<Desc/Clms Page number 1>
Tot op heden worden vrijwel ille knopen aan kledingstukken be- vestigd doo@ middel van garen. Dat vereist, vooral in kleermakerijen veel tijd en handwerk, terwijl het resultaat niet afdoende is. Knopen springen vaak op de meest ongelegen ogenblikken van het kledingstuk af, zodat dan telkens weer werk verricht moet worden door de huisvrouw of haar personeel.
Het garen, waarmee de knoop b.v. aan een jas wordt bevestigd, heeft dan ook veel te lijden, daar in de meeste gevallen de knoop stijf tegen de jas aanzit, terwijl bij het dichtknopen, resp. losknopen, telkens weer een of meer minder dikke overslag van de jas gebracht moet worden in, eventueel verwijderd moet worden uit de nauwe ruimte tussen knoop en jas.
Verder is het garen onderhevig aan de atmosferische invloeden, die de le- vensduur beperken.
Volgens de uitvinding wordt een bevestigingsinrichting voor een knoop verschaft, die de genoemde nadelen niet heeft en bovendien nog be- langrijke voordelen'heeft.
De bevestigingsinrichting volgens de uitvinding heeft het kenmerk, dat de inrichting uit een tweebenige kram en een vasthoudorgaan voor deze kram bestaat.
Volgens een gunstige uitvoeringsvorm bestaat het vasthoudorgaan uit een plaat of tegenknoop, welke plaat of tegenknoop is voorzien van twee doorboringen voor het doorlaten van de benen van de kram en van twee in elkaars verlengde liggende groeven, die elk gaan van een doorboring naar de buitenomtrek van de plaat of tegenknoop en dienen voor het opnemen van de benen van de kram na het steken door de doorboringen en het ombuigen van deze benen.
Een verdere verbetering bestaat hierin, dat de plaat of tegenknoop aan de rand ten minste nabij het einde van elk van de groeven is voorzien van een inkeping dwars op de groeven en dat de benen van de kram zijn voorzien van inkepingen, die het mogelijk maken de benen door heen en weer buigen terplantse van deze inkepingen af te breken.
Teneinde de knoop op een afstand te houden-van de stof, waarop de knoop moet worden bevestigd, zodat ruimte wordt gelaten voor de stof, waarin het knoopsgat zich bevindt, is bij de bevestigingsinrichting volgens de uitvinding een huls aanwezig, die is bestemd onder de knoop te worden aangebracht voor het bevestigen van de knoop.
Ter toelichting van de uitvinding volgt hier een beschrijving aan de hand van de tekening, waarin bij wijze van voorbeeld een uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding en een variant daarvan zijn aangegeven.
Figuur 1 geeft een uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding in langedoorsnede voor het ombuigen van de benen van de kram.
Figuur 2 geeft de bevestigingsinrichting volgens figuur 1 met omgebogen benen van de kram.
Figuur 3 geeft de bevestigingsinrichting volgens figuur 1, waarbij de uitstekende delen van de benen van de kram zijn verwijderd.
Figuur 4 geeft een onderaanzicht weer van de bevestigingsinrichting volgens figuur 3.
Figuur geeft een gewijzigde uitvoeringsvorm van de bevestigingsinrichting volgens de uitvinding, op dezelfde wijze als in figuur 3.
In de figuren is met 1 een knoop aangegeven, aangebracht op een weefsel 2. Voor het bevestigen van de knoop op het weefsel 2 is een kram 3 met de benen 4 door de openingen in de knoop en door het weefsel 2 gestoken.
Aan de andere zijde van het weefsel bevindt zich een tegenknoop 5. Na het aanbrengen van de kram door de knoop 1, het weefsel 2 en de tegenknoop of
<Desc/Clms Page number 2>
plat 5, worden de benen van de kram omgebogen en de benenkomen te liggen in een groef 6 van de tegenknoop 5. Dit ombuigen van de benen 4 van de kram 3 kan met de hand of met een tang geschieden. In de benen 4 van de kram 3 bevinden zich inkepingen, die zodanig zijn aangebracht, dat in de richting, waarin de krambenen 4 worden gebogen geen verzwakking plaats vindt, d.w.z. in het vlak van de tekening resp. naer rechts en links.
De inkepingen 7 maken het mogelijk, dat de benen 4 van de kram 3 kunnen worden gebogen in een loodrecht op het vlak van tekening en dat door het heen en weer wringen van de uitsiden van de benen deze ter plaatse van de inkeping 7 afbreken.
Het gevolg is, dat geen uitstekende delen voorkomen aan de bevestigingsinrichting, zodat geen beschadiging daardoor kan optreden. Een en ander kan nog worden verbeterd door aan de rand van de plaat of tegenknoop 5 nabij de einden van de groef 6 een inkeping dwars op de groef aan te brengen, zodat daarin geheel de uiteinden van de benen van de kram 3 na het verwijderen van de einden ter platse van de inkeping 7 in de dwarsinkepingen worden opgenomen.
De groef 6 heeft de vorm van een groef over de gehele lengte van de tegenknoop, doch het is duidelijk, dat er twee groeven kunnen zijn, elk beginnende bij een doorboring en ganade naar een einde van de tegenknoop.
Op de beschreven wijze wordt een bevestiging van een knoop verkregen, waarbij geen garen wordt gebruikt en die op eenvoudige wijze, hetzij met de hand, hetzij machinaal kan worden aangebracht. De bevestiging is zeer stevig en de kram kan van elk materiail, dat zich laat buigen en een zekere stugheid bezit, b.v. metaaldraad, zijn vervaardigd. De kram kan van roestvrij materiaal zijn vervaardigd en kan zijn voorzien van een laklaag of stof laag, zodat het uiterlijk weinig afwijkt van de gekleurde garens, waarmede knopen in het algemeen worden bevestigd.
De stugheid van de metaaldraad wordt zodanig gekozen, dat het ombuigen van de krambenen in de tegenknoop met de hand kan geschieden, waarbij het buiten de tegenknoop uitstekende einde van de benen voldoende lengte heeft om als hefboom te fungeren en het buiten de tegen.knoop stekende deel af te doen breken.
Teneinde de knoop on enige -afstand van het weefsel aan te brengen kan op de wijze als in figuur 4 is aangegeven een huls 6 worden aangebracht tussen de knoop van het weefsel, welke huls de beide benen van de kram om-
EMI2.1
geeft. De huis kan uit hetzelfde materiaal :.aJ8 d9 krri:>p.-:zjJn vervaardigd, doch ook van elk ander stevig materiaal. In het geval de knoop op een betrekkelijk dunne stof wordt aangebracht, dan is het gunstig een verend materiaal te gebruiken voor de huls, teneinde knoop en tegenknoop stevig aan elkaar te bevestigen.
De bevestigingsinrichting volgens de uitvinding kan ook worden toegepast bij stofknopen, benen knopen, metalen knopen, leren knopen en elke soort knopen, waarbij de kram door het materiaal aan de onderkant van de knoop of door een daar ter plaatse aanwezig orgaan kan worden gestoken.
Bij de bevestigingsinrichting volgens de uitvinding behoeft de knoop slechts twee gaten te bezitten, in plaats van vier, zoals bij de gebruikelijke knopen.
<Desc / Clms Page number 1>
Heretofore, virtually all buttons are attached to garments by means of yarn. This requires a lot of time and manual work, especially in tailoring, while the result is not satisfactory. Buttons often pop off the garment at the most inopportune moments, so that work has to be carried out again and again by the housewife or her staff.
The yarn with which the knot is e.g. is attached to a jacket, therefore has a lot to suffer, since in most cases the button is stiff against the jacket, while when buttoning, resp. unbuttones, each time one or more less thick wrap over of the jacket must be brought in, possibly removed from the narrow space between button and jacket.
Furthermore, the yarn is subject to atmospheric influences, which limit the service life.
According to the invention, a button fastening device is provided which does not have the said drawbacks and furthermore has important advantages.
The fastening device according to the invention is characterized in that the device consists of a two-legged staple and a holding member for this staple.
According to an advantageous embodiment, the retaining member consists of a plate or counterknot, which plate or counterknot is provided with two through-bores for the passage of the legs of the staple and with two mutually aligned grooves, each of which extends from one through-hole to the outer circumference of the staple. the plate or counterknot and serve to receive the legs of the staple after passing through the penetrations and bending these legs.
A further improvement consists in that the plate or counterknot is provided on the edge at least near the end of each of the grooves with a notch transverse to the grooves and that the legs of the staple are provided with notches which allow the legs by bending back and forth to break off these indentations.
In order to keep the button at a distance from the fabric to which the button is to be attached, so that space is left for the fabric in which the buttonhole is located, the fastening device of the invention includes a sleeve which is intended under the button to be attached before attaching the button.
To explain the invention, a description will follow with reference to the drawing, in which an embodiment of the device according to the invention and a variant thereof are indicated by way of example.
Figure 1 shows an embodiment of the device according to the invention in long section for bending the legs of the staple.
Figure 2 shows the fastening device according to figure 1 with bent legs of the staple.
Figure 3 shows the fastening device of Figure 1, with the protruding parts of the legs of the staple removed.
Figure 4 shows a bottom view of the fastening device of Figure 3.
Figure shows a modified embodiment of the fastening device according to the invention, in the same way as in Figure 3.
In the figures, 1 indicates a button, applied to a fabric 2. For fastening the button to the fabric 2, a staple 3 with the legs 4 is inserted through the openings in the button and through the fabric 2.
On the other side of the fabric is a counter-knot 5. After applying the staple through the knot 1, the fabric 2 and the counter knot or
<Desc / Clms Page number 2>
flat 5, the legs of the staple are bent and the legs lie in a groove 6 of the counterknot 5. This bending of the legs 4 of the staple 3 can be done by hand or with pliers. In the legs 4 of the staple 3 there are notches which are arranged in such a way that no weakening takes place in the direction in which the staple legs 4 are bent, i.e. in the plane of the drawing resp. to the right and left.
The notches 7 make it possible that the legs 4 of the staple 3 can be bent in a perpendicular to the plane of the drawing and that by twisting the legs 4 to and fro they break off at the location of the notch 7.
The result is that there are no protruding parts on the fastening device, so that no damage can occur thereby. All this can be further improved by making a notch transversely to the groove on the edge of the plate or counterknot 5 near the ends of the groove 6, so that the ends of the legs of the staple 3 have been removed therein completely. the ends at the flat of the notch 7 are received in the transverse notches.
The groove 6 is in the form of a groove along the entire length of the counterknot, but it is to be understood that there may be two grooves, each starting at a bore and going to one end of the counterknot.
In the manner described, a fastening of a button is obtained, in which no yarn is used and which can be applied in a simple manner, either by hand or by machine. The fastening is very strong and the staple can be made of any material that can be bent and has a certain stiffness, e.g. metal wire, are manufactured. The staple can be made of a stainless material and can be provided with a layer of lacquer or fabric so that the appearance differs little from the colored yarns with which buttons are generally attached.
The stiffness of the metal wire is chosen such that bending of the staple legs in the counterknot can be done manually, the end of the legs protruding outside the counterknot having sufficient length to act as a lever and the protruding outside of the counterknot. part to be broken off.
In order to apply the knot at some distance from the fabric, a sleeve 6 can be placed between the knot of the fabric in the manner shown in Figure 4, which sleeve surrounds both legs of the staple.
EMI2.1
gives. The housing can be made of the same material: .aJ8 d9 krri:> p .-:, but also of any other sturdy material. In case the button is applied on a relatively thin fabric, it is advantageous to use a resilient material for the sleeve to secure the button and counterknot together.
The fastening device according to the invention can also be used with fabric buttons, bone buttons, metal buttons, leather buttons and any kind of buttons, where the staple can be passed through the material at the bottom of the button or through a means present there.
In the fastening device according to the invention, the button need only have two holes, instead of four, as in the usual buttons.