[go: up one dir, main page]

NL8302042A - Inrichting voor de verwijdering van olieverontreinigingen op water. - Google Patents

Inrichting voor de verwijdering van olieverontreinigingen op water. Download PDF

Info

Publication number
NL8302042A
NL8302042A NL8302042A NL8302042A NL8302042A NL 8302042 A NL8302042 A NL 8302042A NL 8302042 A NL8302042 A NL 8302042A NL 8302042 A NL8302042 A NL 8302042A NL 8302042 A NL8302042 A NL 8302042A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
sweeping
arm
collection box
screen
water
Prior art date
Application number
NL8302042A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Bagger En Aannemingsmaatschapp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Bagger En Aannemingsmaatschapp filed Critical Bagger En Aannemingsmaatschapp
Priority to NL8302042A priority Critical patent/NL8302042A/nl
Priority to EP84200806A priority patent/EP0129279A1/en
Publication of NL8302042A publication Critical patent/NL8302042A/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02BHYDRAULIC ENGINEERING
    • E02B15/00Cleaning or keeping clear the surface of open water; Apparatus therefor
    • E02B15/04Devices for cleaning or keeping clear the surface of open water from oil or like floating materials by separating or removing these materials
    • E02B15/046Collection of oil using vessels, i.e. boats, barges
    • E02B15/047Collection of oil using vessels, i.e. boats, barges provided with an oil collecting boom arranged on at least one side of the hull
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02BHYDRAULIC ENGINEERING
    • E02B15/00Cleaning or keeping clear the surface of open water; Apparatus therefor
    • E02B15/04Devices for cleaning or keeping clear the surface of open water from oil or like floating materials by separating or removing these materials
    • E02B15/10Devices for removing the material from the surface
    • E02B15/108Ejection means
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02ATECHNOLOGIES FOR ADAPTATION TO CLIMATE CHANGE
    • Y02A20/00Water conservation; Efficient water supply; Efficient water use
    • Y02A20/20Controlling water pollution; Waste water treatment
    • Y02A20/204Keeping clear the surface of open water from oil spills

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Environmental & Geological Engineering (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Cleaning Or Clearing Of The Surface Of Open Water (AREA)
  • Removal Of Floating Material (AREA)

Description

ιγ:ο. 31767 i *
Inrichting voor de verwijdering van olieverontreinigingen op water,
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor de verwijdering van olieverontreinigingen op water, in het bijzonder voor ingedikte 5 verontreinigingen op zee, bestaande uit een vaartuig met ten minste één in hoofdzaak stijve van drijvers en van middelen voor het vegen en geleiden van de verontreiniging voorziene veegarm, met middelen zoals hijskranen, lieren en kabels voor het besturen en geleiden van de veegarm tussen een maximaal uitgevierde veegstand en een minimaal uitgevier-10 de veegstand en ten minste een langszij en/of aan boord gehesen ruststand, met een zelfdrijvende verzamelkast aan het vaartuigzijdige einde van de veegarm, voorzien van een rooster, een skimmer en een buigzame zuigleiding aangesloten tussen het benedendeel van de verzamelkast en een zuigpomp welke laatste het geveegde olie/water-mengsel naar schei-15 dingstanks in het schip pompt.
Inrichtingen van dit soort zijn bekend uit de Europese octrooiaanvrage 0.048.054 en de Nederlandse octrooiaanvrage 77.00815. Beide publi-katies beschrijven inrichtingen met enkele of dubbele rijen schermen of schotten, welke over de lengte van de veegarm aangebracht zijn en er 20 voor bestemd zijn om een stroming van de op het water drijvende verontreiniging in de richting van de verzamelkast langszij het boord van het vaartuig te veroorzaken. Gedeeltelijk zijn deze schotten instelbaar terwijl andere en in het bijzonder de eigenlijke veegschotten in vertikale richting vrij beweeglijk uitgevoerd zijn doordat zij in goten van de 25 veegarmkonstruktie geleid zijn. De schotten zijn elk zelfdrijvend en beoogd wordt dat zij met de deining op en neer kunnen bewegen om op effek-tieve wijze ondanks de deining alle verontreinigingen te kunnen tegenhouden en geleiden naar de verzamelkast. In de verzamelkast is een veelal vertikaal rooster aangebracht om grove verontreinigingen, zoals bij-30 voorbeeld hout en touw, tegen te houden, welke de veelal toegepaste schroefpompen zouden beschadigen. De bekende installaties zijn bovendien alle uitgevoerd met een skimmer of afschuimer welke de deining zodanig volgt, dat enerzijds slechts de bovenste laag van het oppervlak in de verzamelkast kan overstromen, zodat zoveel mogelijk olieverontreiniging 35 en zo min mogelijk water wordt opgezogen door de zuigpomp, en anderzijds de verzamelkast niet leeg kan raken en de pomp lucht zou aanzuigen. In de tanks in het schip moeten immers water en olie gescheiden worden, zodat het van voordeel is om zo min mogelijk water mee op te zuigen.
In de praktijk is gebleken, dat de beschreven veegarminstallaties 40 effektief en betrouwbaar werken zolang de olieverontreinigingen dun 8302042 \ _ r * 9 vloeibaar zijn en als het ware nog enige "smerende” eigenschappen hebben waardoor de vrijdrijvende panelen of schotten niet belemmerd worden in hun bewegingsvrijheid om de deining te volgen. Is de olieverontreiniging dik vloeibaar of begint kleverig te worden, dan blijken de inrichtingen 5 niet meer betrouwbaar te werken. Geheel onbruikbaar zijn de bekende inrichtingen echter wanneer de verontreinigingen sterk ingedikt zijn, veelal door wat langduriger verblijf op het water, waardoor de lichtere frakties gelegenheid hebben gekregen om te verdampen. Uiteraard is dit verschijnsel sterk afhankelijk van het soort en type van de oorspronke-10 lijke olieverontreiniging. Bij hoge (zee)watertemperatuur vindt de verdamping sneller plaats en stormachtig weer met overslaande golven kan de indikking sterk bevorderen door emulsievorming van (zee)water met de olie. Door het verdampen van de lichte frakties uit de olieverontreiniging en het eventuele insluiten van water komt het veelvuldig voor dat 15 het soortelijk gewicht van de verontreinigingen nagenoeg gelijk wordt aan die van het water, zodat er geen duidelijke verontreinigingslaag meer op het wateroppervlak aanwezig is doch nabij en vlak onder het oppervlak verontreinigingen zweven, en zelfs tot ongeveer 1 meter onder de waterspiegel. De daarbij gevonden substantie van de verontreinigingen 20 bestaat veelal uit grote, sterk kleverige conglomeraten tot een grootte van enige tientallen kilo's en ook wel gevormd tot lange slierten tot enige meters lengte. In de praktijk is nu gevonden, dat, zoals te verwachten was, de bestaande en bovenbeschreven veeginrichtingen ten eenma-le niet in staat bleken te zijn dit soort verontreiningen te verwerken. 25 Binnen korte tijd was alles verstopt en dichtgekoekt met de kleverige massa zodat verder werken onmogelijk was en het bovendien grote inspanning kostte om de veegarmen met al hun bewegende delen weer te reinigen en in werkzame toestand terug te brengen.
Het komt helaas veelvuldig voor, bijvoorbeeld tengevolge van de 30 weersgesteldheid of omdat de voor het vegen ingerichte schepen niet aanstonds beschikbaar zijn of de verontreinigingen zich op relatief grote afstand van de veegschepen bevinden, dat de olieverontreinigingen gelegenheid en tijd hebben gekregen om de beschreven kleverige kluiten en slierten te vormen. De uitvinding beoogt nu een veegarminrichting te 35 verschaffen welke er speciaal voor ingericht is om dergelijke ingedikte kleverige verontreinigingen op zee op effektieve wijze en zonder bedrijf sonderbrekingen te kunnen verwijderen. Daarbij dient de inrichting geschikt te blijven voor het vegen van nog dun vloeibare verontreinigingen terwijl het van voordeel zou zijn wanneer de nieuwe inrichting toe-40 gepast zou kunnen worden op bestaande schepen. In het bijzonder wordt 8302042 3 * daarbij gedacht aan het type zeewaardige hopperzuigers welke reeds voorzien zijn van een zuigpomp voor een zand-klel-water-mengsel en van grote hoppers of tanks.
Volgens de uitvinding wordt de in de aanhef omschreven inrichting 5 nu daardoor gekenmerkt dat de veegmiddelen van de veegarm uit een in hoofdzaak vertikaal star glad scherm bestaan, vast aangebracht aan de voorzijde tegen de veegarm (in vaarrichting gezien), welk scherm tot een aanzienlijke diepte beneden de gemiddelde waterspiegel omlaag uitsteekt, dat over de gehele lengte van de veegarm een drukwaterleiding aange-10 bracht is, aangesloten op een bron van aanzienlijke druk, en dat op onderlinge afstanden nabij de bovenrand op enige afstand voor het veeg-scherm een aantal spuitmondstukken aangebracht zijn welke in hoofdzaak onder een geringe hoek naar het scherm toe en schuin omlaag en schuin naar de verzamelkast toe gericht zijn, 15 en dat in de verzamelkast ten minste één spuitmondstuk op het rooster en ten minste één spuitmondstuk als spuitlans onder in de kast, in hoofdzaak horizontaal naar en in de zuigaansluiting van de buigzame zuiglei-ding gericht is.
Toepassing van een glad star veegscherm heeft het voordeel dat be-20 wegende delen ontbreken welke door de kleverige verontreinigingen al snel hun werking zouden verliezen.
Door de toegepaste spuitmondstukken worden waterstralen met grote kracht tegen en langs het scherm gericht met een in hoofdzaak vierledig doel. De onderstaande volgorde is niet maatgevend voor het belang der 25 verschillende funkties omdat deze onder meer van de lokale situatie afhangen. De door het veegscherm opgestuwde kleverige kluiten en slierten worden door de harde waterstralen in kleinere conglomeraten uit elkaar geslagen. Daarbij brengen de felle waterstralen fijnverdeelde lucht in het water doch ook in de verontreinigingen terwijl er bovendien enig wa-30 ter in de kluiten wordt ingebracht. Naast de verdeling in kleinere eenheden heeft dit het grote voordeel dat door de ingebrachte lucht het soortelijk gewicht van de kluiten afneemt zodat deze dichter aan de oppervlakte komen te drijven en minder neiging hebben om onder het scherm door te ontsnappen aan de veegoperatie. Dit laatste kan ook enigszins 35 beïnvloed worden door het veegscherm onder een kleine hoek ten opzichte van de vertikaal te plaatsen, zoals een voorkeursuitvoeringsvorm beschrijft, zodat een geringe omhoog gerichte bewegingskomponent ontstaat. Verder snijden de harde waterstralen de praktisch altijd aan het veegscherm aanklevende verontreinigingen weer los van het scherm en stuwen 40 deze dankzij de gekozen uitstroomrichting naar de verzamelkast toe.
8302042 ' 4
Daartoe kunnen volgens de uitvinding de spuitmondstukken al naar de situatie enkele of meerdere geconcentreerde stralen afgeven doch ook vlakke schermvormige. De spuitmondstukken kunnen daarbij verwisselbaar gemonteerd zijn doch ook steeds alle gemonteerd doch op afstand indivi-5 dueel bedienbaar en inzetbaar zijn.
Hetzelfde geldt voor het of de spuitmondstukken welke op het bij voorkeur horizontaal aangebrachte rooster gericht zijn om de kleverige kluiten daardoorheen te drijven. Hetzelfde geldt wederom voor de verza-melkast, terwijl een of meer als een spuitlans werkzame spuitmondstukken 10 naar en in de zuigleiding zijn gericht. Al de genoemde mondstukken kunnen individueel bedienbaar zijn. Volgens een bijzondere uitvoeringsvorm kan de zuigleiding zelf, vooral indien deze lang is, nog van verdere in stromingsrichting gerichte spuitmondstukken voorzien zijn welke meehelpen de zuigleiding schoon te houden en het water met de kluiten voort te 15 stuwen naar de zuigopening van de pomp. Volgens een verdere voorkeursuitvoeringsvorm kan het van voordeel zijn wanneer incidenteel gedurende bedrijf en vooral ook bij het beëindigen van het bedrijf de laatstgenoemde spuitmondstukken gevoed worden met heet water. Aldus kan de zuigleiding en de inwendige delen van de pomp en de waaier periodiek gerei-20 nigd worden. Aangezien er bij zeewaardige hopperzuigers vermogens van duizenden kilowats voor de voortstuwing en de aandrijving van de pompen geïnstalleerd zijn, is er in koelwater en uitlaatgassen van de motoren voldoende warmte aanwezig voor het voeden van genoemde spuitmondstukken met heet water. Geen extra brandstof is daarvoor benodigd hoewel uit-25 laatgassen warmtewisselaars en bij voorkeur een heetwateraccumulatietank geïnstalleerd moeten worden.
Het belangrijkste nadeel van de bekende installaties wordt dankzij de toepassing van de spuitmondstukken en het gladde veegscherm voorkomen zodat het bereikte effekt gevormd wordt door het verschaffen van de eer-30 ste goed en langdurig bruikbare veeginrichting voor ingedikte verontreinigingen op zee, zoals proeven reeds hebben uitgewezen.
Andere kenmerken van de uitvinding zullen blijken uit de navolgende figuurbeschrijving en uit de conclusies. Op een aspekt dient nog afzonderlijk gewezen te worden: het periodiek of na beëindigen van de werk-35 zaamheden reinigen van de gehele inrichting van ingedikte verontreinigingen gaf met de bestaande inrichtingen grote moeilijkheden mede omdat het schip zelf daarbij sterk verontreinigd werd. Een voorkeursuitvoeringsvorm wordt nu door een aantal konstruktieve maatregelen daardoor gekenmerkt dat de besturing van de veegarm met de verzamelkast zodanig 40 is, dat hij allereerst buitenboord boven de waterlijn en tot aan dek- 8302042 5 hoogte geleid en gehesen kan worden om aldaar door afspuiten gereinigd te worden. De veeginrichting is verder zodanig uitgevoerd dat pas bij verder heffen de veegarm met verzamelkast binnenboord geleid wordt om op of boven het dek vastgesjord te kunnen worden. Door de verzamelkast van 5 geïsoleerde wielen, bij voorkeur voorzien van luchtbanden, te voorzien wordt metallisch contact vermeden en zal hij bij de voortdurende op en neergaande beweging tengevolge van de deining en het slingeren van het schip niet voortdurend schuren langs de scheepshuid en deze dan ook niet beschadigen. De luchtbanden dempen niet alleen de beruchte voortdurende 10 stoten van de veegarm-verzamelkast tegen de scheepswand, maar zij voorkomen ook vonkvorming. Dit laatste kan bij verontreinigingen met laag vlampunt van bijzonder groot voordeel zijn voor een veilig bedrijf.
Aan de hand van de navolgende figuurbeschrijving van een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding zal deze als voorbeeld nader worden 15 toegelicht.
Fig. 1 toont een gedeeltelijk zijaanzicht van een hopperzuiger voorzien van de veeginrichting volgens de uitvinding.
Fig. 2 toont een zijaanzicht van fig. 1.
Fig. 3 toont op verkleinde schaal en geschematiseerd de vaarrich-20 ting gedurende veegbedrijf.
Fig. 4 toont een dwarsdoorsnede door de veegarm volgens de uitvinding.
Fig. 5a en 5b tonen schematisch konstruktieve details welke het langszij het schip brengen en het bovendek sjorren van de veegarm moge-25 lijk maken.
In de figuren is met l een bekende zelfvarende hopperzuiger aangeduid, welke een grote hopper of bergruimte 2 omvat (fig. 5a en 5b) welke bij normaal hopperzuigbedrijf van het vaartuig dient voor het opnemen en afscheiden uit de aangezogen slurrie van zand en klei van de bodem van 30 het vaarwater. Wanneer de hopperzuiger echter gebruikt wordt voor het vegen van olieverontreinigingen, in het bijzonder van ingedikte verontreinigingen, dan wordt de hopper gevuld met het aangezogen mengsel van water met verontreinigingen en deze krijgen in de ruime hopper gelegenheid zich van elkaar te scheiden. Veelal is het voor een voldoende groot 35 volume van de hopper noodzakelijk om deze boven dekhoogte van het vaartuig voort te zetten, hetgeen schematisch met de de hopper omgevende wand 3 is aangegeven. De voorsteven van het vaartuig is met 4 aangegeven ter illustratie van een normale vaarrichting van het schip. In fig. 3 is de vaarrichting met pijl 5 aangegeven waaruit tevens blijkt dat bij max-40 imaal uitgevierde veegarm 6 tengevolge van de ondervonden weerstand van 8302042 *' * 6 de veegarm in het water het schip met een verlijerhoek Δ van ongeveer 15° vaart terwijl de effektieve veeghoek ^ dan circa 60° bedraagt. In de verschillende figuren is de veegarm in zijn geheel met 6 aangeduid en met 7 de verzamelkast waarin de geveegde verontreinigingen vermengd met 5 water opgevangen worden om via het rooster 40 afgevoerd te worden door de zuigpijp 18 naar de niet weergegeven standaardzuigpomp van het vaartuig. Aangezien het een hopperzuiger betreft is het vaartuig normaal voorzien van een centrifugale ''zandpomp". Dankzij de uitvinding en de daarbij toegepaste middelen zal het in nagenoeg alle gevallen mogelijk 10 zijn om zelfs ingedikte verontreinigingen te verwerken met de standaard-centrifugaal-zandpomp. Dit vormt op zich een groot voordeel omdat een zandpomp in het algemeen niet gevoelig is voor grove verontreinigingen doch vooral omdat de hopperzuiger niet omgebouwd hoeft te worden voor veegbedrijf. Immers zal verreweg het grootste deel van de bedrijfstijd 15 van het vaartuig uit het normale hopperzuigen bestaan terwijl het veegbedrijf slechts af en toe en kortstondig uitgeoefend zal moeten worden. Echter kan het schip voor vegen op elk willekeurig moment opgeroepen worden en het is dan van groot voordeel indien het vaartuig daarvoor na zo min mogelijk wijzigingen in zo kort mogelijke tijd geschikt is. Dit 20 laatste vormt een van de belangrijke oogmerken waaraan de inrichting volgens de uitvinding beantwoord.
De veegarm 6 is op conventionele wijze opgebouwd uit een staalkon-struktie 8 welke bij voorkeur een driehoekige doorsnede heeft en zoveel mogelijk van ronde profielen zoals pijpen is opgebouwd. De laatste vor-25 men minder dode hoeken en zijn derhalve gemakkelijker te reinigen van aanklevende verontreinigingen. De veegarm 6 met de verzamelkast 7 zijn zelfdrijvend en daartoe is de veegarm op geschikte plaatsen voorzien van drijflichamen 9, welke zodanig van vorm zijn dat zij de veegarm in een stabiele positie’ houden. De verzamelkast is eveneens gedeeltelijk hol 30 uitgevoerd om eveneens zelfdrijvend te zijn. De veegarm 9 is met behulp van een zware schematisch aangegeven cardankoppeling 10 verbonden met de verzamelkast 7. Teneinde de deining te kunnen volgen en het vaartuig vrij te laten slingerbewegingen uit te voeren is de cardankoppeling 10 zodanig aangebracht, dat een scharnierbeweging om een vertikale as moge-35 lijk is en een scharnierbeweging om een horizontale as loodrecht op de langsrichting van de veegarm 6. Daarbij neemt de veegarm 6 in het algemeen een positie in, waarbij de voorzijde ofwel de veegzijde met het veegscherm 32 vertikaal is. Het kan echter van voordeel zijn om onder bepaalde condities het veegscherm 32 een geringe hoekafwijking ten op-40 zichte van de vertikaal te geven zoals de hoeken α en 0 in fig. 5b aan- 8302042 7 - geven. Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm kan daartoe de bevestiging van de kardankoppeling 10 aan de verzamelkast op niet nader weergegeven wijze enigszins versteld worden, bij voorkeur op afstand en gedurende bedrijf, bijvoorbeeld met behulp van hydraulische cilinders. In de fig.
5 1 en 3 zijn enigszins vereenvoudigd de kabels afgeheeld,aangebracht voor het regelen van de veeghoek. Met behulp van een schematisch aangegeven lier regelt de kabel 11 de veeghoek en is via een rekker 11a, voor het compenseren van schokken, met de veegarm verbonden. Om bij langzame vaarsnelheid of stilliggen of zelfs achteruitvaren de arm in de gewenste 10 stand te houden is een naar het achterschip geleide kabel 13 aangebracht, eveneens voorzien van een rekker 13a. Teneinde ongelukken en schade te voorkomen in het geval de regelkabel 11 voor de veeghoek zou breken is een borgdraad 12 aangebracht. Door de spanning in de kabels 11 en 13 wordt de veegarm 6 tezamen met de verzamelkast 7 tegen de scheeps-15 huid aan stuurboordzijde van het schip aangedrukt. Omdat er op zee voortdurend een relatieve beweging optreedt tussen de verzamelkast en het vaartuig is volgens de uitvinding een wielstel 14, bij voorkeur voorzien van rubberluchtbanden draaibaar gemonteerd aan de verzamelkast om over de scheepshuid op en neer te kunnen bewegen. Daarmee wordt de 20 slijtage van de gebruikelijke fenders voorkomen, terwijl bovendien door de veerkracht van de rubber luchtbanden stoten van de verzamelkast 7 tegen het vaartuig wordt beperkt, en vonkvorming wordt voorkomen.
Tussen de verzamelkast 7 en de scheepshuid kan een niet weergegeven elastische flap aangebracht zijn op de verzamelkast teneinde langslekken 25 van verontreinigingen door de spleet tussen de kast en de huid te voorkomen.
Teneinde de veegarm langszij het schip te kunnen brengen en wederom in de veegstand zijn hulpkabels 15 aangebracht, welke geleid zijn via een juk 16. Dit laatste is op wegneembare wijze vast verbonden aan de 30 veegarm onder een hoek van circa 90°. Is de veegarm langszij gebracht in de gestippeld weergegeven stand 6a, dan bevinden zich het juk en de be-dieningskabels 15 resp. in de standen 16a en 15a zoals fig. 1 aangeeft.
Voor het hijsen van de gehele inrichting, bestaande uit de veegarm 6 en de verzamelkast 7, zijn twee bokken 17a en 17b aan boord van het 35 vaartuig aangebracht, welke bokken slechts schematisch in de figuren zijn weergegeven, terwijl het in het merendeel van de uitvoeringsvormen van voordeel zal zijn wanneer de bokken met behulp van bedieningsinrichtingen 51 getopt kunnen worden, met name om de veegarm 6 buitenboord te houden in de positie 6a (fig. 5b) of bovendeks binnenboord in de positie 40 6b.
8302042 r * * 8
Tussen de verzamelkast 7 en de niet nader aangegeven zuigpomp in het inwendige van het vaartuig loopt de zuigleiding 18, welke op bekende wijze bij 19 van een bestuurd scharnier is voorzien. Via een bochtstuk 20 is de zuigleiding op bekende wijze aangesloten op een opening in de 5 zijwand van het schip op welke opening de zuigpomp is aangesloten. Teneinde de zuigleiding 18, 19, 20 gemakkelijk te kunnen verwijderen, bijvoorbeeld voor reparatie of bij afmeren, is op bekende wijze het bochtstuk 20 met een schuif stuk 21 geleid in sponningsplaten 22. De spon-ningsplaten 22 zijn vast bevestigd aan de scheepshuid terwijl het 10 schuifstuk 21 in vertikale richting uit de sponningsplaten omhoog geschoven kan worden. Volgens de in fig. 1 weergegeven gestippelde hartlijn 18b kan de zuigleiding dan bovendeks en binnenboord gebracht worden wanneer de gehele veeginrichting 6, 7 eveneens binnenboord is gebracht.
De veegarm 6 en de verzamelkast 7 bevinden zich, zoals afgebeeld in 15 de figuren, in het bijzonder in fig. 4, dankzij hun drijf lichamen 9 op een gemiddelde hoogte ten opzichte van het gemiddelde waterspiegel 30. Aangezien de uitvinding in het bijzonder betrekking heeft op ingedikte verontreinigingen welke tot circa 1 meter zich onder het gemiddelde wateroppervlak uitstrekken en met 31 schematisch zijn weergegeven, dient 20 het veegscherm -32 een aanzienlijke vertikale uitgestrektheid te hebben, waarbij het niet noodzakelijk is dat de gemiddelde waterspiegel 30 juist door het hart van de dwarsdoorsnede van de veegarm loopt, doch de doorsnede van de veegarm kan ook asymmetrisch zijn of zich verder onder de waterspiegel uitstrekken dan er boven. Teneinde de lange veegarm 6 beter 25 de deining te kunnen laten volgen kan hij bijvoorbeeld op twee plaatsen bij 33 van scharnieren zijn voorzien met horizontale as loodrecht op de langsrichting van de arm. Met de plaatsing van de drijflichamen 9 is rekening gehouden met het mogelijke aanbrengen van de scharnieren 33. Door meerdere scharnieren 33 aan te brengen kan de veegarm bovendien gemakke-30 lijk met tussenstukken verlengd worden of door het weglaten van tussenstukken verkort worden. Bij elk scharnier 33 dient het starre veegscherm 32 gesloten uitgevoerd te zijn teneinde bij het volgen van de deining niet tijdelijk te openen waardoor verontreinigingen doorgelaten zouden kunnen worden. Daartoe dienen de veegschermen elkaar ter plaatse van 34 35 te overlappen of er kunnen elastische, bijvoorbeeld rubberen, elementen in opgenomen zijn. Hetzelfde geldt uiteraard voor de overgang van het veegscherm 32 naar de inlaat van de verzamelkast 7 al waar een meegevend deel, bijvoorbeeld vervaardigd van rubber of kunststof om de kardankop-peling 10 heen aangebracht is om een naadloze meegevende verbinding te 40 verschaffen. Een gedeelde veegarm is bovendien gemakkelijker over de weg 8302042 9 vervoerbaar, indien gewenst.
Een wezenlijk deel van de uitvinding bestaat uit de op onderlinge afstanden langs de gehele lengte van de veegarm 6 aangebrachte spuit-mondstukken 37 welke op losneembare wijze via bochtstukken 36 verbonden 5 zijn aan een drukwatertoevoerpijp 33 welke bijvoorbeeld de bovenste langsligger kan vormen van de veegarm. Uiteraard zal deze watertoevoer-pijp 38 ter plaatse van de scharnieren 33 elastische verbindingen moeten bevatten. De spuitmondstukken 37 zijn vervangbaar of op afstand in en uitschakelbaar en kunnen massieve stralen doch ook schermvormige stralen 10 afgeven welke enerzijds schuin langs en tegen het veegscherm 32 gericht zijn om aanklevende verontreinigingen er af te spuiten, en anderzijds onder een zekere hoek schuin omlaag en schuin in de richting van de ver-zamelkast 7 gericht zijn teneinde de verontreinigingen een extra impuls te geven om in de richting van de verzamelkast langs het veegscherm ver-15 plaatst te worden. Een wezenlijk deel van de werking van de waterstralen bestaat uit het in kleinere conglomeraten uit elkaar spuiten van de veelal grote kluiten of slierten ingedikte verontreiniging. Daarbij wordt niet alleen enig water in de verontreinigingen gespoten doch door de kracht van de waterstraal zal er ook lucht in de verontreinigingen 20 ingeblazen worden waardoor deze het zeer gewenste grotere drijfvermogen verkrijgen dat nodig is voor een goed effekt van het veegproces. Het ri-siko dat verontreinigingen onder het veegscherm 32 zullen stromen met het verdrongen water mee, wordt daardoor aanzienlijk kleiner, en zoals uit proeven is gebleken, praktisch volledig voorkomen. De spuitmondstuk-25 ken 36, 37 zijn in de fig. 1 en 4 slechts schematisch weergegeven en het zal duidelijk zijn dat afhankelijk van de consistentie en het voorkomen van de verontreinigingen verschillende soorten spuitmondstukken toegepast kunnen worden, bij voorkeur individueel bedienbaar vanaf het vaartuig. Daartoe kan de toevoerpijp 38 ook uitgevoerd zijn als bundel af-30 zonderlijk regelbare pijpen elk voorzien van een ander soort en eventueel anders gerichte mondstukken. Omdat de hoeveelheid geveegde verontreiniging toeneemt langs de veegarm in de richting van de verzamelkast 7 is het gewenst om een toenemend aantal of zwaardere spuitmonden toe te passen in de richting van de verzamelkast.
35 Er bevinden zich ook spuitmonden in de verzamelkast 7, doch deze zijn in de figuren ter vereenvoudiging niet weergegeven. Op dezelfde wijze als beschreven voor de veegarm bevindt zich ten minste één spuit-mond welke in hoofdzaalc vertikaal omlaag spuit op het horizontaal in de verzamelkast aangebrachte zuigrooster 40. Onder het rooster bevinden 40 zich in de verzamelkast ten minste één ongeveer horizontaal gerichte 8302042 •' 10 spuitlans welke gericht is op de inlaat van de zuigbuis 18. Op de zuig-buis 18 kunnen eveneens met de stroming door de buis meegerichte spuit-monden aan gebracht zijn, waarbij al deze spuitmonden ten doel hebben aan de wanden aanklevende verontreinigingen los te spuiten opdat zij 5 weer meegetransporteerd worden met de water-verontreinigingsstroom naar de pomp toe. Evenmin is in de figuren aangegeven dat het van voordeel kan zijn om in het bijzonder de spuitmondstukken in de verzamelkast en die in de zuigpijp 18 en eventueel in het bochtstuk 20 aan te sluiten op een heetwaterbron teneinde periodiek en bij het beëindigen van een veeg-10 operatie de zuigleiding 18 en de pomp grondig schoon te spuiten van de ingedikte olieverontreinigingen. Dit is mede van belang omdat voor het normale hopperzuigbedrijf van het vaartuig de zuigleiding 18 opnieuw gekoppeld wordt aan de standaardzuigleiding van het vaartuig. In dit verband zij er op gewezen dat alle voor het vegen van de verontreinigingen 15 noodzakelijke aanvullende inrichtingen zodanig zijn ontworpen dat op eenvoudige wijze een standaardhopperzuiger snel tot veegschip en weer terug tot hopperzuiger getransformeerd kan worden, terwijl een aantal delen eventueel blijvend aan boord zouden kunnen blijven.
Over de verzamelkast 7 is nog te op te merken dat het rooster 40 20 horizontaal is aangebracht teneinde gemakkelijker de ingedikte kleverige verontreinigingen door te laten of er doorheen te spuiten, in tegenstelling tot alle bekende inrichtingen met vertikaal geplaatste roosters. Teneinde zo min mogelijk overtollig water mee te zuigen en later weer af te scheiden, hetgeen extra vermogen vraagt en de capaciteit verkleint, 25 is op bekende wijze een skimmer 41 aangebracht in de instroompoort van de verzamelkast, welke skimmer met behulp van twee armen 42 scharnierend om draaipunten 43 in het achterste gedeelte van de verzamelkast is gelagerd. Door deze eenvoudige draaipunten 43 zal de skimmer 41 niet snel door aanklevende verontreinigingen in zijn bewegingsvrijheid beperkt 30 worden. De skimmer 41 zelf kan zodanig met extra niet-weergegeven spuitmonden 37 gereinigd worden. Het is verder bekend om aan de skimmer 41 een zogenaamde voordrijver 44 te bevestigen ter besturing van de skimmer als functie van de laagdikte van de verontreinigingen. Omdat de installatie volgens de uitvinding weliswaar in het bijzonder ontworpen is voor 35 het verwerken van ingedikte kleverige verontreinigingen, doch ook inzetbaar moet zijn voor normale dun vloeibare op het oppervlak drijvende verontreinigingen, is het van voordeel wanneer de voordrijver 44, eventueel op afstand, in hoogte instelbaar is ten opzichte van de skimmer 41. Met bekende niet-weergegeven middelen kan dit plaatsvinden, bijvoor-40 beeld met de handof met een hydraulische cilinder of een mechanisch be- 8302042 11 <»
V
diende schroefspil.
In de hopper of de scheidingstanks van het vaartuig vormt zich opnieuw een zeer dikke kleverige massa, waarvan het lossen grote moeilijkheden kan veroorzaken. Het is van voordeel om in de verzamelkast en/of 5 de zuigleiding bekende emulsievormende toevoegstoffen te injekteren door niet weergegeven mondstukken. Bij de stroming door de pomp worden deze voldoende vermengd met de verontreinigingen en het water.
In fig. 5A is de gekromde leibaan 50 weergegeven welke een naar het midden van het schip toelopende baan bevat welke aansluit op de zijwand 10 van de scheepsromp en dient als baan voor de loopwielen 14 van de verzamelkast. In de fig. 1, 2, 5a en 5b zijn drie posities afgebeeld voor de veegarm 6 en de verzamelkast 7. Allereerst uiteraard de normale be-drijfspositie waarbij deze delen zelf drijven in het water, evenwel met de veegarm 6 langszij de romp. In de positie 7a is de verzamelkast 7 om-15 hoog gebracht met behulp van bok 17a tot boven het wateroppervlak doch nog buitenboord, zodat reiniging met waterstralen gemakkelijk uitvoerbaar is zonder het schip en in het bijzonder het dek al te zeer te verontreinigen met de kleverige en glibberige substantie. Daarbij kan de veegarm 6 met behulp van bok 17b eveneens langszij het schip doch nog 20 buitenboord boven de waterspiegel gehesen zijn, eveneens in de positie voor reingiging. Ka voltooide reiniging kunnen zowel de veegarm 6 als de verzamelkast 7 omhoog en in hoofdzaak binnenboord gehesen worden in de posities 7b en 6b zodat het vaartuig gemakkelijk langs een kade afgemeerd kan worden zonder beschadiging van de veeginrichting en waarbij 25 het tevens mogelijk is de zuigpijp voor normaal hopperzuigbedrijf aan te brengen. De zuigleiding 18 is daartoe vlak voor de verzamelkast 7 van deze loskoppelbaar. Het schuifstuk 21 waarmee de zuigleiding .18, 19, 20 met behulp van de sponningplaten 22 aan de scheepshuid bevestigd is kan bij het hijsen en sjorren van de verzamelkast in de sponningen draaien, 30 zoals uit fig. 2 blijkt.
Tenslotte wordt er op gewezen, dat de beschreven veeginrichting ook toepasbaar is op een beunschip of dergelijke dat niet van eigen-lading-pompen is voorzien. Daartoe worden dan naast de eigenlijke veegmiddelen, tijdelijk pompaggregaten, bijvoorbeeld voorzien van schroefpompen, aan 35 boord geplaatst. Een bijzonder elegante oplossing bestaat uit het aan-4 brengen van deze pompen in de verzamelkast, zodat een geheel zelfstandi ge veeg-pomp-eenheid ontstaat, welke gemakkelijk en snel gemonteerd en verwijderd kan worden. Ter bescherming van de pompen kan het nodig zijn een fijnmaziger rooster toe te passen.
8302042

Claims (13)

1. Inrichting voor de verwijdering van olieverontreinigingen op water, in het bijzonder voor ingedikte verontreinigingen op zee, bestaande 5 uit een vaartuig met ten minste een in hoofdzaak stijve van drijvers en van middelen voor het vegen en geleiden van de verontreinigingen voorziene veegarm, met middelen, zoals hijskranen, lieren en kabels voor het besturen en geleiden van de veegarm tussen een maximale uitgevierde veegstand en een minimaal uitgevierde veegstand, en ten minste een 10 langszij en/of aan boord gehesen ruststand, met een zelfdrijvende verza-melkast aan het vaartuigzijdige einde van de veegarm, voorzien van een rooster, een skimmer en een buigzame zuigleiding aangesloten tussen het benedendeel van de verzamelkast en een zuigpomp welke het geveegde olie-watermengsel naar scheidingstanks in het schip pompt, met het kenmerk, 15 dat de veegmiddelen van de veegarm (6) uit een in hoofdzaak vertikaal star glad scherm (32) bestaan, vast aangebracht aan de voorzijde tegen de veegarm (in vaarrichting gezien), welk scherm (32) tot een aanzienlijke diepte beneden de gemiddelde waterspiegel (30) omlaag uitsteekt, dat over de gehele lengte van de veegarm ten minste een drukwaterleiding 20 (38) aangebracht is, aangesloten op een bron van aanzienlijke druk, en dat op onderlinge afstanden nabij de bovenrand op enige afstand voor het veegscherm (32) een aantal spuitmondstukken (36, 37) aangebrcht zijn welke in hoofdzaak onder een geringe hoek naar het scherm (32) toe en schuin omlaag en schuin naar de verzamelkast (7) toegericht zijn, en 25 dat in de verzamelkast (7) ten minste een spuitmondstuk op het rooster (40) en ten minste een spuitmondstuk als spuitlans onder in de kast in hoofdzaak horizontaal naar en in de zuigaansluiting van de buigzame zuigleiding (18,19,20) gericht is.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de spuit-30 richting van de spuitmondstukken (36,37) aan de veegarm (6) instelbaar is, en/of dat verschillende mondstukken (37) monteerbaar zijn zoals voor een enkele geconcentreerde straal of een vlakke schermvormige straal, en/of dat de verschillende mondstukken (37) gelijktijdig dan wel individueel op afstand instelbaar en bedienbaar zijn.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de veegarm (6) met ten minste een scharnierverbinding (33) met horizontale loodrecht op de langsrichting van de veegarm gerichte as in twee of meer delen is verdeeld, zodat de arm in zijn vertikale vlak met het golfpatroon van het zeeoppervlak mee kan scharnieren en dat ter plaatse de 40 drukxi/aterleiding (38) buigbaar en het veegscherm (32) ononderbroken mee- 8302042 # gevend (overlappend of elastisch) uitgevoerd is.
4. Inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de veegarm (6) met een cardanische koppeling (10) aande verzamelkast (7) is bevestigd, zodat zwenken om een vertikale en een ho-5 rizontale as loodrecht op de veegarm mogelijk is, doch rotatie om de langshartlijn van de veegarm onmogelijk is, en dat ter plaatse van de cardanische koppeling het veegscherm (35) buigbaar meegevend ononderbroken doorloopt van het starre deel op de veegarm (6) naar de intreeope-ning van de verzamelkast (7).
5. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de carda nische koppeling (10) over een geringe hoek(a,i5; fig. 5b) roteerbaar en vastzetbaar tussen de verzamelkast en de veegarm uitgevoerd is, een en ander zodanig dat het veegscherm (32) over een geringe hoek afwijkend van de vertikale stand instelbaar is.
6. Inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de verzamelkast (7) zelfdrijveud is en dat hij van een of meer geïsoleerde wielen met horizontale as (in bedrijfsstand) is voorzien, welke over de scheepshuid lopen teneinde metallisch contact en slijtage bij slingerend schip en/of op en neer deinende veegarm-met- 20 verzamelkast te verhinderen en dat de wielen bij voorkeur van luchtbanden zijn voorzien.
7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat het rooster (40) in de verzamelkast (7) in hoofdzaak horizontaal is geplaatst.
8. Inrichting volgens conclusie 6 of 7, met het kenmerk, dat de 25 spuitmondstukken (36,37) op het rooster (40) en de skimmer (41) individueel instelbaar, verwisselbaar en bestuurbaar zijn en in hoofdzaak omlaag gericht zijn.
9. Inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies , met het kenmerk, dat de zuigpomp aan boord van het vaartuig een normale 30 "zand"pomp van het centrifugale type is.
10. Inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de spuitmondstukken (36,37) gericht op de aansluiting van de zuigleiding (18) aan de verzamelkast (7) en dat eventuele aanvullende spuitmondstukken aangebracht langs de lengte van de zuigleiding en 35 gericht in stromingsrichting, aansluitbaar zijn op een drukbron van heet water, bijvoorbeeld verhit door de afvalwarmte van de motoren van het vaartuig.
11. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat bovendeks de baan (50) voor de wielen (14) van de verzamelkast verlengd is en ge- 40 leidelijk toenemend in de richting naar midscheeps gekromd is, zodat de 8302042 boven water gehesen verzamelkast (7) met veegarm (6) buitenboord schoon spuitbaar is en bovendeks en binnenboord vastsjorbaar is.
12. Inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het veegarmframe (8) in hoofdzaak van pijpen is ver- 5 vaardigd teneinde beter reinigbaar te zijn en dode hoeken te vermijden, en bij voorkeur van driehoekige doorsnede is voor hoogste stijfheid bij geringste oppervlakte, en - indien binnenboord gesjord - voor de geringste weerstand bij overslaande golven.
13. Inrichting volgens een of meer der conclusies 6 t/m 8, waarbij 10 de skimmer van een voordrijver is voorzien, met het kenmerk, ^at <*e voordrijver (44) instelbaar is ten opzichte van de skimmer (41), bij voorkeur gedurende bedrijf op afstand. ****** 8302042
NL8302042A 1983-06-08 1983-06-08 Inrichting voor de verwijdering van olieverontreinigingen op water. NL8302042A (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8302042A NL8302042A (nl) 1983-06-08 1983-06-08 Inrichting voor de verwijdering van olieverontreinigingen op water.
EP84200806A EP0129279A1 (en) 1983-06-08 1984-06-07 Apparatus for removing oil pollutants on water

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8302042 1983-06-08
NL8302042A NL8302042A (nl) 1983-06-08 1983-06-08 Inrichting voor de verwijdering van olieverontreinigingen op water.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8302042A true NL8302042A (nl) 1985-01-02

Family

ID=19841975

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8302042A NL8302042A (nl) 1983-06-08 1983-06-08 Inrichting voor de verwijdering van olieverontreinigingen op water.

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP0129279A1 (nl)
NL (1) NL8302042A (nl)

Families Citing this family (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CA2176761A1 (en) * 1993-11-30 1995-06-08 Erling Blomberg A method and a device for separation and collection of substances floating in water
FI20012276A0 (fi) * 2001-11-21 2001-11-21 Kvaerner Masa Yards Oy Menetelmä ja laite öljyn keräämiseksi
ES2226554B1 (es) * 2003-01-15 2006-06-16 Tomas Zori Garcia Dispositivo para la recogida de vertidos petroliferos.
CN1298936C (zh) * 2003-05-28 2007-02-07 上海市政工程设计研究院 河道漂浮物拦截清理设备
WO2006037829A1 (es) * 2004-10-01 2006-04-13 Tomas Zori Garcia Perfeccionamientos en los brazos autoflotantes para la recogida de vertidos petrolíferos
NL1029936C2 (nl) * 2005-09-13 2007-03-15 Koseq B V Systeem voor het van een wateroppervlak verwijderen van olie.
NO333108B1 (no) * 2010-10-07 2013-03-04 Husen As Oppsamlingssystem for kjemikaliespill
CN102477732B (zh) * 2010-11-30 2014-07-30 杨杰 海面油污回收器
CN113981933B (zh) * 2021-12-27 2022-03-18 四川东方水利智能装备工程股份有限公司 一种水上漂浮物的收集设备及收集方法

Family Cites Families (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3661264A (en) * 1969-12-01 1972-05-09 David L Peterson Log boom system for sweeping oil slicks from a large body of water
US4033869A (en) * 1974-06-05 1977-07-05 Marine Construction & Design Co. Oil spill confining and directing apparatus and method using water spray booms
NL7700815A (nl) * 1977-01-27 1978-07-31 Nat Marine Service Inc Olie-kering voor het verzamelen en afschuimen van olie of dergelijke verontreinigingen op een wateroppervlak.
NL7705258A (nl) * 1977-05-12 1978-11-14 Bontje Hoogland Geb Poortman Werkwijze voor het reinigen van oppervlakte- water van een daarop drijvende laag olie, als- mede bij de werkwijze toegepast vaartuig.
GB2065489B (en) * 1979-12-20 1984-10-03 Ihc Holland Nv Suction dredger having oil-collecting arms

Also Published As

Publication number Publication date
EP0129279A1 (en) 1984-12-27

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5173182A (en) Multi-purpose environmental work vessel
EP0243994B1 (en) Device for the displacement of sediment under water and process for the use of such a device
US8911632B2 (en) Device, method and vessel for preventing oil damages and alleviating damages
US5988093A (en) Floating dock
BE1021092B1 (nl) Inrichting voor het reinigen van schepen en werkwijze waarbij zulke inrichting wordt toegepast.
CA2703225A1 (en) Oil combatting vessel
US5217611A (en) System and apparatus for the mechanical cleaning of water surfaces, even in the open, from floating pollutants
JP2001063683A (ja) 油回収方法とその装置
NL8302042A (nl) Inrichting voor de verwijdering van olieverontreinigingen op water.
US5546682A (en) Sediment relocation machine
CN111907661A (zh) 一种半潜式水下污损生物空化清洗系统
EP2212187B1 (en) Apparatus and method for collecting material from water systems
US5431122A (en) Apparatus for cleaning the submerged portion of ship hulls
US7785035B2 (en) Apparatus, system and method for collecting material from water system and uses of apparatus
KR100352891B1 (ko) 부유물 수거용 선박
US4011827A (en) Machine for cleaning the bottom of boats
US3929644A (en) Watercraft for scavenging oil spillage
KR20090103353A (ko) 부유기름 수거장치
NL1020674C2 (nl) Inrichting en werkwijze voor het aan land brengen of vlot brengen van een drijflichaam.
JP3670063B2 (ja) 海苔洗浄方法および海苔洗浄装置
WO2000032467A1 (en) Ship hull cleaning device and floating dock
US3877407A (en) Hydraulic ice breaker
US6592681B1 (en) Floating oil boom cleaning apparatus
US1370912A (en) Means for unloading floatable cargoes
SU1342818A1 (ru) Рейдовый причал

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed