NL192051C - Aandrijfinrichting met buisvormig huis. - Google Patents
Aandrijfinrichting met buisvormig huis. Download PDFInfo
- Publication number
- NL192051C NL192051C NL8401553A NL8401553A NL192051C NL 192051 C NL192051 C NL 192051C NL 8401553 A NL8401553 A NL 8401553A NL 8401553 A NL8401553 A NL 8401553A NL 192051 C NL192051 C NL 192051C
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- piston
- tube
- coaxial
- drive
- course
- Prior art date
Links
- 238000007789 sealing Methods 0.000 claims description 18
- 238000010276 construction Methods 0.000 claims description 11
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 claims description 7
- 230000007935 neutral effect Effects 0.000 claims description 4
- 239000000696 magnetic material Substances 0.000 claims description 3
- 238000003825 pressing Methods 0.000 claims description 2
- 230000001133 acceleration Effects 0.000 claims 1
- 230000006978 adaptation Effects 0.000 claims 1
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 claims 1
- 238000003384 imaging method Methods 0.000 claims 1
- 230000001921 mouthing effect Effects 0.000 claims 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 5
- BGPVFRJUHWVFKM-UHFFFAOYSA-N N1=C2C=CC=CC2=[N+]([O-])C1(CC1)CCC21N=C1C=CC=CC1=[N+]2[O-] Chemical compound N1=C2C=CC=CC2=[N+]([O-])C1(CC1)CCC21N=C1C=CC=CC1=[N+]2[O-] BGPVFRJUHWVFKM-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 4
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 3
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 3
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 3
- 238000013461 design Methods 0.000 description 3
- 230000004907 flux Effects 0.000 description 3
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 3
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 2
- 239000012530 fluid Substances 0.000 description 2
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 2
- 238000012546 transfer Methods 0.000 description 2
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 238000011161 development Methods 0.000 description 1
- 230000018109 developmental process Effects 0.000 description 1
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 1
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 238000005461 lubrication Methods 0.000 description 1
- 230000005389 magnetism Effects 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 238000007665 sagging Methods 0.000 description 1
- 238000010008 shearing Methods 0.000 description 1
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 1
- 125000006850 spacer group Chemical group 0.000 description 1
- 238000003860 storage Methods 0.000 description 1
- 238000013519 translation Methods 0.000 description 1
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F15—FLUID-PRESSURE ACTUATORS; HYDRAULICS OR PNEUMATICS IN GENERAL
- F15B—SYSTEMS ACTING BY MEANS OF FLUIDS IN GENERAL; FLUID-PRESSURE ACTUATORS, e.g. SERVOMOTORS; DETAILS OF FLUID-PRESSURE SYSTEMS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- F15B15/00—Fluid-actuated devices for displacing a member from one position to another; Gearing associated therewith
- F15B15/08—Characterised by the construction of the motor unit
- F15B15/084—Characterised by the construction of the motor unit the motor being of the rodless piston type, e.g. with cable, belt or chain
- F15B15/086—Characterised by the construction of the motor unit the motor being of the rodless piston type, e.g. with cable, belt or chain with magnetic coupling
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F15—FLUID-PRESSURE ACTUATORS; HYDRAULICS OR PNEUMATICS IN GENERAL
- F15B—SYSTEMS ACTING BY MEANS OF FLUIDS IN GENERAL; FLUID-PRESSURE ACTUATORS, e.g. SERVOMOTORS; DETAILS OF FLUID-PRESSURE SYSTEMS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- F15B15/00—Fluid-actuated devices for displacing a member from one position to another; Gearing associated therewith
- F15B15/08—Characterised by the construction of the motor unit
- F15B15/082—Characterised by the construction of the motor unit the motor being of the slotted cylinder type
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10S—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10S91/00—Motors: expansible chamber type
- Y10S91/04—Magnets
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Fluid Mechanics (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Actuator (AREA)
- Transmission Devices (AREA)
Description
1 192051
Aandrljfinrlchtlng met buisvormig huis
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een aandrijfinrichting met buisvormig buis, met daarin werkende met fluïdum bediende zuiger en een functioneel met de zuiger verbonden middel voor het 5 overbrengen van krachten in trek- en/of in drukrichting, waarbij het buis als coaxiale dubbele buis uitgevoerd is en waarbij de zuiger ringvormig is en in de buitenste coaxiale ruimte aangebracht is.
Een dergelijke inrichting is bekend uit het Britse octrooischrift 1.086.042. De daar beschreven zuiger is ringvormig uitgevoerd. Aan de ringvormige zuiger is een buisvormige drijfstang bevestigd. Door de drijfstang, zuiger en cilinder strekt zich een inwendige buis uit, die aan beide einden door klemmiddelen 10 gesloten is. De klemmiddelen houden een kabel vast, die zich uitstrekt door de binnenbuis zodat de kracht van de zuiger naar de kabel overgebracht wordt. Door het gebruik van deze drijfstang is een aanzienlijke lengte van de inrichting noodzakelijk en geen blijvende verbinding tussen kabel en zuiger mogelijk. Bovendien kan de buisvormige drijfstanginrichting uitsluitend een rechte positie aannemen.
Het is het doel van de onderhavige uitvinding deze nadelen weg te nemen.
15 Dit doel wordt bij de hierboven beschreven inrichting verwezenlijkt doordat, de coaxiale dubbele buis een van een rechte lijn afwijkend gewenst verloop kan volgen en dat het middel voor het overbrengen van de krachten in het inwendige van de coaxiale ruimte is aangebracht, een daar aan bevestigde afnemer omvat, die functioneel met de zuiger verbonden is en in verschillende ruimtelijke richtingen beweegbaar is.
Door deze werkzame verbinding met een zich binnen de binnenste buis bevindend middel voor het 20 overbrengen van krachten is het mogelijk de inrichting volgens de uitvinding in een verhoudingsgewijs kleine ruimte te verwezenlijken. Bovendien is het mogelijk een van een rechte lijn afwijkend gewenst verloop te verwezenlijken.
Opgemerkt wordt, dat als zodanig een aandrijfinrichting voorzien van een krachtoverbrengend middel, dat in verschillende ruimtelijke richtingen beweegbaar is, bekend is uit de Europese aanvrage EP 0.057.818 A2. 25 Opgemerkt wordt dat uit het Duitse Offenlegungsschrift 3.023.036 een cilinderzuigersamenstel bekend is, dat een van een rechte lijn afwijkend verloop kan hebben, waarbij een om de cilinderbuis verschuifbaar aangebrachte ringvormige meenemer magnetisch gekoppeld is met een speciaal gevormde zuiger, welke binnen de pneumatische of hydraulische cilinderbuis kan bewegen en zich daarbij aan het eventueel gekromde verloop kan aanpassen. Hierbij is het axiale bereik beperkt tot de cilinderiengte, indien geen 30 middel voor het overdragen van krachten bevestigd aan de koppelingsmiddelen in de vorm van de ringvormige meenemer verbonden met de zuiger aanwezig is. Dergelijke middelen zouden eventueel radiaal buiten de cilinder aangebracht dienen te worden, waardoor een aanzienlijke ruimte noodzak&iijk is.
Hetzelfde geldt voor het Amerikaanse octrooischrift 4.273.031.
Verbinding tussen het middel voor het overbrengen van krachten en de ringvormige zuiger kan op 35 verschillende wijze verwezenlijkt worden.
Enerzijds is een mechanische verbinding via een sleuf in de binnenste coaxiale buis tussen ringvormige zuiger en het middel voor het overbrengen van krachten mogelijk, terwijl anderzijds een verbinding op basis van magnetisme of andere kracht verwezenlijkt kan worden.
Wat betreft de eerste uitvoering wordt opgemerkt, dat het uit het Amerikaanse octrooischrift 4.273.031 40 bekend is een aandrijfinrichting te voorzien van een mantelbuis waarin in langsrichting een afdichtbare sleuf is aangebracht voor het doorlaten van een krachtoverdragende met een zuiger verbonden afnemer.
De uitvinding wordt vervolgens aan de hand van de bijgevoegde tekening in detail besproken. Daarbij toont: figuur 1 gedeeltelijk in doorsnede een uitvoeringsvorm van de aandrijving volgens de uitvinding, waarbij 45 de rechtlijnige uitvoering ter verklaring gebruikt is omdat deze beter te beschrijven is; figuur 2 in dwarsdoorsnede de binnenbuis met afdichtlijst; figuur 3 een uitvoeringsvorm, waarin tussen het middel voor het overdragen van de kracht en de zuiger een magnetische koppeling aanwezig is; figuur 4 de uitvoeringsvorm volgens figuur 1 met aangebracht middel voor het overdragen van kracht met 50 geleidingsmiddelen, die op de aandrijving aansluiten; figuur 5 in aanzicht de algemene uitvoeringsvorm van een aandrijving die een gekromd baanverioop volgt.
Figuur 1 toont een doorsnede van het aandrijfmiddel volgens de uitvinding in zich rechtlijnig uitstrekkende 55 vorm; dit is een bijzonder geval van een willekeurig gekromde baan. Deze uitvoeringsvorm is gekozen om het principe van de constructie te verduidelijken. De uitvinding is niet tot dit bijzondere geval beperkt.
De aandrijfinrichting is zonder het gegeven geleidingsmiddel dat de baankromme volgt en zonder op de 192051 2 afnemer aangrijpende middelen voor het overdragen van de kracht afgebeeld; een volledige uitvoeringsvorm wordt later beschreven. De dubbele buis 1,2 bestaat bijvoorbeeld geheel uit metaal, een mantelbuis 1 en een in diameter wezenlijk kleinere coaxiale buis 2, die door einddelen 12 in concentrische stand ten opzichte van de mantelbuis wordt gehouden. Bij grotere constructielengten, die nog beschreven zullen 5 worden, zal de coaxiale buis, ondanks een zekere stijfheid, door de zwaartekracht meer of minder doorhangen; de ringvormige dwarsdoorsnede zal bijgevolg over de lengte van de aandrijving excentrisch zijn. In de buitenste coaxiale ruimte, bijgevolg de holle cilindervormige ruimte tussen mantelbuis en coaxiale buis, bij grote constructielengten een ’’kwasi” coaxiale buis, is een met fluïdum te bedienen ringzuiger 3 aangebracht, die vanwege de symmetrische constructie daarin in twee tegengestelde richtingen bedreven 10 kan worden. Deze ringzuiger 3 heeft een naar het midden van de zuiger gerichte afnemer 4, die vanaf de buitenste coaxiale ruimte 5 in de binnenste coaxiale ruimte 6 steekt, dit door een zich in de coaxiale buis in de langsrichting uitstrekkende sleuf 9. Bij het weergegeven voorbeeld strekt de sleuf 9 zich uit zonder om een imaginaire concentrische hoofdlijn te draaien, welk laatste echter bij een gekromde baan wel het geval is. In het inwendige van de coaxiale ruimte 6 strekt zich het hier niet afgebeelde middel voor het overdragen 15 van krachten uit, dat met de omgeving in verbinding staat maar niet afgedicht hoeft te worden, omdat in deze ruimte normale druk aanwezig is. De druk die de arbeid levert wordt in de uitwendige coaxiale ruimte 5 opgebouwd. Het is de ruimte 8 waarin druk wordt opgebouwd, zodat de ringzuiger 3 geactiveerd wordt. De beide ruimten zijn door een afdichtstrook 7 van elkaar gescheiden. Deze afdichtstrook is gedeeltelijk in de langssleuf 9 te steken en daarbij zo uitgevoerd, dat deze door het drukverschil tussen de beide ruimten 20 deze onderling afdicht. Tot slot onderkent men in figuur 1 bij de einddelen 12 steeds een fluïdumopening 14, om in het drukverschil te voorzien dat de zuiger activeert, waarbij de ruimte 8 eveneens door een telkens in het einddeel 12 aangebrachte ringafdichting 13 afgedicht wordt. Bij de beide aanzetsels 11 van de coaxiale buis 2 die over de mantelbuis 1 steekt, is een hier niet afgebeeld geleidingsmiddel aangebracht, dat het uit de monding 10 van de coaxiale buis 2 naar buiten tredende, hier eveneens niet afgebeelde 25 middel voor het overdragen van krachten opneemt.
De ringzuiger 3 is binnen de dubbele buis verschuifbaar. De strookafdichting die de ruimte 8 afdicht wordt door een glijnok 15 in de bewegingsrichting van de zuiger door heffen weg bewogen en door een op afstand volgende steeknok 16 weer in de afdichtende stand gebracht. Zoals figuur 2 toont, kan door uitvoering resp. profilering van de afdichtstrook 7 de steeknok 16 gelijktijdig als ringafdichting van de zuiger 30 uitgevoerd worden. Bij gebruik van een gasvormig fluïdum, bijgevolg bij een pneumatische inrichting, zijn de vereisten met betrekking tot de dichtheid weinig aanzienlijk, zodat reeds daarom deze oplossing aanbevolen kan worden in het algemeen een gering schroefvormig verloop van de coaxiale sleuf 9 om een imaginaire zich in het midden uitstrekkende lijn toegelaten is en bij een gewikkelde dubbele buis, die volgens de uitvinding zich langs een willekeurig verlopende baan uitstrekt, slechts met aanzienlijke inspanning te 35 vermijden is.
De verwezenlijking van de dubbele buis 1,2, namelijk van de in hoofdzaak concentrisch aangebrachte mantelbuis 1 en coaxiale buis 2, moet bij eenvoudige krommingen zo uitgevoerd worden, dat twee dienovereenkomstig voorgebogen buizen met verschillende diameter in elkaar geschoven worden. De einddelen 12 centreren de beide buizen concentrisch bij de einddelen; het naar het midden van de dubbele 40 buis optredende ’’doorhangen”, bijgevolg het niet centrisch zijn, wordt door de langsbewegende ringzuiger 3 steeds tijdelijk opgeheven. Op deze wijze zijn op eenvoudige wijze dubbele buizen uit metaal te vervaardigen.
Bij dubbele krommingen, bijgevolg bij een soort sigma-achtig verloop van de aandrijfcilinder, kan, om het uiterst moeilijk gemeenschappelijk buigen van twee in elkaar geplaatste buizen te ontgaan, een flexibele 45 mantelbuis 1 gebruikt worden, die over een passend voorgebogen inwendige coaxiale buis 2 geschoven wordt. Daarbij wordt aan flexibele huistypen de voorkeur gegeven, die met weinig kracht in een zich niet vanzelf weer wegnemende kromming gebracht kunnen worden, dat wil zeggen na het over de voorgekromde coaxiale buis schuiven, kan in een eerste trap de gewenste kromming grof nagevormd worden en in een tweede trap, bijvoorbeeld door het doordrijven van een met de afmetingen van de ringzuiger 50 overeenkomend kaliber, het fijn nabuigen. Het overblijvende niet centrisch zijn wordt, zoals reeds beschreven, tijdelijk door de langsbewegende ringzuiger opgeheven. Dragend element is dan de stijve binnenbuis, ten opzichte waarvan de mantelbuis een in hoofdzaak concentrische afstand moet hebben, waarbij naar mate de mantelbuis dunner en buigzamer uitgevoerd is minder streng aan dit vereiste voldaan moet worden. Het centreren door de ringzuiger 3 gaat des te gemakkelijker naar mate een minder stijve massa 55 deze tegenwerkt. Ten opzichte van de pneumatische druk, en een zo gering mogelijke uitzetbaarheid van de mantelbuis 1 moet een optimum worden gezocht, ondanks voldoende buigzaamheid, wanddikte en lengte van de buis. Bij grotere lengten moeten bijvoorbeeld uitwendige ondersteuningen op enige punten 3 192051 van de cilinder van de aandrijfinrichting aanwezig zijn.
Aan de vereiste geringe uitzetbaarheid van de mantelbuis voor het handhaven van de nominale breedte wordt bijvoorbeeld door de meeste soorten hogedrukslangen voldaan, waarvan de kembuis een verhoudingsgewijs aanzienlijke vastheid en bestendigheid tegen warmte heeft en op normale wijze bovendien door 5 een vlechtwerk omgeven is, met hoge tot zeer hoge trekvastheid. Bovendien moeten deze hogedrukslangen nog met een tegen slijtage bestendig uitwendig vlechtweik omgeven worden, hetgeen aan de totale constructie van de dubbele buis tegemoetkomt. Nog beter is een met een metalen spiraal of pantserbuis omgeven slang, die, zoals beschreven, de tot stand gekomen buiging behoudt. Deze slangen of buizen zijn natuurlijk voor aanzienlijk hogere bedrijfsdiukken uitgevoerd dan waaronder deze in deze samenhang 10 gebruikt worden. De in dit geval overgedimensioneerde wanddikten dienen voor een op een buis lijkende vastheid.
De ringzuiger 3, is, zoals reeds vermeld, symmetrisch uitgevoerd; dit geldt natuurlijk eveneens voor de glijnok 15 voor het openen van de afdichting, alsmede eveneens voor de beide steeknokken 16 voor het weer sluiten van de afdichting, die op van voordeel zijnde wijze gelijktijdig bovendien als ringafdichting bij de 15 coaxiale buis kan dienen. De verscheidene malen genoemde spiraalvorm, wordt met betrekking tot het aantal wikkelingen per eenheid van lengte beperkt door materiaal en vorm van de strookafdichting 7. Het is immers niet het doel deze extra vrijheidsgraad met betrekking tot de rotatie van de ringzuiger, zo nauw mogelijke wikkelingen te laten doorlopen maar het is in tegendeel het doel de door de bouw van de aandrijving bepaalde schroefvorming te kunnen tolereren. De bij de vervaardiging van gewonden dubbel 20 buizen ontstane ontwikkelingen zijn in de regel wezenlijk kleiner dan 360°/meter, bijgevolg voor de hier aangegeven afdichting zonder wezenlijke problemen.
De genoemde extra vrijheidsgraad van de ringzuiger, bijgevolg de optelling van de translatie en rotatie, moet al naar gelang het middel voor het overdragen van krachten zo overgedragen worden dat geen opslag van energie plaatsvindt. Bij kleine constructielengten kan dit nog worden toegelaten, omdat een geringe 25 verdraaiing van het middel voor het overdragen van krachten, die bij het omkeren steeds weer opgeheven zal worden, geen schadelijke belasting van het materiaal medebrengt; bij grotere constructielengten daarentegen, bijgevolg bij die in de grootste orde van 5 tot 10 meter of meer, zou bij het overbrengen van krachten deze roterende beweging als te onderscheiden moment aan de aangedreven zijde merkbaar zijn. Bovendien is een verhoogde slijtage van het daarvoor niet geconstrueerde middel voor het overbrengen van 30 krachten te vrezen.
Indien de aandrijving een vooraf bepaalde en merendeels ruimtelijk gekromde gewikkelde baan moet volgen, bijvoorbeeld in een gecompliceerde installatie welke door een muur geleid moet worden of zich gedeeltelijk daarin moet uitstrekken of indien nog andere plaatselijke moeilijkheden bestaan, dan zal het verloop van de buis vaak merkbaar van het concentrisch verloop afwijken. Bij niet zeer extreem baan-35 verloop, vindt een tijdelijke centrering van de doorgaande zuiger steeds zonder storende belemmering plaats. Een dergelijke belemmering zou kunnen zijn een te aanzienlijk afremmen door radiale krachten. Echt klemmen is binnen normale grenzen niet te vrezen. Indien echter een gelijkmatige beweging wordt vereist, dient een optimum te worden nagestreefd tussen klemweerstand en aandrijvend vermogen.
Het is van bijzonder voordeel om de naar buiten afgesloten buisvorm zonder uitstekende delen uit te 40 voeren, zodat hiervoor geen extra sleuf in de omtrek van de opening behoeft te worden gemaakt. De aandrijving kan wat de vorm betreft in beton ingegoten worden, zonder dat de functie beïnvloed wordt. Ook de afdichting van de onder druk te brengen ruimte is zowel bij de gekromde als bij de rechte uitvoeringsvorm met dezelfde middelen op te lossen.
Figuur 2 toont een voorbeeld voor de afdichting van de van sleuven voorziene coaxiale buis. De coaxiale 45 buis 2 met de sleuf 9 is met een eenvoudig afdichtprofiel 7 op doelmatige wijze tegen druk afgedicht. De onder druk te brengen ruimte 8 bevindt zich buiten de buis 2, lage druk heerst binnen, in de inwendige coaxiale ruimte 6. De druk werkt nu zo, dat deze het in de spleet 9 stekende profiel 7 neigt te spreiden en de afdichtlippen 16 tegen de buiswand drukt. Tijdens bedrijf wordt deze afdichting vele malen geopend en weer gesloten, zodat aan het materiaal en de vormgeving hoge vereisten gesteld moeten worden. De 50 afdïchtstrook wordt slechts bij de einddelen 12 door een afdichtstrookbevestiging 17 in de eindstand daarvan gehouden, hetgeen niet in figuur 2 maar in figuur 1 getoond is, terwijl voor de juiste zitting op de vaak aanzienlijke lengte van de coaxiale buis het gekozen profiel verantwoordelijk is.
De door de sleuf 9 in de coaxiale buis 2 naar binnen stekende afnemer 4 voor het overdragen van de schuifkracht (en eventueel torsiekracht) is vast met de ringzuiger 3 verbonden. Voor het afdichten van de 55 loopsleuf voor de afnemer dient een strookvormig afdichtprofiel 7, dat door de glijnok 15 steeds uit de sleuf 9 wordt geheven en door de steeknok 16 weer op zijn plaats gebracht wordt.
Een verdere in figuur 3 getoonde uitvoeringsvorm voorziet voor de afnemer 4 in een magneet 4' met 192051 4 aanzienlijke fluxdichtheid. Deze afnemermagneet 4' wordt door in de ringzuiger 3 aangebrachte sleep-magneten M2 vastgehouden, waarbij de sleepmagneten M1f M2 las met een juk verbonden ankerbenen uitgevoerd kunnen zijn. Deze ankerbenen vormen steeds een magnetische zuid- en noordpool en liggen op de buitenwand van de coaxiale buis 2 zo mogelijk zonder voegen aan. De coaxiale buis 2 moet nu uit een 5 magnetisch materiaal bestaan, waaibij geen sleuf 9 meer benodigd is. In het inwendige van de coaxiale buis is een afnemermagneet 4' aangebracht, die overeenkomstig de magnetische polariteit gericht is. De minimale totale magnetische doorstroming van het stelsel M,-coaxiale buiswand 2 - afnemermagneet 4' -coaxiale buiswand 2 - M2 - juk, dient om een voldoende grote dwarskracht voor de verschuiving van het middel voor het overdragen van krachten te verkrijgen, zorgvuldig bemeten te worden, in het bijzonder moet 10 op een zo gering mogelijke lengte van de luchtspleet in de nuttige flux I3 gelet worden waarbij ook de strooiflux Pa klein gehouden kan worden. Het juk I is uit een materiaal met geringe magnetische weerstand vervaardigd, terwijl de tegenoverliggende zijde van het juk I, het contractjuk I', uit een materiaal met hoog magnetische weerstand, bijvoorbeeld lucht, bestaat. Deze hangt in zeer aanzienlijke mate van de vormgeving van de magnetische cirkel, de magnetische brekingshoek ten opzichte van de luchtspleet en dergelijke 15 af. Figuur 3 is als principeschema van een magnetische koppeling te beschouwen en niet als een eigenlijke constructietekening.
Figuur 4 toont vervolgens de in samenhang met figuur 1 besproken aandrijving met het in de coaxiale buis 2 lopende middel 20 voor het overdragen van krachten, dat door met de afnemer 4 in werkzame verbinding staande kraagvormige fixeerklemmen 26 met elkaar verbonden is. In dit uitvoeringsvoorbeeld is 20 als middel 20 voor het overdragen van de krachten een ketting met kogelschalmen werkzaam, waarvan de beide einden, zoals blijkt, door via een verbindingsbrug 26' bijeengehouden op afstand gelegen fixeerklemmen 26 onderling verbonden zijn. In de afstand tussen de kettingschalmen grijpt, eveneens naar binnen geschoven, de afnemer 4 of de magneetafnemer 4' van de ringvormige zuiger 3. Bij voorkeur wordt de in doorsnede afgebeelde verbindingsbrug 26' zo uitgevoerd, dat deze met de omtrek daarvan, tot op de sleuf, 25 aan het profiel van de coaxiale buis gelijk gemaakt is en vrij daarin kan glijden. De vanaf de ringzuiger 3 naar het midden toe afstaande meenemer 4 steekt goed passend in de hulsvormige verbindingsbrug zodat bij de heen en weer gaande beweging geen storende speling optreedt. Het samenstel van de veibindings-bruggen 26' en de kraagachtige fixeerklemmen 26 waarin de einden van de schalmkettingen met kogel-scharnier aangebracht zijn die de ketting samenhouden is een bevestigingsmogelijkheid uit verscheidene en 30 maakt na het wegnemen van één van de beide einddelen 12 een eenvoudig en gemakkelijk demonteren mogelijk, dit ook met betrekking tot reparatie, vervangen of onderhoud.
Elke kettingschalm kan ten opzichte van de buren daarvan zoals dit bij het uitlaateinde uit het geleiding-smiddel 22 aan de rechter zijde van de aandrijving getracht is af te beelden, binnen een kegelmantel te bewegen; gelijktijdig zijn deze ten opzichte van elkaar om de langsas daarvan vrij te draaien. Bijgevolg kan 35 deze ketting om een bepaalde straal gebogen en bovendien gedraaid worden, zonder dat een spannings-toestand optreedt. Wil men echter zowel een translatie-beweging als een rotatie-beweging bij het ketting-einde overgedragen, dan gebruikt men een vrij buigbaar maar rotatiestijve verbinding voor het overdragen van krachten.
De aanzetdelen 11 van de aandrijving vormen het begin van de geleidingsmiddelen 22. Deze geleidings-40 middelen 22 strekken zich langs de gewenste baan uit tot aan de plaats waar de in aandrijving opgewekte kracht wordt opgenomen. Deze geleidingsmiddelen 22 kunnen passend gebogen massieve buizen of van sleuven voorziene buizen zijn. Dergelijke sleuven dienen om op een bepaalde plaats van de baan kracht af te kunnen nemen of om het verloop van de beweging te meten, of voor het eventueel smeren of plaatselijk onderhoud van de ketting en wat dies meer zij. Het buisvormige geleidingsmiddel 22 wordt eenvoudigweg 45 op het aanzetdeel 11 van de aandrijving gestoken en met een klem of orgaan bevestigd.
Voor toepassingen waarbij de kracht slechts aan één zijde van de aandrijving wordt afgenomen, wordt de aandrijfcilinder aan één zijde afgesloten en wordt aan de ringzuiger 3 slechts aan één zijde een middel 20 voor het overdragen van krachten, in de vorm van bijvoorbeeld de schalmenketting met kogelschamieren bevestigd. De slag daarvan blijft natuurlijk in volle lengte behouden en kan op dezelfde wijze gedoseerd 50 zoals dit bij de afname van de kracht aan beide zijden het geval is. Met dosering wordt bedoeld, dat bijvoorbeeld een volle slag in plaats van in één verloop van de beweging, in meerdere onderbroken delen gesplitst wordt; het is eveneens mogelijk de slaglengte binnen de maximale slag te variëren, dit in het bijzonder bij van sleuven voorziene geleidingsmiddelen, waarbij het mogelijk is de kracht ook ’’onderweg” af te nemen. Hier blijkt dan een aan de uitvinding eigen zijnd voordeel; de via het pneumatische of hydrauli-55 sche stelsel opgewekte kracht wordt met behulp van de naar het midden van de zuiger stekende afnemer 4 of van de in de ketting opgenomen magneetafnemer 4' op de neutrale lijn van het middel 20 voor het overdragen van krachten afgegeven. Bij een kromming houdt de ketting die de kracht overdraagt, waarbij
Claims (3)
1. Aandrijfinrichting met buisvormig huis met daarin werkende met fluTdum bediende zuiger en een functioneel met de zuiger verbonden middel voor het overbrengen van krachten in trek- en/of in drukrichting, waarbij het huis als coaxiale dubbele buis uitgevoerd is en waarbij de zuiger ringvormig is en in de buitenste coaxiale ruimte aangebracht is, met het kenmerk, dat de coaxiale dubbele buis (1, 2) een van een rechte lijn 30 afwijkend gewenst verloop kan volgen en dat het middel voor het overbrengen van de krachten in het inwendige van de coaxiale ruimte is aangebracht, een daaraan bevestigde afnemer (4) omvat, die functioneel met de zuiger verbonden is en in verschillende ruimtelijke richtingen beweegbaar is.
2. Aandrijfinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de binnenste coaxiale buis (2) van een langsstaaf (9) is voorzien waarin de verbinding tussen ringzuiger (3) en afnemer (4) is aangebracht waarbij 35 de ringzuiger voorzien is van de sleuf (9) afdichtende middelen (7,15,16).
3. Aandrijfinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de binnenste buis een a-magnetisch materiaal omvat, en de ringzuiger voorzien is van sleepmagneten (M,, M2), waarbij de afnemer (4) een magnetisch materiaal omvat. Hierbij 2 bladen tekening
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| CH268583 | 1983-05-17 | ||
| CH2685/83A CH660513A5 (de) | 1983-05-17 | 1983-05-17 | Antriebsvorrichtung mit einem einer allgemeine bahnbewegung folgenden kraftuebertragung. |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8401553A NL8401553A (nl) | 1984-12-17 |
| NL192051B NL192051B (nl) | 1996-09-02 |
| NL192051C true NL192051C (nl) | 1997-01-07 |
Family
ID=4239272
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8401553A NL192051C (nl) | 1983-05-17 | 1984-05-14 | Aandrijfinrichting met buisvormig huis. |
Country Status (20)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4620474A (nl) |
| JP (1) | JPS59219503A (nl) |
| AT (1) | AT390652B (nl) |
| AU (1) | AU567344B2 (nl) |
| BE (1) | BE899689A (nl) |
| BR (1) | BR8402304A (nl) |
| CA (1) | CA1235360A (nl) |
| CH (1) | CH660513A5 (nl) |
| CS (1) | CS255859B2 (nl) |
| DD (1) | DD218653A5 (nl) |
| DE (1) | DE3418372C2 (nl) |
| ES (1) | ES8504348A1 (nl) |
| FI (1) | FI79894C (nl) |
| FR (1) | FR2546241B1 (nl) |
| GB (1) | GB2140087B (nl) |
| IT (1) | IT1173649B (nl) |
| MX (1) | MX159218A (nl) |
| NL (1) | NL192051C (nl) |
| SE (1) | SE458946B (nl) |
| SU (1) | SU1627091A3 (nl) |
Families Citing this family (12)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3806383A1 (de) * | 1987-09-29 | 1989-08-31 | Peter Nawrath | Druckmittel beaufschlagter, doppelwandiger arbeitszylinder mit unrundem querschnitt und elastisch federndem kolbenband |
| DE3732741A1 (de) * | 1987-09-29 | 1989-04-13 | Peter Nawrath | Druckmittel-beaufschlagter arbeitszylinder mit elastisch federnder kolbenstange und elastisch federndem kolbenband |
| DE3844511C1 (en) * | 1988-02-29 | 1990-01-25 | Peter 5630 Remscheid De Nawrath | Double-walled cylinder barrel with flat, non-circular cross-section for pressure-medium-actuated working cylinders, in particular with elastically flexible piston band |
| DE4016567A1 (de) * | 1990-05-23 | 1991-11-28 | Rexroth Pneumatik Mannesmann | Einrichtung zum ausfaedeln und einfaedeln eines eine ausnehmung abdeckenden elastischen abdeckbandes, insbesondere fuer einen kolbenstangenlosen arbeitszylinder |
| DE4027636C2 (de) * | 1990-08-31 | 1994-03-17 | Airtec Pneumatic Gmbh | Fluidgetriebener kolbenstangenloser Arbeitszylinder |
| DE4028159C2 (de) * | 1990-09-05 | 1996-03-28 | Fraunhofer Ges Forschung | Antriebseinheit, bestehend aus einer Standard-Kolben/Zylinder-Einheit |
| CH686528A5 (de) * | 1993-02-03 | 1996-04-15 | Feramatic Ag | Fluidbetaetigter Antrieb. |
| JP3655367B2 (ja) * | 1994-09-30 | 2005-06-02 | Smc株式会社 | リニアアクチュエータ |
| JPH08261209A (ja) * | 1995-03-23 | 1996-10-08 | Pabotsuto Giken:Kk | スリツトタイプロッドレスシリンダ |
| JP4247949B2 (ja) * | 1997-12-29 | 2009-04-02 | イーペーテー ヴァインフェルデン アーゲー | 運搬システム |
| DE102004012408A1 (de) * | 2004-03-13 | 2005-09-29 | Dirk Sasse | Linearantrieb mit einem pneumatischen, hydraulischen oder elektrischen Kolben-Zylinder-Antrieb |
| DE102004032339B3 (de) * | 2004-07-03 | 2005-12-01 | Festo Ag & Co. | Fluidbetätigter Arbeitszylinder |
Family Cites Families (15)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2473430A (en) * | 1945-05-19 | 1949-06-14 | Le Roi Company | Piston coupling mechanism |
| LU45433A1 (nl) * | 1964-02-15 | 1964-06-13 | ||
| SE326376B (nl) * | 1968-11-15 | 1970-07-20 | Mecmatic Ab | |
| DE2206335C3 (de) * | 1972-02-10 | 1981-09-17 | Binhack, Josef, Ing.(grad.), 7540 Neuenbürg | Hydraulische Hub- oder Verschiebevorrichtung |
| DE2258065C3 (de) * | 1972-11-27 | 1978-07-06 | Max 5650 Solingen Jacobs | Hydraulische Vorrichtung zum Betrieb eines Aufzuges |
| US4003297A (en) * | 1975-03-28 | 1977-01-18 | Du-Al Manufacturing Company | Hydraulic cylinder |
| US4273031A (en) * | 1979-05-22 | 1981-06-16 | Hannon Albert H | Fluid pressure containment actuator |
| DE2948204C2 (de) * | 1979-11-30 | 1982-06-16 | Festo-Maschinenfabrik Gottlieb Stoll, 7300 Esslingen | Druckmittelbetätigter Stellantrieb für eine Arbeits- oder Transportvorrichtung |
| US4373427A (en) * | 1980-01-31 | 1983-02-15 | Tol-O-Matic, Inc. | Fluid pressure cylinder |
| DE3016696C2 (de) * | 1980-04-30 | 1986-09-04 | Robert Bosch Gmbh, 7000 Stuttgart | Bandzylinder mit einem durch ein Fluid angetriebenen Kolben |
| DE3023036A1 (de) * | 1980-06-20 | 1982-01-14 | Festo-Maschinenfabrik Gottlieb Stoll, 7300 Esslingen | Arbeits- und transportvorrichtung zum vorfoerdern von lasten entlang einer kurvenfoermigen bahn |
| CA1177727A (en) * | 1981-02-10 | 1984-11-13 | Feramatic Ag | Fluid-actuated drive |
| DE3124915C2 (de) * | 1981-06-25 | 1984-10-31 | Kaiser, Siegmund H., Ing.(grad.), 7440 Nürtingen | Druckmittelzylinder mit einem längsgeschlitzten endseitig verschlossenen Zylinderrohr |
| JPS5876804U (ja) * | 1981-11-19 | 1983-05-24 | 焼結金属工業株式会社 | ロツドレスシリンダ |
| US4481869A (en) * | 1982-05-14 | 1984-11-13 | Greenco Corp. | Fluid operated device with improved sealing means |
-
1983
- 1983-05-17 CH CH2685/83A patent/CH660513A5/de not_active IP Right Cessation
-
1984
- 1984-05-07 AT AT0149984A patent/AT390652B/de not_active IP Right Cessation
- 1984-05-08 US US06/608,246 patent/US4620474A/en not_active Expired - Lifetime
- 1984-05-11 CS CS843508A patent/CS255859B2/cs unknown
- 1984-05-14 NL NL8401553A patent/NL192051C/nl not_active IP Right Cessation
- 1984-05-14 CA CA000454249A patent/CA1235360A/en not_active Expired
- 1984-05-15 DD DD84263042A patent/DD218653A5/de not_active IP Right Cessation
- 1984-05-15 BR BR8402304A patent/BR8402304A/pt unknown
- 1984-05-15 AU AU28025/84A patent/AU567344B2/en not_active Ceased
- 1984-05-15 SE SE8402618A patent/SE458946B/sv not_active IP Right Cessation
- 1984-05-15 IT IT20927/84A patent/IT1173649B/it active
- 1984-05-16 SU SU843737250A patent/SU1627091A3/ru active
- 1984-05-16 ES ES532532A patent/ES8504348A1/es not_active Expired
- 1984-05-16 MX MX201358A patent/MX159218A/es unknown
- 1984-05-16 FR FR8407608A patent/FR2546241B1/fr not_active Expired
- 1984-05-16 FI FI841978A patent/FI79894C/fi not_active IP Right Cessation
- 1984-05-17 GB GB08412620A patent/GB2140087B/en not_active Expired
- 1984-05-17 DE DE3418372A patent/DE3418372C2/de not_active Expired - Fee Related
- 1984-05-17 BE BE0/212955A patent/BE899689A/fr not_active IP Right Cessation
- 1984-05-17 JP JP59097655A patent/JPS59219503A/ja active Granted
Also Published As
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL192051C (nl) | Aandrijfinrichting met buisvormig huis. | |
| EP2312371A1 (en) | Articulating imager for video borescope | |
| KR940008802A (ko) | 유압식 피스톤 엔진 조립체 | |
| DE3425621A1 (de) | Transport- und foerdereinrichtung | |
| DE102006019877B4 (de) | Mechanische Spannvorrichtung | |
| CH623635A5 (nl) | ||
| KR101024746B1 (ko) | 밴드형 물건을 코일 형태로 감기 위한 냉각식 맨드릴 | |
| DE3640043A1 (de) | Insbesondere zum fuehren eines z.b. gasfoermigen oder fluessigen stroemungsmediums dienendes rohr | |
| IT8422346A1 (it) | Trasmissione flessibile di azionamento | |
| GB2099080A (en) | Fluid actuator cylinder and piston | |
| JPS5934884B2 (ja) | 作業または運搬装置用流体圧アクチユエ−タ− | |
| DE3118238C2 (nl) | ||
| EP0872681A2 (de) | Zentriervorrichtung für eine Relining-Aushärteeinrichtung | |
| RU158387U1 (ru) | Отсекатель скважины | |
| SU1099162A1 (ru) | Механический привод поворотного пробкового крана с конической пробкой | |
| FI94601C (fi) | Ilmavälillisten sisäkkäisten putkien taivutusmenetelmä ja -työkalu | |
| GB2252383A (en) | Blocking pipes | |
| RU2089318C1 (ru) | Устройство для раздачи муфт | |
| JPH11341637A (ja) | 通線ロッド用の先端ヘッド | |
| NL1011078C2 (nl) | Draaizuiger-gasmeter. | |
| JP3564175B2 (ja) | 物品搬送装置 | |
| HRP20040007A2 (en) | Small diameter in-situ pipe winding machine | |
| DE102011107761A1 (de) | Dosierpumpe | |
| RU2062393C1 (ru) | Самоходное устройство для перемещения в трубопроводах | |
| SU1142186A1 (ru) | Самоходна установка дл движени внутри трубопровода |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| CNR | Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection) |
Free format text: SFT AG SPONTANFOERDERTECHNIK |
|
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20001201 |