<Desc/Clms Page number 1>
BESCHRIJVING behorende bij een
UITVINDINGSOCTROOIAANVRAGE ten name van
De naamloze vennootschap :"Handi-Move" (uitvinder : René Van Raemdonck) voor "Toestel voor de behandeling van de wervelkolom van een patiënt"
EMI1.1
*************************************************************
<Desc/Clms Page number 2>
Deze uitvinding heeft betrekking op een toestel voor de behandeling van de wervelkolom.
Door aanvraagster is vastgesteld dat op verrassende wijze klachten in de rug, hoofdzakelijk ter hoogte van de lumbale wervels en de hieruit voortvloeiende syndromen kunnen verlicht of blijvend verholpen worden door gebruik te maken van een toestel dat een zeker aantal bewegingen van wervelzuil en bekken mogelijk maakt, terwijl de druk die de wervels op elkaar uitoefenen momenteel wordt geneutraliseerd.
In dit verband moet aangestipt worden dat gebruikelijke tractietafels of-toestellen deze compressie van de wervels weliswaar op afdoende wijze tijdelijk doet ophouden, maar dat in geen geval onder een dergelijke tractie aan een actieve of passieve mobilisatie van het bekken en van de wervelzuil kan worden gedacht.
Het doel van de uitvinding is nu een toestel te ontwerpen waarmede een patiënt een aantal bewegingen kan uitvoeren terwijl zijn wervelzuil in een toestand staat waarin de druk die de wervels op elkaar uitoefenen, geneutraliseerd wordt.
Te dien einde bevat de inrichting volgens de uitvinding een zitting die is ingericht om, hetzij in een horizontaal vlak te worden verdraaid, hetzij in verticale vlakken, voorwaarts en achterwaarts of zijwaarts links en zijwaarts rechts te worden gewenteld, hetzij om deze verschillende bewegingen onder elkaar te combineren, en bevat daarenboven het toestel volgens de uitvinding middelen om de wervelkolom tijdens deze bewegingen van de zitting, dus van de patiënt, minstens onder een lichte tractie te zetten, waardoor de druk op de wervels en de intervertebrale schijven wordt geneutraliseerd.
<Desc/Clms Page number 3>
Steeds volgens de uitvinding is hogerbedoelde draaispil scharnierend verbonden met twee zich nagenoeg horizontaal uitstrekkende, boven elkaar gemonteerde elementen, waarvan de onderste, bestaande uit een hefboomarm, scharnierend is opgehangen aan twee vrij hangende stangen die met hun bovenste einden, met mogelijkheid tot verdraaiing en scharnieren, verbonden zijn met een onderdeel van het gestel dat tot de inrichting behoort, terwijl de bovenste, bestaande uit een stang, buiten zijn scharnierende verbinding met hogerbedoelde draaispil, nog scharnierend is verbonden met deze van de twee hierboven genoemde stangen die zich het dichtst bij hogerbedoelde zitting bevinden, één en ander zodanig dat de voorwaartse en achterwaartse bewegingen van de patiënt bolvormig,
en de linkse en rechtse bewegingen in latroflexie komvormig plaatsvinden en deze bewegingen onder elkaar kunnen worden gecombineerd.
Andere details en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hiernavolgende beschrijving van een toestel voor de behandeling van de wervelkolom, volgens de uitvinding. Deze beschrijving wordt uitsluitend bij wijze van voorbeeld gegeven en beperkt de uitvinding niet. De verwijzingscijfers hebben betrekking op de hieraan toegevoegde figuren.
Figuur 1 is een schematisch zijaanzicht van het toestel volgens de uitvinding.
Figuur 2 is een schematisch vooraanzicht van hetzelfde toestel.
Figuren 3 tot 7 illustreren schematisch de toepassingsmogelijkheden van het toestel volgens de figuren l en 2.
Het toestel door deze figuren voorgesteld, bevat een frame l dat uit verschillende, bij voorbeeld uit elkaar losneembare onderdelen, bestaat. De structuur van dit framegedeelte is eerder willekeurig en is weinig kenschetsend voor de uitvinding op zichzelf. Het is duidelijk dat dit frame een goede stabiliteit op de grond moet verzekeren en daartoe bij voorbeeld twee verticale stijlen 2 bevat, die deel uitmaken van of bevestigd zijn op horizontale liggers 3. Boven de stijlen 2 bestaat het frame bij voorkeur uit schuin naar omhoog toelopende onderdelen 4 die bovenaan door een dwarsbalkje 5
<Desc/Clms Page number 4>
met elkaar zijn verbonden.
Gelijk welke andere structuur kan dit frame vervangen, voor zover hieraan één arm 6, met mogelijkheid tot instelling in de hoogte, kan worden bevestigd.
De arm 6 is bij voorbeeld scharnierend aan een kolom 7 verbonden en is tussen arm 6 en kolom 7 een hydraulische pomp 8 ingeschakeld die manueel of mechanisch kan worden bevolen. Door het vermeerderen of het verminderen van de hydraulische druk in de pomp 8 kan de arm 6, al naargelang de behoeftes, neergelaten of gelicht worden.
Vooraan, wanneer men het toestel beschouwt, d. i. aan het vrij uiteinde van de arm 6, wordt een structuur opgehangen waarmede de in de aanhef besproken tractie op de wervelzuil van de patiënt kan worden uitgeoefend. Voor een goed begrip van de uitvinding moet worden verstaan dat het woord"tractie"reeds wijst op iedere toestand van de wervelzuil waarin de compressie die de wervels onder elkaar en met de intervertebrale schijven uitoefenen, geneutraliseerd wordt.
Om deze"tractie"uit te oefenen, kan beroep worden gedaan op de meest uiteenlopende middelen.
Eén van deze middelen wordt in de hieraan toegevoegde figuren 1 tot 7 voorgesteld. Het hier voorgestelde apparaat is verwant met het type dat eerder het onderwerp uitmaakte van het Belgisch octrooi 893.170.
Hoewel andere middelen voor het uitoefenen van bedoelde tractie kunnen worden uitgedacht, zullen deze hier verder niet worden beschreven. Eén van deze middelen bestaat bij voorbeeld uit een corset, waarmede hetzelfde resultaat kan worden bekomen als met de in de figuren voorgestelde structuur.
Om de werking van het toestel volgens de uitvinding duidelijk te maken, zal een summiere beschrijving worden gegeven van de in de tekeningen voorgestelde structuur, bestaande uit steunen 9, bestemd om onder de oksels van een patiënt 10 te grijpen.
Steunen 9 zijn aan het uiteinde van elk van de scharnierende armen 11 bevestigd. De scharnierende armen 11 hebben een gemeenschappelijk
<Desc/Clms Page number 5>
scharnierpunt in 12. Bovenaan kunnen de scharnierende armen 11 elk met één uiteinde verbonden worden met een schijf 13 waarin een aantal gaten 14 zijn voorzien. Door een blokkeerpen 15 in één van de gaten 14 te drukken, kan na verdraaiing van de schijf 13 de structuur bestaande uit de scharnierende armen 11 en de steunen 9 in een bepaalde stand ten opzichte van een zitting worden ingesteld. De zitting die de verwijzing 16 draagt, is een voornaam onderdeel van het toestel volgens de uitvinding. De zitting 16 is op een verdraaibare spil
17 gemonteerd.
Ook de zitting 16 kan ten opzichte van het toestel zelf en onder een bepaalde hoek in een horizontaal vlak worden geblokkeerd door gebruik te maken van de blokkeerpen 18 die in één van de gaten 19 van de op de draaispil 17 bevestigde schijf 20 in te drukken.
Wordt geen gebruik gemaakt van dit blokkeersysteem, dan kan de zitting 16 vrij rondom de draaispil 17 in het horizontale vlak worden verdraaid.
Deze verdraaiing van de zitting 16 kan het gevolg zijn van de actieve of passieve mobilisatie van de patiënt die op de zitting 16 heeft plaats genomen. De patiënt houdt zich hierbij vast aan de armleuningen 21.
Een eerste zeer merkwaardige oefening waarvan de resultaten verrassend bleken te zijn, bestaat in een verdraaiing van het bekken en van de onderste wervels door het heen en weer verdraaien van de zitting 16, terwijl de patiënt in lichte tractie staat, zoals duidelijk blijkt uit figuur 6. Volgens deze figuur worden de armen 11 onbewegelijk gehouden en voert de patiënt 10 zelf de nodige bewegingen uit, of worden deze door de therapeut uitgevoerd. De zitting 16 wordt hierbij heen en weer in het horizontale vlak wordt verdraaid.
Deze beweging kan op zichzelf worden uitgevoerd zonder enig andere bijkomende beweging van de patiënt.
Om deze beweging uit te voeren, wordt de draaispil 17 ten opzichte van de andere onderdelen van het toestel, die hierna zullen worden beschreven, onbewegelijk gehouden.
De draaispil 17, met de zitting 16, wordt onderaan, in 22, scharnierend gemonteerd op een hefboomarm 23, die
<Desc/Clms Page number 6>
op zijn beurt in 24 en 25 scharnierend is opgehangen aan twee stangen 26 en 27.
Deze beide stangen, 26 en 27, hangen bovenaan door middel van z. g. cardangewrichten 28, vrijdraaiend aan de balk 5, die behoort tot de framestructuur 1 van het toestel.
Verder is de draaispil 17 nog onder tussenkomst van een stang 29 verbonden met de stang 27. De scharnierende verbinding tussen stangen 27 en 29 is in 30 voorgesteld.
Wanneer men dus de eerstgenoemde beweging wil uitvoeren, t. w. het in een horizontaal vlak verdraaien van de zitting 16, zonder dat hierbij andere bewegingen worden gecombineerd, wordt de hefboomarm 23 geblokkeerd door het in horizontale stand brengen van de wentelarm 31. Deze wentelarm 31 is onderaan op de wentelas 32 gemonteerd en bezit een blokkeerstiftje 33 die in de neergelaten of horizontale stand van de wentelarm 31 in een cylindertje 33'past dat op hefboomarm 23 is gelast. In figuur 1 is de wentelarm 31 in de verticale stand voorgesteld, en is dus de hefboomarm 23 vrij voorwaarts en achterwaarts, of zijwaarts links en zijwaarts rechts te bewegen.
De vrije beweging, volgens deze verschillende richtingen, van de hefboomarm 23 laat een reeks bewegingen toe die door de figuren 4, 5, 6 en 7 worden voorgesteld.
Figuren 4 en 5 tonen hoe de patiënt voorwaartse en achterwaartse bewegingen in een verticaal vlak kan uitvoeren. Deze schommelbewegingen worden duidelijk gemaakt door de op deze figuren voorkomende pijltjes. Volgens bedoelde figuren beweegt zich de zitting 16 in een zuiver verticaal vlak, maar het is duidelijk dat deze bewegingen ook met een linkse en rechtse latroflexie kunnen worden gecombineerd.
Om de rug van de patiënt de nodige steun bij deze beide bewegingen te geven, is rugondersteuning voor tegendruk met therapeutische waarde voorzien. Dit wordt bekomen door het aanbrengen van de instelbare en verwijderbare rugsteun 34 die met zijn cylindrisch montageonderdeel 35 op het cylindrisch onderdeel 36 kan worden bevestigd of hiervan worden verwijderd door de blokkeerschroef
<Desc/Clms Page number 7>
37 of aan-of losse schroeven. Het cylindrisch onderdeel 36 scharniert in 38 ten opzichte van de stang 27.
Tenslotte hebben de figuren 6 en 7 betrekking op twee bijkomende mogelijke bewegingen die een patiënt zelf kan uitvoeren, al dan niet in combinatie met de bewegingen waarop figuren 4 en 5 betrekking hebben. Dit is bijzonder het geval voor de schematische voorstelling volgens figuur 7. Deze figuur toont hoe meerdere bewegingen zoals de latroflexie, in kombeweging, links en rechts, kunnen worden gecombineerd met één van de bewegingen zoals voorgesteld door de figuren 4 of 5. Al deze bewegingen kunnen zuiver actief, d. i. door de patiënt, worden uitgevoerd maar kunnen ook passief worden uitgevoerd, d. i. met de hulp van een therapeut of onder tussenkomst van mechanische middelen, zoals o. a. een geprogrammeerde motor.
Uit de zopas gegeven beschrijving van het toestel volgens de uitvinding blijkt zeer duidelijk dat een praktisch onbeperkt aantal bewegingen van het bekken en de wervelzuil van een patiënt kunnen worden uitgevoerd, terwijl de wervelzuil in tractie staat. De omvang van deze tractie kan worden geregeld door het min of meer in de hoogte instellen van de arm 6. Zoals reeds eerder duidelijk gemaakt, moet het begrip"tractie"worden begrepen als zijnde de tijdelijke neutralisatie van de druk die wervels op elkaar in normale omstandigheden uitoefenen.
Het is dan ook duidelijk dat het begrip "tractie"hier niet kan vergeleken worden met hetzelfde begrip wanneer het gaat om z. g."tractietafels"of"tractietoestellen". Met dergelijke toestellen en apparaten is een passieve of actieve mobilisatie van het bekken en van de wervelzuil niet denkbaar, althans niet in de mate waarin het toestel volgens de uitvinding deze bewegingen wel toelaat.
De uitvinding is uiteraard niet beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvorm en vele wijzigingen zouden hieraan kunnen worden aangebracht, in de eerste plaats wat de structuren betreft waarmede een patiënt in tractie wordt gezet.
<Desc / Clms Page number 1>
DESCRIPTION associated with a
INVENTION PATENT APPLICATION in the name of
The limited company: "Handi-Move" (inventor: René Van Raemdonck) for "Device for the treatment of a patient's spine"
EMI1.1
************************************************** ***********
<Desc / Clms Page number 2>
This invention relates to a device for the treatment of the spine.
It has been established by the applicant that surprisingly complaints in the back, mainly at the level of the lumbar vertebrae and the resulting syndromes, can be relieved or permanently remedied by using a device that allows a certain number of movements of the spinal column and pelvis, while the pressure that the vertebrae exert on each other is currently neutralized.
In this regard, it should be noted that while conventional traction tables or devices do adequately temporarily stop this compression of the vertebrae, no active or passive mobilization of the pelvis and spinal column can in any way be envisaged under such traction. .
The object of the invention is now to design a device with which a patient can perform a number of movements while his spinal column is in a state in which the pressure which the vertebrae exert on each other is neutralized.
To this end, the device according to the invention comprises a seat which is arranged to be either rotated in a horizontal plane, or to be rotated in vertical planes, forwards and backwards or sideways to the left and sideways to the right, or to move these different movements under each other In addition, the device according to the invention comprises means for placing the spine at least under slight traction during these movements of the seat, i.e. of the patient, thereby neutralizing the pressure on the vertebrae and the intervertebral discs.
<Desc / Clms Page number 3>
According to the invention, the above-mentioned rotary spindle is hingedly connected to two substantially horizontally extending, superimposed elements, the lower one of which consists of a lever arm, is hinged to two free-hanging rods with their upper ends, with the possibility of rotation and hinges , are connected to a part of the frame belonging to the device, while the upper one, consisting of a rod, outside of its hinged connection with the above-mentioned pivot, is still hingedly connected to those of the two above-mentioned rods closest to the above-mentioned sitting, such that the patient's forward and backward movements are spherical,
and the left and right movements take place in latroflexion cup-shaped and these movements can be combined with each other.
Other details and advantages of the invention will become apparent from the following description of a spinal treatment device according to the invention. This description is given by way of example only and does not limit the invention. The reference numbers refer to the attached figures.
Figure 1 is a schematic side view of the device according to the invention.
Figure 2 is a schematic front view of the same device.
Figures 3 to 7 schematically illustrate the application possibilities of the device according to figures 1 and 2.
The device represented by these figures comprises a frame 1 which consists of different, for instance detachable, parts. The structure of this frame section is rather arbitrary and is not very characteristic of the invention in itself. It is clear that this frame must ensure good stability on the ground and for this purpose it contains, for example, two vertical posts 2, which form part of or are fixed on horizontal beams 3. Above the posts 2, the frame preferably consists of sloping upwards parts 4 at the top through a crossbar 5
<Desc / Clms Page number 4>
are interconnected.
Any other structure can replace this frame, as long as one arm 6, with height adjustment, can be attached to it.
The arm 6 is for instance hingedly connected to a column 7 and a hydraulic pump 8 is switched on between arm 6 and column 7 which can be ordered manually or mechanically. By increasing or decreasing the hydraulic pressure in the pump 8, the arm 6 can be lowered or lifted, depending on the needs.
At the front, when considering the device, d. i. at the free end of the arm 6, a structure is suspended with which the traction discussed in the preamble can be exerted on the spinal column of the patient. For an understanding of the invention, it is to be understood that the word "traction" already refers to any state of the spinal column in which the compression of the vertebrae under each other and with the intervertebral discs is neutralized.
A wide variety of resources can be used to exercise this "traction".
One of these means is presented in Figures 1 to 7 appended thereto. The device proposed here is related to the type that was previously the subject of the Belgian patent 893.170.
While other means of applying said traction can be envisioned, these will not be further described here. One of these means consists, for example, of a corset, with which the same result can be obtained as with the structure represented in the figures.
To clarify the operation of the device according to the invention, a brief description will be given of the structure proposed in the drawings, consisting of supports 9, intended to grip under the armpits of a patient 10.
Supports 9 are attached to the end of each of the hinged arms 11. The hinged arms 11 have a common
<Desc / Clms Page number 5>
hinge point in 12. At the top, the hinged arms 11 can each be connected at one end to a disc 13 in which a number of holes 14 are provided. By pressing a blocking pin 15 in one of the holes 14, after rotation of the disc 13, the structure consisting of the hinged arms 11 and the supports 9 can be set in a specific position relative to a seat. The seat bearing the reference 16 is a major part of the device according to the invention. The seat 16 is on a rotatable spindle
17 mounted.
The seat 16 can also be blocked in a horizontal plane relative to the device itself and at a certain angle by using the locking pin 18 which presses into one of the holes 19 of the disc 20 mounted on the pivot 17.
If this blocking system is not used, the seat 16 can be freely rotated around the pivot 17 in the horizontal plane.
This rotation of the seat 16 may be due to the active or passive mobilization of the patient who has sat on the seat 16. The patient holds on to the armrests 21.
A first very curious exercise, the results of which turned out to be surprising, consists of a twisting of the pelvis and of the lower vertebrae by twisting the seat 16 back and forth, while the patient is in light traction, as is clear from figure 6. According to this figure, the arms 11 are kept immobile and the patient 10 himself performs the necessary movements, or these are performed by the therapist. The seat 16 is hereby rotated back and forth in the horizontal plane.
This movement can be performed on its own without any other additional movement of the patient.
To perform this movement, the pivot spindle 17 is kept immobile relative to the other parts of the device, which will be described below.
The pivot 17, with the seat 16, is hinged at the bottom, in 22, on a lever arm 23, which
<Desc / Clms Page number 6>
in turn is hinged on two rods 26 and 27 in 24 and 25.
These two rods, 26 and 27, hang at the top by means of z. G. cardan joints 28, freely rotating on the beam 5, which belongs to the frame structure 1 of the device.
The pivot spindle 17 is furthermore connected to the rod 27 via a rod 29. The hinged connection between rods 27 and 29 is shown in 30.
So if one wants to perform the first mentioned movement, t. w. turning the seat 16 in a horizontal plane, without combining other movements, the lever arm 23 is blocked by bringing the revolving arm 31 into horizontal position. This revolving arm 31 is mounted on the revolving shaft 32 at the bottom and has a locking pin 33 which in the lowered or horizontal position of the revolving arm 31 fits into a cylinder 33 'which is welded on lever arm 23. In Figure 1, the revolving arm 31 is shown in the vertical position, and thus the lever arm 23 is free to move forwards and backwards, or sideways to the left and sideways to the right.
The free movement, according to these different directions, of the lever arm 23 allows a series of movements represented by Figures 4, 5, 6 and 7.
Figures 4 and 5 show how the patient can perform forward and backward movements in a vertical plane. These rocking movements are made clear by the arrows on these figures. According to the figures shown, the seat 16 moves in a purely vertical plane, but it is clear that these movements can also be combined with a left and right latroflexion.
To provide the patient's back with the necessary support in both of these movements, back support for back pressure of therapeutic value is provided. This is accomplished by mounting the adjustable and removable backrest 34 which can be attached to the cylindrical part 36 with its cylindrical mounting part 35 or removed from it by the locking screw
<Desc / Clms Page number 7>
37 or on or loose screws. The cylindrical part 36 hinges in 38 relative to the rod 27.
Finally, Figures 6 and 7 relate to two additional possible movements that a patient can perform himself, whether or not in combination with the movements to which Figures 4 and 5 relate. This is particularly the case for the schematic representation according to figure 7. This figure shows how multiple movements such as latroflexion, in bowl movement, left and right, can be combined with one of the movements as represented by figures 4 or 5. All these movements can be purely active, d. i. performed by the patient, but can also be performed passively, d. i. with the help of a therapist or through the intervention of mechanical means, such as a. a programmed motor.
The description of the device according to the invention which has just been given shows very clearly that a practically unlimited number of movements of the pelvis and spinal column of a patient can be performed while the spinal column is in traction. The magnitude of this traction can be controlled by adjusting the height of the arm to a greater or lesser height. As previously made clear, the term "traction" is to be understood as the temporary neutralization of the pressure that vertebrae put on each other in normal conditions.
It is therefore clear that the term "traction" cannot be compared here with the same term when it comes to so-called "traction tables" or "traction units". With such devices and devices, a passive or active mobilization of the pelvis and of the spinal column is not conceivable, at least not to the extent that the device according to the invention does allow these movements.
The invention is of course not limited to the above-described embodiment and many modifications could be made thereto, primarily as to the structures with which a patient is put in traction.