BE1029721B1 - Lamellendak, terrasoverkapping omvattende hetzelfde, en een set onderdelen en een werkwijze voor het opbouwen daarvan - Google Patents
Lamellendak, terrasoverkapping omvattende hetzelfde, en een set onderdelen en een werkwijze voor het opbouwen daarvan Download PDFInfo
- Publication number
- BE1029721B1 BE1029721B1 BE20215684A BE202105684A BE1029721B1 BE 1029721 B1 BE1029721 B1 BE 1029721B1 BE 20215684 A BE20215684 A BE 20215684A BE 202105684 A BE202105684 A BE 202105684A BE 1029721 B1 BE1029721 B1 BE 1029721B1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- slat
- slats
- deflection
- weight element
- roof according
- Prior art date
Links
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B7/00—Roofs; Roof construction with regard to insulation
- E04B7/16—Roof structures with movable roof parts
- E04B7/163—Roof structures with movable roof parts characterised by a pivoting movement of the movable roof parts
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B7/00—Roofs; Roof construction with regard to insulation
- E04B7/16—Roof structures with movable roof parts
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F10/00—Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins
- E04F10/08—Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of a plurality of similar rigid parts, e.g. slabs, lamellae
- E04F10/10—Sunshades, e.g. Florentine blinds or jalousies; Outside screens; Awnings or baldachins of a plurality of similar rigid parts, e.g. slabs, lamellae collapsible or extensible; metallic Florentine blinds; awnings with movable parts such as louvres
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Electromagnetism (AREA)
- Building Environments (AREA)
- Specific Sealing Or Ventilating Devices For Doors And Windows (AREA)
- Building Awnings And Sunshades (AREA)
- Body Structure For Vehicles (AREA)
Abstract
Een lamellendak voor een terrasoverkapping. Het lamellendak is voorzien van een set onderling evenwijdige lamellen (7, 7'), waarbij twee aangrenzende lamellen een verschillende buigweerstand hebben. De stijvere lamel (7') is bedoeld voor het dragen, bv. het daaraan bevestigen of het daarin integreren, van één of meerdere gewenste componenten. Deze componenten oefenen dan een bijkomende belasting uit op de stijvere lamel zodat beide lamellen nagenoeg dezelfde doorbuiging hebben. Op deze manier kunnen functionele elementen worden bevestigd aan een lamel van het lamellendak zonder een lamel met afwijkende doorbuiging te bekomen.
Description
1 BE2021/5684
Lamellendak, terrasoverkapping omvattende hetzelfde, en een set onderdelen en een werkwijze voor het opbouwen daarvan
Technisch vakgebied
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een lamellendak. De onderhavige uitvinding heeft eveneens betrekking op set onderdelen en een werkwijze voor het opbouwen van een dergelijk lamellendak. De onderhavige uitvinding heeft verder betrekking op een terrasoverkapping omvattende een dergelijk lamellendak.
Stand der techniek
Lamellendaken worden doorgaans opgesteld om een buiten gelegen plaats af te schermen of juist vrij te maken. Zo worden dergelijke terrasoverkappingen vaak opgesteld bij woningen, restaurants, winkels, etc. om een buitenterras of dergelijke af te schermen van zonnestralen, neerslag en/of wind of juist om tijdelijk zonnestralen binnen te laten. Deze overkappingen kunnen bijvoorbeeld worden uitgevoerd onder de vorm van een luifel, een pergola, een veranda, een carport, een paviljoen, enz.
In de context van een lamellendak is er typisch sprake van vier oriëntaties (namelijk boven, onder, buiten en binnen) voor het kader van het lamellendak. Daarbij verwijst “boven” naar het gedeelte van het lamellendak dat georiënteerd is of zal zijn richting het bovenvlak (i.e. de hemel, e.g. de open lucht), “onder” naar het gedeelte van het lamellendak dat georiënteerd is of zal zijn richting het grondvlak (i.e. de aarde, e.g. de terrasvloer), “buiten” naar het gedeelte van het lamellendak dat georiënteerd is of zal zijn weg het dak (i.e. weg van de lamellen) en “pinnen” naar het gedeelte van de dakinrichting dat georiënteerd is of zal zijn naar de binnenzijde van het lamellendak (i.e. gericht naar de lamellen).
Een lamellendak omvat typisch een kader omvattende ten minste twee liggers die zich onderling evenwijdig uitstrekken en waaraan meerdere lamellen draaibaar verbonden zijn tussen een open stand en
D BE2021/5684 een gesloten stand. In de open stand is er een tussenruimte tussen de lamellen en in de gesloten stand vormen de lamellen samen een continue afdekking. Door de lamellen te roteren tussen deze standen kan lichtinval, stralingswarmte en ventilatie naar de ruimte onder de lamellen toe geregeld worden. Bijvoorbeeld, door het richten van de lamellen kan zon en/of wind afgeschermd of juist doorgelaten worden. Met andere woorden, het lamellendak doet dienst als bescherming tegen de zon, neerslag, wind, enz. voor een zich daaronder bevindende ruimte.
De lamellen kunnen daarnaast, in hun open stand, eventueel verschuifbaar in het lamellendak voorzien zijn, waarbij deze dan typisch verschuifbaar zijn tussen een stand waarbij ze verspreid over het lamellendak zijn opgesteld en een stand waarbij ze hoofdzakelijk aan één zijde van het lamellendak zijn opgesteld. Naast draaibare lamellen is het ook mogelijk om één of meerdere vaste lamellen op te nemen in het lamellendak. Met een vaste lamel wordt een lamel bedoeld die vast verbonden is met de liggers en dus niet draaibaar, noch verschuifbaar is.
Een probleem met een dergelijk lamellendak is de integratie of bevestiging van verschillende componenten in of aan lamellen die de doorbuiging van de lamellen beïnvloeden. Een voorbeeld van een dergelijke integratie is geopenbaard in WO 2021/048773 A1 waar een lamel geopenbaard is met daarin een geïntegreerd verwarmingselement.
Het is namelijk zo dat, door een bijkomend element in een lamel te integreren, er een extra gewicht is toegevoegd aan de lamel in vergelijking met de andere lamellen in het lamellendak. Het toevoegen van dit bijkomend gewicht heeft dan een invloed op de doorbuiging van de lamel en zorgt er typisch voor dat de lamel met geïntegreerde component een hogere doorbuiging heeft dan de aangrenzende lamellen.
Een verwant probleem met een dergelijk lamellendak is de vervaardigingstolerantie van de afzonderlijke lamellen. De toegelaten vervaardigingstolerantie omtrent aluminium extrusieprofielen (typisch is een lamel een uit aluminium of een legering daarvan geëxtrudeerd profiel)
3 BE2021/5684 is vastgelegd in NBN EN 12020-2:2017. De toegelaten vervaardigingstolerantie omtrent de rechtheid van een extrusieprofiel is een doorbuiging tot maximaal 3 mm voor een profiel met een lengte tussen en 6 m. Met andere woorden, de maximale vervaardigingstolerantie laat 5 toe dat er een doorbuigingsverschil is van 6 mm tussen aangrenzende lamellen. Daarenboven mag er zelfs nog gebruik gemaakt worden van hogere vervaardigingstoleranties bij profielen met een complexe vormgeving.
Onafhankelijk van de reden voor de verschillende doorbuiging (e.g. een geïntegreerde component of vervaardigingstolerantie) zijn deze verschillen, in het bijzonder in de gesloten stand van de lamellen, ongewenst. Vooreerst is dit visueel storend omdat de onderzijde van het gesloten lamellendak geen uniform vlak uitzicht heeft. Daarenboven heeft dit een negatieve invloed op de waterdichtheid van het lamellendak. De waterdichting tussen twee lamellen is typisch gebaseerd op het in elkaar haken en/of passen van delen van de aangrenzende lamellen. Dit in elkaar haken en/of passen wordt echter bemoeilijkt bij een te zeer verschillende doorbuiging.
Beschrijving van de uitvinding
Het is een doel van de onderhavige uitvinding om een lamellendak te voorzien waarbij een verschil in doorbuiging tussen aangrenzende lamellen geminimaliseerd kan worden bij de aanwezigheid van één of meerdere geïntegreerde componenten in één van beide aangrenzende lamellen.
Dit doel wordt gerealiseerd door een lamellendak voor een terrasoverkapping, waarbij het lamellendak voorzien is van een kader en een set onderling evenwijdige lamellen bevestigd aan het kader, waarbij de lamellen zich uitstrekken in een langsrichting, waarbij een eerste lamel van genoemde set lamellen een eerste buigweerstand heeft en een tweede lamel van genoemde set lamellen een tweede buigweerstand heeft
4 BE2021/5684 die kleiner is dan de eerste buigweerstand, welke eerste en tweede lamel aan elkaar grenzen, en waarbij de eerste lamel voorzien is van een bijkomende belasting zodanig dat een doorbuiging van de eerste lamel en de tweede lamel nagenoeg gelijk zijn.
De onderhavige uitvinding is gebaseerd op de vaststelling dat een stijvere lamel (i.e. de eerste lamel die een hogere buigweerstand heeft) een lagere doorbuiging heeft dan een minder-stijve lamel (i.e. de tweede lamel). De doorbuiging van een lamel is namelijk afhankelijk van, 0.a., de vormgeving en het materiaal van de lamel. In het bijzonder is de doorbuiging omgekeerd evenredig met het traagheidsmoment van de dwarsdoorsnede van de lamel en met de elasticiteitsmodules van het materiaal waarvan de lamel is vervaardigd. De huidige uitvinders hebben gerealiseerd dat een stijve lamel gebruikt kan worden voor het dragen (e.g. geïntegreerd daarin of daaraan bevestigd) van één of meerdere gewenste componenten op een zodanige manier dat deze componenten dan een bijkomende belasting uitoefenen op de stijvere lamel zodat de eerste lamel en de tweede lamel nagenoeg dezelfde doorbuiging hebben. Met andere woorden, door de eerste lamel bewust stijver te maken dan de tweede lamel, kan een bijkomende belasting worden aangebracht op de eerste lamel om op die manier een nagenoeg gelijke doorbuiging te bekomen bij elk van de lamellen. Op deze manier kunnen functionele elementen worden bevestigd aan een lamel van het lamellendak zonder een lamel met afwijkende doorbuiging te bekomen.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding is de bijkomende belasting gevormd door een functionele component en/of een gewichtselement, waarbij de functionele component geselecteerd is uit een veelheid van onderling verschillende functionele componenten.
Het gewichtselement is voordelig ter compensatie van de verschillende belasting uitgeoefend door elk van de onderling verschillende functionele componenten. Met andere woorden, een eindgebruiker heeft de keuze om één of meerdere uit een vooraf bepaalde set onderling verschillende functionele componenten te selecteren voor zijn lamellendak. Afhankelijk van de keuze van de gebruiker wordt dan bijkomend nog een gewichtselement toegevoegd zodat de totale belasting (ie. de som van de belasting van de gekozen functionele componenten en 5 het gewichtselement) voldoende is om de gewenste doorbuiging te bekomen van de stijvere (ie. eerste) lamel. Tevens is een gewichtselement niet noodzakelijk. Er is namelijk een maximale belasting die kan worden gedragen door de eerste lamel, welke afhankelijk is van hoeveel stijver deze lamel is. Indien de gebruiker functionele componenten selecteert die samen de maximale belasting uitoefenen is er geen bijkomend gewichtselement nodig. De omgekeerde situatie, nl. enkel een gewichtselement, is ook mogelijk. Dit bijvoorbeeld indien de gebruiker op dit moment geen functionele componenten wenst, maar dat hij wel de optie wenst om deze later toe te voegen en dus toch reeds een stijvere lamel meeneemt in het lamellendak.
In een eerste alternatieve uitvoeringsvorm heeft het gewichtselement een massa dat afhankelijk is van een massa van de functionele component, waarbij, bij voorkeur, de som van de massa's van het gewichtselement en de functionele component constant is. Bij voorkeur heeft het gewichtselement een vaste plaatsing in de lamel die onafhankelijk is van de massa van de functionele component. Deze plaatsing is bij verdere voorkeur nagenoeg in het midden van de lamel gezien in de langsrichting.
Deze eerste alternatieve uitvoeringsvorm maakt gebruik van een variabel gewichtselement afhankelijk van het gewicht van de door de eindgebruiker gekozen functionele componenten. Op die manier varieert de door het gewichtselement uitgeoefende belasting ter aanvulling van de door de gekozen functionele componenten uitgeoefende belasting om op die manier samen de gewenste belasting uit te oefenen om de stijve lamel éénzelfde doorbuiging te geven als de minder stijve lamel. Bij voorkeur is de totale massa van het gewichtselement en de gekozen functionele
6 BE2021/5684 componenten constant. Dit is voordelig aangezien de totale massa een rechtstreekse invloed heeft op de belasting zodat een constante massa dus eenvoudiger aanleiding geeft tot de gewenste constante belasting. Bij voorkeur is de plaatsing van het gewichtselement vast. Dit laat toe om voorafbepaalde bevestigingselementen te voorzien binnenin de lamel voor het houden van het gewichtselement. Deze plaatsing is bij voorkeur in het zwaartepunt van de lamel zodat torsiekrachten worden vermeden of minstens verlaagd. Eveneens kunnen torsiekrachten worden vermeden of minstens verlaagd door het voorzien van twee (of meer) gewichtselementen die zich op nagenoeg dezelfde afstand bevinden van het zwaartepunt in de dwarse richting van de lamel.
In een tweede alternatieve uitvoeringsvorm heeft het gewichtselement een plaatsing in de langsrichting van de lamel die afhankelijk is van een massa van de functionele component. Bij voorkeur heeft het gewichtselement een vaste massa die onafhankelijk is van de massa van de functionele component. Bij voorkeur zijn verplaatsingsmiddelen voorzien voor het verplaatsen van het gewichtselement ten opzichte van de lamel in de langsrichting van de lamel. Alternatief kan de eerste lamel voorzien zijn van een wegneembaar deel (bv. een wegneembare bovenwand) die toelaat om vanaf de bovenzijde van de lamel het gewichtselement te verplaatsen. Bij voorkeur is de plaatsing van het gewichtselement in de breedterichting vast en bij voorkeur in het zwaartepunt van de lamel zodat torsiekrachten worden vermeden of minstens verlaagd. Eveneens kunnen torsiekrachten worden vermeden of minstens verlaagd door het voorzien van twee (of meer) gewichtselementen die zich op nagenoeg dezelfde afstand bevinden van het zwaartepunt in de dwarse richting van de lamel.
Deze tweede alternatieve uitvoeringsvorm maakt gebruik van een variabel gepositioneerd gewichtselement afhankelijk van het gewicht van de door de eindgebruiker gekozen functionele componenten. Meer specifiek, hoe hoger de massa van de gekozen functionele componenten,
7 BE2021/5684 hoe minder centraal het gewichtselement geplaatst dient te worden in de langsrichting van de lamel. Het gebruik van een gewichtselement met een vaste massa is voordelig omdat dan slechts één element dient te worden voorzien. Het voorzien van gewichtselement-verplaatsingsmiddelen is voordelig voor het juist positioneren van het gewichtselement en voorkomt dat deze met de hand dienen te worden geschoven in een lamel die een lengte van 2 tot meer dan 5 m kan hebben.
Kort samengevat zorgen beide alternatieve uitvoeringsvormen voor de gewenste belasting voor het verkrijgen van de gewenste doorbuiging.
De eerste uitvoeringsvorm doet dit door de belasting te variëren via de massa van het gewichtselement dat zich op een vaste plaats bevindt. De tweede uitvoeringsvorm doet dit door de belasting te variëren door een constante massa gewichtselement te voorzien maar de plaats langsheen de lamel te variëren. De tweede uitvoeringsvorm heeft als bijkomend voordeel dat de regeling van de doorbuiging van de stijve lamel nauwkeurig kan worden gedaan omdat de positie typisch nagenoeg continu kan worden aangepast, terwijl het toevoegen en/of wegnemen van gewicht (i.e. de eerste uitvoeringsvorm) in discrete stappen gebeurt.
In een voordelige uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding is het gewichtselement verwijderbaar bevestigd aan de lamel. Dit laat toe om het gewichtselement later weer te verwijderen. Dit is voordelig naar eventuele herstellingen toe, maar is vooral nuttig indien de eindgebruiker zijn gekozen functionele componenten wenst te wijzigen.
In een voordelige uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding is de eerste lamel voorzien van een holte, waarbij het gewichtselement zich in genoemde holte bevindt. Op die manier is het gewichtselement beschermd tegen weersinvloeden en tevens van het zicht onttrokken.
In een voordelige uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding bevindt het gewichtselement zich nagenoeg in het zwaartepunt van de lamel gezien in een breedterichting van de lamel. Dit vermijdt of verlaagt torsiekrachten op de lamel omheen de rotatie-as. Eveneens kunnen
8 BE2021/5684 torsiekrachten worden vermeden of minstens verlaagd door het voorzien van twee (of meer) gewichtselementen die zich op nagenoeg dezelfde afstand bevinden van het zwaartepunt in de dwarse richting van de lamel.
Met andere woorden, het gewichtselement is bij voorkeur gelijk verdeeld ten opzichte van het zwaartepunt in de breedterichting van de lamel.
In een voordelige uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat de functionele component één of meerdere van: een verwarmingselement, verlichting, zoals ledverlichting, een audio-element, zoals een luidspreker, een beeldvormingselement, zoals een scherm en/of een projector, communicatiemiddelen, zoals bluetooth of wifi, een sensor, zoals een regensensor, windsensor, of een lichtinvalsensor, een stroomopwekkend middel, zoals een zonnecel, een ventilatie-element, zoals een ventilator. Dit vergroot de beschikbare opties die een eindgebruiker kan toepassen in zijn lamellendak.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding bedraagt een verschil in doorbuiging tussen de eerste en de tweede lamel ten hoogste 10 mm, bij voorkeur ten hoogste 6 mm, meer bij voorkeur ten hoogste 4 mm bedraagt en meest bij voorkeur ten hoogste 2 mm, waarbij de doorbuiging in het bijzonder gemeten wordt nagenoeg in het midden van de lamel gezien in de langsrichting. Hoe lager dit verschil, hoe eenvoudiger het is om het lamellendak waterdicht te krijgen in zijn gesloten stand en hoe strakker het uitzicht van de onderzijde van het lamellendak.
In een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding heeft de eerste lamel een eerste traagheidsmoment en de tweede lamel een tweede traagheidsmoment, waarbij het eerste traagheidsmoment ten minste 25%, bij voorkeur ten minste 75% en meer bij voorkeur ten minste 100%, meer bedraagt dan het tweede traagheidsmoment.
Het verhogen van het traagheidsmoment is een manier om de buigweerstand van een lamel te verhogen aangezien de doorbuiging typisch omgekeerd evenredig is met het traagheidsmoment. Het is gebleken dat een verhoogd traagheidsmoment van ten minste 25% toelaat
9 BE2021/5684 om de doorbuiging van de eerste lamel met bijkomende belasting nagenoeg gelijk te krijgen aan deze van de twee lamel. Natuurlijk zijn er nog andere manieren om de buigweerstand van de eerste lamel te verhogen, zoals de materiaalkeuze, in het bijzonder een materiaal met een hogere elasticiteitsmodulus te gebruiken, of door de eigenbelasting van de eerste lamel te verlagen.
Het is verder een doel van de onderhavige uitvinding om een lamellendak te voorzien waarbij een verschil in doorbuiging tussen aangrenzende lamellen geminimaliseerd kan worden bij de aanwezigheid van vervaardigingstoleranties.
Dit verder doel wordt gerealiseerd door een lamellendak voor een terrasoverkapping, waarbij het lamellendak voorzien is van een kader en een set onderling evenwijdige lamellen bevestigd aan het kader, waarbij de lamellen zich uitstrekken in een langsrichting en waarbij elke lamel een doorbuiging heeft en waarbij elke lamel (of elke lamel behalve degene met de hoogste doorbuiging) voorzien is van een bijkomende belasting zodanig dat de doorbuiging van elke lamel nagenoeg gelijk is.
Door in elke lamel een bijkomende belasting toe te voegen is het mogelijk om elke lamel te laten doorbuigen tot deze nagenoeg gelijk is aan de meest doorgebogen lamel (i.e. de lamel met de hoogste doorbuiging).
Op die manier kunnen vervaardigingstoleranties worden opgevangen zonder dat er noodzaak is om vervaardigde lamellen in het afval te gooien.
De bijkomende belasting kan worden gevormd door een gewichtselement met een vaste of een variabele massa en met een vaste of variabele plaatsing zoals hierboven reeds beschreven voor de alternatieve uitvoeringsvormen.
In een Uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding bedraagt een verschil in doorbuiging tussen aangrenzende lamellen ten hoogste 10 mm, bij voorkeur ten hoogste 6 mm, meer bij voorkeur ten hoogste 4 mm bedraagt en meest bij voorkeur ten hoogste 2 mm, waarbij de doorbuiging in het bijzonder gemeten wordt nagenoeg in het midden van de lamel
10 BE2021/5684 gezien in de langsrichting. Hoe lager dit verschil, hoe eenvoudiger het is om het lamellendak waterdicht te krijgen in zijn gesloten stand en hoe strakker het uitzicht van de onderzijde van het lamellendak.
De hierboven beschreven voordelen worden tevens bereikt met een terrasoverkapping omvattende een lamellendak zoals hierboven beschreven.
De hierboven beschreven voordelen worden tevens bereikt met een set onderdelen voor het opbouwen van een lamellendak zoals hierboven beschreven, waarbij de set het kader, de set lamellen en een bijkomende belasting die gevormd is door één of meerdere uit een veelheid van onderling verschillende functionele componenten en/of een gewichtselement omvat.
De hierboven beschreven voordelen worden tevens bereikt met een werkwijze voor het opbouwen van een lamellendak zoals hierboven beschreven, de werkwijze omvattende: het voorzien van de hierboven beschreven set onderdelen; het plaatsen van de één of meerdere functionele componenten in de eerste lamel; het plaatsen van het gewichtselement in de eerste lamel; en het plaatsen van de set lamellen in het kader.
Korte beschrijving van de tekeningen
De uitvinding zal hierna verder in detail worden verklaard aan de hand van de volgende beschrijving en van de bijgevoegde tekeningen.
Figuur 1 toont een schematisch beeld van een overkapping.
Figuur 2 toont een uitvoering van de overkapping in meer detail.
Figuren 3A en 3B tonen een perspectief-aanzicht van de bovenzijde, respectievelijk onderzijde, van een lamellendak niet volgens de uitvinding waarbij een bijkomende belasting wordt uitgeoefend op de centrale lamel.
Figuren 4A en 4B tonen een doorsnede doorheen vlakken A en B aangeduid in figuur 3A.
11 BE2021/5684
Figuren 5A en 5B tonen een perspectief-aanzicht van de bovenzijde, respectievelijk onderzijde, van een eerste uitvoering van een lamellendak volgens de onderhavige uitvinding.
Figuren 6A en 6B tonen een doorsnede doorheen vlakken A en B aangeduid in figuur BA.
Figuren 7A en 7B tonen een perspectief-aanzicht van de bovenzijde, respectievelijk onderzijde, van een tweede uitvoering van een lamellendak volgens de onderhavige uitvinding.
Figuren 8A en 8B tonen een doorsnede doorheen vlakken À en B aangeduid in figuur 7.
Figuur 9 toont éénzelfde doorsnede als figuren 6B en 8B waarbij er geen bijkomende belasting wordt uitgeoefend op de centrale lamel.
Uitvoeringsvormen van de uitvinding
De onderhavige uitvinding zal hierna beschreven worden aan de hand van welbepaalde uitvoeringsvormen en onder verwijzing naar bepaalde tekeningen, doch de uitvinding is daar niet toe beperkt en wordt enkel gedefinieerd door de conclusies. De hier weergegeven tekeningen zijn enkel schematische weergaven en zijn niet beperkend. In de tekeningen kunnen de afmetingen van bepaalde onderdelen vergroot zijn weergegeven, wat betekent dat de onderdelen in kwestie dus niet op schaal zijn weergegeven, en dit enkel voor illustratieve doeleinden. De afmetingen en de relatieve afmetingen komen niet noodzakelijkerwijze overeen met de werkelijke praktijkuitvoeringen van de uitvinding.
Daarenboven worden termen zoals “eerste”, “tweede”, “derde”, en dergelijke in de beschrijving en in de conclusies gebruikt om een onderscheid te maken tussen gelijkaardige elementen en niet noodzakelijkerwijze om een sequentiële of chronologische volgorde aan te geven. De termen in kwestie zijn onderling verwisselbaar in de daarvoor geschikte omstandigheden, en de uitvoeringsvormen van de uitvinding kunnen in andere volgorden werken dan deze die hier worden beschreven
12 BE2021/5684 of geïllustreerd.
Bovendien worden termen zoals “top”, “bodem”, “boven”, “onder”, en dergelijke in de beschrijving en in de conclusies gebruikt voor beschrijvende doeleinden. De aldus gebruikte termen zijn onderling verwisselbaar in de daarvoor geschikte omstandigheden, en de uitvoeringsvormen van de uitvinding kunnen in andere oriëntaties werken dan deze die hier worden beschreven of geïllustreerd.
De term “omvattende” en afgeleide termen, zoals die gebruikt worden in de conclusies, moet of moeten niet geïnterpreteerd worden als beperkt zijnde tot de middelen die telkens daarna vermeld worden; de term sluit andere elementen of stappen niet uit. De term moet geïnterpreteerd worden als een specificatie van de vermelde eigenschappen, gehele getallen, stappen, of componenten waarnaar wordt verwezen, zonder dat evenwel de aanwezigheid of het toevoegen wordt uitgesloten van een of meer bijkomende eigenschappen, gehele getallen, stappen, of componenten, of groepen daarvan. De reikwijdte van een uitdrukking zoals “een inrichting omvattende de middelen A en B” is dan ook niet enkel beperkt tot inrichtingen die zuiver bestaan uit componenten A en B. Wat er daarentegen bedoeld wordt, is dat, voor wat betreft de onderhavige uitvinding, de enige relevante componenten A en B zijn.
De term “nagenoeg” omvat variaties van +/- 10% of minder, bij voorkeur +/-5% of minder, meer bij voorkeur +/-1% of minder, en meer nog bij voorkeur +/-0.1% of minder, van de gespecificeerde toestand, in zo ver de variaties van toepassing zijn om te functioneren in de onderhavige uitvinding. Het dient te worden verstaan dat de term “nagenoeg A” bedoeld is om ook “A” te omvatten.
Figuur 1 illustreert een overkapping 1 voor een grondoppervlak, bijvoorbeeld een terras of tuin. De overkapping omvat een veelheid aan kolommen 2 die verschillende liggers 3, 4, 5 ondersteunen. De kolommen en liggers vormen samen kaders waaraan wandinvullingen 6 en/of dakbedekkingen 7 kunnen worden bevestigd zoals hierna beschreven. De
13 BE2021/5684 overkapping 1 omvat drie types liggers 3, 4, 5, namelijk: een ligger 3 die aan de buitenzijde van de overkapping 1 dienst doet als externe pivotbalk 3; een ligger 4 die centraal in de overkapping 1 dienst doet als centrale pivotbalk 4; en een ligger 5 die dienst doet als spanbalk 5. Het zal ook worden geapprecieerd dat de liggers 3, 4, 5 aan andere structuren, bijvoorbeeld een muur of gevel, kunnen worden bevestigd in plaats van uitsluitend steunend op kolommen 2 zoals getoond in figuur 1. Op een dergelijke manier kan de overkapping 1 algemeen ingezet worden voor het afschermen van een buitenruimte, alsook voor een binnenruimte.
De overkapping 1 getoond in figuur 2 omvat vier steunkolommen 2 die een kader, ook dakkader genoemd, ondersteunen. Het kader is gevormd uit twee externe pivotbalken 3 en twee spanbalken 5 waartussen een dakbedekking 7 is voorzien. Tussen twee steunkolommen 2 en een pivotbalk 3 of spanbalk 5 kan optioneel een wandinvulling 6 worden voorzien.
Wandinvullingen 6 zijn typisch bedoeld om openingen onder de overkapping 1 tussen de kolommen 2 af te schermen. De wandinvullingen 6 kunnen vast opgesteld of verplaatsbaar zijn. Verplaatsbare zijwanden omvatten, bijvoorbeeld, op- en afrolbare schermen en/of wandelementen die verschuifbaar opgesteld zijn ten opzichte van elkaar, etc. Vast opgestelde zijwanden kunnen vervaardigd worden uit verschillende materialen, zoals kunststof, glas, metaal, textiel, hout, etc. Combinaties van verschillende wandinvullingen 6 zijn eveneens mogelijk. Figuur 2 illustreert een wandinvulling in de vorm van een op- en afrolbaar scherm 6. Het scherm 6 strekt zich uit tussen twee aangrenzende kolommen 2 en is afrolbaar vanuit de externe pivotbalk 3. Het scherm 6 doet voornamelijk dienst als wind- en/of zonnescherm.
In een uitvoeringsvorm wordt de dakbedekking 7 gevormd door lamellen die aan hun kopse uiteinden draaibaar bevestigd zijn aan de pivotbalken 3. De lamellen zijn draaibaar tussen een open stand en een gesloten stand. In de open stand bevindt er zich een tussenruimte tussen
14 BE2021/5684 de lamellen waardoorheen bijvoorbeeld lucht de onderliggende ruimte kan binnengebracht worden of deze onderliggende ruimte kan verlaten. In de gesloten stand vormen de lamellen een gesloten afdak waarmee de onderliggende ruimte kan afgeschermd worden van bijvoorbeeld wind en/of neerslag, zoals regen, hagel of sneeuw. Naar afvoer van neerslag toe zijn de lamellen typisch schuin aflopend opgesteld naar één van beide pivotbalken 3 toe. Daarenboven is tevens mogelijk dat één of meerdere van de lamellen vast (i.e. niet draaibaar) bevestigd zijn aan de pivotbalken 3. Figuur 2 illustreert de gesloten stand waarbij de lamellen 7 samen een nagenoeg continue afdekking vormen. In de open stand (niet getoond) is er een tussenruimte aanwezig tussen de lamellen 7.
Zoals hierin verder gebruikt, wordt met de term “langse richting van het lamellendak” de richting waarlangs de liggers 3 zich uitstrekken bedoeld zoals aangegeven met pijl 8 in figuur 2.
Zoals hierin verder gebruikt, wordt met de term “dwarse richting van het lamellendak” de richting waarlangs de lamellen 7 zich uitstrekken bedoeld zoals aangegeven met pijl 9 in figuur 2. De langse richting en de dwarse richting van het lamellendak staan nagenoeg loodrecht op elkaar.
Zoals hierin verder gebruikt, wordt met de term “langse richting van een lamel” de richting waarlangs de lamellen 7 zich uitstrekken bedoeld zoals aangegeven met pijl 36 in figuur 3A.
Zoals hierin verder gebruikt, wordt met de term “dwarse richting van een lamel” de richting bedoeld die nagenoeg loodrecht staat op de langse richting van een lamel zoals aangegeven met pijl 37 in figuur 3A.
De lamellen zijn typisch vervaardigd uit een rigide materiaal. Dit kan bijvoorbeeld aluminium zijn. Aluminium heeft veel voordelen als materiaal, het is namelijk tegelijk robuust en licht, goed bestand tegen slechte weersomstandigheden en vereist weinig onderhoud. Andere materialen zijn echter ook geschikt en de voor- of nadelen ervan zijn verondersteld gekend te zijn door de vakman. Een lamel kan met behulp van verschillende technieken geproduceerd worden afhankelijk van het
15 BE2021/5684 materiaal, waaronder extruderen, frezen, zetten, gieten, lassen, enzovoort.
De gepaste productietechniek wordt verondersteld gekend te zijn door de vakman. Bij voorkeur worden de lamellen vervaardigd door middel van een extrusieproces. Eventueel kunnen opvulelementen uit bijvoorbeeld polycarbonaat, glas, hout, enz. gebruikt worden om de holle lamellen ten minste gedeeltelijk op te vullen, bijvoorbeeld om een ander uitzicht van de lamel te bekomen, in het bijzonder indien de lamel vervaardigd is uit een doorzichtig materiaal, zoals glas.
Door de lamellen 7 te roteren tussen de open stand en de gesloten stand kan lichtinval, stralingswarmte en ventilatie naar de ruimte onder de lamellen toe geregeld worden. In de open stand bevindt er zich een tussenruimte tussen de lamellen 7 waardoorheen bijvoorbeeld lucht de onderliggende ruimte kan binnengebracht worden of deze onderliggende ruimte kan verlaten. In de gesloten stand vormen de lamellen 7 een gesloten afdak waarmee de onderliggende ruimte kan afgeschermd worden van bijvoorbeeld wind en/of neerslag, zoals regen, hagel of sneeuw. Naar afvoer van neerslag toe zijn de lamellen 7 typisch schuin aflopend opgesteld naar één van beide pivotbalken 3 toe.
Details omtrent de bevestiging van een lamel 7 aan de pivotbalken 3 zijn voor een vakman bekend. Details kunnen bijvoorbeeld gevonden worden in octrooiaanvraag BE 2016/5365. De bevestiging maakt typisch gebruikt van een as die doorheen de lamel 7 loopt en aansluit op een eindstuk voorzien van een lamelas die aangrijpt op een opening in de pivotbalken 5, welke opening typisch voorzien is van een lager. Het zal duidelijk zijn dat andere verbindingen, bijvoorbeeld zonder eindstuk waarbij de lamelas dan direct op de lamel aanwezig is, ook mogelijk zijn.
Met betrekking tot de figuren zal elke verwijzing naar een oriëntatie van de liggers geïnterpreteerd worden met referentie tot de stand bij montage in de terrasoverkapping. Op die manier is sprake van vier oriëntaties, namelijk boven, onder, buiten en binnen. Daarbij verwijst “boven” naar het gedeelte van de ligger dat georiënteerd is of zal zijn
16 BE2021/5684 richting het bovenvlak (de hemel, e.g. de open lucht), “onder” naar het gedeelte van de ligger dat georiënteerd is of zal zijn richting het grondvlak (de aarde, e.g. de terrasvloer), “buiten” naar het gedeelte van de ligger dat georiënteerd is of zal zijn weg het dak, i.e. weg van de dakinvulling en “binnen” naar het gedeelte van de ligger dat georiënteerd is of zal zijn naar de binnenzijde van het dak, i.e. gericht naar de dakinvulling.
De onderhavige betrekking heeft algemeen betrekking op de doorbuiging van de lamellen 7 en op manieren om te zorgen dat de doorbuiging tussen aangrenzende lamellen 7, in het bijzonder in de gesloten stand van de lamellen, nagenoeg dezelfde is. Het is vandaar instructief om een aantal concepten te introduceren.
Algemeen wordt elke lamel 7 aangebracht in het dakkader volgens het principe van dubbele oplegging. Met andere woorden, elke lamel 7 is aan zijn beide uiteinden verbonden met het dakkader. Dit kan een vast of een verplaatsbare, in het bijzonder draaibare, bevestiging zijn. De lengte
L van een lamel 7 is gedefinieerd als de afstand tussen zijn uiteinden gezien in de langse richting 36 van de lamel 7.
Op een lamel 7 zijn er verschillende types belastingen mogelijk. Ten eerste is er de belasting als gevolg van het gewicht van de lamel 7. Een dergelijke belasting heeft een doorbuiging f tot gevolg die berekend kan worden via: f= 5*(Q *L* 384 * E * waarbij Q de gelijkmatig verdeelde belasting is als gevolg van het gewicht uitgedrukt in N/mm, E de elasticiteitsmodulus is van het materiaal waaruit de lamel vervaardig is (bv. 70 GPa voor aluminium) en 7 het traagheidsmoment is van de lamel die bepaald is door de vormgeving van de lamel, in het bijzonder door de vorm van de dwarsdoorsnede. De vakman is vertrouwd met manieren om het traagheidsmoment te berekenen. Het product van E*I wordt ook aangeduid als de buigweerstand.
17 BE2021/5684
Een volgend type belasting is een puntbelasting in het midden van de lamel 7 gezien in zijn langse richting. Een dergelijke belasting heeft een doorbuiging f tot gevolg die berekend kan worden via:
P x LS “785551 waarbij P de puntbelasting is uitgedrukt in N. Andere locaties voor de puntbelasting (bv. niet in het midden van de lamel) zijn ook mogelijk en de vakman wordt verondersteld in staat te zijn om de doorbuiging f als gevolg daarvan te berekenen.
De onderhavige uitvinding heeft tot doel om een lamellendak te voorzien waarbij een verschil in doorbuiging tussen aangrenzende lamellen geminimaliseerd kan worden bij de aanwezigheid van één of meerdere geïntegreerde en/of bevestigde componenten in en/of aan één van beide aangrenzende lamellen. In de figuren 3A tot 9 worden telkens drie aangrenzende lamellen 7 getoond. Hierbij is telkens de centrale lamel waarop een bijkomende belasting wordt uitgeoefende door de hierboven vermelde geïntegreerde en/of bevestigde componenten. Voor de duidelijkheid zal de te belasten lamel aangeduid worden met referentiecijfer 7’ om te onderscheiden van de rest van de lamellen 7. Het dient duidelijk te zijn dat de lamel 7’ zowel een vast opgestelde lamel kan zijn ofwel een draaibaar bevestigde lamel.
Figuren 3A tot 4B illustreren de problemen die optreden bij het integreren en/of bevestigen van bijkomende componenten in een lamel 7.
In figuren 3A tot en met 4B zijn elk van de lamellen 7, 7’ identiek aan elkaar.
Door het integreren en/of bevestigen van één of meerdere componenten aan lamel 7’ is deze lamel 7’ onderhevig aan een bijkomende puntbelasting. Door deze bijkomende puntbelasting is er tevens een bijkomende doorbuiging (bijkomend aan de normale doorbuiging ten gevolge van het eigen gewicht) van de centrale lamel 7’ waardoor de centrale lamel 7’ meer doorbuigt dan de aangrenzende lamellen 7. Dit is aangeduid in figuur 3B met referentiecijfer 11 en is ook duidelijk getoond
18 BE2021/5684 in figuur 4B waar de centrale lamel 7’ duidelijk lager is dan de aangrenzende lamellen 7. Zoals getoond in figuren 3A tot 4B is het probleem van doorbuiging het best zichtbaar in het midden van de lamel 7’ in zijn langse richting 36 terwijl er nabij de uiteinden van de lamel 7” typisch geen verschillende doorbuiging zichtbaar is.
De huidige uitvinding zoals getoond in figuren SA tot 9 is gebaseerd op het voorzien van een stijvere lamel 7’ in vergelijking met de aangrenzende lamellen 7. De hogere buigweerstand van lamel 7’ kan bereikt worden op verschillende manieren, bv. een aangepast vormgeving zodat het traagheidsmoment verhoogt en/of een andere materiaalkeuze met een hogere elasticiteitsmodulus en/of een aangepast, in het bijzonder lager, gewicht zodanig dat de doorbuiging door de eigen belasting lager is.
Door de hogere buigweerstand van lamel 7' zal deze lamel, zonder bijkomende belasting, minder doorbuigen dan de aangrenzende lamellen 7 zoals getoond in figuur 9. In deze uitvoering is de hogere buigweerstand van lamel 7’ deels het gevolg van zijn gewijzigde vormgeving.
Ter illustratie, in een specifiek voorbeeld zijn zowel de stijve lamel 7’ als de gewone lamellen 7 vervaardigd uit aluminium met een elasticiteitsmodulus van 70 GPa. De gewone lamel 7 heeft een traagheidsmoment van 385000 mm* en een gewicht van 3,1 kg/m. De stijve lamel 7’ heeft een traagheidsmoment van 850000 mm“ en een gewicht van 5 kg/m. Beide lamellen 7, 7’ zijn in dit voorbeeld 4,4 m lang.
Op die manier heeft de gewone lamel 7 een theoretische doorbuiging (in het midden van de lamel) van 5,51 mm, terwijl de stijve lamel 7’ een theoretische doorbuiging heeft van 4,02 mm.
De onderhavige uitvinding is verder gebaseerd op het bijkomend belasten van de stijve lamel 7’ zodat de doorbuiging van de stijve lamel 7’ nagenoeg dezelfde is als deze van de aangrenzende lamellen 7. Deze bijkomende belasting bestaat typisch uit een som van twee groepen belasting, namelijk één of meerdere puntbelastingen ten gevolge van de integratie van functionele componenten in de lamel 7’ en één of meerdere
19 BE2021/5684 puntbelastingen ten gevolge van het aanbrengen van een niet-functioneel gewicht. Aangezien de lamel 7’ een voorafbepaalde buigweerstand heeft, is er een maximale theoretische belasting die zorgt dat de lamel 7’ dezelfde doorbuiging heeft als de aangrenzende lamellen 7. Het idee is dat de som van de twee groepen belasting samen tot gevolg de maximale theoretische belasting bekomen.
Meer specifiek heeft een eindgebruiker de keuze om één of meerdere uit een vooraf bepaalde set onderling verschillende functionele componenten te selecteren voor zijn lamellendak. Elke component heeft zijn eigen gewicht en plaatsing in of aan de lamel 7’ en oefent derhalve een bijkomende puntbelasting uit die voor een bijkomende doorbuiging van de lamel 7’ zorgt. Indien deze belasting/doorbuiging nog lager is dan gewenst wordt een bijkomend een niet-functioneel gewicht 10 aangebracht in de lamel 7’. Een gewichtselement 10 is niet noodzakelijk, indien de gebruiker functionele componenten selecteert die samen de maximale belasting uitoefenen. De omgekeerde situatie, nl. enkel een gewichtselement 10, is ook mogelijk. Dit bijvoorbeeld indien de eindgebruiker op dit moment geen functionele componenten wenst, maar dat hij wel de optie wenst om deze later toe te voegen en dus toch reeds een stijvere lamel 7’ meeneemt in het lamellendak.
Een aantal mogelijk functionele componenten zijn: een verwarmingselement, verlichting, zoals ledverlichting, een audio-element, zoals een luidspreker, een beeldvormingselement, zoals een scherm en/of een projector, communicatiemiddelen, zoals bluetooth of wifi, een sensor, zoals een regensensor, windsensor, of een lichtinvalsensor, een stroomopwekkend middel, zoals een zonnecel, een ventilatie-element, zoals een ventilator, etc.
Figuren SA tot 8B illustreren twee verschillende uitvoeringsvormen om een gewichtselement 10 te plaatsen in de lamel 7’ voor het bekomen van de gewenste doorbuiging.
In de uitvoeringsvorm van figuren 5A tot 6B wordt gebruik gemaakt
20 BE2021/5684 van een gewichtselement 10 met een vaste plaatsing in de lamel 7’ maar met een variabele massa. De plaatsing is bij voorkeur centraal in de lamel 7’ en dit bij voorkeur in de langse richting 36 en/of in het zwaartepunt in de dwarse richting 37 of gelijkmatig verdeeld op een nagenoeg gelijke afstand van het zwaartepunt in dwarse richting 37. In de langse richting 36 is dit voordelig omdat de invloed op de doorbuiging dan maximaal is en in de dwarse richting 37 is dit voordelig voor het vermijden van torsie-effecten op de lamel 7’. Door meer of minder massa toe te voegen aan het gewichtselement 10 verhoogt of verlaagt de doorbuiging. Met andere woorden, afhankelijk van de door de eindgebruiker gekozen functionele componenten, wordt er meer of minder massa toegevoegd aan het gewichtselement 10 tot de gewenste doorbuiging wordt bekomen.
In de uitvoeringsvorm van figuren 7A tot 8B wordt gebruik gemaakt van twee gewichtselementen 10 met een variabele plaatsing in de langse richting 36 in de lamel 7’ maar met een vaste massa. In de dwarse richting 37 zijn de gewichtselementen 10 bij voorkeur nagenoeg in het zwaartepunt geplaatst of nagenoeg gelijkmatig verdeeld op nagenoeg gelijke afstand van het zwaartepunt in dwarsrichting 37 voor het vermijden van torsie- effecten op de lamel 7’. Door de gewichtselementen 10 meer naar het midden van de lamel 7’ te plaatsen in de langse richting 36 verhoogt de doorbuiging en vice versa bij het naar de uiteinden van de lamel 7 verplaatsen van de gewichtselementen 10. In de getoonde uitvoering zijn er twee symmetrisch (ten opzichte van het midden van de lamel 7’ in de langse richting 36) geplaatste gewichtselementen 10. Dit draagt bij aan een symmetrische doorbuiging van de lamel 7’ omheen het midden daarvan in de langse richting 36. Het dient echter duidelijk te zijn dat slechts één verplaatsbaar gewichtselement 10 ook mogelijk is of dat er meer dan twee gewichtselementen 10 voorzien kunnen worden.
Natuurlijk is een combinatie van beide uitvoeringsvormen ook mogelijk. Verder kan de uitvinding ook toegepast worden voor een lamel die asymmetrisch belast is door meerdere functionele componenten, welke
21 BE2021/5684 asymmetrische belasting aanleiding geeft tot torsiekrachten omheen het onbelast zwaartepunt (in de dwarse richting) van de lamel. Het gewichtselement kan namelijk worden verdeeld in meerdere afzonderlijke elementen die op hun beurt asymmetrisch zijn opgesteld als compensatie voor de door de functionele componenten veroorzaakte torsiekrachten.
Vandaar laat de uitvinding toe om de lamel 7’ bijkomend (i.e. bijkomend aan de belasting veroorzaakt door de functionele componenten) te belasten om te zorgen dat de lamel 7’ de gewenste doorbuiging heeft (i.e. dezelfde als de aangrenzende lamellen) en om te zorgen dat er geen (of weinig) torsiekrachten werken om de lamel 7’ in de dwarse richting van de lamel.
Het gebruik van meerdere (verplaatsbare) gewichtselementen 10 is voordelig omdat dit meer vrijneidsgraden (bv. de plaatsing in de langse richting van de lamel, de plaatsing in de dwarse richting van de lamel en/of de massa van elk gewichtselement) heeft en dus een fijnere aanpassing toelaat. Bijvoorbeeld bij het gebruik van meerdere functionele componenten op verschillende plaatsen in de lamel laten meerdere gewichtselementen 10 toe om de nodige doorbuiging te compenseren en dit terwijl de invloed op het zwaartepunt van de lamel (zowel in de dwarse richting als de langse richting daarvan) tot een minimum kan herleid worden.
In een voorbeeld is er een overzicht beschikbaar waarin, voor elke mogelijke combinatie van functionele componenten, aangegeven is hoeveel massa dient te worden gebruikt in het gewichtselement 10 (uitvoering van figuren 5A tot 6B) en/of waar de gewichtselementen 10 geplaatst dienen te worden (uitvoering van figuren 7A tot 8B).
In de getoonde uitvoeringen van figuren 5A tot 8B is de centrale lamel 7’ nog open aan zijn bovenzijde. Deze opening laat toe om het gewichtselement 10 te verzwaren en/of te verplaatsen. Het draagt wel de voorkeur om deze opening aan het einde van de montage af te sluiten, bv. door een afwerkingsprofiel, om de interne componenten in de lamel 7’ te
29 BE2021/5684 beschermen tegen externe invloeden, bv. de weersomstandigheden.
De huidige uitvinders hebben ook gerealiseerd dat het hierboven beschreven gewichtselement tevens gebruikt kan worden voor het opvangen van vervaardigingstoleranties van de lamellen 7. In het bijzonder kan in elke lamel 7 een gewichtselement worden geplaatst tot dat de doorbuiging van elke lamel 7 in het lamellendak nagenoeg dezelfde is.
Hiervoor kan zowel de plaatsing en/of de massa van het gewichtselement worden aangepast.
Alhoewel bepaalde aspecten van de onderhavige uitvinding zijn beschreven met betrekking tot specifieke uitvoeringsvormen, is het duidelijk dat deze aspecten in andere vormen kunnen worden geïmplementeerd binnen de beschermingsomvang zoals bepaald door de conclusies.
Claims (19)
1. Een lamellendak voor een terrasoverkapping (1), waarbij het lamellendak voorzien is van een kader (3, 5) en een set onderling evenwijdige lamellen (7) bevestigd aan het kader, waarbij de lamellen zich uitstrekken in een langsrichting (36), daardoor gekenmerkt dat een eerste lamel (7') van genoemde set lamellen een eerste buigweerstand heeft en een tweede lamel (7) van genoemde set lamellen een tweede buigweerstand heeft die kleiner is dan de eerste buigweerstand, welke eerste en tweede lamel aan elkaar grenzen, en dat de eerste lamel voorzien is van een bijkomende belasting zodanig dat een doorbuiging van de eerste lamel en de tweede lamel nagenoeg gelijk zijn.
2. Een lamellendak volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de bijkomende belasting gevormd is door een functionele component en/of een gewichtselement (10), waarbij de functionele component geselecteerd is uit een veelheid van onderling verschillende functionele componenten.
3. Een lamellendak volgens conclusie 2, daardoor gekenmerkt dat het gewichtselement een massa heeft dat afhankelijk is van een massa van de functionele component, waarbij, bij voorkeur, de som van de massa's van het gewichtselement en de functionele component constant is.
4. Een lamellendak volgens conclusie 3, daardoor gekenmerkt dat het gewichtselement een vaste plaatsing heeft in de lamel die onafhankelijk is van de massa van de functionele component.
5. Een lamellendak volgens conclusie 4, daardoor gekenmerkt dat het gewichtselement zich nagenoeg in het midden van de lamel bevindt gezien in de langsrichting.
24 BE2021/5684
6. Een lamellendak volgens conclusie 2, daardoor gekenmerkt dat het gewichtselement een plaatsing heeft in de langsrichting van de lamel die afhankelijk is van een massa van de functionele component.
7. Een lamellendak volgens conclusie 6, daardoor gekenmerkt dat het gewichtselement een vaste massa heeft die onafhankelijk is van de massa van de functionele component.
8. Een lamellendak volgens conclusie 6 of 7, daardoor gekenmerkt dat verplaatsingsmiddelen zijn voorzien voor het verplaatsen van het gewichtselement ten opzichte van de lamel in de langsrichting van de lamel.
9. Een lamellendak volgens één van de conclusies 2 tot 8, daardoor gekenmerkt dat het gewichtselement verwijderbaar bevestigd is aan de lamel.
10. Een lamellendak volgens één van de conclusies 2 tot 9, daardoor gekenmerkt dat de eerste lamel voorzien is van een holte, waarbij het gewichtselement zich in genoemde holte bevindt.
11. Een lamellendak volgens één van de conclusies 2 tot 10, daardoor gekenmerkt dat het gewichtselement zich nagenoeg in het zwaartepunt van de lamel bevindt gezien in een breedterichting (37) van de lamel of dat het gewichtselement verdeeld is in twee of meer nagenoeg gelijke delen, waarbij elk deel zich op nagenoeg dezelfde afstand bevindt van het zwaartepunt van de lamel gezien in een breedterichting (37) van de lamel.
12. Een lamellendak volgens één van de conclusies 2 tot 11, daardoor gekenmerkt dat de functionele component één of meerdere omvat van:
95 BE2021/5684 een verwarmingselement, verlichting, zoals ledverlichting, een audio- element, zoals een luidspreker, een beeldvormingselement, zoals een scherm en/of een projector, communicatiemiddelen, zoals bluetooth of wifi, een sensor, zoals een regensensor, windsensor, of een lichtinvalsensor, een stroomopwekkend middel, zoals een zonnecel, een ventilatie-element, zoals een ventilator.
13. Een lamellendak volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat een verschil in doorbuiging tussen de eerste en de tweede lamel ten hoogste 10 mm, bij voorkeur ten hoogste 6 mm, meer bij voorkeur ten hoogste 4 mm bedraagt en meest bij voorkeur ten hoogste 2 mm bedraagt, waarbij de doorbuiging in het bijzonder gemeten wordt nagenoeg in het midden van de lamel gezien in de langsrichting.
14. Een lamellendak volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de eerste lamel een eerste traagheidsmoment heeft en dat de tweede lamel een tweede traagheidsmoment heeft, waarbij het eerste traagheidsmoment ten minste 25%, bij voorkeur ten minste 75% en meer bij voorkeur ten minste 100%, meer bedraagt dan het tweede traagheidsmoment.
15. Een lamellendak voor een terrasoverkapping (1), waarbij het lamellendak voorzien is van een kader (3, 5) en een set onderling evenwijdige lamellen (7) bevestigd aan het kader, waarbij de lamellen zich uitstrekken in een langsrichting (36) en waarbij elke lamel een doorbuiging heeft, daardoor gekenmerkt dat elke lamel of elke lamel behalve degene met de hoogste doorbuiging voorzien is van een bijkomende belasting zodanig dat de doorbuiging van elke lamel nagenoeg gelijk is.
16. Een lamellendak volgens conclusie 15, daardoor gekenmerkt dat
26 BE2021/5684 een verschil in doorbuiging tussen elk paar aangrenzende lamellen ten hoogste 10 mm, bij voorkeur ten hoogste 6 mm, meer bij voorkeur ten hoogste 4 mm bedraagt en meest bij voorkeur ten hoogste 2 mm bedraagt, waarbij de doorbuiging in het bijzonder gemeten wordt nagenoeg in het midden van de lamel gezien in de langsrichting.
17. Een terrasoverkapping (1) omvattende een lamellendak volgens één van de voorgaande conclusies.
18. Een set van onderdelen voor het opbouwen van een lamellendak volgens één van de conclusies 1 tot 14, de set omvattende: het kader (3, 5), de set lamellen (7) en een bijkomende belasting die gevormd is door één of meerdere uit een veelheid van onderling verschillende functionele componenten en/of een gewichtselement (10).
19. Een werkwijze voor het opbouwen van een lamellendak volgens één van de conclusies 1 tot 14, de werkwijze omvattende: - het voorzien van een set volgens conclusie 18; - het plaatsen van de één of meerdere functionele componenten in de eerste lamel (7”); - het plaatsen van het gewichtselement (10) in de eerste lamel; en - het plaatsen van de set lamellen in het kader (3, 5).
Priority Applications (6)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20215684A BE1029721B1 (nl) | 2021-08-30 | 2021-08-30 | Lamellendak, terrasoverkapping omvattende hetzelfde, en een set onderdelen en een werkwijze voor het opbouwen daarvan |
| PCT/IB2022/058059 WO2023031757A1 (en) | 2021-08-30 | 2022-08-29 | Slatted roof, terrace canopy comprising the same, and a kit of parts and a method for assembling the same |
| CA3230508A CA3230508A1 (en) | 2021-08-30 | 2022-08-29 | Slatted roof, terrace canopy comprising the same, and a kit of parts and a method for assembling the same |
| AU2022339111A AU2022339111A1 (en) | 2021-08-30 | 2022-08-29 | Slatted roof, terrace canopy comprising the same, and a kit of parts and a method for assembling the same |
| US18/686,958 US20240384531A1 (en) | 2021-08-30 | 2022-08-29 | Slatted roof, terrace canopy comprising the same, and a kit of parts and a method for assembling the same |
| EP22768481.8A EP4396421B1 (en) | 2021-08-30 | 2022-08-29 | Slatted roof, terrace canopy comprising the same, and a kit of parts and a method for assembling the same |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20215684A BE1029721B1 (nl) | 2021-08-30 | 2021-08-30 | Lamellendak, terrasoverkapping omvattende hetzelfde, en een set onderdelen en een werkwijze voor het opbouwen daarvan |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1029721A1 BE1029721A1 (nl) | 2023-03-22 |
| BE1029721B1 true BE1029721B1 (nl) | 2023-03-27 |
Family
ID=77666096
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE20215684A BE1029721B1 (nl) | 2021-08-30 | 2021-08-30 | Lamellendak, terrasoverkapping omvattende hetzelfde, en een set onderdelen en een werkwijze voor het opbouwen daarvan |
Country Status (6)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US20240384531A1 (nl) |
| EP (1) | EP4396421B1 (nl) |
| AU (1) | AU2022339111A1 (nl) |
| BE (1) | BE1029721B1 (nl) |
| CA (1) | CA3230508A1 (nl) |
| WO (1) | WO2023031757A1 (nl) |
Families Citing this family (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| BE1028728B1 (nl) * | 2020-10-22 | 2022-05-23 | Renson Sunprotection Screens | Dakinrichting voor een overkapping, set onderdelen voor het opbouwen van de dakinrichting, en overkapping omvattende de dakinrichting |
| BE1029721B1 (nl) * | 2021-08-30 | 2023-03-27 | Renson Sunprotection Screens | Lamellendak, terrasoverkapping omvattende hetzelfde, en een set onderdelen en een werkwijze voor het opbouwen daarvan |
| BE1032199B1 (nl) | 2023-12-04 | 2025-06-30 | Renson Outdoor | Lamellendak en terrasoverkapping omvattende hetzelfde |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE9110964U1 (de) * | 1990-09-28 | 1991-10-31 | E.M.B. Metallbau und Brandschutztechnik GmbH, 4240 Emmerich | Lamellenlüfter für Gebäudedächer |
| NZ314044A (en) * | 1993-11-04 | 1998-02-26 | Hv Aluminium Pty Ltd | Louvre blade with resilient sheets covering a prefab core and pressed together by an edge tongue fitted into folded back lip of the other and pivots therefore |
| FR3028539A1 (fr) * | 2014-11-17 | 2016-05-20 | Sarl Alpha Concept | Lame orientable pour toiture exterieure et un dispositif de toiture exterieure muni desdites lames |
| US20160211793A1 (en) * | 2013-08-29 | 2016-07-21 | Jürgen Grimmeisen | Slat roof |
| EP3063357B1 (en) * | 2013-10-31 | 2017-12-06 | Renson Sunprotection-Screens NV | Slat roof |
Family Cites Families (29)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US789899A (en) * | 1904-07-11 | 1905-05-16 | J F Bigony | Awning. |
| US1813017A (en) * | 1929-11-11 | 1931-07-07 | Sherman G Bond | Metal window awning |
| US1932945A (en) * | 1932-08-19 | 1933-10-31 | Wilson Rose | Foldable awning arm |
| US2244012A (en) * | 1939-10-03 | 1941-06-03 | Johnson Hader | Shutter awning |
| US2497419A (en) * | 1946-12-30 | 1950-02-14 | Victor Tool & Machine Corp | Awning |
| US2551917A (en) * | 1947-10-17 | 1951-05-08 | Robert F Whitfield | Awning |
| US2564641A (en) * | 1947-12-29 | 1951-08-14 | Lewis R Drake | Awning |
| US3011225A (en) * | 1959-05-11 | 1961-12-05 | Theodore C Alfred Jr | Metal awning of the adjustable shutter type |
| US3500583A (en) * | 1968-09-10 | 1970-03-17 | Colin James Mckinnon | Louvered building structures |
| US4655195A (en) * | 1985-03-07 | 1987-04-07 | Solara, Inc. | Solar heat regulator |
| FR2731029B1 (fr) * | 1995-02-24 | 1997-04-04 | Faconnage Et Construction En A | Element de toiture du type panneau en tole pliee |
| US7335096B2 (en) * | 2004-08-23 | 2008-02-26 | Pas-Cal Building Products Ltd. | Adjustable pergola |
| US8640690B2 (en) * | 2008-10-02 | 2014-02-04 | Keith J. McKinzie | Interior solar heater |
| FR2982287B1 (fr) * | 2011-11-07 | 2013-12-27 | Biossun | Rail de montage pour des appareillages equipant une installation a lames orientables formant un toit de protection |
| US9422715B1 (en) * | 2012-05-01 | 2016-08-23 | C. Scott Selzer | Louvered roof apparatus and control system |
| WO2014170920A1 (en) * | 2013-04-17 | 2014-10-23 | Corradi S.P.A. | Orientable roofing element for canopies, pergolas, shelters and the like |
| EP2853647A1 (en) * | 2013-09-30 | 2015-04-01 | Corradi S.p.A. | Swivel roof tile for structures of the type of roofs, pergolas, platform shelters and the like and corresponding roof, pergola, platform shelter and the like |
| DE102014212867A1 (de) * | 2014-07-02 | 2016-01-07 | Klimasky Gmbh | Lamelle für ein Lamellendach oder ein Lamellenfenster sowie Lamellendach oder Lamellenfenster mit einer solchen Lamelle |
| US9644374B2 (en) * | 2014-12-20 | 2017-05-09 | Michael Ivic | Pergola cover |
| US10094122B1 (en) * | 2017-06-06 | 2018-10-09 | Optimal Tasarim Uygulama Ve Yapi Sistemleri San. Ve Tic. Anomim Sirketi | Automatic wide angle panel roof |
| EP3663480B1 (de) * | 2018-12-06 | 2021-09-22 | Weinor GmbH & Co. KG | Lamellendach mit tropfschutz |
| BE1027574B1 (nl) | 2019-09-12 | 2021-04-13 | Renson Sunprotection Screens | Verwarmingslamel, lamellendak omvattende dezelfde en werkwijze voor het vervaardigen daarvan |
| BE1027851B1 (nl) * | 2019-12-12 | 2021-07-13 | Renson Sunprotection Screens | Dakinrichting voor een overkapping |
| US10851544B1 (en) * | 2020-01-07 | 2020-12-01 | Dee Volin | Multi-function wind-directing leaf-separating-and-discharging rainwater-sealing automatic-multi-screen-raising-and-lowering multi-screen-securing fruit-drying-and-sorting truck-tonneau-covering rainwater-channeling-and-collecting leaf-filtering height-and-angle-adjustable louvered pergola |
| WO2021214677A1 (en) * | 2020-04-21 | 2021-10-28 | Renson Sunprotection-Screens | Terrace canopy |
| US11473311B1 (en) * | 2021-12-31 | 2022-10-18 | Renaissance Patio Products Inc. | Louver roof structure |
| BE1028728B1 (nl) * | 2020-10-22 | 2022-05-23 | Renson Sunprotection Screens | Dakinrichting voor een overkapping, set onderdelen voor het opbouwen van de dakinrichting, en overkapping omvattende de dakinrichting |
| BE1029721B1 (nl) * | 2021-08-30 | 2023-03-27 | Renson Sunprotection Screens | Lamellendak, terrasoverkapping omvattende hetzelfde, en een set onderdelen en een werkwijze voor het opbouwen daarvan |
| WO2024156277A1 (en) * | 2023-01-27 | 2024-08-02 | Zhejiang Zhengte Co., Ltd. | Cantilever umbrella |
-
2021
- 2021-08-30 BE BE20215684A patent/BE1029721B1/nl active IP Right Grant
-
2022
- 2022-08-29 US US18/686,958 patent/US20240384531A1/en active Pending
- 2022-08-29 EP EP22768481.8A patent/EP4396421B1/en active Active
- 2022-08-29 AU AU2022339111A patent/AU2022339111A1/en active Pending
- 2022-08-29 CA CA3230508A patent/CA3230508A1/en active Pending
- 2022-08-29 WO PCT/IB2022/058059 patent/WO2023031757A1/en not_active Ceased
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE9110964U1 (de) * | 1990-09-28 | 1991-10-31 | E.M.B. Metallbau und Brandschutztechnik GmbH, 4240 Emmerich | Lamellenlüfter für Gebäudedächer |
| NZ314044A (en) * | 1993-11-04 | 1998-02-26 | Hv Aluminium Pty Ltd | Louvre blade with resilient sheets covering a prefab core and pressed together by an edge tongue fitted into folded back lip of the other and pivots therefore |
| US20160211793A1 (en) * | 2013-08-29 | 2016-07-21 | Jürgen Grimmeisen | Slat roof |
| EP3063357B1 (en) * | 2013-10-31 | 2017-12-06 | Renson Sunprotection-Screens NV | Slat roof |
| FR3028539A1 (fr) * | 2014-11-17 | 2016-05-20 | Sarl Alpha Concept | Lame orientable pour toiture exterieure et un dispositif de toiture exterieure muni desdites lames |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| BE1029721A1 (nl) | 2023-03-22 |
| EP4396421C0 (en) | 2025-08-13 |
| AU2022339111A1 (en) | 2024-03-07 |
| EP4396421A1 (en) | 2024-07-10 |
| EP4396421B1 (en) | 2025-08-13 |
| WO2023031757A1 (en) | 2023-03-09 |
| CA3230508A1 (en) | 2023-03-09 |
| US20240384531A1 (en) | 2024-11-21 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| BE1029721B1 (nl) | Lamellendak, terrasoverkapping omvattende hetzelfde, en een set onderdelen en een werkwijze voor het opbouwen daarvan | |
| EP3234273B1 (en) | Pergola cover | |
| BE1021793B1 (nl) | Scherminrichting | |
| US8413705B2 (en) | Orientable panel of a roofing device | |
| JP7731032B2 (ja) | テラスキャノピー | |
| BE1028223B1 (nl) | Een ligger voor een overkapping | |
| BE1028724B1 (nl) | Lamellendak voor een overkapping, set onderdelen voor het opbouwen van het lamellendak, en overkapping omvattende het lamellendak | |
| BE1027574B1 (nl) | Verwarmingslamel, lamellendak omvattende dezelfde en werkwijze voor het vervaardigen daarvan | |
| BE1029720B1 (nl) | Lamellendak, terrasoverkapping omvattende hetzelfde, en een set onderdelen voor het opbouwen daarvan | |
| BE1029716B1 (nl) | Een terrasoverkapping en werkwijze voor het vervaardigen daarvan | |
| US12503860B2 (en) | Roof construction for a terrace canopy, kit of parts for assembling the roof construction, and terrace canopy comprising the roof construction | |
| BE1028225B1 (nl) | Een set profielen voor het opbouwen van een kolom voor het ondersteunen van een overkapping | |
| BE1026796B1 (nl) | Zonwering | |
| BE1028722B1 (nl) | Dakinrichting voor een overkapping, set onderdelen voor het opbouwen van de dakinrichting, en werkwijze voor het plaatsen van een ledstrip in de dakinrichting | |
| KR100791515B1 (ko) | 야외용 천막구조물 | |
| BE1032199B1 (nl) | Lamellendak en terrasoverkapping omvattende hetzelfde | |
| KR101110941B1 (ko) | 채광용 블라인드 | |
| BE1028221B1 (nl) | Een set profielen voor het opbouwen van een overkapping | |
| EP3564474A1 (fr) | Store a lamelles | |
| WO2024047619A1 (en) | An awning device | |
| BE1030926A1 (nl) | Een terrasoverkapping | |
| IL280681A (en) | Awning device | |
| GR1009562B (el) | Συστημα σκιασης με περσιδες |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| FG | Patent granted |
Effective date: 20230327 |
|
| HC | Change of name of the owners |
Owner name: RENSON OUTDOOR; BE Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), CHANGE OF OWNER(S) NAME; FORMER OWNER NAME: RENSON SUNPROTECTION SCREENS Effective date: 20240909 |