[go: up one dir, main page]

BE1032369A1 - Bouwelementen met isolatiemateriaal - Google Patents

Bouwelementen met isolatiemateriaal

Info

Publication number
BE1032369A1
BE1032369A1 BE20245045A BE202405045A BE1032369A1 BE 1032369 A1 BE1032369 A1 BE 1032369A1 BE 20245045 A BE20245045 A BE 20245045A BE 202405045 A BE202405045 A BE 202405045A BE 1032369 A1 BE1032369 A1 BE 1032369A1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
stiffening
rib
building element
reinforcement
plate
Prior art date
Application number
BE20245045A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1032369B1 (nl
Inventor
Ko Kuperus
Original Assignee
Unilin Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Unilin Bv filed Critical Unilin Bv
Priority to BE20245045A priority Critical patent/BE1032369B1/nl
Priority to EP25151676.1A priority patent/EP4592467A1/en
Publication of BE1032369A1 publication Critical patent/BE1032369A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1032369B1 publication Critical patent/BE1032369B1/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04BGENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
    • E04B7/00Roofs; Roof construction with regard to insulation
    • E04B7/20Roofs consisting of self-supporting slabs, e.g. able to be loaded
    • E04B7/22Roofs consisting of self-supporting slabs, e.g. able to be loaded the slabs having insulating properties, e.g. laminated with layers of insulating material
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04BGENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
    • E04B1/00Constructions in general; Structures which are not restricted either to walls, e.g. partitions, or floors or ceilings or roofs
    • E04B1/62Insulation or other protection; Elements or use of specified material therefor
    • E04B1/74Heat, sound or noise insulation, absorption, or reflection; Other building methods affording favourable thermal or acoustical conditions, e.g. accumulating of heat within walls
    • E04B1/88Insulating elements for both heat and sound
    • E04B1/90Insulating elements for both heat and sound slab-shaped
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04CSTRUCTURAL ELEMENTS; BUILDING MATERIALS
    • E04C2/00Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels
    • E04C2/02Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by specified materials
    • E04C2/10Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by specified materials of wood, fibres, chips, vegetable stems, or the like; of plastics; of foamed products
    • E04C2/20Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by specified materials of wood, fibres, chips, vegetable stems, or the like; of plastics; of foamed products of plastics
    • E04C2/22Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by specified materials of wood, fibres, chips, vegetable stems, or the like; of plastics; of foamed products of plastics reinforced
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04CSTRUCTURAL ELEMENTS; BUILDING MATERIALS
    • E04C2/00Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels
    • E04C2/02Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by specified materials
    • E04C2/10Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by specified materials of wood, fibres, chips, vegetable stems, or the like; of plastics; of foamed products
    • E04C2/24Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by specified materials of wood, fibres, chips, vegetable stems, or the like; of plastics; of foamed products laminated and composed of materials covered by two or more of groups E04C2/12, E04C2/16, E04C2/20
    • E04C2/243Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by specified materials of wood, fibres, chips, vegetable stems, or the like; of plastics; of foamed products laminated and composed of materials covered by two or more of groups E04C2/12, E04C2/16, E04C2/20 one at least of the material being insulating
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04CSTRUCTURAL ELEMENTS; BUILDING MATERIALS
    • E04C2/00Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels
    • E04C2/30Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by the shape or structure
    • E04C2/38Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by the shape or structure with attached ribs, flanges, or the like, e.g. framed panels
    • E04C2/386Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by the shape or structure with attached ribs, flanges, or the like, e.g. framed panels with a frame of unreconstituted or laminated wood

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Wood Science & Technology (AREA)
  • Electromagnetism (AREA)
  • Acoustics & Sound (AREA)
  • Building Environments (AREA)
  • Rod-Shaped Construction Members (AREA)

Abstract

Deze uitvinding betreft een bouwelement (1) en een werkwijze voor het vervaardigen van een dergelijk bouwelement (1). Dit bouwelement (1) omvat: - basisisolatiemateriaal (2), dat tussen een ondervlak (3) en een bovenvlak (4) van het bouwelement (1) is aangebracht een onderste verstevigingsribbe (5); - een bovenste verstevigingsribbe (6), die zich hoofdzakelijk volgens een lengterichting L van het bouwelement (1) uitstrekken, en zich tussen het ondervlak (3) en het bovenvlak (4) bevinden; en - één of meerdere verbindingselementen – bijvoorbeeld één of meerdere verstijvingsplaten (1) en/of één of meerdere verstijvingsribben (22, 23) - die de bovenste verstevigingsribbe (6) met de onderste verstevigingsribbe (5) verbindt, om een verstevigingsbalk (8) te vormen, zodat het bouwelement (1) beter bestand is tegen dwarskrachten en beter isolerend is voor thermische energie tussen bovenvlak (4) en ondervlak (3).

Description

Bouwelementen met isolatiemateriaal
Deze uitvinding betreft een bouwelement, omvattende: - basisisolatiemateriaal, dat tussen een ondervlak en een bovenvlak van het bouwelement is aangebracht; - een onderste verstevigingsribbe, die optioneel onderaan begrensd wordt door het ondervlak, waarbij de onderste verstevigingsribbe zich hoofdzakelijk volgens een lengterichting L van het bouwelement uitstrekt; en 10_- een bovenste verstevigingsribbe, die optioneel bovenaan begrensd wordt door het bovenvlak, waarbij de bovenste verstevigingsribbe zich hoofdzakelijk volgens de lengterichting L van het bouwelement uitstrekt en op een tussenafstand van de onderste verstevigingsribbe 1s opgesteld; waarbij de onderste verstevigingsribbe en de bovenste verstevigingsribbe zich tussen het ondervlak en het bovenvlak bevinden.
Daarnaast betreft deze uitvinding een dakconstructie die een dergelijk bouwelement omvat. Verder betreft deze uitvinding een werkwijze voor het vervaardigen van een dergelijk bouwelement.
Deze uitvinding betreft dergelijke bouwelementen die kunnen worden aangewend als dakelementen, wandelementen of vloerelementen.
De gekende dergelijke bouwelementen bestaan hoofdzakelijk uit twee typen. Enerzijds is er het zogenaamde openschalige bouwelement, waarbij slechts aan één vlakke zijde van het bouwelement een onderplaat is toegepast en waarbij de andere vlakke zijde, namelijk de open zijde, hoofdzakelijk gevormd wordt door het isolatiemateriaal zelf en, anderzijds, het gesloten of sandwich bouwelement waarbij aan de tweede vlakke zijde een bovenplaat is aangebracht, zodat het isolatiemateriaal zich in de ruimte tussen de onderplaat en de bovenlaat bevindt. Voor voorbeelden van openschalige dakelementen en gesloten, of sandwich dakelementen wordt verwezen naar
EP 0 978 601 en EP 1 162 050.
De uitvinding heeft meer specifiek, maar niet beperkend, betrekking op bouwelementen van het gesloten of sandwich type.
Dergelijke bouwelementen zijn op zich reeds ruim bekend en kunnen bijvoorbeeld als een isolerend zelfdragend dakelement zijn uitgevoerd. Hiertoe wordt bij wijze van voorbeeld verwezen naar EP 0 450 731 of EP 1 253 257. Dergelijke dakelementen kunnen met hun onderplaat op een eenvoudig geconstrueerde dakkap, bijvoorbeeld een dakkap met enkele gordingen, worden aangebracht. Na de installatie van dergelijke dakelementen, worden deze doorgaans nog voorzien van pannenlatten die op hun beurt de dakpannen of andere dakbedekking ondersteunen. In een dergelijke constructie vervult het dakelement de functie van een traditioneel geïsoleerd onderdak.
Het is ook mogelijk dat de voornoemde onderplaat de binnenbekleding van de betreffende dakconstructie vormt of dat de onderplaat van dergelijke binnenbekleding is voorzien. Gebruikelijk worden dergelijke dakelementen op maat voor een woning geprefabriceerd.
De bouwelementen uit de genoemde octrooipublicaties omvatten echter houten balken die geplaatst zijn over een volledige lengterichting van het bouwelement, dit over de volledige hoogte tussen de onderplaat en de bovenplaat of bij afwezigheid van een onderplaat en/of een bovenplaat tot aan het respectievelijke bovenvlak of ondervlak.
Deze houten balken vormen samen met een eventuele onderplaat en/of een eventuele bovenplaat koudebruggen tussen het bovenvlak en het ondervlak. Dit leidt ertoe dat dikker isolatiemateriaal gebruikt moet worden voor dezelfde thermische isolatie. Ook door toenemende isolatievereisten voor dergelijke bouwelementen is dikker isolatiemateriaal nodig. De toenemende isolatiedikte zorgt er voor dat dergelijke houten balken een steeds grotere breedte-hoogte verhouding moeten hebben, wat het vervaardigen van dergelijke balken complexer maakt. Bovendien zorgen de constructie-standaarden voor onder andere structurele schroefverbindingen ervoor dat bredere balken nodig zijn. Het probleem van koudebruggen verergert hierdoor.
In EP 2 141 299 is reeds een alternatieve oplossing beschreven, waarin bouwelementen worden voorzien van een bovenste en een onderste verstevigingsribbe die volgens een lengterichting L zijn opgesteld en respectievelijk verbonden zijn aan een bovenplaat en een onderplaat. Dergelijke bouwelementen kunnen compacter uitgevoerd worden voor een zelfde thermische isolatie. De verstevigingsribben kunnen voor de nodige stijfheid zorgen en de bouwelementen zijn voor een zelfde dikte beter isolerend dan bij gebruik van genoemde zich over de hoogte uitstrekkende houten balken, door het vermijden van koudebruggen. Deze verstevigingsribben kunnen echter gemakkelijk onderling verschuiven, waardoor er gemakkelijk doorbuiging kan ontstaan van het sandwichpaneel door dwarskrachten op het bouwelement.
Het doel van de uitvinding is om te voorzien in een dergelijk bouwelement dat beter bestand is tegen dwarskrachten dan bij gebruik van genoemde verstevigingsribben, en beter isolerend is voor thermische energie tussen bovenvlak en ondervlak dan bij gebruik van genoemde zich over de hoogte uitstrekkende houten balken.
Dit doel van de uitvinding wordt bereikt door te voorzien in een bouwelement, omvattende: - basisisolatiemateriaal, dat tussen een ondervlak en een bovenvlak van het bouwelement is aangebracht; - een onderste verstevigingsribbe, die optioneel onderaan begrensd wordt door het ondervlak, waarbij de onderste verstevigingsribbe zich hoofdzakelijk volgens een lengterichting L van het bouwelement uitstrekt; en - een bovenste verstevigingsribbe, die optioneel bovenaan begrensd wordt door het bovenvlak, waarbij de bovenste verstevigingsribbe zich hoofdzakelijk volgens de lengterichting L van het bouwelement uitstrekt en op een tussenafstand van de onderste verstevigingsribbe is opgesteld; waarbij de onderste verstevigingsribbe en de bovenste verstevigingsribbe zich tussen het ondervlak en het bovenvlak bevinden en waarbij het bouwelement één of meerdere verbindingselementen — bijvoorbeeld één of meerdere verstijvingsplaten en/of één of meerdere verstijvingsribben - omvat, die de bovenste verstevigingsribbe met de onderste verstevigingsribbe verbindt, om een verstevigingsbalk te vormen.
Door de aanwezigheid van de één of meerdere verbindingselementen — bijvoorbeeld één of meerdere verstijvingsplaten en/of één of meerdere verstijvingsribben wordt het onderling verschuiven van de verstevigingsribben door invloed van dwarskrachten beperkt. Ten opzichte van EP O 450 731 en EP 1 253 257 zorgt deze oplossing ook voor een minimalisatie van overdracht van thermische energie tussen het ondervlak en het bovenvlak. Deze oplossing maakt het ook mogelijk om bredere balken te gebruiken in de constructie om te voldoen aan de vereisten voor structurele schroefverbindingen zonder het veroorzaken van meer koudebruggen.
De verstevigingsribben worden bij voorkeur uit hout vervaardigd.
Bij voorkeur omvatten deze bouwelementen twee of meerdere genoemde verstevigingsbalken. Deze verstevigingsbalken kunnen identiek uitgevoerd zijn maar alternatief kunnen ze ook van elkaar afwijken. Het is ook mogelijk dat een aantal genoemde = verstevigingsbalken worden aangevuld met bijkomende verstevigingsribben die geen verstevigingsbalken vormen.
Het basisisolatiemateriaal 1s bij voorkeur aan beide zijden naast de verstevigingsbalk aangebracht, gezien in een richting dwars op de lengterichting L. In een alternatieve uitvoering is het basisisolatiemateriaal aan slechts één zijde naast de verstevigingsbalk opgesteld, gezien in een richting dwars op de lengterichting L. Dit laat toe om dergelijke verstevigingsbalken bij voorkeur middenin het bouwelement of alternatief aan de zijrand van het bouwelement op te stellen.
Bij voorkeur omvat het bouwelement een bovenplaat, die bovenaan minstens gedeeltelijk begrensd is door het bovenvlak en/of die zich volledig boven het basisisolatiemateriaal bevindt. Deze bovenplaat is bij voorkeur voorzien van de bovenste verstevigingsribbe. In een meer specifieke voorkeursuitvoering is de bovenste verstevigingsribbe bevestigd aan de bovenplaat. Vergelijkbaar omvat het bouwelement bij voorkeur een onderplaat, die onderaan minstens gedeeltelijk begrensd is door het ondervlak en/of die zich volledig onder het basisisolatiemateriaal bevindt. Deze onderplaat 1s bij voorkeur voorzien van de onderste verstevigingsribbe. 5 In een meer specifieke voorkeursuitvoering is de onderste verstevigingsribbe bevestigd aan de onderplaat. De bevestiging tussen bovenste verstevigingsribbe en bovenplaat en/of de bevestiging tussen de onderste verstevigingsribbe en onderplaat kunnen bijvoorbeeld gerealiseerd zijn aan de hand van één of meerdere nagel-, schroef-, kram- en/of lijmverbindingen en/of via enig ander bevestigingsmiddel.
In een alternatieve specifieke uitvoeringsvorm kan de bovenste verstevigingsribbe integraal deel uitmaken van een genoemde bovenplaat en/of kan de onderste verstevigingsribbe integraal deel uitmaken van een genoemde onderplaat. Een dergelijke bovenplaat en/of een dergelijke onderplaat kan daarbij dan bijvoorbeeld vervaardigd zijn via extrusie.
In een voorkeursuitvoering bevatten de één of meerdere verbindingselementen een verstijvingsplaat die de bovenste verstevigingsribbe met de onderste verstevigingsribbe verbindt, om een verstevigingsbalk te vormen.
Bij voorkeur strekken de verstevigingsribben zich volgens de lengterichting L over nagenoeg de volledige lengte van het bouwelement uit. In een voorkeursuitvoering strekt ook de verstijvingsplaat zich over nagenoeg de volledige lengte van het bouwelement uit, in de lengterichting L gezien. In een alternatieve voorkeursuitvoering omvat het bouwelement meerdere genoemde verstijvingsplaten die al dan niet op een tussenafstand van elkaar verspreid over de lengterichting L zijn opgesteld.
In een voorkeursuitvoering is de eerstgenoemde verstijvingsplaat als een eerste verstijvingsplaat aan een eerste zijde van de verstevigingsbalk opgesteld. Bij voorkeur wordt de verstevigingsbalk dan voorzien van een tweede verstijvingsplaat, die aan een tweede zijde van de verstevigingsbalk is opgesteld en de bovenste verstevigingsribbe met de onderste verstevigingsribbe verbindt. Door twee verstijvingsplaten aan twee zijden van de verstevigingsbalk op te stellen wordt het bouwelement mechanisch stabieler.
De eerste verstijvingsplaat zal zich in de lengterichting L gezien minstens gedeeltelijk over de lengte van het bouwelement uitstrekken en kan zich daarbij meer specifiek over nagenoeg deze volledig lengte uitstrekken. Eventueel kunnen ook meerdere dergelijke eerste verstijvingsplaten voorzien zijn, die in de lengterichting L gezien aaneensluitend zijn opgesteld, of op een tussenafstand van elkaar zijn opgesteld.
Analoog zal de tweede verstijvingsplaat zich in de lengterichting L gezien minstens gedeeltelijk over de lengte van het bouwelement uitstrekken en kan deze tweede verstijvingsplaat zich daarbij meer specifiek over nagenoeg deze volledig lengte uitstrekken. Eventueel kunnen ook meerdere dergelijke tweede verstijvingsplaten voorzien zijn, die in de lengterichting L gezien aaneensluitend zijn opgesteld, of op een tussenafstand van elkaar zijn opgesteld.
In een alternatieve specifieke uitvoering verbindt de verstijvingsplaat de bovenste verstevigingsribbe met de onderste verstevigingsribbe, om een I-ligger als verstevigingsbalk te vormen.
Bij voorkeur is minstens één genoemde verstijvingsplaat minstens gedeeltelijk uit CPL (Continu geperst laminaat) of HPL (hoge druk laminaat) of houtspaanplaat of houtvezelplaat of gipskartonplaat of kunststofplaat of multiplexplaat of LVL (gelamineerd fineerhout) of OSB (geörienteerde houtvezelplaat) of gipsvezelplaat vervaardigd. CPL is relatief stijf en is verkrijgbaar op rol, waardoor deze zonder voegen gebruikt kan worden voor de vervaardiging van de verstijvingsplaten. Andere rol-materialen met overeenkomstige mechanische eigenschappen, die gebruikt kunnen worden voor de verstijvingsplaten, zijn bijvoorbeeld staal of aluminium maar deze materialen zijn thermisch geleidend. Bij gebruik van deze materialen dienen daardoor bijkomende maatregelen genomen te worden om koudebruggen te vermijden.
In een voorkeursuitvoering verbindt minstens één genoemde verstijvingsplaat de bovenste verstevigingsribbe met de onderste verstevigingsribbe met behulp van lijmen en/of met behulp van mechanische verbindingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld nagels, schroeven, bouten of krammen. Bij voorkeur wordt de verstijvingsplaat aan de verticale zijden van de verstevigingsbalken gelijmd. Dit resulteert in een aanzienlijk groot oppervlak dat veel beter bestand is tegen de optredende dwarskrachten. Voor de specifieke uitvoeringsvorm waarin een I-ligger als verstevigingsbalk gevormd wordt, kan de verstijvingsplaat via vormpassen in de sleuven van de verstevigingsribben worden bevestigd.
In een voorkeursuitvoering bevatten de één of meerdere verbindingselementen één of meerdere verstijvingsribben die de bovenste verstevigingsribbe met de onderste verstevigingsribbe verbindt, om de verstevigingsbalk te vormen.
Bij voorkeur maken de één of meerdere verstijvingsribben een schuine hoek ten opzichte van de bovenste verstevigingsribbe in het vlak loodrecht door de bovenste verstevigingsribbe en loodrecht of het bouwelement, bij voorkeur bedraagt deze hoek tussen 20° en 70°, bij hogere voorkeur tussen 30° en 60°. Dergelijke uitvoeringsvormen hebben het voordeel dat dwarskrachten op het bouwelement zeer effectief opgevangen kunnen worden.
Het bouwelement bevat bij hogere voorkeur ten minste een eerste verstijvingsribbe en een tweede verstijvingsribbe die de bovenste verstevigingsribbe met de onderste verstevigingsribbe verbindt, om de verstevigingsbalk te vormen. Hierbij maken de eerste verstijvingsribbe en de tweede verstijvingsribbe elk een schuine hoek ten opzichte van de bovenste verstevigingsribbe in het vlak loodrecht door de bovenste verstevigingsribbe en loodrecht of het bouwelement.
Bij hogere voorkeur is de schuine hoek van de eerste verstijvingsribbe in tegengestelde richting gericht ten opzichte van de schuine hoek van de tweede verstijvingsribbe.
Dergelijke uitvoeringsvormen hebben het voordeel dat dwarskrachten op het bouwelement zeer effectief opgevangen kunnen worden.
In een voorkeursuitvoering bevat het bouwelement ten minste een eerste verstijvingsribbe en een tweede verstijvingsribbe die de bovenste verstevigingsribbe met de onderste verstevigingsribbe verbinden, om de verstevigingsbalk te vormen. De eerste verstijvingsribbe en de tweede verstijvingsribbe lopen verticaal door de dikte van het bouwelement. Deze uitvoeringsvorm heeft het voordeel dat dwarskrachten effectief opgevangen kunnen worden, terwijl de productie eenvoudig is.
De één of meerdere verstijvingsribbe kunnen bevatten of gevormd worden door pinnen uit hout of hout-gebaseerd materiaal of uit een kunststof composietmateriaal, bijvoorbeeld uit een houtvezel versterkte kunststof. Deze uitvoeringsvormen hebben het voordeel dat de koudebrug aan de verstevigingsbalk zeer beperkt is.
De één of meerdere verstijvingsribbe zijn bij voorkeur bevestigd aan of door de bovenste verstevigingsribbe en de onderste verstevigingsribbe.
Een bevestiging van de één of meerdere verstijvingsribben door de bovenste verstevigingsribbe en de onderste verstevigingsribbe kan gerealiseerd worden door de verstijvingsribbe in een gat — bijvoorbeeld in een open gat of in een blind gat — te bevestigen, bijvoorbeeld met een lijmverbinding.
Deze bevestiging van de één of meerdere verstijvingsribbe aan of door de bovenste verstevigingsribbe en de onderste verstevigingsribbe kan door middel van lijm en/of door middel van mechanische bevestigingsmiddelen zoals schroeven, krammen of nagels uitgevoerd zijn.
Bij voorkeur is de dwarsdoorsnede van de bovenste verstevigingsribbe substantieel gelijk aan de dwarsdoorsnede van de onderste verstevigingsribbe. Meer specifiek kan deze dwarsdoorsnede daarbij rechthoekig zijn. Wanneer de verstevigingsbalk voorzien is van een bovenste verstevigingsribbe en een onderste verstevigingsribbe met een substantieel gelijke, rechthoekige dwarsdoorsnede en wanneer de verstevigingsbalk daarbij ook aan weerszijden voorzien is van één of meerdere genoemde verstijvingsplaten, dan wordt een verstevigingsbalk met een hoofdzakelijk rechthoekige dwarsdoorsnede bekomen. Een dergelijke balkvormige verstevigingsbalk maakt het eenvoudiger om de huidige balken zoals in EP 0 450 731 en EP 1 253 257 te vervangen door deze verstevigingsbalken.
Alternatief kan de dwarsdoorsnede van de bovenste verstevigingsribbe groter zijn dan de dwarsdoorsnede van de onderste verstevigingsribbe of kan de dwarsdoorsnede van de onderste verstevigingsribbe groter zijn dan de dwarsdoorsnede van de bovenste verstevigingsribbe, om de verstevigingsbalk te optimaliseren naar op te vangen belastingen toe. Meer specifiek kan deze dwarsdoorsnede daarbij trapeziumvormig zijn. Wanneer de verstevigingsbalk voorzien is van een bovenste verstevigingsribbe en een onderste verstevigingsribbe met een trapeziumvormige dwarsdoorsnede, waarbij de ene dwarsdoorsnede groter is uitgevoerd dan de andere en wanneer de verstevigingsbalk daarbij ook aan weerszijden voorzien is van één of meerdere genoemde verstijvingsplaten, dan kan een verstevigingsbalk met een hoofdzakelijk trapeziumvormige dwarsdoorsnede bekomen worden. Ook een dergelijke verstevigingsbalk met een hoofdzakelijk trapeziumvormige dwarsdoorsnede kan bij productie relatief eenvoudig geïntegreerd worden in een bouwelement.
Om de isolatie van het bouwelement te optimaliseren, is de verstevigingsbalk bij voorkeur voorzien van balkisolatiemateriaal, dat tussen de bovenste verstevigingsribbe en de onderste verstevigingsribbe is aangebracht. Minder voorkeurdragend kan de verstevigingsbalk vrij zijn van isolatiemateriaal. Het basisisolatiemateriaal kan zich alternatief of aanvullend tot tussen de verstevigingsribben uitstrekken, maar bij voorkeur wordt enkel afzonderlijk balkisolatiemateriaal voorzien, om de integratie van een dergelijke verstevigingsbalk te vereenvoudigen. Dit balkisolatiemateriaal kan daarbij de ruimte tussen de verstevigingsribben minstens gedeeltelijk vullen. In een specifieke voorkeursuitvoering is het balkisolatiemateriaal over de volledige hoogte tussen de bovenste verstevigingsribbe en de onderste verstevigingsribbe aangebracht.
Bij hogere voorkeur vult het balkisolatiemateriaal de volledige ruimte in de verstevigingsbalk.
Dit balkisolatiemateriaal kan zich in een eenvoudige uitvoering los in de verstevigingsbalk bevinden, zodat er geen verbinding is tussen dit balkisolatiemateriaal en de bovenste verstevigingsribbe, de onderste verstevigingsribbe en één of meerdere verstijvingsplaten. In een alternatieve uitvoering is het balkisolatiemateriaal verbonden met minstens één genoemde verstijvingsplaat en/of minstens één verstevigingsribbe. Zo kan bijvoorbeeld bij het rechtstreeks vormen van dit balkisolatiemateriaal in de verstevigingsbalk, automatisch een verbinding worden gerealiseerd met één of meerdere van deze delen. Ook is het bijvoorbeeld mogelijk om een verbinding tussen het balkisolatiemateriaal en één of meerdere overige delen van de verstevigingsbalk met behulp van mechanische verbindingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld krammen, te realiseren.
Analoog is er in een eenvoudige uitvoering geen verbinding nodig van het basisisolatiemateriaal met (delen van) de verstevigingsbalk of met de onderplaat of met de bovenplaat, maar kunnen in alternatieve uitvoeringvormen wel één of meerdere dergelijke verbindingen voorzien zijn.
Het balkisolatiemateriaal omvat bij voorkeur één of meerdere van volgende materialen: PIR (Polyisocyanuraat), PUR (Polyurethaan), polystyreen zoals bijvoorbeeld EPS (Expanded Polystyrene) en XPS (Extruded Polystyrene), RESOL (fenolhars), perliet, vermiculiet, glasschuim, glaswol, rotswol, houtwol, vlaswol, schaapswol, pluimen, houtvezel, vlasvezel en vlokkenschuim.
Ook het basisisolatiemateriaal omvat bij voorkeur één of meerdere van volgende materialen: PIR (Polyisocyanuraat), PUR (Polyurethaan), polystyreen zoals bijvoorbeeld EPS (geëxpandeerd polystyreen) en XPS (geëxtrudeerd polystyreen),
RESOL (fenolhars), perliet, vermiculiet, glasschuim, glaswol, rotswol, houtwol, vlaswol, schaapswol, pluimen, houtvezel, vlasvezel en vlokkenschuim. Het basisisolatiemateriaal kan uit één of uit meerdere lagen bestaan. Als het basisisolatiemateriaal meerdere lagen bevat, kunnen deze lagen uit verschillende van de genoemde materialen bestaan.
In een specifieke uitvoeringsvorm zijn het balkisolatiemateriaal en het basisisolatiemateriaal uit hetzelfde materiaal vervaardigd. Het is ook mogelijk dat het balkisolatiemateriaal en het basisisolatiemateriaal uit verschillende materialen vervaardigd zijn.
In uitvoeringsvormen waarbij de één of meerdere verbindingselementen één of meerdere verstijvingsribben bevatten die de bovenste verstevigingsribbe met de onderste verstevigingsribbe verbindt, om de verstevigingsbalk te vormen, lopen de één of meerdere verstijvingsribben bij voorkeur door het basisisolatiemateriaal. Dit heeft het voordeel dat basisisolatiemateriaal zich tussen de bovenste verstevigingsribbe en de onderste verstevigingsribbe bevindt. Dergelijke uitvoering zorgt voor een goede thermisch isolatie van het bouwelement ter hoogte van de verstevigingsbalk.
Het is echter ook mogelijk dat specifiek balkisolatiemateriaal zich tussen de bovenste verstevigingsribbe en de onderste verstevigingsribbe bevindt. Dit levert ook een goede thermische isolatie van het bouwelement op ter hoogte van de verstevigingsbalk.
Het doel van de uitvinding wordt verder ook bereikt door te voorzien in een dakconstructie, omvattende een hier boven beschreven bouwelement volgens deze uitvinding.
Het doel van de uitvinding wordt daarnaast ook bereikt door te voorzien in een werkwijze voor het vervaardigen van een bouwelement, omvattende: - het voorzien van een onderste verstevigingsribbe, optioneel onderaan grenzend aan een ondervlak van het bouwelement, zich hoofdzakelijk volgens een lengterichting L van het bouwelement uitstrekkend, en
- het voorzien van een bovenste verstevigingsribbe, op een tussenafstand van de onderste verstevigingsribbe, optioneel bovenaan grenzend aan een bovenvlak, zich hoofdzakelijk volgens de lengterichting L van het bouwelement uitstrekkend; - het aanbrengen van basisisolatiemateriaal tussen het ondervlak en het bovenvlak van het bouwelement en gezien in een richting dwars op de lengterichting L minstens aan één zijde naast de verstevigingsribben; waarbij een verstijvingsplaat wordt voorzien, waarmee de bovenste verstevigingsribbe met de onderste verstevigingsribbe wordt verbonden, om een verstevigingsbalk te vormen.
Deze werkwijze maakt het mogelijk om bijvoorbeeld bouwelementen zoals hierboven beschreven te vervaardigen.
Bij voorkeur wordt in een dergelijke werkwijze balkisolatiemateriaal tussen de onderste verstevigingsribbe en de bovenste verstevigingsribbe aangebracht om de verstevigingsbalk te vormen.
Dit balkisolatiemateriaal kan daarbij afzonderlijk voorzien worden en los in de verstevigingsbalk opgenomen worden. Alternatief kan dit balkisolatiemateriaal ook in de verstevigingsbalk zelf gevormd worden, waarbij in een uithardingsproces inherent een verbinding gerealiseerd wordt tussen dit balkisolatiemateriaal en aangrenzende delen van de verstevigingsbalk. Nog alternatief kan dit balkisolatiemateriaal ook bevestigd worden aan één of meerdere aangrenzende delen van de verstevigingsbalk, bijvoorbeeld via lijmen of met behulp van mechanische verbindingsmiddelen.
Bouwelementen kunnen met een werkwijze volgens de uitvinding al dan niet in een continu proces vervaardigd worden.
Bij voorkeur wordt de verstijvingsplaat voorzien op een rol en van deze rol afgerold om de bovenste verstevigingsribbe en de onderste verstevigingsribbe met deze verstijvingsplaat te verbinden. Dit laat toe om deze verstijvingsplaat in een continu fabriceerproces te bevestigen in een bouwelement. Daarbij kan een dergelijk bouwelement ook voorzien worden van een verstijvingsplaat, zonder voegen te gebruiken. Wanneer bouwelementen op die manier in een continu proces vervaardigd worden, dan omvat de werkwijze bij voorkeur ook een stap waarbij meerdere bouwelementen, die opeenvolgend vervaardigd worden, met verstijvingsplaten die van een zelfde rol afgerold worden, onderling gescheiden worden, dit bijvoorbeeld door (onder meer) verzagen van deze verstijvingsplaat. Andere delen van een genoemd bouwelement kunnen op een vergelijkbare manier in een continu proces opgenomen worden in bouwelementen als bij de stand van de techniek.
Bij voorkeur wordt in een werkwijze volgens de uitvinding verder een bovenplaat voorzien, die bovenaan minstens gedeeltelijk grenzend is aan het bovenvlak van het bouwelement.
Een dergelijke bovenplaat kan eventueel voorzien zijn van een bovenste verstevigingsribbe, die integraal deel uitmaakt van deze bovenplaat. Analoog kan een dergelijke onderplaat eventueel voorzien zijn van een onderste verstevigingsribbe, die integraal deel uitmaakt van de onderplaat.
Bij voorkeur wordt de bovenste verstevigingsribbe echter afzonderlijk voorzien en met een werkwijze volgens de uitvinding ook verbonden met de bovenplaat. Analoog wordt de onderste verstevigingsribbe bij voorkeur verbonden met de onderplaat.
In een eenvoudige uitvoeringsvorm wordt de bovenste verstevigingsribbe daarbij eerst verbonden met de verstijvingsplaat, voordat de bovenste verstevigingsribbe verbonden wordt met de bovenplaat. Analoog wordt in een eenvoudige uitvoeringsvorm de onderste verstevigingsribbe bij voorkeur eerst verbonden met de verstijvingsplaat, voordat de onderste verstevigingsribbe verbonden wordt met de onderplaat. Wanneer de onderste en de bovenste verstevigingsribben eerst verbonden worden met de verstijvingsplaat, dan kan bijvoorbeeld een verstevigingsbalk gevormd worden, die eenvoudig in bestaande productielijnen aangebracht kan worden in bouwelementen, ter vervanging van balken in bouwelementen zoals bijvoorbeeld beschreven in
EP 0450 731 of EP 1 253 257.
Een eventuele bovenplaat en een eventuele onderplaat kunnen ook in een continu proces aangevoerd en bijvoorbeeld verzaagd worden, om de bouwelementen te vormen, analoog zoals in bestaande productieprocessen.
Bij voorkeur wordt ook de bovenste verstevigingsribbe en/of de onderste verstevigingsribbe in een continu proces aangevoerd om deze met de verstijvingsplaat te verbinden. Meer specifiek kunnen hiertoe meerdere balken via vingerlassen worden samengevoegd om de bovenste verstevigingsribbe te vormen en/of meerdere balken via vingerlassen worden samengevoegd om de onderste verstevigingsribbe te vormen.
Een op deze manier samengestelde verstevigingsribbe kan in een continu proces dan opnieuw verzaagd worden, om opeenvolgend afzonderlijke bouwelementen te vormen. Genoemde vingerlassen kunnen bijvoorbeeld uitgevoerd worden met een werkwijze zoals beschreven in EP 1 162 050.
Bij voorkeur wordt elke verstevigingsribbe ééndelig uitgevoerd. De verstijvingsplaat kan eventueel onderbroken worden. Er kunnen bijvoorbeeld in een alternatief continu proces dus verschillende verstijvingsplaten zonder onderlinge verbinding aangebracht worden, waarbij deze enkel via de verstevigingsribben met elkaar verbonden zijn.
Bij voorkeur wordt de verstijvingsplaat aan de bovenste verstevigingsribbe verbonden en/of de verstijvingsplaat aan de onderste verstevigingsribbe verbonden, om de bovenste verstevigingsribbe met de onderste verstevigingsribbe te verbinden, met behulp van lijmen en/of met behulp van mechanische verbindingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld nagelen en/of met behulp van schroeven en/of met behulp van krammen.
Om bouwelementen te vervaardigen met een genoemde onderplaat en een genoemde bovenplaat, kan het basisisolatiemateriaal afzonderlijk voorzien worden en los in het bouwelement opgenomen worden. In uitvoeringsvormen zonder onderplaat en/of zonder bovenplaat en/of alternatief kan dit basisisolatiemateriaal ook in het bouwelement zelf gevormd worden, waarbij in een uithardingsproces inherent een verbinding gerealiseerd wordt tussen dit basisisolatiemateriaal en aangrenzende delen van het bouwelement. Nog alternatief kan dit basisisolatiemateriaal ook bevestigd worden aan één of meerdere aangrenzende delen van het bouwelement, bijvoorbeeld via lijmen of met behulp van mechanische verbindingsmiddelen.
Deze uitvinding wordt nu nader toegelicht aan de hand van de hierna volgende gedetailleerde beschrijving van enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen van een bouwelement met isolatiemateriaal volgens deze uitvinding. De bedoeling van deze beschrijving is uitsluitend verduidelijkende voorbeelden te geven en om verdere voordelen en bijzonderheden van deze uitvinding aan te duiden, en kan dus niet geïnterpreteerd worden als een beperking van het toepassingsgebied van de uitvinding of van de in de conclusies opgeëiste octrooirechten
In deze gedetailleerde beschrijving wordt door middel van referentiecijfers verwezen naar de hierbij gevoegde tekeningen, waarbij in - figuur la een uitvoeringsvorm van een geïsoleerde verstevigingsbalk in perspectief is weergegeven in explosieweergave; - figuur 1b een uitvoeringsvorm van een variant van een geïsoleerde verstevigingsbalk in perspectief is weergegeven in explosieweergave; - figuur 2 een uitvoeringsvorm van een bouwelement met verschillende verstevigingsbalken zoals in figuur 1 in perspectief is weergegeven in explosieweergave; - figuur 3 het bouwelement uit figuur 2 met toevoeging van pannenlatten in perspectief is weergegeven; - figuur 4 een uitvoeringsvorm van een dakconstructie in opbouw, omvattende het bouwelement uit figuur 2 in perspectief is weergegeven; - figuur 5 een dwarsdoorsnede van het bouwelement uit figuur 2 is weergegeven; - figuur 6 een dwarsdoorsnede van een deel van een variant van een bouwelement met een I-ligger als verstevigingsbalk, ter hoogte van deze verstevigingsbalk is weergegeven;
- figuur 7 een dwarsdoorsnede van een deel van een variant van een bouwelement met een verstevigingsbalk met een eerste en een tweede verstijvingsplaat is weergegeven, ter hoogte van de verstevigingsbalk; - figuur 8 een dwarsdoorsnede van een deel van een variant van een bouwelement met een verstevigingsbalk met enkel een eerste verstijvingsplaat is weergegeven, ter hoogte van de verstevigingsbalk; - figuur 9 een uitvoeringsvorm van een werkwijze om een bouwelement te vervaardigen volgens de lengterichting L is weergegeven; - figuren 10 — 12 uitvoeringsvormen tonen van verstevigingbalken uit bouwelementen volgens de uitvinding.
Figuur la toont een geïsoleerde verstevigingsbalk 8, die zich in de lengterichting L over de lengte van het bouwelement 1 uitstrekt. Deze verstevigingsbalk 8 omvat een onderste verstevigingsribbe 5 en een bovenste verstevigingsribbe 6, die verbonden zijn door een eerste verstijvingsplaat 11 en een tweede verstijvingsplaat 12 die de verstevigingsbalk 8 begrenzen. De verstevigingsbalk 8 is voorzien van balkisolatiemateriaal 13 dat over de volledige hoogte tussen de bovenste verstevigingsribbe 6 en de onderste verstevigingsribbe 5 is aangebracht. Alternatief kan de verstevigingsbalk 8 vrij zijn van balkisolatiemateriaal 13.
De bovenste verstevigingsribbe 6 en onderste verstevigingsribbe 5 bestaan bij voorkeur uit houten balken, met een rechthoekige doorsnede, die zich in de lengterichting L over de lengte van het bouwelement 1 uitstrekken. Het is uiteraard niet uitgesloten dat een ander materiaal dan hout gebruikt wordt. De verstevigingsribben 5-6 hebben bij voorkeur een hoogte van 25 tot 75 millimeter in de hoogterichting H gezien.
De dwarsdoorsnede van de bovenste verstevigingsribbe 6 is in figuur la substantieel gelijk aan de dwarsdoorsnede van de onderste verstevigingsribbe 5. Deze dwarsdoorsnede is daarbij rechthoekig, zodat een verstevigingsbalk 8 met een hoofdzakelijk rechthoekige dwarsdoorsnede wordt bekomen.
In de afgebeelde uitvoeringsvormen vult het balkisolatiemateriaal 13 de ruimte tussen de verstevigingsribben 5-6 volledig. Alternatief kan dit balkisolatiemateriaal 13 deze ruimte slechtst gedeeltelijk vullen. In een eenvoudige uitvoering kan het zich los in de verstevigingsbalk 8 bevinden, zodat er geen verbinding is tussen dit balkisolatiemateriaal 13 en de bovenste verstevigingsribbe 6, de onderste verstevigingsribbe 5 en één of meerdere verstijvingsplaten 11-12. In een alternatieve uitvoering is het balkisolatiemateriaal 13 verbonden met minstens één genoemde verstijvingsplaat 11-12 en/of minstens één verstevigingsribbe 5-6. Zo kan bijvoorbeeld bij het rechtstreeks vormen van dit balkisolatiemateriaal 13 in de verstevigingsbalk 8, automatisch een verbinding worden gerealiseerd met één of meerdere van deze delen.
Ook is het bijvoorbeeld mogelijk om een verbinding tussen het balkisolatiemateriaal 13 en één of meerdere overige delen van de verstevigingsbalk 8 met behulp van mechanische verbindingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld krammen te realiseren.
Het balkisolatiemateriaal 13 omvat bij voorkeur één of meerdere van volgende materialen: PIR (Polyisocyanuraat), PUR (Polyurethaan), polystyreen zoals bijvoorbeeld EPS (Expanded Polystyrene) en XPS (Extruded Polystyrene), RESOL (fenolhars), perliet, vermiculiet, glasschuim, glaswol, rotswol, houtwol, vlaswol, schaapswol, pluimen, houtvezel, vlasvezel en vlokkenschuim.
Bij voorkeur is minstens één genoemde verstijvingsplaat 11-12 minstens gedeeltelijk uit CPL (Continu geperst laminaat) of HPL (hoge druk laminaat) of houtspaanplaat of houtvezelplaat of gipskartonplaat of kunststofplaat of multiplexplaat of LVL (gelamineerd fineerhout) of OSB (geörienteerde houtvezelplaat) of gipsvezelplaat vervaardigd. CPL is relatief stijf en is verkrijgbaar op rol, waardoor deze zonder voegen gebruikt kan worden voor de vervaardiging van de verstijvingsplaten 11-12.
Andere rol-materialen met overeenkomstige mechanische eigenschappen, die gebruikt kunnen worden voor de verstijvingsplaten 11-12, zijn bijvoorbeeld staal of aluminium maar deze materialen zijn thermisch geleidend. Bij gebruik van deze materialen dienen daardoor bijkomende maatregelen genomen te worden om koudebruggen te vermijden.
In een voorkeursuitvoering verbindt minstens één genoemde verstijvingsplaat 11-12 de bovenste verstevigingsribbe 6 met de onderste verstevigingsribbe 5 met behulp van lijmen en/of met behulp van mechanische verbindingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld nagels, schroeven, bouten of krammen. Bij voorkeur wordt de verstijvingsplaat 11-12 aan de verticale zijden van de verstevigingsbalken 8 gelijmd, wat resulteert in een aanzienlijk groot oppervlak dat veel beter bestand is tegen de optredende dwarskrachten.
Bij voorkeur vertoont de verstevigingsbalk 8 minstens een doorsnede die groter is dan 10 vierkante centimeter, en beter nog groter is dan 20 vierkante centimeter. De verstevigingsbalk 8 vertoont bij voorkeur een dikte van 20 tot 45 millimeter in de breedterichting B gezien. De verstevigingsbalk 8 heeft bij voorkeur een hoogte van 100 tot 300 millimeter in de hoogterichting H gezien.
Bij voorkeur strekken de verstijvingsplaten 11-12 en de verstevigingsbalk 8 zich over de volledige lengte L uit, zoals afgebeeld in figuur la.
Figuur lb toont een alternatieve geïsoleerde verstevigingsbalk 8, die hoofdzakelijk gelijk is uitgevoerd aan de verstevigingsbalk uit figuur la. Deze verstevigingsbalk 8 strekt zich ook in de lengterichting L over de lengte van het bouwelement 1 uit. Deze verstevigingsbalk 8 omvat ook een eerste verstijvingsplaat 11 die zich in de lengterichting L over de lengte van het bouwelement 1 uitstrekt. Daarnaast omvat deze verstevigingsbalk 8 nu echter meerdere tweede verstijvingsplaten 12 die op een tussenafstand van elkaar verspreid over de lengterichting L zijn opgesteld. Alternatief kunnen deze tweede verstijvingsplaten 12 zonder tussenafstand van elkaar verspreid over de lengterichting L zijn opgesteld. Het is alternatief ook mogelijk dat de verstevigingsbalk 8 meerdere eerste verstijvingsplaten 11 omvat die al dan niet met een tussenafstand van elkaar verspreid over de lengterichting L zijn opgesteld.
Figuren 2 en 5 tonen een bouwelement 1, opgebouwd uit drie verstevigingsbalken 8, basisisolatie 2, een onderplaat 10 en een bovenplaat 9. De bovenplaat 9 is aan de bovenkant begrensd door een bovenvlak 4 en de onderplaat 10 is aan de onderkant begrensd door een ondervlak 3. De zijdelingse afstand tussen de verstevigingsbalken 8 in de breedterichting B is groter dan 30 centimeter en bij voorkeur groter dan 40 centimeter. De lengte van het bouwelement 1 kan in de praktijk verschillende malen de breedte hiervan bedragen. De lengte kan op maat van een dakconstructie worden voorzien en bedraagt bij voorkeur tussen 2 en 8 meter, terwijl de breedte van het bouwelement 1 afhangt van het aantal verstevigingsbalken 8, waarbij een dikte tussen 60 en 150 centimeter in de breedterichting B voorkeurdragend is.
In de afgebeelde uitvoeringsvormen is de dikte van de onderplaat 10 in de hoogterichting H gelijk aan de dikte van de bovenplaat 9 in deze hoogterichting.
Alternatief kan de dikte van de onderplaat 10 in de hoogterichting H ook afwijken van de dikte van de bovenplaat 9. Alternatief wordt het bouwelement 1 zonder bovenplaat 9 en/of onderplaat 10 voorzien.
In de afgebeelde uitvoeringsvormen is de bovenplaat 9 bevestigd aan de bovenste verstevigingsribbe 6 en is de onderplaat 10 bevestigd aan de onderste verstevigingsribbe 5. De bevestiging tussen bovenste verstevigingsribbe 6 en bovenplaat 9 en/of de bevestiging tussen de onderste verstevigingsribbe 5 en onderplaat 10 kunnen bijvoorbeeld gerealiseerd zijn aan de hand van één of meerdere nagel-, schroef-, kram- en/of lijmverbindingen en/of via enig ander bevestigingsmiddel. In een alternatieve specifieke uitvoeringsvorm kan de bovenste verstevigingsribbe 6 integraal deel uitmaken van een genoemde bovenplaat 9 en/of kan de onderste verstevigingsribbe 5 integraal deel uitmaken van een genoemde onderplaat 10. Een dergelijke bovenplaat 9 en/of een dergelijke onderplaat 10 kan daarbij dan bijvoorbeeld vervaardigd zijn via extrusie.
Het basisisolatiemateriaal 2 is in de afgebeelde uitvoeringsvormen aan beide zijden naast de verstevigingsbalken 8 aangebracht, gezien in de breedterichting B, zodat de verstevigingsbalken 8 middenin het bouwelement 1 zijn opgesteld. In een alternatieve
— niet afgebeelde - uitvoering kan het basisisolatiemateriaal 2 aan slechts één zijde naast een verstevigingsbalk 8 opgesteld worden, gezien in de breedterichting B, zodat de verstevigingsbalk 8 aan de zijrand van het bouwelement 1 is opgesteld.
Er is in een eenvoudige uitvoering geen verbinding nodig van het basisisolatiemateriaal 2 met (delen van) de verstevigingsbalk 8 of met de onderplaat of met de bovenplaat 9, maar in alternatieve uitvoeringvormen kunnen wel één of meerdere dergelijke verbindingen voorzien zijn.
Ook het basisisolatiemateriaal 2 omvat bij voorkeur één of meerdere van volgende 10 materialen: PIR (Polyisocyanuraat), PUR (Polyurethaan), polystyreen zoals bijvoorbeeld EPS (geëxpandeerd polystyreen) en XPS (geëxtrudeerd polystyreen),
RESOL (fenolhars), perliet, vermiculiet, glasschuim, glaswol, rotswol, houtwol, vlaswol, schaapswol, pluimen, houtvezel, vlasvezel en vlokkenschuim.
In een specifieke uitvoeringsvorm zijn het balkisolatiemateriaal 13 en het basisisolatiemateriaal 2 uit hetzelfde materiaal vervaardigd.
Een dergelijk bouwelement 1 kan gebruikt worden om in constructies op te nemen als een dakelement, wandelement of vloerelement. De oriëntatie van het bouwelement 1 kan verschillen afhankelijk van de constructie. In bijvoorbeeld een vlak dak of een vloer is de hoogterichting H verticaal en is de lengterichting L horizontaal. In bijvoorbeeld een verticale wand is de hoogterichting H horizontaal en is de lengterichting L verticaal. In bijvoorbeeld een geheld dak of wand of een andere helling kan de richting overeenkomstig geheld zijn. De breedterichting B zal doorgaans horizontaal zijn in iedere oriëntatie. Echter het is niet uitgesloten om deze bouwelementen te monteren in een oriëntatie waarin de genoemde lengterichting L en de genoemde breedterichting L omgewisseld worden.
Figuur 3 toont het bouwelement 1 uit figuur 2 met tengellatten 7. Dergelijke tengellatten 7 kunnen in alle uitvoeringen van de huidige uitvinding worden voorzien en al dan niet bij de productie van het bouwelement 1. Zij dienen niet noodzakelijk,
zoals in het voorbeeld het geval is, op posities te worden aangebracht die overeenstemmen met de voornoemde verstevigingsbalken 8.
Figuur 4 geeft weer hoe het bouwelement 1 uit figuur 2 kan worden toegepast in een dakconstructie in opbouw 14. Hierbij kan worden uitgegaan van een relatief eenvoudige dakkap 15, zoals weergegeven, waarbij met een beperkt aantal gordingen 16 wordt gewerkt, waarop de bouwelementen 1 dan worden bevestigd. Zoals weergegeven kan de verdere dakbedekking 17 dan op deze bouwelementen 1 worden aangebracht. Bijvoorbeeld kunnen zoals hier weergegeven dakpannen worden aangebracht nadat eerst pannenlatten 18 zijn voorzien. Hierbij worden de pannenlaten 18, in het voorbeeld, bevestigd op de tengellatten of tengels 7. Hoewel in het voorbeeld de bouwelementen 1 zich met hun lengterichting L van de goot naar de nok uitstrekken, is het mogelijk om bouwelementen 1, volgens een variante van een dergelijke dakconstructie 14, zodanig te plaatsen dat ze zich met hun lengterichting L in de breedte van de dakconstructie 14 uitstrekken.
In de figuren 6-8 zijn alternatieve bouwelementen 1 afgebeeld, die iets afwijken van, maar verder hoofdzakelijk overeenkomstig uitgevoerd kunnen zijn als de bouwelementen uit figuren 2-5.
Figuur 6 toont de dwarsdoorsnede van een deel van een variant van het bouwelement 1. Hierin is de verstevigingsbalk 8 uitgevoerd als een I-ligger. De eerste verstijvingsplaat 11 is centraal geplaatst in de verstevigingsbalk 8 en verbindt de onderste verstevigingsribbe 5 en bovenste verstevigingsribbe 6. Bij voorkeur kan de verstijvingsplaat 11 hiertoe via vormpassen in sleuven van de verstevigingsribben 5-6 worden bevestigd.
Figuur 7 toont de dwarsdoorsnede van een deel van een alternatieve variant van het bouwelement 1. De dwarsdoorsnede van de bovenste verstevigingsribbe 6 is groter dan de dwarsdoorsnede van de onderste verstevigingsribbe 5 om de verstevigingsbalk te optimaliseren naar op te vangen belastingen toe. In de afgebeelde uitvoeringsvorm is deze dwarsdoorsnede daarbij trapeziumvormig, zodat een verstevigingsbalk 8 met een hoofdzakelijk trapeziumvormige dwarsdoorsnede is gevormd. In alternatieve uitvoeringsvormen kunnen verstevigingsribben 5, 6 dwarsdoorsneden in andere vormen omvatten. Zo is het bijvoorbeeld alternatief mogelijk om een grotere bovenste verstevigingsribbe 6 en een kleinere onderste verstevigingsribbe 5 te voorzien van een rechthoekige dwarsdoorsnede.
In figuur 7 is de verstevigingsbalk 8 uitgevoerd met behulp van een eerste verstijvingsplaat 11 en een tweede verstijvingsplaat 12 die aan weerszijden van de verstevigingsbalk 8 zijn voorzien. Ook een dergelijke verstevigingsbalk 8 met een hoofdzakelijk trapeziumvormige dwarsdoorsnede kan bij productie relatief eenvoudig geïntegreerd worden in een bouwelement 1. Alternatief zou een dergelijke verstevigingsbalk 8 met een trapeziumvormige doorsnede voorzien kunnen zijn van slechts één verstijvingsplaat 11, 12, vergelijkbaar met de verstevigingsbalk uit figuur 8. Nog alternatief zou een dergelijke verstevigingsbalk 8 met trapeziumvormige dwarsdoorsnede bijvoorbeeld uitgevoerd kunnen worden als een I-ligger, vergelijkbaar met de verstevigingsbalk 8 uit figuur 6.
Figuur 8 toont de dwarsdoorsnede van een deel van een alternatieve variant van het bouwelement 1. Hierin is de verstevigingsbalk 8 uitgevoerd met een rechthoekige dwarsdoorsnede, met behulp van enkel een eerste verstijvingsplaat 11 die aan een zijde van de verstevigingsbalk 8 is uitgevoerd.
Figuur 9 toont een uitvoeringsvorm van een continue werkwijze voor het vervaardigen van een verstevigingsbalk 8 zoals afgebeeld in figuur 1. Eerst worden zowel een bovenste verstevigingsribbe 6, een onderste verstevigingsribbe 5 en balkisolatiemateriaal 13 aangevoerd. Meer specifiek kunnen hiertoe meerdere balken via bijvoorbeeld vingerlassen zoals beschreven in EP 1 162 050 worden samengevoegd om de bovenste verstevigingsribbe 6 te vormen en/of meerdere balken via vingerlassen worden samengevoegd om de onderste verstevigingsribbe 5 te vormen. Met behulp van lijmaanbrengers 20 wordt een lijmlaag aangebracht aan de boven- en onderkant, in de breedterichting B gezien, van de verstevigingsribben 5-6 en het balkisolatiemateriaal 13. Een eerste verstijvingsplaat 11 wordt van een rol 19 afgerold en aangebracht om de bovenste verstevigingsribbe 6 met de onderste verstevigingsribbe 5 te verbinden door middel van de eerste lijmlaag. Daarna wordt een tweede verstijvingsplaat 12 van een tweede rol 19 afgerold en aan de tegenovergestelde zijde van de eerste verstijvingsplaat 11 aangebracht om de bovenste verstevigingsribbe 6 met de onderste verstevigingsribbe 5 door middel van de tweede lijmlaag met elkaar verbindt. Alternatief of aanvullend kunnen deze verbindingen gerealiseerd worden met behulp van mechanische verbindingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld nagelen en/of met behulp van schroeven en/of met behulp van krammen.
Vervolgens wordt de verstevigingsbalk 2 uitgehard door middel van drukpersen 21, waarna verdere verwerking mogelijk is.
In figuur 9 wordt ook het balkisolatiemateriaal 13 met behulp van lijmen verbonden aan de verstijvingsplaten 11-12. Alternatief kan het balkisolatiemateriaal 13 ook los in de verstevigingsbalk 8 opgenomen worden. Alternatief kan dit balkisolatiemateriaal 13 ook in de verstevigingsbalk 8 zelf gevormd worden, waarbij in het uithardingsproces inherent een verbinding gerealiseerd wordt tussen dit balkisolatiemateriaal 13 en aangrenzende delen van de verstevigingsbalk 8. Nog alternatief kan dit balkisolatiemateriaal 13 ook bevestigd worden aan één of meerdere aangrenzende delen van de verstevigingsbalk 8, via alternatieve bevestigingsmiddelen, bijvoorbeeld met behulp van mechanische verbindingsmiddelen.
Bij voorkeur wordt elke verstevigingsribbe 5-6 ééndelig uitgevoerd. Door het gebruik van een rol 19 kan een dergelijk bouwelement 1 ook voorzien worden van een verstijvingsplaat 11-12, zonder voegen te gebruiken. Alternatief kunnen de verstijvingsplaten 11-12 eventueel onderbroken worden. Er kunnen bijvoorbeeld in een alternatief continu proces dus verschillende verstijvingsplaten 11-12 zonder onderlinge verbinding aangebracht worden, waarbij deze enkel via de verstevigingsribben 5-6 met elkaar verbonden zijn.
Na het verbinden van de delen van een verstevigingsbalk 8, kan het geheel op lengte verzaagd worden om verstevigingsbalken 8 te vormen.
Bij voorkeur wordt in een werkwijze volgens de uitvinding verder een bovenplaat 9 voorzien, die bovenaan minstens gedeeltelijk grenzend is aan het bovenvlak 4 van het bouwelement 1. Een dergelijke bovenplaat 9 kan eventueel voorzien zijn van een bovenste verstevigingsribbe 6, die integraal deel uitmaakt van deze bovenplaat 9.
Analoog kan een dergelijke onderplaat 10 eventueel voorzien zijn van een onderste verstevigingsribbe 5, die integraal deel uitmaakt van de onderplaat 10.
Bij voorkeur wordt de bovenste verstevigingsribbe 6 echter afzonderlijk voorzien en ook verbonden met de bovenplaat 9. Analoog wordt de onderste verstevigingsribbe 5 bij voorkeur verbonden met de onderplaat 10. In een eenvoudige uitvoeringsvorm wordt de bovenste verstevigingsribbe 6 daarbij eerst verbonden met een verstijvingsplaat 11-12, voordat de bovenste verstevigingsribbe 6 verbonden wordt met de bovenplaat 9, dit bijvoorbeeld zoals afgebeeld in figuur 9. Analoog wordt in een eenvoudige uitvoeringsvorm de onderste verstevigingsribbe 5 bij voorkeur eerst verbonden met een verstijvingsplaat 11-12, voordat de onderste verstevigingsribbe 5 verbonden wordt met de onderplaat 10, dit bijvoorbeeld zoals afgebeeld in figuur 9.
Wanneer de onderste verstevigingsribbe 5 en de bovenste verstevigingsribbe 6 eerst verbonden worden met een verstijvingsplaat 11-12, dan kan bijvoorbeeld een verstevigingsbalk 8 gevormd worden, die eenvoudig in bestaande productielijnen aangebracht kan worden in bouwelementen 1, ter vervanging van balken in bouwelementen 1 zoals bijvoorbeeld beschreven in EP 0 450 731 of EP 1 253 257.
Een eventuele bovenplaat 9 en een eventuele onderplaat 10 kunnen ook in een continu proces aangevoerd worden en bijvoorbeeld verzaagd worden, om de bouwelementen 1 te vormen, analoog zoals in bestaande productieprocessen.
Om bouwelementen 1 te vervaardigen met een genoemde onderplaat 10 en een genoemde bovenplaat 9, kan basisisolatiemateriaal 2 afzonderlijk voorzien worden en los in het bouwelement 1 opgenomen worden. In uitvoeringsvormen zonder onderplaat 10 en/of zonder bovenplaat 9 en/of alternatief kan dit basisisolatiemateriaal 2 ook in het bouwelement 1 zelf gevormd worden, waarbij in een uithardingsproces inherent een verbinding gerealiseerd wordt tussen dit basisisolatiemateriaal 2 en aangrenzende delen van het bouwelement 1. Nog alternatief kan dit basisisolatiemateriaal 2 ook bevestigd worden aan één of meerdere aangrenzende delen van het bouwelement 1, bijvoorbeeld via lijmen of met behulp van mechanische verbindingsmiddelen.
Andere delen van een genoemd bouwelement 1 dan de verstevigingsbalk 8, kunnen op een vergelijkbare manier in een continu proces opgenomen worden in bouwelementen 1 als bij de stand van de techniek. Wanneer bouwelementen 1 in een continu proces vervaardigd worden, dan omvat de werkwijze bij voorkeur ook een stap waarbij meerdere bouwelementen 1, die opeenvolgend vervaardigd worden, onderling gescheiden worden, dit bijvoorbeeld door (onder meer) verzagen van de één of meerdere verstijvingsplaten 11-12.
Figuren 10 — 12 tonen uitvoeringsvormen van verstevigingbalken 8 uit bouwelementen volgens de uitvinding. Deze verstevigingsbalken bevatten een onderste verstevigingsribbe 5 en een bovenste verstevigingsribbe 6. Verstijvingsribben 22, 23 verbinden de onderste verstevigingsribbe 5 met de bovenste verstevigingsribbe 6, zodat de verstevigingsbalk 8 gevormd wordt. Er bevindt zich balkisolatiemateriaal 13 tussen de onderste verstevigingsribbe 5 en de bovenste verstevigingsribbe 6. Dit balkisolatiemateriaal 13 kan het basisisolatiemateriaal van het bouwelement zijn. De figuren 10 — 12 tonen deze verstevigingsbalken 8 los van de bouwelementen volgens de uitvinding waarin ze opgenomen zijn.
In de voorbeelden van figuren 10 en 11 bevat de verstevigingsbalk 8 eerste verstijvingsribben 22 en tweede verstijvingsribben 23. De eerste verstijvingsribben 22 en de tweede verstijvingsribben 23 maken een hoek A van 45° ten opzichte van de bovenste verstevigingsribbe 6 in het vlak loodrecht door de bovenste verstevigingsribbe 6 en loodrecht of het bouwelement. Deze hoek A van de eerste verstijvingsribbe 22 is in tegengestelde richting gericht ten opzichte van de hoek A van de tweede verstijvingsribbe 23.
Figuur 12 illustreert een alternatieve uitvoeringsvorm waarbij de eerste verstijvingsribben 22 en de tweede verstijvingsribben 23 verticaal door de dikte van het bouwelement lopen.
De verstijvingsribben 22, 23 kunnen pinnen uit hout of uit hout-gebaseerd materiaal of uit een kunststof composietmateriaal zijn.
De verstijvingsribben 22, 23 uit de voorbeelden van figuren 10 — 12 zijn aan de onderste verstevigingsribbe 5 en aan de bovenste verstevigingsribbe 6 bevestigd. In figuur 10 zijn de verstijvingsribben 22, 23 aan de zijkant van de onderste verstevigingsribbe 5 en de bovenste verstevigingsribbe 6 bevestigd.
In de uitvoeringsvormen van figuren 10 - 12 bevat het bouwelement dat deze verstevigingsbalken 8 bevat isolatiemateriaal tussen de onderste verstevigingsribbe en de bovenste verstevigingsribbe 6.
In figuren 11 en 12 zijn de verstijvingsribben 22, 23 in gaten in de onderste verstevigingsribbe 5 en aan de bovenste verstevigingsribbe 6 bevestigd door middel van een lijmverbinding. Deze uitvoeringsvormen kunnen gerealiseerd worden door het bouwelement te produceren met basisisolatiemateriaal en de onderste verstevigingsribbe(n) 5 en de bovenste verstevigingsribbe(n) 6 en de optionele bovenplaat en onderplaat. Het basisisolatiemateriaal bevindt zich tussen het volledige volume tussen bovenplaat en onderplaat, en tussen de onderste verstevigingsribbe en bovenste verstevigingsribbe. Een gat kan dan geboord worden — schuin onder een hoek
A (voor het produceren volgens figuur 11) of recht door het bouwelement (voor het produceren volgens figuur 12) door de bovenplaat (als deze aanwezig is), door de bovenste verstevigingsribbe, door het basisisolatiemateriaal tot in de onderste verstevigingsribbe. Een verstijvingsribbe — bij voorkeur met zelfde afmetingen als het geboorde gat — kan dan door het geboorde gat geschoven worden en verlijmd aan de onderste verstevigingsribbe en aan de bovenste verstevigingsribbe. Het balkisolatiemateriaal 13 wordt dan gevormd door basisisolatiemateriaal 2 van het bouwelement.

Claims (47)

Conclusies
1. Bouwelement (1), omvattende: — basisisolatiemateriaal (2), dat tussen een ondervlak (3) en een bovenvlak (4) van het bouwelement (1) is aangebracht; — een onderste verstevigingsribbe (5), die optioneel onderaan begrensd wordt door het ondervlak (3), waarbij de onderste verstevigingsribbe (5) zich hoofdzakelijk volgens een lengterichting L van het bouwelement (1) uitstrekt; en — een bovenste verstevigingsribbe (6), die optioneel bovenaan begrensd wordt door het bovenvlak (4), waarbij de bovenste verstevigingsribbe (6) zich hoofdzakelijk volgens de lengterichting L van het bouwelement (1) uitstrekt en op een tussenafstand van de onderste verstevigingsribbe (5) is opgesteld; waarbij de onderste verstevigingsribbe (5) en de bovenste verstevigingsribbe (6) zich tussen het ondervlak (3) en het bovenvlak (4) bevinden, met het kenmerk dat het bouwelement (1) één of meerdere verbindingselementen — bijvoorbeeld één of meerdere verstijvingsplaten (1) en/of één of meerdere verstijvingsribben (22, 23) - omvat, die de bovenste verstevigingsribbe (6) met de onderste verstevigingsribbe (5) verbindt, om een verstevigingsbalk (8) te vormen.
2. Bouwelement (1) volgens conclusie 1, met het kenmerk dat het basisisolatiemateriaal (2), gezien in een richting dwars op de lengterichting L, aan beide zijden naast de verstevigingsbalk (8) is aangebracht.
3. Bouwelement (1) volgens conclusie 1 met het kenmerk dat het basisisolatiemateriaal (2), gezien in een richting dwars op de lengterichting L aan slechts één zijde naast de verstevigingsbalk (8) 1s opgesteld.
4. Bouwelement (1) volgens één van voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het bouwelement (1) een bovenplaat (9) omvat, die bovenaan minstens gedeeltelijk begrensd is door het bovenvlak (4) en/of die zich volledig boven het basisisolatiemateriaal bevindt.
5. Bouwelement (1) volgens conclusie 4, met het kenmerk dat de verstevigingsbalk (8) bevestigd is aan de bovenplaat (9), om deze bovenplaat (9) te voorzien van de bovenste verstevigingsribbe (6).
6. Bouwelement (1) volgens één van voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het bouwelement (1) een onderplaat (10) omvat, die onderaan minstens gedeeltelijk begrensd is door het ondervlak (3) en/of die zich volledig onder het basisisolatiemateriaal bevindt.
7. Bouwelement (1) volgens conclusie 6, met het kenmerk dat de verstevigingsbalk (8) bevestigd is aan de onderplaat (10), om deze onderplaat (10) te voorzien van de onderste verstevigingsribbe (5).
8. Bouwelement (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de verstevigingsribben (5,6) zich volgens de lengterichting L, over nagenoeg de volledige lengte van het bouwelement (1) uitstrekken.
9. Bouwelement (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de één of meerdere verbindingselementen een verstijvingsplaat (11) bevat die de bovenste verstevigingsribbe (6) met de onderste verstevigingsribbe (5) verbindt, om een verstevigingsbalk (8) te vormen.
10. Bouwelement (1) volgens conclusie 9, met het kenmerk dat de verstijvingsplaat (11) als een eerste verstijvingsplaat (11) aan een eerste zijde van de verstevigingsbalk (8) is opgesteld.
11. Bouwelement (1) volgens conclusie 10, met het kenmerk dat de verstevigingsbalk (8) voorzien is van een tweede verstijvingsplaat (12), die aan een tweede zijde van de verstevigingsbalk (8) is opgesteld en de bovenste verstevigingsribbe (6) met de onderste verstevigingsribbe (5) verbindt.
12. Bouwelement (1) volgens conclusie 9, met het kenmerk dat de verstijvingsplaat (11) de bovenste verstevigingsribbe (6) met de onderste verstevigingsribbe (5) verbindt, om een I-ligger als verstevigingsbalk (8) te vormen.
13. Bouwelement (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat minstens één genoemde verstijvingsplaat (11,12) zich in de lengterichting L gezien, over nagenoeg de volledige lengte van het bouwelement (1) uitstrekt.
14. Bouwelement (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het bouwelement (1) meerdere genoemde verstijvingsplaten (11,12) omvat, die op een tussenafstand van elkaar verspreid over de lengterichting L zijn opgesteld.
15. Bouwelement (1) volgens één van de voorgaande conclusies 9 - 14, met het kenmerk dat minstens één genoemde verstijvingsplaat (11,12) minstens gedeeltelijk uit continu geperst laminaat (CPL) of hoge druk laminaat of houtspaanplaat of houtvezelplaat of gipskartonplaat of kunststofplaat of multiplexplaat of gelamineerd fineerhout of georiënteerde houtvezelplaat of gipsvezelplaat is vervaardigd.
16. Bouwelement (1) volgens één van de voorgaande conclusies 9 - 15, met het kenmerk dat minstens één genoemde verstijvingsplaat (11,12) de bovenste verstevigingsribbe (6) met de onderste verstevigingsribbe (5) verbindt met behulp van lijmen en/of met behulp van mechanische verbindingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld nagels, schroeven, bouten of krammen.
17. Bouwelement volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de één of meerdere verbindingselementen één of meerdere verstijvingsribben (22, 23) bevatten die de bovenste verstevigingsribbe (6) met de onderste verstevigingsribbe (5) verbindt, om de verstevigingsbalk (8) te vormen.
18. Bouwelement volgens conclusie 17, met het kenmerk dat de één of meerdere verstijvingsribben (22, 23) een schuine hoek (A) maken ten opzichte van de bovenste verstevigingsribbe (6) in het vlak loodrecht door de bovenste verstevigingsribbe (6) en loodrecht of het bouwelement, bij voorkeur waarbij deze hoek (A) tussen 20° en 70° bedraagt, bij hogere voorkeur tussen 30° en
60°.
19. Bouwelement volgens conclusie 17 of 18, met het kenmerk dat het bouwelement ten minste een eerste verstijvingsribbe (22) en een tweede verstijvingsribbe (23) bevat die de bovenste verstevigingsribbe (6) met de onderste verstevigingsribbe (5) verbindt, om de verstevigingsbalk (8) te vormen; waarbij de eerste verstijvingsribbe (22) en de tweede verstijvingsribbe (23) elk een schuine hoek (A) maken ten opzichte van de bovenste verstevigingsribbe (6) in het vlak loodrecht door de bovenste verstevigingsribbe (6) en loodrecht of het bouwelement; bij voorkeur waarbij de schuine hoek (A) van de eerste verstijvingsribbe in tegengestelde richting gericht is ten opzichte van de schuine hoek van de tweede verstijvingsribbe.
20. Bouwelement volgens conclusie 17, met het kenmerk dat het bouwelement ten minste een eerste verstijvingsribbe en een tweede verstijvingsribbe bevat die de bovenste verstevigingsribbe (6) met de onderste verstevigingsribbe (5) verbinden, om de verstevigingsbalk (8) te vormen; waarbij de eerste verstijvingsribbe en de tweede verstijvingsribbe verticaal door de dikte van het bouwelement lopen.
21. Bouwelement volgens één van de voorgaande conclusies 17 — 20, met het kenmerk dat de één of meerdere verstijvingsribbe (22, 23) bevatten of gevormd worden door pinnen uit hout of hout-gebaseerd materiaal of uit een kunststof composietmateriaal, bijvoorbeeld uit een houtvezel versterkte kunststof.
22. Bouwelement volgens één van de voorgaande conclusies 17 — 21, met het kenmerk dat de één of meerdere verstijvingsribbe (22, 23) bevestigd zijn aan of door de bovenste verstevigingsribbe (6) en de onderste verstevigingsribbe
(5).
23. Bouwelement volgens conclusie 22, met het kenmerk dat de bevestiging door middel van lijm en/of door middel van mechanische bevestigingsmiddelen zoals schroeven, krammen of nagels uitgevoerd is.
24. Bouwelement (1) volgens één van de, voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de dwarsdoorsnede van de bovenste verstevigingsribbe (6) substantieel gelijk is aan de dwarsdoorsnede van de onderste verstevigingsribbe (5).
25. Bouwelement (1) volgens één van de conclusies 1 tot en met 23, met het kenmerk dat de dwarsdoorsnede van de bovenste verstevigingsribbe (6) groter is dan de dwarsdoorsnede van de onderste verstevigingsribbe (5).
26. Bouwelement (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de verstevigingsbalk (8) voorzien is van balkisolatiemateriaal (13), dat tussen de bovenste verstevigingsribbe (6) en de onderste verstevigingsribbe (5) is aangebracht.
27. Bouwelement (1) volgens conclusie 26, met het kenmerk dat het balkisolatiemateriaal (13) over de volledige hoogte tussen de bovenste verstevigingsribbe (6) en de onderste verstevigingsribbe (5) is aangebracht.
28. Bouwelement (1) volgens conclusie 26 of 27, met het kenmerk dat het balkisolatiemateriaal (13) zich los in de verstevigingsbalk (8) bevindt.
29. Bouwelement (1) volgens één van de conclusies 9 tot 16 en volgens één van de conclusies 26 of 27, met het kenmerk dat het balkisolatiemateriaal (13) verbonden is met minstens één genoemde verstijvingsplaat (11,12) en/of verstevigingsribbe.
30. Bouwelement (1) volgens één van de conclusies 26 tot en met 29, met het kenmerk dat het balkisolatiemateriaal (13) één of meerdere van volgende materialen omvat: polyisocyanuraat, polystyreen, zoals bijvoorbeeld geëxtrudeerd polystyreen of geëxpandeerd polystyreen, fenolhars, polyurethaan, perliet, vermiculiet, glasschuim, glaswol, rotswol, houtwol, vlaswol, schaapswol, pluimen, houtvezel, vlasvezel, vlokkenschuim.
31. Bouwelement (1) volgens één van de conclusies 26 tot en met 30, met het kenmerk dat het balkisolatiemateriaal (13) en het basisisolatiemateriaal (2) uit eenzelfde materiaal zijn vervaardigd.
32. Bouwelement (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het basisisolatiemateriaal (2) niet bevestigd is aan de verstevigingsbalk (8).
33. Bouwelement (1) volgens één van de conclusies 1 tot en met 31, met het kenmerk dat het basisisolatiemateriaal (2) verbonden is met de verstevigingsbalk (8).
34. Bouwelement (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het basisisolatiemateriaal (2) één of meerdere van volgende materialen omvat: polyisocyanuraat, polystyreen, zoals bijvoorbeeld geëxtrudeerd polystyreen of geëxpandeerd polystyreen, fenolhars, polyurethaan, perliet,
vermiculiet, glasschuim, rotswol, houtwol, vlaswol, schaapswol, pluimen, glaswol, houtvezel, vlasvezel, vlokkenschuim.
35. Dakconstructie (14), omvattende een bouwelement (1) volgens één van de voorgaande conclusies.
36. Werkwijze voor het vervaardigen van een bouwelement (1), bij voorkeur een bouwelement zoals in om het even dewelke van de voorgaande conclusies 1 — 34, waarbij de methode de stappen bevat van: — het voorzien van een onderste verstevigingsribbe (5), optioneel onderaan grenzend aan een ondervlak (3) van het bouwelement (1), zich hoofdzakelijk volgens een lengterichting L van het bouwelement (1) uitstrekkend; en — het voorzien van een bovenste verstevigingsribbe (6), op een tussenafstand van de onderste verstevigingsribbe (5), optioneel bovenaan grenzend aan een bovenvlak (4), zich hoofdzakelijk volgens de lengterichting L van het bouwelement (1) uitstrekkend; — het aanbrengen van basisisolatiemateriaal (2) tussen het ondervlak (3) en het bovenvlak (4) van het bouwelement (1) en gezien in een richting dwars op de lengterichting L minstens aan één zijde naast de verstevigingsribben (5,6); met het kenmerk dat een verstijvingsplaat (11) wordt voorzien, waarmee de bovenste verstevigingsribbe (6) met de onderste verstevigingsribbe (5) wordt verbonden, om een verstevigingsbalk (8) te vormen.
37. Werkwijze volgens conclusie 36, met het kenmerk dat balkisolatiemateriaal (13) tussen de onderste verstevigingsribbe (5) en de bovenste verstevigingsribbe (6) wordt aangebracht om de verstevigingsbalk (8) te vormen.
38. Werkwijze volgens conclusie 36 of 37, met het kenmerk dat de verstijvingsplaat (11) voorzien wordt op een rol (19) en van deze rol (19) afgerold wordt om de bovenste verstevigingsribbe (6) en de onderste verstevigingsribbe (5) met deze verstijvingsplaat (11) te verbinden.
39. Werkwijze volgens één van de conclusies 36 tot en met 38, met het kenmerk dat een bovenplaat (9) wordt voorzien, bovenaan minstens gedeeltelijk grenzend aan het bovenvlak (4) van het bouwelement (1).
40. Werkwijze volgens conclusie 39, met het kenmerk dat de bovenste verstevigingsribbe (6) wordt verbonden met de bovenplaat (9).
41. Werkwijze volgens conclusie 40, met het kenmerk dat de bovenste verstevigingsribbe (6) wordt verbonden met de verstijvingsplaat (11) voordat de bovenste verstevigingsribbe (6) wordt verbonden met de bovenplaat (9).
42. Werkwijze volgens één van de conclusies 36 tot en met 41, met het kenmerk dat een onderplaat (10) wordt voorzien, onderaan minstens gedeeltelijk grenzend aan het ondervlak (3) van het bouwelement (1).
43. Werkwijze volgens conclusie 42, met het kenmerk dat de onderste verstevigingsribbe (5) wordt verbonden met de onderplaat (10).
44. Werkwijze volgens conclusie 43, met het kenmerk dat de onderste verstevigingsribbe (5) wordt verbonden met de verstijvingsplaat (11), voordat de onderste verstevigingsribbe (5) wordt verbonden met de onderplaat (10).
45. Werkwijze volgens één van de conclusies 36 tot en met 44, met het kenmerk dat de bovenste verstevigingsribbe (6) en/of de onderste verstevigingsribbe (5) in een continu proces wordt aangevoerd om deze met de verstijvingsplaat (11) te verbinden.
46. Werkwijze volgens conclusie 45, met het kenmerk dat meerdere balken via vingerlassen samengevoegd worden om de bovenste verstevigingsribbe (6) te vormen en/of meerdere balken via vingerlassen samengevoegd worden om de onderste verstevigingsribbe (5) te vormen.
47. Werkwijze volgens één van de conclusies 36 tot en met 46, met het kenmerk dat de verstijvingsplaat (11) aan de bovenste verstevigingsribbe (6) verbonden wordt en/of dat de verstijvingsplaat (11) aan de onderste verstevigingsribbe (5) verbonden wordt, om de bovenste verstevigingsribbe (6) met de onderste verstevigingsribbe (5) te verbinden, met behulp van lijmen en/of met behulp van mechanische verbindingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld nagelen en/of met behulp van schroeven en/of met behulp van krammen.
BE20245045A 2024-01-26 2024-01-26 Bouwelementen met isolatiemateriaal BE1032369B1 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20245045A BE1032369B1 (nl) 2024-01-26 2024-01-26 Bouwelementen met isolatiemateriaal
EP25151676.1A EP4592467A1 (en) 2024-01-26 2025-01-14 Building elements with insulation material

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20245045A BE1032369B1 (nl) 2024-01-26 2024-01-26 Bouwelementen met isolatiemateriaal

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1032369A1 true BE1032369A1 (nl) 2025-08-26
BE1032369B1 BE1032369B1 (nl) 2025-09-01

Family

ID=89723246

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20245045A BE1032369B1 (nl) 2024-01-26 2024-01-26 Bouwelementen met isolatiemateriaal

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP4592467A1 (nl)
BE (1) BE1032369B1 (nl)

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0450731A1 (en) 1990-04-05 1991-10-09 Opstalan B.V. Panel-type insulation element for roofs or outside walls
EP0978601A1 (en) 1998-08-05 2000-02-09 Exploitatiemaatschappij Merode B.V. Process and device for the manufacture of an insulating element and element so obtained
EP1162050A1 (en) 2000-05-31 2001-12-12 Merode B.V. Method for manufacturing an insulating element, and insulating element so obtained
EP1253257A1 (de) 2001-04-28 2002-10-30 Unidek Bouwelementen b.v. Verfahren zur Herstellung eines Flächenelementes
EP2141299A2 (en) 2008-07-04 2010-01-06 Unidek B.V. Sandwich panel and method of producing a sandwich panel

Family Cites Families (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE3017332A1 (de) * 1980-05-06 1981-11-12 Masonite AB, Rundviksverken Bauelement, insbesondere dachbauelement
DE10164421A1 (de) * 2001-12-29 2003-07-17 Martin Opitz Tafelförmiges Bauelement, dafür geeigneter Abstandhalter und Rippenpaarträger, damit errichtetes Bauwerk und Verfahren zu seiner Errichtung
DE202004020808U1 (de) * 2003-02-27 2006-02-02 IsoBouw Dämmtechnik GmbH Wand- oder Dachelement
SI2256262T1 (sl) * 2009-10-22 2013-09-30 Naturbau Gschwend Gschwendbau Gmbh Modul lesene konstrukcije, postopek za njegovo proizvodnjo in njegova uporaba
FR2996572B1 (fr) * 2012-10-05 2017-11-24 Jacques Hengy Poutrelle structuree et element modulaire de construction realise avec cette poutrelle

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0450731A1 (en) 1990-04-05 1991-10-09 Opstalan B.V. Panel-type insulation element for roofs or outside walls
EP0978601A1 (en) 1998-08-05 2000-02-09 Exploitatiemaatschappij Merode B.V. Process and device for the manufacture of an insulating element and element so obtained
EP1162050A1 (en) 2000-05-31 2001-12-12 Merode B.V. Method for manufacturing an insulating element, and insulating element so obtained
EP1253257A1 (de) 2001-04-28 2002-10-30 Unidek Bouwelementen b.v. Verfahren zur Herstellung eines Flächenelementes
EP2141299A2 (en) 2008-07-04 2010-01-06 Unidek B.V. Sandwich panel and method of producing a sandwich panel

Also Published As

Publication number Publication date
EP4592467A1 (en) 2025-07-30
BE1032369B1 (nl) 2025-09-01

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4329827A (en) Roofing elements
US6415580B2 (en) Insulated roof panel
CA2485804C (en) Wood-concrete-composite systems
US4879850A (en) Modular building construction and method of building assembly
US20050204697A1 (en) Insulated structural building panel and assembly system
US20090205277A1 (en) Construction Panel System And Method Of Manufacture Thereof
US20110072746A1 (en) Interlocking roofing panel system
EP2273024B1 (en) Building element and roof construction
US5181353A (en) Foam sandwich enclosure with interlocking integral frame
US20090293396A1 (en) Structural insulated panel for building construction
US6279293B1 (en) Insulated roof panel
US9050766B2 (en) Variations and methods of producing ventilated structural panels
NL2010692C2 (nl) Bouwelementen en dakconstructie.
US11840836B2 (en) Structural wall panel system
GB2082645A (en) Composite long span in building panel
BE1032369B1 (nl) Bouwelementen met isolatiemateriaal
NO171647B (no) Laminert bygningspanel
US5718093A (en) Floor panel joint structure and method of making a wooden building with the same
WO2008139179A2 (en) Composite floors
EP1811097B1 (en) Building element
EP4493772B1 (en) Multi-floor building structure
RU2217556C2 (ru) Балка-стойка строительная комбинированная
RU2841564C1 (ru) Деревянная строительная панель
US20250034870A1 (en) Structural building material
EP0310926A1 (en) Method of erecting a modular building

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20250901