<Desc/Clms Page number 1>
RIETPLAAT, WAARVAN DE STENGEIBUNDELS ZIJN OPGESLOTEN TUSSEN
DRADEN.
De uitvinding heeft betrekking op een rietplaat, waarvan de stengelbündels opgesloten zijn tussen langs het onder- en bovenvlak lopen- de draden, waarbij de draden langs het ene vlak met die langs het andere vlak zijn verbonden door dwars door de plaat lopende koppeldraden, zoals bekend uit het Britse octrooischrift Noo 33103450 Deze bekende plaat is geperst, terwijl de koppeldraden gehaakt zijn zowel om de draden, die langs het ondervlak van de plaat lopen als om die welke langs het boven- vlak lopen.
De hierbij toegepaste binding is minder geschikt voor rieten dakplaten omdat deze met het oog op de noodzakelijke ventilatie en het vereiste absorptievermogen, hetgeen vooral voor boerderijbouw van belang is, een losse pakking van het riet moeten hebben Immers indien men bij de bekende uitvoering een losse pakking zou toepassen;, zouden de koppel- draden kunnen losraken, wanneer de rietstengels bijvoorbeeld bij belopen worden samengedrukto
De uitvinding verschaft een rietplaat, die geschikt is om in een dakconstructie te worden gebruikt, waarbij de binding niet kan losra- keno
Volgens de uitvinding wordt dit verkregen;
, doordat de rietsten- gels los gepakt zijn en de draden langs één van de vlakken onderverdeeld zijn in stukken, die elk met een der koppeldraden een L-vormig element vor- men, van welke elementen het door de plaat lopende gedeelte bevestigd is aan de langs het andere vlak lopende draad, terwijl de langs de plaat lo- pende gedeelten dezer elementen met het omgebogen vrije einde zijn gehaakt om het buigpunt van een naastliggend elemento
Aldus wordt bereikt, dat bij belasting van de plaat, waarbij- de rietbundels worden samengedrukt, de binding niet zal losraken, omdat de haak van de L-vormige elementen, die om het buigpunt van een naastlig- gend element is geslagen, langs het door de plaat lopende gedeelte van
<Desc/Clms Page number 2>
laatstbedoeld element zal glijden,
zonder daarvan los te komen.
Teneinde ook het eerste en het laatste L-vormige element van elke reeks gemakkelijk te kunnen vastzetten, zijn volgens de uitvinding de langs het andere vlak lopende draden aan de einden omgebogen langs de zijvlakken van de plaat tot een punt ongeveer samenvallend met het tegen- overliggende plaatvlak, alwaar deze einden naar buiten toe zijn omgebogen.
De uitvinding zal nu nader worden toegelicht onder verwijzing naar de tekening, die een uitvoeringsvoorbeeld toont.
Figo 1 toont een bovenaanzicht van een rietplaat,
Figo 2 toont een doorsnede van een dakconstructie, waarbij de- ze rietplaat wordt toegepast.
Figo 2 toont op welke wijze het riet wordt samengebundeldo Dit samenbundelen geschiedt namelijk met behulp van langsdraden 2, die voorzien zijn van opstaande zijkanten 3 met omgebogen einden 4. Om de los gepakte rietbundels goed te kunnen vastzetten, zijn L-vormige organen 9 gebruikt, die bijvoorbeeld van staaldraad kunnen zijn vervaardigdo De evenwijdig aan de langsdraad 2 lopende benen van de L-vormige organen zijn aan elkaar ge- haakt en vormen tezamen met een sluitstuk 10 een bovenlangsdraad, waarbij de uiteinden van het eerste been en van het sluitstuk verbonden zijn met de opgebogen einden 3 van de langsdraad 2.
Het andere been van elk element vormt een verbindingsstang tussen de onder- en bovenlangsdradeno Tussen de bovenste en de onderste langsdraad wordt zodoende een aantal vakken gevormd, waarin de rietstengels zijn opgesloten en waardoor dus ook bij losse pak- king van de stengelbundels een samenhangend geheel wordt verkregen.
De omgebogen.einden 4 kunnen om daksporen 5 heengrijpen en zo- doende tevens dienen voor het vastzetten van de gehele plaat. De daksporen zelf staan haaks op gordingen 6, welke gordingen rusten op spantbenen 70 Het ophangen van de rietplaten geschiedt zodanig, dat daaroverheen panlat- ten 8 kunnen worden aangebracht. Dit is mogelijk doordat de steundelen van de haken 4 practisch in het verlengde van het bovenvlak van de rietpla- ten zijn opgesteld. Hierdoor valt dus de bovenzijde van de rietplaat samen met de bovenzijden van de sporen.
<Desc / Clms Page number 1>
REED PLATE, WHOSE STONES ARE LOCKED BETWEEN
WIRES.
The invention relates to a reed plate, the stem bundles of which are enclosed between wires running along the bottom and top surfaces, the wires being connected along one plane to those along the other plane by coupling wires running transversely through the plate, as known. from British Patent Specification Noo 33103450. This known plate is pressed, while the coupling wires are hooked both around the wires running along the bottom surface of the plate and those running along the top surface.
The binding used here is less suitable for thatched roofing sheets, because with a view to the necessary ventilation and the required absorption capacity, which is especially important for farm buildings, they must have a loose packing of the reed. After all, if a loose packing is used in the known embodiment. the coupling wires could become loose when the reed stems are compressed, for example when walked on.
The invention provides a reed plate which is suitable for use in a roof construction, in which the binding cannot be detached.
According to the invention this is obtained;
, in that the reed stems are packed loose and the wires are subdivided along one of the planes into pieces, each of which forms an L-shaped element with one of the coupling wires, the part of which extending through the plate being attached to the thread running along the other plane, while the portions of these elements running along the plate are hooked with the bent free end around the inflection point of an adjacent element.
It is thus achieved that when the plate is loaded, whereby the reed bundles are compressed, the binding will not loosen, because the hook of the L-shaped elements, which is wrapped around the point of inflection of an adjacent element, will pass along the through the plate running portion of
<Desc / Clms Page number 2>
last element will slide,
without breaking away from it.
In order to also be able to easily fix the first and the last L-shaped element of each series, according to the invention the wires running along the other plane are bent at the ends along the side faces of the plate to a point approximately coinciding with the opposite plate surface, where these ends are bent outwards.
The invention will now be explained in more detail with reference to the drawing, which shows an exemplary embodiment.
Figo 1 shows a top view of a reed plate,
Fig. 2 shows a cross-section of a roof construction in which this reed plate is used.
Fig. 2 shows how the reed is bundled together. This bundling takes place with the help of longitudinal wires 2, which are provided with upright sides 3 with bent ends 4. In order to properly secure the loosely packed reed bundles, L-shaped members 9 are used, which, for example, may be made of steel wire. The legs of the L-shaped members running parallel to the longitudinal wire 2 are hooked together and together with a closure piece 10 form an upper longitudinal wire, the ends of the first leg and of the closure piece being connected with the bent ends 3 of the longitudinal wire 2.
The other leg of each element forms a connecting rod between the lower and upper longitudinal wires. O A number of compartments are thus formed between the upper and the lower longitudinal wires, in which the reed stems are enclosed and thus become a coherent whole, even when the stem bundles are loose packing. obtained.
The bent ends 4 can grip around roof rails 5 and thus also serve to secure the entire plate. The roof rails themselves are at right angles to purlins 6, which purlins rest on truss legs 70. The reed plates are hung up in such a way that battens 8 can be fitted over them. This is possible because the support parts of the hooks 4 are arranged practically in line with the top surface of the reed plates. This means that the top of the reed plate coincides with the top sides of the tracks.