<Desc/Clms Page number 1>
INTERNATIONAL STANDARD ELECTRIC CORPORATION.
De uitvinding heeft betrekking op een relaistelketen voor het voorwaarts en terugwaarts tellen.
Er zijn relaistelketens bekend door middel waarvan een aantal impulsen decimaal of binair kunnen worden geteld.
Dergelijke relaiatelketens worden onder andere bij registers in telefoonstelsels toegepast om de door een abonnee uitgezon- den kiesimpulsen te registreren en hetzelfde aantal of een uit deze registratie afgeleid aantal uit te zenden. Relaietelketen zijn ook voor het markeren van kiezeruitgangen in telefoon- stelsels met centrale besturingsinriohtingen nodig.
Een bekende relaistelketen voor binaire telling in zo- danig ingericht dat hij zowel voorwaarts als ook terugwaarts kan tellen. Deze telketen moet voor het tellen van 2n impul- sen n relais met elk één aanapreekwikkeling en één houdwikke-
<Desc/Clms Page number 2>
ling bezitten. Er zijn drie rustkontaktkettingen nodig. Voor het besturen van de telketen moet elk relais van drie omschake - en twee werkkontakten worden voorzien; daar komen dan nog de uitleeakontakten bij. Met behulp van een schakelorgaan, waarvan de kontakten de voedingsspanning aan twee rustkontakt- kettingen omkeren en ook de impulsleidingen verwisselen, kan de telketen voor het voorwaarts en terugwaarts tellen worden ingesteld.
Voorts is een relaiatelketen bekend waarbij telkens een houdwikkeling en een aanpspreekwikkeling van twee op elkaar volgende relais in serie liggen. De afzonderlijke seriesoha- kelingen van de wikkelingen worden over een bij elke serie- schakeling behorend werkkontakt van het relais waarvan de houdwikkeling in de serieschakeling is opgenomen, achtereen- volgens afwisselend met de toevoerleidingen van een de relais- telketen besturend aan een pool van de spanningsbron liggend cmschakelimpulekontakt verbonden. Bij deze relaistelketena zijn echter geen maatregelen getroffen om een terugwaarts tellen van de telketen mogelijk te maken.
Het is de doelstelling van de uitvinding om een relais- telketen voor het voorwaarts en terugwaarts tellen aan te geven, die eenvoudiger is dan de bekende schakelingen en waarbij het mogelijk is om op eenvoudige wijze met meerdere stappen tegelijk voorwaarts en terugwaatte te tellen. De uit- vinding heeft daarbij betrekking op een relaistelketen, waar- bij telkens de aanspreekwikkeling van elk relais met de houd. wikkeling van het voorgaande relais in serie ligt en waarbij telkens een dergelijke serie schakeling over een voorbereidend kontakt van het voorgaande relais en over een voor alle relais gemeenschappelijk impulskontakt aan de voedingsbron kan worden aangeschakeld.
De oplossing voor de doelstelling wordt hierdoor bereikt, dat de relais telkens van twee voor- bereidende omschakelkontakten zijn voorzien, waarvan de werk- veren met de bijbehorende houdwikkeling en de rustveren
<Desc/Clms Page number 3>
telkens over een diode en over een eigen werkkontakt met de aanspreekwikkeling van hetzelfde relais zijn verbonden, dat de eerste omschakelkontakten van het relais een eerste rustkontak -ketting vormen, waarbij telkens de rustveer van elk omschakel- kontakt met de beweegbare omschakelkontaktveer van het volgende) relais is verbonden, dat de tweede omeohakelkontakten een twee- de ruetkontaktketting vormen,
waarbij telkens de rustveer van elk omschakelkontakt met de beweegbare omschakelkontaktveer van het voorgaande relais is verbonden, dat door middel van een schakelorgaan bij het in voorwaartse- richting aflopen van de telketen de met het Impulskontakt geschakelde inschakel- spanning aan het met de beweegbare veer beginnende einde van de eerste rustkontaktketen kan worden verbonden en deze spanning tegelijk over een weerstand aan het andere einde van deze rustkontaktketting kan worden aageschakeld en bij het in terug waartse richting aflkopen vna de telketen de einden van de tweede vustkontakktetting op dezelfde wijze kunnen worden ver- bonden, en dat bij het in terugwaartse riohting aflopen van de telketting elkge houdwikkeling met de aanspreekwikkeling van het voorgaande relais wordt verbonden.
Bij deze relaisetelketen zijn per relais maar twee wikkelingen, twee omschakelkontakten en één werkkonakt nodig. Om het voorwaarts en terugwaarte tellen niet stapsgewijs maar ook met meerdere stappen tegelijk te kunnen uitvoeren, waarbij al naar behoefte één of meer relais van de telketen tekens worden overgeslagen, zijn volgens een verdere uitwerking van de uitvinding de verbindingen van de houdwikkelingen met de aanspreekwikkelingen zodanig over scha- kelaars uitgevoerd, dat elke houdwikkeling al naargelang de aflooprichting van de telketting en de stand van de schakelaar met één van de volgende of één van de voorgaande aanspreek- wikkelingen met uitzondering van de eigen aanspreskwikkeling in serie kan worden verbonden.
<Desc/Clms Page number 4>
De uitvinding zal nu aan de hand van de figuur nader worden toegelicht. De vereenvoudigde afgebeelde ralaistelkten bestaat uit de relais A t/m E, die telkens van een aanspreek- wikkeling I en een houdwikkeling II alsmede van twee voor- bereidende omschakelkontakten a2, a3 t/m e2, e3 en een houd- kontakt al t/m el zijn voorzien. De aanspreekwikkeling van elk relais ligt telkens over de schakelaars SA t/m SE met de houdwikkeling van het voorgaande relais in serie, bijvoorbeeld: BI over SA met AII. Een dergelijke serieschakeling is telkens met het ene einde met de negatieve pool van de spanningsbron verbonden en met het andere einde, de houdwikkeling, met de werkveren van het voorbereidende omsohakelkontakt (a2, a3) die bij het relais beharen, waarbij ook de houdwikkeling van de betreffende serieschakeling behoort.
De rustveren van deze werkkontakten zijn telkens over een diode Yl, Zl t/m Y5, Z5 en over een werkkontakt al t/m el van het van deze houdwikke- ling voorziene relais (A) met de aanspreekwikleling van dit relais (A) verbonden. De eerste omschakelkontakten a 2 t/m e 2, van de relais vormen een eerste rustkontaktketting, waarbij telkens de rustveer van elk omschakelkontakt met de bewegbar omschakelkontaktveer van het volgende relais verbonden is. De tweede omschakelkontakten a 2 t/m e3 vormen e en tweede rustkon taktketting, waarbij telkens de rustveer van elk omschakel-. kontakt met de beweegbare,omschakelkontaktveer van het voor- j gaande relais verbonden is.
Verder is een de voorwaartse of terugwaartse afloop van de telketting bepalend relais R met twee omsohakelkontakten rl, r2 aangebracht, Bij het in de voorwaartse richting aflopen van de telketting, kan de met een impulskontakt i geschakelde aard spanning over het kontakt rl met het met de beweegbare veer beginnende einde (a2) van de ; eerste rustkontaktketting worden verbonden en kan deze aard- ! spanning tegelijk over een weerstand v en kontakt r2 aan het
<Desc/Clms Page number 5>
andere einde (e2) van deze rustkontaktketting worden aange- schakeld. Bij het terugwaarte aflopen van de telketting worden de einden (e3, a3) van de tweede rustkontaktketting door om- schakelen van de kontakten rl, r2 op dezelfde wijze geschakeld en worden de schakelaars SA t/m SE in stand 4 gebracht.
De tot nog toe beschreven telketen werkt als volgt.
Wordt een startkontakt an gesloten, dan spreekt relais A over impulskontakt i, kontakt an en wikkeling I aan. De kontakten al, a2, a3 worden daarom gesloten. Na het weer openen van kontakt an is voor relais A de volgende houdketen gesloten! aarde, W, r2, e2, d2, c2, b2, Yl, al, AI,-. (1) De eerste telpuls schakelt het impulskontakt i om, zodat relais B aanspreekt in de ketent aarde, i rl, a2, AII, SA5, BI,-. (2)
De kontakten bl, b2, b3 worden gesloten. Bij het sluiten van kontakt b2 wordt de houdstroomketen (1) voor relais A onderbroken ; dit relais blijft echter over keten (2) gehouden en valt eerst aan het einde van de eerste telimpule af.
Na het einde van deere telimpuls houdt relais B zich niet meer over keten (2) maar over de volgende stroomkten ; aarde, r2, e2, d2, c2, Y2, bl BI,-. (3)
Na het afvallen van relais A kan de tweede tel impuls beginnen, die tot het inschakelen van ralais C in de volgende stroomketen leidt: aarde, rl, a2, b2,'B II, SB5, CI,- (4)
Met het sluiten van kontakt o2 wordt de houdstroomketen (3) verbroken; relais B houdt zich echter tot het einde van de tweede telimpuls over de keten (4) en valt daarna af.
Na het einde van de tweede telimpuls bestaat voor relais C de volgende boudstroomketen: aarde, W, r2, e2, d2, Y3, Cl, clk,- (5)
<Desc/Clms Page number 6>
De schakelaars SA t/m 'SE en SR worden nu bijvoorbeeld van stand 5 in stand 4 gesohakeld. Hierdoor komt relais R op en schakelt de telketting op het aflopen in terugwaartse weer- riohting om, De stand W is dan over kontakt r2 met kontakt a3 verbonden en de impulaleiding over kontakt rl met kontakt e3.
Daardoor wordt de houdstroomketen voor relais 0 op de volgende wijze veranderd; aarde, r2, a3, b3,z3, cl, CI,- (6)
Is het nu slechte nodig dat de telketting met enkel- voudige stappen voorwaarts of terugwaarts afloopt, dan kunnen de schakelaars SA t/m SE ook door omschakelkontakten van relais 2 worden gevormd. j
Bij het binnenkomen van de derde t elimpule wordt relais
B in de volgende keten opgebracht! aarde, i, rl. e3, c3, C II, SC4, BI, @ (7)
De kontakten bl, b2, b3 worden gesloten: Bij het sluiten van kontakt b3 wordt de houdstroomketen (6) voor relais C onderbroken, welk relais zich echter tot het einde van de derde telimpuls over keten (7) houdt en dan afvalt.
Na het einde van de derde telimpuls houdt relais B zich in de volgende keten; aarde, W, r2, a3, Z2, bl, BI,-. (8)
Deze werkingen herhalen zich bij de volgende telimpuleen met de overeenkomende relais.
Met behulp van de schakelaars SA t/m SE en SR voor relais R kunnen niet alleen tellingen met enkelvoudige stappen geschleden, maar ook met meerdere etappen tegelijk. Voor dit doel. kunnen de houdwikkelingen II van de relais niet alleen met de aanspreekwikkelingen van de onmiddellijk voorafgaande en opvolgende relais worden verbonden, maar over schakelaar
SA t/m SE ook met de aanspreekwikkelingen van de overige relaie
<Desc/Clms Page number 7>
De sohakelstanden 1 t/m 4 dienen voor het terugwaarts aflopen en de sohakelstanden 5 t/m 8 voor het voorwaarts aflopen van de telketting.
In stand 1 en 8 doet de telketting vier stappen ' voor elke telimpuls, in de standen 2 en 7 drie slappen, in stand 3 en 6 twee stappen en in stand 4 en 5 een stap. De schakelaars SA t/m SR kunnen bijvoorbeeld als gekoppelde draai schakelaars of ook als relaiskontakten worden uitgevoerd.
Wanneer twee schakelkontaktenvan de schakelaar in tijd overlappend schake- len, dat wil zeggen dat bij het schakelen kortstondig beide kontakten gesloten zijn, dan worden ongewenste nevenstroom-' ketens gevormd, die afhankelijk van de dimensionering van de aanspreekwikkelingen v an de relais en van weerstand W tot het aanspreken van een verder relais of het afvallen van het gehouden relais aanleiding kunnen geven. Deze nvevenstroomkertan: storen echter niet wanneer de ovelappingstijd van de sohake - laarkontakten zo klein is, dat de genoemde werkingen niet kunne optreden. In het andere geval worden voor de ontkoppe- ling tussen de schakelaars SA t/m SE en de aanspreelcwikkelin- gen van de relais A t/m E de dioden XL t/m X5 ingevoegd.
Deze dioden en weerstand W kunnen worden uitgespaard, wanneer elk relais van een afzonderlijke houdwikkeling wordt voorzien, zoals bijvoorbeeld voor relais E door de wikkeling E III is aangegeven, waaraan over kontakt el houdstroom wordt toege- voerd.
Hoewel de )incipes van de uitvinding hierboven zijn beschreven aan de hand van bepaalde uitvoeringsvorment en wij- zigingen daarvan, is het duidelijk, dat de beschrijving slecht bij wijze van voorbeeld is gegeven en de uitvinding niet
EMI7.1
daartoe is beperkt..