorkomen door overbelasting bij het bereiken van de eindstand.
Ook is het soms wenselijk om de afsluitelementen naar een vooraf 5 bepaalde tussenstand te kunnen brengen, welke tussenstand is gelegen tussen de open stand en de gesloten stand, bijvoorbeeld om de koeling van de motor van het voertuig nauwkeurig te kunnen doseren ten einde een optimale bedrijfstemperatuur van de motor van het motorvoertuig te kunnen benaderen.
10 Een toegepaste methode om de afsluitelementen te fixeren in een vooraf bepaalde tussenstand is door gebruik te maken van een stappenmotor. Door het aantal stappen aan te sturen kan de gewenste vooraf bepaalde tussenstand bereikt worden. Nadelig aan deze methode is echter dat stappenmotoren relatief kostbaar zijn.
15 Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een verstelinrichting die ten minste één van bovengenoemde nadelen tegengaat. In het bijzonder is er behoefte aan een relatief betrouwbare wijze om eventuele beschadigingen door overbelasting van de elektromotor tegen te gaan. Verder is er behoefte aan een verstelinrichting die op economisch 20 gunstige wijze de afsluitelementen naar een vooraf bepaalde tussenstand kan brengen.
Hiertoe voorziet de uitvinding in een verstelinrichting voor het verstellen van afsluitelementen van een luchtinlaat van een motorcompartiment van een motorvoertuig tussen ten minste een eerste 25 stand waarin de luchtinlaat in hoofdzaak gesloten is en een tweede stand waarin de luchtinlaat in hoofdzaak open is; waarbij de verstelinrichting is voorzien van een aandrijfeenheid omvattende aandrijfelementen, waarbij de verstelinrichting voorts is voorzien van een toestandsbepalingseenheid voor het bepalen van een bewegingstoestand van ten minste één van de 30 aandrijfelementen.
4
Door te voorzien in een toestandsbepalingseenheid die de bewegingstoestand van het ten minste ene aandrijfelement bepaalt, kan indirect de bewegingstoestand van de afsluitelementen worden bepaald. Bijvoorbeeld kan zo worden bepaald of de afsluitelementen zich in de eerste 5 stand of in de tweede stand of in een tussenliggende stand bevinden.
Wanneer de afsluitelementen zich in de eerste stand of in de tweede stand bevinden, kan de toevoerstroom naar de verstelinrichting en zodoende naar de elektromotor worden uitgeschakeld. Overbelasting van de elektromotor, kan zo worden verminderd, waardoor beschadigingen door overbelasting 10 van de elektromotor kunnen worden verminderd. Hierdoor kan de elektromotor een langere levensduur hebben.
Ook wanneer de afsluitelementen zich in een gewenste tussenliggende stand bevinden, kan de toevoerstroom naar de verstelinrichting en zodoende naar de elektromotor worden uitgeschakeld, 15 zodat de afsluitelementen in de gewenste tussenliggende stand blijven staan. Hierdoor kan de luchtinlaat voor nauwkeurig gedoseerde koeling zorgen.
De afsluitelementen kunnen afsluitlamellen zijn, zoals bijvoorbeeld staande of liggende om hun longitudinale as zwenkbare elementen zijn of 20 kunnen ook ringjaloezie vormen of kunnen rolbare en/of vouwbare elementen vormen die verstelbaar zijn. Vele varianten van afsluitelementen zijn mogelijk en worden geacht te vallen binnen het bereik van de conclusies.
Door de bewegingstoestand, bijvoorbeeld de stand, van het 25 betreffende aandrijfelement te bepalen kan op een betrouwbare wijze de bewegingstoestand, bijvoorbeeld de stand, van de afsluitelementen worden bepaald. De stand van het afsluitelement kan bijvoorbeeld een positie of een hoekverdraaiing etc. zijn. De stand kan bijvoorbeeld de eerste stand of de tweede stand of een tussenliggende stand zijn van de afsluitelementen.
5
De relatie tussen de stand van het aandrijfelement en de stand van de afsluitelementen is een relatief betrouwbare relatie omwille van de in hoofdzaak mechanische onderdelen die het betreffende aandrijfelement met de afsluitelementen koppelen. Een dergelijke relatie kan bijvoorbeeld 5 proefondervindelijk worden vastgesteld en kan dan bijvoorbeeld ook gelden voor dezelfde en/of vergelijkbare verstelinrichtingen die gekoppeld worden met dezelfde en/of vergelijkbare afsluitelementen. De aldus vastgestelde relatie kan dan bijvoorbeeld in de verstelinrichting, bijvoorbeeld in de toestandsbepalingseenheid, of in een besturingselement van de 10 toestandsbepalingseenheid worden ingevoerd en/of kan de verstelinrichting aldus worden gekalibreerd. Alternatief of additioneel kan een centrale aansturingseenheid voor het aansturen van de versteleenheid, bijvoorbeeld een boordcomputer of een motormanagementeenheid van een voertuig, aldus worden gekalibreerd en/of kan de genoemde relatie daarin worden 15 ingevoerd.
De aandrijfeenheid omvat gewoonlijk een elektromotor en een aandrijftrein die door de elektromotor wordt aangedreven. De aandrijftrein heeft vervolgens een uitgaande aandrijfas die kan worden gekoppeld met de afsluitelementen voor het verstellen van de afsluitelementen. De 20 aandrijftrein omvat gewoonlijk ten minste één vertragingselement voor het vertragend koppelen van een uitgaande as van de elektromotor met de uitgaande aandrijfas van de verstelinrichting voor het verstellen van de afsluitelementen. De aandrijfeenheid omvat de aandrijfelementen, waarbij een vertragingselement, de elektromotor of de uitgaande aandrijfas van de 25 aandrijftrein aandrijfelementen van de verstelinrichting vormen. Als een aandrijfelement kan ook een uitgaande as van de elektromotor of uitgaande as van een ander element worden beschouwd. De elektromotor is bijvoorkeur een gelijkstroomelektromotor, meer bijvoorkeur een gelijkstroomborstelelektromotor, dit in tegenstelling tot een stappenmotor.
6
De bewegingstoestand van het aandrijfelement kan ten minste één van een stand, een bewegingssnelheid, een bewegingsversnelling en/of een bewegingsrichting omvatten. De stand van het aandrijfelement kan bijvoorbeeld een rotatiestand zijn, bijvoorbeeld wanneer het aandrijfelement 5 een as of een vertragingswiel is. De stand van het aandrijfelement is op voordelige wijze gerelateerd aan de stand van de afsluitelementen, dit kan eventueel zelfs een rechtevenredige relatie zijn. De bewegingsrichting van het aandrijfelement is bij voorkeur gerelateerd aan de bewegingsrichting van de afsluitelementen. De bewegingssnelheid en de bewegingsversnelling 10 van het aandrijfelement geven bij voorkeur informatie over de belastingstoestand van de elektromotor. Deze kunnen derhalve van belang zijn bij het bepalen hoe zwaar de elektromotor wordt belast en/of of afschakeling van de stroomtoevoer eventueel nodig zou zijn.
De toestandsbepalingseenheid omvat bij voorkeur een 15 detecteerbaar element, een detectie-element voor het detecteren van het detecteerbare element en een besturingselement. Op voordelige wijze wordt de toestandsbepalingseenheid, in het bijzonder het besturingselement ervan, keer gekalibreerd en/of ingeregeld, bijvoorbeeld in de fabriek na assemblage, en/of elke keer bij het gebruiken, bijvoorbeeld het starten, van 20 het motorvoertuig. De relatie tussen een bewegingstoestand, bijvoorbeeld de stand, van het aandrijfelement en een bewegingstoestand, bijvoorbeeld de stand, van de afsluitelementen wordt bij voorkeur voor aanvang van ingebruikname, meer bij voorkeur voor aanvang van de installatie in het besturingselement geconfigureerd, bijvoorbeeld door parameters in te vullen 25 en/of te programmeren en/of te configureren. Het besturingselement kan bijvoorbeeld een CPU zijn die tijdens de productie en/of de montage van de toestandsbepalingseenheid wordt geconfigureerd.
Tijdens bedrijf ontvangt het besturingselement signalen van de detectiesensor met betrekking tot de bewegingstoestand van het 30 aandrijfelement. Het besturingselement kan dan zodanig zijn 7 geconfigureerd dat indien de bewegingstoestand van het aandrijfelement een vooraf bepaalde stand bereikt, dit overeenkomt met de eerste of de tweede stand van de afsluitelementen. In dat geval kan het besturingselement de stroomtoevoer naar de elektromotor afsluiten, 5 waardoor beschadigingen aan de elektromotor kunnen worden beperkt en/of verminderd en de levensduur van de elektromotor mogelijk langer kan zijn. Eventueel kan de stroomtoevoer naar de elektromotor worden afgesloten na een voorafingestelde vertragingstijd om zodoende meer zeker te zijn dat de eerste of de tweede stand of een tussenliggende stand is bereikt.
10 Alternatief of additioneel kan het zo zijn dat het besturingselement zodanig is geconfigureerd dat een bepaalde stand van het aandrijfelement overeenkomt met een bepaalde tussenliggende stand van de afsluitelementen, waarbij een tussenliggende stand een stand tussen de eerste stand en de tweede stand is. Aldus kunnen ook de tussenliggende 15 standen van de afsluitelementen bekend zijn. Indien nu de toestandsbepalingseenheid heeft vastgesteld dat een vooraf ingestelde tussenliggende stand van de afsluitelementen is bereikt, kan het besturingselement de stroomtoevoer naar de elektromotor afsluiten. De afsluitelementen zijn dan in de gewenste tussenstand geplaatst.
20 Door de aandrijfeenheid zelfremmend uit te voeren, kan de stand van de afsluitelementen in een tussenliggende stand op eenvoudige wijze worden gefixeerd.
Ook kan het besturingselement zodanig zijn geconfigureerd, dat indien de bewegingstoestand van het aandrijfelement een vooraf bepaalde 25 snelheid of versnelling bereikt, bijvoorbeeld als de snelheid onder een bepaalde waarde komt, of bijvoorbeeld als de versnelling overeenkomt met een vooraf vastgestelde vertraging, dit correspondeert met het bereiken van de eerste of tweede stand van de afsluitelementen. Ook in dat geval kan het besturingselement de stroomtoevoer naar de elektromotor afsluiten.
8
Een voordelige uitvoeringsvorm van de verstelinrichting voorziet erin dat, indien de afsluitelementen in een onverwachte stand blokkeren, bijvoorbeeld doordat een voorwerp zoals een tak of één of meerdere vingers, verdere verstelling van de afsluitelementen verhinderen, nog voor één van 5 de uiterste standen of een voorafingestelde tussenliggende stand, is bereikt, het besturingselement op voordelige wijze de stroomtoevoer naar de elektromotor kan afsluiten, vóórdat het voorwerp zoals de tak of de vingers of de afsluitelementen beschadigen. Dit kan bijvoorbeeld door te detecteren dat de lamellen sterk afremmen of door te detecteren dat de stand van de 10 lamellen niet of nauwelijks verandert.
Alternatief of additioneel kan het besturingselement de informatie over de bewegingstoestand van het vertragingselement als een outputsignaal naar een centrale aansturingseenheid zoals een boordcomputer of een motormanagementeenheid zenden. De centrale 15 aansturingseenheid kan zijn voorzien van een besturingscomponent dat afhankelijk van het ontvangen signaal bepaalt of de stroomtoevoer naar de elektromotor van de verstelinrichting al dan niet dient te worden afgesloten.
Ook combinaties van genoemde configuraties en outputsignalen naar de centrale aansturingseenheid zijn denkbaar. Ook kan het zo zijn dat 20 het besturingselement en/of de besturing van de centrale aansturingseenheid zodanig is geconfigureerd dat een bepaalde stand van het aandrijfelement overeenkomt met een bepaalde tussenliggende stand van de afsluitelementen. Aldus zijn ook de tussenliggende standen van de afsluitelementen bekend. Indien nu het besturingselement heeft vastgesteld 25 dat een voorafingestelde tussenliggende stand van de afsluitelementen is bereikt, kan het eveneens een outputsignaal naar de centrale aansturingseenheid sturen om de stroomtoevoer af te sluiten. Alternatief kan het besturingselement informatie over de stand van het aandrijfelement naar de centrale aansturingseenheid zenden, waardoor de 30 besturing van de centrale aansturingseenheid kan bepalen of de gewenste 9 stand van de afsluitelementen is bereikt om de stroomtoevoer af te sluiten. Weliswaar is er in dit geval geen direct gevaar voor overbelasting van de elektromotor en beschadigingen daardoor, maar zo kan ook relatief nauwkeurig en relatief betrouwbaar tussenliggende standen van de 5 afsluitelementen worden ingesteld.
De toestandsbepalingseenheid kan de toestand van het aandrijfelement optisch en/of elektrisch en/of magnetisch en/of elektromechanisch bepalen. Andere wijzen van detectie zijn ook mogelijk. Het detecteerbare element kan zodoende een optisch element en/of een 10 elektrisch element en/of een magnetisch element en/of een elektromechanisch element zijn. Het detectie-element is uitgevoerd als een detectiesensor voor het detecteren van het detecteerbaar element en kan zodoende zijn uitgevoerd voor het detecteren van een optisch element en/of een elektrisch element en/of een magnetisch element en/of een 15 elektromechanisch element.
Bijvoorbeeld kan het aandrijfelement zijn voorzien van ten minste één magneetelement, waarbij de toestandsbepalingseenheid voorts een detectiesensor omvat voor het detecteren van het magneetelement. Door bijvoorbeeld gedurende een bepaalde tijd het aantal passages van het 20 magneetelement te tellen, kan de toestand, bijvoorbeeld de stand, de snelheid of de versnelling, van het aandrijfelement worden bepaald. Door de toestandsbepalingseenheid te voorzien van ten minste twee in hoofdzaak achter elkaar geplaatste detectiesensoren, bijvoorbeeld twee Hall-sensoren, kan de toestandsbepalingseenheid de bewegingsrichting van het 25 aandrijfelement relatief eenvoudig detecteren. In een voorkeursuitvoeringsvorm kan het aandrijfelement zijn voorzien van een meervoudig gepolariseerde magneetring die het ten minste ene magneetelement omvat. Door de detectiesensor te plaatsen op de radiale positie van de magneetring, kunnen de passages van het magneetelement 30 op betrouwbare wijze worden geteld.
10
Alternatief kan de toestand van het aandrijfelement optisch worden vastgesteld. Bijvoorbeeld kan het aandrijfelement zijn voorzien van ten minste één reflecterend element. Op een nagenoeg gelijke radiale positie van het reflecterende element kan dan een lichtbron en een detectiesensor 5 zijn op gesteld, waarbij de detectiesensor het door het reflecterende element weerkaatste licht detecteert. Door de reflecties te tellen, kan het aantal passages van het reflecterende element worden geteld, waardoor de stand en/of de snelheid en/of de versnelling en/of de richting van het vertragingselement kunnen worden bepaald. Ook kan het licht via één of 10 meerdere lichtdoorlatende openingen in het vertragingselement als het ware pulsvormig naar een detectiesensor geleid worden.
Analoog kan de toestand van het aandrijfelement elektrisch worden vastgesteld. Bijvoorbeeld kan het aandrijfelement voorzien zijn van een elektrisch geleidend element. Door een detectiesensor, bijvoorbeeld een 15 koolstofborstel, op een nagenoeg gelijke radiale afstand van het geleidend element aan te brengen, kan, wanneer contact gemaakt wordt met het geleidend element een, eventueel zwakke, stroom worden gedetecteerd. Hierdoor kan het aantal passages van het geleidend element worden geteld en daaruit kan de stand en/of de snelheid en/of de versnelling en/of de 20 richting van het vertragingselement worden bepaald.
De toestandsbepalingseenheid kan met velerlei andere detectiesensoren worden uitgevoerd. Zo kan een detectiesensor voor het meten van elektrische velden worden toegepast, of een sensor voor beeldherkenning. Deze uitvoeringsvormen worden hier niet nader 25 toegelicht, daar zij de vakman welbekend mogen worden geacht.
Verdere voordelige uitvoeringsvormen zijn weergegeven in de volgconclusies.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor het verstellen van afsluitelementen van een luchtinlaat van een 30 motorcompartiment van een motorvoertuig.
11
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van uitvoeringsvoorbeelden die in de tekening zijn weergegeven. In de tekening toont:
Fig. 1 een schematische weergave van de werking van een 5 toestandsbepalingseenheid overeenkomstig de uitvinding; en
Fig. 2 een schematisch perspectivisch aanzicht van een verstelinrichting overeenkomstig de uitvinding.
Opgemerkt wordt dat de figuren slechts getoond worden bij wijze van schematische weergaven van uitvoeringsvoorbeelden van de uitvinding 10 en geenszins als beperkend dienen te worden beschouwd. In de figuren zijn gelijke of overeenkomende onderdelen met gelijke of overeenkomende verwijzingscijfers aangegeven.
Figuur 1 toont een schematische weergave van de werking van een toestandsbepalingseenheid 3 overeenkomstig de uitvinding. De 15 toestandsbepalingseenheid 3 wordt hier toegepast voor het bepalen van een bewegingstoestand van een aandrijfelement 2a van een verstelinrichting 1 voor het verstellen van afsluitelementen 14. Het aandrijfelement 2a waarvan de bewegingstoestand bepaalt dient te worden is hier een vertragingselement 2a van een aandrijftrein 13 van de aandrijfeenheid 2.
20 Alternatief kan het aandrijfelement 2a waarvan de bewegingstoestand bepaalt dient te worden een ander aandrijfelement 2b, 2c, zijn, zoals de uitgaande as van een elektromotor 12 van de aandrijfeenheid 2 of een uitgaande as 2c van de aandrijfeenheid 2.
De toestandsbepalingseenheid 3 omvat een detecteerbaar element 25 4. Het detecteerbare element 4 is hier voorzien op of in het aandrijfelement 2a dat wordt gevormd door het betreffende vertragingselement 2a. Alternatief kan het detecteerbare element 4 zijn voorzien op of in een ander aandrijfelement, bijvoorbeeld op of in een ander vertragingselement 2b, de uitgaande as van de elektromotor 12 of de uitgaande as 2c van de 30 aandrijfeenheid 2.
12
Voorts omvat de toestandsbepalingseenheid 3 een detectie-element 5 voor het detecteren van het detecteerbare element 4 en een besturingselement 6. Het detectie-element 5 is bijvoorbeeld een detectiesensor 5.
5 Tijdens bedrijf detecteert D de detectiesensor 5 het detecteerbare element 4. De detectiesensor 5 zendt vervolgens een signaal S omtrent de detectie naar het besturingselement 6. Het signaal S omvat informatie over de bewegingstoestand van het detecteerbare element 4, zoals bijvoorbeeld informatie over een stand, een bewegingssnelheid, een bewegingsversnelling 10 en/of een bewegingsrichting van het detecteerbare element 4. De informatie over de bewegingstoestand van het detecteerbare element 4 correspondeert bijvoorbeeld met een bewegingstoestand van het van het detecteerbare element 4 voorziene aandrijfelement 2a, welke bewegingstoestand bijvoorbeeld een stand, een bewegingsnelheid, een bewegingsversnelling 15 en/of een bewegingsrichting van het aandrijfelement 2a omvat.
In het getoonde voorbeeld is het besturingselement 6 ingericht om de informatie te verwerken en om de bewegingstoestand van de afsluitelementen 14 vast te stellen aan de hand van het van de detectiesensor 5 verkregen signaal S. Bijvoorbeeld daartoe kan het 20 besturingselement 6 een processor, bij voorkeur in de vorm van een CPU, omvatten. Voorts is het besturingselement 6 ingericht om te bepalen of de stroomtoevoer E naar de elektromotor 12 dient te worden afgesloten. Tevens is het besturingselement 6 ingericht om de stroomtoevoer E naar de elektromotor 12 af te sluiten en weer te openen indien nodig.
25 Alternatief of additioneel is het besturingselement 6 ingericht om een outputsignaal O naar een centrale aansturingseenheid 7 voor het aansturen van de versteleenheid 1 te zenden, bijvoorbeeld via een LIN-bus en/of bijvoorbeeld indien de centrale aansturingseenheid 7 daar om vraagt. Het outputsignaal O kan de informatie over de bewegingstoestand van het 30 detecteerbare element 4 omvatten en/of informatie omtrent een 13 bewegingstoestand van de afsluitelementen. De centrale aansturingseenheid 7 kan bijvoorbeeld een boordcomputer of een tussen een boordcomputer en de versteleenheid 1 geplaatste motormanagementeenheid zijn. De centrale aansturingseenheid 7 is ingericht om het 5 besturingselement 6 een opdracht te geven de stroomtoevoer E naar de elektromotor 12 af te sluiten of te openen. Alternatief kan de centrale aansturingseenheid7 zijn ingericht om bijvoorbeeld zelf een rechtstreekse stroomtoevoer naar de aandrijfeenheid 2 af te sluiten of te openen.
Bij voorkeur is het besturingselement 6 en/of de centrale 10 aansturingseenheid 7 zodanig geconfigureerd en/of ingeregeld dat een bepaalde stand van het aandrijfelement 2a overeenkomt met een bepaalde eindstand of tussenliggende stand van de afsluitelementen 14. Hiertoe kan het besturingselement 6 en/of de centrale aansturingseenheid 7 bijvoorbeeld eenmalig, bij voorkeur voor aanvang van ingebruikname van de 15 toestandsbepalingseenheid 3, worden voorzien van informatie 8 over een relatie tussen de bewegingstoestand van het aandrijfelement 2a en de bewegingstoestand van de afsluitelementen 14. De informatie 8 kan bijvoorbeeld parameters omvatten die worden ingevuld en/of geprogrammeerd en/of geconfigureerd in het besturingselement 6 en/of de 20 centrale aansturingseenheid 7.
Figuur 2 toont een schematisch perspectivisch aanzicht van een verstelinrichting 1 overeenkomstig de uitvinding. De verstelinrichting 1 is geschikt voor het verstellen van afsluitelementen van een luchtinlaat van een motorcompartiment van een motorvoertuig tussen ten minste een eerste 25 stand waarin de luchtinlaat in hoofdzaak gesloten is en een tweede stand waarin de luchtinlaat in hoofdzaak open is. De verstelinrichting 1 omvat een aandrijfeenheid 2, welke een uitgaande aandrijfas 2c omvat voor het aandrijven van de te verstellen lamellen. De aandrijfeenheid 2 omvat hier voorts een aandrijftrein 13 en een niet in Fig. 2 getoonde elektromotor, bij 30 voorkeur een elektromotor, voor het aandrijven van de daaraan gekoppelde 14 aandrijftrein 13. De aandrijftrein 13 omvat ten minste één vertragingselement. In een voorkeursuitvoeringsvorm kan de aandrijftrein 13 bijvoorbeeld een samengesteld planeetwielsysteem, een cycloïde aandrijfsysteem of een harmonie drive aandrijfsysteem omvatten.
5 Alternatief of additioneel kan de aandrijftrein 13 bijvoorbeeld een tandheugel of een ander aandrijfelement omvatten welke een niet-roterende beweging maakt. De aandrijfeenheid 2 omvat aandrijfelementen, zoals een elektromotor, of een vertragingselement 2a of een uitgaande aandrijfas 2c, etc.
10 Hier omvat de aandrijftrein 13 voorts een aan de elektromotor gekoppeld niet getoond wormwiel. Het wormwiel is gekoppeld met een getoond eerste tandwiel 2a van de aandrijftrein 13. Het eerste tandwiel 2a vormt hier een vertragingselement 2a voor het ten minste gedeeltelijk vertraagd doorgeven van de snelheid van de uitgaande as van de 15 elektromotor aan de uitgaande aandrijfas 2c van de aandrijfeenheid 2.
Hoewel het vertragingselement 2a waarvan de bewegingstoestand bepaald dient te worden hier dus roterend kan bewegen wordt er opgemerkt dat het vertragingselement 2a waarvan de bewegingstoestand bepaald dient te worden alternatief een andere beweging kan maken, bijvoorbeeld een in 20 hoofdzaak lineaire of ellipsvormige beweging.
De verstelinrichting 1 is verder voorzien van een toestandsbepalingseenheid 3 voor het bepalen van een bewegingstoestand van het aandrijfelement 2a, dat hier wordt gevormd door het vertragingselement 2a in de vorm van het eerste tandwiel 2a. Het bepalen 25 van de bewegingstoestand van het aandrijfelement 2a kan op allerlei gebruikelijke wijzen gebeuren, bijvoorbeeld optisch en/of elektrisch en/of magnetisch.
De toestandsbepalingseenheid 3 omvat hier bijvoorbeeld een detecteerbaar element 4 voorzien op het aandrijfelement 2a. Tevens omvat 30 de toestandsbepalingseenheid 3 een detectiesensor 5. De detectiesensor 5 is 15 bij voorkeur in hoofdzaak vast verbonden is met de vaste wereld, bijvoorbeeld door deze in hoofdzaak te fixeren aan en/of ten opzichte van een behuizing 10 van de verstelinrichting 1.
In het getoonde voorbeeld is het detecteerbare element 4 voorzien 5 in de vorm van een magneetelement 4a en is de sensor 5 voorzien in de vorm van een detectiesensor 5a voor het detecteren van het magneetelement 4a.
In het getoonde voorbeeld omvat de detectiesensor 5a twee naast elkaar gelegen sensoren 5al, 5a2, waardoor relatief eenvoudig de draairichting van het magneetelement 4a en dus de draairichting van het aandrijfelement 2a 10 kan worden bepaald. In het getoonde voorbeeld detecteert de toestandsbepalingseenheid 3 op magnetische wijze de bewegingstoestand van het aandrijfelement 2a.
Bij voorkeur omvat het aandrijfelement 2a meerdere detecteerbare elementen 4. Hier omvat het aandrijfelement 2a bijvoorbeeld een 15 meervoudig gepolariseerde magneetring 9 welke meerdere magneetelementen 4a omvat.
Alternatief detecteert de toestandsbepalingseenheid 3 de bewegingstoestand van het aandrijfelement 2a op andere wijze. Daartoe kan de toestandsbepalingseenheid 3 bijvoorbeeld zijn ingericht voor het optisch 20 en/of elektrisch bepalen van de bewegingstoestand van het aandrijfelement 2a.
Onder verwijzing naar Fig. 1 kan de toestandsbepalingseenheid 3 in een uitvoeringsvoorbeeld een elektrische detectiesensor 5 omvatten voor het detecteren van een elektrisch detecteerbaar element, zoals een 25 elektrisch geleidend element 4. De elektrische detectiesensor 5 kan dan bijvoorbeeld één of een meervoudig aantal koolstofborsteltjes omvatten.
In een alternatieve uitvoeringsvorm is het aandrijfelement 2a voorzien van één of meer licht doorlatende elementen 4, spiegelende elementen 4, optisch zichtbare markeringen 4 of andere voorzieningen 4 die 30 gedetecteerd kunnen worden door lichtsensoren of andere optische 16 detectiesensoren 5, zoals camera's 5 of infraroodsensoren 5. Het licht doorlatende element 4 kan bijvoorbeeld een doorgang, inham of een transparant deel van het aandrijfelement 2a omvatten.
Door de detecteerbare elementen 4 onderling en/of over hun lengte 5 te laten verschillen en/of door de onderlinge afstand tussen de detecteerbare elementen 4 niet constant te nemen, kan relatief eenvoudig een bewegingsrichting worden gedetecteerd. Hiertoe kunnen de elementen 4 onderling en/of over hun lengte bijvoorbeeld verschillen in vorm, grootte, geleidend vermogen, magnetische kracht, reflecterend vermogen en/of 10 doorschijnendheid. Opgemerkt wordt dat met de lengte van de detecteerbare elementen 4 de lengte wordt bedoeld gezien in een richting 11 waarin de detecteerbare elementen 4 de detectiesensor 5 passeren.
De uitvinding is niet beperkt tot de hierboven weergegeven uitvoeringsvoorbeelden. Vele varianten zijn mogelijk en zullen de vakman 15 duidelijk zijn. Dergelijke varianten worden geacht te vallen binnen het bereik van de hiernavolgende conclusies.
Claims (8)
1. Verstelinrichting voor het verstellen van afsluitelementen van een luchtinlaat van een motorcompartiment van een motorvoertuig tussen ten minste een eerste stand waarin de luchtinlaat in hoofdzaak gesloten is en een tweede stand waarin de luchtinlaat in hoofdzaak open is; waarbij de 5 verstelinrichting is voorzien van een aandrijfeenheid omvattende aandrijfelementen, waarbij de verstelinrichting voorts is voorzien van een toestandsbepalingseenheid voor het bepalen van een bewegingstoestand van ten minste één van de aandrijfelementen.
2. Verstelinrichting volgens conclusie 1, waarbij de 10 bewegingstoestand van het aandrijfelement ten minste één van een stand, een bewegingssnelheid, een bewegingsversnelling en/of een bewegingsrichting van het aandrijfelement omvat.
3. Verstelinrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij het aandrijfelement een roterende beweging maakt.
4. Verstelinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de toestandsbepalingseenheid een detectie-element en een detecteerbaar element omvat voor bepalen van de bewegingstoestand van het aandrijfelement.
5. Verstelinrichting volgens conclusie 4, waarbij het detecteerbaar 20 element een magneetelement op het aandrijfelement omvat en het detectie- element een detectiesensor omvat voor het detecteren van het magneetelement.
6. Verstelinrichting volgens conclusie 5, waarbij een gepolariseerde magneetring ten minste een magneetelement omvat.
7. Verstelinrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de toestandsbepalingseenheid is ingericht voor het bepalen van een bewegingstoestand van een als vertragingselement uitgevoerd aandrijfelement.
8. Werkwijze voor het verstellen van afsluitelementen van een luchtinlaat van een motorcompartiment van een motorvoertuig, waarbij de 5 afsluitelementen verstelbaar zijn tussen ten minste een eerste stand waarin de luchtinlaat in hoofdzaak gesloten is en een tweede stand waarin de luchtinlaat in hoofdzaak open is, waarbij de afsluitelementen verstelbaar zijn door een verstelinrichting voorzien van een aandrijfeenheid aandrijfelementen, waarbij de verstelinrichting is voorzien van een 10 toestandsbepalingseenheid voor het bepalen van een bewegingstoestand van ten minste één van de aandrijfelementen.
Priority Applications (9)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2008990A NL2008990C2 (nl) | 2012-06-12 | 2012-06-12 | Verstelinrichting en werkwijze voor het verstellen van afsluitelementen. |
| KR20157000141A KR20150023638A (ko) | 2012-06-12 | 2013-06-11 | 조절 장치 및 차단 요소들을 조절하기 위한 방법 |
| EP13733080.9A EP2858846B1 (en) | 2012-06-12 | 2013-06-11 | Adjustment device and method for adjusting shutoff elements |
| US14/407,139 US9868347B2 (en) | 2012-06-12 | 2013-06-11 | Adjustment device and method for adjusting shutoff elements |
| PCT/NL2013/050414 WO2013187760A1 (en) | 2012-06-12 | 2013-06-11 | Adjustment device and method for adjusting shutoff elements |
| CN201810439628.XA CN108674176A (zh) | 2012-06-12 | 2013-06-11 | 用于调节关闭元件的调节装置和方法 |
| JP2015517212A JP2015522468A (ja) | 2012-06-12 | 2013-06-11 | 調節デバイスおよび遮断エレメントを調節する方法 |
| IN2603MUN2014 IN2014MN02603A (nl) | 2012-06-12 | 2013-06-11 | |
| CN201380039875.6A CN104507728A (zh) | 2012-06-12 | 2013-06-11 | 用于调节关闭元件的调节装置和方法 |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2008990 | 2012-06-12 | ||
| NL2008990A NL2008990C2 (nl) | 2012-06-12 | 2012-06-12 | Verstelinrichting en werkwijze voor het verstellen van afsluitelementen. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2008990C2 true NL2008990C2 (nl) | 2013-12-16 |
Family
ID=46800342
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2008990A NL2008990C2 (nl) | 2012-06-12 | 2012-06-12 | Verstelinrichting en werkwijze voor het verstellen van afsluitelementen. |
Country Status (8)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US9868347B2 (nl) |
| EP (1) | EP2858846B1 (nl) |
| JP (1) | JP2015522468A (nl) |
| KR (1) | KR20150023638A (nl) |
| CN (2) | CN108674176A (nl) |
| IN (1) | IN2014MN02603A (nl) |
| NL (1) | NL2008990C2 (nl) |
| WO (1) | WO2013187760A1 (nl) |
Families Citing this family (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2518829A (en) * | 2013-10-01 | 2015-04-08 | Johnson Electric Sa | Actuator and Grille Incorporating the Actuator |
| SE538429C2 (en) * | 2015-03-20 | 2016-06-21 | Ebr Konsult I Rockhammar Ab | A drive unit for controlling a control valve element, a method for operating a drive unit of a control valve element and a control valve unit |
| ES2731054T3 (es) * | 2016-04-19 | 2019-11-13 | Batz S Coop | Dispositivo obturador para una rejilla frontal de un vehículo |
| US10464412B2 (en) * | 2017-06-19 | 2019-11-05 | Ford Global Technologies, Llc | Methods and system for diagnosing a position of active grille shutters of a vehicle |
| CN108443554A (zh) * | 2018-03-27 | 2018-08-24 | 浙江佳乐科仪股份有限公司 | 一种阀门操作机械手 |
Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE19719991A1 (de) * | 1997-05-13 | 1998-11-19 | Mannesmann Vdo Ag | Lastverstelleinrichtung |
| EP2325035A1 (en) * | 2009-11-19 | 2011-05-25 | Aisin Seiki Kabushiki Kaisha | Grille control mechanism for vehicle |
Family Cites Families (60)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1393161A (en) | 1920-03-01 | 1921-10-11 | Pines Mfg Company | Shutter apparatus for radiators |
| US2752111A (en) | 1952-03-26 | 1956-06-26 | Boeing Co | Air intake system for aircraft power plants |
| DE3438709C1 (de) | 1984-10-23 | 1986-04-30 | Süddeutsche Kühlerfabrik Julius Fr. Behr GmbH & Co KG, 7000 Stuttgart | Kuehlerjalousie |
| DE3506156C1 (de) | 1985-02-22 | 1986-02-20 | Daimler-Benz Ag, 7000 Stuttgart | Abdeckeinrichtung für Kühler von Kraftfahrzeugen |
| JPS61218713A (ja) * | 1985-03-25 | 1986-09-29 | Toyota Motor Corp | ラジエ−タ通風量制御装置 |
| DE3522592A1 (de) | 1985-06-25 | 1987-01-08 | Sueddeutsche Kuehler Behr | Jalousie fuer einen kuehler einer brennkraftmaschine |
| DE3701584C2 (de) | 1987-01-21 | 1996-02-15 | Bosch Gmbh Robert | Vorrichtung zum Betätigen einer am Kühler eines wassergekühlten Verbrennungsmotors eines Kraftfahrzeuges angeordneten Jalousie |
| JPS6418744A (en) | 1987-07-15 | 1989-01-23 | Nissan Motor | Drive mechanism of equipment mounted on board |
| DE3731980C1 (de) | 1987-09-23 | 1989-03-23 | Freudenberg Carl Fa | Jalousie zum bedarfsweisen Verschliessen einer durchstroembaren OEffnung |
| JP2652718B2 (ja) * | 1990-01-08 | 1997-09-10 | 株式会社キッツ | バルブ用電動アクチュエータ |
| DE4020953A1 (de) | 1990-06-30 | 1992-01-02 | Bosch Gmbh Robert | Stellantrieb |
| CN2138054Y (zh) | 1992-06-21 | 1993-07-14 | 叶文海 | 形状记忆合金自动控制式百叶窗 |
| FR2738779B1 (fr) | 1995-09-14 | 1997-11-21 | Plastic Omnium Cie | Dispositif d'amenee d'air de refroidissement pour un vehicule automobile |
| KR100189257B1 (ko) | 1996-06-11 | 1999-06-01 | 정몽규 | 차량의 라디에이터 그릴 가변 장치 |
| JPH1018744A (ja) | 1996-06-28 | 1998-01-20 | Nippon Sharyo Seizo Kaisha Ltd | 回転掘削装置 |
| US6142108A (en) | 1998-12-16 | 2000-11-07 | Caterpillar Inc. | Temperature control system for use with an enclosure which houses an internal combustion engine |
| US6145251A (en) | 1999-09-17 | 2000-11-14 | Ricci; Fernando | Adjustable shutter assembly and slat control mechanism using a control gear and gear engaging positioner |
| DE10047952B4 (de) | 2000-09-27 | 2006-06-08 | Geiger Technik Gmbh | Absperranordnung für einen Wasserkühler eines Kraftfahrzeugs |
| JP4421759B2 (ja) | 2000-10-26 | 2010-02-24 | 本田技研工業株式会社 | 自動車用パワードライブユニットの冷却構造 |
| DE10058730A1 (de) | 2000-11-25 | 2003-01-02 | Buhler Motor Gmbh | Verstellvorrichtung für Kraftfahrzeug-Außenspiegel |
| NL1017466C2 (nl) | 2001-02-28 | 2002-08-29 | Iku Holding Montfoort Bv | Actuatormechanisme voor het verstellen van de hoekstand van een spiegelelement in een buitenspiegel voor een motorvoertuig, alsmede buitenspiegel voor een motorvoertuig voorzien van een actuatormechanisme. |
| DE10218700A1 (de) | 2002-04-26 | 2003-11-13 | Bosch Gmbh Robert | Vorrichtung zur temperaturabhängigen Auslösung einer Notfunktion |
| FR2840123B1 (fr) * | 2002-05-22 | 2004-08-27 | Meritor Light Vehicle Sys Ltd | Dispositif de motoreduction et connecteur de motoreducteur |
| DE10307632B4 (de) | 2003-02-22 | 2012-12-20 | GM Global Technology Operations LLC (n. d. Ges. d. Staates Delaware) | Vorrichtung zur Regelung des Kühlluftdurchsatzes für einen Verbrennungsmotor eines Kraftfahrzeuges |
| DE10308145A1 (de) * | 2003-02-26 | 2004-09-09 | Robert Bosch Gmbh | Getriebegehäuse aus Kunststoff mit integriertem Bürstenträger |
| KR100514725B1 (ko) | 2003-05-12 | 2005-09-14 | 현대자동차주식회사 | 가변 라디에이터 그릴 |
| CN2694232Y (zh) | 2004-02-13 | 2005-04-20 | 苏国信 | 机车里程表传动齿轮输出结构的改良 |
| US20060104074A1 (en) | 2004-09-10 | 2006-05-18 | Boniface Robert E | Vehicle body |
| DE202005010683U1 (de) | 2005-07-06 | 2005-09-15 | Festo Ag & Co | Vorrichtung zur Steuerung der Luftzuströmung bei Kraftfahrzeugen |
| WO2007108803A1 (en) | 2006-03-22 | 2007-09-27 | Bole Mathew M | Adjustable airflow regulator |
| US7498926B2 (en) | 2006-05-01 | 2009-03-03 | Gm Global Technology Operations, Inc. | Reversibly opening and closing a grille using active materials |
| DE102006042627B4 (de) | 2006-09-05 | 2008-07-03 | Decoma (Germany) Gmbh | Einrichtung, mit der mindestens eine Öffnung eines Kühlergitters geöffnet und verschlossen werden kann |
| NL1033127C2 (nl) * | 2006-12-22 | 2008-06-24 | Eaton Automotive Bv | Reductiemechanisme. |
| US7866737B2 (en) | 2007-01-31 | 2011-01-11 | Gm Global Technology Operations, Inc. | Active material actuated louver system |
| CN101247061B (zh) | 2007-02-14 | 2012-05-30 | 皓永汽车配件有限公司 | 汽车用电动式作动器 |
| US8283915B2 (en) * | 2007-03-07 | 2012-10-09 | Asmo Co., Ltd. | Sensor magnet device, gear mechanism and speed reducing electric motor |
| DE102007030890A1 (de) | 2007-07-03 | 2009-01-15 | Henniges Automotive Gmbh & Co. Kg | Lufteinlaß für ein Fahrzeug |
| ATE470258T1 (de) * | 2007-12-11 | 2010-06-15 | Alcatel Lucent | Positionssensor, auswertschaltung und elektrischer motor |
| JP5096898B2 (ja) * | 2007-12-12 | 2012-12-12 | ティアック株式会社 | メカニカルバルブ |
| DE102007061812A1 (de) | 2007-12-20 | 2009-07-02 | Dr. Ing. H.C. F. Porsche Aktiengesellschaft | Kraftfahrzeug mit einer Luftleitvorrichtung |
| NL2001188C2 (nl) | 2008-01-15 | 2009-07-16 | Mci Mirror Controls Int Nl Bv | Aandrijving, alsmede aandrijfsysteem. |
| CN101499695B (zh) | 2008-02-02 | 2011-07-27 | 德昌电机(深圳)有限公司 | 座椅调节装置用齿轮马达 |
| DE102008042912A1 (de) * | 2008-10-16 | 2010-04-22 | Robert Bosch Gmbh | Sensoreinrichtung zum Erfassen der Drehlage eines rotierenden Bauteils |
| CN201350939Y (zh) | 2008-11-21 | 2009-11-25 | 吉迪开发有限公司 | 摩托车马表车速传输结构改良 |
| US8161919B2 (en) | 2008-12-08 | 2012-04-24 | Webasto Ag | Variable vent system integrated into a vehicle front end grill |
| DE102009014003A1 (de) | 2009-03-19 | 2010-09-23 | GM Global Technology Operations, Inc., Detroit | Kühlluftzufuhreinrichtung für einen Verbrennungsmotor mit einer Notbetätigungseinrichtung |
| JP2010223150A (ja) | 2009-03-25 | 2010-10-07 | Aisin Seiki Co Ltd | 車両用可動グリルシャッタ |
| JP5344233B2 (ja) | 2009-05-07 | 2013-11-20 | アイシン精機株式会社 | 車両用グリル装置 |
| CN101594029A (zh) * | 2009-07-01 | 2009-12-02 | 宁波双林汽车部件股份有限公司 | 双霍尔传感器电机 |
| DE102009035362B4 (de) | 2009-07-30 | 2025-09-11 | Röchling Automotive AG & Co. KG | Strömungsleitmechanismus für ein Kraftfahrzeug |
| JP2011079405A (ja) * | 2009-10-06 | 2011-04-21 | Honda Motor Co Ltd | 牽引車両におけるエンジン冷却装置 |
| JP5573268B2 (ja) | 2010-03-19 | 2014-08-20 | アイシン精機株式会社 | 車両用可動グリルシャッター |
| JP2011201439A (ja) | 2010-03-25 | 2011-10-13 | Aisin Seiki Co Ltd | 車両用可動グリルシャッター |
| US8463493B2 (en) | 2010-04-01 | 2013-06-11 | GM Global Technology Operations LLC | Powertrain thermal control with grille airflow shutters |
| US8561739B2 (en) | 2010-07-13 | 2013-10-22 | Aisin Seiki Kabushiki Kaisha | Movable grille shutter for vehicle |
| CN201846183U (zh) | 2010-11-08 | 2011-05-25 | 常州奥立思特电子有限公司 | 一种用于开关汽车天窗的蜗杆蜗轮减速电机 |
| NL2005697C2 (nl) * | 2010-11-15 | 2012-05-16 | Mci Mirror Controls Int Nl Bv | Verstelinrichting voor luchtinlaat, werkwijze voor het verstellen van een luchtinlaat met een verstelinrichting, motorvoertuig voorzien van een luchtinlaat met een verstelinrichting. |
| US8915320B2 (en) | 2011-10-13 | 2014-12-23 | GM Global Technology Operations LLC | Variable actuation rate shutter louvers |
| US8689617B2 (en) * | 2012-03-30 | 2014-04-08 | Ford Global Technologies, Llc | Engine cooling system control |
| US9341105B2 (en) * | 2012-03-30 | 2016-05-17 | Ford Global Technologies, Llc | Engine cooling system control |
-
2012
- 2012-06-12 NL NL2008990A patent/NL2008990C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2013
- 2013-06-11 WO PCT/NL2013/050414 patent/WO2013187760A1/en not_active Ceased
- 2013-06-11 US US14/407,139 patent/US9868347B2/en active Active
- 2013-06-11 KR KR20157000141A patent/KR20150023638A/ko not_active Ceased
- 2013-06-11 CN CN201810439628.XA patent/CN108674176A/zh active Pending
- 2013-06-11 EP EP13733080.9A patent/EP2858846B1/en not_active Not-in-force
- 2013-06-11 JP JP2015517212A patent/JP2015522468A/ja active Pending
- 2013-06-11 IN IN2603MUN2014 patent/IN2014MN02603A/en unknown
- 2013-06-11 CN CN201380039875.6A patent/CN104507728A/zh active Pending
Patent Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE19719991A1 (de) * | 1997-05-13 | 1998-11-19 | Mannesmann Vdo Ag | Lastverstelleinrichtung |
| EP2325035A1 (en) * | 2009-11-19 | 2011-05-25 | Aisin Seiki Kabushiki Kaisha | Grille control mechanism for vehicle |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| US20150174999A1 (en) | 2015-06-25 |
| IN2014MN02603A (nl) | 2015-09-11 |
| WO2013187760A1 (en) | 2013-12-19 |
| EP2858846A1 (en) | 2015-04-15 |
| CN104507728A (zh) | 2015-04-08 |
| US9868347B2 (en) | 2018-01-16 |
| EP2858846B1 (en) | 2019-03-27 |
| CN108674176A (zh) | 2018-10-19 |
| KR20150023638A (ko) | 2015-03-05 |
| JP2015522468A (ja) | 2015-08-06 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2008990C2 (nl) | Verstelinrichting en werkwijze voor het verstellen van afsluitelementen. | |
| CN107709687B (zh) | 车辆用开闭装置 | |
| CN102678008B (zh) | 一种自适应的车窗防夹控制电路及控制方法 | |
| CN105196953B (zh) | 一种车门运动干预式防撞控制方法 | |
| US9770974B2 (en) | Grill shutter device | |
| US20150096233A1 (en) | Opening control device in a vehicle door | |
| CN106065754A (zh) | 车辆以及打开和关闭车辆的车门的方法 | |
| KR102618702B1 (ko) | 차량의 플랩을 조정하기 위한 제어 모듈 | |
| JP2007530340A (ja) | 特に自動車のためのウィンドガラスワイパ装置 | |
| CN109808779B (zh) | 机动车辆以及用于可视地指示机动车辆速度的装置及方法 | |
| US6478436B1 (en) | Sensing mirror position in a powered mirror positioning system | |
| CN105863424A (zh) | 基于双霍尔传感器的车用防夹控制器 | |
| KR101904714B1 (ko) | 적응형 헤드램프의 초기화 방법 | |
| JP4615885B2 (ja) | モータ制御方法及びモータ制御装置 | |
| JP2009057038A (ja) | 車両用セキュリティ装置及び車両用開閉体制御装置 | |
| CN104396108B (zh) | 用于操作机电调整装置的装置和方法 | |
| TWI709764B (zh) | 單軸旋轉致動器 | |
| CN109057483B (zh) | 一种车库极限位置检测设备及检测方法 | |
| CN223390136U (zh) | 车辆过闸称重用门禁系统 | |
| KR102874205B1 (ko) | 자동차 내 또는 자동차 상에 설치하기 위한 설정 가능 유닛 | |
| KR100440010B1 (ko) | 경사로에서의 자동차문 자동 제어장치. | |
| CN204238137U (zh) | 交通安全监测系统 | |
| TWI586561B (zh) | The information feedback device and its data feedback method | |
| CN119103187A (zh) | 用于控制器的风扇调速方法、芯片、控制器及车辆 | |
| KR20130110975A (ko) | 광학장치 어셈블리 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PLED | Pledge established |
Effective date: 20140317 |
|
| RF | Pledge or confiscation terminated |
Free format text: RIGHT OF PLEDGE, REMOVED Effective date: 20170830 |
|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20230701 |