[go: up one dir, main page]

BE845021A - Koelinrichting voor vezelachtig materiaal - Google Patents

Koelinrichting voor vezelachtig materiaal

Info

Publication number
BE845021A
BE845021A BE169671A BE169671A BE845021A BE 845021 A BE845021 A BE 845021A BE 169671 A BE169671 A BE 169671A BE 169671 A BE169671 A BE 169671A BE 845021 A BE845021 A BE 845021A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
drum
emi
cooling device
protrusions
fibrous material
Prior art date
Application number
BE169671A
Other languages
English (en)
Inventor
R E J Van Damme
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed filed Critical
Priority to BE169671A priority Critical patent/BE845021A/nl
Priority to NL7610504A priority patent/NL7610504A/nl
Publication of BE845021A publication Critical patent/BE845021A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A24TOBACCO; CIGARS; CIGARETTES; SIMULATED SMOKING DEVICES; SMOKERS' REQUISITES
    • A24BMANUFACTURE OR PREPARATION OF TOBACCO FOR SMOKING OR CHEWING; TOBACCO; SNUFF
    • A24B3/00Preparing tobacco in the factory
    • A24B3/10Roasting or cooling tobacco

Landscapes

  • Manufacturing Of Cigar And Cigarette Tobacco (AREA)

Description


  "Koelinrichting voor vezelachtig materiaal".

  
De uitvinding heeft betrekking op een koelinrichting voor vezelachtig materiaal, in het bijzonder tabak, die een gestel bevat, een holle trommel die draaibaar rond zijn langsas, die hellend is, in het gestel gelegerd is, - welke trommel van ten minste een toevoeropening en

  
 <EMI ID=1.1> 

  
en van ten minste een toevoeropening en ten minste een af- <EMI ID=2.1> 

  
as te draaien en middelen om een gasstroom door de trommel te sturen.

  
Dergelijks inrichtingen worden gebruikt voor het afkoelen van tabak. Bij deze bekende inrichti ngen wordt koellucht langs een uiteinde in de trommel, die aan beide uiteinden open is, gebracht en langs het andere uiteinde afgevoerd. De te koelen tabakvezels worden langs een open uiteinde eveneens in de trommel gebracht. Door de uitsteeksels van deze trommel wordt bij de rotatie ervan de tabak mee omhoog getransporteerd tot hij op een bepaalde hoogte door de zwaartekracht van de uitsteeksels glijdt en dan terug omlaag valt. Bij dit vallen gaat de tabak dan dwars door de koelende luchtstroom. Doordat de trommel hellend

  
 <EMI ID=3.1> 

  
cyclus herhaalt een verplaatsing van de tabak in de langsrichting van de trommel.

  
Bij deze bekende inrichtingen wordt de tabak bij 

  
het vallen door geen enkel element gehinderd, zodat hij dus 

  
'\

  
 <EMI ID=4.1> 

  
l zins beschadigd wordt. 

  
 <EMI ID=5.1> 

  
 <EMI ID=6.1> 

  
 <EMI ID=7.1> 

  
&#65533; genoemde trommel uitspringende uitsteeksels bezit voor   <EMI ID=8.1> 

  
mel omhoog gebracht werd en dan door de zwaartekracht van deze uitsteeksels valt, bevat de koelinrichting middelen om deze tweede trommel in tegengestelde zin ten opzichte van de eerstgenoemde trommel te draaien, en geven de hoger genoemde toevoer- en afvoeropeningen voor het vezelachtig materiaal en de gasstroom, op de ruimte tussen de twee trommels uit.

  
Wanneer het vezelachtig materiaal omlaag valt nadat het door de uitsteeksels op de buitenste trommel omhoog gebracht werd, wordt dit materiaal opgevangen door de binnenste trommel. In feite valt het materiaal over twee kleine hoogtes, respectievelijk van de buitenste trommel op de binnenste trommel en van de binnenste trommel terug

  
 <EMI ID=9.1> 

  
In een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding lopen de uitsteeks,&#65533;ls van de buitenste trommel naar binnen toe in de richting van de rotatiezin van de trommel van de radiale weg.

  
Bij deze uitvoeringsvorm kan men bekomen dat het vezelachtig materiaal slechts van de uitsteeksels van de buitenste trommel afvalt, wanneer deze uitsteeksels nagenoeg hun hoogste stand bij de rotatie van de trommel bereikt hebben. Praktisch de helft van de buitenste trommel kan op deze manier nuttig voor het verplaatsen van het materiaal gebruikt worden.

  
In een merkwaardige uitvoeringsvorm van de uitvinding zijn de uitsteeksels van de buitenste trommel wanden die over nagenoeg gans de lengte van de trommel lopen.

  
 <EMI ID=10.1>   <EMI ID=11.1> 

  
omwenteling toevoeropening en over een gedeelte van de omwenteling afvoeropening vormen: 

  
 <EMI ID=12.1>  

  
 <EMI ID=13.1> 

  
Ze bevat in hoofdzaak een gestel 1 waarin twee

  
 <EMI ID=14.1> 

  
Het gestel 1 bevat twee dwarse, opstaande wanden 4 die op de bodem 5 rusten.

  
 <EMI ID=15.1> 

  
aan beide uiteinden open is. Op deze gesloten uiteinden sluiten tappen 6 aan die gedragen worden door in de wanden 4 gemonteerde legers 7. De legers 7 zijn zó boven de bodem 5 gelegen dat de langsas 8, dit is ook de rotatieas, van

  
 <EMI ID=16.1> 

  
lijk dalend naar het in de figuur 1 rechts.gelegen einde toe. Op de buitenzijde van de mantel van de trommel 2 staan ribben 9 die zich over gans delengte van de mantel uit-

  
 <EMI ID=17.1> 

  
de mantel verdeeld. Elk van de ribben 9 bestaat uit een radiaal gericht gedeelte dat rechtstreeks op de mantel van de trommel 2 aansluit en een uiteinde dat omgeplooid is in de zin tegengesteld aan de rotatiezin van de trommel 2. Deze rotatiezin is in de figuur 2 met de pijl mat het verwijzingscijfer 10 aangeduid.

  
De trommel 2 wordt in de hoger genoemde zin ge-  dreven door een motor 11 die op een van de dwarse wanden

  
 <EMI ID=18.1>  

  
De buitenste trommel 3 is eveneens een holle ci-

  
 <EMI ID=19.1> 

  
hierna beschreven, over zijn omtrek van insprongen voorzien is. De trommel 3 is &#65533;ussen de twee dwarse opstaande wanden 4 opgesteld met zijn langsas, die in de figuur 2 met het verwijzingscijfer 15 aangeduid is, evenwijdig aan de langsas 8 van de trommel 2. Ook de trommel 3 is dus hellend ten opzichte van de bodem 5.

  
Het hoogst gelegen uiteinde van de trommel 3 reikt tot praktisch tegen een dwarse zijwand 4. Deze dwarse

  
 <EMI ID=20.1> 

  
trommels 2 en 3 van een toevoeropening 16 voor de tabak voorzien. Op deze dwarse wand 4 staan randen 17 die het open uiteinde van de trommel 3 omringen en, zonder de rotatie

  
van de trommel 3 te beletten, een soort afdichting vormen tussen de hoger genoemde wand 4 en het open uiteinde van de trommel 3.

  
 <EMI ID=21.1> 

  
wand 4. Het gestel 1 bevat een wand 53 die enerzijds tot tegen de uiterste rand van de trommel 3 reikt en anderzijds op de laatstgenoemde zijwand 4 aansluit en die samen met deze zijwand 4 een opvangbak 18 vormt voor de tabak die langs het laagst gelegen open uiteinde van de trommel 3

  
de ruimte tussen de trommels verlaat. De afvoeropening

  
 <EMI ID=22.1> 

  
oper. uiteinde van deze trommel zelf, rond de trommel 2. De opvangbak 18 is onderaan trechtervormig uitlop&#65533;nd en

  
 <EMI ID=23.1> 

  
voorzien. Onder deze afvoeropening 19 kan een niet in de figuren voorgestelde transportband geplaatst worden. 

  
Het invoeren van de tabak in de ruimte tussen de twee trommels 2 en 3 gebeurt door middel van een trilplaat

  
20. Deze trilplaat 20 is van een bekende constructie en wordt hier niet in detail beschreven. Met een gedeelte steekt de trilplaat door de hoger genoemde opening 16.

  
De trommel 3 is aan beide uiteinden gelegerd in legers 21 die deze uiteinden volledig omringen en, op een niet in de figuren voorgesteld manier op het gestel 1 gemonteerd zijn.

  
Het hoogste gelegen uiteinde van de trommel 3 is nog omringd door een tandkrans 22 waarin een tandwiel 23 grijpt. Dit tandwiel 23 is eveneens vastgemaakt op de as van de motor 11. Door de aard van de overbrengingen tussen

  
 <EMI ID=24.1> 

  
snelheid van de as van de motor 11 en de hoger genoemde  overbrengingen zijn zó dat de buitenste trommel 3 een snelheid van elf toeren per minuut bezit en de binnenste trommel een snelheid van twintig toeren per minuut.

  
De langsas 15 van de trommel 3 loopt wel evenwij-

  
 <EMI ID=25.1> 

  
samen. De as 15 is zijdelings ten opzichte van de langsas 8 verschoven en wel zb dat de afstand tussen het dalende gedeelte van de trommel 2 en het stijgende gedeelte van de trommel 3 groter is dan de afstand tussen het stijgende ge-

  
 <EMI ID=26.1>  

  
De trommal 3 bezit een aantal naar binnen uitspringende wanden 25. Deze wanden 25 vormen roosters en zijn dus van kleine openingen 26 voorzien. Deze wanden 25 zijn niet radiaal gericht maar met hun naar binnen gericht uiteinde in de richting van de rotatiezin aangeduid door de pijl 24 van de trommel 3. De helling van deze wanden 25 ten opzichte van de radiale is zb dat tabak die bij de rotatie van de trommel 3 door een dergelijke wand 25 meegenomen wordt' door de zwaartekracht slechts van deze wand afschuift wanneer de wand praktisch zijn bovenste stand bereikt heeft.

  
De wanden 25 die zich over gans de lengte van de trommel

  
3 uitstrekken, maken deel uit van de mantel zelf van deze trommel. Deze mantel bezit dus over gans zijn lengte lopende insprongen in de figuur 2 aangeduid met het verwijzingscijfer 27. Deze insprongen 27 zijn dus,aan de in de rota-

  
 <EMI ID=27.1> 

  
wand 25. Aan de andere zijde zijn deze insprongen begrensd door een volle wand 28. De bodem van elke insprong 27 is gevormd door een wand 29. Twee naburige wanden 25 en 28 zijn nog aan de buitenkant van de trommel verbonden door een wand 30. Al de wanden 30 liggen op een cilinder met als langsas de hoger genoemde as 15. Tussen twee naburige naar binnen inspringende insprongen 27 wordt natuurlijk

  
 <EMI ID=28.1> 

  
deze uitsprong loopt nog een wand 31 vanaf de binnenste rand van de wand 28 die de uitsprong begrenst tot nagenoeg halverwege de wand 30 die deze uitsprong begrenst. Aldus blijft van elke uitsprong een ruimte 32 over die op de ruimte tussen de trommels 2 en 3 uitgeeft en die

  
 <EMI ID=29.1>  3C en een wand 26. Deze ruimte 32 vormt als het ware een langwerpige bak waarin,wanneer hij zich onderaan bevindt, tabak kan opgevangen worden, welke tabak dan mee omhoog verplaatst wordt en, wanneer de ruimte nagenoeg haar hoogste stand bereikt, terug uit de ruimte valt.

  
Het gestel 1 bevat ook nog een mantel 33 die, tussen de twee legers 21, de trommel 3 omringt. De uiteinden van de mantel 33 zijn naar de trommel 3 toe omgeplooid en reiken tot nagenoeg tegen de trommel 3. Bovenaan en onderaan is de mantel 33 ook van een indrukking 34 voorzien die over gans de lengte van de mantel 33 loopt en ter plaatse waanan de mantel nagenoeg de trommel 3 raakt. Ter plaatse van elke indrukking 34 zijn elastische afdichtingsst&#65533;kjes 35 vastgemaakt die tegen de buitenmantel van de trommel 3 aansluiten. De breedte van elke indrukking 34

  
 <EMI ID=30.1> 

  
is nagenoeg gelijk aan tweemaal de breedt&#65533;: van een wand 30, zodat op elk ogenblik ten minste één afdichtingsstrook 35 ter plaatse van elke indrukking 34 tegen een wand 30 komt, welke ook de stand is van de trommel 3, zodat bijgevolg ook

  
 <EMI ID=31.1> 

  
hoger genoemde ruimte is niet alleen over gans haar lengte in twee verdeeld door de indrukkingen 34 en de afdichtingsstroken 35 maar daarenboven nog door drie schotten 37 die de trommel 3 omringen, in vier compartimenten 38 ingedeel d. Elk compartiment 38 is dus door de indrukkingen 34 en de

  
 <EMI ID=32.1> 

  
deelte van elk compartiment 38, dit is het gedeelte dat begrensd is door het stijgende gedeelte van de trommel 3, en dat dus in de figuur 2 rechts gelegen is, beziVhalverwege zijn hoogte een toevoeropening 39 voor koellucht waar-

  
 <EMI ID=33.1> 

  
de trommels 2 en 3. Deze lucht di&#65533; langs de toevoerleiding

  
 <EMI ID=34.1> 

  
 <EMI ID=35.1> 

  
daalt, stroomt vervolgens doorheen de ruimte tussen de twee trommels 2 en 3 en verlaat opnieuw de trommel 3 langs de openingen 26 in de wanden 25 van het stijgende gedeelte van de trommel 3. Zoals hierna zal uiteengezet worden, bevindt zich op deze wanden steeds tabak, waardoor de lucht moet. Deze lucht wordt dan afgevoerd langs de afvoerleiding

  
 <EMI ID=36.1> 

  
in de figuur 2 weergegeven door de pijlen aangeduid met het verwijzingscijfer 48.

  
De luchtstroming door elk compartiment wordt afzonderlijk geregeld, onder meer door een klep 43 in de

  
op het compartiment aansluitende afvoerleiding 42. De temperatuur in elk compartiment wordt gemeten door een thermometer 44 en de vochtigheidsgraad in elk compartiment wordt gemeten door een hygrometer 45. Men bekomt

  
de luchtstroming met bekende middelen zoals bij voorbeeld ventilatoren. Bij voorkeur maakt men gebruik van één enkele ventilator 46 die zuigt en die opgesteld is in een leiding
47 waarop al de afvoerleidingen 42 aansluiten. De temperatuur en vochtigheid van de lucht die dan langs de toevoer-leidingen 40 uit de omgeving gezogen wordt, wordt bij elk compartiment 38 afzonderlijk en op een bekende en hierna niet in detail beschreven manier, geregeld. Doordat de koeling van de tabak gebeurd door verdamping van de vochtigheid van de tabak, kan het nodig zijn de aangezogen lucht in een compartiment zelfs te verwarmen of deze

  
 <EMI ID=37.1> 

  
Een hoeveelheid tabak 49 die door het trilmechanisme 20 in de ruimte tussen de trommels 2 en 3 gebracht wordt, valt op de onderkant van de trommel 3, in de zich daar bevindende ruimte 32. Bij rotatie van de trommel 3, w ordt deze hoeveelheid tabak 49 mee opwaarts verplaatst, tot ze bovenaan, door de zwaartekracht, uit de ruimte 32 glijdt. Deze hoeveelheid tabak 49 wordt dan opgevangen door de binnenste trommel 2 en tegengehouden door de ribben 9. Met de trommel 2 mee wordt deze hoeveelheid tabak

  
 <EMI ID=38.1> 

  
de zwaartekracht van de ribben 9 afglijdt. De hoeveelheid tabak 49 wordt dan opnieuw opgevangen door de onderkant

  
 <EMI ID=39.1> 

  
2 en 3, op een plaats die nu dichter bij het afvoeruiteinde van de trommel 3 gelegen is. De hoeveelheid tabak 49 wordt nu opnieuw door de trommel 3 opwaarts verplaatst en de hiervoor beschreven cyclus wordt steeds herhaald, waarbij dus telkens de hoeveelheid tabak 49 naar het afvoereinde

  
 <EMI ID=40.1> 

  
komt.

  
Bij elke toer dat de hoeveelheid tabak 49 maakt, valt ze dus tweemaal over een relatief kleine afstand, namelijk van de trommel 3 op de trommel 2 en van de trommel  <EMI ID=41.1> 

  
stroom zodat een goede verdamping van de vochtigheid en bijgevolg een goede koeling bekomen wordt. De koelingsvoorwaarden kunnen optimaal genomen worden.doordat over gans de lengte van de inrichting verschillende,afzonderli jk regelbare, luchtstromen door de trommel gestuurd worden. Bij het verlaten van elk compartiment stroomt de  lucht nog door een wand 25 naar buiten, waarbij de hoeveelheid tabak 49 die zich op deze wand bevindt, nogmaals door de lucht doorkruist wordt. Bij deze laatste doorkrui-

  
 <EMI ID=42.1> 

  
Om dit stof op te vangen, is de mantel 33 onderaan, onder het stijgende gedeelte van de trommel 3 van een bak 50

  
 <EMI ID=43.1> 

  
Op het laagste uiteinde van deze,in dezelfde zin als de  trommels 2 en 3 en de rest van de mantel 33 hellende,bak

  
 <EMI ID=44.1> 

  
door de schroef 51 naar deze opening 52 gebracht, waar  het kar opgevangen worden. 

  
 <EMI ID=45.1> 

  
voor beschreven uitvoeringsvorm, en binnen het raam van

  
 <EMI ID=46.1> 

Claims (1)

  1. CONCLUSIES.
    1. Koelinrichting voor vezelachtig materiaal, in
    het bijzonder tabak, die een gestel bevat, een holle trommel die draaibaar rond zijn langsas, die hellend is, in het gestel gelegerd is, - welke trommel ten minste van een toevoeropening en ten minste een afvoeropening voor het vezelachtig materiaal en van ten minste een toevoeropening en'
    ten minste een afvoeropening voor een gasstroom voor het koelen van dit materiaal, voorzien is en een aantal naar binnen uitspringende uitsteeksels bezit voor.het meenemen
    van het vezelachtig materiaal -, middelen om de trommel
    rond zijn langsas te draaien en middelen om een gasstroom door de trommel te sturen, m e t h e t kenmerk
    dat de koelinrichting een tweede trommel bevat, die draaibaar rond zijn langsas in de eerstgenoemde trommel opgesteld is en die een aantal naar de eerstgenoemde trommel uitspringende uitsteeksels bezit voor het opvangen en meenemen van hat vezelachtig materiaal dat door de uitsteeksels van de eerstgenoemde trommel omhoog gebracht werd en dan
    door de zwaartekracht van deze uitsteeksels valt, de koel&#65533; inrichting middelen bevat om deze tweede trommel in tegengestelde zin ten opzichte van de eerstgenoemde trommel te draaien, en de hoger genoemde toevoer- en afvoeropeningen
    voor het vezelachtig materiaal en de gasstroom, op de
    ruimte tussen de tweo trommels uitgeven. <EMI ID=47.1> gelegen is ten opzichte van de buitenste.
    4. Koelinnichting volgens vorige conclusie, m e t h e t k e n m e r k dat de afstand tussen het dalende gedeelte van de binnenste trommel en het stijgende gedeelte van de buitenste trommel groter is dan de afstand tussen het stijgende gedeelte van de binnenste trommel en het dalende gedeelte van de buitenste trommel.
    5. Koelinrichting volgens een van de vorige conclusies, met het kenmerk dat de uitsteeksels van de buitenste trommel naar binnen toe in de richting van de rotatiezin van de trcmmel van de radiale weg lopen.
    <EMI ID=48.1>
    clusies, m e t h e t k e n m e r k dat de uitsteeksels van de buitenste trommel wanden zijn die over nagenoeg gans de lengte van de trommel lopen.
    7. Koelinrichting volgens vorige conclusie, m e t
    <EMI ID=49.1>
    <EMI ID=50.1>
    trommel zelf die dan ter plaatse van elke naar binnen uitspringende wand een insprong bezit.
    8. Koelinrichting volgens een van de vorige con-
    <EMI ID=51.1>
    de ruimte tussen de twee trommels doorkruist.
    9. Koelinrichting volgens vorige conclusie, m e t h e t k e n m e r k dat de toevoer- en afvoercpening voor de gasstroom openingen zijn die in de mantel van de buiten-
    <EMI ID=52.1>
    <EMI ID=53.1> <EMI ID=54.1>
    teling afvoeropening vormen.
    10. Koelinrichting volgens de conclusies 7 en 9,
    <EMI ID=55.1>
    stroom in de naar binnen uitspringende wanden die de uitsteeksels van de buitenste trommel vormen, gelegen zijn.
    <EMI ID=56.1>
    <EMI ID=57.1>
    de mantel van de buitenste trommel ten minste gedeeltelijk omringt en die eveneens van ten minste een toevoeropening en ten minste een arvoeropening voor de gasstroom voorzien is.
    12. Koelinrichting volgens vorige conclusie, m e t h e t k e n m e r k dat de mantel die de buitenste trommel, omringt van meerdere naast elkaar gelegen toevoeropeningen
    <EMI ID=58.1>
    is, zodat dwars door de ruimte tussen de twee trommels meerdere luchtstromen kunnen gestuurd worden.
    13. Koelinrichting volgens vorige conclusie, m e t
    <EMI ID=59.1>
    stroom voorzien zi jn.
    14. Koelinrichting volgens vorige conclusie, me t h e t kenmerk dat tussen de mantel van de buitenste
    <EMI ID=60.1>
    vermijden. <EMI ID=61.1>
    conclusies, met h e t k e n m e r k dat de uitsteeksels van de binnenste trommel ribben zijn die over nagenoeg gans de lengte van deze trommel lopen.
    <EMI ID=62.1>
    zoals hiervoor beschreven of in de hieraan toegevoegde tekeningen voorgesteld.
BE169671A 1976-08-09 1976-08-09 Koelinrichting voor vezelachtig materiaal BE845021A (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE169671A BE845021A (nl) 1976-08-09 1976-08-09 Koelinrichting voor vezelachtig materiaal
NL7610504A NL7610504A (nl) 1976-08-09 1976-09-22 Koelinrichting voor vezelachtig materiaal.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE169671A BE845021A (nl) 1976-08-09 1976-08-09 Koelinrichting voor vezelachtig materiaal
BE845021 1976-08-09

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE845021A true BE845021A (nl) 1976-12-01

Family

ID=25649530

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE169671A BE845021A (nl) 1976-08-09 1976-08-09 Koelinrichting voor vezelachtig materiaal

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE845021A (nl)

Cited By (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0215593A3 (en) * 1985-09-19 1988-09-14 W.H. Dickinson Engineering Limited Tobacco conditioner
EP0629351A1 (de) * 1993-06-17 1994-12-21 Hauni Maschinenbau Aktiengesellschaft Vorrichtung zum Behandeln von Tabak
CN110464039A (zh) * 2019-09-06 2019-11-19 三门宣教机械设备有限公司 一种烟叶快速冷却处理系统

Cited By (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0215593A3 (en) * 1985-09-19 1988-09-14 W.H. Dickinson Engineering Limited Tobacco conditioner
EP0629351A1 (de) * 1993-06-17 1994-12-21 Hauni Maschinenbau Aktiengesellschaft Vorrichtung zum Behandeln von Tabak
CN110464039A (zh) * 2019-09-06 2019-11-19 三门宣教机械设备有限公司 一种烟叶快速冷却处理系统

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US3756406A (en) Grain cleaner
US11248841B2 (en) Coand{hacek over (a)}-effect vegetable material dryer
BE845021A (nl) Koelinrichting voor vezelachtig materiaal
CA2331173C (en) Apparatus for air-treatment of products
US3233337A (en) Terminal grain dryer
US4144654A (en) Drying apparatus
US2509175A (en) Drying machine
US2623299A (en) Drier
US1890642A (en) Coffee roaster
US892502A (en) Grain cleaner and drier.
JPH07241166A (ja) 浮葉回収装置付き散茶装置
US966675A (en) Condenser.
US3798791A (en) Materials handling apparatus and method
US2348597A (en) Method of cleaning and renovating waste
US1514044A (en) Cotton-cleaning machine
US2546733A (en) Single-vaned rotary discharge assistant operable in a side outlet of a container for granular material, and a weighted apron engaging said vane in its outermost position
US1055736A (en) Roasting and corn-popping machine.
CN112871651A (zh) 一种稻谷加工生产用自动化选料的导料设备
UA147204U (uk) Сушарка
US436032A (en) Machine for manipulating fine-cut tobacco
JP4633950B2 (ja) 異物除去装置
US401092A (en) wilson
US394714A (en) nelson
US485971A (en) Grain-cleaning attachment for clover hullers and separators
JPS6241783Y2 (nl)

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: TABACOFINA N.V.

Effective date: 19880831