BE1030745B1 - FOOT FOR A PARASOL - Google Patents
FOOT FOR A PARASOL Download PDFInfo
- Publication number
- BE1030745B1 BE1030745B1 BE20235169A BE202305169A BE1030745B1 BE 1030745 B1 BE1030745 B1 BE 1030745B1 BE 20235169 A BE20235169 A BE 20235169A BE 202305169 A BE202305169 A BE 202305169A BE 1030745 B1 BE1030745 B1 BE 1030745B1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- disc
- parasol base
- parasol
- housing
- top panel
- Prior art date
Links
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 34
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 34
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 34
- 238000003801 milling Methods 0.000 claims description 12
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 11
- 230000002787 reinforcement Effects 0.000 claims description 9
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 claims description 7
- 239000000463 material Substances 0.000 description 16
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 6
- 239000002245 particle Substances 0.000 description 4
- 230000000295 complement effect Effects 0.000 description 3
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 3
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 3
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 3
- 238000003466 welding Methods 0.000 description 3
- 230000009286 beneficial effect Effects 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 239000013013 elastic material Substances 0.000 description 2
- 238000007667 floating Methods 0.000 description 2
- 239000004615 ingredient Substances 0.000 description 2
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 2
- 239000004743 Polypropylene Substances 0.000 description 1
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000004809 Teflon Substances 0.000 description 1
- 229920006362 Teflon® Polymers 0.000 description 1
- XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N aluminium Chemical compound [Al] XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229910052782 aluminium Inorganic materials 0.000 description 1
- 238000004873 anchoring Methods 0.000 description 1
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 239000000919 ceramic Substances 0.000 description 1
- 239000004744 fabric Substances 0.000 description 1
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 1
- 239000000945 filler Substances 0.000 description 1
- 239000011521 glass Substances 0.000 description 1
- 238000005304 joining Methods 0.000 description 1
- 238000003754 machining Methods 0.000 description 1
- -1 polypropylene Polymers 0.000 description 1
- 229920001155 polypropylene Polymers 0.000 description 1
- 239000002994 raw material Substances 0.000 description 1
- 239000004576 sand Substances 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
- 239000002023 wood Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A45—HAND OR TRAVELLING ARTICLES
- A45B—WALKING STICKS; UMBRELLAS; LADIES' OR LIKE FANS
- A45B23/00—Other umbrellas
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04H—BUILDINGS OR LIKE STRUCTURES FOR PARTICULAR PURPOSES; SWIMMING OR SPLASH BATHS OR POOLS; MASTS; FENCING; TENTS OR CANOPIES, IN GENERAL
- E04H12/00—Towers; Masts or poles; Chimney stacks; Water-towers; Methods of erecting such structures
- E04H12/22—Sockets or holders for poles or posts
- E04H12/2238—Sockets or holders for poles or posts to be placed on the ground
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A45—HAND OR TRAVELLING ARTICLES
- A45B—WALKING STICKS; UMBRELLAS; LADIES' OR LIKE FANS
- A45B23/00—Other umbrellas
- A45B2023/0012—Ground supported umbrellas or sunshades on a single post, e.g. resting in or on a surface there below
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A45—HAND OR TRAVELLING ARTICLES
- A45B—WALKING STICKS; UMBRELLAS; LADIES' OR LIKE FANS
- A45B2200/00—Details not otherwise provided for in A45B
- A45B2200/10—Umbrellas; Sunshades
- A45B2200/1009—Umbrellas; Sunshades combined with other objects
- A45B2200/1063—Umbrellas; Sunshades combined with other objects with tables
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A45—HAND OR TRAVELLING ARTICLES
- A45B—WALKING STICKS; UMBRELLAS; LADIES' OR LIKE FANS
- A45B2200/00—Details not otherwise provided for in A45B
- A45B2200/10—Umbrellas; Sunshades
- A45B2200/1081—Umbrella handles
- A45B2200/109—Sockets therefor
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04H—BUILDINGS OR LIKE STRUCTURES FOR PARTICULAR PURPOSES; SWIMMING OR SPLASH BATHS OR POOLS; MASTS; FENCING; TENTS OR CANOPIES, IN GENERAL
- E04H12/00—Towers; Masts or poles; Chimney stacks; Water-towers; Methods of erecting such structures
- E04H12/22—Sockets or holders for poles or posts
- E04H12/2238—Sockets or holders for poles or posts to be placed on the ground
- E04H12/2246—Sockets or holders for poles or posts to be placed on the ground filled with water, sand or the like
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Road Signs Or Road Markings (AREA)
Abstract
Parasolvoet voor het bevestigen van een staander voor een parasol, de parasolvoet omvattende: - een draagstructuur, welk draagstructuur ten minste vier onderling gefixeerde ribben omvat die zich in verschillende richtingen uitstrekken, waarbij aangrenzende ribben samen met de draagstructuur onderling een ruimte omsluiten voor de plaatsing van gewichtsblokken, - een draai-element centraal geplaatst in de draagstructuur, en - een bovenpaneel, geconfigureerd voor het ten minste gedeeltelijk bedekken van de draagstructuur, de onderliggende ruimtes en het draai-element, waarbij ten minste één van de vier onderling gefixeerde ribben een U-vormig profiel omvat.Parasol base for attaching a stand for a parasol, the parasol base comprising: - a supporting structure, which supporting structure comprises at least four mutually fixed ribs extending in different directions, wherein adjacent ribs together with the supporting structure mutually enclose a space for the placement of weight blocks, - a rotating element centrally placed in the supporting structure, and - a top panel, configured to at least partially cover the supporting structure, the underlying spaces and the rotating element, with at least one of the four mutually fixed ribs forming a U -shaped profile.
Description
4 BE2023/51694 BE2023/5169
VOET VOOR EEN PARASOLFOOT FOR A PARASOL
Technisch veldTechnical field
De uitvinding heeft betrekking op een parasolvoet, specifiek een mobiele parasolvoet. De parasolvoet dient als basis voor het verankeren van een parasol via een staander. De uitvinding heeft eveneens betrekking op een methode voor het vervaardigen van een draai- element dat gebruikt kan worden in de parasolvoet en die, na plaatsing van de staander in het draai-element, ervoor zal zorgen dat de parasol beweegbaar is rond de as van de staander.The invention relates to a parasol base, specifically a mobile parasol base. The parasol base serves as a basis for anchoring a parasol via a stand. The invention also relates to a method for manufacturing a rotating element that can be used in the parasol base and which, after placing the upright in the rotating element, will ensure that the parasol is movable around the axis of the stand.
Technologische achtergrond van de uitvindingTechnological background of the invention
Parasols voor gebruik op een terras of patio zijn welgekend. Dergelijke patio parasols zijn voorzien van een parasoldoek dat over een frame gespannen is en dat via een mast in een parasol basis geplaatst kan worden om op die manier een terras of patio van schaduw te voorzien. Verschillende types van parasol basissen zijn reeds gekend. Via een grondanker kan de mast op één specifieke locatie geplaatst worden. Het nadeel van dergelijk grondanker is dat het grondanker, na plaatsing ervan, doorgaans niet verwijderbaar is en de parasol bijgevolg enkel op die plaats geplaatst kan worden om zo slechts een beperkte zone van schaduw te voorzien.Parasols for use on a terrace or patio are well known. Such patio parasols are equipped with a parasol cloth that is stretched over a frame and that can be placed in a parasol base via a mast to provide shade to a terrace or patio. Various types of parasol bases are already known. The mast can be placed at one specific location via a ground anchor. The disadvantage of such a ground anchor is that the ground anchor, after placement, is usually not removable and the parasol can therefore only be placed in that location to provide shade for only a limited area.
Een andere gekende parasol basis is een vulvoet, waarbij bijvoorbeeld een plastic holle voet opgevuld kan worden met zand of water om zo een tegengewicht te vormen voor de parasol wanneer deze in de vulvoet geplaatst wordt. Dergelijke vulvoeten zijn goedkoop maar hebben het nadeel dat ze niet altijd even degelijk zijn. Wanneer je een dergelijke vulvoet wil verplaatsen, dien je dit op te heffen of te verslepen, wat niet ergonomisch is door de zwaarte van de gevulde voet.Another well-known parasol base is a filling base, where, for example, a plastic hollow base can be filled with sand or water to form a counterweight for the parasol when it is placed in the filling base. Such filler feet are cheap but have the disadvantage that they are not always reliable. If you want to move such a filling foot, you have to lift or drag it, which is not ergonomic due to the weight of the filled foot.
Een gekend alternatief op de vulvoet is een tegelstandaard, waarbij een frame al dan niet uitgevoerd kan worden met wieltjes en waarbij één of meerdere verzwaringstegels in de frame van de tegelstandaard geplaatst kan worden. Dergelijke frames zijn vaak robuust uitgevoerd en bestaan doorgaans uit zware buisprofielen om op die manier het gewicht van de voet te verhogen. Enerzijds zal het zware frame bijdragen tot een zwaarder en stabieler geheel na plaatsing van de verzwaringstegels. Anderzijds heeft een dergelijke tegelstandaard een hoog basisgewicht, wat een negatieve impact zal hebben op de kostprijs aan grondstoffen om de tegelstandaard te maken. Dit zal dan, door dit extra gewicht, hogere transportkosten met zich meebrengen, zelfs indien de tegelstandaard nietA well-known alternative to the filling base is a tile stand, where a frame can be equipped with or without wheels and where one or more weighted tiles can be placed in the frame of the tile stand. Such frames are often robust and usually consist of heavy tubular profiles to increase the weight of the foot. On the one hand, the heavy frame will contribute to a heavier and more stable whole after installation of the weighting tiles. On the other hand, such a tile stand has a high basis weight, which will have a negative impact on the cost of raw materials to make the tile stand. This will result in higher transport costs due to this extra weight, even if the tile standard is not
2 BE2023/5169 voorzien is van de verzwaringstegels. Bovendien is er vaak een grote hoeveelheid aan materiaal nodig voor het maken van dergelijke robuuste frames, aangezien deze frames doorgaans uit zware buisprofielen bestaan.2 BE2023/5169 is equipped with the weighting tiles. In addition, a large amount of material is often required to make such robust frames, as these frames usually consist of heavy tubular profiles.
Aldus is er een nood aan een alternatieve voet voor een parasol die een laag basisgewicht heeft, waardoor er minder materiaal nodig is om de frame van de voet te maken. Een lager basisgewicht resulteert in een reductie van de kostprijs van de parasolvoet en heeft een bijkomend voordeel dat een lagere transportkost bekomen kan worden ten gevolge van het lagere basisgewicht.Thus, there is a need for an alternative base for a parasol that has a low basis weight, requiring less material to make the frame of the base. A lower basis weight results in a reduction in the cost price of the parasol base and has the additional advantage that lower transport costs can be achieved as a result of the lower basis weight.
SamenvattingResume
De uitvinding en geprefereerde uitvoeringsvormen ervan bieden een oplossing voor één of meerdere van deze vernoemde noden.The invention and preferred embodiments thereof offer a solution for one or more of these needs.
Aldus voorzien hierin is een parasolvoet voor het bevestigen van een staander voor een parasol, de parasolvoet omvattende: -een draagstructuur, welk draagstructuur ten minste twee onderling gefixeerde ribben omvat die zich in verschillende richtingen uitstrekken, waarbij aangrenzende ribben samen met de draagstructuur onderling een ruimte omsluiten voor de plaatsing van gewichtsblokken, -een draai-element centraal geplaatst in de draagstructuur, en -een bovenpaneel, geconfigureerd voor het ten minste gedeeltelijk bedekken van de draagstructuur, de onderliggende ruimtes en het draai-element, waarbij de ten minste twee onderling gefixeerde ribben een U-vormig profiel omvatten.Thus provided herein is a parasol base for attaching a stand for a parasol, the parasol base comprising: - a supporting structure, which supporting structure comprises at least two mutually fixed ribs extending in different directions, wherein adjacent ribs together with the supporting structure create a mutual space for the placement of weight blocks, - a rotating element placed centrally in the supporting structure, and - a top panel, configured for at least partially covering the supporting structure, the underlying spaces and the rotating element, whereby the at least two mutually fixed ribs comprise a U-shaped profile.
De huidige uitvinding biedt één sluitende oplossing aan waarbij de draagstructuur zo licht mogelijk uitgevoerd wordt zonder in te boeten aan de sterkte van de draagstructuur. Door het gebruik van onderling gefixeerde ribben die uitgevoerd zijn als een U-vormig profiel, kan er bespaard worden op materiaal voor de vorming van deze ribben, kunnen de wanden van deze ribben dunner zijn, en opnieuw zorgen voor een lichtere structuur en is het bovendien eenvoudiger om onderdelen verdoken te monteren aangezien, in het geval van een bout/moer combinatie, een deel van deze bout/moer combinatie tussen de twee benen van het U-vormig profiel verborgen zijn.The current invention offers one complete solution in which the supporting structure is made as light as possible without sacrificing the strength of the supporting structure. By using mutually fixed ribs that are designed as a U-shaped profile, savings can be made on material for the formation of these ribs, the walls of these ribs can be thinner, and again provide a lighter structure and it is also easier to mount parts in concealed form since, in the case of a bolt/nut combination, part of this bolt/nut combination is hidden between the two legs of the U-shaped profile.
3 BE2023/51693 BE2023/5169
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen omvat de parasolvoet een draagstructuur die een behuizing bevat waaraan de ten minste twee onderling gefixeerde ribben bevestigd zijn en waarbij de ten miste twee ribben onderling met elkaar verbonden zijn in een centraal punt binnen de behuizing. Door gebruik te maken van ribben die onderling met elkaar verbonden zijn en die bovendien verbonden worden met een behuizing die rond de ribben geplaatst wordt, wordt een stijve constructie verkregen die toch voldoende licht is door een minimaal gebruik aan materiaal.In some preferred embodiments, the parasol base comprises a support structure that includes a housing to which the at least two mutually fixed ribs are attached and wherein the at least two ribs are interconnected at a central point within the housing. By using ribs that are interconnected and which are also connected to a housing that is placed around the ribs, a rigid construction is obtained that is still sufficiently light due to a minimum use of material.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen is de behuizing van de parasolvoet een veelhoek waarbij de draagstructuur in elk van de hoeken van de veelhoek voorzien is van een koppelstuk, en waarbij de parasolvoet verder wielen bevat die door middel van het koppelstuk aan de draagstructuur verbonden worden.In some preferred embodiments, the housing of the parasol base is a polygon wherein the supporting structure is provided with a coupling piece in each of the corners of the polygon, and wherein the parasol base further contains wheels that are connected to the supporting structure by means of the coupling piece.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen zijn de hoeken van de behuizing afgerond.In some preferred embodiments, the corners of the housing are rounded.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen omvat de parasolvoet verder een versteviging die aan het koppelstuk vastgemaakt wordt om het koppelstuk te verstevigen ter hoogte van het connectiepunt van de wielen aan het koppelstuk.In some preferred embodiments, the parasol base further comprises a reinforcement that is attached to the coupling piece to strengthen the coupling piece at the connection point of the wheels to the coupling piece.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen wordt het draai-element van de parasolvoet geplaatst op het centraal verbonden punt van de ten minste twee onderling gefixeerde ribben.In some preferred embodiments, the rotating element of the parasol base is placed at the centrally connected point of the at least two mutually fixed ribs.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen vormen de ten minste twee ribben ter hoogte van het centraal verbonden punt een verzonken profiel waarin het draai-element geplaatst wordt.In some preferred embodiments, the at least two ribs at the level of the centrally connected point form a recessed profile in which the rotating element is placed.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen wordt ten minste één tussenblok geplaatst tussen het centraal verbonden punt en het draai-element om het draai-element te verhogen ten opzichte van het centraal verbonden punt.In some preferred embodiments, at least one intermediate block is placed between the centrally connected point and the pivot element to raise the pivot element relative to the centrally connected point.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen van de parasolvoet blijft de hoogte van de behuizing gelijk.In some preferred embodiments of the parasol base, the height of the housing remains the same.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen bestaat de behuizing van de parasolvoet uit vier zijdes, en waarbij tenminste één van de vier zijdes een trapeziumvorm hebben.In some preferred embodiments, the housing of the parasol base consists of four sides, and at least one of the four sides has a trapezoid shape.
4 BE2023/51694 BE2023/5169
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen zijn de zijdes van de behuizing aan de onderkant omgeplooid om aldus een afgeronde onderzijde te bekomen.In some preferred embodiments, the sides of the housing are folded at the bottom to obtain a rounded bottom.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen bestaat de behuizing van de parasolvoet uit vier afzonderlijke zijdes, en waarvan de uiteindes aan elkaar aansluiten om dusdanig de behuizing te vormen.In some preferred embodiments, the housing of the parasol base consists of four separate sides, the ends of which connect together to form the housing.
Hierin is bij het mogelijk om elke afzonderlijke zijde als een L-profiel te vormen, waarbij elke respectievelijke uiteinde van elke L-vormige zijde een uitsnijding bevat die overeenkomt met een de uitsnijding van het uiteinde van de aansluitende L-vormige zijde. Op deze manier kan een foo/-proof aansluiting van de twee uiteindes verkregen worden.Herein it is possible to form each individual side as an L-profile, wherein each respective end of each L-shaped side contains a cutout that corresponds to the cutout of the end of the connecting L-shaped side. In this way a foo/-proof connection of the two ends can be obtained.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen zijn verhogingselementen verbonden met één been van elk L-profiel en waarbij het bovenpaneel rust op de verhogingselementen na plaatsing ervan. Bovendien is het mogelijk om de hoogte van de verhogingselementen zodanig te voorzien dat de bovenzijde van de verhogingselementen overeenstemt met de bovenzijde van de ribben. Op die manier wordt het steunvlak voor het bovenpaneel vergroot en kan een stabielere plaatsing ervan bekomen worden. Eveneens kunnen dergelijke verhogingselementen gebruikt worden om op of tussen gewichtsblokken te plaatsen wanneer deze geplaatst zijn in de ruimte tussen de ribben en de behuizing. Op die manier kan men de hoogte van het bovenvlak van de bovenste gewichtsblok afstemmen op het bovenvlak van de steunribben, waarbij het bovenvlak van de gewichtsblokken eveneens een steunvlak voor het bovenpaneel kan vormen. Als alternatief kunnen verhogingselementen geplaatst worden op de gewichtsblokken om op die manier het bovenvlak van de verhogingselementen af te stemmen op het bovenvlak van de steunribben. Door het gebruik van dergelijke verhogingselementen kunnen bepaalde onnauwkeurigheden in de constructie opgevangen worden en kan verkregen worden dat het bovenvlak waterpas komt te liggen op de draagstructuur. Als alternatief kunnen dergelijke verhogingselementen er net voor zorgen dat het bovenpaneel onder een lichte helling komt te liggen op de draagstructuur om op die manier te voorkomen dat water bovenop het bovenpaneel zou blijven liggen.In some preferred embodiments, raising elements are connected to one leg of each L-profile and the top panel rests on the raising elements after placement. Moreover, it is possible to provide the height of the raising elements in such a way that the top of the raising elements corresponds to the top of the ribs. In this way, the support surface for the top panel is increased and a more stable installation can be achieved. Such raising elements can also be used to place on or between weight blocks when they are placed in the space between the ribs and the housing. In this way, the height of the top surface of the top weight block can be adjusted to the top surface of the support ribs, whereby the top surface of the weight blocks can also form a support surface for the top panel. Alternatively, raising elements can be placed on the weight blocks to align the top surface of the raising elements with the top surface of the support ribs. By using such elevation elements, certain inaccuracies in the construction can be compensated for and the top surface can be made to lie level on the supporting structure. Alternatively, such elevation elements can ensure that the top panel lies at a slight slope on the supporting structure to prevent water from remaining on top of the top panel.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen zijn de zijdes van de behuizing aan elkaar bevestigd door middel van een koppelstuk en waarbij de parasolvoet verder wielen bevat die door middel van het koppelstuk aan de behuizing verbonden worden.In some preferred embodiments, the sides of the housing are attached to each other by means of a coupling piece and wherein the parasol base further contains wheels that are connected to the housing by means of the coupling piece.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen is in het bovenpaneel van de parasolvoet een centrale uitsparing voorzien waardoor het draai-element bereikbaar is. 5 In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen is elk van de ribben voorzien van ten minste één steunpunt voor het plaatsen van gewichtsblokken.In some preferred embodiments, a central recess is provided in the top panel of the parasol base through which the rotating element is accessible. In some preferred embodiments, each of the ribs is provided with at least one support point for placing weight blocks.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen is het bovenpaneel uitgevoerd als een deksel, waarbij het dekselvormige bovenpaneel, na plaatsing de volledige draagstructuur omvat. Op deze manier kunnen eenvoudig de onderliggende elementen van de parasolvoet beschermd worden van invloeden van buitenaf zoals regen, vervuiling, direct zonlicht, …In some preferred embodiments, the top panel is designed as a lid, wherein the lid-shaped top panel comprises the entire supporting structure after placement. In this way, the underlying elements of the parasol base can easily be protected from external influences such as rain, pollution, direct sunlight, etc.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen zijn de ten minste twee ribben uitgevoerd als steunribben waarop het bovenpaneel rust. In alternatieve uitvoeringsvormen kunnen eveneens steunblokken geplaatst worden binnen de behuizing zodat meer steunvlakken gecreëerd worden die als bijkomende steunvlakken voor de steunribben kunnen dienst doen. Eveneens kunnen gewichtsblokken geplaatst worden binnen de behuizing waarbij de bovenzijde van de gewichtsblokken op dezelfde hoogte geplaatst wordt als de bovenzijde van de gewichtsblokken. Op deze manier kunnen de gewichtsblokken samen met de steunribben een groter steunvlak vormen waarop het bovenpaneel geplaatst wordt, en waardoor een stabieler geheel bekomen kan worden.In some preferred embodiments, the at least two ribs are designed as support ribs on which the top panel rests. In alternative embodiments, support blocks can also be placed within the housing so that more support surfaces are created that can serve as additional support surfaces for the support ribs. Weight blocks can also be placed within the housing, with the top of the weight blocks being placed at the same height as the top of the weight blocks. In this way, the weight blocks, together with the support ribs, can form a larger support surface on which the top panel is placed, and so a more stable whole can be achieved.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen bestaat het draai-element uit een eerste deel dat verzonken opgesteld is ten opzichte van de bovenzijde van het bovenpaneel en een tweede deel dat boven het bovenpaneel geplaatst wordt en ingrijpt in het eerste deel door middel van een opening in het bovenpaneel.In some preferred embodiments, the pivot element consists of a first part that is arranged flush with the top of the top panel and a second part that is placed above the top panel and engages in the first part through an opening in the top panel.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen is het tweede deel groter dan de opening in het bovenpaneel zodat het, na plaatsing de opening in het bovenpaneel ten minste gedeeltelijk bedekt. Op deze manier is het mogelijk om het draai-element, wat ervoor zal zorgen dat de parasol kan draaien ten opzichte van de parasolvoet, afgeschermd kan worden van de weerselementen, en een langere levensduur verkregen kan worden.In some preferred embodiments, the second portion is larger than the opening in the top panel so that, after placement, it at least partially covers the opening in the top panel. In this way it is possible to use the rotating element, which will ensure that the parasol can rotate relative to the parasol base, can be shielded from the weather elements, and can have a longer lifespan.
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen bestaat het eerste deel van het draai-elementIn some preferred embodiments, the first portion consists of the pivot element
Uit - een eerste schijf voorzien van een centrale opening, ten minste twee bevestigingsgaten, een eerste cirkelvormige gleuf aan de ene zijde van de schijf en een tweede cirkelvormige gleuf aan de andere zijde van de schijf,Out - a first disc provided with a central opening, at least two mounting holes, a first circular slot on one side of the disc and a second circular slot on the other side of the disc,
6 BE2023/5169 - een tweede schiff voorzien van een centrale opening, ten minste twee bevestigingsgaten, een eerste cirkelvormige gleuf aan de ene zijde van de schijf en een tweede cirkelvormige gleuf aan de andere zijde van de schijf, - een eerste donutvormige glijlager, voorzien om in de eerste cirkelvormige ruimte gevormd tussen de eerste gleuf van de eerste schijf en de eerste gleuf van de tweede schijf aangebracht te worden, - een bus die in de centrale opening van de eerste en tweede schijf geplaatst kan worden, - ten minste twee rondellen, waarbij ten minste één rondel aan de andere zijde van de eerste schijf rond de bus geplaatst is, en ten minste één rondel aan de andere zijde van de tweede schijf rond de bus geplaatst is, - twee bijkomende donutvormige glijlagers, waarbij een eerste donutvormige glijlager in de tweede cirkelvormige gleuf aan de andere zijde van de eerste schijf geplaatst wordt en onder de ten minste één rondel, en waarbij een tweede donutvormige glijlager in de tweede cirkelvormige gleuf aan de andere zijde van de tweede schijf geplaatst wordt en boven de ten minste één rondel; en - een bout en moer, waarbij de bout in de bus voorzien is en een moer ingrijpt op de bout om het geheel van alle onderdelen samen te voegen.6 BE2023/5169 - a second disc provided with a central opening, at least two mounting holes, a first circular slot on one side of the disc and a second circular slot on the other side of the disc, - a first doughnut-shaped sliding bearing, provided to be placed in the first circular space formed between the first groove of the first disc and the first groove of the second disc, - a sleeve that can be placed in the central opening of the first and second disc, - at least two washers , wherein at least one washer is placed on the other side of the first disk around the bushing, and at least one washer is placed on the other side of the second disk around the bushing, - two additional doughnut-shaped sliding bearings, with a first doughnut-shaped sliding bearing is placed in the second circular groove on the other side of the first disc and below the at least one roundel, and wherein a second donut-shaped sliding bearing is placed in the second circular groove on the other side of the second disc and above the at least one roundel; and - a bolt and nut, where the bolt is provided in the bushing and a nut engages on the bolt to join the whole of all parts together.
Bij voorkeur zijn de donutvormige glijlagers gemaakt uit teflon.The donut-shaped sliding bearings are preferably made of Teflon.
Bij voorkeur zijn de eerste cirkelvormige gleuf aan de ene zijde en de tweede cirkelvormige gleuf aan de andere zijde van de eerste en/of tweede schijf parallel ten opzichte van elkaar uitgevoerd.Preferably, the first circular slot on one side and the second circular slot on the other side of the first and/or second disc are parallel to each other.
Op deze manier wordt een draai-element van de parasolvoet verkregen die onderhoudsvrij is, eenvoudig te monteren en demonteren is, compact is en uit een minimum aantal onderdelen bestaat. Bovendien zorgt de parallelle uitvoeringsvorm van de eerste cirkelvormige gleuf ten opzichte van de tweede cirkelvormige gleuf van elke schijf ervoor dat de onderdelen probleemloos ten opzichte van elkaar kunnen bewegen.In this way, a rotating element of the parasol base is obtained that is maintenance-free, easy to assemble and disassemble, compact and consists of a minimum number of parts. In addition, the parallel design of the first circular slot with respect to the second circular slot of each disc ensures that the parts can move relative to each other without any problems.
Hierin is ook een werkwijze voorzien voor het vervaardigen van een draai-element van de parasolvoet, waarbij het draai-element uit ten minste een eerste en een tweede schijf bestaat. De werkwijze omvat bij voorkeur de stappen: - het vastklemmen van de eerste schijf in een draaibank; - het doen ronddraaien van de eerste schijf aan een minimaal toerental; - het infrezen van een eerste cirkelvormige gleuf aan de ene zijde van de eerste schijf door middel van een beitel;A method is also provided here for manufacturing a rotating element of the parasol base, wherein the rotating element consists of at least a first and a second disc. The method preferably comprises the steps: - clamping the first disc in a lathe; - rotating the first disc at a minimum speed; - milling a first circular slot on one side of the first disc by means of a chisel;
7 BE2023/5169 - het infrezen van een tweede cirkelvormige gleuf aan de andere zijde van de eerste schijf door middel van een beitel; - het stoppen van de draaibeweging van de eerste schijf en het losmaken van de eerste schijf uit de draaibank; - het vastklemmen van de tweede schijf in de draaibank; - het doen ronddraaien van de tweede schijf aan een minimaal toerental; - het infrezen van een eerste cirkelvormige gleuf aan de ene zijde van de tweede schijf door middel van een beitel; - het infrezen van een tweede cirkelvormige gleuf aan de andere zijde van de tweede schijf door middel van een beitel; en - het stoppen van de draaibeweging van de tweede schijf en het losmaken van de tweede schijf uit de draaibank.7 BE2023/5169 - milling a second circular slot on the other side of the first disk by means of a chisel; - stopping the rotating movement of the first disk and releasing the first disk from the lathe; - clamping the second disk in the lathe; - rotating the second disk at a minimum speed; - milling a first circular slot on one side of the second disc by means of a chisel; - milling a second circular slot on the other side of the second disc by means of a chisel; and - stopping the rotating movement of the second disk and releasing the second disk from the lathe.
De huidige uitvinding voorziet in het vervaardigen van de eerste en tweede schijf van het draai-element op een dusdanige manier dat de eerste cirkelvormige gleuf aan de ene zijde ende tweede cirkelvormige gleuf aan de andere zijde van de schijf parallel geplaatst kunnen worden ten opzichte van elkaar. Doordat de beide gleuven gefreesd worden zonder de schijf tussen de twee bewerkingsstappen uit de draaibank te verwijderen, kunnen beide gleuven parallel ten opzichte van elkaar gefreesd worden. Het is gebleken dat wanneer de gleuven onderling parallel zijn ten opzichte van elkaar, na plaatsing van de donutvormige glijlagers, het samenvoegen van de overige onderdelen en klemmen van het geheel door middel van de bout en moer, de kracht die uitgeoefend wordt gedurende het klemmen van het geheel door middel van de bout en moer een ondergeschikte rol zal spelen. Het is namelijk gebleken dat, doordat de gleuven parallel zijn ten opzichte van elkaar, de donutvormige glijlagers eveneens parallel in de gleuven zullen opgesteld zijn, waardoor een optimale, vrije beweging van de eerste schijf ten opzichte van de tweede schijf mogelijk is.The present invention provides for manufacturing the first and second discs of the rotating element in such a manner that the first circular slot on one side and the second circular slot on the other side of the disc can be placed parallel to each other. . Because both slots are milled without removing the disc from the lathe between the two machining steps, both slots can be milled parallel to each other. It has been found that when the slots are parallel to each other, after placing the doughnut-shaped sliding bearings, joining the other parts and clamping the whole by means of the bolt and nut, the force exerted during clamping the whole by means of the bolt and nut will play a subordinate role. It has been found that, because the slots are parallel to each other, the doughnut-shaped sliding bearings will also be arranged parallel in the slots, making optimal, free movement of the first disc relative to the second disc possible.
Beschrijving van de figurenDescription of the figures
Om de kenmerken, structuren of karakteristieken van de onderhavige uitvinding beter aan te tonen, zijn in de bijgaande figuren zonder enig beperkend karakter enkele geprefereerde uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding weergegeven. De onderstaande beschrijving van deze bijgaande figuren is slechts toelichtend van aard en is niet bedoeld om de onderhavige materie, de toepassing daarvan en/of het gebruik daarvan te beperken.In order to better demonstrate the features, structures or characteristics of the present invention, some preferred embodiments of the present invention are shown in the accompanying figures without any limitation. The description of these accompanying figures below is for illustrative purposes only and is not intended to limit the subject matter, its application and/or its use.
De nummering gebruikt in de bijgaande figuren dient om aan bepaalde elementen eenvoudiger te identificeren zonder de weergegeven elementen en/of uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding hiertoe te beperken.The numbering used in the accompanying figures serves to simplify identification of certain elements without limiting the depicted elements and/or embodiments of the present invention to this.
8 BE2023/51698 BE2023/5169
FIG. 1 illustreert een 3D weergave van een gekende parasol.FIG. 1 illustrates a 3D representation of a known parasol.
FIG. 2 illustreert een 3D weergave van een parasolvoet (40) volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding.FIG. 2 illustrates a 3D representation of a parasol base (40) according to a first embodiment of the invention.
FIG. 3 illustreert een 3D weergave van een behuizing (52) volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding.FIG. 3 illustrates a 3D representation of a housing (52) according to a first embodiment of the invention.
FIG. 4A illustreert een 3D weergave van een rib (60,61,62,63) volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding. FIG. 4B illustreert een bovenaanzicht van een ankerstuk (75) dat gebruikt wordt om ten minste 2 ribben zoals weergegeven in FIG. 4A aan de onderzijde aan elkaar te bevestigen. FIG. 4C illustreert een bovenaanzicht van een ankerstuk (57) dat gebruikt wordt om ten minste 2 ribben zoals weergegeven in FIG. 4A aan de bovenzijde aan elkaar te bevestigen.FIG. 4A illustrates a 3D representation of a rib (60,61,62,63) according to a first embodiment of the invention. FIG. 4B illustrates a top view of an anchor piece (75) used to secure at least 2 ribs as shown in FIG. 4A to be attached to each other at the bottom. FIG. 4C illustrates a top view of an anchor piece (57) used to secure at least 2 ribs as shown in FIG. 4A to be attached to each other at the top.
FIG. 5 illustreert een bovenaanzicht van een koppelstuk (56) volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding dat in een hoek van de behuizing (52) geplaatst kan worden en waaraan wielen (18) verbonden kunnen worden.FIG. 5 illustrates a top view of a coupling piece (56) according to a first embodiment of the invention that can be placed in a corner of the housing (52) and to which wheels (18) can be connected.
FIG. 6 illustreert de onderzijde van de 3D weergave van een parasolvoet (40) volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding en zoals getoond in FIG. 2.FIG. 6 illustrates the underside of the 3D representation of a parasol base (40) according to a first embodiment of the invention and as shown in FIG. 2.
FIG. 7 illustreert een 3D weergave van een parasolvoet (140) volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding.FIG. 7 illustrates a 3D representation of a parasol base (140) according to a second embodiment of the invention.
FIG. 8A illustreert een bovenaanzicht van de parasolvoet (140) volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding. FIG. 8B illustreert een vergroting (A) van een hoek van de parasolvoet (140) volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding. FIG. 8C illustreert een bovenaanzicht van een koppelstuk (156) volgens een eerste en tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding dat in een hoek van de behuizing (52, 152) geplaatst kan worden en waaraan wielen (18) verbonden kunnen worden.FIG. 8A illustrates a top view of the parasol base (140) according to a second embodiment of the invention. FIG. 8B illustrates an enlargement (A) of a corner of the parasol base (140) according to a second embodiment of the invention. FIG. 8C illustrates a top view of a coupling piece (156) according to a first and second embodiment of the invention that can be placed in a corner of the housing (52, 152) and to which wheels (18) can be connected.
FIG. 9 illustreert een zijaanzicht van een zijde (153) van de behuizing (152) van de parasolvoet (140) volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding.FIG. 9 illustrates a side view (153) of the housing (152) of the parasol base (140) according to a second embodiment of the invention.
FIG. 10A illustreert een 3D weergave van een zijde (153) van de behuizing (152) van de parasolvoet (140) volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding. FIG.10B illustreert een 3D weergave van een alternatieve zijde (153’) van de behuizing (152) van de parasolvoet (140) volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding.FIG. 10A illustrates a 3D view of a side (153) of the housing (152) of the parasol base (140) according to a second embodiment of the invention. FIG.10B illustrates a 3D view of an alternative side (153') of the housing (152) of the parasol base (140) according to a second embodiment of the invention.
FIG. 11A illustreert een 3D weergave van een eerste rib (160) volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding. FIG. 11B illustreert een 3D weergave van een tweede rib (162) volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding.FIG. 11A illustrates a 3D representation of a first rib (160) according to a second embodiment of the invention. FIG. 11B illustrates a 3D representation of a second rib (162) according to a second embodiment of the invention.
9 BE2023/51699 BE2023/5169
FIG. 12 illustreert een 3D weergave van een draai-element (180) van de parasolvoet (40, 140) volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de uitvinding.FIG. 12 illustrates a 3D representation of a pivot element (180) of the parasol base (40, 140) according to a preferred embodiment of the invention.
FIG. 13A illustreert een zijaanzicht van een draai-element (180) van de parasolvoet (40, 140) volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de uitvinding. FIG. 13B illustreert een doorsnede van een draai-element (180) van de parasolvoet (40, 140) volgens lijn M-M van een geprefereerde uitvoeringsvorm van de uitvinding.FIG. 13A illustrates a side view of a pivot element (180) of the parasol base (40, 140) according to a preferred embodiment of the invention. FIG. 13B illustrates a cross-section of a pivot element (180) of the parasol base (40, 140) along line M-M of a preferred embodiment of the invention.
FIG. 14 illustreert een 3D weergave van een deel van de draai-element (180) zoals weergegeven in FIG 13A en een bevestigingsonderdeel (15) voor de staander (14) van de parasol (10).FIG. Figure 14 illustrates a 3D view of part of the pivot element (180) shown in FIG 13A and an attachment part (15) for the upright (14) of the parasol (10).
FIG. 15A illustreert een doorsnede van een eerste schijf (181) van een draai-element (180) volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de uitvinding. FIG. 15B illustreert een doorsnede van een tweede schijf (182) van een draai-element (180) volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de uitvinding. FIG. 15C illustreert een 3D weergave van een bus (192) van een draai-element (180) volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de uitvinding.FIG. 15A illustrates a cross-section of a first disk (181) of a rotating element (180) according to a preferred embodiment of the invention. FIG. 15B illustrates a cross-section of a second disk (182) of a rotating element (180) according to a preferred embodiment of the invention. FIG. 15C illustrates a 3D representation of a socket (192) of a rotary element (180) according to a preferred embodiment of the invention.
FIG. 16A illustreert een 3D weergave van een bovenpaneel (200) van de parasolvoet (40, 140) volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de uitvinding. FIG.16B illustreert een 3D weergave van een alternatief bovenpaneel (210) van de parasolvoet (40, 140) volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de uitvinding.FIG. 16A illustrates a 3D view of a top panel (200) of the parasol base (40, 140) according to a preferred embodiment of the invention. FIG.16B illustrates a 3D view of an alternative top panel (210) of the parasol base (40, 140) according to a preferred embodiment of the invention.
FIG. 17A illustreert een 3D weergave van een tussenblok (300) van de parasolvoet (40, 140) volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de uitvinding. FIG.17B illustreert een geëxplodeerde weergave van twee in elkaar ingrijpende tussenblokken (300, 300’) volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de uitvinding.FIG. 17A illustrates a 3D representation of an intermediate block (300) of the parasol base (40, 140) according to a preferred embodiment of the invention. FIG.17B illustrates an exploded view of two interlocking intermediate blocks (300, 300') according to a preferred embodiment of the invention.
FIG. 18A illustreert een geëxplodeerde weergave van een samenbouw van de parasolvoet (40) volgens de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding. FIG.18B illustreert een geëxplodeerde weergave van een samenbouw van de parasolvoet (140) volgens de tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding.FIG. 18A illustrates an exploded view of an assembly of the parasol base (40) according to the first embodiment of the invention. FIG.18B illustrates an exploded view of an assembly of the parasol base (140) according to the second embodiment of the invention.
Gedetailleerde beschrijvingDetailed description
Voordat de aspecten en uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding worden beschreven, moet worden begrepen dat deze uitvinding niet beperkt is tot specifieke systemen, werkwijzen en/of combinaties zoals hierin beschreven, aangezien dergelijkeBefore describing aspects and embodiments of the present invention, it is to be understood that this invention is not limited to specific systems, methods and/or combinations as described herein, as such
10 BE2023/5169 aspecten en uitvoeringsvormen natuurlijk kunnen variëren. Laat het ook duidelijk zijn dat hierin beschreven specifieke aspecten en uitvoeringsvormen niet bedoeld zijn als beperkend, aangezien het bereik van de onderhavige uitvinding enkel beperkt wordt door de bijgevoegde conclusies. Referentietekens in de onderhavige beschrijving en in de bijgevoegde conclusies dienen eveneens niet als beperkend voor het bereik van de onderhavige uitvinding te worden opgevat.10 BE2023/5169 aspects and embodiments can of course vary. It should also be understood that specific aspects and embodiments described herein are not intended to be limiting, as the scope of the present invention is limited only by the appended claims. Reference marks in the present description and in the appended claims are also not to be construed as limiting the scope of the present invention.
De termen “omvatten”, “omvattende”, “omvat” zoals verder gebruikt, zijn synoniem met “inclusief”, “includeren”, “met inbegrip van”, of “bevatten, “bevattende”, “bevat”, en zijn inclusief of met een open einde, en sluiten bijkomende, niet-vernoemde leden, elementen, componenten en/of werkwijze stappen niet uit. Wanneer wordt verwezen naar specifieke leden, elementen, componenten en/of werkwijzestappen in een specifieke uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding, wordt de mogelijke aanwezigheid van andere leden, elementen, componenten en/of werkwijzestappen niet uitgesloten.The terms “include”, “comprising”, “includes” as used herein are synonymous with “including”, “include”, “including”, or “containing”, “containing”, “containing”, and are inclusive or open-ended, and do not exclude additional, unlisted members, elements, components and/or method steps. When reference is made to specific members, elements, components and/or method steps in specific embodiments of the present invention, the possible presence of other members, elements, components and/or method steps is not excluded.
De enkelvoudsvormen “een”, “de”, “het” omvatten zowel het enkelvoud als de meervoudsvorm, tenzij het tegendeel duidelijk wordt aangegeven.The singular forms “a”, “the”, “the” include both the singular and the plural unless the contrary is clearly stated.
Opeenvolgende termen zoals “eerste”, “tweede”, “derde”, enzovoort, worden in de onderhavige beschrijving en in de bijgevoegde conclusies gebruikt om onderscheid te maken tussen vergelijkbare elementen en niet noodzakelijk voor het beschrijven van een opeenvolgende of chronologische volgorde, tenzij het tegendeel duidelijk wordt aangegeven. Het zal duidelijk zijn dat deze termen onder de juiste omstandigheden uitwisselbaar zijn en dat de uitvoeringsvormen van de uitvinding die in deze aanvraag worden beschreven in staat zijn om in andere volgordes te werken dan in deze aanvraag beschreven of toegelicht.Sequential terms such as “first”, “second”, “third”, etc., are used in the present description and in the appended claims to distinguish between similar elements and not necessarily to describe a sequential or chronological order, unless the opposite is clearly indicated. It will be understood that these terms are interchangeable under appropriate circumstances and that the embodiments of the invention described in this application are capable of operating in different sequences than those described or explained in this application.
De term “ongeveer” wordt in de onderhavige beschrijving en in de bijgevoegde conclusies gebruikt om flexibiliteit te bieden aan een numeriek bereik door te bepalen dat een bepaalde waarde "een beetje boven" of "een beetje onder" een vermelde waarde of numeriek bereik kan liggen. Bijvoorbeeld, wanneer gerefereerd wordt naar een meetbare waarde zoals een parameter, een hoeveelheid, een tijdsduur, enzovoort, is bedoeld variaties te omsluiten van +/- 10% of minder, bij voorkeur +/-5% of minder, meer bij voorkeur +/-1% of minder, en meer nog bij voorkeur +/-0.1% of minder, van en vanaf de gespecificeerde waarde, in zo ver de variaties van toepassing zijn om te functioneren in de hierin beschreven uitvinding.The term "approximately" is used in the present specification and in the appended claims to provide flexibility to a numerical range by providing that a given value may be "a little above" or "a little below" a stated value or numerical range . For example, when referring to a measurable value such as a parameter, a quantity, a duration, etc., it is intended to include variations of +/- 10% or less, preferably +/-5% or less, more preferably +/- -1% or less, and more preferably +/-0.1% or less, of and from the specified value, to the extent that the variations are applicable to function in the invention described herein.
Het dient te worden verstaan dat de waarde waarnaar de term “ongeveer” refereert, op zichIt should be understood that the value referred to by the term “approximately” is itself
11 BE2023/5169 ook werd bekend gemaakt. De vermelding en/of opsomming van numerieke waarden aan hand van een cijferbereik omvat alle getallen en fracties die binnen de bijbehorende bereiken zijn opgenomen, evenals de vermelde eindpunten.11 BE2023/5169 was also announced. The statement and/or enumeration of numerical values using a range of numbers includes all numbers and fractions contained within the associated ranges, as well as the stated endpoints.
De termen “substantieel”, “in wezen” of “nagenoeg” verwijzen naar de volledige of bijna volledige omvang of graad van een actie, kenmerk, eigenschap, toestand, structuur, voorwerp en/of resultaat. Bijvoorbeeld, een object dat "in wezen" omsloten is, betekent bijvoorbeeld dat het object volledig of bijna volledig omsloten is. Bijvoorbeeld, een object dat “nagenoeg” loodrecht staat, betekent bijvoorbeeld dat het object volledig of bijna volledig loodrecht staat op een referentievlak. De exacte toelaatbare mate van afwijking van absolute volledigheid kan in sommige gevallen afhangen van de specifieke context. In het algemeen echter zal de mate van voltooiing zodanig zijn dat het algemene resultaat hetzelfde is als bij een absolute en totale voltooiing. Het gebruik van "in wezen" is evenzeer van toepassing wanneer het in een negatieve connotatie wordt gebruikt om te verwijzen naar het volledig of bijna volledig ontbreken van een actie, kenmerk, eigenschap, staat, structuur, voorwerp of resultaat. Bijvoorbeeld, een samenstelling die "nagenoeg vrij" is van deeltjes zou ofwel volledig vrij zijn van deeltjes, ofwel zo goed als volledig vrij zijn van deeltjes dat het effect hetzelfde zou zijn als wanneer de samenstelling volledig vrij zou zijn van deeltjes. Met andere woorden, een samenstelling die "nagenoeg vrij is van" een ingrediënt of element kan nog steeds een dergelijk ingrediënt of element bevatten als er geen meetbaar effect daarvan is.The terms “substantial,” “essentially,” or “substantially” refer to the entire or nearly entire extent or degree of an action, characteristic, property, condition, structure, object, and/or result. For example, an object that is "essentially" enclosed means that the object is completely or almost completely enclosed. For example, an object that is “approximately” perpendicular means that the object is completely or almost completely perpendicular to a reference plane. The exact allowable degree of deviation from absolute completeness may in some cases depend on the specific context. In general, however, the degree of completion will be such that the overall result is the same as absolute and total completion. The use of "essentially" applies equally when used in a negative connotation to refer to the complete or almost complete absence of an action, characteristic, quality, state, structure, object or result. For example, a composition that is "substantially free" of particles would either be completely free of particles, or so nearly completely free of particles that the effect would be the same as if the composition were completely free of particles. In other words, a composition that is "substantially free of" an ingredient or element may still contain such ingredient or element if there is no measurable effect thereof.
Relatieve termen zoals “links”, “rechts”, “voor”, “achter”, “boven”, “onder”, enzovoort, worden in de onderhavige beschrijving en in de bijgevoegde conclusies gebruikt voor beschrijvende doeleinden en niet noodzakelijkerwijs voor het beschrijven van permanente posities of oriëntaties, al naargelang de context waarin deze termen worden gebruikt. Het is te verstaan dat de gebruikte termen onder passende omstandigheden onderling verwisselbaar zijn, zodat de hierin beschreven uitvoeringsvormen bijvoorbeeld ook in andere dan de weergegeven of beschreven posities of oriëntaties kunnen worden gebruikt.Relative terms such as “left,” “right,” “front,” “behind,” “top,” “bottom,” etc., are used in the present description and in the appended claims for descriptive purposes and not necessarily for the purpose of describing permanent positions or orientations, depending on the context in which these terms are used. It is understood that the terms used are interchangeable under appropriate circumstances, so that the embodiments described herein can, for example, also be used in positions or orientations other than those shown or described.
De termen "aangrenzend aan”, “naast” of “tegen” elkaar, worden in de onderhavige beschrijving en in de bijgevoegde conclusies gebruikt voor beschrijvende doeleinden en niet noodzakelijkerwijs voor het beschrijven van permanente posities, al naargelang de context waarin deze termen worden gebruikt. Bijvoorbeeld, objecten die worden beschreven als “aangrenzend aan” elkaar, kunnen in fysiek contact zijn met elkaar, in elkaars onmiddellijke nabijheid zijn, of in dezelfde algemene regio of gebied zijn, al naargelang de context waarin de term wordt gebruikt.The terms "adjacent", "next to" or "against" each other are used in the present description and in the appended claims for descriptive purposes and not necessarily for describing permanent positions, depending on the context in which these terms are used. For example, objects described as “adjacent” to each other may be in physical contact with each other, in close proximity, or in the same general region or area, depending on the context in which the term is used.
12 BE2023/516912 BE2023/5169
In de volgende passages worden verschillende aspecten van de uitvinding nader gedefinieerd. Elk aspect zo gedefinieerd kan worden gecombineerd met een ander aspect of aspecten, tenzij het tegendeel duidelijk wordt aangegeven. In het bijzonder, een kenmerk aangeduid als de “voorkeur” of “voordelig” kan worden gecombineerd met andere kenmerken of eigenschappen die vermeld worden als “voorkeur” en/of “voordelig”.In the following passages various aspects of the invention are further defined. Any aspect so defined may be combined with any other aspect or aspects unless clearly stated to the contrary. In particular, a feature referred to as “preferred” or “beneficial” may be combined with other features or properties stated as “preferred” and/or “beneficial”.
Verwijzing in deze specificatie naar “één uitvoeringsvorm” of “een uitvoeringsvorm” betekent dat een bepaalde functie, structuur of karakteristiek beschreven in verband met de uitvoeringsvorm van toepassing is in ten minste één uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding. Wanneer de zinnen “in één uitvoeringsvorm” of “een uitvoeringsvorm” op verschillende plekken in deze specificatie worden vermeld verwijzen zij niet noodzakelijk naar dezelfde uitvoeringsvorm, hoewel dit niet wordt uitgesloten. Voorts kunnen de beschreven kenmerken, structuren of karakteristieken worden gecombineerd op elke geschikte wijze, zoals duidelijk zal voor een deskundige in de materie op basis van deze beschrijving. De beschreven en in de bijgevoegde conclusies geclaimde uitvoeringsvormen kunnen worden gebruikt in elke combinatie.Reference in this specification to “one embodiment” or “an embodiment” means that a particular function, structure or characteristic described in connection with the embodiment applies to at least one embodiment of the present invention. Where the phrases “in one embodiment” or “an embodiment” appear at different places in this specification, they do not necessarily refer to the same embodiment, although this is not excluded. Furthermore, the described features, structures or characteristics may be combined in any suitable manner, as will be apparent to one skilled in the art from this disclosure. The embodiments described and claimed in the appended claims can be used in any combination.
In de onderhavige beschrijving wordt verwezen naar de bijgaande tekeningen die er deel van uitmaken, en die specifieke uitvoeringsvormen van de uitvinding illustreren. Cijfers tussen haakjes of in het vet gelinkt aan bepaalde elementen illustreren de betreffende elementen als voorbeeld, zonder de elementen hierdoor te beperken. Het moet worden begrepen dat andere uitvoeringsvormen kunnen worden gebruikt en structureel of logische wijzigingen kunnen worden aangebracht zonder het bereik van de onderhavige uitvinding te verlaten. De volgende gedetailleerde beschrijving dient niet beschouwd te worden als beperkend, en de omvang van de onderhavige uitvinding wordt gedefinieerd door de bijgevoegde conclusies.In the present description, reference is made to the accompanying drawings, which form part hereof and illustrate specific embodiments of the invention. Numbers in brackets or in bold linked to certain elements illustrate the elements in question as an example, without limiting the elements. It is to be understood that other embodiments may be used and structural or logical changes may be made without departing from the scope of the present invention. The following detailed description is not to be construed as limiting, and the scope of the present invention is defined by the appended claims.
Tenzij anders gedefinieerd, hebben alle termen zoals gebruikt in de onderhavige beschrijving en in de bijgevoegde conclusies, inclusief technische en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals een vakman deze gewoonlijk verstaat. Als verdere leidraad, worden definities opgenomen voor verdere toelichting van termen die in de beschrijving van de uitvinding worden gebruikt. Alle documenten die in de onderhavige beschrijving worden aangehaald, zijn hiermee door verwijzing in hun geheel opgenomen.Unless otherwise defined, all terms used in the present description and in the appended claims, including technical and scientific terms, have the meanings commonly understood by one skilled in the art. As further guidance, definitions are included for further explanation of terms used in the description of the invention. All documents cited in the present description are hereby incorporated by reference in their entirety.
Fig. 1 toont een parasol 10 zoals reeds gekend. De parasol 10 is voorzien van een scherm 12 van een gebruikelijke soort die op een staander 14 gemonteerd is. De staander of paalFig. 1 shows a parasol 10 as already known. The parasol 10 is provided with a screen 12 of a usual type which is mounted on a stand 14. The upright or pole
13 BE2023/5169 14 kan vervolgens in een parasolvoet 20 geplaatst worden. Eventueel kan de staander voorzien worden van bijkomende accessoires zoals een tafel 16. De parasolvoet 20 kan voorzien worden van wielen 18, waardoor deze parasolvoet 20, al dan niet voorzien van de parasol 10, eenvoudig verplaatst kan worden. Het is eveneens mogelijk om steunvoeten (niet getoond) te voorzien in plaats van wielen 18 waardoor de parasolvoet 20 zwevend ten opzichte van de ondergrond geplaatst kan worden.13 BE2023/5169 14 can then be placed in a parasol base 20. If necessary, the stand can be provided with additional accessories such as a table 16. The parasol base 20 can be provided with wheels 18, so that this parasol base 20, with or without the parasol 10, can be easily moved. It is also possible to provide supporting feet (not shown) instead of wheels 18, so that the parasol base 20 can be placed floating relative to the surface.
FIG. 2 illustreert een 3D weergave van een parasolvoet 40 volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding. De parasolvoet 40 is opgebouwd uit een draagstructuur 50 die voornamelijk bestaat uit vier ribben 60, 61, 62 en 63. De ribben 60, 61, 62 en 63 zijn gevormd uit een vlakke plaat die in een U-vorm geplooid werd. Op deze manier is het niet langer nodig om de ribben te vervaardigen uit buismateriaal, wat een significante vermindering van materiaal met zich mee brengt, zonder in te boeten aan stijfheid.FIG. 2 illustrates a 3D representation of a parasol base 40 according to a first embodiment of the invention. The parasol base 40 is constructed from a supporting structure 50 that mainly consists of four ribs 60, 61, 62 and 63. The ribs 60, 61, 62 and 63 are formed from a flat plate that has been folded into a U-shape. In this way it is no longer necessary to manufacture the ribs from tubular material, which entails a significant reduction in material, without sacrificing stiffness.
Bovendien is het, door het gebruik van plaatmateriaal om de ribben te vormen, eveneens mogelijk om complexe vormen te voorzien in de ribben. De ribben 60, 61, 62 en 63 zijn op deze manier integraal voorzien van steunpunten 70 (zie Fig. 4A) waarop gewichtsblokken 400 (zie Fig. 18A en Fig. 18B) geplaatst kunnen worden tussen de ribben onderling.Moreover, by using sheet material to form the ribs, it is also possible to provide complex shapes for the ribs. In this way, the ribs 60, 61, 62 and 63 are integrally provided with support points 70 (see Fig. 4A) on which weight blocks 400 (see Fig. 18A and Fig. 18B) can be placed between the ribs.
Doordat deze steunpunten een integraal onderdeel uitmaken van het plaatmateriaal is de kans op scheuren ter hoogte van de plooiing kleiner ten opzichte van een constructie waarbij de steunpunten aan een buisvormige rib gelast zouden worden.Because these support points are an integral part of the sheet material, the chance of cracks at the fold is smaller compared to a construction in which the support points are welded to a tubular rib.
De vier ribben 60, 61, 62, 63 zijn ter hoogte van een centraal punt 54 aan de onderzijde met elkaar verbonden door middel van een ankerstuk 75 (zie Fig. 4B). Bevestiging van het ankerstuk 75 aan de vier ribben 60, 61,62,63 gebeurt typisch door het ankerstuk 75 aan de ribben te lassen. De bovenzijde van de vier ribben 60, 61, 62, 63 worden eveneens aan elkaar bevestigd door middel van een ankerstuk 57. De draagstructuur 50 bestaat verder uit een behuizing 52 (Zie Fig. 3) waarbinnen de ribben 60, 61, 62 en 63 geplaatst worden.The four ribs 60, 61, 62, 63 are connected to each other at the level of a central point 54 at the bottom by means of an anchor piece 75 (see Fig. 4B). Attachment of the anchor piece 75 to the four ribs 60, 61,62,63 is typically done by welding the anchor piece 75 to the ribs. The top of the four ribs 60, 61, 62, 63 are also attached to each other by means of an anchor piece 57. The supporting structure 50 further consists of a housing 52 (See Fig. 3) within which the ribs 60, 61, 62 and 63 being placed.
Doordat de vier onderling gefixeerde ribben 60, 61, 62 en 63 zich in verschillende richtingen uitstrekken en aan hun uiteindes aan de behuizing 52 vastgemaakt zijn, wordt er een ruimte gevormd tussen twee aangrenzende ribben en de behuizing. In deze ruimte kunnen gewichtsblokken 400 geplaatst worden die ervoor kunnen zorgen dat de parasolvoet 40 bij gebruik ervan voldoende zwaar is om de staander 14 en parasol 10 in te plaatsen en om te voorkomen dat de parasolvoet 40, samen met de parasol 10, zou omvallen bij bijvoorbeeld een windstoot. De hoeken 58 van de behuizing 52 zijn bij voorkeur afgerond. Op deze manier worden scherpe randen vermeden wat de veiligheid bij het gebruik van de parasolvoet 40 ten goede komt. Optioneel is het mogelijk om de onderzijde van de behuizing om te plooien zodat voor de behuizing een extra stijfheid bekomen wordt.Because the four mutually fixed ribs 60, 61, 62 and 63 extend in different directions and are attached to the housing 52 at their ends, a space is formed between two adjacent ribs and the housing. Weight blocks 400 can be placed in this space, which can ensure that the parasol base 40 is sufficiently heavy when in use to place the stand 14 and parasol 10 and to prevent the parasol base 40, together with the parasol 10, from falling over when for example a gust of wind. The corners 58 of the housing 52 are preferably rounded. In this way, sharp edges are avoided, which improves safety when using the parasol base 40. Optionally, it is possible to fold the bottom of the housing to provide extra stiffness for the housing.
14 BE2023/516914 BE2023/5169
Bovendien zal deze ontstane afronding onderaan ervoor zorgen dat de onderzijde van de behuizing geen scherpe randen heeft, waardoor, wanneer men de voet onderaan zou optillen, zich niet kan kwetsen aan de rand van de behuizing. Gelijkaardig is het mogelijk om de bovenzijde van de behuizing 52 te voorzien van een afronding wat de stijfheid van het geheel ten goede zal komen. In de eerste uitvoeringsvorm zoals weergegeven in Figs. 2, 3 en 6 is de hoogte van de behuizing 52 een constante hoogte. Echter, het is mogelijk dat de hoogte van de behuizing varieert.Moreover, this resulting rounding at the bottom will ensure that the bottom of the housing has no sharp edges, so that if you lift the foot at the bottom, you cannot hurt yourself on the edge of the housing. Likewise, it is possible to provide the top of the housing 52 with a rounding, which will improve the rigidity of the whole. In the first embodiment as shown in Figs. 2, 3 and 6, the height of the housing 52 is a constant height. However, the height of the housing may vary.
FIG. 5 illustreert een bovenaanzicht van een koppelstuk 56 dat in een hoek 58 van de behuizing 52 geplaatst kan worden en waaraan wielen 18 verbonden kunnen worden. Als alternatief kunnen de wielen 18 vervangen worden door blokken waardoor de parasolvoet 40 zwevend ten opzichte van de ondergrond opgesteld wordt. In FIG. 8C is een bovenaanzicht van een versteviging 156 weergegeven. Deze versteviging 156 kan gebruikt worden wanneer lokaal een bijkomende versteviging aan het koppelstuk 56 nodig is. Door het gebruik van het koppelstuk 56 in combinatie met de versteviging 156 kan een voldoende sterke constructie verkregen worden, waarbij een minimale hoeveelheid materiaal nodig is.FIG. 5 illustrates a top view of a coupling piece 56 that can be placed in a corner 58 of the housing 52 and to which wheels 18 can be connected. Alternatively, the wheels 18 can be replaced by blocks, so that the parasol base 40 can be positioned floating relative to the surface. In FIG. 8C shows a top view of a reinforcement 156. This reinforcement 156 can be used when additional reinforcement to the coupling piece 56 is locally required. By using the coupling piece 56 in combination with the reinforcement 156, a sufficiently strong construction can be obtained, requiring a minimum amount of material.
De versteviging 156 zorgt ervoor dat enkel lokaal extra materiaal toegevoegd wordt. Als alternatief kan er gebruik gemaakt worden van een plusvorm in plaats van een vierkante versteviging 156 zodat het koppelstuk 56 enkel daar verstevigd wordt waar nodig. Andere alternatieve vormen voor de versteviging 156 zijn eveneens mogelijk, zoals een cirkelvorm of een stervorm.Reinforcement 156 ensures that only additional material is added locally. Alternatively, a plus shape can be used instead of a square reinforcement 156 so that the coupling piece 56 is only reinforced where necessary. Other alternative shapes for the reinforcement 156 are also possible, such as a circular shape or a star shape.
Om extra sterkte toe te voegen aan het koppelstuk 56, en om bevestiging van het koppelstuk 56 aan de behuizing 52 te vereenvoudigen, zijn de randen van het koppelstuk 56 geplooid. De omgeplooide randen van de koppelstuk 56 kunnen bijgevolg gebruikt worden om het koppelstuk 56 eenvoudiger aan de behuizing 52 te bevestigen, aangezien deze omgeplooide rand van het koppelstuk 56 gebruikt kan worden om de lasnaden op aan te brengen. De vrije zijde van het koppelstuk 56, zijnde de zijde van het koppelstuk 56 dat niet aan de behuizing 52 bevestigd is, kan eveneens voorzien zijn van een omgeplooide rand. Door deze rand te voorzien aan het koppelstuk 56, zal de sterkte van het koppelstuk 56 verhogen wat een gunstig effect zal hebben op de algemene duurzaamheid van het geheel. Deze plooien zijn te zien in FIG. 6 waar de onderzijde van de parasolvoet (40) zoals getoond in FIG. 2. weergegeven wordt. Fig. 6 toont opnieuw duidelijk de U-vorm van de ribben 60, 61, 62 en 63. Eveneens kan in deze figuur het ankerstuk 75 waargenomen worden die de vier ribben aan elkaar bevestigd ter hoogte van het centrale punt 54.To add extra strength to the coupling piece 56, and to simplify attachment of the coupling piece 56 to the housing 52, the edges of the coupling piece 56 are folded. The folded edges of the coupling piece 56 can therefore be used to more easily attach the coupling piece 56 to the housing 52, since this folded edge of the coupling piece 56 can be used to apply the welding seams. The free side of the coupling piece 56, being the side of the coupling piece 56 that is not attached to the housing 52, can also be provided with a folded edge. By providing this edge on the coupling piece 56, the strength of the coupling piece 56 will increase, which will have a favorable effect on the general durability of the whole. These folds can be seen in FIG. 6 where the bottom of the parasol base (40) as shown in FIG. 2. is displayed. Fig. 6 again clearly shows the U-shape of the ribs 60, 61, 62 and 63. The anchor piece 75 can also be seen in this figure, which attaches the four ribs to each other at the level of the central point 54.
FIG. 7 illustreert een 3D weergave van een parasolvoet 140 volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding. De parasolvoet 140 is opgebouwd uit een draagstructuurFIG. 7 illustrates a 3D representation of a parasol base 140 according to a second embodiment of the invention. The parasol base 140 is made up of a supporting structure
15 BE2023/5169 150 die voornamelijk bestaat uit twee ribben 160 en 162 (Zie Fig. 11A en Fig. 11B). De ribben 160 en 162 zijn gevormd uit een vlakke plaat die in een U-vorm geplooid werd.15 BE2023/5169 150 which mainly consists of two ribs 160 and 162 (See Fig. 11A and Fig. 11B). The ribs 160 and 162 are formed from a flat plate that has been folded into a U-shape.
Gelijklopend aan de ribben 60, 61, 62 en 63 uit de eerste uitvoeringsvorm is het op deze manier eveneens niet langer nodig om de ribben te vervaardigen uit buismateriaal, wat een significante vermindering van materiaal met zich meebrengt zonder in te boeten aan stevigheid. Bovendien is het, door het gebruik van plaatmateriaal om de ribben te vormen, eveneens mogelijk om complexe vormen te voorzien in de ribben. Zo is bijvoorbeeld rib 162 op deze manier integraal voorzien van steunpunten 170 (zie Fig. 11B) waarop gewichtsblokken 400 geplaatst kunnen worden binnen de ribben. Doordat deze steunpunten een integraal onderdeel uitmaken van het plaatmateriaal, is de kans op scheuren ter hoogte van de plooiing kleiner ten opzichte van een constructie waarbij de steunpunten aan een buisvormige rib gelast zou worden. Bovendien is het door gebruik te maken van plaatmateriaal het mogelijk om de ribben 160 en 162 een zodanige vorm te geven zodat ze in elkaar kunnen aangrijpen. Zo is er in rib 162 ter hoogte van het centrale punt 154 een uitsparing voorzien, waarin de rib 160 geplaatst kan worden. Bijkomend kan, na plaatsing van de rib 160 in de rib 162 aan de onderzijde de ribben 160 en 162 met elkaar verbonden door middel van een ankerstuk zoals ankerpunt 75 uit de eerste uitvoeringsvorm.Similar to the ribs 60, 61, 62 and 63 from the first embodiment, it is also no longer necessary to manufacture the ribs from tubular material, which entails a significant reduction in material without sacrificing strength. Moreover, by using sheet material to form the ribs, it is also possible to provide complex shapes for the ribs. For example, rib 162 is in this way integrally provided with support points 170 (see Fig. 11B) on which weight blocks 400 can be placed within the ribs. Because these support points are an integral part of the sheet material, the chance of cracks at the fold is smaller compared to a construction in which the support points are welded to a tubular rib. Moreover, by using sheet material it is possible to shape the ribs 160 and 162 in such a way that they can engage with each other. For example, a recess is provided in rib 162 at the level of the central point 154, in which the rib 160 can be placed. Additionally, after placement of the rib 160 in the rib 162 at the bottom, the ribs 160 and 162 can be connected to each other by means of an anchor piece such as anchor point 75 from the first embodiment.
Bevestiging van het ankerstuk 75 aan de twee ribben 160, 182 gebeurt typisch door het ankerstuk 75 aan de ribben te lassen.Attachment of the anchor piece 75 to the two ribs 160, 182 is typically done by welding the anchor piece 75 to the ribs.
De draagstructuur 150 bestaat verder uit een behuizing 152 (Zie Fig. 7) waarbinnen de ribben 160 en 162 geplaatst worden. Gelijkaardig aan de eerste uitvoeringsvorm, zijn ook hier de ribben 160 en 162 aan hun uiteindes aan de behuizing 152 bevestigt. Doordat de twee onderling gefixeerde ribben 160 en 162 zich in verschillende richtingen uitstrekken, ter hoogte van een centraal punt 154 ingrijpen in elkaar en aan hun uiteindes aan de behuizing 152 vastgemaakt zijn, worden er opnieuw vier ruimtes gevormd binnen de behuizing 152. In deze ruimtes kunnen eveneens gewichtsblokken 400 geplaatst worden die ervoor kunnen zorgen dat de parasolvoet 140 bij gebruik ervan voldoende zwaar is om de staander 14 en parasol 10 in te plaatsen en om te voorkomen dat de parasolvoet 140, samen met de parasol 10, zou omvallen bij bv een windstoot.The supporting structure 150 further consists of a housing 152 (See Fig. 7) within which the ribs 160 and 162 are placed. Similar to the first embodiment, here too the ribs 160 and 162 are attached to the housing 152 at their ends. Because the two mutually fixed ribs 160 and 162 extend in different directions, engage with each other at a central point 154 and are attached to the housing 152 at their ends, four spaces are again formed within the housing 152. In these spaces Weight blocks 400 can also be placed to ensure that the parasol base 140 is sufficiently heavy when in use to place the stand 14 and parasol 10 and to prevent the parasol base 140, together with the parasol 10, from falling over, for example in the event of a gust.
De behuizing 152 volgens de tweede uitvoeringsvorm is opgebouwd uit vier afzonderlijke zijdes 153, 153’. In FIG. 9 wordt een zijaanzicht van een zijde 153 van de behuizing 152 weergegeven. In tegenstelling tot de constante hoogte van de behuizing 52 in de eerste uitvoeringsvorm, is de hoogte van de behuizing 152 van de tweede uitvoeringsvorm niet constant, maar varieert deze hoogte tussen twee hoeken 158 van de behuizing 152. In de tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding heeft de zijde 153 een trapeziumvorm, waarbijThe housing 152 according to the second embodiment is composed of four separate sides 153, 153'. In FIG. 9 shows a side view of a side 153 of the housing 152. Unlike the constant height of the housing 52 in the first embodiment, the height of the housing 152 of the second embodiment is not constant, but varies between two corners 158 of the housing 152. In the second embodiment of the invention, the side 153 has a trapezoidal shape, where
18 BE2023/5169 de hoogte h; in het midden van de zijde 153 hoger is dan de hoogte h2 aan de uiteindes van de zijde 153. Door de zijdes 153 uit te voeren met een variërende hoogte, wordt de sterkte van de draagstructuur 150 verhoogd. Door te variëren in hoogte kan een kromming van de zijde 153 voorkomen worden, wat het geval kan zijn bij een constante hoogte. Door gebruik te maken van de trapeziumvorm kan men door de hoogte slechts minimaal te verhogen in het midden van de zijde 153, de zijde 153 versterken, waardoor het mogelijk is om een dunnere plaat te gebruiken voor de zijdes 153. Op deze manier kan men opnieuw een besparing in materiaal verkrijgen. Alhoewel in de tweede uitvoeringsvorm elke zijde 153 een trapeziumvorm heeft, is dit niet noodzakelijk. Er kunnen bijvoorbeeld slechts twee van de vier zijdes 153 voorzien zijn van een trapeziumvorm.18 BE2023/5169 the height h; in the middle of side 153 is higher than the height h2 at the ends of side 153. By designing sides 153 with a varying height, the strength of the supporting structure 150 is increased. By varying the height, a curvature of the side 153 can be prevented, which can be the case with a constant height. By using the trapezoid shape, it is possible to strengthen the side 153 by only slightly increasing the height in the middle of the side 153, making it possible to use a thinner plate for the sides 153. In this way one can again achieve savings in materials. Although in the second embodiment each side 153 has a trapezoidal shape, this is not necessary. For example, only two of the four sides 153 may be provided with a trapezoid shape.
De behuizing 52, 152 in zowel de eerste als tweede uitvoeringsvorm is een vierkant. Het is echter mogelijk dat de behuizing een andere vorm kan aannemen zoals een vijfhoek zeshoek of andere veelhoek. In deze gevallen zal eveneens in elk van de hoeken een koppelstuk voorzien dienen te worden om de draagstructuur te verstevigen en om op deze locaties de parasolvoet van wielen te voorzien. Alternatieve vormen zoals een cirkelvorm zijn eveneens mogelijk.The housing 52, 152 in both the first and second embodiments is a square. However, it is possible that the housing can take a different shape such as a pentagon, hexagon or other polygon. In these cases, a coupling piece will also need to be provided in each of the corners to strengthen the supporting structure and to provide the parasol base with wheels at these locations. Alternative shapes such as a circular shape are also possible.
FIG. 10A illustreert een 3D weergave van een zijde 153 van de behuizing 152 van de parasolvoet 140 volgens de tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding. FIG.10B illustreert een 3D weergave van een alternatieve en complementaire zijde 153’ van de behuizing 152.FIG. 10A illustrates a 3D representation of a side 153 of the housing 152 of the parasol base 140 according to the second embodiment of the invention. FIG.10B illustrates a 3D view of an alternative and complementary side 153' of the housing 152.
De zijdes 153 en 153’ hebben een L-profiel, waarbij de ene kant de hoogte h; en ha van de zijde 153, 153’ bepaald en waarbij de ander kant een rand vormt waarop een gewichtsblok 400 geplaatst kan worden. Uit deze figuren valt op te merken dat de uiteindes 155, 157 van de zijdes 153 en 153’ verschillend zijn van elkaar. Wanneer deze zijdes 153, 153’ gemonteerd worden ten opzichte van elkaar, zal de vorm van het uiteinde 155 van zijde 153 aansluiten aan de vorm van het uiteinde 157 van zijde 153’ (zie Fig. 8A en Fig 8B) In Fig. 8B, waar een vergrootte weergave getoond is van hoek 158 van Fig. 8A, valt op te merken dat er drie gaten voorzien zijn in het uiteinde 155 van zijde 153, terwijl er twee gaten voorzien zijn in het uiteinde 157 van zijde 153’. Een koppelstuk 156 (zie FIG. 8C) wordt in de aldus gevormde hoek 158 van de behuizing 152 geplaatst om zo de twee zijdes met elkaar te verbinden. Het koppelstuk 156 kan aan de zijdes 153, 153’ verbonden worden door middel van een lasnaad. Dit is echter niet noodzakelijk wanneer er eveneens wielen 18 gemonteerd worden. In het geval van het gebruik van wielen (of blokken) kunnen de bevestigingspunten van de wielen door de vijf gaten gestoken worden en aldus het verbindingselement vormen tussen de zijde 153, de zijde 153’ en het koppelstuk 156.Sides 153 and 153' have an L-profile, with one side having the height h; and ha of the side 153, 153' and wherein the other side forms an edge on which a weight block 400 can be placed. It can be noted from these figures that the ends 155, 157 of the sides 153 and 153' are different from each other. When these sides 153, 153' are mounted relative to each other, the shape of the end 155 of side 153 will match the shape of the end 157 of side 153' (see Fig. 8A and Fig. 8B). In Fig. 8B, where is shown an enlarged view of corner 158 of FIG. 8A, it is noted that three holes are provided in the end 155 of side 153, while two holes are provided in the end 157 of side 153'. A coupling piece 156 (see FIG. 8C) is placed in the corner 158 of the housing 152 thus formed in order to connect the two sides together. The coupling piece 156 can be connected to the sides 153, 153' by means of a weld seam. However, this is not necessary if wheels 18 are also mounted. In the case of using wheels (or blocks), the mounting points of the wheels can be inserted through the five holes and thus form the connecting element between side 153, side 153' and coupling piece 156.
17 BE2023/516917 BE2023/5169
In sommige geprefereerde uitvoeringsvormen zijn verhogingselementen verbonden met één been van elk L-profiel en waarbij het bovenpaneel rust op de verhogingselementen na plaatsing ervan. Bovendien is het mogelijk om de hoogte van de verhogingselementen zodanig te voorzien dat de bovenzijde van de verhogingselementen overeenstemt met de bovenzijde van de ribben. Op die manier wordt het steunvlak voor het bovenpaneel vergroot en kan een stabielere plaatsing ervan bekomen worden. Eveneens kunnen dergelijke verhogingselementen gebruikt worden om op of tussen gewichtsblokken 400 te plaatsen wanneer deze geplaatst zijn in de ruimte tussen de ribben en de behuizing. Op die manier kan men de hoogte van het bovenvlak van de bovenste gewichtsblok 400 afstemmen op het bovenvlak van de steunribben, waarbij het bovenvlak van de gewichtsblokken 400 eveneens een steunvlak voor het bovenpaneel 200, 210 kan vormen. Als alternatief kunnen verhogingselementen geplaatst worden op de gewichtsblokken 400 om op die manier het bovenvlak van de verhogingselementen af te stemmen op het bovenvlak van de steunribben. Door het gebruik van dergelijke verhogingselementen kunnen bepaalde onnauwkeurigheden in de constructie opgevangen worden en kan verkregen worden dat het bovenvlak waterpas komt te liggen op de draagstructuur 50, 150. Als alternatief kunnen dergelijke verhogingselementen er net voor zorgen dat het bovenpaneel 200, 210 onder een lichte helling komt te liggen op de draagstructuur 50, 150, om op die manier te voorkomen dat water bovenop het bovenpaneel zou blijven liggen.In some preferred embodiments, raising elements are connected to one leg of each L-profile and the top panel rests on the raising elements after placement. Moreover, it is possible to provide the height of the raising elements in such a way that the top of the raising elements corresponds to the top of the ribs. In this way, the support surface for the top panel is increased and a more stable installation can be achieved. Such raising elements can also be used to place on or between weight blocks 400 when they are placed in the space between the ribs and the housing. In this way, the height of the top surface of the top weight block 400 can be adjusted to the top surface of the supporting ribs, whereby the top surface of the weight blocks 400 can also form a supporting surface for the top panel 200, 210. Alternatively, elevation elements can be placed on the weight blocks 400 to align the top surface of the elevation elements with the top surface of the support ribs. By using such elevation elements, certain inaccuracies in the construction can be compensated for and the top surface can be made to lie level on the supporting structure 50, 150. Alternatively, such elevation elements can ensure that the top panel 200, 210 is placed under a light slope will be placed on the supporting structure 50, 150, to prevent water from remaining on top of the top panel.
FIG. 12 illustreert een 3D weergave van een draai-element 180 bruikbaar in de parasolvoet 40, 140 volgens de eerste en tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding. Het draai-element 180 bestaat uit een eerste schijf 181 en een tweede schijf 182. Tussen deze schijven 181 en 182 is een eerste donutvormige glijlager 190 geplaatst die ervoor zal zorgen dat de twee schijven ten opzichte van elkaar kunnen draaien. Elke schijf 181, 182 is voorzien van een centrale opening 183, 185 die na montage boven elkaar geplaatst zijn. (Zie FIGS 13A, 13B, 15A en 15B) De eerste schijf 181 is voorzien een eerste cirkelvormige gleuf 188 aan de ene zijde 195 van de schijf 181 en een tweede cirkelvormige gleuf 189 aan de andere zijde 196 van de schijf 181. De tweede schijf 182 is op haar beurt eveneens voorzien van een eerste cirkelvormige gleuf 188’ aan de ene zijde 198 van de schijf 182 en een tweede cirkelvormige gleuf 189’ aan de andere zijde 197 van de schijf 182. De eerste cirkelvormige gleuf 188 van de eerste schijf 181 is complementair aan de eerste cirkelvormige gleuf 188’ van de tweede schijf 183 en vormen samen een cirkelvormige ruimte waarin de eerste donutvormige glijlager 190 geplaatst kan worden. De tweede cirkelvormige gleuf 189 is centraal rond de opening 183 van de eerste schijf 181 aangebracht en de tweede cirkelvormige gleuf 189’ is centraal rond de opening 185 van de tweede schijf 182 aangebracht.FIG. 12 illustrates a 3D representation of a rotating element 180 usable in the parasol base 40, 140 according to the first and second embodiments of the invention. The rotating element 180 consists of a first disc 181 and a second disc 182. A first doughnut-shaped sliding bearing 190 is placed between these discs 181 and 182, which will ensure that the two discs can rotate relative to each other. Each disc 181, 182 is provided with a central opening 183, 185 that are placed one above the other after mounting. (See FIGS 13A, 13B, 15A and 15B) The first disc 181 includes a first circular slot 188 on one side 195 of the disc 181 and a second circular slot 189 on the other side 196 of the disc 181. The second disc 182 in turn is also provided with a first circular slot 188' on one side 198 of the disc 182 and a second circular slot 189' on the other side 197 of the disc 182. The first circular slot 188 of the first disc 181 is complementary to the first circular slot 188' of the second disk 183 and together form a circular space in which the first doughnut-shaped sliding bearing 190 can be placed. The second circular slot 189 is arranged centrally around the opening 183 of the first disc 181 and the second circular slot 189' is arranged centrally around the opening 185 of the second disc 182.
18 BE2023/516918 BE2023/5169
Voorts bestaat het draai-element 180 uit een bus 192 (zie FIG. 15C) die in de centrale openingen 183 en 185 van de eerste 181 en tweede 182 schijf geplaatst kan worden.Furthermore, the rotating element 180 consists of a sleeve 192 (see FIG. 15C) that can be placed in the central openings 183 and 185 of the first 181 and second 182 disk.
Eveneens zijn er twee bijkomende donutvormige glijlagers 199 voorzien in het draai- element 180, waarbij een eerste donutvormige glijlager 199 in de tweede cirkelvormige gleuf 189 aan de zijde 196 van de eerste schijf 181 geplaatst kan worden, en waarbij de tweede donutvormige glijlager 199 in de tweede cirkelvormige gleuf 189’ aan de zijde 197 van de tweede schijf 182 geplaatst kan worden.Two additional donut-shaped sliding bearings 199 are also provided in the rotating element 180, whereby a first donut-shaped sliding bearing 199 can be placed in the second circular slot 189 on the side 196 of the first disc 181, and wherein the second donut-shaped sliding bearing 199 can be placed in the second circular slot 189' can be placed on the side 197 of the second disc 182.
Het draai-element 180 bestaat verder uit ten minste twee rondellen 194, waarbij ten minste één rondel 194 aan de zijde 196 van de eerste schijf 181 rond de bus 192 geplaatst is, en ten minste één rondel 194 aan de zijde 197 van de tweede schijf 182 rond de bus 192 geplaatst is.The rotating element 180 further consists of at least two roundels 194, whereby at least one roundel 194 is placed around the bush 192 on the side 196 of the first disc 181, and at least one roundel 194 on the side 197 of the second disc. 182 is placed around the bus 192.
Wanneer het draai-element gemonteerd 180, dient men de eerste donutvormige glijlager 190 te plaatsen in de cirkelvormige ruimte die gevormd wordt door de cirkelvormige gleuven 188 en 188’ in de eerste 181 en tweede 182 schijf. Vervolgens dient men de bus 192 te plaatsen in de centrale openingen 183 en 185 van de eerste 181 en tweede 182 schijf. De twee bijkomende donutvormige glijlagers 199 kunnen nu geplaatst worden in de voorziene cirkelvormige gleuven 189 en 189’ van de eerste 181 en tweede 182 schijf en rond de bus 192. Vervolgens brengt men ten minste één eerste rondel 194 aan de zijde 196 rond de bus 192 om aldus de bijkomende glijlager 199 te klemmen tussen de eerste schijf 181 en de rondel 194. Ten minste één rondel 194 wordt vervolgens op een gelijkaardige manier aangebracht aan de zijde 197 van de tweede schijf 182 rond de bus 192 om de bijkomende glijlager 199 te klemmen tussen de tweede schijf 182 en de rondel 194. Een bout wordt door de centrale openingen 183 en 185 gebracht en een moer wordt vervolgens op de bout aangebracht om aldus het geheel van alle onderdelen samen te houden.When the rotating element is mounted 180, the first doughnut-shaped sliding bearing 190 must be placed in the circular space formed by the circular slots 188 and 188' in the first 181 and second 182 disc. The sleeve 192 must then be placed in the central openings 183 and 185 of the first 181 and second 182 disc. The two additional doughnut-shaped sliding bearings 199 can now be placed in the provided circular slots 189 and 189' of the first 181 and second 182 disc and around the bushing 192. At least one first washer 194 is then placed on the side 196 around the bushing 192. thus clamping the additional sliding bearing 199 between the first disk 181 and the washer 194. At least one washer 194 is then mounted in a similar manner on the side 197 of the second disk 182 around the bushing 192 to clamp the additional sliding bearing 199 between the second disk 182 and the washer 194. A bolt is passed through the central openings 183 and 185 and a nut is then fitted to the bolt thus holding the assembly of all parts together.
FIG. 13B illustreert een doorsnede van een draai-element 180 volgens lijn M-M in FIG 13A.FIG. 13B illustrates a cross-section of a pivot element 180 taken along line M-M in FIG 13A.
Hierin valt op te merken dat de eerste schijf 181 voorzien is van ten minste twee bevestigingsgaten 186. Tweede schijf 182 is eveneens voorzien van ten minste twee bevestigingsgaten 187. Bij montage van de twee schijven 181 en 181 in het draai-element 180 zijn de bevestigingsgaten 186 en 187 boven elkaar geplaatst. Deze bevestigingsgaten 186, 187 worden gebruikt voor het monteren van het draai-element 180 op het centraal verbonden punt 54, 154 van de onderling gefixeerde ribben 60,61,62,63, 160,162. Hiervoor worden bouten (niet getoond) door de bevestigingsgaten 186, 187 van het draai-element 180 en door complementaire gaten 65, 165 in de gefixeerde ribben gebracht. Aangezien de ribben opgebouwd zijn uit een U-vormig profiel, kan aan de onderzijde van deIt should be noted that the first disc 181 is provided with at least two mounting holes 186. The second disc 182 is also provided with at least two mounting holes 187. When mounting the two discs 181 and 181 in the rotating element 180, the mounting holes are 186 and 187 placed one above the other. These mounting holes 186, 187 are used for mounting the rotating element 180 on the centrally connected point 54, 154 of the mutually fixed ribs 60,61,62,63, 160,162. For this purpose, bolts (not shown) are inserted through the mounting holes 186, 187 of the rotating element 180 and through complementary holes 65, 165 in the fixed ribs. Since the ribs are made up of a U-shaped profile, the underside of the
19 BE2023/5169 draagstructuur 50, 150 en via de opening in het U-vormig profiel een moer ingebracht worden, die het draai-element vast verbindt met de draagstructuur 50, 150.19 BE2023/5169 supporting structure 50, 150 and a nut is inserted through the opening in the U-shaped profile, which firmly connects the rotating element to the supporting structure 50, 150.
FIG. 16A illustreert een 3D weergave van een bovenpaneel 200 van de parasolvoet 40, 140. Het bovenpaneel 200 is bij voorkeur uitgevoerd als een egale bovenplaat die, na plaatsing in de draagstructuur 50, 150 de onderliggende onderdelen zal verbergen. Het bovenpaneel 200 is bij voorkeur gemaakt uit keramiek, glas, hout, staal of aluminium. In het midden van het bovenpaneel 200 is een centrale uitsparing 220 voorzien. Door deze uitsparing 220 blijft het draai-element 180 steeds bereikbaar zonder dat demontage van het bovenpaneel 200 nodig is. FIG.16B illustreert een 3D weergave van een alternatief bovenpaneel 210 van de parasolvoet 40, 140 waarbij het bovenpaneel uitgevoerd is als een deksel 210 en waarbij het dekselvormige bovenpaneel 210, na plaatsing, de volledige draagstructuur 50, 150 omvat. De hoeken 225 van het dekselvormig bovenpaneel 210 zijn bij voorkeur afgerond. Op deze manier worden scherpe randen vermeden wat de veiligheid bij het gebruik van de parasolvoet 40, 140 ten goede komt. Om deze afronding te verkrijgen, is er een hoekprofiel 225 voorzien die tussen twee zijwanden van het bovenpaneel 210 bevestigd kan worden. Elk hoekprofiel wordt via de onderzijde tussen twee zijwanden naar boven geschoven en, eenmaal correct gepositioneerd, door middel van twee schroeven bevestigd zodat deze de opening tussen de twee zijwanden afdicht en de zijwanden ten opzichte van elkaar vergrendelt. Het hoekprofiel is bij voorkeur vervaardigd uit kunststof zoals polypropyleen, of een elastisch materiaal zoals rubber, waardoor de plaatsing ervan eenvoudig is. Bovendien zal in het geval van elastisch materiaal de afgeronde randen zachter zijn en aldus de gebruiksveiligheid verhogen. In het midden van het bovenpaneel 210 is een centrale uitsparing 220 voorzien. Door deze uitsparing 220 blijft het draai- element 180 steeds bereikbaar zonder dat demontage van het bovenpaneel 210 nodig is.FIG. 16A illustrates a 3D representation of a top panel 200 of the parasol base 40, 140. The top panel 200 is preferably designed as a smooth top plate that, after placement in the supporting structure 50, 150, will conceal the underlying parts. The top panel 200 is preferably made of ceramic, glass, wood, steel or aluminum. A central recess 220 is provided in the middle of the top panel 200. This recess 220 ensures that the rotating element 180 remains accessible at all times without the need to dismantle the top panel 200. FIG. 16B illustrates a 3D representation of an alternative top panel 210 of the parasol base 40, 140, wherein the top panel is designed as a lid 210 and wherein the lid-shaped top panel 210, after placement, comprises the entire supporting structure 50, 150. The corners 225 of the lid-shaped top panel 210 are preferably rounded. In this way, sharp edges are avoided, which improves safety when using the parasol base 40, 140. To achieve this rounding, an angle profile 225 is provided that can be attached between two side walls of the top panel 210. Each corner profile is slid upwards between two side walls from the bottom and, once correctly positioned, is secured with two screws so that it seals the gap between the two side walls and locks the side walls relative to each other. The corner profile is preferably made of plastic such as polypropylene, or an elastic material such as rubber, which makes it easy to install. In addition, in the case of elastic material, the rounded edges will be softer and thus increase user safety. A central recess 220 is provided in the middle of the top panel 210. This recess 220 ensures that the rotating element 180 remains accessible at all times without the need to dismantle the top panel 210.
Bij voorkeur is het draai-element 180 steeds volledig verzonken opgesteld ten opzichte van de bovenzijde van het bovenpaneel 200, 210. Echter, het is eveneens mogelijk om het draai-element 180 slechts gedeeltelijk in de opening 220 van het bovenpaneel 200, 210 in te brengen. In beide gevallen is het mogelijk om het draai-element 180 te voorzien van een extra, tweede deel dat boven het bovenpaneel 200, 210 geplaatst kan worden en dat ingrijpt op het eerste verzonken of deels verzonken deel van het draai-element 180. Bij voorkeur is het tweede deel groter dan de opening 220 in het bovenpaneel 200, 210 zodat het, na plaatsing de opening 220 in het bovenpaneel 200, 210 ten minste gedeeltelijk bedekt.Preferably, the rotating element 180 is always positioned completely recessed relative to the top of the top panel 200, 210. However, it is also possible to insert the rotating element 180 only partially into the opening 220 of the top panel 200, 210. to take. In both cases it is possible to provide the rotating element 180 with an additional, second part that can be placed above the top panel 200, 210 and that engages on the first recessed or partially recessed part of the rotating element 180. Preferably the second part is larger than the opening 220 in the top panel 200, 210 so that, after placement, it at least partially covers the opening 220 in the top panel 200, 210.
Zowel in het geval van het egale bovenpaneel 200, als in het geval van het dekselvormige bovenpaneel 210 kan het bovenpaneel 200, 210 rusten op de gefixeerde ribben 60, 61, 62, 63, 160, 162 die aldus als steunribben zullen fungeren. In het geval van het egaleBoth in the case of the smooth top panel 200 and in the case of the lid-shaped top panel 210, the top panel 200, 210 can rest on the fixed ribs 60, 61, 62, 63, 160, 162, which will thus function as supporting ribs. In the case of the equal
20 BE2023/5169 bovenpaneel 200 is het mogelijk om het bovenpaneel 200 kleiner te maken dan de opening binnen de behuizing 52, waardoor het bovenpaneel 200 na plaatsing al dan niet verzonken binnen de behuizing komt te liggen. Als alternatief is het mogelijk om het bovenpaneel 200 net iets groter te voorzien dan de opening binnen de behuizing 52, waardoor het bovenpaneel 200 niet alleen op de steunribben 60, 61, 62 en 63 zal rusten, maar ook op de bovenrand van de behuizing 521 152. In het laatste geval is het aan te raden om de bovenrand van de behuizing 52, 152 te voorzien van een pooirand zodat extra sterkte gegeven wordt aan deze rand en vervorming door kromming ten gevolge van het gewicht van het bovenpaneel 200 vermeden wordt. In het geval van het dekselvormige bovenpaneel 210 zal het bovenpaneel 210 steeds rusten op de gefixeerde steunribben en op de bovenrand van de behuizing 52, 152, aangezien het dekselvormige bovenpaneel 210 steeds groter is dan de behuizing 52, 152 van de draagstructuur 50, 150.With BE2023/5169 top panel 200 it is possible to make the top panel 200 smaller than the opening within the housing 52, so that the top panel 200 may or may not be recessed within the housing after placement. Alternatively, it is possible to provide the top panel 200 just slightly larger than the opening within the housing 52, so that the top panel 200 will rest not only on the support ribs 60, 61, 62 and 63, but also on the top edge of the housing 521 152. In the latter case, it is advisable to provide the top edge of the housing 52, 152 with a folding edge so that extra strength is given to this edge and deformation due to curvature as a result of the weight of the top panel 200 is avoided. In the case of the lid-shaped top panel 210, the top panel 210 will always rest on the fixed support ribs and on the top edge of the housing 52, 152, since the lid-shaped top panel 210 is always larger than the housing 52, 152 of the supporting structure 50, 150.
Wanneer, in het geval van het plaatsen van het bovenpaneel 200 op de bovenrand van de behuizing 52, of het plaatsen van het dekselvormig bovenpaneel 210 op de behuizing 152 het draai-element 180 te laag zou komen te liggen zodat het niet goed bereikbaar is om het bevestigingsonderdeel 15 van de parasol 10 te plaatsen, kan het aangewezen zijn om een tussenblok 300 zoals weergegeven in FIG. 17A te plaatsen tussen het centrale punt 54, 154 van de ribben en het draai-element 180. Bij voorkeur worden twee in elkaar ingrijpende tussenblokken 300, 300’ voorzien die geplaatst worden op het centrale punt 54, 154 van de ribben. (Zie FIG. 17B) Op die manier wordt het draai-element 180 verhoogt ten opzichte van het centraal verbonden punt 54, 154.If, in the case of placing the top panel 200 on the top edge of the housing 52, or placing the lid-shaped top panel 210 on the housing 152, the rotating element 180 would lie too low so that it is not easily accessible for To place the mounting part 15 of the parasol 10, it may be appropriate to use an intermediate block 300 as shown in FIG. 17A between the central point 54, 154 of the ribs and the rotating element 180. Preferably, two interlocking intermediate blocks 300, 300' are provided, which are placed on the central point 54, 154 of the ribs. (See FIG. 17B) In this way, the pivot element 180 is raised relative to the centrally connected point 54, 154.
FIG. 18A illustreert een geëxplodeerde weergave van een samenbouw van de parasolvoet 40 volgens de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding. De parasolvoet 40 is opgebouwd uit een bovenpaneel 200 waarin een opening 220 voorzien is, een draagstructuur 50 en gewichtsblokken 400 die in de draagstructuur 50 geplaatst zijn. Het draaielement 180 wordt door middel van bouten 17 en tegenmoeren 19 (slechts één getoond) verbonden met het ankerstuk 57. Het bovenpaneel 200 rust, na plaatsing, op de gewichtsblokken 400 en/of op de ribben 60, 61, 62, 63. Optioneel kunnen rubberen schijven 21 (Slechts één weergegeven) verlijmd worden aan de onderzijde van het bovenpaneel, bij voorkeur vier schijven die telkens in de boeken van het bovenpaneel verlijmd worden. Het draaielement 180 blijft na plaatsing van het bovenpaneel 200 door de opening 220 in het bovenpaneel 200 steeds bereikbaar.FIG. 18A illustrates an exploded view of an assembly of the parasol base 40 according to the first embodiment of the invention. The parasol base 40 is composed of a top panel 200 in which an opening 220 is provided, a supporting structure 50 and weight blocks 400 that are placed in the supporting structure 50. The rotating element 180 is connected to the anchor piece 57 by means of bolts 17 and lock nuts 19 (only one shown). The top panel 200, after placement, rests on the weight blocks 400 and/or on the ribs 60, 61, 62, 63. Optional rubber discs 21 (Only one shown) can be glued to the underside of the top panel, preferably four discs that are each glued into the books of the top panel. The rotating element 180 remains accessible through the opening 220 in the top panel 200 after placement of the top panel 200.
FIG. 18B illustreert een geëxplodeerde weergave van een samenbouw van de parasolvoet 140 volgens de tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding. De parasolvoet 140 isFIG. 18B illustrates an exploded view of an assembly of the parasol base 140 according to the second embodiment of the invention. The parasol base is 140
21 BE2023/5169 opgebouwd uit een bovenpaneel 210 waarin een opening 220 voorzien is, een draagstructuur 150 en gewichtsblokken 400 die in de draagstructuur 150 geplaatst zijn. De gewichtsblokken 400 kunnen zodanig geplaatst worden dat deze boven de bovenzijde van de behuizing 152 uitsteken. Op de draagstructuur 150 zijn twee in elkaar ingrijpende tussenblokken 300, 300’ geplaatst die, samen met het draaielement 180 door middel van bouten 17 verbonden zijn met de draagstructuur 150. Elke bout 17 grijpt in een tegenmoer 19 (slechts één getoond) die op haar beurt dubbel geborgd is door middel van een bout 317. Het bovenpaneel 210 rust, na plaatsing en bevestiging van het draaielement 180, de tussenblokken 300, 300’ en de gewichtsblokken 400, op de gewichtsblokken 400 en/of op de tussenblokken 300, 300’. Het draaielement 180 blijft na plaatsing van het bovenpaneel 210 door de opening 220 in het bovenpaneel 210 steeds bereikbaar. In tegenstelling tot het bovenpaneel 200 zoals getoond in FIG. 18A, is het bovenpaneel 210 zodanig uitgevoerd dat deze de gewichtsblokken 400, tussenblokken 300, 300’, het draaielement 180 en de draagstructuur 150 volledig omvat.21 BE2023/5169 consists of a top panel 210 in which an opening 220 is provided, a supporting structure 150 and weight blocks 400 that are placed in the supporting structure 150. The weight blocks 400 can be placed such that they protrude above the top of the housing 152. Two interlocking intermediate blocks 300, 300' are placed on the supporting structure 150, which, together with the rotating element 180, are connected to the supporting structure 150 by means of bolts 17. Each bolt 17 engages in a counter nut 19 (only one shown) that is mounted on its is double secured by means of a bolt 317. After placement and attachment of the rotating element 180, the intermediate blocks 300, 300' and the weight blocks 400, the top panel 210 rests on the weight blocks 400 and/or on the intermediate blocks 300, 300' . The rotating element 180 remains accessible through the opening 220 in the top panel 210 after placement of the top panel 210. Unlike the top panel 200 shown in FIG. 18A, the top panel 210 is designed such that it completely encompasses the weight blocks 400, intermediate blocks 300, 300', the rotating element 180 and the supporting structure 150.
Eén van de problemen die vastgesteld was bij het gebruik van draai-elementen zoals reeds gekend, was dat de draai-elementen bij gebruik van de parasol niet altijd soepel draaien.One of the problems that was identified when using rotating elements, as was already known, was that the rotating elements do not always rotate smoothly when using the parasol.
Cruciaal in het oplossen van dit probleem bleek dat er een zo min mogelijke afwijking mocht zijn tussen de positie van de eerste cirkelvormige gleuf 188, 188’ aan de ene zijde 195, 198 van de schijf 181, 182 en de positie van de tweede cirkelvormige gleuf 189, 189’ aan de andere zijde 196, 197 van de schijf 181, 182. Beide cirkelvormige gleuven 188, 189 en 188’, 189’ dienen parallel te liggen ten opzichte van elkaar.It turned out to be crucial in solving this problem that there should be as little deviation as possible between the position of the first circular slot 188, 188' on one side 195, 198 of the disk 181, 182 and the position of the second circular slot. 189, 189' on the other side 196, 197 of the disc 181, 182. Both circular slots 188, 189 and 188', 189' must lie parallel to each other.
Bijgevolg is hierin ook een werkwijze voorzien voor het vervaardigen van de eerste 181 en de tweede schijf 182 van het draai-element 180 van de parasolvoet 40, 140, waarbij werkwijze volgende stappen omvat; - het vastklemmen van de eerste schijf 181 in een draaibank; - het doen ronddraaien van de eerste schijf aan een minimaal toerental; - het infrezen van een eerste cirkelvormige gleuf 188 aan de ene zijde 195 van de eerste schijf 181 door middel van een beitel; - het infrezen van een tweede cirkelvormige gleuf 189 aan de andere zijde 196 van de eerste schijf 181 door middel van een beitel; - het stoppen van de draaibeweging van de eerste schijf 181 en het losmaken van de eerste schijf 181 uit de draaibank; - het vastklemmen van de tweede schijf 182 in de draaibank; - het doen ronddraaien van de tweede schijf 182 aan een minimaal toerental;Consequently, a method is also provided for manufacturing the first 181 and the second disk 182 of the rotating element 180 of the parasol base 40, 140, wherein the method comprises the following steps; - clamping the first disk 181 in a lathe; - rotating the first disc at a minimum speed; - milling a first circular slot 188 on one side 195 of the first disc 181 by means of a chisel; - milling a second circular slot 189 on the other side 196 of the first disc 181 by means of a chisel; - stopping the rotational movement of the first disk 181 and releasing the first disk 181 from the lathe; - clamping the second disk 182 in the lathe; - rotating the second disk 182 at a minimum speed;
22 BE2023/5169 - het infrezen van een eerste cirkelvormige gleuf 188’ aan de ene zijde 198 van de tweede schijf 182 door middel van een beitel; - het infrezen van een tweede cirkelvormige gleuf 189’ aan de andere zijde 197 van de tweede schijf 182 door middel van een beitel; en - het stoppen van de draaibeweging van de tweede schijf 182 en het losmaken van de tweede schijf 182 uit de draaibank.22 BE2023/5169 - milling a first circular slot 188' on one side 198 of the second disc 182 by means of a chisel; - milling a second circular slot 189' on the other side 197 of the second disc 182 by means of a chisel; and - stopping the rotational movement of the second disk 182 and releasing the second disk 182 from the lathe.
Het is duidelijk dat nog verdere varianten en combinaties van uitvoeringsvormen mogelijk zijn zonder de beschermingsomvang zoals bepaald door de conclusies te verlaten.It is clear that further variants and combinations of embodiments are possible without departing from the scope of protection as defined by the claims.
Claims (23)
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20235169A BE1030745B1 (en) | 2023-03-08 | 2023-03-08 | FOOT FOR A PARASOL |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20235169A BE1030745B1 (en) | 2023-03-08 | 2023-03-08 | FOOT FOR A PARASOL |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1030745B1 true BE1030745B1 (en) | 2024-02-23 |
Family
ID=85601624
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE20235169A BE1030745B1 (en) | 2023-03-08 | 2023-03-08 | FOOT FOR A PARASOL |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1030745B1 (en) |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US6889953B2 (en) * | 2002-09-19 | 2005-05-10 | Southern Sales & Marketing Group, Inc. | Umbrella stand |
| US20130134285A1 (en) * | 2011-11-28 | 2013-05-30 | Mtm International, Ltd. | Mobile base device |
| US20130146740A1 (en) * | 2011-12-13 | 2013-06-13 | Oliver Joen-An Ma | Shape retaining foldable umbrella base |
| US20200015557A1 (en) * | 2018-07-10 | 2020-01-16 | Zhejiang Yotrio Group Co., Ltd. | Sunshade and sunshade base thereof |
| US20200345114A1 (en) * | 2020-06-03 | 2020-11-05 | Linhai Meiyang Parasol Industry Co.,Ltd | Sunshade umbrella with hand-held portable rotatable base mechanism |
| CN216896649U (en) * | 2022-03-11 | 2022-07-05 | 临海市泰基工艺品有限公司 | Sunshade seat |
-
2023
- 2023-03-08 BE BE20235169A patent/BE1030745B1/en active IP Right Grant
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US6889953B2 (en) * | 2002-09-19 | 2005-05-10 | Southern Sales & Marketing Group, Inc. | Umbrella stand |
| US20130134285A1 (en) * | 2011-11-28 | 2013-05-30 | Mtm International, Ltd. | Mobile base device |
| US20130146740A1 (en) * | 2011-12-13 | 2013-06-13 | Oliver Joen-An Ma | Shape retaining foldable umbrella base |
| US20200015557A1 (en) * | 2018-07-10 | 2020-01-16 | Zhejiang Yotrio Group Co., Ltd. | Sunshade and sunshade base thereof |
| US20200345114A1 (en) * | 2020-06-03 | 2020-11-05 | Linhai Meiyang Parasol Industry Co.,Ltd | Sunshade umbrella with hand-held portable rotatable base mechanism |
| CN216896649U (en) * | 2022-03-11 | 2022-07-05 | 临海市泰基工艺品有限公司 | Sunshade seat |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US8091488B2 (en) | Flip top mechanism for table with nesting capabilities | |
| BE1030745B1 (en) | FOOT FOR A PARASOL | |
| AU2012280052B2 (en) | Retractable cover | |
| WO2014164677A1 (en) | Foldable frame for a portable canopy | |
| EP1948889B1 (en) | Telescopic post for a folding structure and one such structure | |
| US8695140B1 (en) | Portable ramp assembly | |
| CN201346028Y (en) | Folding stool | |
| WO2006101831A2 (en) | Bollard and accessories for use therewith | |
| US6925944B1 (en) | Multiple-use table | |
| KR200449760Y1 (en) | Foldable warning triangle for automobile | |
| US11549262B1 (en) | Heavy cycle grating system | |
| CN214576027U (en) | Rotary folding gallery frame | |
| CN215053254U (en) | Assembled well lid | |
| CN113622252B (en) | Assembled temporary pavement | |
| AU2007100458A4 (en) | Temporary fences or hoardings | |
| CN205370418U (en) | Multi -functional maintenance ladder convenient to remove | |
| CN211736649U (en) | Novel guardrail can be dismantled to road bridge engineering | |
| CN202608815U (en) | Rescue portable handcart | |
| CN103832312B (en) | The multiplex mobile store of electrodynamic type | |
| CN214035070U (en) | Concatenation formula rail for municipal works | |
| KR100700019B1 (en) | Safety grating | |
| CN212249458U (en) | Highway engineering construction rail guard device | |
| US8567475B2 (en) | Overhead gate systems | |
| CN206016212U (en) | A kind of locking plate pendulum lock fixed pattern operating board | |
| KR20070000813U (en) | Dining chair integrated into the dining table |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| FG | Patent granted |
Effective date: 20240223 |