BE1024601B1 - Paneel en ophangsysteem voor een vliesgevel - Google Patents
Paneel en ophangsysteem voor een vliesgevel Download PDFInfo
- Publication number
- BE1024601B1 BE1024601B1 BE2016/5719A BE201605719A BE1024601B1 BE 1024601 B1 BE1024601 B1 BE 1024601B1 BE 2016/5719 A BE2016/5719 A BE 2016/5719A BE 201605719 A BE201605719 A BE 201605719A BE 1024601 B1 BE1024601 B1 BE 1024601B1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- panel
- block
- blocks
- edge
- extends
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 21
- 230000005484 gravity Effects 0.000 claims description 6
- 230000000284 resting effect Effects 0.000 claims 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 7
- 239000000725 suspension Substances 0.000 description 3
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 2
- 238000004026 adhesive bonding Methods 0.000 description 1
- 238000013475 authorization Methods 0.000 description 1
- 239000011324 bead Substances 0.000 description 1
- 239000011449 brick Substances 0.000 description 1
- 239000003292 glue Substances 0.000 description 1
- 238000011835 investigation Methods 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 1
- 239000004575 stone Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F13/00—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings
- E04F13/07—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor
- E04F13/08—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements
- E04F13/0801—Separate fastening elements
- E04F13/0803—Separate fastening elements with load-supporting elongated furring elements between wall and covering elements
- E04F13/081—Separate fastening elements with load-supporting elongated furring elements between wall and covering elements with additional fastening elements between furring elements and covering elements
- E04F13/083—Hooking means on the back side of the covering elements
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F13/00—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings
- E04F13/07—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor
- E04F13/08—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements
- E04F13/0889—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements characterised by the joints between neighbouring elements, e.g. with joint fillings or with tongue and groove connections
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F13/00—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings
- E04F13/07—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor
- E04F13/08—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements
- E04F13/0864—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements composed of superposed elements which overlap each other and of which the flat outer surface includes an acute angle with the surface to cover
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Finishing Walls (AREA)
Abstract
Paneel voor een verluchte vliesgevel met minstens twee blokjes (2,21,22) voor het bevestigen van het paneel (3) aan, enerzijds, een aanliggend paneel (3') en, anderzijds, een draagstructuur (4), waarbij het paneel (3) een achterzijde (5) vertoont waartegen de blokjes (2,21,22) zijn bevestigd, waarbij de blokjes (2,21,22) elk met een eerste uiteinde (1) uitsteken tot voorbij een tegenover elkaar gelegen rand (7,8) van het paneel (3), waarbij de blokjes (2,21,22) elk een tweede uiteinde (6) vertonen dat is gelegen tegenover het eerste uiteinde (1) van het blokje (2,21,22), met ter hoogte van dit tweede uiteinde (6) een gleuf (9) met een opening die is afgekeerd van het eerste uiteinde (1) van het blokje (2,21,22) voor het vasthaken van het paneel (3) op de draagstructuur (4).
Description
(30) Voorrangsgegevens :
(73) Houder(s) :
VANDERSANDEN STEENFABRIEKEN N.V.
3740, BILZEN
België (72) Uitvinder(s) :
WAUTERS Maarten 3740 BILZEN België (54) Paneel en ophangsysteem voor een vliesgevel (57) Paneel voor een verluchte vliesgevel met minstens twee blokjes (2,21,22) voor het bevestigen van het paneel (3) aan, enerzijds, een aanliggend paneel (3') en, anderzijds, een draagstructuur (4), waarbij het paneel (3) een achterzijde (5) vertoont waartegen de blokjes (2,21,22) zijn bevestigd, waarbij de blokjes (2,21,22) elk met een eerste uiteinde (1) uitsteken tot voorbij een tegenover elkaar gelegen rand (7,8) van het paneel (3), waarbij de blokjes (2,21,22) elk een tweede uiteinde (6) vertonen dat is gelegen tegenover het eerste uiteinde (1) van het blokje (2,21,22), met ter hoogte van dit tweede uiteinde (6) een gleuf (9) met een opening die is afgekeerd van het eerste uiteinde (1) van het blokje (2,21,22) voor het vasthaken van het paneel (3) op de draagstructuur (4).
2,22
FJG. 1
BELGISCH UITVINDINGSOCTROOI
FOD Economie, K.M.O., Middenstand & Energie
Dienst voor de Intellectuele Eigendom
Publicatienummer: 1024601 Nummer van indiening: BE2016/5719
Internationale classificatie: E04F 13/08 Datum van verlening: 23/04/2018
De Minister van Economie,
Gelet op het Verdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot Bescherming van de industriële Eigendom;
Gelet op de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, artikel 22, voor de voor 22 September 2014 ingediende octrooiaanvragen ;
Gelet op Titel 1 Uitvindingsoctrooien van Boek XI van het Wetboek van economisch recht, artikel XI.24, voor de vanaf 22 September 2014 ingediende octrooiaanvragen ;
Gelet op het koninklijk besluit van 2 december 1986 betreffende het aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien, artikel 28;
Gelet op de aanvraag voor een uitvindingsoctrooi ontvangen door de Dienst voor de Intellectuele Eigendom op datum van 26/09/2016.
Overwegende dat voor de octrooiaanvragen die binnen het toepassingsgebied van Titel 1, Boek XI, van het Wetboek van economisch recht (hierna WER) vallen, overeenkomstig artikel XI.19, § 4, tweede lid, van het WER, het verleende octrooi beperkt zal zijn tot de octrooiconclusies waarvoor het verslag van nieuwheidsonderzoek werd opgesteld, wanneer de octrooiaanvraag het voorwerp uitmaakt van een verslag van nieuwheidsonderzoek dat een gebrek aan eenheid van uitvinding als bedoeld in paragraaf 1, vermeldt, en wanneer de aanvrager zijn aanvraag niet beperkt en geen afgesplitste aanvraag indient overeenkomstig het verslag van nieuwheidsonderzoek.
Besluit:
Artikel 1. - Er wordt aan
VANDERSANDEN STEENFABRIEKEN N.V., Riemsterweg 300, 3740 BILZEN België;
vertegenwoordigd door
CALLEWAERT Koen, Brusselsesteenweg 108, 3090, OVERUSE;
een Belgisch uitvindingsoctrooi met een looptijd van 20 jaar toegekend, onder voorbehoud van betaling van de jaartaksen zoals bedoeld in artikel XI.48, § 1 van het Wetboek van economisch recht, voor: Paneel en ophangsysteem voor een vliesgevel.
UITVINDER(S):
WAUTERS Maarten, Riemsterweg 300, 3740, BILZEN;
VOORRANG:
AFSPLITSING :
Afgesplitst van basisaanvraag :
Indieningsdatum van de basisaanvraag :
Artikel 2. - Dit octrooi wordt verleend zonder voorafgaand onderzoek naar de octrooieerbaarheid van de uitvinding, zonder garantie van de Verdienste van de uitvinding noch van de nauwkeurigheid van de beschrijving ervan en voor risico van de aanvrager(s).
Brussel, 23/04/2018,
Bij bijzondere machtiging:
BE2016/5719
Paneel en ophangsysteem voor een vliesgevel
De uitvinding heeft betrekking op een paneel, in het bijzonder voor een verluchte vliesgevel, met twee tegenover elkaar gelegen randen en minstens twee blokjes voor het bevestigen van het paneel aan, enerzijds, een aanliggend paneel en, anderzijds, een achterliggende draagstructuur. Het paneel heeft een achterzijde waartegen de minstens twee blokjes tegenover elkaar liggend zijn bevestigd, elk van de blokjes met een eerste uiteinde dat uitsteekt tot voorbij één van de tegenover elkaar gelegen randen van het paneel.
De uitvinding heeft eveneens betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een vliesgevel met behulp van dergelijke panelen. De panelen hebben een onderrand en een tegenoverliggende bovenrand die men op elkaar aansluit. Aan de achterzijde van elk van de panelen bevestigt men minstens een onderste blokje en een bovenste blokje. De blokjes hebben elk een eerste uiteinde. Het eerste uiteinde van het onderste blokje laat men uitsteken tot voorbij de onderrand van het paneel en het eerste uiteinde van het bovenste blokje laat men uitsteken tot voorbij de bovenrand van het paneel. Het eerste uiteinde van het onderste blokje haakt men in achter de achterzijde van een onderliggend paneel waardoor de randen van de panelen op elkaar aansluiten en de panelen aan elkaar gekoppeld worden. Het bovenste blokje bevestigt men aan de achterliggende draagstructuur.
Voigens de huidige stand van de techniek worden verschiiiende Systemen voorgesteld waarbij panelen worden bevestigd aan een draagstructuur zonder dat de bevestigingsmiddelen zichtbaar zijn. Deze
Systemen zijn echter steeds afhankelijk van de soort van de achtergelegen draagstructuur die kan bestaan uit bijvoorbeeld verticale balken, horizontale latten en/of een volle wand.
De Europese octrooiaanvraag met nummer EP2503073A1 beschrijft een vliesgevelpaneel dat voorzien is van bevestigingslatten die aan de achterzijde van het paneel zijn gekleefd en die met een uiteinde voorbij de rand van het paneel uitsteken. Deze uitstekende uiteinden laten toe om de panelen
BE2016/5719 achter elkaar te haken en mechanisch tegen verticale balken van een draagstructuur te bevestigen. De mechanische bevestigingen worden bedekt door een volgend paneel dat erover wordt geplaatst. Het Amerikaans octrooi met nummer US1940141A beschrijft eveneens een dergelijk systeem met uitstekende uiteinden die toelaten om op een analoge wijze de panelen achter elkaar te haken en te bevestigen aan verticale balken. Deze uitstekende uiteinden laten echter niet toe om de panelen op een eenvoudige wijze te bevestigingen aan bijvoorbeeid een achtergelegen horizontaal latwerk van een draagstructuur zonder daarbij de bevestigingen zichtbaar te laten en/of de opbouwdiepte te verhogen.
De internationale octrooiaanvraag W02016061414A1 beschrijft een bevestigingselement dat op de achterzijde van een paneel wordt geplaatst en waarmee het paneel aan een horizontale lat van een draagstructuur wordt vastgehaakt zonder dat het bevestigingssysteem zichtbaar is aan de zichtzijde van het paneel. Het element laat echter niet toe om de panelen rechtstreeks aan elkaar te koppelen en bovendien zal het bevestigingselement een bijkomende opbouwdiepte van de gevel inhouden. Dit bevestigingselement vereist ook steeds een horizontale bevestigingslat aan de draagstructuur.
De uitvinding wil aan deze nadelen verhelpen door een paneel met een universeel ophangsysteem voor te stellen met een eenvoudige opbouw, dat, bij voorkeur, één type bevestigingsblokje bevat, dat op meerdere wijzen op verschillende soorten draagstructuren kan worden bevestigd, waarbij bovendien de bevestigingen niet zichtbaar zijn aan de zichtzijde van het paneel en waarbij de opbouwdikte steeds minimaal wordt gehouden. Een doel van de uitvinding is eveneens om door middel van één bevestigingssysteem de panelen, enerzijds, eenvoudig rechtstreeks aan elkaar te koppelen en, anderzijds, aan de draagstructuur te bevestigen. Verder wil de uitvinding eveneens een werkwijze voorstellen voor het opbouwen van een vliesgevel met deze panelen waarbij aan bovenstaande nadelen wordt verholpen.
Tot dit doel stelt de uitvinding een paneel voor waarbij de minstens twee blokjes elk een tweede uiteinde vertonen dat is gelegen tegenover
BE2016/5719 het eerste uiteinde, met ter hoogte van dit tweede uiteinde een gleuf met een opening, die is afgekeerd van het eerste uiteinde, voor het vasthaken van het paneel op de draagstructuur, zoals opgeëist in de hieraan toegevoegde conclusies.
Doelmatig wordt de gleuf aan het tweede uiteinde gevormd door een vrije ruimte tussen het tweede uiteinde en de achterzijde van het paneel.
Op een voordelige wijze vertonen de blokjes ter hoogte van het tweede uiteinde een dikte die kleiner is dan een dikte van de blokjes ter hoogte van een eerste steunvlak waarmee de blokjes minstens gedeeltelijk aansluiten tegen de achterzijde van het paneel.
Op een zeer voordelige wijze vertonen de blokjes verder ter hoogte van het eerste uiteinde een elastisch vervormbaar element dat in ontspannen toestand tot voorbij het oppervlak van het eerste steunvlak uitsteekt en in opgespannen toestand is ingedrukt, waarbij dit element is voorzien om in de opgespannen toestand te steunen tegen de achterzijde van het aanliggend paneel.
De uitvinding heeft eveneens betrekking op een werkwijze voor het opbouwen van de vliesgevel met dergelijke panelen, waarin men het tweede uiteinde van het bovenste blokje aan de achterliggende draagstructuur bevestigt door dit tweede uiteinde aan de draagstructuur te haken met behulp van de gleuf tussen de achterzijde van het paneel en dit tweede uiteinde, zoals eveneens opgeëist in de hieraan toegevoegde conclusies.
Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hiema voigende beschrijving van concrete uitvoeringsvormen van de werkwijze en de inrichting volgens de uitvinding; deze beschrijving wordt enkel als voorbeeid gegeven en beperkt de draagwijdte niet van de gevorderde bescherming; de hiema gebruikte verwij zingscij fers hebben betrekking op de hieraan toegevoegde figuren.
BE2016/5719
Figuur 1 is een schematische voorsteiiing van een achterzijde van een paneel met daaraan blokjes voor de bevestiging van dit paneel, voigens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding.
Figuur 2 is een schematische voorsteiiing van een voorzijde van een blokje voor de bevestiging van een paneel, voigens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding.
Figuur 3 is een schematische voorsteiiing van een achterzijde van een blokje zoals in de figuur 2.
Figuur 4 is een schematische voorsteiiing van een voorzijde van een paneel met een blokje bevestigd ter hoogte van de bovenrand van het paneel, voigens de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding.
Figuur 5 is een schematische voorsteiiing van een achterzijde van een paneel met een blokje bevestigd ter hoogte van de bovenrand van het paneel, voigens de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding.
Figuur 6 is een schematische voorsteiiing van een voorzijde van een paneel met een blokje bevestigd ter hoogte van de onderrand van het paneel, voigens de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding en ook voigens een variante hiervan.
Figuur 7 is een schematische voorsteiiing van een achterzijde van een paneel met een blokje bevestigd ter hoogte van de onderrand van het paneel, voigens de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding en ook voigens een variante hiervan.
Figuur 8 is een schematische voorsteiiing van een dwarsdoorsnede van een paneel met een blokje bevestigd ter hoogte van de bovenrand van het paneel voigens de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding, waarbij het blokje met een eerste uiteinde mechanisch aan een draagstructuur is bevestigd.
Figuur 9 is een schematische voorsteiiing van een dwarsdoorsnede van een paneel met een blokje bevestigd ter hoogte van de bovenrand van het paneel, voigens de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding, waarbij het blokje aan een draagprofiel op een draagstructuur is gehaakt.
BE2016/5719
Figuur 10 is een schematische voorsteliing van een dwarsdoorsnede van een paneel met een blokje bevestigd ter hoogte van de onderrand van het paneel, volgens de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding.
Figuur 11 is een schematische voorsteliing van een dwarsdoorsnede van een paneel met een blokje zoals in de figuur 10, waarbij het paneel gedraaid is over de onderrand.
Figuur 12 is een schematische voorsteliing van een dwarsdoorsnede van een paneel met een blokje bevestigd ter hoogte van de bovenrand van het paneel zoals in de figuur 8, maar waarbij het blokje over een hoek van 180° gedraaid is en met het eerste uiteinde aan een draagprofiel is gehaakt.
Figuur 13 is een schematische voorsteliing van een dwarsdoorsnede van een paneel met een blokje bevestigd ter hoogte van de onderrand van het paneel zoals in de figuur 10, maar waarbij het blokje over een hoek van 180° gedraaid is en met het tweede uiteinde aan een draagprofiel is gehaakt.
Figuren 14 tot 17 zijn schematische voorstellingen van een paneel met een blokje, zoals in de figuren 4 tot 7, respectievelijk, maar waarin de blokjes zijn gedraaid over een hoek van 180°.
Figuren 18 en 19 zijn schematische voorstellingen van de achterzijde van een paneel en een daaronder gelegen aanliggend paneel, waarbij deze panelen door middel van blokjes aan elkaar zijn gekoppeld, volgens de eerste uitvoeringsvorm.
Figuur 20 is een schematische voorsteliing van een perspectief van een achterzijde van een paneel met een blokje, volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding.
Figuur 21 is een schematische voorsteliing van een voorzijde van een paneel met een blokje, zoals in de figuur 20.
Figuur 22 is een schematische voorsteliing van een perspectief van een voorzijde van een paneel met een blokje bevestigd ter hoogte van de
BE2016/5719 bovenrand van het paneel, volgens de tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding.
Figuur 23 is een schematische voorsteîiing van een perspectief van de achterzijde van een paneel en een daaronder gelegen aanliggend paneel, waarbij deze panelen door middel van blokjes aan elkaar zijn gekoppeld, volgens de tweede uitvoeringsvorm.
Figuur 24 is een schematische voorsteîiing van een perspectief van een achterzijde van een vliesgevel op een draagstructuur met latten, volgens de tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding.
In de verschillende figuren hebben dezelfde verwijzingscijfers betrekking op dezelfde of analoge elementen.
De uitvinding heeft in het algemeen betrekking op gevelpanelen voorzien van een bevestigingssysteem om een vliesgevel op te bouwen bestaande uit deze panelen. Het bevestigingssysteem bevat blokjes die aan de achterzijde van de panelen zijn bevestigd zodat deze niet zichtbaar zijn aan de zichtzijde van de vliesgevel. Het bevestigingssysteem laat toe om de panelen eenvoudig te bevestigen aan, enerzijds, elkaar en, anderzijds, een achtergelegen draagstructuur. De draagstructuur kan bestaan uit, bijvoorbeeld, een balken- en/of lattenstructuur, planken en/of een volle wand.
De panelen kunnen aan de zichtzijde voorzien zijn van, bijvoorbeeld, steenstrips. De blokjes kunnen vervaardigd worden uit, bijvoorbeeld, metaal of een geschikt kunststof dat op zieh bekend is voor een vakman.
Volgens een eerste uitvoeringsvorm, weergegeven in de figuur
1, is elk paneel 3 voorzien van vier identieke blokjes 2, 21, 22, waarvan de twee onderste blokjes 21 voorzien zijn aan een onderrand 7 van het paneel 3, zoals ook weergegeven in de figuren 6 en 7, en de twee bovenste blokjes 22 voorzien zijn aan een bovenrand 8 van het paneel 3, zoals ook weergegeven in de figuren 4 en 5.
Bij voorkeur, is elk paneel 3 aan de achterzijde 5 voorzien van vier bevestigingspunten waaraan de blokjes 2, 21, 22 worden bevestigd. De
BE2016/5719 bevestigingspunten kunnen inslagmoeren bevatten zodat door middel van een bout 16 de blokjes 2, 21, 22 tegen de achterzijde 5 van het paneel 3 kunnen worden vastgemaakt via een uitsparing 15 dwars door deze blokjes 2, 21, 22. De kop van de bout 16 is, bij voorkeur, verzonken in het blokje 2, 21, 22, zodat deze de bevestiging tegen de draagstructuur 4 niet hindert, zoals weergegeven in de figuren 8 tot 13.
Een eerste steunvlak 10 van de blokjes 2, 21, 22 steunt hierbij tegen de achterzijde 5 van het paneel 3. Bij voorkeur is een uitlijningselement 12 voorzien om het blokje 2, 21 of 22 in de juiste positie te bevestigen.
Zo kan het uitlijningselement 12 uitstekende nopjes bevatten en, bij voorkeur, steunt minstens een uitstekend nopje op een van de randen 7 of 8 van het paneel 3 waardoor het blokje 2, 21, 22 eenvoudig in een correcte positie kan worden geplaatst, weergegeven in de figuren 4 en 6. Verder kan bijvoorbeeld ook het uitlijningselement 12 minstens een rib met een kantellijn 26 bevatten die voorzien is op het blokje 2, 21, 22, weergegeven in de figuur 10. Hierbij dient de kantellijn 26 te steunen op een van de randen 7 of 8 van het paneel 3 voorbij dewelke het eerste uiteinde 1 van dit blokjes 2, 21, 22 zieh uitstrekt.
Een eerste uiteinde 1 van het blokje 2, 21 of 22 steekt uit voorbij de rand 7 of 8 van het paneel 3 en strekt zieh voorbij deze rand 7 of 8 uit over een afstand A.
Een tweede uiteinde 6 van het blokje 2, 21, 22 strekt zieh uit in de tegenovergesîelde richting, weg van de rand 7 of 8 van het paneel 3 voorbij dewelke het eerste uiteinde 1 van dit blokje 2, 21, 22 zieh uitstrekt. Hierbij is, bij voorkeur, een afstand B tussen het tweede uiteinde 6 van dit blokje 2, 21, 22 en de rand 7 of 8 voorbij dewelke het eerste uiteinde 1 zieh uitstrekt, groter dan de afstand A tussen dit eerste uiteinde 1 en deze rand 7 of 8, zoals weergegeven in de figuren 5 en 7.
Bij voorkeur strekt het uiteinde 6 van het blokje 22 ter hoogte van de bovenrand 8 van het paneel 3 zieh niet uit tot onder het zwaartepunt van het paneel 3 wanneer dit paneel 3 is bevestigd aan de draagstructuur 4. Zo is, bij
BE2016/5719 voorkeur, voor dit blokje 22 ter hoogte van de bovenrand 8, de afstand B tussen het tweede uiteinde 6 en de bovenrand 8 kleiner dan de helft E' van de hoogte E van het paneel 3, zoals weergegeven in de figuur 1.
Volgens een variante van deze eerste uitvoeringsvorm strekken de uiteinden 1 van de onderste blokjes 21 aan de onderrand 7 zieh uit over een afstand A' voorbij deze onderrand 7 die kleiner is dan de afstand A waarover de bovenste blokjes 22 aan de bovenrand 8 zieh uitstrekken voorbij deze bovenrand 8, zoals weergegeven in de figuur 7.
Voor de juiste plaatsing en uitlijning van de blokjes 21 aan de onderrand 7 kunnen in de achterzijde 5 van het paneel 3 ook uitsparingen 25 worden voorzien waarin uitstekende nopjes van het uitlijningselement 12 van deze blokjes 21 kunnen plaatsnemen, weergegeven in de figuur 10. Altematief kunnen, bijvoorbeeld, ook de aanwezige uitstekende nopjes van het uitlijningselement 12 worden afgebroken en verwijderd, kunnen deze nopjes worden weggelaten of kunnen deze nopjes uit elastisch samendrukbaar materiaal worden vervaardigd.
Volgens de eerste uitvoeringsvorm strekt het eerste steunvlak 10 zieh uit tussen het eerste uiteinde 1 en het tweede uiteinde 6. Het steunvlak 10 strekt zieh in deze uitvoeringsvorm echter niet uit tot op het tweede uiteinde 6 zodat dit uiteinde 6 niet op de achterzijde 5 van het paneel 3 steunt. Een vrije ruimte tussen het tweede uiteinde 6 en de achterzijde 5 vormt hierdoor een gleuf 9 met een opening die is afgekeerd van het eerste uiteinde 1 van het blokje 2, 22, weergegeven in de figuren 8 en 9.
Aan de tegenovergestelde zijde van het eerste steunvlak 10 is een tweede steunvlak 13 voorzien dat, in deze eerste uitvoeringsvorm, evenwijdig is aan het eerste steunvlak 10 en dat kan dienen om te steunen tegen de draagstructuur 4. Dit tweede steunvlak 13 strekt zieh eveneens uit tussen het eerste uiteinde 1 en het tweede uiteinde 6 van het blokje 2, 21, 22, maar strekt zieh in deze uitvoeringsvorm, bij voorkeur, echter niet uit tot op het tweede uiteinde 6.
BE2016/5719
Het blokje 2, 21, 22 vertoont een dikte C tussen het eerste steunvlak 10 en het tweede steunvlak 13 die groter is dan de dikte D ter hoogte van het tweede uiteinde 6, zoals weergegeven in de figuur 8. Bij voorkeur is het blokje 2, 21, 22 aan beide uiteinden 1 en 6 afgeschuind waardoor dit versmalt naar de uiteinden toe.
Deze specifieke opbouw heeft het voordeel dat de dikte C van het blokje 2, 21 of 22 volledig binnen de dikte C van een op de draagstructuur 4 bevestigde draaglat kan vallen, zodat het voorzien van de bevestigingsblokjes 2, 21, 22 geen bijkomende opbouwdiepte met zieh meebrengt voor de opbouw van de vliesgevel, weergegeven in de figuren 9, 12 en 13.
De draaglat is, bij voorkeur, horizontaal gemonteerd op de draagstructuur 4 en kan, bijvoorbeeld, bestaan uit een draagprofiel 14 met een min of meer U-vormige dwarsdoorsnede, weergegeven in de figuur 9. Het tweede uiteinde 6 van de blokjes 2, 22 met een dikte D past hierbij, bij voorkeur, in het draagprofiel 14 zodat dit uiteinde 6 nauw aansluit tegen de binnenzijde van het profiel 14, tussen opstaande flenzen 17 en 20 van het draagprofiel 20. De flens 20 neemt hierbij plaats in de gleuf 9 terwijl de flens 17 tegen de draagstructuur 4 is bevestigd. Bij voorkeur liggen de voorzijde en de achterzijde van het draagprofiel 14 in hetzelfde vlak als, respectievelijk, het steunvlak 10 en het steunvlak 13. Hierdoor is de opbouwdiepte C van het blokje 2, 22 gelijk aan de opbouwdiepte van het draagprofiel 14 en komt dit overeen met de afstand C tussen de draagstructuur 4 en de achterzijde 5 van het paneel 3.
Aangezien, bij voorkeur, het uiteinde 6 van het blokje 22 ter hoogte van de bovenrand 8 van het paneel 3 zieh niet uitstrekt tot onder het zwaartepunt van dit paneel 3 dat aan de draagstructuur 4 is bevestigd, zal ook de gleuf 9 met daarin de flens 20 van het draagprofiel 14 zieh niet uitstrekken onder dit zwaartepunt. Aldus is het paneel 3 boven haar zwaartepunt aan de draagstructuur 4 bevestigd. Hierdoor wordt een stabiele bevestiging bekomen. Bij voorkeur is dus het draagprofiel 14 gelegen ter hoogte van de bovenste helft van het paneel 3.
BE2016/5719
Voor een eenvoudige stabiele bevestiging van het paneel is het aan te bevelen om dit paneel ter hoogte van de bovenrand 8 te bevestigen dichter bij deze bovenrand 8 dan bij het zwaartepunt van het paneel 3 en/of de middellijn 26 van het paneel 3.
Ter hoogte van het eerste uiteinde 1 zijn de blokjes 2, 21 of 22 voorzien van een elastisch vervormbaar element 11 dat in ontspannen toestand tot voorbij het oppervlak van het eerste steunvlak 10 uitsteekt. Het elastisch vervormbaar element 11 dient te steunen tegen de achterzijde 5' van het aanliggend paneel 3' en drukt hierbij in een opgespannen toestand tegen deze achterzijde 5', weergegeven in de figuren 10 en 11. Aldus spant het vervormbaar element 11 van een blokje 2, 21 of 22 van het paneel 3 zieh tegen de achterzijde 5' van het aanliggend paneel 3' terwijl het vervormbaar element IT van het blokje 2', 21' of 22' van het aanliggend paneel 3' drukt tegen de achterzijde 5 van het paneel 3 dat erboven is gelegen, weergegeven in de figuren 18 en 19.
Voigens een werkwijze voor het opbouwen van een vliesgevel worden verschillende panelen 3 en 3’ aansluitend op elkaar geplaatst, weergegeven in de figuren 18 en 19.
De eerste uiteinden 1 van de twee onderste blokjes 21 voorzien aan de onderrand 7 van het paneel 3 worden achter de achterzijde 5' van een onderliggend paneel 3' gehaakt waardoor de achterzijde 5 van het paneel 3 in hetzelfde vlak ligt als de achterzijde 5' van het onderliggend paneel 3'. Hierbij sluiten de randen 7 en 8' van de panelen 3 en 3' op elkaar aan en worden eveneens de eerste uiteinden T van de twee bovenste blokjes 22’, die zijn voorzien aan de bovenrand 8' van het onderliggende paneel 3', achter de achterzijde 5 van het paneel 3 gehaakt.
De bovenste blokjes 22’ van het onderliggend paneel 3’ zijn, in deze eerste uitvoeringsvorm, horizontaal verschoven ten opzichte van de onderste blokjes 21 van het paneel 3 zodat deze blokjes 21 en 22' elkaar niet hinderen bij het aan elkaar koppelen van de panelen 3 en 3', zoals weergegeven in de figuren 18 en 19.
BE2016/5719
Bij het haken van het paneel 3, achter het onderliggend paneel 3', wordt dit paneel 3, bij voorkeur, initieel in een hoek ten opzichte van het onderliggend paneel 3' geplaatst met de onderrand 7 op de bovenrand 8' van dit onderliggend paneel 3', weergegeven in de figuur 11. Aldus bevindt dit paneel 3 zieh in een gekantelde positie. Vervolgens wordt het paneel 3 vanuit deze gekantelde toestand over de randen 7 en 8' geroteerd naar de draagstructuur 4 toe, totdat de achterzijden 5 en 5’ van de beide panelen 3 en 3’ in hetzelfde vlak liggen, zoais weergegeven in de figuur 11. Het paneel 3 bevindt zieh hierdoor in een rechte positie.
Het paneel 3 kan in de gekantelde toestand horizontaal worden verschoven tot in de juiste positie. Door het rechtzetten van het paneel 3, zodat de achterzijden 5 en 5’ van de beide panelen 3 en 3’ in hetzelfde vlak liggen, spannen de onderste blokjes 21 tegen de achterzijde 5' van het onderliggend paneel 3’ waardoor het paneel 3 niet meer kan worden verschoven.
De onderste blokjes 21 vertonen, bij voorkeur, ter hoogte van de onderrand 7 een kantellijn 26 die steunt op de onderrand 7 van het paneel 3. Deze kantellijn 26 loopt samen met een rotatie-as waarover het paneel wordt geroteerd vanuit de gekantelde positie naar de rechte positie. De kantellijn 27 kan mogelijk ook gevormd worden door een rib en, bij voorkeur, strekt de kantellijn 27 zieh dwars uit ten opzichte van de lengteas van het blokje 21.
Bij het haken van het paneel 3, achter het onderliggend paneel
3', wordt, bij voorkeur, de kantellijn 26 op de bovenrand 8' van het onderliggend paneel 3’ geplaatst, parallel met deze rand 8’. Aldus kan het paneel 3 in gekantelde positie horizontaal worden verschoven over de kantellijn 26, in de lengterichting van deze kantellijn 26.
Bij voorkeur vertoont het blokje 21 vanaf de kantellijn 26 tot aan het eerste uiteinde 1 een dikte F die kleiner is dan de dikte C van het blokje ter hoogte van het steunvlak 10. Mogelijk kan het blokje 21 ook vanaf de kantellijn 26 tot aan het eerste uiteinde 1 een versmalling vertonen, naar dit eerste uiteinde 1 toe.
BE2016/5719
Deze versmalde opbouw zorgt voor de nodige vrije ruimte om, enerzijds, het vrije uiteinde van het blokje 21 gemakkelijk achter het onderliggend paneel 3' te haken en, anderzijds, het paneel 3 in de gekantelde positie vlot te kunnen verschuiven in de lengterichting van de kantellijn 26. Het eerste uiteinde 1 vertoont zo, bij voorkeur, een vrije ruimte tussen de draagstructuur en het uiteinde 1.
Wanneer het paneel 3 tegen de draagstructuur 4 is geplaatst, steunt optioneel het tweede steunvlak 13 tegen deze draagstructuur 4, terwijl het eerste steunvlak 10 van de blokjes 2, 21, 22 steunt tegen de achterzijde 5 van het paneel 3. Aldus bedraagt de minimale afstand tussen het paneel 3 en de draagstructuur 4, bij voorkeur, ten hoogste de dikte C van de blokjes 2, 21, 22.
De elastisch vervormbare elementen 11 en 1Γ aan de eerste uiteinden 1 en Γ van de blokjes 21 en 22’ worden hierbij samengedrukt tegen de achterzijde 5 en 5' van de panelen 3 en 3', weergegeven in de figuren 18 en 19.
De bovenste blokjes 22 aan de bovenrand 8 van het paneel 3 worden vervolgens aan de achterliggende draagstructuur 4 bevestigt, weergegeven in de figuren 8 en 9.
Volgens een eerste werkwijze worden de eerste uiteinden 1 van deze blokjes 22 aan de draagstructuur 4 bevestigd. Dit kan door middel van mechanische bevestigingsmiddelen 18 zoals nagels en/of schroeven, weergegeven in de figuur 8. Deze bevestigingsmiddelen 18 kunnen ter hoogte van het eerste uiteinde 1 dwars door de blokjes 22 worden aangebracht tot in de draagstructuur 4.
Volgens een tweede werkwijze worden de tweede uiteinden 6 van de blokjes 22 aan de bovenrand 8 in een horizontaal draagprofiel 14 met een min of meer U-vormige dwarsdoorsnede gehaakt, weergegeven in de figuur 9. Het horizontaal draagprofiel 14 vertoont een opstaande flens 17 waarmee dit op haar beurt door middel van bevestigingsmiddelen 18 aan de draagstructuur 4 is bevestigd. Het draagprofiel 14 vertoont tegenover de opstaande flens 17 een tweede opstaande flens 20 die plaats kan nemen in een gleuf 9 tussen de achterzijde 5 van het paneel 3 en het tweede uiteinde 6. Het tweede uiteinde 6
BE2016/5719 van de blokjes 22 wordt dus tussen de opstaande flenzen 17 en 20 van het draagprofiel 14 gebracht. Aldus kunnen de tweede uiteinden 6 van de blokjes 22 aan de bovenrand 8 steunen op het draagprofiel 14. Bij voorkeur, steunen de uiteinden 6 op het lijf van het draagprofiel 14.
Voor de bevestiging van het horizontale draagprofiel 14 is, bij voorkeur, de hoogte van de flens 17, die tegen de draagstructuur 4 wordt bevestigd, hoger dan de hoogte van de daartegenover gelegen flens 20.
Omte verhinderen dat de eerste uiteinden 1 van de blokjes 21 aan de onderrand 7 steunen op een onderliggend draagprofiel 14' wordt, bij voorkeur, ervoor gezorgd dat deze uiteinden 1 zieh slechts uitstrekken voorbij de onderrand 7 over een afstand A, A' die kleiner is dan de afstand B tussen de tweede uiteinden 6 van de bovenste blokjes 22' van het onderiiggende paneel 3' en de overeenkomstige bovenrand 8' van dit onderiiggende paneel 3', weergegeven in de figuren 18 en 19.
Een voordeel van de uitvinding is dat slechts één onderliggend draagprofiel 14 nodig is voor het ophangen van een paneel 3 wanneer de onderste blokjes 2, 21 achter een aanliggend lager gelegen paneel 3' kunnen haken.
Een ander voordeel van de uitvinding is dat slechts één type blokje 2, 21, 22 in minstens vier verschillende posities kan worden geplaatst op het paneel 3 en zo kan worden gebruikt voor het bevestigen van het een paneel 3 op diverse draagstructuren 4, zoals verticale baiken, een roosterstructuur, een voile vlakke wand en/of een latwerk.
In een eerste positie, weergegeven in de figuren 6 en 7, 10 en
11, is het blokje 2, 21 ter hoogte van de onderrand 7 van het paneel 3 bevestigd aan de achterzijde 5 van dit paneel 3. Hierbij steekt het blokje 2, 21 met het eerste uiteinde 1 voorbij de onderrand 7 uit, zoals hierboven beschreven. Dit blokje 2, 21 laat toe om het paneel 3 achter een aanliggend paneel 3’ te haken zodat het paneel 3 met de onderrand 7 steunt op de bovenrand 8’ van het onder gelegen aanliggend paneel 3'.
BE2016/5719
In een tweede positie, weergegeven in de figuren 4 en 5, 8 en 9, is het blokje 2, 22 ter hoogte van de bovenrand 8 van het paneel 3 bevestigd aan de achterzijde 5 van dit paneel 3. Hierbij steekt het blokje 2, 22 met het eerste uiteinde 1 voorbij de bovenrand 8 uit, zoals hierboven beschreven. Dit blokje 2, 22 laat toe om het paneel 3, ofwel met het eerste uiteinde 1 mechanisch te bevestigen op de draagstructuur 4, ofwel met het tweede uiteinde 6 te haken achter een draagprofiel 14 dat tegen de draagstructuur 4 is bevestigd. Voor deze mechanische bevestiging kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van op zieh bekende bevestigingsmiddelen 18 zoals schroeven en/of nagels.
In een derde positie, weergegeven in de figuren 13, 16 en 17, is het blokje 2, 21, ter hoogte van de onderrand 7 van het paneel 3 bevestigd aan de achterzijde 5 van dit paneel 3. In deze derde positie is het blokje 2, 21 in vergelijking met het blokje 2, 21 in de hierboven beschreven eerste positie 180° gedraaid rond de uitsparing 15 en de moer 16. Hierdoor is het eerste uiteinde 1 van de onderrand 7 afgekeerd. De afstand H tussen de uitsparing 15 en de onderrand 7 is groter dan de afstand G tussen de uitsparing 15 en het tweede uiteinde 6, zodat hierbij het blokje 2, 21 niet voorbij deze onderrand 7 uitsteekt. In de achterzijde 5 van het paneel 3 kunnen uitsparingen 23 voorzien worden voor de uitlijningselementen 12 zodat het blokje 2, 21 eenvoudig in de correcte positie kan worden geplaatst. De gleuf 9 tussen het uiteinde 6 van de blokjes 2, 21 en het paneel 3 laten toe om dit uiteinde 6 achter een achterliggend draagprofiel 14 aan de draagstructuur 4 te haken. Aldus wordt het paneel 3 aan de draagstructuur 4 bevestigd zonder dat de blokjes 2, 21 zichtbaar zijn aan de zichtzijde van het paneel 3. Blokjes 2, 21 in deze derde positie laten bijgevolg toe om het onderste paneel 3 in een vliesgevel onzichtbaar te bevestigen aan de onderliggende draagstructuur 4.
In een vierde positie, weergegeven in de figuren 12, 14 en 15, is het blokje 2, 22 ter hoogte van de bovenrand 8 van het paneel 3 bevestigd aan de achterzijde 5 van dit paneel 3. In deze vierde positie is het blokje 2, 22 in vergelijking met het blokje 2, 22 in de hierboven beschreven tweede positie, 180° gedraaid rond de uitsparing 15 en de moer 16. Hierdoor is het eerste
BE2016/5719 uiteinde 1 van de bovenrand 8 afgekeerd. De afstand I tussen de uitsparing 15 en de bovenrand 8 is groter dan de afstand G tussen de uitsparing 15 en het tweede uiteinde 6, zodat hierbij het blokje 2, 22 niet voorbij deze bovenrand 8 uitsteekt. In de achterzijde 5 van het paneel 3 kunnen uitsparingen 24 voorzien worden voor de uitlijningselementen 12 zodat het blokje 2, 22 eenvoudig in de correcte positie kan worden geplaatst. Ter hoogte van het uiteinde 1 steunt het blokje 2, 22 niet tegen de achterzijde 5 van het paneel 3 zodat de ruimte tussen het eerste uiteinde van het blokje 2 of 22 en het paneel 3 een gleuf 19 vormt. Deze gleuf 19 vertoont een opening die is afgekeerd van de bovenrand 8. Door een draagprofiel 14 te voorzien op de draagstructuur 4 kan het eerste uiteinde 1 van het blokje 2, 22 met de gleuf 19 in het draagprofiel 14 gehaakt worden. Aldus wordt het paneel 3 aan de draagstructuur 4 bevestigd zonder dat de blokjes 2, 22 zichtbaar zijn aan de zichtzijde van het paneel 3. Blokjes 2, 22 in deze vierde positie laten bijgevolg toe om het bovenste paneel 3 in een vliesgevel onzichtbaar te bevestigen aan de onderliggende draagstructuur 4.
Een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding is weergegeven in de figuren 20 tot 24 en verschilt voornamelijk van de eerste uitvoeringsvorm doordat de vorm van de blokjes 2, 21, 22 verschillend is. Hierbij strekt het eerste steunvlak 10 van de blokjes 2, 21, 22 zieh uit voorbij de rand 7 of 8 en strekt het elastisch element 11 zieh uit in dit eerste steunvlak 10, weergegeven in de figuur 22.
In de figuur 22 is het bovenste blokje 22 aan de achterliggende draagstructuur 4 bevestigd door middel van bevestigingsmiddelen 18 die bestaan uit schroeven.
Alternatief is in de figuur 23 het bovenste blokje 22 aan de achterliggende draagstructuur 4 bevestigd doordat het tweede uiteinde 6 van dit bovenste blokje 22 aan een horizontaal draagprofiel 14 is gehaakt. Hiertoe is een gleuf 9 tussen het blokje 22 en de achterzijde 5 van het paneel 3 over de flens 20 van het draagprofiel 14 gebracht. Het tweede uiteinde 6 steunt daarbij op het lijf van het draagprofiel 14.
BE2016/5719
De figuur 23 toont eveneens het paneel 3 dat aan het aanliggend paneel 3' eronder is gekoppeld.
Door de opbouw met verschillende aaneensluitende panelen wordt een vliesgevel bekomen zoals weergegeven in de figuur 24. Hierin kunnen aan de bovenzijde van de vliesgevel de bovenste blokjes 180° gedraaid worden zodat deze blokjes niet voorbij de rand van het paneel uitsteken en met het eerste uiteinde aan het draagprofiel kunnen worden gehangen, zoals hierboven beschreven voor de eerste uitvoeringsvorm. Aan de onderzijde van de vliesgevel kunnen de onderste blokjes 180° gedraaid worden zodat deze blokjes eveneens niet voorbij de rand van het paneel uitsteken en met het eerste uiteinde aan het draagprofiel kunnen worden gehangen, zoals hierboven beschreven voor de eerste uitvoeringsvorm.
De uitvinding is natuurlijk niet beperkt tot de hierboven beschreven werkwijzen en de in bijgaande figuren voorgestelde uitvoeringsvormen. Zo kunnen de verschillende kenmerken van deze uitvoeringsvormen onderling worden gecombineerd.
Zo kan mogelijk het eerste steunvlak niet voorbij de rand van het paneel uitsteken, zodat het blokje enkel steunt met het elastisch element tegen de achterzijde van het aanliggende paneel.
Zo kunnen de blokjes ook voorzien worden van een lijmril, zodat deze blokjes eveneens eenvoudig aan de onderliggende draagstructuur kunnen worden gelijmd. Zo kunnen mogelijk de blokjes ook zijn bevestigd aan de achterzijde van het paneel door verlijming.
Zo kunnen mogelijk ook aan het paneel slechts twee blokjes, worden voorzien, met name één bovenste blokje ter hoogte van de bovenrand van het paneel en één onderste blokje ter hoogte van de onderrand van het paneel.
Zo kan de gleuf ter hoogte van de uiteinde van het blokje zieh uitstrekken in dit uiteinde doordat hierin een uitsparing wordt voorzien.
Mogelijk kunnen dan de uiteinden aansluiten tegen de achterzijden van de
BE2016/5719 paneel of het aanliggende paneel en wordt geen vrije ruimte tussen deze uiteinden en de achterzijden van de panelen voorzien.
Zo kunnen mogelijk de blokjes minstens deeis verzonken zijn geplaatst in de achterzijde van het paneel.
BE2016/5719
Claims (33)
- Conclusies1. Paneel met minstens twee blokjes (2,21,22) voor het bevestigen van het paneel (3) aan, enerzijds, een aanliggend paneel (3') en,5 anderzijds, een draagstructuur (4), in het bijzonder voor een verluchte vliesgevel, waarbij het paneel (3) een achterzijde (5) vertoont waartegen de blokjes (2,21,22) zijn bevestigd, waarbij de blokjes (2,21,22) een eerste steunvlak (10) vertonen dat minstens gedeeltelijk aansluit tegen de achterzijde (5) van het paneel (3), waarbij de blokjes (2,21,22) zieh elk uitstrekken aan een tegenover10 elkaar gelegen rand (7,8) van het paneel (3), waarbij de blokjes (2,21,22) elk met een eerste uiteinde (1) uitsteken tot voorbij de tegenover elkaar gelegen rand (7,8) van het paneel (3), daardoor gekenmerkt dat de blokjes (2,21,22) elk een tweede uiteinde (6) vertonen dat is gelegen tegenover het eerste uiteinde (1) van het blokje (2,21,22), met ter hoogte van dit tweede uiteinde (6) een gleuf (9) met15 een opening die is afgekeerd van het eerste uiteinde (1) van dit blokje (2,21,22) voor het bevestigen van het paneel (3) aan de draagstructuur (4).
- 2. Paneel volgens de conclusie 1, waarbij de gleuf (9) aan het tweede uiteinde (6) wordt gevormd door een vrije ruimte tussen het tweede uiteinde (6) en de achterzijde (5) van het paneel (
- 3).20 3. Paneel volgens de conclusies 1 of 2, waarbij de blokjes (2,21,22) ter hoogte van het tweede uiteinde (6) een dikte (D) vertonen die kleiner is dan de dikte (C) van de blokjes (2,21,22) ter hoogte van het steunvlak (10).
- 4. Paneel volgens een van de conclusies 1 tot 3, waarbij de25 blokjes (2,21,22) ter hoogte van het eerste uiteinde (1) een dikte (F) vertonen die kleiner is dan de dikte (C) van de blokjes (2,21,22) ter hoogte van het steunvlak (10).
- 5. Paneel volgens een van de conclusies 1 tot 4, waarbij het eerste steunvlak (10) van minstens een van de blokjes (2,21,22) zieh niet30 uitstrekt tot op het tweede uiteinde (6), waardoor dit tweede uiteinde (6) niet steunt op de achterzijde (5) van het paneel (3).BE2016/5719
- 6. Paneel volgens een van de conclusies 1 tot 5, waarbij het eerste steunvlak (10) van minstens een van de blokjes (2,21,22) zieh niet uitstrekt tot op het eerste uiteinde (1), waardoor dit uiteinde (1) niet steunt op de achterzijde (5') van het aanliggend paneel (3').
- 7. Paneel volgens een van de conclusies 1 tot 6, waarbij het eerste steunvlak (10) van minstens een van de blokjes (2,21,22) zieh uitstrekt tot voorbij de rand (7,8) van het paneel (3) voorbij dewelke het eerste uiteinde (1) van dit blokje (2,21,22) zieh uitstrekt waardoor dit eerste steunvlak (10) voorzien is om eveneens aan te sluiten tegen de achterzijde (5') van het aanliggend paneel (3').
- 8. Paneel volgens een van de conclusies 1 tot 7, waarbij een elastisch vervormbaar element (11) is voorzien ter hoogte van het eerste uiteinde (1) van minstens een van de blokjes (2,21,22), waarbij dit element (11) in een ontspannen toestand tot voorbij het oppervlak van het eerste steunvlak (10) uitsteekt en in een opgespannen toestand elastisch is vervormd en steunt tegen de achterzijde (5') van het aanliggend paneel (3').
- 9. Paneel volgens een van de conclusies 1 tot 8, waarbij minstens een van de blokjes (2,21,22) en/of het paneel (3) voorzien zijn van een uitlijningselement (12) waardoor het blokje (2,21,22) op het paneel (3) in een vooraf bepaalde positie wordt geplaatst.
- 10. Paneel volgens de conclusie 9, waarbij het uitlijningselement (12) minstens een uitstekend nopje bevat dat voorzien is op minstens een van de blokjes (2,21,22), waarbij dit nopje steunt op de rand (7,8) van het paneel (3) voorbij dewelke het eerste uiteinde (1) van dit blokjes (2,21,22) zieh uitstrekt of waarbij dit nopje is geplaatst in een uitsparing (23,24,25) aan de achterzijde (5) van het paneel (3).
- 11. Paneel volgens de conclusie 10, waarbij het uitlijningselement (12) minstens een rib met een kantellijn (26) bevat die voorzien is op minstens een van de blokjes (2,21,22), waarbij de kantellijn (26) steunt op de rand (7,8) van het paneel (3) voorbij dewelke het eerste uiteinde (1) van dit blokjes (2,21,22) zieh uitstrekt.BE2016/5719
- 12. Paneel voigens een van de conciusies 1 tot 11, waarbij minstens een van de blokjes (2,21,22) een tweede steunvlak (13) vertoont voor het steunen op de draagstructuur (4), waarbij dit tweede steunvlak (13) zieh uitstrekt aan een zijde van dit blokje (2,21,22) die tegengesteld is aan de zijde5 waarin het eerste steunvlak (10) is gelegen.
- 13. Paneel voigens een van de conciusies 1 tot 12, waarbij het eerste uiteinde (1) van minstens een van de blokjes (2,21,22) zieh uitstrekt voorbij de rand (7,8) van het paneel (3) tot op een afstand (A,A') die kleiner is dan een afstand (B,B') tussen het tweede uiteinde (6) van dit blokje (2,21,22) en10 deze rand (7,8).
- 14. Paneel voigens een van de conciusies 1 tot 13, waarbij een bovenste blokje (22) van de minstens twee blokjes (2,21,22) zieh uitstrekt voorbij een bovenrand (8) van de tegenoverliggende randen (7,8) van het paneel (3) en waarbij een onderste blokje (21) van de minstens twee blokjes (2,21,22)
- 15 zieh uitstrekt voorbij een onderrand (7) van de tegenoverliggende randen (7,8) van het paneel (3).15. Paneel voigens de conciusies 14, waarbij het eerste uiteinde (1) van het onderste blokje (21) zieh uitstrekt voorbij de onderrand (7) tot op een afstand (A’) die kleiner is dan een afstand (A) waarover het eerste20 uiteinde (1) van het bovenste blokje (22) zieh uitstrekt voorbij de bovenrand (8).
- 16. Paneel voigens de conclusie 14 of 15, waarbij het tweede uiteinde (6) van het blokje (2,22) ter hoogte van de bovenrand (8) zieh uitstrekt vanaf deze bovenrand (8) tot op een afstand (B,B’) die kleiner is dan de helft (E’) van de hoogte (E) van het paneel (3) en die bij voorkeur kleiner is dan een derde25 van deze hoogte (E) van het paneel (3), in het bijzonder kleiner is dan een vierde van deze hoogte (E) van het paneel (3).
- 17. Paneel voigens een van de conciusies 14 tot 16, waarbij het tweede uiteinde (6) van het blokje (2,22) ter hoogte van de bovenrand (8) zieh uitstrekt boven het zwaartepunt van het paneel (3).30
- 18. Paneel voigens een van de conciusies 14 tot 17, met een draagprofiel (14), waarbij een eerste flens (20) van het draagprofiel (14)BE2016/5719 plaatsneemt in de gleuf (9) aan het tweede uiteinde (6) van het bovenste blokje (2.22) ter hoogte van de bovenrand (8) van het paneel (3), en waarbij een tweede flens (17) van het draagprofiel (14) aan de draagstructuur (4) is bevestigd.
- 19. Paneel voigens de conclusie 18, waarbij het draagprofiel 5 (14) zieh horizontaal uitstrekt.
- 20. Blokje voigens de conciusies 8, 9 en 12, voor het bevestigen van een paneel (3) op een draagstructuur (4), waarbij dit blokje (2.21.22)- twee tegengestelde uiteinden (1,6) bevat,10 - naar deze uiteinden (1,6) toe versmalt,- tussen deze uiteinden (1,6) het eerste steunvlak (10) bevat, dat zieh aan de eerste zijde uitstrekt en zieh niet uitstrekt tot op de uiteinden (1,6) en dat geschikt is om te steunen tegen de achterzijde (5,5') van het paneel (3) en/of het aanliggend paneel (3'),15 - het tweede steunvlak (13) bevat, dat zieh uitstrekt aan de tweede zijde tegengesteld aan de eerste zijde van het eerste steunvlak (10) en dat geschikt is om te steunen tegen de draagstructuur (4),- een uitsparing (15) bevat voor het bevestigen van het blokje (2,21,22) aan het paneel (3),20 - het uitlijningselement (12) bevat voor het steunen op de rand (7,8) van het paneel (3),- het elastisch vervormbaar element (11) bevat, dat in de ontspannen toestand uitsteekt tot voorbij het eerste steunvlak (10) en in de opgespannen toestand elastisch wordt vervormd en daarbij voorzien is om te25 steunen tegen de achterzijde (5') van het aanliggend paneel (3').
- 21. Werkwijze voor het opbouwen van een vliesgevel met op elkaar aansluitende panelen (3,3') op een achterliggende draagstructuur 4, waarin men aan een achterzijde (5) van een paneel (3) minstens een onderste blokje (21) en een bovenste blokje (22) bevestigt welke elk een eerste uiteinde (1) en een30 tweede uiteinde (6) vertonen, waarin men het eerste uiteinde (1) van het onderste blokje (21) zieh laat uitstrekken tot voorbij een onderrand (7) van het paneel (3)BE2016/5719 en het eerste uiteinde (1) van het bovenste blokje (22) zieh laat uitstrekken tot voorbij een tegenoverliggende bovenrand (8) van het paneel (3), waarin men het eerste uiteinde (1) van het onderste blokje (21) achter de achterzijde (5') van een onderliggend paneel (3') haakt waardoor de achterzijde (5) van het paneel (3) in5 hetzelfde vlak ligt als de achterzijde (5') van het onderliggend paneel (3') en waardoor de onderrand (7) van het paneel (3) aansluit op de bovenrand (8') van het onderliggend paneel (3'), waarin men het bovenste blokje (22) aan de draagstructuur (4) bevestigt, daardoor gekenmerkt dat men het tweede uiteinde (6) van het bovenste blokje (22) aan de draagstructuur (4) bevestigt10 door dit tweede uiteinde (6) aan de draagstructuur (4) te haken.
- 22. Werkwijze volgens de conclusies 21, waarin men het eerste uiteinde (1) van de blokjes (21,22) zieh laat uitstrekken voorbij de rand (7,8) tot op een afstand (A,A') die kleiner is dan een afstand (B,B') tussen het tweede uiteinde (6) van de blokjes (21,22) en deze rand (7,8).15
- 23. Werkwijze volgens een van de conclusies 21 of 22, waarin men het tweede uiteinde (6) van het bovenste blokje (22) zieh laat uitstrekken vanaf de bovenrand (8) tot op een afstand (B,B’) die kleiner is dan de helft (E’) van de hoogte (E) van het paneel (3), en die bij voorkeur kleiner is dan een derde van deze hoogte (E) van het paneel (3), in het bijzonder kleiner is dan een vierde20 van deze hoogte (E) van het paneel (3).
- 24. Werkwijze volgens een van de conclusies 21 tot 23, waarin men een elastisch vervormbaar element (11) voorziet aan het onderste blokje (21) tussen het eerste uiteinde (1) en de onderrand (7), waarin men dit elastisch vervormbaar element (11) elastisch vervormt en drukt tegen de achterzijde (5’)
- 25 van het aanliggend paneel (3’).25. Werkwijze volgens een van de conclusies 21 tot 24, waarin men een elastisch vervormbaar element (11) voorziet aan het bovenste blokje (22) tussen het eerste uiteinde (1) en de bovenste rand (8) van het paneel (3).
- 26. Werkwijze volgens een van de conclusies 21 tot 25, waarin30 men minstens een draagprofîel (14) aan de draagstructuur (4) bevestigt en waarin men het tweede uiteinde (6) van het bovenste blokje (22) aan deBE2016/5719 draagstructuur (4) haakt door een gleuf (9) tussen het tweede uiteinde (6) van het bovenste blokje (22) en de achterzijde (5) van het paneel (3) minstens gedeeltelijk over het draagprofiel (14) te plaatsen.
- 27. Werkwijze volgens de conclusie 26, waarin men het5 draagprofiel (14) voorziet van een opstaande flens (20) waarover men minstens gedeeltelijk de gleuf (9) plaatst.
- 28. Werkwijze volgens de conclusie 26 of 27, waarin men het tweede uiteinde (6) van het bovenste blokje (22) op het draagprofiel (14) laat rüsten.10
- 29. Werkwijze volgens een van de conclusies 26 tot 28, waarin men het eerste uiteinde (1) van het onderste blokje (21) zieh laat uitstrekken voorbij de onderrand (7) tot op een afstand (A,A') die kleiner is dan een afstand (B,B') tussen het tweede uiteinde (6) van het bovenste blokje (22') van het onderliggende paneel (3') en de bovenrand (8') van dit onderliggend paneel (3'),15 waardoor men het eerste uiteinde (1) van dit onderste blokje (21) niet op een onderliggend draagprofiel (14') laat steunen.
- 30. Werkwijze volgens een van de conclusies 26 tot 29, waarin het draagprofiel (14) zieh horizontaal uitstrekt.
- 31. Werkwijze volgens een van de conclusies 21 tot 30, waarin20 men het onderste blokje (21) draait over een hoek van 180° waardoor men het tweede uiteinde (6) van het blokje (21) naar de onderrand (7) draait en het blokje (21) niet voorbij de rand (7) laat uitsteken, waarin men het tweede uiteinde (6) van het onderste blokje (21) aan de draagstructuur (4) haakt.
- 32. Werkwijze volgens een van de conclusies 21 tot 31, waarin25 men het bovenste blokje (22) draait over een hoek van 180° waardoor men het tweede uiteinde (6) van het blokje (22) naar de bovenrand (8) draait en men het blokje (22) niet voorbij deze rand (8) laat uitsteken, waarin men het eerste uiteinde (1) van het bovenste blokje (22) aan de draagstructuur (4) haakt.
- 33. Werkwijze volgens een van de conclusies 21 tot 32, waarin30 men het eerste uiteinde (1) van het bovenste blokje (22) aan de achterliggende draagstructuur (4) bevestigt met bevestigingsmiddelen.BE2016/57192, 222,21 2,21
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2016/5719A BE1024601B1 (nl) | 2016-09-26 | 2016-09-26 | Paneel en ophangsysteem voor een vliesgevel |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2016/5719A BE1024601B1 (nl) | 2016-09-26 | 2016-09-26 | Paneel en ophangsysteem voor een vliesgevel |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1024601A1 BE1024601A1 (nl) | 2018-04-18 |
| BE1024601B1 true BE1024601B1 (nl) | 2018-04-23 |
Family
ID=57132928
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE2016/5719A BE1024601B1 (nl) | 2016-09-26 | 2016-09-26 | Paneel en ophangsysteem voor een vliesgevel |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1024601B1 (nl) |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP1961889A2 (de) * | 2007-02-20 | 2008-08-27 | Röhl GmbH Verbundelemente | Befestigungs-Haken sowie plattenartiges Wand-Element dafür |
| EP2447441A2 (de) * | 2010-10-26 | 2012-05-02 | Seeberger GmbH | Befestigungsvorrichtung für Fassenverkleidungselemente |
| EP2503073A1 (en) * | 2011-03-24 | 2012-09-26 | Tecnofacciate di Penazzi Francesco | Cladding structure of a wall |
| CN105408560A (zh) * | 2013-10-03 | 2016-03-16 | Hiro株式会社 | 外部隔热建筑物用的外部装饰件用安装件 |
| US20160230793A1 (en) * | 2015-02-10 | 2016-08-11 | James Reid Gulnick | Attachment brackets for panel mounting |
-
2016
- 2016-09-26 BE BE2016/5719A patent/BE1024601B1/nl active IP Right Grant
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP1961889A2 (de) * | 2007-02-20 | 2008-08-27 | Röhl GmbH Verbundelemente | Befestigungs-Haken sowie plattenartiges Wand-Element dafür |
| EP2447441A2 (de) * | 2010-10-26 | 2012-05-02 | Seeberger GmbH | Befestigungsvorrichtung für Fassenverkleidungselemente |
| EP2503073A1 (en) * | 2011-03-24 | 2012-09-26 | Tecnofacciate di Penazzi Francesco | Cladding structure of a wall |
| CN105408560A (zh) * | 2013-10-03 | 2016-03-16 | Hiro株式会社 | 外部隔热建筑物用的外部装饰件用安装件 |
| US20160230793A1 (en) * | 2015-02-10 | 2016-08-11 | James Reid Gulnick | Attachment brackets for panel mounting |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| BE1024601A1 (nl) | 2018-04-18 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US7726083B2 (en) | Curtain-type facade structure | |
| CA2870710C (en) | Fence rail and bracket system | |
| US20130068398A1 (en) | Enclosure for Roller Blinds or the Like | |
| CA2863671C (en) | Device for supporting at least one solar panel | |
| US7104023B1 (en) | Wall organizer | |
| US8745946B2 (en) | Ceiling tile suspension system | |
| US20100116964A1 (en) | Adjustable wall-hanger assembly | |
| KR101317395B1 (ko) | 천정 또는 벽체용 방음유닛 고정장치 | |
| BE1024601B1 (nl) | Paneel en ophangsysteem voor een vliesgevel | |
| ES2799514T3 (es) | Sistema para el revestimiento de paredes, techo o tejado de una estructura de edificio | |
| GB2587872A (en) | Mounting apparatus | |
| US20060260261A1 (en) | System for fasterning linings | |
| KR20180007461A (ko) | 마감패널 조립구조 | |
| KR100772354B1 (ko) | 천장판 결합구조 | |
| JP6426988B2 (ja) | 天井吊りボルト取付装置 | |
| EP3901408A1 (en) | Tile panel support structure | |
| US20070023595A1 (en) | Item hanger | |
| BE1028487A1 (nl) | Profielsamenstel voor een demonteerbaar wandsysteem | |
| ES2315173B1 (es) | Sistema de fachada ventilada. | |
| BE1017833A3 (nl) | Verbindingsstuk voor het bevestigen van een profiel van een kader van een raam, deur of dergelijke op de dagkant van een muuropening. | |
| NL1005434C2 (nl) | Gevelbekledingssamenstel en werkwijze voor het bekleden van een gevel. | |
| JP6999921B2 (ja) | 天井下地材補強構造 | |
| KR102139191B1 (ko) | 유동방지 및 내진설계구조가 적용된 천정패널 설치구조 | |
| NL1038582C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het bevestigen van zonnepanelen of gelijkwaardig. | |
| CN108699843B (zh) | 立面包覆系统 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| FG | Patent granted |
Effective date: 20180423 |