"Inrichting voor het reinigen van zeefdrukzeven".
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting
voor het reinigen van zeefdrukzeven, die een bak bevat
waarin de zeven kunnen geplaatst woiden, ten minste een
sproeier die in de bak opgesteld is en ten minste een toevoerleiding.die op de sproeier aansluit en die bestemd is om
<EMI ID=1.1>
bracht te worden.
<EMI ID=2.1>
van de inkt van de zeef en/of het verwijderen van de sjabloon die op de zeef aangebracht werd. Hiertoe gebruikt men aangepaste oplosmiddelen zoals nitraten of white spirit voor het verwijderen van de inkt en bleekwater voor het verwijderen van de emulsie waaruit de sjabloon gevormd is.
Men kan natuurlijk de oplosmiddelen met een spons of doek of met een spuitpistool manueel op de zeef aanbrengen, maar niet alleen is dit tijdrovend maar meestal wordt ook een overmaat aan oplosmiddel gebruikt, terwijl de persoon die het oplosmiddel aanbrengt blootgesteld staat aan de vrij ongezonde dampen van de oplosmiddelen. Vandaar dat men inrichtingen ontworpen heeft, waarbij het reinigen mechanisch in een bij voorkeur gesloten en van een dampafzuiging voorziene bak plaatsvindt.
Bij bekende inrichtingen van deze soort zijn in de bak meerdere sproeiers opgesteld die gevormd zijn door roterende, van openingen voorziene armen..Een of meer zeven worden horizontaal in de bak geplaatst tussen de sproeiers, zó dat er zich sproeiers onder en boven elke zeef bevinden. Deze inrichtingen vergen evenwel relatief veel oplosmiddelen. Inderdaad, de inkt vormt bij het oplossen een soort slib dat moeilijk door de zeef heen kan, zodat de inkt die zich aan de bovenzijde van de bijna horizontaal opgestelde zeef bevindt, moeilijk kan verwijderd worden. Daarenboven moeten de stralen van de sproeiers elkaar overlappen wil men alle plaatsen van de zeef bereiken. Deze inrichtingen zijn daarenboven door de aanwezigheid van roterende sproeiarmen relatief kostelijk.
De uitvinding heeft nu tot doel deze nadelen te verhelpen en een inrichting voor het reinigen van zeefdrukzeven te verschaffen die vrij eenvoudig van constructie is en waarmee met een minimum aan verbruik van oplosmiddel een zeer goede reiniging van eenzeefdrukzeef kan bekomen worden.
Tot dit doel bevat de toevoerleiding een arm waarop
<EMI ID=3.1>
zelf verplaatsbaar is, en bevat de inrichting middelen om de arm in de bak evenwijdig aan.zichzelf te verplaatsen..
In een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding bevat de inrichting ten minste twee sproeiers die op de arm gemonteerd zijn.
In een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding bevat de toevoerleiding ten minste twee armen die op een afstand van elkaar evenwijdig aan zichzelf verplaatsbaar in de bak gemonteerd zijn, op elk waarvan aan de naar de andere arm gerichte zijde ten minste een sproeier gemonteerd is, en bevat de inrichting middelen om de twee armen te verplaatsen.
Bij voorkeur zijn de twee armen met elkaar verbonden en lopen ze evenwijdig aan elkaar.
Doelmatig maken de twee armen deel uit van een beugel.
In een bij voorkeur toegpaste uitvoeringsvorm van de uitvinding is de arm verticaal.
Bij deze laatste uitvoeringsvorm moeten de te reinigen zeven verticaal naast de arm geplaatst worden. Door de zwaartekracht zal de opgeloste inkt of de opgeloste emulsie van de zeef gemakkelijk aflopen.
De uitvinding heeft ook tot doel een dergelijke inrichting te verschaffen waarbij niet alleen de'inkt of de sjabloon van de zeef kan verwijderd worden, maar zowel de inkt als de sjabloon kunnen verwijderd worden.
<EMI ID=4.1>
immers slechts een soort sproeiers met dus een soort opening. Voor het verwijderen van de inkt moeten stralen gespoten worden met een zekere druk maar voor het verwijderen van de sjabloon is dit geenszins nodig. De emulsie van de sjabloon moet gewoon ingeweekt worden met bleekmiddel en daarna afgespoeld worden. Indien men een bekende inrichting die bestemd is voor het verwijderen van de inkt van zeefdrukzeven zou gebruiken voor het verwijderen van de sjablonen, dan zou men veel te veel oplosmiddel voor de sjablonen spuiten, hetgeen duur uitvalt.
De uitvinding heeft dus tot doel dit nadeel te verhelpen en een inrichting te verschaffen waarbij zovel de
inkt als de sjabloon van de zeefdrukzeven kunnen verwijderd worden, met een minimum aan oplosmiddel.
Tot dit doel bevat de inrichting ten minste
twee sproeiers met verschillende sproeiopeningen, leidingen die op elk van de sproeiers aansluiten en middelen om oplosmiddel ofwel langs de ene, ofwel langs de
andere leiding naar de ene of de andere sproeier te
sturen.
Andere bijzonderheden en voordelen van de
<EMI ID=5.1>
schrijving van een inrichting voor het reinigen van zeefdrukzeven volgens de uitvinding; deze beschrijving
<EMI ID=6.1>
vinding niet; de verwijzingscijfers betreffen de hieraan toegevoegde tekeningen.
Figuur 1 is een zijaanzicht van een inrichting voor het reinigen van zeefdrukzeven volgens de uitvinding. Figuur 2 stelt een doorsnede voor volgens de lijn II-II uit figuur l, maar op grotere schaal getekend. Figuur 3 stelt een doorsnede voor volgens de lijn III-III uit figuur 1, eveneens op grotere schaal getekend. Figuur 4 stelt een doorsnede voor volgens do lijn IV-IV uit figuur 3. Figuur 5 is een achteraanzicht van een gedeelte van de inrichting uit figuur l, eveneens op grotere schaal getekend.
In de verschillende figuren hebben dezelfde verwijzingscijfers betrekking op dezelfde elementen.
<EMI ID=7.1>
gevormd is door twee opstaande langse evenwijdig aan elkaar lopende zijwanden 1 en 2, een voorste dwarse zijwand 3, een achterste dwarse zijwand 4 en een bodem 5. Op de open bovenkant van de bak sluit een kap 6 aan die uitgeeft op een niet in de figuren voorgestelde dampafvoerleiding waarin een dampafzuigventilator opgesteld is. In de voorste dwarse zijwand 3 is een deur 7 gemonteerd. De bodem 5 van de bak is naar de dwarse zijwand 3 en naar de langse opstaande zijwand 1 toe naar omlaag lopend. In de hoek tussen de zijwanden 1 en 3 is in de bodem 5 trouwens een afvoeropening 8 aangebracht.
De twee langse zijwanden 1 en 2 lopen onder de bodem 5 door en vormen daar.samen met twee in de dwarsrichting van de bak lopende schotten 9 en 10 en een tweede bodem 11, twee reservoirs 12 en 13. Het schot 10 dat de achterwand van het reservoir 13 vormt komt op een afstand van de achterste zijwand 4. Het voorste reservoir 12 steekt buiten de voorste
<EMI ID=8.1> <EMI ID=9.1>
voorste zijwand 3 gelegen is, is aan de bovenzijde nog afgesloten door een deksel 15.
Tussen de bovenste randen van de twee opstaande langse zijwanden 1 en 2 lopen nog twee dwarsstaven 16. Aan het midden van elke dwarsstaaf 16 is een dwarsstukje 17 opgehangen. Dit dwarsstukje 17 vormt een stuk met een bout 18,
<EMI ID=10.1>
staven 20 lopen evenwijdig aan elkaar in de langsrichting van de bak,van nagenoeg tegen de voorste zijwand 3 tot nagenoeg tegen de achterste zijwand 4. De voorste einden van de twee ronde staven 20 zijn nog verbonden door een verbindingsstuk
21 waarin een aan de bovenkant uitstekende verticale as 22 gelegerd is. Op deze as 22 zit een kettingwiel 23. Op dezelfde manier zijn de twee achterste uiteinden van de twee ronde staven 20 verbonden door een verbindingsstuk 24 waarin eveneens een verticale as 25 gemonteerd is. Boven het verbindingsstuk 24 is op deze as 25 een kettingwiel 26 gemon-
<EMI ID=11.1>
zonder einde 27. Het kettingwiel 23 aan de voorkant wordt nog
<EMI ID=12.1>
door een motor 28 waarvan de as verbonden is met de as
22 en die vastgemaakt is aan de voorste dwarsstaaf 16.
Aan de twee staven 20 is een wagen 29 verrijdbaar opgehangen.Deze wagen 29 bestaat uit twee U-ijzers die met hun, horizontaal lopende,benen naar elkaar gericht zijn en een plaat
<EMI ID=13.1>
<EMI ID=14.1>
30 waarop een wiel 31 draaibaar zit. Dit wiel loopt met zijn groef over een staaf 20. De twee staven 20 zitten tussen de twee wielen 31 geklemd, zodat de wagen 29 dus opgehangen is.
<EMI ID=15.1>
de twee U-ijzers van de wagen 29. Een van deze benen is onwrikbaar met de ketting verbonden.
<EMI ID=16.1>
hangen. Het tussen de benen gelegen gedeelte van de beugel
<EMI ID=17.1>
U-ijzers verbindt, vastgemaakt. Het tussen de benen gelegen gedeelte van de beugel 33 is aan deze plaat vastgemaakt door tussenkomst van een tussenstuk 29'en is dus een weinig lager gelegen dan het.-tussen de benen gelegen gedeelte van de beugel 32. De benen van detwee beugels 32 en 33 zijn verticaal naar onder gerich t en reiken tot op een kleine afstand boven de bodem 5 van de bak.
De beugels 32 en 33 zijn hol. De vrije uiteinden van
<EMI ID=18.1>
beugels vormen verticale armen. Wanneer de wagen 29 verplaatst wordt, verplaatsen deze armen zich evenwijdig aan zichzelf, dit is in de langsrichting van de bak 1-5. Op elk van de armen
<EMI ID=19.1>
in verbinding staan. Zo zijn op de twee armen van de beugel
32 sproeiers 34 gemonteerd waarvan de sproeiopening een straal doorlaat. Deze sproeiers 34 komen voor op de naar elkaar gekeerde zijden van de twee armen. De sproeiopeningen zijn evenwel niet naar elkaar gericht. De sproeiers 34 op de ene arm zijn met hun sproeiopeningen schuin naar voor gericht terwijl de sproeiers 34 op de andere arm van de beugel 32 schuin naar achter gericht zijn. Op de twee armen van de <EMI ID=20.1>
gekeerde zijden van de twee armen van de beugel 33 gemonteerd, evenwel zó dat de sproeiers 35 op de ene arm met hun sproeiopening schuin naar achter gericht zijn, terwijl de sproeiers
35 op de andere arm van de beugel 33 met hun sproeiopening schuin naar voor gericht zijn. Elk van de sproeiers 34 en
35 is slechts van één spro eiopening voorzien, maar niets belet deze sproeiers ook van meerdere openingen te voorzien.
De beugel 33 is van een aftakking 36 voorzien die aan de zijde van de langse zijwand 2 van de bak op het tussen de benen gelegen gedeelte van de beugel aansluit. Op deze aftakking 36 sluit een soepele slang 37 met een uiteinde aan.
<EMI ID=21.1>
4 loopt en daar op een buis 39 aansluit. Aan de buitenzijde van de bak is in de buis 38, voor ze op de buis 39 aansluit,
<EMI ID=22.1>
37 sluit op de buis 39 een aftakking 41 aan waarin een kraan
42 gemonteerd is. De aftakking 41 loopt onder de bodem 5 tot
<EMI ID=23.1>
slang 37 is buiten de bak 1-5 nog een manometer 43 op de buis 38 gemonteerd.
De beugel 32 is eveneens van een aftakking 44 voorzien die aan de zijde van de langse zijwand 1 op het tussen de benen gelegen gedeelte van de beugel aansluit. Op deze aftakking 44 sluit een uiteinde aan van een soepele slang
45 die naar onder loopt en met haar ander uiteinde aansluit <EMI ID=24.1>
naar achter loopt. Deze vaste buis 46 loopt ook tot aan de buitenkant van de achterste zijwand 4 waar ze eveneens op de hoger genoemde buis 39 aansluit= Buiten de bak is op de buis 46, voor ze op de buis 39 aansluit, een kraan 47 gemonteerd.
De buis 39 sluit ten slotte aan op de uitgang van een pomp 48 die door een motor 49 gedreven is. De pomp 48 en de motor 49 zijn onder de bodem 5 van de bak 1-5, achter het schot 10 ten opzichte van de zijwand 2 vastgemaakt.
Op de ingang van de pomp 48 sluit een buis 50 aan waarop na elkaar vier aftakkingen aansluiten, namelijk een eerste aftakking 51 die tot in het reservoir 12 loopt, een tweede aftakking 52 waarop een leiding kan aangesloten worden, een derde aftakking 53 waarop een waterslang kan aangesloten worden en ten slotte een aftakking 54 die tot in het reservoir 13 loopt. Na deze vierde aftakking is de buis 50 geslo-
<EMI ID=25.1>
het buiten de voorste wand 3 uitstekende gedeelte van het reservoir 12 bevindt. Deze bak 56, die aan de bovenkant open
<EMI ID=26.1>
servoir verwijderd worden door het wegnemen van het deksel
<EMI ID=27.1>
15. De achterste wand 56 van deze bezinkbak 56 is gevormd door twee geperforeerde platen waartussen zich een filtrerende stof, zoals glaswol, bevindt. Op de afvoeropening 8 in de bodem 5 van de bak 1-5 sluit een buis 57'aan die tot buiten de zijwand 1 loopt en daar van twee aftakkingen 58 en 59 voorzien is. De ene aftakking 58 loopt boven de bezinkbak
56 terug in het reservoir 12 en mondt in de bezinkbak 56 uit.
<EMI ID=28.1>
takking 59, waarop een afvoerleiding kan aangesloten worden, is een kraan 61 gemonteerd.
Voor het reinigen van een zeefdrukzeef gaat men nu als volgt tewerk. Men brengt langs de deur 7 deze zeef, eventueel met andere zeven in de bak 1-5. Men plaatst de te reinigen zeef verticaal tussen de benen van de beugels 32 en 33 die zich vooraan de bak bevinden. De zeef wordt in deze verticale stand gehouden door in de langsrichting van de bak lopende staafjes 62 die aan de voorste wand 3 en aan de achterste wand 4 vastgemaakt zijn. Deze staafjes beletten
dat de zeef een beugel 32 of 33 zou raken. Men vult het reservoir 12 met oplosmiddel voor de inkt, dit is bij voorbeeld white spirit. Het reservoir 13 vult men met bleekwater voor het verwijderen van de sjabloon. Men plaatst de kranen
<EMI ID=29.1>
maar de buis 59 afgesloten is. Men plaatst ook de driewegkranen 55 zó dat de aftakking 51 in verbinding staat met de buis 50 maar de andere aftakkingen 52, 53 en 54 afgesloten zijn. Ten slotte sluit men ook nog de kraan 40. Men brengt nu de motoren 49 en 28 in werking. Door de pomp 48 wordt nu langs de buis 50 en de aftakking 51 oplosmiddel voor de inkt uit het reservoir 12 gezogen. Dit oplosmiddel wordt
<EMI ID=30.1>
slang 45 naar de beugel 32 gepompt. Dit oplosmiddel vloeit
met een straal door de sproeiopening van de sproeiers 34 die
op deze beugel 32 gemonteerd zijn. Deze beugel verplaatst zich tezelfder tijd van voor naar achter en terug, zodat dus de te reinigen zeef volledig en gelijkmatig besproeid wordt.De stralen van de sproeiers 34 op de twee armen 32 werken elkaar niet tegen
<EMI ID=31.1>
<EMI ID=32.1>
<EMI ID=33.1>
Het oplosmiddel waarin de inkt opgelost is, dat van de zeef afloopt, wordt op de bodem 5 opgevangen en geleid naar de afvoeropening 8. Langs de buizen 57 en 58 komt dit bevuilde oplosmiddi in de bezinkbak 56. Dit oplosmiddel komt na filteren door de achterste wand 56' van deze bak terug in de rest van het reservoir 12 waar het opnieuw kan opgepompt worden. De zuivering van het oplosmiddel is wel niet volle-
<EMI ID=34.1>
in de buis 51 nog een bijkomende filter gemonteerd worden.
<EMI ID=35.1>
de motoren 28 en 49 en verandert men de kranen 55 zó dat nu enkel de aftakking 53 in verbinding staat met de buis 50 maar de andere aftakkingen 51, 52 en 54 gesloten zijn. Op deze aftakking 53 sluit men een waterslang aan. Men sluit ook de kraan 60 en opent de kraan 61. Men brengt nu opnieuw de mo-
<EMI ID=36.1>
hun armen langs de zeef heen enweer verplaatst. De pomp 48 pompt water langs de buizen 39 en 46 naar de beugel 32 waar dit water langs de sproeiers 34 op de zeef gesproeid wordt. Dit
<EMI ID=37.1>
Dit water wordt langs de buizen 57 en 59 weggevoerd en komt
<EMI ID=38.1>
In de derde fase van de bewerking verwijdert men
<EMI ID=39.1>
king 54 aansluit op de buis 50 maar de andere aftakkingen 51,
52 en 53 gesloten zijn. Hét bleekwater voor het afweken van de sjabloon moet evenwel gesproeid worden met de sproeiers
35 op de beugel 33. Hiertoe sluit men de kraan 47 op de buis buis 47 maar opent men de kraan 40 op de buis 38. Men brengt nu opnieuw de motoren 49 en 28 in werking zodat de beugels 32 en 33 zich terug ten opzichte van de zeef in de langsrichting van de bak 1-5 verplaatsen. De pomp 48 zuigt langs de buis 50 en de aftakking 54 bleekwater uit het reservoir
13 en pompt dit bleekwater langs de buizen 39 en 38 en de soepele slang 37 naar de beugel 33 waar dit bleekwater door de sproeiers 35 verneveld wordt.
Aangezien de druk van het bleekwater veroorzaakt door de pomp 48 nog te hoog zou kunnen zijn om een goede nevel te bekomen, kan deze druk geregeld worden door het meer of minder openen van de kraan 42 op de buis 41. Hoe meer de kraan 42 geopend wordt, hoe meer bleek-
<EMI ID=40.1>
13. De druk van het bleekwater in de buis 38 kan afgelezen worden op de manometer 43.
Nadat de zeef beneveld is met bleekwater, laat men dit bleekwater een tijdje inwerken. De hoeveelheid bleekwater
<EMI ID=41.1>
tot één liter per vierkante meter zeef. Het eventueel van de zeef aflopende bleekwater wordt langs de opening 8 in de bodem 5 afgevoerd en langs de buizen 57 en 59 geëvacueerd. In tegenstelling met het oplosmiddel voor de inkt, wordt het bleekmiddel, omwille van de kleine gebruikte hoeveelheden, niet gerecupereerd. Van zodra de zeef genoeg beneveld is, stopt men de motoren 28 en 49.
Nadat het bleekwater voldoende ingewerkt heeft op
de sjabloon, worden dit bleekwater en de sjabloon van de zeef afgespoeld met water. Men plaatst hiertoe de kranen 55 terug in de stand waarbij enkel de aftakking 53 op de buis 50 aansluit. Aangezien dit water met grote druk mag gespoten worden, sluit men opnieuw de kraan 40 en opent men de kraan
47. Bij het opnieuw in werking stellen van de motoren 28 en
49, zal de pomp 48 dus water pompen naar de sproeiers 34 op de beugel 32. Dit water wordt dan opgevangen en langs de buizen 57 en 59 weggeleid.
<EMI ID=42.1>
gesteld worden met een bijkomend reservoir voor een bijkomend oplosmiddel.
Uiteraard kunnen de verschillende kranen elektrisch bediend worden en kan ook het stoppen en starten
van de motoren 28 en 49 elektrisch bevolen worden. De volledige bediening van al deze kranen en deze motoren kan dus in plaats van met de hand,zoals hiervoor beschreven, volledig automatisch gebeuren.
De dampen die tijdens de bewerking ontstaan, worden afgevoerd langs de kap 6, zodat dus geen hinderlijke dampen meer door de persoon die de zeef moet reinigen, kunnen ingeademd worden. Daarenboven is het verbruik aan oplosmiddel
<EMI ID=43.1>
losmiddel voor de inkt wordt daarenboven nog gerecupereerd. Een zeer goede reiniging van de zeef wordt bekomen.
De uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor
<EMI ID=44.1>
aavrage kunnen aan de beschreven uitvoeringsvorm vele veranderingen aangebracht worden, onder meer wat betreft de vorm,
<EMI ID=45.1>
delen die voor het verwezenlijken van de uitvinding gebruikt worden.
In het bijzonder is het niet noodzakelijk dat de inrichting twee beugels bevat. Indien de inrichting enkel bestemd is voor het verwijderen van inkt van de zeefdrukzeven, en niet voor het verwijderen van de sjablonen, dan
<EMI ID=46.1>
<EMI ID=47.1>
op een beugel staan.
"Device for cleaning screen printing screens".
The invention relates to a device
for cleaning screen printing screens containing a tray
in which the seven can be placed, at least one
sprinkler installed in the tank and at least one supply pipe that connects to the sprinkler and is intended to
<EMI ID = 1.1>
to be brought.
<EMI ID = 2.1>
of the ink from the screen and / or removing the stencil applied to the screen. To this end, suitable solvents such as nitrates or white spirit are used to remove the ink and bleach to remove the emulsion from which the stencil is formed.
One can of course apply the solvents manually to the sieve with a sponge or cloth or with a spray gun, but not only is this time consuming but usually an excess of solvent is also used, while the person applying the solvent is exposed to the quite unhealthy vapors of the solvents. That is why devices have been designed in which cleaning takes place mechanically in a preferably closed container provided with a vapor extraction system.
In known devices of this type, a plurality of nozzles are arranged in the tray, which are formed by rotating, apertured arms. One or more screens are placed horizontally in the tray between the nozzles so that there are nozzles below and above each screen. . However, these devices require a relatively large amount of solvents. Indeed, the ink forms a kind of sludge upon dissolution which is difficult to pass through the screen, so that the ink located on the top of the nearly horizontally arranged screen is difficult to remove. In addition, the jets of the nozzles must overlap each other to reach all points of the screen. Moreover, these devices are relatively expensive due to the presence of rotating spray arms.
The object of the invention is to overcome these drawbacks and to provide a device for cleaning screen printing screens which has a relatively simple construction and with which a very good cleaning of a screen printing screen can be obtained with a minimum of solvent consumption.
For this purpose, the supply line includes an arm on which
<EMI ID = 3.1>
is itself movable, and the device includes means for moving the arm in the bucket parallel to itself.
In a special embodiment of the invention, the device comprises at least two nozzles mounted on the arm.
In an advantageous embodiment of the invention the supply line comprises at least two arms which are mounted in the tray at a distance from each other so as to be displaceable parallel to themselves, on each of which at least one nozzle is mounted on the side facing the other arm, and contains the device means to move the two arms.
Preferably the two arms are connected and parallel to each other.
The two arms are expediently part of a bracket.
In a preferred embodiment of the invention, the arm is vertical.
In this latter embodiment, the screens to be cleaned must be placed vertically next to the arm. Due to gravity, the dissolved ink or the dissolved emulsion will run off the screen easily.
It is also an object of the invention to provide such a device in which not only can the ink or the stencil be removed from the screen, but both the ink and the stencil can be removed.
<EMI ID = 4.1>
after all, only a kind of sprinkler with a kind of opening. To remove the ink, jets must be jets with a certain pressure, but this is by no means necessary for removing the stencil. The emulsion of the template should simply be soaked with bleach and then rinsed off. If one were to use a known device intended for removing the ink from screen printing screens to remove the stencils, one would spray far too much solvent for the stencils, which is expensive.
The object of the invention is therefore to overcome this drawback and to provide a device in which so many of the
ink as the stencil from the screen printing screens can be removed with a minimum of solvent.
For this purpose, the device contains at least
two nozzles with different nozzles, lines connecting to each of the nozzles and means for transferring solvent either along the one or the other
other pipe to one or the other sprinkler too
send.
Other features and benefits of the
<EMI ID = 5.1>
description of a device for cleaning screen printing screens according to the invention; this description
<EMI ID = 6.1>
invention not; the reference numbers relate to the attached drawings.
Figure 1 is a side view of an apparatus for cleaning screen printing screens according to the invention. Figure 2 represents a section along the line II-II of Figure 1, but drawn on a larger scale. Figure 3 represents a section according to the line III-III of Figure 1, also drawn on a larger scale. Figure 4 represents a section along line IV-IV of Figure 3. Figure 5 is a rear view of part of the device of Figure 1, also drawn on a larger scale.
In the various figures, the same reference numbers refer to the same elements.
<EMI ID = 7.1>
is formed by two upright longitudinal side walls 1 and 2 extending parallel to each other, a front transverse side wall 3, a rear transverse side wall 4 and a bottom 5. Adjoining the open top of the tray is a hood 6 which opens onto a staple in the figures of proposed vapor discharge pipe in which a vapor extraction fan is arranged. A door 7 is mounted in the front transverse side wall 3. The bottom 5 of the tray slopes down towards the transverse side wall 3 and towards the longitudinal upright side wall 1. Incidentally, a discharge opening 8 is arranged in the bottom 5 in the corner between the side walls 1 and 3.
The two longitudinal side walls 1 and 2 continue under the bottom 5 and there together with two partitions 9 and 10 extending in the transverse direction of the trough and form a second bottom 11, two reservoirs 12 and 13. The partition 10 covering the rear wall of the tank the reservoir 13 is spaced from the rear side wall 4. The front reservoir 12 projects beyond the front one
<EMI ID = 8.1> <EMI ID = 9.1>
front side wall 3 is still closed at the top by a cover 15.
Two more transverse bars 16 run between the upper edges of the two upright longitudinal side walls 1 and 2. A transverse piece 17 is suspended from the center of each transverse bar 16. This cross piece 17 forms a piece with a bolt 18,
<EMI ID = 10.1>
bars 20 run parallel to each other in the longitudinal direction of the tray, from almost against the front side wall 3 to almost against the rear side wall 4. The front ends of the two round bars 20 are still connected by a connecting piece
21 in which a vertical shaft 22 protruding from the top is mounted. On this shaft 22 is a sprocket wheel 23. In the same way, the two rear ends of the two round bars 20 are connected by a connecting piece 24 in which a vertical shaft 25 is also mounted. Above the connecting piece 24 a sprocket wheel 26 is mounted on this shaft 25.
<EMI ID = 11.1>
without end 27. The sprocket 23 at the front is still
<EMI ID = 12.1>
by a motor 28 whose shaft is connected to the shaft
22 and which is attached to the front crossbar 16.
A trolley 29 is mobile suspended from the two rods 20. This trolley 29 consists of two U-irons which face each other with their horizontally extending legs and a plate
<EMI ID = 13.1>
<EMI ID = 14.1>
30 on which a wheel 31 is rotatable. This wheel runs with its groove over a bar 20. The two bars 20 are clamped between the two wheels 31, so that the carriage 29 is thus suspended.
<EMI ID = 15.1>
the two U-irons of the carriage 29. One of these legs is immovably connected with the chain.
<EMI ID = 16.1>
to hang. The part of the brace located between the legs
<EMI ID = 17.1>
U irons connect, fastened. The inter-leg portion of the bracket 33 is attached to this plate through an intermediate piece 29 and is thus slightly lower than the inter-leg portion of the bracket 32. The legs of the two braces 32 and 33 are oriented vertically downward and extend to a small distance above the bottom 5 of the bin.
The brackets 32 and 33 are hollow. The free ends of
<EMI ID = 18.1>
stirrups form vertical arms. When the carriage 29 is moved, these arms move parallel to themselves, this is in the longitudinal direction of the tray 1-5. On each of the arms
<EMI ID = 19.1>
are connected. So are on the two arms of the bracket
32 nozzles 34 mounted, the spraying opening of which allows a jet to pass through. These nozzles 34 are located on the facing sides of the two arms. However, the spray openings do not face each other. The nozzles 34 on one arm are angled forward with their nozzle openings while the nozzles 34 on the other arm of the bracket 32 are angled rearward. On the two arms of the <EMI ID = 20.1>
facing sides of the two arms of the bracket 33, however, such that the nozzles 35 on the one arm with their spray opening angled to the rear, while the nozzles
35 on the other arm of the bracket 33 with their spray opening angled forward. Each of the nozzles 34 and
35 is provided with only one spray opening, but nothing prevents these nozzles from also providing several openings.
The bracket 33 is provided with a branch 36 which connects on the side of the longitudinal side wall 2 of the tray to the portion of the bracket located between the legs. A flexible hose 37 with one end connects to this branch 36.
<EMI ID = 21.1>
4 and connects to a tube 39 there. On the outside of the tray is in the tube 38, before it connects to the tube 39,
<EMI ID = 22.1>
37 connects to the pipe 39 a branch 41 in which a tap
42 is mounted. The branch 41 runs under the bottom 5 to
<EMI ID = 23.1>
hose 37, a manometer 43 is mounted on the tube 38 outside the container 1-5.
The bracket 32 is also provided with a branch 44 which connects on the side of the longitudinal side wall 1 to the portion of the bracket located between the legs. An end of a flexible hose connects to this branch 44
45 running down and connecting with its other end <EMI ID = 24.1>
walks backwards. This fixed tube 46 also extends to the outside of the rear side wall 4 where it also connects to the aforementioned tube 39. Outside the container, a tap 47 is mounted on the tube 46 before connecting to the tube 39.
The tube 39 finally connects to the output of a pump 48 which is driven by a motor 49. The pump 48 and the motor 49 are fixed below the bottom 5 of the tank 1-5, behind the bulkhead 10 with respect to the side wall 2.
Connects to the inlet of the pump 48 a pipe 50 to which four branches connect one after the other, namely a first branch 51 which runs into the reservoir 12, a second branch 52 to which a pipe can be connected, a third branch 53 to which a water hose. can be connected and finally a branch 54 that runs into the reservoir 13. After this fourth branch, the tube 50 is closed.
<EMI ID = 25.1>
the portion of the reservoir 12 protruding outside the front wall 3. This box 56, which is open at the top
<EMI ID = 26.1>
container can be removed by removing the lid
<EMI ID = 27.1>
15. The rear wall 56 of this settling tank 56 is formed by two perforated plates between which a filtering substance, such as glass wool, is located. A pipe 57 'connects to the discharge opening 8 in the bottom 5 of the container 1-5, which pipe extends beyond the side wall 1 and is provided with two branches 58 and 59 there. One branch 58 runs above the settling tank
56 back into the reservoir 12 and discharges into the settling tank 56.
<EMI ID = 28.1>
branch 59, to which a discharge line can be connected, a tap 61 is mounted.
To clean a screen printing screen, proceed as follows. This sieve is brought along the door 7, possibly with other sieves, into the container 1-5. The sieve to be cleaned is placed vertically between the legs of the brackets 32 and 33 which are located in front of the tray. The screen is held in this vertical position by rods 62 extending in the longitudinal direction of the tray and attached to the front wall 3 and to the rear wall 4. These bars prevent
that the strainer would hit a bracket 32 or 33. The reservoir 12 is filled with solvent for the ink, this is, for example, white spirit. The reservoir 13 is filled with bleach to remove the template. The taps are placed
<EMI ID = 29.1>
but the tube 59 is closed. Also, the three-way cocks 55 are placed so that the branch 51 communicates with the tube 50 but the other branches 52, 53 and 54 are closed. Finally, the valve 40 is also closed. The motors 49 and 28 are now put into operation. The pump 48 now draws solvent for the ink from the reservoir 12 along the tube 50 and the branch 51. This solvent becomes
<EMI ID = 30.1>
hose 45 is pumped to the bracket 32. This solvent flows
with a jet through the spray opening of the nozzles 34 which
mounted on this bracket 32. This bracket moves at the same time from front to back and back, so that the sieve to be cleaned is completely and evenly sprayed. The jets from the nozzles 34 on the two arms 32 do not oppose each other.
<EMI ID = 31.1>
<EMI ID = 32.1>
<EMI ID = 33.1>
The solvent in which the ink is dissolved, which runs off the screen, is collected at the bottom 5 and passed to the discharge opening 8. Along the tubes 57 and 58, this contaminated solvent enters the settling tank 56. After filtering, this solvent enters through the rear wall 56 'of this tank back into the rest of the reservoir 12 where it can be pumped up again. The purification of the solvent is not complete.
<EMI ID = 34.1>
an additional filter can be mounted in the tube 51.
<EMI ID = 35.1>
the motors 28 and 49 and the valves 55 are changed so that now only the branch 53 is in communication with the tube 50 but the other branches 51, 52 and 54 are closed. A water hose is connected to this branch 53. The valve 60 is also closed and the valve 61 is opened.
<EMI ID = 36.1>
move their arms back and forth along the sieve. The pump 48 pumps water along the tubes 39 and 46 to the bracket 32 where this water is sprayed past the nozzles 34 onto the screen. This
<EMI ID = 37.1>
This water is carried away along the pipes 57 and 59 and comes out
<EMI ID = 38.1>
In the third stage of the operation, one removes
<EMI ID = 39.1>
king 54 connects to tube 50 but the other branches 51,
52 and 53 are closed. However, the bleach for soaking the template must be sprayed with the nozzles
35 on the bracket 33. To do this, the valve 47 on the pipe tube 47 is closed, but the valve 40 on the pipe 38 is opened. The motors 49 and 28 are now put into operation again so that the brackets 32 and 33 retract from move the sieve in the longitudinal direction of the hopper 1-5. The pump 48 draws bleach from the reservoir along the tube 50 and branch 54
13 and pumps this bleach along the tubes 39 and 38 and the flexible hose 37 to the bracket 33 where this bleach is atomized by the nozzles 35.
Since the pressure of the bleach water caused by the pump 48 could still be too high to obtain a good mist, this pressure can be controlled by opening the tap 42 more or less on the tube 41. The more the tap 42 is opened. becomes, the more pale
<EMI ID = 40.1>
13. The pressure of the bleach water in the tube 38 can be read on the pressure gauge 43.
After the sieve has been misted with bleach, this bleach is allowed to act for a while. The amount of bleach
<EMI ID = 41.1>
up to one liter per square meter of sieve. Any bleach water running off the sieve is discharged through the opening 8 in the bottom 5 and evacuated along the tubes 57 and 59. Unlike the solvent for the ink, the bleach is not recovered due to the small amounts used. As soon as the sieve is fogged enough, the motors 28 and 49 are stopped.
After the bleach has worked sufficiently on
the template, this bleach and the template are rinsed off the screen with water. To this end, the taps 55 are returned to the position in which only the branch 53 connects to the pipe 50. Since this water may be sprayed with great pressure, the tap 40 is again closed and the tap opened
47. When restarting the motors 28 and
49, the pump 48 will thus pump water to the nozzles 34 on the bracket 32. This water is then collected and diverted along the pipes 57 and 59.
<EMI ID = 42.1>
be provided with an additional reservoir for an additional solvent.
Of course, the various taps can be operated electrically and it can also stop and start
of motors 28 and 49 are electrically ordered. The full operation of all these cranes and motors can therefore be done fully automatically instead of manually, as described above.
The vapors created during the operation are discharged along the hood 6, so that no more nuisance vapors can be inhaled by the person who has to clean the sieve. In addition, it is the consumption of solvent
<EMI ID = 43.1>
release agent for the ink is additionally recovered. Very good cleaning of the sieve is obtained.
The invention is by no means limited to the above
<EMI ID = 44.1>
Upon request, many changes can be made to the described embodiment, including the shape,
<EMI ID = 45.1>
parts used for realizing the invention.
In particular, it is not necessary for the device to include two brackets. If the device is only intended for removing ink from the screen printing screens and not for removing the stencils, then
<EMI ID = 46.1>
<EMI ID = 47.1>
standing on a bracket.