[go: up one dir, main page]

NL2000090C2 - Werkwijze en vaartuig voor het aanwinnen van land. - Google Patents

Werkwijze en vaartuig voor het aanwinnen van land. Download PDF

Info

Publication number
NL2000090C2
NL2000090C2 NL2000090A NL2000090A NL2000090C2 NL 2000090 C2 NL2000090 C2 NL 2000090C2 NL 2000090 A NL2000090 A NL 2000090A NL 2000090 A NL2000090 A NL 2000090A NL 2000090 C2 NL2000090 C2 NL 2000090C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
floating body
mixture
vessel
particulate material
conduit
Prior art date
Application number
NL2000090A
Other languages
English (en)
Inventor
Jan Kranendonk
Cornelis Van Rhee
Original Assignee
Oord N V Van
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Oord N V Van filed Critical Oord N V Van
Priority to NL2000090A priority Critical patent/NL2000090C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2000090C2 publication Critical patent/NL2000090C2/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02FDREDGING; SOIL-SHIFTING
    • E02F7/00Equipment for conveying or separating excavated material
    • E02F7/10Pipelines for conveying excavated materials
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02FDREDGING; SOIL-SHIFTING
    • E02F3/00Dredgers; Soil-shifting machines
    • E02F3/04Dredgers; Soil-shifting machines mechanically-driven
    • E02F3/88Dredgers; Soil-shifting machines mechanically-driven with arrangements acting by a sucking or forcing effect, e.g. suction dredgers
    • E02F3/8833Floating installations
    • E02F3/885Floating installations self propelled, e.g. ship
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02FDREDGING; SOIL-SHIFTING
    • E02F7/00Equipment for conveying or separating excavated material
    • E02F7/005Equipment for conveying or separating excavated material conveying material from the underwater bottom

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mining & Mineral Resources (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Ocean & Marine Engineering (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Underground Or Underwater Handling Of Building Materials (AREA)

Description

«
Werkwijze en vaartuig voor het aanwinnen van land
De uitvinding heeft betrekking op het aanwinnen van land door middel van het opspuiten van een mengsel uit water en deeltjes vormige materiaal, zoals zand en 5 dergelijke. In dat verband zijn reeds verschillende technieken bekend. Gewoonlijk wordt daarbij een mengsel van water en deeltjesvormige materiaal losgesneden en opgezogen van de bodem van het waterlichaam waarin de landaanwinning plaatsvindt. Het winnen van het mengsel geschiedt dan op een meer of minder ver van de landaanwinningspositie gelegen plaats, waarna het mengsel getransporteerd wordt naar 10 die positie. Het transport van het mengsel kan op verschillende manieren plaatsvinden.
Afhankelijk van de te overbruggen afstand, kan bijvoorbeeld een transportleiding geworden aangelegd. Het winnen van het mengsel, bijvoorbeeld door middel van een zuiginrichting, kan dan continu worden uitgevoerd, evenals het transport en het opspuiten van het mengsel. Volgens weer een andere mogelijkheid kan het mengsel op 15 de relatief verafgelegen plaats worden gewonnen door middel van een hopperzuiger. Het deeltjesvormige materiaal wordt daarbij opgenomen in de beun van de hopperzuiger. De hopperzuiger vaart vervolgens naar de landaanwinningspositie, alwaar het mengsel gelost wordt.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op deze laatste wijze van 20 landaanwinning, welke derhalve de stappen omvat van: -het verschaffen van een drijflichaam dat zich in het waterlichaam bevindt, -het op een andere positie dan de positie voor het aanwinnen van land opnemen van deeltjesvormig materiaal in het drijflichaam, -het verplaatsen van het drijflichaam met daarin het deeltjesvormige materiaal tot 25 nabij de positie voor het aanwinnen van land, -het toevoeren van een mengsel uit dat deeltjesvormige materiaal en water op de positie voor het aanwinnen van land door middel van verspuiten van dat mengsel via een of meer leidingen die is/zijn ondersteund ten opzichte van het drijflichaam
Verder is bekend om het deeltjesvormige materiaal te lossen door middel van 30 verspuiten. Het mengsel wordt daarbij met relatief grote snelheid verspoten vanaf de hopperzuiger. Met een grote boog volgens een min of meer ballistische baan komt het deeltjesvormige materiaal dan terecht op de gewenste positie, het zogenaamde "rainbowen". De afstand die daarmee kan worden overbrugd is vrij groot, bijvoorbeeld '0 0 0 9 0 « 2 50 tot 75 m. Om een dergelijke afstand te bereiken moet het mengsel met een voldoend grote snelheid worden verspoten, bijvoorbeeld met een snelheid van 40 m/s. In verband met het bereiken van een dergelijke snelheid is een behoorlijke pompcapaciteit nodig, en in de praktijk blijkt het noodzakelijk om daartoe twee pompen in serie te schakelen.
5 Wanneer de hopperzuiger is aangekomen bij de landaanwinningspositie, wordt deze zo dicht mogelijk bij het reeds bestaande talud gebracht. De hopperzuiger kan daarbij met de boeg gericht zijn naar het talud, doch ook is het mogelijk om de hopperzuiger langs het talud te positioneren. Vervolgens wordt de spuitmond waarmee het mengsel het mengsel verspoten wordt in de juiste richting gericht, zodanig dat het 10 mengsel op de gewenste plaats terecht komt. Het voordeel van een dergelijke gang van zaken is dat het deeltjes vormige materiaal kan worden aangebracht zonder dat daarvoor een transportleiding nodig is.
Vooral bij grote landaanwinningsprojecten bestaat een voortdurende behoefte aan het verder rationaliseren van de productie, dat wil zeggen aan het binnen kortere tijd 15 opspuiten van het mengsel. De hopperzuiger hoeft zich dan minder langdurig in stationaire toestand op de landaanwinningspositie te bevinden, en kan aldus met een hogere frequentie functioneren. Er kan dan binnen een bepaald tijdsbestek een grotere landaanwinning plaatsvinden. In dat verband zou bijvoorbeeld de pompcapaciteit verder kunnen worden verhoogd. Nadeel daarvan echter is dat de investeringen dan 20 aanzienlijk toenemen, en ook de verbruikte energie in verband met het verpompen scherp stijgt. Bovendien moet bedacht worden dat bij het verder vergroten van de pompsnelheid, de slijtage van de daarbij betrokken componenten meer dan evenredig sterk stijgt. Het te verpompen medium bezit immers een sterke schurende werking, afhankelijk van de aard van het deeltjesvormige materiaal.
25 Het doel van de uitvinding is daarom een werkwijze van het hiervoor beschreven type te verschaffen waarbij enerzijds op bekende wijze een vaartuig zoals een hopperzuiger voor het transport van deeltj esvormige materiaal kan worden toegepast, doch waarbij anderzijds de productie kan worden vergroot zonder dat daartoe aanvullende pompcapaciteit vereist is. Dat doel wordt bereikt door de stap van 30 het vanaf dat drijflichaam doen uitsteken van de leiding in de richting van de positie voor het aanwinnen van land.
Met de toepassing van een leiding die vanaf het drijflichaam over een behoorlijke afstand uitsteekt in de richting naar het talud, worden verschillende voordelen « 3 verkregen. Allereerst kan het mengsel door middel van een dergelijke leiding reeds op voldoend grote afstand van het drijflichaam worden gebracht zonder dat daarvoor een aanzienlijke pompcapaciteit nodig is. Het drijflichaam kan zoals gebruikelijk met de boeg tegen het talud worden aangebracht, of langszij het talud worden geplaatst. Door 5 de leiding in de gewenste richting uit te steken, kan reeds een gedeelte van de afstand die als gevolg van de diepgang van het drijflichaam overblijft tot de landaanwinningspositie, worden overbrugd. De rest van die afstand kan vervolgens worden overbrugd door het mengsel vanuit het eind van de leiding te verspuiten. Het aanvullend verspuiten van het mengsel vraagt echter aanzienlijk minder energie, 10 aangezien de afstand die door middel van de verspuiten moet worden overbrugd, nu belangrijk kleiner is.
Daaruit volgt dat met de werkwijze volgens de uitvinding, bij een zelfde afstand tussen het vaartuig en landaanwinningspositie, minder energie nodig is om een overeenkomstige hoeveelheid deeltjes vormige materiaal op de gewenste plaats te 15 brengen. Omgekeerd kan, met de beschikbare pompcapaciteit, een grotere hoeveelheid deeltjesvormige materiaal over een dergelijke afstand worden verpompt. De pompcapaciteit behoeft nu immers niet te worden gebruikt voor het verschaffen van een relatief grote snelheid aan het te verpompen mengsel, met andere woorden de ballistische baan kan beperkter blijven omdat een aanzienlijk deel van de door het 20 mengsel te overbruggen afstand reeds heeft plaatsgevonden in de leiding.
Een verder voordeel van een dergelijke werkwijze is dat de slijtage van de componenten zoals pomp, leiding en spuitmondstuk beperkt kan blijven als gevolg van de lagere snelheid van het verpompen mengsel. De schurende werking van het deeltjesvormige materiaal blijft immers laag. Daarbij kan verder ook nog het voordeel 25 worden verkregen dat de beschikbare pompcapaciteit nu kan worden gebruikt om een grotere hoeveelheid mengsel per tijdseenheid te verpompen. In beginsel kan een enkele pomp worden toegepast. Indien echter bijvoorbeeld aanvankelijk twee in serie geschakelde pompen werden toegepast voor het op relatief hoge snelheid verspuiten van het mengsel, kunnen bij de werkwijze volgens de uitvinding twee parallel 30 geschakelde pompen worden toegepast. Door middel van dergelijke parallel geschakelde pompen kan aanzienlijk meer van het mengsel per tijdseenheid worden verpompt, zij het op een lagere snelheid.
4
De werkwijze volgens de uitvinding kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. Volgens een eerste mogelijke variant omvat de werkwijze de stappen van: -het verplaatsen van de leiding naar een relatief ver uitgestoken stand nabij de positie voor het aanwinnen van land, 5 -het toevoeren van het mengsel nadat de leiding in die relatief ver uitgebroken stand is verplaatst.
De leiding behoeft slechts te worden uitgestoken wanneer het mengsel wordt verspoten. In de andere fasen van het productieproces, bijvoorbeeld tijdens het heen en weer varen naar de locatie waar het deeltjesvormige materiaal wordt gewonnen, 10 bevindt de leiding zich in de ingetrokken positie.
In dat verband kan de werkwijze volgens de uitvinding verder de stappen omvatten van: -het beëindigen van het toevoeren van het mengsel, -het verplaatsen van de leiding naar een relatief minder ver uitgestoken stand, of 15 naar een niet uitgestoken stand, na het beëindigen van het toevoeren van het mengsel. Volgens weer een andere variant kan de werkwijze volgens de uitvinding de stappen omvatten van: -het verschaffen van een hulpdrijflichaam, -het koppelen van het drijflichaam met het hulpdrijflichaam, 20 -het tenminste gedeeltelijk ondersteunen van de leiding op het hulpdrijflichaam, -het verspuiten van het mengsel terwijl het drijflichaam en het hulpdrijflichaam met elkaar zijn gekoppeld.
Bij een dergelijke werkwijze kunnen de aanpassingen aan het drijflichaam, zoals een hopperzuiger, beperkt blijven. De leiding kan bijvoorbeeld geheel worden 25 ondersteund op het hulpdrijflichaam, zodanig dat op het drijflichaam slechts een aansluiting behoeft te worden voorzien door middel waarvan de leiding kan worden aangesloten op de beun. Hoewel het aankoppelen van het hulpdrijflichaam aan het drijflichaam een extra handeling betekent, behoeft deze het tempo in het uitvoeren van de landaanwinningwerkzaamheden niet negatief te beïnvloeden. Dat kan bijvoorbeeld 30 worden verzekerd door de stappen van: -het koppelen van het drijflichaam met het hulpdrijflichaam op een koppelpositie die zich grotere afstand zich bevindt van de positie voor het aanwinnen van land dan de positie voor het verspuiten van het mengsel, 5 -het in gekoppelde positie doen varen van het drijflichaam en het hulpdrijflichaam naar de positie voor het verspuiten van het mengsel.
Het drijflichaam, zoals een hopperzuiger, en het hulpdrijflichaam kunnen nu met elkaar worden gekoppeld terwijl de hopperzuiger de afstand overbrugt tussen de 5 winplaats voor het deeltjesvormige materiaal, en de positie waar de landaanwinning plaatsvindt zodanig dat de periode waarbinnen zich een complete cyclus van winnen van deeltjesvormige materiaal en landaanwinnen niet langer hoeft te worden.
Zoals reeds vermeld, kan bij de werkwijze volgens de uitvinding bijvoorbeeld een hopperzuiger worden toegepast. In dat geval omvat de werkwijze volgens de uitvinding 10 te stappen van: -het verschaffen van een hopperzuiger, -het onttrekken van deeltjes vormig materiaal aan de bodem van het waterlichaam, -het opslaan van het onttrokken bodemmateriaal in de beun van de hopperzuiger, -het doen varen van de hopperzuiger tot nabij de positie voor het aanwinnen van IS land.
Gewezen wordt op een stand van de techniek, waarbij een hopperzuiger toegepast wordt voor het verdiepen van een vaargeul. Deze hopperzuiger bezit een vrijdragende ligger, die zijdelings ten opzichte van de hopperzuiger kan worden uitgestoken. De ligger ondersteunt een leiding via welke een mengsel uit water en het van de vaargeul 20 verwijderde deeltjesvormige materiaal kan worden afgevoerd. Aan het eind van de leiding bevindt zich een spuitmond, via welke het mengsel op afstand van een evenwijdig aan de vaargeul wordt gedeponeerd in het waterlichaam.
Bij deze bekende werkwijze gaat het om een continu proces, dat het direct toevoeren van het mengsel uit water en aan de vaargeul onttrokken deeltjesvormige 25 materiaal aan de genoemde leiding betreft. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om daarbij land aan te winnen, maar integendeel om een vaargeul te verdiepen. De beun van de hopperzuiger wordt derhalve ook niet periodiek gevuld en geledigd, zoals dat wel het geval is bij de werkwijze volgens de uitvinding. Er is geen sprake van het transport van deeltjesvormige materiaal vanaf een winplaats naar een positie waar 30 landaanwinning plaatsvindt.
Hoewel in het voorgaande als voorbeeld genoemd is het toepassen van een hopperzuiger in verband met het transport van het deeltjesvormige materiaal, is de uitvinding niet beperkt tot een dergelijke hopperzuiger. Het deeltjesvormige materiaal 6 kan ook anderszins gewonnen worden, bijvoorbeeld door middel van graafinrichtingen, doch het afvoeren vindt telkens plaats in de vorm van een mengsel via de genoemde leiding.
De leiding kan op allerlei verschillende wijzen worden ondersteund in de positie 5 waarin deze uitsteekt ten opzichte van het drijflichaam. Als voorbeeld wordt genoemd het ondersteunen van de leiding door middel van een hulpinstallatie, zoals een starre ligger of een boordkraan. De leiding zelf kan soepel of star zijn.
De uitvinding heeft er verder betrekking op een vaartuig voor gebruik bij de hiervoor beschreven werkwijze. Een dergelijk vaartuig omvat een drijflichaam 10 voorzien van een beun waarin een deeltjes vormige materiaal opneembaar is, middelen voor het in de beun overbrengen van een mengsel uit deeltjesvormige materiaal en water door middel van verpompen, bijvoorbeeld deeltjesvormige materiaal dat afkomstig is van de bodem van een waterlichaam, alsmede een afvoerleiding voor het afvoeren van het deeltjesvormige materiaal uit de beun, welke afvoerleiding brengbaar 15 is in een positie die uitsteekt ten opzichte van het drijflichaam. Volgens de uitvinding is voorzien dat de afvoerleiding is aangesloten op de beun, of is voorzien van aansluitmiddelen voor het aansluiten daarvan op de beun. Met behulp van een dergelijk vaartuig, bijvoorbeeld een hopperzuiger, kan allereerst het deeltjesvormige materiaal in de beun worden verzameld, waarna dit via de ten opzichte van het vaartuig uitstekende 20 leiding uit de beun op de plaats waar het landaanwinnen moet plaatsvinden, kan worden gedeponeerd.
Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm bevindt de afvoerleiding zich nabij de voorzijde van het drijflichaam, zodanig dat dit drijflichaam tot aan het talud kan worden gevaren, waarna het overbrengen van het deeltjesvormige materiaal op de 25 positie waar het land aanwinnen plaatsvindt, kan worden uitgevoerd. Daarbij kan de afvoerleiding zich in het bijzonder in de langsrichting van het drijflichaam uitstrekken. Volgens een verdere mogelijke uitvoeringsvorm is de afvoerleiding in de langsrichting van het drijflichaam verplaatsbaar. Tijdens gebruik bevindt de afvoerleiding zich in de uitgestoken toestand, terwijl bij het heen en weer varen van het drijflichaam tussen de 30 positie waar het deeltjesvormige materiaal wordt gewonnen, en de landaanwinningspositie de afvoerleiding zich binnen de contour van het drijflichaam bevindt.
7
Een alternatieve uitvoeringsvorm betreft de uitvinding betreft tevens, in combinatie, een vaartuig alsmede een hulpvaartuig voor gebruik bij de hiervoor beschreven werkwijze, welk vaartuig een drijflichaam omvat voorzien van een beun waarin een deeltjesvormige materiaal opneembaar is, middelen voor het in de beun 5 overbrengen van een mengsel uit deeltj esvormige materiaal en water door middel van verpompen, bijvoorbeeld deeltjesvormige materiaal dat afkomstig is van de bodem van een waterlichaam, alsmede afvoermiddelen voor het afVoeren van een mengsel uit deeltjesvormige materiaal en water uit de beun, en welk hulpvaartuig een leiding omvat welke uitsteekt ten opzichte van het hulpvaartuig, welk vaartuig en hulpvaartuig 10 koppelingsmiddelen omvatten voor het onderling koppelen daarvan alsmede aansluitmiddelen voor het aansluiten van de leiding van het hulpvaartuig op de afvoermiddelen van het vaartuig.
Vervolgens zal de uitvinding nader worden toegelicht aan de hand van enkele in de figuren weergegeven uitvoeringsvoorbeelden van een hopperzuiger die toegepast 15 kan worden bij de werkwijze.
Figuur 1 toont een zijaanzicht van een hopperzuiger volgens de uitvinding, voorzien van een leiding met ondersteunende ligger in teruggetrokken positie.
Figuur 2 toont het zijaanzicht volgens Figuur 1, met de leiding en uithouder in uitgestoken positie tijdens het aanwinnen van land.
20 Figuur 3 toont een vooraanzicht van de hopperzuiger volgens Figuur 1.
Figuur 4 toont een zijaanzicht van de combinatie van een hopperzuiger met een hulpvaartuig volgens de uitvinding.
Figuur 5 toont een bovenaanzicht op de combinatie van Figuur 4.
De in de figuren een 1-3 weergegeven hopperzuiger omvat een romp 1, aan de 25 achterzijde waarvan zich een opbouw 2 bevindt. Andere opstellingen zijn echter ook mogelijk. Tevens zijn aldaar de roeren 3 en schroeven 4 voorzien. Op gebruikelijke wijze is de hopperzuiger voorzien van zich aan weerszijden van de romp 1 bevindende zuigbuizen 5, elk voorzien van een zuigkop 6. In de tekeningen zijn de zuigbuizen 5 in de omhoog bewogen of rustpositie afgebeeld.
30 Bij de werkwijze volgens de uitvinding wordt door middel van deze zuigbuizen 5 en zuigkoppen 6 bodemmateriaal, zoals zand, in de vorm van een mengsel met water opgezogen en opgenomen in de schematisch met onderbroken lijnen weergegeven beun 7 opgenomen. Het deeltjesvormige materiaal kan naast zand ook silt, slib, klei en 8 dergelijke omvatten. In dat verband wordt ook over baggerspecie gesproken. Vervolgens vaart en de hopperzuiger naar een positie waar land moet worden aangewonnen, welke positie in Figuur 2 schematisch is aangeduid met het talud 8. Dit talud 8 loopt geleidelijk aan omhoog tot boven het watemiveau 16 van het 5 waterlichaam 17 waarin zich de hopperzuiger bevindt. Op dit zich boven het watemiveau 16 bevindende gedeelte van het talud 8 moet het zich in de beun 7 bevindende bodemmateriaal, zoals zand, uiteindelijk terechtkomen.
In dat verband wordt door middel van de pomp 9 een mengsel uit water en deeltjesvormige bodemmateriaal uit de beun 7 opgezogen. Bij de gebruikelijke 10 werkwijze volgens de stand van de techniek wordt dit mengsel vanaf de boeg 10 van de hopperzuiger in een min of meer ballistische baan gespoten naar het boven water liggende gedeelte van het talud 8. Voor het aldus verspuiten van het mengsel moet de pomp 9, of een combinatie van dergelijke pompen, een behoorlijk vermogen leveren. De te overbruggen afstand ligt in orde van grootte van 50 tot 100 m, hetgeen betekent 15 dat bij het verlaten van de leiding het mengsel bij voorkeur een snelheid moet hebben van ongeveer 40 m/s. Andere waarden voor de snelheid zijn echter ook mogelijk.
Teneinde het voor het overbruggen van die afstand benodigde vermogen van de pompen 9 te beperken, is volgens de uitvinding de in zijn geheel met 11 aangeduide leiding voorzien, alsmede de uithouder 12 welke deze leiding 11 ondersteunt. De 20 uithouder 12 is door de verplaatsingsmiddelen 13 in zijn langsrichting verschuifbaar ondersteund ten opzichte van het dek van de romp 1. Alvorens het verspuiten van het mengsel dat zich bevindt in de beun 1 te starten, wordt de ligger 12 met de leiding 11 vanuit de in Figuur 1 weergegeven rustpositie, verplaatst naar de in Figuur 2 weergegeven werkzame positie. In die laatste werkzame positie wordt de leiding 11 via 25 de aansluitmiddelen 14 gekoppeld met de pompen 9. Het mengsel wordt nu vanuit de beun 7 door de pompen 9 en de aansluiting 14 via de leiding 11 getransporteerd naar het spuitmondstuk 15 dat zich bevindt aan het eind van de leiding 11. Aangezien dat spuitmondstuk 15 relatief dicht in de buurt ligt van het zich boven het watemiveau 16 van het waterlichaam 17 bevindende gedeelte van het talud 8, behoeft het mengsel nog 30 slechts over een relatief korte afstand verspoten te worden, hetgeen schematisch aangegeven is door middel van het traject 18.
Omdat dit traject 18 aanzienlijk korter is dan het traject dat bij een hopperzuiger volgens de stand van de techniek moest worden afgelegd vanaf de boeg 10, is voor het 9 verspuiten van het mengsel een aanzienlijk kleiner vermogen benodigd. Dit betekent dat bij een zelfde pompcapaciteit, een grotere hoeveelheid mengsel per tijdseenheid kan worden getransporteerd, zodanig dat als gevolg van het toepassen van de leiding 12, het lossen van een hopperzuiger sneller kan geschieden. Daardoor kan het tempo van het 5 landaanwinnen belangrijk worden verhoogd, hetgeen belangrijke kostenvoordelen oplevert.
In de variant van de figuren 4 en 5 is een combinatie weergegeven uit een hopperzuiger en een hulpvaartuig, in het onderhavige geval een ponton 19, volgens de uitvinding. De leiding 11 is aangebracht op dit ponton 19. Op de hopperzuiger bevindt 10 zich een op zich bekende leiding 21, voorzien van een klep 23 door middel waarvan een verbinding kan worden bewerkstelligd met ofwel het standaard-spuitmondstuk 22, dan wel met het aansluitstuk 24. De leiding 11 bezit een tegenaansluitstuk 25, welk aansluitstuk 24 en tegenaansluitstuk 25 samen de aansluitmiddelen 20 vormen. Nadat het tegenaansluitstuk 25 is aangesloten op het aansluitstuk 24 van de zuiger, kan door 15 middel van de leiding 11 het opspuiten worden uitgevoerd.
00009 0

Claims (24)

1. Werkwijze voor het aanwinnen van land op een positie in een waterlichaam (7), omvattende de stappen van: 5 -het verschaffen van een diijflichaam (1) dat zich in het waterlichaam (17) bevindt, -het op een andere positie dan de positie voor het aanwinnen van land opnemen van deeltjesvormig materiaal in het drijflichaam (1), - het verplaatsen van het drijflichaam (1) met daarin deeltjes vormige materiaal tot 10 nabij de positie voor het aanwinnen van land, - het toevoeren van een mengsel uit dat deeltjesvormige materiaal en water op de positie voor het aanwinnen van land door middel van verspuiten van dat mengsel via tenminste een leiding (11) die is ondersteund ten opzichte van het drijflichaam (1), gekenmerkt door 15 -het vanaf dat drijflichaam (1) doen uitsteken van de leiding (11) in de richting van de positie voor het aanwinnen van land.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, omvattende de stap van: -het doen uitsteken van de leiding (11) over een afstand van tenminste 10 m. 20
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, omvattende de stap van: -het ten opzichte van het drijflichaam (1) doen verplaatsen van de leiding (11) naar de uitgestoken stand.
4. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, omvattende de stappen van: -het verplaatsen van de leiding (11) naar een relatief ver uitgestoken stand nabij de positie voor het aanwinnen van land, -het toevoeren van het mengsel nadat de leiding (11) in die reLatief ver 30 uitgestoken stand is verplaatst.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, omvattende de stappen van: -het beëindigen van het toevoeren van het mengsel, 000090 -het verplaatsen van de leiding (11) naar een relatief minder ver uitgestoken stand, of naar een niet uitgestoken stand, na het beëindigen van het toevoeren van het mengsel.
6. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, omvattende de stappen van: -het verschaffen van een hulpdrijflichaam (19), -het koppelen van het drijflichaam (1) met het hulpdrijflichaam (19), -het tenminste gedeeltelijk ondersteunen van de leiding (11) op het hulpdrijflichaam (19), 10 -het verspuiten van het mengsel terwijl het drijflichaam (1) en het hulpdrijflichaam (19) met elkaar zijn gekoppeld.
7. Werkwijze volgens conclusie 6, omvattende de stappen van: -het permanent ondersteunen van de leiding (11) op het hulpdrijflichaam (19), 15 -het koppelen van de leiding (11) met het leidingstelsel van het drijflichaam (1).
8. Werkwijze volgens conclusie 6 of 7, omvattende de stappen van: -het koppelen van het drijflichaam (1) met het hulpdrijflichaam (19) op een koppelpositie die zich grotere afstand zich bevindt van de positie voor het aanwinnen 20 van land dan de positie voor het verspuiten van het mengsel, -het in gekoppelde positie doen varen van het drijflichaam (1) en het hulpdrijflichaam (19) naar de positie voor het verspuiten van het mengsel.
9. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, omvattende de stap van: 25 -het verspuiten van het mengsel door middel van tenminste twee parallel geschakelde pompen (9).
10. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, omvattende de stappen van: 30 -het verschaffen van een hopperzuiger, -het onttrekken van deeltjes vormig materiaal aan de bodem van het waterlichaam (17), -het opslaan van het onttrokken bodemmateriaal in de beun (7) van de hopperzuiger, -het doen varen van de hopperzuiger tot nabij de positie voor het aanwinnen van land. 5
11. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, omvattende de stap van: -het verschaffen van een spuitmond (15), -het voeden van de spuitmond (15) via de leiding (11), -het positioneren van de spuitmond (15) op afstand van de positie voor het 10 aanwinnen van land.
12. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, omvattende de stap van: -het via in wezen een ballistische baan (18) toevoeren van het mengsel op de positie voor het aanwinnen van land (rainbowing). 15
13. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, omvattende de stap van: -het ondersteunen van de leiding (11) doormiddel van een hulpinstallatie, zoals een starre uithouder (12) of een boordkraan.
14. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, omvattende de stap van: -het verschaffen van een tenminste gedeeltelijk starre leiding (11).
15. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, omvattende de stap van het verschaffen van een tenminste gedeeltelijk soepele leiding (11). 25
16. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, omvattende het in de langsrichting van het drijflichaam doen uitstrekken van de leiding (11).
17. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende het nabij een 30 talud brengen van het vaartuig.
18. Vaartuig voor gebmik bij de werkwijze volgens een der conclusies 1 -5 en 9-17 wanneer afhankelijk van conclusie 1-5, omvattende een drijflichaam (1) voorzien van een beun (7) waarin een deeltjesvormige materiaal opneembaar is, middelen voor het in de beun (7) overbrengen van een mengsel uit deeltjesvormige materiaal en water door middel van verpompen, bijvoorbeeld deeltjesvormige materiaal dat afkomstig is 5 van de bodem van een waterlichaam (17), alsmede een leiding (11) voor het afvoeren van het deeltjesvormige materiaal uit de beun (7), welke leiding (11) brengbaar is in een positie die uitsteekt ten opzichte van het drijflichaam (1), met het kenmerk dat de leiding (11) is aangesloten op de beun (7), of is voorzien van aansluitmiddelen (14) voor het aansluiten daarvan op de beun (7). 10
19. Vaartuig volgens conclusie 18, waarbij het drijflichaam (1) een voorzijde en een achterzijde heeft, welke achterzijde is voorzien van voortstuwingsmiddelen (3,4) en de leiding (11) zich bevindt nabij de voorzijde van het drijflichaam (1).
20. Vaartuig volgens conclusie 19, waarbij de leiding (11) zich in de langsrichting van het drijflichaam (1) uitstrekt.
21. Vaartuig volgens conclusie 20, waarbij de leiding (11) in de langsrichting van het drijflichaam (1) verplaatsbaar is. 20
22. Vaartuig volgens een der conclusies 18-21, waarbij de leiding (11) is ondersteund door een steunconstructie (12).
23. Vaartuig volgens een der conclusies 18-22, waarbij de leiding over een 25 afstand van tenminste 10 m uitsteekt.
24. In combinatie, een vaartuig alsmede een hulpvaartuig (19) voor gebruik bij de werkwijze volgens een der conclusies 6-8 en 9-17 wanneer afhankelijk van een der conclusies 6-8, welk vaartuig een drijflichaam (1) omvat 30 voorzien van een beun (7) waarin een deeltjesvormige materiaal opneembaar is, middelen voor het in de beun (7) overbrengen van een mengsel uit deeltjesvormige materiaal en water door middel van verpompen, bijvoorbeeld deeltjesvormige materiaal dat afkomstig is van de bodem van een waterlichaam, alsmede afvoermiddelen (9,11) voor het afvoeren van een mengsel uit deeltj esvormige materiaal en water uit de beun (7), en welk hulpvaartuig (19) een afVoerleiding (11) omvat welke uitsteekt ten opzichte van het hulpvaartuig (19), welk vaartuig en hulpvaartuig (19) 5 30 koppelingsmiddelen omvatten voor het onderling koppelen daarvan alsmede aansluitmiddelen (20) voor het aansluiten van de afVoerleiding (11) van het hulpvaartuig (19) op de afvoermiddelen van het vaartuig. 00. o 9 o
NL2000090A 2006-06-07 2006-06-07 Werkwijze en vaartuig voor het aanwinnen van land. NL2000090C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2000090A NL2000090C2 (nl) 2006-06-07 2006-06-07 Werkwijze en vaartuig voor het aanwinnen van land.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2000090 2006-06-07
NL2000090A NL2000090C2 (nl) 2006-06-07 2006-06-07 Werkwijze en vaartuig voor het aanwinnen van land.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2000090C2 true NL2000090C2 (nl) 2007-12-11

Family

ID=37561172

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2000090A NL2000090C2 (nl) 2006-06-07 2006-06-07 Werkwijze en vaartuig voor het aanwinnen van land.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2000090C2 (nl)

Citations (11)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2880981A (en) * 1958-01-30 1959-04-07 Socony Mobil Oil Co Inc Method and system for producing oil tenaciously held in porous formations using a dredging operation
US2926437A (en) * 1956-12-03 1960-03-01 Ellicott Machine Corp Dredge discharge pipe
US3352035A (en) * 1964-05-12 1967-11-14 Nat Bulk Carriers Inc Dredge
US3881530A (en) * 1972-05-17 1975-05-06 Giovanni Faldi Plant for evacuating dredged material
DE2930745A1 (de) * 1979-07-28 1981-02-19 Dhv Raadgevend Ing Baggerfahrzeug
EP0078549A1 (en) * 1981-11-04 1983-05-11 Lehigh Valley Industries, Inc. Ball joint
JPS6172132A (ja) * 1984-09-18 1986-04-14 Susumu Sakurada ダム湖用浚渫装置
FR2580693A1 (fr) * 1985-04-17 1986-10-24 Briand Sa Ets Barge de dragage pour travaux en site urbain notamment
US4999934A (en) * 1987-05-18 1991-03-19 R. A. Hanson Company, Inc. Dredging apparatus
US5428908A (en) * 1993-03-09 1995-07-04 Kerfoot; William B. Apparatus and method for subsidence deepening
JPH08270002A (ja) * 1995-04-03 1996-10-15 Chiyoda Corp 浚渫泥土の処分方法

Patent Citations (11)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2926437A (en) * 1956-12-03 1960-03-01 Ellicott Machine Corp Dredge discharge pipe
US2880981A (en) * 1958-01-30 1959-04-07 Socony Mobil Oil Co Inc Method and system for producing oil tenaciously held in porous formations using a dredging operation
US3352035A (en) * 1964-05-12 1967-11-14 Nat Bulk Carriers Inc Dredge
US3881530A (en) * 1972-05-17 1975-05-06 Giovanni Faldi Plant for evacuating dredged material
DE2930745A1 (de) * 1979-07-28 1981-02-19 Dhv Raadgevend Ing Baggerfahrzeug
EP0078549A1 (en) * 1981-11-04 1983-05-11 Lehigh Valley Industries, Inc. Ball joint
JPS6172132A (ja) * 1984-09-18 1986-04-14 Susumu Sakurada ダム湖用浚渫装置
FR2580693A1 (fr) * 1985-04-17 1986-10-24 Briand Sa Ets Barge de dragage pour travaux en site urbain notamment
US4999934A (en) * 1987-05-18 1991-03-19 R. A. Hanson Company, Inc. Dredging apparatus
US5428908A (en) * 1993-03-09 1995-07-04 Kerfoot; William B. Apparatus and method for subsidence deepening
JPH08270002A (ja) * 1995-04-03 1996-10-15 Chiyoda Corp 浚渫泥土の処分方法

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5970635A (en) Jet agitation dredging system
US3975842A (en) Method and apparatus for dredging employing a transport fluid flowing in substantially closed recirculating course
CN103781968B (zh) 耙头及耙吸式挖掘船
US3456371A (en) Process and apparatus for mining deposits on the sea floor
NL9400168A (nl) Werkwijze voor het baggeren met een hopperzuiger alsmede hopperzuiger daarvoor.
US4604000A (en) Method for removing sludge or mud from the bottom of a water area
US20100083542A1 (en) Remotely operated submerged dredging system
NL2000090C2 (nl) Werkwijze en vaartuig voor het aanwinnen van land.
US5183579A (en) Method, system and apparatus for handling substances on or in water
EP2141288B1 (en) Method for delivering large quantities of under water soil to a reclamation area
US5167841A (en) Removing material debris from body of water
US20240417951A1 (en) Dredging system and method for dredging
FI81864C (fi) Sugmuddringsanordning
MXPA01007440A (es) Carga y descarga de una substancia solida que tiene alto grado de contenido de agua.
EP2543774B1 (en) Device for displacing bottom material under water and method for applying such a device
CN204080895U (zh) 一种疏浚机及安装有该疏浚机的疏浚船
US3618236A (en) Apparatus for digging an underwater trench
CN109083099B (zh) 一种围填海陆域形成的施工方法
NL8302042A (nl) Inrichting voor de verwijdering van olieverontreinigingen op water.
AU2018290176B2 (en) Trailing suction hopper dredger having a recycle system for effluent and method for suction dredging
KR100505194B1 (ko) 선적된 토사의 이송 장치
CN209854808U (zh) 水下履带式削坡设备
JP2006348666A (ja) 水中物吸引搬送装置とこれを用いた浚渫方法、ケーソンの中詰材除去方法及び基礎杭内の堆積物除去方法
EP0034857A1 (en) Movable dredging device
JP6445507B2 (ja) 水路堆積物除去装置

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20200701