[go: up one dir, main page]

BE899656A - Werkwijze en inrichting om onder het wateroppervlak uitvoeren van horizontale boringen. - Google Patents

Werkwijze en inrichting om onder het wateroppervlak uitvoeren van horizontale boringen. Download PDF

Info

Publication number
BE899656A
BE899656A BE0/212934A BE212934A BE899656A BE 899656 A BE899656 A BE 899656A BE 0/212934 A BE0/212934 A BE 0/212934A BE 212934 A BE212934 A BE 212934A BE 899656 A BE899656 A BE 899656A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
drilling
underwater
chamber
lifting platform
mentioned
Prior art date
Application number
BE0/212934A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Dredging Internat Nv
Smet Boring Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Dredging Internat Nv, Smet Boring Nv filed Critical Dredging Internat Nv
Priority to BE0/212934A priority Critical patent/BE899656A/nl
Publication of BE899656A publication Critical patent/BE899656A/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B63SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
    • B63CLAUNCHING, HAULING-OUT, OR DRY-DOCKING OF VESSELS; LIFE-SAVING IN WATER; EQUIPMENT FOR DWELLING OR WORKING UNDER WATER; MEANS FOR SALVAGING OR SEARCHING FOR UNDERWATER OBJECTS
    • B63C7/00Salvaging of disabled, stranded, or sunken vessels; Salvaging of vessel parts or furnishings, e.g. of safes; Salvaging of other underwater objects
    • B63C7/24Apparatus for passing chains or the like under vessels or objects
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02BHYDRAULIC ENGINEERING
    • E02B17/00Artificial islands mounted on piles or like supports, e.g. platforms on raisable legs or offshore constructions; Construction methods therefor
    • E02B17/0034Maintenance, repair or inspection of offshore constructions
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E21EARTH OR ROCK DRILLING; MINING
    • E21BEARTH OR ROCK DRILLING; OBTAINING OIL, GAS, WATER, SOLUBLE OR MELTABLE MATERIALS OR A SLURRY OF MINERALS FROM WELLS
    • E21B7/00Special methods or apparatus for drilling
    • E21B7/04Directional drilling
    • E21B7/046Directional drilling horizontal drilling
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E21EARTH OR ROCK DRILLING; MINING
    • E21BEARTH OR ROCK DRILLING; OBTAINING OIL, GAS, WATER, SOLUBLE OR MELTABLE MATERIALS OR A SLURRY OF MINERALS FROM WELLS
    • E21B7/00Special methods or apparatus for drilling
    • E21B7/12Underwater drilling
    • E21B7/124Underwater drilling with underwater tool drive prime mover, e.g. portable drilling rigs for use on underwater floors

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Geology (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Mining & Mineral Resources (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Fluid Mechanics (AREA)
  • Environmental & Geological Engineering (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Geochemistry & Mineralogy (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Ocean & Marine Engineering (AREA)
  • Earth Drilling (AREA)

Abstract

De uitvinding betreft een inrichting om onder het wateroppervlak uitvoeren van horizontale boringen, hetzij doorheen, hetzij onder een structuur die aan het water grenst of zich in het water bevindt, met het kenmerk dat zij bestaat uit een hefeiland (1) dat in de nabijheid van hogerbedoelde structuur kan worden gepositioneerd, en een onderwaterkamer (5) die in de hoogte t.o.v. bedoelde structuur kan worden ingesteld en met een toegangskoker is uitgerust waardoor zij in verbinding staat met hogerbedoeld hefeiland alsook van een vanuit het inwendige van de onderwaterkamer te bedienen boormast.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



   Deze uitvinding heeft betrekking op een inrichting om onder het wateroppervlak vanaf het water uitvoeren horizontale of nagenoeg horizontale boringen uit te voeren hetzij doorheen, hetzij onder een structuur die aan het water grenst of zich in het water bevindt. 



   In bepaalde gevallen moeten horizontale boringen onder het waterpeil uitgevoerd worden. Door "horizontale boringen" wordt verstaan    iedere   vorm van boring uitgevoerd volgens een horizontale of nagenoeg horizontale hartlijn. 



   Dergelijke boringen kunnen noodzakelijk zijn in   een   van de volgende, bij wijze van voorbeeld, besproken gevallen : - het aanbrengen van horizontale of schuine grond-of trekankers onder water doorheen een constructie   (kademuur, damwandenrij,   kunstmatig aangelegd massief). 



   - het aanbrengen van horizontale of nagenoeg horizontale draineerbuizen of filters in een constructie of in grondlagen. 



   - het boren van horizontale of schuine injectiegaten in een constructie of doorheen grondlagen. 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 
 EMI2.1 
 



  - het uitvoeren van horizontale Dringen in een terrein, onder een wrak of een constructie waardoor of waaronder een kabel, draad of een ketting moet worden getrokken. 



   - alle denkbare bewerkingen waarbij   een   of meer gaten, hetzij horizontaal hetzij schuins, vanuit een onder het waterniveau gelegen punt moet worden geboord. 



   Tot nog toe konden dergelijke borin- gen meestal niet worden uitgevoerd en werden dus ver- meden door gebruik te maken van de andere methodes. In andere gevallen werden deze werken in het droge uitge- voerd, bijvoorbeeld door bij of rondom de constructie een kofferdam aan te leggen. Uit deze kofferdam werd dan het water leeggepompt en op een verlaagd niveau ge- houden waarna de bewerkingen, meestal onder moeilijke omstandigheden konden worden uitgevoerd. 



   De uitvinding heeft tot doel een in- richting te ontwerpen en een werkwijze voor te schrij- ven waardoor hogerbedoelde en gelijkaardige werken op een nieuwe, veilige en originele wijze kunnen worden uitgevoerd. 



   Om dit volgens de uitvinding moge- lijk te maken, bestaat de inrichting volgens de uitvin- ding uit een hefeiland dat in de onmiddellijke nabij- heid van hogerbedoelde structuur kanwordengepositioneerd, en een onderwaterkamer die in de hoogte t. o. v. bedoelde structuur kan worden ingesteld, welke onderwaterkamer met een toegangskoker is uitgerust waardoor zij in ver- binding staat met hogerbedoeld hefeiland alsook van een vanuit het inwendige van de onderwaterkamer te bedienen boormast. 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 



   In een eerste mogelijke uitvoeringsvorm is hogerbedoelde onderwaterkamer vast met bedoeld hefeiland verbonden. 



   Volgens een andere uitvoeringsvorm is hogerbedoelde onderwaterkamer horizontaal verplaatsbaar gemonteerd op een raam dat   t. o. v.   bedoeld hefeiland in de hoogte instelbaar is. 



     Een detail   van de uitvinding bestaat hierin dat hogerbedoeld hefeiland uit een centraal gedeelte bestaat waarmede langs twee tegenover elkaar liggende zijden van dit centraal gedeelte telkens een langwerpig gedeelte is verbonden dat van het hefeiland deel uitmaakt. 



   Doelmatig is tussen hogerbedoelde langwerpige gedeeltes een brug voorzien waarop een wagen verrolbaar gemonteerd die een steun vormt voor een toegangskoker die het hefeiland met de onderwaterkamer verbindt. 



   De uitvinding heeft eveneens betrekking op de werkwijze voor het onder het wateroppervlak, vanaf het water, uitvoeren van horizontale of nagenoeg horizontale boringen. 



   Andere-details en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hiernavolgende beschrijving van een inrichting en een werkwijze voor het onder het wateroppervlak vanaf het water uitvoeren van horizontale of nagenoeg horizontale boringen, volgens de uitvinding. Deze beschrijving wordt uitsluitend bij wijze van voorbeeld gegeven en is niet beperkend voor de uitvinding. De verwijzingscijfers hebben betrekking op de hieraan toegevoegde figuren. 



   Figuur 1 is een zijaanzicht op de 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 onderwaterkamer behorende tot de inrichting volgens de uitvinding. 



   Figuur 2 is een schematisch bovenaanzicht op de inrichting waarbij de onderwaterkamer vast met het hefeiland is verbonden. 



   Figuur 3 is een schematisch vooraanzicht van het hefeiland van de inrichting volgens de uitvinding met de onderwaterkamer in vooraanzicht in de uitvoeringsvorm volgens figuur 2. 



   Figuur 4 is een schematisch zijaanzicht van het booreiland waarbij de onderwaterkamer eveneens in zijaanzicht voorkomt in de uitvoeringsvorm volgens figuren 2 en 3. 



   Figuur 5 is een schematisch bovenaanzicht op het hefeiland volgens de uitvinding in een variante waarbij de onderwaterkamer in de lengterichting   '-yan   een   raam verstelbaar   is gemonteerd. 



   Figuur 6 is een schematisch vooraan-    zicht   op de inrichting volgens de uitvinding in de uitvoeringsvorm volgens figuur 5. 



   Figuur 7 is een zijaanzicht van de inrichting in de variante volgens figuren 5 en 6. 



   De inrichting volgens de uitvinding omvat een hefeiland   (l)   uitgerust met vier spudpalen (2). Het hefeiland   (1)   omvat een centraal gedeelte (3) dat het eigenlijke ponton vormt en twee zijdelings aansluitende langwerpige gedeelten (4). Deze langwerpige gedeelten (4) sluiten onmiddellijk aan bij het gedeelte van het hefeiland dat langsheen de spudpalen (2) wordt geleid. Het hefeiland   (l)   kan inderdaad, volgens gebruikelijke technieken, t. o. v. de spudpalen worden opgevijzeld, d. i. in de hoogte worden ingesteld. 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 



   In de   uitvoeringsvormen   volgens figuren   l   tot 4 alsook in de variante volgens de figuren 5 tot 7 vertoont het hefeiland althans in bovenaanzicht dezelfde structuur. 



   Het hefeiland is uitgerust met een onderwaterkamer (5) die de algemene vorm van een cilinder vertoont. Deze onderwaterkamer wordt verder in detail beschreven. 



   Verwijzend naar de figuren 1 tot 4 enerzijds, en 5 tot 6, anderzijds, bemerkt men twee verschillende opstellingsmogelijkheden van deze cilindrische onderwaterkamer (5)   t. o. v.   het hefeiland (l). 



   In de eerste variante (figuren   l   tot 4) is de cilindrische onderwaterkamer (5) vast met het centrale gedeelte (3) verbonden en wel onder tussenkomst van een freem (6) dat zelf vast is verbonden met het hef-   eiland (l).   De toegang tot de cilindrische onderwaterkamer (5) wordt verzekerd door een toegangskoker (7). 



  Buiten deze toegangskoker bezit de cilindrische onderwaterkamer langs één uiteinde een secundaire toegang (8) door de welke in de boorgaten aan te brengen elementen in de onderwaterkamer kunnenworden gebracht. 



  Langs het    tegenoverliggend. uiteinde   is een structuur voorzien die verder in detail zal worden beschreven, en die moet toelaten de boorstangen vanaf de boormast (9) onder verschillende hoeken in te stellen. 



  In de uitvoeringsvorm volgens de figuren 5 tot 7 wordt gebruik gemaakt van eenzelfde onderwaterkamer' (5) die is gemonteerd in een freem (10) dat op zijn beurt gedragen wordt door een wagentje (11) dat in de   langsrichting heen enweer kanworden ver-   

 <Desc/Clms Page number 6> 

 plaatst langsheen een raam (12) dat zelf op en neer kan worden bewogen langsheen twee tegenover elkaar voorkomende spudpalen (2). Met een dergelijke opstelling van de cilindrische onderwaterkamer (5) t. o. v. het hefeiland (1) kan dus de cilindrische onderwaterkamer op de juiste plaats worden gepositioneerd   t. o. v.   de structuur   (kademuur, danMandenrij,   onder water voorkomende structuur) waar boringen moeten worden uitgevoerd. 



   Het in de hoogte instellen van het raam (12) langsheen hetwelk het wagentje   (11)   met het freem (10) kan verrold worden, gebeurt door het optrekken van kabels (13) vanuit een op het hefeiland   gein-   stalleerde, doch in de figuren niet voorgestelde, hefmechanisme. De kabels (13) zijn aan kniestukken (14) van het raam (12) bevestigd en worden over leirollen   (15h   die zijdelings op het hefeiland zijn bevestigd, opgetrokken. 



   Aangezien dus de cilindrische onderwaterkamer (5) op verschillende hoogtes kan worden ingesteld, moet de met de algemene verwijzing (7) aangeduide toegangskoker aan de diepte waarop zal worden gewerkt, kunnen aangepast worden. Daartoe bestaat de toegangkoker (7) uit verschillende aan elkaar te bevestigen cilindrische elementen (7'). 



   Om de toegangskoker (7) bij het in de langsrichting van het raam (12) verplaatsen van de cilindrische onderwaterkamer (5) te steunen en te geleiden, is tussen de evenwijdige langwerpige gedeeltes (4) van het hefeiland een brug (16) gemonteerd waarop een wagentje (17) in de langsrichting van deze brug (16) kan worden verrold. Het wagentje (17) is met het bovenste element (71) van de toegangskoker (7) door een plaat 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 (18) of een analoge structuur verbonden. 



   Op het hefeiland   (1)   is nog een verrolbare portaalkraan (19) voorzien die   o. m.   tot doel heeft het aan-en afbouwen van de uit de verschillende aan elkaar bevestigde cilindrische elementen   (7')   bestaande toegangskoker (7) mogelijk te maken. 



   Deze toegangskoker (7) is met de lucht in verbinding, hetgeen betekent dat in de cilindrische onderwaterkamer (5) onder atmosferische druk wordt gewerkt, hetgeen uiteraard een zeer groot voordeel biedt voor de bedienaars van het boorapparatuur dat in deze cilindrische onderwaterkamer is   geïnstalleerd.   



   Uit de zojuist gegeven beschrijving van de uitvoeringsvorm volgens de figuren 5 tot 7 blijkt dus zeer duidelijk dat men evenals met het hefeiland volgens de figuren 1 tot 4, dit booreiland in de on-   middellijke   nabijheid van de structuur waardoorheen de boorbewerkingen moeten worden uitgevoerd, kan positioneren.

   Dit gebeurt door het hefeiland in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar de werken moeten worden uitgevoerd te brengen en het hefeiland in de meest voordelige positie door middel van de vier spudpalen (2) te   positioneren.-  
Wanneer gebruik wordt gemaakt van een inrichting volgens de eerste variante, d. i. een inrichting zoals afgebeeld in de figuren   l   tot 4, moet het hefeiland meteen in de definitieve ideale opstelling worden verankerd aangezien de cilindrische onderwaterkamer (5) vast is verbonden met het hefeiland. Insommige gevallen volstaat een dergelijke inrichting. 



   Met de inrichting volgens de tweede variante,   d. i.   de inrichting die overeenstemt met de 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 figuren 5 tot 7, kan het hefeiland approximatief of bij benadering op de gewenste plaats worden verankerd maar een verdere opstelling van de onderwaterkamer   (5)   kan verder nog plaatsvinden. 



   De onderwaterkamer (5) is, zoals uit de hierboven gegeven beschrijving blijkt, verstelbaar z, owel in een horizontaal als in een verticaal vlak zodat dit belangrijk onderdeel van de inrichting volgens de uitvinding nauwkeurig kan worden gepositioneerd t. o. v. de plaats waar een of. meer boringen zullen moeten worden uitgevoerd. 



   Hoewel uiteraard de cilindrische onderwaterkamer (5) zeer uiteenlopende structuren zou kunnen vertonen, is een voordelige uitvoeringsvorm diegene die bij wijze van voorbeeld in de verschillende figuren is voorgesteld. 



   De cilindrische onderwaterkamer heeft buiten de reeds beschreven toegangskoker (7) nog een se-   cundaire   toegang (8) die in   een   van de eindwanden, de boogvormige wand (20), voorkomt en waardoorheen langwerpige   werkstukken,   zoals ankers, drains, kabels, explosieven en andere bij het uitvoeren van boringen vereiste materialen kunnen worden ingebracht. 



   Op bedoelde secundaire toegang (8) kan een niet voorgestelde toegangskoker'worden aangesloten. Deze toegangskoker die bij voorkeur een bocht met een grote kromtestraal beschrijft en een ingang ter hoogte van het hefeiland vertoont, wordt gebruikt om lange verankeringselementen, draineerbuizen, kabels of andere materialen naar de onderwaterkamer (5) te voeren terwijl deze onderwaterkamer in haar werkpositie staat. 



   Langs het tegenoverliggend uiteinde 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 van de onderwaterkamer   (5)   komt in de boogvormige wand (21) een opening (22) voor die het mogelijk moet maken boringen onder verschillende hoeken uit te voeren. In figuur 1 is een mogelijke hoek   t. o. v.   de horizontale hartlijn van de boormast (9) de hoek. 



   De boormast uit de inrichting die eigenlijk geen deel uitmaakt van de elementen die tot de uitvinding behoren, wordt dus uitsluitend met de algemene verwijzing (9) aangeduid. Voor het overige is de boormast met minstens één, doch bij voorkeur een dubbele sas (23) uitgerust. Een dergelijk sas werd reeds eerder beschreven in het Belgisch octrooi 887. 709 ten name van"Camar". Ook dit sas wordt hier niet in detail beschreven. 



   Voorbij sas (23) wordt een rubberen zak (24) aangebracht en wel tussen een stroomafwaarts voorkomend gedeelte van sas (23) en een verbindingsstuk (25) waarmede de opening (22) is uitgerust. Door gebruik te maken van een dergelijke rubberen zak kan dus de hoek waaronder zal worden geboord binnen de gewenste grenzen worden aangepast. 



   Het verbindingsstuk (25) vormt een afdichting tussen de onderwaterkamer (5) en de wand van de structuur waarin een boring onder water moet worden uitgevoerd. Het verbindingsstuk (25) bestaat   bijvoor-   beeld uit twee telescopische cilinders (26) en (27) met daartussen een afdichting (28). Het vrij uiteinde van de cilinder (27) is verder nog uitgerust met een afdichting   (29).   



   Het is duidelijk dat in de hier- 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 boven beschreven onderwaterkamer een belangrijke voorraad   langwerpige   voorwerpen, die bij het boren en   bi-j   de daaropvolgende bewerkingen   moeten-werden   gebruikt, kunnen worden gestapeld en door het sas en de-opening (22) volgens de juiste hoek kunnen worden geschoven, zodat inderdaad met een zeer grote nauwkeurigheid en in uitstekende condities bepaalde werken kunnen worden uitgevoerd die tot nog toe doodgewoon onuitvoerbaar waren, tenzij dan onder zeer moeilijke omstandigheden die dus ook   zeer'duur uitvielen.   
 EMI10.1 
 



  -'''--- -. --   Een bijzonder attracti-eve   toepassing van de uitvinding is het aanbrengen van kabels onder de kiel van een gezonken schip of van op of onder de rivier-of zeebodem vertoevend voorwerp. In dit geval is het dan aangewezen langs weerszijden van het gezonken vaartuig of voorwerp de zee-of rivierbodem uit te baggeren, de hefinrichting boven de gebaggerde ruimte te verankeren en in bedoelde ruimte de onderwaterkamer te positioneren. Het boren onder het gezonken vaartuig 
 EMI10.2 
 - -. - ... of'het betreffende voorwerp wordt dan een technisch uiti) a r'e voerbare'bewerking. Door de aangebracht boring kan een v kabel getrokken worden en kan, na het gebeurlijk verwijderen van de   boorbuis,   de kabel als hijskabel worden ge-   bruikt.   



   Ook vele andere toepassingen van de inrichting volgens de uitvinding kunnen thans overwogen worden. Het is echter duidelijk dat de uitvinding niet beperkt is tot de hierboven beschreven uitvoeringsvorm en dat hieraan   menige   veranderingen zouden kunnen worden aangebracht zonder buiten het raam van de octrooiaanvrage te treden. 



   Zo is het duidelijk dat het hef- 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 eiland een totaal verschillende structuur zou kunnen vertonen. Het hefeiland moet niet noodzakelijk in planzich een H-vorm vertonen. Een structuur in   U-vorm   is eveneens denkbaar, alsook een volledig rechthoekig open ponton waarbij de onderwaterkamer in het midden of zijde lings kan worden neergelaten of opgetrokken.

Claims (18)

  1. CONCLUSIES. l. Inrichting om onder het wateroppervlak, vanaf het water, uitvoeren van horizontale of nagenoeg horizontale boringen, hetzij doorheen, hetzij onder een structuur die aan het water grenst of zich in het water bevindt, met het kenmerk dat zij bestaat uit een hefeiland (l) dat in de onmiddellijke nabijheid van hogerbedoelde structuur kan worden gepositioneerd, en een onderwaterkamer (5) die in de hoogte t. o. v. bedoelde structuur kan worden ingesteld, welke onderwaterkamer met een toegangskoker is uitgerust waardoor zij in verbinding staat met hogerbedoeld hefeiland alsook van een vanuit het inwendige van de onderwaterkamer te bedienen boormast.
  2. 2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat hogerbedoelde onderwaterkamer (5) va. st met bedoeld hefeiland is verbonden.
  3. 3. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat hogerbedoelde onderwaterkamer horizontaal verplaatsbaar is gemonteerd op een raam (12) dat t. o. v. bedoeld hefeiland (l) in de hoogte instelbaar is, waarbij op bedoeld raam (12) een in de lengterichting hiervan verrolbaar wagentje (11) is gemonteerd waarop de onderwaterkamer (5) rust.
  4. 4. Inrichting volgens een van de conclusies I - 3, met het kenmerk dat hogerbedoeld hefplatform (l) met minstens drie, doch bij voorkeur vier, spudpalen (2) is uitgerust en ten opzichte hiervan in de hoogte instelbaar is.
  5. 5. Inrichting volgens één van de conclusies 3 - 4, met het kenmerk dat hogerbedoeld raam (12) langs twee van hogerbedoelde spudpalen (2) wordt geleid. <Desc/Clms Page number 13>
  6. 6. Inrichting volgens een van de conclusies 3. - 5, met het kenmerk dat hogerbedoeld raam (12) door kabels (13) met hogerbedoeld hefeiland (l) is verbonden en dat op het hefeiland middelen zijn voorzien om bedoeld raam (12) door middel van bedoelde kabels (13) op te trekken en neer te laten.
  7. 7. Inrichting volgens één van de conclusies l, 3-6, met het kenmerk dat op hogerbedoeld hefeiland een boven het water voorkomende brug is voorzien waarop een wagen verrolbaar is gemonteerd die een steun kan vormen voor een toegangskoker die het hefeiland (l) met de onderwaterkamer (5) verbindt.
  8. 8. Inrichting volgens een van de conclusies l-7, met het kenmerk dat hogerbedoelde onderwaterkamer inwendig is uitgerust met een boormast (9) en met middelen om het boormateriaal in rotatie te brengen, alsook met een scharnier waarop bedoelde boormast (9), langs de zijde van een opening (22) in de onderwaterkamer waardoorheen boorstangen of boorbuizen geleid worden, rust om de hoek waarrond de boorbewerkingen worden uitgevoerd te kunnen wijzigen, alsook minstens een sas (23) voor het waterdicht doorlaten van bedoeld boormateriaal.
  9. 9. Inrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk dat tussen hogerbedoelde sas (23) en hogerbedoelde opening (22), in de onderwaterkamer (5), een rubberen zak (24) is voorzien om het boormateriaal onder verschillende hoeken te kunnen instellen. EMI13.1
  10. 10. Inrichting volgens een van de cn-i-.-,-ec dat hogerbedoelde opet. (25) de- --. rr-.-or-. de onderwaterkamer (5) <Desc/Clms Page number 14> het : ken erken de wand van de structuur of constructie waarin een boring onder water moet worden uitgevoerd.
  11. 11. Inrichting volgens een van de conclusies 8-9, met het kenmerk dat hogerbedoelde onderwaterkamer (5) aan het uiteinde dat van de opening (22) waardoorheen het boormateriaal wordt geleid, is afgekeerd, een secundaire toegang (8) is voorzien waardoorheen de bij de boorbewerking noodzakelijke aggregaten en lange in de boorgaten aan te brengen elementen in de onderwaterkamer. (5) kunnen worden gebracht, waartoe een toegangskoker met een voldoende kromtestraal is aangesloten, welke toegangskoker met zijn ingang op het niveau van het hefeiland uitmondt.
  12. 12. Inrichting volgens een of meer van de conclusies 1 - li, met het kenmerk dat hogerbedoelde onderwaterkamer (5) met minstens een ballast is uitgerust.
  13. 13. Werkwijze voor het onder het wateroppervlak, vanaf het water, uitvoeren van een horizontale of nagenoeg horizontale boring, hetzij doorheen, hetzij onder een structuur die aan het water grenst EMI14.1 lof zich in het water bevindt, met het kenmerk dat men een hefeiland volgens één Qf meer van de conclusies 1 12 in de onmiddellijke nabijheid van deze structuur pot positioneert, bijvoorbeeld door gebruik te maken van spudpalen waarmede dit hefeiland is uitgerust, men het hefeiland opvijzelt, d. i. t. o.
    v. de spudpalen in de hoogte optrekt, een en ander zodanig dat hogerbedoelde aan het hefeiland vast of ten opzichte hiervan in de hoogte instelbaar en langsheen hogerbedoeld raam verplaatsbare onderwaterkamer met zijn uiteinde dat van een opening voor het doorheen geleiden van het boorma- <Desc/Clms Page number 15> teriaal in de nabijheid komt te staan van de uit te voeren boorbewerking.
  14. 14. Werkwijze volgens conclusie 13, met het kenmerk dat men door hogerbedoelde opening (22) EMI15.1 waardoorheen het boormateriaal wordt geleid de gewenste boringen uitvoert door de nodige boorstangen door minsens een sas (23) te voeren.
  15. 15.-Werkwijze volgens conclusie 14, met het kenmerk dat men in de bij de boringen ontstane boorgaten verankeringselementen, draineerbuizen, filters, kabels, explosieven of draden aanbrengt of via deze boorgaten injecteert of grout.
  16. 16. Werkwijze volgens conclusie 13, met het kenmerk dat men gebruik maakt van minstens een ballastelement om de onderwaterkamer op de gewenste diepte te brengen. EMI15.2
  17. 17. Werkwijze volgens één van de conclusies 13-16, met het kenmerk dat men in de boorgaten aan te brengen lange elementen in de onderwaterkamer (5) inbrengt door gebruik te maken van hogerbedoelde secundaire tcegang (8) waarop men een toegangskoker met een voldoende grote kromtestraal heeft laten aansluiten.
  18. 18. Werkwijze volgens conclusie 13, toegepast op het lichten van zieh onder water bevindende voorwerpen, zoals bijvoorbeeld doch niet uitsluitend, een gezonken vaartuig, met het kenmerk dat men, nadat langs weerszijden van dit schip is gebaggerd tot op een diepteniveau dat dieper ligt dan de bodem van het vaartuig, onder de bodem van het vaartuig boort door toepassing van de inrichting volgens een van de conclusies 1 - 14 en men door elk van de ontstane boorgaten <Desc/Clms Page number 16> een kabel trekt die voor het lichten van het vaartuig wordtgebruikt.
BE0/212934A 1984-05-14 1984-05-14 Werkwijze en inrichting om onder het wateroppervlak uitvoeren van horizontale boringen. BE899656A (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE0/212934A BE899656A (nl) 1984-05-14 1984-05-14 Werkwijze en inrichting om onder het wateroppervlak uitvoeren van horizontale boringen.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE0/212934A BE899656A (nl) 1984-05-14 1984-05-14 Werkwijze en inrichting om onder het wateroppervlak uitvoeren van horizontale boringen.
BE899656 1984-05-14

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE899656A true BE899656A (nl) 1984-08-31

Family

ID=25654089

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE0/212934A BE899656A (nl) 1984-05-14 1984-05-14 Werkwijze en inrichting om onder het wateroppervlak uitvoeren van horizontale boringen.

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE899656A (nl)

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0345947A1 (en) * 1988-05-06 1989-12-13 Conoco Inc. An offshore drilling/production platform with a retractable work deck
CN111096247A (zh) * 2019-12-27 2020-05-05 青岛海洋科学与技术国家实验室发展中心 一种用于训练海狮进行打捞标记的辅助装置及其使用方法

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0345947A1 (en) * 1988-05-06 1989-12-13 Conoco Inc. An offshore drilling/production platform with a retractable work deck
CN111096247A (zh) * 2019-12-27 2020-05-05 青岛海洋科学与技术国家实验室发展中心 一种用于训练海狮进行打捞标记的辅助装置及其使用方法

Similar Documents

Publication Publication Date Title
BE1020071A5 (nl) Werkwijze voor het verschaffen van een fundering voor een zich op hoogte bevindende massa, en een positioneerframe voor het uitvoeren van de werkwijze.
US4927296A (en) Method and installation for displacing a jacket of an artificial island in relation to an underwater base
US3004392A (en) Submarine pipe line trencher and method
US6149350A (en) Method and apparatus for the offshore installation of multi-ton packages such as deck packages and jackets
NO136306B (nl)
CN108005047B (zh) 防涌潮的打桩机
CN104563119A (zh) 旋转式水上打桩导架
IE47558B1 (en) Submersible template for locating boreholes in the bottom of a body water
US2863293A (en) Marine drilling rig
NL8104791A (nl) Werkwijze voor het opzuigen van onder water gelegen bodemmateriaal en een inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze.
BE899656A (nl) Werkwijze en inrichting om onder het wateroppervlak uitvoeren van horizontale boringen.
CN110805044B (zh) 一种抛石、夯实一体船的工作方法
US4360291A (en) Subsea foundation
CN110805042A (zh) 一种抛石、夯实一体船的抛石装置的工作方法
CN116306082B (zh) 一种深海段海底管道安装参数设计方法
US3195313A (en) Offshore drilling platform
CN216664285U (zh) 一种基于自动化定点作业的水上清淤平台
US4365787A (en) Pipe string lift system
CN117431954A (zh) 一种中深水悬空海管半柔性动力定位抛填装备
NL2016759B1 (en) Assembly of a Vessel and a Floating Module
CN215479216U (zh) 一种具有浅点辅助识别功能的抓斗装置
CN223072695U (zh) 一种滑道式静力触探设备自动投放装置
SU640674A3 (ru) Устройство дл разработки грунта
KR20240137182A (ko) 플로팅 도크
JP2004019113A (ja) 地盤改良船および地盤改良工法

Legal Events

Date Code Title Description
RE20 Patent expired

Owner name: *HYDRO SOIL SERVICES N.V.

Effective date: 20040514