[go: up one dir, main page]

BE1029115B1 - CUSTOMER PORTAL SYSTEM FOR INTELLECTUAL PROPERTY SERVICES - Google Patents

CUSTOMER PORTAL SYSTEM FOR INTELLECTUAL PROPERTY SERVICES Download PDF

Info

Publication number
BE1029115B1
BE1029115B1 BE20215107A BE202105107A BE1029115B1 BE 1029115 B1 BE1029115 B1 BE 1029115B1 BE 20215107 A BE20215107 A BE 20215107A BE 202105107 A BE202105107 A BE 202105107A BE 1029115 B1 BE1029115 B1 BE 1029115B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
user
data
operational
portal
database
Prior art date
Application number
BE20215107A
Other languages
Dutch (nl)
Other versions
BE1029115A1 (en
Inventor
Joris Meeus
Original Assignee
Calysta
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Calysta filed Critical Calysta
Priority to BE20215107A priority Critical patent/BE1029115B1/en
Publication of BE1029115A1 publication Critical patent/BE1029115A1/en
Application granted granted Critical
Publication of BE1029115B1 publication Critical patent/BE1029115B1/en

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G06COMPUTING OR CALCULATING; COUNTING
    • G06QINFORMATION AND COMMUNICATION TECHNOLOGY [ICT] SPECIALLY ADAPTED FOR ADMINISTRATIVE, COMMERCIAL, FINANCIAL, MANAGERIAL OR SUPERVISORY PURPOSES; SYSTEMS OR METHODS SPECIALLY ADAPTED FOR ADMINISTRATIVE, COMMERCIAL, FINANCIAL, MANAGERIAL OR SUPERVISORY PURPOSES, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • G06Q10/00Administration; Management
    • G06Q10/10Office automation; Time management
    • GPHYSICS
    • G06COMPUTING OR CALCULATING; COUNTING
    • G06QINFORMATION AND COMMUNICATION TECHNOLOGY [ICT] SPECIALLY ADAPTED FOR ADMINISTRATIVE, COMMERCIAL, FINANCIAL, MANAGERIAL OR SUPERVISORY PURPOSES; SYSTEMS OR METHODS SPECIALLY ADAPTED FOR ADMINISTRATIVE, COMMERCIAL, FINANCIAL, MANAGERIAL OR SUPERVISORY PURPOSES, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • G06Q50/00Information and communication technology [ICT] specially adapted for implementation of business processes of specific business sectors, e.g. utilities or tourism
    • G06Q50/10Services
    • G06Q50/18Legal services
    • G06Q50/184Intellectual property management

Landscapes

  • Business, Economics & Management (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Human Resources & Organizations (AREA)
  • Entrepreneurship & Innovation (AREA)
  • Strategic Management (AREA)
  • Tourism & Hospitality (AREA)
  • Marketing (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Theoretical Computer Science (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Technology Law (AREA)
  • General Business, Economics & Management (AREA)
  • Operations Research (AREA)
  • Economics (AREA)
  • Primary Health Care (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Data Mining & Analysis (AREA)
  • Quality & Reliability (AREA)
  • Management, Administration, Business Operations System, And Electronic Commerce (AREA)

Abstract

Een klantportaalsysteem voor het communiceren van gegevens met betrekking tot intellectuele eigendomsdiensten aan een klant, omvattende een databaselaag, een verwerkingslaag en een gebruikersinteractielaag, waarbij tijdens de gebruikerssessie eerste gebruikersportaalgegevens worden weergeven met betrekking tot een eerste gebruikersportaalverzoek en tweede gebruikersportaalgegevens met betrekking tot een tweede gebruikersportaalverzoek, waarbij de tweede gebruikersportaalgegevens en/of een tweede operationele gegevenssubset waarop de tweede gebruikersportaalgegevens gebaseerd zijn, worden opgeslagen in een cachegeheugen van de verwerkingslaag voordat het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen.A customer portal system for communicating data related to intellectual property services to a customer, comprising a database layer, a processing layer and a user interaction layer, wherein during the user session, first user portal data is displayed in relation to a first user portal request and second user portal data in relation to a second user portal request, wherein the second user portal data and/or a second operational data subset on which the second user portal data is based are stored in a cache of the processing layer before the second user portal request is received.

Description

KLANTPORTAALSYSTEEM VOOR DIENSTEN MET BETREKKING TOTCUSTOMER PORTAL SYSTEM FOR SERVICES RELATING TO

INTELLECTUELE EIGENDOM De onderhavige uitvinding heeft betrekking op de technische velden van databasebeheer, gegevensverwerking, en klantportaalsystemen.INTELLECTUAL PROPERTY The present invention relates to the technical fields of database management, data processing, and customer portal systems.

Intellectuele eigendomsrechten zoals octrooien, merken, en modellen vereisen vaak ingewikkelde procedures om te bekomen. De procedures kunnen daarenboven per land verschillen. De aanvrager of eigenaar van het intellectueel eigendomsrecht heeft meestal slechts interactie met een enkele dienstverlener, bijvoorbeeld een kantoor waar gekwalificeerde specialisten zoals octrooigemachtigden, merkengemachtigden en/of modelgemachtigden werkzaam zijn. Gezien deze relatie zal de aanvrager of eigenaar in deze tekst verder als klant benoemd worden. Deze dienstverlener is meestal bevoegd om in een aantal landen en/of regio's de klant te vertegenwoordigen in de procedures, en werkt voor andere landen en regio's samen met confraters die in die respectievelijke landen regio's daarvoor bevoegd zijn.Intellectual property rights such as patents, trademarks, and designs often require complex procedures to obtain. In addition, the procedures may differ from country to country. The applicant or owner of the intellectual property right usually only interacts with a single service provider, for example an office where qualified specialists such as patent attorneys, trademark attorneys and/or design attorneys work. In view of this relationship, the applicant or owner will be further referred to as a customer in this text. This service provider is usually authorized to represent the customer in the proceedings in a number of countries and/or regions, and cooperates for other countries and regions with colleagues who are authorized to do so in those respective countries and regions.

De dienstverlener beheert aldus gegevens met betrekking tot de status van de intellectuele eigendomsrechten of aanvragen daarvoor in verschillende landen en regio's. De dienstverlener gebruikt meestal een systeem om zijn interne processen te beheren. Een dergelijk systeem wordt vaak ERP-systeem genoemd, naar de Engelstalige term “enterprise resource planning”. Het ERP-systeem is gekoppeld aan een database om de gegevens te beheren en verwerken. Alhoewel het gebruikelijk is om de klant via post of e-mail te informeren over gebeurtenissen in de procedures, is het vaak moeilijk voor de klant om een overzicht te behouden. Er is aldus een nood aan een systeem waarin de klant op een overzichtelijke manier de gegevens kan raadplegen.The service provider thus manages data regarding the status of intellectual property rights or applications for them in different countries and regions. The service provider usually uses a system to manage its internal processes. Such a system is often referred to as an ERP system, after the English term “enterprise resource planning”. The ERP system is linked to a database to manage and process the data. Although it is common practice to inform the customer about events in the procedures by post or e-mail, it is often difficult for the customer to maintain an overview. There is thus a need for a system in which the customer can consult the data in a well-arranged manner.

Verschillende klantportaalsystemen zijn beschikbaar op de markt. De uitvinders van de onderhavige uitvinding hebben echter ondervonden dat deze niet voldoen aan hun wensen. Nadelen van bestaande systemen zijn bijvoorbeeld dat ze de gegevens niet efficiënt weergeven of verwerken, dat ze gekoppeld zijn aan een enkele database, dat ze niet voldoen aan security of privacy wensen, of dat ze niet zijn ingesteld op de noden van de klant.Various customer portal systems are available on the market. However, the inventors of the present invention have found that they do not meet their needs. Disadvantages of existing systems are, for example, that they do not display or process the data efficiently, that they are linked to a single database, that they do not meet security or privacy requirements, or that they are not set up to the needs of the customer.

Het is het doel van de onderhavige uitvinding om een of meer van de nadelen van de stand van de techniek te overkomen, of om ten minste een alternatief te bieden voor de stand van de techniek.It is the object of the present invention to overcome one or more of the drawbacks of the prior art, or at least to provide an alternative to the prior art.

Dit doel wordt bereikt met een klantportaalsysteem voor het communiceren van gegevens met betrekking tot intellectuele eigendomsdiensten aan een klant, omvattende een databaselaag, een verwerkingslaag en een gebruikersinteractielaag, waarbij: e de databaselaag meerdere databases omvat die ten minste omvatten:This object is achieved with a customer portal system for communicating data related to intellectual property services to a customer, comprising a database layer, a processing layer and a user interaction layer, wherein: e the database layer comprises a plurality of databases comprising at least:

e een operationele database die is geconfigureerd om te worden gebruikt door een ERP-systeem van een dienstverlener voor het leveren van intellectuele eigendomsdiensten, waarbij de operationele database operationele gegevens omvat, en e een instellingen database die voor elke gebruiker gebruikersreferenties en toestemmingsgegevens omvat, waarbij de toestemmingsgegevens van een gebruiker operationele gebruikersgegevens definiëren die een subhoeveelheid zijn van de operationele gegevens van de operationele database waartoe de gebruiker toegang heeft, e de gebruikersinteractielaag is geconfigureerd e OM verificatiegegevens te ontvangen, waarbij het klantportaalsysteem geconfigureerd is om een gebruiker te verifiëren op basis van verificatiegegevens en de gebruikersreferenties die zijn opgeslagen in de instellingen database, en een gebruikerssessie te starten, wanneer de gebruiker is geverifieerd,e an operational database configured to be used by a service provider's ERP system to provide intellectual property services, the operational database comprising operational data, and e a settings database comprising user credentials and consent data for each user, wherein the user consent data define operational user data that is a subset of the operational data of the operational database that the user has access to, e the user interaction layer is configured e TO receive authentication data, where the customer portal system is configured to authenticate a user based on credentials and the user credentials stored in the settings database, and start a user session, when the user is authenticated,

e om aan de gebruiker tijdens de gebruikerssessie eerste gebruikersportaalgegevens weer te geven met betrekking tot een eerste gebruikersportaalverzoek, bij het starten van de gebruikerssessie of bij het ontvangen van het eerste gebruikersportaalverzoek, waarbij de eerste gebruikersportaalgegevens worden ontvangen van de verwerkingslaag, waarbij de eerste gebruikersportaalgegevens zijn gebaseerd op een eerste operationele gegevenssubset van de operationele gebruikersgegevens,e to display to the user during the user session first user portal data related to a first user portal request, when starting the user session or when receiving the first user portal request, wherein the first user portal data is received from the processing layer, the first user portal data being based on a first operational data subset of the operational user data,

e om de gebruiker tijdens de gebruikerssessie tweede gebruikersportaalgegevens weer te geven met betrekking tot een tweede gebruikersportaalverzoek, wanneer van de gebruiker het tweede gebruikersportaaiverzoek wordt ontvangen, waarbij de tweede gebruikersportaalgegevens worden ontvangen van de verwerkingslaag, waarbij de tweede gebruikersportaalgegevens zijn gebaseerd op een tweede operationele gegevenssubset van de operationele gebruikersgegevens, waarbij de tweede operationele gegevenssubset ten minste gedeeltelijk verschilt van de eerste operationele gegevenssubset, e de verwerkingslaag cachegeheugen en een verwerkingseenheid omvat, waarbij de verwerkingslaag is geconfigureerd eom tijdens de gebruikerssessie de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database te laden, waarbij de operationele gebruikersgegevens ten minste de eerste operationele gegevenssubset en de tweede operationele gegevenssubset omvatten, e om met de verwerkingseenheid de eerste operationele gegevenssubset te verwerken om de eerste gebruikersportaalgegevens te verkrijgen, e om met de verwerkingseenheid de tweede operationele gegevenssubset van de gebruiker te verwerken om de tweede gebruikersportaalgegevens te verkrijgen.e to display to the user second user portal data related to a second user portal request during the user session, when the second user portal request is received from the user, wherein the second user portal data is received from the processing layer, the second user portal data being based on a second operational data subset of the operational user data, wherein the second operational data subset is at least partially different from the first operational data subset, e the processing layer comprises cache and a processing unit, the processing layer configured to load the operational user data from the operational database during the user session, wherein the operational user data comprises at least the first operational data subset and the second operational data subset, e to communicate with the processing unit the first operational data subset to obtain the first user portal data, e to process with the processing unit the second operational data subset of the user to obtain the second user portal data.

De uitvinding heeft dus betrekking op een klantportaalsysteem. Een dienstverlener, die bijvoorbeeld diensten met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten verleend, kan informatie en/of gegevens aan een kant communiceren met behulp van het klantportaalsysteem. Intellectuele eigendomsrechten kunnen bijvoorbeeld octrooien, modellen, en merken omvatten. In deze tekst kan met intellectuele eigendomsrechten zowel verleende rechten als aanvragen voor rechten bedoeld worden. De diensten die de diensterverlener verleent kunnen betrekking hebben op het bekomen van dergelijke intellectuele eigendomsrechten in een of meer landen of regio's, of diensten die daaraan verwant zijn zoals advies over het bekomen van eigen rechten of advies met betrekking tot rechten van derden. De dienstverlener kan ook andere diensten aanbieden, zoals met betrekking tot contracten, bedrijfsgeheimen, of fiscale voordelen.The invention thus relates to a customer portal system. A service provider, for example providing services related to intellectual property rights, can communicate information and/or data on one side using the customer portal system. Intellectual property rights can include, for example, patents, designs, and trademarks. In this text, intellectual property rights can refer to both granted rights and applications for rights. The services provided by the service provider may relate to obtaining such intellectual property rights in one or more countries or regions, or related services such as advice on obtaining proprietary rights or advice on the rights of third parties. The service provider may also offer other services such as contracts, trade secrets, or tax benefits.

Het klantportaalsysteem omvat een databaselaag, een verwerkingslaag, en een gebruikersinteractielaag. De databaselaag omvat een of meerdere databases, waaronder ten minste een operationele database. De operationele database is de database die door de dienstverlener intern wordt gebruikt tijdens het aanbieden of beheren van een of meer van de aangeboden diensten. De operationele database kan bijvoorbeeld gebruikt en beheerd worden door een ERP-systeem. De operationele database omvat operationele gegevens, zoals bijvoorbeeld: een dossier-id om een dossier te identificeren; werkprocesgegevens en/of deadline gegevens met betrekking tot interne en/of externe deadlines in bijvoorbeeld een verleningsprocedure voor een intellectueel eigendomsrecht; documentengegevens met betrekking tot relevante documenten voor een dossier die opgeslagen zijn in de operationele database; communicatiegegevens met betrekking tot communicatie tussen de dienstverlener en officiële instanties, externe/buitenlandse specialisten, of de klant; bibliografische gegevens met betrekking tot de betrokken partijen in een dossier en/of met betrekking tot nummers toegekend door officiële instanties aan de intellectuele eigendomsrechten.The customer portal system includes a database layer, a processing layer, and a user interaction layer. The database layer comprises one or more databases, including at least one operational database. The operational database is the database that is used internally by the service provider while providing or managing one or more of the services offered. For example, the operational database can be used and managed by an ERP system. The operational database includes operational data, such as, for example: a record ID to identify a record; work process data and/or deadline data with regard to internal and/or external deadlines in, for example, a grant procedure for an intellectual property right; document data relating to relevant documents for a file stored in the operational database; communication data related to communication between the service provider and official bodies, external/foreign specialists, or the customer; bibliographical data relating to the parties involved in a file and/or to numbers assigned by official bodies to intellectual property rights.

De databoselaag omvat een instelingen database die voor elke gebruiker gebruikersreferenties en toestemmingsgegevens omvat. In deze context is de gebruiker iemand die als klant het klantportaalsysteem gebruikt, om bijvoorbeeld operationele gegevens te raadplegen. Aangezien de dienstverlener echter meerdere klanten kan hebben, wordt er een subhoeveelheid van de operationele gegevens gedefinieerd waar de gebruiker toegang tot heeft. Deze subhoeveelheid kan bijvoorbeeld een deel van de operationele gegevens zijn met betrekking tot de klant, bijvoorbeeld met betrekking tot dossiers die door de dienstverlener worden uitgevoerd in opdracht van de klant.The database layer includes a settings database that includes user credentials and permission data for each user. In this context, the user is someone who uses the customer portal system as a customer, for example to consult operational data. However, since the service provider can have multiple customers, a subset of the operational data is defined that the user can access. This sub-quantity may, for example, be part of the operational data relating to the customer, for example relating to files executed by the service provider on behalf of the customer.

Daarenboven is het mogelijk dat de klant meerdere gebruikers heeft die gebruik maken van klantportaalsysteem, waarbij de meerdere gebruikers bijvoorbeeld een verschillende functie kunnen hebben. Bijvoorbeeld, een eerste gebruiker kan verantwoordelijke zijn voor een of meer types van intellectuele eigendomsrechten, en een tweede gebruiker kan verantwoordelijk zijn een ander type van intellectuele eigendomsrechten of voor financiële gegevens zoals jaartaksen. In dergelijke gevallen kan het gewenst zijn dat de gebruiker enkel toegang heeft tot de gegevens die voor de respectievelijke verantwoordelijkheden van belang zijn. In uitvoeringsvormen definiëren toestemmingsgegevens daarom op een verdere subhoeveelheid van de operationele gegevens met betrekking tot de klant in functie van de verantwoordelijkheden van de gebruiker. In uitvoeringsvormen is het mogelijk dat een gebruiker van de klant, die bijvoorbeeld als hoofdgebruiker wordt aangeduid, de toestemmingsgegevens van andere gebruikers van de klant kan instellen en/of wijzigen.In addition, it is possible that the customer has several users who make use of the customer portal system, whereby the multiple users can, for example, have a different function. For example, a first user may be responsible for one or more types of intellectual property rights, and a second user may be responsible for another type of intellectual property rights or for financial data such as annual taxes. In such cases, it may be desirable that the user only has access to the data that is relevant to the respective responsibilities. In embodiments, therefore, consent data defines a further subset of the operational data related to the customer in function of the user's responsibilities. In embodiments, it is possible that a user of the customer, who is referred to as the main user, for example, can set and/or change the consent data of other users of the customer.

De gebruikersinteractielaag kan door de gebruiker van het klantportaalsysteem gebruikt worden om bijvoorbeeld de gegevens raad te plegen. De gebruiker kan dit bijvoorbeeld doen via een webpagina of progromma geïnstaleerd op een gebruikersinrichting; zoals een computer, smartphone of tablet. Op basis van de gebruikersreferenties is de gebruikersinteractielaag geconfigureerd om de gebruiker te verifiëren. De gebruikersinteractielaag kan bijvoorbeeld een aanmeldmodule omvatten, waar de gebruiker een gebruikersnaam en een wachtwoord kan ingeven. Indien de gebruiker geverifieerd is, wordt een gebruikerssessie gestart. Tijdens de gebruikerssessie kan 5 de gebruiker ten minste eerste gebruikersportaalerzoek en een tweede gebruikersportaalverzoek maken. Bij het eerste gebruikersportaalverzoek worden eerste gebruikersportaalgegevens weergegeven aan de gebruiker, die worden ontvangen door de gebruikersinteractielaag van de verwerkingslaag en gebaseerd zijn op een eerste operationele gegevenssubset van de operationele gebruikersgegevens. Het eerste gebruikersportaalverzoek kan bijvoorbeeld automatisch gegenereerd worden wanneer de gebruiker zich aanmeldt, waarbij bijvoorbeeld de gebruikersportaalgegevens worden weergegeven op een startpagina. Op gelijkaardige wijze worden bij het tweede gebruikersportaalverzoek tweede gebruikersportaalgegevens weergegeven aan de gebruiker, die worden ontvangen door de gebruikersinteractielaag van de verwerkingslaag en gebaseerd zijn op een tweede operationele gegevenssubset van de operationele gebruikersgegevens. Het tweede gebruikersportaalverzoek kan bijvoorbeeld betrekking hebben op gegevens die de gebruiker wil raadplegen, die derhalve weergegeven worden als de tweede gebruikersportaalgegevens. De tweede operationele gegevenssubset ten minste gedeeltelijk verschilt van de eerste operationele gegevenssubset, en heeft dus betrekking op andere gegevens.The user interaction layer can be used by the user of the customer portal system to, for example, consult the data. For example, the user can do this via a web page or program installed on a user device; such as a computer, smartphone or tablet. Based on the user credentials, the user interaction layer is configured to authenticate the user. For example, the user interaction layer may include a login module where the user can enter a username and password. If the user is authenticated, a user session is started. During the user session, the user can make at least a first user portal search and a second user portal request. At the first user portal request, first user portal data is displayed to the user, which is received by the user interaction layer of the processing layer and is based on a first operational data subset of the operational user data. For example, the first user portal request may be generated automatically when the user logs in, for example, the user portal data being displayed on a home page. Similarly, at the second user portal request, second user portal data is displayed to the user, which is received by the user interaction layer of the processing layer and is based on a second operational data subset of the operational user data. For example, the second user portal request may relate to data that the user wishes to consult, which is therefore displayed as the second user portal data. The second operational data subset is at least partially different from the first operational data subset, and thus relates to different data.

De verwerkingslaag omvat een cachegeheugen. Het cachegeheugen kan bijvoorbeeld een Random Access Memory (RAM) zijn. Het gebruik van een cachegeheugen laat toe om een snelwerkend klantportaalsysteem te hebben, dat snel na een gebruikersportaalverzoek de gebruikersportaalgegevens aan de gebruiker kan weergeven. De verwerkingslaag omvat verder een verwerkingseenheid. Tijdens de gebruikerssessie is de verwerkingslaag geconfigureerd om de operationele gebruikersgegevens te ontvangen van de operationele database. De operationele gebruikersgegevens omvatten ten minste de eerste operationele gegevenssubset, en de verwerkingseenheid is geconfigureerd om deze verwerken en daarbij de eerste gebruikersportaalgegeven te verkrijgen. De operationele gebruikersgegevens omvatten ten minste ook de tweede operationele gegevenssubset, en de verwerkingseenheid is geconfigureerd om deze verwerken en daarbij de tweede gebruikersportaalgegeven te verkrijgen.The processing layer includes a cache memory. For example, the cache memory can be a Random Access Memory (RAM). The use of a cache allows to have a fast-acting client portal system that can display the user portal data to the user quickly after a user portal request. The processing layer further comprises a processing unit. During the user session, the processing layer is configured to receive the operational user data from the operational database. The operational user data includes at least the first operational data subset, and the processing unit is configured to process it and thereby obtain the first user portal data. The operational user data also includes at least the second operational data subset, and the processor is configured to process it and thereby obtain the second user portal data.

De verwerkingslaag is dus geconfigureerd om te communiceren met de databaselaag en de gebruikersinteractielaag. Deze communicatie kan volgens elk van de gekende technologieën of protocollen gebeuren, zoals bijvoorbeeld TCP/IP met SSL-Thus, the processing layer is configured to communicate with the database layer and the user interaction layer. This communication can take place according to any of the known technologies or protocols, such as, for example, TCP/IP with SSL

communicatie. De communicatie kan bedraad of draadloos gebeuren. Het is mogelijk dat de verwerkingslaag met iedere database uit de databaselaag individueel communiceert, of dat twee of meer van de databases uit de databaselaag een gemeenschappelijke communicatie met de verwerkingslaag hebben.communication. Communication can be wired or wireless. The processing layer may communicate with each database layer database individually, or two or more of the database layer databases may have common communication with the processing layer.

Door de verwerkingslaag te voorzien tussen de databaselaag en de gebruikersinteractielaag, kan voorkomen worden dat de gebruikersinteractielaag in directe verbinding staat met de databaselaag. Dit is bijvoorbeeld voordelig met het oog op veiligheid, omdat het risico gereduceerd wordt dat een gebruiker toegang kan krijgen tot bijvoorbeeld operationele gegevens met betrekking tot andere klanten. Tevens is dit voordelig omdat er kan worden voorkomen dat een technisch probleem in de gebruikersinteractielaag of de verwerkingslaag invloed zou hebben op bijvoorbeeld de werking van het ERP-systeem dat de operationele database gebruikt.By providing the processing layer between the database layer and the user interaction layer, the user interaction layer can be prevented from being directly connected to the database layer. This is advantageous, for example, from a security point of view, because the risk is reduced that a user may gain access to, for example, operational data relating to other customers. This is also advantageous because a technical problem in the user interaction layer or the processing layer can be prevented from affecting, for example, the operation of the ERP system using the operational database.

In uitvoeringsvormen is de verwerkingslaag verder geconfigureerd om de operationele gebruikersgegevens in het cachegeheugen op te slaan, en om, wanneer de gebruikerssessie start, de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database te laden, zodanig dat de tweede operationele gegevenssubset wordt opgeslagen in het cachegeheugen voordat het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen. Door te zorgen dat de operationele gebruikersgegevens al in het cachegeheugen aanwezig zijn, kan de verwerkingseenheid de nodige verwerkingen zeer snel doen en verzenden naar de gebruikersinteractielaag. Die maakt de gebruikerservaring aangenamer. Daarnaast kan de operationele database zeer veel gegevens bevatten, waarvan de operationele gebruikersgegevens slechts een klein deel uitmaken. Door deze bij het starten van de gebruikerssessie op te slaan, is het niet nodig om voor elke verwerking de operationele database, die meestal groot en langzaam is, raad te plegen. Dit voordeel wordt versterkt wanneer de databaselaag meerdere databases omvat en de portaalgebruikersgegevens gebaseerd zijn op gegevens uit de meerdere databases. Daarenboven wordt de operationele database minder belast. Dit verlaagt het risico op downtime van de operationele database en dus het ERP-systeem dat de dienstverlener nodig heeft om zijn werkzaamheden uit te voeren.In embodiments, the processing layer is further configured to cache the operational user data, and to load the operational user data from the operational database when the user session starts, such that the second operational data subset is cached before the second user portal request is received. By ensuring that the operational user data is already cached, the processing unit can do and transmit the necessary processing to the user interaction layer very quickly. This makes the user experience more pleasant. In addition, the operational database can contain a great deal of data, of which the operational user data is only a small part. By saving these at the start of the user session, it is not necessary to consult the operational database, which is usually large and slow, before every processing operation. This advantage is enhanced when the database layer includes multiple databases and the portal user data is based on data from the multiple databases. In addition, the operational database is less burdened. This reduces the risk of downtime of the operational database and therefore the ERP system that the service provider needs to carry out its work.

In vityvoeringsvormen is de verwerkingslaag geconfigureerd om voor ten minste een derde gebruikersportaalverzoek een derde operationele gegevenssubset op te slaan in het cachegeheugen voordat het derde gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen. In uitvoeringsvormen is de verwerkingslaag geconfigureerd om ale operationele gebruikersgegevens op te slaan in het in het cachegeheugen voordat respectievelijke gebruikersportaalverzoeken worden ontvangen, optioneel bij het starten van de gebruikerssessie.In vity embodiments, the processing layer is configured to cache a third operational data subset for at least a third user portal request before receiving the third user portal request. In embodiments, the processing layer is configured to cache all operational user data before receiving respective user portal requests, optionally upon initiation of the user session.

In Uitvoeringsvormen is de verwerkingslaag verder geconfigureerd om de eerste gebruikersportaalgegevens en de tweede gebruikersportaalgegevens in het cachegeheugen op te slaan en om, wanneer de gebruikerssessie start, de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database te laden en de operationele gegevens te verwerken om de eerste gebruikersportaalgegevens en de tweede gebruikersportaalgegevens te verkrijgen en om de eerste gebruikersportaalgegevens en de tweede gebruikersportaalgegevens op te slaan, zodanig dat de tweede gebruikersportaalgegevens zijn opgeslagen in het cachegeheugen voordat het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen. Door te zorgen dat de gebruikerportaalsgegevens al in het cachegeheugen aanwezig zijn, kan de verwerkingseenheid de nodige verwerkingen zeer snel doen en verzenden naar de gebruikersinteractielaag. Daarnaast kan de operationele database zeer veel gegevens bevatten, waarvan de operationele gebruikersgegevens slechts een klein deel uitmaken. Door deze bij het starten van de gebruikerssessie te verwerken en op te slaan, is het niet nodig om voor elke verwerking de operationele database, die meestal groot en langzaam is, te raadplegen. Dit voordeel wordt versterkt wanneer de databaselaag meerdere databases omvat en de portaalgebruikersgegevens gebaseerd zijn op gegevens uit de meerdere databases. Daarenboven wordt de operationele database minder belast. Dit verlaagt het risico op downtime van de operationele database en dus het ERP-systeem dat de dienstverlener nodig heeft om zijn werkzaamheden uit te voeren.In Embodiments, the processing layer is further configured to cache the first user portal data and the second user portal data and, when the user session starts, to load the operational user data from the operational database and process the operational data to generate the first user portal data and the to obtain second user portal data and to store the first user portal data and the second user portal data such that the second user portal data is cached before receiving the second user portal request. By having the user portal data already cached, the processing unit can do and transmit the necessary processing to the user interaction layer very quickly. In addition, the operational database can contain a great deal of data, of which the operational user data is only a small part. By processing and storing these at the start of the user session, it is not necessary to consult the operational database, which is usually large and slow, before every processing. This advantage is enhanced when the database layer includes multiple databases and the portal user data is based on data from the multiple databases. In addition, the operational database is less burdened. This reduces the risk of downtime of the operational database and therefore the ERP system that the service provider needs to carry out its work.

In vitvoeringsvormen is de verwerkingslaag geconfigureerd om voor ten minste een derde gebruikersportaalverzoek een derde operationele gegevenssubset te ontvangen, te verwerken tot derde gebruikersportaalgegevens, en om de derde gebruikersportaalgegevens op te slaan in het cachegeheugen voordat het derde gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen. In uitvoeringsvormen is de verwerkingslaag geconfigureerd om alle operationele gebruikersgegevens te verwerken tot gebruikersportaalgegevens en op te slaan in het in het cachegeheugen voordat respectievelijke gebruikersportaalverzoeken worden ontvangen, optioneel bij het starten van de gebruikerssessie.In embodiments, the processing layer is configured to receive a third operational data subset for at least a third user portal request, process it into third user portal data, and cache the third user portal data before receiving the third user portal request. In embodiments, the processing layer is configured to process all operational user data into user portal data and cache it before receiving respective user portal requests, optionally at the start of the user session.

In uitvoeringsvormen omvat de databoselaag verdere databases, die gebruikersgegevens omvatten die verwerkt worden tot gebruikersportaalgegevens en weergegeven aan de gebruiker na het ontvangen van een gebruikersportaalverzoek. De verwerkingslaag kan optioneel geconfigureerd zijn om de gebruikersgegevens uit de verschillende databases te combineren tot gebruikersportaalgegevens die tegelijk aan de gebruiker worden weergegeven. Het zal begrepen worden dat alhoewel de uitvoeringsvormen zoals beschreven hierin voornamelijk betrekking hebben op de operationele gebruikersgegevens, deze op gelijkaardige wijze betrekking kunnen hebben op de gebruikersgegevens uit de verdere databases. Bijvoorbeeld, in uitvoeringsvormen is de verwerkingslaag geconfigureerd om de respectievelijke gebruikersgegevens uit de respectievelijke verdere database te laden en op te slaan in het cachegeheugen voordat een respectievelijk gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen, optioneel om dlle gebruikersgegevens uit de respectievelijke database op te slaan in het in het cachegeheugen voordat respectievelijke gebruikersportaalverzoeken worden ontvangen, optioneel bij het starten van de gebruikerssessie. Bijvoorbeeld, in vitvoeringsvormen is de verwerkingslaag geconfigureerd de respectievelijke gebruikersgegevens te ontvangen, te verwerken tot gebruikersportaalgegevens, en de gebruikersportaalgegevens opgeslagen in het cachegeheugen voordat het respectievelijk gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen, optioneel om alle gebruikersgegevens uit de respectievelijke database te verwerken tot gebruikersportaalgegevens en op te slaan in het in het cachegeheugen voordat respectievelijke gebruikersportaalverzoeken worden ontvangen, optioneel bij het starten van de gebruikerssessie. Voorbeelden van verdere databases die in deze tekst verder toegelicht worden, zijn een financiële database, een klantinvoerdatabase, en een externe database.In embodiments, the database layer includes further databases, which include user data that is processed into user portal data and displayed to the user upon receipt of a user portal request. The processing layer may optionally be configured to combine the user data from the different databases into user portal data that is simultaneously displayed to the user. It will be understood that while the embodiments described herein primarily relate to the operational user data, they may similarly relate to the user data from the further databases. For example, in embodiments, the processing layer is configured to load and cache the respective user data from the respective further database before receiving a respective user portal request, optionally to cache all user data from the respective database before respective user portal requests are received, optionally when starting the user session. For example, in embodiments, the processing layer is configured to receive the respective user data, process it into user portal data, and cache the user portal data before receiving the respective user portal request, optionally to process all user data from the respective database into user portal data and store it in cache it before receiving respective user portal requests, optionally at the start of the user session. Examples of further databases further explained in this text are a financial database, a customer entry database, and an external database.

In uitvoeringsvormen omvat de instelingen database voor elke gebruiker instelingsgegevens die definiëren hoe de operationele gebruikersgegevens van de gebruiker worden gepresenteerd aan de gebruiker in de gebruikersinteractielaag voor ten minste een van de gebruikersportaalverzoeken. De verwerkingslaag is geconfigureerd om in de verwerkingseenheid de operationele gebruikersgegevens te verwerken op basis van de instelingsgegevens om de gebruikersportaalgegevens te verkrijgen met betrekking tot de ten minste een van de gebruikersportaalerzoeken. Aan de hand van de instellingsgegevens kunnen de operationele gebruikersgegevens zodanig verwerkt en/of weergegeven worden, dat deze meer interessanter, overzichtelijker, en/of waardevoller zijn voor de gebruiker. De ervaring van de gebruiker wordt derhalve verbeterd. Optioneel kunnen instellingsgegevens voor elke gebruiker worden gewijzigd.In embodiments, the settings database for each user includes settings data that define how the user's operational user data is presented to the user in the user interaction layer for at least one of the user portal requests. The processing layer is configured to process in the processing unit the operational user data based on the setting data to obtain the user portal data related to the at least one of the user portal searches. On the basis of the settings data, the operational user data can be processed and/or displayed in such a way that they are more interesting, clearer and/or more valuable for the user. The user experience is therefore improved. Optionally, setting information can be changed for each user.

In uUitvoeringsvormen omvat de gebruikersinteractielaag een instructie- invoermodule die is geconfigureerd om instructiegegevens van de gebruiker te ontvangen, waarbij de verwerkingseenheid van de verwerkingslaag is geconfigureerd om de instructiegegevens aan de operationele database te leveren om werkprocessen in het ERP- systeem up te daten. De ERP-systemen van dienstverleners met betrekking tot intellectuele eigendom omvatten vaak werkprocessen. In deze werkprocessen worden bijvoorbeeld externe deadlines opgenomen, maar de werkprocessen kunnen ook gebruikt worden of te zorgen dat de interne processen die de dienstverlener toepast voldoen aan de nodige vereisten. In deze werkprocessen kan in sommige stappen input nodig zijn van de klant. Bijvoorbeeld, de klant moet instructies geven om: bepaalde taksen, bijvoorbeeld jaartaksen, te betalen; een intellectueel eigendomsrecht aan te vragen in een bepaald land of regio; of bepaalde keuze te maken tijdens de verleningsprocedure van een intellectueel eigendomsrecht. De instructie-invoermodule laat de gebruiker toe om, in naam van de klant, deze instructies via het klantportaalsysteem door te geven aan de operationele database. Dit laat een efficiëntere behandeling van de instructies toe, aangezien er minder e-mails verstuurd moeten worden en verlaagt dus ook de belasting op de e-mailservers. Optioneel worden de werkprocessen in de ERP-database automatisch aangepast aan de hand van de instructiegegevens, bijvoorbeeld door de verwerkingslaag of door het ERP-systeem.In u Embodiments, the user interaction layer includes an instruction input module configured to receive instruction data from the user, wherein the processing unit of the processing layer is configured to supply the instruction data to the operational database to update work processes in the ERP system. The ERP systems of service providers related to intellectual property often involve work processes. For example, these work processes include external deadlines, but the work processes can also be used to ensure that the internal processes that the service provider applies meet the necessary requirements. In these work processes, input from the customer may be required in some steps. For example, the customer must give instructions to: pay certain taxes, for example annual taxes; apply for an intellectual property right in a particular country or region; or make certain choices during the granting procedure of an intellectual property right. The instruction input module allows the user, on behalf of the customer, to pass these instructions through the customer portal system to the operational database. This allows more efficient handling of the instructions, as fewer emails have to be sent and thus also lowers the load on the email servers. Optionally, the work processes in the ERP database are automatically adjusted on the basis of the instruction data, for example by the processing layer or by the ERP system.

IN uitvoeringsvormen omvat datalbaselaag verder een klantinvoerdatabase en omvat de gebruikersinteractielaag een klantinvoermodule. De klantinvoermodule is geconfigureerd om klantinvoergegevens van een klant te ontvangen, waarbij de gebruikersinteractielaag geconfigureerd is om de klantinvoergegevens naar de verwerkingslaag te verzenden. De verwerkingslaag is geconfigureerd om de klantinvoergegevens naar de databaselagag te verzenden voor opslag in de klantinvoerdatabase. De klantinvoermodule laat de klant dus toe om zijn eigen gegeven op te laden in het klantportaalsysteem. Deze gegevens kunnen bijvoorbeeld documenten zijn die betrekking hebben tot de intellectuele eigendomsdiensten of -rechten, of informatie met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten die bij een andere dienstverlener in behandeling zijn. Het klantportaalsysteem kan dus door de gebruiker gebruikt worden om een overzicht te houden van alle relevante informatie, ongeacht of deze door de dienstverlener zelf beheerd wordt. Door de klantinvoergegevens op te slaan in de klantinvoerdatabase, kunnen deze gescheiden blijven van de operationele database. De verwerkingslaag kan geconfigureerd zijn om klantinvoergegevens en de operationele gebruikersgegevens te verwerken zodanig dat deze gecombineerd aan de gebruiker weergegeven worden als gebruikersportaalgegevens in reccte op een gebruikersportaalverzoek. De gebruikersportaalgegevens kunnen zodanig worden weergegeven, dat het voor de gebruiker geen verschil maakt of de betreffende gegevens gebaseerd zijn klantinvoer gegevens of operationele gegevens. De gebruiker krijgt dus een handig overzicht van zijn intellectuele eigendomsrechten of de gegevens met betrekking daartoe, ongeacht of deze door de dienstverlener worden beheerd. Het kan mogelijk zijn dat een eerste gebruiker van een klant de klantinvoergegevens kan raadplegen die door een gebruiker van de klant aan het klantportaalsysteem zijn toegevoerd. Optioneel definiëren dat de toestemmingsgegevens klantinvoer gebruikersgegevens. In vitvoeringsvormen omvat de gebruikersinteractielaag een instellingeninvoermodule die is geconfigureerd om verwerkingsinvoerinstelingen van een gebruiker te ontvangen. De gebruikersinteractielaag is geconfigureerd om de verwerkingsinvoerinstelingen naar de verwerkingslaag te verzenden, waarbij de verwerkingseenheid van de verwerkingslaag geconfigureerd is om de operationele gebruikersgegevens te verwerken op basis van de verwerkingsinvoerinstellingen en/of om de gebruikersportaalgegevens weer te geven op basis van de verwerkingsinvoerinstelingen. De verwerkingsinvoerinstelingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op tijdelijke verwerkingen zoals een filteractie die op de gegevens wordt uitgevoerd, of een berekening of andere verwerking met de gegevens. De verwerkingsinvoerinstelingen kunnen ook van toepassing zijn op toekomstige gebruikerssessies. In dat geval kan de verwerkingslaag geconfigureerd zijn om de verwerkingsinvoerinstelingen te verzenden naar de datobaselaag, waarbij de databoselaag geconfigureerd is om de verwerkingsinvoerinstelingen op te slaan, bijvoorbeeld in de instelingen database, in de klantinvoerdatabase, of in een verwerkingsinvoerinstelingen database.IN embodiments, the data base layer further includes a customer input database and the user interaction layer includes a customer input module. The customer input module is configured to receive customer input data from a customer, with the user interaction layer configured to send the customer input data to the processing layer. The processing layer is configured to send the customer input data to the database layer for storage in the customer input database. The customer input module thus allows the customer to upload his own data into the customer portal system. This data may be, for example, documents related to the intellectual property services or rights, or information related to intellectual property rights pending with another service provider. The customer portal system can thus be used by the user to keep an overview of all relevant information, regardless of whether it is managed by the service provider itself. By storing the customer entry data in the customer entry database, it can be kept separate from the operational database. The processing layer may be configured to process customer input data and the operational user data such that they are combined displayed to the user as user portal data in direct response to a user portal request. The user portal data can be displayed in such a way that it makes no difference to the user whether the data in question is based on customer input data or operational data. The user thus gets a handy overview of his intellectual property rights or the data related thereto, regardless of whether they are managed by the service provider. It may be possible for a first user of a customer to consult the customer input data supplied by a user of the customer to the customer portal system. Optionally define that the consent data is customer input user data. In embodiments, the user interaction layer includes a settings input module configured to receive processing input settings from a user. The user interaction layer is configured to send the processing input settings to the processing layer, wherein the processing unit of the processing layer is configured to process the operational user data based on the processing input settings and/or to display the user portal data based on the processing input settings. For example, the processing input settings may relate to temporary processing such as a filtering action performed on the data, or a calculation or other processing on the data. The processing input settings may also apply to future user sessions. In that case, the processing layer may be configured to send the processing input settings to the database layer, the database layer being configured to store the processing input settings, for example, in the settings database, in the customer input database, or in a processing input settings database.

In vitvoeringsvormen omvat de instellingen database mappingparametergegevens, waarbij de verwerkingseenheid van de verwerkingslaag is geconfigureerd om op basis van de mappingparametergegevens de operationele gegevens om te zetten in klantvriendelijke gegevens, waarbij de gebruikersinteractielaag bijvoorbeeld geconfigureerd is om de klantvriendelijke gegevens als gebruikersportaalgegevens aan de gebruiker weer te geven. Bijvoorbeeld, in uitvoeringvormen omvatten de mappingparametergegevens een transformatie van deadline-gegevens van de operationele gegevens in klant-deadline-gegevens. De operationele gegevens in de operationele database zijn in principe geconfigureerd om door het ERP-systeem van de dienstverlener te worden gebruikt. De dienstverlener gebruikt deze operationele gegevens in het algemeen op een andere manier dan de klant. Bijvoorbeeld, in de werkprocessen kunnen deadlines opgenomen zijn die niet relevant zijn voor de klant, of deze kunnen omschrijvingen hebben die niet op de situatie van de klant toepasbaar zijn. Met behulp van de mappingparametergegevens kunnen deze op een klantvriendelijke manier aan de gebruiker gepresenteerd worden. Door de mappingparametergegevens in de instellingen database op te slaan, staan deze los van de operationele database. Dit laat de dienstverlener toe om de mappingparametergegevens te definiëren en aan te passen onafhankelijk van de operationele gegevens of het ERP-systeem. In uitvoeringsvormen omvat de instelingen database geografische mappinggegevens, waarbij de verwerkingseenheid is geconfigureerd om intellectuele eigendomsrechten in geografische zones te moppen op basis van de geografische mappinggegevens, en waarbij de gebruikersinteractielaag is geconfigureerd om de geografische zones visueel weer te geven, bijvoorbeeld als gebruikersportaalgegevens in reactie op een gebruikersportaalverzoek. Optioneel is de verwerkingseenheid ingericht om een onderscheid te maken tussen intellectuele eigendomsrechten en aanvragen daarvoor. De gebruiker kan bijvoorbeeld geïnteresseerd zijn om te weten welke landen of regio's door zijn intellectuele eigendomsrechten gedekt zijn. Met behulp van de geografische mappinggegevens kan dit op een overzichtelijke manier visueel weergegeven worden. Optioneel worden hierbij regio's die gedekt zijn door regionale aanvragen of rechten al volledig gedekt weergegeven zo lang er nog geen definitieve selectie van sub-regio's of landen is gemaakt. Voorbeelden van dergelijke regionale aanvragen zijn PCT-aanvragen voor octrooien of merken, aanvragen voor Europese octrooien bij het Europees Octrooibureau conform het Europees Octrooi Verdrag, uniemerken en modellen of aanvragen daarvoor, Benelux merken en modellen of aanvragen daarvoor.In embodiments, the settings database includes mapping parameter data, wherein the processing unit of the processing layer is configured to convert the operational data into customer-friendly data based on the mapping parameter data, wherein the user interaction layer is configured, for example, to display the customer-friendly data as user portal data to the user . For example, in embodiments, the mapping parameter data includes a transformation of deadline data from the operational data into customer deadline data. The operational data in the operational database is basically configured to be used by the service provider's ERP system. The service provider generally uses this operational data in a different way than the customer. For example, the work processes may include deadlines that are not relevant to the customer, or they may have descriptions that are not applicable to the customer's situation. Using the mapping parameter data, these can be presented to the user in a customer-friendly manner. Storing the mapping parameter data in the settings database makes it separate from the operational database. This allows the service provider to define and modify the mapping parameter data independently of the operational data or ERP system. In embodiments, the settings database includes geographic mapping data, wherein the processing unit is configured to map intellectual property rights to geographic areas based on the geographic mapping data, and wherein the user interaction layer is configured to visually represent the geographic areas, e.g., as user portal data in response to a user portal request. Optionally, the processing unit is arranged to distinguish between intellectual property rights and applications therefor. For example, the user may be interested in knowing which countries or regions are covered by his intellectual property rights. This can be visually displayed in a well-arranged manner using the geographical mapping data. Optionally, regions covered by regional applications or entitlements are shown as fully covered as long as a final selection of sub-regions or countries has not yet been made. Examples of such regional applications are PCT applications for patents or trademarks, applications for European patents to the European Patent Office in accordance with the European Patent Convention, Union trademarks and designs or applications therefor, Benelux trademarks and designs or applications therefor.

In uitvoeringsvormen omvat de databaselaag zakelijke klantmappinggegevens, waarbij de verwerkingseenheid is geconfigureerd om een zakelijke classificatie te maken van de intellectuele eigendomsrechten op basis van de zakelijke klantmappinggegevens, en waarbij de gebruikersinteractielaag is geconfigureerd om de zakelijke classificatie weergeven, bijvoorbeeld als gebruikersportaalgegevens in reactie op een gebruikersportaalerzoek. De zakelijke mappinggegevens zijn geconfigureerd om intellectuele eigendomsrechten te linken aan zakelijke aspecten. Bijvoorbeeld, de zakelijke klantmappinggegevens kunnen geconfigureerd zijn om intellectuele eigendomsrechten van een klant in te delen op basis van product, productlijn, bedrijfseenheid, of type product. Op deze manier kan de gebruiker van de klant via het klantportaalsysteem gemakkelijk raadplegen hoe deze gedekt zijn door zijn intellectuele eigendomsrechten. Optioneel omvat de gebruikersinteractielaag een klantmappinggegevensinvoermodule, waarbij de gebruiker een classificatie kan aanmaken en/of intellectuele eigendomsrechten aan een classificatie kan toewijzen. Optioneel worden de intellectuele eigendomsrechten tevens aan de hand van geografische mappinggegevens geclassificeerd, zodat de gebruiker tegelijk een geografisch overzicht krijgt.In embodiments, the database layer includes customer business mapping data, wherein the processing unit is configured to create a business classification of the intellectual property rights based on the customer business mapping data, and wherein the user interaction layer is configured to display the business classification, e.g., as user portal data in response to a user portal search . The business mapping data is configured to link intellectual property rights to business aspects. For example, the customer business mapping data may be configured to map a customer's intellectual property rights based on product, product line, business unit, or type of product. In this way, the customer's user can easily consult via the customer portal system how these are covered by his intellectual property rights. Optionally, the user interaction layer includes a customer mapping data entry module, where the user can create a classification and/or assign intellectual property rights to a classification. Optionally, the intellectual property rights are also classified on the basis of geographical mapping data, so that the user also receives a geographical overview.

In uitvoeringsvormen omvatten de instellingengegevens een classificatie van de operationele gebruikersgegevens in live gegevens en opgeslagen data, waarbij de verwerkingslaag is geconfigureerd om een update van de live gegevens uit de databaselaag op te vragen voor verwerking en om de opgeslagen gegevens te verwerken op basis van de gegevens die zijn opgeslagen in het cachegeheugen.In embodiments, the settings data includes a classification of the operational user data into live data and stored data, wherein the processing layer is configured to request an update of the live data from the database layer for processing and to process the stored data based on the data that are stored in the cache.

De update kan bijvoorbeeld periodisch zijn, waarbij bij een daaropvolgend gebruikersportaalverzoek de geÜpdatete live gegevens worden verwerkt en/of weergegeven.For example, the update may be periodic, with a subsequent user portal request processing and/or displaying the updated live data.

Het is ook mogelijk dat de gebruikersinteractielaag een updateverzoekmodule omvat, waar de gebruiker kan aangeven dat hij een update van de live gegevens of een deel daarvan wenst, waarop de verwerkingslaag geconfigureerd is de een update van de live gegevens uit de databoselaag op te vragen na het ontvangen van een updateverzoek van de updateverzoekmodule.It is also possible that the user interaction layer includes an update request module, where the user can indicate that he wants an update of the live data or a part thereof, on which the processing layer is configured to request an update of the live data from the database layer after the receiving an update request from the update request module.

In uitvoeringsvormen omvat de databaselaag verder een financiële database die financiële gegevens omvat met betrekking tot de intellectuele eigendomsdiensten, waarbij de toestemmingsgegevens van instellingen database verder financiële gebruikersgegevens definiëren die een subhoeveelheid zijn van de financiële gegevens van de financiële database waartoe de gebruiker toegang heeft.In embodiments, the database layer further comprises a financial database that includes financial data related to the intellectual property services, wherein the institution database consent data further defines user financial data that is a subset of the financial data of the financial database that the user has access to.

De verwerkingslaag is geconfigureerd om, wanneer de gebruikerssessie start, de financiële gebruikersgegevens uit de financiële database te laden.The processing layer is configured to load the financial user data from the financial database when the user session starts.

De verwerkingslaag is verder geconfigureerd om ten minste een eerste financiële gegevenssubset van de financiële gebruikersgegevens te verwerken om eerste financiële portaalgegevens te verkrijgen, waarbij de financiële portaalgegevens onderdeel zijn van de tweede gebruikersportaalgegevens of van derde gebruikersportaalgegevens met betrekking tot een derde gebruikersportaalverzoek.The processing layer is further configured to process at least a first financial data subset of the user financial data to obtain first financial portal data, wherein the financial portal data is part of the second user portal data or of third user portal data related to a third user portal request.

In vitvoeringsvormen is de verwerkingslaag geconfigureerd om, wanneer de gebruikerssessie start, de financiële gebruikersgegevens uit de financiële database te laden en op te slaan, zodanig dat de eerste financiële gegevenssubset is opgeslagen in het cachegeheugen voordat respectievelijk het tweede of derde gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen.In embodiments, when the user session starts, the processing layer is configured to load and store the user financial data from the financial database such that the first financial data subset is cached before receiving the second or third user portal request, respectively.

In vitvoeringsvormen is de verwerkingslaag geconfigureerd om, wanneer de gebruikerssessie start, de financiële gebruikersgegevens uit de financiële database te laden en de financiële gegevens te verwerken om de financiële portaalgegevens te verkrijgen en op te slaan, zodanig dat de eerste financiële portaalgegevens zijn opgeslagen in het cachegeheugen voordat respectievelijk het tweede of derde gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen.In embodiments, when the user session starts, the processing layer is configured to load the user financial data from the financial database and process the financial data to obtain and store the financial portal data, such that the first financial portal data is cached before receiving the second or third user portal request, respectively.

De financiële gegevens kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op: taksen die betaald zijn of moeten worden aan officiële instanties; kosten gemaakt door de dienstverlener en declarabele uren uitgevoerd door de specialisten van de dienstverlener; kosten gemaakt door externe specialisten en partners van de dienstverlener.For example, the financial data may relate to: taxes paid or to be paid to official bodies; costs incurred by the service provider and billable hours performed by the service provider's specialists; costs incurred by external specialists and partners of the service provider.

Optioneel is de verwerkingslaag geconfigureerd om aan de hand van zakelijke klantmappinggegevens en/of geografische mappinggegevens de financiële gegevens te classificeren.Optionally, the processing layer is configured to classify the financial data using customer business mapping data and/or geographic mapping data.

De gebruiker kan derhalve gemakkelijk een overzicht krijgen van de kosten, bijvoorbeeld per intellectueel eigendomsrecht, per geografische regio, en/of per zakelijk aspect.The user can therefore easily get an overview of the costs, for example per intellectual property right, per geographical region, and/or per business aspect.

De financiële database wordt gebruikt door een financieel systeem van de dienstverlener, om bijvoorbeeld de financiële gegevens bij te houden en facturen voor de klanten op te maken.The financial database is used by a financial system of the service provider, for example to keep the financial data and to prepare invoices for the customers.

Optioneel is het financieel systeem geïntegreerd met het ERP-systeem.Optionally, the financial system is integrated with the ERP system.

In uitvoeringsvormen omvat de databoselaag een externe gegevensdatabase geconfigureerd om op regelmatige basis externe gegevens op te halen van een of meer externe databases, waarbij het klantportaalsysteem geconfigureerd is om de externe gegevens aan de gebruiker via de gebruikersinteractielaag.In embodiments, the database layer includes an external data database configured to retrieve external data from one or more external databases on a regular basis, wherein the customer portal system is configured to provide the external data to the user through the user interaction layer.

De externe database kan bijvoorbeeld een database zijn die bibliografische gegevens omvat met betrekkingen tot de intellectuele eigendomsrechten, bijvoorbeeld met betrekking tot publicatienummers, gegevens van uitvinders en/of aanvragers, classificatiegegevens, of gegevens van citaties tijdens de procedure.For example, the external database may be a database containing bibliographic data relating to intellectual property rights, for example relating to publication numbers, inventors and/or applicants' data, classification data, or citation data during the procedure.

De externe database kan bijvoorbeeld beheerd worden door een officiële instantie, die bijvoorbeeld in staat voor de verlening van intellectuele eigendomsrechten, bijvoorbeeld Europees octrooibureau (EOB of EPO), World Intellectual Property Organisation (WIPO), of European Union Intellectual Property Office (EUIPO). In vitvoeringsvorm definiëren de toestemmingsgegevens van instelingen database verder externe gebruikersgegevens die een subhoeveelheid zijn van de externe gegevens van de externe database waartoe de gebruiker toegang heeft.For example, the external database can be managed by an official body, which is, for example, responsible for granting intellectual property rights, for example European Patent Office (EPO or EPO), World Intellectual Property Organization (WIPO), or European Union Intellectual Property Office (EUIPO). In this embodiment, the permissions data of the settings database further defines external user data that is a subset of the external data of the external database that the user has access to.

De verwerkingslaag is geconfigureerd om, wanneer de gebruikerssessie start, de externe gebruikersgegevens uit de externe database te laden.The processing layer is configured to load the external user data from the external database when the user session starts.

De verwerkingslaag is verder geconfigureerd om ten minste een eerste externe gegevenssubset van de externe gebruikersgegevens te verwerken om eerste externe portaalgegevens te verkrijgen, waarbij de externe portaalgegevens onderdeel zijn van de tweede gebruikersportaalgegevens, van de derde gebruikersportaalgegevens, of van een vierde gebruikersportaalgegevens met betrekking tot een vierde gebruikersportaalverzoek.The processing layer is further configured to process at least a first external data subset of the external user data to obtain first external portal data, wherein the external portal data is part of the second user portal data, of the third user portal data, or of a fourth user portal data related to a fourth user portal request.

In uitvoeringsvormen is de verwerkingslaag geconfigureerd om, wanneer de gebruikerssessie start, de externe gebruikersgegevens uit de externe database te laden en op te slaan, zodanig dat de eerste externe gegevenssubset is opgeslagen in het cachegeheugen voordat respectievelijk het tweede of vierde gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen.In embodiments, the processing layer is configured, when the user session starts, to load and store the external user data from the external database such that the first external data subset is cached before receiving the second or fourth user portal request, respectively.

In uitvoeringsvormen is de verwerkingslaag geconfigureerd om, wanneer de gebruikerssessie start, de externe gebruikersgegevens uit de externe database te laden en de externe gegevens te verwerken om de externe portaalgegevens te verkrijgen en op te slaan, zodanig dat de eerste externe portaalgegevens zijn opgeslagen in het cachegeheugen voordat respectievelijk het tweede of vierde gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen.In embodiments, when the user session starts, the processing layer is configured to load the external user data from the external database and process the external data to obtain and store the external portal data such that the first external portal data is cached before receiving the second or fourth user portal request, respectively.

In Uitvoeringsvormen omvat de gebruikersinteractielaag een exportmodule, geconfigureerd om een exportvezoek van een gebruiker te ontvangen. De verwerkingseenheid is geconfigureerd om, aan de hand van het exportverzoek, operationele gebruikersgegevens, bijvoorbeeld operationele, klantinvoer, of financiële gebruikersgegevens, en/of gebruikersportaalgegevens, naar de gebruiker te verzenden. Het verzenden kan bijvoorbeeld via een downloadmodule in de gebruikersinteractielaag of via een e-mail die naar een e-mailadres van de gebruiker wordt verstuurd. De gegevens kunnen in iedere geschikt vorm geëxporteerd worden, waarbij de gebruiker hier optioneel een selectie in kan maken.In Embodiments, the user interaction layer includes an export module configured to receive an export request from a user. The processing unit is configured to send, based on the export request, operational user data, e.g. operational, customer input, or financial user data, and/or user portal data, to the user. Sending can be done, for example, via a download module in the user interaction layer or via an e-mail that is sent to an e-mail address of the user. The data can be exported in any suitable form, whereby the user can optionally make a selection.

Het doel van de uitvinding wordt tevens bereikt met een of meer van de werkwijzen volgens de uitvinding die hieronder zijn beschreven. Deze werkwijzen kunnen worden uitgevoerd met het klantportaalsysteem volgens de uitvinding en vice versa, echter zijn noch de werkwijzen, noch het klantportaalsysteem hiertoe beperkt. Kenmerken beschreven met betrekking tot het klantportaalsysteem kunnen op gelijkaardige manier worden toegepast in de werkwijze om gelijkaardige voordelen te bekomen, en vice versa, en zijn daarom niet in overvloedig detail besproken.The object of the invention is also achieved by one or more of the methods according to the invention described below. These methods can be performed with the customer portal system according to the invention and vice versa, however, neither the methods nor the customer portal system are limited thereto. Features described with respect to the customer portal system can be similarly applied in the method to obtain similar benefits, and vice versa, and therefore have not been discussed in copious detail.

Het doel van de uitvinding wordt tevens bereikt met een werkwijze voor het communiceren van gegevens met betrekking tot intellectuele eigendomsdiensten aan een klant met een klantportaalsysteem, omvattende een databaselaag, een verwerkingslaag en een gebruikersinteractielaag, waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: e het definiëren van operationele gebruikersgegevens op basis van de gebruikersreferentie en toestemminggegevens die zijn opgeslagen in een instelingen database van de databaselagag, waarbij de operationele gebruikersgegevens een subhoeveelheid zijn van operationele gegevens van een operationele database waartoe de gebruiker toegang heeft, waarbij de operationele database is geconfigureerd om te worden gebruikt door een ERP-systeem van een dienstverlener voor het leveren van intellectuele eigendomsdiensten, e het verifiëren van een gebruiker die zich op basis van gebruikersreferenties e het starten van een gebruikerssessie wanneer de gebruiker is geverifieerd,The object of the invention is also achieved with a method for communicating data related to intellectual property services to a customer with a customer portal system, comprising a database layer, a processing layer and a user interaction layer, the method comprising the following steps: e defining operational user data based on the user reference and permission data stored in a settings database of the database lagag, where the operational user data is a subset of operational data from an operational database that the user has access to, where the operational database is configured to be used by an ERP system of a service provider for the provision of intellectual property services, e authenticating a user based on user credentials e starting a user session when the user is authenticated,

e het weergeven, met de gebruikersinteractielaag, van eerste portaalgegevens aan de gebruiker tijdens de gebruikerssessie bij het starten van de gebruikerssessie of bij het ontvangen van het eerste gebruikersportaalverzoek, waarbij de eerste gebruikersportaalgegevens worden ontvangen van de verwerkingslaag, waarbij de eerste gebruikersportaalgegevens zijn gebaseerd op een eerste operationele gegevenssubset van operationele gebruikersgegevens,e displaying, with the user interaction layer, first portal data to the user during the user session upon initiation of the user session or upon receiving the first user portal request, wherein the first user portal data is received from the processing layer, the first user portal data being based on a first operational data subset of operational user data,

e het weergeven, met de gebruikersinteractielaag, van tweede gebruikersportaalgegevens met betrekking tot een tweede gebruikersportaalverzoek, wanneer van de gebruiker het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen, waarbij de tweede gebruikersportaalgegevens worden ontvangen van de verwerkingslaag, waarbij de tweede gebruikersportaalgegevens zijn gebaseerd op een tweede operationele gegevenssubset van de operationele gebruikersgegevens, waarbij de tweede operationele gegevenssubset ten minste gedeeltelijk verschilt van de eerste operationele gegevenssubset,e displaying, with the user interaction layer, second user portal data related to a second user portal request when the second user portal request is received from the user, wherein the second user portal data is received from the processing layer, the second user portal data being based on a second operational data subset of the operational user data, the second operational data subset being at least partially different from the first operational data subset,

waarbij de werkwijze verder de volgende stoppen omvat met de verwerkingslaag:the method further comprising the following stops with the processing layer:

e het laden van de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database, waarbij de operationele gebruikersgegevens ten minste een eerste operationele gegevenssubset en een tweede operationele gegevenssubset omvatten,e loading the operational user data from the operational database, the operational user data comprising at least a first operational data subset and a second operational data subset,

e het verwerken van de eerste operationele gegevenssubset om de eerste gebruikersportaalgegevens te verkrijgen,e processing the first operational data subset to obtain the first user portal data,

e het verwerken van de tweede operationele gegevenssubset om de tweede gebruikersportaalgegevens te verkrijgen,e processing the second operational data subset to obtain the second user portal data,

met het kenmerk dat de werkwijze verder omvat:characterized in that the method further comprises:

e het laden, met de verwerkingslaag, wanneer de gebruikerssessie start, van de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database, en het opslaan in een cachegeheugen van de verwerkingslaag zodanig dat de tweede operationele gegevenssubset is opgeslagen in het cachegeheugen voordat het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen, en/of e het laden, met de verwerkingslaag, wanneer de gebruikerssessie start, van de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database te laden en het verwerken van de operationele gegevens om de eerste gebruikersporlaalgegevens en de tweede gebruikersportaalgegevens te verkrijgen, en het opslaan van de eerste gebruikersportaalgegevens en de tweede gebruikersportaalgegevens in een cachegeheugen van de verwerkingslaag, zodanig dat de tweede gebruikersportaalgegevens zijn opgeslagen in het cachegeheugen voordat het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen.e loading, with the processing layer, when the user session starts, the operational user data from the operational database, and caching the processing layer such that the second operational data subset is cached before the second user portal request is received, and /or e loading, with the processing layer, when the user session starts, the operational user data from the operational database and processing the operational data to obtain the first user portal data and the second user portal data, and storing the first user portal data and cache the second user portal data of the processing layer such that the second user portal data is cached before the second user portal request is received.

De uitvinding heeft verder betrekking op computerleesbare instructies die zijn geconfigureerd om, wanneer ze worden uitgevoerd, ervoor te zorgen dat een of meer verwerkingseenheid en/of een klantportaalsysteem de werkwijze volgens de uitvinding uitvoert.The invention further relates to computer readable instructions configured, when executed, to cause one or more processors and/or a customer portal system to perform the method of the invention.

De uitvinding wordt hieronder toegelicht aan de hand van figuren.The invention is explained below with reference to figures.

De beschreven uitvoeringsvormen zijn slechts voorbeelden en omvatten bijvoorbeeld optionele kenmerken.The described embodiments are only examples and include optional features, for example.

Onderstaande beschrijving zal dan ook niet als beperkend voor de conclusies worden geïnterpreteerd.The description below will therefore not be interpreted as limiting the claims.

In de figuren: Fig. 1 geeft schematisch een eerste uitvoeringsvorm van het klantportaalsysteem weer; Fig. 2 geeft schematisch een tweede Uitvoeringsvorm van het klantportaalsysteem weer.In the figures: FIG. 1 schematically illustrates a first embodiment of the customer portal system; fig. 2 schematically depicts a second Embodiment of the customer portal system.

Fig. 1 geeft schematisch een klantportaalsysteem 1 weer.fig. 1 schematically represents a customer portal system 1 .

Het klantportaalsysteem 1 laat een dienstverlener toe om interactie te hebben met zijn klanten, bijvoorbeeld door gegevens weer te geven aan de klant.The customer portal system 1 allows a service provider to interact with its customers, for example by displaying data to the customer.

Het klantportaalsysteem 1 kan in het bijzonder gebruikt worden door een dienstverlener die diensten met betrekking tot intellectuele eigendom verleent.In particular, the customer portal system 1 can be used by a service provider providing intellectual property services.

Dit kunnen bijvoorbeeld diensten zijn met betrekking tot het verkrijgen van intellectuele eigendomsrechten zoals octrooien, merken en modellen in verschillende landen en regio's in de wereld.This may include services related to the acquisition of intellectual property rights such as patents, trademarks and designs in different countries and regions in the world.

Het klantportaalsysteem 1 omvat drie lagen: een databaselaag 100, een verwerkingslaag 200, en een klantinteractie laag 300. De databaselaag 100 kan een operationele database 110 omvatten die operationele gegevens 115 bevat.The customer portal system 1 comprises three layers: a database layer 100, a processing layer 200, and a customer interaction layer 300. The database layer 100 may comprise an operational database 110 containing operational data 115 .

De operationele database 110 wordt gebruikt door een ERP-systeem van de dienstverlener.The operational database 110 is used by an ERP system of the service provider.

De dienstverlener gebruikt het ERP-systeem in zijn dagelijkse processen.The service provider uses the ERP system in its daily processes.

Dossiers worden hiermee beheerd, belangrijke documenten worden hiermee bewaard, en communicatie met officiële instanties, klanten, en externe partijen zoals andere (buitenlandse) dienstverleners wordt hierin opgeslagen.Files are managed with this, important documents are stored with this, and communication with official authorities, customers, and external parties such as other (foreign) service providers is stored here.

In het geval van dienstverleners met betrekking tot intellectuele eigendom wordt het ERP-systeem vaak ook gebruikt om belangrijke deadlines te monitoren, en bevat het ERP-systeem meestal werkprocessen die gevolgd worden om de interne processen juist te laten verlopen, waarbij de relevante interne en externe deadlines zijn opgenomen in de werkprocessen.In the case of intellectual property service providers, the ERP system is often also used to monitor important deadlines, and the ERP system usually contains work processes that are followed to make the internal processes run correctly, with the relevant internal and external deadlines are included in the work processes.

De databaselaag 100 kan verder een klantinvoerdatabase 120 omvatten.The database layer 100 may further include a customer entry database 120 .

De klantinvoerdatabase 120 bevat klantinvoergegevens 125 die door een gebruiker van de klant aan het kantportaalsysteem 1 toegevoerd worden via een klantinvoermodule 312, die later in meer detail toegelicht wordt.The customer entry database 120 contains customer entry data 125 supplied by a user of the customer to the side gantry system 1 via a customer entry module 312, which will be explained in more detail later.

De klantinvoergegevens 125 kunnen bijvoorbeeld documenten of informatie zijn die de klant aan het klantportaalsysteem 1 levert, die bijvoorbeeld betrekking kunnen hebben op intellectuele eigendomsrechten die niet door de dienstverlener beheerd worden.For example, the customer input data 125 may be documents or information that the customer provides to the customer portal system 1, which may relate, for example, to intellectual property rights not controlled by the service provider.

De databaselaag 100 kan verder een optionele financiële database 130 omvatten.The database layer 100 may further include an optional financial database 130.

De financiële database 130 omvat financiële gegevens 135, bijvoorbeeld met betrekking tot facturen van de dienstverlener aan de klant, gemaakte kosten en/of gewerkte uren door de dienstverlener, officiële taksen die aan overheidsinstanties betaald zijn of moeten worden.The financial database 130 includes financial data 135, for example relating to invoices from the service provider to the customer, costs incurred and/or hours worked by the service provider, official taxes paid or to be paid to government agencies.

De financiële database 130 wordt gebruikt door een financieel systeem van de dienstverlener, om bijvoorbeeld de financiële gegevens 135 bij te houden en facturen voor de klanten op te maken.The financial database 130 is used by a financial system of the service provider, for example to maintain the financial data 135 and to prepare invoices for the customers.

Meestal wordt het financieel systeem tevens gebruikt voor de registratie van declarabele uren van personen die de in naam van de dienstverlener werken.Usually, the financial system is also used for the registration of billable hours of persons who work on behalf of the service provider.

De databaselaag 100 kan verder een instelingen database 140 omvattien, die ten minste gebruikersreferenties 145 en toestemmingsgegevens 146 omvat voor elke gebruiker.The database layer 100 may further include a settings database 140, which includes at least user credentials 145 and permission data 146 for each user.

De toestemmingsgegevens 146 van de gebruiker definiëren operationele gebruikersgegevens 116 die een subhoeveelheid zijn van de operationele gegevens 115 van de operationele database 110 waartoe de gebruiker toegang heeft.The user's permission data 146 defines user operational data 116 which is a subset of the operational data 115 of the operational database 110 that the user has access to.

Wanneer van toepassing, definiëren de toestemmingsgegevens 146 ook klantinvoer gebruikersgegevens 126 die een subhoeveelheid zijn van de klantinvoergegevens 125 van de klantinvoerdatabase 120 waartoe de gebruiker toegang heeft.When applicable, the permission data 146 also defines customer input user data 126 which is a subset of the customer input data 125 of the customer input database 120 that the user has access to.

Wanneer van toepassing, definiëren de toestemmingsgegevens 146 ook financiële gebruikersgegevens 136 die een subhoeveelheid zijn van de financiële gegevens 135 van de financiële database 130 waartoe de gebruiker toegang heeft.When applicable, the permission data 146 also defines user financial data 136 which is a subset of the financial data 135 of the financial database 130 that the user has access to.

Alhoewel fig. 1 de operationele database 110, de klantinvoerdatabase 120, de financiële database 130, en de instelingen database 140 apart weergeeft, zal het begrepen worden dat twee of meer hiervan in de praktijk gecombineerd kunnen worden op eenzelfde fysieke server.Although Fig. 1 separately illustrates the operational database 110, the customer entry database 120, the financial database 130, and the settings database 140, it will be understood that two or more of these may be combined in practice on the same physical server.

In het bijzonder de operationele database 110 en de financiële database 130 kunnen in sommige gevallen door eenzelfde ERP-systeem gebruikt worden.In particular, the operational database 110 and the financial database 130 may be used by the same ERP system in some cases.

Het heeft echter de voorkeur dat de gegevens van ten minste de klantinvoerdatabase 120 en de instelingen database 140 gescheiden blijven van de respectievelijke andere databases.However, it is preferred that the data of at least the customer input database 120 and the settings database 140 remain separate from the other databases, respectively.

Het is mogelijk dat twee of meer van de databases in de databaselaag op andere fysieke locaties geplaatst zijn.It is possible that two or more of the databases in the database layer are located in different physical locations.

Alhoewel niet weergegeven in fig.1, kunnen de databases 110, 120, 130, 140, vit de databaselaag 100 ook verbonden zijn met andere systemen, zoals het ERP-systeem of het financieel systeem.Although not shown in Figure 1, the databases 110, 120, 130, 140, and the database layer 100 may also be connected to other systems, such as the ERP system or the financial system.

De databaselaag 100 en de verwerkingslaag 200 staan in communicatieve verbinding met elkaar.The database layer 100 and the processing layer 200 are in communicative connection with each other.

In het weergegeven voorbeeld kunnen de operationele gebruikersgegevens 116 gecommuniceerd worden via een eerste communicatieverbinding 112 tussen een communicatieterminal 111 van de operationele database 110 en een eerste communicatieterminal 201 van de verwerkingslaag 200. Klantinvoer gebruikersgegevens kunnen gecommuniceerd worden via een tweede communicatieverbinding 122 tussen een communicatieterminal 121 van de klantinvoerdatabase 120 en een tweede communicatieterminal 202 van de verwerkingslaag 200. De financiële gebruikersgegevens 136 kunnen gecommuniceerd worden via een derde communicatieverbinding 132 tussen een communicatieterminal 131 van de financiële database 130 en een derde communicatieterminal 203 van de verwerkingslaag 200. De gebruikersreferenties 145 en toestemmingsgegevens 146 kunnen gecommuniceerd worden via een vierde communicatieverbinding 142 tussen een communicatieterminal 141 van de instelingen database 140 en een vierde communicatieterminal 204 van de verwerkingslaag 200. Andere uitvoeringsvormen zijn echter mogelijk, waarbij bijvoorbeeld twee of meer van de operationele database 110, de klantinvoerdatabase 120, de financiële database 130, en de instelingen database 140 via een enkele communicatieteminal met de verwerkingslaag communiceren.In the example shown, the operational user data 116 can be communicated via a first communication link 112 between a communication terminal 111 of the operational database 110 and a first communication terminal 201 of the processing layer 200. Customer input user data can be communicated via a second communication link 122 between a communication terminal 121 of the customer input database 120 and a second communication terminal 202 of the processing layer 200. The user financial data 136 can be communicated via a third communication link 132 between a communication terminal 131 of the financial database 130 and a third communication terminal 203 of the processing layer 200. The user references 145 and permission data 146 can be communicated via a fourth communication link 142 between a communication terminal 141 of the settings database 140 and a fourth communication terminal 204 of the processing ing layer 200. However, other embodiments are possible, where, for example, two or more of the operational database 110, the customer input database 120, the financial database 130, and the settings database 140 communicate with the processing layer through a single communication terminal.

Het is ook mogelijk dat de verwerkingslaag 200 via een enkele communicatieterminal met twee of meer van de operationele database 110, de klantinvoerdatabase 120, de financiële database 130, en de instellingen database 140 communiceert.It is also possible for the processing layer 200 to communicate with two or more of the operational database 110, the customer entry database 120, the financial database 130, and the settings database 140 via a single communication terminal.

De communicatie tussen de verwerkingslaag 200 en de databaselaag 100 kan volgens alle gekende protocollen en combinaties daarvan gebeuren, hetzij bedraad of draadloos.The communication between the processing layer 200 and the database layer 100 can be done according to all known protocols and combinations thereof, whether wired or wireless.

De verwerkingslaag 200 omvat een verwerkingseenheid 220 en een cachegeheugen 230. In het weergegeven voorbeeld staat het cachegeheugen 230 in verbinding met de eerste communicatieterminal 201 via een eerste interne verbinding 211, met de tweede communicatieterminal 202 via een tweede interne verbinding 212, met de derde communicatieterminal via een derde interne verbinding 213, en met de vierde communicatieterminal 204 via een vierde interne verbinding 204. De gegevens die van de databaselaag 100 naar de verwerkingslaag 200 gecommuniceerd worden, worden opgeslagen in het cachegeheugen 230. De verwerkingseenheid 220 staat in verbinding met het cachegeheugen 220 via een interne verbinding 215 en is ingericht om de gegevens die zijn opgeslagen in het cachegeheugen te verwerken, bijvoorbeeld de operationele gebruikersgegevens 116, de klantinvoer gebruikersgegevens 126, of de financiële gebruikersgegevens 136.The processing layer 200 includes a processing unit 220 and a cache memory 230. In the illustrated example, the cache memory 230 communicates with the first communication terminal 201 via a first internal connection 211, with the second communication terminal 202 via a second internal connection 212, with the third communication terminal via a third internal connection 213, and to the fourth communication terminal 204 via a fourth internal connection 204. The data communicated from the database layer 100 to the processing layer 200 is stored in the cache memory 230. The processing unit 220 communicates with the cache memory 220 via an internal link 215 and is arranged to process the data stored in the cache, e.g., the operational user data 116, the customer input user data 126, or the financial user data 136.

De verwerkingslaag 200 staat in communicatieve verbinding met de gebruikersinteractielaag 300 via een gebruikersverbinding 231 tussen een vijfde communicatieterminal 205 van de verwerkingslaag 200 en een communicatieterminal 30 1 van de gebruikersinteractielaag 300. De communicatie tussen de verwerkingslaag 200 en de gebruikersinteractielaag 300 kan volgens alle gekende protocollen en combinaties daarvan gebeuren, hetzij bedraad of draadloos. In het weergegeven voorbeeld zijn zowel de verwerkingseenheid 220, via interne verbinding 216, als het cachegeheugen 230, via interne verbinding 217, met de vijfde communicatieterminal 205 verbonden, maar andere uitvoeringen zijn mogelijk.The processing layer 200 communicates with the user interaction layer 300 via a user link 231 between a fifth communication terminal 205 of the processing layer 200 and a communication terminal 301 of the user interaction layer 300. The communication between the processing layer 200 and the user interaction layer 300 can be arranged according to all known protocols and combinations of these happen, either wired or wireless. In the example shown, both the processing unit 220, via internal connection 216, and the cache memory 230, via internal connection 217, are connected to the fifth communication terminal 205, but other embodiments are possible.

De gebruikersinteractielaag 300 omvat een weergavemodule 330, die in verbinding staat met de communicatieterminal 301 via een inteme verbinding 341. De weergavemodule 330 is geconfigureerd om portaalgegevens weer te geven aan de gebruiker. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren via een scherm van een apparaat zoals een computer, smartphone, of tablet. De gebruikersinteractielaag 300 kan dit bijvoorbeeld via een pagina in een webbrowser doen, of via een programma of applicatie geïnstalleerd op het betreffende apparaat.The user interaction layer 300 includes a display module 330, which communicates with the communication terminal 301 via an internal link 341. The display module 330 is configured to display portal data to the user. This can be done, for example, via a screen of a device such as a computer, smartphone, or tablet. The user interaction layer 300 can do this, for example, via a page in a web browser, or via a program or application installed on the respective device.

De gebruikersinteractielaag 300 omvat in het weergegeven voorbeeld een aanmeldmodule 311, waarin een gebruiker zijn verificatiegegevens 315 kan ingeven om zich aan te melden in het klantportaalsysteem 1. De verificatiegegevens 315 kunnen bijvoorbeeld een gebruikersnaam en wachtwoord zijn. Het is ook mogelijk om een twee- stapsverificatie te voorzien, waarbij de gebruiker bijkomend een verificatiecode moet ingeven die bijvoorbeeld in een mobiele applicatie gegenereerd is. Het is ook mogelijk dat de aanmeldmodule nog een menselijke verificatietool omvat, waarin de gebruiker een test moet afleggen om te verifiëren dat hij geen robot is. Het is ook mogelijk dat de gebruiker zich niet telkens moet aanmelden, bijvoorbeeld omdat de verificatiegegevens 315 zijn opgeslagen op het apparaat dat de gebruiker gebruikt of omdat het klantportaalsysteem 1 is ingericht om als verificatiegegevens 315 gegevens te gebruiken die het apparaat identificeren of de locatie waar het apparaat zich bevindt, bijvoorbeeld met behulp van een IP-adres.The user interaction layer 300, in the example shown, comprises a login module 311, into which a user can enter his authentication data 315 to log in to the customer portal system 1. The authentication data 315 can be, for example, a user name and password. It is also possible to provide a two-step verification, in which case the user must additionally enter a verification code generated, for example, in a mobile application. It is also possible that the login module includes another human verification tool, in which the user must take a test to verify that he is not a robot. It is also possible that the user does not have to log in every time, for example because the authentication data 315 is stored on the device that the user is using or because the customer portal system 1 is set up to use as authentication data 315 data that identifies the device or the location where it is located. device is located, for example using an IP address.

De aanmeldmodule 311 staat in verbinding met de communicatieterminal 301 via een interne verbinding 321, waarmee de verificatiegegevens 315 naar de verwerkingseenheid 220 verzonden worden. Aan de hand van de gebruikersreferenties 145 opgeslagen in de instellingen database 140 en de verificatiegegevens 315 ingegeven door de gebruiker in de aanmeldmodule 311 kan de verwerkingseenheid 220 de gebruiker verifiëren. Het is echter ook mogelijk dat deze verificatie in de gebruikersinteractielaag 300 zelf gebeurt.The login module 311 communicates with the communication terminal 301 through an internal connection 321, through which the verification data 315 is sent to the processing unit 220 . On the basis of the user credentials 145 stored in the settings database 140 and the verification data 315 entered by the user in the login module 311, the processing unit 220 can authenticate the user. However, it is also possible that this verification takes place in the user interaction layer 300 itself.

Wanneer de gebruiker is geverifieerd, wordt een gebruikerssessie gestart. Tijdens de gebruikerssessie laadt de verwerkingslaag 200, op basis van de gebruikersreferentie en de toestemmingegevens opgeslagen in de instellingen database 140, ten minste de operationele gebruikersgegevens 116 uit de operationele database 110. Wanneer van toepassing, laadt de verwerkingslaag 200 ook de klantinvoer gebruikersgegevens 126 uit de klantinvoerdatabase 120 en/of de financiële gebruikersgegevens 136 uit de financiële database 130.When the user is authenticated, a user session is started. During the user session, based on the user reference and the permission data stored in the settings database 140, the processing layer 200 loads at least the operational user data 116 from the operational database 110. When appropriate, the processing layer 200 also loads the customer input user data 126 from the customer entry database 120 and/or the user financial data 136 from the financial database 130.

De weergavemodule 330 is geconfigureerd om gebruikersportaalgegevens 331 weer te geven aan de gebruiker, in het bijzonder eerste gebruikersportaalgegevens 332 bij het ontvangen van een eerste gebruikersportaalverzoek en tweede gebruikersportaalgegevens 333 bij het ontvangen van een tweede portaalverzoek. Een gebruikersportaalverzoek heeft betrekking op gegevens die de gebruiker wenst raad te plegen in het klantportaalsysteem 1. Bijvoorbeeld, de eerste gebruikersportaalgegevens 332 kunnen gebaseerd zijn op ten minste een eerste operationele gegevenssubset 117 van de operationele gebruikersgegevens 116, en de tweede gebruikersportaalgegevens 333 kunnen gebaseerd zijn op ten minste een tweede operationele gegevenssubset 118 van de operationele gebruikersgegevens 116. De tweede operationele gegevenssubset 118 verschilt ten minste gedeeltelijk van de eerste operationele gegevenssubset 117. De gebruiker kan dus verschillende gebruikersportaalverzoeken doen, afhankelijk van welke gegevens hij wil raadplegen.The display module 330 is configured to display user portal data 331 to the user, especially first user portal data 332 when receiving a first user portal data and second user portal data 333 when receiving a second portal request. A user portal request relates to data that the user wishes to consult in the customer portal system 1. For example, the first user portal data 332 may be based on at least a first operational data subset 117 of the operational user data 116, and the second user portal data 333 may be based on at least a second operational data subset 118 of the operational data subset 116. The second operational data subset 118 differs at least in part from the first operational data subset 117. Thus, the user can make different user portal requests depending on which data he wishes to access.

Wanneer de databaselaag 100 andere databases omvat, zoals in het weergegeven voorbeeld de klantinvoerdatabase 120 en de financiële database 130, kan een gebruikersportaalverzoek ook betrekking hebben op gegevens uit die databases, bijvoorbeeld de financiële gebruikersgegevens 136 en/of de klantinvoer gebruikersgegevens 126. Het is mogelijk dat in een enkel gebruikersportaalverzoek gebruikersportaalgegevens 331 weergegeven worden die gebaseerd zijn op gegevenssubsets uit twee verschillende databases, en het is mogelijk dat een dat in een enkel gebruikersportaalverzoek gebruikersportaalgegevens 331 weergegeven worden die gebaseerd zijn op gegevenssubset uit een enkele databases. In reactie op verdere gebruikersportaaiverroeken is het klantportaalsysteem 1 ingericht om verdere gebruikersportaalgegevens 331 weer te geven.When the database layer 100 includes other databases, such as in the illustrated example the customer entry database 120 and the financial database 130, a user portal request may also relate to data from those databases, for example the financial user data 136 and/or the customer entry user data 126. It is possible that a single user portal request displays user portal data 331 based on data subsets from two different databases, and it is possible that a single user portal request displays user portal data 331 based on data subset from a single database. In response to further user portal requests, the customer portal system 1 is arranged to display further user portal data 331 .

Om de eerste gebruikersportaalgegevens 332 en de tweede gebruikersportaalgegevens 333 te bekomen, is de verwerkingseenheid 220 va de verwerkingslaag 200 geconfigureerd om ten minste respectievelijk de eerste operationele gegevenssubset 117 en de tweede operationele gegevenssubset 118 te verwerken, en waar van toepassing ook subsets van gegevens van de andere databases, zoals de financiële gebruikersgegevens 136 of de klantinvoer gebruikersgegevens 126.To obtain the first user portal data 332 and the second user portal data 333, the processing unit 220 of the processing layer 200 is configured to process at least the first operational data subset 117 and the second operational data subset 118, respectively, and also, where appropriate, subsets of data from the other databases, such as the financial user data 136 or the customer input user data 126.

Het gebruik van de verwerkingslaag 200 met het cachegeheugen tussen de gebruikersinteractielaag 300 en de databaselaag 100 heeft verschillende voordelen, bijvoorbeeld dat het klantportaalsysteem 1 snel werkt en de gebruikersportaalgegevens 331 weergegeven worden aan gebruiker zeer snel na het respectievelijke gebruikersportaalverzoek. Om nog sneller te kunnen werken, kan de verwerkingslaag 200 geconfigureerd zijn om, wanneer de gebruikerssessie start, de operationele gebruikersgegevens 116 uit de operationele database 110 te laden, zodanig dat de tweede operationele gegevenssubset 118 wordt opgeslagen in het cachegeheugen 230 voordat het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen. Het is ook mogelijk dat de verwerkingslaag 200 is geconfigureerd om, wanneer de gebruikerssessie start, de operationele gebruikersgegevens 116 uit de operationele database 110 te laden en de operationele gebruikersgegevens 116 te verwerken om de eerste gebruikersportaalgegevens 332 en de tweede gebruikersportaalgegevens 333 te verkrijgen, en om de eerste gebruikersportaalgegevens 332 en de tweede gebruikersportaalgegevens 333 op te slaan, zodanig dat de tweede gebruikersportaalgegevens 333 zijn opgeslagen in het cachegeheugen 230 voordat het tweede gebruikersportaaiverzoek wordt ontvangen. Wanneer van toepassing geldt hetzelfde voor de financiële gebruikersgegevens 136 of de klantinvoer gebruikersgegevensThe use of the processing layer 200 with the cache memory between the user interaction layer 300 and the database layer 100 has several advantages, for example, that the client portal system 1 works quickly and the user portal data 331 is displayed to user very quickly after the respective user portal request. For even faster performance, when the user session starts, the processing layer 200 may be configured to load the user operational data 116 from the operational database 110, such that the second operational data subset 118 is stored in the cache 230 before the second user portal request is processed. receive. It is also possible that the processing layer 200 is configured, when the user session starts, to load the user operational data 116 from the user operational database 110 and to process the user operational data 116 to obtain the first user portal data 332 and the second user portal data 333, and to store the first user portal data 332 and the second user portal data 333 such that the second user portal data 333 is stored in the cache memory 230 before the second user portal request is received. Where applicable, the same applies to the financial user data 136 or the customer user data entry

126 die de verwerkingseenheid 220 verwerkt om de eerste gebruikersportaalgegevens 332 of de tweede gebruikersportaalgegevens 333 te bekomen Wanneer van toepassing, worden de financiële gebruikersgegevens 136 uit de financiële database 130 en/of de klantinvoer gebruikersgegevens 126 uit de klantinvoerdatabase 120 bij voorkeur op een gelijkaardige manier als de operationele gebruikersgegevens 116 behandeld bij het starten van de gebruikerssessie.126 which processes the processing unit 220 to obtain the first user portal data 332 or the second user portal data 333 When applicable, the user financial data 136 from the financial database 130 and/or the customer entry user data 126 from the customer entry database 120 is preferably obtained in a similar manner as the operational user data 116 handled at the start of the user session.

Dus, financiële gebruikersgegevens 136 en/of de klantinvoer gebruikersgegevens 126 worden, voordat een respectievelijk gebruikersporaalverzoek is ontvangen, door de verwerkingslaag 200 opgeladen en opgeslagen in het cachegeheugen, al dan niet na verwerken door de verwerkingseenheid tot gebruikersportaalgegevens 331. Bijvoorbeeld, gebruikersportaalgegevens 331 in verband met een gebruikersportaalverzoek kunnen gebaseerd zijn op ten minste een eerste klantinvoer gegevenssubset 127 van de klantinvoer gebruikersgegevens 126, en gebruikersportaalgegevens 331 in verband met een ander gebruikersportaalverzoek kunnen gebaseerd zijn op ten minste tweede klantinvoer gegevenssubset 128 van de klantinvoer gebruikersgegevens 126. Bijvoorbeeld, gebruikersportaalgegevens 331 in verband met een gebruikersportaalverzoek kunnen gebaseerd zijn op ten minste een eerste financiële gegevenssubset 137 van de financiële gebruikersgegevens 136, en gebruikersportaalgegevens 331 in verband met een ander gebruikersportaalverzoek kunnen gebaseerd zijn op ten minste tweede financiële gegevenssubset 138 van de financiële gebruikersgegevens 136. Fig. 1 geeft als voorbeeld weer dat de eerste financiële gegevenssubset 137 en de tweede financiële gegevenssubset 138 geen overlappende gegevens hebben, maar kan van het gebruikersportaalverzoek afhangen.Thus, user financial data 136 and/or the customer input user data 126, before a respective user portal request is received, is loaded by the processing layer 200 and stored in the cache memory, whether or not after processing by the processor into user portal data 331. For example, user portal data 331 in connection user portal data associated with a user portal request may be based on at least a first customer entry data subset 127 of the customer entry user data 126, and user portal data 331 associated with another user portal request may be based on at least a second customer entry data subset 128 of the customer entry user data 126. For example, user portal data 331 in related to a user portal request may be based on at least a first financial data subset 137 of the user financial data 136, and user portal data 331 related to another use rs portal requests may be based on at least second financial data subset 138 of user financial data 136. FIG. 1 shows as an example that the first financial data subset 137 and the second financial data subset 138 have no overlapping data, but may depend on the user portal request.

De verwerkingslaag 200 is dus voorzien om, bij het starten van de gebruikerssessie, de nodige gebruikersgegevens 116, 126, 136 uit de operationele database 110 te laden, en op te slaan in het cachegeheugen 230, al dan niet na eerst te verwerken tot de respectievelijke gelbruikersportaalgegevens 331. Door te voorzien dat de tweede operationele gegevenssubset 118 en/of de tweede gebruikersportaalgegevens 333 als zijn opgeslagen in het cachegeheugen 230 voordat het tweede gebruikersportaalverzoek ontvangen wordt, kunnen de tweede gebruikersportaalgegevens 333 zeer snel na het tweede gebruikersportaalverzoek via de weergavemodule 330 aan de gebruiker weergegeven worden.Thus, the processing layer 200 is provided, upon initiation of the user session, to load the necessary user data 116, 126, 136 from the operational database 110, and to store it in the cache memory 230, whether or not after first processing to the respective user portal data 331. By providing the second operational data subset 118 and/or the second user portal data 333 as cached 230 before the second user portal request is received, the second user portal data 333 can be sent to the display module 330 very quickly after the second user portal request via the display module 330. be displayed to the user.

Bovendien is er geen nieuwe communicatie tussen de verwerkingslaag 200 en de databaselaag 100 vereist, wat naast snelheid ook de voordelen heeft dat de operationele database 110 minder belast wordt en dat eventuele storingen in de operationele database 110 of de eerste communicatieverbinding 112 geen invloed heeft op een gebruikerssessie die al gestart is.In addition, no new communication between the processing layer 200 and the database layer 100 is required, which, in addition to speed, also has the advantages that the operational database 110 is less loaded and that any malfunctions in the operational database 110 or the first communication link 112 do not affect a user session that has already started.

In het weergegeven voorbeeld omvat de instellingen database 140 verder instelingsgegevens 147. De verwerkingseenheid 220 verwerkt de operationele gebruikersgegevens 116, en wanneer van toepassing de financiële gebruikersgegevens 136 en de klantinvoer gebruikersgegevens 126, op basis van de instellingsgegevens 147 om de gebruikersportaalgegevens 331 te verkrijgen. De instellingsgegevens 147 bepalen dus hoe deze aan de gebruiker worden weergegeven in weergavemodule 330 van de gebruikersinteractielaag 300. Bij voorkeur kunnen de instelingsgegevens 147 voor elke gebruiker verschillen en optioneel gewijzigd worden.In the example shown, the settings database 140 further includes setting data 147. The processing unit 220 processes the operational user data 116, and when applicable the financial user data 136 and the customer input user data 126, based on the setting data 147 to obtain the user portal data 331 . Thus, the setting data 147 determines how it is displayed to the user in display module 330 of the user interaction layer 300. Preferably, the setting data 147 can be different for each user and optionally changed.

In het weergegeven voorbeeld omvat de gebruikersinteractielaag 300 een instelingeninvoermodule 314, die via een interne verbinding 324 verbonden is met de communicatieterminal 301. De gebruiker kan via de instellingeninvoermodule 314 verwerkingsinvoerinstellingen 318 ingeven, die vervolgens naar de verwerkingslaag 200 worden verzonden. De verwerkingseenheid 220 verwerkt de operationele gebruikersgegevens 116, en wanneer van toepassing de klantinvoer gebruikersgegevens 126 en/of de financiële gebruikersgegevens 136 op basis van de verwerkingsinvoerinstellingen 318 om de gebruikersportaalgegevens 331 te verkrijgen. De verwerkingsinvoerinstellingen 318 bepalen dus hoe deze aan de gebruiker worden weergegeven in weergavemodule 330 van de gebruikersinteractielaag 300. De verwerkingsinvoerinstellingen 318 kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben filterverwerkingen waarbij de gebruiker subhoeveelheden van de gebruikersportaalgegevens 331 kan selecteren om weer te geven in de weergavemoduleIn the example shown, the user interaction layer 300 includes a settings input module 314, which is connected to the communication terminal 301 via an internal link 324. The user can enter processing input settings 318 via the settings input module 314, which are then sent to the processing layer 200 . The processing unit 220 processes the operational user data 116, and when applicable the customer input user data 126 and/or the financial user data 136 based on the processing input settings 318 to obtain the user portal data 331 . Thus, the processing input settings 318 determine how it is displayed to the user in the display module 330 of the user interaction layer 300. The processing input settings 318 may relate, for example, to filter processing where the user may select sub-quantities of the user portal data 331 to display in the display module.

330. De verwerkingsinvoerinstelingen 318 kunnen ook betrekking hebben op een classificatie van de gebruikersportaalgegevens 331 om deze geclassificeerd weer te geven. De verwerkingsinvoerinstelingen 318 kunnen ook betrekking hebben op een berekening, bijvoorbeeld van de financiële gebruikersgegevens 136. Indien de verwerkingsinvoerinstelingen 318 relevant zijn voor meerdere gebruikerssessies, is het mogelijk dat deze worden opgeslagen in de databaselaag 100; bijvoorbeeld in de klantinvoerdatabase 120 of in de instellingen database 140. De gegevens in de databaselaag 100, in het bijzonder de operationele gegevens 115 in de operationele database 110 en de financiële gegevens 135 in de financiële database 130, zijn gegevens die gegenereerd of toegevoegd zijn door de dienstverlener tijdens de taken die nodig zijn om de betreffende diensten te verlenen. Deze gegevens zijn in principe ingericht om gebruikt te worden door de systemen van de dienstverlener, zoals het ERP-systeem of het financieel systeem. De dienstverlener gebruikt deze gegevens op een andere manier dan de klant. De klantportaalsystemen die beschikbaar zijn op de markt, geven de operationele gegevens 115 en/of financiële gegevens 135 vaak aan de gebruiker weer op dezelfde manier als deze aan de dienstverlener, hetgeen de uitvinders hebben verbeterd door optioneel mappingparametergegevens 148 in de instellingen database 140 op te nemen. Op basis van mappingparametergegevens 148, zet de verwerkingseenheid 220 de operationele gegevens 115 en/of de financiële gegevens 135, en in sommige uitvoeringsvormen ook de klantinvoergegevens 125, om in klantvriendelijke gegevens.330. The processing input settings 318 may also relate to a classification of the user portal data 331 to display it classified. The processing input settings 318 may also relate to a calculation, for example of the user financial data 136. If the processing input settings 318 are relevant for multiple user sessions, they may be stored in the database layer 100; for example, in the customer entry database 120 or in the settings database 140. The data in the database layer 100, particularly the operational data 115 in the operational database 110 and the financial data 135 in the financial database 130, is data generated or added by the service provider during the tasks necessary to provide the relevant services. In principle, this data is arranged to be used by the service provider's systems, such as the ERP system or the financial system. The service provider uses this data in a different way than the customer. The customer portal systems available on the market often display the operational data 115 and/or financial data 135 to the user in the same manner as it does to the service provider, which the inventors have improved by optionally including mapping parameter data 148 in the settings database 140. to take. Based on mapping parameter data 148, the processing unit 220 converts the operational data 115 and/or the financial data 135, and in some embodiments also the customer input data 125, into customer-friendly data.

In het bijzonder kunnen de mappingparametergegevens 148 een transformatie omvatten van deadline-gegevens van de operationele gegevens 115 in klant-deadline- gegevens. De deadline gegevens zijn bijvoorbeeld onderdeel van de werkprocessen die in het ERP-systeem zijn opgenomen. Deze geven weer welke acties de dienstverlener moet nemen voor een bepaalde datum. Aangezien deze echter als acties van de dienstverlener zijn uitgedrukt, is dit niet altijd duidelijk voor de klant. Daarenboven zijn sommige acties die de dienstverlener moet nemen niet relevant voor de klant. De mappingparametergegevens worden daarom gebruikt om deze om te zetten in klantvriendelijke deadlines, zodanig dat de gebruiker van het klantportaalsysteem 1 via de weergavemodule 330 gemakkelijk een overzicht kan krijgen welke deadlines relevant zijn voor hem.In particular, the mapping parameter data 148 may include a transformation of deadline data from the operational data 115 into customer deadline data. For example, the deadline data is part of the work processes that are included in the ERP system. These indicate which actions the service provider must take before a certain date. However, as these are expressed as actions by the service provider, this is not always clear to the customer. In addition, some actions that the service provider must take are not relevant to the customer. The mapping parameter data is therefore used to convert it into customer-friendly deadlines, such that the user of the customer portal system 1 can easily get an overview through the display module 330 which deadlines are relevant to him.

In het weergegeven voorbeeld omvat de gebruikersinteractielaag 300 verder een instructie-invoermodule 313. Via de instructie-invoermodule 313 kan de gebruiker instructiegegevens 317 geven aan de dienstverlener. De instructie-invoermodule 313 staat in verbinding met de communicatieterminal 301 via een inteme verbinding 323. De verwerkingseenheid 220 van de verwerkingslaag 200 ontvang instructiegegevens 317 van de instructie-invoermodule 313, en levert deze aan de operationele database 110, om de werkprocessen in het ERP-systeem van de dienstverlener aan te passen. Het klantportaalsysteem 1 verschaft dus niet enkel een manier waarop de dienstverlener met de klant kan communiceren, maar ook omgekeerd. Op deze manier kunnen instructies eenduidig doorgegeven worden, waarbij het administratief werk zoals verzenden en opslaan van e-mails verminderd kan worden. Daamaast kan de gebruiker via het klantportaalsysteem 1 gemakkelijk een overzicht krijgen van alle punten waarop instructies nodig zijn. Aan de hand van de toestemmingsgegevens kan gedefinieerd worden welke gebruiker van de klant welke instructies kan geven.In the example shown, the user interaction layer 300 further includes an instruction input module 313. Through the instruction input module 313, the user can provide instruction data 317 to the server. The instruction input module 313 communicates with the communication terminal 301 through an internal connection 323. The processing unit 220 of the processing layer 200 receives instruction data 317 from the instruction input module 313, and supplies it to the operational database 110, to process the work processes in the ERP. system of the service provider. Thus, the customer portal system 1 not only provides a way in which the service provider can communicate with the customer, but also vice versa. In this way, instructions can be passed on unambiguously, while administrative work such as sending and storing e-mails can be reduced. In addition, the user can easily get an overview of all points where instructions are required via the customer portal system 1. On the basis of the permission data, it can be defined which user of the customer can give which instructions.

In de praktijk kan de klant verschillende intellectuele eigendomsrechten hebben, mogelijk zelfs verschillende typen intellectuele eigendomsrechten. Indien dit aantal te groot wordt, is het vaak lastig om een overzicht te behouden van welke producten, diensten of productlijnen gedekt zijn door welke rechten in welke landen of regio's. Dit kan in het bijzonder een probleem zijn als bij de klant verschillende mensen verantwoordelijk zijn voor verschillende rechten. De uitvinders hebben daarom voorzien dat de instellingen database 140 geografische mappinggegevens 143 en/of zakelijke klantmappingegevens 144 kan omvatten.In practice, the customer may have different intellectual property rights, possibly even different types of intellectual property rights. If this number becomes too large, it is often difficult to maintain an overview of which products, services or product lines are covered by which rights in which countries or regions. This can be a particular problem if different people are responsible for different rights at the customer. The inventors have therefore envisioned that the settings database 140 may include geographic mapping data 143 and/or business customer mapping data 144 .

De geografische mappinggegevens 143 kunnen door de verwerkingseenheid 220 gebruikt worden om de intellectuele eigendomsrechten te classificeren in geografische zones. Deze geografische zones zijn de landen of regio's waar het intellectueel eigendomsrecht geldig is en/of waar een aanvraag daarvoor hangende is. Bij voorkeur worden voor aanvragen die nog kunnen worden uitgebreid naar meerdere landen of regio's, al die landen of regio's weergegeven. Deze classificatie in de geografische zones worden als gebruikersportaalgegevens 331 naar de gebruikersinteractielaag 300 verzonden, en wordt visueel weergegeven in de weergavemodule 330 wanneer de gebruiker een geassocieerd gebruikersportaalverzoek doet. De visuele weergave kan bijvoorbeeld op een kaart zijn waarbij de gedekte landen worden aangeduid, of als een lijst met de gedekte landen. Dit kan vervolgens verstuurd worden als gebruikersportaalgegevens 331 naar de gebruikersinteractielaag 300 om te worden weergegeven in weergavemodule 330 wanneer de gebruiker een gebruikersportaalverzoek daartoe verstuurd.The geographic mapping data 143 can be used by the processing unit 220 to classify the intellectual property rights into geographic zones. These geographical zones are the countries or regions where the intellectual property right is valid and/or where an application for it is pending. Preferably, for applications that can still be expanded to multiple countries or regions, all those countries or regions are displayed. This classification in the geographic zones is sent as user portal data 331 to the user interaction layer 300, and is displayed visually in the display module 330 when the user makes an associated user portal request. For example, the visual representation can be on a map with the covered countries indicated, or as a list of the covered countries. This can then be sent as user portal data 331 to the user interaction layer 300 to be displayed in display module 330 when the user sends a user portal request thereto.

De zakelijke klantmappinggegevens 144 kunnen door de verwerkingseenheid 220 worden gebruikt om een zakelijke classificatie van de intellectuele eigendomsrechten te maken. De zakelijke classificatie heeft bijvoorbeeld betrekking op zakelijke aspecten van de kant, bijvoorbeeld welke producten, productlijnen, of diensten van de klant gedekt worden door welke intellectuele eigendomsrechten. De zakelijke classificatie wordt verstuurd als gebruikersportaalgegevens 331 naar de gebruikersinteractielaag 300 om te worden weergegeven in weergavemodule 330 wanneer de gebruiker een gebruikersportaalverzoek daartoe verstuurd.The customer business mapping data 144 can be used by the processing unit 220 to create a business classification of the intellectual property rights. For example, the business classification relates to business aspects on the part, such as which customer products, product lines, or services are covered by which intellectual property rights. The business classification is sent as user portal data 331 to the user interaction layer 300 to be displayed in display module 330 when the user sends a user portal request thereto.

Het is mogelijk dat de zakelijke 144 en geografische mappinggegevens 143 gecombineerd worden om een tegelijk een overzicht te krijgen van de dekking geografisch en qua zakelijke aspecten. Het is ook mogelijk dat de zakelijke 144 en/of geografische mappinggegevens 143 gebruikt worden om de financiële gegevens 135 uit de financiële database 120 te verwerken, bijvoorbeeld om een overzicht te krijgen van de kosten van de intellectuele eigendomsrechten per product, productlijn of dienst.It is possible for the business 144 and geographic mapping data 143 to be combined to get an overview of the coverage geographically and in terms of business aspects at the same time. It is also possible that the business 144 and/or geographic mapping data 143 is used to process the financial data 135 from the financial database 120, for example to obtain an overview of the costs of the intellectual property rights per product, product line or service.

In het weergegeven voorbeeld omvat de gebruikersinteractielaag 300 een klantinvoermodule 312. Via de klantinvoermodule 312 kan de gebruiker klantinvoergegevens 125 leveren aan het klantportaalsysteem 1. Deze klantinvoergegevens 125 kunnen bijvoorbeeld documenten zijn die voor de klant relevant zijn voor bepaalde dossiers, of Zelfs gegevens en documenten met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten die niet bij de dienstverlener die het klantportaalsysteem 1 beheert in beheer zijn, maar waarvan de gebruiker wel graag een overzicht heeft in hetzelfde klantportaalsysteem 1. De klantinvoermodule 312 is via een interne verbinding 322 verbonden met de communicatieterminal 301 om de klantinvoergegevens 125 naar de verwerkingslaag 200 te verzenden. De verwerkingslaag 200 is geconfigureerd om de klantinvoergegevens 125 vervolgens naar de databaselaag 100 te verzenden om op te slaan in de klantinvoerdatabase 120.In the example shown, the user interaction layer 300 includes a customer input module 312. Via the customer input module 312, the user can provide customer input data 125 to the customer portal system 1. This customer input data 125 can be, for example, documents that are relevant to the customer for certain files, or even data and documents with relating to intellectual property rights that are not managed by the service provider managing the customer portal system 1, but which the user would like to have an overview of in the same customer portal system 1. The customer input module 312 is connected via an internal connection 322 to the communication terminal 301 to store the customer input data 125 to the processing layer 200. The processing layer 200 is configured to then send the customer input data 125 to the database layer 100 for storage in the customer input database 120.

Indien de klantinvoermodule 312 geschikt is om gegevens betreffende intellectuele eigendomsrechten in te geven die niet door de dienstverlener beheerd worden, worden deze klantinvoergegevens 125 opgeslagen in de klantinvoerdatabase 120. Bij voorkeur gebeurt dit op een manier die toelaat om de betreffende klantinvoergegevens 125 te verwerken op een gelijkaardige manier als de overeenkomstige gegevens van intellectuele eigendomsrechten die wel door dienstverlener worden beheerd. De verwerkingseenheid 220 kan aldus de betreffende operationele gegevens 115 en klantinvoergegevens 125 op een gelijkaardige manier verwerken, zodat deze op gelijkaardige manier worden weergegeven in de weergavemodule 330. De betreffende operationele gegevens 115 en klantinvoergegevens 125 kunnen bijvoorbeeld geclassificeerd worden aan de hand van de geografische en/of zakelijke mappinggegevens, 144 zodat de gebruiker een duidelijk overzicht kan krijgen van al zijn intellectuele eigendomsrechten.If the customer input module 312 is capable of entering intellectual property data that is not managed by the service provider, this customer input data 125 is stored in the customer input database 120. Preferably, this is done in a way that allows processing the respective customer input data 125 in a in a similar way to the corresponding data of intellectual property rights that are managed by the service provider. The processing unit 220 can thus similarly process the respective operational data 115 and customer input data 125 so that they are similarly displayed in the display module 330. The respective operational data 115 and customer input data 125 can be classified, for example, according to the geographical and /or business mapping data, 144 so that the user can get a clear overview of all their intellectual property rights.

Door de klantinvoergegevens 125 op te slaan in een andere database dan de operationele database 110, kan verzekerd worden dat de klantinvoergegevens 125 de operationele gegevens 115 of het ERP-systeem niet beïnvloeden. De dienstverlener zal hier tijdens het gebruik van het ERP-systeem dus geen last van hebben. De gebruiker kan echter gemakkelijk een overzicht verkrijgen van een combinatie van operationele gebruikergegevens en klantinvoer gebruikergegevens.By storing the customer input data 125 in a database other than the operational database 110, it can be ensured that the customer input data 125 does not affect the operational data 115 or the ERP system. The service provider will therefore not be bothered by this when using the ERP system. However, the user can easily obtain an overview of a combination of operational user data and customer input user data.

Fig. 2 laat een tweede uitvoeringsvorm van een klantportaalsysteem 1001 zien. Kenmerken die overeenkomen met de uitvoeringsvorm weergegeven in fig.1 zijn aangeduid met hetzelfde verwijzingscijfer en zulen niet besproken worden in zoverre dat hun werking duidelijk is van de hierboven gegeven toelichting. Om de overzichtelijkheid te bewaren zijn in fig. 2 sommige kenmerken niet weergegeven, die in de praktijk wel aanwezig kunnen zijn.fig. 2 shows a second embodiment of a customer portal system 1001. Features corresponding to the embodiment shown in Fig. 1 are designated by the same reference numeral and will not be discussed insofar as their operation is apparent from the explanation given above. In order to preserve clarity, some features are not shown in Fig. 2, which may be present in practice.

In fig. 2 is een ERP-database 150 weergegeven waarin de gegevens van zowel de operationele database 110 als de financiële database 130 zijn opgeslagen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het ERP-systeem tevens gebruikt wordt als financieel systeem, om bijvoorbeeld kosten en facturen bij te houden. De operationele gebruikersgegevens 116 en de financiële gebruikersgegevens 136 kunnen gecommuniceerd worden via een vijfde communicatieverbinding 152 tussen een communicatieterminal 151 van de ERP- database 150 en een vijfde communicatieterminal 205 van de verwerkingslaag 200.Referring to FIG. 2, an ERP database 150 is shown in which the data of both the operational database 110 and the financial database 130 are stored. This can be the case, for example, if the ERP system is also used as a financial system, for example to keep track of costs and invoices. The operational user data 116 and the financial user data 136 can be communicated through a fifth communication link 152 between a communication terminal 151 of the ERP database 150 and a fifth communication terminal 205 of the processing layer 200.

Fig. 2 geeft verder weer dat de databaselaag 100 een externe gegevensdatabase 160 kan omvatten. De externe gegevensdatabase 160 staat in verbinding met of kan verbinding maken met ten minste een externe database. Uit de externe database kunnen externe gegevens 165 opgehaald worden. Bijvoorbeeld, de externe database kan bibliografische gegevens omvatten betreffende de intellectuele eigendomsrechten van de klant. Alhoewel het mogelijk is dat de externe gegevensdatabase 160 enkel externe gegevens bevat die publiek toegankelijke zijn, kan het voordelig zijn om aan de hand van de toestemmingsgegevens 146 externe gebruikersgegevens 166 gedefinieerd worden die relevant zijn voor de gebruiker, bijvoorbeeld gelinkt op de operationele gebruikersgegevens 116. De externe gebruikersgegevens 166 kunnen gecommuniceerd worden via een zesde communicatieverbinding 162 tussen een communicatieterminal 161 van de externe database 160 en een zesde communicatieterminal 206 van de verwerkingslaag 200. De externe gebruikersgegevens 166 kunnen worden weergegeven als gebruikersportaalgegevens 331 in reactie op een gebruikersportaalverzoek, bijvoorbeeld in combinatie met operationele, financiële, en/of klantinvoer gebruikersgegevens.fig. 2 further illustrates that the database layer 100 may include an external data database 160 . The external data database 160 communicates with or can connect to at least one external database. External data 165 can be retrieved from the external database. For example, the external database may contain bibliographic data regarding the client's intellectual property rights. Although it is possible that the external data database 160 only contains external data that is publicly accessible, it may be advantageous to define external user data 166 that is relevant to the user, for example linked to the operational user data 116, on the basis of the permission data 146. The external user data 166 may be communicated through a sixth communication link 162 between a communication terminal 161 of the external database 160 and a sixth communication terminal 206 of the processing layer 200. The external user data 166 may be displayed as user portal data 331 in response to a user portal request, for example in combination with operational, financial, and/or customer input user data.

Fig. 2 illustreert ook dat het mogelijk is om de gegevens die van databoselaag 100 naar de verwerkingslaag 200 worden verzonden, ontvangen worden door de verwerkingseenheid 220. De tweede interne verbinding 212, de vierde interne verbinding 214, alsook een vijfde interne verbinding 215 en een zesde interne verbinding 216 zijn verbonden met de verwerkingseenheid 220. De verwerkingseenheid 220 is ingericht om de ontvangen gegevens te verwerken en vervolgens op te slaan in het cachegeheugen 230.fig. 2 also illustrates that it is possible for the data sent from the database layer 100 to the processing layer 200 to be received by the processing unit 220. The second internal connection 212, the fourth internal connection 214, as well as a fifth internal connection 215 and a sixth internal connection connection 216 are connected to the processing unit 220. The processing unit 220 is arranged to process the received data and then store it in the cache memory 230.

De gebruikersinteractielaag 300 in fig. 2 omvat een optionele exportmodule 350, die via een interne verbinding 361 met de communicatieterminal 301 is verbonden. De exportmodule 350 is geconfigureerd om de gebruiker toe te laten gegevens te exporteren.The user interaction layer 300 in Fig. 2 includes an optional export module 350, which is connected to the communication terminal 301 via an internal link 361 . The export module 350 is configured to allow the user to export data.

Dit kunnen de gebruikersportaalgegevens 331 zijn die op dat moment worden weergegeven in de weergavemodule 330, maar het is ook mogelijk dat de gebruiker andere gegevens kan exporteren die in de in het cachegeheugen 230 zijn opgeslagen. De gegevens kunnen bijvoorbeeld geëxporteerd worden als een grafiek, tabel of figuur, of als bewerkbare gegevens.This may be the user portal data 331 currently displayed in the display module 330, but it is also possible that the user can export other data stored in the cache 230 . For example, the data can be exported as a graph, table or figure, or as editable data.

De onderhavige uitvinding, in het bijzonder het klantportaalsysteem, de werkwijze en de computerinstructies, voorzien dus een efficiënt en snelwerkend systeem, dat gebruiksvriendelijk is voor de gebruiker. Door het cachegeheugen te gebruiken en de dat gebruiksvriendelijk is voor de gebruiker. Door het cachegeheugen te gebruiken en de gebruikersgegevens en/of gebruikersportaalgegevens 331 daarin op te slaan voordat de respectievelijke gebruikersportaalverzoeken zijn ontvangen, werkt het systeem snel zonder de databases in de databaselaag onnodig te belasten. Bovendien heeft de gebruiker een snelle en aangename ervaring. Deze ervaring kan nog verder verbeterd worden het gecombineerd weergeven van gegevens uit de verschillende databases, en door het IO gebruik van de verschillende mappinggegevens. De verwerkingslaag kan verder gebruikt worden, om te voorkomen dat de gebruikersinteractielaag rechtstreeks in verbinding staat met de databaselaag. Dit verhoogt de veiligheid, aangezien de gebruiker niet rechtstreeks bijvoorbeeld de operationele database kan beïnvloeden, noch op onrechtmatige wijze de gegevens daarin raad kan plegen.Thus, the present invention, in particular the customer portal system, method and computer instructions, provides an efficient and fast-acting system that is user-friendly for the user. By using the cache memory and the that is easy to use for the user. By using the cache memory and storing the user data and/or user portal data 331 therein before the respective user portal requests are received, the system operates quickly without unnecessarily burdening the databases in the database layer. In addition, the user has a fast and pleasant experience. This experience can be further enhanced by displaying data from the different databases together, and by using the different mapping data in IO. The processing layer can further be used to prevent the user interaction layer from communicating directly with the database layer. This increases security, since the user cannot directly influence, for example, the operational database, nor can it illegally consult the data in it.

Zoals vereist worden hierin gedetailleerde uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding beschreven; het moet echter duidelijk zijn dat de geopenbaarde vitvoeringsvormen slechts een voorbeeld zijn van de uitvinding, die in verschillende vormen kan worden uitgevoerd. Daarom moeten specifieke structurele en functionele details die hierin worden geopenbaard niet worden geïnterpreteerd als beperkend, maar slechts als een basis voor de conclusies en als een representatieve basis om de vakman te leren om de onderhavige uitvinding op verschillende manieren toe te passen in vrijwel elke geschikt gedetailleerde structuur. Met bijzondere uitvoeringsvormen hoeven niet alle beschreven doelen te worden bereikt.As required, detailed embodiments of the present invention are described herein; however, it should be understood that the disclosed embodiments are only an example of the invention, which may be embodied in various forms. Therefore, specific structural and functional details disclosed herein are not to be interpreted as limiting, but merely as a basis for the claims and as a representative basis for teaching those skilled in the art to variously practice the present invention in virtually any suitably detailed structure. With particular embodiments, not all of the described objects need be achieved.

Verder zijn de termen en uitdrukkingen die hierin worden gebruikt niet bedoeld om de uitvinding te beperken, maar om een begrijpelijke beschrijving van de uitvinding te verschaffen. Het woord "een" dat hierin wordt gebruikt, betekent één of meer dan één, tenzij anders aangegeven. De termen "een veelvoud van" of “meerdere” betekent twee of meer dan twee. De woorden "omvatten", “bevatten", en "hebben" hebben een open betekenis en sluiten de aanwezigheid van bijkomende elementen niet vit. Verwijzingscijfers in de conclusies moeten niet worden geïnterpreteerd als beperkend voor de uitvinding.Furthermore, the terms and expressions used herein are not intended to limit the invention, but to provide an intelligible description of the invention. The word "a" used herein means one or more than one unless otherwise noted. The terms "a multiple of" or "several" means two or more than two. The words "comprise", "contain", and "have" have an open meaning and do not exclude the presence of additional elements. Reference numerals in the claims should not be construed as limiting the invention.

Het loutere feit dat bepaalde technische kenmerken in verschillende afhankelijke conclusies zijn beschreven, laat nog steeds de mogelijkheid toe dat een combinatie van deze technische maatregelen met voordeel kan worden toegepast.The mere fact that certain technical features are described in several dependent claims still allows the possibility that a combination of these technical features can be used to advantage.

Een enkele processor of andere eenheid kan de functies vervullen van verschillende componenten die in de beschrijving en conclusies worden genoemd, b.v. van verwerkingseenheden of besturingseenheden. Elke communicatie tussen componenten kan bedraad of draadloos zijn volgens bekende methoden. De werkwijze volgens de uitvinding kan worden geïmplementeerd als een programma, bijvoorbeeld computerprogramma, soffwareapplicatie, of dergelijke. Het programma kan uitgevoerd worden aan de hand van computerleesbare instructies. Het programma kan een subroutine, een functie, een procedure, een objectmethode, een objectimplementatie, een uitvoerbare applicatie, een broncode, een objectcode, een gedeelde bibliotheek / dynamische laadbibliotheek en / of andere reeks instructies omvatten ontworpen voor uitvoering op een computersysteem.A single processor or other unit may perform the functions of several components mentioned in the specification and claims, e.g. of processing units or control units. Any communication between components can be wired or wireless according to known methods. The method according to the invention can be implemented as a program, e.g. computer program, software application, or the like. The program can be executed using computer readable instructions. The program may include a subroutine, a function, a procedure, an object method, an object implementation, an executable application, a source code, an object code, a shared library/dynamic load library, and/or other set of instructions designed for execution on a computer system.

Een computerprogramma of computerleesbare instructies kunnen worden opgeslagen en / of gedistribueerd op een geschikt medium, zoals een optisch opslagmedium of een solid-state medium dat samen met of als onderdeel van andere hardware wordt geleverd, maar kan ook worden gedistribueerd in andere vormen, zoals via internet of andere bedrade of draadloze telecommunicatiesystemen.A computer program or computer-readable instructions may be stored and/or distributed on a suitable medium, such as an optical storage medium or a solid-state medium, supplied with or as part of other hardware, but may also be distributed in other forms, such as via Internet or other wired or wireless telecommunications systems.

Claims (17)

CONCLUSIESCONCLUSIONS 1. Eenklantenportaalsysteem (1, 2) voor het communiceren van gegevens met betrekking tot intellectuele eigendomsdiensten aan een klant, omvattende een databaselaag (100), een verwerkingslaag (200) en een gebruikersinteractielaag (300), waarbij: e de databaselaag meerdere databases omvat die ten minste omvatten: e een operationele database (110) die is geconfigureerd om te worden gebruikt door een ERP-systeem van een dienstverlener voor het leveren van intellectuele eigendomsdiensten, waarbij de operationele database operationele gegevens (115) omvat, en e een instellingen database (140) die voor elke gebruiker gebruikersreferenties (145) en toestemmingsgegevens (146) omvat, waarbij de toestemmingsgegevens van een gebruiker operationele gebruikersgegevens (116) definiëren die een subhoeveelheid zijn van de operationele gegevens van de operationele database waartoe de gebruiker toegang heeft, e de gebruikersinteractielaag is geconfigureerd e om verificatiegegevens (315) te ontvangen, waarbij het klantportaalsysteem geconfigureerd is om een gebruiker te verifiëren op basis van verificatiegegevens en de gebruikersreferenties die zijn opgeslagen in de instellingen database, en een gebruikerssessie te starten, wanneer de gebruiker is geverifieerd, e om aan de gebruiker tijdens de gebruikerssessie eerste gebruikersportaalgegevens (332) weer te geven met betrekking tot een eerste gebruikersportaalverzoek, bij het starten van de gebruikerssessie of bij het ontvangen van het eerste gebruikersportaalverzoek, waarbij de eerste gebruikersportaalgegevens worden ontvangen van de verwerkingslaag, waarbij de eerste gebruikersportaalgegevens zijn gebaseerd op een eerste operationele gegevenssubset (117) van de operationele gebruikersgegevens,A customer portal system (1, 2) for communicating data related to intellectual property services to a customer, comprising a database layer (100), a processing layer (200) and a user interaction layer (300), wherein: e the database layer comprises a plurality of databases containing include at least: e an operational database (110) configured to be used by a service provider's ERP system to provide intellectual property services, the operational database comprising operational data (115), and e a settings database ( 140) comprising for each user user credentials (145) and consent data (146), wherein a user's consent data defines operational user data (116) which is a subset of the operational data of the operational database to which the user has access, and the user interaction layer is configured to receive authentication data (315), where r when the customer portal system is configured to authenticate a user based on credentials and the user credentials stored in the settings database, and initiate a user session, when the user is authenticated, e to provide the user with initial user portal data during the user session (332) with respect to a first user portal request, when starting the user session or when receiving the first user portal request, the first user portal data being received from the processing layer, the first user portal data being based on a first operational data subset (117) of the operational user data, e om de gebruiker tijdens de gebruikerssessie tweede gebruikersportaalgegevens (333) weer te geven met betrekking tot een tweede gebruikersportaalverzoek,e to display to the user second user portal data (333) related to a second user portal request during the user session, wanneer van de gebruiker het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen, waarbij de tweede gebruikersportaalgegevens worden ontvangen van de verwerkingslaag, waarbij de tweede gebruikersportaalgegevens zijn gebaseerd op een tweede operationele gegevenssubset (118) van de operationele gebruikersgegevens, waarbij de tweede operationele gegevenssubset ten minste gedeeltelijk verschilt van de eerste operationele gegevenssubset,when the user receives the second user portal request, the second user portal data is received from the processing layer, the second user portal data is based on a second operational data subset (118) of the operational user data, the second operational data subset differing at least in part from the first operational data subset, e de verwerkingslaag cachegeheugen (230) en een verwerkingseenheid (220) omvat, waarbij de verwerkingslaag is geconfigureerd e om tijdens de gebruikerssessie de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database te laden,e the processing layer comprises cache memory (230) and a processing unit (220), the processing layer configured e to load the operational user data from the operational database during the user session, waarbij de operationele gebruikersgegevens ten minste de eerste operationele gegevenssubset en de tweede operationele gegevenssubset omvatten,wherein the operational user data comprises at least the first operational data subset and the second operational data subset, e om met de verwerkingseenheid de eerste operationele gegevenssubset te verwerken om de eerste gebruikersportaalgegevens te verkrijgen,e to process with the processing unit the first operational data subset to obtain the first user portal data, e om met de verwerkingseenheid de tweede operationele gegevenssubset van de gebruiker te verwerken om de tweede gebruikersportaalgegevens te verkrijgen,e to process with the processor the second operational data subset of the user to obtain the second user portal data, eom de operationele gebruikersgegevens in het cachegeheugen op te slaan met het kenmerk dat e de verwerkingslaag is geconfigureerd om, wanneer de gebruikerssessie start, de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database te laden, zodanig dat de tweede operationele gegevenssubset wordt opgeslagen in het cachegeheugen voordat het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen.eto cache the operational user data with the characteristic that e the processing layer is configured to load the operational user data from the operational database when the user session starts, such that the second operational data subset is cached before the second user portal request is received. 2. Eenklantenportaalsysteem (1,2) voor het communiceren van gegevens met betrekking tot intellectuele eigendomsdiensten aan een klant, omvattende een databaselaag (100), een verwerkingslaag (200) en een gebruikersinteractielaag (300), waarbij: e de databaselaag meerdere databases omvat die ten minste omvatten: e een operationele database (110) die is geconfigureerd om te worden gebruikt door een ERP-systeem van een dienstverlener voor het leveren van intellectuele eigendomsdiensten, waarbij de operationele database operationele gegevens (115) omvat, en e een instellingen database (140) die voor elke gebruiker gebruikersreferenties (145) en toestemmingsgegevens (146) omvat, waarbij de toestemmingsgegevens van een gebruiker operationele gebruikersgegevens (116) definiëren die een subhoeveelheid zijn van de operationele gegevens von de operationele database waartoe de gebruiker toegang heeft, e de gebruikersinteractielaag is geconfigureerd e om verificatiegegevens (315) te ontvangen, waarbij het klantportaalsysteem geconfigureerd is om een gebruiker te verifiëren op basis van verificategegevens en de gebruikersreferenties die zijn opgeslagen in de instellingen database, en een gebruikerssessie te starten, wanneer de gebruiker is geverifieerd, e om de gebruiker tijdens de gebruikerssessie eerste gebruikersportaalgegevens (332) weer te geven met betrekking tot een eerste gebruikersportaalverzoek, bij het starten van de gebruikerssessie of bij het ontvangen van het eerste gebruikersportaalverzoek, waarbij de eerste gebruikersportaalgegevens worden ontvangen van de verwerkingslaag, waarbij de eerste gebruikersportaalgegevens zijn gebaseerd op een eerste operationele gegevenssubset (117) van de operationele gebruikersgegevens,A customer portal system (1,2) for communicating data related to intellectual property services to a customer, comprising a database layer (100), a processing layer (200) and a user interaction layer (300), wherein: e the database layer comprises a plurality of databases containing include at least: e an operational database (110) configured to be used by a service provider's ERP system to provide intellectual property services, the operational database comprising operational data (115), and e a settings database ( 140) comprising for each user user credentials (145) and consent data (146), wherein a user's consent data defines operational user data (116) which is a subset of the operational data of the operational database to which the user has access, and the user interaction layer is configured e to receive authentication data (315), where configured at the customer portal system to authenticate a user based on authentication data and the user credentials stored in the settings database, and initiate a user session, when the user is authenticated, e to display the user first user portal data (332) during the user session with respect to a first user portal request, upon initiation of the user session or upon receipt of the first user portal request, the first user portal data being received from the processing layer, the first user portal data being based on a first operational data subset (117) of the operational user data, e om de gebruiker tijdens de gebruikerssessie tweede gebruikersportaalgegevens (333) weer te geven met betrekking tot een tweede gebruikersportaalverzoek,e to display to the user second user portal data (333) related to a second user portal request during the user session, wanneer van de gebruiker het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen, waarbij de tweede gebruikersportaalgegevens worden ontvangen van de verwerkingslaag, waarbij de tweede gebruikersportaalgegevens zijn gebaseerd op een tweede operationele gegevenssubset (118) van de operationele gebruikersgegevens, waarbij de tweede operationele gegevenssubset ten minste gedeeltelijk verschilt van de eerste operationele gegevenssubset,when the user receives the second user portal request, the second user portal data is received from the processing layer, the second user portal data is based on a second operational data subset (118) of the operational user data, the second operational data subset differing at least in part from the first operational data subset, e de verwerkingslaag omvat cachegeheugen (230) en een verwerkingseenheid (220), waarbij de verwerkingslaag is geconfigureerd e om tijdens de gebruikerssessie de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database te laden,e the processing layer comprises cache memory (230) and a processing unit (220), the processing layer being configured e to load the operational user data from the operational database during the user session, waarbij de operationele gebruikersgegevens ten minste de eerste operationele gegevenssubset en de tweede operationele gegevenssubset omvatten,wherein the operational user data comprises at least the first operational data subset and the second operational data subset, e om met de verwerkingseenheid de eerste operationele gegevenssubset te verwerken om de eerste gebruikersportaalgegevens te verkrijgen,e to process with the processing unit the first operational data subset to obtain the first user portal data, e om met de verwerkingseenheid de tweede operationele gegevenssubset van de gebruiker te verwerken om de tweede gebruikersportaalgegevens te verkrijgen,e to process with the processor the second operational data subset of the user to obtain the second user portal data, e om de eerste gebruikersportaalgegevens en de tweede gebruikersportaalgegevens in het cachegeheugen op te slaan met het kenmerk dat e de verwerkingslaag is geconfigureerd om, wanneer de gebruikerssessie start, de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database te laden en de operationele gegevens te verwerken om de eerste gebruikersportaalgegevens en de tweede gebruikersportaalgegevens te verkijgen en om de eerste gebruikersportaalgegevens en de tweede gebruikersportaalgegevens op te slaan, zodanig dat de tweede gebruikersportaalgegevens zijn opgeslagen in het cachegeheugen voordat het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen.e to cache the first user portal data and the second user portal data characterized in that e the processing layer is configured to, when the user session starts, load the operational user data from the operational database and process the operational data to store the first user portal data and obtain the second user portal data and to store the first user portal data and the second user portal data such that the second user portal data is cached before the second user portal request is received. 3. Klantportaalsysteem volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de instellingen database voor elke gebruiker instellingsgegevens (147) omvat die definiëren hoe de operationele gebruikersgegevens van de gebruiker worden weergegeven aan de gebruiker in de gebruikersinteractielaag voor ten minste een van de gebruikersportaalverzoeken, waarbij de verwerkingslaag is geconfigureerd om in de verwerkingseenheid de operationele gebruikersgegevens te verwerken op basis van de instellingsgegevens om de gebruikersportaalgegevens te verkrijgen met betrekking tot de ten minste een van de gebruikersportaalverzoeken, waarbij de instelingsgegevens voor elke gebruiker kunnen worden gewijzigd.The customer portal system of any preceding claim, wherein the settings database for each user includes settings data (147) defining how the user's operational user data is displayed to the user in the user interaction layer for at least one of the user portal requests, wherein the processing layer is configured to process in the processing unit the operational user data based on the setting data to obtain the user portal data related to the at least one of the user portal requests, wherein the setting data can be changed for each user. 4. Klantportaalsysteem volgens conclusie 1 of conclusie 2, waarbij de gebruikersinteractielaag een instructie-invoermodule (313) omvat die is geconfigureerd om instructiegegevens (317) van de gebruiker te ontvangen, waarbij de verwerkingseenheid van de verwerkingslaag is geconfigureerd om de instructiegegevens aan de operationele database te leveren om werkprocessen in het ERP-systeem up te daten.The customer portal system of claim 1 or claim 2, wherein the user interaction layer comprises an instruction input module (313) configured to receive instruction data (317) from the user, the processing unit of the processing layer configured to submit the instruction data to the operational database to update work processes in the ERP system. 5. Klantportaalsysteem volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij databaselaag verder een klantinvoerdatabase (120) omvat en waarbij de gebruikersinteractielaag een klantinvoermodule (312) omvat die is geconfigureerd om klantinvoergegevens (125) van een klant te ontvangen, waarbij de gebruikersinteractielaag geconfigureerd is om de klantinvoergegevens naar de verwerkingslaag te verzenden, en de verwerkingslaag geconfigureerd is om de klantinvoergegevens naar de databaselaag te verzenden voor opslag in de klantinvoerdatabase.The customer portal system of any preceding claim, wherein the database layer further comprises a customer input database (120) and wherein the user interaction layer comprises a customer input module (312) configured to receive customer input data (125) from a customer, the user interaction layer being configured to customer input data to the processing layer, and the processing layer is configured to send the customer input data to the database layer for storage in the customer input database. 6. Klantportaalsysteem volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de gebruikersinteractielaag een instellingeninvoermodule (314) omvat die is geconfigureerd om verwerkingsinvoerinstellingen (318) van een gebruiker te ontvangen, waarbij de gebruikersinteractielaag geconfigureerd is om de verwerkingsinvoerinstelingen naar de verwerkingslaag te verzenden, waarbij de verwerkingseenheid van de verwerkingslaag geconfigureerd is om de operationele gebruikersgegevens te verwerken op basis van de verwerkingsinvoerinstellingen.The customer portal system of any preceding claim, wherein the user interaction layer comprises a settings input module (314) configured to receive processing input settings (318) from a user, the user interaction layer being configured to send the processing input settings to the processing layer, the processing unit of the processing layer is configured to process the operational user data based on the processing input settings. 7. Klantportaalsysteem volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de instellingen database mappingparametergegevens (148) omvat, waarbij de verwerkingseenheid van de verwerkingslaag is geconfigureerd om op basis van de mappingparametergegevens de operationele gegevens om te zetten in klantvriendelijke gegevens.A customer portal system according to one or more of the preceding claims, wherein the settings database comprises mapping parameter data (148), wherein the processing unit of the processing layer is configured to convert the operational data into customer friendly data based on the mapping parameter data. 8. Klantportaalsysteem volgens conclusie 7, waarbij de mappingparametergegevens een transformatie omvatten van deadline- gegevens van de operationele gegevens in klant-deadline-gegevens.The customer portal system of claim 7, wherein the mapping parameter data comprises a transformation of deadline data from the operational data into customer deadline data. 9. Klantportaalsysteem volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de instelingengegevens een classificatie van de operationele gebruikersgegevens in live gegevens en opgeslagen gegevens omvatten, waarbij de verwerkingslaag is geconfigureerd om een update van de live gegevens uit de databaselaag op te vragen voor verwerking en om de opgeslagen gegevens te verwerken op basis van de gegevens die zijn opgeslagen in het cachegeheugen.A customer portal system according to any one of the preceding claims, wherein the settings data comprises a classification of the operational user data into live data and stored data, wherein the processing layer is configured to request an update of the live data from the database layer for processing and to process stored data based on the data stored in the cache. 10. Klantportaalsysteem volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de instellingen database geografische mappinggegevens (143) omvat, waarbij de verwerkingseenheid is geconfigureerd om intellectuele eigendomsrechten in geografische zones te classificeren op basis van de geografische mappinggegevens, en waarbij de gebruikersinteractielaag is geconfigureerd om de genoemde geografische zones visueel weer te geven.The customer portal system of any preceding claim, wherein the settings database includes geographic mapping data (143), wherein the processing unit is configured to classify intellectual property rights into geographic zones based on the geographic mapping data, and wherein the user interaction layer is configured to provide said geographical areas visually. 11. Klantportaalsysteem volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de instellingen database zakelijke klantmoappinggegevens (144) omvat, waarbij de verwerkingseenheid is geconfigureerd om een zakelijke classificatie te maken van intellectuele eigendomsrechten op basis van de zakelijke klantmappinggegevens, en waarbij de gebruikersinteractielaag is geconfigureerd om de zakelijke classificatie weergeven.The customer portal system of any preceding claim, wherein the settings database includes customer business mapping data (144), wherein the processing unit is configured to create a business classification of intellectual property rights based on the customer business mapping data, and wherein the user interaction layer is configured to display business classification. 12. Klantportaalsysteem volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de databaselaag verder een financiële database (130) omvat die financiële gegevens (135) omvat met betrekking tot de intellectuele eigendomsdiensten, waarbij e de toestemmingsgegevens van instelingen database verder financiële gebruikersgegevens (136) definiëren die een subhoeveelheid zijn van de financiële gegevens van de financiële database waartoe de gebruiker toegang heeft, e de verwerkingslaag is geconfigureerd om, wanneer de gebruikerssessie start, de financiële gebruikersgegevens uit de financiële database te laden, e de verwerkingslaag is geconfigureerd om ten minste een eerste financiële gegevenssubset (137) van de financiële gebruikersgegevens te verwerken om eerste financiële portaalgegevens te verkrijgen, waarbij de eerste financiële portaalgegevens onderdeel zijn van de tweede gebruikersportaalgegevens (333) of van derde gebruikersportaalgegevens met betrekking tot een derde gebruikersportaalverzoek, waarbij verder e de verwerkingslaag geconfigureerd is om, wanneer de gebruikerssessie start, de financiële gebruikersgegevens Uit de financiële database te laden en op te slaan, zodanig dat de eerste financiële gegevenssubset is opgeslagen in het cachegeheugen voordat respectievelijk het tweede of derde gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen, en/of e de verwerkingslaag geconfigureerd is om, wanneer de gebruikerssessie start, de financiële gebruikersgegevens Uit de financiële database te laden en de financiële gegevens te verwerken om de eerste financiële portaalgegevens te verkrijgen en op te slaan, zodanig dat de eerste financiële portaalgegevens zijn opgeslagen in het cachegeheugen voordat respectievelijk het tweede of derde gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen.A customer portal system according to any one of the preceding claims, wherein the database layer further comprises a financial database (130) containing financial data (135) related to the intellectual property services, wherein e the consent data of institutions database further defines financial user data (136) containing be a subset of the financial data from the financial database that the user has access to, e the processing layer is configured to load the user financial data from the financial database when the user session starts, e the processing layer is configured to have at least an initial financial process data subset (137) of the user financial data to obtain first financial portal data, wherein the first financial portal data is part of the second user portal data (333) or of third user portal data related to a third user portal request, further wherein e the processing layer is configured to load and store the user financial data from the financial database when the user session starts, such that the first financial data subset is cached before receiving the second or third user portal request, respectively, and /or the processing layer is configured, when the user session starts, to load the financial user data from the financial database and process the financial data to obtain and store the first financial portal data, such that the first financial portal data is stored in the cache before receiving the second or third user portal request, respectively. 13. Klantportaalsysteem volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de dotabaselaog een externe gegevensdatabase (160) omvat die is geconfigureerd om op regelmatige basis externe gegevens op te halen van ten minste een of meer externe databases, waarbij het klantportaalsysteem geconfigureerd is om de externe gegevens aan de gebruiker via de gebruikersinteractielaag.The customer portal system of any preceding claim, wherein the dota base layer comprises an external data database (160) configured to retrieve external data from at least one or more external databases on a regular basis, the customer portal system being configured to store the external data to the user through the user interaction layer. 14. Klantenportaalsysteem volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de gebruikersinteractielaag een weergavemodule (330) omvat geconfigureerd om portaalgegevens weer te geven aan de gebruiker, bijvoorbeeld via een scherm van een apparaat zoals een computer, smartphone, of tablet; bijvoorbeeld via een pagina in een webbrowser; of via een programma of applicatie geïnstalleerd op het betreffende apparaat.A customer portal system according to any preceding claim, wherein the user interaction layer comprises a display module (330) configured to display portal data to the user, for example via a screen of a device such as a computer, smartphone, or tablet; for example via a page in a web browser; or through a program or application installed on the affected device. 15. Klantenportaal volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij gebruikersinteractielaag een aanmeldmodule (311), omvat waarin een gebruiker verificatiegegevens (315) kan ingeven om zich aan te melden in het klantportaalsysteem.A customer portal according to any one of the preceding claims, wherein user interaction layer comprises a login module (311), into which a user can enter authentication data (315) to login to the customer portal system. 16. Werkwijze voor het communiceren van gegevens met betrekking tot intellectuele eigendomsdiensten aan een klant met een klantportaalsysteem (1,2), omvattende een databaselaag (100), een verwerkingslaag (200), en een gebruikersinteractielaag (300), waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: e het definiëren van operationele gebruikersgegevens (116) op basis van de gebruikersreferentie (145) en toestemminggegevens (146) die zijn opgeslagen in een instellingen database (140) van de dotabaselaag, waarbij de operationele gebruikersgegevens een subhoeveelheid zijn van operationele gegevens (115) van een operationele database (110) waartoe de gebruiker toegang heeft, waarbij de operationele database is geconfigureerd om te worden gebruikt door een ERP-systeem van een dienstverlener voor het leveren van intellectuele eigendomsdiensten,A method of communicating data related to intellectual property services to a customer with a customer portal system (1,2), comprising a database layer (100), a processing layer (200), and a user interaction layer (300), the method comprising the following steps includes: e defining operational user data (116) based on the user reference (145) and permission data (146) stored in a settings database (140) of the dotabase layer, wherein the operational user data is a subset of operational data ( 115) of an operational database (110) to which the user has access, the operational database configured to be used by a service provider's ERP system to provide intellectual property services, e het verifiëren van een gebruiker die zich aanmeldt op basis van de gebruikersreferenties en verificatiegegevens (315) ontvangen van de gebruiker,e authenticating a user who logs in based on the user credentials and credentials (315) received from the user, e het starten van een gebruikerssessie wanneer de gebruiker is geverifieerd,e starting a user session when the user is authenticated, e het weergeven, met de gebruikersinteractielaag, van eerste portaalgegevens (332) aan de gebruiker tijdens de gebruikerssessie bij het starten van de gebruikerssessie of bij het ontvangen van het eerste gebruikersportaalverzoek, waarbij de eerste gebruikersportaalgegevens worden ontvangen van de verwerkingslaag, waarbij de eerste gebruikersportaalgegevens zijn gebaseerd op een eerste operationele gegevenssubset (117) van operationele gebruikersgegevens,e displaying, with the user interaction layer, first portal data (332) to the user during the user session upon initiating the user session or upon receiving the first user portal request, wherein the first user portal data is received from the processing layer, the first user portal data being based on a first operational data subset (117) of operational user data, e het weergeven, met de gebruikersinteractielaag, van tweede gebruikersportaalgegevens (333) met betrekking tot een tweede gebruikersportaalverzoek, wanneer van de gebruiker het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen, waarbij de tweede gebruikersportaalgegevens worden ontvangen van de verwerkingslaag, waarbij de tweede gebruikersportaalgegevens zijn gebaseerd op een tweede operationele gegevenssubset (118) van de operationele gebruikersgegevens, waarbij de tweede operationele gegevenssubset ten minste gedeeltelijk verschilt van de eerste operationele gegevenssubset,e displaying, with the user interaction layer, second user portal data (333) related to a second user portal request when the second user portal request is received from the user, wherein the second user portal data is received from the processing layer, the second user portal data being based on a second operational data subset (118) of the operational user data, wherein the second operational data subset is at least partially different from the first operational data subset, waarbij de werkwijze verder de volgende stappen omvat met de verwerkingslaag:the method further comprising the following steps with the processing layer: e het laden van de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database, waarbij de operationele gebruikersgegevens ten minste de eerste operationele gegevenssubset en de tweede operationele gegevenssubset omvatten,e loading the operational user data from the operational database, the operational user data comprising at least the first operational data subset and the second operational data subset, e het verwerken van de eerste operationele gegevenssubset om de eerste gebruikersportaalgegevens te verkrijgen,e processing the first operational data subset to obtain the first user portal data, e het verwerken van de tweede operationele gegevenssubset om de tweede gebruikersportaalgegevens te verkrijgen,e processing the second operational data subset to obtain the second user portal data, met het kenmerk dat de werkwijze verder omvat:characterized in that the method further comprises: e het laden, met de verwerkingslaag, wanneer de gebruikerssessie start, van de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database, en het opslaan in een cachegeheugen van de verwerkingslaag zodanig dot de tweede operationele gegevenssubset is opgeslagen in het cachegeheugen voordat het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen, en/of e het laden, met de verwerkingslaag, wanneer de gebruikerssessie start, van de operationele gebruikersgegevens uit de operationele database en het verwerken van de operationele gegevens om de eerste gebruikersportaalgegevens en de tweede gebruikersportaalgegevens te verkrijgen, en het opslaan van de eerste gebruikersportaalgegevens en de tweede gebruikersportaalgegevens in een cachegeheugen van de verwerkingslaag, zodanig dat de tweede gebruikersportaalgegevens zijn opgeslagen in het cachegeheugen voordat het tweede gebruikersportaalverzoek wordt ontvangen.e loading, with the processing layer, when the user session starts, the operational user data from the operational database, and caching the processing layer such that the second operational data subset is cached before the second user portal request is received, and /or e loading, with the processing layer, when the user session starts, the operational user data from the operational database and processing the operational data to obtain the first user portal data and the second user portal data, and storing the first user portal data and the second user portal data in a cache of the processing layer such that the second user portal data is cached before the second user portal request is received. 17. Computerleesbare instructies die zijn geconfigureerd om, wanneer ze worden uitgevoerd, ervoor te zorgen dat klantportaalsysteem en/of een of meerdere verwerkingseenheden de werkwijze volgens conclusie 16 uitvoert.Computer-readable instructions configured, when executed, to cause the customer portal system and/or one or more processing units to execute the method of claim 16.
BE20215107A 2021-02-17 2021-02-17 CUSTOMER PORTAL SYSTEM FOR INTELLECTUAL PROPERTY SERVICES BE1029115B1 (en)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20215107A BE1029115B1 (en) 2021-02-17 2021-02-17 CUSTOMER PORTAL SYSTEM FOR INTELLECTUAL PROPERTY SERVICES

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20215107A BE1029115B1 (en) 2021-02-17 2021-02-17 CUSTOMER PORTAL SYSTEM FOR INTELLECTUAL PROPERTY SERVICES

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1029115A1 BE1029115A1 (en) 2022-09-08
BE1029115B1 true BE1029115B1 (en) 2022-09-12

Family

ID=75143386

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20215107A BE1029115B1 (en) 2021-02-17 2021-02-17 CUSTOMER PORTAL SYSTEM FOR INTELLECTUAL PROPERTY SERVICES

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1029115B1 (en)

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US7949728B2 (en) * 1993-11-19 2011-05-24 Rose Blush Software Llc System, method, and computer program product for managing and analyzing intellectual property (IP) related transactions
US20160246856A1 (en) * 2005-07-14 2016-08-25 Pavel Pogodin Computerized information system for creating patent data summaries and method therefor
CN107026879A (en) * 2016-01-30 2017-08-08 华为技术有限公司 A kind of data cache method and background application system

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US7949728B2 (en) * 1993-11-19 2011-05-24 Rose Blush Software Llc System, method, and computer program product for managing and analyzing intellectual property (IP) related transactions
US20160246856A1 (en) * 2005-07-14 2016-08-25 Pavel Pogodin Computerized information system for creating patent data summaries and method therefor
CN107026879A (en) * 2016-01-30 2017-08-08 华为技术有限公司 A kind of data cache method and background application system

Also Published As

Publication number Publication date
BE1029115A1 (en) 2022-09-08

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CA2716420C (en) Third party information transfer
JP2006202267A (en) Web based data collaboration tool
Hadikusumo et al. Construction material procurement using internet-based agent system
US8650091B1 (en) Method, medium, and system for sending notifications to property managers regarding vacancies
KR20180065131A (en) offline to online platform beautyshop sharing
US10803011B2 (en) Dynamic data management system for selectively transferring data files
US20200342412A1 (en) Re-Engineering User Login / Registration Process for Job Applicants
US20160210692A1 (en) Data stocks integrated it multi-platform system
US20150134818A1 (en) Data sharing method and data sharing gateway configuration
BE1029115B1 (en) CUSTOMER PORTAL SYSTEM FOR INTELLECTUAL PROPERTY SERVICES
US20130198619A1 (en) Methods and apparatuses for handling corporate documents
JP6175582B1 (en) Information input system, information input method, and information input program
JP2019212176A (en) Unmodified object introduction system, introduction method and shop opening support method
WO2021050574A1 (en) Cloud-based infrastructure for multi-party commercial real estate management
US10802745B1 (en) Process control and data access for pre-transitional, transitional, and post-transitional transfer
KR100351937B1 (en) Network-based Enterprise Resource Planning System and method
KR20200121671A (en) System for reselling digital content made by request of a purchaser and method for managing a copyright by the system
AU2016101599A4 (en) Method and System for an Integrated Verification and Certification System for Qualifications, Certificates, and Identification.
US20240303372A1 (en) System and method for management of confidential information
US20060293960A1 (en) Interoperable account junctions and omnicompetent value trusts
JP7082435B2 (en) Information input system
US20020082996A1 (en) Real time single interface data reporting method
JP6831124B2 (en) Information input system
US20230316404A1 (en) Automated move money authorization generation
US20230394564A1 (en) Asset visualization for multi-party commercial real estate management

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20220912