NL2006659C2 - Gestel voor het verdelen van een vloeistof over land. - Google Patents
Gestel voor het verdelen van een vloeistof over land. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2006659C2 NL2006659C2 NL2006659A NL2006659A NL2006659C2 NL 2006659 C2 NL2006659 C2 NL 2006659C2 NL 2006659 A NL2006659 A NL 2006659A NL 2006659 A NL2006659 A NL 2006659A NL 2006659 C2 NL2006659 C2 NL 2006659C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- frame
- towing vehicle
- connection
- liquid supply
- bend
- Prior art date
Links
- 239000007788 liquid Substances 0.000 title claims description 30
- 210000003608 fece Anatomy 0.000 claims description 11
- 239000010871 livestock manure Substances 0.000 claims description 11
- 238000010276 construction Methods 0.000 claims description 9
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 5
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 description 4
- 239000003337 fertilizer Substances 0.000 description 2
- 239000007921 spray Substances 0.000 description 2
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000012530 fluid Substances 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
Landscapes
- Body Structure For Vehicles (AREA)
Description
GESTEL VOOR HET VERDELEN VAN EEN VLOEISTOF OVER LAND
[0001] De uitvinding heeft betrekking op een gestel voor gebruik bij het verdelen van een vloeistof zoals vloeibare mest over land waarbij het gestel is aangebracht op een 5 trekvoertuig, met welk trekvoertuig een vloeistofaanvoermiddel zoals een oprolbare slang achter het trekvoertuig aan over het land wordt getrokken bij het verdelen van de vloeistof over het land, waarbij het gestel is voorzien van aansluitmiddelen waarop het vloeistofaanvoermiddel losneembaar kan worden aangesloten tot een aansluiting, en van een met, door het aan te sluiten vloeistofaanvoermiddel aan te voeren en door de 10 aansluiting te voeren, mest te voeden mestverdeeleenheid en een aantal met de mestverdeeleenheid verbonden monden of bemestingseenheden, waarbij de monden zijn aangebracht op een aantal achter het trekvoertuig in- en uitklapbare armen van het gestel.
15 [0002] Een dergelijk gestel is bekend uit de publicatie NL-1020096 waarvan de volledige inhoud als hier ingelast en herhaald dient te worden beschouwd.
[0003] Het is bekend dat hoe natter en/ of zachter het te bemesten of te bevloeien land is, hoe groter de weerstand die de slang op het trekvoertuig uitoefent en hoe groter de 20 trekkracht die het trekvoertuig moet leveren om de slang voort te trekken. Dit nadeel doet zich met name voor bij het doorlopen van een bocht, zoals bij het keren aan een rand van het land, met het doel een verder traject parallel en in tegengestelde richting aan een eerste traject af te leggen. Hier komt bij, dat hoe meer trekkracht een trekvoertuig moet leveren voor het aanslepen van de slang, hoe groter de schade die 25 aan het (drassige) land wordt toegebracht.
[0004] Volgens de publicatie NL-1020096 wordt dit nadeel opgeheven door het gestel [5] verder te voorzien van middelen (21) die zijn verbonden met de aansluitmiddelen (7), welke middelen (21) dienen voor het verplaatsen van de aansluiting (10a) van het 30 vloeistofaanvoermiddel (9) ten opzichte van het gestel (5).
[0005] In een verdere uitvoeringsvorm van de bekende inrichting kunnen de aansluitmiddelen zwenken om een verticale as aangebracht tussen de hef mast en het trekvoertuig. Dit verschaft het voordeel dat de weerstand welke door het 2 vloeistofaanvoermiddel op het trekvoertuig wordt uitgeoefend in belangrijke mate wordt verminderd. Het hieraan inherente nadeel, dat bij het doorlopen van een bocht het vloeistofaanvoermiddel zich onder het trekvoertuig blijft bevinden totdat er een lang rechtlijnig traject na de bocht is afgelegd, wordt opgeheven door verschaffing van een 5 rotatievrijheidsgraad in het horizontale vlak in aanvulling op de translatie-vrijheidsgraad met betrekking tot de verplaatsing van de aansluiting van het vloeistofaanvoermiddel ten opzichte van het gestel.
[0006] In een nog verdere uitvoeringsvorm van de bekende inrichting is het gestel 10 voorzien van een stuurcilinder waarmee aan het eind van het doorlopen van een bocht de verplaatsingsmiddelen (21) terug in de richting van het midden van het gestel (5) en weer in een stand rechtuit achter het gestel (5) en het trekvoertuig kunnen worden getrokken.
15 [0007] Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een verbeterd gestel waarmee het werkbereik waarover de verplaatsingsmiddelen en het daarmee verbonden vloeistofaanvoermiddel om of onder het trekvoertuig kunnen worden verplaatst, vergroot kan worden. Een ander doel van de uitvinding is het verschaffen van een verbeterd gestel dat bij gebruik in vergelijking met het bekende gestel een betere 20 stabiliteit en krachtoverbrenging kan bieden. Nog een ander doel van de uitvinding is het verschaffen van een verbeterd gestel waarvan de economische gebruiksduur verlengd kan worden.
[0008] Volgens de uitvinding worden een of meer van de genoemde doelen bereikt 25 door gebruik te maken van een gestel volgens conclusie 1. Daartoe voorziet de uitvinding in een gestel voor gebruik bij het verdelen van een vloeistof zoals vloeibare mest over land waarbij het gestel (5) is aangebracht op een trekvoertuig (1), met welk trekvoertuig een vloeistofaanvoermiddel (9) zoals een oprolbare slang achter het trekvoertuig (1) aan over het land (8) wordt getrokken bij het verdelen van de vloeistof 30 over het land, waarbij het gestel (5) is voorzien van aansluitmiddelen (7) waarop het vloeistofaanvoermiddel (9) losneembaar kan worden aangesloten tot een aansluiting (10, 10a) en van een met, door het aan te sluiten vloeistofaanvoermiddel (9) aan te voeren en door de aansluiting (10,10a) te voeren, mest te voeden mestverdeeleenheid (11) en een aantal met de mestverdeeleenheid (11) verbonden monden of bemestingseenheden (13), 3 waarbij de monden (13) zijn aangebracht op een aantal achter het trekvoertuig in- en uitklapbare armen van het gestel (5), en waarbij het gestel (5) verder is voorzien van middelen (21) die zijn verbonden met de aansluitmiddelen (7), welke middelen (21) dienen voor het verplaatsen van de aansluiting (10a) van het vloeistofaanvoermiddel (9) 5 ten opzichte van het gestel (5), welke verplaatsingsmiddelen (21) kunnen zijn opgenomen tussen de aansluitmiddelen (7) en het vloeistofaanvoermiddel (9) of tussen de aansluitmiddelen en de rest van het gestel, waarbij de aansluitmiddelen (7) kunnen zwenken om een verticale as aangebracht tussen de hefmast (3) en het trekvoertuig (1), en het gestel voorzien van een stuurcilinder (31) voor het vanaf het 10 eind van de te doorlopen bocht verplaatsen van de aansluiting (10a) terug in de richting van het midden van het gestel (5) en tot aan een stand rechtuit achter het gestel, met het kenmerk, dat de stuurcilinder deel uitmaakt van een groep van twee stuurcilinders (All, A12) die door middel van een hevelconstructie verbonden zijn met het deel van het gestel (Al) dat bij het doorlopen van de bocht om de verücale as (A2) wordt 15 gezwenkt.
[0009] Een voordeel van dit gestel is dat de slaglengte van een enkele cilinder niet langer een beperking van de hoek vormt waarover de aansluitmiddelen en daarmee de aansluiting, en het vloeistofaanvoermiddel achter het gestel of daaronder vandaan, 20 kunnen worden gezwenkt. Het zal duidelijk zijn, dat ook bij toepassing van uitsluitend twee onafhankelijk van elkaar werkende cilinders aan weerszijden van het gestel het voordeel van een grotere zwenkhoek in vergelijking met die van het bekende gestel niet wordt bereikt. In een dergelijk geval zouden de stuurcilinders, bij het zwenken van de aansluiting tussen de twee uiterste standen aan weerszijden van het gestel, de hartlijnen 25 van de verticale as doorsnijden en op deze wijze geen werkbaar samenstel vormen. Juist het toevoegen van een hevelconstructie als verbinding tussen de twee stuurcilinders verschaft het voordeel van een grotere zwenkhoek in vergelijking met een eenvoudigweg verdubbelde uitvoering van de stuurcilinder van het bekende gestel.
30 [0009A] Uit de publicatie NL-9301247 (D2) is op zich het gebruik van een dubbel uitgevoerde zuiger-cilindercombinatie bekend, evenals het verbinden van de dubbel uitgevoerde zuiger-cilindercombinatie met het gestel door middel van een hevelconstructie. Het gebruik van de bekende zuiger-cilindercombinatie is voor het in een verticaal vlak in- en uitklappen (in casu, om een horizontale as zwenken) van de 4 sproeiarmen die met het gestel verbonden zijn (D2, pagina 5, regel 35 - pagina 6, regel 5). Er is hierbij sprake van twee onafhankelijk van elkaar werkende zuiger-cilindercombinaties aan weerszijden van het gestel. Uit D2 is niet op te maken dat, laat staan hoe, een grotere zwenkhoek (in dit geval bij het in- en uitklappen van de 5 sproeiarmen in plaats van het om een verticale as met een stuurciliinder zwenken van een sleepslang om deze laatstgenoemde na het doorlopen van een bocht weer in een stand rechtuit achter het gestel en het trekvoertuig te trekken) in vergelijking met die van de bekende zuiger-cilindercombinatie te bereiken. Anders gezegd, het toepassen van de van D2 bekende zuiger-cilindercombinatie bij het gestel volgens de uitvinding 10 levert nog niet het technisch voordeel van een grotere zwenkhoek op.
[0010] Bij voorkeur omvat de hevelconstructie één extra draaipunt of draaibocht (A3, A4) per stuurcilinder.
15 [0011] Een voordeel hiervan is dat de voor de draaipunten extra benodigde ruimte klein blijft terwijl uit constructie-oogpunt in vergelijking met het bekende gestel een grotere stabiliteit en grotere krachtoverbrenging kunnen worden geaccommodeerd. Dit verschaft het verdere voordeel van een langere economische gebruiksduur in vergelijking met die van het bekende gestel.
20 [0011A] Uit de publicatie US-3865057 (D3) is op zich een hevelconstructie bekend met twee draaipunten (185,186). Deze constructie is slechts voor het vrijgeven van elementen 176 wanneer buis 161 wordt geroteerd. De verlengde verbindingsarmen 183, 184 zijn met buis 161 verbonden door middel van draaipunten 185,186 (zie D3, kolom 8, 25 regels 24-32 en Figuur 4). Doordat de armen 183,184 zich aan weerszijden van de buis 161 bevinden worden twee draaipunten toegepast. Meer valt uit deze specifieke passage van D3 niet op te maken. D3 maakt niet openbaar dat door toepassing van twee draaipunten de extra benodigde ruimte klein blijft (de ruimte nodig voor het vrijgeven van de elementen 176 blijft immers even groot). D3 maakt evenmin openbaar dat met 30 toepassing van twee draaipunten een grotere stabiliteit en grotere krachtoverbrenging kunnen worden geaccommodeerd: dit aspect komt immers niet eens aan de orde bij deze hevelconstructie volgens D3.
5
[0012] Bij voorkeur omvat de hevelconstructie een continu-vaste scharnierende verbinding met het deel van het gestel dat bij het doorlopen van de bocht om de verticale as wordt gezwenkt.
5 [0013] Een voordeel van deze continu-vaste scharnierende verbinding is dat, in vergelijking met een alternatieve krachtoverbrenging, zoals door middel van een ketting en tandwiel of door middel van een staalkabel en katrol, een meer slijtage-bestendige verbinding wordt verkregen waarmee een grote kracht kan worden overgebracht.
10 [0014] Deze en andere kenmerken van de uitvinding worden nader toegelicht aan de hand van de bijgaande tekeningen.
Figuur 1 toont in boven- en vooraanzicht een groep van twee stuurcilinders die door middel van een hevelconstructie volgens de uitvinding verbonden zijn met een deel van het gestel dat bij het doorlopen van de bocht om de verticale as wordt 15 gezwenkt. Figuur 1 toont een overzicht van de oriëntatie van de twee stuurcilinders en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in vijf standen die zich voordoen bij gebruik van het gestel.
Figuur 2 toont in bovenaanzicht en nader gedetailleerd een overzicht van de oriëntatie van de twee stuurcilinders en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van 20 het gestel in vijf standen volgens Figuur 1.
Figuur 3 toont in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in de ruststand, tevens middenstand.
Figuur 4 toont in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders 25 en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in een stand in of nabij het midden tussen de ruststand/middenstand en de uiterste stand bij het doorlopen van een bocht naar links.
Figuur 5 toont in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in de uiterste stand bij het 30 doorlopen van een bocht naar links.
Figuur 6 toont in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in een stand in of nabij het midden tussen de ruststand/middenstand en de uiterste stand bij het doorlopen van een bocht naar rechts.
Figuur 7 toont in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in de uiterste stand bij het doorlopen van een bocht naar rechts.
6 5 [0015] In Figuur 1 wordt in de twee tekeningen boven in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in de ruststand, tevens middenstand, getoond. In de vier tekeningen in het midden van het blad worden in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in twee 10 standen, die zich voordoen tijdens het doorlopen van een bocht naar links, getoond. In de vier tekeningen onder worden in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in twee standen, die zich voordoen tijdens het doorlopen van een bocht naar rechts, getoond.
15 [0016] In Figuur 2 zijn in bovenaanzicht nadere detaillering de twee stuurcilinders en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in de vijf standen volgens Figuur 1 getoond.
[0017] In Figuur 3 is in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders 20 en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in de ruststand, tevens middenstand, getoond. De rijrichting van het trekvoertuig (niet getoond) is verticaal omlaag in het vlak van de tekening. Een deel van het gestel Al draagt een verticale zwenkas A2. Aan de zwenkas A2 zijn aan draaibochten A3 en A4 hevels A5 en A6 zwenkbaar aangebracht. Het zich het verst van de betreffende draaibocht bevindende 25 eind van de hevel A5 (of A6) omvat een draaipunt A7 (of A8). Aan het draaipunt A7 (of A8) is een eind A9 (of AIO) van een cilinder All (of A12) bevestigd. Het andere eind van de cilinder A13 (of A14) is bevestigd aan het gestel Al.
[0018] In Figuur 4 is in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders 30 en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in een stand in of nabij het midden tussen de ruststand/middenstand en de uiterste stand bij het doorlopen van een bocht naar links getoond. De rechter cilinder A12 blijft ingeschoven, en de zuigerstang A15 van de linker cilinder All wordt een beetje uitgetrokken. De beweging 7 van de respectievelijke hevels A6 en A5 rondom de draaibochten A4 en A3 is zelfevident.
[0019] In Figuur 5 is in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders 5 en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in de uiterste stand bij het doorlopen van een bocht naar links getoond. De rechter cilinder A12 blijft ingeschoven, en de zuigerstang A15 van de linker cilinder All wordt volledig uitgetrokken. De beweging van de respectievelijke hevels A6 en A5 rondom de draaipunten A4 en A3 is zelf-evident.
10
[0020] In Figuur 6 is in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in een stand in of nabij het midden tussen de ruststand/middenstand en de uiterste stand bij het doorlopen van een bocht naar rechts getoond. De linker cilinder All blijft ingeschoven, de zuigerstang 15 A16 van de rechter cilinder A12 wordt een beetje uitgetrokken. De beweging van de respectievelijke hevels A5 en A6 rondom de draaibochten A3 en A4 is zelf-evident.
[0021] In Figuur 7 is in boven- en vooraanzicht de oriëntatie van de twee stuurcilinders en de hevelconstructie ten opzichte van de rest van het gestel in de uiterste stand bij het 20 doorlopen van een bocht naar links getoond. De linker cilinder All blijft ingeschoven, de zuigerstang A16 van de rechter cilinder A12 wordt volledig uitgetrokken. De beweging van de respectievelijke hevels A5 en A6 rondom de draaipunten is zelfevident.
25 [0022] De werking van de hevelconstructie van het gestel volgens de uitvinding is als volgt. De arm A17, die middelen 21 voor het verplaatsen van de aansluiting (10a) van het vloeistofaanvoermiddel (9) ten opzichte van het gestel (5) voorstelt, bijvoorbeeld een paar telescopisch in- en uit elkaar schuifbare buizen, voorstelt, wordt tijdens het doorlopen van een bocht door het trekvoertuig, gezwenkt om de verticale as A2. Deze 30 zwenking wordt bestuurd door middel van de twee stuurcilinders All en A12 aan weerszijden daarvan. De stuurcilinders zijn door middel van een hevelconstructie verbonden met de arm van het gestel Al. Wanneer de arm Al7, vanuit zijn middenpositie gezien, om de verticale as A2 zwenkt, bijvoorbeeld naar links, dan zal de rechter stuurcilinder A12 met de hevel A6 zich blokkeren tegen de arm van het gestel en 8 zal de zuigerstang A16 van deze (rechter) stuurcilinder uitschuiven. De linker stuurcilinder All krijgt daarentegen vanwege de zwenking om de verticale as vrijheid om met de hevelconstructie mee te bewegen zodanig dat de arm zich maximaal kan verdraaien totdat het einde van de werkbare slag is bereikt. Het voorgaande geldt met 5 de nodige wijzigingen wanneer de arm, vanuit zijn middenpositie gezien, naar rechts om de verticale as zwenkt.
[0023] Het is ook mogelijk om de constructie volgens de uitvinding omvattende twee stuurcilinders die onderling met een hevelconstructie met elkaar verbonden zijn, zonder 10 tussenkomst van een hefmast direct met een bemestingseenheid te verbinden.
Claims (3)
1. Gestel voor gebruik bij het verdelen van een vloeistof zoals vloeibare mest over land waarbij het gestel is aangebracht op een trekvoertuig, met welk trekvoertuig een 5 vloeistofaanvoermiddel zoals een oprolbare slang achter het trekvoertuig aan over het land wordt getrokken bij het verdelen van de vloeistof over het land, waarbij het gestel is voorzien van aansluitmiddelen waarop het vloeistofaanvoermiddel losneembaar kan worden aangesloten tot een aansluiting en van een met, door het aan te sluiten vloeistofaanvoermiddel aan te voeren en door de aansluiting te voeren, 10 mest te voeden mestverdeeleenheid en een aantal met de mestverdeeleenheid verbonden monden of bemestingseenheden, waarbij de monden zijn aangebracht op een aantal achter het trekvoertuig in- en uitklapbare armen van het gestel, en waarbij het gestel verder is voorzien van middelen die zijn verbonden met de aansluitmiddelen, welke middelen dienen voor het verplaatsen van de aansluiting 15 van het vloeistofaanvoermiddel ten opzichte van het gestel, welke verplaatsingsmiddelen kunnen zijn opgenomen tussen de aansluitmiddelen en het vloeistofaanvoermiddel of tussen de aansluitmiddelen en de rest van het gestel, waarbij de aansluitmiddelen kunnen zwenken om een verticale as aangebracht tussen de hefmast en het trekvoertuig, en het gestel voorzien van een stuurcilinder 20 voor het vanaf het eind van de te doorlopen bocht verplaatsen van de aansluiting terug in de richting van het midden van het gestel en tot aan een stand rechtuit achter het gestel, met het kenmerk, dat de stuurcilinder deel uitmaakt van een groep van twee stuurcilinders (All, A12) die door middel van een hevelconstructie verbonden zijn met het deel van het gestel (Al) dat bij het doorlopen van de bocht 25 om de verticale as (A2) wordt gezwenkt.
2. Gestel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de hevelconstructie één extra draaipunt (A3, A4) per stuurcilinder (All, A12) omvat.
3. Gestel volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de hevelconstructie een continu- vaste scharnierende verbinding met het deel van het gestel (Al) dat bij het doorlopen van de bocht om de verticale as wordt gezwenkt, omvat. -0-0-0- 35
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2006659A NL2006659C2 (nl) | 2011-04-22 | 2011-04-22 | Gestel voor het verdelen van een vloeistof over land. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2006659 | 2011-04-22 | ||
| NL2006659A NL2006659C2 (nl) | 2011-04-22 | 2011-04-22 | Gestel voor het verdelen van een vloeistof over land. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2006659C2 true NL2006659C2 (nl) | 2012-11-19 |
Family
ID=47472216
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2006659A NL2006659C2 (nl) | 2011-04-22 | 2011-04-22 | Gestel voor het verdelen van een vloeistof over land. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2006659C2 (nl) |
-
2011
- 2011-04-22 NL NL2006659A patent/NL2006659C2/nl not_active IP Right Cessation
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US9386748B2 (en) | Transport system for a header of an agricultural harvester | |
| CA2748693C (en) | Implement with tool bar behind wing frames | |
| NL2011413C2 (nl) | Veevoerwagen. | |
| CN102490644A (zh) | 一种超长物件运输装置及运输方法 | |
| US8567518B2 (en) | Agricultural device movable between a transport position and a working position | |
| DE102016121702B4 (de) | Vorteilhaft eingesetzte Lenkgelenkverbindung für eine landwirtschaftliche Erntemaschine bzw. einen Mähdrescher | |
| NL2006659C2 (nl) | Gestel voor het verdelen van een vloeistof over land. | |
| DE102010007366B4 (de) | Hubladebühne für Lastkraftwagen | |
| ITBZ20070051A1 (it) | Macchina semovente per operazioni di raccolta in colture arboree | |
| CA2940947C (en) | Hopper sliding 4-bar deployment system | |
| NL9401502A (nl) | Landbouwmachine. | |
| NL8204382A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL2008876C2 (nl) | Landbouwwerktuig. | |
| EP2526758B1 (de) | Mähmaschine | |
| DK2210473T3 (en) | CUTTING MACHINE WITH CROSSING TRANSPORTER | |
| US10537053B2 (en) | Implement wing caster wheel for transport | |
| NL1020096C2 (nl) | Gestel, en werkwijze, voor het verdelen van een vloeistof zoals vloeibare mest over land. | |
| NL2010737C2 (nl) | Landbewerkingsinrichting met een beweegbaar hulpframe voor het dragen van bewerkingsarmen. | |
| NL2012278C2 (nl) | Gelede werkarm en mobiele inrichting met verbeterde montage van stuurorgaan. | |
| ITPD20120219A1 (it) | Macchina irroratrice a tunnel perfezionata per distribuire prodotti fitosanitari su colture arboree | |
| RU148702U1 (ru) | Устройство для подбора и транспортировки рулонов льна | |
| FI62792C (fi) | Anordning foer slaeptransport av en laongstraeckt transportenhet | |
| NL2013775B1 (nl) | Landbouwwerktuig voor het verspreiden van een verpompbaar medium met versterkte spreider-arm, ombouwsel, voertuig voorzien van een dergelijk landbouwwerktuig en werkwijze voor het bedrijven van zo een landbouwwerktuig. | |
| NL1035004C2 (nl) | Schuif, bestemd voor bevestiging aan een voertuig zoals een tractor. | |
| RU142437U1 (ru) | Навесная сцепка для агрегатирования и транспортирования посевных агрегатов |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20141101 |