[go: up one dir, main page]

BE1027231B1 - Bakinrichting met hefboom - Google Patents

Bakinrichting met hefboom Download PDF

Info

Publication number
BE1027231B1
BE1027231B1 BE20195279A BE201905279A BE1027231B1 BE 1027231 B1 BE1027231 B1 BE 1027231B1 BE 20195279 A BE20195279 A BE 20195279A BE 201905279 A BE201905279 A BE 201905279A BE 1027231 B1 BE1027231 B1 BE 1027231B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
baking
baking tray
tray
segment
trays
Prior art date
Application number
BE20195279A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1027231A1 (nl
Inventor
Benny Marcelinus Lydie Pitteurs
Original Assignee
Benny Marcelinus Lydie Pitteurs
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Benny Marcelinus Lydie Pitteurs filed Critical Benny Marcelinus Lydie Pitteurs
Priority to BE20195279A priority Critical patent/BE1027231B1/nl
Publication of BE1027231A1 publication Critical patent/BE1027231A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1027231B1 publication Critical patent/BE1027231B1/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A47FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
    • A47JKITCHEN EQUIPMENT; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; APPARATUS FOR MAKING BEVERAGES
    • A47J37/00Baking; Roasting; Grilling; Frying
    • A47J37/06Roasters; Grills; Sandwich grills
    • A47J37/0611Roasters; Grills; Sandwich grills the food being cooked between two heating plates, e.g. waffle-irons

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Food Science & Technology (AREA)
  • Baking, Grill, Roasting (AREA)

Abstract

Bakinrichting omvattende een eerste bakplaat en een tweede bakplaat waartussen een baksel bakbaar is; ten minste één scharnier die de eerste bakplaat en tweede bakplaat koppelt zodanig dat de eerste en tweede bakplaat beweegbaar zijn ten opzichte van elkaar tussen een open en een gesloten positie; een hefboom die pivoterend verbonden is met de eerste bakplaat en voorzien is van een aangrijpsegment dat ingericht is om de tweede bakplaat in de gesloten positie aan te grijpen, om de bakplaten naar elkaar toe te persen.

Description

Bakinrichting met hefboom De uitvinding heeft betrekking op een bakinrichting, zoals een wafelijzer, pannenkoekenplaat of grilleerapparaat, omvattende ten minste een eerste en een tweede bakplaat waartussen een baksel bakbaar is. Wafelijzers voor het bakken van allerhande types wafels, zoals Brusselse wafels of Luikse wafels, zijn algemeen bekend en omvatten typisch een bovenste en een onderste bakvorm waartussen de wafel wordt gebakken. In bekende wafelijzers hebben de bakvormen typisch uitsparingen die gevormd zijn volgens de uiteindelijk gewenste wafelvorm. Bij het inbrengen van het baksel, bijvoorbeeld wafeldeeg, zal het baksel zich, bij het handmatig sluiten van de bovenste en onderste bakvormen, door het gewicht daarvan verspreiden over de uitsparingen en wordt aldus cen wafel gebakken die vorm heeft van de uitsparingen. Door de uitsparingen biedt het baksel weinig of geen weerstand aan het sluiten van de bovenste en de onderste bakvorm. Bekende bakinrichtingen hebben typisch een handvat dat nabij de bakplaten is aangebracht. Zo kan een kok of andere gebruiker de bakplaten ten opzichte van elkaar-+te sluiten. Door de typische uitsparingen in de bakplaten die een bakvorm vormen, is er voldoende plaats voor het baksel om zich hierin te verspreiden. Het gewicht van de bakplaten volstaat meestal om de bakplaten in een gesloten positie op elkaar te laten steunen. In sommige gevallen is een kleine extra manipulatie door een gebruiker van de handvaten voldoende om de bakplaten in een gesloten positie op elkaar te laten steunen. Bekende bakinrichtingen hebben het nadeel dat bij het bakken van flinterdunne baksels, er zich een relatief grote massa baksel tussen de twee bakplaten bevindt die weerstand biedt tegen het sluiten van de bakplaten. Doordat bakvormen weinig of geen uitsparing hebben, i.e. bakplaten, bemoeilijkt het baksel het sluiten van de bakvormen. De onderhavige uitvinding heeft als doel een bakinrichting te voorzien dat op verbeterde wijze de bakplaten sluit.
Hiertoe voorziet de uitvinding een bakinrichting omvattende een eerste bakplaat en een tweede bakplaat waartussen een baksel bakbaar is. De bakinrichting omvat verder ten minste één scharnier die de eerste bakplaat en tweede bakplaat koppelt zodanig dat de eerste en tweede bakplaat beweegbaar zijn ten opzichte van elkaar tussen een open en een gesloten positie. De bakinrichting omvat een hefboom die pivoterend verbonden is met de eerste bakplaat en voorzien is van een aangrijpsegment dat ingericht is om de tweede bakplaat in de gesloten positie aan te grijpen, om de bakplaten naar elkaar toe te persen.
De uitvinding is gebaseerd op het inzicht dat bij het bakken van flinterdunne baksels er in hoofdzaak geen of zéér weinig uitsparing in de bakplaat aanwezig is. Met andere woorden is de eerste en tweede bakplaat gevormd als een nagenoeg vlakke plaat. Wanneer een massa baksel zich tussen de twee bakplaten, biedt de massa weerstand tegen het verplaatsen van de bakplaten van de open naar de gesloten positie. Door de massa baksel kunnen de bakplaten met behulp van conventionele bakinrichtingen niet voldoende worden gesloten. Voor het bakken van flinterdunne baksels, moeten de bakplaten verder ook voor enige tijd in een voldoende gesloten positie aangehouden worden. Hiervoor is een krachtinspanning vereist gedurende de een langere periode waarin de bakplaten in de gesloten positie worden geperst. Verder moeten de bakplaten tijdens het bakken van flinterdunne baksels snel worden samengedrukt, ten einde een uniform baksel te verkrijgen. Doordat de bakinrichting volgens de uitvinding voorzien is van een hefboom kunnen de bakplaten op verbeterde wijze tussen de open en gesloten positie verplaatst worden en aldus de bakplaten samen persen. Immers, de hefboom die aangebracht is aan de eerste bakplaat laat toe om cen verhoogde kracht uit te oefenen op de twee bakplaat wanneer de bakplaten zich in de gesloten positie bevinden. De hefboom voert verder ook op voordelige wijze de kracht uit die nodig is om de bakplaten in de gesloten positie aan te houden.
Bij voorkeur is de hefboom aan een ten opzichte van het ten minste één scharnier overstaande rand aangebracht. Het is duidelijk voor de vakman dat hiermee een eerste en een tweede hefboomwerking wordt verwezenlijkt. Enerzijds ontstaat er door het aanbrengen van de hefboom aan de ten opzichte van het ten minste één scharnier overstaande rand cen eerste hefboom. Deze hefboom laat toe een aanhaalmoment op de bakinrichting uit te voeren. Dit aanhaalmoment is recht evenredig met een afstand tussen de hefboom en het scharnier. Doordat de hefboom aan de ten opzichte van het ten minste één scharnier overstaande rand is aangebracht, is de afstand tussen de hefboom en het scharnier, waaromheen de bakplaten roteren, en bijgevolg het aanhaalmoment, maximaal. Anderzijds, oefent de hefboom zelf nog een eigen hefboomwerking uit bij het aangrijpen van de tweede bakplaat, dit is de tweede hefboomwerking. Deze tweede hefboomwerking is reeds hierboven beschreven. Afzonderlijk en in het bijzonder samen, verschaffen de twee verschillende hefboomwerkingen een verbeterde manier om de bakplaten naar elkaar toe te persen.
Bij voorkeur is de hefboom via een as aan de eerste bakplaat verbonden. De hefboom omvat bij voorkeur een hanteersegment. Het aangrijpsegment is vast verbonden met het hanteersegment zodanig dat door het pivoteren van het aangrijpsegment een kracht uitgeoefend wordt op de tweede bakplaat door het aangrijpsegment. Aldus verschaft de bakinrichting op cenvoudige wijze cen hefboom om de bakplaten op verbeterde wijze naar elkaar toe te persen.
Bij voorkeur is een afstand waarover het hanteersegment zich uitstrekt bij voorkeur minstens 5 maal groter dan een afstand waarover het aangrijpsegment zich uitstrekt, bij voorkeur minstens 6 maal groter is, bij voorkeur minstens 7 maal groter. Doordat de afstand waarover het hanteersegment zich uitstrekt groter is dan de afstand waarover het aangrijpsegment zich uitstrekt verminderd de kracht, die vereist is om de bakplaten naar elkaar toe te persen, proportioneel. Hierdoor is het fysiek eenvoudig voor de gebruiker van de bakinrichting om de bakplaten naar elkaar toe te persen. Het zal duidelijk zijn voor de vakman dat niet alleen een gebruiker, zoals een kok, de bakinrichting kan bedienen maar dat ook een actuator kan gebruikt worden om de bakinrichting toe te persen. Een verder voordeel hiervan is gelegen in het inzicht dat de bakplaten warmte uitstralen. Doordat de afstand waarover het hanteersegment zich uitstrekt meerdere malen groter is dan de afstand waarover het aangrijpsegment zich uitstrekt, is de afstand tussen de bakplaat en een uiteinde van het hanteersegment ook groot. Hierdoor is het uiteinde van het hanteersegment voldoende verwijderd van de warmte die wordt uitgestraald door de bakplaten.
Bij voorkeur is de tweede bakplaat voorzien van een nok waarop het aangrijpsegment aangrijpt. Dit maakt dat het aangrijpsegment op eenvoudige wijze de tweede bakplaat kan aangrijpen. Een verder voordeel hiervan is gelegen in het inzicht dat de constructeur van de bakinrichting de nok op zodanige wijze kan positioneren dat de bakinrichting zich in een stabiel evenwicht bevindt wanneer er een kracht op de hefboom wordt uitgevoerd. Met andere woorden, door het uitvoeren van een kracht op de hefboom kantelt de bakinrichting niet, de bakinrichting is bijgevolg in een stabiel mechanisch evenwicht.
Bij voorkeur is het aangrijpsegment voorzien van een opening waarin de nok kan worden opgenomen. De opening laat toe om bij het initieel aangrijpen van de nok, de nok op eenvoudige wijze op te nemen in het aangrijpsegment. De inventiviteit hiervan is gelegen in het inzicht dat de bakplaten warm zijn en dat eenmaal het baksel op een bakplaat wordt aangebracht, het sluiten van de bakinrichting en het vervolgens naar elkaar toe persen van de bakplaten met enige gejaagdheid gebeurt. Hierdoor wordt vermeden dat het baksel éénzijdig al gebakken wordt, dit zou immers resulteren in een niet-uniform gebakken baksel. In een slechtste geval zou dit zelfs resulteren in cen verbrand baksel. Doordat het aangrijpsegment voorzien is van een opening kan de nok met relatief hoog tempo worden aangegrepen waardoor een uniform gebakken baksel gegarandeerd wordt.
Bij voorkeur begrenst een aangrijprand de opening . de aangrijprand is voorzien om in de gesloten positie de nok aan te grijpen en de bakplaten naar elkaar toe te persen. De aangrijprand wordt gevormd bij het snijden van de opening in het aangrijpsegment. De aangrijprand is de rand van het aangrijpsegment dat contact maakt met de nok. Hierdoor brengt de aangrijprand een kracht over op de tweede bakplaat.
Bij voorkeur heeft het hanteersegment een lengte, gemeten vanaf de as, die bij voorkeur groter is dan 30 cm, meer bij voorkeur groter is dan 40 cm, met de meeste voorkeur groter is dan 50cm. Hierdoor vermindert de kracht die nodig is om de bakplaten naar elkaar toe te persen.
Bij voorkeur heeft het ten minste één scharnier een hoogte-instelmechanisme dat ingericht is om een afstand tussen de eerste en tweede bakplaat in de gesloten positie in te stellen. Doordat de bakplaten om het ten minste één scharnier roteren, ontstaat een zogenaamd kantelverschijnsel. Doordat de bakplaten in hoofdzaak geen of weinig uitsparingen hebben en naar elkaar toe worden geperst, kan het baksel tussen de bakplaten uit worden geperst. Doordat het ten minste één scharnier een hoogte-instelmechanisme heeft, laat dit toe om de bakplaten in een gesloten positie op een maximale afstand van elkaar te houden. Een verder voordeel hiervan is dat de dikte van het baksel kan geregeld worden aan de hand van het hoogte-regelmechanisme.
Bij voorkeur omvat het scharnier een pen die aangebracht is aan ten minste één van de eerste of tweede bakplaat en een penbehuizing die de pen omgeeft, waarbij de penbehuizing aan de andere van de ten minste één eerste of tweede bakplaat is aangebracht zodanig dat de pen in de penbchuizing kan roteren.
Bij voorkeur heeft de penbehuizing een langgerekte holte heeft volgens een opwaartse richting van het ten minste één scharnier waarin de pen in de opwaartse richting verplaatsbaar is.
Een scharnier laat typisch geen verplaatsingen toe, enkel een rotatie. Doordat de penbehuizing een langgerekte holte heeft die georiënteerd is volgens een opwaartse richting, kan de pen zich in een opwaartse richting verplaatsen. Aldus biedt de penbehuizing de pen een vooraf bepaalde speling in opwaartse richting waardoor op eenvoudige wijze de hoogte kan geregeld worden.
Bij voorkeur is de penbehuizing voorzien van ten minste één scharnierregelvijs die een bewegingsvrijheid van de pen in de opwaartse richting beperkt. Doordat de pen volgens de gehele hoogte van de langgerekte holte verplaatsbaar is, biedt de penbehuizing slechts één mogelijke maximum hoogte instelling voor de bakplaten zonder regelvijs. Door de penbehuizing te voorzien van ten minste één scharnierregelvijs kan de hoogte van de langgerekte holte verkleind worden waardoor de verplaatsing van de pen beperkt wordt. Aldus wordt een verbeterd hoogte- instelmechanisme verschaft met flexibele instelling.
Bij voorkeur is ten minste één van de eerste en tweede bakplaat voorzien van ten één bakplaatregelvijs die de eerste en tweede bakplaten in de gesloten positie op een minimale vooraf bepaalde onderlinge afstand houdt. De inventiviteit hiervan is gelegen in het inzicht dat de eerste bakplaat die bijvoorbeeld verbonden is met de pen, schuin wordt getrokken ten opzichte van de tweede bakplaat bij het naar elkaar toe persen omdat de massa baksel als kantelpunt zal functioneren. De eerste bakplaat zal immers, door de kantelwerking die veroorzaakt wordt door de massa baksel, in het scharnier in de hoogte verplaatsen maar aan de overstaande rand door het gebruik van de hefboom zeer nauw tegen de tweede bakplaat worden aangetrokken. Door ten minste één bakplaatregelvijs te voorzien kan deze rotatie van één van de bakplaten ten opzichte van de andere worden tegen gegaan en zullen de bakplaten in een gesloten positie op een afstand van elkaar gehouden worden. De gebruiker kan desgewenst de hoogte hiervan instellen om bij voorbeeld de bakplaten in hoofdzaak evenwijdig ten opzichte van elkaar te plaatsen. Hiermee kan verder de exacte dikte van het flinterdunne baksel ingesteld worden door het positioneren van de bakplaatregelvijs.
5 Bij voorkeur omvat de bakinrichting verder een spatrand die zich ter hoogte van de bakplaten bevindt en zich op een afstand van de bakplaten uitstrekt langs nagenoeg een volledige periferie van de bakplaten zodanig dat uitstroom ten minste gedeeltelijk tegengehouden wordt. De inventiviteit van deze oplossing is gelegen in het inzicht dat bij het sluiten van de bakinrichting, in het bijzonder bij het naar elkaar toe persen van de bakplaten, het water dat zich in het baksel bevindt, verdampt. Hierdoor zal het water overgaan van water in een vloeibare fase naar stoom, met een sterke volumetoename als gevolg. Er ontstaat aldus een drukverschil tussen de stoom die zich tussen de platen bevindt en de omgeving buiten de bakinrichting. Doordat de bakvormen zich nauw tegenover elkaar bevinden voor het creëren van een flinterdunne wafel, zal de snelheid waarmee de stoom zich naar buiten verplaatst hoog zijn en straalt de stoom van tussenuit de bakplaten. Hierdoor ontstaat er een gevaarlijk situatie voor de kok die zich aan de stoomstraal kan verbranden. Doordat de bakinrichting is voorzien van een spatrand, biedt de bakinrichting een verbeterde veiligheid aan een gebruiker daarvan.
Bij voorkeur heeft de bakinrichting een hittezone waarvan de grenzen zich op maximaal 30 cm van een periferie van de eerste en tweede bakplaat bevinden. De hefboom omvat een handvat dat zich buiten de hittezone van de bakinrichting bevindt. Stoomdampen die van tussenuit de bakplaten vloeien hebben per definitie een temperatuur van 100°C of warmer. Deze stoomdampen verliezen hun kinetische energy snel nadat ze van tussenuit de bakplaten vloeien. Doordat de hefboom een handvat omvat dat zich buiten de hittezone van de bakplaten bevindt, i.e. buiten de directe omgeving rond de bakplaten, wordt het handvat niet of nagenoeg niet blootgesteld aan de hete stoomdampen.
Bovenstaande en andere voordelige eigenschappen en doelen van de uitvinding zullen duidelijker worden en de uitvinding zal beter begrepen worden aan de hand van de volgende gedetailleerde beschrijving wanneer deze wordt gelezen in combinatie met de bijgevoegde figuren, waarbij: figuur 1 een perspectivisch aanzicht toont van een uitvoeringsvorm van de bakinrichting; figuur 2 een detail aanzicht toont van een uitvoeringsvorm van een deel van de bakinrichting; figuur 3 een schematische voorstelling toont van het naar elkaar toe persen van de bakplaten; figuur 4A een uitvoeringsvorm van de hefboom toont;
figuur 4B cen alternatieve uitvoeringsvorm van de hefboom toont; figuur 4C een alternatieve uitvoeringsvorm van de hefboom toont; figuur 5 een zijaanzicht toont van een uitvoeringsvorm van de bakinrichting; figuur 6A een perspectivisch aanzicht toont van een uitvoeringsvorm van de bakinrichting met spatrand; figuur 6B een doorsnede toont van een deel van de uitvoeringsvorm van de bakinrichting met spatrand volgens figuur 6A.
In de tekening is aan cenzelfde of analoog element eenzelfde verwijzingscijfer toegekend.
De uitvinding zal nu nader worden beschreven aan de hand van een in de tekening weergegeven uitvoeringsvoorbeeld.
Figuur 1 illustreert een eerste uitvoeringsvorm van de bakinrichting 1. De bakinrichting 1 omvat een eerste bakplaat 2 en een tweede bakplaat 3, waartussen een baksel bakbaar is. Elke bakplaat 2, 3 omvat bij voorkeur een bakvorm en een verwarmingsdeel (niet getoond) die operationeel verbonden zijn zodat de bakvorm tijdens het bakken op een gewenste temperatuur gebracht kan worden. De eerste bakplaat 2 heeft een hoofdzakelijk vlak oppervlak dat gericht is, in een gesloten positie, naar het hoofdzakelijk vlak oppervlak van de tweede bakplaat 3. De bakplaten 2, 3 kunnen verder voorzien zijn van een temperatuurvoeler (niet getoond), een regelinrichting (niet getoond) kan aan de hand hiervan de temperatuur van de bakplaten 2, 3 regelen. Een baksel is typisch een deeg voor het bakken van een wafel of dergelijke. Het baksel kan echter ook een andere mengeling van voedingsproducten zijn.
De bakinrichting 1 omvat verder ten minste één scharnier 4 die de eerste bakplaat 2 en de tweede bakplaat 3 koppelt zodanig dat de eerste en de tweede bakplaat beweegbare zijn ten opzichte van elkaar tussen een open en een gesloten positie. In het kader van de beschrijving wordt cen open positie gedefinieerd als de positie waarin de bakplaten zich bevinden wanneer baksel op de bakplaten wordt aangebracht of wanneer het baksel van bakplaten wordt weggenomen. In het kader van de beschrijving wordt een gesloten positie gedefinieerd als de positie waarin beide bakplaten contact maken met het baksel. De gesloten positie kan variëren tussen een initiële gesloten positie en een finaal gesloten positie. De initiële positie wordt gedefinieerd als de positie waarin baksel voor het eerst contact maakt met de eerste bakplaat en de tweede bakplaat wanneer deze naar elkaar toe bewegen. De finaal gesloten positie is de positie waarin de bakplaten zich in hoofdzaak evenwijdig ten opzicht van elkaar bevinden tijdens het naar elkaar toe persen van de bakplaten. De bakplaten bevinden zich in deze finaal gesloten positie op een vooraf bepaalde afstand ten opzichte van elkaar. De finaal gesloten positie is bepaald door een gebruiker en kan verschillend zijn voor verschillende producten. Het zal duidelijk zijn voor de vakman dat het naar elkaar toe persen, het bewegen van de initiële positie naar de finale positie van de bakplaten omvat.
Het zal verder ook duidelijk zijn dat de bakplaten zich meerdere intermediaire posities tussen de initiële en de finale positie kunnen bevinden.
Het ten minste één scharnier 4 wordt aangebracht ter plaatse van een rand van elk de bakplaten.
Het scharnier 4 kan ook integraal gevormd zijn met de bakplaten 1, 2. Zo kan bijvoorbeeld een deel van het scharnier 4 integraal gevormd zijn met de eerste bakplaat 2 en een ander deel van het scharnier 4 kan integraal gevormd zijn met de tweede bakplaat 3. Het scharnier 4 bevindt zich aan een overstaande zijde van de bakinrichting 1 tegenover gebruiker hiervan.
De bakinrichting 1 omvat verder een hefboom 5. De hefboom 5 is pivoteerbaar verbonden met de eerste bakplaat 2 en is voorzien van een aangrijpsegment 7 dat ingericht is om de tweede bakplaat 3 in de gesloten positie aan te grijpen, om aldus de bakplaten naar een elkaar toe te persen.
De hefboom 5 is aan een ten opzichte van het ten minste één scharnier overstaande rand aangebracht.
Bij het sluiten van de bakinrichting 1 roteert een gebruiker, of een actuator, de eerste bakplaat 2 met behulp van het scharnier in de richting van de tweede bakplaat 3. De eerste bakplaat 2 wordt verplaatst van de open positie naar de gesloten positie, in het bijzonder naar de initiële gesloten positie of naar een intermediaire positie.
De eerste bakplaat 2 kan hierna door het aangrijpen van het aangrijpsegment 7 aan de tweede bakplaat 3, naar de tweede bakplaat 3 toe geperst worden om aldus de eerste bakplaat naar de finale gesloten positie te bewegen.
De hefboom 5 omvat verder een hanteersegment 6 en is via een as 8 aan de eerste bakplaat 2 verbonden.
Het hanteersegment 6 is voorzien om de hefboom 5 te bedienen.
Het hanteersegment 6 zal de hefboom 5 pivoteren om de as.
Het aangrijpsegment 7 is vast verbonden met het hanteersegment 6 zodanig dat door het pivoteren van het hanteersegment 6 een kracht uitgeoefend wordt op de tweede bakplaat 3. Het zal duidelijk zijn voor de vakman dat eender welke uitvoering van de hefboom 5 mogelijk is, zolang dat het aangrijpsegment 7 op hefboomsgewijze manier de tweede bakplaat 3 aangrijpt.
Zo is bijvoorbeeld ook een uitvoering mogelijk zoals getoond in figuur 4B.
De tweede bakplaat 3 is verder voorzien van een nok 9 waarop het aangrijpsegment 7 aangrijpt.
De nok 9 is aan een zelfde zijde van de bakinrichting 1 als de hefboom 5 voorzien.
Figuur 2 illustreert een detailaanzicht van een uitvoeringsvorm van een deel van de bakinrichting.
In het bijzonder illustreert figuur 2 een voorste zijde van de eerste en de tweede bakplaat.
Aan de eerste bakplaat 2 is de as 8 aangebracht die de hefboom 5 pivoteerbaar koppelt met de eerste bakplaat 2 waarbij het aangrijpsegment 7 hiervan de nok 9 van de tweede bakplaat aangrijpt.
Het aangrijpsegment 7 is voorzien van een opening 10 waarin de nok 9 kan worden opgenomen.
De opening heeft een grootte die bij voorkeur minstens drie keer de diameter van de nok 9 bedraagt, bij voorkeur minstens 5 keer, meer bij voorkeur minstens 8 keer.
Doordat de opening noemenswaardig groter is dan de diameter van de nok, kan de nok gemakkelijk in de opening opgenomen worden in zowel de initiële gesloten positie alsook in meerdere intermediaire gesloten posities. Het aangrijpsegment 7 kan bijvoorbeeld vervaardigd zijn uit staal of een ander materiaal waaruit de vorm van de opening 10 kan worden gesneden. De opening 10 is omgeven door een aangrijprand 11 die voorzien is om in de gesloten positie de nok 9 aan te grijpen. De aangrijprand 11 begrensd aldus de opening 10. De aangrijprand 11 wordt zodanig gevormd dat bij het hanteren van de hefboom een kracht wordt uitgevoerd op de nok 9. De aangrijprand 11 wordt zodanig gevormd dat de kracht die wordt uitgevoerd op de nok 9 constant blijft of stijgend is. De aangrijprand 11 kan bijvoorbeeld een deel van een cirkel zijn. In een alternatieve uitvoeringsvorm kan de aangrijprand 11 ook een verschillende straal hebben voor elk punt van de aangrijprand 11 tot de as 8. Zo is de straal R1 gemeten van de as 8 tot het beginpunt van het aangrijpsegment 7 groter zijn dan de straal R2 gemeten van de as 8 tot het midden van de aangrijprand 11. Verder kan de straal R2 groter zijn dan de straal R3 gemeten van de as 8 tot het eindpunt van de aangrijprand
11. Met andere woorden, de aangrijprand beschrijft een functie waarin naargelang de afstand dat de nok 9 aan de aangrijprand 11 aflegt de straal van de aangrijprand 11 ten opzichte van de as 8 verkleint. De aangrijprand kan zodanig gevormd worden dat de kracht die wordt uitgevoerd door het aangrijpsegment 7 op de nok 9 vergroot bij het pivoteren van de hefboom. Alternatief kan de aangrijprand ook gevormd zijn dat een kracht bij het initieel aangrijpen van de nok 9 maximaal is. Een verder voordeel is dat het aangrijpsegment 7 de nok 9 kan aangrijpen wanneer de eerste bakplaat 2 zich aan het begin van een gesloten positie bevindt. Hierdoor zal het verder pivoteren van het hanteersegment 6 de bakplaten naar elkaar toe persen. Figuur 3 illustreert hiertoe het naar elkaar toe persen van de eerste en de tweede bakplaat. Waarbij in figuur 3A de eerst de bakplaat 2 zich in de initiële gesloten positie bevindt. In deze positie kan het aangrijpsegment 7 de nok 9 van de tweede bakplaat 3 aangrijpen. Het verder roteren of pivoteren van het hanteersegment 6 zal aldus de bakplaten 2, 3 in een verdere gesloten positie brengen. Het zal duidelijk zijn voor de vakman dat door het pivoteren van het hanteersegment 6, de eerste en tweede bakplaat dichter naar elkaar toe worden geperst. Hoewel figuur 2 dit niet illustreert kan de opening van het aangrijpsegment voorzien zijn van een groef waarin de nok in de finale gesloten positie, kan rusten. De groef vergrendelt de bakplaten hierdoor in de finaal gesloten positie waardoor er geen constante kracht dient uitgeoefend te worden op het handvat van het hanteersegment tijdens het bakken. Figuren 4A, 4B en 4C illustreren enkele uitvoeringsvormen van de hefboom 5. Figuur 4A illustreert in het bijzonder dat de hefboom 5 een aangrijpsegment 7 en een hanteersegment 6 omvat, waarbij het aangrijpsegment 7 zich tegenover het hanteersegment 6 bevindt, aan de andere zijde van de as 8. Het aangrijpsegment 7 heeft in deze alternatieve uitvoeringsvorm een opening 10 in de vorm van een groef waarin de nok 9 kan worden opgenomen. Een voordeel van deze uitvoeringsvorm is dat niet alleen het aangrijpen en het naar elkaar toe persen van de bakplaten verbeterd wordt, maar verder ook dat bij het terug openen van de bakplaten de groef een duwrand heeft die zich tegenover de aangrijprand bevindt waarmee de hefboom de bakinrichting openduwt nadat deze zich in volledig gesloten positie bevond. De opening heeft cen grootte die nagenoeg gelijk is aan de diameter van de nok. Dit maakt dat de nok slechts in de initiële gesloten positie kan aangegrepen worden, en niet optimaal kan aangegrepen worden in een intermediaire gesloten positie.
Figuur 4B illustreert een andere uitvoeringsvorm van de hefboom 5. In deze alternatieve uitvoering is het aangrijpsegment vormgegeven als een haakvormig uiteinde van de hefboom die de nok 9 van de tweede bakplaat 3 aangrijpt. Figuur 4C illustreert nog een andere uitvoeringsvorm van de hefboom 5 met dat verschil dat de hefboom 5 aangebracht is aan de tweede bakplaat 3 en de eerste bakplaat 2 aangrijpt. Hiertoe is de nok 9 aan de eerste bakplaat aangebracht en overlapt het aangrijpsegment 7 ten minste deels met het hanteersegment 6. De vorm en oriëntatie van de opening 10 dient hiertoe aangepast te zijn.
Figuur 5 illustreert een zijaanzicht van de bakinrichting 1. In het bijzonder worden de eerste en tweede bakplaten 2, 3 weergegeven in een gesloten positie. Het scharnier 4 omvat in figuur 5 een hoogte-instelmechanisme . Het scharnier 4 omvat een pen 13 en een penbehuizing 14 die de pen 13 omgeeft. Zoals hierboven beschreven kan het scharnier 4 integraal gevormd zijn met de bakplaten 2, 3. Zo zal het duidelijk zijn voor de vakman dat de pen 13 bijvoorbeeld integraal gevormd is met de eerste bakplaat 2 en de penbehuizing 14 integraal gevormd is met de tweede bakplaat 3. De holte 15 van de penbehuizing 14 die de pen omgeeft heeft een in een hoogterichting uitgestrekte vorm. Hierdoor is de pen 13 in de hoogterichting verplaatsbaar. De holte 15 strekt zich uit over een afstand Y. De penbehuizing 14 is verder voorzien van een scharnierregelvijs 16.
Figuur 5 illustreert dat de scharnierregelvijs 16 aan een bovenste zijde van de penbehuizing 14 is aangebracht en regelbaar is volgens een afstand X. Het zal duidelijk zijn voor de vakman dat de scharnierregelvijs ook aan een onderste zijde van de penbehuizing kan worden aangebracht. De scharnierregelvijs strekt zich uit van buiten de penbehuizing tot in de langgerekte holte 15. De scharnierregelvijs is regelbaar zodat ten minste een deel van de scharnierregelvijs zich uitstrekt in de langgerekte holte van de penbehuizing. Hiertoe kan bijvoorbeeld een getapte boring in de penbehuizing 14 voorzien zijn die de scharnierregelvijs omgeeft. Doordat de scharnierregelvijs zich deels in de langgerekte holte uitstrekt wordt de hoogte hiervan beperkt. Aldus wordt de bewegingsvrijheid in de hoogte richting van de van de pen beperkt. Het zal duidelijk zijn voor de vakman dat de scharnierregelvijs op gelijkaardige wijze aan de onderste zijde van de penbehuizing kan worden aangebracht om aldus hetzelfde effect te creëren.
Figuur 5 illustreert verder een schommelwerking van de bakplaten 2, 3. Aan een tegenover het scharnier liggende zijde van de bakplaten is de hefboom (niet getoond in figuur 5) aangebracht. Deze oefent een kracht F1 uit op de bakplaten en bijgevolg een opwaarts gerichte krach F2 die veroorzaakt wordt door het kantelen rond het baksel, in het scharnier. Doordat het scharnier in een hoogte richting verstelbaar is, verplaatst de pen die aan één van de bakplaten is aangebracht zich in de hoogte Y. De scharnierregelvijs 16 beperkt de hoogte Y waarin de pen zich kan verplaatsen. Aldus zullen de bakplaten zich in de gesloten positie onder een hoek ten opzichte van elkaar bevinden. Hiertoe is ten minste één bakplaatregelvijs voorzien die de bakplaten 2, 3 op een minimum afstand ten opzicht van elkaar houdt. De ten minste één bakplaatregelvijs is aangebracht aan één van de bakplaten en is regelbaar in een hoogte richting Z. De bakplaatregelvijs 17 kan op gelijkaardige wijze als de scharnierregelvijs 17 zijn aangebracht, i.e. door middel van een tapse boring die de bakplaatregelvijs 17 omgeeft. Bij voorkeur worden de ten minste één bakplaatregelvijs 17 en de scharnierregelvijs 16 zodanig geregeld dat de bakplaten zich in een gesloten positie hoofdzakelijk evenwijdig met elkaar bevinden. Het zal duidelijk zijn dat de bakplaatregelvijs ook achteraan kan zijn aangebracht, hierdoor kan zowel een maximum als minimum hoogte van de bakplaten worden ingesteld.
Figuur 6 illustreert een bakinrichting een volgens een der voorgaande uitvoeringsvormen, met dat verschil dat de bakinrichting een verder een spatrand18 omdat die zich ter hoogte van de bakplaten vindt wanneer de bakplaten zich in een gesloten positie bevinden. En zich op een afstand van de bakplaten uitstrekt langs nagenoeg volledige periferie van de bakplaten, zodanig dat uitstroom ten minste gedeeltelijk tegengehouden wordt. Uitstroom kan bijvoorbeeld een deel van de massa zijn die zich tussen de bakplaten bevindt en door de sluitende beweging hiervan naar buiten stroomt. Uitstroom kan bijvoorbeeld ook stoomdampen zijn die ontstaan door het water in het baksel dat verdampt wordt door de warmte van de bakplaten. Het zal duidelijk zijn voor de vakman dat de nagenoeg volledige periferie, de periferie is waarin de opening tussen de bakplaten zich in hoofdzaak naar omgeving rondom de bakinrichting richt, is. Zo kan de spatrand zich ook langs de volledige periferie van de bakplaten uitstrekken. Bijvoorbeeld wanneer een rechthoekige bakplaat met zijwanden wordt gebruikt kan de spatrand 18 zich langs de twee zijwanden en een voorste zijwand uitstrekken. Een achterste zijwand van de rechthoekige bakplaat kan hierbij bijvoorbeeld niet door een spatrand omgeven zijn. Het zal echter duidelijk zijn voor de vakman dat het scharnier ook deels functioneert als spatrand. Figuur 6.
Verder heeft de hefboom bij voorkeur een handvat dat zich buiten een hittezone van de ten minste één eerste en ten minste één tweede bakplaat bevindt. De grenzen van de hittezone zijn fictieve offset grenzen die zich op een afstand van maximum 30cm van de periferie van de eerste ende tweede bakplaten bevinden. Met andere woorden de hittezone is een fictieve zone is waarin het handvat van de bakinrichting zich buiten moet bevinden. Het zal duidelijk zijn voor de vakman dat de warme die uitgestraald wordt door de bakplaten alsnog tot het handvat kan rijken. Echter zal de warmte door de afgelegde afstand tot het handvat dermate laag zijn dat dit nagenoeg verwaarloosbaar is. Het zal duidelijk zijn voor de vakman dat eender welke uitvoeringsvorm waarin het handvat nagenoeg niet wordt blootgesteld aan een uitstroom van stoomdampen of massa, een gewenste uitvoeringsvorm is. Een uitvoeringsvorm zoals bekend in de stand der techniek waarin het van handvat zich recht boven de bakplaten bevindt is niet optimaal. Dergelijke bekende uitvoeringsvormen hebben als nadeel dat de stoomdampen die tussen uit de bakplaten stromen het handvat verhitten en bijgevolg een gevaarlijke situatie voor de gebruiker van de bakinrichting creëren.
Figuur 6A illustreert een doorsnede van een deel van figuur 6 waarin uitvoeringsvorm van de spambrand wordt getoond. In het bijzonder laat figuur 6A zien dat de spatrand zich ter hoogte van de opening tussen de bakplaten uitstrekt. De spatrand kan bij voorkeur ook voorzien zijn van cen opvangrand die: uitstroom opvangt, en desgewenst afgevoerd weg van de gebruiker.
Op basis van de beschrijving hierboven zal de vakman begrijpen dat de uitvinding op verschillende manieren en op basis van verschillende principes kan uitgevoerd worden. Daarbij is de uitvinding niet beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvormen. De hierboven beschreven uitvoeringsvormen, alsook de figuren zijn louter illustratief en dienen enkel om het begrip van de uitvinding te vergroten. De uitvinding zal daarom niet beperkt zijn tot de uitvoeringsvormen die hierin beschreven zijn, maar wordt gedefinieerd in de conclusies.

Claims (15)

Conclusies
1. Bakinrichting (1) omvattende: — een eerste bakplaat (2) en een tweede bakplaat (3) waartussen een baksel bakbaar is; — ten minste één scharnier (4) die de eerste bakplaat (2) en tweede bakplaat (3) koppelt zodanig dat de eerste en tweede bakplaat beweegbaar zijn ten opzichte van elkaar tussen een open en cen gesloten positie, — een hefboom (5) die pivoterend verbonden is met de eerste bakplaat (2) en voorzien is van een aangrijpsegment (7) dat ingericht is om de tweede bakplaat (3) in de gesloten positie aan te grijpen, om de bakplaten naar elkaar toe te persen.
2. Bakinrichting volgens conclusie 1, waarbij de hefboom (5) aan een ten opzichte van het ten minste één scharnier (4) overstaande rand is aangebracht.
3. Bakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de hefboom via een as (8) aan de eerste bakplaat (2) is verbonden en verder een hanteersegment (6) omvat, waarbij het hanteersegment (6) vast verbonden is met het aangrijpsegment (7) zodanig dat door het pivoteren van het hanteersegment een kracht uitgeoefend wordt op de tweede bakplaat door het aangrijpsegment (7).
4. Bakinrichting volgens conclusie 3, waarbij een afstand (A) waarover het hanteersegment (6) zich uitstrekt bij voorkeur minstens 5 maal groter is dan een afstand (B) waarover het aangrijpsegment zich uitstrekt, bij voorkeur minstens 6 maal groter is, bij voorkeur minstens 7 maal groter.
5. Bakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de tweede bakplaat (3) een nok (9) bevat die voorzien is om aangegrepen te worden door het aangrijpsegment (7).
6. Bakinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij het aangrijpsegment (5) een opening (10) bevat die voorzien is voor het opnemen van de nok (9).
7. Bakinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij de opening (10) begrensd is door een aangrijprand (11) die voorzien is om in de gesloten positie de nok (9) aan te grijpen en de bakplaten naar elkaar toe te persen.
8. Bakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij het hanteersegment (6) een lengte, gemeten vanaf de as (8), heeft die bij voorkeur groter is dan 30 cm, meer bij voorkeur groter is dan 40 cm, met de meeste voorkeur groter is dan 50cm.
9. Bakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij het ten minste één scharnier cen hoogte-instelmechanisme (12) heeft dat ingericht is om een maximale afstand tussen de eerste en tweede bakplaat in de gesloten positie in te stellen.
10. Bakinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij het scharnier een pen (13) omvat die aangebracht is aan ten minste één van de eerste of tweede bakplaat en een penbehuizing (14) die de pen (13) omgeeft, waarbij de penbehuizing (14) aan de andere van de ten minste één eerste of tweede bakplaat is aangebracht zodanig dat de pen (13) in de penbehuizing(14) kan roteren.
11. Bakinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij de penbehuizing een langgerekte holte (15) heeft volgens een opwaartse richting van het ten minste één scharnier (4) waarin de pen(13) in de opwaartse richting verplaatsbaar is.
12. Bakinrichting volgens één der voorgaande conclusies 9-10, waarbij de penbehuizing (14) voorzien is van ten minste één scharnierregelvijs (16) die een bewegingsvrijheid van de pen (13) in de opwaartse richting beperkt.
13. Bakinrichting volgens de conclusies 9-11, waarbij ten minste één van de eerste en tweede bakplaat voorzien is van ten één bakplaatregelvijs (12) die de eerste en tweede bakplaten in de gesloten positie op een minimale vooraf bepaalde onderlinge afstand houdt.
14. Bakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de bakinrichting verder een spatrand (18) omvat die zich ter hoogte van de bakplaten bevindt en zich op een afstand van de bakplaten uitstrekt langs nagenoeg een volledige periferie van de bakplaten zodanig dat uitstroom ten minste gedeeltelijk tegengehouden wordt.
15. Bakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de bakinrichting een hittezone heeft waarvan de grenzen zich op maximum 30 cm van een periferie van de eerste en tweede bakplaat bevinden, waarbij de hefboom een handvat omvat dat zich buiten de hittezone van de bakinrichting bevindt.
BE20195279A 2019-04-25 2019-04-25 Bakinrichting met hefboom BE1027231B1 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20195279A BE1027231B1 (nl) 2019-04-25 2019-04-25 Bakinrichting met hefboom

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20195279A BE1027231B1 (nl) 2019-04-25 2019-04-25 Bakinrichting met hefboom

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1027231A1 BE1027231A1 (nl) 2020-11-19
BE1027231B1 true BE1027231B1 (nl) 2020-11-26

Family

ID=66630057

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20195279A BE1027231B1 (nl) 2019-04-25 2019-04-25 Bakinrichting met hefboom

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1027231B1 (nl)

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB417055A (en) * 1933-03-23 1934-09-24 Jakob Richert Improvements in or connected with apparatus for cooking wafers, waffles and the like
FR2606972A1 (fr) * 1986-11-26 1988-05-27 Fradier Alexandre Procede et dispositif pour la fabrication de cornets patissiers
FR2790932A1 (fr) * 1999-03-17 2000-09-22 Seb Sa Appareil electrique du type gaufrier a ouverture automatique
WO2002021985A1 (fr) * 2000-09-15 2002-03-21 Seb Sa Appareil culinaire a plaque de cuisson amovible par dispositif de blocage et deblocage
WO2002024043A1 (fr) * 2000-09-19 2002-03-28 Seb Sa Appareil de cuisson multifonction du type a charniere a ouverture automatique

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB417055A (en) * 1933-03-23 1934-09-24 Jakob Richert Improvements in or connected with apparatus for cooking wafers, waffles and the like
FR2606972A1 (fr) * 1986-11-26 1988-05-27 Fradier Alexandre Procede et dispositif pour la fabrication de cornets patissiers
FR2790932A1 (fr) * 1999-03-17 2000-09-22 Seb Sa Appareil electrique du type gaufrier a ouverture automatique
WO2002021985A1 (fr) * 2000-09-15 2002-03-21 Seb Sa Appareil culinaire a plaque de cuisson amovible par dispositif de blocage et deblocage
WO2002024043A1 (fr) * 2000-09-19 2002-03-28 Seb Sa Appareil de cuisson multifonction du type a charniere a ouverture automatique

Also Published As

Publication number Publication date
BE1027231A1 (nl) 2020-11-19

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4601237A (en) Adjustable meat press for two-sided cooking
US12295523B2 (en) Waffle maker
US9750090B2 (en) Cooking apparatus
US4088067A (en) Cooking appliance
EP3672459B1 (en) Latch for movable grill
BE1027231B1 (nl) Bakinrichting met hefboom
US9867499B2 (en) Cooking device with cooking insert
BE1027226B1 (nl) Bakinrichting met hoogte-instelmechanisme
US20160198898A1 (en) Pancake baker and method
US20190167036A1 (en) Oven system for pressed food items
US6202544B1 (en) Flatbread maker with movable lower plate and sliding actuating arm
EP3693669B1 (en) Oven system for pressed food items
JP7342313B1 (ja) 電熱調理器
US7971521B2 (en) Flatbread maker
US7100598B2 (en) Steaming device and system for residential ovens
US10405556B2 (en) Food service equipment for making a hollowed-out dough product from bread or other dough product for serving salads, soups, hamburgers, sandwiches, desserts, and the like
US61478A (en) D district
EP3394516B1 (en) Oven system for pressed food items
CN112426066A (zh) 烹饪器具及其控制方法
CN110250941B (zh) 烘烤食材两面的方法和用于该方法的电炊具
JP4015817B2 (ja) 食物の焼成装置
NL8402047A (nl) Bakplaat voor poffertjes en werkwijze voor het bakken van poffertjes.
KR20000020187A (ko) 식품 축열기
US764382A (en) Pancake griddle and turner.
US20230057981A1 (en) Smart hot plates

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20201126

MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20250430