BE1028463B1 - Opbergrek met een verticaal beweegbaar vaksysteem - Google Patents
Opbergrek met een verticaal beweegbaar vaksysteem Download PDFInfo
- Publication number
- BE1028463B1 BE1028463B1 BE20205513A BE202005513A BE1028463B1 BE 1028463 B1 BE1028463 B1 BE 1028463B1 BE 20205513 A BE20205513 A BE 20205513A BE 202005513 A BE202005513 A BE 202005513A BE 1028463 B1 BE1028463 B1 BE 1028463B1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- storage device
- frame
- counter mass
- guide
- storage
- Prior art date
Links
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G1/00—Storing articles, individually or in orderly arrangement, in warehouses or magazines
- B65G1/02—Storage devices
- B65G1/026—Racks equipped with a displaceable load carrying surface to facilitate loading or unloading
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G1/00—Storing articles, individually or in orderly arrangement, in warehouses or magazines
- B65G1/02—Storage devices
- B65G1/04—Storage devices mechanical
- B65G1/10—Storage devices mechanical with relatively movable racks to facilitate insertion or removal of articles
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47B—TABLES; DESKS; OFFICE FURNITURE; CABINETS; DRAWERS; GENERAL DETAILS OF FURNITURE
- A47B51/00—Cabinets with means for moving compartments up and down
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Warehouses Or Storage Devices (AREA)
- Vehicle Step Arrangements And Article Storage (AREA)
Abstract
In een eerste aspect betreft de uitvinding een opberginrichting omvattende een frame en een vaksysteem opgehangen binnen het frame, welk vaksysteem tenminste twee n niveaus van opbergvakken verschaft, toegankelijk vanaf een voorzijde van de inrichting, en geschikt voor het opbergen van stukgoederen, waarbij de inrichting verder is aangepast voor verticale beweegbaarheid van het vaksysteem. In het bijzonder is het vaksysteem rechthoekig opgehangen aan vier optrekriemen die zich verticaal opwaarts uitstrekken. In een verder aspect voorziet de uitvinding nog het gebruik van de opberginrichting.
Description
TECHNISCH DOMEIN De uitvinding houdt verband met opberginrichtingen voor opslag en/of transport van goederen. In het bijzonder richt de uitvinding zich op opbergrekken met een verticaal beweegbaar vaksysteem.
STAND DER TECHNIEK Opbergrekken met flexibele en beweegbare compartimenten zijn op zich gekend uit de stand der techniek. Bijvoorbeeld beschrijft FR 2 845 354 (Européenne de Conception de Conteneurs pour VAutomobile) een verrijdbaar opbergrek met een draagstructuur en met een flexibele vakstructuur. De vakstructuur voorziet vakken die toegankelijk zijn vanaf een voorzijde van het opbergrek. Verder is de vakstructuur centraal opgehangen binnen de draagstructuur, onder een centrale riem. Verdere riemen strekken zich schuin opwaarts uit, vanaf de vier bovenhoeken van de vakstructuur, tot aan de centrale riem. De vakstructuur kan dus centraal worden opgetrokken en neergelaten. Weliswaar vraagt een dergelijke ophanging een rechthoekig ophangingsframe dat de bovenzijde van de flexibele vakstructuur verstevigt, hetgeen als nadeel de beweging verzwaart. Nog een nadeel van de centrale ophanging is dat de vakstructuur kan gaan hellen (bv. bij een niet-symmetrische lading), binnen de draagstructuur. Dit hellen kan de verticale beweging van de vakstructuur verder bemoeilijken of zelfs geheel blokkeren. Verder zijn er nog massa’s voorzien langsheen de riem. Zij compenseren voor het leeggewicht van de vakstructuur. De massa’s en de riem zijn beweegbaar in een verticaal sleufprofiel van de draagstructuur, dat zich overlangs de voorzijde uitstrekt. Een nadeel hierbij is dat het draagprofiel de toegang tot sommige opbergvakken bemoeilijkt. Ook is het draagprofiel (en dus ook de erin gevatte massa’s) vrij beperkt qua omvang. Dit beperkt het gewicht dat kan worden gecompenseerd. Verder zijn er nog bedieningsmiddelen voorzien aan de riem, eveneens toegankelijk vanaf de voorzijde. Zij kunnen bovendien worden vastgezet over het draagprofiel, achter overeenkomstige aanslagen. Dit laat toe om de vakken in welbepaalde verticale posities te blokkeren. Een evident nadeel is dat de aanslagen slechts een vergrendeling bieden in één richting.
Verder beschrijft US 10 081 490 (Diverse Global) nog telescopisch opbergrek met een basisframe en een uitbreidingsframe. Een flexibel vaksysteem is rechtsreeks opgehangen aan het uitbreidingframe, binnen het basisframe. Het uitbreidingsframe is opwaarts en neerwaarts beweegbaar ten opzichte van het basisframe. Dit gaat gepaard met het overeenkomstig op- en neerwaarts bewegen van het vaksysteem. Een nadeel is dat het uitbreidingsframe de beweging aanzienlijk bemoeilijkt/verzwaart. Tot slot beschrijven CZ 29 088 en SK 7781 (Keypack) nog een frame waarbinnen een flexibel vaksysteem is opgehangen. Het vaksysteem hangt aan riemen. De genoemde riemen zitten gewonden omheen een centrale as bovenaan. Het verdraaien van de centrale as bepaalt de op- en neerwaartse beweging van de vakken. Dit verdraaien kan worden bediend vanuit een zijdelings geplaatste zwengel onderaan. Als nadeel limiteert de centrale as de nuttige hoogte van het opbergrek. Als verder nadeel limiteert de zijdelingse zwengel de nuttige breedte van het opbergrek. Zeker in een logistieke context is het belangrijk dat het opbergrek de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Verder is de mechaniek van bediening via een zijdelingse zwengel vrij complex. Een aantal belangrijke eigenschappen van opberginrichtingen en opbergrekken zijn de soepele beweegbaarheid, het efficiënte ruimtegebruik, de goede hanteerbaarheid, de makkelijke toegankelijkheid, de hoge duurzaamheid, het lage gewicht, en de lage productiekost en materiaalkost. De huidige uitvinding beoogt een nieuwe en verbeterde opberginrichting. Onder andere wordt getracht om een oplossing te bieden voor één of meerdere van hogervermelde problemen.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING Daartoe voorziet de uitvinding in een eerste aspect een opberginrichting volgens conclusie 1. De inrichting voorziet een vaksysteem dat verticaal beweegbaar is binnen een frame, met vakken voor het opbergen van stukgoederen. In het bijzonder is het vaksysteem rechthoekig opgehangen aan vier optrekriemen die zich verticaal opwaarts uitstrekken.
Verschillend van de ophanging bij FR 2 845 354, voorziet de uitvinding een rechthoekige ophanging aan vier verticale optrekriemen, bij voorkeur ter hoogte van de vier hoeken. Het vaksysteem zal hierdoor minder snel gaan scheef trekken of blokkeren, binnen het frame. Bij voorkeur beweegt het vaksysteem via wieltjes of glijders langsheen rails, hetgeen de beweging verder vergemakkelijkt.
In een verdere uitvoeringsvorm voorziet de uitvinding een contramassa die reciproque met het vaksysteem beweegt (conclusie 2). Dit kan het handmatig bewegen van het vaksysteem ondersteunen, zowel in beladen toestand als in onbeladen toestand. Bij voorkeur is de contramassa plaatvormig (conclusie 4), waarbij zij evenwijdig met de plaatvorm langsheen de inrichting beweegt. Dit compact ontwerp laat toe om de nuttige afmetingen van de opberginrichting te maximaliseren. Bij verdere voorkeur zijn voorgenoemde vakken toegankelijk vanaf de voorzijde, en beweegt de contramassa langsheen een zijde verschillend van de voorzijde (conclusie 3). De contramassa hindert dus niet de toegang tot de vakken.
Bij voorkeur kan het vaksysteem vanaf de voorzijde zowel worden bediend, via dwarsstangen (conclusie 10), als positie-vergrendeld, via een plunjersluiting of andere dwarse sluiting (conclusie 12). Optioneel voorziet de inrichting aanslagen om de verticale beweging van het vaksysteem te begrenzen tussen een onderste positie en een bovenste positie (conclusie 13). Verder is de dwarse sluiting eventueel aangepast om de positie van het vaksysteem in beide grensposities te blokkeren (conclusie 14).
In een verder aspect voorziet de uitvinding nog het gebruik van de opberginrichting volgens het eerste aspect van de uitvinding (conclusie 15).
Duidelijk voorziet de uitvinding een goede gewichtsverdeling via vier riemen, een soepele beweging via geleidingsmiddelen langsheen geleidingsbanen, een compacte plaatsing van de contramassa, en een performante positievergrendeling via de plunjersluiting of andere sluiting.
BESCHRIJVING VAN DE FIGUREN Figuren 1A-B zijn perspectieftekeningen van een opbergrek, volgens een mogelijke uitvoeringsvorm van de uitvinding.
Figuren 2A-C illustreren schematisch het optrekken en neerlaten van een vaksysteem, volgens een mogelijke uitvoeringsvorm.
Figuren 3A-C illustreren nog een dwarse sluiting voor het blokkeren van de beweging van het vaksysteem, volgens een mogelijke uitvoeringsvorm.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING De uitvinding betreft een opberginrichting geschikt voor het opbergen van stukgoederen, alsook het gebruik van de opberginrichting. Tenzij anders gedefinieerd hebben alle termen die gebruikt worden in de beschrijving van de uitvinding, ook technische en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals ze algemeen begrepen worden door de vakman in het technisch veld van de uitvinding. Voor een betere beoordeling van de beschrijving van de uitvinding, worden de volgende termen expliciet uitgelegd. “Een”, ”de” en “het” refereren in dit document aan zowel het enkelvoud als het meervoud tenzij de context duidelijk anders veronderstelt. Bijvoorbeeld, “een segment” betekent een of meer dan een segment. Wanneer “ongeveer” of “rond” in dit document gebruikt wordt bij een meetbare grootheid, een parameter, een tijdsduur of moment, en dergelijke, dan worden variaties bedoeld van +/-20% of minder, bij voorkeur +/-10% of minder, meer bij voorkeur +/- 5% of minder, nog meer bij voorkeur +/-1% of minder, en zelfs nog meer bij voorkeur +/-0.1% of minder dan en van de geciteerde waarde, voor zoverre zulke variaties van toepassing zijn in de beschreven uitvinding. Hier moet echter wel onder verstaan worden dat de waarde van de grootheid waarbij de term “ongeveer” of “rond” gebruikt wordt, zelf specifiek wordt bekendgemaakt.
De termen “omvatten”, “omvattende”, “bestaan uit”, “bestaande uit”, “voorzien van”, “bevatten”, “bevattende”, “behelzen”, “behelzende”, “inhouden”, “inhoudende” zijn synoniemen en zijn inclusieve of open termen die de aanwezigheid van wat volgt aanduiden, en die de aanwezigheid niet uitsluiten of beletten van andere componenten, kenmerken, elementen, leden, stappen, gekend uit of beschreven in de stand der techniek. De term “riem” en afgeleide termen, zoals hierin gebruikt, moeten breed worden begrepen. In eerste instantie kunnen deze termen duiden op een “riem”, een “koord”, een “band”, een “lijn”, een “kabel”, een “draad”, een “snoer” of ander lineair trekmiddel dat een dwarse flexibiliteit verschaft. Bij voorkeur kan een riem tenminste omheen een geleider zoals een rolelement of glijelement worden geleid. Bij voorkeur is het evenzeer mogelijk om riemen op te rollen op bobijnen.
Het citeren van numerieke intervallen door de eindpunten omvat alle gehele getallen, breuken en/of reële getallen tussen de eindpunten, deze eindpunten inbegrepen.
5 In een eerste aspect betreft de uitvinding een opberginrichting omvattende een frame en een vaksysteem opgehangen binnen het frame, welk vaksysteem tenminste een onderste niveau van opbergvakken en een bovenliggend niveau van opbergvakken verschaft, toegankelijk vanaf een voorzijde van de inrichting, en geschikt voor het opbergen van stukgoederen, waarbij de inrichting verder is aangepast voor verticale beweegbaarheid van het vaksysteem tussen een neergelaten stand en een opgetrokken stand, binnen het frame, - in welke neergelaten stand het onderste niveau is ingezakt, met het bovenliggend niveau daarboven opgericht en toegankelijk, en - in welke opgetrokken stand het onderste niveau opgericht en toegankelijk is, met het bovenliggend niveau daarboven opgetrokken. In het bijzonder is het vaksysteem rechthoekig opgehangen aan vier optrekriemen die zich verticaal opwaarts uitstrekken. Bij voorkeur is de opberginrichting een opbergrek. Bij voorkeur gaat het om een vast, rigide frame (i.p.v. een basisframe plus telescopisch uitbreidingsframe). Een vast en integraal frame laat toe om een gepast compromis te maken tussen een maximale stevigheid en draagkracht enerzijds, en een minimaal gewicht anderzijds. Dit is vooral van belang bij transporttoepassingen. Optioneel is het frame verrijdbaar. Optioneel is het frame onderaan van één of meerdere wieltjes voorzien. In een niet-limitatieve uitvoering voorziet het frame onderaan twee wieltjes en twee steunvoeten. Als alternatief voorziet het frame onderaan vier wieltjes. Bij voorkeur omsluit het frame een hoofdzakelijk balkvormig volume, waarbinnen het vaksysteem is voorzien. Bij verdere voorkeur voorziet het frame voornamelijk draagstructuren langsheen de ribben van de balkvorm. Dit maakt de toegankelijkheid langs de voorzijde/achterzijde/linkerzijde en/of rechterzijde maximaal. Optioneel omvat het frame vier hoekstijlen die het vaksysteem rechthoekig omsluiten. Bij voorkeur voorziet het vaksysteem een veelheid aan opbergvakken. Bij voorkeur zij er twee of meerdere niveaus aan opbergvakken. Bij verdere voorkeur zijn er twee niveaus: een onderste en een bovenste niveau. Hieronder worden de termen “bovenliggend” en “bovenste” onderling uitgewisseld, zonder dat dit de uitvinding tot twee niveaus dan wel meer dan twee niveaus beperkt. Zowel het onderste als het bovenliggend niveau voorzien tenminste één opbergvak. Optioneel voorzien zij elk een veelheid aan vakken. Optioneel voorzien zij elk een raster aan opbergvakken die naast en boven elkaar zijn voorzien. Elk niveau kan twee of meerdere, boven elkaar geplaatste reeksen van naast elkaar geplaatste vakken voorzien. Bij voorkeur betreft het een rechthoekig raster. Bij voorkeur zijn de vakken minstens toegankelijk vanaf de voorzijde, in opgerichte toestand.
Het vaksysteem is verticaal beweegbaar tussen een opgetrokken stand en een neergelaten stand, binnen het frame. In de neergelaten stand is het onderste niveau van opbergvakken ingezakt oftewel samengevouwen. Bij voorkeur neemt het daarbij een meer compacte vorm aan. Bij voorkeur is het vakmateriaal van tenminste het onderste niveau aan opbergvakken flexibel. Bij voorkeur neemt het automatisch de compacte vorm aan. Bij voorkeur zijn tenminste de onderste opbergvakken flexibel. Bij verdere voorkeur zijn zowel de onderste als de bovenste opbergvakken flexibel. “Verticale beweegbaarheid” van het vaksysteem, zoals hierin vermeld, duidt erop dat tenminste een deel (bv. het bovenliggend/bovenste niveau van opbergvakken) verticaal beweegbaar is binnen het frame. De uitvinding voorziet nu verder een rechthoekige ophanging van het vaksysteem aan vier optrekriemen die zich verticaal opwaarts uitstrekken. Bij voorkeur strekken de optrekriemen zich verticaal opwaarts uit, vanuit vier hoekdelen aan de bovenzijde van het vaksysteem. Een voordeel is dat het vaksysteem hierdoor minder snel zal scheeftrekken. Het vaksysteem op zichzelf is driedimensionaal, en bij voorkeur worden dus de vier riemen gebruikt om het vaksysteem rechthoekig onder zijn bovenvlak omhoog te houden, vanaf de vier hoeken. Het is dus niet nodig om de bovenzijde van het vaksysteem rechthoekig te verstevigen. Bij FR 2 845 354 is dit wel noodzakelijk opdat de bovenzijde zou kunnen weerstaan aan inwaartse krachten veroorzaakt door de schuin opwaarts verlopende optrekriemen. In een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat de inrichting verder een contramassa, aangepast om reciproque met het vaksysteem te bewegen, tussen een opgetrokken stand en een neergelaten stand. De contramassa laat toe om het gewicht van het vaksysteem en/of de erin geladen stukgoederen minstens gedeeltelijk te compenseren. Bij voorkeur omvat de contramassa een aanzienlijke massa (bv. tenminste 10-maal het totale gewicht aan trekriemen). Bij voorkeur omvat de contramassa een goedkoop materiaal van relatief hoge massadichtheid. Optioneel omvat de contramassa staal. Optioneel omvat de contramassa staalplaatmateriaal. Bij voorkeur compenseert de contramassa tenminste het leeggewicht van het bovenste niveau aan opbergvakken.
In een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm is de contramassa aangepast om te bewegen langsheen een zijde van de opberginrichting, verschillend van de voorzijde.
De contramassa hindert dus niet de toegang tot de opbergvakken, vanaf de voorzijde.
Optioneel is de contramassa voorzien langsheen de linkerzijde, de rechterzijde of de achterzijde van de inrichting.
In een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm is de contramassa in hoofdzaak plaatvormig, aangepast om evenwijdig langs de opberginrichting te bewegen.
Bij verdere voorkeur beweegt de contramassa tussen twee naburige hoekstijlen van het frame.
Dit compacte ontwerp laat toe om de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten.
Optioneel is de contramassa in hoofdzaak rechthoekig plaatvormig.
In een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm buigen de optrekriemen bovenaan het frame zijdelings om, en zijn zij verticaal neerwaarts met de contramassa gekoppeld.
Optioneel buigen zij om ter hoogte van vier bovenhoeken van het frame.
Optioneel zijn er bovenaan het frame vier riemgeleiders voorzien (bv. rolelementen of glijelementen), ingericht om de verticaal opwaartse optrekriemen zijdelings en/of neerwaarts om te buigen.
Riemgeleiders laten toe om de spankracht in de trekriemen (onder het gewicht van het vaksysteem) erg compact om te buigen en verticaal neerwaarts te sturen richting de reciprook bewegende contramassa (voorzien langs een zijde van de opberginrichting). Bij voorkeur verzorgen de trekriemen een rechtstreekse mechanische verbinding tussen het vaksysteem en de contramassa.
In een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm combineren de optrekriemen bovenaan het frame per twee, waarbij elk tweetal van gecombineerde optrekriemen neerwaarts is gekoppeld met de contramassa.
Optioneel zijn twee eerste riemgeleiders bovenaan gepositioneerd, aan een zijde die tegenover de contramassa staat.
Deze eerste riemgeleiders zorgen voor het zijdelings ombuigen (totaal 90°) van twee overeenkomstige, eerste trekriemen.
Twee tweede riemgeleiders, gepositioneerd aan de zijde van de contramassa verzorgen zowel het zijdelings als neerwaarts ombuigen (totaal 180°) van twee overeenkomstige, tweede trekriemen, alsook het combineren van de eerste en tweede trekriemen.
Dit, verticaal boven de contramassa.
Het vakkensysteem op zichzelf is driedimensionaal.
Om het rechthoekig stabiel te houden onder zijn bovenvlak, worden vier riemen of lijnen gebruikt ter hoogte van de bovenhoeken.
De contramassa is tweedimensionaal.
De vier riemen of lijnen worden dus gecombineerd tot twee riemen of lijnen.
Elk tweetal grijpt in combinatie in op de de contramassa.
Bij voorkeur omvat de contramassa een bovenranddeel, met welk bovenranddeel de genoemde tweetallen van optrekriemen zijn gekoppeld, elk nabij een respectievelijke bovenhoek van de contramassa. Dit volstaat om de (ééndimensionale) bovenrand stabiel te houden.
In een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm is de contramassa voorzien van geleidingsmiddelen, aangepast om de contramassa rechthoekig te geleiden tussen twee geleidingsbanen voorzien aan het frame. De contramassa kan zich dus niet scheef zetten of blokkeren. Ze is beperkt tot een verticaal opwaartse en neerwaartse beweging. Dit is vooral voordelig wanneer spankrachten in de riemen niet gelijkmatig verdeeld zijn.
Bijvoorbeeld bij het manueel bewegen van de opbergvlakken vanaf een dwarstang aan de voorzijde (zie verderop). Of bijvoorbeeld bij het niet symmetrisch laden (voorwaarts- achterwaarts). De contramassa treedt dan op als onderdeel dat het vaksysteem in een rechte positie dwingt.
Een plaatvorm van de contramassa heeft met name als voordeel dat het een zekere hoogte omvat. Zijdelingse geleidingsmiddelen (bv. wieltjes, glijders, een glijdende zijrand) kunnen tenminste bovenaan en onderaan worden voorzien. Bij voorkeur zijn zulke geleidingsmiddelen gekoppeld met zijdelingse geleidingsmiddelen (bv. een rail, groef, ribbe). Zij voorzien dan een rechthoekige insluiting en geleiding van de contramassa, zodat deze beperkt is tot een verticaal opwaartse en neerwaartse beweging. De contramassa kan zich niet scheef zetten of blokkeren.
In een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm voorziet het vaksysteem aan de voorzijde een onderste dwarsstang en een bovenliggende dwarsstang, verticaal beweegbaar in het frame, aan welke dwarsstangen respectievelijk het onderste en het bovenliggende niveau is opgehangen. Bij voorkeur zijn de dwarstangen relatief rigide, t.o.v. het frame. Zij laten toe om het vaksysteem makkelijk te hanteren. Bij voorkeur zijn zulke horizontale dwarsstangen zowel vooraan als achteraan voorzien. Bij voorkeur strekken zij zich uit doorheen lussen en/of ogen gevormd door het vakmateriaal van de opbergvakken. Bij verdere voorkeur omvat het vaksysteem naast elkaar gerangschikte vakken met staande wanddelen daartussen. Deze wanddelen strekken zich van de voorzijde tot de achterzijde uit. Zij vormen ogen ter hoogte van de dwarsstangen, optioneel voorzien van verstevigingsringen. Zulke (flexibele) wanddelen verzorgen in belangrijke mate de stabiele ophanging van een niveau van opbergvakken, onder tenminste een dwarsstang vooraan en een dwarsstang achteraan.
In een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm zijn de linker-einddelen en rechter- einddelen van de genoemde dwarsstangen respectievelijk met een links en een rechts geleidingsstel gekoppeld, welke geleidingsstellen verticaal beweegbaar zijn langsheen het frame. Optioneel zijn vier zulke geleidingsstellen beweegbaar langsheen vier hoekstijlen van het frame. Optioneel omvat tenminste één hoekstijl een profilering die een rail vormt, voor het omsluiten van overeenkomstige geleiders (bv. rolelementen of glijelementen) voorzien aan de vakstructuur.
Bij voorkeur is het bovenste niveau van vakken opgehangen aan bovenste dwarsstangen. Bij voorkeur is het onderste niveau van vakken opgehangen aan onderste dwarsstangen. Bij verdere voorkeur zijn de onderste en bovenste stangen aan weerseinden gekoppeld met geleidingsstellen, beweegbaar langs de hoekstijlen van het frame. Bij voorkeur zijn de vier trekriemen gekoppeld met de vier geleidingstellen. De trekriemen zijn dus rigide gekoppeld met zowel het onderste als het bovenste niveau, onafhankelijk van elkaar. Een zwaarbeladen onderste niveau heeft niet tot effect dat het vakmateriaal van het bovenliggend niveau gaat doorbuigen.
In een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm is tenminste één geleidingsstel uitgerust met een dwarse sluiting, voor het selectief blokkeren van de verticale beweging van het geleidingsstel. Het geleidingsstel is bij voorkeur al gelimiteerd tot een verticaal opwaartse of neerwaartse beweging. Het blokkeren van zo’n rigide geleidingsstel op een verticale positie laat een performante sluiting toe. Verder zal tenminste het contragewicht (zoals hierboven beschreven) het vakmateriaal in een rechte stand houden. Een dwarse sluiting, bijvoorbeeld een plunjersluiting op basis van een dwars beweegbare pen in een vergrendelingsgat, laat een blokkering toe in twee richtingen. Bij voorkeur is tenminste één van de twee geleidingsstellen aan de voorzijde, met een dergelijke sluiting uitgerust. Dit laat het blokkeren toe van het vaksysteem langs de voorzijde. In een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm voorziet het frame een onderste aanslag en een bovenste aanslag die de beweging van tenminste één geleidingsstel begrenzen, tussen een onderste en een bovenste positie. Bij voorkeur stemt de onderste positie overeen met de neergelaten stand van het vaksysteem, en de bovenste positie met de opgetrokken stand van het vaksysteem, door rechtstreeks aan te liggen tegen de aanslag. Optioneel is de sluiting aangepast om het geleidingsstel selectief te blokkeren in zowel de onderste als de bovenste positie.
In een verder aspect betreft de uitvinding het gebruik van de hierboven beschreven opberginrichting, omvattende het laden van stukgoederen in, en/of het ontladen van stukgoederen uit één of meerdere van de opbergvakken. Diezelfde kenmerken en voordelen zijn dus van toepassing.
In wat volgt wordt de uitvinding beschreven a.d.h.v. niet-limiterende voorbeelden en figuren die de uitvinding illustreren, en die niet bedoeld zijn of geïnterpreteerd mogen worden om de omvang van de uitvinding te limiteren. Figuren 1A-B zijn perspectieftekeningen van een opbergrek 1, volgens een mogelijke uitvoeringsvorm. Het opbergrek 1 omvat een frame 2 en een vaksysteem 3 dat is opgehangen binnen het frame 2. Het frame 2 omvat vier staande hoekstijlen 10, tussen een rechthoekig onderkader 11 onderaan en een rechthoekig bovenkader 12 bovenaan. Onderaan is het onderkader 11 nog voorzien van wieltjes 4, voor verrijdbaarheid. Het vaksysteem 3 zelf vormt een veelheid aan vakken 5, geschikt voor het opbergen van stukgoederen (niet getoond). De vakken 5 zijn uitsluitend toegankelijk vanaf de voorzijde 6. Zie Fig. 1A. Langs de linkerzijde 7, de rechterzijde 8 en de achterzijde 9 zijn de vakken 5 gesloten, of in elk geval ontoegankelijk. Optioneel zijn zij langs die zijden 7, 8, 9 stofdicht gesloten. Het vaksysteem 3 omvat tenminste een onderste niveau 13 en een bovenliggend niveau 14 van opbergvakken 5. Bij voorkeur zijn de opbergvakken 5 van zowel het onderste niveau 13 als van het bovenliggend niveau 14 flexibel. Het onderste niveau 13 is opgehangen aan onderste dwarsstangen 15; het bovenste niveau 14 is opgehangen aan bovenste dwarsstangen 16. Er zijn twee onderste en twee bovenste dwarsstangen 15, 16: telkens één aan de voorzijde 6 en één aan de achterzijde 9 van het opbergrek
1. De dwarsstangen 15, 16 strekken zich horizontaal uit tussen de linker- en rechterzijden 7, 8 van het opbergrek 1. Zij strekken zich uit doorheen ogen 17 gevormd door het vakmateriaal van de opbergvakken 5. Optioneel zijn deze ogen voorzien van verstevigingsringen. Het vaksysteem 3 verticaal beweegbaar in het frame 2, tussen een neergelaten stand en een opgetrokken stand. Fig. 1A-B tonen enkel de opgetrokken stand van het vaksysteem 3. De dwarsstangen 15, 16 aan de voorzijde 6 hebben als voordeel dat zij eenvoudig kunnen worden aangegrepen door de gebruiker, voor het manueel bewegen van het vaksysteem 3. Het verticaal bewegen van het vaksysteem 3 wordt verder geïllustreerd aan de hand van Fig. 2A-C. Figuren 2A-C illustreren schematisch het optrekken en neerlaten van een vaksysteem 3, volgens een mogelijke uitvoeringsvorm. Het onderste niveau 13 van opbergvakken 5’ is opgehangen onder onderste dwarsstangen 15 vooraan en achteraan. Het bovenste niveau 14 van opbergvakken 5” is opgehangen onder bovenste dwarsstangen 16 vooraan en achteraan. De dwarsstangen 15, 16 vormen elk linker- en rechter einddelen 19’, 19”, samen gekoppeld met overeenkomstige, linkse en rechtse geleidingsstellen 20’, 20”. De bovenste en onderste dwarstangen 15, 16 zijn dus met dezelfde geleidingsstellen 20’, 20” gekoppeld, respectievelijk vooraan en achteraan; optioneel wordt het bovenste niveau 14 van opbergvakken 5” daartussen gespannen gehouden, tussen de onderste en bovenste dwarsstangen 15, 16. Elk geleidingsstel 20 strekt zich uit over tenminste de verticale uitstrekking van dit bovenste niveau 14. In tegenstelling tot het onderste niveau 13, blijft het bovenste niveau 14 dus steeds opgericht.
De geleidingsstellen 20 zijn verticaal beweegbaar langsheen de hoekstijlen 10 van het frame 2 (niet getekend in Fig. 2A-B), met één geleidingsstel 20 per hoekstijl 10. Elk geleidingsstel 20 is daartoe onderaan en bovenaan voorzien van een rolelement 21, voor geleiding langsheen een geleidingsbaan 22 gevormd door het frame 2. Optioneel omvat het frame 2 vier geprofileerde hoekstijlen 10, waarvan het dwarsprofiel een geleidingsbaan 22 vormt voor geleiding van zulke rolelementen 21. Zie bv. de horizontale doorsnede van Fig. 2C. Optioneel is tenminste één van de geleidingsstellen nog uitgerust met een dwarse sluiting 23 - bv. een plunjersluiting (niet getoond in Fig. 2A-C, zie bv. Fig. 1A en Fig. 3A-C.
20 Fig. 2A toont de neergelaten stand van het vaksysteem 3. Het onderste niveau 13 van opbergvakken 5” is flexibel ingezakt. Het bovenliggend niveau 14 van opbergvakken 5” is daarboven opgericht. Deze vakken 5 zijn toegankelijk vanaf de voorzijde 6. Het vaksysteem 3 is rechthoekig opgehangen aan vier optrekriemen 18 die zich verticaal opwaarts uitstrekken. Zij strekken zich uit vanaf de geleidingsstellen 20, langsheen de hoekstijlen 10 (niet getekend in Fig. 2A-B). Bovenaan voorziet het frame 2 (niet getekend in Fig. 2A-B) riemgeleiders 24 waar de optrekriemen 18 zijdelings omheen buigen. De linkse optrekriemen 18’ verlopen zijdelings tot aan de rechtse riemgeleiders 24”. Daar worden de linkse en rechtse optrekriemen 18, 18” gecombineerd, en in combinatie neerwaarts afgebogen. Neerwaartse uiteinden van de (gecombineerde) optrekriemen 18 zijn gekoppeld met een contramassa 25. Meer bijzonder zijn zij gekoppeld met een bovenrand 26 van de contramassa 25, nabij twee bovenhoeken 27 van de contramassa 25.
Met dit ontwerp worden de optrekriemen 18’, 18” neerwaarts omgebogen, bovenaan het frame 2 (niet getekend in Fig. 2A-B). Een opwaartse of neerwaartse beweging van het vaksysteem 3 gaat dus gepaard met een reciproque, neerwaartse of opwaartse beweging van de contramassa 25. Fig. 2A toont de contramassa 25 in zijn opgetrokken stand. De riemgeleiders 24 bovenaan het frame 2, hebben als voornaamste functie het ombuigen van de optrekriemen 18 die eromheen zitten geslagen. Zij hebben niet als functie om de optrekriemen 18 erom heen te winden; zij zijn geen windas (zoals wel voorzien bij CZ 29 088 en SK 7781 van Keypack). De riemgeleiders 24 kunnen relatief klein worden uitgevoerd. Bij voorkeur beperken zij de nuttige hoogte van het opbergrek 1 niet of amper.
De contramassa 25 is in hoofdzaak rechthoekig en plaatvormig, aangepast om verticaal opwaarts en neerwaarts te bewegen langsheen de rechterzijde 8 van het opbergrek 1. De contramassa 25 hindert dus niet de toegang tot de opbergvakken 5, langs de voorzijde 6. Verder is de contramassa 25 aangepast om met zijn plaatvorm evenwijdig aan de rechterzijde 8 te bewegen. Dus beperkt de contramassa 25 niet of amper de nuttige breedte van het opbergrek 1. Verder is de contramassa 25 voorzien van koppelpunten 28 nabij de bovenhoeken 27, voor koppeling met de optrekriemen 18. Eveneens is de contramassa 25 uitgerust met rolelementen 29, gekoppeld met verdere geleidingsbanen 30 aan het frame 2 (niet getekend in Fig. 2A-B, zie de horizontale snede van Fig. 2C). Optioneel zijn de geleidingsbanen 30 zijdelings voorzien, t.o.v. de hoekstijlen 10 (volle lijn). Als alternatief zitten de geleidingsbanen 30 tussen de hoekstijlen 10 ingesloten (stippellijn), waarbij de contramassa 25 zich tussen de hoekstijlen 10 uitstrekt - met als voordeel dat zij niet uitsteken, t.o.v. het frame 2. Met een rechthoekige configuratie van twee rolelementen 29 bovenaan en onderaan, aan weerszijden ingesloten tussen geleidingsbanen 30, is de contramassa 25 bedwongen tot hoogstens een verticaal opwaartse of neerwaartse beweging. In het bijzonder is het contragewicht 25 niet in staat om “scheef te trekken”, tussen de geleidingsbanen 30.
Fig. 2B toont nog de opgetrokken stand van het vaksysteem 3. Het onderste niveau 13 van opbergvakken 5’ is opgericht en toegankelijk vanaf de voorzijde 6. Het bovenliggend niveau 14 van opbergvakken 5” is daarboven opgetrokken. De opwaartse verplaatsing van het vaksysteem 3 gaat gepaard met een reciproque neerwaartse beweging van de contramassa 25, langsheen de rechterzijde 8.
Figuren 3A-C illustreren tot slot nog een dwarse sluiting 23, voor het selectief blokkeren en deblokkeren van de beweging van het vaksysteem 3. Voor de duidelijkheid werden de opbergvakken 5 niet getekend. Optioneel stemt de uitvoeringsvorm overeen met Fig. 1A-B.
Fig. 3A toont een frame 2 met vier hoekstijlen 10, een onderkader 11 en een bovenkader 12. Langs elke hoekstijl 10 is een beweegbaar geleidingsstel 20 voorzien. Elke hoekstijl 10 vormt verder een geleidingsbaan 22. Zie ook de detailweergaven van
Fig. 3B-C. De geleidingsbanen 22 verzorgen een verticale geleiding van de geleidingsstellen 20, langsheen de hoekstijlen 10. Bij voorkeur is elk geleidingsstel 20 daartoe uitgerust met rolelementen 21 onderaan en bovenaan. Langs de voorzijde 6 en achterzijde 9 zijn nog telkens een onderste en een bovenste dwarsstang 15, 16 voorzien, tussen de geleidingsstellen 20 links en rechts. De dwarsstangen 15, 16 doen dienst als ophanging voor de opbergvakken 5. Bijvoorbeeld zijn zij gevat doorheen lussen en/of ogen gevormd door het vakmateriaal (niet getekend in Fig. 3A-C). Langs de rechterzijde 8 is het frame 2 nog uitgerust met een contramassa 25. De contramassa 25 is verticaal beweegbaar, langsheen en tussen de rechtse hoekstijlen
10. Bij voorkeur is de contramassa 25 aangepast om reciproque met het vaksysteem 3 te bewegen. Langs de voorzijde 6 is het rechtse geleidingsstel 20 nog uitgerust met een dwarse sluiting 23. Optioneel gaat het om een handmatig bedienbare plunjersluiting, toegankelijk vanaf de voorzijde 6. Bij voorkeur is de sluiting 23 geschikt om dwars in te grijpen op het frame 2, bijvoorbeeld in een vergrendelingsgat 32 voorzien aan het frame 2. Zie Fig. 3C. Bij verdere voorkeur kan de sluiting 23 selectief worden losgekoppeld en in aangrijping worden gebracht. De beweging van het geleidingsstel 20 wordt dan overeenkomstig gedeblokkeerd en geblokkeerd. Het frame 2 voorziet nog een onderste aanslag 31’ en een bovenste aanslag 31”. Bij voorkeur zijn de aanslagen 31’, 31” zodanig voorzien dat zij de beweging van het geleidingsstel 20 begrenzen, tussen een bovenste positie en een onderste positie. De onderste positie stemt overeen met de neergelaten stand van het vaksysteem 3. De bovenste positie stemt overeen met de opgetrokken stand van het vaksysteem 3. Bij voorkeur ligt het geleidingstel 20 in deze posities rechtstreeks aan tegen de overeenkomstige aanslag 31’, 31”. De aanslag 31 biedt dus een steun, en verhindert alvast de (spontane) beweging van het vaksysteem 3 in één richting. Bij voorkeur is de dwarse sluiting 23 zodanig ingericht, dat zij in staat is om het bewuste geleidingsstel 20 (en dus het vaksysteem 3) in zowel de onderste positie als de bovenste positie te blokkeren. De genummerde elementen in de figuren zijn: 1 Opbergrek 2 Frame 3 Vaksysteem 4 Wieltje
Vak 6 Voorzijde 7 Linkerzijde 8 Rechterzijde 5 9 Achterzijde Hoekstijl 11 Onderkader / onderframe 12 Bovenkader / bovenframe 13 Onderste niveau 10 14 Bovenliggend/bovenste niveau Onderste dwarsstang 16 Bovenliggende/bovenste dwarsstang 17 Oog 18 Optrekriem 15 19 Einddeel (dwarsstang) Geleidingsstel 21 Rolelement (vaksysteem) 22 Geleidingsbaan (voor vaksysteem) 23 Dwarse sluiting 20 24 Riemgeleider Contramassa 26 Bovenrand (contramassa) 27 Bovenhoek (contramassa) 28 Koppelpunten 25 29 Rolelement (contramassa) Geleidingsbaan (voor contramassa) 31 Aanslag 32 Vergrendelingsgat 30 Het is verondersteld dat de huidige uitvinding niet beperkt is tot de uitvoeringsvormen die hierboven beschreven zijn en dat enkele aanpassingen of veranderingen aan de beschreven voorbeelden en figuren kunnen toegevoegd worden, zonder de toegevoegde conclusies te herwaarderen.
Claims (15)
1. Een opberginrichting (1) omvattende een frame (2) en een vaksysteem (3) opgehangen binnen het frame (2), welk vaksysteem (3) tenminste een onderste niveau (13) van opbergvakken (5") en een bovenliggend niveau (14) van opbergvakken (5”) verschaft, toegankelijk vanaf een voorzijde (6) van de inrichting (1), en geschikt voor het opbergen van stukgoederen, waarbij de inrichting (1) verder is aangepast voor verticale beweegbaarheid van het vaksysteem (3) tussen een neergelaten stand en een opgetrokken stand, binnen het frame (2), - in welke neergelaten stand het onderste niveau (13) is ingezakt, met het bovenliggend niveau (14) daarboven opgericht en toegankelijk, en - in welke opgetrokken stand het onderste niveau (13) opgericht en toegankelijk is, met het bovenliggend niveau (14) daarboven opgetrokken, met het kenmerk, dat het vaksysteem (3) rechthoekig is opgehangen aan vier optrekriemen (18’, 18”) die zich verticaal opwaarts uitstrekken.
2. Opberginrichting (1) volgens conclusie 1, verder omvattende een contramassa (25) aangepast om reciproque met het vaksysteem (3) te bewegen, tussen een opgetrokken stand en een neergelaten stand.
3. Opberginrichting (1) volgens conclusie 2, waarbij de contramassa (25) is aangepast om te bewegen langsheen een zijde (8) van de opberginrichting (1), verschillend van de voorzijde (6).
4. Opberginrichting (1) volgens één der conclusies 2-3, waarbij de contramassa (25) in hoofdzaak plaatvormig is, aangepast om evenwijdig langs de opberginrichting (1) te bewegen.
5. Opberginrichting (1) volgens conclusie 4, waarbij de contramassa (25) in hoofdzaak rechthoekig plaatvormig is.
6. Opberginrichting (1) volgens één der conclusies 2-5, waarbij de optrekriemen (18, 18”) bovenaan het frame (2) zijdelings ombuigen, en verticaal neerwaarts met de contramassa (25) zijn gekoppeld.
7. Opberginrichting (1) volgens conclusie 6, waarbij de optrekriemen (18, 18”) bovenaan het frame (2) combineren per twee, en waarbij elk tweetal optrekriemen (18) neerwaarts in combinatie is gekoppeld met de contramassa (25).
8. Opberginrichting (1) volgens conclusie 7, waarbij de contramassa (25) een bovenranddeel (26) omvat, met welk bovenranddeel (26) de genoemde tweetallen van optrekriemen (18) zijn gekoppeld, elk nabij een respectievelijke bovenhoek (27) van de contramassa (25).
9. Opberginrichting (1) volgens één der voorgaande conclusies 2-8, waarbij de contramassa (25) is voorzien van geleidingsmiddelen (29), aangepast om de contramassa (25) rechthoekig te geleiden tussen twee geleidingsbanen (30) voorzien aan het frame (2).
10.Opberginrichting (1) volgens één der voorgaande conclusies, waarbij het vaksysteem (3) aan de voorzijde (6) een onderste dwarsstang (15) en een bovenliggende dwarsstang (16) voorziet, verticaal beweegbaar in het frame (2), aan welke dwarsstangen (15, 16) respectievelijk het onderste en het bovenliggende niveau (13, 14) is opgehangen.
11.Opberginrichting (1) volgens conclusie 10, waarbij linker-einddelen (19%) en rechter-einddelen (19”) van de genoemde dwarsstangen (15, 16) respectievelijk met een links en een rechts geleidingsstel (20, 20”) zijn gekoppeld, welke geleidingsstellen (20’, 20”) verticaal beweegbaar zijn langsheen het frame (2).
12. Opberginrichting (1) volgens conclusie 11, waarvan tenminste één geleidingsstel (20) is uitgerust met een dwarse sluiting (23), voor het selectief blokkeren van de verticale beweging van het geleidingsstel (20).
13. Opberginrichting (1) volgens één der conclusies 11-12, waarbij het frame (2) een onderste aanslag (31) en een bovenste aanslag (31”) voorziet die de beweging van tenminste één geleidingsstel (20) begrenzen, tussen een onderste en een bovenste positie.
14. Opberginrichting (1) volgens conclusies 12 en 13, waarbij de sluiting (23) is aangepast om het geleidingsstel (20) selectief te blokkeren in zowel de onderste als de bovenste positie.
15. Het gebruik van een opberginrichting (1) volgens één der voorgaande conclusies 1-14, omvattende het laden van stukgoederen in en/of het ontladen van stukgoederen uit één of meerdere van de opbergvakken (5, 5”).
Priority Applications (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20205513A BE1028463B1 (nl) | 2020-07-09 | 2020-07-09 | Opbergrek met een verticaal beweegbaar vaksysteem |
| EP21746573.1A EP4178885A1 (en) | 2020-07-09 | 2021-07-09 | Storage rack with a vertically movable compartment system |
| US18/004,500 US20230249908A1 (en) | 2020-07-09 | 2021-07-09 | Storage rack with a vertically movable compartment system |
| PCT/IB2021/056181 WO2022009167A1 (en) | 2020-07-09 | 2021-07-09 | Storage rack with a vertically movable compartment system |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20205513A BE1028463B1 (nl) | 2020-07-09 | 2020-07-09 | Opbergrek met een verticaal beweegbaar vaksysteem |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1028463A1 BE1028463A1 (nl) | 2022-02-01 |
| BE1028463B1 true BE1028463B1 (nl) | 2022-02-07 |
Family
ID=71737963
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE20205513A BE1028463B1 (nl) | 2020-07-09 | 2020-07-09 | Opbergrek met een verticaal beweegbaar vaksysteem |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US20230249908A1 (nl) |
| EP (1) | EP4178885A1 (nl) |
| BE (1) | BE1028463B1 (nl) |
| WO (1) | WO2022009167A1 (nl) |
Families Citing this family (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| BE1028463B1 (nl) * | 2020-07-09 | 2022-02-07 | Conteyor Int Nv | Opbergrek met een verticaal beweegbaar vaksysteem |
| JP7563581B2 (ja) * | 2021-04-14 | 2024-10-08 | 村田機械株式会社 | 保管棚 |
| CN218791570U (zh) * | 2022-11-17 | 2023-04-07 | 晶锐(华安)科技有限公司 | 展示架及其升降结构 |
| EP4652085A1 (en) * | 2023-01-17 | 2025-11-26 | Definitive Technology Group, LLC | Powered warehouse carts and methods of using the same |
| US12515725B2 (en) * | 2023-02-06 | 2026-01-06 | Diverse Global Industrial Solutions | Transportation rack with suspended support members |
| TWI833652B (zh) * | 2023-05-18 | 2024-02-21 | 緯創資通股份有限公司 | 儲物裝置 |
| US12256838B2 (en) * | 2023-07-14 | 2025-03-25 | Fu-Du FENG | Barbecue cooker supporting structure with lifting base |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPS59118435U (ja) * | 1983-01-31 | 1984-08-10 | 大和ハウス工業株式会社 | 上下動式吊戸棚の取付構造 |
| FR2795709A1 (fr) * | 1999-06-29 | 2001-01-05 | Europ De Conception De Contene | Module de stockage d'articles a elements de reception suspendus |
| US20010025765A1 (en) * | 1992-12-10 | 2001-10-04 | Iwao Ikegami | Apparatus and method for temporarily retaining articles midway a transport system |
| FR2845354A1 (fr) * | 2002-10-03 | 2004-04-09 | Europ De Conception De Contene | Dispositif de stockage a ensemble souple et deformable, mobile verticalement |
| ES1181609U (es) * | 2017-04-07 | 2017-04-26 | Tecnicarton, S.L. | Contenedor para estantes móviles |
Family Cites Families (60)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US823433A (en) * | 1904-04-20 | 1906-06-12 | Elmer E Niswonger | Assorting-receptacle for laundries. |
| US774379A (en) * | 1904-06-18 | 1904-11-08 | Terrence P Cavanaugh | Clothes-drier. |
| US1216250A (en) * | 1916-03-10 | 1917-02-13 | John F Plander | Collapsible mail-rack. |
| US1602771A (en) * | 1922-12-26 | 1926-10-12 | Mitchell Louis James | Collapsible assorting rack |
| US2150712A (en) * | 1937-03-20 | 1939-03-14 | Fred C Cooper | Display device |
| US2319872A (en) * | 1940-08-19 | 1943-05-25 | Dispenser Corp Of America | Receptacle for empty bottles |
| US2448171A (en) * | 1945-01-26 | 1948-08-31 | Mine Safety Appliances Co | First-aid kit |
| US2560928A (en) * | 1946-06-15 | 1951-07-17 | American Mach & Foundry | Article storing and dispensing device |
| US2592760A (en) * | 1947-02-18 | 1952-04-15 | Sutera Charles | Self-balancing cabinet |
| US2604996A (en) * | 1947-07-26 | 1952-07-29 | American Mach & Foundry | Self-leveling cantilever shelf assembly |
| US2662802A (en) * | 1950-04-12 | 1953-12-15 | American Mach & Foundry | Self-leveling dispenser |
| US2717085A (en) * | 1950-10-20 | 1955-09-06 | American Mach & Foundry | Self-leveling, storing and dispensing apparatus |
| US2692177A (en) * | 1950-12-23 | 1954-10-19 | American Mach & Foundry | Self-leveling, storing, and dispensing apparatus |
| US2875012A (en) * | 1954-06-08 | 1959-02-24 | Claude J Riley | Disappearing medicine cabinet |
| US2816808A (en) * | 1954-06-22 | 1957-12-17 | Nicholas A Haines | Cup and saucer dispenser |
| US2812104A (en) * | 1954-11-08 | 1957-11-05 | American Mach & Foundry | Self leveling storing and dispensing apparatus |
| US2910335A (en) * | 1957-10-31 | 1959-10-27 | Nathaniel B Wales | Autoamtic counterbalancing system |
| US3157155A (en) * | 1962-03-14 | 1964-11-17 | Duntley Leo | Poultry loader and transport enclosure |
| DE1561613B1 (de) * | 1967-01-24 | 1970-03-19 | Dieter Vogel | Vorrichtung zum voruebergehenden Aufbewahren und Zurschaustellen von Teppichen |
| US3511548A (en) * | 1968-03-25 | 1970-05-12 | Levelator Corp Of America | Apparatus for storing and dispensing stacked articles |
| AU7416574A (en) * | 1973-10-16 | 1976-04-15 | Alan Roy Whitelaw And Henry Jennings | Improvements relating to kitchen and foodservices dispensing and storage equipment |
| DE3824230A1 (de) * | 1988-07-16 | 1990-01-25 | Spiess Gmbh G | Vorrichtung zum transport von werkstuecken |
| US5013983A (en) * | 1988-10-28 | 1991-05-07 | Max G. Futch | Self leveling dispenser |
| US5224677A (en) * | 1990-02-23 | 1993-07-06 | Hoyt-Close Products, Inc. | Pull down display and storage apparatus |
| US5092452A (en) * | 1990-12-06 | 1992-03-03 | Kabushiki Kaisha Murao And Company | Cheese stocker |
| US5181620A (en) * | 1991-06-04 | 1993-01-26 | Weber-Knapp Company | Counterbalance mechanism |
| AT396539B (de) * | 1991-07-25 | 1993-10-25 | Haas Franz Waffelmasch | Waffelblockmagazin zum kurzzeitigen zwischenlagern von waffelblöcken |
| US5273352A (en) * | 1992-11-06 | 1993-12-28 | Barry Saper | Load-distributing platform transport apparatus |
| US5322171A (en) * | 1993-10-22 | 1994-06-21 | Jero Manufacturing, Inc. | Dispenser apparatus |
| US5624169A (en) * | 1995-03-15 | 1997-04-29 | Bishop, Jr.; Bobby W. | Modular suspended media rack |
| US5667035A (en) * | 1995-10-19 | 1997-09-16 | Hughes; Douglas J. | Overhead platform elevation device |
| US5810457A (en) * | 1995-11-27 | 1998-09-22 | Felsenthal; Donald H. | Collapsible and tautly suspendable shelving assembly |
| US5725119A (en) * | 1996-02-28 | 1998-03-10 | Bradford Company | Collapsible container with integrally supported |
| US5738225A (en) * | 1996-10-21 | 1998-04-14 | Kim; Bongki | Device in which a bookrack moves vertically and horizontally |
| US5845788A (en) * | 1997-03-19 | 1998-12-08 | Rhc/Spacemaster Corporation | Bicycle storage and display system |
| US7481440B2 (en) * | 1997-04-21 | 2009-01-27 | Weber Dennis R | Biasing means adjustment mechanism and method |
| US6450360B1 (en) * | 1999-05-03 | 2002-09-17 | Ergo Solutions, Inc. | Spring-loaded tube assembly |
| US6336692B1 (en) * | 1999-05-25 | 2002-01-08 | David E. Snyder | Cabinet with downward extendable/retractable shelves |
| US6595145B1 (en) * | 2001-12-11 | 2003-07-22 | Richard A. Lietz | Adjustable shelving system |
| US7258232B2 (en) * | 2004-10-14 | 2007-08-21 | Bradford Company | Partially collapsible and partially expandable dunnage system for use in a horizontal dispensing container |
| JP4630641B2 (ja) * | 2004-11-12 | 2011-02-09 | スガツネ工業株式会社 | 棚装置 |
| US20060238085A1 (en) * | 2005-04-23 | 2006-10-26 | Greenberg Bertram M | Furniture system |
| SE0700898L (sv) * | 2007-04-11 | 2008-10-12 | Mats Boman Ab | Vertikalt buffertlager för en transportör |
| US20120248046A1 (en) * | 2009-12-09 | 2012-10-04 | Warner Alfred G | Awevator |
| US8939296B2 (en) * | 2010-08-03 | 2015-01-27 | Rand D. Weyler | Vertical lift system |
| US8424983B1 (en) * | 2012-02-10 | 2013-04-23 | Gary Strauss | Motorized upper and lower storage shelves |
| US9423065B2 (en) * | 2012-11-01 | 2016-08-23 | Diverse Holdings, Llc | Variable level platform adjustment mechanism |
| US9420881B2 (en) * | 2013-03-05 | 2016-08-23 | Wayne Hyward Reid | Vertically retractable shelving for home or office |
| US9266674B2 (en) * | 2013-04-22 | 2016-02-23 | Vidir Machine Inc | Vertical storage system |
| US9534834B1 (en) * | 2014-04-24 | 2017-01-03 | Leighton Klassen | Elevating shelf system |
| US9574399B2 (en) * | 2014-07-16 | 2017-02-21 | Abatement Technologies, Inc. | Maintenance cart with air filtration |
| US20150323244A1 (en) * | 2015-07-21 | 2015-11-12 | Robert J. Marts | Adjustable Shelving System |
| CZ29088U1 (cs) | 2015-12-02 | 2016-01-26 | Keypack S.R.O. | Regálový zásobník |
| AT518535B1 (de) * | 2016-04-28 | 2017-11-15 | Blum Gmbh Julius | Möbelantrieb |
| US9801465B1 (en) * | 2016-09-28 | 2017-10-31 | John L. Finch, Jr. | Storage systems |
| US9738447B1 (en) | 2017-01-30 | 2017-08-22 | Diverse Global Industrial Solutions | Telescoping dunnage rack |
| GB2560049B (en) * | 2017-04-06 | 2019-05-22 | Loftrobe Ltd | A wardrobe apparatus |
| ES1212539Y (es) * | 2018-05-04 | 2018-09-07 | Tecnicarton Sl | Contenedor para estantes moviles |
| WO2020102900A1 (en) * | 2018-11-20 | 2020-05-28 | Advanced Intelligent Systems Inc. | Systems, methods, and storage units for article transport and storage |
| BE1028463B1 (nl) * | 2020-07-09 | 2022-02-07 | Conteyor Int Nv | Opbergrek met een verticaal beweegbaar vaksysteem |
-
2020
- 2020-07-09 BE BE20205513A patent/BE1028463B1/nl active IP Right Grant
-
2021
- 2021-07-09 EP EP21746573.1A patent/EP4178885A1/en active Pending
- 2021-07-09 US US18/004,500 patent/US20230249908A1/en not_active Abandoned
- 2021-07-09 WO PCT/IB2021/056181 patent/WO2022009167A1/en not_active Ceased
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPS59118435U (ja) * | 1983-01-31 | 1984-08-10 | 大和ハウス工業株式会社 | 上下動式吊戸棚の取付構造 |
| US20010025765A1 (en) * | 1992-12-10 | 2001-10-04 | Iwao Ikegami | Apparatus and method for temporarily retaining articles midway a transport system |
| FR2795709A1 (fr) * | 1999-06-29 | 2001-01-05 | Europ De Conception De Contene | Module de stockage d'articles a elements de reception suspendus |
| FR2845354A1 (fr) * | 2002-10-03 | 2004-04-09 | Europ De Conception De Contene | Dispositif de stockage a ensemble souple et deformable, mobile verticalement |
| ES1181609U (es) * | 2017-04-07 | 2017-04-26 | Tecnicarton, S.L. | Contenedor para estantes móviles |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP4178885A1 (en) | 2023-05-17 |
| BE1028463A1 (nl) | 2022-02-01 |
| US20230249908A1 (en) | 2023-08-10 |
| WO2022009167A1 (en) | 2022-01-13 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| BE1028463B1 (nl) | Opbergrek met een verticaal beweegbaar vaksysteem | |
| US4045043A (en) | Transport and display trolleys | |
| US20170129379A1 (en) | Device for Loading and Unloading Boxes on to and From a Van | |
| US10589928B2 (en) | Storage and retrieval machine | |
| CN102791588A (zh) | 用于运输物品的设备 | |
| US2604996A (en) | Self-leveling cantilever shelf assembly | |
| KR102409175B1 (ko) | 컨테이너 승강 반송 장치 | |
| NL8600703A (nl) | Machine voor het overbrengen van kisten en dergelijke houders. | |
| US3635173A (en) | Self-leveling dispenser | |
| JP2004525838A (ja) | オートメ化された倉庫設備 | |
| US3265404A (en) | Transporter truck for industrial establishments | |
| KR102401187B1 (ko) | 컨테이너 승강 반송 장치 | |
| KR101588567B1 (ko) | 이동 가능한 컨테이너형 자동 물류창고 | |
| JPH06144516A (ja) | 棚荷役装置 | |
| WO2017144296A1 (en) | Vertical storage device for goods | |
| USRE29262E (en) | Arrangement pertaining to a case for bottles, boxes or other standardized articles | |
| EP0476970A1 (en) | Goods Container | |
| US2060620A (en) | Truck | |
| KR20200144326A (ko) | 드럼 전도방지 기능을 갖는 자동창고시스템 | |
| SU356225A1 (ru) | УСТРОЙСТВО дл ЗАГРУЗКИ и РАЗГРУЗКИ СТЕЛЛАЖЕЙ | |
| SU1705196A1 (ru) | Склад дл длинномерных грузов | |
| RU1779654C (ru) | Устройство дл хранени штучных грузов | |
| SU806554A1 (ru) | Стеллаж дл хранени штучныхгРузОВ | |
| RU164698U1 (ru) | Стеллажная ячеистая полка для хранения грузов | |
| SU370142A1 (ru) | УСТРОЙСТВО дл ЗАГРУЗКИ и РАЗГРУЗКИ МНОГОЯРУСНЫХ СТЕЛЛАЖЕЙ |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| FG | Patent granted |
Effective date: 20220207 |